BP Buitengebied Kruisseltlaan 8 De Lutte
Tekst van het document
Bestemmingsplan
Buitengebied Kruisseltlaan 8 De Lutte
Augustus 2023
Vastgesteld
Bestemmingsplan “Buitengebied Kruisseltlaan 8 De Lutte” Vastgesteld
Bestemmingsplan “Buitengebied Kruisseltlaan 8 De Lutte”
Plannaam: IMRO-nummer: Plantype: Status: Datum:
Buitengebied Kruisseltlaan 8 De Lutte NL.IMRO.0168.bp008vzp20ph006-0401 Bestemmingsplan Vastgesteld Augustus 2023
BJZ.nu Ruimtelijke plannen & advies
1
Bestemmingsplan “Buitengebied Kruisseltlaan 8 De Lutte” Vastgesteld
TOELICHTING
BJZ.nu Ruimtelijke plannen & advies
2
Bestemmingsplan “Buitengebied Kruisseltlaan 8 De Lutte” Vastgesteld
INHOUDSOPGAVE HOOFDSTUK 1 INLEIDING ................................................................................... 5 1.1 1.2 1.3 1.4 1.5
AANLEIDING ............................................................................................................................................... 5 LIGGING VAN HET PLANGEBIED ....................................................................................................................... 5 DE BIJ HET PLAN BEHORENDE STUKKEN ............................................................................................................. 6 HUIDIGE BESTEMMINGSPLANNEN.................................................................................................................... 6 LEESWIJZER ................................................................................................................................................ 8
HOOFDSTUK 2 DE HISTORISCHE EN HUIDIGE SITUATIE ................................................ 9 HOOFDSTUK 3 PLANBESCHRIJVING ..................................................................... 11 3.1 3.2
GEWENSTE SITUATIE ................................................................................................................................... 11 VERKEER EN PARKEREN ............................................................................................................................... 12
HOOFDSTUK 4 BELEIDSKADER ........................................................................... 13 4.1 4.2 4.3
RIJKSBELEID .............................................................................................................................................. 13 PROVINCIAAL BELEID .................................................................................................................................. 15 GEMEENTELIJK BELEID................................................................................................................................. 22
HOOFDSTUK 5 MILIEU- EN OMGEVINGSASPECTEN .................................................. 26 5.1 5.2 5.3 5.4 5.5 5.6 5.7 5.8 5.9
GELUID .................................................................................................................................................... 26 BODEM.................................................................................................................................................... 27 LUCHTKWALITEIT ....................................................................................................................................... 28 EXTERNE VEILIGHEID ................................................................................................................................... 29 MILIEUZONERING ...................................................................................................................................... 30 GEUR ...................................................................................................................................................... 32 ECOLOGIE................................................................................................................................................. 33 ARCHEOLOGIE & CULTUURHISTORIE .............................................................................................................. 36 BESLUIT MILIEUEFFECTRAPPORTAGE .............................................................................................................. 37
HOOFDSTUK 6 WATERPARAGRAAF ..................................................................... 39 6.1 6.2
VIGEREND BELEID....................................................................................................................................... 39 WATERPARAGRAAF .................................................................................................................................... 40
HOOFDSTUK 7 JURIDISCHE ASPECTEN EN PLANVERANTWOORDING............................... 41 7.1 7.2 7.3
INLEIDING................................................................................................................................................. 41 OPZET VAN DE REGELS ................................................................................................................................ 41 VERANTWOORDING VAN DE REGELS............................................................................................................... 42
HOOFDSTUK 8 ECONOMISCHE UITVOERBAARHEID .................................................. 44 HOOFDSTUK 9 VOOROVERLEG EN ZIENSWIJZEN ...................................................... 45 9.1 9.2 9.3
VOOROVERLEG .......................................................................................................................................... 45 INSPRAAK ................................................................................................................................................. 45 ZIENSWIJZEN............................................................................................................................................. 45
BIJLAGEN BIJ DE TOELICHTING ............................................................................... 46 BIJLAGE 1 BIJLAGE 2
LANDSCHAPSPLAN .............................................................................................................................. 47 VERKENNEND BODEMONDERZOEK ......................................................................................................... 48
BJZ.nu Ruimtelijke plannen & advies
3
Bestemmingsplan “Buitengebied Kruisseltlaan 8 De Lutte” Vastgesteld BIJLAGE 3 BIJLAGE 4 BIJLAGE 5 BIJLAGE 6
STIKSTOFBEREKENING ......................................................................................................................... 49 QUICKSCAN ECOLOGIE ........................................................................................................................ 50 NADER ONDERZOEK ECOLOGIE .............................................................................................................. 51 STANDAARD WATERPARAGRAAF ........................................................................................................... 52
BJZ.nu Ruimtelijke plannen & advies
4
Bestemmingsplan “Buitengebied Kruisseltlaan 8 De Lutte” Vastgesteld
HOOFDSTUK 1 1.1
INLEIDING
Aanleiding
Voorliggend bestemmingsplan heeft betrekking op het perceel aan de Kruisseltlaan 8 in De Lutte, gemeente Losser. Ter plaatse is een woning met twee bijgebouwen aanwezig. De woning is verouderd en staat bovendien vrij kort op de Kruisseltlaan. Initiatiefnemer is daarom voornemens om de woning met één bijgebouw te slopen en te herbouwen, op een grotere afstand van de Kruisseltlaan. Het andere bijgebouw staat reeds op een grotere afstand van de Kruisseltlaan. Deze blijft behouden en wordt in het nieuwe woonerf ingepast. De voorgenomen ontwikkeling past echter niet binnen het geldende bestemmingsplan “Buitengebied” van de gemeente Losser, omdat de beoogde nieuwe locatie van de woning met her te bouwen bijgebouw buiten de huidige woonbestemming ligt. Het is daarom wenselijk de woonbestemming te verschuiven. Om de voorgenomen ontwikkeling mogelijk te maken is een bestemmingsplanherziening noodzakelijk. In de nieuwe situatie wordt het woonerf verplaatst, waarbij de woning wordt herbouwd op grotere afstand tot de weg. Ter plaatse van het huidige woonerf wordt een bloemrijk grasland gerealiseerd, dat onderdeel uitmaakt van de landschappelijke inpassing. Het gehele erf zal landschappelijk worden ingepast.
Voorliggend bestemmingsplan voorziet in de gewenste juridisch planologische kaders, waarbij wordt aangetoond dat de in dit bestemmingsplan besloten ontwikkeling in overeenstemming is met een goede ruimtelijke ordening.
1.2
Ligging van het plangebied
Het plangebied ligt aan de Kruisseltlaan 8 in De Lutte. De locatie is kadastraal bekend als gemeente Losser, sectie G, nummers 3964 (gedeeltelijk) en 3589 (gedeeltelijk). In afbeelding 1.1 is de ligging van het plangebied ten opzichte van Oldenzaal en De Lutte (rode ster) en van de direct omgeving (rode belijning) weergegeven en is een indicatieve begrenzing van het plangebied opgenomen. Voor de exacte begrenzing van het plangebied wordt verwezen naar de verbeelding.
Afbeelding 1.1
Ligging van het plangebied (Bron: PDOK)
BJZ.nu Ruimtelijke plannen & advies
5
Bestemmingsplan “Buitengebied Kruisseltlaan 8 De Lutte” Vastgesteld
1.3
De bij het plan behorende stukken
Het bestemmingsplan “Buitengebied Kruisseltlaan 8 De Lutte” bestaat uit de volgende stukken: • • •
verbeelding (tek.nr. NL.IMRO.0168.bp008vzp20ph006-0401) en een renvooi; regels (en de bijhorende bijlagen); toelichting (en de bijbehorende bijlagen).
Op de verbeelding zijn de bestemmingen van de in het plan begrepen gronden weergegeven. In de regels zijn bepalingen opgenomen om de uitgangspunten van het plan zeker te stellen. Het plan gaat vergezeld van een toelichting. De toelichting geeft een duidelijk beeld van het bestemmingsplan en van de daaraan ten grondslag liggende gedachten maar maakt geen deel uit van het juridisch bindende deel van het bestemmingsplan.
1.4
Huidige bestemmingsplannen
1.4.1
Algemeen
Het plangebied is gelegen binnen de begrenzing van het bestemmingsplan “Buitengebied” dat door de gemeenteraad op 19 maart 2013 is vastgesteld. Daarnaast geldt het bestemmingplan “Partiële herziening Buitengebied, verzamelplan 2020” (vastgesteld op 9 maart 2021) en het bestemmingsplan “Partiële herziening Buitengebied, verzamelplan 2022” (nu nog in ontwerp). De hiervoor genoemde partiële herzieningen dienden voor de actualisering van de regels voor het bestemmingsplan “Buitengebied”. Om de geldende bestemmingen ter plaatse van het plangebied te bepalen, is hoofdzakelijk het bestemmingsplan “Buitengebied” van belang. Ter duiding van de actuele regels is het bestemmingsplan “Partiële herziening Buitengebied, verzamelplan 2022” van belang. In afbeelding 1.2 is een uitsnede van de verbeelding van het bestemmingsplan “Buitengebied” opgenomen met daarin aangegeven de indicatieve ligging van het plangebied (rode belijning).
BJZ.nu Ruimtelijke plannen & advies
6
Bestemmingsplan “Buitengebied Kruisseltlaan 8 De Lutte” Vastgesteld
Afbeelding 1.2
1.4.2
Uitsnede bestemmingsplan “Buitengebied” (Bron: Ruimtelijkeplannen.nl)
Geldende bestemming en aanduidingen
‘Wonen’ Een gedeelte van het plangebied is bestemd met de enkelbestemming ‘Wonen’. Deze gronden zijn bestemd voor wonen, al dan niet in combinatie met een aan huis verbonden beroep of kleinschalige bedrijfsactiviteit met de daarbij behorende gebouwen, bijbehorende bouwwerken, tuinen, erven en terreinen, nutsvoorzieningen, waterhuishoudkundige voorzieningen, wegen, paden en parkeervoorzieningen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde. De gehele bestemming is voorzien van een bouwvlak. ‘Agrarisch – 2’ Een gedeelte van het plangebied is bestemd met de enkelbestemming ‘Agrarisch – 2’. De voor ‘Agrarisch – 2’ aangewezen gronden zijn bestemd voor agrarische cultuurgrond met daaraan ondergeschikt het behoud, het herstel en de ontwikkeling van de landschappelijke waarden. ‘Waarde – Archeologie 2’ Verder kent het plangebied de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie 2’. De voor 'Waarde - Archeologie 2' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemmingen, mede bestemd voor het behoud en de bescherming van de gebieden met een hoge verwachtingswaarde. Gebiedsaanduidingen Ter plaatse van het plangebied gelden (deels) vier gebiedsaanduidingen. De gebiedsaanduidingen inzake de reconstructiewetzone hebben betrekking op regels omtrent vestigingen van agrarische bedrijven. In dit geval is dit dan ook niet relevant.
De gebiedsaanduiding ‘geluidzone – vliegveld vervallen’ is opgenomen als vervanging
BJZ.nu Ruimtelijke plannen & advies
7
Bestemmingsplan “Buitengebied Kruisseltlaan 8 De Lutte” Vastgesteld van voorheen geldende geluidzones voor een niet meer in gebruik zijnde vliegveld. Ter plaatse van de aanduiding 'essen' dienen de karakteristieke openheid, bodemkwaliteit en reliëf van de essen en steilranden met bijbehorende beplanting te worden hersteld, behouden en ontwikkeld. 1.4.3
Strijdigheid
Het gebruik van de agrarische gronden voor het bouwen en het gebruik van een reguliere woning past niet binnen de aldaar geldende regels uit het bestemmingsplan. Tevens dient de landschappelijke inpassing van het perceel te worden geborgd. Daarom dient het bestemmingsplan te worden herzien. Voorliggend plan voorziet in de gewenste juridisch planologische kaders om de voorgenomen ontwikkeling mogelijk te maken.
1.5
Leeswijzer
Na deze inleiding wordt in hoofdstuk 2 een beschrijving van de historische en huidige situatie in de Lutte en in het plangebied gegeven. Hoofdstuk 3 gaat in op de planbeschrijving. In hoofdstuk 4 wordt ingegaan op het beleidskader. Hierin wordt het beleid van het rijk, de provincie Overijssel en de gemeente Losser beschreven. In hoofdstuk 5 passeren alle relevante milieu- en omgevingsaspecten de revue en hoofdstuk 6 gaat in op de wateraspecten. In de hoofdstukken 7 en 8 wordt respectievelijk ingegaan op de juridische aspecten/planverantwoording en de economische uitvoerbaarheid van het project. Tot slot gaat hoofdstuk 9 in op het vooroverleg.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen & advies
8
Bestemmingsplan “Buitengebied Kruisseltlaan 8 De Lutte” Vastgesteld
HOOFDSTUK 2
DE HISTORISCHE EN HUIDIGE SITUATIE
Het plangebied ligt aan de Kruisseltlaan 8 in De Lutte, in het buitengebied van de gemeente Losser. Op de locatie is een woning met twee bijgebouwen aanwezig. Het plangebied ligt in het ‘oude hoevenlandschap’. Een karakteristiek van het oude hoevenlandschap is de afwisseling van kleine percelen gras- en akkerland en bos (loof- en gemengde bossen). Houtwallen, singels en waterlopen dienden als een afscheiding van deze percelen, waardoor een coulisselandschap ontstond. Door de onregelmatigheid van de percelen en de natuurlijke afscheidingen, kenmerkt het landschap zich door een grote mate van kleinschaligheid. Verspreide bebouwing en de aanwezigheid van relatief veel zandwegen zijn ook specifieke kenmerken van dit landschapstype. Boerderijen en nederzettingen werden gebouwd op de grens van hoge en lage gebieden. De vele hoogteverschillen hebben bijgedragen aan het ontstaan van deze verspreide bebouwing. Ook de aanwezige essen zorgen voor glooiingen in het landschap. Essen zijn daardoor veelal van cultuurhistorische en archeologische waarde. Door de wijze van bemesten zijn vele essen voorzien van een kenmerkende steilrand. Ook kenmerken de essen zich door de bolle ligging. In het gebied is daarnaast een fijnmazige ontsluitingsstructuur aanwezig.
Paden (voorheen zandwegen, inmiddels veelal verhard) zorgden en zorgen nog steeds voor een verbinding van de aanwezige boerderijen naar de bijbehorende gronden. Het plangebied zelf betreft een woonperceel, met achterliggende agrarische gronden. Het plangebied wordt begrensd door de Kruisseltlaan aan de oostzijde en agrarische gronden aan de overige zijden. Aan de zuidzijde ligt tevens een inrit naar een achtergelegen woonerf. Het plangebied zelf betreft allereerst het woonperceel, waarop een woning met bijgebouw staan. Daarnaast behorende de agrarische gronden ten noordwesten ook tot het plangebied. Het gaat om grotendeels agrarische gronden, gelegen langs een inrit. Achter het woonperceel, binnen deze agrarische gronden, staat een vrij recent gebouwd bijgebouw. In afbeelding 2.1 is een luchtfoto van de huidige situatie opgenomen. In afbeelding 2.2 is een straatbeeld opgenomen.
Afbeelding 2.1
Luchtfoto van het plangebied (Bron: Provincie Overijssel)
BJZ.nu Ruimtelijke plannen & advies
9
Bestemmingsplan “Buitengebied Kruisseltlaan 8 De Lutte” Vastgesteld
Afbeelding 2.2
Straatbeeld huidige situatie (Bron: Google streetview, 2022)
BJZ.nu Ruimtelijke plannen & advies
10
Bestemmingsplan “Buitengebied Kruisseltlaan 8 De Lutte” Vastgesteld
HOOFDSTUK 3 3.1
PLANBESCHRIJVING
Gewenste situatie
Zoals aangegeven is de huidige woning verouderd en staat deze bovendien op korte afstand van de Kruisseltlaan. Om een optimale woonsituatie te creëren wenst initiatiefnemer de woning te slopen en op grotere afstand van de Kruisseltlaan te herbouwen. Hiervoor dient het bestemmingsvlak ‘Wonen’ te worden verplaatst. De gronden ter plaatse van de huidige woonbestemming worden bestemd als ‘Agrarisch – 2’. Initiatiefnemer is voornemens om het bestaande bijgebouw, die reeds buiten de woonbestemming staat, te behouden. Deze schuur heeft een oppervlakte van circa 100 m2. In de nieuwe situatie wordt deze binnen het woonerf ingepast door deze binnen de woonbestemming op te nemen. Voor het totale plan is een landschappelijk inpassingsplan opgesteld door Toft Erf- en landschapsontwerp. Hierbij wordt aangesloten bij de bestaande landschappelijke elementen van het omliggende kleinschalige landschap. In de beoogde situatie worden de gronden tussen het woonerf en de Kruisseltlaan ingezaaid als bloemrijk grasland. In dit grasland wordt een solitaire walnoot geplant en de in- en uitrit wordt aan de voorzijde begeleid door de haag van veldesdoorn en winterlindes. Rondom het erf, aan de achterzijde, wordt een hoogstam fruitboomgaard en een solitaire tamme kastanje aangeplant. De bestaande struweelhaag van hazelaar met daarin één eik blijft behouden.
In de huidige situatie is een houtwal aanwezig welke deels intact en deels recent gekapt is. Hiervoor is deels nieuwe aanplant benodigd. Het bosplantsoen en enkele individuele bomen zijn reeds ingeplant als onderdeel van de herplantplicht. Ter plaatse van de houtwal worden de gronden bestemd als ‘Natuur – Natuur en bos’. In afbeelding 3.1 en in bijlage 1 bij deze toelichting is het erfinrichtingsplan weergegeven.
Afbeelding 3.1
Gewenste situatie Kruisseltlaan 8 (Bron: Toft Erf- en landschapsontwerp)
BJZ.nu Ruimtelijke plannen & advies
11
Bestemmingsplan “Buitengebied Kruisseltlaan 8 De Lutte” Vastgesteld
3.2
Verkeer en parkeren
Het parkeren ten behoeve van de woning vindt plaats op eigen terrein. Op het perceel is voldoende ruimte voor minimaal 3 parkeerplaatsen (zie ook afbeelding 3.1). Voor de woning wordt gebruik gemaakt van de bestaande in- en uitrit die aansluit op de Kruisseltlaan. Deze inen uitrit is op dusdanige manier ingericht, dat er sprake is van een verkeersveilige en overzichtelijke situatie. In de beoogde situatie is geen sprake van een toename of afname van verkeersbewegingen. Het aantal verkeersbewegingen per weekdagetmaal zal gelijk blijven. Geconcludeerd wordt dat er vanuit verkeerskundig oogpunt geen bezwaren zijn tegen de in dit plan besloten ontwikkeling.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen & advies
12
Bestemmingsplan “Buitengebied Kruisseltlaan 8 De Lutte” Vastgesteld
HOOFDSTUK 4
BELEIDSKADER
Dit hoofdstuk beschrijft, voor zover van belang, het rijks-, provinciaal- en gemeentelijk beleid. Naast de belangrijkste algemene uitgangspunten worden de specifieke voor dit plangebied geldende uitgangspunten weergegeven.
4.1
Rijksbeleid
4.1.1
Nationale Omgevingsvisie (NOVI)
4.1.1.1 Algemeen Nederland staat voor grote uitdagingen die van invloed zijn op onze fysieke leefomgeving. Complexe opgaven zoals verstedelijking, verduurzaming en klimaatadaptatie zijn nauw met elkaar verweven. Dat vraagt een nieuwe, integrale manier van werken waarmee keuzes voor onze leefomgeving sneller en beter gemaakt kunnen worden. De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) zorgt voor een gezamenlijke aanpak die leidt tot een duurzaam perspectief voor onze leefomgeving. Dit is nodig om onze doelen te halen en is een zaak van overheid en samenleving. 4.1.1.2 Vier prioriteiten Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 brengt de NOVI de langetermijnvisie in beeld. Op nationale belangen wil het Rijk sturen en richting geven. Dit komt samen in vier prioriteiten. 1. 2. 3.
4.
Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie; in 2050 is Nederland klimaatbestendig en waterrobuust Duurzaam economisch groeipotentieel; Nederland werkt toe naar een duurzame, circulaire, kennisintensieve en internationaal concurrerende economie in 2050. Sterke en gezonde steden en regio's; er zijn vooral in steden en stedelijke regio's nieuwe locaties nodig voor wonen en werken, waarbij wordt ingezet op ontwikkelingen binnen de bestaande stadsgrenzen. Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied; er ontstaat een nieuw perspectief voor de Nederlandse landbouwsector als koploper in de duurzame kringlooplandbouw.
4.1.1.3 Afwegingsprincipes De druk op de fysieke leefomgeving in Nederland is zo groot, dat belangen soms botsen. Het streven is combinaties te maken en win-win situaties te creëren, maar dit is niet altijd mogelijk. Soms zijn er scherpe keuzes nodig en moeten belangen worden afgewogen. Hiertoe gebruikt de NOVI drie afwegingsprincipes: 1.
Combinatie van functies gaan voor enkelvoudige functies. In het verleden is scheiding van functies vaak te rigide gehanteerd. Met de NOVI wordt gezocht naar maximale combinatiemogelijkheden tussen functies, gericht op een efficiënt en zorgvuldig gebruik van onze ruimte;
2.
Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal. Het verschilt tussen gebieden wat de optimale balans is tussen bescherming en ontwikkeling en tussen concurrentiekracht en leefbaarheid. Sommige opgaven en belangen wegen in het ene gebied zwaarder dan in het andere;
3.
Afwentelen wordt voorkomen. Het is van belang dat de leefomgeving zoveel mogelijk voorziet in mogelijkheden en behoeften van de huidige generatie inwoners, zonder dat dit ten koste gaat van toekomstige generaties.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen & advies
13
Bestemmingsplan “Buitengebied Kruisseltlaan 8 De Lutte” Vastgesteld 4.1.1.4 Toetsing van het initiatief aan de NOVI In voorliggend geval betreft het een project waarbij geen nationale belangen in het geding zijn en er is geen sprake van enige belemmering met betrekking tot de prioriteiten zoals verwoord in de NOVI. Bij het uitwerken van het plan zijn de kenmerken en identiteit van het gebied centraal gesteld. Geconcludeerd wordt dat de NOVI geen belemmering vormt voor de in dit bestemmingsplan opgenomen ontwikkeling. 4.1.2
Ladder voor duurzame verstedelijking
4.1.2.1 Algemeen In de voorloper van de NOVI, de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR), is de ladder voor duurzame verstedelijking geïntroduceerd. Deze ladder is per 1 oktober 2012 als motiveringseis in het Besluit ruimtelijke ordening (artikel 3.1.6, lid 2) opgenomen. Doel van de ladder voor duurzame verstedelijking is een goede ruimtelijke ordening door een optimale benutting van de ruimte in stedelijke gebieden. Hierbij geldt een motiveringsvereiste voor het bevoegd gezag als nieuwe stedelijke ontwikkelingen planologisch mogelijk worden gemaakt. Om de ontwikkeling adequaat te kunnen toetsen aan de ladder is het noodzakelijk inzicht te geven in de begrippen ‘bestaand stedelijk gebied’ en ‘stedelijke ontwikkeling’. In het Bro zijn in artikel 1.1.1 definities opgenomen voor: bestaand stedelijk gebied: ‘bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca, alsmede de daarbij behorende openbare of sociaal culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur’. stedelijke ontwikkeling: ‘ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen’.
Bij het beschrijven van de behoefte dient te worden uitgegaan van het saldo van de aantoonbare vraag naar de voorgenomen ontwikkeling (de komende tien jaar, zijnde de looptijd van het bestemmingsplan) verminderd met het aanbod in planologische besluiten, ook als het feitelijk nog niet is gerealiseerd (harde plancapaciteit). 4.1.2.2 Toetsing van het initiatief aan de Ladder voor duurzame verstedelijking De Ladder voor duurzame verstedelijking (hierna ‘Ladder’) is van toepassing op bestemmingsplannen, uitwerkings- en wijzigingsplannen en omgevingsvergunningen als bedoeld in artikel 2.1 lid 1 sub c in samenhang met artikel 2.12 lid 1 onder a sub 3 van de Wabo. Is er sprake van een nieuwe stedelijke ontwikkeling? Op basis van jurisprudentie blijkt dat de vraag of sprake is van een stedelijke ontwikkeling wordt bepaald door de aard en omvang van die ontwikkeling, in relatie tot de omgeving. Voor wonen geldt, dat voor woningbouwlocaties vanaf twaalf woningen sprake is van een stedelijke ontwikkeling die Ladderplichtig is. •
11 woningen geen nieuwe stedelijke ontwikkeling (ABRvS 16 september 2015; ECLI:NL:RVS:2015:2921);
•
12 woningen wel een nieuwe stedelijke ontwikkeling (ABRvS 25 maart 2015; ECLI:NL:RVS:2015:953).
De voorgenomen ontwikkeling betreft een ontwikkeling die voorziet in het verplaatsen van een woonbestemming in het buitengebied van gemeente Losser. Er is geen sprake van een toename van het aantal woningen. Er is daarmee geen sprake van een stedelijke ontwikkeling. Gezien het voorgenoemde wordt geconcludeerd dat het plan in overeenstemming is met de Ladder voor duurzame verstedelijking. 4.1.3 Conclusie toetsing van het initiatief aan de uitgangspunten van het rijksbeleid Geconcludeerd wordt dat het relevante ruimtelijke ordeningsbeleid op rijksniveau de in dit bestemmingsplan besloten ontwikkeling niet in de weg staat.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen & advies
14
Bestemmingsplan “Buitengebied Kruisseltlaan 8 De Lutte” Vastgesteld
4.2
Provinciaal beleid
Het provinciaal beleid is verwoord in tal van plannen. Het belangrijkste plan betreft de Omgevingsvisie Overijssel en is verankerd in de Omgevingsverordening. 4.2.1
Omgevingsvisie Overijssel
De Omgevingsvisie Overijssel is het integrale provinciale beleidsplan voor de fysieke leefomgeving van Overijssel. De hoofdambitie van de Omgevingsvisie is een toekomstvaste groei van welvaart en welzijn met een verantwoord beslag op de beschikbare natuurlijke hulpbronnen en voorraden. Enkele belangrijke beleidskeuzes waarmee de provincie haar ambities wil realiseren zijn: •
goed en plezierig wonen, nu en in de toekomst door een passend en flexibel aanbod van woonmilieus (typen woningen en woonomgeving) die voorzien in de vraag (kwantitatief en kwalitatief);
•
versterken complementariteit van bruisende steden en vitaal platteland als ruimtelijke, cultureel, sociaal en economisch samenhangend geheel. Dit door behoud en versterking van leefbaarheid en diversiteit van het landelijk gebied, stedelijke netwerken versterken, behoud en versterken van cultureel erfgoed als drager van identiteit;
•
investeren in een hoofdinfrastructuur voor wegverkeer, trein, fiets en waarbij veiligheid en doorstroming centraal staan;
•
beter benutten van ruimte, bestaande bebouwing en infrastructuur door multifunctioneel en complementair ruimtegebruik (zowel- boven als ondergronds), hergebruik en herbestemming en het concentreren van ontwikkelingen rond bestaande infrastructuurknooppunten;
•
ruimtelijke plannen ontwikkelen aan de hand van gebiedskenmerken en keuzes voor duurzaamheid.
4.2.2
Omgevingsverordening Overijssel
De provincie beschikt over een palet aan instrumenten waarmee zij haar ambities realiseert. Het gaat er daarbij om steeds de meest optimale mix van instrumenten toe te passen, zodat effectief en efficiënt resultaat wordt geboekt voor alle ambities en doelstellingen van de Omgevingsvisie. De keuze voor inzet van deze instrumenten is bepaald aan de hand van een aantal criteria. In de Omgevingsvisie is bij elke beleidsambitie een realisatieschema opgenomen waarin is aangegeven welke instrumenten de provincie zal inzetten om de verschillende onderwerpen van provinciaal belang te realiseren. Eén van de instrumenten om het beleid uit de Omgevingsvisie te laten doorwerken is de Omgevingsverordening Overijssel. De Omgevingsverordening is het provinciaal juridisch instrument dat wordt ingezet voor die onderwerpen waarvoor de provincie eraan hecht dat de doorwerking van het beleid van de Omgevingsvisie juridisch geborgd is. 4.2.3
Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel
De opgaven, kansen, beleidsambities en ruimtelijke kwaliteitsambities voor de provincie zijn in de Omgevingsvisie Overijssel geschetst in ontwikkelingsperspectieven voor de groene omgeving en stedelijke omgeving. Om de ambities van de provincie waar te maken, bevat de Omgevingsvisie een uitvoeringsmodel. Dit model is gebaseerd op drie niveaus, te weten: 1. 2. 3.
Of - generieke beleidskeuzes; Waar - ontwikkelingsperspectieven; Hoe - gebiedskenmerken.
Deze begrippen worden hieronder nader toegelicht.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen & advies
15
Bestemmingsplan “Buitengebied Kruisseltlaan 8 De Lutte” Vastgesteld 4.2.3.1 Of - generieke beleidskeuzes Generieke beleidskeuzes zijn keuzes die bepalend zijn voor de vraag of ontwikkelingen passend zijn. In deze fase wordt beoordeeld of er sprake is van een maatschappelijke opgave. Of een initiatief mogelijk is, wordt onder andere bepaald door generieke beleidskeuzes van EU, Rijk of provincie. Denk aan beleidskeuzes om basiskwaliteiten als schoon drinkwater en droge voeten te garanderen. Andere generieke beleidskeuzes betreffen het voorkomen van overaanbod van bijvoorbeeld woningbouw- en kantoorlocaties. Ook wordt in deze fase de zogenaamde Overijsselse ladder voor duurzame verstedelijking gehanteerd. Deze Overijsselse ladder geeft een nadere invulling aan de vraag hoe de behoefte moet worden bepaald, zowel in de stedelijke als in de groene omgeving, en op welke wijze de regionale afstemming vorm gegeven moet worden. Integraliteit, toekomstbestendigheid, concentratiebeleid, (boven)regionale afstemming en zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik zijn beleidskeuzes die invulling geven aan de Overijsselse ladder voor duurzame verstedelijking. Voor specifieke gebieden in Overijssel geldt dat niet alle initiatieven mogelijk zijn.
Dit heeft te maken met zwaarwegende publieke belangen, Gebiedsspecifieke beleidskeuzes om de zwaarwegende publieke belangen te borgen, zijn: reservering voor waterveiligheid en beperking wateroverlast, drinkwater/grondwaterbeschermingsgebieden, het Natuurnetwerk Nederland (NNN, voorheen Ecologische Hoofdstructuur (EHS)), de Nationale Landschappen en het provinciaal routenetwerk transport gevaarlijke stoffen. 4.2.3.2 Waar - ontwikkelingsperspectieven Als uit de beoordeling in het kader van de generieke beleidskeuzes blijkt dat de voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling aanvaardbaar is, vindt een toets plaats aan de ontwikkelingsperspectieven. In de Omgevingsvisie is een spectrum van zes ontwikkelperspectieven beschreven voor de groene en stedelijke omgeving. Met dit spectrum geeft de provincie ruimte voor het realiseren van de in de visie beschreven beleids- en kwaliteitsambities. De ontwikkelperspectieven geven richting aan wat waar ontwikkeld zou kunnen worden. Daar waar generieke beleidskeuzes een geografische begrenzing hebben, zijn ze consistent doorvertaald in de ontwikkelingsperspectieven. De ontwikkelingsperspectieven zijn richtinggevend en bieden de nodige flexibiliteit voor de toekomst.
4.2.3.3 Hoe - gebiedskenmerken Op basis van gebiedskenmerken in vier lagen (natuurlijke laag, laag van het agrarisch cultuurlandschap, stedelijke laag en laag van de beleving) gelden specifieke kwaliteitsvoorwaarden en –opgaven voor ruimtelijke ontwikkelingen. Het is de vraag ‘hoe’ een ontwikkeling invulling krijgt. Aan de hand van de drie genoemde niveaus kan worden bezien of een ruimtelijke ontwikkeling mogelijk is en er behoefte aan is, waar het past in de ontwikkelingsvisie en hoe het uitgevoerd kan worden. Afbeelding 4.1 geeft dit schematisch weer.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen & advies
16
Bestemmingsplan “Buitengebied Kruisseltlaan 8 De Lutte” Vastgesteld
Afbeelding 4.1
4.2.4
Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel (Bron: Provincie Overijssel)
Toetsing van het initiatief aan het Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel
Indien het concrete initiatief wordt getoetst aan het Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel ontstaat globaal het volgende beeld. 4.2.4.1 Of - Generieke beleidskeuzes Bij de afwegingen in de eerste fase ‘generieke beleidskeuzes’ zijn artikel 2.1.3 (Zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik), artikel 2.1.5 (Principe van ruimtelijke kwaliteit) en artikel 2.1.6 (Kwaliteitsimpuls Groene Omgeving) van de Omgevingsverordening Overijssel van belang. Op deze artikelen wordt hierna nader ingegaan. Artikel 2.1.3
Zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik
1.
Bestemmingsplannen voorzien uitsluitend in stedelijke ontwikkelingen die een extra ruimtebeslag door bouwen en verharden leggen op de Groene Omgeving wanneer aannemelijk is gemaakt: • dat er voor deze opgave in redelijkheid geen ruimte beschikbaar is binnen het bestaande bebouwd gebied en de ruimte binnen het bestaand bebouwd gebied ook niet geschikt te maken is door herstructurering en/of transformatie; • dat mogelijkheden voor meervoudig ruimtegebruik binnen het bestaand bebouwd gebied optimaal zijn benut. In de Omgevingsverordening Overijssel is het begrip “groene omgeving” nader gedefinieerd als: de gronden die niet vallen onder bestaand bebouwd gebied. In de Omgevingsverordening Overijssel is het begrip “bestaand bebouwd gebied” nader gedefinieerd als: de gronden binnen steden en dorpen die benut kunnen worden voor stedelijke functies op grond van geldende
BJZ.nu Ruimtelijke plannen & advies
17
Bestemmingsplan “Buitengebied Kruisseltlaan 8 De Lutte” Vastgesteld bestemmingsplannen en op grond van voorontwerp-bestemmingsplannen voor zover de provinciale diensten daarover schriftelijk een positief advies hebben uitgebracht in het kader van het vooroverleg als bedoeld in artikel 3.1.1 Bro. Toetsing van het initiatief aan artikel 2.1.3 van de Omgevingsverordening Overijssel In voorliggend geval is sprake van het verplaatsen van een woning op nabijgelegen grond in het buitengebied van gemeente Losser. Het plan ziet toe op verplaatsing van de woonbestemming. Per saldo zal de oppervlakte aan bebouwing en verharding niet onevenredig toenemen. Eventuele toename aan bebouwing en verharding kan ontstaan door de vergroting van het woonperceel. Door de landschappelijke inpassing is dit aanvaardbaar. De nieuwe locatie van de woning is logisch gelegen, op grotere afstand van de Kruisseltlaan. In de directe omgeving liggen meerdere erven op grotere afstand tot de weg. Gelet op het vorenstaande is van een extra ruimtebeslag op de Groene Omgeving dan ook geen sprake. Geconcludeerd wordt dat het plan voldoet aan artikel 2.1.3 van de omgevingsverordening. Artikel 2.1.5
Principe van ruimtelijke kwaliteit
1.
In de toelichting op een bestemmingsplan wordt onderbouwd dat de nieuwe ontwikkelingen die het bestemmingsplan mogelijk maakt, bijdragen aan het versterken van de ruimtelijke kwaliteiten conform de geldende gebiedskenmerken;
2.
In het kader van de toelichting als bedoeld in lid 1 wordt inzichtelijk gemaakt op welke wijze toepassing is gegeven aan het uitvoeringsmodel (OF-, WAAR- en HOE-benadering) die in de Omgevingsvisie Overijssel is neergelegd.
3.
In het kader van de toelichting als bedoeld in lid 1 wordt gemotiveerd dat de nieuwe ontwikkeling past binnen het ontwikkelingsperspectief die in de Omgevingsvisie Overijssel voor het gebied is neergelegd;
5.
In het kader van de toelichting als bedoeld in lid 1 wordt inzichtelijk gemaakt op welke wijze toepassing is gegeven aan de vier-lagenbenadering die onderdeel uitmaakt van het Uitvoeringsmodel en op welde wijze de Catalogus Gebiedskenmerken is gebruikt bij de ruimtelijke inpassing van de nieuwe ontwikkeling.
Toetsing van het initiatief aan artikel 2.1.5 van de Omgevingsverordening Door Toft Erf- en landschapsontwerp is een erfinrichtingsplan opgesteld. Het perceel aan de Kruisseltlaan 8 wordt landschappelijk ingepast conform de geldende gebiedskenmerken. Dit blijkt uit het in bijlage 1 opgenomen landschapsplan, waarvan de uitvoering in de regels van dit bestemmingsplan is geborgd. In paragraaf 4.2 wordt aangetoond dat de gewenste ontwikkeling in overeenstemming is met het geldende ontwikkelingsperspectief en de geldende gebiedskenmerken. Geconcludeerd wordt dat de gewenste ontwikkeling in overeenstemming is met artikel 2.1.5 uit de provinciale verordening. 4.2.4.2 Waar - Ontwikkelingsperspectieven De opgaven, kansen, beleidsambities en ruimtelijke kwaliteitsambities voor de provincie zijn geschetst in ontwikkelingsperspectieven voor de groene omgeving en stedelijke omgeving. Met de ontwikkelingsperspectieven wordt de ruimtelijke ontwikkelingsvisie van de provincie Overijssel vorm gegeven. Hiervoor gelden de gebiedskenmerken als onderlegger. In dit geval zijn de ontwikkelingsperspectieven voor de Groene Omgeving van belang.
In de Groene Omgeving gaat het hoofdzakelijk om: behoud en versterking van de kwaliteit van het landschap, het realiseren van een samenhangend netwerk van gebieden met natuur- en waterkwaliteit, ontwikkelingsmogelijkheden voor de landbouw, het toerisme en andere economische dragers, realisatie van waterkwaliteitsdoelen, het duurzaam beheer van drinkwatervoorraden én het opwekken van hernieuwbare energie. In de Groene Omgeving onderscheidt de provincie de volgende drie ontwikkelingsperspectieven: •
de zone Ondernemen met Natuur en Water (ONW); BJZ.nu Ruimtelijke plannen & advies
18
Bestemmingsplan “Buitengebied Kruisseltlaan 8 De Lutte” Vastgesteld • •
agrarisch ondernemen in het grootschalige landschap; wonen en werken in het kleinschalige mixlandschap.
Het plangebied kent op basis van de ontwikkelingsperspectievenkaart van de provincie Overijssel het ontwikkelingsperspectief ‘Wonen en werken in het kleinschalig mixlandschap’. In afbeelding 4.2 is een uitsnede van de perspectievenkaart behorende bij de Omgevingsvisie opgenomen, waarbij het plangebied met rode ster is weergegeven.
Afbeelding 4.2
Uitsnede ontwikkelingsperspectievenkaart Omgevingsvisie Overijssel (Bron: Provincie Overijssel)
‘Wonen en werken in het kleinschalige mixlandschap’ Van de ruimtelijke kwaliteitsambities staat in dit ontwikkelingsperspectief de ambitie voortbouwen aan de kenmerkende structuren van de agrarische cultuurlandschappen voorop. Daarnaast gelden – net als voor alle andere ontwikkelingsperspectieven – de ruimtelijke kwaliteitsambities: • • •
zichtbaar en beleefbaar mooi landschap; sterke ruimtelijke identiteiten als merken voor Overijssel; continu en beleefbaar watersysteem.
Toetsing van het initiatief aan het ‘Ontwikkelingsperspectief’ Voorliggend plan voorziet in het verplaatsen van een woonbestemming naar nabijgelegen grond. Ten aanzien van de ontwikkeling wordt het nieuwe woonerf landschappelijk ingepast. Zoals reeds in paragraaf 3.1 benoemd worden de landschappelijke elementen van het omliggende kleinschalige landschap versterkt, hiermee wordt een ruimtelijke kwaliteit geleverd. Gesteld wordt dat het initiatief in overeenstemming is met het ter plaatse geldende ontwikkelingsperspectief. 4.2.4.3 Hoe - Gebiedskenmerken Op basis van gebiedskenmerken in vier lagen (natuurlijke laag, laag van het agrarisch-cultuurlandschap, stedelijke laag en de laag van de beleving) gelden specifieke kwaliteitsvoorwaarden en –opgaven voor
BJZ.nu Ruimtelijke plannen & advies
19
Bestemmingsplan “Buitengebied Kruisseltlaan 8 De Lutte” Vastgesteld ruimtelijke ontwikkelingen. Bij toetsing van het ruimtelijke initiatief aan de gebiedskenmerken in vier lagen is van belang dat het plangebied in het landelijk gebied ligt. Dit betekent dat de ‘Stedelijke laag' buiten beschouwing kan blijven. Vanwege het ontbreken van bijzondere eigenschapen binnen de ‘Laag van de beleving’, wordt ook deze laag buiten beschouwing gelaten. 1. De ‘Natuurlijke laag’ Het plangebied is op de gebiedskenmerkenkaart van de ‘Natuurlijke laag’ aangeduid met het gebiedstype ‘Stuwwallen’. De onderstaande afbeelding betreft een uitsnede van de gebiedskenmerkenkaart van de ‘Natuurlijke laag’. Het plangebied is met rode ster weergegeven.
Afbeelding 4.3
Uitsnede van de ‘Natuurlijke laag’ (Bron: Provincie Overijssel)
‘Stuwwallen’ De stuwwallen zijn tijdens de ijstijd opgestuwde aardlagen. Door de vaak grote hoogteverschillen zijn ze nu nog steeds goed zichtbaar. Op een aantal plekken zijn de ruggen al van verre zichtbaar; bovenop staand bieden ze spectaculaire zichten over de provincie. De stuwwalen hebben als regionale inzijggebieden een belangrijke functie in het watersysteem. Het zijn de ‘ingangen’ van regionale en lokale stelsels van grondwaterstromen. Lagen met diverse bodemsamenstelling zijn scheef gesteld, waardoor er voedselrijker en armere, waterdoorlatende en ondoorlatende lagen direct naast elkaar kunnen liggen. Zo bestaan de Twentse stuwallen voor een groot deel uit tertiaire (zee)klei en keileem. Hierdoor zijn ze overwegend nat en komen er talrijke brongebieden voor. Als ontwikkelingen plaats vinden, dan dragen deze bij aan het beter zichtbaar en beleefbaar maken van de hoogteverschillen en van de overgang tussen stuwwal en omgeving. Ook dienen ontwikkelingen bij te dragen aan versterking van de potentiële natuurlijke kwaliteiten van de ‘natte voet’ van de stuwwal (kwelzone, brongebied) en deze beter zichtbaar maken. Toetsing van het initiatief aan de ‘Natuurlijke laag’ Het erf aan de Kruisseltlaan 8 dateert rond 1905 en is gelegen op de stuwwal van de Lutte, aan de rand van de ‘Lutter Esch’, waar een aantal (zand)wegen samenkomen.
De landschappelijke elementen van het omliggende kleinschalige landschap, waaronder kleine bospercelen, houtwallen en bomenrijen, zijn goed intact gebleven waardoor het kenmerkende open karakter van de es nog sterk beleefbaar is. Het erf maakt onderdeel uit van de rand van de es. Zoals reeds benoemd in paragraaf 3.1 worden de kenmerkende eigenschappen van dit BJZ.nu Ruimtelijke plannen & advies
20
Bestemmingsplan “Buitengebied Kruisseltlaan 8 De Lutte” Vastgesteld landschap versterkt. Geconcludeerd wordt dat het voornemen in overeenstemming is met de ‘Natuurlijke laag’. 2. De ‘Laag van het agrarisch cultuurlandschap’ De tweede laag beschrijft het palet van agrarische cultuurlandschappen met hun dragende structuren en nederzettingsvormen. Deze laag is het resultaat van de wisselwerking tussen verschillen in de natuurlijke ondergrond en de manier waarop gebieden in cultuur werden – en worden – gebracht. Door de eeuwen heen is een geschakeerd patroon van akkers, weiden, hooiland en bebouwing (hoeven, kernen en dorpen) gegroeid. Vanouds kennen de nederzettingen een sterke ruimtelijke en functionele relatie met het omliggende landschap. Het agrarisch cultuurlandschap is bij uitstek een gebruikslandschap. Bij de ontwikkeling ervan hebben nooit ideeën over schoonheid een rol gespeeld. Wel zijn we het agrarisch cultuurlandschap in de loop van de tijd gaan waarderen. Het heeft als ‘consumptielandschap’ voor bewoners, recreanten en toeristen nieuwe betekenis gekregen. Veel mensen hechten aan de rust, de ruimte, de mogelijkheden om te fietsen, wandelen, et cetera. En aan de kwaliteit: vooral de herkenbaarheid, de contrasten en de afwisseling van verschillende landschapstypen worden gewaardeerd. De landschappelijke structuren zijn belangrijke dragers van de biodiversiteit.
In afbeelding 4.4 is een uitsnede weergegeven van de gebiedskenmerkenkaart van de ‘Laag van het agrarisch cultuurlandschap’ waarbij het plangebied ligt in het gebiedstype ‘Oude hoevenlandschap’. Het plangebied is met rode ster weergegeven.
Afbeelding 4.4
Uitsnede van de ‘Laag van het agrarisch cultuurlandschap’ (Bron: Provincie Overijssel)
‘Oude hoevenlandschap’ Het Oude Hoevenlandschap betreft een landschap met verspreide erven. Het werd ontwikkeld nadat de complexen met de grote essen ‘bezet’ waren en een volgende generatie boeren nieuwe ontwikkelingsruimte zocht. Die vonden ze bij kleine dekzandkopjes die individueel werden ontgonnen. Dit leidde tot een landschap dat de zelfde opbouw kent als het essenlandschap, alleen in een meer kleinschalige, meer individuele en jongere variant. Deze kleinere maat en schaal is tevens de reflectie van de natuurlijke ondergrond. Het landschap is contrastrijk met veel variatie op de korte afstand.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen & advies
21
Bestemmingsplan “Buitengebied Kruisseltlaan 8 De Lutte” Vastgesteld Als ontwikkelingen plaats vinden in het oude hoevenlandschap, dan dragen deze bij aan behoud en accentuering van de dragende structuren (groenstructuur en routes) van het oude hoevenlandschap, en aan de samenhang en de karakteristieke verschillen tussen de landschapselementen. Toetsing van het initiatief aan de ‘Laag van het agrarisch cultuurlandschap’ In voorliggend geval is een erfinrichtingsplan opgesteld om het nieuwe woonerf aan de Kruisseltlaan 8 conform de geldende gebiedskenmerken landschappelijk in te passen. In het erfinrichtingsplan is aandacht besteed aan de manier waar de landschappelijke inpassing in overeenstemming is met de ‘Laag van het agrarisch cultuurlandschap’. Verwezen wordt naar paragraaf 3.1 en bijlage 1 bij deze toelichting. Geconcludeerd wordt dat de gewenste ontwikkeling in overeenstemming is met de ‘Laag van het agrarisch cultuurlandschap’. 4.2.5
Conclusie toetsing van het initiatief aan het provinciaal beleid
Geconcludeerd wordt dat de ruimtelijke ontwikkeling in overeenstemming is met de Omgevingsvisie Overijssel en de Omgevingsverordening Overijssel.
4.3
Gemeentelijk beleid
4.3.1
Omgevingsvisie Losser
4.3.1.1 Algemeen De gemeente Losser beschikt sinds 2023 over een eigen actuele omgevingsvisie. In deze Omgevingsvisie schetst de gemeente Losser een toekomstbeeld. Wat zijn de ambities en hoe ziet de gemeente de leefomgeving in 2040. Welke kansen liggen er? De visie gaat over de lange termijn. In de visie wordt ingegaan op ambities en gebiedskompassen. Hierna wordt op de voor het plangebied relevante ambities en gebiedskompassen ingegaan. 4.3.1.2 Ambities De gemeente heeft de volgende vier ambities geformuleerd: 1. 2. 3. 4.
Een herkenbaar en gastvrij Losser; Een leefbaar en gezond Losser; Een toekomstgericht Losser; Een innovatief en ondernemend Losser.
In dit geval is met name de ambitie ‘leefbaar en gezond Losser’ van belang, aangezien deze onder andere gaat over wonen. Binnen deze ambitie zijn meerdere speerpunten benoemd. Eén van de speerpunten is: Wij gaan verder werken aan een gemeente waar het voor jong en oud prettig wonen is. We zetten daarom in op een gevarieerd woningaanbod. Het realiseren van woningen doen we als gemeente echter niet zelf. Met ontwikkelende partijen maken we daarom afspraken omtrent aantal en typen te ontwikkelen woningen. Binnen de ambitie ‘innovatief en ondernemend Losser’ is daarnaast het volgende benoemd: We willen het landelijk gebied vitaal houden. Het is een grote uitdaging om verpaupering te voorkomen en bestaande bebouwing overeind te houden. We bieden daarom meer ruimte voor (economische) activiteiten op voormalige bedrijfslocaties. Hoewel we de focus leggen op bestaande bebouwing, sluiten we het oprichten van nieuwe bebouwing niet volledig uit. Ook op dit vlak willen we maatwerk bieden. Wel vinden we de aspecten zorgvuldig ruimtegebruik en ruimtelijke kwaliteit erg belangrijk.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen & advies
22
Bestemmingsplan “Buitengebied Kruisseltlaan 8 De Lutte” Vastgesteld 4.3.1.3 Gebiedskompas – aan de flanken van de stuwwal Het plangebied ligt binnen het gebiedskompas ‘aan de flanken van de stuwwal’. Hiervoor geldt het onder andere volgende: Vanwege landschappelijke waarden leent dit deelgebied zich bijzonder goed voor een verdere ontwikkeling van de recreatie. We streven wel naar een gevarieerd aanbod en waken voor meer van het zelfde. De oostzijde van dit deelgebied beschouwen we als een multifunctioneel gebied. Landbouw, wonen, recreatie en kleinschalige bedrijvigheid functioneren hier al lange tijd naast elkaar. Die functiemenging heeft het gebied haar waarde en charme gegeven en willen we in stand houden. 4.3.1.4 Toetsing van de ontwikkeling aan de Omgevingsvisie De gemeente streeft naar prettig wonen voor iedereen en tevens naar het vitaal houden van het landelijk gebied. Door de ontwikkeling wordt een toekomstbestendige woning gerealiseerd, waardoor aan deze twee doelstellingen wordt bijgedragen. Binnen het gebiedskompas geldt dat het beleid gericht is op een multifunctioneel gebied waarbij de gemeente het gebied haar charme wil laten behouden en versterken. Door de ontwikkeling, waarbij een passende woning wordt gerealiseerd en tevens investeringen in het landschap plaatsvinden, draagt de ontwikkeling hieraan bij.
Het initiatief is hiermee in overeenstemming met de Omgevingsvisie. 4.3.2
Toekomstvisie gemeente Losser 2025
4.3.2.1 Algemeen De toekomstvisie van de gemeente Losser ‘Samen schatbewaarders van de gemeente Losser’ is tot stand gekomen doordat de gemeente Losser samen met de partners uit de gemeente Losser na is gaan denken over hoe de gemeente er in 2025 uit moet zien. Hierbij werd onder andere gedacht over voorzieningen en het bestuur van de gemeente. De toekomstvisie wijst de weg en helpt bij het maken van keuzes op grond van de wensen en behoeften die hierin worden benoemd. 4.3.2.2 Thema’s Bij het in kaart brengen van de ontwikkelingen voor de toekomst en de opgaven die zullen gaan spelen onderscheidt de gemeente Losser vier thema’s, waarin elk thema een strategische doelstelling heeft. Het gaat hierbij om: 1. 2. 3. 4.
Natuur en Ruimte, dit thema gaat over landschap, wonen, wegen, verkeer en bouwen. Zorg en Welzijn, hieronder vallen onderwijs, sport, cultuur, participatie en volksgezondheid. Recreatie, Toerisme en Economie, hier horen ondernemerschap, werkgelegenheid en inkomen bij. Bestuur en Dienstverlening, dit thema draait om communicatie, veiligheid, toezicht en handhaving.
Voor de in deze onderbouwing besloten ontwikkeling is het aspect wonen van belang. Wonen De gemeente wenst in 2025 een vitale samenleving, waarin voorzieningen gespreid gelegen zijn en tevens sprake is van een gevarieerd aanbod. Voor alle levensfasen dienen woningen te zijn en er is meer ruimte voor inwoners, bijvoorbeeld in de zin van Collectief particulier opdrachtgeverschap of andere initiatieven. Het streven op het gebied van wonen is dan ook: een gemeente waarin voor iedereen die hier wil wonen een kwalitatief goede en levensloopbestendige woning beschikbaar is in één van de vitale karakteristieke kerkdorpen. De beleidsstukken die hierbij met name van belang zijn betreffen de woonvisie en de welstandsnota. 4.3.2.3 Toetsing van het initiatief aan de Toekomstvisie gemeente Losser 2025 Voorliggend initiatief voorziet in het verplaatsen van een woonerf naar achterliggende gronden. Het voornemen ziet niet toe op een toename van het aantal woningen. Door de sloop en herbouw wordt
BJZ.nu Ruimtelijke plannen & advies
23
Bestemmingsplan “Buitengebied Kruisseltlaan 8 De Lutte” Vastgesteld bijgedragen aan het vitaal en kwalitatief op peil houden van het woningaanbod in het buitengebied. Geconcludeerd wordt dat het plan in overeenstemming is met de Toekomstvisie gemeente Losser 2025. 4.3.3
Welstandnota
4.3.3.1 Algemeen De “Welstandsnota Gemeente Losser” (2013) behandelt het gemeentelijke beleid ten aanzien van het welstandstoezicht in de gemeente. De gemeente heeft de ambitie om meer ruimte te creëren voor burgers die willen bouwen in aansluiting op de toegenomen deregulering. Te veel regels kunnen soms beperken en dragen niet per definitie bij aan goede resultaten. Dit betekent dat de gemeente wil sturen op kwaliteit daar waar het er toe doet, en wil loslaten daar waar dat kan. Op basis van een waardering van de bebouwing in haar omgeving met de daarbij behorende ambitiebepaling is het grondgebied van de gemeente Losser ingedeeld in welstandsvrije gedeeltes in de kernen en twee niveaus van welstand, te weten: niveau 1 en niveau 2. In de welstandsvrije gebieden geldt geen welstandstoezicht. Het excessenbeleid is in deze gebieden ook niet van toepassing. In de gebieden met een welstandsniveau 1 geldt een welstandsbeleid dat erop gericht is om de basiskwaliteit van het gebied te behouden. De welstandstoets zal in principe uitgevoerd worden door de gemeenteambtenaar aan de hand van ambtelijke welstandscriteria. Tenzij de plannen een grote impact hebben op de ruimtelijke kwaliteit van dit gebied. Dan wordt de toets door de stadsbouwmeester uitgevoerd aan de hand van basiscriteria.
Het welstandsbeleid in de gebieden met een welstandsniveau 2 is gericht op het behouden en stimuleren van de ruimtelijke kwaliteiten. De welstandstoets zal hier uitgevoerd worden door de stadsbouwmeester. De gebiedsindeling van het buitengebied is gemaakt op grond van de structuurvisie van de gemeente Losser (april 2012). Op grond van de gemaakte waardering is aan elk deelgebied een welstandsniveau toegekend. De gemeente Losser maakt onderdeel uit van nationaal landschap Noordoost Twente. Noordoost Twente is een nationaal landschap om de unieke landschapskwaliteiten, bijzondere natuurlijke en recreatieve kwaliteiten in combinatie met cultuurhistorie. Dit is een belangrijke reden waarom voor het buitengebied niet gekozen is voor welstandsvrije gebieden. Hieronder is in afbeelding 4.5 de welstandswaardering het buitengebied weergegeven, het plangebied is indicatief met de rode ster aangeduid.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen & advies
24
Bestemmingsplan “Buitengebied Kruisseltlaan 8 De Lutte” Vastgesteld
Afbeelding 4.5
Welstandsnota, waardering buitengebied (Bron: Gemeente Losser)
4.3.3.2 Toetsing plan aan ‘Welstandsnota Losser’ Het plangebied ligt in een gebied dat wordt gewaardeerd als niveau 2. Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het bouwen zal de stadsbouwmeester het ontwerp aan de geldende welstandscriteria toetsen. 4.3.4 Conclusie toetsing aan het gemeentelijk beleid Gezien het vorenstaande wordt geconcludeerd dat de in dit plan besloten ontwikkeling past binnen de gemeentelijke kaders.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen & advies
25
Bestemmingsplan “Buitengebied Kruisseltlaan 8 De Lutte” Vastgesteld
HOOFDSTUK 5
MILIEU- EN OMGEVINGSASPECTEN
Op grond van artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening moet in de toelichting op het bestemmingsplan een beschrijving worden opgenomen van de wijze waarop de milieukwaliteitseisen bij het plan zijn betrokken. Daarbij moet rekening gehouden worden met de geldende wet- en regelgeving en met de vastgestelde (boven)gemeentelijke beleidskaders. Bovendien is een bestemmingsplan vaak een belangrijk middel voor afstemming tussen de milieuaspecten en ruimtelijke ordening. In dit hoofdstuk worden de resultaten van het onderzoek naar de milieukundige uitvoerbaarheid beschreven. Het betreft de thema’s geluid, bodem, luchtkwaliteit, externe veiligheid, milieuzonering, geur, ecologie, archeologie & cultuurhistorie en het besluit milieueffectrapportage.
5.1
Geluid
5.1.1
Algemeen
De Wet geluidhinder (Wgh) bevat geluidnormen en richtlijnen over de toelaatbaarheid van geluidniveaus als gevolg van rail- en wegverkeerslawaai en industrielawaai. De Wgh geeft aan dat een akoestisch onderzoek moet worden uitgevoerd bij het voorbereiden van de vaststelling van een bestemmingsplan indien het plan een geluidgevoelig object mogelijk maakt binnen een geluidszone van een bestaande geluidsbron of indien het plan een nieuwe geluidsbron mogelijk maakt. Het akoestisch onderzoek moet uitwijzen of de wettelijke voorkeurswaarde bij geluidgevoelige objecten wordt overschreden en zo ja, welke maatregelen nodig zijn om aan de voorkeurswaarde te voldoen 5.1.2
Situatie plangebied
5.1.2.1 Wegverkeerslawaai In artikel 74 van de Wgh is aangegeven dat wegen aan weerszijden een wettelijke geluidszone hebben waarvan de grootte is opgenomen in onderstaande tabel. Aantal rijstroken
Stedelijk gebied Buiten stedelijk gebied
1 of 2 rijstroken
200 m
250 m
3 of 4 rijstroken
350 m
400 m
5 of meer rijstroken 350 m
600 m
Wettelijke geluidszones van wegen: De hiervoor genoemde zones gelden niet voor: • •
wegen die zijn aangeduid als woonerf (art 74.2); wegen waarvoor een maximumsnelheid van 30 km/uur geldt (art 74.2).
In voorliggend geval bevindt de woning zich binnen de wettelijke geluidszone van de Kruisseltlaan. De Kruisseltlaan heeft een snelheidsregime van 60 km/per uur. Onderhavig voornemen ziet toe op het verplaatsen van de woning verder vanaf de Kruisseltlaan om hinder van deze weg te verminderen. In de beoogde situatie ligt de woning op een afstand van circa 40 meter vanaf de Kruisseltlaan. De Kruisseltlaan is een zeer rustige weg die met name door het bestemmingsverkeer wordt gebruikt. Gezien de ruime afstand en de lage verkeersintensiteit op de Kruisseltlaan wordt een aanvaardbaar woon- en leefklimaat verwacht ten aanzien van wegverkeerslawaai.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen & advies
26
Bestemmingsplan “Buitengebied Kruisseltlaan 8 De Lutte” Vastgesteld 5.1.2.2 Railverkeerslawaai In de nabijheid van het plangebied ligt geen spoorlijn. Een akoestisch onderzoek railverkeerslawaai kan achterwege blijven. 5.1.2.3 Industrielawaai In de nabijheid van het plangebied zijn geen geluidsgezoneerde bedrijventerreinen aanwezig. In paragraaf 5.5 wordt nader ingegaan op milieuhinder (o.a. geluid) als gevolg van individuele bedrijven. Op deze plaats wordt geconcludeerd dat het aspect industrielawaai geen belemmering vormt. 5.1.3
Conclusie
De Wet geluidhinder vormt geen belemmering voor dit plan.
5.2
Bodem
5.2.1
Algemeen
Bij de vaststelling van een bestemmingsplan dient te worden bepaald of de aanwezige bodemkwaliteit past bij het toekomstige gebruik van die bodem en of deze aspecten optimaal op elkaar kunnen worden afgestemd. Om hierin inzicht te krijgen, is in voorliggend geval een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd. Het volledige onderzoeksrapport is opgenomen in bijlage 2 bij deze toelichting. Hierna wordt ingegaan op de onderzoeksresultaten. 5.2.2
Situatie plangebied
Onderzoeksresultaten verkennend bodemonderzoek De locatie betreft een woning met bijgebouwen en een schuur. Initiatiefnemer is voornemens de woonbestemming te verleggen en de woning met bijgebouwen te verplaatsen. Het beoogde woonvlak betreft de onderzoekslocatie. Gehele locatie In het bovengrondmengmonster BM1 zijn geen verhogingen aangetroffen. In het ondergrondmengmonster OM1 zijn eveneens geen verhogingen aangetroffen. In het grondwatermonster Pb1wm1 zijn lichte verhogingen nikkel, cadmium en kwik aangetroffen. Algemeen Op basis van onderhavig onderzoek wordt een nader bodemonderzoek voor deze locatie niet noodzakelijk geacht. De onderzoekslocatie wordt vanuit milieuhygiënisch oogpunt geschikt geacht voor het beoogde gebruik. 5.2.3 Conclusie Op basis van het vorenstaande wordt geconcludeerd dat het aspect ‘bodem’ geen belemmering vormt voor de in dit bestemmingsplan besloten ontwikkeling.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen & advies
27
Bestemmingsplan “Buitengebied Kruisseltlaan 8 De Lutte” Vastgesteld
5.3
Luchtkwaliteit
5.3.1
Algemeen
Om een goede luchtkwaliteit in Europa te garanderen heeft de Europese Unie een viertal kaderrichtlijnen opgesteld. De hiervan afgeleide Nederlandse wetgeving is vastgelegd in hoofdstuk 5, titel 2 van de Wet milieubeheer. Deze wetgeving staat ook bekend als de Wet luchtkwaliteit. In de Wet luchtkwaliteit staan ondermeer de grenswaarden voor de verschillende luchtverontreinigende stoffen. Onderdeel van de Wet luchtkwaliteit zijn de volgende Besluiten en Regelingen: • •
Besluit en de Regeling niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen); Besluit gevoelige bestemmingen (luchtkwaliteitseisen).
5.3.1.1 Besluit en de Regeling niet in betekenende mate bijdragen Het Besluit niet in betekenende mate bijdragen (NIBM) staat bouwprojecten toe wanneer de bijdrage aan de luchtverontreiniging van het desbetreffende project niet in betekenende mate is. Het begrip ‘niet in betekenende mate’ is gedefinieerd als 3% van de grenswaarden uit de Wet milieubeheer. Het gaat hierbij uitsluitend om stikstofdioxide (NO2) en fijn stof (PM10). Toetsing aan andere luchtverontreinigende stoffen uit de Wet luchtkwaliteit vindt niet plaats. In de Regeling NIBM is een lijst met categorieën van gevallen (inrichtingen, kantoor- en woningbouwlocaties) opgenomen die niet in betekenende mate bijdragen aan de luchtverontreiniging. Enkele voorbeelden zijn: • • •