BP Buitengebied Hanhofweg 3-5 De Lutte
Tekst van het document
Dit neemt naar verwachting juist alleen maar af, aangezien er een drietal opslaggebouwen (met bijbehorende verkeersbewegingen) worden gesloopt. Er is geen nader onderzoek nodig. Uit de jaarlijkse rapportage van de luchtkwaliteit (bron: Atlas Leefomgeving) blijkt bovendien dat er, in de omgeving van het plangebied, langs wegen geen overschrijdingen van de grenswaarden aan de orde zijn. Een overschrijding van de grenswaarden is ook in de toekomst niet te verwachten. Aanvullend onderzoek naar de
bestemmingsplan Buitengebied, Hanhofweg 3-5 De Lutte NL.IMRO.0168.bp008vzp22ph02-0401
29
luchtkwaliteit is derhalve niet nodig. Het aspect 'luchtkwaliteit' levert geen belemmering op voor voorliggend bestemmingsplan.
4.6
Externe veiligheid
Externe veiligheid is een beleidsveld dat is gericht op het beheersen van risico's die ontstaan voor de omgeving bij de productie, de opslag, de verlading, het gebruik en het transport van gevaarlijke stoffen. Nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen moeten worden getoetst aan wet- en regelgeving op het gebied van externe veiligheid. Concreet gaat het daarbij om risicovolle bedrijven, vervoer gevaarlijke stoffen per weg, spoor en water en transport gevaarlijke stoffen via buisleidingen. Op de diverse aspecten van externe veiligheid is afzonderlijke wetgeving van toepassing. Voor risicovolle bedrijven gelden onder meer: het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi); de Regeling externe veiligheid (Revi); het Registratiebesluit externe veiligheid; het Besluit risico's zware ongevallen 2015 (Brzo 2015); het Vuurwerkbesluit; Voor vervoer gevaarlijke stoffen geldt het Besluit externe veiligheid transportroutes en de Regeling Basisnet. Op transport gevaarlijke stoffen via buisleidingen zijn het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) en de Regeling externe veiligheid buisleidingen (Revb) van toepassing. Risicokaart Aan hand van de Risicokaart is een inventarisatie verricht van risicobronnen in en rond het plangebied.
Op de Risicokaart staan meerdere soorten risico's, zoals ongevallen met brandbare, explosieve en giftige stoffen, grote branden of verstoring van de openbare orde. In totaal worden op de Risicokaart dertien soorten rampen weergegeven.
Figuur 4.3: Uitsnede risicokaart (bron: risicokaart.nl) Toets Uit de inventarisatie blijkt dat binnen een straal van minimaal 1,2 kilometer afstand van het plangebied geen risico's op basis van de externe veiligheid zijn gelegen. De dichtstbijzijnde
bestemmingsplan Buitengebied, Hanhofweg 3-5 De Lutte NL.IMRO.0168.bp008vzp22ph02-0401
30
risicobron betreft de Rijksweg A1. Het plangebied ligt ruimschoots buiten de risicocontour voor explosie- en brandgevaar. Ook voor de andere risicobronnen ligt het plangebied buiten de gestelde risicobronnen. Derhalve geldt dat het plangebied: zich niet bevindt binnen de risicocontour van Bevi- en Brzo-inrichtingen, danwel inrichtingen die vallen onder het Vuurwerkbesluit (plaatsgebonden risico); zich niet bevindt binnen een gebied waarbinnen een verantwoording van het groepsrisico nodig is; niet is gelegen binnen de veiligheidsafstanden van het vervoer gevaarlijke stoffen; niet is gelegen binnen de veiligheidsafstanden van buisleidingen voor het vervoer van gevaarlijke stoffen. Een en ander brengt met zich mee dat het project in overeenstemming is met wet- en regelgeving met betrekking tot externe veiligheid.
4.7
Water
Een belangrijk instrument om waterbelangen in ruimtelijke plannen te waarborgen is de watertoets, die sinds 1 november 2003 wettelijk is verankerd. Initiatiefnemers zijn verplicht in ruimtelijke plannen een beschrijving op te nemen van de gevolgen van het plan voor de waterhuishouding. Het doel van de wettelijk verplichte watertoets is te garanderen dat waterhuishoudkundige doelstellingen expliciet en op een evenwichtige wijze in het plan worden afgewogen. Deze waterhuishoudkundige doelstellingen betreffen zowel de waterkwantiteit (veiligheid, wateroverlast, tegengaan verdroging) als de waterkwaliteit (riolering, omgang met hemelwater, lozingen op oppervlaktewater). Waterbeleid De Europese Kaderrichtlijn Water is richtinggevend voor de bescherming van de oppervlaktewaterkwaliteit in de landen in de Europese Unie. Aan alle oppervlaktewateren in een stroomgebied worden kwaliteitsdoelen gesteld die in 2015 moeten worden bereikt. Ruimtelijk relevant rijksbeleid is verwoord in de NOVI en het Nationaal Water Programma 2022-2027 (inclusief de stroomgebiedbeheerplannen). Op provinciaal niveau zijn de Omgevingsvisie en de bijbehorende Omgevingsverordening richtinggevend voor ruimtelijke plannen. Het Waterschap Vechtstromen heeft de beleidskaders van rijk en provincie nader uitgewerkt in het Waterbeheerprogramma 2022-2027.
Het staat de komende jaren voor grote uitdagingen en blijft werken aan voldoende water (niet te veel, niet te weinig), omgaan met klimaatverandering, voldoen aan de eisen voor waterkwaliteit, de biodiversiteit versterken en daarnaast wordt gewerkt aan duurzame energie en circulair grondstoffengebruik. In de Watervisie 2050 heeft het waterschap de opgaven beschreven. Daarin wordt geschetst hoe het watersysteem er in 2050 moet uitzien om goed toegerust te zijn voor alle uitdagingen. Het Waterbeheerprogramma 2022-2027 vloeit rechtstreeks voort uit de Watervisie. Het waterbeheerprogramma beschrijft hoe het waterschap de komende zes jaar werkt aan het realiseren van het gewenste waterbeheersysteem. Hieronder wordt de Watervisie 2050 en het Waterbeheerprogramma 2022-2027 beschreven. Watervisie 2050 Het Waterschap Vechtstromen heeft op 14 april 2021 de Watervisie 2050 vastgesteld. In deze Watervisie staat de drie belangrijkste opgaven waaraan Vechtstromen volgens zeven hoofdlijnen wil werken met partners en inwoners. De drie belangrijkste opgaves zijn: de toenemende droogte en wateroverlast als gevolg van klimaatverandering; de waterkwaliteit die onder druk staat: de transitie naar een duurzame ontwikkeling. De Watervisie zal worden doorvertaald naar een Waterbeheerprogramma waarin wordt bepaald hoe het Waterschap in de periode 2022-2027 gaat werken aan haar opgaves.
In het beheerprogramma zal het beleid en de maatregelen worden opgenomen. Waterbeheerprogramma 2022-2027 Het waterbeheerprogramma 2022-2027 is op 15 december 2021 vastgesteld door het
bestemmingsplan Buitengebied, Hanhofweg 3-5 De Lutte NL.IMRO.0168.bp008vzp22ph02-0401
31
algemeen bestuur van Vechtstromen. Het waterbeheerprogramma gaat in op alle aspecten van het watersysteembeheer (met uitzondering van het rioleringsbeheer en de drinkwaterzorg). Voor partners en ingezetenen verschaft het programma inzicht in de wijze waarop het waterschap omgaat met het water in het beheergebied. Het waterbeheerprogramma volgt inhoudelijk op de Watervisie 2050, die op 14 april 2021 door het algemeen bestuur is vastgesteld. Het waterbeheerprogramma beschrijft welke maatregelen Vechtstromen wil nemen in de planperiode 2022-2027 om te werken aan de ambities uit de Watervisie. Het waterbeheerprogramma sluit aan bij plannen van andere partijen zoals het Nationale waterplan (Nationaal Water Programma 2022-2027), het Stroomgebiedsbeheerplan Rijndelta en de Omgevingsvisie van de provincies Overijssel en Drenthe. Belangrijk uitgangspunt van het Waterbeheerprogramma is de verandering van het klimaat. De weersomstandigheden zijn steeds minder vaak gemiddeld. Dat merken we de laatste twee decennia steeds duidelijker. De winters worden natter en in de zomer zijn er langere hete en droge perioden en vallen de buien steeds meer lokaal. Deze zomerbuien hebben vaker een zeer hoge intensiteit, wat leidt tot hoge afvoerpieken en overstromingen. Het watersysteem is nog niet goed toegerust op die verandering.
Het is nu nog vooral ingericht op basis van gemiddelden - de normale beheersituatie enerzijds en het voorkomen van wateroverlast anderzijds - en niet op langdurige droge periodes en incidentele hoosbuien. Dit betekent dat het watersysteem aangepast moet worden. Daarbij heeft het waterschap de ambitie om te komen tot een klimaatrobuust watersysteem in 2050: een systeem dat zowel in kwantitatief als kwalitatief opzicht tegen een stootje kan en goed is toegerust op veranderingen en grotere weersextremen. Overeenkomstig de Watervisie 2050 heeft het waterschap de volgende hoofdlijnen aangegeven waar de komende jaren aan gewerkt wordt: Als gevolg van de klimaatverandering wil het waterschap zorgen voor meer balans tussen 'droge voeten' en het beperken van wateroverlast. Dat betekent dat water het leidende principe is voor het inrichten van de leefomgeving in plaats van andersom: water volgend aan de inrichting. Er wordt meer aandacht gegeven aan het vasthouden van water in de bodem. Regenwater wordt niet als afvalwater beschouwd, maar als bouwsteen in de ontwikkeling van een robuust watersysteem. Watertoetsproces Op 21-8-23 is via www.dewatertoets.nl de digitale watertoets verricht, zie Bijlage 4. De initiatiefnemer heeft het waterschap Vechtstromen geinformeerd over het plan door gebruik te maken van de digitale watertoets.
De beantwoording van de vragen heeft er toe geleid dat de korte procedure van de watertoets is toegepast. De bestemming en de grootte van het plan hebben een geringe invloed op de waterhuishouding. Tot slot wordt in het plan het afvalwater van de woning afgevoerd via het rioolstelsel. Hemelwater wordt ter plaatse geïnfiltreerd. Op eigen terrein is hiervoor voldoende ruimte beschikbaar. De procedure in het kader van de watertoets is goed doorlopen. Het waterschap Vechtstromen geeft een positief wateradvies.
4.8
Ecologie
Bij een ruimtelijk plan moeten de gevolgen van de voorgenomen ontwikkeling met betrekking tot aanwezige natuurwaarden in beeld worden gebracht. Daarbij wordt ingegaan op de relatie van het plan met beschermde gebieden, beschermde soorten, en het Natuurnetwerk Nederland (NNN). De wettelijke kaders hiervoor worden gevormd door Europese richtlijnen (Vogelrichtlijn en Habitatrichtlijn), nationale regelgeving (Wet natuurbescherming) en provinciale regelgeving (NNN in provinciale verordening). Toetsing Bij dit bestemmingsplan wordt hiervoor gebruik gemaakt van een quickscan natuurwaarden uitgevoerd door Natuurbank Overijssel op 17 augustus 2023, zie ook Bijlage 5. De resultaten zijn in de volgende alinea's opgenomen. Het plangebied is op 23 juni 2023 onderzocht op de (potentiële) aanwezigheid van beschermde planten, dieren en beschermde nesten, holen, vaste rust- en voortplantingslocaties. Ook is onderzocht of de voorgenomen activiteiten een negatief effect hebben op beschermd (natuur)gebied, zoals Natura 2000 en het Natuurnetwerk Nederland.
bestemmingsplan Buitengebied, Hanhofweg 3-5 De Lutte NL.IMRO.0168.bp008vzp22ph02-0401
32
Natuurnetwerk Nederland (NNN) Het plangebied behoort niet tot het Natuurnetwerk Nederland. Het meest nabij gelegen Natuurnetwerk-gebied is en ligt circa 210 meter afstand ten oosten van het plangebied. Vanwege de ligging buiten het Natuurnetwerk Nederland, hoeft voorgenomen initiatief niet getoetst te worden aan provinciale beleidsregels ten aanzien van de bescherming van het NNN (geen externe werking). Natura 2000-gebied Het plangebied behoort niet tot het Natura 2000-gebied. Het meest nabij gelegen Natura 2000-gebied is Landgoederen Oldenzaal en ligt op circa 210 meter afstand ten oosten van het plangebied. Negatieve effecten, zoals geluid, licht en optische verstoring zijn daarom niet aan de orde. Ook zijn in het Natura 2000-gebied geen negatieve effecten, zoals trillingen waarneembaar. Een negatief effect op Natura 2000-gebied, als gevolg van de emissie van stikstofoxiden, kan niet op voorhand uitgesloten worden. Om te onderzoeken of uitvoering van de voorgenomen activiteiten leidt tot een toename van stikstofdepositie op stikstofgevoelige habitattypen in Natura 2000-gebied, is een stikstofberekening uitgevoerd te worden voor de aanleg- en gebruiksfase. Overige negatieve effecten op Natura 2000-gebied kunnen worden uitgesloten. Het onderzoek is uitgevoerd door Ad Fontem op 20 juli 2023, zie ook Bijlage 6.
Als gevolg van de voorgenomen ontwikkeling komt er zowel NOx als NH3 vrij. Door uitvoering van de AERIUS-berekening is aangetoond dat dit in de aanlegfase van de ontwikkeling leidt tot een meetbare depositie van NOx of NH3 in Natura 2000-gebied dat gevoelig is voor stikstof en ammoniak. In de gebruiksfase is er geen sprake van een meetbare depositie. De hoogste bijdrage in de aanlegfase bedraagt 0,01 mol/ha/j en slaat neer in het Natura 2000-gebied 'Landgoederen Oldenzaal'. Aangezien in de aanleg sprake is van een nadelige depositie, is er voor deze situatie een verschilberekening uitgevoerd waarin deze is afgezet tegenover de huidige legale feitelijke situatie van het vergadergebouw (referentiesituatie). Per saldo komt dit neer op een effect vanuit de projectberekening van 0,00 mol/ha/j. Dit betekent dat de aanlegfase van de voorgenomen ontwikkeling, ondanks dat er sprake is van een nadelige depositie, geen nadelige effecten heeft voor het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied 'Landgoederen Oldenzaal'. De Wet natuurbescherming vormt voor het aspect stikstof en ammoniak geen belemmering voor de uitvoering van de voorgenomen ontwikkeling. Soortenbescherming De inrichting en het gevoerde beheer maken het plangebied niet tot een geschikte groeiplaats voor beschermde plantensoorten, maar wel tot geschikt functioneel leefgebied voor verschillende beschermde dieren.
Het plangebied wordt door beschermde diersoorten hoofdzakelijk benut als foerageergebied, maar mogelijk nestelen er vogels. Beschermde amfibie-, grondgebonden zoogdier- en vleermuissoorten benutten het plangebied uitsluitend als foerageergebied. Van de in het plangebied nestelende vogelsoorten, is uitsluitend het bezette nest beschermd, niet het oude nest of de nestplaats. Bezette vogelnesten zijn beschermd en mogen niet beschadigd of vernield worden. Gelet op de aard van de werkzaamheden kan geen ontheffing verkregen worden voor het beschadigen of vernielen van bezette vogelnesten. De werkzaamheden dienen te worden afgestemd op de voortplantingsperiode van vogels. Indien het meest westelijke- en zuidelijke gebouw gesloopt en de hagen en de nestkast verwijderd worden tijdens de voortplantingsperiode, wordt geadviseerd vooraf een broedvogelscan uit te voeren om de aanwezigheid van een bezet vogelnest uit te kunnen sluiten. Door uitvoering van de voorgenomen activiteiten neemt de betekenis van het plangebied als foerageergebied voor vleermuizen af. Deze afname leidt niet tot overtreding van een verbodsbepaling van de Wet natuurbescherming. Conclusie Gezien de ligging ten opzichte van de Natura 2000-gebieden en uit te voeren activiteiten, sloop en bouw, zijn geen directe effecten op de Natura 2000-gebieden te verwachten.
Omdat het plangebied niet in een NNN gebied ligt, is geen sprake van aantasting van NNN. Wel dient in het kader van soortenbescherming de werkzaamheden afstemmen op de voortplantingsperiode van vogels. Indien het meest westelijke- en zuidelijke gebouw worden gesloopt en de hagen en de nestkast verwijderd worden tijdens de voortplantingsperiode,
bestemmingsplan Buitengebied, Hanhofweg 3-5 De Lutte NL.IMRO.0168.bp008vzp22ph02-0401
33
wordt geadviseerd vooraf een broedvogelscan uit te voeren.
4.9
Archeologie en Cultuurhistorie
Nederland heeft in 1992 het verdrag van Malta ondertekend. Het verdrag van Malta heeft als doel het archeologisch erfgoed in de bodem beter te beschermen. Voor gebieden waar archeologische waarden voorkomen of waar een reële verwachting bestaat dat er archeologische waarden aanwezig zijn dient er een archeologisch onderzoek uit te worden gevoerd, voordat er bodemingrepen plaatsvinden. Op 1 juli 2016 is de Erfgoedwet in werking getreden ter vervanging van de Monumentenwet 1988. Een deel van de monumentenwet is op deze datum overgegaan naar de Erfgoedwet. Het deel dat betrekking heeft op de besluitvorming in de fysieke leefomgeving gaat over naar de Omgevingswet, wanneer deze in werking treedt. Tot die tijd blijven deze onderdelen van de Monumentenwet 1988 gelden als overgangsrecht binnen de Erfgoedwet. Gemeenten hebben een archeologische zorgplicht en initiatiefnemers van projecten waarbij de bodem wordt verstoord zijn verplicht rekening te houden met de archeologische relicten die in het plangebied aanwezig (kunnen) zijn. Hiervoor is onderzoek noodzakelijk: het archeologisch vooronderzoek. Als blijkt dat in het plangebied behoudenswaardige archeologische vindplaatsen aanwezig zijn, dan kan de initiatiefnemer verplicht worden hiermee rekening te houden.
Dit kan leiden tot een aanpassing van de plannen, waardoor de vindplaatsen behouden blijven, of tot een archeologische opgraving en publicatie van de resultaten. Archeologie Op een deel van het plangebied ligt de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie 2'. Archeologisch onderzoek is noodzakelijk bij plangebieden groter dan 2.000 m² en met activiteiten op een diepte vanaf 0,3 meter. Voorliggend plan blijft ruimschoots onder deze grenswaarden en betreft het reeds geroerde grond. Nader onderzoek wordt niet noodzakelijk geacht. Het aspect 'archeologie' vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van voorliggend plan. Cultuurhistorie Onder cultuurhistorische waarden worden alle structuren, elementen en gebieden bedoeld die cultuurhistorisch van belang zijn. Zij vertellen iets over de ontstaansgeschiedenis van het Nederlandse cultuurlandschap. Vaak is er een sterke relatie tussen aardkundige aspecten en cultuurhistorische aspecten. De bescherming van cultuurhistorische elementen is vastgelegd in de Monumentenwet 1988 (die nog geldt als overgangsrecht binnen de Erfgoedwet). Deze wet is vooral gericht op het behouden van historische elementen voor latere generaties. Toets Uit de Cultuurhistorische waardenkaart van de provincie Overijssel kan worden afgeleid dat er geen monumenten in het plangebied aanwezig zijn.
Derhalve wordt geconcludeerd dat voorliggend plan geen negatieve gevolgen heeft voor het aspect 'cultuurhistorie'.
4.10
Verkeer / parkeren
Verkeer De ontsluiting van het te verplaatsen bouwrecht blijft bestaan via de Hanhofweg en vervolgens de Bentheimerstraat. Met voorliggende ontwikkeling neemt het aantal verkeersbewegingen niet toe. Dit neemt juist alleen maar af. Planologisch gezien is er een groepsaccommodatie/vergaderlocatie toegestaan met bijbehorende verkeersbeweringen. Deze worden met voorliggend plan gesloopt. Daarbij kan de Hanhofweg en vervolgens de Bentheimerstraat de verkeersbewegingen makkelijk via de huidige infrastructuur worden afgewikkeld. Tot slot zal met het beoogde plan de verkeersveiligheid toenemen. Ter plaatse van de Hanhofweg 3 zal het gebied heringericht worden. Er komt een overzichtelijke parkeerplaats die groen wordt aangekleed. Dit zorgt voor een overzichtelijke situatie wat de verkeersveiligheid en ruimtelijke kwaliteit ten goede komt. Het aspect 'verkeer' levert geen belemmeringen op voor dit plan. Parkeren Voor een vrijstaande woning in het buitengebied geldt een parkeernorm van gemiddeld 2,4
bestemmingsplan Buitengebied, Hanhofweg 3-5 De Lutte NL.IMRO.0168.bp008vzp22ph02-0401
34
parkeerplaatsen per woning (bron: CROW, 2018). Het parkeren vindt plaats op eigen terrein, waar voldoende ruimte is om in parkeerplaatsen te voorzien. Het aspect 'parkeren' levert geen belemmeringen op voor dit plan.
bestemmingsplan Buitengebied, Hanhofweg 3-5 De Lutte NL.IMRO.0168.bp008vzp22ph02-0401
35
Hoofdstuk 5 5.1
Juridische toelichting
Planopzet en systematiek
De in Hoofdstuk 2 beschreven planopzet is juridisch-planologisch vertaald in een bestemmingsregeling, die bindend is voor overheid, bedrijven en burgers. Het bestemmingsplan bestaat uit een verbeelding (plankaart) en regels en is voorzien van een toelichting. De regels en verbeelding (plankaart) vormen het juridisch bindende deel. Op de verbeelding worden de toegekende bestemmingen en aanduidingen visueel weergegeven. De regels bevatten het juridische instrumentarium voor het regelen van het gebruik van de gronden, bepalingen omtrent de toegelaten bebouwing, regelingen betreffende het gebruik van aanwezige en/of op te richten bouwwerken. De toelichting heeft zelf geen juridische bindende werking, maar moet worden beschouwd als handvat voor de uitleg en de onderbouwing van de opgenomen bestemmingen.
5.2
Toelichting op de regels
5.2.1
Opbouw
In deze paragraaf wordt de systematiek van de regels en de wijze waarop de regels gehanteerd dienen te worden, uiteengezet. De regels van het plan bestaan uit vier hoofdstukken, waarin achtereenvolgens de inleidende regels, de bestemmingsregels, de algemene regels en de overgangs- en slotregels aan de orde komen. Voor de systematiek is aangesloten op de SVBP2012, zoals verplicht is sinds 1 juli 2013. Dit houdt onder meer in dat het plan IMRO-gecodeerd wordt opgeleverd. Navolgend wordt de opbouw, indeling en systematiek van de regels kort toegelicht. Inleidende regels Begrippen In deze bepaling zijn omschrijvingen gegeven van de in het bestemmingsplan gebruikte begrippen. Deze worden opgenomen om interpretatieverschillen te voorkomen. Begripsbepalingen zijn alleen nodig voor begrippen die gebruikt worden in de regels en die tot verwarring kunnen leiden of voor meerdere uitleg vatbaar zijn. Wijze van meten Om op een eenduidige manier afstanden, oppervlakten en inhoud van gebouwen en/of bouwwerken, geen gebouwen zijnde, te bepalen wordt in de wijze van meten uitleg gegeven wat onder de diverse begrippen wordt verstaan. Ten aanzien van de wijze van meten op de verbeelding (plankaart) geldt steeds dat het hart van een lijn moet worden aangehouden. Bestemmingsregels De opbouw van de bestemmingen ziet er als volgt uit: bestemmingsomschrijving: De omschrijving van de doeleinden.
Hierbij gaat het in beginsel om een beschrijving van de aan de grond toegekende functies; bouwregels: In de bouwregels worden voor alle bouwwerken de van toepassing zijnde bebouwingsregels geregeld. Waar en met welke maatvoering mag worden gebouwd, wordt hier vastgelegd. Indien mogelijk wordt verwezen naar bouwvlakken en aanduidingen op de verbeelding (plankaart); specifieke gebruiksregels: In dit onderdeel is aangegeven welke vormen van gebruik in ieder geval zijn toegestaan dan wel strijdig zijn met de bestemming. Daarbij zijn niet alle mogelijke toegestane en strijdige gebruiksvormen genoemd, maar alleen die functies, waarvan het niet op voorhand duidelijk is. Het gaat hierbij in feite om een aanvulling/verduidelijking op de in de bestemmingsomschrijving genoemde functies; afwijken van de gebruiksregels: Bij een omgevingsvergunning kan onder voorwaarden worden afgeweken van het in de
bestemmingsplan Buitengebied, Hanhofweg 3-5 De Lutte NL.IMRO.0168.bp008vzp22ph02-0401
36
bestemmingsomschrijving beschreven gebruik van hoofdgebouwen; wijzigingsregels In dit onderdeel is aan burgemeester en wethouders de bevoegdheid gegeven het plan te wijzigen. Het gaat hier om wijzigingsbevoegdheden gekoppeld aan de desbetreffende bestemming. De criteria, die bij toepassing van de wijzigingsbevoegdheid in acht moeten worden genomen, zijn aangegeven. Algemene regels Anti-dubbeltelregel: Deze bepaling is opgenomen om te voorkomen dat, wanneer volgens een bestemmingsplan bepaalde gebouwen en bouwwerken niet meer dan een bepaald deel van een bouwperceel mogen beslaan, het opengebleven terrein nog eens meetelt bij het toestaan van een ander gebouw of bouwwerk, waaraan een soortgelijke eis wordt gesteld; Algemene gebruiksregels: Deze bepaling bevat een opsomming van strijdig gebruik van gronden en bouwwerken in algemene zin; Algemene aanduidingsregels: In dit artikel worden de algemene aanduidingsregels beschreven; Algemene afwijkingsregels: In deze bepaling is aan burgemeester en wethouders de bevoegdheid gegeven om af te wijken van bepaalde, in het bestemmingsplan geregelde, onderwerpen.
De criteria, die bij toepassing van de afwijkingsbevoegdheid in acht moeten worden genomen, zijn aangegeven; Overige regels: Hier staan regels geformuleerd ten aanzien van bijvoorbeeld welstand en wegverkeerslawaai en er wordt de mogelijkheid geboden om nadere eisen aan de plaats en de afmetingen van de bebouwing. Overgangs- en slotregels Overgangsrecht: Bouwwerken welke op het moment van inwerkingtreding van het bestemmingsplan bestaan (of waarvoor een bouwvergunning is aangevraagd) mogen blijven bestaan, ook al is er strijd met de bebouwingsregels. De overgangsbepaling houdt niet in dat het bestaand, illegaal opgerichte, bouwwerk legaal wordt, noch brengt het met zich mee dat voor een dergelijk bouwwerk alsnog een bouwvergunning kan worden verleend. Burgemeester en wethouders kunnen in beginsel dus nog gewoon gebruik maken van hun handhavingsbevoegdheid. Het overgangsrecht is opgenomen zoals opgenomen in artikel 3.2.1 Bro. Het gebruik van de grond en opstallen, dat afwijkt van de regels op het moment van inwerkingtreding van het plan mag eveneens worden voortgezet; Slotregel: Deze bepaling geeft aan op welke manier de regels kunnen worden aangehaald. 5.2.2
Bestemmingen
Naast de inleidende regels (begrippen en wijze van meten), algemene regels (zoals bouwregels, gebruiksregels en proceduregels) en de overgangs- en slotregels, zijn de volgende bestemmingen in dit plan opgenomen: Bestemmingen 'Agrararisch -2': De gronden met de bestemming 'Agrarisch -2' zijn opgenomen omdat deze gronden in bezit zijn van de initiatiefnemer en terugkomen op het landschapsplan. Gronden met de bestemming 'Agrarisch-2' zijn onder andere bedoeld voor agrarische cultuurgrond. In de bouwregels is opgenomen dat op de voor 'Agrarisch-2' aangewezen gronden geen gebouwen mogen worden gebouwd met uitzondering van veldschuren indien voorzien van een aanduiding en nutsvoorzieningen. 'Recreatie - Verblijfsrecreatie': De voor 'recreatie - verblijfsrecreatie' aangewezen gronden zijn bestemd voor bedrijfsmatig geëxploitateerde verblijfsrecreatie in de vorm van groepsaccommodaties, vakantieappartementen, kampeerboerderijen en daarmee gelijk te stellen voorzieningen en
bestemmingsplan Buitengebied, Hanhofweg 3-5 De Lutte NL.IMRO.0168.bp008vzp22ph02-0401
37
aan de verblijfsrecreatie ondergeschikte detailhandel, horeca en dienstverlening. Het wonen ten behoeve van het bedrijf, al dan niet in combinatie met een aan huis verbonden beroep of kleinschalige bedrijfsactiviteit is daarbij toegestaan. In de bouwregels is opgenomen dat gebouwen en overkappingen uitsluitend binnen een bouwvlak zijn toegestaan. Het aantal bedrijfswoningen bedraagt ten hoogste één per bouwperceel, dan wel het bestaande aantal bedrijfswoningen. 'Wonen': Er is gekozen voor een woonbestemming aangezien de initiatiefnemers de onderneming op termijn zullen overdragen. Op deze manier kunnen de initiatiefnemers blijven wonen, aangezien het geen bedrijfswoning betreft en daarmee geen formele binding heeft met het naastgelegen recreatiebedrijf. De voor wonen aangewezen gronden zijn bestemd voor wonen, al dan niet in combinatie met ruimte voor een aan huis verbonden beroep of kleinschalige bedrijfsactiviteit, dan wel mantelzorg. Hoofdgebouwen mogen uitsluitend binnen het bouwvlak worden gebouwd. In de bouwregels is opgenomen dat per bestemmingsvlak maximaal één woning (inclusief aanbouwen, uitbouwen en aangebouwde bijgebouwen) met een inhoudsmaat van 750 m3 (exclusief kelder) toegestaan. Verder zijn regels omtrent de dakhelling, goot- en bouwhoogten en de kelder van de woning opgenomen.
De gezamenlijke oppervlakte van de aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen bij een hoofdgebouw bedraagt ten hoogste 175 m². 'Waarde - Archeologie 2': De voor 'Waarde - Archeologie 2' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemmingen, mede bestemd voor het behoud en de bescherming van de gebieden met een hoge verwachtingswaarde.
bestemmingsplan Buitengebied, Hanhofweg 3-5 De Lutte NL.IMRO.0168.bp008vzp22ph02-0401
38
Hoofdstuk 6
Economische uitvoerbaarheid
Bij de voorbereiding van een ontwerpbestemmingsplan dient op grond van artikel 3.1.6, eerste lid, sub f van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) onderzoek plaats te vinden naar de uitvoerbaarheid van het plan. Artikel 6.12 van de Wet ruimtelijke ordening stelt dat de gemeenteraad gelijktijdig met de vaststelling van het bestemmingsplan moet besluiten om al dan niet een exploitatieplan vast te stellen. Hoofdregel is dat een exploitatieplan moet worden vastgesteld bij elk bestemmingsplan. Er zijn echter uitzonderingen. Het is mogelijk dat de raad verklaart dat met betrekking tot een bestemmingsplan geen exploitatieplan wordt vastgesteld indien het verhaal van kosten van de grondexploitatie anderszins is verzekerd of het stellen van nadere eisen en regels niet noodzakelijk is. De gemeentelijke kosten, waaronder leges en planschadekosten, komen voor rekening van de aanvrager. Hiermee is het kostenverhaal anderzins verzekerd en kan de raad op grond van artikel 6.12, lid 2 onder a besluiten geen exploitatieplan vast te stellen.
bestemmingsplan Buitengebied, Hanhofweg 3-5 De Lutte NL.IMRO.0168.bp008vzp22ph02-0401
39
Hoofdstuk 7 7.1
Maatschappelijke uitvoerbaarheid
Vooroverleg
Artikel 3.1.1 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) schrijft voor dat het bestuursorgaan, dat belast is met de voorbereiding van een bestemmingsplan overleg pleegt met instanties, zoals gemeenten, waterschappen, provinciale diensten en Rijk, die betrokken zijn bij de zorg voor ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen welke in het plan in het geding zijn. In het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) zijn de nationale belangen die juridische borging vereisen opgenomen. Het Barro is gericht op doorwerking van nationale belangen in gemeentelijke bestemmingsplannen. Geoordeeld wordt dat dit bestemmingsplan geen nationale belangen schaadt. Daarom is afgezien van het voeren van vooroverleg met het Rijk. Provincie Overijssel De provincie Overijssel heeft een 'Uitzonderingslijst vooroverleg ruimtelijke initiatieven 2023' opgesteld (d.d. 12 april 2023). In deze lijst is aangegeven voor welke nieuwe ruimtelijke initiatieven geen vooroverleg nodig is. Voorliggend plan heeft betrekking op hoofdstuk 3 (Ruimtelijke initiatieven/ontwikkelingen in het buitengebied). Voor geheel of gedeeltelijke vernieuwing, vervanging of verandering van een bestaande en bestemde (bedrijfs)woning en/of van een bijbehorend bijgebouw binnen een straal van 10 meter van de bestaande woning, is geen vooroverleg nodig.
Met voorliggend plan is er sprake van het vervangen van een bestaande woning. Echter zal de woning wel meer dan 10 meter van de bestaande woning worden gebouwd. Vooroverleg is daarom volledigheidshalve vereist. Het plan is daarom opgestuurd naar de provincie Overijssel ter beoordeling. Waterschap Vechtstromen Op 21 augustus 2023 is het plan via de digitale watertoets kenbaar gemaakt bij het waterschap Vechtstromen. De conclusie van die digitale toets is dat het waterschap een positief advies geeft. Hiermee is voldaan aan het verplichte vooroverleg.
7.2
Zienswijzen
Het ontwerpbestemmingsplan heeft met ingang van donderdag 21 december 2023 voor een periode van zes weken ter inzage gelegen. Binnen deze periode kon een ieder zijn of haar zienswijze ten aanzien van dit bestemmingsplan kenbaar maken. Tijdens de termijn van de terinzagelegging is één zienswijze binnengekomen, welke door de gemeente is beantwoord in in de in bijlage 7 opgenomen nota van zienswijzen. De ingediende zienswijze heeft niet geleid tot aanpassingen op dit plan.
bestemmingsplan Buitengebied, Hanhofweg 3-5 De Lutte NL.IMRO.0168.bp008vzp22ph02-0401
40
Bijlagen bij de toelichting
bestemmingsplan Buitengebied, Hanhofweg 3-5 De Lutte NL.IMRO.0168.bp008vzp22ph02-0401
41
Bijlage 1
Inrichtingstekening
bestemmingsplan Buitengebied, Hanhofweg 3-5 De Lutte NL.IMRO.0168.bp008vzp22ph02-0401
42
Legenda Beplanting Bestaande boom
Bestaand struweel met bomen
PaL.
Cm.
Boom nieuw solitair SaS. Sorbus aucuparia 'Sheerwater Seedling' (lijsterbes) mt. 16-18, aantal: 1st PaL. Prunus avium "Landscape Bloom" (zoete kers) mt. 16-18, aantal: 3 st MdS. Malus domestica "Schone van Boskoop" (Goudreinet) mt. 14-16, aantal: 1st MdJ. Malus domestica "James Grieve" (handappel) mt. 14-16, aantal: 2st PcG. Pyrus communis "Gieser Wilderman" (stoofpeer) mt. 14-16, aantal: 2st JgB. Juglans regia 'Broadview' (Walnoot) mt16-18, aantal: 1st
Gazon en Kruidenvegetatie
Gazon
Bloemenweide
Bestaande verharding: trottoirtegels
Heesters (meerstammig): mt. 150-op Cm. Cornus mas (gele kornoelje), aantal: 4st Vo. Viburnum opulus (Gelderse roos), aantal: 6st Ia. Ilex aquifolium (hulst), aantal: 1st Bd. Buddleja davidii (vlinderstruik), aantal: 2st
Voetgangersstrook: Materiaal: gebakken klinker, kleur: rood bruin, formaat: dikformaat, elleboogverband Visuele opsluiting d.m.v. één strek Elementverharding rondom woning en schuur: Gebakken klinkers kleur: rood bruin, formaat: dikformaat, elleboog of halfsteensverband.
1.5 0 H2
1.2
3.5 0
0 .50
2.7
5.0
0
5
H1
1.0 0
.30
3.0 0 0 1.5
14
C2
Bd.
1.5
.95
H6
Pal.
2.0 0
1.0
0
H6 0 1.0
0 1.5
Re
1.0
Herplaatsen bord T'Keampke
0 2.5
0
2.7 1.0 5 0
3x herplaatsen bestaande vlaggenmast
Optioneel nieuwe locatie Carpinus Betulus
H6 haag 3 rijen, 20cm vanaf kant verharding, 30cm tussen rijen 11.1m1 30% - Acer campestre (veldesdoorn), 50st 30% - Carpinus betulus (haagbeuk), 50st 20% - Fagus sylvatica (gewone beuk), 34st 20% - Crataegus monogyna (meidoorn) 34st
NS1
H7 haag 5 rijen, 20cm vanaf kant verharding, 27,5cm tussen rijen, 7m1 30 % - Acer campestre (veldesdoorn), 53st 30% - Carpinus betulus (haagbeuk), 53st 20% - Fagus sylvatica (gewone beuk), 35st 20% - Crataegus monogyna (meidoorn) 35st
Nieuw struweel
Bestaand struweel met bomen
(Blok)hagen mix van onderstaande soorten: mt. 100/120cm, 5 st/m1, haag terugknippen naar 100cm
H5 haag 3 rijen, 20cm vanaf kant verharding, 30cm tussen rijen 9m1 30% - Acer campestre (veldesdoorn), 41st 30% - Carpinus betulus (haagbeuk), 41st 20% - Fagus sylvatica (gewone beuk), 27st 20% - Crataegus monogyna (meidoorn) 27st
.40 0 9.0
H5
Afrastering bloemenweide: Gekloofd eiken palen en glad draad
H4 haag 3 rijen, 20cm vanaf kant verharding, 30cm tussen rijen 10m1 30% - Acer campestre (veldesdoorn), 45st 30% - Carpinus betulus (haagbeuk), 45st 20% - Fagus sylvatica (gewone beuk), 30st 20% - Crataegus monogyna (meidoorn) 30st
2.6 0 7.6 0
H4
1.0 1
2.5 0
6.4
0
0
2.5
5
4.0
Bestaand bord 'T Keampke herplaatsen Voorlopige locatie. Nader in werk te bepalen
H3 haag 3 rijen, 20cm vanaf kant verharding, 30cm tussen rijen, 8m1 30% - Acer campestre (veldesdoorn), 36st 30% - Carpinus betulus (haagbeuk), 36st 20% - Fagus sylvatica (gewone beuk), 24st 20% - Crataegus monogyna (meidoorn), 24st
0
2.7
Bestaande vlaggenmasten 'T Keampke herplaatsen Onderlinge afstand: 2.00m, h.o.h. Voorlopige locatie. Nader in werk te bepalen
H2 haag 3 rijen, 20cm vanaf kant verharding, 30cm tussen rijen, 4.2m1 30% - Acer campestre (veldesdoorn), 19st 30% - Carpinus betulus (haagbeuk), 19st 20% - Fagus sylvatica (gewone beuk), 13st 20% - Crataegus monogyna (meidoorn) 13st
5
1.5 0 2.6
te
Bd.
Elementen
H1 enkele rij, 14.5m1 30% - Acer campestre (veldesdoorn), 22st 30% - Carpinus betulus (haagbeuk), 22st 20% - Fagus sylvatica (gewone beuk), 15st 20% - Crataegus monogyna (meidoorn),15st
0 2.6
1.5 0
D4
st
D3
D4, 12.3m2
Oprit bedrijfswoning Materiaal: halfverharding Achterhoekspadvast, fractie: 0-14
NS 4 78m2 25% - Crataegus monogyna (eenstijlige meidoorn), mt. 100 -120, aantal: 19 st 15% - Corylus avellana (hazelaar), mt. 80 -100 aantal: 12st 20% - Prunus padus (vogelkers), mt. 80 -100 aantal: 16st 25% - Prunus spinosa (sleedoorn), mt. 100 -120 aantal: 19st 15% - Ilex aquilifolium ( hulst), mt. 100 -150 aantal: 12st
H3
C2, 9.2m2
rui m
Optioneel carpinus betulus verplanten naar voorzijde accomodatie Beuk
H7
2.7 5 2.5 0
Parkeervak Materiaal: halfverharding Achterhoekspadvast, fractie: 0-14 visuele aanduiding vak: strek van gebakken klinkers in beton/gesteld. Of Materiaal: betonklinkers, kleur: grijs, formaat: dikformaat, elleboog verband. visuele opsluiting d.m.v. dubbele halfsteensstrek.
3.7 0
op b en
3.0 0
Rijwegstrook: Materiaal: betonklinker, kleur: rood of grijs, formaat: dikformaat, keperverband Visuele opsluiting d.m.v. één strek
NS 3 40m2 25% - Crataegus monogyna (eenstijlige meidoorn), mt. 100 -120, aantal: 10st 15% - Corylus avellana (hazelaar), mt. 80 -100 aantal: 8st 20% - Prunus padus (vogelkers), mt. 80 -100 aantal: 13st 25% - Prunus spinosa (sleedoorn), mt. 100 -120 aantal: 10st 15% - Ilex aquilifolium ( hulst), mt. 100 -150 aantal: 8st
0
Verticaal groen
D1
A
SaS.
Ia.
.85. 50
slu it
0
1.0
Cm.
NS 2 69m2 25% - Crataegus monogyna (eenstijlige meidoorn), mt. 100 -120, aantal: 18 st 15% - Corylus avellana (hazelaar), mt. 80 -100 aantal: 10st 20% - Prunus padus (vogelkers), mt. 80 -100 aantal: 13st 25% - Prunus spinosa (sleedoorn), mt. 100 -120 aantal: 18st 15% - Ilex aquilifolium ( hulst), mt. 100 -150 aantal: 10st
6.0 0
Bestaande Rhododendrons (verplant)
2.3 0
aan est
Vo. Vo. Vo. 1.0 B, 25m2 0
1.8 0
C1, 23m2
D1, 13m2
Aa n D3, 3.6m2
A 12m2
B
Cm. Verticaal groen
PaL.
re 1.0st ru 0 im te
de sit ua tie
C1
Struweel mix van onderstaande soorten: aanplanten in wildverband, 1 per m2 NS1 20m2 25% - Crataegus monogyna (eenstijlige meidoorn), mt. 100 -120, aantal: 5 st 15% - Corylus avellana (hazelaar), mt. 80 -100 aantal: 3st 20% - Prunus padus (vogelkers), mt. 80 -100 aantal: 4st 25% - Prunus spinosa (sleedoorn), mt. 100 -120 aantal: 5st 15% - Ilex aquilifolium ( hulst), mt. 100 -150 aantal: 3st
Bestaande haag
Bloemenweide circa 500m2. Soort Cruydthoeck M5 Nectar onder het maaimes
Verharding
Heesters
NS
Gazon
A 12m2
Bestaande hortensia's, naast terras Meidoorn accomodatie en parkeerplaats, terugplanten in aangegeven plantvak
Vaste planten (entreegebied Keampke) B, 30.5m2
C2, 9.2m2
Plantvak B: Symphytum grandiflorum 'Wisley Blue'(smeerwortel) mt. P9, driehoeksverband, 9 per m2 Oppervlak: 25m2, Plantvak C1(23 m2), C2 (9.2m2) : Mix van onderstaande soorten: Mt. P9, driehoeksverband, 9 per m2 Sortiment: 15% - Luzula nivea (sneeuwwitte veldbies) 10% - Salvia nemorosa 'Caradonna' (salie) 10% - Phlox paniculata 'Casablanca' (vlambloem) 5% - Phlomis russeliana (brandkruid) 10% - Lavandula angustifolia 'Munstead' (lavendel) 5% - Geranium 'Rozanne' (ooievaarsbek) 10% - Aster novi-belgii 'Crimson Brocade' (aster) 10% - Aster 'lady in blue' (herfstaster) 10% - Anemone hupehensis 'prinz heinrich' (herfstanemoon) 10% - Nepeta x faassenii (kattenkruid) 5% - Foeniculum vulgare 'Giant bronze' (venkel)
Bestaand struweel met bomen
Aanplanten in plantvak C1 en C2, volgens onderstaande iconen Pennisetum alopecuroides 'Hameln' (lampenpoetsersgras)
-
Overgang ein binnenterr
Panicum virgatum 'Northwind' (vingergras)
Bollen aanplanten, 2st./m2 wildverband: 30% Camassia leichtlinii 'Alba'(prairielelie) 40% Allium aflatunense 'Purpel Sensation'(sierui) 30% Allium sphaerocephalon (trommelstokjes)
D1, 12.6m2
Bloemenweide
NS2
Aanplanten in plantvak D4, volgens onderstaande iconen Pennisetum alopecuroides 'Hameln' (lampenpoetsersgras)
Vo. Vo.
Plantvak D1 (13m2), D3 (3.6m2), D4(12.3m2) : Mix van onderstaande soorten Assortiment 15% - Liriope muscari (leliegras) 15% - Luzula nivea (sneeuwwitte veldbies) 10% - Salvia nemorosa 'Caradonna' (salie) 5% - Dictamnus albus (vuurwerkplant) 5% - Lupinus 'Gallery Blue' (lupine) 10% - Lavandula angustifolia ‘Munstead’ (lavendel) 10% - Nepeta x faassenii (kattenkruid) 5% - Anemone hupehensis 'prinz heinrich' (herfstanemoon) 10% - Aster 'lady in blue' (herfstaster) 5% - Echinacea purpurea 'Eccentric' (rode zonnehoed) 10% Geranium 'Rozanne' (ooievaarsbek)
-
Vo.
Panicum virgatum 'Northwind' (vingergras)
Bollen aanplanten, 2 st./m2 wildverband; 50% Allium aflatunense 'Purple Sensation' (sierui) 50% Allium sphaerocephalon (trommelstokjes)
Cm.
5
Cm.
1.2
Vp
Gz
Vasteplanten tuin woning (nader te detailleren)
1.5
0
Gz Verticaal groen
PaL. Vp
MdS.
Gz
3.5
7.5 3
0
4.0
2.0 3 Vp
MdJ. MdJ.
5.0
0
Gazon
5.0 0
'T Keampke 0762
0
1.0 0
Verticaal groen achtergevel accomodatie 'De Lelie en de Roos' Mix van onderstaande soorten: Mt. 60-80, plant in pot/ container, totaal 6.5 m1, 5 st/m1, 30% - Akebia quinata (schijnaugurk) aantal: 10st 30% - Clematis montana 'Alba' (bosrank) aantal: 10st 40% - Lonicera periclymenum (kamperfoelie) aantal: 13st Optioneel: Hydrangea anomala 'Petiolaris' (klimhortensia, zelfhechtend)
Tekening KGO Beplantingsplan 'T Keampke
PcG. PcG.
NS3
Opdrachtgever
Uitvoering
'T Keampke
Ramon Postma MLA Kim Dijkman BA
Nieuw struweel
JgB.
Status
Datum getekend
Definitief
4 - 10 -2023
Schaal
Papierformaat
NS4
1 : 200
Nieuw struweel
A0-l
ODIN Landschapsontwerpers p.a. Oude Goorseweg 1, 7478 SC Diepenheim E info@odinlandschap.nl I www.odinlandschap.nl K.v.K. nr. 08183783
c ODIN Landschapsontwerpers BV. Alle rechten voorbehouden.
Bijlage 2
Verkennend en nader (asbest)onderzoek
bestemmingsplan Buitengebied, Hanhofweg 3-5 De Lutte NL.IMRO.0168.bp008vzp22ph02-0401
44
RAPPORT VERKENNEND EN NADER (ASBEST)BODEMONDERZOEK conform NEN5740 en NEN5707 Hanhofweg 1a - De Lutte
Opdrachtgever: Ad Fontem Locatie: Hanhofweg 1a 7587 LK De Lutte September 2023
Kruse Milieu BV Adres: Huyerenseweg 33 7678 SC Geesteren
Internet: info@krusegroep.nl www.krusegroep.nl
Tel: 0546 - 63 96 63 KvK: 06068751 BTW-nr: NL 8019.25.125.B01
Bankgegevens: ABN AMRO: NL34ABNA0501538739
Rapport Verkennend en Nader (asbest)Bodemonderzoek conform NEN5740 en NEN5707 Hanhofweg 1a - De Lutte
Opdrachtgever: Ad Fontem Stationsstraat 37 7622 LW Borne Locatie: Hanhofweg 1a 7587 LK De Lutte Projectcode: 23039710 Rapportagedatum: 1 september 2023 Auteur: Mevr. E. Koppelman Kruse Milieu BV
INHOUD Pagina 1
Inleiding
1
2 2.1 2.2 2.3
Locatiegegevens Beschrijving huidige situatie Vooronderzoek Bodemsamenstelling en geohydrologie
2 2 2 4
3 3.1 3.2 3.3 3.4 3.5
Uitvoering bodemonderzoek Onderzoeksstrategie Veldwerkzaamheden Analyses Toetsing chemische analyses Toetsing asbestanalyses
5 5 6 6 7 8
4 4.1 4.2 4.3 4.4 4.5 4.6 4.7
Resultaten Algemeen Veldwerkzaamheden Resultaten en toetsing van de chemische analyses Bespreking resultaten chemische analyses Separate analyses Resultaten van de asbestanalyses Bespreking resultaten asbestanalyses
9 9 9 11 12 13 14 14
5 5.1 5.2 5.3 5.4 5.5
Nader asbestonderzoek Onderzoeksstrategie nader asbestonderzoek Asbestanalyses Veldwerkzaamheden Resultaten van de asbestanalyses Bespreking resultaten asbestanalyses
15 15 15 15 16 17
6
Samenvatting, conclusies en aanbevelingen
18
7
Literatuur en bronvermelding
21
Bijlagen I
Regionale ligging locatie Boorplan verkennend bodemonderzoek Nibag, december 1998 Boorplan verkennend bodemonderzoek Lycens, juni 2017 Boorplan verkennend en nader (asbest)bodemonderzoek Kruse Milieu BV, sep. 2023 II Boorstaten Legenda boorstaten III Resultaten chemische analyses Toetsingen chemische analyses IV Resultaten asbestanalyses en concentratieberekeningen V Informatie gemeente Losser VI Verklaring van enkele gebruikte termen en afkortingen
Kruse Milieu BV
Project: 23039710
1
Inleiding
Dit rapport beschrijft het verkennend en nader (asbest)bodemonderzoek, dat in opdracht van Ad Fontem op een terreindeel aan de Hanhofweg 1a in De Lutte door Kruse Milieu BV is uitgevoerd. De aanleiding van dit onderzoek is een bestemmingsplanwijziging en de bouw van een nieuwe woning en schuur (ter vervanging van drie te slopen schuren). Het bodemonderzoek is noodzakelijk in het kader van de bestemmingsplanwijziging en de aanvraag van een omgevingsvergunning ten behoeve van de nieuwbouwplannen. Hiervoor dient de milieukundige kwaliteit van de bodem bekend te zijn. Voorafgaande aan het bodemonderzoek heeft een vooronderzoek plaatsgevonden op basis van norm NEN5725 “Aanleiding A: Opstellen hypothese over de bodemkwaliteit ten behoeve van uit te voeren bodemonderzoek”. Uit de resultaten van dit vooronderzoek is gebleken dat de onderzoekslocatie als onverdacht kan worden beschouwd. De onderzoeksopzet gaat uit van: - NEN5707 + C2, “Bodem - Inspectie, monsterneming en analyse van asbest in bodem en partijen grond”, NNI Delft, december 2017; - NEN5725, Bodem.
Leidraad bij het uitvoeren van vooronderzoek bij verkennend, oriënterend en nader onderzoek”, NNI Delft, oktober 2017; - NEN5740, "Bodem - Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek - Onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond” NNI Delft, januari 2009; - de aanvulling NEN5740/A1, "Bodem - Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek - Onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond”, NNI Delft, februari 2016. De doelstelling van het onderzoek op een onverdachte locatie is aan te tonen dat op de locatie redelijkerwijs gesproken geen verontreinigende stoffen aanwezig zijn in de grond of het freatisch grondwater. Het veldwerk is uitgevoerd in juni 2023 conform BRL SIKB 2000 en de protocollen 2001, 2002 en 2018, waarvoor Kruse Milieu BV is gecertificeerd. Hierbij wordt verklaard dat Kruse Milieu BV financieel en juridisch onafhankelijk is van de opdrachtgever. De vermelde medewerkers in deze rapportage zijn akkoord met openbaring van hun persoonsgegevens in het kader van de AVG-privacy wetgeving. In dit rapport worden de resultaten besproken van het veld- en het laboratoriumonderzoek. De gemeten gehalten in de grond worden vergeleken met de achtergrondwaarden (AW 2000) en de interventiewaarden om vast te stellen of er al dan niet verontreinigingen aanwezig zijn.
De in het grondwater gemeten gehalten worden vergeleken met de streef- en interventiewaarden. Tevens worden eventuele resultaten met betrekking tot asbest vergeleken met de wetgeving inzake asbest in bodem en puin, welke door de ministeries van SZW en I&M is vastgesteld. In het beleid is voor asbest een restconcentratienorm en een interventiewaarde opgenomen.
Kruse Milieu BV
Project: 23039710
Pagina 1 van 21
2
Locatiegegevens 2.1
Beschrijving huidige situatie
Algemeen De onderzoekslocatie is gelegen aan de Hanhofweg 1a, in de bebouwde kom van De Lutte. Het centrale punt van het te onderzoeken terreindeel heeft de RD-coördinaten x = 263.635 en y = 482.526. Het terrein is kadastraal bekend als: gemeente Losser, sectie D, nummers 5285 (gedeeltelijk), 5287 (gedeeltelijk) en 5385 (geheel). De Hanhofweg bevindt zich ten oosten van de onderzoekslocatie. Bebouwing en verharding De onderzoekslocatie is deels bebouwd met 3 te slopen panden (2 schuren en een vergaderruimte). Inpandig zijn er betonvloeren aanwezig. Het terrein rondom de schuren is deels verhard met klinkers. Het onbebouwde en onverharde deel is begroeid met gras en groenstroken en in gebruik als tuin. Onderzoekslocatie In het kader van een bestemmingsplanwijziging en de aanvraag van een omgevingsvergunning ten behoeve van de nieuwbouwplannen van een nieuwe woning en schuur is een bodemonderzoek noodzakelijk. De onderzoekslocatie omvat circa 1400 m². In bijlage I zijn de regionale ligging van de locatie weergegeven en zijn de volgende boorplannen opgenomen. - boorplan verkennend bodemonderzoek Nibag, december 1998; - boorplan verkennend bodemonderzoek Lycens, juni 2017; - boorplan verkennend en nader (asbest)bodemonderzoek Kruse Milieu BV, september 2023. 2.2
Vooronderzoek
In het vooronderzoek komt naast informatie uit het huidige gebruik het vroegere gebruik van het terrein aan de orde evenals de vraag of er in het verleden reeds bodemonderzoeken zijn verricht op het terrein. Het vroegere gebruik van het terrein is van belang, omdat bronnen van verontreiniging aanwezig geweest kunnen zijn. De geraadpleegde bronnen zijn weergegeven in tabel 1. De volgende informatie is verzameld: - de onderzoekslocatie heeft sinds 2017 deels een woonbestemming (perceel D5385) en deels een recreatiebestemming (perceel D5285 en D5287). Voordien had de onderzoekslocatie een bedrijfsbestemming. De bebouwing dateert van circa 1988/1989 (schuur en vergaderplaats) en 2000 (kleine schuur).
Het pand waarin de vergaderruimte is gevestigd is eerder in gebruik geweest als drukkerij; - volgens informatie van de gemeente Losser is er op de onderzoekslocatie nooit sprake geweest van opslag in tanks van chemicaliën of brandstoffen, zoals huisbrandolie of diesel; - de onderzoekslocatie is, volgens informatie van de gemeente Losser, voor zover bekend, nooit gebruikt voor werkzaamheden of (bedrijfs)activiteiten, die verontreinigend kunnen zijn; - voor zover bekend is het te onderzoeken terrein in het verleden niet opgehoogd en hebben er geen dempingen van lager gelegen delen of sloten plaatsgevonden; - voor zover bekend bevindt zich geen asbest op of in de bodem op de onderzoekslocatie. Er bevinden zich geen asbesthoudende dakplaten, beschoeiingen of sloopafval direct naast of op de onderzoekslocatie De locatie is niet gelegen aan een asbestweg; - volgens de Regionale Bodemkwaliteitskaart Twente (Witteveen+Bos, maart 2018) vallen de bovengrond en de ondergrond in functieklasse AW2000. Volgens de Nota bodembeheer Regio Twente (Twens beleid veur oale groond) wordt geen correctie toegepast voor minerale olie tot maximaal 100 mg/kg d.s; - er hebben eerder bodemonderzoeken op de onderzoekslocatie en in de directe omgeving plaatsgevonden. De meest relevante onderzoeken worden hier toegelicht. Kruse Milieu BV
Project: 23039710
Pagina 2 van 21
Nibag, verkennend bodemonderzoek Hanhofweg 2-2A De Lutte met projectnummer 8022.0219, d.d. 21 december 1998 Aanleiding voor dit onderzoek, op circa 20 meter ten oosten van de huidige onderzoekslocatie was de aanvraag van een bouwvergunning. Analytisch is er in de bovengrond een licht verhoogd PAK-gehalte gemeten. In de ondergrond zijn geen verontreinigingen aangetoond. Het grondwater is licht verontreinigd met tetrachlooretheen. Lycens, verkennend bodemonderzoek Hanhofweg 1A De Lutte met projectnummer 2017.02.10, d.d. 15 juni 2017. Aanleiding voor dit onderzoek op de huidige onderzoekslocatie, was de geplande transactie van de locatie. Er zijn plaatselijk bodemvreemde materialen inde vorm van puin, beton en kolengruis aangetroffen. Analytisch zijn in de bovengrond licht verhoogde gehalten aan lood, zink en PAK aangetoond. Deze verontreinigingen zijn gerelateerd aan de zintuiglijke bijmengingen. In de ondergrond zijn geen verontreinigingen gemeten. Het grondwater is licht verontreinigd met barium en zink (natuurlijk verhoogde achtergrondwaarde). Tabel 1: Geraadpleegde bronnen vooronderzoek Relevante informatie
Bron
Specificatie
Opdrachtgever
Huidige en historisch gebruik van de locatie
Ja
Gemeente Losser
Bodeminformatie
Ja
Omgevingsrapportage
https://overijssel.omgevingsrapportage.nl/
Ja
Archief Kruse Milieu BV
Eerder uitgevoerde bodemonderzoeken
Nee
Google Maps
https://www.google.nl/maps
Ja
Topotijdreis
https://www.topotijdreis.nl/
Ja
BAG-viewer
https://bagviewer.kadaster.nl/
Ja
Perceelloep
https://perceelloep.nl/
Ja
Ruimtelijke plannen
https://www.ruimtelijkeplannen.nl/viewer/
Ja
Grondwatertools
https://www.grondwatertools.nl/gwsinbeeld/
Ja
DINO-loket
https://www.dinoloket.nl/
Ja
AHN-viewer
https://ahn.arcgisonline.nl/ahnviewer/
Ja
Bodemkwaliteitskaart
Regionale Bodemkwaliteitskaart Twente, Witteveen+Bos, d.d. 23 maart 2018 Twente Bodemkwaliteitskaart PFAS, Tauw bv, d.d. 28 mei 2020
Ja
Kruse Milieu BV
Project: 23039710
Pagina 3 van 21
2.3
Bodemsamenstelling en geohydrologie
Op basis van literatuurstudie is de onderstaande regionale geohydrologische situatie afgeleid: - het maaiveld bevindt zich ongeveer 62 meter boven NAP; - de deklaag bestaat tot circa 0.7 meter minus maaiveld (m-mv) uit een zandige eenheid van de Formatie van Twente. Er zijn geen gegevens bekend over het doorlatend vermogen. - de grondwaterspiegel bevindt zich circa 2.0 meter onder het maaiveld. Het grondwater stroomt in westelijke richting; - de locatie ligt niet in een grondwaterbeschermingsgebied en er is geen grondwaterwingebied op korte afstand gelegen; - In de directe omgeving van de onderzoekslocatie stromen geen omvangrijke oppervlaktewateren.
Kruse Milieu BV
Project: 23039710
Pagina 4 van 21
3
Uitvoering bodemonderzoek 3.1
Onderzoeksstrategie
De onderzoeksopzet gaat uit van: - NEN5707 + C2, “Bodem - Inspectie, monsterneming en analyse van asbest in bodem en partijen grond”, NNI Delft, december 2017; - NEN5740, "Bodem - Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek - Onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond” NNI Delft, januari 2009; - de aanvulling NEN5740/A1, "Bodem - Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek - Onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond”, NNI Delft, februari 2016. In de norm NEN5740 zijn voor onverdachte en verdachte locaties richtlijnen gegeven voor een systematisch veldonderzoek, de bemonsteringsstrategie en uit te voeren analyses. De gekozen onderzoeksstrategie is voldoende intensief voor het verkrijgen van inzicht in de bodemkwaliteit ten behoeve van de omgevingsvergunning, bestemmingsplanwijziging of eigendomsoverdracht. Op basis van de beschikbare informatie omtrent het historisch en huidig gebruik van de locatie, kan de onderzoekslocatie als niet verdacht worden beschouwd. De hypothese "onverdachte locatie" uit NEN5740, wordt voor de locatie gebruikt. Deze hypothese gaat ervan uit dat op een locatie geen of slechts licht verhoogde gehalten worden gemeten.
Op basis van het oppervlakte van circa 1400 m² kan conform norm NEN5740, strategie onverdachte locatie, niet lijnvormig (ONV-NL), worden afgeleid dat er 8 boringen dienen te worden verricht, waarvan 6 tot 0.5 meter en 2 tot 2.0 meter diepte of tot de grondwaterspiegel. Er dient 1 diepe boring overeenkomstig NEN5766 te worden afgewerkt met een peilbuis ten behoeve van het meten van de grondwatergegevens en het nemen van een grondwatermonster. Uit het vooronderzoek blijkt dat de onderzoekslocatie niet verdacht is met betrekking tot asbest. Derhalve is geen asbestonderzoek op de locatie noodzakelijk. Tijdens het veldwerk zal visueel worden gelet op de aanwezigheid van asbestverdacht materiaal op en in de bodem. Als tijdens het veldwerk blijkt dat de bodem puinhoudend is, worden puinhoudende boringen tot 0.5 m-mv conform NEN5707 vervangen door inspectiegaten. Omdat puinhoudende grond per definitie asbestverdacht is dient in voorkomende gevallen asbestonderzoek plaats te vinden. Bij percentages bodemvreemd materiaal van meer dan 50% is er geen sprake van bodem. Eventuele funderingslagen (asfalt- en puingranulaat) vallen buiten de scope van dit onderzoek. Het opgeboorde materiaal wordt wel beoordeeld op de aanwezigheid van asbestverdachte materialen.
In geval er sprake is van meer dan 50% bodemvreemd materiaal/puin is norm NEN5897+C2 van toepassing: “Inspectie en monsterneming van asbest in bouw- en sloopafval en recyclinggranulaat” NNI Delft, december 2017. Bij het verkennend bodemonderzoek worden de volgende uitgangspunten in acht genomen: - in door mensen bewoonde gebieden kunnen door jarenlang gebruik van de grond verhoogde gehalten aan PAK en/of zware metalen voorkomen. Deze worden over het algemeen aangeduid als lokale achtergrondwaarden. Deze gehalten zijn vaak gerelateerd aan het voorkomen van puin- en/of kooldeeltjes in de bodem; - in humeuze of veenhoudende bodems worden regelmatig verhoogde gehalten minerale olie waargenomen. Deze gehalten worden veroorzaakt door humuszuren en overig organisch materiaal, dat van nature aanwezig is en door een florisilbehandeling niet geheel wordt verwijderd. Tijdens chemische analyses worden deze verbindingen gedetecteerd als de zware fractie van minerale olie (C27 tot C40). Bij veenbodems betreft het gehalten van 50 tot 100 mg/kg droge stof; bij humeuze bodemlagen gaat het om bijdrages van 10 tot 50 mg/kg droge stof. Deze gehalten kunnen worden beschouwd als natuurlijke achtergrondwaarden; Kruse Milieu BV
Project: 23039710
Pagina 5 van 21
- in het grondwater kunnen van nature verhoogde gehalten aan zware metalen en fenolen voorkomen. Deze worden doorgaans aangeduid als natuurlijke achtergrondwaarden. Een voorbeeld wordt gevormd door (sterk) verhoogde arseengehalten in gebieden, die zeer ijzerrijk zijn. Door kwel kunnen bij hoge grondwaterstanden eveneens verhoogde gehalten aan arseen in de grond ontstaan. Ook deze gehalten kunnen worden beschouwd als natuurlijke achtergrondwaarden. 3.2
Veldwerkzaamheden
Bij de boringen en monsternemingen wordt gewerkt volgens de geldende NEN- en NPR-voorschriften, alsmede conform BRL SIKB 2000 en de protocollen 2001, 2002 en 2018, waarvoor Kruse Milieu BV is gecertificeerd. Van elk monsterpunt wordt de samenstelling van de bodem beschreven volgens NEN5104. Het opgeboorde materiaal wordt tevens beoordeeld door zintuiglijke waarneming op verontreinigingskenmerken zoals afwijkende geur en/of kleur. 3.3
Analyses
De chemische analyses worden uitgevoerd door AL-West BV te Deventer, een door de Raad voor Accreditatie erkend laboratorium voor analyses conform de AS3000-protocollen. Eventuele asbestmonsters worden onderzocht door AL-West BV te Deventer, een door de Raad voor Accreditatie erkend laboratorium voor vezelonderzoek. De samenstelling van de mengmonsters vindt plaats op basis van de zintuiglijke waarnemingen, de bodemopbouw en/of posities van de boringen. De samenstelling van de mengmonsters staat vermeld in paragraaf 4.2 in tabel 4. De monsters worden volgens de voorschriften uit NEN5740 onderzocht. In tabel 2 is weergegeven welke chemische analyses worden uitgevoerd. Tabel 2: Analysepakket per (meng)monster. Monster
Analysepakket
Bovengrond (1x) Ondergrond (1x)
Zware metalen (Ba, Cd, Co, Cu, Hg, Mo, Ni, Pb en Zn), minerale olie, PCB, PAK (10), organisch stof, lutum en droge stof
Grondwater (1x)
Zware metalen (Ba, Cd, Co, Cu, Hg, Mo, Ni, Pb en Zn), minerale olie, vluchtige aromaten (BTEX), naftaleen, styreen en gechloreerde koolwaterstoffen (oplosmiddelen standaardpakket), zuurgraad (pH), elektrisch geleidingsvermogen (EC) en troebelheidsmeting
Algemene opmerkingen - Op de grondmengmonsters wordt standaard een florisilbehandeling uitgevoerd om verstoring van de analyse op minerale olie door natuurlijke humuszuren tegen te gaan. - De zuurgraad (pH), het elektrisch geleidingsvermogen (EC) en troebelheidsmeting, van het grondwater worden in het veld gemeten. Filtratie van het grondwater voor de metalenanalyse vindt eveneens in het veld plaats.
Kruse Milieu BV
Project: 23039710
Pagina 6 van 21
3.4
Toetsing chemische analyses
De resultaten van de chemische analyses uit het bodemonderzoek worden beoordeeld aan de hand van de gecorrigeerde achtergrond-, streef- en interventiewaarden voor verontreinigingen in de bodem uit de Circulaire bodemsanering per 1 juli 2013 en tabel 1 van bijlage B, Regeling bodemkwaliteit van het ministerie van I&M. De achtergrondwaarden voor grond zijn vastgelegd in de Regeling bodemkwaliteit (Staatsblad, 22 november 2012). De interventiewaarden voor grond en grondwater zijn vastgelegd in de Circulaire bodemsanering. De toetsing aan de eisen in de Wet Bodembescherming en de Circulaire Bodemsanering is beoogd om te beoordelen of er sprake is van een ernstig gevaar voor de volksgezondheid en/of het milieu.
Hierbij worden de volgende waarden onderscheiden: achtergrondwaarde (AW) voor grond: het niveau waarbij sprake is van een duurzame kwaliteit van de grond; bij overschrijding wordt gesproken van een lichte verontreiniging; streefwaarde (S) voor grondwater: het niveau waarbij sprake is van een duurzame kwaliteit van het grondwater; bij overschrijding wordt gesproken van een lichte verontreiniging; interventiewaarde bodem (I): het niveau waarbij de functionele eigenschappen van de bodem voor mens, plant of dier ernstig verminderd zijn of ernstig bedreigd worden; bij overschrijding wordt gesproken van een sterke verontreiniging; tussenwaarde (T): Gelijk aan het gemiddelde van de achtergrond- of streefwaarde en de interventiewaarde, dus (A+I)/2 (grond) of (S+I)/2 (grondwater). Wanneer bij een verkennend onderzoek een component met concentratie boven deze waarde wordt gevonden is in principe een nader onderzoek nodig. Bij de toetsing van de analyseresultaten aan de landelijke achtergrondwaarden en de Interventiewaarden worden deze eerst omgerekend naar een gestandaardiseerde meetwaarde (GSSD). Bij de toetsing van de grondresultaten wordt daarbij gebruik gemaakt van de gemeten percentages lutum en organische stof in de grond(meng)monsters. De analyseresultaten van de grond- en grondwatermonsters zijn volgens BoToVa getoetst aan de achtergrond-, streef- en interventiewaarden.