CConstaterende datLosser
Koppel je AI →
Document · PDF

BP Buitengebied Hanhofweg 3-5 De Lutte

Oordeelsvormende vergadering 9 april 2024, gemeente LosserBij agendapunt: Vaststellen Bestemmingsplan Buitengebied Hanhofweg 3-5 De Lutte30.802 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

Bestemmingsplan Buitengebied, Hanhofweg 35 De Lutte

Plangegevens Naam: Plantype: IMRO: Status:

Buitengebied, Hanhofweg 3-5 De Lutte bestemmingsplan NL.IMRO.0168.bp008vzp22ph02-0401 vastgesteld

Datum: Projectnummer:

23AF060

Opdrachtgever:

Opsteller:

Ad Fontem Juridisch Bouwadvies BV Stationsstraat 37 7622 LW BORNE T) 074 – 255 7020 E) info@ad-fontem.nl

Ad Fontem Juridisch Bouwadvies BV | Stationsstraat 37 | 7622 LW Borne | T 074-2557020 | F 074-265967 | E info@ad-fontem.nl

Buitengebied, Hanhofweg 3-5 De Lutte

Inhoudsopgave

Toelichting

5

Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1 Aanleiding 1.2 Ligging en begrenzing plangebied 1.3 Vigerend bestemmingsplan 1.4 De bij het plan behorende stukken 1.5 Leeswijzer

5 5 5 7 8 8

Hoofdstuk 2 Het plan 2.1 Huidige situatie 2.2 Toekomstige situatie

9 9 11

Hoofdstuk 3 Beleid 3.1 Rijksbeleid 3.2 Provinciaal beleid Overijssel 3.3 Gemeentelijk beleid

14 14 15 22

Hoofdstuk 4 Omgevingsaspecten 4.1 Vormvrije m.e.r.-beoordeling 4.2 Milieuzonering 4.3 Bodem 4.4 Geluid 4.5 Luchtkwaliteit 4.6 Externe veiligheid 4.7 Water 4.8 Ecologie 4.9 Archeologie en Cultuurhistorie 4.10 Verkeer / parkeren

25 25 26 27 28 29 30 31 32 34 34

Hoofdstuk 5 Juridische toelichting 5.1 Planopzet en systematiek 5.2 Toelichting op de regels

36 36 36

Hoofdstuk 6

39

Economische uitvoerbaarheid

Hoofdstuk 7 Maatschappelijke uitvoerbaarheid 7.1 Vooroverleg 7.2 Zienswijzen

40 40 40

Bijlagen bij de toelichting

41

Bijlage 1

Inrichtingstekening

42

Bijlage 2

Verkennend en nader (asbest)onderzoek

44

Bijlage 3

Akoestisch onderzoek

130

Bijlage 4

Watertoets

160

Bijlage 5

Natuurwaardenonderzoek

166

Bijlage 6

Stikstofberekening

196

Bijlage 7

Nota van zienswijzen

242

Regels

249

Hoofdstuk 1 Artikel 1 Artikel 2

Inleidende regels Begrippen Wijze van meten

250 250 256

Hoofdstuk 2 Artikel 3

Bestemmingsregels Agrarisch - 2

257 257

bestemmingsplan Buitengebied, Hanhofweg 3-5 De Lutte NL.IMRO.0168.bp008vzp22ph02-0401

2

Artikel 4 Artikel 5 Artikel 6

Recreatie - Verblijfsrecreatie Wonen Waarde - Archeologie 2

260 263 266

Hoofdstuk 3 Artikel 7 Artikel 8 Artikel 9 Artikel 10 Artikel 11

Algemene regels Anti-dubbeltelregel Algemene gebruiksregels Algemene aanduidingsregels Algemene afwijkingsregels Overige regels

268 268 269 270 271 272

Hoofdstuk 4 Artikel 12 Artikel 13

Overgangs- en slotregels Overgangsrecht Slotregel

273 273 274

Bijlagen bij de regels

275

Bijlage 1

276

Landschappelijke inpassing

bestemmingsplan Buitengebied, Hanhofweg 3-5 De Lutte NL.IMRO.0168.bp008vzp22ph02-0401

3

bestemmingsplan Buitengebied, Hanhofweg 3-5 De Lutte NL.IMRO.0168.bp008vzp22ph02-0401

4

Toelichting Hoofdstuk 1 1.1

Inleiding

Aanleiding

Voor de locatie Hanhofweg 3-5 in de Lutte is een plan ontwikkeld. De initiatiefnemers willen een bestaand vergund woonrecht binnen het perceel Hanhofweg 3-5 in de Lutte verplaatsen. Om de verplaatsing mogelijk te maken worden een drietal bestaande gebouwen (waarvan twee opslaggebouwen en één recreatiegebouw) elders op het perceel gesloopt. Op de locatie van de te slopen opslaggebouwen wordt vervolgens een nieuwe woning met nieuwe opslagschuur teruggebouwd. Met het beschikbaar stellen van gronden kunnen de eigenaren van het naastgelegen woonperceel (Hanhofweg 1) hun auto/bus parkeren op eigen terrein. Hierdoor ontstaat er meer ruimte voor het herinrichten van de Hanhofweg en het doortrekken van het wandelpad langs deze weg tot aan de Bentheimerstraat (al dan niet door over te steken naar het bestaande trottoir). Deze ontwikkeling past niet binnen het geldende bestemmingsplan, waardoor een herziening van het bestemmingsplan noodzakelijk is. Voorliggend bestemmingsplan is opgesteld om deze ontwikkeling mogelijk te maken.

1.2

Ligging en begrenzing plangebied

Ligging Het plangebied bestaat grotendeels uit een recreatief perceel aan de Hanhofweg 3-5 in de Lutte. Een klein deel van dit perceel heeft momenteel een woonbestemming (zonder bouwmogelijkheden voor een woning). Op het recreatief perceel is momenteel 't Keampke gevestigd. Een complex met meerdere groepsaccommodaties en vergaderlocaties. Daarnaast wordt het woonperceel aan de Hanhofweg 1 ook meegenomen in het plangebied. Het plangebied ligt in het buitengebied van de gemeente Losser, ten noordwesten van de kern de Lutte. Het plangebied staat kadastraal bekend als gemeente Losser, sectie D, nummers: 3651,4764, 4762,4763,4008,4007,5244,5306,5365,5285,5287 en 5385. In figuur 1.1 is de ligging van het plangebied weergegeven.

bestemmingsplan Buitengebied, Hanhofweg 3-5 De Lutte NL.IMRO.0168.bp008vzp22ph02-0401

5

Figuur 1.1: Ligging plangebied (bron: PDOK viewer, bewerking Ad Fontem) Begrenzing De begrenzing van het plangebied is in figuur 1.2 weergegeven (blauw omkaderd). In dit figuur is een luchtfoto weergegeven waarop de locatie aan de Hanhofweg 3-5 en Hanhofweg 1 in de Lutte te zien is. Zie de verbeelding voor de exacte begrenzing van het plangebied.

bestemmingsplan Buitengebied, Hanhofweg 3-5 De Lutte NL.IMRO.0168.bp008vzp22ph02-0401

6

Figuur 1.2: begrenzing plangebied (bron: KadastraleKaart.com, bewerking Ad Fontem)

1.3

Vigerend bestemmingsplan

Voor de Hanhofweg 3-5 in de Lutte geldt voor het noordelijk deel van het plangebied het bestemmingsplan 'Buitengebied', vastgesteld op 19 maart 2013 door de gemeenteraad van Losser. Voor het zuidelijk deel van het plangebied geldt het bestemmingsplan 'Bestemmingsplan Buitengebied, partiele herziening Bentheimerstraat 31-33-Hanhofweg 1-1A De Lutte', vastgesteld op 23 mei 2017 door de gemeenteraad van Losser. Voor het gehele plangebied geldt het verzamelplan 'Partiële herziening Buitengebied, verzamelplan 2022', vastgesteld op 16 mei 2023 door de gemeenteraad van Losser. In figuur 1.3 is een fragment uit de verbeelding van bestemmingsplan 'Buitengebied' en 'Bestemmingsplan Buitengebied, partiele herziening Bentheimerstraat 31-33-Hanhofweg 1-1A De Lutte' opgenomen.

bestemmingsplan Buitengebied, Hanhofweg 3-5 De Lutte NL.IMRO.0168.bp008vzp22ph02-0401

7

Figuur 1.3: Uitsnede bestemmingsplan 'Buitengebied' (bron: ruimtelijkeplannen.nl; bewerking Ad Fontem) Aan het plangebied zijn de enkelbestemmingen 'Recreatie - Verblijfsrecreatie' en 'Wonen' toegekend. Daarnaast geldt de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie 2'. Op het plangebied ligt daarnaast een bouwvlak en meerdere bouw- en functieaanduidingen en maatvoeringen. Tot slot zijn er twee gebiedaanduidingen van toepassing, te weten: 'essen' en 'reconstructiewetzone - verwervingsgebied'. De beoogde locatie van de woning heeft momenteel de bestemming 'Recreatie Verblijfsrecreatie'. Het geldende bestemmingsplan biedt daarmee geen mogelijkheden om het bestaande woonrecht naar deze locatie te verplaatsen. Een herziening van het geldende bestemmingsplan is noodzakelijk.

1.4

De bij het plan behorende stukken

Het onderhavige bestemmingsplan 'Buitengebied, Hanhofweg 3-5 De Lutte' bestaat naast deze toelichting uit de volgende stukken. Verbeelding (identificatie NL.IMRO.0168.bp008vzp22ph02-0401); Bijlagen bij de toelichting; Regels; Bijlagen bij de regels.

1.5

Leeswijzer

De toelichting van het bestemmingsplan kent de volgende opbouw. In hoofdstuk 2 worden de huidige situatie en het te realiseren plan beschreven. Hoofdstuk 3 schetst het beleidskader. In hoofdstuk 4 worden de resultaten van de uitgevoerde omgevingsonderzoeken behandeld. In hoofdstuk 5 wordt het bestemmingsplan in juridisch opzicht toegelicht. In hoofdstuk 6 wordt ingegaan op de economische uitvoerbaarheid en in hoofdstuk 7 wordt ten slotte de maatschappelijke uitvoerbaarheid belicht.

bestemmingsplan Buitengebied, Hanhofweg 3-5 De Lutte NL.IMRO.0168.bp008vzp22ph02-0401

8

Hoofdstuk 2 2.1

Het plan

Huidige situatie

In de huidige situatie is aan de Hanhofweg 1a, 3 en 5 in de Lutte groepsaccommodaties 't Keampke gevestigd. Dit betreft een complex met meerdere groepsaccommodaties, vergaderlocaties en opslaggebouwen. Daarnaast bevindt zich op het terrein één vrijstaande woning. Voor de benedenverdieping van één van de groepsaccommodaties is op 19 maart 1991 een vergunning verleend voor 'het verbouwen van een recreatiegebouw tot woonruimte'. Tot op de dag van vandaag geldt deze vergunning nog steeds. Het plangebied wordt ontsloten door de Hanhofweg. Ten noorden en zuiden van het plangebied bevinden zich woningen. Zowel oostelijk als westelijk wordt het plangebied begrensd door agrarische gronden. Tot slot is in de huidige situatie aan de Hanhofweg 1 een vrijstaande woning gevestigd.

Figuur 2.1: bestaande situatie aan de Hanhofweg 1-3-5 in de Lutte (bron: Odin)

bestemmingsplan Buitengebied, Hanhofweg 3-5 De Lutte NL.IMRO.0168.bp008vzp22ph02-0401

9

Figuur 2.2: huidige situatie ter plaatse van de Hanhofweg 3-5 (bron: Google Streetview)

Figuur 2.3: huidige situatie ter plaatse van Hanhofweg 1a (bron: Google Streetview)

bestemmingsplan Buitengebied, Hanhofweg 3-5 De Lutte NL.IMRO.0168.bp008vzp22ph02-0401

10

2.2

Toekomstige situatie

Eén van de kinderen van de eigenaren treed op korte termijn toe tot het recreatiebedrijf en wordt mede-eigenaar. Vanwege deze ontwikkelingen is de wens geuit om de in 1991 vergunde woonruimte te verplaatsen naar een locatie elders op het recreatiebedrijf zodat daar een volwaardige woning gebouwd kan worden. Op de beoogde bouwlocatie zijn op dit moment een drietal gebouwen aanwezig die voornamelijk gebruikt worden voor opslag ten behoeve van het recreatiebedrijf. Eén van deze gebouwen mag tevens worden gebruikt als vergaderlocatie en groepsaccommodatie. Deze gebouwen worden gesloopt en de woning wordt verplaatst naar deze locatie. Daarnaast wordt als KGO-investering de noordelijke entree van 't Keampke heringericht en wordt grond beschikbaar gesteld aan de buurman zodat deze zijn auto niet meer langs de Hanhofweg hoeft te parkeren. In figuur 2.4 en in Bijlage 1 is een overicht weergegeven van het totale plan. Deze zal vervolgens per onderdeel nader toegelicht worden.

Figuur 2.4: Toekomstige situatie ter plaatse van Hanhofweg 1-3 (bron: ODIN Landschap) Bouw vrijstaande woning + bijgebouw Om de verplaatsing van het woonrecht mogelijk te maken worden een drietal bestaande gebouwen op het perceel gesloopt. Het betreft twee opslaggebouwen en een vergaderlocatie die ook gebruikt mag worden als groepsaccommodatie. Hiervoor wordt een nieuwe woning met bijgebouw (met opslagfunctie) van 175 m² teruggebouwd. Hiervan zal 100 m² in gebruik worden genomen ten behoeve van het bijgebouw bij de woning. De overige 75 m² zal door de eigenaar gebruikt worden voor opslag ten behoeve van de naastgelegen recreatiefunctie. Dit zal gaan om goederen die hier voor langere tijd worden opgeslagen (zoals meubilair). De goederen zullen hooguit twee keer per jaar uit de opslag gehaald worden. In figuur 2.5 is de beoogde erfopzet en de beoogde woning opgenomen. De woning en schuur vormen een cluster waardoor er zoveel mogelijk open en groene ruimte overblijft. Voor de nieuwe woning wordt op eigen terrein in en naast het bijgebouw parkeergelegenheid gerealiseerd. Daarnaast wordt in de vorm van groen (bomen, struiken en gras) een betere inbedding van de beide buurerven aan de zuidzijde gerealiseerd. Ook zal dit bijdragen aan een betere onsluiting met het erf aan de noordzijde ('t Keampke). De woning wordt onsloten door de Hanhofweg, zoals ook nu het geval is.

bestemmingsplan Buitengebied, Hanhofweg 3-5 De Lutte NL.IMRO.0168.bp008vzp22ph02-0401

11

Figuur 2.5: Toekomstige situatie nieuwe woning en schuur (bron: Fons Architectuur en bouwregisseurs; Odin Landschap) KGO investering Herinrichting entree 't Keampke De huidige in- en uitrit met parkeerterrein bevindt zich direct na een onoverzichtelijke bocht in de Hanhofweg. Daarbij wordt haaks op de Hanhofweg geparkeerd en rijdt men bij het verlaten van de parkeerplaats achterwaarts de Hanhofweg op. Vanachter de bocht is er geen direct zicht op de parkeerplaats en daarmee achterwaarts rijdende auto's. Hoewel zich hier tot op heden geen ernstige ongelukken hebben voorgedaan, is deze situatie vanuit verkeerskundig oogpunt minder wenselijk. Om deze reden wordt een deel van de vereiste KGO-investering ingezet om de hoofdentree van 't Keampke verkeersveiliger in te richten. Op deze wijze kan met de KGO-investering een bijdrage geleverd aan het verbeteren van de verkeersveiligheid op de Hanhofweg. Daarnaast zal met de herinrichting op eigen terrein ook worden voorzien in de benodigde groeninrichting waardoor ook sprake zal zijn van een verbetering van de ruimtelijke kwaliteit ter plaatse. Deze beoogde inrichting sluit aan bij de herinrichtingsvisie van de gemeente voor de Hanhofweg. In figuur 2.6 en in Bijlage 1 is de beoogde situatie opgenomen ter plaatsen van de Hanhofweg 3. Beschikbaar stellen gronden en wandelpad

bestemmingsplan Buitengebied, Hanhofweg 3-5 De Lutte NL.IMRO.0168.bp008vzp22ph02-0401

12

Onderdeel van de herinrichting van de Hanhofweg betreft de realisatie van een wandelpad tot aan de Bentheimerstraat. Momenteel begint dit pad ter hoogte van het recreatiebedrijf, aansluitend op het Beankepad, maar stopt het pad (trottoir) ter hoogte van het woonperceel Hanhofweg 4. Hierdoor moeten wandelaars de laatste 100 meter gebruik maken van de Hanhofweg om de Bentheimerstraat te kunnen bereiken. Vanuit het oogpunt van verkeersveiligheid is dit een onwenselijke situatie maar door ruimtegebrek was er tot op heden geen andere geschikte mogelijkheid voor het doortrekken van het wandelpad. Door als onderdeel van de KGO-investering gronden beschikbaar te stellen voor parkeerruimte, vervalt het parkeren langs de Hanhofweg bij het ten zuiden gelegen woonperceel. Hierdoor ontstaat er ruimte om het wandelpad langs de Hanhofweg door te trekken tot aan de Bentheimerstraat. Het doortrekken van dit wandelpad wordt meegenomen bij de herinrichting van de Hanhofweg. Deze herinrichting volgt uit de Kwaliteitsimpuls De Lutte. Naast dat het doortrekken van het wandelpad vanuit het oogpunt van verkeersveiligheid gewenst is, heeft dit ook een recreatieve meerwaarde voor zowel recreanten op het recreatiebedrijf als mensen uit De Lutte die een ommetje willen lopen via de Bentheimerstraat, het Baenkepad, Hanhofweg en de Bentheimerstraat.

Figuur 2.6: toekomstige situatie ter plaatse van de Hanhofweg 3 (bron: ODIN Landschap) Hanhofweg 1 Met het beschikbaar stellen van gronden kunnen de eigenaren van het naastgelegen woonperceel (Hanhofweg 1) hun auto/bus parkeren op eigen terrein. Hierdoor ontstaat er meer ruimte voor het herinrichten van de Hanhofweg en het doortrekken van het wandelpad langs deze weg tot aan de Bentheimerstraat (al dan niet door over te steken naar het bestaande trottoir). Het doortrekken van dit wandelpad wordt meegenomen bij de herinrichting van de Hanhofweg. Deze herinrichting volgt uit de Kwaliteitsimpuls De Lutte. Het verbeteren van de ruimtelijke kwaliteit en de uitvoering van de Kwaliteitsimpuls De Lutte is ook één van de uitgangspunten uit de Omgevingsvisie Losser.

bestemmingsplan Buitengebied, Hanhofweg 3-5 De Lutte NL.IMRO.0168.bp008vzp22ph02-0401

13

Hoofdstuk 3

Beleid

3.1

Rijksbeleid

3.1.1

Nationale Omgevingsvisie (NOVI)

De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) biedt een duurzaam perspectief voor de Nederlandse leefomgeving. Hiermee kunnen we inspelen op de grote uitdagingen die voor ons liggen. De NOVI biedt een kader, geeft richting en maakt keuzes waar dat kan. Tegelijkertijd is er ruimte voor regionaal maatwerk en gebiedsgerichte uitwerking. Omdat de verantwoordelijkheid voor het omgevingsbeleid voor een groot deel bij provincies, gemeenten en waterschappen ligt, kunnen inhoudelijke keuzes in veel gevallen het beste regionaal worden gemaakt. Met de NOVI zet de Rijksoverheid een proces in gang waarmee keuzes voor onze leefomgeving sneller en beter gemaakt kunnen worden. Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 brengt de NOVI de langetermijnvisie in beeld. Op nationale belangen wil het Rijk sturen en richting geven. Die komen samen in vier prioriteiten: Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie; Duurzaam economisch groeipotentieel; Sterke en gezonde steden en regio's; Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. De druk op de fysieke leefomgeving in Nederland is zo groot, dat belangen soms botsen. Het streven vanuit de NOVI is combinaties te maken en win-win situaties te creëren. Soms zijn er scherpe keuzes nodig en moeten belangen worden afgewogen.

Hiertoe gebruikt de NOVI drie afwegingsprincipes: Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies: In het verleden is scheiding van functies vaak te rigide gehanteerd. Met de NOVI wordt gezocht naar maximale combinatiemogelijkheden tussen functies, gericht op een efficiënt en zorgvuldig gebruik van de ruimte; Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal: wat de optimale balans is tussen bescherming en ontwikkeling, tussen concurrentiekracht en leefbaarheid, verschilt van gebied tot gebied. Sommige opgaven en belangen wegen in het ene gebied zwaarder dan in het andere; Afwentelen wordt voorkomen: het is van belang dat de leefomgeving zoveel mogelijk voorziet in mogelijkheden en behoeften van de huidige generatie van inwoners zonder dat dit ten koste gaat van die van toekomstige generaties. Conclusie Wonen is één van de basisbehoeften van mensen. In de Nationale Omgevingsvisie wordt aangegeven dat iedereen in Nederland prettig moet kunnen wonen voor een redelijke prijs. Een woningvoorraad die aansluit op de huidige en toekomstige woonbehoefte van mensen is daarom van nationaal belang. Het huidige woningtekort en de toename van het aantal inwoners en huishoudens vraagt een groei van de woningvoorraad (vooral in en bij de stedelijke regio’s) in een fijne, leefbare omgeving. Tussen 2019 en 2035 moet de woningvoorraad met circa 1,1 miljoen woningen worden vergroot.

De primaire verantwoordelijkheid voor de gebouwde omgeving, de woningvoorraad en de leefbaarheid ligt bij gemeenten en provincies. Het Rijk is systeemverantwoordelijk. Het is de rol van het Rijk om de kaders te stellen, te stimuleren, eventueel te sanctioneren, waar nodig middelen ter beschikking te stellen – bijvoorbeeld via de huurtoeslag, hypotheekrenteaftrek of de regeling woningbouwimpuls voor gemeenten – en met gemeenten en provincies samen te werken om (bovenlokale, inclusief grensoverschrijdende) knelpunten op te lossen en realisatie van de nationale belangen te waarborgen. De voorgenomen ontwikkeling voorziet in het verplaatsen van een reeds vergunde woonruimte en de bouw van een nieuw bijgebouw. Zoals is beschreven ligt de primaire verantwoordelijkheid voor de gebouwde omgeving en de woningvoorraad bij de gemeenten en provincies. Het plan past binnen de prioriteiten van de NOVI. Er kan geconcludeerd worden dat er geen sprake is van strijd met het rijksbeleid.

bestemmingsplan Buitengebied, Hanhofweg 3-5 De Lutte NL.IMRO.0168.bp008vzp22ph02-0401

14

3.1.2

Ladder voor duurzame verstedelijking

Artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) schrijft voor dat van een nieuwe 'stedelijke ontwikkeling' die in een bestemmingsplan wordt mogelijk gemaakt moet worden aangetoond dat er sprake is van een behoefte. De toelichting bij het bestemmingsplan bevat daartoe een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling. Indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, bevat een toelichting tevens een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien. Dit wordt de 'Ladder Duurzame Verstedelijking' genoemd. De beschrijving van de behoefte aan de betreffende, 'stedelijke ontwikkeling', moet inzichtelijk maken of, in relatie tot het bestaande aanbod, concreet behoefte bestaat aan de desbetreffende ontwikkeling. Die behoefte moet dan worden afgewogen tegen het bestaande aanbod, waarbij moet worden gemotiveerd dat rekening is gehouden met het voorkomen van leegstand. De stappen schrijven geen vooraf bepaald resultaat voor, omdat het optimale resultaat moet worden beoordeeld door het bevoegd gezag dat de regionale en lokale omstandigheden kent en de verantwoordelijkheid draagt voor de ruimtelijke afweging met betrekking tot die ontwikkeling. Onderhavig plan Met voorliggend plan wordt een bestaand vergund woonrecht verplaatst op het perceel aan de Hanhofweg 3-5 in de Lutte.

Er wordt geen extra woning toegevoegd. Op grond van de uitspraak van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State (ABRvS) van 16 september 2015 (ECLI:NL:RVS:2015:2921) wordt de realisatie van 11 woningen niet aangemerkt als een nieuwe stedelijke ontwikkeling als bedoeld in artikel 1.1.1, eerste lid, aanhef en onder i van het Besluit ruimtelijke ordening. Derhalve is artikel 3.1.6, tweede lid, Bro ook niet van toepassing en een nadere toets aan de Ladder voor duurzame verstedelijking is niet vereist. Wel geldt op grond van deze uitspraak dat ook wanneer de Ladder niet van toepassing is gemotiveerd moet worden dat de ontwikkeling voldoet aan een goede ruimtelijke ordening en dat de ontwikkeling uitvoerbaar is. Onderhavig bestemmingsplan voorziet hierin.

3.2

Provinciaal beleid Overijssel

3.2.1

Omgevingsvisie Overijssel

De Omgevingsvisie Overijssel geeft de provinciale visie op de fysieke leefomgeving van Overijssel weer. Hierin worden onderwerpen als ruimtelijke ordening, milieu, water, verkeer en vervoer, ondergrond en natuur aangehaald in samenhang voor een duurzame ontwikkeling van de leefomgeving. De Omgevingsvisie is onder andere een structuurvisie onder de Wet ruimtelijke ordening. Duurzaamheid, ruimtelijke kwaliteit en sociale kwaliteit zijn de leidende principes of 'rode draden' bij alle initiatieven in de fysieke leefomgeving in de provincie Overijssel. 3.2.2

Omgevingsverordening Overijssel

De provincie beschikt over een palet aan instrumenten waarmee zij haar ambities realiseert. Het gaat er daarbij om steeds de meest optimale mix van instrumenten toe te passen, zodat effectief en efficiënt resultaat wordt geboekt voor alle ambities en doelstellingen van de Omgevingsvisie. De keuze voor inzet van deze instrumenten is bepaald aan de hand van een aantal criteria. In de Omgevingsvisie is bij elke beleidsambitie een realisatieschema opgenomen waarin is aangegeven welke instrumenten de provincie zal inzetten om de verschillende onderwerpen van provinciaal belang te realiseren. Eén van de instrumenten om het beleid uit de Omgevingsvisie te laten doorwerken is de Omgevingsverordening Overijssel van de provincie Overijssel. De Omgevingsverordening is het provinciaal juridisch instrument dat wordt ingezet voor die onderwerpen waarvoor de provincie eraan hecht dat de doorwerking van het beleid van de Omgevingsvisie juridisch geborgd is.

bestemmingsplan Buitengebied, Hanhofweg 3-5 De Lutte NL.IMRO.0168.bp008vzp22ph02-0401

15

3.2.3

Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel

De opgaven, kansen, beleidsambities en ruimtelijke kwaliteitsambities voor de provincie zijn in de Omgevingsvisie Overijssel geschetst in ontwikkelingsperspectieven voor de groene omgeving en stedelijke omgeving. Om de ambities van de provincie waar te maken, bevat de Omgevingsvisie een uitvoeringsmodel. Dit model is gebaseerd op drie niveaus, te weten: generieke beleidskeuzes; ontwikkelingsperspectieven; gebiedskenmerken. Deze begrippen worden hieronder nader toegelicht. Generieke beleidskeuzes Generieke beleidskeuzes zijn keuzes die bepalend zijn voor de vraag of ontwikkelingen mogelijk zijn. In deze fase wordt beoordeeld of er sprake is van een behoefte aan een bepaalde voorziening. Ook wordt in deze fase het zgn. principe van zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik gehanteerd. Hierin komt er kort gezegd op neer dat eerst bestaand bebouwd gebied wordt benut, voordat er uitbreiding in de groene omgeving kan plaatsvinden. Andere generieke beleidskeuzes betreffen de reserveringen voor waterveiligheid, randvoorwaarden voor externe veiligheid, grondwaterbeschermingsgebieden, bescherming van de ondergrond (aardkundige en archeologische waarden), landbouwontwikkelingsgebieden voor intensieve veehouderij, begrenzing van Nationale Landschappen, Natura 2000-gebieden, Natuurnetwerk Nederland en verbindingszones enzovoorts.

De generieke beleidskeuzes zijn veelal normstellend en verankerd in de Omgevingsverordening Overijssel. Ontwikkelingsperspectieven Als uit de beoordeling in het kader van de generieke beleidskeuzes blijkt dat de voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling aanvaardbaar is, vindt een toets plaats aan de ontwikkelingsperspectieven. In de Omgevingsvisie is een spectrum van zes ontwikkelingsperspectieven beschreven voor de groene en stedelijke omgeving. Met dit spectrum geeft de provincie ruimte voor het realiseren van de in de visie beschreven beleidsen kwaliteitsambities. De ontwikkelingsperspectieven geven richting aan wat waar ontwikkeld zou kunnen worden. Daar waar generieke beleidskeuzes een geografische begrenzing hebben, zijn ze consistent doorvertaald in de ontwikkelingsperspectieven. Gebiedskenmerken Op basis van gebiedskenmerken in vier lagen (natuurlijke laag, laag van het agrarisch cultuurlandschap, stedelijke laag en laag van de beleving) gelden specifieke kwaliteitsvoorwaarden en –opgaven voor ruimtelijke ontwikkelingen. Het is de vraag 'hoe' een ontwikkeling invulling krijgt. Aan de hand van de drie genoemde niveaus kan worden bezien of een ruimtelijke ontwikkeling mogelijk is en er behoefte aan is, waar het past in de ontwikkelingsvisie en hoe het uitgevoerd kan worden.

bestemmingsplan Buitengebied, Hanhofweg 3-5 De Lutte NL.IMRO.0168.bp008vzp22ph02-0401

16

Figuur 3.1: Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel (Bron: provincie Overijssel) Toetsing van het initiatief aan de uitgangspunten Omgevingsvisie Overijssel Indien het concrete initiatief wordt getoetst aan de Omgevingsvisie Overijssel ontstaat globaal het volgende beeld. Generieke beleidskeuzes Of een ontwikkeling mogelijk is, wordt bepaald op basis van generieke beleidskeuzes. De volgende artikellen zijn daarbij relevant: Artikel 2.1.3 Zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik lid 1 Bestemmingsplannen voorzien uitsluitend in stedelijke ontwikkelingen die een extra ruimtebeslag door bouwen en verharden leggen op de Groene Omgeving wanneer aannemelijk is gemaakt: dat er voor deze opgave in redelijkheid geen ruimte beschikbaar is binnen het bestaande bebouwd gebied en de ruimte binnen het bestaand bebouwd gebied ook niet geschikt te maken is door herstructurering en/of transformatie; dat mogelijkheden voor meervoudig ruimtegebruik binnen het bestaand bebouwd gebied optimaal zijn benut. Doorwerking voor voorliggend plan: Bij nieuwe ontwikkelingen moet in eerste instantie onderzocht worden of gebruik gemaakt kan worden van bestaande erven en bebouwing, voordat beslag wordt gedaan op nieuwe ruimte in de Groene Omgeving. Het doel hiervan is onder meer het voorkomen van verdere verstening van het landelijk gebied.

Onderhavig plan bevat het verplaatsen van een woning, het slopen van een drietal opslaggebouwen en herbouw van een nieuwe opslagschuur. Er wordt geen extra beslag gedaan op de Groene Omgeving en er worden ook geen extra bouwmogelijkheden

bestemmingsplan Buitengebied, Hanhofweg 3-5 De Lutte NL.IMRO.0168.bp008vzp22ph02-0401

17

toegekend. Onderhavig plan is in overeenstemming met de principes van zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik. Artikel 2.1.5 Ruimtelijke kwaliteit In de toelichting op bestemmingsplannen wordt onderbouwd dat de nieuwe ontwikkelingen die het bestemmingsplan mogelijk maakt, bijdragen aan het versterken van de ruimtelijke kwaliteit conform de geldende gebiedskenmerken. Doorwerking voor voorliggend plan: Voorliggende ontwikkeling voorziet in de sloop van een drietal opslagebouwen. Hiervoor wordt een nieuwe woning inclusief bijgebouw teruggebouwd. Met de beoogde ontwikkeling zal er sprake zijn van een nieuw erf dat een meer functionele relatie heeft met het 't Keampke en de bebouwing die daar op een hogere plek staat. De woning en de schuur vormen een cluster waardoor er zoveel mogelijk open en groene ruimte 'over' blijft. Geconcludeerd kan worden dat het plan een bijdrage levert aan de ruimtelijke kwaliteit ter plaatse.

Artikel 2.1.6 Kwaliteitsimpuls Groene Omgeving Bestemmingsplannen voor de Groene Omgeving kunnen – met in achtneming van het bepaalde in artikel 2.1.3 en artikel 2.1.4 en het bepaalde in artikel 2.1.5 – voorzien in nieuwvestiging en grootschalige uitbreidingen van bestaande functies in de Groene Omgeving, uitsluitend indien hier sociaal-economische en/of maatschappelijke redenen voor zijn én er is aangetoond dat het verlies aan ecologische en/of landschappelijke waarden in voldoende mate wordt gecompenseerd door investeringen ter versterking van ruimtelijke kwaliteit in de omgeving. Doorwerking voor voorliggend plan: Met voorliggend plan wordt er twee manieren invulling gegeven aan de Kwaliteitsimpuls Groene Omgeving. Hiervoor wordt verwezen naar paragraaf 2.2. Geconcludeerd kan worden dat het plan een bijdrage levert aan de Kwaliteitsimpuls Groene Omgeving. Artikel 2.2.2 realisatie nieuwe woningen Lid 1: Bestemmingsplannen en omgevingsvergunningen als bedoeld in artikel 2.1 lid 1 onder c van de Wabo, voorzien uitsluitend in de mogelijkheid tot het realiseren van nieuwe woningen als de behoefte daaraan is aangetoond door middel van actueel onderzoek woningbouw.

Lid 4: De behoefte aan nieuwe woningen zoals bedoeld in lid 1 wordt in ieder geval geacht te zijn aangetoond als realisatie daarvan past binnen de geldende woonafspraken zoals die zijn gemaakt tussen gemeente en provincie op basis van regionale afstemming. Doorwerking voor voorliggend plan: Voorliggend plan voorziet in het verplaatsen van een bestaand woonrecht. Het aantal woningen neemt per saldo niet toe. Onderhavig plan is derhalve in overeenstemming met de principes van het realiseren van nieuwe woningen. Ontwikkelingsperspectieven De opgaven, kansen, beleidsambities en ruimtelijke kwaliteitsambities voor de provincie zijn geschetst in ontwikkelingsperspectieven voor de groene omgeving en stedelijke omgeving. In dit geval zijn uitsluitend de ontwikkelingsperspectieven voor de landelijke omgeving van belang. In figuur 3.2 is een fragment van de kaart van de ontwikkelingsperspectieven behorende bij de Omgevingsvisie weergegeven.

bestemmingsplan Buitengebied, Hanhofweg 3-5 De Lutte NL.IMRO.0168.bp008vzp22ph02-0401

18

Figuur 3.2: Fragment ontwikkelingsperspectievenkaart, Omgevingsvisie Overijssel, de locatie is omlijnd (bron: provincie Overijssel) Het plangebied valt binnen het ontwikkelingsperspectief 'Wonen en werken in het kleinschalige mixlandschap.' Hier wordt ruimte geboden aan een mix/verweving van verschillende functies. Binnen dit perspectief is ruimte voor landbouw, landschapsontwikkeling, natuur, cultuurhistorie, vrije tijd, wonen en overige bedrijvigheid. Met als doel het behouden en versterken van de leefbaarheid en diversiteit van het landelijk gebied. De voorgenomen ontwikkeling betreft het verplaatsen van een woning, het slopen van een drietal opslaggebouwen en herbouw van een bijgebouw (inclusief opslagfunctie). Dit vergroot de leefbaarheid en ruimtelijke kwaliteit van het buitengebied van de Lutte. De plannen doen geen afbreuk aan het eigen karakter van het gebied en leveren geen extra belemmeringen op voor andere functies (zoals landbouw of andere bedrijvigheid) in de omgeving. Gebiedskenmerken Natuurlijke laag De natuurlijke laag geeft aan het gebied het kenmerken 'Stuwwallen' en 'Beekdalen en natte laagtes' (zie figuur 3.3).

bestemmingsplan Buitengebied, Hanhofweg 3-5 De Lutte NL.IMRO.0168.bp008vzp22ph02-0401

19

Figuur 3.3: Natuurlijke laag, Omgevingsvisie Overijssel (bron: provincie Overijssel) Het plangebied is op de gebiedskenmerkenkaart voor de 'Natuurlijke laag' aangeduid met het gebiedstype 'Stuwwallen' en 'Beekdalen en natte laagtes'. Gebiedstype 'stuwwallen': De stuwwallen zijn tijdens de ijstijd opgestuwde aardlagen. Door de vaak grote hoogteverschillen zijn ze nu nog steeds goed zichtbaar. Op een aantal plekken zijn de ruggen al van verre zichtbaar; bovenop staand bieden ze spectaculaire zichten over de provincie. De ambitie is het eigen karaker van de afzonderlijke stuwwalen te behouden en versterken. De inzet is het reliëf daarbij ruimtelijk beeldbepalend te laten zijn. Gebiedstype 'beekdalen en natte laagtes': Het Overijsselse zandlandschap is van oorsprong kletsnat. In de laagtes van het zandgebied verzamelde zich het water. Hier ontwikkelden zich moerassen en broekbossen, waar het water in de loop van het seizoen geleidelijk uit weg sijpelde naar de lager gelegen delen, naar de beken en rivieren. De ambitie is de beekdalen als functionele en ruimtelijke dragende structuren van het landschap betekenis te geven. Ruimte voor water, continuïteit van het systeem zijn leidend. Tevens is de ambitie afwenteling van wateroverlast op stroomafwaarts gelegen gebieden te voorkomen door het beeksysteem als eenheid te beschouwen en het vasthouden van water te bevorderen.

Voorliggende ontwikkeling voorziet in de sloop van een drietal opslagebouwen. Hiervoor wordt een nieuwe woning inclusief bijgebouw (met opslagfunctie) teruggebouwd. De ontwikkeling vindt plaats op een reeds bebouwde locatie, waardoor de 'natuurlijke laag' niet meer zichtbaar is. Derhalve kan geconcludeerd worden dat de voorgenomen ontwikkeling past binnen de gebiedkenmerken van de natuurlijke laag. Laag van het agrarisch cultuurlandschap De laag van het agrarisch cultuurlandschap kent het kenmerk 'Oude Hoevenlandschap' aan het gebied toe. In figuur 3.4 is een fragment van de betreffende kaart weergegeven.

bestemmingsplan Buitengebied, Hanhofweg 3-5 De Lutte NL.IMRO.0168.bp008vzp22ph02-0401

20

Figuur 3.4: Laag van het agrarische cultuurlandschap, Omgevingsvisie Overijssel (bron: provincie Overijssel) Het plangebied is op de gebiedskenmerkenkaart voor de 'Laag van het agrarisch cultuurlandschap' aangeduid met het gebiedstype 'Oude hoevenlandschap'. Het 'Oude hoevenlandschap' is een landschap met verspreide erven. Het werd ontwikkeld nadat de complexen met de grote essen ‘bezet’ waren en een volgende generatie boeren nieuwe ontwikkelingsruimte zocht. Die vonden ze bij kleine dekzandkopjes die individueel werden ontgonnen. Dit leidde tot een landschap dat dezelfde opbouw kent als het essenlandschap, alleen in een meer kleinschalige, meer individuele en jongere variant. Deze kleinere maat en schaal is tevens de reflectie van de natuurlijke ondergrond. De ambitie is het kleinschalige, afwisselende oude hoevenlandschap vanuit de verspreid liggende erven een ontwikkelingsimpuls te geven. Deze erven bieden veel ruimte voor landbouw, wonen, werken, recreatie, mits er wordt voortgebouwd aan kenmerkende structuren van het landschap: de open esjes, de routes over de erven, de erf- en landschapsbeplantingen. Binnen deze structuren zijn er vol op mogelijkheden om een functioneel grootschalige landbouw in een kleinschalig landschap te ontwikkelen. Voorliggende ontwikkeling voorziet in de sloop van een drietal opslagebouwen.

Hiervoor wordt een nieuwe woning inclusief bijgebouw (met opslagfunctie) teruggebouwd. Er blijft sprake van een compacte erfstructuur. Derhalve kan geconcludeerd worden dat de voorgenomen ontwikkeling past binnen de gebiedkenmerken van de laag van agrarisch cultuurlandschap. Laag van de beleving De laag van de beleving kent het kenmerk 'Donkterte' aan het gebied toe. In figuur 3.5 is een fragment van de betreffende kaart weergegeven.

bestemmingsplan Buitengebied, Hanhofweg 3-5 De Lutte NL.IMRO.0168.bp008vzp22ph02-0401

21

Figuur 3.5: Laag van de beleving, Omgevingsvisie Overijssel (bron: provincie Overijssel) Het plangebied is op de gebiedskenmerkenkaart voor de 'Laag van de beleving' aangemerkt als 'Donkerte'. Donkerte wordt een te koesteren kwaliteit. De ambitie is de huidige ‘donkere’ gebieden, ten minste zo donker te houden, maar bij ontwikkelingen ze liever nog wat donkerder te maken. Dit betekent op praktisch niveau terughoudend zijn met verlichting van wegen, bedrijventerreinen e.d. en verkennen waar deze ‘s nachts uit kan of anders lichtbronnen selectiever richten. Voorliggende ontwikkeling voorziet in de sloop van een drietal opslagebouwen. Hiervoor wordt een nieuwe woning inclusief opslaggebouw teruggebouwd. Er blijft sprake van een compacte erfstructuur. Het 'donkerte' gebied wordt met voorgenomen ontwikkeling daarmee alleen maar donkerder. Derhalve kan geconcludeerd worden dat de voorgenomen ontwikkeling past binnen de gebiedkenmerken van de laag van de beleving. Conclusie Geconcludeerd kan worden dat de in dit voorliggende bestemmingsplan besloten planologische wijziging volledig in overeenstemming is met het in de Omgevingsvisie Overijssel verwoorde en in de Omgevingsverordening verankerde provinciaal ruimtelijk beleid.

3.3

Gemeentelijk beleid

3.3.1

Omgevingsvisie Losser

De gemeente Losser beschikt sinds 2023 over een eigen actuele omgevingsvisie. In deze Omgevingsvisie schetst de gemeente Losser een toekomstbeeld. Wat zijn de ambities en hoe ziet de gemeente de leefomgeving in 2040. Welke kansen liggen er? De visie gaat over de lange termijn. In de visie wordt ingegaan op ambities en gebiedskompassen. Hierna wordt op de voor het plangebied relevante ambities en gebiedskompassen ingegaan. De gemeente heeft de volgende vier ambities geformuleerd: 1. Een herkenbaar en gastvrij Losser; 2. Een leefbaar en gezond Losser; 3. Een toekomstgericht Losser; 4. Een innovatief en ondernemend Losser.

bestemmingsplan Buitengebied, Hanhofweg 3-5 De Lutte NL.IMRO.0168.bp008vzp22ph02-0401

22

In dit geval is met name de ambitie ‘leefbaar en gezond Losser’ van belang, aangezien deze onder andere gaat over wonen. Binnen deze ambitie zijn meerdere speerpunten benoemd. Eén van de speerpunten is: Wij gaan verder werken aan een gemeente waar het voor jong en oud prettig wonen is. We richten ons op groei van het inwoneraantal naar 25.000 en zetten daarom in op een gevarieerd woningaanbod. Met het oog op de vergrijzing is het van belang om onze ouderen te voorzien van passende woonruimte, maar ook om onze jongeren te behouden in de gemeente Losser. Binnen de ambitie ‘innovatief en ondernemend Losser’ is daarnaast het volgende benoemd: We willen het landelijk gebied vitaal houden. Het is een grote uitdaging om verpaupering te voorkomen en bestaande bebouwing overeind te houden. We bieden daarom meer ruimte voor (economische) activiteiten op voormalige bedrijfslocaties. Hoewel we de focus leggen op bestaande bebouwing, sluiten we het oprichten van nieuwe bebouwing niet volledig uit. Ook op dit vlak willen we maatwerk bieden. Wel vinden we de aspecten zorgvuldig ruimtegebruik en ruimtelijke kwaliteit erg belangrijk. Toets Voorliggende ontwikkeling voorziet in de sloop van een drietal opslagebouwen. Hiervoor wordt een nieuwe woning inclusief opslaggebouw teruggebouwd.

De voorgenomen ontwikkeling levert een positieve bijdrage aan de versterking en instandhouding van de ruimtelijke kwaliteit ter plaatse. Het voornemen past tevens binnen de gebiedskenmerken uit Omgevingsvisie van de provincie Overijssel (zie paragraaf 3.2). Derhalve geldt dat de voorgenomen ontwikkeling in overeenstemming is met de Omgevingsvisie Losser. 3.3.2

Kwaliteitsimpuls De Lutte

In maart 2017 is het visiedocument "Kwaliteitsimpuls De Lutte" door de gemeenteraad vastgesteld. Hierbij is besloten dat uitvoering wordt gegeven aan de visie middels een dynamisch uitvoeringsprogramma dat mede gestuurd wordt door kansen en ontwikkelingen die zich voordoen. Verbetering van de dorpsranden en entrees is één van de speerpunten uit de visie. Toets Bij de uitwerking van de visie is gebleken dat het voor de hand ligt om de omgeving Hanhofweg - 't Keampke op te nemen als onderdeel van het deelproject dorpsranden. Aanleiding hiervoor was o.a. de in de begroting van 2019 opgenomen investering om Hanhofweg aan te passen om zo de verbinding tussen 't Keampke met de dorpskern De Lutte te verbeteren. De voorgestelde KGO-investering maakt het mogelijk om op een goede wijze uitvoering te geven aan het aanpassen van de Hanhofweg en om de eerder genoemde verbinding te realiseren. 3.3.3

Casco benadering

Algemeen De gemeente Losser heeft de beleidsnota 'De casco-benadering in Noordoost-Twente' vastgesteld. Het Nationaal Landschap Noordoost Twente is een gebied met zeldzame en unieke landschapskwaliteiten. Het is een gebied met stuwwallen, bronnen, beken en fraaie cultuurlandschappen. Kernkwaliteit is het waardevolle cultuurlandschap met een variatie in open en een kleinschalig besloten landschap. Schaalvergroting in de grondgebonden landbouw staat op gespannen voet met deze kleinschaligheid. Het verdwijnen van landschapselementen op perceelsgrenzen tast het kleinschalige groene karakter aan en leidt tot een afname van landschapsdiversiteit. De gemeente Losser heeft samen met de provincie Overijssel en de gemeenten Tubbergen, Dinkelland en Oldenzaal de ambitie uitgesproken om de tendens van schaalvergroting in de grondgebonden landbouw zodanig vorm te geven dat deze niet ten koste gaat van de kwaliteit van het landschap. Cascobenadering Om vorm en inhoud te geven aan de ambitie is een generieke methode ontwikkeld: de casco benadering. Voor de gemeente is de casco-benadering te gebruiken als beoordelingskader voor ingrepen in het landschap. Aan de hand van de casco-kaart kan bezien worden of landschappelijke structuren deel uitmaken van het casco.

bestemmingsplan Buitengebied, Hanhofweg 3-5 De Lutte NL.IMRO.0168.bp008vzp22ph02-0401

23

Figuur 3.6: uitsnede cascokaart plangebied (bron: gemeente Losser) Op basis van de casco-kaart kan vastgesteld worden of het landschapselement tot het casco behoort of niet. Daaruit volgen drie mogelijk aanvragen op basis van het casco, dit zijn: Regulier casco: het te verwijderen element is geen casco en de initiatiefnemer compenseert op een lijn uit de cascokaart. Afwijking van de compensatie: het te verwijderen element is geen casco, maar de initiatiefnemer wil compenseren op een andere plek dan aangegeven op de cascokaart. Afwijking van het casco: het te verwijderen element behoort tot het casco en het te compenseren element ligt of op de cascokaart, zo niet dan is de een aanvraag een combinatie met situatie 2 (afwijking compensatie). Toets Binnen het plangebied liggen enkele casco-elementen. Met voorliggend plan worden deze casco-elementen niet aangetast. Sterkter nog, de casco-elementen worden juist versterkt. Met voorliggend plan worden extra landschapsmaatregelen getroffen, wat bijdraagt aan de versterking van de casco-structuur van de gemeente Losser.

bestemmingsplan Buitengebied, Hanhofweg 3-5 De Lutte NL.IMRO.0168.bp008vzp22ph02-0401

24

Hoofdstuk 4

Omgevingsaspecten

Op grond van artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening moet in de toelichting op het bestemmingsplan een beschrijving staan van het verrichte onderzoek naar de voor het plan relevante feiten en de af te wegen belangen (Algemene wet bestuursrecht, artikel 3.2). In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de geldende wet- en regelgeving die op voorliggend plan en plangebied van toepassing zijn. Bovendien is een bestemmingsplan vaak een belangrijk middel voor afstemming tussen de milieuaspecten en ruimtelijke ordening. In dit hoofdstuk worden daarom de resultaten van het onderzoek naar o.a. de milieukundige uitvoerbaarheid beschreven. Het betreffen voor zover relevant de thema's geluid, bodem, luchtkwaliteit, externe veiligheid, milieuzonering, geur, ecologie, archeologie & cultuurhistorie, verkeer, water en vormvrije m.e.r-beoordeling.

4.1

Vormvrije m.e.r.-beoordeling

Op 1 april 2011 is het huidige Besluit milieueffectrapportage in werking getreden. Op 7 juli 2017 zijn er enkele wijzigingen doorgevoerd binnen dit besluit om de m.e.r.-procedure eenduidiger en overzichtelijker te maken, alsmede het aspect milieueffectrapportage explicieter te behandelen in aanvragen. Dit besluit heeft tot doel het vaststellen van mogelijke, ernstig nadelige milieugevolgen ten gevolge van een activiteit binnen de aanvraag. Binnen het Besluit milieueffectrapportage zijn een tweetal mogelijkheden opgenomen hoe om te gaan met dit besluit bij een aanvraag. Wanneer de beoogde activiteit in de D-lijst van het Besluit milieueffectrapportage wordt benoemd, maar onder de gestelde drempelwaarden blijft, volstaat een vormvrije m.e.r.-beoordeling. Wanneer de beoogde activiteit in de D-lijst van het Besluit milieueffectrapportage wordt benoemd en bovendien de gestelde drempelwaarden overstijgt, is de betreffende aanvraag m.e.r.-plichtig. Op dat moment zal een m.e.r.-rapportage op moeten worden gesteld. Toets Het begrip 'stedelijk ontwikkelingsproject' is niet gedefinieerd. In de toelichting op het Besluit m.e.r. zijn wel een aantal voorbeelden van bouwprojecten opgenomen die als stedelijk ontwikkelingsproject kunnen worden aangemerkt. In dat kader wordt verwezen naar woningen, parkeerterreinen, theaters, sportcentra, kantoorgebouwen en dergelijke of een combinatie daarvan.

Of sprake is van een 'stedelijk ontwikkelingsproject' hangt af van de concrete omstandigheden van het geval. Onder andere de aard en de omvang van de voorziene wijziging van de stedelijke ontwikkeling spelen daarbij een rol. Of de ontwikkeling per saldo aanzienlijke negatieve gevolgen voor het milieu kan hebben, is daarbij niet relevant. Als een project voorziet in een (gedeeltelijke) functiewijziging, maar de bebouwde oppervlakte hetzelfde blijft, lijkt gelet op de uitspraak van de Raad van State van 31 januari 2018 (ECLI:NL:RVS:2018:348) er geen sprake te zijn van een stedelijk ontwikkelingsproject als bedoeld in het Besluit m.e.r. Als gevolg van onderstaand plan worden een drietal opstallen van circa 420 m² gesloopt. Hiervoor wordt een, te verplaatsen bestaand woonrecht, als nieuwe woning met bijgebouw teruggebouwd. De bebouwde oppervlakte neemt als gevolg van het plan af. Het gaat om een (zeer) kleinschalige ontwikkeling waarbij het aantal verkeersbewegingen niet onevenredig toeneemt. Verder is, voor zover in dit kader relevant, sprake van een ontwikkeling die niet leidt tot een aantasting van het woon- en leefklimaat ter plaatse van omliggende woningen en andere milieugevoelige functies. Gelet hierop is geen sprake van een stedelijk ontwikkelingsproject als bedoeld in het Beluit m.e.r. en is een vormvrije m.e.r.-beoordeling niet noodzakelijk.

bestemmingsplan Buitengebied, Hanhofweg 3-5 De Lutte NL.IMRO.0168.bp008vzp22ph02-0401

25

4.2

Milieuzonering

Zowel de ruimtelijke ordening als het milieubeleid stellen zich ten doel een goede kwaliteit van het leefmilieu te handhaven en te bevorderen. Dit gebeurt onder andere door milieuzonering. Onder milieuzonering verstaan we het aanbrengen van een voldoende ruimtelijke scheiding tussen milieubelastende bedrijven of inrichtingen enerzijds en milieugevoelige functies als wonen en recreëren anderzijds. De ruimtelijke scheiding bestaat doorgaans uit het aanhouden van een bepaalde afstand tussen milieubelastende en milieugevoelige functies. Die onderlinge afstand moet groter zijn naarmate de milieubelastende functie het milieu sterker belast. Milieuzonering heeft twee doelen: het voorkomen of zoveel mogelijk beperken van hinder en gevaar bij woningen en andere gevoelige functies; het bieden van voldoende zekerheid aan bedrijven dat zij hun activiteiten duurzaam onder aanvaardbare voorwaarden kunnen uitoefenen. Voor het bepalen van de aan te houden afstanden wordt de VNG-uitgave 'Bedrijven en Milieuzonering' uit 2009 gehanteerd. Deze uitgave bevat een lijst, waarin voor een hele reeks van milieubelastende activiteiten (naar SBI-code gerangschikt) richtafstanden zijn gegeven ten opzichte van milieugevoelige functies. De lijst geeft richtafstanden voor de ruimtelijk relevante milieuaspecten geur, stof, geluid en gevaar.

De grootste van de vier richtafstanden is bepalend voor de indeling van een milieubelastende activiteit in een milieucategorie en daarmee ook voor de uiteindelijke richtafstand. De richtafstandenlijst gaat uit van gemiddeld moderne bedrijven. Indien bekend is welke activiteiten concreet zullen worden uitgeoefend, kan gemotiveerd worden uitgegaan van de daadwerkelijk te verwachten milieubelasting, in plaats van de richtafstanden. De afstanden worden gemeten tussen enerzijds de grens van de bestemming die de milieubelastende functie(s) toelaat en anderzijds de uiterste situering van de gevel van een milieugevoelige functie die op grond van het bestemmingsplan/wijzigingsplan mogelijk is. Hoe gevoelig een gebied is voor milieubelastende activiteiten is mede afhankelijk van het omgevingstype. De richtafstanden van de richtafstandenlijst gelden ten opzichte van het omgevingstype 'rustige woonwijk/buitengebied' dan wel 'gemengd gebied'. In figuur 4.1 zijn de richtafstanden weergegeven.

Figuur 4.1: Richtafstanden VNG-uitgave Bedrijven en Milieuzonering Toets Bij het realiseren van een nieuwe bestemming dient gekeken te worden of die nieuwe functie past in de omgeving (externe werking) en of de omgeving de nieuwe functie toelaat (interne werking). Het plangebied is gelegen in het buitengebied van de gemeente Losser. In de directe omgeving van het plangebied zijn overwegend woningen en agrarische gronden aanwezig. Het plangebied is derhalve gelegen in het omgevingstype 'rustig buitengebied'. Externe werking Bij de externe werking gaat het om de vraag of de realisatie van onderhavig plan leidt tot hinder of belemmeringen voor de omgeving. Daarvan is sprake als het woon- en leefklimaat van omwonenden in ernstige mate wordt aangetast. De functie 'wonen' betreft geen milieubelastende functie voor de omgeving. Daarnaast wordt 75 m² van de 175 m² aan bijgebouwen bij de woonbestemming gebruikt ten behoeve van de functie 'opslag' voor het naastgelegen recreatieterrein. Dit zal gaan om goederen die hier voor langere tijd worden

bestemmingsplan Buitengebied, Hanhofweg 3-5 De Lutte NL.IMRO.0168.bp008vzp22ph02-0401

26

opgeslagen (zoals meubilair). De goederen zullen hooguit twee keer per jaar uit de opslag gehaald worden. Dit is derhalve dan ook niet te vergelijken met de categorie 'Opslaggebouwen (verhuur opslagruimte)', waar het gaat om de verhuur van garageboxen e.d. met bijbehorende verkeersbewegingen. Daar is hier geen sprake van. Deze kleinschalige opslagfunctie heeft dan ook geen negatieve gevolgen voor het woonklimaat van omwonenden. Tot slot blijft de 'recreatie' bestemming verder ongewijzigd. Er is derhalve geen sprake van een aantasting van het leefklimaat van omwonenden. Interne werking Hierbij gaat het om de vraag of de nieuwe functie hinder ondervindt van bestaande functies in de omgeving en belemmering oplevert voor omliggende bedrijven. De belangrijkste zijn: Groepsaccommodatie- en vergaderlocatie 't Keampke: de betreffende woning betreft geen bedrijfswoning van 't Keampke, maar een reguliere burgerwoning. Er moet derhalve ook getoetst worden aan de recreatieve bestemming van groepsaccommodatie- en vergaderlocatie 't Keampke. De meest vergelijkbare categorie betreft: 'Kampeerterrein, vakantiecentra, e.d. (met keuken)'. Hiervoor geldt milieucategorie 3.1 met een richtafstand van 50 meter. Bij 't Keampe is momenteel echter sprake van een kleinschalig recreatieterrein die niet te vergelijken is met groot kampeerterrein/camping.

Hierdoor kan de richtafstand afgeschaald worden naar 30 meter. De afstand van de toekomstige woning is geregeld met een bouwvlak. De afstand tot de woning en het dichtstbijzijnde gebouw voor groepsaccommodatie bedraagt ten minste 30 meter. Daarbij ligt er tussen de beoogde woning en het terrein van 't Keampke een bestaande houtwal die zorgt voor een natuurlijke afscheiding en voldoende scheiding borgt tussen beide functies. Aan de richtafstand wordt voldaan. Sportvelden SV de Lutte: voor de categorie 'veldsportcomplex (met verlichting) geldt een richtafstand van 50 meter in verband met geluid. De beoogde locatie van de woning aan ligt op circa 90 meter. Aan de richtafstand wordt ruimschoots voldaan. Sport - manage: aan de Bentheimerstraat 29 is een manege gevestigd. Voor de categorie 'manege' geldt milieucategorie 3.1 met een richtafstand van 50 meter. De beoogde locatie van de woning aan ligt op circa 160 meter. Aan de richtafstand wordt ruimschoots voldaan. Aan de richtafstanden wordt ruimschoots voldaan. Aanvullend onderzoek naar de milieuzonering is derhalve niet nodig. Het aspect 'milieuzonering' levert geen belemmering op voor voorliggend bestemmingsplan.

4.3

Bodem

Bij de vaststelling van een bestemmingsplan dient te worden bepaald of de aanwezige bodemkwaliteit past bij het toekomstige gebruik van die bodem en of deze aspecten optimaal op elkaar kunnen worden afgestemd. Om hierin inzicht te krijgen, dient in de daarvoor aangewezen gevallen een bodemonderzoek te worden verricht. Artikel 3.1.6 van het Bro bepaalt dat in het bestemmingsplan rekening gehouden moet worden met de bodemkwaliteit ter plaatse. De reden hiervoor is dat een eventueel aanwezige bodemverontreiniging van groot belang kan zijn voor de keuze van bepaalde bestemmingen en/of de (financiële) uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan. De bodemtoets moet worden uitgevoerd bij het opstellen of wijzigen van het bestemmingsplan of een planologische afwijking. Als er verontreiniging aanwezig is moet bepaald (nader onderzoek) worden of het een geval is in de zin de Wbb of een diffuse verontreiniging. In de exploitatieopzet moeten de saneringskosten en de verwerkingskosten voor diffuus verontreinigde grond worden opgenomen. Toets Verkennend bodemonderzoek Ten behoeve van onderhavig bestemmingsplan is gebruik gemaakt van een verkennend bodemonderzoek conform NEN5740 en 5707, uitgevoerd door Kruse [projectcode: 23039710; d.d. 1 september 2023] om ter plaatse van het plangebied de milieu-hygiënische kwaliteit van de bodem vast te stellen.

Het bodemonderzoek is als Bijlage 2 toegevoegd. De conclusies en aanbevelingen zijn onderstaand opgenomen: Conclusies en aanbevelingen In de bovengrond (BG I en BG II) en in het grondwater (PB 1) zijn enkele (zeer) licht tot matig verhoogde gehalten aangetoond. Naar aanleiding van het matig verhoogde zinkgehalte in het mengmonster BG II zijn de 5 deelmonsters uit BG II separaat op zink onderzocht. De

bestemmingsplan Buitengebied, Hanhofweg 3-5 De Lutte NL.IMRO.0168.bp008vzp22ph02-0401

27

deelmonsters zijn niet, (zeer) licht of matig verontreinigd met zink. Vanuit de Wet Bodembescherming is er geen verplichting tot het uitvoeren van nader onderzoek, omdat er geen verhoogde gehalten ten opzichte van de interventiewaarde zijn gemeten. Voor een beschrijving en mogelijke verklaringen wordt verwezen naar de paragrafen 4.3, 4.4 en 4.5. In de ondergrond (OG I en OG II) zijn geen verontreinigingen aangetoond. Aangezien de tussenwaarden niet worden overschreden, is het uitvoeren van een nader onderzoek niet noodzakelijk. Voorkomen dient te worden dat de matig (met zink) verontreinigde bovengrond bij het herinrichten van het terrein wordt vermengd met de omliggende schone bodem. Geadviseerd wordt de matig verontreinigde grond ter plekke van boring 2 af te graven en af te voeren naar een erkend acceptant. Inspectiegat 1 bevat asbest in een gewogen gehalte lager dan de toetsingswaarde voor nader asbestonderzoek. Inspectiegat 3 en 4 bevatten asbest in een gewogen asbestgehalte ruim hoger dan de toetsingswaarde voor nader asbestonderzoek. Bij het nader asbestonderzoek is in de inspectiesleuven S1, S2 en S3 asbest aangetoond in een gewogen gehalte lager dan de interventiewaarde. In inspectiesleuf S4 is het gewogen asbestgehalte ruim hoger dan de interventiewaarde. In inspectiesleuf S4 (OG) is geen asbest aangetoond. Een asbestsanering ter plekke van sleuf S4 is noodzakelijk.

De asbestverontreiniging in sleuf S4 is aanwezig op een diepte van 0.07 - 0.6 meter diepte. De omvang van de verontreiniging wordt geschat op circa 80 m2 x 0.55 meter = circa 45 m3 Er dient voorkomen te worden dat er vermenging ontstaat met de schone grond. De (sterk) met asbest verontreinigde grond mag niet worden verminderd of verplaatst zonder toestemming van het bevoegd gezag (provincie Overijssel). Voorafgaande aan een eventuele sanering dient een BUS-melding of saneringsplan opgesteld te worden en goedgekeurd te worden door het bevoegd gezag. Een sanering mag alleen door hiervoor erkende bedrijven worden uitgevoerd. Uit milieukundig oogpunt is er, na het uitvoeren van een asbestsanering, geen bezwaar tegen de bestemmingsplanwijziging en nieuwbouwplannen, aangezien de overige vastgestelde verontreinigingen geen risico’s voor de volksgezondheid opleveren. De bodem wordt (na asbestsanering) geschikt geacht voor het huidige en toekomstige gebruik (wonen met tuin).

4.4

Geluid

In het kader van de Wet geluidhinder moet er bij de voorbereiding van een bestemmingsplan, c.q. een ontheffing op grond van de Wro, een onderzoek worden gedaan naar de geluidsbelasting op de gevels van geluidsgevoelige objecten, voor zover deze geluidsgevoelige objecten zijn gelegen binnen een zonering van een industrieterrein, wegen en/of spoorwegen. De Wet geluidhinder kent de volgende geluidsgevoelige functies: Woningen. Onderwijsgebouwen (behoudens voorzieningen zoals een gymnastieklokaal). Ziekenhuizen en verpleeghuizen en daarmee gelijk te stellen voorzieningen zoals verzorgingstehuizen, psychiatrische inrichtingen, medische centra, poliklinieken, medische kleuterdagverblijven, etc. Enerzijds betekent dit dat (geluids-)eisen worden gesteld aan de nieuwe milieubelastende functies, anderzijds betekent dit eveneens dat beperkingen worden opgelegd aan de nieuwe milieugevoelige functies. Toets Wegverkeerslawaai Het plangebied ligt aan de Hanhofweg (30 km/u zone). Daarnaast ligt het plangebied binnen de geluidzone van de N735 – Bentheimerstraat. Gelet op dat het plangebied binnen de geluidszone van de N735 – Bentheimerstraat ligt en er geluidsgevoelige object (woning) gerealiseerd wordt, is een akoestisch onderzoek naar wegverkeerslawaai uitgevoerd. Het akoestisch onderzoek is bijgevoegd als Bijlage 3.

Conclusie onderzoek Uit de rekenresultaten blijkt dat de voorkeursgrenswaarde van 48 dB ten gevolge van de N735 - Bentheimersstraat niet wordt overschreden. Er is ten aanzien van het aspect

bestemmingsplan Buitengebied, Hanhofweg 3-5 De Lutte NL.IMRO.0168.bp008vzp22ph02-0401

28

wegverkeerslawaai sprake van een aanvaardbaar akoestisch woon- en leefklimaat ter plaatse van de woning; Het blijkt dat de gecumuleerde geluidbelasting ten gevolge van het wegverkeer ter plaatse van de beoordelingspunten niet hoger is dan 53 dB. Geluidwerende voorzieningen zijn niet noodzakelijk. Industrielawaai en/of spoorweglawaai Daarnaast zijn er in de directe omgeving van het plangebied geen spoorwegen en/of geluidsgezoneerde bedrijventerreinen aanwezig. Geconcludeerd kan worden dat het aspect 'geluid' geen belemmering vormt voor de uitvoerbaarheid van dit bestemmingsplan.

4.5

Luchtkwaliteit

Om een goede luchtkwaliteit in Europa te garanderen heeft de Europese unie een viertal kaderrichtlijnen opgesteld. De hiervan afgeleide Nederlandse wetgeving is vastgelegd in hoofdstuk 5, titel 2 van de Wet milieubeheer. Deze wetgeving staat ook bekend als de Wet luchtkwaliteit. In de Wet luchtkwaliteit staan onder meer de grenswaarden voor de verschillende luchtverontreinigende stoffen. Onderdeel van de Wet luchtkwaliteit zijn de volgende Besluiten en Regelingen: Besluit en de Regeling niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen); Besluit gevoelige bestemmingen (luchtkwaliteitseisen). Besluit en de Regeling niet in betekenende mate bijdragen Het Besluit niet in betekenende mate bijdragen (NIBM) staat bouwprojecten toe wanneer de bijdrage aan de luchtkwaliteit van het desbetreffende project niet in betekenende mate is. Het begrip 'niet in betekenende mate' is gedefinieerd als 3% van de grenswaarden uit de Wet milieubeheer. Het gaat hierbij uitsluitend om stikstofdioxide (NO 2) en fijn stof (PM10 en PM2,5). Toetsing aan andere luchtverontreinigende stoffen uit de Wet luchtkwaliteit vindt niet plaats. In de Regeling NIBM is een lijst met categorieën van gevallen (inrichtingen, kantoor- en woningbouwlocaties) opgenomen die niet in betekenende mate bijdragen aan de luchtverontreiniging.

Enkele voorbeelden zijn: woningen: 1500 met een enkele ontsluitingsweg; woningen: 3000 met twee ontsluitingswegen; kantoren: 100.000 m² bruto vloeroppervlak met een enkele ontsluitingsweg. Als een ruimtelijke ontwikkeling niet genoemd staat in de Regeling NIBM kan deze nog steeds niet in betekenende mate bijdragen. De bijdrage aan NO 2 en PM10 moet dan minder zijn dan 3% van de grenswaarden. Besluit gevoelige bestemmingen Dit besluit is opgesteld om mensen die extra gevoelig zijn voor een matige luchtkwaliteit aanvullend te beschermen. Deze 'gevoelige bestemmingen' zijn scholen, kinderdagverblijven en verzorgings-, verpleeg- en bejaardentehuizen. Woningen en ziekenhuizen/ klinieken zijn geen gevoelige bestemmingen. De grootste bron van luchtverontreiniging in Nederland is het wegverkeer. Het Besluit legt aan weerszijden van rijkswegen en provinciale wegen zones vast. Bij rijkswegen is deze zone 300 meter, bij provinciale wegen 50 meter. Bij realisatie van 'gevoelige bestemmingen' binnen deze zones is toetsing aan de grenswaarden die genoemd zijn in de Wet luchtkwaliteit nodig. Toets Voorliggende ontwikkeling voorziet in de sloop van een drietal opslagebouwen. Hiervoor wordt een nieuwe woning inclusief bijgebouw (inclusief opslagfunctie) teruggebouwd. In voorliggende ontwikkeling is dan ook geen sprake van een toename van het aantal verkeersbewegingen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Losser&id=b8eaf83f-401c-4f0b-9bf0-38336fff80e2