Bestemmingsplan Vaststellen Buitengebied Schaapskooiweg 2 Overdinkel
Tekst van het document
De voorgenomen ontwikkeling voorziet in de uitbreiding van een bestaand kampeerterrein welke in de huidige situatie als nevenactiviteit bij het agrarisch bedrijf wordt geëxploiteerd. Aangezien de toerist geen gemeentegrenzen, maar op bezoek gaat in een bepaald gebied (in dit geval Noordoost Twente) hebben de gemeenten Losser, Dinkelland, Oldenzaal en Tubbergen besloten op het gebied van recreatie en toerisme samen te gaan werken. Daarmee kunnen de gemeenten zich sterker profileren binnen Twente met als doel om het verblijfstoerisme in Noordoost Twente te versterken door middel van kwaliteitsverbetering, productvernieuwing en differentiatie in het verblijfsrecreatief aanbod. Mede daarom is het belangrijk om het beleid in Noordoost Twente op elkaar af te stemmen om zodoende een optimaal en divers aanbod aan kwalitatief goede verblijfsmogelijkheden binnen Noordoost Twente aan te kunnen bieden die aansluit bij de wensen en behoeften van de toerist. Derhalve wordt het gebied Noordoost Twente als verzorgingsgebied aangemerkt.
Behoefte Artikel 3.1.6, tweede lid, van het Bro verplicht het betrokken bestuursorgaan om in de toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, de behoefte aan de voorgenomen stedelijke ontwikkeling te beschrijven. Deze verplichting geldt voor nieuwe stedelijke ontwikkelingen binnen en buiten het bestaand stedelijk gebied.
Bij deze behoefte gaat het niet alleen om de kwantitatieve behoefte. Het kan ook gaan om de kwalitatieve behoefte, zijnde de behoefte aan het specifieke karakter van de voorziene stedelijke
In deze beschrijving dient tot uitdrukking te komen dat deze behoefte is afgewogen tegen het bestaande aanbod, waarbij ook de planologische capaciteit een factor van belang kan zijn (uitspraken van 11 maart 2015, ECLI:NL:RVS:2015:715 (Beek) en van 11 februari 2015, ECLI:NL:RVS:2015:345 (Kampen)).
05
A D FONTEM RU IMTE L IJK A DV IE S
ontwikkeling (uitspraak van 11 november 2015, ECLI:NL:RVS:2015:3444 (Rozendaal)).
Zoals in hoofdstuk 2 is beschreven werd sinds 1924 een agrarisch bedrijf op het perceel Schaapskooiweg 2 geëxploiteerd. Vanaf 2015 is het idee ontstaan om naast het agrarisch bedrijf ook camperplaatsen bij de boerderij te bieden. Door de aanleg van 25 camperplaatsen is Camperplaats Skop'nboer ontstaan in het mooie glooiende landschap van Twente aan de Ruhenbergerbeek. Door de landelijke ligging biedt de camperplaats rust, ruimte en gemoedelijkheid, iets waar de recreant voor Camperplaats Skop'nboer expliciet voor komt.
Aangezien de agrarische bedrijfsactiviteiten de laatste jaren - onder andere door de camperplaatsen langzaam zijn afgebouwd, wenst de initiatiefnemer het agrarisch bedrijf volledig te staken en de tijd en energie volledig in de recreatieve bedrijfsvoering op het perceel te steken. Hieronder wordt de behoefte aan de voorgenomen ontwikkeling beschreven.
Op 16 oktober 2018 heeft de gemeenteraad van de gemeente Losser de “Nota Verblijfsrecreatie Noordoost Twente 2018' vastgesteld. Deze nota is gezamenlijk met de gemeenten Dinkelland, Oldenzaal en Tubbergen opgesteld en zijn de ruimtelijke kaders in heel Noordoost Twente grotendeels gelijk getrokken en is het beleid in de vier gemeenten op elkaar afgestemd. Het doel van de nota is om kaders weer te geven waarbinnen de verschillende vormen van verblijfsrecreatie zich in de toekomst kunnen blijven ontwikkelen.
Een kleinschalig kampeerterrein wordt in de nota als volgt gedefinieerd: Een kleinschalig kampeerterrein is een terrein of plaats, geheel of gedeeltelijk ingericht voor toeristisch kamperen. Blijkens die inrichting is het terrein bestemd, om daarop gelegenheid te geven tot het plaatsen of geplaatst houden van maximaal 25 kampeermiddelen ten behoeve van recreatief nachtverblijf. Aan de Schaapskooiweg 2 is – zoals aangegeven – in de huidige situatie reeds een kleinschalig kampeerterrein aanwezig. Het voornemen bestaat om deze uit te breiden tot 49 camperplaatsen en tevens de mogelijkheid te bieden om zes glampingplaatsen te realiseren.
In de 'Nota Verblijfsrecreatie Noordoost Twente 2018' wordt aangegeven dat de uitbreiding/nieuwvestiging van kampeerterreinen geldt dat deze een aantoonbare meerwaarde moeten hebben: ◼
Nieuwe initiatieven dragen bij voorkeur bij aan de diversificatie van het aanbod en/of
◼
nieuwe initiatieven springen in op de wensen van bestaande en toekomstige gasten, daarbij wordt de doelgroepensegmentatie van de Leisure Leefstijlen betrokken.
Camperplaats Skop'nboer is gelegen in het glooiende landschap van Twente aan de Ruhenbergerbeek. Door de landelijke ligging biedt de camping rust, ruimte en gemoedelijkheid. In de
06
A D FONTEM RU IMTE L IJK A DV IE S
hebben een aantoonbare meerwaarde voor het toeristisch-recreatieve product;
huidige situatie zijn er reeds 25 camperplekken die allen verhard zijn en goed toegankelijk. Camperplaats Skop'nboer richt zich – ten aanzien van de Leisure leefstijlen - vooral op de 'rustig groene' en de 'ingetogen aqua' recreant. De recreant die op Camperplaats Skop'nboer verblijft is vooral op zoek naar rust, ontspanning en naar het rijke culturele, religieuze en landschappelijke erfgoed dat Noordoost Twente biedt. Het zijn met name de tweepersoonshuishoudens en de ouderen die genieten van het landschap en de activiteiten in de omgeving. In figuur 1 zijn de kenmerken van de hiervoor beschreven leefstijlen weergegeven.
Figuur 1: Kenmerken leefstijlen (bron: Nota Verblijfsrecreatie Noordoost Twente)
In het onderzoek van ruimte & vrije tijd 'Verblijfsrecreatie in Noordoost-Twente, onderzoek naar de vitaliteit van de sector' (juni 2015) is de kleuring per gemeente ten aanzien van de Leisure leefstijlen weergegeven. Daarin zijn grote verschillen tussen de gemeenten. Losser laat een afwijkend profiel zien, met een relatief hoog percentage slaapplaatsen voor aqua, paars en rood (zijn opzoek naar luxe
Figuur 2: Kleuring per gemeente (bron: Ruimte & vrije tijd)
In het rapport van Ruimte & Vrije tijd wordt ten aanzien van de aantrekkingskracht van NoordoostTwente vermoed dat de grootste aantrekkingskracht geldt voor de leefstijl ingetogen aqua. Deze
07
A D FONTEM RU IMTE L IJK A DV IE S
en comfort), zie figuur 2.
leefstijlgroep onderneemt graag relatief rustige activiteiten, zoals wandelen en fietsen in de combinatie van natuur en cultuur(historie). Ze houden van kleinschaligheid, authentieke landschappen, kunst en verhalen en juist op deze groep (die van sociale verbondenheid houdt) kan het noaberschap een extra aantrekkingskracht hebben. Daarnaast geldt dat het leefstijl 'rustig groen' ook zeker wordt aangetrokken door de kenmerken van Noordoost-Twente aangezien deze groep komt voor de rust en het religieuze erfgoed waardeert. Zij houden van tradities en streekcultuur. NoordoostTwente heeft een gevarieerd coulisselandschap door haar bossen, essen, heide, houtwallen en beken. Het glooiende landschap heeft het gebied te danken aan de hoge stuwwallen en beekdalen. Door de hoogteverschillen en het aanwezige water is een bijzondere vegetatie ontstaan. Zo kunnen recreanten en toeristen er bijzondere planten (zoals orchideeën en dotterbloemen) en verschillende soorten zoogdieren en vogels te vinden. Noordoost-Twente kent een uitgebreid routenetwerk voor wandelen en fietsen.
Camperplaats Skop'nboer richt zich – ten aanzien van de Leisure leefstijlen - vooral op de 'rustig groene' en de 'ingetogen aqua' recreant. De uitbreiding van het aantal camperplaatsen en glampingtenten voorzien dan ook specifiek in de uitbreiding van het aantal verblijfsplaatsen voor de 'rustig groene' en 'ingetogen aqua' recreant. Ten aanzien van de glampingplaatsen wordt opgemerkt dat dit aansluit bij de behoeften van de 'ingetogen aqua' recreant aangezien deze aangetrokken wordt door luxere bedden en comfortabel meubilair, veel fiets en wandelmogelijkheden in de buurt en een streekgebonden locatie.
Al met al kan gesteld worden dat de voorgenomen ontwikkeling een bijdrage levert aan de (verblijfs)recreatieve mogelijkheden in de gemeente Losser, de recreatieve potentie van het gebied benut en past binnen het geldende beleid van de gemeente Losser. Tevens wordt voorzien in een concrete behoefte.
Op basis van het geldende beleid van Noordoost Twente, het beleid van de gemeente Losser en de ontwikkelingen/behoefte van de recreanten kan geconcludeerd worden dat er behoefte is aan de voorgenomen ontwikkeling.
Beschikbaarheid en geschiktheid locaties binnen bestaand stedelijk gebied
lid 2 Bro worden gemotiveerd waarom niet binnen bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien. Daarbij spelen de beschikbaarheid en geschiktheid van locaties binnen bestaand stedelijk gebied een rol. Argumenten dat binnen bestaand stedelijk gebied geen mogelijkheden zijn voor de nieuwe stedelijke ontwikkeling kunnen bijvoorbeeld gaan over:
08
A D FONTEM RU IMTE L IJK A DV IE S
Als de stedelijke ontwikkeling buiten bestaand stedelijk gebied is gepland, moet volgens artikel 3.1.6
◼
kwalitatieve aspecten van de behoefte (hierbij kan gedacht worden aan bedrijvigheid die niet binnen bestaand stedelijk gebied in voorzien kan worden door bijvoorbeeld de kavelgrootte of milieucategorie)
◼
Andere functies die ter plaatse al aanwezig zijn of (volgens ruimtelijk beleid, zoals een structuurvisie) worden beoogd (voorbeelden zijn onder andere maatschappelijke voorzieningen, groenvoorzieningen en bedrijven die aanwezig zijn of later worden beoogd in een gebied/locatie);
◼
Aanzienlijke investeringen die eerst nodig zijn voor de inbreidingsplekken, bijvoorbeeld vanwege negatieve milieuaspecten als gevolg van de nieuwe functie.
In de huidige situatie is reeds een kleinschalig kampeerterrein (maximaal 25 camperplaatsen) aanwezig aan de Schaapskooiweg 2 te Overdinkel. Een belangrijk onderdeel van de recreant is natuurbeleving. Zoals is aangegeven bevinden zich in de omgeving van Losser en net over de grens aan de Duitse zijde aantrekkelijke recreatieve (natuur)gebieden. Vanuit Losser zijn deze recreatiegebieden goed te bereiken, wat mede bijdraagt aan het goede recreatieve klimaat.
In de gemeente Losser zijn er meer dan 800 km aan fietsroutes en 100 km aan wandelroutes met een startpunt in de gemeente Losser. De meeste routes starten in De Lutte, het toeristisch centrum van de gemeente. Er zijn ook verscheidende grensoverschrijdende routes, zoals de Gildehaus Dinkelroute en de Dinkelstenenroute. Naast de ‘lokale’ routes die in de gemeente starten, worden er ook nog routes aangeboden die door de gemeente heen lopen, zoals onder andere de LAW paden (bijv. Noaberpad, Marskramerpad en Twentepad), landelijke fietsroutes (bijv. Monnikenspoor en Saksenroute), Bad Bentheimer routes en de Sagenlandroute. Ook maakt de mountainbikeroute Losser deel uit van het Twente mountainbikenetwerk en zal Losser aanhaken bij het Paardrijnetwerk Twente.
Het plangebied aan de Schaapskooiweg 2 ligt aan meerdere recreatie wandel- en fietsroutes. Daarnaast is het plangebied op zeer korte afstand gelegen van de Duitse grens en het Gilderhauser Venn (natuurgebied). De recreant die op Camperplaats Skop'nboer verblijft is - zoals aangegeven vooral op zoek naar rust, ontspanning en naar het rijke culturele, religieuze en landschappelijke erfgoed dat Noordoost Twente biedt. Vanzelfsprekend zijn binnen het bestaand stedelijk gebied geen locaties beschikbaar die de gewenste natuurwaarden bieden, omdat natuurgebieden geen onderdeel
doorgaans niet de natuurbeleving die beoogd is door de recreant. Derhalve kan worden geconcludeerd dat er binnen bestaand stedelijk gebied geen geschikte locaties zijn voor dit plan.
09
A D FONTEM RU IMTE L IJK A DV IE S
uitmaken van het bestaand stedelijk gebied. Hooguit betreft het stedelijk groen, maar dit geeft
Conclusie Op basis van bovenstaande kan geconcludeerd worden dat het plan niet gerealiseerd kan worden binnen bestaand stedelijk gebied. Gelet op het feit dat de behoefte is aangetoond en de beschikbaarheid en geschiktheid van locaties binnen bestaand stedelijk gebied ontbreken, kan
10
A D FONTEM RU IMTE L IJK A DV IE S
geconcludeerd worden dat het plan voldoet aan de Ladder voor duurzame verstedelijking.
074 255 7020
Stationsstraat 37
info@ad-fontem.nl
11 7622 LW Borne
www.ad-fontem.nl
A D FONTEM RU IMTE L IJK A DV IE S
Ad Fontem ruimtelijk advies
Bijlage 3
Aanmeldnotitie
bestemmingsplan Buitengebied, Schaapskooiweg 2 Overdinkel NL.IMRO.0168.bp008vzp22ph04-0401
90
Aan: Gemeente Losser t.a.v. mw. Reimink Postbus 90 7580 AB Losser Borne, 27 oktober 2023 Ons kenmerk: 20AF196 Bijlagen: Geen
Betreft:
Aanmeldnotitie m.e.r.-beoordeling Schaapskooiweg 2 Overdinkel
Geachte mevrouw Reimink, Zoals bij u bekend zijn wij bezig met het opstellen van een bestemmingsplan voor de verruiming van de (verblijfs)recreatieve mogelijkheden op het perceel Schaapskooiweg 2 te Overdinkel. Er is sprake van een activiteit die op grond van onderdeel D van het Besluit milieueffectrapportage m.e.r.-plichtig is. Het plan gaat namelijk over een activiteit benoemd in kolom 1 lijst D, namelijk de aanleg en uitbreiding van een permanent kampeerterrein. Er geldt een m.e.r.-beoordelingsplicht bij: • 250.000 bezoekers of meer per jaar, • een oppervlakte van 25 hectare of meer, • 100 ligplaatsen of meer of • een oppervlakte van 10 hectare of meer in een gevoelig gebied. De genoemde maximum oppervlakken gelden als drempelwaarden, waar het onderhavige project ruimschoots onder blijft. Op basis hiervan kan geconcludeerd worden dat het milieubelang van de in dit bestemmingsplan besloten ontwikkeling in voldoende mate is afgewogen en dat belangrijke nadelige milieueffecten zijn uitgesloten. Het plan is niet direct binnen een kwetsbaar of waardevol gebied gelegen (maar wel aansluitend) en heeft ook geen belangrijke nadelige milieugevolgen voor de omgeving, waardoor de in het bestemmingsplan besloten ontwikkeling niet m.e.r.-beoordelingsplichtig is. Echter, per 16 mei 2017 is een aanmeldnotitie nodig wanneer sprake is van een vormvrije m.e.r.beoordeling.
Dit geldt voor alle ruimtelijke ontwikkelingen die voorkomen in onderdeel D van de bijlage bij het Besluit m.e.r. maar onder de drempelwaarden blijven (en daarmee niet planMER-plichtig zijn). Er is geen ondergrens wat betreft het plan zelf, dus ook bij de ontwikkeling van onderhavig plan. In deze vormvrije m.e.r.-beoordeling moet worden beoordeeld of de activiteit daadwerkelijk geen belangrijke nadelige milieugevolgen kan hebben. Hierbij moet in het bijzonder worden nagegaan of er sprake is van de omstandigheden als bedoeld in bijlage III van de Europese Richtlijn betreffende de milieueffectbeoordeling. Daarbij dient te worden ingegaan op de volgende onderdelen: • de kenmerken van het project; • de plaats waar de activiteit plaatsvindt; • de kenmerken van het potentiële effect.
Ad Fontem Juridisch Bouwadvies BV Stationsstraat 37 7622 LW Borne T 074 255 70 20 IBAN NL92RABO 0331 6534 27 BIC RABONL2U KvK Veluwe-Twente 08140851 Btw nr. NL 8151.28.939.B01 info@ad-fontem.nl www.ad-fontem.nl
Kenmerken van het betreffende project Met de voorgenomen ontwikkeling worden de (verblijfs)recreatieve mogelijkheden op het perceel uitgebreid en daarmee de agrarische mogelijkheden op het perceel beëindigd. Met de uitbreiding van de recreatieve mogelijkheden wil de initiatiefnemer het volgende realiseren: • • •
•
Uitbreiding van het aantal camperplaatsen van 25 camperplaatsen naar 49 camperplaatsen voor kampeerauto’s, niet zijnde caravans. Realisatie van zes boerderijappartementen in de voormalige kapschuur (is reeds een omgevingsvergunning voor verleend). De voormalige agrarische schuur te verbouwen en om te zetten naar een recreatieve functie. Concreet betekent dit dat het gebouw dient als receptie (in de huidige situatie reeds als zodanig verbouwd en in gebruik genomen) ten behoeve van de camperplaatsen. Daarnaast bestaat de wordt de schuur verbouwd voor dagrecreatieve activiteiten in de vorm van: a. Gemeenschappelijke zaal/ruimte voor gasten van de camperplaats ten behoeve van dagactiviteiten ondersteunend aan de camping (bijvoorbeeld bingo-avonden, spelletjesavonden- en middagen en arrangementen en overige activiteiten gericht op het vermaak van de campinggasten). Daarbij zal ondergeschikte horeca ten behoeve van de recreatieve functie mogelijk worden gemaakt zodat het mogelijk is om tijdens de activiteiten ondersteunend aan de recreatieve activiteiten eten en drinken te nuttigen. Er wordt geen zelfstandige horecagelegenheid geëxploiteerd. b. Een deel van de gemeenschappelijke ruimte/zaal kan ook gebruikt worden als vergaderlocatie (“bleisure”); c. Het realiseren van een ondergeschikte en kleinschalige ruimte voor de verkoop van eigen en streekeigen producten. d.
Steunpunt Tourist Info Losser. Bij het Tourist Info Losser kan men terecht voor informatie over alle bezienswaardigheden, accommodaties, evenementen en horeca in Losser. Tevens kunnen er wandel- en fietsroutekaarten worden verkregen. Het steunpunt zal door de initiatiefnemer worden geëxploiteerd zodat (dag)recreanten geïnformeerd kunnen worden over alle recreatieve mogelijkheden die Losser te bieden heeft. e. In de schuur wordt tevens een rustpunt gecreëerd die opengesteld wordt voor dagrecreanten in het buitengebied van Losser. Bij het rustpunt worden kleine snacks (taart, koeken), koffie, thee en frisdranken aangeboden. Het realiseren van zes glampingplaatsen (tent). Glamping is een combinatie van glamour en camping en heeft dan ook betrekking op luxe kamperen, waarbij in een luxe, bijzonder vormgegeven tent overnacht kan worden.
In figuur 1 is het landschapsplan/erfinrichtingsplan weergeven.
-2-
Figuur 1: Landschapsplan Plaats van het project Het plangebied is gelegen aan de Schaapskooiweg 2 te Overdinkel. Het plangebied is gelegen op een afstand van 280 meter ten noordoosten van de kern Overdinkel. Het plangebied is gelegen in het buitengebied van de gemeente Losser aan de Ruhenbergerbeek. Kenmerken van de potentiële effecten Voor wat betreft de potentiele milieueffecten van de planontwikkeling zijn de volgende aspecten van belang/relevant. Verkeerseffecten en luchtkwaliteit Het plangebied is gelegen aan de Schaapskooiweg en wordt via de Ruhenbergerweg met het omliggende gebied ontsloten. Om de verkeersgeneratie als gevolg van het plan te bepalen kan gebruik gemaakt worden van CROW-uitgave 381 (december 2018) waarin kengetallen zijn opgenomen voor de verkeersgeneratie en het parkeren. Op basis van de kengetallen geldt voor een camping (kampeerterrein) in het buitengebied (nietstedelijk) een verkeersgeneratie van 0,4 verkeersbewegingen per standplaats. Als gevolg van het plan worden 49 camperplaatsen en zes glampingtenten gerealiseerd. De verkeersgeneratie van het kampeerterrein bedraagt derhalve (55 * 0,4) 22 verkeersbewegingen per dag. Voor de zes reeds vergunde boerderijappartementen wordt aangesloten bij de functie 'bungalowpark (huisjescomplex)'. In het buitengebied levert deze functie een maximale verkeersgeneratie op van 2,8
-3-
verkeersbewegingen per bungalow in het buitengebied. Dit geeft een worst-case aantal verkeersbewegingen van (6 x 2,8 = 16,8) afgerond 17 verkeersbewegingen per dag. De totale verkeersgeneratie als gevolg van het plan bedraagt 39 verkeersbewegingen per dag. Deze verkeersbewegingen kunnen eenvoudig via de huidige infrastructuur worden afgewikkeld. In de Wet luchtkwaliteit staan onder meer de grenswaarden voor de verschillende luchtverontreinigende stoffen. Onderdeel van de Wet luchtkwaliteit zijn de volgende Besluiten en Regelingen: • •
Besluit en de Regeling niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen); Besluit gevoelige bestemmingen (luchtkwaliteitseisen).
Besluit en de Regeling niet in betekenende mate bijdragen Het Besluit niet in betekenende mate bijdragen (NIBM) staat bouwprojecten toe wanneer de bijdrage aan de luchtkwaliteit van het desbetreffende project niet in betekenende mate is. Het begrip 'niet in betekenende mate' is gedefinieerd als 3% van de grenswaarden uit de Wet milieubeheer. Het gaat hierbij uitsluitend om stikstofdioxide (NO2) en fijn stof (PM10 en PM2,5). Toetsing aan andere luchtverontreinigende stoffen uit de Wet luchtkwaliteit vindt niet plaats. In de Regeling NIBM is een lijst met categorieën van gevallen (inrichtingen, kantoor- en woningbouwlocaties) opgenomen die niet in betekenende mate bijdragen aan de luchtverontreiniging. Enkele voorbeelden zijn: • • •
woningen: 1500 met een enkele ontsluitingsweg; woningen: 3000 met twee ontsluitingswegen; kantoren: 100.000 m² bruto vloeroppervlak met een enkele ontsluitingsweg.
Als een ruimtelijke ontwikkeling niet genoemd staat in de Regeling NIBM kan deze nog steeds niet in betekenende mate bijdragen. De bijdrage aan NO2 en PM10 moet dan minder zijn dan 3% van de grenswaarden. Besluit gevoelige bestemmingen Dit besluit is opgesteld om mensen die extra gevoelig zijn voor een matige luchtkwaliteit aanvullend te beschermen. Deze 'gevoelige bestemmingen' zijn scholen, kinderdagverblijven en verzorgings-, verpleeg- en bejaardentehuizen. Woningen en ziekenhuizen/ klinieken zijn geen gevoelige bestemmingen. De grootste bron van luchtverontreiniging in Nederland is het wegverkeer. Het Besluit legt aan weerszijden van rijkswegen en provinciale wegen zones vast. Bij rijkswegen is deze zone 300 meter, bij provinciale wegen 50 meter. Bij realisatie van 'gevoelige bestemmingen' binnen deze zones is toetsing aan de grenswaarden die genoemd zijn in de Wet luchtkwaliteit nodig. Toets De voorgenomen ontwikkeling maakt de uitbreiding van een kampeerterrein mogelijk. De camperplaatsen op het perceel worden uitgebreid van 25 plaatsen naar 49 plaatsen en er worden 6 glampingtenten gerealiseerd. Daarnaast is middels een verleende omgevingsvergunning de verbouw van de kapschuur naar zes boerderijappartementen toegestaan.
Om te onderzoeken of het plan al dan niet in betekenende mate bijdraagt aan de luchtverontreining wordt de verkeersgeneratie van alle recreatieve mogelijkheden op het perceel meegenomen bij de berekening (worst-case). De recreatieve mogelijkheden betreffen derhalve 49 camperplaatsen, 6 glampingtenten en 6 boerderijappartementen. Volgens de CROW-richtlijnen geeft een camping/kampeerterrein in het buitengebied een verkeersgeneratie van 0,4 verkeersbewegingen per standplaats. Gezien er met de voorgenomen ontwikkeling 49 standplaatsen gerealiseerd worden en 6 glampingtenten geeft dit een worst-case aantal verkeersbewegingen van (55 x 0,4=) 22 verkeersbewegingen per dag. Voor de zes reeds vergunde boerderijappartementen wordt aangesloten bij de functie 'bungalowpark (huisjescomplex)'. In het buitengebied levert deze functie een maximale verkeersgeneratie op van 2,8 -4-
verkeersbewegingen per bungalow in het buitengebied. het maximale aantal verkeersbewegingen bedraagt derhalve (6 x 2,8 = 16,8) afgerond 17 verkeersbewegingen per dag. Als wordt uitgegaan van een worst-case scenario kan het aantal verkeersbewegingen op (22 + 17) 39 verkeersbewegingen per dag gesteld worden. Er zal voor het perceel geen tot weinig sprake zijn van vrachtverkeer, waardoor het percentage vrachtverkeer op 1 procent gezet kan worden. In figuur 2 is de worst-case berekening weergegeven.
Figuur 2: Worst-case berekening voor bijdrage van extra verkeer (bron: infomil.nl) Uit deze berekening volgt dat de bijdrage van het extra verkeer niet in betekende mate is. Er is geen nader onderzoek nodig. Uit de jaarlijkse rapportage van de luchtkwaliteit blijkt bovendien dat er, in de omgeving van het plangebied, langs wegen geen overschrijdingen van de grenswaarden aan de orde zijn. Een overschrijding van de grenswaarden is ook in de toekomst niet te verwachten. Aanvullend onderzoek naar de luchtkwaliteit is derhalve niet nodig. Daarnaast kan de uitbreiding van de recreatieve mogelijkheden niet worden aangemerkt als de realisatie van 'gevoelige bestemmingen' binnen de zone van een Rijks- of provinciale weg. Het aspect 'luchtkwaliteit' vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van dit plan. Geluid Op grond van het artikel 74 van de Wet geluidhinder bevindt zich langs een weg een geluidszone, die aan weerszijde een breedte heeft van: • in stedelijk gebied: o voor een weg, bestaande uit drie of meer rijstroken: 350 meter; o voor een weg, bestaande uit een of twee rijstroken: 200 meter; • in buitenstedelijk gebied: o voor een weg, bestaande uit vijf of meer rijstroken: 600 meter; o voor een weg, bestaande uit drie of vier rijstroken: 400 meter; o voor een weg, bestaande uit een of twee rijstroken: 250 meter.
Deze zonering geldt niet: • voor wegen die zijn gelegen binnen een als woonerf aangeduid gebied; • voor wegen waarvoor een maximumsnelheid van 30 kilometer per uur geldt; • wegen waarvan op grond van een door de gemeenteraad vastgestelde geluidsniveau vaststaat dat de geluidsbelasting op 10 meter uit de as van de meest nabij gelegen rijstrook 48 dB (A) of minder bedraagt (art. 74, lid 3 Wgh). Op basis van de Wet geluidhinder kunnen onder andere vaste kampeermiddelen en recreatiewoningen niet aangemerkt worden als geluidsgevoelig object, waardoor het plan voor de uitbreiding van het -5-
aantal camperplaatsen en glampingtenten geen betrekking heeft op de realisatie van een nieuw geluidgevoelig object. Hoewel er geen nieuw geluidsgevoelig object wordt mogelijk gemaakt neemt niet weg dat moet worden nagegaan of ter plaatse van een recreatieterrein sprake moet zijn vaan een aanvaardbaar woon- en leefklimaat (ABRS 1 mei 2019, no. 201801643/1/R1). Dit was ook aan de orde in de uitspraak 201304510/1/R1 (ECLI:NL:RVS:2014:216. In deze uitspraak stelt de Afdeling ook voorop dat een recreatiewoning, hoewel het geen geluidgevoelig gebouw is in de zin van de Wet geluidhinder, aangemerkt kan worden als een object dat in het kader van een goede ruimtelijke ordening tegen geluidhinder bescherming behoeft, nu hier regelmatig mensen zullen verblijven en waar blootstelling aan geluid kan leiden tot hinder. De Afdeling oordeelt dat de raad dan ook dient te beoordelen of in het kader van een goede ruimtelijke ordening een aanvaardbaar woon- en leefklimaat kan worden gegarandeerd bij de voorziene recreatiewoningen. De camperplaatsen en de glampingtenten zijn gelegen op een afstand van 240 meter van de Ruhenbergerweg waarvoor een maximumsnelheid geldt van 60 km per uur. De Ruhenbergerweg betreft een ontsluitingsweg die de aanliggende woon- en (agrarische) bedrijfspercelen ontsluit.
Gelet op het karakter van de Ruhenbergerweg en de onderlinge afstand van de weg tot aan de recreatieve overnachtingsmogelijkheden wordt geconcludeerd dat een aanvaardbaar leefklimaat gegarandeerd kan worden. Het aspect 'geluid' vormt geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling. Bodem Bij de vaststelling van een bestemmingsplan dient te worden bepaald of de aanwezige bodemkwaliteit past bij het toekomstige gebruik van die bodem en of deze aspecten optimaal op elkaar kunnen worden afgestemd. Om hierin inzicht te krijgen, dient in de daarvoor aangewezen gevallen een bodemonderzoek te worden verricht. Artikel 3.1.6 van het Bro bepaalt dat in het bestemmingsplan rekening gehouden moet worden met de bodemkwaliteit ter plaatse. De reden hiervoor is dat een eventueel aanwezige bodemverontreiniging van groot belang kan zijn voor de keuze van bepaalde bestemmingen en/of de (financiële) uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan. De bodemtoets moet worden uitgevoerd bij het opstellen of wijzigen van het bestemmingsplan of een planologische afwijking. Als er verontreiniging aanwezig is moet bepaald (nader onderzoek) worden of het een geval is in de zin de Wbb of een diffuse verontreiniging. In de exploitatieopzet moeten de saneringskosten en de verwerkingskosten voor diffuus verontreinigde grond worden opgenomen.
Toets Als gevolg van de uitbreiding van het aantal camperplaatsen en de glampingtenten is door Kruse Milieu een verkennend (asbest)bodemonderzoek uitgevoerd (projectcode 23045516, d.d. 21 juli 2023) op twee terreindelen met een omvang van circa 1.200 m2 en 3.800 m2. Het verkennend bodemonderzoek is als bijlage bij de toelichting van het bestemmingsplan opgenomen. Hieronder worden de resultaten beschreven. Resultaten veldwerk In totaal zijn er 9 inspectiegaten gegraven en 13 boringen verricht. Er zijn 2 inspectiegaten en 3 boringen verdiept. Vervolgens zijn er 2 diepe boringen afgewerkt met een peilbuis (PB 11 en PB 20). Gebleken is dat de bodemopbouw ter plaatse van de bovengrond globaal uit zeer fijn, zwak siltig, zwak grindig zand met wortelresten bestaat. De bodemopbouw ter plaatse van de ondergrond bestaat globaal uit matig grof, zwak siltig zand. In de boven- en ondergrond zijn oer- en roesthoudende lagen aangetroffen. Er zijn ter plekke van de kuilvoerplaten bodemvreemde materialen aangetroffen in de vorm van puin, keramiek en plastic. Ter plekke van het weiland zijn geen bodemvreemde materialen aangetroffen Door de veldwerker zijn, zowel ter plekke van de kuilvoerplaten als ter plekke van het weiland, visueel geen asbestverdachte materialen waargenomen op het maaiveld en in de opgeboorde bodem. Het freatische grondwater is aangetroffen op gemiddeld 1.52 m-mv.
Resultaten analyse Op basis van de resultaten van de analyses kan het volgende worden geconcludeerd: -6-
Kuilvoerplaten op voormalig agrarisch erf: • de bovengrond (BG - 01 en BG - 03) is niet verontreinigd; • de bovengrond (BG - 02) is zeer licht verontreinigd met PCB; • de ondergrond (OG - 01) is niet verontreinigd; • het grondwater (PB 11) is (zeer) licht verontreinigd met barium en zink; • mengmonster MM FF - 01 bevat geen asbest; • mengmonster MM FF - 02 bevat geen asbest. Weiland: • de bovengrond (BG - 11) is zeer licht verontreinigd met PCB; • de bovengrond (BG - 12) is niet verontreinigd; • de ondergrond (OG - 11) is niet verontreinigd; • het grondwater (PB 20) is licht verontreinigd met barium. Conclusie In de bovengrond (BG - 02 en BG - 11) en in het grondwater ( PB 11 en PB 20) zijn enkele (zeer) licht verhoogde concentraties aangetoond. Voor een beschrijving en mogelijke verklaringen wordt verwezen naar paragraaf 4.3 en 4.4 uit het bodemonderzoek. In de overige mengmonsters van de boven- en ondergrond (BG - 01, BG - 03, BG - 12, OG - 01 en OG - 11) zijn geen verontreinigingen gemeten. Aangezien de tussenwaarden niet worden overschreden, wordt het uitvoeren van nader onderzoek niet noodzakelijk geacht. In de mengmonsters van de fijne fractie MM FF - 01 en MM FF - 02 is geen asbest aangetoond. Uit milieukundig oogpunt is er geen bezwaar tegen de voorgenomen bestemmingsplanwijziging.
De bodem wordt geschikt geacht voor het toekomstige gebruik ten behoeve van verblijfsrecreatie. Daarnaast wordt opgemerkt dat de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem ter plaatse van de kapschuur en voormalige stal in het kader van de omgevingsvergunningsprocedure ten behoeve boerderijappartementen in maart 2021 zijn onderzocht (zie Bijlage 3). De conclusie daarvan was als volgt: In de bovengrond (BG I en BG III) zijn enkele zeer lichte verontreinigingen aangetoond. Voor een beschrijving en mogelijke verklaringen wordt verwezen naar de paragrafen 4.3 en 4.4 uit het bodemonderzoek. In de bovengrond (BG II), de ondergrond (OG) en in het grondwater (PB 1) zijn geen verontreinigingen aangetoond. Aangezien de tussenwaarden niet worden overschreden, is er geen reden om een nader onderzoek uit te voeren. In de mengmonsters van de fijne fractie MM FF - 01, MM FF - A en MM FF - B en het materiaalmonster dat is aangetroffen in MM FF - 01 is asbest aangetoond. Voor de inspectiegaten uit het mengmonster van de fijne fractie MM FF - 01 is het niet mogelijk om een asbestgehalte te berekenen. Op basis van de indicatieve concentratieberekening wordt aangenomen dat de gewogen asbestgehalten lager zijn dan de toetsingswaarden voor een nader asbestonderzoek.
Het aangetroffen asbestfragment in het mengmonster van de fijne fractie MM FF - 01 betreft mogelijk een toevalstreffer en aangenomen wordt dat de bodem niet (sterk) verontreinigd is met asbest. De gewogen asbestgehalten in de druppelzones MM FF - A en MM FF - B zijn lager dan de interventiewaarde. De toplaag ter plekke van de voormalige druppelzones is niet (sterk) verontreinigd met asbest. Op basis hiervan kan geconcludeerd worden dat het aspect 'bodem' geen belemmering vormt voor de uitvoerbaarheid van dit bestemmingsplan. Ecologie Bij een ruimtelijk plan moeten de gevolgen van de voorgenomen ontwikkeling met betrekking tot aanwezige natuurwaarden in beeld worden gebracht. Daarbij wordt ingegaan op de relatie van het plan met beschermde gebieden, beschermde soorten, en het Natuurnetwerk Nederland (NNN). De wettelijke kaders hiervoor worden gevormd door Europese richtlijnen (Vogelrichtlijn en Habitatrichtlijn), nationale regelgeving (Wet natuurbescherming) en provinciale regelgeving (NNN in provinciale verordening). Natuurnetwerk Nederland Het plangebied ligt buiten de gronden die tot het Natuurnetwerk Nederland behoren. In figuur 3 is de ligging van het plangebied ten opzichte van het Natuurnetwerk Nederland weergegeven. -7-
Figuur 3: Ligging plangebied t.o.v. Natuurnetwerk Nederland De invloedssfeer van de voorgenomen ontwikkeling is lokaal en heeft enkel betrekking op het voormalige agrarische bedrijfsperceel. De voorgenomen activiteiten hebben geen negatief effect op de wezenlijke kenmerken en waarden van het Natuurnetwerk Nederland in de omgeving van het plangebied. Het plangebied ligt buiten het Natuurnetwerk Nederland. Omdat de bescherming van het Natuurnetwerk Nederland geen externe werking kent in Overijssel, leiden de voorgenomen activiteiten niet tot wettelijke consequenties. Natura 2000-gebied Het plangebied ligt in de nabijheid van een Natura 2000-gebied. Het meest nabij gelegen Natura 2000gebied, is het Natura 2000-gebied 'Dinkelland'. Het gebied Dinkelland bestaat uit het beekdal van de Dinkel met een aantal zijbeken, waaronder het oostelijk deel van het beekdal van de Snoeijinksbeek, en een drietal gevarieerde heideterreinen langs de Puntbeek en Rammelbeek, te weten Punthuizen, Stroothuizen en het Beuninger Achterveld. De Dinkel is een kleine laaglandrivier. Bovenstrooms van de aftakking van het Omleidingskanaal heeft de Dinkel een vrij natuurlijke hydrodynamiek. Benedenstrooms van deze aftakking is de hydrodynamiek sterk gereguleerd. Landschappelijk is het een gaaf beekdal, gekenmerkt door hoogteverschillen, houtwallen, bossen en vochtige en schrale graslanden en heideterreinen.
De losliggende delen nabij Punthuizen bestaan uit vochtige en droge heide en heischrale graslanden en blauwgraslanden, afgewisseld met bosjes.
-8-