Bestemmingsplan Vaststellen Buitengebied Schaapskooiweg 2 Overdinkel
Tekst van het document
Bestemmingsplan Buitengebied, Schaapskooiweg 2 Overdinkel
Plangegevens Naam: Plantype: IMRO: Status:
Buitengebied, Schaapskooiweg 2 Overdinkel bestemmingsplan NL.IMRO.0168.bp008vzp22ph04-0401 vastgesteld
Datum:
9 februari 2024
Projectnummer:
20AF196
Opdrachtgever:
Opsteller:
Ad Fontem Juridisch Bouwadvies BV Stationsstraat 37 7622 LW BORNE T) 074 – 255 7020 E) info@ad-fontem.nl
Ad Fontem Juridisch Bouwadvies BV | Stationsstraat 37 | 7622 LW Borne | T 074-2557020 | F 074-265967 | E info@ad-fontem.nl
Buitengebied, Schaapskooiweg 2 Overdinkel
Inhoudsopgave
Toelichting
5
Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1 Aanleiding 1.2 Ligging en begrenzing plangebied 1.3 Vigerend bestemmingsplan 1.4 De bij het plan behorende stukken 1.5 Leeswijzer
5 5 5 6 7 7
Hoofdstuk 2 Het plan 2.1 Huidige situatie 2.2 Toekomstige situatie
8 8 9
Hoofdstuk 3 Beleid 3.1 Rijksbeleid 3.2 Provinciaal beleid Overijssel 3.3 Gemeentelijk beleid
13 13 15 23
Hoofdstuk 4 Omgevingsaspecten 4.1 Vormvrije m.e.r.-beoordeling 4.2 Milieuzonering 4.3 Geur 4.4 Bodem 4.5 Geluid 4.6 Luchtkwaliteit 4.7 Externe veiligheid 4.8 Water 4.9 Ecologie 4.10 Archeologie en Cultuurhistorie 4.11 Verkeer / parkeren
29 29 30 31 33 34 35 36 38 41 44 45
Hoofdstuk 5 Juridische toelichting 5.1 Planopzet en systematiek 5.2 Toelichting op de regels
48 48 48
Hoofdstuk 6
52
Economische uitvoerbaarheid
Hoofdstuk 7 Maatschappelijke uitvoerbaarheid 7.1 Vooroverleg 7.2 Zienswijzen
53 53 53
Bijlagen bij toelichting
55
Bijlage 1
KGO-plan Schaapskooiweg 2
56
Bijlage 2
Ladderonderbouwing
78
Bijlage 3
Aanmeldnotitie
90
Bijlage 4
Verkennend bodemonderzoek kampeerterrein
104
Bijlage 5
Verkennend bodemonderzoek bebouwing
171
Bijlage 6
Watertoets
241
Bijlage 7
Quickscan natuurwaarden
247
Bijlage 8
Stikstof-berekening
276
Regels Hoofdstuk 1 Artikel 1 Artikel 2
309 Inleidende regels Begrippen Wijze van meten
310 310 317
bestemmingsplan Buitengebied, Schaapskooiweg 2 Overdinkel NL.IMRO.0168.bp008vzp22ph04-0401
2
Hoofdstuk 2 Artikel 3 Artikel 4 Artikel 5 Artikel 6 Artikel 7 Artikel 8 Artikel 9
Bestemmingsregels Agrarisch - 2 Natuur - Natuur en bos Recreatie - Kampeerterrein Waarde - Archeologie 2 Waarde - Natuur en landschap Waterstaat - Herinrichting beek Waterstaat - Waterbergingsgebied
318 318 321 323 326 328 329 330
Hoofdstuk 3 Artikel 10 Artikel 11 Artikel 12 Artikel 13 Artikel 14
Algemene regels Anti-dubbeltelregel Algemene gebruiksregels Algemene aanduidingsregels Algemene afwijkingsregels Overige regels
331 331 332 333 335 336
Hoofdstuk 4 Artikel 15 Artikel 16
Overgangs- en slotregels Overgangsrecht Slotregel
337 337 338
Bijlagen bij de regels
339
Bijlage 1
Ruimtelijk kwaliteitsplan
340
Bijlage 2
Definitief besluit Dinkelland
343
bestemmingsplan Buitengebied, Schaapskooiweg 2 Overdinkel NL.IMRO.0168.bp008vzp22ph04-0401
3
bestemmingsplan Buitengebied, Schaapskooiweg 2 Overdinkel NL.IMRO.0168.bp008vzp22ph04-0401
4
Toelichting Hoofdstuk 1 1.1
Inleiding
Aanleiding
Voor de locatie Schaapskooiweg 2 in Overdinkel is een plan ontwikkeld. De initiatiefnemers willen de recreatieve (verblijfs)mogelijkheden op het perceel uitbreiden door het agrarisch bedrijf om te schakelen naar een recreatieve functie. Deze ontwikkeling past niet binnen het geldende bestemmingsplan, waardoor een herziening van het bestemmingsplan noodzakelijk is. In het kader van de Kwaliteitsimpuls Groene Omgeving worden de gronden die door het waterschap ten behoeve van het project Ruhenbergerbeek als natuur zijn ingericht eveneens opgenomen in dit bestemmingsplan. De initiatiefnemer is verantwoordelijk voor het beheer en onderhoud van het (botanisch) grasland, de nieuwe bomengroepen en struiken en het struinpad. Op grond van het geldende bestemmingsplan geldt de bestemming Agrarisch - 2 met onder andere de dubbelbestemming 'Waarde - Natuur en landschap'. Daarmee prevaleert planologisch gezien het agrarische gebruik. Om (juridisch-planologisch) te borgen dat de gronden bestemd zijn voor natuurdoeleinden wordt de bestemming voor die gronden door middel van dit bestemmingsplan gewijzigd naar de bestemming 'Natuur - Natuur en bos'. Voorliggend bestemmingsplan is opgesteld om de voorgenomen ontwikkeling mogelijk te maken.
1.2
Ligging en begrenzing plangebied
Ligging Het plangebied is gelegen aan de Schaapskooiweg 2 te Overdinkel. Het plangebied is gelegen op een afstand van 200 meter ten noordoosten van de kern Overdinkel. Het plangebied is gelegen in het buitengebied van de gemeente Losser aan de Ruhenbergerbeek. In figuur 1.1 is de ligging van het plangebied ten opzichte van de kern Overdinkel weergegeven.
Figuur 1.1: Ligging plangebied (bron: Atlas van Overijssel) Begrenzing
bestemmingsplan Buitengebied, Schaapskooiweg 2 Overdinkel NL.IMRO.0168.bp008vzp22ph04-0401
5
Het plangebied betreft het agrarisch bouwperceel aan de Schaapskooiweg 2 te Overdinkel en enkele gronden die in het kader van de herinrichting van de Ruhenbergerbeek door het waterschap zijn heringericht (natuur). Het plangebied staat kadastraal bekend als gemeente Losser, sectie Q, nummer 1974, 1975 en deels 1967, 1977 en 815. In figuur 1.2 is de begrenzing van het plangebied globaal weergegeven.
Figuur 1.2: Begrenzing plangebied (bron: Atlas van Overijssel)
1.3
Vigerend bestemmingsplan
Het plangebied is gelegen binnen de grenzen van het bestemmingsplan 'Partiële herziening Buitengebied, verzamelplan 2022', vastgesteld op 16 mei 2023 en voorzien van de bestemming 'Agrarisch - Agrarisch bedrijf', de functieaanduiding 'kampeerterrein', de functieaanduiding 'museum' en de gebiedsaanduiding 'reconstructiewetzone verwevingsgebied'. In figuur 1.3 is een uitsnede van de verbeelding van het bestemmingsplan 'Partiële herziening Buitengebied 2017, verzamelplan 2017' weergegeven.
Figuur 1.3: Uitsnede verbeelding bestemmingsplan 'Partiële herziening Buitengebied 2017,
bestemmingsplan Buitengebied, Schaapskooiweg 2 Overdinkel NL.IMRO.0168.bp008vzp22ph04-0401
6
verzamelplan 2017' (bron: ruimtelijkeplannen.nl) De voor 'Agrarisch - Agrarisch bedrijf' aangewezen gronden zijn onder andere bestemd voor een grondgebonden agrarisch bedrijf, een museum/expositieruimte ter plaatse van de aanduiding 'museum' en een kleinschalig kampeerterrein ter plaatse van de aanduiding 'kampeerterrein'. Op grond van de begripsbepaling van het bestemmingsplan wordt een kleinschalig kampeerterrein aangemerkt als: een terrein of plaats, geheel of gedeeltelijk ingericht voor toeristisch kamperen, en blijkens die inrichting bestemd om daarop gelegenheid te geven tot het plaatsen of geplaatst houden van maximaal 25 kampeermiddelen ten behoeve van recreatief nachtverblijf. De voor 'Agrarisch - 2' aangewezen gronden zijn onder andere bestemd voor agrarische cultuurgrond, het behoud, het herstel en de ontwikkeling van de landschappelijke waarden, doeleinden van natuurontwikkeling en agrarisch natuurbeheer, extensieve dagrecreatie en waterhuishoudkundige voorzieningen, waaronder waterberging.
De gronden met de dubbelbestemming 'Waarde - Natuur en landschap' zijn behalve voor de andere daar voorkomende bestemmingen, mede bestemd voor het behoud, herstel of duurzame ontwikkeling van de wezenlijke natuurlijke kenmerken en waarden van de Natuurnetwerk Nederland (NNN), wat in ieder geval de verplichting inhoudt van behoud van areaal, kwaliteit en samenhang van de betrokken gebieden. Daar waar de bestemming 'Waarde - natuur en landschap' samenvalt met de bestemming 'Agrarisch -1' of 'Agrarisch - 2' prevaleert het agrarische gebruik. De initiatiefnemers zijn voornemens de recreatieve (verblijfs)mogelijkheden op het perceel uitbreiden door het agrarisch bedrijf om te schakelen naar een recreatieve functie. Deze ontwikkeling past niet binnen het geldende bestemmingsplan, waardoor een herziening van het bestemmingsplan noodzakelijk is.
1.4
De bij het plan behorende stukken
Het onderhavige bestemmingsplan 'Buitengebied, Schaapskooiweg 2 Overdinkel' bestaat naast deze toelichting uit de volgende stukken. Verbeelding (identificatie NL.IMRO.0168.bp008vzp22ph04-0401); Bijlagen bij de toelichting; Regels; Bijlagen bij de regels.
1.5
Leeswijzer
De toelichting van het bestemmingsplan kent de volgende opbouw. In hoofdstuk 2 worden de huidige situatie en het te realiseren plan beschreven. Hoofdstuk 3 schetst het beleidskader. In hoofdstuk 4 worden de resultaten van de uitgevoerde omgevingsonderzoeken behandeld. In hoofdstuk 5 wordt het bestemmingsplan in juridisch opzicht toegelicht. In hoofdstuk 6 wordt ingegaan op de economische uitvoerbaarheid en in hoofdstuk 7 wordt ten slotte de maatschappelijke uitvoerbaarheid belicht.
bestemmingsplan Buitengebied, Schaapskooiweg 2 Overdinkel NL.IMRO.0168.bp008vzp22ph04-0401
7
Hoofdstuk 2 2.1
Het plan
Huidige situatie
Op het perceel Schaapskooiweg 2 in Overdinkel werd al sinds 1924 een agrarisch bedrijf geëxploiteerd. In 1924 werd de boerderij met de daarbij horende 5 hectare grond door de opa van de initiatiefnemer gekocht. De heidegrond rondom de boerderij werd ontgonnen en zodoende vruchtbaar gemaakt. De vader van de initiatiefnemer was de volgende generatie die de boerderij heeft voortgezet (en uitgebreid met vee en grond) waarna vervolgens de initiatiefnemer op zijn beurt het agrarisch bedrijf heeft overgenomen. De boerderij aan de Schaapskooiweg 2 werd daarom door drie generaties als agrarisch bedrijf geëxploiteerd. Vanaf 2015 is het idee ontstaan om naast het agrarisch bedrijf ook camperplaatsen bij de boerderij te beginnen. Door de aanleg van 25 camperplaatsen is Camperplaats Skop'nboer ontstaan in het mooie glooiende landschap van Twente aan de Ruhenbergerbeek. Door de landelijke ligging biedt de camperplaats rust, ruimte en gemoedelijkheid, iets waar de recreant voor Camperplaats Skop'nboer expliciet voor komt. In figuur 2.1 is een vogelvlucht van het perceel Schaapskooiweg 2 te Overdinkel weergegeven.
Figuur 2.1: Luchtfoto plangebied (bron: Cyclomedia) Op het agrarisch perceel zijn naast de camperplaatsen een voormalige kapschuur, een voormalige veestal, een boerderij en een woonhuis aanwezig. Daarnaast zijn er nog drie kuilvoerplaten aanwezig. De initiatiefnemer beschikt reeds over een omgevingsvergunning voor het (ver)bouwen van de kapschuur naar zes plattelandskamers. De initiatiefnemer heeft als gevolg van de camperplaats door de jaren heen aanzienlijk veel geïnvesteerd in het landschap. In en rondom het plangebied zijn reeds meerdere landschappelijke ingrepen doorgevoerd en landschapselementen aangeplant. Daarnaast is de initiatiefnemer met waterschap Vechtstromen overeengekomen dat een deel van de gronden van initiatiefnemer aan de noordzijde van het plangebied (in figuur 2.1 aan de onderzijde van het figuur) gebruikt mogen worden ten behoeve van de aanpassing en herinrichting van de Ruhenbergerbeek. Het Nederlandse deel van de beek wordt aangepast met als doel het natuurlijke karakter van de beek te bevorderen. Op de gronden van de initiatiefnemer wordt botanisch grasland en een soort moerasgrond gerealiseerd en worden bomengroepen aangeplant om het landschap te herstellen en te versterken. Tevens wordt er in dit gebied een onverhard struinpad gerealiseerd om het nieuwe landschap te kunnen beleven. In figuur 2.2 is dit weergegeven.
Het inrichtingsplan Ruhenbergerbeek is in bijlage 1 van het in Bijlage 1 bij dit bestemmingsplan opgenomen KGO-plan Schaapskooiweg 2
bestemmingsplan Buitengebied, Schaapskooiweg 2 Overdinkel NL.IMRO.0168.bp008vzp22ph04-0401
8
opgenomen.
Figuur 2.2: Inrichtingsplan Ruhenbergerbeek (bron: waterschap Vechtstromen)
2.2
Toekomstige situatie
Met de voorgenomen ontwikkeling worden de (verblijfs)recreatieve mogelijkheden op het perceel uitgebreid en worden de agrarische bedrijfsactiviteiten op het perceel beëindigd. Met de uitbreiding van de recreatieve mogelijkheden wil de initiatiefnemer het volgende realiseren: Uitbreiding van het aantal camperplaatsen van 25 camperplaatsen naar 49 camperplaatsen voor kampeerauto’s, niet zijnde caravans. Realisatie van zes plattelandskamers in de voormalige kapschuur (is reeds een omgevingsvergunning voor verleend). Het realiseren van zes glampingplaatsen (tent). Glamping is een combinatie van glamour en camping en heeft dan ook betrekking op luxe kamperen, waarbij in een luxe, bijzonder vormgegeven tent overnacht kan worden. De voormalige agrarische schuur te verbouwen en om te zetten naar een recreatieve functie. Concreet betekent dit dat het gebouw dient als receptie (in de huidige situatie reeds als zodanig verbouwd en in gebruik genomen) ten behoeve van de camperplaatsen. Daarnaast wordt de schuur verbouwd voor dagrecreatieve activiteiten in de vorm van: 1. Gemeenschappelijke zaal/ruimte voor gasten van de camperplaats ten behoeve van dagactiviteiten ondersteunend aan de camping (bijvoorbeeld bingo-avonden, spelletjesavonden- en middagen en arrangementen en overige activiteiten gericht op het vermaak van de campinggasten).
Daarbij zal ondergeschikte horeca ten behoeve van de recreatieve functie mogelijk worden gemaakt zodat het mogelijk is om tijdens de activiteiten ondersteunend aan de recreatieve activiteiten eten en drinken te nuttigen. Er wordt geen zelfstandige horecagelegenheid geëxploiteerd. 2. Een deel van de gemeenschappelijke ruimte/zaal kan ook gebruikt worden als vergaderlocatie (“bleisure”);
bestemmingsplan Buitengebied, Schaapskooiweg 2 Overdinkel NL.IMRO.0168.bp008vzp22ph04-0401
9
3. Het realiseren van een ondergeschikte en kleinschalige ruimte voor de verkoop van streekeigen producten. 4. Steunpunt Tourist Info Losser. Bij het Tourist Info Losser kan men terecht voor informatie over alle bezienswaardigheden, accommodaties, evenementen en horeca in Losser. Tevens kunnen er wandel- en fietsroutekaarten worden verkregen. Het steunpunt zal door de initiatiefnemer worden geëxploiteerd zodat (dag)recreanten geïnformeerd kunnen worden over alle recreatieve mogelijkheden die Losser te bieden heeft. 5. In de schuur wordt tevens een rustpunt gecreëerd die opengesteld wordt voor dagrecreanten in het buitengebied van Losser. Bij het rustpunt worden kleine snacks (taart, koeken), koffie, thee en frisdranken aangeboden.
Figuur 2.3: Inrichtingsplan Schaapskooiweg 2 Overdinkel (bron: Ad Fontem ruimtelijk advies) De totale ontwikkeling wordt voorzien van een goede landschappelijke inpassing (zie Bijlage 1). In figuur 2.3 is de landschappelijke inpassing van het erf weergegeven, waarbij aangesloten wordt bij de kenmerken van het oude hoevenlandschap/kampenlandschap. Het kampenlandschap wordt gekenmerkt als een kleinschalig landschap met bebouwing gesitueerd in verspreide erven. Het werd ontwikkeld nadat de complexen met de grote essen 'bezet' waren en een volgende generatie boeren nieuwe ontwikkelingsruimte zocht. Die vonden ze bij kleine dekzandkopjes die individueel werden ontgonnen. Dit leidde tot een landschap dat de zelfde opbouw kent als het essenlandschap, alleen in een meer
bestemmingsplan Buitengebied, Schaapskooiweg 2 Overdinkel NL.IMRO.0168.bp008vzp22ph04-0401
10
kleinschalige, meer individuele en jongere variant. Deze kleinere maat en schaal is tevens de reflectie van de natuurlijke ondergrond. Essenlandschap in het klein met samenhangend systeem van es/kamp, erf op de flank, natte laagtes en – voormalige – heidevelden. De diversiteit in en rondom het plangebied is zichtbaar. Zo liggen de gronden rondom de Ruhenbergerbeek lager dan de gronden ter plaatse van de eskop. Logischerwijs zijn de gronden nabij de beek natter, groeit er voornamelijk wilg en els en zijn de gronden van het kamp droger en groeit er o.a. eik met divers bosplantsoen. De esranden met taludbegroeiing zijn nog herkenbaar op de historische topografische kaart van rond 1900 en vormen ook nu nog de begrenzing van een stuk eigendom. De kenmerkende structuren van het kampenlandschap worden op en rond het erf versterkt door het gebruik van landschapselementen en erfbeplanting zoals erfbomen, beukenhagen en een boomgaard. Bij de plattelandskamers wordt de uitheemse beplanting verwijderd en vervangen door een boerenhaag (D). Ten zuiden van de plattelandskamers zijn reeds twee bestaande bomen aanwezig. Daarnaast wordt de herkenbaarheid van het eskopje ten oosten van het erf versterkt door de esrand te herstellen (40 meter). De aanplant zal bestaan uit meidoorn, krentenboompje en hazelaar in een gelijke verdeling (G).
De esrand ten oosten van het kamp bestaat reeds uit wat beplanting en zal worden versterkt met aanplant van vlier, meidoorn en hazelaar. De esrand ten oosten van de kamp bestaat reeds uit wat beplanting (braam, eik, varen) en zal worden versterkt met aanplant van vlier, sleedororn, meidoorn en hazelaar (G). De overige reeds bestaande houtsingels worden behouden. Tussen de glampingplaatsen en camperplaatsen wordt een struweelhaag aangeplant (H) met de soorten meidoorn, kardinaalsmuts, krentenboompje, hondsroos en sleedoorn. Naast het gebouw ten behoeve van de dagrecreatie (C) wordt een bloemenweide ingezaaid. De bestaande vijver (M) is reeds voorzien van inheemse beplanting (M). De bestaande uitheemse beplanting (laurier) langs de Ruhenbergerbeek zal in samenwerking met het waterschap verwijderd moeten worden. Tot slot blijft de bestaande elzensingel in het zuiden van het plangebied (K) behouden. In het kader van de Kwaliteitsimpuls Groene Omgeving worden aan de noordzijde van het plangebied dode houtopstanden verwijderd en wordt een nieuwe houtwal aangeplant met boom- en struikvormers over een lengte van circa 80 meter om de herkenbaarheid van het eskopje te vergroten (nummer 1 in figuur 2.4).
Om een bijdrage te leveren aan de biodiversiteit en ecologische waarden wordt de kwaliteit van de poel verhoogd door het opschonen van de poel en de houtopslag langs de poel af te zetten (nummer 2). Daarnaast worden er op het erf en de bestaande en nieuwe houtwallen nest (en schuil)gelegenheden voor vogels, vleermuizen en insecten aangebracht zodat diverse soorten zich kunnen vestigen op het erf. Om de belevingswaarde van de es en het landschap te vergroten wordt een klompenpad (nummer 5 ) aangelegd langs de houtwallen en de rand van de es die aansluit bij het struinpad. Een klompenpad is open tussen zonsopgang en zonsondergang en is bedoeld voor wandelaars die houden van rust en landschap. In figuur 2.4 en Bijlage 1 zijn de aanvullende kwaliteitsprestaties weergegeven.
bestemmingsplan Buitengebied, Schaapskooiweg 2 Overdinkel NL.IMRO.0168.bp008vzp22ph04-0401
11
Figuur 2.4: Aanvullende kwaliteitsprestaties Schaapskooiweg 2 Overdinkel (bron: Ad Fontem ruimtelijk advies) Met dit voorliggende bestemmingsplan wordt de voorgenomen ontwikkeling mogelijk gemaakt. De bestemming 'Agrarisch - Agrarisch bedrijf' wordt daarbij gewijzigd in de bestemming 'Recreatie - Kampeerterrein. Daarnaast worden de gronden van de initiatiefnemer die door het waterschap Vechtstromen in het kader van de herinrichting van de Ruhenbergerbeek zijn heringericht, voorzien van de bestemming 'Natuur - Natuur en bos'. Daarmee zijn de gronden primair bestemd voor natuurdoeleinden.
bestemmingsplan Buitengebied, Schaapskooiweg 2 Overdinkel NL.IMRO.0168.bp008vzp22ph04-0401
12
Hoofdstuk 3
Beleid
3.1
Rijksbeleid
3.1.1
Nationale Omgevingsvisie (NOVI)
De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) biedt een duurzaam perspectief voor de Nederlandse leefomgeving. Hiermee kunnen we inspelen op de grote uitdagingen die voor ons liggen. De NOVI biedt een kader, geeft richting en maakt keuzes waar dat kan. Tegelijkertijd is er ruimte voor regionaal maatwerk en gebiedsgerichte uitwerking. Omdat de verantwoordelijkheid voor het omgevingsbeleid voor een groot deel bij provincies, gemeenten en waterschappen ligt, kunnen inhoudelijke keuzes in veel gevallen het beste regionaal worden gemaakt. Met de NOVI zet de Rijksoverheid een proces in gang waarmee keuzes voor onze leefomgeving sneller en beter gemaakt kunnen worden. Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 brengt de NOVI de langetermijnvisie in beeld. Op nationale belangen wil het Rijk sturen en richting geven. Die komen samen in vier prioriteiten: Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie; Duurzaam economisch groeipotentieel; Sterke en gezonde steden en regio's; Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. De druk op de fysieke leefomgeving in Nederland is zo groot, dat belangen soms botsen. Het streven vanuit de NOVI is combinaties te maken en win-win situaties te creëren. Soms zijn er scherpe keuzes nodig en moeten belangen worden afgewogen.
Hiertoe gebruikt de NOVI drie afwegingsprincipes: Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies: In het verleden is scheiding van functies vaak te rigide gehanteerd. Met de NOVI wordt gezocht naar maximale combinatiemogelijkheden tussen functies, gericht op een efficiënt en zorgvuldig gebruik van de ruimte; Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal: wat de optimale balans is tussen bescherming en ontwikkeling, tussen concurrentiekracht en leefbaarheid, verschilt van gebied tot gebied. Sommige opgaven en belangen wegen in het ene gebied zwaarder dan in het andere; Afwentelen wordt voorkomen: het is van belang dat de leefomgeving zoveel mogelijk voorziet in mogelijkheden en behoeften van de huidige generatie van inwoners zonder dat dit ten koste gaat van die van toekomstige generaties. Conclusie De voorgenomen ontwikkeling voorziet in de herontwikkeling van een voormalig agrarisch bedrijfsperceel. Daarmee is de vierde pijler "toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied" relevant. In de NOVI wordt voor het landelijk gebied aangegeven dat een toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied vraagt om een verantwoorde herinrichting van het landelijk gebied en een verbetering van de milieukwaliteit.
Bij ontwikkelingen in het landelijk gebied moet cultureel erfgoed en unieke landschappelijke en natuurlijke kwaliteiten behouden en versterkt worden. Waar mogelijk en gewenst dienen nieuwe kwaliteiten toegevoegd te worden. Voor een landelijk gebied dat zich toekomstbestendig kan ontwikkelen, is nodig dat de bereikbaarheid, de economische kracht en de beschikbaarheid van voorzieningen ook voldoende worden meegenomen in het Nationaal Programma Landelijk gebied. Vrijkomende agrarische bebouwing kan gebruikt worden voor het ontwikkelen van nieuwe functies en woonconcepten. Als gevolg van de voorgenomen ontwikkeling worden voormalige agrarische bedrijfsgebouwen gebruikt ten behoeve van recreatief (nacht)verblijf, waarmee een nieuwe economische functie/drager aan het perceel wordt toegevoegd en het erf een toekomstbestendige invulling krijgt. De voorgenomen ontwikkeling wordt landschappelijk ingepast waardoor de ruimtelijke kwaliteit van het erf en de omgeving verbeterd. Daarnaast worden de natuurgronden langs de Ruhenbergerbeek voorzien van de bestemming 'Natuur - Natuur en bos' om te borgen dat de gronden primair zijn bestemd voor natuur. De voorgenomen ontwikkeling wordt op basis van de Kwaliteitsimpuls Groene Omgeving van de provincie Overijssel en de beleidsnotitie 'Buitengebied met ruimtelijke kwaliteit' mogelijk gemaakt. Op basis hiervan kan geconcludeerd
bestemmingsplan Buitengebied, Schaapskooiweg 2 Overdinkel NL.IMRO.0168.bp008vzp22ph04-0401
13
worden dat de voorgenomen ontwikkeling past binnen de prioriteiten van de NOVI. Er wordt een bijdrage geleverd aan de toekomst van het landelijk gebied. 3.1.2
Ladder voor duurzame verstedelijking
Artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) schrijft voor dat van een nieuwe 'stedelijke ontwikkeling' die in een bestemmingsplan wordt mogelijk gemaakt moet worden aangetoond dat er sprake is van een behoefte. De toelichting bij het bestemmingsplan bevat daartoe een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling. Indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, bevat een toelichting tevens een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien. Dit wordt de 'Ladder Duurzame Verstedelijking' genoemd. De beschrijving van de behoefte aan de betreffende, 'stedelijke ontwikkeling', moet inzichtelijk maken of, in relatie tot het bestaande aanbod, concreet behoefte bestaat aan de desbetreffende ontwikkeling. Die behoefte moet dan worden afgewogen tegen het bestaande aanbod, waarbij moet worden gemotiveerd dat rekening is gehouden met het voorkomen van leegstand. De stappen schrijven geen vooraf bepaald resultaat voor, omdat het optimale resultaat moet worden beoordeeld door het bevoegd gezag dat de regionale en lokale omstandigheden kent en de verantwoordelijkheid draagt voor de ruimtelijke afweging met betrekking tot die ontwikkeling. Onderhavig plan De voorgenomen ontwikkeling maakt de uitbreiding van een kampeerterrein mogelijk.
De camperplaatsen op het perceel worden uitgebreid van 25 plaatsen naar 49 plaatsen en er worden zes glampingtenten gerealiseerd. Daarnaast wordt de bestaande bebouwing omgebouwd voor zowel dagrecreatie als de kampeerplaatsen (receptie, gezamenlijke verblijfsruimte). De Laddertoets moet worden uitgevoerd wanneer er sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. In artikel 1.1.1 onder i van het Bro is een nadere omschrijving van het begrip stedelijke ontwikkeling vastgelegd. Als stedelijke ontwikkeling wordt genoemd: 'ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen.' Ook recreatie wordt in jurisprudentie benoemd als een stedelijke ontwikkeling. Hoewel op grond van het geldende bestemmingsplan reeds een kleinschalig kampeerterrein voor maximaal 25 kampeermiddelen is toegestaan, wordt het aantal camperplaatsen als gevolg van dit plan uitgebreid naar 49 camperplaatsen en worden er zes glampingtenten toegevoegd. Daardoor moet het plan worden aangemerkt als een nieuwe stedelijke ontwikkeling als bedoeld in artikel 3.1.6, tweede lid van het Besluit ruimtelijke ordening. Wanneer er sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling dient de toelichting van het bestemmingsplan een beschrijving van de behoefte aan de ontwikkeling te bevatten.
Als de nieuwe stedelijke ontwikkeling voorziet in een behoefte en gepland is binnen bestaand stedelijk gebied dan wordt voldaan aan de Ladder. Als de ontwikkeling buiten bestaand stedelijk gebied is gepland, moet volgens artikel 3.1.6 lid 2 Besluit ruimtelijke ordening gemotiveerd worden waarom niet binnen bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien. Hieronder wordt het plan getoetst aan de Ladder voor duurzame verstedelijking. De laddertoets is uitgevoerd en is als Bijlage 2 bij de toelichting van dit bestemmingsplan opgenomen. Op basis van de Laddertoets wordt geconcludeerd dat het plan voorziet in een actuele behoefte en dat het plan vanwege het ontbreken van de beschikbaarheid en geschiktheid van locaties binnen bestaand stedelijk gebied, niet binnen bestaand stedelijk gebied gerealiseerd kan worden. Derhalve wordt geconcludeerd dat het plan voldoet aan de Ladder voor duurzame verstedelijking.
bestemmingsplan Buitengebied, Schaapskooiweg 2 Overdinkel NL.IMRO.0168.bp008vzp22ph04-0401
14
3.2
Provinciaal beleid Overijssel
3.2.1
Omgevingsvisie Overijssel
De Omgevingsvisie Overijssel geeft de provinciale visie op de fysieke leefomgeving van Overijssel weer. Hierin worden onderwerpen als ruimtelijke ordening, milieu, water, verkeer en vervoer, ondergrond en natuur aangehaald in samenhang voor een duurzame ontwikkeling van de leefomgeving. De Omgevingsvisie is onder andere een structuurvisie onder de Wet ruimtelijke ordening. Duurzaamheid, ruimtelijke kwaliteit en sociale kwaliteit zijn de leidende principes of 'rode draden' bij alle initiatieven in de fysieke leefomgeving in de provincie Overijssel. 3.2.2
Omgevingsverordening Overijssel
De provincie beschikt over een palet aan instrumenten waarmee zij haar ambities realiseert. Het gaat er daarbij om steeds de meest optimale mix van instrumenten toe te passen, zodat effectief en efficiënt resultaat wordt geboekt voor alle ambities en doelstellingen van de Omgevingsvisie. De keuze voor inzet van deze instrumenten is bepaald aan de hand van een aantal criteria. In de Omgevingsvisie is bij elke beleidsambitie een realisatieschema opgenomen waarin is aangegeven welke instrumenten de provincie zal inzetten om de verschillende onderwerpen van provinciaal belang te realiseren. Eén van de instrumenten om het beleid uit de Omgevingsvisie te laten doorwerken is de Omgevingsverordening Overijssel van de provincie Overijssel. De Omgevingsverordening is het provinciaal juridisch instrument dat wordt ingezet voor die onderwerpen waarvoor de provincie eraan hecht dat de doorwerking van het beleid van de Omgevingsvisie juridisch geborgd is. 3.2.3
Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel
De opgaven, kansen, beleidsambities en ruimtelijke kwaliteitsambities voor de provincie zijn in de Omgevingsvisie Overijssel geschetst in ontwikkelingsperspectieven voor de groene omgeving en stedelijke omgeving. Om de ambities van de provincie waar te maken, bevat de Omgevingsvisie een uitvoeringsmodel. Dit model is gebaseerd op drie niveaus, te weten: generieke beleidskeuzes; ontwikkelingsperspectieven; gebiedskenmerken. Deze begrippen worden hieronder nader toegelicht. Generieke beleidskeuzes Generieke beleidskeuzes zijn keuzes die bepalend zijn voor de vraag of ontwikkelingen mogelijk zijn. In deze fase wordt beoordeeld of er sprake is van een behoefte aan een bepaalde voorziening. Ook wordt in deze fase het zgn. principe van zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik gehanteerd. Hierin komt er kort gezegd op neer dat eerst bestaand bebouwd gebied wordt benut, voordat er uitbreiding in de groene omgeving kan plaatsvinden. Andere generieke beleidskeuzes betreffen de reserveringen voor waterveiligheid, randvoorwaarden voor externe veiligheid, grondwaterbeschermingsgebieden, bescherming van de ondergrond (aardkundige en archeologische waarden), landbouwontwikkelingsgebieden voor intensieve veehouderij, begrenzing van Nationale Landschappen, Natura 2000-gebieden, Natuurnetwerk Nederland en verbindingszones enzovoorts.
De generieke beleidskeuzes zijn veelal normstellend en verankerd in de Omgevingsverordening Overijssel. Ontwikkelingsperspectieven Als uit de beoordeling in het kader van de generieke beleidskeuzes blijkt dat de voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling aanvaardbaar is, vindt een toets plaats aan de ontwikkelingsperspectieven. In de Omgevingsvisie is een spectrum van zes ontwikkelingsperspectieven beschreven voor de groene en stedelijke omgeving. Met dit spectrum geeft de provincie ruimte voor het realiseren van de in de visie beschreven beleids-
bestemmingsplan Buitengebied, Schaapskooiweg 2 Overdinkel NL.IMRO.0168.bp008vzp22ph04-0401
15
en kwaliteitsambities. De ontwikkelingsperspectieven geven richting aan wat waar ontwikkeld zou kunnen worden. Daar waar generieke beleidskeuzes een geografische begrenzing hebben, zijn ze consistent doorvertaald in de ontwikkelingsperspectieven. Gebiedskenmerken Op basis van gebiedskenmerken in vier lagen (natuurlijke laag, laag van het agrarisch cultuurlandschap, stedelijke laag en lust- en leisurelaag) gelden specifieke kwaliteitsvoorwaarden en –opgaven voor ruimtelijke ontwikkelingen. Het is de vraag 'hoe' een ontwikkeling invulling krijgt. Aan de hand van de drie genoemde niveaus kan worden bezien of een ruimtelijke ontwikkeling mogelijk is en er behoefte aan is, waar het past in de ontwikkelingsvisie en hoe het uitgevoerd kan worden.
Figuur 3.3: Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel (Bron: provincie Overijssel) Toetsing van het initiatief aan de uitgangspunten Omgevingsvisie Overijssel Indien het concrete initiatief wordt getoetst aan de Omgevingsvisie Overijssel ontstaat globaal het volgende beeld. Generieke beleidskeuzes Of een ontwikkeling mogelijk is, wordt bepaald op basis van generieke beleidskeuzes. Hieronder wordt het plan getoetst aan de relevante artikelen uit de Omgevingsverordening. Artikel 2.1.3 Zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik lid 1 Bestemmingsplannen voorzien uitsluitend in stedelijke ontwikkelingen die een extra ruimtebeslag door bouwen en verharden leggen op de Groene Omgeving wanneer aannemelijk is gemaakt:
bestemmingsplan Buitengebied, Schaapskooiweg 2 Overdinkel NL.IMRO.0168.bp008vzp22ph04-0401
16
dat er voor deze opgave in redelijkheid geen ruimte beschikbaar is binnen het bestaande bebouwd gebied en de ruimte binnen het bestaand bebouwd gebied ook niet geschikt te maken is door herstructurering en/of transformatie; dat mogelijkheden voor meervoudig ruimtegebruik binnen het bestaand bebouwd gebied optimaal zijn benut. lid 2 Bestemmingsplannen voor de Groene Omgeving voorzien uitsluitend in ontwikkelingen die een extra ruimtebeslag door bouwen en verharden leggen anders dan de uitleg van steden en dorpen wanneer aannemelijk is gemaakt: dat (her)benutting van bestaande erven en/of bebouwing in de Groene Omgeving in redelijkheid niet mogelijk is; dat mogelijkheden voor combinatie van functies op bestaande erven optimaal zijn benut. Doorwerking op voorliggend plan: De voorgenomen ontwikkeling maakt de uitbreiding van een kampeerterrein mogelijk. De camperplaatsen op het perceel worden uitgebreid van 25 plaatsen naar 49 plaatsen en er worden zes glampingtenten gerealiseerd. De nieuwe kampeerplaatsen worden gerealiseerd binnen het agrarisch bedrijfsperceel (bestemming 'Agrarisch - Agrarisch bedrijf'). Daarmee wordt het plan gerealiseerd op een bestaand erf en wordt een bestaand erf herbenut voor (verblijfs)recreatie.
Voor wat betreft plattelandskamers, de receptie en de gemeenschappelijke zaal/ruimte voor activiteiten ondersteunend aan de camping en dagrecreatie geldt dat gebruik wordt gemaakt van voormalige agrarische bebouwing. Er vindt geen nieuwbouw plaats, maar de bestaande bebouwing wordt optimaal benut. Om aan de parkeerbehoefte te voldoen wordt het erf ten noordoosten van de plattelandskamers verhard om parkeerplaatsen te realiseren. De gronden zijn in de huidige situatie voorzien van de bestemming 'Agrarisch -2' waardoor het plan extra ruimtebeslag legt op de Groene Omgeving door de verharding. De bestaande bebouwing en ruimte op het erf zijn als gevolg van het plan optimaal benut. Derhalve geldt dat het geringe ruimtebeslag op de Groene Omgeving in overeenstemming is met de principes van zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik. Artikel 2.1.5 Ruimtelijke kwaliteit Hieronder worden de relevante leden uit artikel 2.1.5 van de Omgevingsverordening Overijssel weergegeven. Lid 1 In de toelichting op bestemmingsplannen wordt onderbouwd dat de nieuwe ontwikkelingen die het bestemmingsplan mogelijk maakt, bijdragen aan het versterken van de ruimtelijke kwaliteit conform de geldende gebiedskenmerken.
Lid 2 In het kader van de toelichting als bedoeld in lid 1 wordt inzichtelijk gemaakt op welke wijze toepassing is gegeven aan het Uitvoeringsmodel (OF-, WAAR- en HOE-benadering) die in de Omgevingsvisie Overijssel is neergelegd. Lid 3 In het kader van de toelichting als bedoeld in lid 1 wordt gemotiveerd dat de nieuwe ontwikkeling past binnen het ontwikkelingsperspectief die in de Omgevingsvisie Overijssel voor het gebied is neergelegd. Lid 5 In het kader van de toelichting als bedoeld in lid 1 wordt inzichtelijk gemaakt op welke wijze toepassing is gegeven aan de vier-lagenbenadering die onderdeel uitmaakt van het Uitvoeringsmodel en op welke wijze de Catalogus Gebiedskenmerken is gebruikt bij de ruimtelijke inpassing van de nieuwe ontwikkeling. Doorwerking voor voorliggend plan: Zoals in paragraaf 2.2 en Bijlage 1 is beschreven worden met voorliggend plan diverse kwaliteitsinvesteringen in de ruimtelijke kwaliteit verricht, zoals de aanleg, het beheer en
bestemmingsplan Buitengebied, Schaapskooiweg 2 Overdinkel NL.IMRO.0168.bp008vzp22ph04-0401
17
onderhoud van (nieuwe) landschapselementen. Bij het type beplanting, de locatie van de aanplant en de structuur van de landschapselementen wordt aangesloten bij de geldende gebiedskenmerken. In het vervolg van dit hoofdstuk wordt nader ingegaan op onder andere de gebiedskenmerken, ontwikkelingsperspectieven en de vier-lagenbenadering. Geconcludeerd wordt dat het plan in overeenstemming is met artikel 2.1.5 van de Omgevingsverordening Overijssel. Artikel 2.1.6 Kwaliteitsimpuls Groene Omgeving Bestemmingsplannen voor de Groene Omgeving kunnen – met in achtneming van het bepaalde in artikel 2.1.3 en artikel 2.1.4 en het bepaalde in artikel 2.1.5 – voorzien in nieuwvestiging en grootschalige uitbreidingen van bestaande functies in de Groene Omgeving, uitsluitend indien hier sociaal-economische en/of maatschappelijke redenen voor zijn én er is aangetoond dat het verlies aan ecologische en/of landschappelijke waarden in voldoende mate wordt gecompenseerd door investeringen ter versterking van ruimtelijke kwaliteit in de omgeving. Doorwerking voor voorliggend plan: De gemeente Losser beschikt zelf niet over een actuele regeling inzake de Kwaliteitsimpuls Groene Omgeving (KGO). Wel geeft de gemeente Losser in de beleidsnota 'Buitengebied met ruimtelijke kwaliteit' aan dat de provinciale Kwaliteitsimpuls Groene Omgeving een duidelijk voorbeeld is van uitnodigingsplanologie.
Door in beginsel uit te gaan van flexibiliteit en maatwerk, waarbij verbetering van de ruimtelijke kwaliteit voorop dient te staan, wordt deze trend c.q. ontwikkeling ook opgenomen in de beleidsnotitie. De gemeente Losser past derhalve maatwerk toe. Daarbij geldt het uitgangspunt dat de ontwikkelingsruimte en kwaliteitsprestaties in evenwicht moeten zijn conform de KGO-gedachte zoals uitgewerkt in onderstaand balansmodel. Voorliggend plan voorziet in de uitbreiding van de (verblijfs)recreatieve mogelijkheden op een voormalig agrarisch bedrijfsperceel. De agrarische bedrijfsactiviteiten zijn inmiddels gestaakt. De initiatiefnemer wenst het agrarisch bedrijf volledig om te schakelen naar een recreatieve bedrijfsfunctie, waardoor er op grond van de Kwaliteitsimpuls Groene Omgeving sprake is van een grootschallige ontwikkeling. Derhalve geldt dat naast de basisinspanning aanvullend geïnvesteerd moet worden in de groene omgeving. In Bijlage 1 is het KGO-plan opgenomen. Op basis van het KGO-plan kan geconcludeerd worden dat de geboden ontwikkelingsruimte in evenwicht is met de investeringen in de ruimtelijke kwaliteit. Ten behoeve van de basisinspanning wordt het erf landschappelijk ingepast. De aanvullende kwaliteitsprestaties leveren een forse bijdrage aan de landschapswaarden, de natuurwaarden en de recreatieve waarden in de omgeving.
Het plan is in overeenstemming met artikel 2.1.6 van de Omgevingsverordening Overijssel. Artikel 2.6.4 Nieuwe ontwikkelingen (Nationale landschappen) Bestemmingsplannen voorzien alleen in nieuwe ontwikkelingen binnen gebieden die in artikel 2.6.2 begrensd zijn als Nationaal Landschap als die bijdragen aan het behoud of de ontwikkeling van de kernkwaliteiten als benoemd in artikel 2.6.3 en zoals nader uitgewerkt in bijlage 7 van deze verordening. Doorwerking voor voorliggend plan: Bij het plan wordt voorzien in een landschappelijke inpassing. Bij de landschappelijke inpassing wordt aangesloten bij de geldende gebiedskenmerken op basis van de Catalogus Gebiedskenmerken. Op basis daarvan kan geconcludeerd worden dat het plan geen afbreuk doet aan het nationale landschap Noordoost Twente. Artikel 2.14.4 Overstroombaar gebied lid 1 Bestemmingsplannen die betrekking hebben op het overstroombaar gebied als zodanig op de kaart Watergebiedsreserveringen zijn aangegeven, voorzien alleen in nieuwe stedelijke functies binnen deze gebieden als in het desbetreffende bestemmingsplan zodanige voorwaarden worden gesteld dat de veiligheid ook op lange termijn voldoende is gewaarborgd. lid 2 De toelichting op bestemmingsplannen die betrekking hebben op gebieden als bedoeld in lid 1, is voorzien van een overstromingsrisicoparagraaf die inzicht biedt in:
bestemmingsplan Buitengebied, Schaapskooiweg 2 Overdinkel NL.IMRO.0168.bp008vzp22ph04-0401
18
de risico’s bij overstroming; de maatregelen en de voorzieningen die worden getroffen om deze risico’s te voorkomen dan wel te beperken. Doorwerking voor voorliggend plan: Op basis van dit bestemmingsplan worden geen nieuwe stedelijke functies in het overstroombaar gebied mogelijk gemaakt. De uitbreiding van het aantal camperplaatsen en glampingtenten vindt plaats op gronden die reeds zijn voorzien van de bestemming 'Agrarisch - Agrarisch bedrijf'. Op grond van het geldende bestemmingsplan is reeds een kleinschalig kampeerterrein toegestaan. Als gevolg van het plan vindt geen nieuwbouw plaats. Derhalve is het plan niet in strijd met lid 1 van artikel 2.14.4 van de Omgevingsverordening Overijssel. Op basis van de risicokaart is het plangebied voor een deel gelegen in 'blauw getint gebied'. De blauw getinte gebieden betreffen onbeschermde gebieden in bijvoorbeeld een beekdal. Deze gebieden overstromen wanneer de waterstand in het nabijgelegen water sterk stijgt. Voorbeelden daarvan zijn hoge waterafvoer in rivieren en beken door extreme neerslag. In paragraaf 4.8 is een overstromingsrisicoparagraaf opgenomen en zijn de risico's bij een overstroming beschreven en de (mogelijke) gevolgen en evacuatiemogelijkheden beschreven om de risico's bij overstromingen te voorkomen dan wel te beperken.
Ontwikkelingsperspectieven De opgaven, kansen, beleidsambities en ruimtelijke kwaliteitsambities voor de provincie zijn geschetst in ontwikkelingsperspectieven voor de groene omgeving en stedelijke omgeving. In dit geval zijn uitsluitend de ontwikkelingsperspectieven voor de landelijke/stedelijke omgeving van belang. In figuur 3.4 is een fragment van de kaart van de ontwikkelingsperspectieven behorende bij de Omgevingsvisie weergegeven.
Figuur 3.4: Fragment ontwikkelingsperspectievenkaart, Omgevingsvisie Overijssel, de locatie is aangeduidt. (bron: provincie Overijssel) Voor het plangebiedt geldt ter plaatse van de ontwikkelingslocatie het ontwikkelingsperspectief 'wonen en werken in het kleinschalige mixlandschap'. In dit ontwikkelingsperspectief zijn ook plekken waar, door de ruimtelijke structuur van het landschap, de beschikbare milieuruimte of reeds aanwezige bebouwing, de ontwikkelruimte van agrarische bedrijven beperkt is. Hier liggen ontwikkelkansen voor andere vormen van bedrijvigheid (denk aan dienstverlenende zelfstandigen zonder personeel) die de ruimtelijke structuur versterken. Binnen dit ontwikkelingsperspectief kunnen nieuwe functies een plek krijgen op bestaande vrijkomende erven waar dit tevens maatschappelijke opgaven als behoud en ontwikkeling van cultuurhistorie, natuur en landschap ondersteunt. Zo worden vitaliteit en omgevingskwaliteit in samenhang versterkt.
bestemmingsplan Buitengebied, Schaapskooiweg 2 Overdinkel NL.IMRO.0168.bp008vzp22ph04-0401
19
De voorgenomen ontwikkeling maakt de uitbreiding van een kampeerterrein mogelijk op het perceel aan de Schaapskooiweg 2 mogelijk. Het perceel betreft een voormalig agrarisch bedrijfsperceel waar reeds ook al nevenactiviteiten in de vorm van (verblijfs)recreatie plaatsvindt. Het ontwikkelperspectief 'wonen en werken in het kleinschalige mixlandschap noemt dat er voor deze locaties ontwikkelkansen liggen voor bedrijvigheid die de ruimtelijke structuur versterken. De voorgenomen ontwikkeling is zo'n ontwikkelkans, omdat er gebruik wordt gemaakt van de bestaande erfstructuur en de ontwikkeling landschappelijk wordt ingepast. Het plangebied aan de Schaapskooiweg 2 ligt aan meerdere recreatie wandel- en fietsroutes. Daarnaast is het plangebied op zeer korte afstand gelegen van de Duitse grens en het Gilderhauser Venn (natuurgebied). De recreant die op Camperplaats Skop'nboer verblijft is vooral op zoek naar rust, ontspanning en naar het rijke culturele, religieuze en landschappelijke erfgoed dat Noordoost Twente biedt. Het plan levert derhalve een bijdrage aan de behoud en ontwikkeling van het natuur en landschap. De gronden waar de aanvullende kwaliteitsinvestering op basis van de KGO plaatsvindt (planologische omzetting naar 'Natuur - Natuur en bos' zijn voorzien van het ontwikkelperspectief 'Zone ondernemen met Natuur en Water buiten het Natuurnetwerk Nederland (NNN).
Deze gebieden zijn gelegen buiten het Natuurnetwerk Nederland. In deze gebieden is ruimte voor groen ondernemerschap, voor initiatieven en functies die de economische en maatschappelijke dragers zijn van de kwaliteit van natuur, water en landschap én ruimte voor continuïteit van de aanwezige landbouwfunctie. Initiatieven van bewoners en ondernemers zijn hier leidend: zij zijn eigenaar en vormgever van de omgevingskwaliteit. De na te streven kwaliteitsdoelen voor natuur en water zijn daarbij het uitgangspunt. Waterschap Vechtstromen heeft in het kader van de herinrichting van de Ruhenbergerbeek het Nederlandse deel van de Ruhenbergerbeek aangepast met als doel de beek haar natuurlijke karakter terug te geven. De beek is plaatselijk verlegd en de oevers zijn natuurvriendelijk ingericht waardoor de leefomgeving van planten en dieren wordt verbeterd. Naast de Schaapskooiweg 2 heeft het waterschap eveneens de gronden heringericht en voorzien van een natuurlijke inrichting. Als gevolg van dit bestemmingsplan wordt een deel van de grond die door de initiatiefnemer in eigendom is omgezet naar de bestemming 'Natuur - Natuur en bos' zodat de gronden primair zijn bestemd voor natuur in plaats van het agrarisch gebruik.
De plannen voor de Schaapskooiweg 2 in Overdinkel doen geen afbreuk aan het eigen karakter van het gebied en leveren geen extra belemmeringen op voor de bestaande functies in de omgeving. Gebiedskenmerken Natuurlijke laag De natuurlijke laag geeft aan het gebied het kenmerk 'Dekzandvlakte en ruggen' (zie figuur 3.5).
bestemmingsplan Buitengebied, Schaapskooiweg 2 Overdinkel NL.IMRO.0168.bp008vzp22ph04-0401
20
Figuur 3.5: Natuurlijke laag, Omgevingsvisie Overijssel (bron: provincie Overijssel) De kenmerken van deze aanduiding is een reliëfrijk – door de wind gevormd – zandlandschap, dat gekenmerkt wordt door relatief grote verschillen tussen hoog/droog en laag/nat gebied. De ambitie is om de natuurlijke verschillen tussen hoog en laag en tussen droog en nat meer sturen en beleefbaar te maken. Als gevolg van dit bestemmingsplan wordt het plangebied landschappelijk ingepast, waarbij wordt aangesloten bij de gebiedskenmerken. Op grond van het geldende bestemmingsplan is ter plaatse reeds een agrarisch bedrijfsperceel met bijbehorende bebouwing toegestaan. Als gevolg van het plan worden geen nieuwe gebouwen gerealiseerd, maar de grond wordt enkel ingericht ten behoeve van een camperplaats en zes glampingtenten. De voorgenomen ontwikkeling doet geen afbreuk aan de natuurlijke laag. Laag van het agrarisch cultuurlandschap De laag van het agrarisch cultuurlandschap kent het kenmerk 'Oude hoevenlandschap' aan het gebied toe. In figuur 3.6 is een fragment van de betreffende kaart weergegeven.
bestemmingsplan Buitengebied, Schaapskooiweg 2 Overdinkel NL.IMRO.0168.bp008vzp22ph04-0401
21
Figuur 3.6: Laag van het agrarische cultuurlandschap, Omgevingsvisie Overijssel (bron: provincie Overijssel) Het kampenlandschap/oude hoevenlandschap wordt gekenmerkt als een kleinschalig landschap met bebouwing gesitueerd in verspreide erven. Het werd ontwikkeld nadat de complexen met de grote essen 'bezet' waren en een volgende generatie boeren nieuwe ontwikkelingsruimte zocht. Die vonden ze bij kleine dekzandkopjes die individueel werden ontgonnen. Dit leidde tot een landschap dat de zelfde opbouw kent als het essenlandschap, alleen in een meer kleinschalige, meer individuele en jongere variant. Deze kleinere maat en schaal is tevens de reflectie van de natuurlijke ondergrond. Essenlandschap in het klein met samenhangend systeem van es/kamp, erf op de flank, natte laagtes en – voormalige – heidevelden. De diversiteit in en rondom het plangebied is zichtbaar. Zo liggen de gronden rondom de Ruhenbergerbeek lager dan de gronden ter plaatse van de eskop. Logischerwijs zijn de gronden nabij de beek natter, groeit er voornamelijk wilg en els en zijn de gronden van het kamp droger en groeit er o.a. eik met divers bosplantsoen. De esranden met taludbegroeiing zijn nog herkenbaar op de historische topografische kaart van rond 1900 en vormen ook nu nog de begrenzing van een stuk eigendom.
De kenmerkende structuren van het kampenlandschap worden op en rond het erf versterkt door het gebruik van landschapselementen en erfbeplanting zoals erfbomen, beukenhagen en een boomgaard. Het plan past derhalve binnen de kenmerken van het 'oude hoevenlandschap'. Laag van de beleving Aan het plangebied is het kenmerk 'gebieden voor verblijfsrecreatie' toegekent. Binnen dit kenmerk liggen campings en vakantiehuizen in of gekoppeld aan aantrekkelijke natuurlijke landschappen en/of agrarische cultuurlandschappen. De kwaliteit van het landschap bepaald de aantrekkelijkheid van de voorziening. De ambitie binnen dit kenmerk is om de verblijfsrecreatie sterker te verbinden met de kwaliteiten van de omgeving en onderdeel uit te laten maken met het hele recreatieve netwerk. Tegelijkertijd kan de kracht van de sector dan beter worden benut om de kwaliteit van de omgeving te versterken.
bestemmingsplan Buitengebied, Schaapskooiweg 2 Overdinkel NL.IMRO.0168.bp008vzp22ph04-0401
22
Figuur 3.7: Laag van de beleving, Omgevingsvisie Overijssel (bron: provincie Overijssel) De voorgenomen ontwikkeling past binnen het kenmerk 'gebieden voor verblijfsrecreatie'. De recreatie op de Schaapskooiweg 2 is gekoppeld aan de kwaliteit van het landschap. Met de recreatiemogelijkheden wordt het landschap beleefbaar voor recreanten en het landschap wordt versterkt door de toevoeging van een recreatieve functie. Deze verbinding wordt met de voorgenomen ontwikkeling versterkt door het bijbehorende landschapsplan. Conclusie Geconcludeerd kan worden dat de in dit voorliggende bestemmingsplan besloten planologische wijziging volledig in overeenstemming is met het in de Omgevingsvisie Overijssel verwoorde en in de Omgevingsverordening verankerde provinciaal ruimtelijk beleid.
3.3
Gemeentelijk beleid
3.3.1
Omgevingsvisie Losser 2040
De gemeenteraad van Losser heeft de Omgevingsvisie Losser 2040 vastgesteld. In de Omgevingsvisie schets de gemeente Losser een toekomstbeeld. De Omgevingsvisie geeft antwoord op de volgende vragen: Wat zijn de ambities van de gemeente Losser? Hoe ziet de gemeente Losser haar leefomgeving in de gemeente in 2040? Welke kansen ziet de gemeente Losser? De omgevingsvisie gaat over de de lange termijn. Met het stuwwalcomplex, het watersysteem van de vrij meanderende Dinkel, Natura 2000-gebieden en het kleinschalig coulissenlandschap (waar de dorpen onderdeel van uit maken) heeft de gemeente 'goud' in handen. Dat is de kracht van Losser, waar haar inwoners zich terecht mee identificeren. Maar tegelijkertijd is deze kracht kwetsbaar. Er is druk op de schaarse ruimte. En daardoor kunnen waarden en kwaliteiten onder druk komen te staan. Daarom de gemeente alle beschikbare instrumenten in om deze kwetsbare waarden te koesteren, te beschermen maar ook actief versterken. Het centrale uitgangspunt van de Omgevingsvisie is als volgt: "bij alle ambities en speerpunten staan onze landschappelijke waarden en kwaliteiten centraal". Omdat de gemeente haar ambities wil realiseren, zijn ontwikkelingen - klein en groter - nodig. Allerlei opgaven (woningbouw, bedrijvigheid, infrastructuur, klimaatadaptatie, energietransitie, etc.) vragen ruimte.
De gemeente wil dat al deze (en andere) ontwikkelingen landschappelijk goed worden ingepast en waar mogelijk een bijdrage leveren aan behoud of versterking van de bestaande kwaliteiten. De Omgevingsvisie Losser 2040 bestaat uit vijf onderdelen. Hieronder worden de vijf onderdelen schematisch weergegeven.
bestemmingsplan Buitengebied, Schaapskooiweg 2 Overdinkel NL.IMRO.0168.bp008vzp22ph04-0401
23
Figuur 3.8: Schematisch weergave Omgevingsvisie Losser (bron: gemeente Losser) De gemeente Losser heeft haar toekomstbeeld opgesteld voor het jaar 2040 voor de volgende thema's: leefbaar & vitaal, bloeiend platteland, samen werken, goud in handen, duurzaam, maatwerk, aantrekkelijk & gastvrij, wonen & werken en innovatief. Om dat toekomstbeeld te bereiken voor het jaar 2040 zijn vier overkoepelende ambities geformuleerd met daaraan gekoppeld doelen, keuzes en acties. De volgende ambities zijn opgesteld: 1. een herkenbaar en gastvrij Losser; 2. een leefbaar en gezond Losser; 3. een toekomstgericht Losser; 4. een innovatief en ondernemend Losser. Relevant voor de voorgenomen ontwikkeling is de ambitie voor een herkenbaar en gastvrij Losser. Binnen deze ambitie gaat het o.a. om landschap, cultuurhistorie, natuur, erfgoed, recreatie en toerisme. De gemeente Losser herbergt veel cultuurhistorisch waardevol erfgoed, waarvan de waarden belangrijk zijn voor zowel inwoners als recreanten. Hieronder vallen ook landschapselementen zoals onverharde wegen, landweren, grafvelden, kampplaatsen, raatakkers en essen. Bij het ontwikkelen van natuurwaarden en het verbeteren van de biodiversiteit is het behouden en herstellen van landschapselementen belangrijk. Daarnaast is de gemeente Losser trots op de gemeente en laten die graag zien aan recereanten en bezoekers.
De gemeente Losser wil dat cultuurhistorische en landschappelijke elementen en structuren nog beter herkenbaar en beleefbaar zijn, waarbij de gemeente zich sterk maakt voor een zorgvuldige verbetering en uitbreiding van haar recereatieve infrastructuur, met aandacht voor de rust die het gebied kenmerkt en waarden van flora en fauna. Met als basis deze Omgevingsvisie, ontwikkelt de gemeente een samenhangend Programma, gericht op het in stand houden en actief verbeteren van de toeristisch recreatieve route-infrastructuur en neemt waar nodig een handhavingsaanpak op. De (wandel- fiets- en mountainbike) routenetwerken in Losser maken onderdeel uit van de routenetwerken in Twente. Zij vormen de basis voor een herkenbaar en gastvrij Losser. De routes moeten geoptimaliseerd worden en waar mogelijk worden knelpunten opgelost. Waar mogelijk gaat de gemeente ook op zoek naar nieuwe verbindingen voor de ontbrekende schakels. Naast dagrecreatie wil de gemeente ook verblijfsrecreatie bevorderen. De gemeente leent
bestemmingsplan Buitengebied, Schaapskooiweg 2 Overdinkel NL.IMRO.0168.bp008vzp22ph04-0401
24
zich goed voor de meer kleinschalige vorm van kwalitatief hoogwaardige verblijfsrecreatie. Deze is qua aard en schaal passend bij de omgeving. De gemeente versterkt het toerisme door differentiatie in het aanbod, kwaliteitsverbetering en productvernieuwing. Losser wil de bestaande hotels en kampeerterreinen voor de eigen gemeente behouden. De omgevingsvisie van Losser beschrijft keuzes die voor de hele gemeente gelden. Echter zijn er ook gebiedsgerichte keuzes gemaakt door middel van gebiedskompassen. Het plangebied is gelegen in het gebiedskompas 'In het dal van de Dinkel'. Het bekenstelsel van de Dinkel is van nationale betekenis. In dit gebied, dat in de kern kwetsbaar is vanwege natuurwaarden, komen verschillende functies samen. De weidegronden in het beekdal zijn van oudsher onderdeel van het kampenlandschap met akkergronden en boerderijen op de flank van de stuwwal. Het stroomdal van de dinkel is vanwege haar schoonheid aantrekkelijk voor recreatie. Voor dit gebied heeft de gemeente losser ook een koers en keuzes bepaald. Hieronder worden de relevante keuzes benoemd: De natuurwaarden en de vorm van de beken zijn uniek voor Nederland. De gemeente zet in op het behoud en de ontwikkeling van deze waarden.
De betekenis van de beken in het Natuurnetwerk Nederland en als onderdeel van Natura 2000-gebieden is hiervoor leidend; Het dal van de Dinkel heeft ook een belangrijke recreatieve doelstelling. De gemeente zet in op de vergroting van de beleving van het gebied door middel van kanoën, fietsen en wandelen; De gemeente ziet in dit deelgebied kansen voor fiets- en wandelmogelijkheden en andere meer kleinschalige vormen van (verblijfs)recreatie. Toets De voorgenomen ontwikkeling draagt bij aan de gestelde ambities van 'Een herkenbaar en gastvrij Losser'. De ontwikkeling versterkt de recreatieve infrastructuur van de gemeente door de toevoeging van het rustpunt in de schuur, welke ook voor dagrecreanten buiten Skop'nboer toegankelijk is, denk aan fiets- en wandelrecreatie in de omgeving. Ook versterkt de ontwikkeling de (verblijfs)recreatieve mogelijkheden in de gemeente doordat er enerzijds extra camperplaatsen worden gerealiseerd en anderzijds worden zes glampingtenten geplaatst, wat zorgt voor een uniek en onderscheidend product. Voor wat betreft verblijfsrecreatie wordt opgemerkt dat deze voorzien in de uitbreiding van het aantal verblijfsplaatsen voor de 'rustig groene' en 'ingetogen aqua' recreant, wat ook een concrete doelgroep is van camping Skop'nboer.
Ten aanzien van de glampingplaatsen wordt opgemerkt dat dit aansluit bij de behoeften van de 'ingetogen aqua' recreant aangezien deze aangetrokken wordt door luxere bedden en comfortabel meubilair, veel fiets en wandelmogelijkheden in de buurt en een streekgebonden locatie. Daarnaast past de voorgenomen ontwikkeling binnen bijbehorende gebiedskompas 'In het dal van de Dinkel'. De voorgenomen ontwikkeling tast de unieke waarden van de Dinkel niet aan maar levert een bijdrage aan het behoud en versterking van de landschappelijke en natuurlijke waarden. 3.3.2
Nota Verblijfsrecreatie Noordoost Twente 2018
De gemeenten Dinkelland, Losser, Oldenzaal en Tubbergen hebben in 2014 een gezamenlijke beleidsnota “Verblijfsrecreatie in Noordoost Twente” opgesteld. Met de gezamenlijke nota voor Noordoost Twente in 2014 zijn de ruimtelijke kaders in heel Noordoost Twente grotendeels gelijk getrokken en is het beleid in de vier gemeenten op elkaar afgestemd. Met het onderzoek ‘Verblijfsrecreatie in Noordoost Twente' is een verdiepingsslag gemaakt naar recreatie in Noordoost-Twente en de uitkomsten zijn in deze nota verwerkt. Met de beleidsnota beschikken de vier NOT-gemeenten over een actueel beleidskader, waarmee duidelijke kaders naar ondernemers worden geboden op welke wijze de verblijfsrecreatieve sector zich kan ontwikkelen. De visie voor verblijfrecreatie kan worden samengevat als: 'Versterking van het verblijfstoerisme in Noordoost Twente door middel van kwaliteitsverbetering, productvernieuwing en differentiatie in het verblijfsrecreatief aanbod'. Leefstijlanalyse De Leisure Leefstijlen betreft een doelgroepsegmentatie op basis van intrinsieke wensen en motivaties van toeristen. In de segmentatie worden zeven groepen toeristen onderscheiden, met elk hun eigen profiel aan vrijetijdsvoorkeuren:
bestemmingsplan Buitengebied, Schaapskooiweg 2 Overdinkel NL.IMRO.0168.bp008vzp22ph04-0401
25
Figuur 3.9: Leisure Leefstijlen, waarbij zeven groepen toeristen worden onderscheiden (bron: Nota Verblijfsrecreatie Noordoost Twente 2018) De Leisure Leefstijlen kan dan ook dienen om vraag en aanbod beter op elkaar af te stemmen. Het onderzoek adviseert om in te zetten op een beoordelings- of uitnodigingskader dat kijkt naar toegevoegde waarde. In een relatief verzadigde markt is het namelijk vooral van belang om te kijken naar de toegevoegde waarde van een initiatief; het moet niet ‘meer van hetzelfde’ zijn, bijdragen aan diversificatie van het aanbod en/of beter inspringen op de wensen van de bestaande gasten (bijvoorbeeld meer luxe, ruimere staanplaatsen etc.). Het uitgevoerde leefstijlonderzoek laat zien dat er relatief veel aanbod voor de lime, groene, gele en aqua leefstijlgroepen is in Noordoost Twente. In verhouding tot de vraag lijkt er voor deze groepen sprake te zijn van een overaanbod, vooral bij de (mini)campings. Voor de comfort en luxe blauwe, sportief en avontuurlijk paarse en cultureel en inspirerend rode leefstijlen lijkt er relatief juist weinig aanbod te zijn ten opzichte van de vraag. Dit zijn groepen die op zoek zijn naar een vernieuwend of luxe aanbod.
De gemeenten staan daarom met name uitnodigend ten opzichte van plannen die zich richten op de leefstijlen ‘rood’, ‘paars’ en ‘blauw; en staan kritischer tegenover initiatieven voor andere doelgroepen, maar sluiten ze niet op voorhand uit. De nota geeft uitgangspunten voor verschillende soorten verblijfsrecreatie. In de 'Nota Verblijfsrecreatie Noordoost Twente 2018' wordt aangegeven dat de uitbreiding/nieuwvestiging van kampeerterreinen geldt dat deze een aantoonbare meerwaarde moeten hebben: Nieuwe initiatieven dragen bij voorkeur bij aan diversificatie van het aanbod en/of hebben een aantoonbare meerwaarde voor het toeristisch-recreatieve product. Nieuwe initiatieven springen in op de wensen van bestaande en toekomstige gasten. Bij het verzoek om medewerking wordt de doelgroepsegmentatie van de Leisure Leefstijlen betrokken. Toets In Bijlage 2 is de behoefte aan de uitbreiding van het kampeerterrein beschreven. Daarin is gemotiveerd dat het plan voorziet in een actuele behoefte aan kampeerplekken. Immers, camperplaats Skop'nboer richt zich – ten aanzien van de Leisure leefstijlen - vooral op de 'rustig groene' en de 'ingetogen aqua' recreant. De recreant die op Camperplaats Skop'nboer verblijft is vooral op zoek naar rust, ontspanning en naar het rijke culturele, religieuze en landschappelijke erfgoed dat Noordoost Twente biedt.