CConstaterende datLosser
Koppel je AI →
Document · PDF

Bestemmingsplan Lutterzandweg 11 De Lutte

Oordeelsvormende vergadering 9 april 2024, gemeente LosserBij agendapunt: Vaststellen Bestemmingsplan Lutterzandweg 11 De Lutte22.085 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Bestemmingsplan Lutterzandweg 11, De Lutte

Opdrachtgever:

Opdrachtnemer: Eelerwoude Onze vestigingen 088-1471100 info@eelerwoude.nl www.eelerwoude.nl

Projectgegevens:

Projectnummer: 203811 Datum: Projectleider: Opgesteld: Gecontroleerd: Status: vastgesteld Versie: 1 © 2024 Eelerwoude Dit rapport is enkelzijdig opgemaakt.

Inhoudsopgave Toelichting Hoofdstuk 1

5 Inleiding

6

1.1 Aanleiding

6

1.2 Locatie plangebied

6

1.3 Huidig planologisch regime

7

1.4 Bij het plan behorende stukken

8

1.5 Leeswijzer

8

Hoofdstuk 2

Planbeschrijving

9

2.1 Huidige situatie

9

2.2 Toekomstige situatie

11

Hoofdstuk 3

Beleidskader

13

3.1 Inleiding

13

3.2 Rijksbeleid

13

3.3 Provinciaal beleid

15

3.4 Gemeentelijk beleid

25

Hoofdstuk 4

Waardentoets

27

4.1 Inleiding

27

4.2 Natuurwaarden

27

4.3 Archeologie en cultuurhistorie

30

4.4 Water

32

Hoofdstuk 5

Milieutoets

35

5.1 Inleiding

35

5.2 Bodem

35

5.3 Geluid

35

5.4 Luchtkwaliteit

36

5.5 Externe veiligheid

36

5.6 Bedrijven en milieuzonering

38

5.7 Verkeer en parkeren

38

5.8 Conclusie milieutoets

39

Hoofdstuk 6

Juridische aspecten en planverantwoording

40

6.1 Inleiding

40

6.2 Inleidende regels

40

6.3 Bestemmingsregels

40

6.4 Algemene regels

41

6.5 Overgangs- en slotregels

41

Lutterzandweg 11, De Lutte | Eelerwoude | 3

Hoofdstuk 7

Uitvoerbaarheid

43

7.1 Inleiding

43

7.2 Maatschappelijke uitvoerbaarheid

43

7.3 Economische uitvoerbaarheid

43

Bijlagen bij toelichting

45

Bijlage 1

Ecologische QuickScan

46

Bijlage 2

Watertoets

62

Regels Hoofdstuk 1

69 Inleidende regels

70

Artikel 1

Begrippen

70

Artikel 2

Wijze van meten

74

Bestemmingsregels

75

Artikel 3

Natuur - Natuur en Bos

75

Artikel 4

Recreatie - Recreatiewoning

78

Artikel 5

Waarde - Archeologie 2

79

Artikel 6

Waarde - Archeologie 3

81

Algemene regels

83

Artikel 7

Anti-dubbeltelregel

83

Artikel 8

Algemene gebruiksregels

84

Artikel 9

Algemene aanduidingsregels

85

Artikel 10

Algemene afwijkingsregels

86

Artikel 11

Overige regels

87

Overgangs- en slotregels

88

Artikel 12

Overgangsrecht

88

Artikel 13

Slotregel

89

Hoofdstuk 2

Hoofdstuk 3

Hoofdstuk 4

Lutterzandweg 11, De Lutte | Eelerwoude | 4

Toelichting

Lutterzandweg 11, De Lutte | Eelerwoude | 5

Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1 Aanleiding Aan de Lutterzandweg 11 in De Lutte is een agrarisch bedrijf met kampeerterrein aanwezig. Daarnaast is op het terrein één recreatiewoning aanwezig en een sanitair gebouw voor de kampeergasten. In de huidige situatie zijn er op het terrein twee bestemmingsvlakken voor een recreatiewoning aanwezig. Binnen één bestemmingsvlak voor een recreatiewoning is eveneens een sanitairgebouw aanwezig. Hoewel het realiseren van een recreatiewoning binnen dit bestemmingsvlak planologisch mogelijk is, is het vanwege privacy, rust en situering niet gewenst om deze naast het sanitairgebouw te bouwen. Om deze reden wordt een deel van de recreatieve bestemming verplaatst en wordt elders een kleine recreatiewoning gebouwd. Het overige deel van de recreatiebestemming krijgt de bestemming 'Natuur - Natuur en Bos' en wordt teruggegeven aan het NNN. De totale oppervlakte van de recreatiebestemming neemt in voorliggend plan dus af. Per saldo is er daarnaast geen sprake van extra bebouwingsmogelijkheden aangezien het gaat om bestaande rechten. Aan het bestaande toiletgebouw wordt middels voorliggend plan een passende bestemming toegekend, door aan te sluiten bij de omliggende bestemming 'Natuur - Natuur en bos' en een specifieke aanduiding voor het sanitair gebouw toe te kennen.

1.2 Locatie plangebied Het plangebied is gelegen in het buitengebied, ten noordoosten van de kern De Lutte. Het plangebied is gelegen aansluitend aan een agrarisch erf met camping, gelegen aan de Lutterzandweg 11. Het plangebied is gelegen in een natuurlijk en bosrijk gebied. Aan de oostzijde van het plangebied ligt het Lutterzand. Ten westen van het plangebied stroomt de Dinkel.

Lutterzandweg 11, De Lutte | Eelerwoude | 6

Afbeelding 1: Ligging van het plangebied in het buitengebied van de Lutte (wit omcirkeld)

1.3 Huidig planologisch regime De specifieke locaties waarop voorliggend plan betrekking heeft, zijn gelegen binnen de grenzen van het bestemmingsplan 'Buitengebied' van de gemeente Losser, welke is vastgesteld op 19 maart 2013. Binnen dit bestemmingsplan kent de locatie van het toiletgebouw op dit moment de bestemming 'Recreatie - Recreatiewoning' en de dubbelbestemmingen 'Waarde - Archeologie 2' en 'Waarde - Archeologie 3'. Daarnaast kent deze locatie de gebiedsaanduiding 'reconstructiewetzone - extensiveringsgebied' en voor een klein deel de gebiedsaanduiding 'essen'. De beoogde locatie voor het tiny house (wit omcirkeld in figuur 2) kent in de huidige situatie de enkelbestemming 'Natuur - Natuur en Bos' en dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie 3'. Daarnaast kent ook deze locatie de gebiedsaanduiding 'reconstructiewetzone extensiveringsgebied'.

Afbeelding 2: Uitsnede Bestemmingsplan 'Buitengebied' Met voorliggend plan wordt de meest zuidelijk gelegen recreatiebestemming verplaatst naar de locatie binnen de in afbeelding 2 weergegeven witte cirkel. Voorliggend plan voorziet dan ook niet in het toevoegen van een extra mogelijkheid voor een recreatiewoning, maar enkel in het verplaatsen van de planologische mogelijkheden naar een andere locatie. Het toiletgebouw op de oorsponkelijke locatie wordt vervolgens overeenkomstig bestemd.

Lutterzandweg 11, De Lutte | Eelerwoude | 7

1.4 Bij het plan behorende stukken Het bestemmingsplan 'Lutterzandweg 11, De Lutte' bestaat uit de volgende stukken: verbeelding (tek. nr. NL.IMRO.0168.bp008vzp22ph008-0401); regels; toelichting; Bijlagen behorende bij de regels en toelichting. Op de verbeelding zijn de bestemmingen van het plangebied weergegeven. In de regels zijn bepalingen opgenomen om de uitgangspunten van het plan zeker te stellen. Het plan gaat vergezeld van de voorliggende toelichting.

1.5 Leeswijzer De toelichting van dit bestemmingsplan is opgebouwd uit een zevental hoofdstukken. Na dit inleidende hoofdstuk volgt in hoofdstuk 2 een beschrijving van het plan. In hoofdstuk 3 komt het beleidskader aan bod. In dit hoofdstuk wordt een beschrijving gegeven van het, van toepassing zijnde rijksbeleid, provinciaal beleid en gemeentelijk beleid. Het voorgenomen plan wordt getoetst aan de randvoorwaarden die volgen uit het beleid. Hoofdstuk 4 bevat een waardentoets. Hieruit blijkt welke waarden er in het projectgebied en de directe omgeving aanwezig zijn en of deze worden aangetast door de ontwikkeling. In hoofdstuk 5 komen de relevante milieu-aspecten aan bod. Vervolgens wordt in hoofdstuk 6 een korte toelichting gegeven van de juridische aspecten en planverantwoording. In hoofdstuk 7 wordt tot slot ingegaan op de ruimtelijke, maatschappelijke en economische uitvoerbaarheid.

Lutterzandweg 11, De Lutte | Eelerwoude | 8

Hoofdstuk 2 Planbeschrijving In dit hoofdstuk wordt de voorgenomen ontwikkeling nader toegelicht, waarbij eerst de huidige situatie wordt beschreven. Hierna volgt een beschrijving van de beoogde toekomstige situatie.

2.1 Huidige situatie 2.1.1

Beschrijving plangebied

Op het erf aan de Lutterzandweg 11 is een melkveebedrijf aanwezig. Het erf wordt zowel omgeven door agrariche gronden als door bos. Aan de noordzijde van het erf is een bosperceel aanwezig. Hier bevinden zich een kampeerterrein met sanitair gebouw en een recreatiewoning, behorende bij het agrarische erf. Het bosperceel bestaat voornamelijk uit grove den en zomereik. De gewenste locatie voor de tiny house is gelegen nabij een toegangsweg, welke richting de kuilvoerplaten ten noorden van het erf loopt.

Afbeelding 3: Luchtfoto van het erf aan de Lutterzandweg 11 met de beoogde locatie van de tiny house (wit omcirkeld)

Lutterzandweg 11, De Lutte | Eelerwoude | 9

Afbeelding 4: Beoogde locatie van het tiny house

2.1.2

Landschap en historie

Op historische kaarten is de ontwikkeling van het huidige landschap goed zichtbaar. De omgeving rondom het plangebied kenmerkt zich al jaren door de aanwezigheid van de Dinkel en de oude zandverstuivingen van het Lutterzand, waarop heidevelden, (waai)dennen en jeneverbesstruiken de overhand hebben. Het plangebied zelf is gelegen op een es. Hier is al jaren een agrarisch erf aanwezig. De grond ten noorden van het erf is door de jaren heen steeds meer bebost is geraakt. Dit verschil is duidelijk te zien in de historische kaarten van 1906 en 2022 (huidige situatie). Vanaf 1950 is er al sprake van kleinschalige bebouwing in het bos ten noorden van het erf, waar de beoogde /recreatiewoning zal worden gerealiseerd.

Lutterzandweg 11, De Lutte | Eelerwoude | 10

Afbeelding 5: Historische kaarten ter plaatse van het plangebied

2.2 Toekomstige situatie Voorliggend plan maakt de realisatie van één circulair gebouwde tiny house voor recreatief gebruik mogelijk. In de huidige situatie bestaat er op het perceel al een mogelijkheid voor een tweede recreatiewoning. Echter wordt middels voorliggend plan het desbetreffende bestemmingsvlak verplaatst naar een meer geschikte locatie. Het aantal bestemmingsvlakken voor recreatiewoningen blijft dan ook gelijk. De oppervlakte neemt echter wel aanzielijk af, waardoor een deel van de oorspronkelijke recreatiebestemming - ten behoeve van het NNN wordt omgezet naar een natuurbestemming. Het betreft een kleine unit, met een eigen badkamer en keuken, die ruimte biedt voor twee tot vier personen. Het uitgangspunt van de ontwikkeling is dat deze bijdraagt aan de ruimtelijke kwaliteit en de aanwezige natuur- en landschapswaarden. Het tiny house wordt gebouwd vanuit circulaire materialen en werkt zelfvoorzienend door middel van zonnepanelen op het dak, of door gebruik te maken van de zonnepanelen van de melkstal. Zeer waarschijnlijk wordt er op het dak van het tiny house een wateropslag gerealiseerd. Hierdoor kan het water worden gezuiverd en hergebruikt als douche en afwaswater voor het tiny house. Het tiny house heeft geen fundering, maar wordt in zijn geheel bovenop het maaiveld geplaatst.

De ondergrond wordt dan ook niet geroerd, met uitzondering van mogelijke (beperkte) graafwerkzaamheden ten behoeve van het aansluiten op de riolering van de minicamping. Daarnaast zijn er daarmee geen (langdurige) werkzaamheden benodigd op de locatie, waardoor er geen sprake is van verstoring van de natuur. De ontwikkeling doet geen afbreuk aan de ruimtelijke kwaliteit. Naast dat het tiny house zelfvoorzienend is en wordt vervaardigd uit circulaire materialen, laat deze na eventuele verwijdering vrijwel geen sporen achter op de locatie. De impact op het landschap, op de langere termijn, is dus nihil. Daar komt bij dat het tiny house wordt geplaatst op een locatie waar deze direct inpasbaar is in het landschap. De locatie is zodanig uitgekozen dat er geen bomen en waardevolle beplanting dienen te worden verwijderd. De vorm, materiaalkeuze en grootte van het tiny house wordt afgestemd op de omgeving. Voor de constructie wordt gebruik gemaakt van hout. Ook de buitenkant wordt zoveel mogelijk vervaardigd uit natuurlijke

Lutterzandweg 11, De Lutte | Eelerwoude | 11

materialen. Daarnaast wordt een donkere, sobere, kleurstelling gebruikt, welke ervoor zorgt dat het tiny house opgaat in het omliggende landschap. Het tiny house wordt gesitueerd in het bos naast de bestaande zandweg, waardoor er enkel een smal, natuurlijk pad vanaf de zandweg naar het tiny house wordt aangelegd. Van de aanleg van een verharde toegangsweg is dan ook geen sprake. De ontwikkeling draagt door de situering nabij een agrarisch erf ook bij aan de verbinding van boer en burger en de continuïteit van het agrarische bedrijf.

Figuur 6: Referentiebeelden tiny houses voor recreatieve verhuur

Lutterzandweg 11, De Lutte | Eelerwoude | 12

Hoofdstuk 3 Beleidskader 3.1 Inleiding In dit hoofdstuk wordt het relevante beleid beschreven dat betrekking heeft op het projectgebied en de voorgenomen ontwikkeling. Het wordt benaderd vanuit het rijks-, provinciaal- en gemeentelijk beleid. Uit het beleid volgen randvoorwaarden die worden getoetst aan het voorgenomen plan.

3.2 Rijksbeleid 3.2.1

Nationale Omgevingsvisie (NOVI)

Nederland staat in de komende jaren voor een aantal opgaven van nationaal belang. De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) stelt dat grote en complexe opgaven zoals klimaatverandering, energietransitie, circulaire economie, bereikbaarheid en woningbouw Nederland flink zullen veranderen. Deze opgaven moeten benut worden om vooruit te komen en tegelijkertijd het mooie van Nederland te behouden. De NOVI biedt perspectief om de grote opgaven aan te pakken. Hierbij is omgevingskwaliteit het kernbegrip: dat wil zeggen ruimtelijke kwaliteit én milieukwaliteit. Vanuit de NOVI geeft het Rijk kaders en richting voor zowel nationale als decentrale keuzes. Centraal bij de afweging van belangen staat een evenwichtig gebruik van de fysieke leefomgeving, zowel van de boven- als van de ondergrond. In de NOVI wordt gesproken over een 'omgevingsinclusief' beleid. De NOVI beschrijft enerzijds een toekomstperspectief met ambities en anderzijds de nationale belangen in de fysieke leefomgeving en de daaruit voortkomende opgaven. Deze opgaven zijn het verschil tussen de ambitie en de huidige situatie en verwachte ontwikkelingen. Waar de opgaven vragen om een geïntegreerde benadering, komen deze samen in vier prioriteiten. Op deze vier prioriteiten zijn beleidskeuzes gemaakt: 1. 2. 3. 4.

Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie; Duurzaam economisch groeipotentieel; Sterke en gezonde steden en regio's; Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied.

Om de beleidskeuze weloverwogen te maken worden drie afwegingsprincipes, die helpen bij het afwegen en prioriteren van de verschillende belangen en opgaven, gehanteerd namelijk: Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies; Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal; Afwentelen wordt voorkomen. Relatie met de voorgenomen ontwikkeling Voorliggend plan betreft een kleinschalige ontwikkeling waarbij één tiny house (voor verblijfsrecreatief gebruik) wordt geplaatst nabij een agrarisch erf met kampeerterrein. De ontwikkeling wordt met aandacht voor klimaatadaptatie en energietransitie gerealiseerd. Het tiny house wordt vervaardigd uit circulaire materialen en zal volledig zelfvoorzienend zijn. Daarnaast wordt rekening gehouden met het vasthouden van hemelwater op het dak bij korte hevige regenbuien, waarna het water de kans krijgt om in de bodem te infiltreren. Met de

Lutterzandweg 11, De Lutte | Eelerwoude | 13

realisatie van een tiny house draagt de ontwikkeling bij aan de lokale economie én de continuïteit van het agrarische bedrijf. Om de realisatie van de tiny house mogelijk te maken wordt de bestaande recreatiebestemming verplaatst en aanzienlijk in oppervlakte verkleint. Daarmee wordt een deel van de recreatiebestemming weer teruggegeven aan het NNN. Daarmee levert de ontwikkeling eveneens, op een duurzame wijze, een bijdrage aan de toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. Hiermee is het plan in lijn met de vier prioriteiten vanuit de NOVI. De ontwikkeling wordt gerealiseerd in een NNN gebied door middel van de verplaatsing van een bestaande recreatiebestemming, waarbij de oppervlakte van de recreatiebestemming afneemt. Daarnaast worden de mogelijkheden voor het realiseren van een reguliere recreatiewoning, ter plaatse van de nieuwe recreatiebestemming, in de toekomst uitgesloten. Het plan heeft dan ook betrekking op de realisatie van een zeer kleine recreatiewoning, in de vorm van een tiny house, welke zodanig wordt gerealiseerd dat deze geen blijvende impact heeft op de aanwezige waarden in het gebied. De beoogde locatie is reeds geschikt voor de plaatsing van een nieuwe recreatiewoning in de vorm van een tiny house. Het tiny house kan hier direct geplaatst worden, zonder dat er waardevolle bomen en/of planten moeten worden verwijderd.

Het uitgangspunt van de ontwikkeling is dat er met respect wordt omgegaan met de omliggende landschaps- en natuurwaarden van het NNN, onder andere door de vorm, materiaalkeuze en grootte af te stemmen op de kenmerken en identiteit van het gebied. Doordat het tiny house volledig circulair is en daarnaast zonder fundering op de beoogde locatie wordt geplaatst, is de ontwikkeling weer ongedaan te maken zonder een blijvende impact op de landschaps- en natuurwaarden achter te laten. Van afwenteling is dan ook geenszins sprake. Aangezien de huidige recreatiebestemming wordt verplaatst, is er geen sprake van het toevoegen van een nieuwe functie. Het voorgenoemde, en het feit dat de totale oppervlakte van de recreatiebestemming afneemt, betekent dat er een verbetering plaatsvindt van de ruimtelijke kwaliteit en een toename van de oppervlakte van het NNN gebied. Gelet op het voorgenoemde past de ontwikkeling ook binnen de drie afwegingsprincipes voor nieuwe ontwikkelingen die gelden vanuit de NOVI.

3.2.2 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) en Besluit ruimtelijke ordening (Bro) Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) is op 30 december 2011 in werking getreden. In het Barro wordt een aantal projecten die van Rijksbelang zijn met name genoemd en met behulp van digitale kaartbestanden exact ingekaderd. Per project worden vervolgens regels gegeven, waaraan ruimtelijke plannen moeten voldoen. Binnen het Barro worden de volgende onderdelen besproken: Project Mainportontwikkeling Rotterdam; Kustfundament; Grote rivieren; Waddenzee en waddengebied; Defensie; Erfgoederen van uitzonderlijke universele waarde. In oktober 2012 is het besluit aangevuld met de ruimtevraag voor de onderwerpen veiligheid op rijkswegen, toekomstige uitbreiding van infrastructuur, de elektriciteitsvoorziening, de EHS/NNN, de veiligheid van primaire waterkeringen, reserveringsgebieden voor hoogwater, maximering van het de verstedelijkingsruimte in het IJsselmeer en is het onderwerp duurzame verstedelijking in regelgeving opgenomen. De 'ladder voor duurzame verstedelijking' is in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) geïntroduceerd en vastgelegd als procesvereiste in het Besluit ruimtelijke ordening (bij besluit van 21 april 2017 is het Besluit ruimtelijke ordening gewijzigd in verband met de aanpassing van de 'ladder voor duurzame

Lutterzandweg 11, De Lutte | Eelerwoude | 14

verstedelijking'). Het Bro (artikel 3.1.6 lid 2) bepaalt dat voor nieuwe stedelijke ontwikkelingen de treden van de ladder moet worden doorlopen. Doel van de ladder voor duurzame verstedelijking is een goede ruimtelijke ordening in de vorm van een optimale benutting van de ruimte in stedelijke gebieden. Met de ladder voor duurzame verstedelijking wordt een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke en infrastructurele besluiten nagestreefd. Relatie met de voorgenomen ontwikkeling De voorgenomen ontwikkeling betreft de realisatie van één tiny house voor verblijfsrecreatief gebruik door middel van het verplaatsen van een bestaande recreatiebestemming. Een dergelijke kleinschalige ontwikkeling betreft geen stedelijke ontwikkeling in de zin van de Bro. Een verdere toetsing aan de ladder voor duurzame verstedelijking is daarmee niet noodzakelijk. Het onderhavige plan heeft verder geen betrekking op de overige benoemde onderdelen in het Barro.

3.2.3

Conclusie Rijksbeleid

Vanuit de NOVI, het Barro en de ladder voor duurzame verstedelijking komen geen randvoorwaarden of uitgangspunten naar voren die rechtstreeks doorwerken op het voorliggend plan. Geconcludeerd kan worden dat het plan passend is binnen het rijksbeleid.

3.3 Provinciaal beleid Het provinciaal beleid is verwoord in meerdere visies, nota's en andere plannen. Voor deze ontwikkeling zijn de Omgevingsvisie en -verordening van de provincie Overijssel van belang.

3.3.1

Omgevingsvisie- en verordening Provincie Overijssel

Omgevingsvisie- en verordening De Omgevingsvisie Overijssel is dé provinciale visie voor de fysieke leefomgeving van Overijssel. In 2017 is de Omgevingsvisie en -verordening 2017 vastgesteld. De laatste (ontwerp) actualisatie is van 6 juni 2023. Duurzaamheid, ruimtelijke kwaliteit en sociale kwaliteit zijn de leidende principes of 'rode draden' bij alle initiatieven in de fysieke leefomgeving van de provincie Overijssel. Eén van de instrumenten om het beleid uit de Omgevingsvisie te laten doorwerken is de Omgevingsverordening Overijssel. De Omgevingsverordening is het provinciaal juridisch instrument dat wordt ingezet om de belangrijke thema's uit de Omgevingsvisie juridisch te borgen. Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel Om de opgaven, kansen, beleidsambities en ruimtelijke kwaliteitsambities van de provincie waar te maken bevat de Omgevingsvisie een uitvoeringsmodel. Dit model is gebaseerd op drie verschillende niveaus. Aan de hand van deze drie niveaus kan worden bepaald of er een ruimtelijke ontwikkeling mogelijk is en of er behoefte aan is, waar het past in de Omgevingsvisie en hoe het uitgevoerd kan worden. De volgende niveaus komen aan de orde: 1. 2. 3.

Generieke beleidskeuzes (Of). Ontwikkelingsperspectieven (Waar). Gebiedskenmerken (Hoe).

Lutterzandweg 11, De Lutte | Eelerwoude | 15

Afbeelding 7: Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel (bron: Omgevingsvisie Overijssel). 1. Generieke beleidskeuzes (of) Generieke beleidskeuzes vloeien voort uit keuzes van de EU, Rijk of de provincie. Deze keuzes kunnen bepalen of ontwikkelingen mogelijk zijn of niet. Op diverse terreinen verlangt de provincie van gemeenten dat ze goede afspraken maken over plannen met buurgemeenten. Zo blijft het evenwicht bewaard tussen ruimte voor gemeenten en anderzijds het voorkomen van inefficiënte concurrentie. Op deze manier bereikt de provincie een goed afgestemd en zuinig ruimtegebruik en wordt er overcapaciteit voorkomen. Daarnaast zorgt de provincie voor reserveringen voor waterveiligheid, randvoorwaarden voor externe veiligheid, grondwaterbeschermingsgebieden, bescherming van de ondergrond (aardkundige en archeologische waarden), landbouwontwikkelingsgebieden en begrenzing van nationale landschappen. Deze beleidskeuzes zijn vaak normstellend. Relatie met de voorgenomen ontwikkeling Binnen het plangebied zijn geen belemmeringen op basis van de generieke beleidskeuzes. Op voorliggend plan zijn enkele gebiedsspecifieke beleidskeuzes van toepassing. Deze worden hieronder weergegeven. Natuurnetwerk Nederland De locatie voor het beoogde tiny house (voor verblijfsrecreatief gebruik) is gelegen in het Natuurnetwerk Nederland.

Het ruimtelijk beleid van de provincie Overijssel voor het NNN is gericht op behoud, herstel en de ontwikkeling van de wezenlijke kenmerken en waarden van het NNN: de natuurkwaliteit, landschappelijke kwaliteit en de beleving van rust. Artikel 2.7.4 Afwijkingsmogelijkheden

Lutterzandweg 11, De Lutte | Eelerwoude | 16

Lid 5 De gemeenteraad is bevoegd om bij de vaststelling van een bestemmingsplan voor relatief kleinschalige ontwikkelingen binnen het NNN af te wijken van het beschermingsregime zoals vastgelegd in artikel 2.7.3. mits is aangetoond en verzekerd dat deze wijziging: a. b. c.

de wezenlijke kenmerken en waarden slechts in beperkte mate aantast, per saldo gepaard gaat met een versterking van de wezenlijke kenmerken en waarden van het NNN, of een vergroting van de oppervlakte van het NNN, plaatsvindt na een zorgvuldige afweging van alternatieve locaties.

Voorliggend plan doet geen afbreuk aan de wezenlijke kenmerken en waarden van het NNN. De voorgenomen ontwikkeling heeft betrekking op het toevoegen van één tiny house voor de verblijfsrecreatieve verhuur, op een zorgvuldig gekozen locatie. De plaatsing van het tiny house is hier mogelijk zonder de aanwezige natuur- en landschapswaarden aan te tasten. Zo is het niet nodig om op deze locatie bomen te kappen of waardevolle beplanting te verwijderen. Het tiny house is direct te plaatsen op de ondergrond. Het uitgangspunt van de ontwikkeling is dat er met respect wordt omgegaan met de omliggende landschaps- en natuurwaarden van het NNN, onder andere door de vorm, materiaalkeuze en grootte af te stemmen op de kenmerken en identiteit van het gebied. Doordat het tiny house volledig circulair is en daarnaast zonder fundering op de beoogde locatie wordt geplaatst, is de ontwikkeling weer ongedaan te maken zonder een blijvende impact op de landschaps- en natuurwaarden achter te laten. De ontwikkeling wordt gerealiseerd in een NNN-gebied door middel van de verplaatsing van een bestaande recreatiebestemming, waarbij de oppervlakte van de recreatiebestemming afneemt. Daarnaast worden de mogelijkheden voor het realiseren van een reguliere recreatiewoning, ter plaatse van de nieuwe recreatiebestemming, in de toekomst uitgesloten.

Het plan heeft dan ook betrekking op de realisatie van een zeer kleine recreatiewoning, in de vorm van een tiny house, welke zodanig wordt gerealiseerd dat deze geen blijvende impact heeft op de aanwezige waarden in het gebied. De oppervlakte van het NNN-gebied wordt juist vergroot, terwijl de mogelijkheden voor een reguliere recreatiewoning afnemen. Daarmee wordt ingezet op de versterking van het NNN-gebied. In totaal betreft het een afname van circa 397m2 van de recreatiebestemming (het oppervlak van de oude recreatiebestemming minus de nieuwe recreatiebestemming en oppervlakte van het te behouden sanitair gebouw). Aangezien de huidige recreatiebestemming wordt verplaatst, is er geen sprake van het toevoegen van een nieuwe functie. Daarnaast neemt de oppervlakte van de te verplaatsen recreatiebestemming met circa 495m2 af, waardoor wordt bijgedragen aan de vergroting van de oppervlakte van het NNN. Alleen het sanitaire gebouw op de oorspronkelijke locatie krijgt, naast een natuurbestemming nog een recreatie aanduiding ('specifieke vorm van recreatie sanitair gebouw') met een totale oppervlakte van circa 98m2 . In totaal wordt er daarmee circa 397m2 teruggegeven aan de natuur.

Door de recreatiebestemming te verplaatsen naar een beter geschikte locatie en een deel van de oorspronkelijke oppervlakte terug te geven aan de natuur, kan worden gesteld dat er een verbetering plaatsvindt van de ruimtelijke kwaliteit. In paragraaf 4.2 Natuurwaarden wordt de ontwikkeling eveneens toegelicht in relatie tot het Natuurnetwerk Nederland. Zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik Artikel 2.1.3 Zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik Lid 1 Bestemmingsplannen voorzien uitsluitend in stedelijke ontwikkelingen die een extra ruimtebeslag door bouwen en verharden leggen op de Groene Omgeving wanneer aannemelijk is gemaakt: a.

dat er voor deze opgave in redelijkheid geen ruimte beschikbaar is binnen het

Lutterzandweg 11, De Lutte | Eelerwoude | 17

b.

bestaande bebouwd gebied en de ruimte binnen het bestaand bebouwd gebied ook niet geschikt te maken is door herstructurering en/of transformatie; dat mogelijkheden voor meervoudig ruimtegebruik binnen het bestaand bebouwd gebied optimaal zijn benut.

Lid 2 Bestemmingsplannen voor de Groene Omgeving voorzien uitsluitend in ontwikkelingen die een extra ruimtebeslag door bouwen en verharden leggen anders dan de uitleg van steden en dorpenwanneer aannemelijk is gemaakt: a. b.

dat (her)benutting van bestaande erven en/of bebouwing in de Groene Omgeving in redelijkheid niet mogelijk is; dat mogelijkheden voor combinatie van functies op bestaande erven optimaal zijn benut.

Lid 1 is in principe niet van toepassing op voorliggend plan, aangezien de ontwikkeling niet kan worden gekenmerkt als stedelijke ontwikkeling in het kader van de Bro. Van een extra ruimtebeslag op de groene omgeving is in voorliggend plan daarnaast geen sprake. Het betreft het verplaatsen van een recreatiebestemming, waarbij de totale oppervlakte van de recreatiebestemming afneemt. Daarmee wordt circa 397 m2 'teruggegeven' aan de groene ruimte. Ruimtelijke kwaliteit Artikel 2.1.5 Ruimtelijke kwaliteit Lid 1 In de toelichting op bestemmingsplannen wordt onderbouwd dat de nieuwe ontwikkelingen die het bestemmingsplan mogelijk maakt, bijdragen aan het versterken van de ruimtelijke kwaliteit conform de geldende gebiedskenmerken. Lid 2 In het kader van de toelichting als bedoeld in lid 1 wordt inzichtelijk gemaakt op welke wijze toepassing is gegeven aan het Uitvoeringsmodel (OF-, WAAR- en HOE-benadering) die in de Omgevingsvisie Overijssel is neergelegd. Lid 3 In het kader van de toelichting als bedoeld in lid 1 wordt gemotiveerd dat de nieuwe ontwikkeling past binnen het ontwikkelingsperspectief die in de Omgevingsvisie Overijssel voor het gebied is neergelegd. Onderstaand wordt de ontwikkeling toegelicht aan de hand van het uitvoeringsmodel van de Omgevingsvisie Overijssel. Onder 3.

Gebiedskenmerken wordt per geldend gebiedskenmerk op de specifieke locatie voor de tiny house, gemotiveerd waarom de ontwikkeling bijdraagt aan de ruimtelijke kwaliteit en geen afbreuk doet aan de gebiedskenmerken. Nationaal landschap Het plangebied is gelegen binnen het Nationaal Landschap Noord-Oost Twente. Dit is een gebied met (inter)nationaal zeldzame of unieke landschapskwaliteiten en in samenhang daarmee bijzondere natuurlijke en recreatieve kwaliteiten. In het nationale landschap gaat het om het behouden, duurzaam beheren en waar mogelijk versterken van de bijzondere kwaliteiten van deze gebieden. Voor grootschalige ruimtelijke ontwikkelingen die in strijd zijn met de doelstellingen van de Nationale Landschappen is geen plek.

Lutterzandweg 11, De Lutte | Eelerwoude | 18

Artikel 2.6.3 Kernkwaliteiten Lid 2 In artikel 2.6.3, lid 2 van de omgevingsverordening wordt ingegaan op de kernkwaliteiten van het Nationaal Landschap Noordoost-Twente. Voor Noordoost-Twente zijn dit de volgende kernkwaliteiten: a. b. c.

het samenhangende complex van beken, essen, kampen en moderne ontginningen; de grote mate van kleinschaligheid; het groene karakter.

Met voorliggend plan wordt het huidige bestemmingsvlak voor een recreatiewoning verplaatst naar een beter geschikte locatie binnen hetzelfde bosperceel. Op de beoogde locatie is het tiny house (enkel voor verblijfsrecreatief gebruik) direct inpasbaar in het bestaande landschap. Doordat (anders dan bij een reguliere recreatiewoning) geen fundering wordt gebruikt, maar het tiny house direct op het maaiveld wordt geplaatst, is de lokale impact zeer gering. Het tiny house wordt qua vorm, materiaal en grootte afgestemd op de omgeving. Zo wordt het beoogde tiny house niet meer dan 50m2 en worden de materialen afgestemd op de omgeving. Zo wordt enkel gebruik gemaakt van natuurlijke en ingetogen materialen zoals hout. Ook wordt de te verplaatsen recreatiebestemming verkleind, waardoor circa 397 m2 wordt teruggegeven aan de natuur (NNN)/het landschap. Daarmee gaat het tiny house op in het omliggende landschap en doet deze geen afbreuk aan de aanwezige kernkwaliteiten, kleinschaligheid en het groene karakter van het landschap. Artikel 2.12.2 Nieuwe recreatiewoningen Lid 1 Bestemmingsplannen voorzien uitsluitend in de bouw van nieuwe recreatiewoningen als: er sprake is van een innovatief concept; verzekerd is dat recreatiewoningen bedrijfsmatig geëxploiteerd en verhuurd worden en de recreatiewoningen in de vorm van een complex van recreatiewoningen worden gerealiseerd.

Lid 2 In afwijking van het eerste lid geldt de eis van complexgewijs realiseren van recreatiewoningen niet als: de recreatiewoningen worden gerealiseerd in het kader van de Kwaliteitsimpuls Groene Omgeving, en de nieuwe recreatiewoningen voldoen aan de eisen van bedrijfsmatige exploitatie en verhuur. Bovenstaand artikel is niet van toepassing op voorliggend plan. In voorliggend plan wordt een bestaande recreatiebestemming verplaatst. Planologisch gezien betreft het dan ook geen nieuwe recreatiewoning, maar gaat het om een bestaand recht dat wordt verplaatst. Daarnaast wordt de desbetreffende recreatiebestemming ook in oppervlakte verkleind en wordt in de regels van dit bestemmingsplan een beperking opgelegd met betrekking tot de maximale oppervlakte van de recreatiewoning. Artikel 2.12.5 Verbod op permanente bewoning In een bestemmingsplan dat betrekking heeft op recreatiewoningen en recreatieverblijven worden regels opgenomen die permanente bewoning daarvan uitsluiten. In artikel 4.2.3 van de regels behorende bij voorliggend bestemmingsplan is opgenomen dat

Lutterzandweg 11, De Lutte | Eelerwoude | 19

recreatiewoning niet permanent mogen worden bewoond. 2 Ontwikkelperspectieven (waar) De opgaven, kansen, beleidsambities en ruimtelijke kwaliteitsambities voor de provincie zijn daarnaast geschetst in ontwikkelingsperspectieven voor de groene en stedelijke omgeving. Met de ontwikkelingsperspectieven wordt de ruimtelijke ontwikkelingsvisie van de provincie vorm gegeven. In artikel 2.1.5 van de Omgevingsverordening is bepaald dat moet worden gemotiveerd dat een voorziene ontwikkeling past binnen de vastgestelde ontwikkelingsperspectieven. Relatie met de voorgenomen ontwikkeling Ter plaatse van de beoogde locatie voor het tiny house geldt het ontwikkelingsperspectief 'Natuurnetwerk Nederland (NNN)'. Zoals bovenstaand aangegeven, doet voorliggend plan geen afbreuk aan de wezenlijke kenmerken en waarden van het NNN (natuurkwaliteit, landschappelijke kwaliteit en beleving van rust). In de huidige situatie is er al sprake van twee bestemmingsvlakken voor recreatiewoningen. Voorliggend plan ziet er juist op toe dat één van deze bestemmingsvlakken wordt verplaatst naar een beter geschikte locatie. De oppervlakte van de recreatiebestemming neemt met 495m2 af. In totaal wordt er daarmee, met het te behouden sanitair gebouw nog van deze oppervlakte afgehaald, circa 397m2 teruggegeven aan het NNN.

Daarnaast heeft voorliggend plan betrekking op het realiseren van één tiny house voor verblijfsrecreatief gebruik ter plaatse van de beoogde locatie voor het te verplaatsen bestemmingsvlak. Op deze locatie is het tiny house direct inpasbaar in het bestaande bos. Ten behoeve van de ontwikkeling hoeven geen bomen te worden gekapt en het tiny house wordt direct op het maaiveld geplaatst door het ontbreken van een fundering. Door gebruik te maken van natuurijke en ingetogen materialen gaat het tiny house daarnaast op in het omliggende landschap. Ten behoeve van voorliggend plan is een ecologische quickscan uitgevoerd. De resultaten hiervan worden beschreven in 4.2 Natuurwaarden.

Afbeelding 8: Ligging van het plangebied in het NNN

Lutterzandweg 11, De Lutte | Eelerwoude | 20

3. Gebiedskenmerken (Hoe) In het provinciale beleid zijn voor alle gebieden gebiedskenmerken aangegeven. Het beleid voor deze gebiedskenmerken is vastgelegd in artikel 2.1.5 van de provinciale verordening. Hierin is bepaald dat inzichtelijk moet worden gemaakt dat voldaan wordt aan dit beleid. Wanneer in het beleid normerende uitspraken worden gedaan, voorziet het bestemmingsplan (voor zover deze uitspraken zich daarvoor lenen) in een bestemmingsplanregeling conform deze normerende uitspraken. Wanneer in het beleid richtinggevende uitspraken worden gedaan, voorziet het bestemmingsplan (voor zover deze uitspraken zich daarvoor lenen) in een bestemmingsplanregeling conform deze richtinggevende uitspraken. De gebiedskenmerken zijn opgenomen in verschillende lagen; de natuurlijke laag, de agrarische cultuur laag, de stedelijke laag en de lust- en leisurelaag. Op basis van deze kenmerken is er ingezoomd op het plangebied en gekeken welke specifieke kwaliteitsvoorwaarden en opgaven (normerend en richtinggevend) voor ruimtelijke ontwikkelingen van toepassing zijn. Natuurlijke laag De natuurlijke laag is ontstaan doordat abiotische en biotische processen inwerken op de ondergrond van bodem en geologie. Van oudsher bestaat er een sterke samenhang tussen het natuur- en watersysteem. Vervolgens heeft de natuurlijke laag plek en betekenis gekregen in het menselijke occupatie proces.

Lange tijd is de natuurlijke laag sturend geweest voor een groot deel van de ruimtelijke ontwikkelingen. Mensen vestigden zich op de droge plekken en wegen werden aangelegd bij goed doorwaadbare plekken in de beek. Pas de laatste eeuw is deze samenhang door technische mogelijkheden verminderd en zijn de kwaliteiten van de natuurlijke laag aangetast. Het beter afstemmen van de ruimtelijke ontwikkelingen op de natuurlijke laag, kan ervoor zorgen dat natuurlijke kwaliteiten weer medebepalend worden. Relatie met de voorgenomen ontwikkeling Het plangebied is gelegen in het gebiedstype 'Beekdalen en natte laagtes'. Het Overijsselse zandlandschap is van oorsprong kletsnat. In de laagtes van het zandgebied verzamelde zich het water. Hier ontwikkelden zich moerassen en broekbossen, waar het water in de loop van het seizoen geleidelijk uit weg sijpelde naar de lager gelegen delen, naar de beken en rivieren. De ambitie is de beekdalen als functionele en ruimtelijke dragende structuren van het landschap betekenis te geven. Ruimte voor water, continuïteit van het systeem zijn leidend. Tevens is de ambitie afwenteling van wateroverlast op stroomafwaarts gelegen gebieden te voorkomen door het beeksysteem als eenheid te beschouwen en het vasthouden van water te bevorderen. Tot slot zijn beekdalen belangrijke verbindingen voor mens, plant en dier.

Lutterzandweg 11, De Lutte | Eelerwoude | 21

Afbeelding: 9: Ligging van het plangebied in de natuurlijke laag 'Beekdalen en natte laagtes' In het plangebied zelf zijn geen waterlopen aanwezig. Het plan heeft daarnaast betrekking op het toevoegen van één tiny house (voor verblijfsrecreatief gebruik) welke direct, zonder bodemingrepen, op het maaiveld wordt geplaatst. Het hemelwater wat ter plaatse valt wordt opgevangen via een opslag op het dak, waarna het deels kan worden gezuiverd en hergebruikt als douche- en afwaswater voor het tiny house. Het tiny house wordt daarnaast aangesloten op het bestaande riool van de minicamping. Het plan doet daarmee geen afbreuk aan de bestaande watersytemen, waterlopen of belangrijke flora en faunasoorten in het beekdal (zie ook paragraaf 4.2 Natuurwaarden). Laag van het agrarisch cultuurlandschap In het agrarisch cultuurlandschap gaat het er om dat de mens inspeelt op de natuurlijke omstandigheden en die ten nutte maakt. Vanuit de nederzettingen zijn de omliggende gronden ooit ontgonnen. Daardoor is er een sterke ruimtelijke en functionele relatie met het omringende landschap ontstaan. Afhankelijk van de stand van de techniek en de beschikbaarheid van meststoffen is door de eeuwen heen een geschakeerd patroon van akkers, weiden, hooiland en bebouwing gegroeid. Dit verschil in tijd geeft mede richting aan de ontwikkeling van deze gebieden.

Binnen de regionale landschappen is er vaak op korte afstand sprake van verschillen: de es, de flank en het beekdal. Relatie met de voorgenomen ontwikkeling Het plangebied is gelegen in het landschapstype 'Oude hoevenlandschap'. De ambitie voor het oude hoevenlandschap is om het kleinschalige, afwisselende oude hoevenlandschap vanuit de verspreid liggende erven een ontwikkelingsimpuls te geven. Als ontwikkelingen plaats vinden in het oude hoevenlandschap, dan dragen deze bij aan behoud en accentuering van de dragende structuren (groenstructuur en routes) van het oude hoevenlandschap, en aan de samenhang en de karakteristieke verschillen tussen de landschaps elementen: de erven met erfbeplanting; open es(je); beekdal; voormalige heidevelden, de mate van openheid en kleinschaligheid.

Lutterzandweg 11, De Lutte | Eelerwoude | 22

Afbeelding 10: Ligging van het plangebied in het Oude hoevenlandschap De voorgenomen ontwikkeling voorziet in het bouwen van één tiny house (voor verblijfsrecreatief gebruik) binnen een bestaande (te verplaatsen) recreatiebestemming. Het tiny house wordt gerealiseerd bij een bestaand agrarisch erf, op een plek waar deze goed kan worden ingepast zonder afbreuk te doen aan de bestaande landschappelijke structuren van het oude hoevenlandschap. Met de realisatie van een tiny house als nevenfunctie bij het agrarisch bedrijf, wordt een bijdrage geleverd aan de instandhouding van het agrarische erf. Laag van beleving Donkere gebieden zijn gebieden waar het 's nachts nog echt donker is en waar je de sterrenhemel kunt waarnemen. De algemene ontwikkeling is dat het steeds lichter wordt, door bijvoorbeeld verlichting bij wegen. Gebieden met het kenmerk 'Donkerte' zijn echter bedoeld voor het koesteren van de kwaliteit 'donkerte'. De ambitie is om deze gebieden ten minste zo donker te houden, maar bij ontwikkelingen zie liever nog wat donkerder te maken. In de praktijk betekent dit dat in donkere gebieden alleen minimaal kunstlicht mag worden toegepast. Dit betreft een selectief en gerichte inzet van kunstlicht en aandacht voor het vermijden van onnodig kunstlicht bij ontwikkelingen in donkere gebieden.

Lutterzandweg 11, De Lutte | Eelerwoude | 23

Afbeelding 11: Ligging van het plangebied in een donkerte gebied Relatie met de voorgenomen ontwikkeling Voorliggend plan heeft betrekking op het bouwen van één tiny house (voor verblijfsrecreatief gebruik) in het bestaande bosperceel bij een agrarisch bedrijf. Het tiny house wordt gerealiseerd binnen de bestaande recreatiebestemming, welke in voorliggend plan wordt verplaatst naar een wenselijkere locatie. Aan het tiny house wordt op zeer beperkte wijze ledverlichting vanuit een indirecte bron gerealiseerd. Hierdoor schijnt het licht alleen zeer beperkt bij de ingang van het tiny house. Op het pad naar het tiny house wordt geen verlichting aangebracht. Op deze manier wordt de instandhouding van het donkerte gebied gegarandeerd.

3.3.2

Conclusie provinciaal beleid

Het voorliggende ruimtelijke plan past binnen het provinciale beleid, zoals ook vastgelegd in de provinciale verordening. Het plan past binnen de geldende ontwikkelingsperspectieven en de geldende gebiedskenmerken.

Lutterzandweg 11, De Lutte | Eelerwoude | 24

3.4 Gemeentelijk beleid 3.4.1

Omgevingsvisie Losser 2023 - 2040

De omgevingsvisie van de gemeente Losser is vastgesteld op 28 maart 2023 en schetst het beoogde toekomstbeeld van de gemeente Losser voor de periode tot 2040. In de omgevingsvisie wordt niet alleen een algemene visie geschetst voor de gehele gemeente, maar wordt ook ingegaan op negen verschillende deelgebieden. De ambitie voor het landelijk gebied is dat het landelijk gebied in 2040 is getransformeerd naar een heterofunctioneel gebied, waar landbouw, bedrijvigheid, wonen, recreatie, natuur, landschap en water allemaal een goede plek hebben gevonden. Hetzelfde geldt voor vraagstukken op het gebied van duurzaamheid en klimaatadaptatie. Daarnaast is de ambitie om een aantrekkelijk en gastvrij Losser te realiseren voor toeristen en dagjesmensen. Een onderdeel hiervan is het zorgvuldig verbeteren en uitbreiden van de recreatieve sector, met aandacht voor de rust en de lokale natuurwaarden. De gemeente Losser leent zich goed voor kleinschalige vormen van kwalitatief hoogwaardige verblijfsrecreatie. Daarnaast streeft de gemeente naar een differentiatie in het aanbod, kwaliteitsverbetering en productvernieuwing. Voor de landbouw wil de gemeente Losser inzetten op kringlooplandbouw en duurzaamheid. Vanuit de bestaanszekerheid van de boeren die willen blijven ondernemen, moet daar wel iets tegenover staan, zoals bijvoorbeeld andere verdienmodellen.

De gemeente Losser wil zich daarnaast inzetten voor een circulaire economie, waaronder het bewust omgaan met grondstoffen, afval en de inrichting van productieprocessen. Daarnaast wordt de samenwerking tussen verschillende sectoren gestimuleerd. Bij nieuwe ontwikkelingen speelt steeds de afweging dat de ontwikkelingsruimte van milieu-, natuur- en duurzaamheidsdoelstellingen niet worden aangetast. Daarom wordt ingezet op het combineren van nieuwe ontwikkelingen met andere opgaven als klimaatadaptatie, wateropgaven en groenversterking. Het plangebied is gelegen in het deelgebied 'In het dal van de Dinkel'. Het gebied typeert zich door de aanwezige natuurwaarden en verscheidenheid aan functies. Het stroomdal van de Dinkel is daarnaast aantrekkelijk voor recreatie. De gemeente Losser wil daarom inzetten op de vergroting van de beleving van het gebied door middel van kanoën, fietsen en wandelen. Dit kan onder andere door de bestaande fiets- en wandelverbindingen te versterken. In dit deelgebied ziet de gemeente met name mogelijkheden voor kleinschalige verblijfsrecreatie. De gemeente ziet echter ook toe op het behoud van de agrarische functie, omdat agrarische bedrijven en belangrijke rol spelen in het beschermen en ontwikkelen van de ecologische waarden. Al moeten deze bedrijven wel rekening houden met de kwetsbare natuurwaarden.

De gemeente gaat daarom terughoudend om met schaalvergroting. Relatie met de voorgenomen ontwikkeling Met voorliggend plan wordt een bestaande recreatiebestemming verplaatst naar een beter geschikte locatie, zodat hier één tiny house voor verblijfsrecreatieve verhuur kan worden gerealiseerd. Daarmee wordt bijgedragen aan het realiseren van kleinschalige, kwalitatief hoogwaardige, duurzame en innovatieve verblijfsrecreatieve mogelijkheden in de gemeente Losser. De agrarische bedrijvigheid op deze locatie blijft eveneens behouden. De realisatie van het tiny house zorgt daarnaast dus voor een neveninkomen voor het agrarische bedrijf en zorgt het initiatief voor een samenwerking tussen de agrarische en verblijfsrecreatieve sector. Het tiny house wordt gerealiseerd op een locatie waar deze direct inpasbaar is zonder afbreuk te doen aan de bestaande landschappelijke elementen of natuurwaarden. Zo wordt het tiny house gerealiseerd zonder bomen in het bos te kappen. Hooguit dient er plaatselijk iets onderbegroeiing, bladeren en/of dood hout te worden verwijderd. Ook wordt ingespeeld op de

Lutterzandweg 11, De Lutte | Eelerwoude | 25

thema's circulaire economie, duurzame energie en klimaatadaptatie. Het tiny house wordt namelijk vervaardigd uit circulaire materialen, energieneutraal en klimaatadaptief door middel van een hemelwateropvang op het dak. Voorliggend plan sluit daarmee aan bij de ambities van de gemeente Losser. Het plan sluit aan bij de koers van de gemeente Losser voor het deelgebied 'In het dal van de Dinkel'. Het plan ziet toe op het toevoegen van zeer kleinschalige verblijfsrecreatie. Daarnaast is het de bedoeling dat het initiatief bij gaat dragen aan de vergroting van de beleving van het gebied én maak vanwege de ligging bij een agrarisch bedrijf een connectie met de agrarische sector. Zo worden er routes uitgezet tussen verschillende tiny houses die in de regio Noordoost Twente worden gerealiseerd. Op die manier is het mogelijk voor recreanten om, zoals bij een huttentocht, te voet of per fiets van tiny house naar tiny house te trekken. Dit draagt bij aan de recreatieve beleving van het gebied.

3.4.2

Nota Verblijfsrecreatie Noordoost Twente 2018

In samenwerking met de gemeenten Dinkelland, Oldenzaal en Tubbergen heeft de gemeente Losser de beleidsnota 'Verblijfsrecreatie Noordoost Twente' opgesteld. Het doel van de beleidsnota is om kaders weer te geven waarbinnen de verschillende vormen van verblijfsrecreatie zich in de toekomst, in de vier gemeente van Noordoost Twente, kunnen blijven ontwikkelen. Binnen de regio is de verblijfssector over het algemeen kleinschalig en traditioneel van karakter. Hierdoor valt te spreken van een verzadigde markt. Conform de beleidsnota is vernieuwing, differentiatie en innovatie nodig binnen de sector, waarbij vraag en aanbod beter aansluiten, om de sector vitaal te houden. Hierbij is de volgende visie geformuleerd: Versterking van het verblijfstoerisme in Noordoost Twente door middel van kwaliteitsverbetering, productvernieuwing en differentiatie in het verblijfsrecreatief aanbod. Uitbreiding van het aantal recreatiewoningen buiten vakantieparken is in Noordoost Twente alleen toegestaan als er sprake is van een innovatief concept en als verzekerd is dat de recreatiewoningen voor de verhuur beschikbaar zijn en bedrijfsmatig worden geëxploiteerd. Relatie met de voorgenomen ontwikkeling Bij de voorgenomen ontwikkeling wordt een recreatiewoning in de vorm van een tiny house gerealiseerd op een locatie buiten een bestaand vakantiepark.

Het gaat echter enkel om het verplaatsen van de planologische mogelijkheid. Een bestaand bestemmingsvlak voor een recreatiewoning wordt met voorliggend plan verplaatst naar een beter geschikte locatie. Het concept van een circulaire tiny house op een agrarisch erf betreft een innovatief concept, dat bijdraagt aan de verbinding tussen de agrarische en recreatieve sector én de verbinding tussen boer en burger/recreant. Daarnaast is verzekerd dat het tiny house beschikbaar zal zijn voor de recreatieve verhuur en bedrijfsmatig wordt geëxploiteerd. Zodoende past het plan binnen de kaders van de nota verblijfsrecreatie.

3.4.3

Conclusie gemeentelijk beleid

De ontwikkeling is in lijn met de doelen en ambities zoals beschreven in de 'Omgevingsvisie Losser 2023-2040' en de 'Nota verblijfsrecreatie Noordoost Twente 2018'.

Lutterzandweg 11, De Lutte | Eelerwoude | 26

Hoofdstuk 4 Waardentoets 4.1 Inleiding In dit hoofdstuk wordt de impact van de ontwikkeling op verschillende waarden beschreven. Hieronder vallen ecologie, archeologie en water. Er wordt beschreven wat er is onderzocht en welke resultaten hieruit zijn gekomen. Vervolgens wordt hier een conclusie uit getrokken met betrekking tot de gewenste ontwikkeling.

4.2 Natuurwaarden Nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen dienen getoetst te worden aan de relevante natuurwetgeving en het relevante natuurbeleid. De bescherming van houtopstanden, de bescherming van soorten en de bescherming van gebieden is geborgd in de Wet Natuurbescherming. De kern van het natuurbeleid wordt gevormd door het Natuurnetwerk Nederland (NNN), dat een samenhangend netwerk vormt van natuurgebieden. De provincies zijn het bevoegd gezag. Alleen in een aantal situaties, zoals bij ruimtelijke ingrepen waarmee grote nationale belangen zijn gemoeid, is het Rijk het bevoegd gezag. Voor voorliggend plan is een ecologische quickscan uitgevoerd in het kader van de Wet natuurbescherming. Deze is opgenomen in Bijlage 1 behorend bij deze toelichting. De belangrijkste conclusies zijn weergegeven in deze paragraaf.

4.2.1

Soortenbescherming

Middels de ecologische quickscan in bijlage Bijlage 1 is het plan getoetst aan de mogelijke effecten op de volgende soorten: Vogels Tijdens het veldbezoek zijn geen jaarrond beschermde nesten in of direct rondom de planlocatie aangetroffen. Als gevolg van de plannen en werkzaamheden gaan geen jaarrond beschermde nesten of horsten van roofvogels verloren. Aangrenzend aan de planlocatie is een boom met holen aanwezig die een functie kan hebbben als nestplaats voor holenbroeders zoals spechten en mezen. Bij de uitvoering van de werkzaamheden blijft deze boom echter behouden. Aangezien de maatregelen in het broedbiotoop van verschillende broedvogelsoorten worden uitgevoerd, moeten de werkzaamheden wel zo veel mogelijk buiten het broedseizoen (15 maart - 15 juli) plaatsvinden. Vleermuizen Aangezien de maatregelen geen invloed hebben op de aanwezige bebouwing zullen gebouwbewonende vleermuissoorten als de gewone dwergvleermuis en laatvlieger geen hinder ondervinden aan de werkzaamheden. De voorgenoemde holenboom is daarnaast geschikt als verblijfsplaats voor vleermuizen, maar deze blijft behouden. Aangezien de planlocatie zich bevindt in een bos, heeft het plan ook geen invloed op de vliegroutes van vleermuizen.

Het bos is daarnaast geschikt als foerageergebied voor voorschillende vleermuissoorten, maar aangezien het bos niet in vorm of functie zal veranderen, kunnen negatieve effecten op het foerageergebied van vleermuizen worden uitgesloten.

Lutterzandweg 11, De Lutte | Eelerwoude | 27

Zoogdieren Bunzing Kleine marterachtigen, zoals bunzing, maken gebruik van takkenhopen en struwelen om in te verblijven. Op de locatie van het tiny house zijn echter geen geschikte verblijfplaatsen aanwezig. Wel zijn rondom het plangebied sturwelen aanwezig waar de soort in kan verblijven. Om te voorkomen dat een bunzing eventueel wordt verstoord, dienen takkenhopen en struwelen direct rondom de planlocatie behouden te blijven. Das Tijdens het veldbezoek zijn konijnenholen en graafsporen van konijn rondom de planlocatie waargenomen. Verder zijn op de locatie of de directe omgeving geen sporen waargenomen die duiden op de aanwezigheid van de das. Ook rondom de planlocatie zijn ook geen burchten, wissels of foerageerplekken aangetroffen. Boommarter en steenmarter De planlocatie is geschikt als leefgebied van steen- en boommarter. Beide soorten maken gebruik van grote leefgebieden, waardoor geen sprake is van verlies van essentieel leefgebied. Het tiny house is daarnaast direct inpasbaar op de beoogde locatie, waardoor de bomen en struwelen rondom de planlocatie behouden blijven. Het huidige leefgebied voor beide soorten blijft daarom in de huidige vorm gehandhaafd. Eekhoorn Het bos is geschikt als leefgebied voor de eekhoorn. Tijdens het veldbezoek zijn geen eekhoornnesten of eekhoorns bij de planlocatie of de directe omgeving waargenomen.

Negatieve effecten op de eekhoorn zijn dan ook uit te sluiten. Egel Het plangebied vormt een geschikte biotoop voor egels. Het is dan ook aannemelijk dat deze voorkomen op de beoogde locatie voor het tiny house. Egels zijn actief in de periode van midden juli tot en met oktober. Tussen november en april gaat de egel in winterslaap. Voor de uitvoering van het plan is het van belang om tijdens de actieve periode van de egel te werken. Mogelijke verblijfsplaatsen zoals bladerhopen, takkenbulten en struwelen, moeten daarnaaast worden ontzien. Grote bosmuis De biotoop van de planlocatie en de bossen rondom zijn geschikt als leefgebied voor de grote bosmuis. Grote bosmuis maakt geen eigen nesten, maar gebruikt holen van soorten als de konijn. De konijnenholen die rondom de planlocatie zijn aangetroffen, zijn echter allemaal in gebruik door konijnen. Door de werkzaamheden wordt verder tijdelijk en hooguit een klein gedeelte het leefgebied van de soort verstoord. Er is geen sprake van verlies van leefgebied, omdat het tiny house tussen opgaande beplanting wordt ingepast. Insecten Kleine ijsvogelvlinder Langs de zuidrand van het bos, direct rondom de planlocatie groeit kamperfoelie. Om negatieve

Lutterzandweg 11, De Lutte | Eelerwoude | 28

effecten op kleine ijsvogelvlinder te voorkomen, is het belangrijk dat de kamperfoelie rondom de planlocatie wordt ontzien. Flora Op de planlocatie of in de omgeving hiervan zijn geen groeiplaatsen van beschermde flora bekend. Beschermde plantensoorten zijn voor het ontbreken van geschikte groeiplekken ook niet op de planlocatie of directe omgeving te verwachten.

4.2.2

Gebiedsbescherming

Voorliggend plan dient getoetst te worden op de eventuele effecten op beschermde gebieden in het kader van de Wet natuurbescherming (Natura 2000) en de provinciale verordening (Natuur Netwerk Nederland en overige beschermde gebieden). Het plangebied is gelegen op korte afstand van Natura 2000-gebied Dinkelland. Natura 2000 Niet stikstof-gerelateerde effecten Het werkgebied ligt op relatief korte afstand van Natura 2000-gebied Dinkelland (140 meter). Tussen het Natura 2000-gebieden en het plangebied staat een brede strook bos, liggen campingplaatsen en staan een aantal vakantiehuisjes. Door de inrichting van het tussenliggende gebied en de aard van het plan, waarbij een enkel tiny house wordt geplaatst, kan een toename van verstoring door geluid, verlichting of optische verstoring worden uitgesloten. Stikstof gerelateerde effecten Het tiny house wordt in zijn geheel (reeds opgebouwd) geplaatst op de planlocatie. Hierdoor is er geen sprake van langdurige werkzaamheden op het terrein. Door de kleine ingreep en korte aard van de werkzaamheden, wordt geen stikstofdepositie boven 0,00 mol N/ha/jaar in stikstofgevoelige habitattypen of leefgebieden van soorten van Natura 2000-gebieden verwacht. De vervoersbewegingen als gevolg van de plaatsing van het tiny house, zijn van dezelfde aard als de vervoersbewegingen van en naar de reeds bestaande minicamping.

Daarnaast is er in de huidige situatie al sprake van een recreatiebestemming, waarbinnen een recreatiewoning is toegestaan. In principe kan ten aanzien van de realisatie van het tiny house dus niet worden gesproken van een toename van het aantal verkeersbewegingen. Het gaat namelijk om een bestaand bouwrecht. Negatieve effecten op stikstofgevoelige natuur in de omgeving kunnen op basis van het voorgenoemde worden uitgesloten. Natuur Netwerk Nederland (NNN) Het plangebied is gelegen in het Natuurnetwerk Nederland. In de Omgevingsverordening van de provincie Overijssel is opgenomen dat dergelijke plannen niet mogen leiden tot: - een significante aantasting van de wezenlijke kenmerken en waarden; - een significante vermindering van de oppervlakte van die gebieden; - een vermindering van de samenhang tussen die gebieden. Voorliggend plan heeft betrekking op het verplaatsen van het bestemmingsvlak voor één recreatiewoning bij het agrarisch bedrijf met minicamping aan de Lutterzandweg 11 in De Lutte. De totale oppervlakte van de recreatiebestemming neemt daarbij af. Het bestemmingsvlak wordt

Lutterzandweg 11, De Lutte | Eelerwoude | 29

verplaatst naar een beter geschikte locatie, waar de recreatiewoning (in dit geval een tiny house) direct inpasbaar is zonder dat er bomen in het bos worden gekapt of bodemingrepen noodzakelijk zijn. Een tiny house betreft een zeer kleinschalige recreatiewoning van maximaal 50m2 . Deze oppervlakte wordt eveneens opgenomen in de regels van dit bestemmingsplan. Daarmee zijn nieuwe reguliere recreatiewoningen in de toekomst uitgesloten. Op deze manier wordt niet alleen de wezenlijke oppervlakte van het NNN-gebied vergroot, maar wordt ook ook de ruimtelijke kwaliteit permanent verbeterd. het tiny house wordt daarnaast volledig circulair en qua situering, afmetingen en materiaalgebruik ook volledig aangepast op de kenmerken en identiteit van het gebied. Naast dat er geen bomen worden gekapt, blijft ook de opgaande beplanting en struweel op en rondom de planlocatie zoveel mogelijk behouden. Ten behoeve van het plan is een ecologische quickscan uitgevoerd, waaruit blijkt dat met de ontwikkeling geen (beschermde) flora- en faunasoorten worden geschaadt. Geconcludeerd kan worden dat er geen sprake is van oppervlakteverlies van het NNN of vermindering van de samenhang tussen NNN-gebieden. Het bestaande bestemmingsvlak wordt enkel verplaatst naar een beter geschikte locatie om de realisatie van een circulaire tiny house mogelijk te maken.

De recreatiebestemming wordt verkleind ten opzichte van de huidige situatie, waardoor in totaal circa 397m2 wordt teruggegeven aan het NNN. Aangezien het bos in zijn huidige vorm blijft behouden, is er ook geen sprake van een significante aantasting van de wezenlijke kenmerken en waarden van het gebied. Gelet op het voorgenoemde kan worden gesteld dat voorliggend plan juist een positieve impact heeft op het NNN-gebied in vergelijking met de planologische mogelijkheden in het vigerende bestemmingsplan.

4.2.3

Bescherming van houtopstanden

Het omhakken of rooien van bossen is niet zomaar toegestaan in de Wet natuurbescherming. Dit geldt ook bij het rooien of het verrichten van handelingen die de dood of ernstige beschadiging van bomen tot gevolg hebben. Hieronder valt ook beschadiging door vee. Onder bos wordt verstaan: alleen bossen die buiten de 'bebouwde kom Boswet' liggen; alle beplantingen van bomen die groter zijn dan 10 are (1.000 m2 ); bomen in een rijbeplanting, als de rij uit meer dan 20 bomen bestaat. Relatie met de voorgenomen ontwikkeling Bij de werkzaamheden voor voorliggend plan blijven alle bomen behouden.

4.3 Archeologie en cultuurhistorie Aardkundige, archeologische en cultuurhistorische waarden moeten zoveel mogelijk worden behouden.

4.3.1

Archeologie

Op basis van het Verdrag van Malta en de Wet op de archeologische monumentenzorg is het uitgangspunt gesteld om archeologische erfgoed zoveel mogelijk ter plekke te bewaren en maatregelen te nemen om dit te bewerkstelligen. De verstoorder van de bodem is verantwoordelijk voor het behoud van de archeologische resten. Daar waar behoud ter plekke niet mogelijk is, betaalt de verstoorder het archeologisch onderzoek en de mogelijke opgravingen. Voor ruimtelijke plannen die archeologische waarden bedreigen, moeten betrokken partijen in beeld brengen welke archeologische waarden in het geding zijn. Relatie met de voorgenomen ontwikkeling

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Losser&id=939e090c-5f10-46e0-b785-2b8b9036fad0