Bestemmingsplan "Herziening Snippergroen 2022".pdf
Tekst van het document
Soortenbescherming
Wat betreft de soortbescherming is de Wet natuurbescherming van toepassing. Hierin wordt onder andere de bescherming van dier- en plantensoorten geregeld. Bij ruimtelijke ontwikkelingen dient te worden getoetst of er sprake is van negatieve effecten op de aanwezige natuurwaarden. Als hiervan sprake is, moet ontheffing of vrijstelling worden gevraagd. Aangezien binnen het plangebied geen nieuwe (ingrijpende) ontwikkelingen plaatsvinden is er geen sprake van negatieve effecten op flora- en fauna die de wet beoogd te beschermen. Overigens wordt benadrukt dat bij eventuele toekomstige ontwikkelingen binnen het plangebied op zijn minst rekening moet worden gehouden met de in artikel 1.11 van de Wet natuurbescherming opgenomen zorgplichtbepaling. 5.6.4
Conclusie
Het plan heeft geen negatieve effecten op Natura 2000-gebieden of het NNN. Het plan leidt naar verwachting niet tot wettelijke consequenties in het kader van soort- of gebiedsbescherming.
5.7
Archeologie & cultuurhistorie
5.7.1
Archeologie
5.7.1.1 Algemeen Op grond van de Erfgoedwet dient er in ruimtelijke plannen rekening gehouden te worden met archeologische waarden. In de Erfgoedwet is bepaald dat gemeenten een archeologische zorgplicht hebben en dat initiatiefnemers van projecten waarbij de bodem wordt verstoord, verplicht zijn rekening te houden met de archeologische relicten die in het plangebied aanwezig (kunnen) zijn. Hiervoor is onderzoek noodzakelijk: het archeologisch vooronderzoek. Als blijkt dat in het plangebied behoudenswaardige archeologische vindplaatsen aanwezig zijn, dan kan de initiatiefnemer verplicht worden hiermee rekening te houden. Dit kan leiden tot een aanpassing van de plannen, waardoor de vindplaatsen behouden blijven, of tot een archeologische opgraving en publicatie van de resultaten. BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
24
“Herziening Snippergroen 2022” Vastgesteld 5.7.1.2 Situatie plangebied Voorliggend plan voorziet niet in een ontwikkeling waarbij sprake is van bodemingrepen. Gezien de aard en omvang van de ontwikkeling is dan ook geen sprake van verlies of beschadiging van enige archeologische waarden. Daarom wordt archeologisch onderzoek niet noodzakelijk geacht. Voor zover binnen het plangebied in de bestaande situatie sprake is van een archeologische dubbelbestemming is/zijn deze overgenomen in voorliggend plan. 5.7.2
Cultuurhistorie
5.7.2.1 Algemeen Onder cultuurhistorische waarden worden alle structuren, elementen en gebieden bedoeld die cultuurhistorisch van belang zijn. Zij vertellen iets over de ontstaansgeschiedenis van het Nederlandse cultuurlandschap. Vaak is er een sterke relatie tussen aardkundige aspecten en cultuurhistorische aspecten. In de Bro is sinds 1 januari 2012 (artikel 3.1.6, vijfde lid, onderdeel a) opgenomen dat een bestemmingsplan “een beschrijving van de wijze waarop met de in het gebied aanwezige cultuurhistorische waarden en in de grond aanwezige of te verwachten monumenten rekening is gehouden” dient te bevatten. 5.7.2.2 Situatie plangebied Er bevinden zich, op basis van de Cultuurhistorische waardenkaart van de provincie Overijssel, in het plangebied zelf geen rijks- dan wel gemeentelijke monumenten. Gezien aard en omvang van voorliggend plan worden daarnaast geen negatieve effecten verwacht op cultuurhistorische waarden in de omgeving van het plangebied. Gesteld wordt dat het aspect cultuurhistorie geen belemmering vormt voor dit plan. 5.7.3
Conclusie
Geconcludeerd wordt er geen archeologisch onderzoek nodig is. Tevens is geen sprake van negatieve effecten op de cultuurhistorische waarden.
5.8
Besluit Milieueffectrapportage
5.8.1
Algemeen
De milieueffectrapportage is een wettelijk instrument met als doel het aspect milieu een volwaardige plaats in deze integrale afweging te geven. Een wijzigingsplan of bestemmingsplan kan op drie manieren met milieueffectrapportage in aanraking komen: •
•
•
Op basis van artikel 7.2a, lid 1 Wm (als wettelijk plan); Er ontstaat een m.e.r.-plicht wanneer er een passende beoordeling op basis van art. 2.8, lid 1 Wet natuurbescherming nodig is. Op basis van Besluit milieueffectrapportage (bestemmingsplan in kolom 3); Er ontstaat een m.e.r.-plicht voor die activiteiten en gevallen uit de onderdelen C en D van de bijlage van dit besluit waar het bestemmingsplan genoemd is in kolom 3 (plannen). Op basis van Besluit milieueffectrapportage (bestemmingsplan in kolom 4); Er ontstaat een m.e.r.-(beoordelings)plicht voor die activiteiten en gevallen uit de onderdelen C en D van de bijlage van dit besluit waar het bestemmingsplan genoemd is in kolom 4 (besluiten).
In het Besluit m.e.r. neemt het bestemmingsplan een bijzondere positie in, want het kan namelijk tegelijkertijd opgenomen zijn in zowel kolom 3 als in kolom 4 van het Besluit m.e.r.. Of het bestemmingsplan in deze gevallen voldoet aan de definitie van het plan uit kolom 3 of aan de definitie van het besluit uit kolom 4 is afhankelijk van de wijze waarop de activiteit in het bestemmingsplan wordt bestemd. Als voor de activiteit eerst één of meerdere uitwerkings- of wijzigingsplannen moeten worden vastgesteld dan is sprake van
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
25
“Herziening Snippergroen 2022” Vastgesteld ‘kaderstellend voor' en voldoet het bestemmingsplan aan de definitie van het plan. Is de activiteit geheel of gedeeltelijk als eindbestemming opgenomen voldoet het aan de definitie van het besluit. Een belangrijk element in het Besluit m.e.r.. is het (in feite) indicatief maken van de gevalsdefinities (de drempelwaarden in kolom 2 in de D-lijst). Dit betekent dat het bevoegd gezag meer moet doen dan onder de oude regelgeving. Kon vroeger worden volstaan met de mededeling in het besluit dat de omvang van de activiteit onder de drempelwaarde lag en dus geen m.e.r. (beoordeling) noodzakelijk was, onder de nu geldende regeling moet een motivering worden gegeven. Voor deze toets wordt de term vormvrije m.e.r.beoordeling gehanteerd. 5.8.2
Situatie plangebied
5.8.2.1 Artikel 2.8 van de Wet natuurbescherming In paragraaf 5.6.2.1 is reeds opgemerkt dat de plandelen in alle gevallen op ruime afstand van het meest nabijgelegen Natura 2000-gebied ‘Landgoederen Oldenzaal’ liggen. Gelet op de afstand en de aard en omvang van de ontwikkeling wordt gesteld dat er geen sprake is van negatieve effecten op de instandhoudingsdoelstellingen van het Natura 2000-gebied. Een passende beoordeling is daarom niet noodzakelijk. 5.8.2.2 Drempelwaarden Besluit m.e.r. Voor wat betreft het gehele plangebied wordt voorzien in directe eindbestemmingen waardoor het voldoet aan de definitie van een 'besluit' als bedoeld in het Besluit m.e.r. Dit betekent dat dit bestemmingsplan m.e.r.(beoordelings)plichtig is indien activiteiten mogelijk worden gemaakt die genoemd worden in onderdeel C of D van het Besluit m.e.r. en de daarin opgenomen drempelwaarden overschrijden. Het plan betreft de omzetting van locaties snippergroen naar een passende bestemming bijvoorbeeld wonen, bij een woonerf. De ontwikkeling is concreet beschreven in paragraaf 3.1. In onderdeel D 11.2 wordt onder een stedelijke ontwikkeling het volgende verstaan: 'de aanleg wijziging of uitbreiding van vakantiedorpen en hotelcomplexen buiten stedelijke zones met bijbehorende voorzieningen. In gevallen waarin de activiteit betrekking heeft op: 1. 2. 3.
250.000 bezoekers of meer per jaar; Een oppervlakte van 25 hectare of meer, of Een oppervlakte van 10 hectare of meer in een gevoelig gebied
In de nota van toelichting op het Besluit m.e.r wordt het begrip 'stedelijk ontwikkelingsproject' geduid. Hier wordt het volgende over gezegd: “Bij een stedelijk ontwikkelingsproject kan het gaan om bouwprojecten als woningen, parkeerterreinen, bioscopen, theaters, sportcentra, kantoorgebouwen en dergelijke of een combinatie daarvan. Er kan overigens geen misverstand over bestaan dat ook dorpen hieronder vallen. Wat stedelijke ontwikkeling inhoudt kan van regio tot regio verschillen. Van belang hierbij is of er per saldo aanzienlijke negatieve gevolgen voor het milieu kunnen zijn. Indien bijvoorbeeld een woonwijk wordt afgebroken en er komt een nieuwe voor in de plaats, zal dit in de regel per saldo geen of weinig milieugevolgen hebben. Bij een uitbreiding zal er eerder sprake kunnen zijn van aanzienlijke gevolgen.” Daarnaast is in een uitspraak van de Raad van State van 31 januari 2018 (ECLI:NL:RVS:2018:348) geoordeeld dat een project die voorzag in een gedeeltelijke functiewijziging, waarbij de bebouwde oppervlakte gelijk bleef, geen sprake is van een stedelijke ontwikkeling. Uit voorgaande volgt dat onderhavige ontwikkeling in algemene zin niet te kwalificeren is als stedelijk ontwikkelingsproject in de zin van het Besluit m.e.r.
Er is namelijk geen sprake van aanzienlijke gevolgen voor het milieu (zie ook Hoofdstuk 5) en er is planologisch geen sprake van een toename aan bebouwd oppervlakte. De kwalificatie is wel afhankelijk van specifieke omstandigheden van een project en de ruimtelijke gevolgen die het project met zich meebrengt. In die gevallen is het Besluit m.e.r. niet van toepassing en hoeft geen aanmeldnotitie te worden opgesteld.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
26
“Herziening Snippergroen 2022” Vastgesteld 5.8.2.3 Conclusie Dit bestemmingsplan is niet m.e.r.-(beoordelings)plichtig. Tevens zijn geen nadelige milieugevolgen te verwachten als gevolg van de vaststelling van dit bestemmingsplan.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
27
“Herziening Snippergroen 2022” Vastgesteld
HOOFDSTUK 6
WATERPARAGRAAF
6.1
Vigerend beleid
6.1.1
Provinciaal beleid
In de Omgevingsvisie Overijssel wordt ruim aandacht besteed aan de wateraspecten. De ambities zijn, naast de uitvoering van de Kaderrichtlijn Water, gericht op de verbetering van de kwaliteit van de kleinere wateren, de veiligheid, de grondwaterbescherming, bestrijding van wateroverlast, de kwantiteit en kwaliteit van grond- en oppervlakte water en waterbeleving zowel in de groene ruimte als stedelijk gebied. 6.1.2
Beleid waterschap Vechtstromen
Door de invoering van de Kaderrichtlijn Water is Nederland verdeeld in vijf deelstroomgebieden. Het Door de invoering van de Kaderrichtlijn Water is Nederland verdeeld in vijf deelstroomgebieden. Het deelstroomgebied Rijn-Oost wordt beheerd door de waterschappen Rijn en IJssel, Vechtstromen, Vallei en Veluwe, Drents Overijsselse Delta en Zuiderzeeland. Om te voldoen aan de eisen van de Kaderrichtlijn Water hebben deze waterschappen een Waterbeheerplan opgesteld. Het algemeen bestuur van het waterschap Vechtstromen heeft in de vergadering van 7 oktober 2015 het ‘Waterbeheerplan 2016-2021’ vastgesteld. In het Waterbeheerplan is aangegeven hoe het waterschap zijn taken de komende jaren (2016 tot 2021) wil uitvoeren. In het plan zijn doelen en maatregelen gesteld voor de thema’s waterveiligheid, voldoende water, schoon water en het zuiveren van afvalwater. Deze zijn gericht op het: • • • 6.1.3
voorkomen of beperken van overstromingen, wateroverlast en droogte; beschermen en verbeteren van de kwaliteit van het oppervlaktewater en grondwater en het zorgen voor een goed functionerend regionaal watersysteem; het effectief en efficiënt behandelen van afvalwater in de afvalwaterzuiveringsinstallaties. Verbreed gemeentelijke rioleringsplan 2013-2016
Gemeenten zijn wettelijk verplicht een gemeentelijk rioleringsplan vast te stellen, vaak afgekort als GRP. Sinds kort moet dit plan niet alleen over de riolering gaan, maar ook over hemelwater en grondwater. Daarom wordt gesproken van een verbreed gemeentelijk rioleringsplan, ofwel vGRP. Het voorgaande GRP is vastgesteld voor de periode 2007 tot en met 2010 en vervolgens verlengd tot en met 2012. Om te blijven voldoen aan de planverplichting uit de Wet milieubeheer is het nieuwe vGRP opgesteld voor de periode 2013 tot en met 2016. Maar de wettelijke plicht is niet de enige aanleiding. De gemeente wil haar taken voor afvalwater, hemelwater en grondwater goed en efficiënt uitvoeren. Een goed plan is daarvoor essentieel.
6.2
Waterparagraaf
6.2.1
Algemeen
Zoals in voorgaande paragrafen uiteen is gezet, wordt in het moderne waterbeheer (waterbeheer 21e eeuw) gestreefd naar duurzame, veerkrachtige watersystemen met minimale risico's op wateroverlast of watertekorten. Belangrijk instrument hierbij is de watertoets, die sinds 1 november 2003 in ruimtelijke plannen is verankerd. In de toelichting op ruimtelijke plannen dient een waterparagraaf te worden opgenomen. Hierin wordt verslag gedaan van de wijze waarop rekening is gehouden met de gevolgen van het plan voor de waterhuishoudkundige situatie (watertoets).
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
28
“Herziening Snippergroen 2022” Vastgesteld Het doel van de watertoets is te garanderen dat waterhuishoudkundige doelstellingen expliciet en op een evenwichtige wijze in het plan worden afgewogen. Deze waterhuishoudkundige doelstellingen betreffen zowel de waterkwantiteit (veiligheid, wateroverlast, tegengaan verdroging) als de waterkwaliteit (riolering, omgang met hemelwater, lozingen op oppervlaktewater). 6.2.2 Watertoetsproces Omdat het in voorliggend geval gaat om een grote hoeveelheid verschillende percelen verspreid over de gemeente Losser is het plan niet kenbaar gemaakt aan het betrokken waterschap via de geëigende watertoetsprocedure. In alle gevallen betreft het beperkte planologische wijzigingen die geen negatieve effecten zullen hebben op de waterhuishoudkundige situatie ter plaatse. Geconcludeerd wordt dat enkel sprake is van functiewijzigingen en er dus geen sprake is van negatieve effecten op de waterbelangen.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
29
“Herziening Snippergroen 2022” Vastgesteld
HOOFDSTUK 7 7.1
JURIDISCHE ASPECTEN EN PLANVERANTWOORDING
Inleiding
In de voorgaande hoofdstukken is ingegaan op het plangebied, het relevante beleid en de milieu- en omgevingsaspecten. De informatie uit deze hoofdstukken is gebruikt om keuzes te maken bij het maken van het juridische deel van het bestemmingsplan: de verbeelding en de regels. In dit hoofdstuk wordt dieper ingegaan op de opzet van dit juridische deel. Daarnaast wordt een verantwoording gegeven van de gemaakte keuzes op de verbeelding en in de regels. Dat betekent dat er wordt aangegeven waarom een bepaalde functie ergens is toegestaan en waarom bepaalde bebouwing daar acceptabel is.
7.2
Opzet van de regels
7.2.1
Algemeen regels
In de Wet ruimtelijke ordening (Wro) die op 1 juli 2008 in werking is getreden, is de verplichting opgenomen om ruimtelijke plannen en besluiten digitaal vast te stellen. De digitaliseringsverplichting geldt vanaf 1 januari 2010. In de ministeriële Regeling standaarden ruimtelijke ordening is vastgelegd dat de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen (SVBP) de norm is voor de vergelijkbaarheid van bestemmingsplannen. Naast de SVBP zijn ook het Informatiemodel Ruimtelijke Ordening en de Standaard Toegankelijkheid Ruimtelijke Instrumenten normerend bij het vastleggen en beschikbaar stellen van bestemmingsplannen. De SVBP geeft normen voor de opbouw van de planregels en voor de digitale verbeelding van het bestemmingsplan. Dit bestemmingsplan is opgesteld conform de normen van de SVBP2012. Het juridisch bindend gedeelte van het bestemmingsplan bestaat uit planregels en bijbehorende verbeelding waarop de bestemmingen zijn aangegeven. Als uitgangspunt voor de regeling is het recente bestemmingsplan voor de kern De Lutte (De Lutte 2020) genomen. De verbeelding kan zowel digitaal als analoog worden verbeeld. De verbeelding en de planregels dienen in samenhang te worden bekeken. De regels zijn onderverdeeld in vier hoofdstukken: 1. 2. 3. 4. 7.2.2
Inleidende regels (begrippen en wijze van meten); Bestemmingsregels; Algemene regels (o.a. algemene afwijkingsregels); Overgangs- en slotregels. Inleidende regels
Hoofdstuk 1 bevat de inleidende regels. Deze regels gelden voor het gehele plangebied en bevatten: •
Begrippen (Artikel 1) In dit artikel zijn definities van de in de regels gebruikte begrippen opgenomen. Hiermee is een eenduidige interpretatie van deze begrippen vastgelegd.
•
Wijze van meten (Artikel 2) Dit artikel geeft op een eenduidige manier aan op welke wijze afstanden, dakhellingen en oppervlakten moeten worden gemeten en hoe voorkomende eisen betreffende de maatvoering begrepen moeten worden.
7.2.3
Bestemmingsregels
Hoofdstuk 2 van de regels bevat de juridische vertaling van de in het plangebied voorkomende bestemmingen. De regels zijn onderverdeeld in o.a.: •
Bestemmingsomschrijving: omschrijving van de activiteiten die zijn toegestaan; BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
30
“Herziening Snippergroen 2022” Vastgesteld • • • •
Bouwregels: eisen waaraan de bebouwing moet voldoen (bouwhoogte, goothoogte etc.); Specifieke gebruiksregels: hierin zijn vormen van strijdig gebruik en een voorwaardelijke verplichting ten aanzien van landschappelijke inpassing opgenomen. Afwijken van de bouwregels/ gebruiksregels: onder welke voorwaarde mag afgeweken worden van de aangegeven bouw- en/of gebruiksregels. Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden: in de recreatieve bestemming is een omgevingsvergunningstelsel opgenomen ter bescherming van bestaande groensingels. In de archeologische dubbelbestemming is een omgevingsvergunningstelsel opgenomen ter bescherming van mogelijke archeologische waarden.
In paragraaf 7.3 worden de bestemmingen nader toegelicht en wordt aangegeven waarom voor bepaalde gronden voor deze is gekozen. 7.2.4
Algemene regels
Hoofdstuk 3 bevat de algemene regels. Deze regels gelden voor het gehele plangebied. Dit hoofdstuk is opgebouwd uit: •
Anti-dubbeltelregel (Artikel 11) Deze regel is opgenomen om een ongewenste verdichting van de bebouwing te voorkomen. Deze verdichting kan zich met name voordoen, indien een perceel of een gedeelte daarvan, meer dan één keer betrokken wordt bij de berekening van een maximaal bebouwingspercentage.
•
Algemene bouwregels (Artikel 12) In dit artikel zijn algemene bouwregels ten aanzien van bestaande maatvoeringen opgenomen.
•
Algemene gebruiksregels (Artikel 13) In dit artikel worden de algemene gebruiksregels beschreven. Deze regel bevatten bepalingen omtrent functies die in ieder geval in strijd zijn met het bestemmingsplan.
•
Algemene aanduidingsregels (Artikel 14) In dit artikel zijn bepalingen ten aanzien van de in dit gebied voorkomende aanduidingen opgenomen. In dit geval betreft het de aanduiding ‘geluidszone-industrie’ welke regelt dat gronden - naast de andere aangewezen bestemming(en) - tevens bestemd zijn voor de bescherming en instandhouding van de geluidsruimte voor een industrieterrein en het tegengaan van een te hoge geluidbelasting vanwege een industrieterrein op geluidsgevoelige functies.
•
Algemene afwijkingsregels (Artikel 15) In dit artikel zijn regels opgenomen die het mogelijk maken om op ondergeschikte punten van het plan af te wijken.
•
Overige regels (Artikel 16) In deze bepaling zijn regels ten aanzien van parkeren, laden en lossen.
7.2.5
Overgangs- en slotregels
In hoofdstuk 4 van de regels staan de overgangs- en slotregels. In het overgangsrecht is aangegeven wat de juridische consequenties zijn van bestaande situaties die in strijd zijn met dit bestemmingsplan. In de slotregel wordt aangegeven hoe het bestemmingsplan wordt genoemd.
7.3
Verantwoording van de regels
Kenmerk van de Nederlandse ruimtelijke ordeningsregelgeving is dat er uitgegaan wordt van toelatingsplanologie. Een bestemmingsplan geeft aan welke functies waar zijn toegestaan en welke bebouwing
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
31
“Herziening Snippergroen 2022” Vastgesteld mag worden opgericht. Bij het opstellen van dit bestemmingsplan zijn keuzes gemaakt over welke functies waar worden mogelijk gemaakt en is gekeken welke bebouwing stedenbouwkundig toegestaan kan worden. De bestaande situatie is hierbij het uitgangspunt. Het is noodzakelijk dat het bestemmingsplan een compleet inzicht biedt in de bouw- en gebruiksmogelijkheden binnen het betreffende plangebied. Het bestemmingsplan is het juridische toetsingskader dat bindend is voor de burger en overheid en geeft aan wat de gewenste planologische situatie voor het plangebied is. In deze paragraaf worden de gemaakte keuzes nader onderbouwd. Bedrijventerrein (Artikel 3) De percelen snippergroen op het bedrijventerrein Zoeker Esch heeft in dit bestemmingsplan dezelfde bestemming als het aangrenzende perceel gekregen, de bestemming 'Bedrijventerrein'. Qua inhoud is voor wat betreft deze bestemming aangesloten bij het bestemmingsplan "De Zoeker Esch - de Pol". Binnen de bestemming 'Bedrijventerrein' zijn in dit geval bedrijvigheid in de categorie 4.1 en 4.2 toegestaan zoals vermeld in de als bijlage bij de regels opgenomen Staat van bedrijfsactiviteiten bedrijventerreinen. Qua bouwregels zijn in dit geval uitsluitend de bouwregels voor bouwwerken, geen gebouwen zijnde overgenomen uit het bestemmingsplan "De Zoeker Esch - de Pol".
Groen (Artikel 4) De bestemming ‘groen’ is opgenomen ter plaatse van de Tönsweg 11 en van Beethovenlaan 39. Gronden met de bestemming 'Groen' zijn bestemd voor groenvoorzieningen, met de daarbij behorende bouwwerken, geen gebouwen zijnde, paden en verhardingen, speelvoorzieningen, waterhuishoudkundige voorzieningen, wadi’s daaronder begrepen en parkeervoorzieningen. Gebouwen zijn binnen deze bestemming niet toegestaan. Bouwwerken, geen gebouwen zijnde mogen worden opgericht tot een bouwhoogte van 4 meter. Tuin (Artikel 5) De bestemming 'Tuin' is voornamelijk toegekend aan percelen snippergroen die: • • •
zijn gelegen voor de voorgevel van het hoofdgebouw; zijn gelegen aan de zijgevel van het hoofdgebouw en direct grenzen aan het openbaar gebied; direct grenzen aan gronden die al een bestemming 'Tuin' kennen en waarvan het gelet op de bestemmingsplansystematiek logisch is om deze ook te bestemmen als 'Tuin'.
Naast tuinen zijn binnen deze bestemming tevens gebouwen, erkers en ingangspartijen ten dienste van de aangrenzende bestemming 'Wonen' toegestaan. Dit met de daarbij behorende bouwwerken, geen gebouwen zijnde, erven, in- en uitritten en parkeervoorzieningen. In de bouwregels is bepaald dat als gebouwen uitsluitend erkers, ingangspartijen, luifels, balkons en galerijen ten dienste van de aangrenzende bestemming 'Wonen' zijn toegestaan. Voor deze bouwwerken is aanvullend bepaald dat deze bebouwing de bouwgrens, over maximaal de halve gevelbreedte, met niet meer dan 1,5 m mag overschrijden, dat de afstand van deze bebouwing tot een trottoir minimaal 3 meter bedraagt en de afstand tot aan de weg dien minimaal 5 meter te bedragen. Voor het overige worden binnen deze bestemming uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde tot een maximale bouwhoogte van 1 meter toegestaan. Verkeer (Artikel 6) (Gemeentelijke) gronden waar sprake is van een doorgaande verkeersroute of parkeervoorzieningen zijn bestemd tot ‘Verkeer’. Naast wegen, pleinen, fiets- en voetpaden, bermen en (berm)sloten en groen- en speelvoorzieningen zijn ook water en waterhuishoudkundige voorzieningen, wadi’s daaronder begrepen, groenvoorzieningen en parkeervoorzieningen toegestaan.
Verkeer – Verblijf (Artikel 7) Alle (gemeentelijke) gronden waar sprake is van een openbaar gebied met een verblijf- en verplaatsingsfunctie voor verkeer zijn bestemd ‘Verkeer-Verblijfsgebied’. Naast wegen, pleinen, fiets- en voetpaden, bermen en
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
32
“Herziening Snippergroen 2022” Vastgesteld (berm)sloten en groen- en speelvoorzieningen zijn ook water en waterhuishoudkundige voorzieningen, wadi’s daaronder begrepen, groenvoorzieningen en parkeervoorzieningen toegestaan. Wonen – (Artikel 8) De bestemming 'Wonen' is voornamelijk toegekend aan die percelen snippergroen die zijn gelegen achter de voorgevel en waar het toestaan van extra erfbebouwingsmogelijkheden niet tot bezwaren leidt. Binnen deze bestemming worden naast het wonen de daar bijbehorende gebouwen, bouwwerken, geen gebouwen zijnde, tuinen en erven, parkeervoorzieningen en waterhuishoudkundige voorzieningen, wadi's daaronder begrepen toegestaan. Zoals in eerder reeds aangegeven worden met dit bestemmingsplan geen bouwvlakken opgenomen die het mogelijk maken om hoofdgebouwen op te richten of te vergroten. In deze bestemmingsregeling is dan ook bepaald dat de bouw van hoofdgebouwen buiten bouwvlakken niet is toegestaan. Dit betekent dat binnen deze bestemming uitsluitend aanbouwen, uitbouwen en bijgebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde zijn toegestaan. Hierbij is qua systematiek aangesloten bij de voor de kernen geldende bouwregels ten aanzien van deze aanbouwen, uitbouwen en bijgebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde.
Naast de bouwregels zijn ook de van toepassing zijnde afwijkingsregels ten aanzien van het bouwen en gebruik overgenomen in dit bestemmingsplan. Waarde – Archeologie 2 en Waarde – Hoge archeologische verwachting (Artikel 9 en 10) De voor 'Waarde – Archeologie 2' en ‘Waarde – Hoge archeologische verwachting’ aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor het behoud, de bescherming en/of het herstel van de voorkomende archeologische waarden.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
33
“Herziening Snippergroen 2022” Vastgesteld
HOOFDSTUK 8
ECONOMISCHE UITVOERBAARHEID
Artikel 6.12 van de Wet ruimtelijke ordening stelt dat de gemeenteraad gelijktijdig met de vaststelling van het bestemmingsplan moet besluiten om al dan niet een exploitatieplan vast te stellen. Hoofdregel is dat een exploitatieplan moet worden vastgesteld bij elk bestemmingsplan. Er zijn echter uitzonderingen. Het is mogelijk dat de raad verklaart dat met betrekking tot een bestemmingsplan geen exploitatieplan wordt vastgesteld indien het verhaal van kosten van de grondexploitatie anderszins is verzekerd of het stellen van nadere eisen en regels niet noodzakelijk is. Met onderhavig bestemmingsplan wordt echter geen bouwplan in de zin van artikel 6.2.1 Bro mogelijk gemaakt, zodat de verplichting tot het vaststellen van een exploitatieplan niet geldt. Overigens zijn voor de percelen snippergroen overeenkomsten afgesloten waarin tevens het risico op planschade is meegenomen. Dit bestemmingsplan heeft voor wat betreft deze percelen dan ook geen directe financiële consequenties voor de gemeente.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
34
“Herziening Snippergroen 2022” Vastgesteld
HOOFDSTUK 9 9.1
VOOROVERLEG, INSPRAAK & ZIENSWIJZEN
Vooroverleg
Op grond van artikel 3.1.1 Bro is vooroverleg vereist met het waterschap en met de diensten van de provincie en Rijk die betrokken zijn bij de zorg voor de ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen welke in het plan in het geding zijn. 9.1.1
Rijk
In het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) zijn de nationale belangen die juridische borging vereisen opgenomen. Het Barro is gericht op doorwerking van nationale belangen in gemeentelijke bestemmingsplannen. Geoordeeld wordt dat dit bestemmingsplan geen nationale belangen schaadt. Daarom is afgezien van het voeren van vooroverleg met het Rijk. 9.1.2 Provincie Overijssel Gelet op de aard van het bestemmingsplan spelen er geen provinciale belangen en heeft geen vooroverleg met de provincie plaatsgevonden. 9.1.3
Waterschap Vechtstromen
Zoals in paragraaf 6.2.2 reeds aangegeven heeft gelet op de aard van het bestemmingsplan geen vooroverleg plaatsgevonden met het waterschap.
9.2
Inspraak
Conform de gemeentelijke inspraakverordening kan het bestuursorgaan zelf besluiten of inspraak wordt verleend bij de voorbereiding van gemeentelijk beleid. In het voorliggende geval wordt gezien de geringe planologische wijziging geen voorontwerpbestemmingsplan ter inzage gelegd.
9.3
Zienswijzen
Het ontwerpbestemmingsplan heeft met ingang van donderdag 23 februari 2023 gedurende 6 weken voor iedereen ter inzage gelegen. Gedurende deze periode zijn geen zienswijzen ingediend.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
35
“Herziening Snippergroen 2022” Vastgesteld
BIJLAGEN Bijlage 1
Overzicht percelen snippergroen
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
36
Losser Adres
Huidige bestemming
Nieuwe bestemming
Diepenbrocklaan 9 Diepenbrocklaan 11 Diepenbrocklaan 13 Diepenbrocklaan 15 Diepenbrocklaan 17 Diepenbrocklaan 19 Grimberge 9 Grimberge 11 Hannekerveldweg 11 Hannekerveldweg 63 Haydnstraat 2 Het Boerigter 52 Kloppenstraat 59 Pelikaanstraat 32 Richterstraat 31 Scholtinkstraat 79 Schubertstraat 10 Schubertstraat 15 Schubertstraat 32 Tönsweg 11 Twickelo 4 Twickelo 6 Van Beethovenlaan 39 Zweermanstraat 2 Zweermanstraat 6 Zweermanstraat 8 Zweermanstraat 12 De Pol 34a De Pol 36
Groen Groen Groen Groen Groen Groen Groen Verkeer Bedrijf Groen Groen Groen en Verkeer – Verblijf Groen Verkeer Groen en Verkeer – Verblijf Maatschappelijk Groen Groen Groen Groen en Wonen Groen Groen Verkeer – Verblijf Groen Groen Groen Groen Verkeer Natuur
Wonen Wonen Wonen Wonen Wonen Wonen Wonen en Tuin Tuin Wonen Wonen en Verkeer – Verblijf Wonen en Tuin Wonen Wonen en Tuin Wonen en Tuin Wonen, Tuin en Verkeer - Verblijf Wonen Wonen Wonen Wonen Wonen en Groen Wonen Wonen Wonen en Groen Wonen Wonen Wonen Wonen Bedrijventerrein Bedrijventerrein
Adres
Huidige bestemming
Nieuwe bestemming
Pastoor van Laakstraat 55 Schoolstraat 21b Veldkamp 55 Veldkamp 96 Vosbultkamp 86 Willem Gamestraat 8
Groen Maatschappelijk Groen Verkeer en Groen Groen Groen
Wonen Wonen en Tuin Wonen en Tuin Wonen en Tuin Wonen Wonen
Adres
Huidige bestemming
Nieuwe bestemming
Appelvinkstraat 55 IJsvogelstraat 39b Spinnekopmolen 8
Verkeer Groen Verkeer – Verblijf
Tuin Wonen en Tuin Wonen
Overdinkel
De Lutte
Glane Adres
Huidige bestemming
Nieuwe bestemming
Meulderinksesch 4 Meulderinksesch 6
Groen Groen
Wonen Wonen
Adres
Huidige bestemming
Nieuwe bestemming
Beuningerstraat 65
Tuin
Verkeer
Beuningen
Herziening Snippergroen 2022
REGELS
bestemmingsplan Herziening Snippergroen 2022
Inhoudsopgave
Hoofdstuk 1 Artikel 1 Artikel 2
Inleidende regels Begrippen Wijze van meten
3 3 7
Hoofdstuk 2 Artikel 3 Artikel 4 Artikel 5 Artikel 6 Artikel 7 Artikel 8 Artikel 9 Artikel 10
Bestemmingsregels Bedrijventerrein Groen Tuin Verkeer Verkeer - Verblijf Wonen Waarde - Archeologie 2 Waarde - Hoge archeologische verwachting
8 8 10 11 12 13 14 17 19
Hoofdstuk 3 Artikel 11 Artikel 12 Artikel 13 Artikel 14 Artikel 15 Artikel 16
Algemene regels Anti-dubbeltelregel Algemene bouwregels Algemene gebruiksregels Algemene aanduidingsregels Algemene afwijkingsregels Overige regels
21 21 22 23 24 25 26
Hoofdstuk 4 Artikel 17 Artikel 18
Overgangs- en slotregels Overgangsrecht Slotregel
27 27 28
Bijlagen bij de regels
30
Bijlage 1
31
2
Staat van Bedrijfsactiviteiten Bedrijventerreinen
(vastgesteld)
bestemmingsplan Herziening Snippergroen 2022
Hoofdstuk 1 Artikel 1 1.1
Inleidende regels
Begrippen
plan
het bestemmingsplan "Herziening Snippergroen 2022" met identificatienummer NL.IMRO.0168.SNIPPERGROEN22-0401 van de gemeente Losser; 1.2
bestemmingsplan
de geometrisch bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels en de daarbij behorende bijlagen; 1.3
aan huis verbonden beroep of bedrijf
een dienstverlenend beroep of bedrijf dat op kleine schaal in een woning en/of daarbij behorende bijbehorende bouwwerken wordt uitgeoefend, waarbij de woning in overwegende mate haar woonfunctie behoudt en de desbetreffende beroeps- of bedrijfsuitoefening een ruimtelijke uitstraling heeft die in overeenstemming is met de woonfunctie; 1.4
aaneengebouwde woning
bebouwing welke wordt gekenmerkt door een rij van minimaal drie aan elkaar gebouwde hoofdgebouwen; 1.5
aan- of uitbouw
een onderdeel van een hoofdgebouw dat door de vorm daarvan kan worden onderscheiden en dat door zijn ligging en/of in architectonisch opzicht ondergeschikt is aan de hoofdvorm; 1.6
aanduiding
een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden; 1.7
aanduidingsgrens
de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft; 1.8
bebouwing
één of meer gebouwen en/of bouwwerken geen gebouwen zijnde; 1.9
bed and breakfast
een aan de woonfunctie ondergeschikte toeristische–recreatieve voorziening, gericht op het bieden van de mogelijkheid tot overnachting en het serveren van ontbijt. Onder een bed and breakfast-voorziening wordt niet verstaan overnachting, noodzakelijk in verband met het verrichten van tijdelijke of seizoensgebonden werkzaamheden en/of arbeid of permanente kamerverhuur; 1.10
bestaande
1. het gebruik dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig is en/of bebouwing die op dat tijdstip aanwezig of in uitvoering is, dan wel kan worden gebouwd krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen; 2. het onder 1 bedoelde geldt niet voorzover sprake was van strijd met het voorheen geldende bestemmingsplan, de voorheen geldende Beheersverordening, daaronder mede begrepen het overgangsrecht van het bestemmingsplan of de Beheersverordening, of een andere planologische toestemming; 1.11 bestemmingsgrens de grens van een bestemmingsvlak;
(vastgesteld)
3
bestemmingsplan Herziening Snippergroen 2022
1.12
bestemmingsvlak
een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming; 1.13
Bevi-inrichting
inrichting als bedoeld in artikel 2 lid 1 van het Besluit externe veiligheid inrichtingen; 1.14
bijgebouw
een op zichzelf staand gebouw dat gelet op de bestemming en door zijn ligging en/of architectonische verschijningsvorm ondergeschikt is aan een op hetzelfde bouwperceel gelegen hoofdgebouw; 1.15
bouwen
het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk, alsmede het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen van een standplaats; 1.16
bouwgrens
de grens van een bouwvlak; 1.17
bouwperceel
een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten; 1.18
bouwperceelgrens
een grens van een bouwperceel; 1.19
bouwvlak
een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde zijn toegelaten; 1.20
bouwwerk
elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die hetzij direct hetzij indirect met de grond is verbonden, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond; 1.21
carport
een ten hoogste door drie wanden omsloten overdekte ruimte, bestemd voor de stalling van (motor-)voertuigen, waarbij geen sprake is van een wand aan de naar de weg gekeerde (voor-)zijde; 1.22
dak
iedere bovenbeëindiging van een gebouw; 1.23
detailhandel
het bedrijfsmatig te koop aanbieden, waaronder begrepen de uitstalling ten verkoop, het verkopen en/of leveren van goederen aan personen, die de goederen kopen voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit; 1.24
dienstverlening:
het verlenen van economische en maatschappelijke diensten aan derden; 1.25
gebouw
elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt;
4
(vastgesteld)
bestemmingsplan Herziening Snippergroen 2022
1.26
geluidsgevoelige functies
bewoning of andere geluidsgevoelige functies zoals bedoeld in de Wet geluidhinder dan wel het Besluit geluidhinder; 1.27
gevel
een bouwkundige constructie die een ruimte in een woning of gebouw scheidt van de buitenlucht, daaronder begrepen een dak; 1.28
hoofdgebouw
een gebouw, dat op een bouwperceel door zijn constructie of afmeting, dan wel gelet op de bestemming, als het belangrijkste gebouw valt aan te merken, met inbegrip van aan- en uitbouwen; 1.29
kleinschalige bedrijfsactiviteit
het bedrijfsmatig verlenen van diensten c.q. het uitoefenen van bedrijfsmatige activiteiten, geheel of overwegend door middel van handwerk, geen detailhandel of prostitutie zijnde, waarvan de omvang van de activiteiten zodanig is, dat het woonhuis in overwegende mate de woonfunctie behoudt en dat een ruimtelijke uitwerking heeft die met de woonfunctie in overeenstemming is; 1.30
normale onderhouds- of exploitatiewerkzaamheden
werkzaamheden die regelmatig noodzakelijk zijn voor een goed beheer van de gronden, waaronder begrepen de handhaving dan wel de realisering van de bestemming; 1.31
overkapping
een bouwwerk van één bouwlaag dat dient ter overdekking en niet of slechts gedeeltelijk met wanden is omgeven; 1.32
peil
1. voor een bouwwerk, waarvan de hoofdtoegang direct aan de weg grenst: de hoogte van de weg ter plaatse van die hoofdtoegang; 2. voor een bouwwerk, waarvan de hoofdtoegang niet direct aan de weg grenst: de hoogte van het terrein ter plaatse van die hoofdtoegang bij voltooiing van de bouw; 3. indien in of op het water wordt gebouwd: het Nieuw Amsterdams Peil; 1.33 permanente bewoning bewoning van een ruimte als hoofdverblijf; 1.34
prostitutie
het zich beschikbaar stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met een ander tegen vergoeding; 1.35
risicovolle inrichting
een inrichting, waarvoor ingevolge het Besluit externe veiligheid inrichtingen een grenswaarde/richtwaarde voor het risico c.q. een risicoafstand moet worden aangehouden bij het in het bestemmingsplan toelaten van kwetsbare of beperkt kwetsbare objecten; 1.36
seksinrichting
een voor het publiek toegankelijke, besloten ruimte waarin bedrijfsmatig, of in de omvang alsof zij bedrijfsmatig was, seksuele handelingen worden verricht, of vertoningen van erotisch/pornografische aard plaatsvinden. Onder seksinrichting wordt in ieder geval verstaan: een prostitutiebedrijf, alsmede een erotische massagesalon, een seksbioscoop, seksautomatenhal, sekstheater of een parenclub, al dan niet in combinatie met elkaar;
(vastgesteld)
5
bestemmingsplan Herziening Snippergroen 2022
1.37
twee-aaneen woning
een twee-onder-een-kapwoning; 1.38
verdieping
een bouwlaag van een hoofdgebouw, de begane grond, een souterrain of kelder daaronder niet begrepen; 1.39
voorgevel
de naar de weg gekeerde gevel van een gebouw of, indien het een gebouw betreft met meer dan één naar de weg gekeerde gevel, de gevel die door de ligging, de situatie ter plaatse en/of de feitelijke indeling van het gebouw als voorgevel moet worden aangemerkt; 1.40
vrijstaande woning
een woning zonder gemeenschappelijke wand met een andere woning; 1.41
Wgh-inrichting
een inrichting als bedoeld in onderdeel D van bijlage 1 van het Besluit omgevingsrecht; 1.42
wijziging
een wijziging als bedoeld in artikel 3.6, lid 1 onder a van de Wet ruimtelijke ordening; 1.43
wonen
het gehuisvest zijn in een woning; 1.44
woning
een complex van ruimten dat dient voor de zelfstandige huisvesting van één afzonderlijk huishouden; 1.45
woonhuis
een gebouw dat één woning omvat en dat qua uiterlijke verschijningsvorm als een eenheid kan worden beschouwd.
6
(vastgesteld)
bestemmingsplan Herziening Snippergroen 2022
Artikel 2
Wijze van meten
Bij toepassing van deze regels wordt als volgt gemeten: 2.1
de dakhelling:
langs het dak ten opzichte van het horizontale vlak; 2.2
de goothoogte van een bouwwerk:
vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn, het boeibord of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel; 2.3
de inhoud van een bouwwerk:
tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen; 2.4
de breedte van een gebouw:
tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of de harten van de scheidingsmuren. 2.5
de bouwhoogte van een bouwwerk:
vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen; 2.6
de oppervlakte van een bouwwerk:
tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk; 2.7
de afstand tot de (zijdelingse) perceelgrens:
vanaf de buitenwerkse gevelvlakken dan wel, indien sprake is van overstekende daken met een overstekend gedeelte van meer dan 0,75 m, respectievelijk overstekken van meer dan 0,75 m, vanaf de buitenrand van het overstekende dak/de overstek, neerwaarts geprojecteerd, tot de kadastrale zijgrens van het perceel. 2.8
ondergeschikte bouwdelen:
Bij toepassing van het bepaalde ten aanzien van het bouwen binnen bouwvlakken of bestemmingsvlakken worden ondergeschikte bouwdelen als plinten, pilasters, kozijnen, gevelversieringen, ventilatiekanalen, schoorstenen, gevel- en kroonlijsten, luifels, erkers met ten hoogste 50% van de gevelbreedte van een hoofdgebouw, balkons en overstekende daken buiten beschouwing gelaten, mits de bouw- c.q. bestemmingsgrens, dan wel de rooilijn met niet meer dan 1 m wordt overschreden.
(vastgesteld)
7
bestemmingsplan Herziening Snippergroen 2022
Hoofdstuk 2 Artikel 3 3.1
Bestemmingsregels
Bedrijventerrein
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Bedrijventerrein' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. ter plaatse van de aanduiding 'bedrijf tot en met categorie 4.1', voor bedrijven tot en met categorie 4.1 vanBijlage 1 Staat van Bedrijfsactiviteiten Bedrijventerreinen; b. ter plaatse van de aanduiding 'bedrijf tot en met categorie 4.2', voor bedrijven tot en met categorie 4.2 vanBijlage 1 Staat van Bedrijfsactiviteiten Bedrijventerreinen; met daarbij behorende: c. bouwwerken, geen bebouwing zijnde; d. tuinen, erven en terreinen; e. nutsvoorzieningen; f. waterhuishoudkundige voorzieningen; g. wegen, paden en parkeervoorzieningen; met dien verstande dat: h. voor de voorziening in de parkeerbehoefte wordt voorzien in voldoende parkeer- of stallingsruimte; i. Wgh-inrichtingen, risicovolle inrichtingen en/of vuurwerkbedrijven niet zijn toegestaan, tenzij anders in dit plan is geregeld. 3.2 Bouwregels 3.2.1
Gebouwen en overkappingen
Binnen de bestemming is de bouw van gebouwen en overkappingen niet toegestaan. 3.2.2
Bouwwerken, geen gebouwen zijnde
Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde gelden de volgende regels: a. de bouwhoogte van silo's mag niet meer bedragen dan 15 m; b. in overige gevallen mag de bouwhoogte niet meer dan 6 m bedragen. 3.3
Specifieke gebruiksregels
Onder strijdig gebruik met deze bestemming wordt begrepen het gebruik dat afwijkt van de bestemmingsomschrijving, waaronder in ieder geval wordt begrepen: a. detailhandel; b. de opslag van onbruikbare of althans aan hun oorspronkelijk gebruik onttrokken voorwerpen, stoffen en materialen, behoudens voor zover de opslag geschiedt in het kader van de normale uitoefening van het bedrijf; c. het gebruik van gronden en bouwwerken ten behoeve van verblijfsrecreatieve doeleinden, met uitzondering van een bed and breakfast; 3.4
Afwijken van de gebruiksregels
Bij een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in: a. 3.1 voor bedrijven die niet zijn genoemd in Bijlage 1Staat van Bedrijfsactiviteiten Bedrijventerreinenof die volgens Bijlage 1Staat van Bedrijfsactiviteiten Bedrijventerreinen van een hogere categorie zijn, voor zover het betrokken bedrijf naar aard en invloed op de omgeving geacht kan worden te behoren tot de reeds toegelaten categorie, met dien verstande dat: 1. Bevi-inrichtingen niet zijn toegestaan; 2. vuurwerkbedrijven niet zijn toegestaan; 3. Wgh-inrichtingen niet zijn toegestaan; b. 3.3 onder a voor detailhandel in volumineuze goederen zoals: 1. machines; 2. automobielen;
8
(vastgesteld)
bestemmingsplan Herziening Snippergroen 2022 3. caravans; 4. boten en motoren; 5. bouwmaterialen, waaronder worden begrepen: grove ijzerwaren; sanitair; elektra (exclusief verlichting en dergelijke); bouwstoffen (zand, grind, cement en dergelijke); hout en houtwaren (exclusief meubelen); keukens en kasten; wand- en vloertegels; 6. bouwmarkten en meubeltoonzalen indien blijkt dat deze door hinder en/of gevaar redelijkerwijs niet gevestigd kunnen worden in het winkelconcentratiegebied dan wel door de afmetingen en/of branche inbreuk maken op de ter plaatse van dit winkelconcentratiegebied gebruikelijke bebouwingsstructuur (korrelgrootte) en mits geen onevenredige inbreuk wordt gemaakt op de verzorgings- c.q. detailhandelsstructuur in het winkelconcentratiegebied.
(vastgesteld)
9
bestemmingsplan Herziening Snippergroen 2022
Artikel 4 4.1
Groen
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Groen' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. groenvoorzieningen; met de daarbij behorende: b. bouwwerken, geen gebouwen zijnde; c. paden en verhardingen; d. speelvoorzieningen; e. waterhuishoudkundige voorzieningen, wadi’s daaronder begrepen; f. parkeervoorzieningen. 4.2 Bouwregels a. Op of in deze gronden mogen geen gebouwen worden gebouwd; b. Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, geldt de volgende regel: 1. de bouwhoogte bedraagt niet meer dan 4 m.
10
(vastgesteld)
bestemmingsplan Herziening Snippergroen 2022
Artikel 5 5.1
Tuin
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Tuin' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. tuin, behorende bij de op de aangrenzende gronden gelegen hoofdgebouwen; b. gebouwen, erkers en ingangspartijen ten dienste van de aangrenzende bestemming 'Wonen'; met de daarbij behorende: c. bouwwerken, geen gebouwen zijnde; d. erven; e. in- en uitritten; f. parkeervoorzieningen. 5.2 Bouwregels Op de voor 'Tuin' aangewezen gronden mogen uitsluitend bouwwerken ten dienste van de bestemming worden gebouwd. 5.2.1
Gebouwen
Voor het bouwen van gebouwen geldt dat uitsluitend zijn toegestaan erkers, ingangspartijen, luifels, balkons en galerijen ten dienste van de aangrenzende bestemming 'Wonen', met dien verstande dat deze (van een woning deel uitmakende) bebouwing de bouwgrens, over maximaal de halve gevelbreedte, met niet meer dan 1,5 m mag overschrijden en: a. de afstand tussen de bebouwing en een trottoir minimaal 3 m bedraagt; b. de afstand tussen de bebouwing en de weg minimaal 5 m bedraagt. 5.2.2 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde bedraagt de bouwhoogte niet meer dan 1 m. 5.3
Afwijken van de bouwregels
5.3.1
Afwijken
Bij een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in 5.2.1 ten behoeve van de bouw van ten hoogste één carport bij een tot 'Wonen' bestemd hoofdgebouw, met dien verstande dat: a. de oppervlakte ten hoogste 20 m² mag bedragen; b. de bouwhoogte ten hoogste 3 m mag bedragen; c. de afstand tot de zijdelingse perceelgrens niet minder dan 1 m mag bedragen, tenzij in de perceelgrens wordt gebouwd; d. de carport ten hoogste 2 m vóór de voorgevel van het hoofdgebouw, dan wel het verlengde daarvan, mag worden gebouwd; e. indien de bestemming 'Tuin' grenst aan een trottoir of voetpad, de afstand tot het trottoir of voetpad niet minder dan 3 m mag bedragen; f. indien de bestemming 'Tuin' direct grenst aan de weg, de afstand tot de weg niet minder dan 5 m mag bedragen. 5.3.2 Afwegingskader De in 5.3.1 genoemde omgevingsvergunning wordt slechts verleend, indien geen onevenredige aantasting plaatsvindt van: a. het straat- en bebouwingsbeeld; b. de woonsituatie; c. de verkeersveiligheid; d. de sociale veiligheid; e. de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden.
(vastgesteld)
11
bestemmingsplan Herziening Snippergroen 2022
Artikel 6 6.1
Verkeer
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Verkeer' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. wegen, straten en paden; b. parkeervoorzieningen; c. geluidwerende voorzieningen; met de daarbij behorende: d. bouwwerken, geen gebouwen zijnde; e. andere werken; f. waterhuishoudkundige voorzieningen, wadi's daaronder begrepen; g. groenvoorzieningen. De inrichting van de wegen is hoofdzakelijk gericht op de afwikkeling van het doorgaande verkeer. 6.2
Bouwregels
a. Op of in deze gronden mogen geen gebouwen worden gebouwd; b. Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, geldt de volgende regel: 1. de bouwhoogte, voorzover het geen bouwwerken betreft voor de geleiding, beveiliging en regeling van het verkeer, bedraagt niet meer dan 8,5 m.
12
(vastgesteld)
bestemmingsplan Herziening Snippergroen 2022
Artikel 7 7.1
Verkeer - Verblijf
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Verkeer - Verblijf' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. wegen, straten en paden; b. parkeervoorzieningen; met de daarbij behorende: c. bouwwerken, geen gebouwen zijnde; d. andere werken; e. water; f. waterhuishoudkundige voorzieningen, wadi's daaronder begrepen; g. groen- en speelvoorzieningen. De inrichting is hoofdzakelijk gericht op bestemmingsverkeer. 7.2
Bouwregels
a. Op of in deze gronden mogen geen gebouwen worden gebouwd; b. Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, geldt de volgende regel: 1. de bouwhoogte, voorzover het geen bouwwerken betreft voor de geleiding, beveiliging en regeling van het verkeer, bedraagt niet meer dan 5 m.
(vastgesteld)
13
bestemmingsplan Herziening Snippergroen 2022
Artikel 8 8.1
Wonen
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Wonen' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. wonen, al dan niet in combinatie met een aan huis verbonden beroep; met de daarbij behorende: b. gebouwen; c. bouwwerken, geen gebouwen zijnde; d. tuinen en erven; e. waterhuishoudkundige voorzieningen; f. paden en verhardingen; g. parkeervoorzieningen. 8.2 Bouwregels Op de voor 'Wonen' aangewezen gronden mogen uitsluitend bouwwerken ten dienste van de bestemming worden gebouwd. 8.2.1
Hoofdgebouwen
Binnen de bestemming is de bouw van hoofdgebouwen buiten bouwvlakken niet toegestaan. 8.2.2
Aanbouwen, uitbouwen en bijgebouwen
Voor het bouwen van aanbouwen, uitbouwen en bijgebouwen gelden de volgende regels: a. de afstand tot de voorgevel van het hoofdgebouw en het verlengde daarvan bedraagt niet minder dan 4 m b. de afstand tot de zijdelingse perceelgrens bedraagt niet minder dan 1 m, tenzij in de perceelgrens wordt gebouwd; c. de gezamenlijke oppervlakte bedraagt niet meer dan: 1. 50 m2 bij een in een rij aaneen gebouwd woonhuis; 2. niet meer dan 65 m2 bij een vrijstaand of twee-aaneen gebouwd woonhuis; en niet meer dan 50% van de oppervlakte van het bouwperceel, met dien verstande dat de oppervlakte binnen het bouwvlak, voor zover gelegen tussen het verlengde van de zijgevels van het hoofdgebouw niet wordt meegerekend; d. de goothoogte bedraagt niet meer dan 3,5 m, met dien verstande dat de goothoogte mag worden verhoogd tot ten hoogste 0,25 m boven de vloer van de eerste verdieping van het hoofdgebouw; e. de goothoogte van een vrijstaand bijgebouw bedraagt niet meer dan 3 m; f. de hoogte van aanbouwen, uitbouwen en aangebouwde bijgebouwen bedraagt niet meer dan de bouwhoogte van het hoofdgebouw, verminderd met 1 m. g. bij een hoofdgebouw mag ten hoogste één carport worden gebouwd met dien verstande dat: 1. de oppervlakte ten hoogste 20 m 2 mag bedragen; 2. de bouwhoogte ten hoogste 3 m mag bedragen; 3.
de afstand tot de zijdelingse perceelgrens niet minder dan 1 m mag bedragen, tenzij in de perceelgrens wordt gebouwd; 4. de afstand tot de voorgevel van het hoofdgebouw en het verlengde daarvan niet minder dan 1 m mag bedragen. 8.2.3 Overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels: a. indien ze vóór de voorgevel of een naar de weg gekeerde zijgevel van het hoofdgebouw of het verlengde daarvan worden opgericht, bedraagt de bouwhoogte niet meer dan 1 m; b. in overige gevallen bedraagt de bouwhoogte niet meer dan 2,5 m;
14
(vastgesteld)
bestemmingsplan Herziening Snippergroen 2022
8.3
Afwijken van de bouwregels
8.3.1
Afwijken
Bij een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in: c. lid 8.2.2 onder a, voor het bouwen van een aanbouw, uitbouw of bijgebouw tot aan de voorgevel van het hoofdgebouw of het verlengde daarvan; d. lid 8.2.2 onder g voor het bouwen van de carport tot aan de voorgevel van het hoofdgebouw of het verlengde daarvan; e. lid 8.2.2 onder b, voor het bouwen van tuinhuisjes op het zij- of achtererf, met dien verstande dat: 1. indien het zijerf grenst aan openbaar toegankelijk gebied, 3 m afstand dient te worden gehouden ten opzichte van de perceelsgrens; 2. de bruto-inhoud niet meer dan 50 m³ bedraagt; 3. de hoogte, gemeten vanaf het aansluitende terrein, niet meer is dan 3 m; 4. de afstand tot de voorgevelrooilijn ten minste 3 m is; 5. de toevoeging van het gebouw niet tot gevolg mag hebben dat het bouwperceel voor meer dan 50% is bebouwd. 8.3.2 Afwegingskader De in lid 8.3.1 genoemde omgevingsvergunningen worden slechts verleend indien geen onevenredige aantasting plaatsvindt van: a. het straat- en bebouwingsbeeld; b. de milieusituatie; c. externe veiligheid; d. de verkeersveiligheid; e. de sociale veiligheid; f. de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden. 8.4 Specifieke gebruiksregels 8.4.1
Strijdig gebruik
Onder strijdig gebruik met deze bestemming wordt begrepen het gebruik dat afwijkt van de bestemmingsomschrijving, waaronder in ieder geval wordt begrepen: a. het gebruik van de woning en bijgebouwen voor de uitoefening van een aan huis verbonden beroep of kleinschalige bedrijfsactiviteit, anders dan bestaande aan huis verbonden beroepen en bestaande kleinschalige bedrijfsactiviteiten; b. het gebruik van een woonhuis voor meer dan één woning; c. het gebruik van de woning en bijbehorende bouwwerken voor verblijfsrecreatie, met uitzondering van een bed and breakfast in het hoofdgebouw; d. het gebruik van vrijstaande bijbehorende bouwwerken ten behoeve van permanente bewoning. 8.5 Afwijken van de gebruiksregels 8.5.1
Afwijken
Bij een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in: a. 8.4.1, sub a voor een aan huis verbonden beroep of bedrijf, mits: 1. de bedrijfsmatige activiteiten geen ernstige hinder opleveren voor het woonmilieu dan wel afbreuk wordt gedaan aan het woonkarakter in de buurt; 2. het uiterlijk aanzien van de woning niet wordt aangetast en er, in samenhang daarmee, geen omgevingsvergunningsvrije reclameborden worden geplaatst; 3. het medegebruik van de woning bestemd voor de bedrijfsactiviteiten beperkt blijft tot maximaal 30% van de inhoud van de woning en/of bijgebouwen, met een maximum van 50 m2; 4. er geen detailhandels-, horeca- en/of prostitutieactiviteiten plaatsvinden; 5. er een directe relatie bestaat tussen het beroep en de (hoofd)bewoner van de woning; 6. er geen onevenredige parkeerdruk op de openbare ruimte ontstaat. b. 8.4.1, sub c en worden toegestaan dat vrijstaande bijgebouwen worden gebruikt voor een bed and breakfast, mits: 1. de bed and breakfastvoorziening geen ernstige hinder oplevert voor het woonmilieu, dan wel afbreuk wordt gedaan aan het woonkarakter in de buurt; 2. het gebruik beperkt blijft tot een vloeroppervlak van maximaal 30 m2;
(vastgesteld)
15
bestemmingsplan Herziening Snippergroen 2022 3. het parkeren op eigen erf plaatsvindt. 8.5.2 Afwegingskader De in 8.5.1 lid a tot en met lid b genoemde omgevingsvergunningen worden slechts verleend indien geen onevenredige aantasting plaatsvindt van: a. het straat- en bebouwingsbeeld; b. de woonsituatie; c. de verkeersveiligheid; d. de sociale veiligheid; e. de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden.
16
(vastgesteld)
bestemmingsplan Herziening Snippergroen 2022
Artikel 9 9.1
Waarde - Archeologie 2
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Waarde - Archeologie 2' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor het behoud en de bescherming van de gebieden met een hoge verwachtingswaarde. 9.2
Bouwregels
In het belang van de bescherming en veiligstelling van archeologische waarden en onder de voorwaarde dat de oppervlakte waarop de aanvraag betrekking heeft groter is dan of gelijk is aan 2.000 m² en de activiteit op een grotere diepte dan 0,3 m wordt uitgevoerd: a. dient de aanvrager van een omgevingsvergunning voor het bouwen als bedoeld in de Wabo een rapport te overleggen waarin de archeologische waarde van het terrein dat blijkens de aanvraag zal worden verstoord naar het oordeel van burgemeester en wethouders in voldoende mate is vastgesteld; b. kunnen aan een omgevingsvergunning als bedoeld in de Wabo de volgende regels worden verbonden: 1. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen, waardoor de archeologische resten in de bodem kunnen worden behouden; 2. de verplichting tot het doen van opgravingen; 3. de verplichting de oprichting van het bouwwerk te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg die voldoet aan door burgemeester en wethouders bij de vergunning te stellen kwalificaties, tenzij in het rapport als bedoeld onder a naar het oordeel van burgemeester en wethouders is aangetoond dat het bouwwerk waarop de aanvraag betrekking heeft niet zal leiden tot een onevenredige aantasting van archeologische waarden.
9.3 Afwijken van de bouwregels Er kan worden afgeweken van het bepaalde in 9.2 onder a voor de overlegging van het aldaar genoemde archeologische rapport, indien naar het oordeel van burgemeester en wethouders de archeologische waarde van het terrein in andere beschikbare informatie voldoende is vastgesteld. Daarbij maakt de gemeente gebruik van de archeologische advieskaart van RAAP (RAAP-rapport 264: Herinrichting Losser Noord, een archeologische inventarisatie, kartering en advieskaart; juni 1997 en RAAP-rapport 640: Herinrichting Losser-Zuid, provincie Overijssel; een archeologische inventarisatie, kartering en advieskaart; maart 2001). De woorden 'het rapport als bedoeld onder a' dienen in dat geval te worden gelezen als 'andere beschikbare informatie'. 9.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden a. Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning op de in 9.1 omschreven gronden de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren: 1. het uitvoeren van grondbewerkingen dieper dan 0,3 m met een oppervlakte groter dan of gelijk aan 2.000 m², zoals afgraven, diepploegen, egaliseren, frezen, aanleg of rooien van bos of boomgaard, aanbrengen van oppervlakteverhardingen, aanleggen van drainage, aanbrengen en verwijderen van funderingen. b.
De in 9.4 onder a genoemde vergunning is niet vereist voor werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden die: 1. plaatsvinden in of op gronden waarvan schriftelijk is aangetoond dat zich ter plekke geen archeologische waarden bevinden; 2. reeds in uitvoering zijn ten tijde van de inwerkingtreding van het plan; 3. de herdrainage, het uitbaggeren van sloten of het normale onderhoud betreffen; 4. mogen worden uitgevoerd krachtens een reeds verleende omgevingsvergunning; 5. op archeologisch onderzoek zijn gericht. c. De in 9.4 onder a genoemde vergunning kan slechts worden verleend indien de plaats waar werken en/of werkzaamheden zullen worden uitgevoerd voldoende archeologisch is onderzocht en vaststaat dat er geen onevenredige afbreuk aan de archeologische en/of cultuurhistorische waarden wordt gedaan, dan wel dat afdoende maatregelen zijn getroffen tot behoud of bescherming van die waarden of de eventuele bodemvondsten naar elders zijn overgebracht.
(vastgesteld)
17
bestemmingsplan Herziening Snippergroen 2022 9.5
Wijzigingsbevoegdheid
Burgemeester en wethouders kunnen het plan wijzigen in die zin dat de bestemming Waarde Archeologie 2 wordt verwijderd, mits na voldoende onderzoek van de vindplaats en het inwinnen van deskundigenadvies blijkt dat voor de archeologisch waardevolle gebieden de waardebepalende elementen niet zijn te handhaven in relatie tot de functie van de gronden en de gebouwen en de aanwezige bodemvondsten naar elders zijn overgebracht.
18
(vastgesteld)
bestemmingsplan Herziening Snippergroen 2022
Artikel 10 10.1
Waarde - Hoge archeologische verwachting
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Waarde - Hoge archeologische verwachting' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor het behoud en de bescherming van de voorkomende archeologische waarden. 10.2
Bouwregels
In het belang van de bescherming en veiligstelling van archeologische waarden en onder de voorwaarde dat de oppervlakte waarop de aanvraag betrekking heeft groter is dan of gelijk is aan 2.000 m² en de activiteit op een grotere diepte dan 0,3 m wordt uitgevoerd: a. dient de aanvrager van een omgevingsvergunning voor het bouwen als bedoeld in de Wabo een rapport te overleggen waarin de archeologische waarde van het terrein dat blijkens de aanvraag zal worden verstoord naar het oordeel van burgemeester en wethouders in voldoende mate is vastgesteld; de verplichting om een archeologisch rapport te overleggen geldt niet voor bouwwerken ter vervanging van bestaande bouwwerken, waarbij de bestaande oppervlakte met niet meer dan 2.000 m2 wordt uitgebreid; b. kunnen aan een omgevingsvergunning als bedoeld in de Wabo de volgende regels worden verbonden: 1. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen, waardoor de archeologische resten in de bodem kunnen worden behouden; 2. de verplichting tot het doen van opgravingen; 3.