CConstaterende datLosser
Koppel je AI →
Document · PDF

Bestemmingsplan "Herziening Snippergroen 2022".pdf

Raadsvergadering 11 juli 2023, gemeente LosserBij agendapunt: Vaststellen bestemmingsplan "Herziening Snippergroen 2022"25.385 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Bestemmingsplan Herziening Snippergroen 2022

April 2023

Vastgesteld

“Herziening Snippergroen 2022” Vastgesteld

Bestemmingsplan “Herziening Snippergroen 2022”

Plannaam: “Herziening Snippergroen 2022” IMRO-nummer: NL.IMRO.0168.SNIPPERGROEN22-0401 Plantype: Bestemmingsplan Status: Vastgesteld Datum: April 2023

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

2

“Herziening Snippergroen 2022” Vastgesteld

TOELICHTING

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

3

“Herziening Snippergroen 2022” Vastgesteld

INHOUDSOPGAVE HOOFDSTUK 1 INLEIDING ................................................................................... 6 1.1 1.2 1.3 1.4 1.5

AANLEIDING ............................................................................................................................................... 6 LIGGING VAN HET PLANGEBIED ....................................................................................................................... 6 DE BIJ HET PLAN BEHORENDE STUKKEN ............................................................................................................. 7 HUIDIG BESTEMMINGSPLAN ........................................................................................................................... 7 LEESWIJZER ................................................................................................................................................ 7

HOOFDSTUK 2 DE HUIDIGE SITUATIE ..................................................................... 9 HOOFDSTUK 3 PLANBESCHRIJVING ..................................................................... 10 3.1 3.2

ONTWIKKELING ......................................................................................................................................... 10 VERKEER EN PARKEREN ............................................................................................................................... 10

HOOFDSTUK 4 BELEIDSKADER ........................................................................... 11 4.1 4.2 4.3

RIJKSBELEID .............................................................................................................................................. 11 PROVINCIAAL BELEID .................................................................................................................................. 13 GEMEENTELIJK BELEID................................................................................................................................. 18

HOOFDSTUK 5 MILIEU- EN OMGEVINGSASPECTEN .................................................. 20 5.1 5.2 5.3 5.4 5.5 5.6 5.7 5.8

GELUID (WET GELUIDHINDER) ...................................................................................................................... 20 BODEMKWALITEIT ...................................................................................................................................... 20 LUCHTKWALITEIT ....................................................................................................................................... 21 EXTERNE VEILIGHEID ................................................................................................................................... 22 MILIEUZONERING ...................................................................................................................................... 22 ECOLOGIE................................................................................................................................................. 23 ARCHEOLOGIE & CULTUURHISTORIE .............................................................................................................. 24 BESLUIT MILIEUEFFECTRAPPORTAGE .............................................................................................................. 25

HOOFDSTUK 6 WATERPARAGRAAF ..................................................................... 28 6.1 6.2

VIGEREND BELEID....................................................................................................................................... 28 WATERPARAGRAAF .................................................................................................................................... 28

HOOFDSTUK 7 JURIDISCHE ASPECTEN EN PLANVERANTWOORDING............................... 30 7.1 7.2 7.3

INLEIDING................................................................................................................................................. 30 OPZET VAN DE REGELS ................................................................................................................................ 30 VERANTWOORDING VAN DE REGELS............................................................................................................... 31

HOOFDSTUK 8 ECONOMISCHE UITVOERBAARHEID .................................................. 34 HOOFDSTUK 9 VOOROVERLEG, INSPRAAK & ZIENSWIJZEN ........................................ 35 9.1 9.2 9.3

VOOROVERLEG .......................................................................................................................................... 35 INSPRAAK ................................................................................................................................................. 35 ZIENSWIJZEN............................................................................................................................................. 35

BIJLAGEN BIJLAGE 1

36 OVERZICHT PERCELEN SNIPPERGROEN .................................................................................................... 36

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

4

“Herziening Snippergroen 2022” Vastgesteld

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

5

“Herziening Snippergroen 2022” Vastgesteld

HOOFDSTUK 1 1.1

INLEIDING

Aanleiding

Een groene omgeving is voor een landelijke gemeente als Losser belangrijk voor het woongenot. Om die reden besteedt de gemeente veel aandacht aan de kwaliteit van het groen middels gerichte investeringen en een doelmatig beheer. De inwoners van de gemeente Losser zijn zelf ook gesteld op het groen in hun eigen omgeving en deden de afgelopen jaren regelmatig een verzoek tot aankoop van gemeentelijk groen. Vaak grenst dat groen direct aan het eigen (woon)perceel. In het verleden heeft de gemeente, op basis van de Handleiding Aanpak Snippergroen 2011, in veel gevallen medewerking verleend aan deze aankoopverzoeken. De Handleiding Aanpak Snippergroen is destijds opgesteld met het doel om een meer uniforme besluitvorming te laten plaatsvinden bij de verkoop of verhuur van gemeentelijke grond. Een deel van deze verkochte percelen (ook wel snippergroen genaamd) is in het bestemmingsplan “Snippergroen” (vastgesteld 11 augustus 2016) planologisch van een nieuwe toepasselijke bestemming voorzien. In 2021 is de nieuwe beleidsnota Snippergroen vastgesteld. In de loop der jaren zijn zowel mondiaal, nationaal, regionaal als lokaal binnen de gemeente Losser, nieuwe inzichten een grote rol gaan spelen. Verschillende doelstellingen met betrekking tot het klimaat, de ecologie en de biodiversiteit spelen een steeds belangrijkere rol.

Deze actuele termen zijn op dit moment en in de toekomst zo van belang, dat de gemeente zeer zuinig en efficiënt wil omgaan met elk oppervlak gemeentelijk groen. Met andere woorden: de gemeente wil zoveel mogelijk groenstroken in haar eigendom behouden. Dit leidt er toe dat de gemeente in principe geen medewerking meer verleent aan het verkopen van snippergroen. Doelstelling van de nieuwe beleidsnota is de nieuwe inzichten en argumenten uiteenzetten en daarmee meer duidelijkheid en helderheid creëren voor de inwoners van de gemeente Losser ten aanzien van het beleid inzake snippergroen. Om het gebruik van de in de afgelopen jaren verkochte percelen snippergroen in overeenstemming te brengen met de feitelijke of gewenste situatie is dit bestemmingsplan opgesteld. Dit bestemmingsplan voorziet in de juridisch-planologische kaders voor het gebruik van de percelen snippergroen als tuin of erf bij een woning, of in geval van de percelen snippergroen op het bedrijventerrein Zoeker Esch – de Pol als bedrijventerrein. Naast de percelen snippergroen omvat dit bestemmingsplan eveneens de juridisch-planologische kaders voor: •

•

•

1.2

een gering deel van een perceel ter hoogte van de Beuningerstraat 65 in Beuningen. Dit (gemeentelijke) perceel is gebruik voor verkeersfuncties, maar bestemd als 'Tuin'. Om deze reden is dit deel van het perceel meegenomen in voorliggende bestemmingsplanherziening en bestemd als de hiervoor toepasselijke bestemming 'Verkeer'; een gering deel van een perceel ter hoogte van de Tönsweg 11 in Losser. Dit (gemeentelijke) perceel is in gebruik voor groenfuncties, maar bestemd als 'Wonen'. Om deze reden is dit deel van het perceel meegenomen in voorliggende bestemmingsplanherziening en bestemd als de hiervoor toepasselijke bestemming 'Groen'; (beperkte) delen van (gemeentelijke) percelen die direct grenzen aan de te wijzigen percelen snippergroen, indien de bestemming hier - rekening houdend met de bestemmingswijziging van de percelen snippergoen - niet goed meer past bij het gebruik/de planologische situatie aldaar. Het gaat hier bijvoorbeeld om een 'nieuwe' verkeer- verblijf bestemming aan de Richterstraat 31 en Hannekerveldweg 63: die sluiten in dit nieuwe bestemmingsplan aan op de bestemming van de rest van het (gemeentelijke) perceel, waardoor er geen (overgebleven rest deeltje) met de bestemming ‘groen’ meer is.

Ligging van het plangebied

Het plangebied bestaat uit verschillende percelen Snippergroen welke allemaal gelegen zijn binnen de gemeente Losser en kunnen worden gerekend tot één van de kernen Losser, De Lutte, Overdinkel en Glane. Daarnaast omvat het plangebied twee percelen snippergroen op het bedrijventerrein de Zoeker Esch - de Pol. Ook is een aantal overige (gemeentelijke) percelen onderdeel van het plangebied (zie ook paragraaf 1.1). Voor

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

6

“Herziening Snippergroen 2022” Vastgesteld de exacte begrenzing van het plangebied wordt verwezen naar de bij dit plan behorende verbeelding. In hoofdstuk 3 is een tabel opgenomen met een overzicht van de betrokken percelen.

1.3

De bij het plan behorende stukken

Het bestemmingsplan “Herziening Snippergroen 2022” bestaat uit de volgende stukken: • •

verbeelding (tek.nr. NL.IMRO.0168.SNIPPERGROEN22-0401) en een renvooi; regels.

Op de verbeelding zijn de bestemmingen van de in het plan begrepen gronden weergegeven. In de regels zijn bepalingen opgenomen om de uitgangspunten van het plan zeker te stellen. Het plan gaat vergezeld van een toelichting. De toelichting geeft een duidelijk beeld van het bestemmingsplan en van de daaraan ten grondslag liggende gedachten maar maakt geen deel uit van het juridisch bindende deel van het bestemmingsplan.

1.4

Huidig bestemmingsplan

Binnen het plangebied van voorliggend bestemmingsplan zijn diverse bestemmingsplannen van toepassing. Het voert te ver om alle geldende plannen en de daarin opgenomen bestemmingen uitgebreid toe te lichten. Daarom wordt hierna in tabel 1.1 uitsluitend aangegeven welke bestemmingsplan ter plaatse van het plangebied gelden. Naam bestemmingsplan

Vaststellingsdatum

De Lutte 2020

2-2-2021

Glane 2016

4-4-20217

Losser Dorp

19-3-2013

Beuningen 2015

9-11-2016

Parapluplan standplaatsen gemeente Losser

19-3-2018

Losser dorp, uitwerkingsplan De Saller 2C te Losser

17-9-2019

De Saller Havezatensingel – Honingloweg en Oosterhof

8-8-2015

Bestemmingsplan De Zoeker Esch – De Pol

4-2-2014

Tabel 1.1

Geldende bestemmingsplannen binnen het plangebied

Na inwerkingtreding van het voorliggend bestemmingsplan zullen de hiervoor genoemde geldende plannen, voor zover onderdeel uitmakend van het plangebied, en de daarin opgenomen bestemmingen komen te vervallen en worden vervangen door nieuwe bestemmingen zoals reeds beschreven in de aanleiding. In hoofdstuk 7 wordt nader ingegaan op de juridische regeling.

1.5

Leeswijzer

Na deze inleiding wordt in hoofdstuk 2 een beschrijving van de huidige situatie in het plangebied en de omgeving gegeven. Hoofdstuk 3 gaat in op de planbeschrijving.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

7

“Herziening Snippergroen 2022” Vastgesteld In hoofdstuk 4 wordt ingegaan op het beleidskader. Hierin wordt het beleid van het Rijk, de provincie Overijssel en de gemeente Losser beschreven. In hoofdstuk 5 passeren alle relevante milieu- en omgevingsaspecten de revue. Hoofdstuk 6 gaat in op de wateraspecten. In de hoofdstukken 7 en 8 wordt respectievelijk ingegaan op de juridische aspecten/planverantwoording en de economische uitvoerbaarheid van het project. Hoofdstuk 9 gaat in op inspraak, vooroverleg en zienswijzen.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

8

“Herziening Snippergroen 2022” Vastgesteld

HOOFDSTUK 2

DE HUIDIGE SITUATIE

De percelen snippergroen zijn in de huidige situatie grotendeels ingericht ten dienste van openbaar gebruik of al onderdeel van een tuin of erf. Het gaat hoofdzakelijk om percelen die conform de voorwaarden uit het gemeentelijke beleid voor snippergroen zijn verkocht. In hoofdstuk 4 wordt nader ingegaan op de uitgangspunten van het eerdere en huidige beleid inzake snippergroen. Naast de percelen snippergroen gaat dit plan over: • • •

een gering deel van een perceel ter hoogte van de Beuningerstraat 65 in Beuningen. Dit (gemeentelijke) perceel is gebruik voor verkeersfuncties, maar bestemd als 'Tuin'. een gering deel van een perceel ter hoogte van de Tönsweg 11 in Losser. Dit (gemeentelijke) perceel is in gebruik voor groenfuncties, maar bestemd als 'Wonen'. (beperkte) delen van (gemeentelijke) percelen die direct grenzen aan de te wijzigen percelen snippergroen. De bestemming hiervan wordt aangepast zodat ze logisch aansluiten.

Voor alle percelen snippergroen binnen de woongebieden geldt dat deze geen onderdeel uitmaken van de hoofdgroenstructuur in een wijk en direct grenzen aan woonpercelen. Als gemene deler hebben deze percelen de volgende eigenschappen: • •

• •

het snippergroen grenst direct aan een woonperceel, dit betreft tevens het woonperceel dat het betreffende snippergroen in gebruik zal nemen als tuin of als erf; de percelen hebben geen belangrijke openbare functie voor bijvoorbeeld de verkeersveiligheid, de hoofdgroen- of waterstructuur, speelgelegenheid, nutsvoorzieningen (zoals middenspanningskabels (10 KW), hogedrukleiding/ transportleiding voor gas en water, antenne installaties, verdeelkasten, brandkranen); het snippergroen heeft geen gebruiksfunctie, bijvoorbeeld ten behoeve van een speelgelegenheid; het snippergroen kent geen bijzondere ecologische- of cultuurhistorische waarden.

Zoals eerder aangegeven wordt er tevens twee percelen snippergroen op bedrijventerrein Zoeker Esch verkocht. Voor de aankoop of huur van snippergroen zijn nadere voorwaarden uitgewerkt. Deze voorwaarden worden in hoofdstuk 4 behandeld. Uitsluitend indien aan deze voorwaarden wordt voldaan, wordt overgegaan tot de verkoop of verhuur van percelen snippergroen.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

9

“Herziening Snippergroen 2022” Vastgesteld

HOOFDSTUK 3 3.1

PLANBESCHRIJVING

Ontwikkeling

In de toekomstige situatie krijgen de percelen snippergroen een bestemming op basis waarvan het gebruik als tuin en/of erf is toegestaan. Uitsluitend op bedrijventerrein Zoeker Esch – De Pol krijgen de percelen snippergroen een bestemming 'Bedrijventerrein'. Voor zover percelen snippergroen bij een woonperceel worden betrokken geldt dat de bouwregels voor het bouwen van hoofdgebouwen, de feitelijke woning, niet wijzigen met dit bestemmingsplan. Dit bestemmingsplan regelt uitsluitend het gebruik en voorziet afhankelijk van de nieuwe bestemming in de mogelijkheid om op deze gronden aan- en uitbouwen en bijgebouwen te realiseren. Naast de percelen snippergroen omvat dit bestemmingsplan eveneens de juridisch-planologische kaders voor: •

•

•

een gering deel van een perceel ter hoogte van de Beuningerstraat 65 in Beuningen. Dit (gemeentelijke) perceel is gebruik voor verkeersfuncties, maar bestemd als 'Tuin'. Om deze reden is dit deel van het perceel meegenomen in voorliggende bestemmingsplanherziening en bestemd als de hiervoor toepasselijke bestemming 'Verkeer'; een gering deel van een perceel ter hoogte van de Tönsweg 11 in Losser. Dit (gemeentelijke) perceel is in gebruik voor groenfuncties, maar bestemd als 'Wonen'. Om deze reden is dit deel van het perceel meegenomen in voorliggende bestemmingsplanherziening en bestemd als de hiervoor toepasselijke bestemming 'Groen'; (beperkte) delen van (gemeentelijke) percelen die direct grenzen aan de te wijzigen percelen snippergroen, indien de bestemming hier - rekening houdend met de bestemmingswijziging van de percelen snippergoen - niet goed meer past bij het gebruik/de planologische situatie aldaar. Het gaat hier bijvoorbeeld om een 'nieuwe' verkeer- verblijf bestemming aan de Richterstraat 31 en Hannekerveldweg 63: die sluiten in dit nieuwe bestemmingsplan aan op de bestemming van de rest van het (gemeentelijke) perceel, waardoor er geen (overgebleven rest deeltje) met de bestemming ‘groen’ meer is.

In bijlage 1 van deze toelichting is een tabel opgenomen waarin de betrokken percelen per kern overzichtelijk zijn weergegeven.

3.2

Verkeer en parkeren

Bij het opstellen van bestemmingsplannen moet rekening worden gehouden met de parkeerbehoefte en verkeersgeneratie die ontstaat door een nieuwe ontwikkeling. De in dit plan besloten herbestemmingen hebben geen gevolgen voor de verkeersgeneratie en parkeerbehoefte ter plaatse van de plandelen. In alle gevallen is sprake van gronden die in de nieuwe situatie een bestemming krijgen passend bij de aangrenzende bestemming. De aspecten verkeer en parkeren vormt geen belemmering voor voorliggend plan.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

10

“Herziening Snippergroen 2022” Vastgesteld

HOOFDSTUK 4

BELEIDSKADER

Dit hoofdstuk beschrijft, voor zover van belang, het rijks-, provinciaal- en gemeentelijk beleid. Naast de belangrijkste algemene uitgangspunten worden de specifieke voor dit plangebied geldende uitgangspunten weergegeven.

4.1

Rijksbeleid

4.1.1

Nationale Omgevingsvisie (NOVI)

4.1.2.1 Algemeen Nederland staat voor grote uitdagingen die van invloed zijn op onze fysieke leefomgeving. Complexe opgaven zoals verstedelijking, verduurzaming en klimaatadaptatie zijn nauw met elkaar verweven. Dat vraagt een nieuwe, integrale manier van werken waarmee keuzes voor onze leefomgeving sneller en beter gemaakt kunnen worden. De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) zorgt voor een gezamenlijke aanpak die leidt tot een duurzaam perspectief voor onze leefomgeving. Dit is nodig om onze doelen te halen en is een zaak van overheid en samenleving. 4.1.2.2 Vier prioriteiten Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 brengt de NOVI de langetermijnvisie in beeld. Op nationale belangen wil het Rijk sturen en richting geven. Dit komt samen in vier prioriteiten. 1. Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie Nederland moet zich aanpassen aan de gevolgen van klimaatverandering. In 2050 is Nederland klimaatbestendig en waterrobuust. Dit vraagt om maatregelen in de leefomgeving, waarmee tegelijkertijd de leefomgevingskwaliteit verbeterd kan worden en kansen voor natuur geboden kunnen worden. In 2050 heeft Nederland daarnaast een duurzame energievoorziening. Dit vraagt echter om ruimte. Door deze ruimte zoveel mogelijk te clusteren, wordt versnippering van het landschap voorkomen en wordt de ruimte zo efficiënt mogelijk benut.

Het Rijk zet zich in door het maken van ruimtelijke reserveringen voor het hoofdenergiesysteem op nationale schaal. 2. Duurzaam economisch groeipotentieel Nederland werkt toe naar een duurzame, circulaire, kennisintensieve en internationaal concurrerende economie in 2050. Daarmee kan ons land zijn positie handhaven in de top vijf van meest concurrerende landen ter wereld. Er wordt ingezet op een innovatief en sterk vestigingsklimaat met een goede quality of life. Belangrijk is wel dat onze economie toekomstbestendig wordt, oftewel concurrerend, duurzaam en circulair. 3. Sterke en gezonde steden en regio’s Er zijn vooral in steden en stedelijke regio’s nieuwe locaties nodig voor wonen en werken. Het liefst binnen de bestaande stadsgrenzen, zodat de open ruimten tussen stedelijke regio’s behouden blijven. Dit vraagt optimale afstemming op en investeringen in mobiliteit. Dit betekent dat voorafgaand aan de keuze van nieuwe verstedelijkingslocaties helder moet zijn welke randvoorwaarden de leefomgevingskwaliteit en -veiligheid daar stelt en welke extra maatregelen nodig zijn wanneer er voor deze locaties wordt gekozen. Zo blijft de gezondheid in steden en regio’s geborgd. 4. Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied Er ontstaat een nieuw perspectief voor de Nederlandse landbouwsector als koploper in de duurzame kringlooplandbouw.

Een goed verdienpotentieel voor de bedrijven wordt gecombineerd met een minimaal effect op de omgevingskwaliteit van lucht, bodem en water. In alle gevallen zet het Rijk in op ontwikkeling van de karakteristieke eigenschappen van het Nederlandse landschap. Dit vertegenwoordigt een belangrijke cultuurhistorische waarde. Verrommeling en versnippering, bijvoorbeeld door wildgroei van distributiecentra, is ongewenst en wordt tegengegaan.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

11

“Herziening Snippergroen 2022” Vastgesteld 4.1.2.3 Afwegingsprincipes De druk op de fysieke leefomgeving in Nederland is zo groot, dat belangen soms botsen. Het streven is combinaties te maken en win-win situaties te creëren, maar dit is niet altijd mogelijk. Soms zijn er scherpe keuzes nodig en moeten belangen worden afgewogen. Hiertoe gebruikt de NOVI drie afwegingsprincipes: 1.

2.

3.

Combinatie van functies gaan voor enkelvoudige functies. In het verleden is scheiding van functies vaak te rigide gehanteerd. Met de NOVI wordt gezocht naar maximale combinatiemogelijkheden tussen functies, gericht op een efficiënt en zorgvuldig gebruik van onze ruimte; Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal. Het verschilt tussen gebieden wat de optimale balans is tussen bescherming en ontwikkeling en tussen concurrentiekracht en leefbaarheid. Sommige opgaven en belangen wegen in het ene gebied zwaarder dan in het andere; Afwentelen wordt voorkomen. Het is van belang dat de leefomgeving zoveel mogelijk voorziet in mogelijkheden en behoeften van de huidige generatie inwoners, zonder dat dit ten komst gaat van die van toekomstige generaties

4.1.2.4 Ladder voor duurzame verstedelijking In de SVIR (voorgangen NOVI) wordt de ladder voor duurzame verstedelijking geïntroduceerd. Deze ladder is per 1 oktober 2012 als motiveringseis in het Besluit ruimtelijke ordening (artikel 3.1.6, lid 2) opgenomen. Doel van de ladder voor duurzame verstedelijking is een goede ruimtelijke ordening door een optimale benutting van de ruimte in stedelijke gebieden. Hierbij geldt een motiveringsvereiste voor het bevoegd gezag als nieuwe stedelijke ontwikkelingen planologisch mogelijk worden gemaakt. Teneinde een ontwikkeling adequaat te kunnen toetsen aan de ladder is het noodzakelijk inzicht te geven in de begrippen ‘bestaand stedelijk gebied’ en ‘stedelijke ontwikkeling’. In de Bro zijn in artikel 1.1.1 definities opgenomen voor: bestaand stedelijk gebied: ‘bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca, alsmede de daarbij behorende openbare of sociaal culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur’. stedelijke ontwikkeling: ´ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen’. 4.1.2

Toetsing aan het rijksbeleid

De Nationale Omgevingsvisie laat zich niet specifiek uit over dergelijke lokale ontwikkelingen. De voorgenomen ontwikkeling raakt geen rijksbelangen als opgenomen in de omgevingsvisie. Wat betreft de ‘Ladder voor duurzame verstedelijking’ wordt opgemerkt dat deze van toepassing is bij nieuwe stedelijke ontwikkelingen (3.1.6 Bro). In voorliggend geval is sprake van een ontwikkeling waarbij percelen met een relatief beperkte omvang worden voorzien van een bestemming passend bij de bestaande aangrenzende bestemmingen. Voorliggend bestemmingsplan voorziet niet in het realiseren van nieuwe woningen of overige nieuwe (hoofd)gebouwen. Afhankelijk van de nieuwe bestemming mogen er ter plaatse bijbehorende bouwwerken en bouwwerken, geen gebouwen zijnde worden gerealiseerd. Van een relevante toename qua bouwmogelijkheden is dan ook geen sprake. Deze ontwikkeling vindt volledig plaats binnen bestaand stedelijk gebied en kan gezien aard en omvang niet worden aangemerkt als een ‘stedelijke ontwikkeling’. Geconcludeerd wordt dat er geen sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling en geen sprake is van strijd met het rijksbeleid.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

12

“Herziening Snippergroen 2022” Vastgesteld

4.2

Provinciaal beleid

In deze paragraaf wordt het voor deze ontwikkeling relevante provinciale beleid behandeld. In 2017 hebben Provinciale Staten van Overijssel de Omgevingsvisie Overijssel 2017 'Beken Kleur' en bijbehorende Omgevingsverordening Overijssel 2017 vastgesteld. 4.2.1

Omgevingsvisie Overijssel

De omgevingsvisie is het centrale provinciale beleidsplan voor het fysieke beleidsplan voor het fysieke leefmilieu in Overijssel. De opgaven en kansen waar de provincie Overijssel voor staat, zijn vertaald in centrale beleidsambities voor negen beleidsthema's. De hoofdambitie van de Omgevingsvisie is een toekomstvaste groei van welvaart en welzijn met een verantwoord beslag op de beschikbare natuurlijke hulpbronnen en voorraden. Enkele centrale ambities van de provincie: • •

• •

4.2.2

goed en plezierig wonen, nu en in de toekomst door een passend en flexibel aanbod van woonmilieus (typen woningen en woonomgeving) die voorzien in de vraag (kwantitatief en kwalitatief); versterken complementariteit van bruisende steden en vitaal platteland als ruimtelijke, cultureel, sociaal en economisch samenhangend geheel. Dit door behoud en versterking van leefbaarheid en diversiteit van het landelijk gebied, stedelijke netwerken versterken, behoud en versterken van cultureel erfgoed als drager van identiteit; veilig, gezond en schoon kunnen wonen, werken, recreëren en reizen door te zorgen voor waterveiligheid, externe veiligheid en verkeersveiligheid; investeren in een hoofdinfrastructuur voor wegverkeer, trein, fiets en waarbij veiligheid en doorstroming centraal staan. Omgevingsverordening Overijssel

De provincie beschikt over een palet aan instrumenten waarmee zij haar ambities realiseert. Het gaat er daarbij om steeds de meest optimale mix van instrumenten toe te passen, zodat effectief en efficiënt resultaat wordt geboekt voor alle ambities en doelstellingen van de Omgevingsvisie. Eén van de instrumenten om het beleid uit de Omgevingsvisie te laten doorwerken is de Omgevingsverordening Overijssel. De Omgevingsverordening is het provinciaal juridisch instrument dat wordt ingezet voor die onderwerpen waarvoor de provincie eraan hecht dat de doorwerking van het beleid van de Omgevingsvisie juridisch geborgd is. Er wordt nadrukkelijk gestuurd op ruimtelijke kwaliteit en duurzaamheid. Uitgangspunt is dat verstedelijking en economische activiteiten gebundeld worden ten behoeve van een optimale benutting van bestaand bebouwd gebied. 4.2.3

Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel

Om te bepalen of een initiatief bijdraagt aan de ambities van de provincie Overijssel, wordt het Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel gebruikt. In dit uitvoeringsmodel staan de volgende stappen centraal: 1. 2. 3.

Of – generieke beleidskeuzes Waar – ontwikkelingsperspectieven Hoe – gebiedskenmerken

Bij een initiatief voor bijvoorbeeld woningbouw, een nieuwe bedrijfslocatie, toeristisch-recreatieve voorzieningen, natuurontwikkeling, etcetera kun je aan de hand van deze drie stappen bepalen of een initiatief binnen de geschetste visie voor Overijssel mogelijk is, waar het past en hoe het uitgevoerd kan worden.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

13

“Herziening Snippergroen 2022” Vastgesteld De eerste stap, het bepalen van de of-vraag, lijkt in strijd met de wens zoveel mogelijk ruimte te willen geven aan nieuwe initiatieven. Met het faciliteren van initiatieven moet echter wel gekeken worden naar de (wettelijke) verantwoordelijkheden zoals veiligheid of gezondheid. Het uitvoeringsmodel maakt helder wat kan en wat niet kan. Om een goed evenwicht te vinden tussen het bieden van ruimte aan initiatieven en het waarborgen van publieke belangen, varieert de provinciale sturing: soms normstellend, maar meestal richtinggevend of inspirerend. In afbeelding 4.1 is het Uitvoeringsmodel weergegeven.

Afbeelding 4.1

Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel (Bron: Provincie Overijssel)

4.2.3.1 Of - generieke beleidskeuzes Maatschappelijke opgaven zijn leidend in het handelen. Allereerst is het dan ook de vraag of er een maatschappelijke opgave is. Of een initiatief mogelijk is, wordt onder andere bepaald door generieke beleidkeuzes van EU, Rijk of provincie. Denk hierbij aan beleidskeuzes om basiskwaliteiten als schoon drinkwater en droge voeten te garanderen. Maar ook aan beleidskeuzes om overaanbod van bijvoorbeeld woningbouw- en kantorenlocaties – en daarmee grote financiële en maatschappelijke kosten – te voorkomen. In de omgevingsvisie zijn de provinciale beleidskeuzes hieromtrent vastgelegd. De generieke beleidskeuzes zijn vaak normstellend. Dit betekent dat ze opgevolgd moeten worden: het zijn randvoorwaarden waarmee iedereen rekening moet houden vanwege zwaarwegende publieke belangen. De normstellende beleidskeuzes zijn vastgelegd in de omgevingsverordening. 4.2.3.2 Waar – ontwikkelingsperspectieven Na het beantwoorden van de of-vraag, is de vraag waar het initiatief past of ontwikkeld kan worden. In de omgevingsvisie op de toekomst van Overijssel onderscheid de provincie zes ontwikkelingsperspectieven. Deze ontwikkelingsperspectieven schetsen een ruimtelijk perspectief voor een combinatie van functies en geven BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

14

“Herziening Snippergroen 2022” Vastgesteld aan welke beleids- en kwaliteitsambities leidend zijn. De ontwikkelingsperspectieven geven zo richting aan waar wat ontwikkeld zou kunnen worden. De ontwikkelingsperspectieven zijn richtinggevend. Dit betekent dat er ruimte is voor lokale afweging: een gemeente kan vanwege maatschappelijke en/of sociaal-economische redenen in haar Omgevingsvisie en bestemmings- of omgevingsplan een andere invulling kiezen. Die dient dan wel te passen binnen de – voor dat ontwikkelingsperspectief – geldende kwaliteitsambities. Daarbij dienen de nieuwe ontwikkelingen verbonden te worden met de bestaande kenmerken van het gebied, conform de Catalogus Gebiedskenmerken (de derde stap in het uitvoeringsmodel). Naast ruimte voor een lokale afweging ten aanzien van functies en ruimtegebruik, is er ruimte voor een lokale invulling van de begrenzing: de grenzen van de ontwikkelingsperspectieven zijn signaleringsgrenzen. 4.2.3.3 Hoe – gebiedskenmerken Ten slotte is de vraag hoe het initiatief ingepast kan worden in het landschap. De gebiedskenmerken spelen een belangrijke rol bij deze vraag. Onder gebiedskenmerken worden verstaan de ruimtelijke kenmerken van een gebied of gebiedstype die bepalend zijn voor de karakteristiek en kwaliteit van dat gebied of gebiedstype.

Voor alle gebiedstypen in Overijssel is in de Catalogus Gebiedskenmerken beschreven welke kwaliteiten en kenmerken van provinciaal zijn en behouden, versterkt of ontwikkeld moeten worden. De gebiedskenmerken zijn soms normstellend, maar meestal richtinggevend of inspirerend. Voor de normerende uitspraken geldt dat deze opgevolgd dienen te worden; ze zijn dan ook in de omgevingsverordening geregeld. De richtinggevende uitspraken zijn randvoorwaarden waarmee in principe rekening gehouden moet worden. Hier kan gemotiveerd van worden afgeweken mits aannemelijk is gemaakt dat met het alternatief de kwaliteitsambities even goed of zelfs beter gerealiseerd kunnen worden. De inspirerende uitspraken bieden een wenkend perspectief: het zijn voorbeelden van de wijze waarop ruimtelijke kwaliteitsambities ingevuld kunnen worden. Initiatiefnemers kunnen zich hierdoor laten inspireren, maar dit hoeft niet. 4.2.4

Toetsing van het initiatief aan het Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel

Toetsing van voorliggend initiatief aan het uitvoeringsmodel van de Omgevingsvisie Overijssel geeft globaal het volgende beeld. 4.2.4.1 Of - generieke beleidskeuzes Ten aanzien van de generieke beleidskeuzes is met name ‘Zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik’ (artikel 2.1.3) van toepassing. Daarnaast ligt één perceel (de Pol) in een natuurbestemming en het NNN. Hierna wordt aan de relevante artikelen getoetst. Artikel 2.1.3: Zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik Bestemmingsplannen voor de Groene Omgeving voorzien uitsluitend in ontwikkelingen die een extra ruimtebeslag door bouwen en verharden leggen anders dan de uitleg van steden en dorpen wanneer aannemelijk is gemaakt: • •

dat (her)benutting van bestaande erven en/of bebouwing in de Groene Omgeving in redelijkheid niet mogelijk is; dat mogelijkheden voor combinatie van functies op bestaande erven optimaal zijn benut.

In de Omgevingsverordening Overijssel is het begrip “groene omgeving” nader gedefinieerd als: de gronden die niet vallen onder bestaand bebouwd gebied. In de Omgevingsverordening Overijssel is het begrip “bestaand bebouwd gebied” nader gedefinieerd als: de gronden binnen steden en dorpen die benut kunnen worden voor stedelijke functies op grond van geldende bestemmingsplannen en op grond van voorontwerp-bestemmingsplannen voor zover de provinciale diensten daarover schriftelijk een positief advies hebben uitgebracht in het kader van het vooroverleg als bedoeld in artikel 3.1.1 Bro;

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

15

“Herziening Snippergroen 2022” Vastgesteld

Toetsing van het initiatief aan artikel 2.1.3 van de Omgevingsverordening Overijssel Voorliggend plan voorziet hoofdzakelijk in het herbestemmen van bestaande openbare groenstructuren welke door de gemeente zijn verkocht of verhuurd. Deze herbestemmingen bestaat uit het voorzien van deze gronden van een passende bestemming in lijn met de aangrenzende bestemmingen ten behoeve waarvan de gronden zijn aangekocht. Hierbij is geen sprake van het toevoegen van woningen of andere (hoofd)gebouwen. De ontwikkelingen vinden volledig plaats op gronden die kunnen worden aangemerkt als bestaand bebouwd gebied. Er vindt dan ook geen extra ruimtebeslag op de groene omgeving plaats. Eén perceel snippergroen aan De Pol in Losser heeft in het geldende bestemmingsplan een natuurbestemming. Het perceel had ten tijde van de verkoop nog een groenbestemming. Verharding was toegestaan op basis van die bestemming. Het feitelijk gebruik betreft hier functioneel gras/verharding. Er is om die reden geen sprake is van een extra ruimtebeslag op de groene omgeving. In verband hiermee is het voorliggende bestemmingsplan in overeenstemming met artikel 2.1.3 uit de Omgevingsverordening Overijssel. 4.2.4.2 Waar - ontwikkelingsperspectieven In dit geval zijn vooral de ontwikkelingsperspectieven voor de stedelijke omgeving van belang.

In de stedelijke omgeving is de uitdaging om de economische centra bereikbaar te houden en door herstructurering de kwaliteit van de woonomgevingen en bedrijfslocaties te vergroten. De delen van het plangebied behoren tot het ontwikkelingsperspectief ‘Woon en werklocaties buiten de stedelijke netwerken’. ‘Woon en werklocaties buiten de stedelijke netwerken’ De steden en dorpen buiten de stedelijke netwerken mogen altijd bouwen voor de lokale behoefte aan wonen, werken en voorzieningen, inclusief lokaal gewortelde bedrijvigheid, mits onderbouwd en regionaal afgestemd. Herstructurering en transformatie van de woon-, werk-, voorzieningen- en mixmilieus moeten deze vitaal en aantrekkelijk houden en de diversiteit aan milieus versterken. Herstructurering en transformatie bieden kansen om te anticiperen op klimaatverandering (bijvoorbeeld door ruimte voor groen, natuur en water te reserveren). Van belang is de stedelijke ontwikkeling altijd af te stemmen op de kenmerken van het watersysteem, bijvoorbeeld in laaggelegen gebieden bij bouw- en evacuatieplannen rekening houden met risico’s op overstroming of wateroverlast. Herstructurering en transformatie kunnen ook bijdragen aan de energietransitie (door het nemen van energie-efficiënte maatregelen en/of het opwekken van duurzame energie door bijvoorbeeld het aanwezige dakoppervlak te benutten).

Toetsing van het initiatief aan het ‘Ontwikkelingsperspectief’ Binnen gebieden met het ontwikkelingsperspectief ‘Woon- en werklocaties buiten de stedelijke netwerken’ is ruimte voor herstructurering, inbreiding en transformatie. In voorliggend geval worden percelen met een relatief kleine omvang binnen de gemeente Losser herbestemd ten behoeve van bewoners/eigenaren van aangrenzende (woon)bestemmingen die deze gronden hebben aangekocht of gehuurd. In alle gevallen in sprake van herbestemming naar functies die passend zijn binnen de context van ‘wonen en werken’. Doordat het plangebied is aangemerkt als woon- en werklocatie is van ruimtebeslag op de groene omgeving dan ook sprake. Geconcludeerd wordt dat het ontwikkelingsperspectief ‘Woon- en werklocaties buiten de stedelijke netwerken’ zich niet verzet tegen de voorgenomen herontwikkeling. 4.2.4.3 Hoe - gebiedskenmerken Op basis van gebiedskenmerken in vier lagen (natuurlijke laag, laag van het agrarisch-cultuurlandschap, stedelijke laag en laag van de beleving) gelden specifieke kwaliteitsvoorwaarden en –opgaven voor ruimtelijke ontwikkelingen. In voorliggend geval is het van belang om te constateren dat alle plandelen zijn gelegen in bestaand stedelijk gebied en dat er sprake is van een ontwikkeling waarbij geen sprake is van het toevoegen van (grootschalige) ontwikkelingsmogelijkheden.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

16

“Herziening Snippergroen 2022” Vastgesteld De gebiedskenmerken van de “Natuurlijke laag” en de “Laag van het agrarisch cultuurlandschap” worden in dit geval buiten beschouwing gelaten omdat er ter plaatse van de plandelen geen kenmerken meer aanwezig zijn vanuit deze lagen. Stedelijke laag In de “Stedelijke laag” ontstaat de koppeling van de sociale en fysieke dynamiek van de stedelijke functies aan het verbindende netwerk van wegen, paden, spoorwegen en kanalen. Elke stad of dorp bezit zijn eigen karakteristieke ruimtelijke, sociale en functionele opbouw en kwaliteiten. De plangebiedsdelen zijn op de gebiedskenmerkenkaart van de “stedelijke laag” aangeduid met de gebiedstypen “Bebouwingsschil 1900 – 1955”, “Bedrijventerreinen”, “Historische centra binnensteden” en “Woonwijken 1955 – nu”. Toetsing van het initiatief aan de ‘Stedelijke laag’ Zoals beschreven bij het onderdeel ontwikkelingsperspectieven sluiten de voorgenomen ontwikkelingen goed aan op de ruimtelijke en functionele structuur van de directe omgeving van de plandelen. Opgemerkt wordt dat er geen sprake is van een ontwikkeling waarbij een relevante vergroting van bestaande bouwmogelijkheden aan de orde is. Geconcludeerd wordt dat de ontwikkelingen passend zijn binnen de “Stedelijke laag”.

Laag van beleving Een aantal percelen in de kernen De Lutte en Beuningen is op de gebiedskenmerkenkaart van de ‘Laag van beleving’ aangeduid met het gebiedstype ‘Donkerte’. ‘Donkerte’ Lichte gebieden geven een beeld van de economische dynamiek van de provincie: de steden en dorpen, de autosnelwegen, de kassengebieden, de attractieparken, de grote bedrijventerreinen en de gebieden met veel bebouwing. De donkere gebieden geven een indicatie van de 'buitengebieden' van Overijssel. De natuurcomplexen en de grote landbouwgebieden. De donkere gebieden zijn de gebieden waar het 's nachts nog echt donker is, waar je de sterrenhemel kunt waarnemen. Het zijn de relatief 'luwe' dun bewoonde gebieden met een lage gebruiksdruk. Donkerte wordt een te koesteren kwaliteit. De ambitie is de huidige 'donkere' gebieden, ten minste zo donker te houden, maar bij ontwikkelingen ze liever nog wat donkerder te maken. Dit betekent op praktisch niveau terughoudend zijn met verlichting van wegen, bedrijventerreinen e.d. en verkennen waar deze 's nachts uit kan of anders lichtbronnen selectiever richten. Structureel is het vrijwaren van donkere gebieden van verhoging van de dynamiek het perspectief. De ambitie is het rustige en onthaaste karakter te behouden, zodat passages van autosnelwegen en regionale wegen niet leiden tot stedelijke ontwikkeling aan eventuele op- en afritten.

Bundeling van stedelijke functies en infrastructuur in de 'lichte' gebieden. Toetsing van het initiatief aan de ‘Laag van beleving’ Voor de kernen De Lutte en Beuningen wordt het aspect 'donkerte’ als een kwaliteit aangeduid. Binnen deze kernen is door de aanwezige functies reeds een bepaalde mate van lichtuitstraling op de omgeving. De beperkte wijziging waar voorliggend bestemmingsplan in voorziet heeft geen extra lichtuitstraling tot gevolg. Geconcludeerd wordt dat voorliggende ontwikkeling past binnen de laag van beleving. 4.2.6

Conclusie toetsing van het initiatief aan het provinciaal beleid

Geconcludeerd wordt dat de in dit voorliggende bestemmingsplan besloten ruimtelijke ontwikkeling in overeenstemming is met het in de Omgevingsvisie Overijssel verwoorde en het in de Omgevingsverordening Overijssel verankerde provinciaal ruimtelijk beleid.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

17

“Herziening Snippergroen 2022” Vastgesteld

4.3

Gemeentelijk beleid

4.3.1

Structuurvisie Losser

4.3.1.1 Algemeen De gemeente Losser heeft op 16 oktober 2018 haar nieuwe structuurvisie vastgesteld. In de structuurvisie geeft de gemeente een actueel beeld van het ruimtelijk ordeningsbeleid en beschikt de gemeente over een samenhangend beleidsdocument dat leidend is voor de ruimtelijke ordening en ontwikkelingen voor de komende jaren. De structuurvisie geeft richting aan de wijze waarop ruimtelijke kwaliteiten binnen de gemeente kunnen worden behouden en versterkt. In de visie wordt bepaald wat de essentiële en gebiedsspecifieke kwaliteiten zijn, waar kansen liggen en hoe ontwikkelingen op deze kwaliteiten en kansen kunnen inspelen. De gemeente Losser en andere overheden hebben al diverse beleidstukken opgesteld die sturing geven aan de ontwikkelingen binnen de gemeente. In deze structuurvisie worden geen nieuwe wegen ingeslagen; de visie is in hoofdlijnen een voortzetting van het bestaande gemeentelijke en provinciale beleid. Op onderdelen is het bestaande beleid geactualiseerd, het betreft onder meer de op regionaal niveau gemaakte afspraken ten aanzien van woon‐ en werklocaties en het geactualiseerde provinciale beleid (Omgevingsvisie en Omgevingsverordening). Ten aanzien van opgaven en knelpunten waarvoor nog geen keuzes zijn gemaakt, zijn nieuwe oplossingen gezocht. De visie heeft betrekking op de gehele gemeente: de kernen en het buitengebied.

Omdat de opgaven en het beleid in de kernen en het buitengebied sterk van elkaar verschillen, worden ze in afzonderlijke delen behandeld zonder de samenhang uit het oog te verliezen. 4.3.1.2 Toetsing van het initiatief aan de Structuurvisie Losser De structuurvisie laat zich niet specifiek uit over het openbaar groen binnen de gemeente Losser of wijze hoe hiermee omgegaan zou moeten worden. Wel wordt aangegeven dat het vanuit de wens om de ruimtelijke kwaliteit in en om de dorpen te behouden, bepaald moet worden wat de specifieke kenmerken zijn van de dorpen en hoe hier op voortgebouwd kan worden. In de Beleidsnota Snippergroen heeft de gemeente haar uitgangspunten ten aanzien van groen verder uitwerkt. Geconcludeerd wordt dat de structuurvisie de vaststelling van voorliggend bestemmingsplan niet in de weg staat. 4.3.2

Beleidsnota Snippergroen 2021

4.3.2.1 Algemeen Een groene omgeving is voor een landelijke gemeente als Losser belangrijk voor het woongenot. Om die reden besteedt de gemeente veel aandacht aan de kwaliteit van het groen middels gerichte investeringen en een doelmatig beheer. De inwoners van de gemeente Losser zijn zelf ook gesteld op het groen in hun eigen omgeving en deden de afgelopen jaren regelmatig een verzoek tot aankoop van gemeentelijk groen. Vaak grenst dat groen direct aan het eigen (woon)perceel. In het verleden heeft de gemeente, op basis van de Handleiding Aanpak Snippergroen 2011, in veel gevallen medewerking verleend aan deze aankoopverzoeken. De Handleiding Aanpak Snippergroen is destijds opgesteld met het doel om een meer uniforme besluitvorming te laten plaatsvinden bij de verkoop of verhuur van gemeentelijke grond. In de loop der jaren zijn zowel mondiaal, nationaal, regionaal als lokaal binnen de gemeente Losser, nieuwe inzichten een grote rol gaan spelen. Verschillende doelstellingen met betrekking tot het klimaat, de ecologie en de biodiversiteit spelen een steeds belangrijkere rol. Deze actuele termen zijn op dit moment en in de toekomst zo van belang, dat men binnen de gemeente zeer zuinig en efficiënt wil omgaan met elk stukje gemeentelijk groen. Met andere woorden: de gemeente wil zoveel mogelijk groenstroken in haar eigendom behouden.

Dit leidt er toe dat de gemeente in principe geen medewerking meer verleent aan het verkopen van snippergroen. Doelstelling van deze nota is de nieuwe inzichten en argumenten uiteenzetten en daarmee

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

18

“Herziening Snippergroen 2022” Vastgesteld meer duidelijkheid en helderheid creëren voor de inwoners van de gemeente Losser ten aanzien van het beleid inzake snippergroen. Soms is er sprake van gebruik van gemeentelijk groen door burgers zonder toestemming van de gemeente en zonder dat dit geformaliseerd is in een overeenkomst. Uit een door de gemeente Losser uitgevoerde inventarisatie blijkt dat er binnen de gemeente sprake is van ongeregistreerd grondgebruik. Wanneer men zonder toestemming van de gemeente een stukje gemeentegrond in gebruik heeft, is er sprake van ongeregistreerd grondgebruik. Het kan zijn dat men zich er niet eens van bewust is of dat een vorige huiseigenaar zich de grond al had toegeëigend. De gemeente Losser wil deze situaties herstellen. Tevens wordt aan de hand van deze nota beoordeeld of onrechtmatig in gebruik genomen grond bij uitzondering voor verkoop in aanmerking komt. In de beleidsnota komen de volgende zaken aan de orde: •

• • • •

•

welke definitie de gemeente hanteert voor snippergroen en welk hoofdregel hanteert de gemeente: de gemeente verleent in principe geen medewerking aan de verkoop van snippergroen, tenzij één van de uitzonderingssituaties zich voordoet. De belangrijke argumenten voor het behoud van snippergroen. De uitgangspunten bij het verkopen van snippergroen in uitzonderingssituaties. De voorwaarden waaronder deze verkoop plaatsvindt. De hoofdregel ten aanzien van ongeregistreerd grondgebruik: onrechtmatig in gebruik genomen grond dient te worden ontruimd. De onrechtmatig in gebruik genomen grond komt in principe niet in aanmerking voor verkoop, tenzij één van de uitzonderingssituaties zich voordoet. Het proces inzake ontruiming van illegaal in gebruik genomen percelen besproken.

4.3.2.2 Toetsing van het initiatief aan de Beleidsnota Snippergroen 2021 Bij de inventarisatie zijn de voorwaarden die in acht genomen moeten worden om een perceel aan te kunnen merken als snippergroen in acht genomen. Alle percelen snippergroen die onderdeel uitmaken van het plangebied van dit bestemmingsplan voldoen aan deze voorwaarden. Hierbij wordt opgemerkt dat een groot deel van de gronden reeds is verkocht op grond van de voorwaarden uit de beleidsnota Snippergroen 2016. Ook aan deze voorwaarden wordt voldaan. Dit bestemmingsplan betreft de juridisch-planologische uitwerking van de inventarisatie die in het kader van de Nota Snippergroen is uitgevoerd.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

19

“Herziening Snippergroen 2022” Vastgesteld

HOOFDSTUK 5

MILIEU- EN OMGEVINGSASPECTEN

Op grond van artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening moet in de toelichting op het bestemmingsplan een beschrijving worden opgenomen van de wijze waarop de milieukwaliteitseisen bij het plan zijn betrokken. Daarbij moet rekening gehouden worden met de geldende wet- en regelgeving en met de vastgestelde (boven)gemeentelijke beleidskaders. Bovendien is een bestemmingsplan vaak een belangrijk middel voor afstemming tussen de milieuaspecten en ruimtelijke ordening. In dit hoofdstuk worden de resultaten van het onderzoek naar de milieukundige uitvoerbaarheid beschreven. Het betreft de thema’s geluid, bodem, luchtkwaliteit, externe veiligheid, milieuzonering, ecologie, archeologie & cultuurhistorie en het besluit milieueffectrapportage.

5.1

Geluid (Wet geluidhinder)

5.1.1

Algemeen

De Wet geluidhinder (Wgh) bevat geluidnormen en richtlijnen over de toelaatbaarheid van geluidniveaus als gevolg van rail- en wegverkeerslawaai en industrielawaai. De Wgh geeft aan dat een akoestisch onderzoek moet worden uitgevoerd bij het voorbereiden van de vaststelling van een bestemmingsplan indien het plan een geluidgevoelig object mogelijk maakt binnen een geluidszone van een bestaande geluidsbron of indien het plan een nieuwe geluidsbron mogelijk maakt. Het akoestisch onderzoek moet uitwijzen of de wettelijke voorkeurswaarde bij geluidgevoelige objecten wordt overschreden en zo ja, welke maatregelen nodig zijn om aan de voorkeurswaarde te voldoen. 5.1.2

Situatie plangebied

De binnen dit bestemmingsplan besloten ontwikkeling betreft in directe zin geen ontwikkeling die toeziet op het toevoegen van nieuwe geluidsgevoelige objecten of nieuwe geluidsbronnen binnen het plangebied. 5.1.3

Conclusie

De Wet geluidhinder vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan.

5.2

Bodemkwaliteit

5.2.1

Algemeen

Bij de vaststelling van een bestemmingsplan dient te worden bepaald of de aanwezige bodemkwaliteit past bij het toekomstige gebruik van die bodem en of deze aspecten optimaal op elkaar kunnen worden afgestemd. Om hierin inzicht te krijgen, dient doorgaans een bodemonderzoek te worden verricht conform de richtlijnen NEN 5740. 5.2.2

Situatie plangebied

De binnen dit bestemmingsplan besloten ontwikkeling betreft in directe zin geen ontwikkeling die het uitvoeren van een bodemonderzoek noodzakelijk maakt. Er is geen sprake van het toevoegen/realiseren van nieuwe functies waarbij sprake is van structureel langdurig verblijf van personen. Bij eventuele toekomstige aanvragen om een omgevingsvergunning voor het bouwen moet worden aangetoond dat de kwaliteit van bodem in overeenstemming is met het nieuwe gewenste gebruik.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

20

“Herziening Snippergroen 2022” Vastgesteld 5.2.3

Conclusie

Het aspect ‘bodem’ vormt geen belemmering voor de in dit bestemmingsplan besloten ontwikkeling.

5.3

Luchtkwaliteit

5.3.1

Algemeen

Om een goede luchtkwaliteit in Europa te garanderen heeft de Europese Unie een viertal kaderrichtlijnen opgesteld. De hiervan afgeleide Nederlandse wetgeving is vastgelegd in hoofdstuk 5, titel 2 van de Wet milieubeheer. Deze wetgeving staat ook bekend als de Wet luchtkwaliteit. In de Wet luchtkwaliteit staan ondermeer de grenswaarden voor de verschillende luchtverontreinigende stoffen. Onderdeel van de Wet luchtkwaliteit zijn de volgende Besluiten en Regelingen: • •

Besluit en de Regeling niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen); Besluit gevoelige bestemmingen (luchtkwaliteitseisen).

5.3.1.1 Besluit en de Regeling niet in betekenende mate bijdragen Het Besluit niet in betekenende mate bijdragen (NIBM) staat bouwprojecten toe wanneer de bijdrage aan de luchtkwaliteit van het desbetreffende project niet in betekenende mate is. Het begrip ‘niet in betekenende mate’ is gedefinieerd als 3% van de grenswaarden uit de Wet milieubeheer. Het gaat hierbij uitsluitend om stikstofdioxide (NO2) en fijn stof (PM10). Toetsing aan andere luchtverontreinigende stoffen uit de Wet luchtkwaliteit vindt niet plaats. In de Regeling NIBM is een lijst met categorieën van gevallen (inrichtingen, kantoor- en woningbouwlocaties) opgenomen die niet in betekenende mate bijdragen aan de luchtverontreiniging. Enkele voorbeelden zijn: • • •

woningen: 1.500 met een enkele ontsluitingsweg; woningen: 3.000 met twee ontsluitingswegen; kantoren: 100.000 m2 bruto vloeroppervlak met een enkele ontsluitingsweg.

Als een ruimtelijke ontwikkeling niet genoemd staat in de Regeling NIBM kan deze nog steeds niet in betekenende mate bijdragen. De bijdrage aan NO2 en PM10 moet dan minder zijn dan 3% van de grenswaarden. 5.3.1.2 Besluit gevoelige bestemmingen Dit besluit is opgesteld om mensen die extra gevoelig zijn voor een matige luchtkwaliteit aanvullend te beschermen. Deze 'gevoelige bestemmingen' zijn scholen, kinderdagverblijven en verzorgings-, verpleeg- en bejaardentehuizen. Woningen en ziekenhuizen/ klinieken zijn geen gevoelige bestemmingen. De grootste bron van luchtverontreiniging in Nederland is het wegverkeer. Het Besluit legt aan weerszijden van rijkswegen en provinciale wegen zones vast. Bij rijkswegen is deze zone 300 meter, bij provinciale wegen 50 meter. Bij realisatie van ‘gevoelige bestemmingen’ binnen deze zones is toetsing aan de grenswaarden die genoemd zijn in de Wet luchtkwaliteit nodig. 5.3.2

Situatie plangebied

Voorliggend bestemmingsplan voorziet in een ontwikkeling van het plangebied waarbij de functie van hoofdzakelijk kleine delen ‘snippergroen’ binnen de gemeente Losser wordt gewijzigd. Hierbij is geen sprake van de realisatie van gevoelige bestemmingen in het kader van het ‘Besluit gevoelige bestemmingen’ of van concrete bouwprojecten. Voorliggend initiatief is dan ook aan te merken als een project welke “niet in betekenende mate bijdraagt” aan luchtverontreiniging.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

21

“Herziening Snippergroen 2022” Vastgesteld 5.3.3

Conclusie

Het aspect luchtkwaliteit vormt geen belemmering voor de uitvoering van het plan.

5.4

Externe veiligheid

5.4.1

Algemeen

Externe veiligheid is een beleidsveld dat is gericht op het beheersen van risico's die ontstaan voor de omgeving bij de productie, de opslag, de verlading, het gebruik en het transport van gevaarlijke stoffen. Bij nieuwe ontwikkelingen moet worden voldaan aan strikte risicogrenzen. Een en ander brengt met zich mee dat nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen moeten worden getoetst aan wet- en regelgeving op het gebied van externe veiligheid. Concreet gaat het om risicovolle bedrijven, vervoer gevaarlijke stoffen per weg, spoor en water en transport gevaarlijke stoffen via buisleidingen. Op de diverse aspecten van externe veiligheid is afzonderlijke wetgeving van toepassing. Voor risicovolle bedrijven gelden onder meer: • • • • •

het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi); de Regeling externe veiligheid inrichtingen (Revi); het Registratiebesluit externe veiligheid; het Besluit risico’s zware ongevallen 2015 (Brzo 2015); het Vuurwerkbesluit.

Voor vervoer gevaarlijke stoffen geldt de ‘Wet Basisnet vervoer gevaarlijke stoffen’ (Wet Basisnet). Dat vervoer gaat over water, spoor, wegen of door de lucht. De regels van het Basisnet voor ruimtelijke ordening zijn vastgesteld in: • • •

het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt); de Regeling basisnet; de (aanpassing) Regeling Bouwbesluit (veiligheidszone en plasbrandaandachtsgebied).

Het transporteren van stoffen per buisleiding is geregeld in het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb). Het doel van wetgeving op het gebied van externe veiligheid is risico's waaraan burgers in hun leefomgeving worden blootgesteld vanwege risicovolle inrichtingen en activiteiten tot een aanvaardbaar minimum te beperken. Het is noodzakelijk inzicht te hebben in de kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten en het plaatsgebonden en het groepsrisico. 5.4.2

Situatie plangebied

Voorliggend bestemmingsplan voorziet niet in het toevoegen van kwetsbare of beperkt kwetsbare objecten binnen het plangebied en daarnaast ook niet in het toevoegen of realiseren van risicovolle inrichtingen of activiteiten. 5.4.3

Conclusie

Een en ander brengt met zich mee dat de ontwikkeling in overeenstemming is met wet- en regelgeving ter zake van externe veiligheid.

5.5

Milieuzonering

5.5.1

Algemeen

Zowel de ruimtelijke ordening als het milieubeleid stellen zich ten doel een goede kwaliteit van het leefmilieu te handhaven en te bevorderen. Dit gebeurt onder andere door milieuzonering. Onder milieuzonering verstaan we het aanbrengen van een voldoende ruimtelijke scheiding tussen milieubelastende bedrijven of

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

22

“Herziening Snippergroen 2022” Vastgesteld inrichtingen enerzijds en milieugevoelige functies als wonen en recreëren anderzijds. De ruimtelijke scheiding bestaat doorgaans uit het aanhouden van een bepaalde afstand tussen milieubelastende en milieugevoelige functies. Die onderlinge afstand moet groter zijn naarmate de milieubelastende functie het milieu sterker belast. Milieuzonering heeft twee doelen: • •

5.5.2

het voorkomen of zoveel mogelijk beperken van hinder en gevaar bij woningen en andere gevoelige functies; het bieden van voldoende zekerheid aan bedrijven dat zij hun activiteiten duurzaam onder aanvaardbare voorwaarden kunnen uitoefenen. Situatie plangebied

5.5.3.1 Algemeen Zoals reeds hiervoor genoemd wordt bij het realiseren van nieuwe bestemmingen gekeken naar de omgeving waarin de nieuwe bestemmingen gerealiseerd worden. Hierbij spelen twee vragen een rol: 1. 2.

past de nieuwe functie in de omgeving? (externe werking); laat de omgeving de nieuwe functie toe? (interne werking).

5.5.3.2 Externe werking Hierbij gaat het met name om de vraag of de voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling leidt tot een situatie die, vanuit hinder of gevaar bezien, in strijd is te achten met een goede ruimtelijke ontwikkeling. Daarvan is sprake als het woon- en leefklimaat van omwonenden in ernstige mate wordt aangetast. Voorliggend plan voorziet niet in het toevoegen van functies die als milieubelastend voor de omgeving kunnen worden aangemerkt. Van enige vorm van aantasting van het woon- en leefklimaat van omwonenden is dan ook geenszins sprake. 5.5.3.3 Interne werking Hierbij gaat het om de vraag of de nieuwe functies binnen het plangebied hinder ondervinden van bestaande functies in de omgeving en omgekeerd of bestaande functies in de omgeving door voorliggende ontwikkeling worden belemmerd in hun bedrijfsvoering of ontwikkelingsmogelijkheden. Voorliggend plan voorziet niet in het toevoegen van functies die als milieugevoelig voor de omgeving kunnen worden aangemerkt. Van enige vorm van beperking of belemmering van omliggende functies is dan ook geenszins sprake. 5.5.4

Conclusie

Het aspect milieuzonering vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van dit plan.

5.6

Ecologie

5.6.1

Algemeen

Bescherming in het kader van de natuur wet- en regelgeving is op te delen in gebieds- en soortenbescherming. Het wettelijk kader is de Wet natuurbescherming. Sinds 1 januari 2017 is de nieuwe Wet natuurbescherming in werking getreden. Deze wet vervangt drie wetten: de Natuurbeschermingswet 1998, de Boswet en de Floraen faunawet. Met deze wet worden de Europese natuurbeschermingsrichtlijnen (de Vogel- en Habitatrichtlijn) zo helder mogelijk geïmplementeerd. Bovendien sluit het instrumentarium van de Wet natuurbescherming aan op het huidige omgevingsrecht en de toekomstige Omgevingswet.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

23

“Herziening Snippergroen 2022” Vastgesteld 5.6.2

Gebiedsbescherming

5.6.2.1 Natura 2000-gebieden Natura 2000 is een samenhangend netwerk van natuurgebieden in Europa. Natura 2000 bestaat uit gebieden die zijn aangewezen in het kader van de Europese Vogelrichtlijn (79/409/EEG) en gebieden die zijn aangemeld op grond van de Europese Habitatrichtlijn (92/43/EEG). Deze gebieden worden in Nederland op grond van de Wet natuurbescherming beschermd. De plandelen liggen in alle gevallen op ruime afstand van het meest nabijgelegen Natura 2000-gebied ‘Landgoederen Oldenzaal’. Gelet op de afstand en de aard en omvang van de ontwikkeling wordt gesteld dat er geen sprake is van negatieve effecten op de instandhoudingsdoelstellingen van het Natura 2000-gebied. 5.6.2.2 Natuurnetwerk Nederland (NNN) Natuurnetwerk Nederland (NNN) is de kern van het Nederlandse natuurbeleid. Het NNN is in provinciale structuurvisies uitgewerkt. In of in de directe nabijheid van het NNN geldt het ‘nee, tenzij’ - principe. In principe zijn er geen ontwikkelingen toegestaan als zij de wezenlijke kenmerken of waarden van het gebied aantasten. Het plangebied ligt niet binnen de begrenzing van het NNN. Gezien het feit dat sprake is van een ontwikkeling buiten het NNN en gezien de aard en omvang van dit plan wordt geconcludeerd dat er geen aantasting plaatsvindt van de wezenlijke kenmerken en waarden van het NNN. 5.6.3

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Losser&id=9474dbcb-e97a-4483-8b3d-bac0012730b4