CConstaterende datLosser
Koppel je AI →
Document · PDF

Bestemmingsplan Buitengebied div. locaties

Raadsvergadering 15 oktober 2024, gemeente LosserBij agendapunt: Vaststellen BP Buitengebied bosaanplant diverse locaties17.374 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Het waterbeheerprogramma sluit aan bij plannen van andere partijen zoals het Nationale waterplan (Nationaal Water Programma 2022-2027), het Stroomgebiedsbeheerplan Rijndelta en de Omgevingsvisie van de provincies Overijssel en Drenthe. Belangrijk uitgangspunt van het Waterbeheerprogramma is de verandering van het klimaat. De weersomstandigheden zijn steeds minder vaak gemiddeld. Dat merken we de laatste twee decennia steeds duidelijker. De winters worden natter en in de zomer zijn er langere hete en droge perioden en vallen de buien steeds meer lokaal. Deze zomerbuien hebben vaker een zeer hoge intensiteit, wat leidt tot hoge afvoerpieken en overstromingen. Het watersysteem is nog niet goed toegerust op die verandering. Het is nu nog vooral ingericht op basis van gemiddelden - de normale beheersituatie enerzijds en het voorkomen van wateroverlast anderzijds - en niet op langdurige droge periodes en incidentele hoosbuien. Dit betekent dat het watersysteem aangepast moet worden. Daarbij heeft het waterschap de ambitie om te komen tot een klimaatrobuust watersysteem in 2050: een systeem dat zowel in kwantitatief als kwalitatief opzicht tegen een stootje kan en goed is toegerust op veranderingen en grotere weersextremen.

Overeenkomstig de Watervisie 2050 heeft het waterschap de volgende hoofdlijnen aangegeven waar de komende jaren aan gewerkt wordt: Als gevolg van de klimaatverandering wil het waterschap zorgen voor meer balans tussen 'droge voeten' en het beperken van wateroverlast. Dat betekent dat water het leidende principe is voor het inrichten van de leefomgeving in plaats van andersom: water volgend aan de inrichting. Er wordt meer aandacht gegeven aan het vasthouden van water in de bodem. Regenwater wordt niet als afvalwater beschouwd, maar als bouwsteen in de ontwikkeling van een robuust watersysteem. Watertoetsproces Op 29 september 2023 is het waterschap gecontacteerd over de voorgenomen plannen. Omdat het plan meerdere locaties kent is besloten om geen digitale watertoets uit te voeren maar rechtstreeks af te stemmen met waterschap Vechtstromen en op deze manier invulling te geven aan de waterparagraaf. Toets Voorgenomen plan ziet toe op het wijzigen van de agrarische bestemming naar de bestemming 'Natuur - Natuur en Bos' op verschillende (delen van) percelen in de gemeente Losser. Het ontwikkelen van bos gebeurt in het kader van de bossenstrategie van de provincie Overijssel. Het plan heeft betrekking op het versterken van de reeds aanwezige natuurgebieden en landschapsstructuren. Binnen het plangebied is sprake van verschillende grondwaterstanden.

De grondwaterstanden variëren van 20cm onder het maaiveld tot 200cm en dieper, afhankelijk van de locatie. Voor de inrichting van het bos wordt er gekeken naar verschillende factoren. Aan de hand van het bodemtype, hoogteligging en grondwatertrappen wordt het bostype en de daarbij horende boomsoorten bepaald. Daarnaast helpen bomen om water beter te laten infiltreren in de bodem en dragen ze bij aan

bestemmingsplan Buitengebied, bosaanplant diverse locaties NL.IMRO.0168.bp008vzp22ph06-0401

41

het watervasthoudend vermogen van de bodem. Door het aanplanten van meer bos kan de grondwaterstand ter plaatse verbeterd worden. Hierdoor kan eventuele wateroverlast worden tegengegaan. Tevens draagt het voorgenomen plan bij aan de hoofdlijnen uit het waterbeheerprogramma. Het vasthouden van water in de bodem wordt met voorliggend plan bevorderd en door het aanplanten van meer bos wordt een bijdrage geleverd om klimaatverandering tegen te gaan.

4.4

Ecologie

Bij een ruimtelijk plan moeten de gevolgen van de voorgenomen ontwikkeling met betrekking tot aanwezige natuurwaarden in beeld worden gebracht. Daarbij wordt ingegaan op de relatie van het plan met beschermde gebieden, beschermde soorten, en het Natuurnetwerk Nederland (NNN). De wettelijke kaders hiervoor worden gevormd door Europese richtlijnen (Vogelrichtlijn en Habitatrichtlijn), nationale regelgeving (Wet natuurbescherming) en provinciale regelgeving (NNN in provinciale verordening). Toets Soortenbescherming Voorliggend plan heeft betrekking op 4 deelgebieden welke in gebruik zijn als weiland/grasland. Op basis van het huidige gebruik en de daarmee aanwezige biotoop worden redelijkerwijs alleen broedvogelsoorten verwacht. Hier kan rekening mee gehouden worden door buiten het broedseizoen te werken of voorafgaande de inrichting het perceel op broedende vogels te controleren. Door het perceel om te vormen naar bos, zal de natuurwaarde van de betreffende percelen stijgen aangezien het meerdere habitats biedt voor verschillende diersoorten en de flora meer divers wordt. Een quickscan wordt om deze redenen dan ook niet noodzakelijk geacht. Gebiedsbescherming Met voorliggend plan wordt het omzetten van de agrarische bestemming naar de bestemming 'Natuur - Natuur en Bos' mogelijk gemaakt.

In onderstaande figuren wordt de afstand van de deelgebieden tot het nabijgelegen Natura 2000 gebied weergegeven.

Figuur 4.1: Weergave deelgebied 1 tot N2000 gebied (Bron: Atlas van de Leefomgeving)

bestemmingsplan Buitengebied, bosaanplant diverse locaties NL.IMRO.0168.bp008vzp22ph06-0401

42

Figuur 4.2: Weergave deelgebied 2 tot N2000 gebied (Bron: Atlas van de Leefomgeving)

bestemmingsplan Buitengebied, bosaanplant diverse locaties NL.IMRO.0168.bp008vzp22ph06-0401

43

Figuur 4.3: Weergave deelgebieden 3 en 4 tot N2000 gebied (Bron: Atlas van de Leefomgeving) Voorliggend bestemmingsplan maakt enkel de bestemmingswijziging van de bestemmingen 'Agrarisch-1' en 'Agrarisch-2' naar 'Natuur - Natuur en Bos' mogelijk. Hierdoor wordt het aanleggen van bos binnen de 4 deelgebieden mogelijk gemaakt. Feitelijk worden met het plan zelf geen bouwactiviteiten vastgelegd. De bestemming 'Natuur - Natuur en Bos' zal het in de toekomst wel mogelijk maken om bos aan te planten op de betreffende percelen. De plannen worden uitgevoerd in het kader van de bossenstrategie. De bossenstrategie is o.a. in het leven geroepen om de houtkap die heeft plaatsgevonden in Natura 2000 gebieden te compenseren. Er worden met voorliggend plan in de nabijheid van Natura 2000 gebieden en aansluitend aan het Natuur Netwerk Nederland, compensatiemaatregelen uitgevoerd die een bijdrage leveren aan de vergroting van de biodiversiteit, het bosecosysteem en algehele versterking van voorgenoemde natuurgebieden. Gezien het vorenstaande levert het wijzigen van de bestemmingen 'Agrarisch-1' en 'Agrarisch-2' binnen de deelgebieden, naar de bestemming 'Natuur - Natuur en Bos' geen significant negatieve effecten op voor Natura 2000 gebieden in de omgeving van de deelgebieden. Conclusie Voorliggend plan is niet in strijd met de Wet natuurbescherming en het Natuurnetwerk Nederland.

Nader onderzoek naar stikstofdepositie is niet noodzakelijk.

4.5

Archeologie en Cultuurhistorie

Nederland heeft in 1992 het verdrag van Malta ondertekend. Het verdrag van Malta heeft als doel het archeologisch erfgoed in de bodem beter te beschermen. Voor gebieden waar archeologische waarden voorkomen of waar een reële verwachting bestaat dat er archeologische waarden aanwezig zijn dient er een archeologisch onderzoek uit te worden gevoerd, voordat er bodemingrepen plaatsvinden. Op 1 juli 2016 is de Erfgoedwet in werking getreden ter vervanging van de Monumentenwet 1988. Een deel van de monumentenwet is op deze datum overgegaan naar de Erfgoedwet. Het deel dat betrekking heeft op de besluitvorming in de fysieke leefomgeving gaat over naar de Omgevingswet, wanneer deze in werking treedt. Tot die tijd blijven deze onderdelen van de Monumentenwet 1988 gelden als overgangsrecht binnen de Erfgoedwet. Gemeenten hebben een archeologische zorgplicht en initiatiefnemers van projecten waarbij de

bestemmingsplan Buitengebied, bosaanplant diverse locaties NL.IMRO.0168.bp008vzp22ph06-0401

44

bodem wordt verstoord zijn verplicht rekening te houden met de archeologische relicten die in het deelgebied aanwezig (kunnen) zijn. Hiervoor is onderzoek noodzakelijk: het archeologisch vooronderzoek. Als blijkt dat in het plangebied behoudenswaardige archeologische vindplaatsen aanwezig zijn, dan kan de initiatiefnemer verplicht worden hiermee rekening te houden. Dit kan leiden tot een aanpassing van de plannen, waardoor de vindplaatsen behouden blijven, of tot een archeologische opgraving en publicatie van de resultaten. Archeologie Voor het plangebied geldt dat er (deels) een archeologische verwachtingswaarde op de verschillende deelgebieden rust. Voor deelgebieden 1, 2 en 4 betreft dit 'Waarde - Archeologie 2' en voor deelgebied 3 gaat het om 'Waarde - Archeologie 3'. Op grond van de bestemming 'Waarde - Archeologie 2' is een archeologisch onderzoek nodig bij bodemingrepen groter dan 2.000m² en dieper dan 30cm. Op grond van de bestemming 'Waarde - Archeologie 3' is een archeologisch onderzoek nodig bij bodemingrepen groter dan 2.500m² en dieper dan 30cm. Toets In voorliggend geval gaat het om de aanplant van nieuw bos en/of natuur, hierbij zal door middel van spitfrezen de grond worden bewerkt om deze geschikt te maken voor de nieuwe aanplant.

Bij het spitfrezen zal de maximaal toegestane diepte bij bodemingrepen van 0,3m niet worden overschreden, omdat het jonge aanplant betreft is het niet nodig om dieper te gaan. Cultuurhistorie Onder cultuurhistorische waarden worden alle structuren, elementen en gebieden bedoeld die cultuurhistorisch van belang zijn. Zij vertellen iets over de ontstaansgeschiedenis van het Nederlandse cultuurlandschap. Vaak is er een sterke relatie tussen aardkundige aspecten en cultuurhistorische aspecten. De bescherming van cultuurhistorische elementen is vastgelegd in de Monumentenwet 1988 (die nog geldt als overgangsrecht binnen de Erfgoedwet). Deze wet is vooral gericht op het behouden van historische elementen voor latere generaties. Toets Voorliggend plan heeft betrekking op vier percelen met een agrarische bestemming die worden omgezet naar de bestemming 'Natuur - Natuur en Bos', ten behoeve van de aanplant van bos/natuur. Er zijn geen cultuurhistorisch waardevolle elementen aanwezig op de betreffende percelen. Derhalve word geconcludeerd dat voorliggend plan geen negatieve gevolgen heeft voor het aspect 'cultuurhistorie'. Conclusie Met voorliggend plan zullen er geen negatieve gevolgen zijn m.b.t. de archeologische en cultuurhistorische waarden ter plaatse. Het onderdeel archeologie en cultuurhistorie vormt dan ook geen belemmering voor uitvoering van dit plan.

4.6

Overige omgevingsaspecten

Vanwege de aard en omvang van het beoogde plan zijn de onderdelen milieuzonering, geur, luchtkwaliteit, verkeer & parkeren, geluid en externe veiligheid niet van toepassing op voorliggend plan. Deze milieuaspecten zijn om deze reden dan ook buiten beschouwing gelaten.

bestemmingsplan Buitengebied, bosaanplant diverse locaties NL.IMRO.0168.bp008vzp22ph06-0401

45

Hoofdstuk 5 5.1

Juridische toelichting

Planopzet en systematiek

De in Hoofdstuk 2 beschreven planopzet is juridisch-planologisch vertaald in een bestemmingsregeling, die bindend is voor overheid, bedrijven en burgers. Het bestemmingsplan bestaat uit een verbeelding (plankaart) en regels en is voorzien van een toelichting. De regels en verbeelding (plankaart) vormen het juridisch bindende deel. Op de verbeelding worden de toegekende bestemmingen en aanduidingen visueel weergegeven. De regels bevatten het juridische instrumentarium voor het regelen van het gebruik van de gronden, bepalingen omtrent de toegelaten bebouwing, regelingen betreffende het gebruik van aanwezige en/of op te richten bouwwerken. De toelichting heeft zelf geen juridische bindende werking, maar moet worden beschouwd als handvat voor de uitleg en de onderbouwing van de opgenomen bestemmingen.

5.2

Toelichting op de regels

5.2.1

Opbouw

In deze paragraaf wordt de systematiek van de regels en de wijze waarop de regels gehanteerd dienen te worden, uiteengezet. De regels van het plan bestaan uit vier hoofdstukken, waarin achtereenvolgens de inleidende regels, de bestemmingsregels, de algemene regels en de overgangs- en slotregels aan de orde komen. Voor de systematiek is aangesloten op de SVBP2012, zoals verplicht is sinds 1 juli 2013. Dit houdt onder meer in dat het plan IMRO-gecodeerd wordt opgeleverd. Navolgend wordt de opbouw, indeling en systematiek van de regels kort toegelicht. Inleidende regels Begrippen In deze bepaling zijn omschrijvingen gegeven van de in het bestemmingsplan gebruikte begrippen. Deze worden opgenomen om interpretatieverschillen te voorkomen. Begripsbepalingen zijn alleen nodig voor begrippen die gebruikt worden in de regels en die tot verwarring kunnen leiden of voor meerdere uitleg vatbaar zijn. Wijze van meten Om op een eenduidige manier afstanden, oppervlakten en inhoud van gebouwen en/of bouwwerken, geen gebouwen zijnde, te bepalen wordt in de wijze van meten uitleg gegeven wat onder de diverse begrippen wordt verstaan. Ten aanzien van de wijze van meten op de verbeelding (plankaart) geldt steeds dat het hart van een lijn moet worden aangehouden. Bestemmingsregels De opbouw van de bestemmingen ziet er als volgt uit: bestemmingsomschrijving: De omschrijving van de doeleinden.

Hierbij gaat het in beginsel om een beschrijving van de aan de grond toegekende functies; bouwregels: In de bouwregels worden voor alle bouwwerken de van toepassing zijnde bebouwingsregels geregeld. Waar en met welke maatvoering mag worden gebouwd, wordt hier vastgelegd. Indien mogelijk wordt verwezen naar bouwvlakken en aanduidingen op de verbeelding (plankaart); afwijken van de bouwregels: Bij een omgevingsvergunning kan onder voorwaarden worden afgeweken van de bouwregels ten aanzien van het oppervlak en de vorm van bijbehorende bouwwerken; specifieke gebruiksregels: In dit onderdeel is aangegeven welke vormen van gebruik in ieder geval zijn toegestaan dan wel strijdig zijn met de bestemming. Daarbij zijn niet alle mogelijke toegestane en strijdige gebruiksvormen genoemd, maar alleen die functies, waarvan het niet op voorhand duidelijk is. Het gaat hierbij in feite om een aanvulling/verduidelijking op de in de

bestemmingsplan Buitengebied, bosaanplant diverse locaties NL.IMRO.0168.bp008vzp22ph06-0401

46

bestemmingsomschrijving genoemde functies; Algemene regels Anti-dubbeltelregel: Deze bepaling is opgenomen om te voorkomen dat, wanneer volgens een bestemmingsplan bepaalde gebouwen en bouwwerken niet meer dan een bepaald deel van een bouwperceel mogen beslaan, het opengebleven terrein nog eens meetelt bij het toestaan van een ander gebouw of bouwwerk, waaraan een soortgelijke eis wordt gesteld; Algemene gebruiksregels: Deze bepaling bevat een opsomming van strijdig gebruik van gronden en bouwwerken in algemene zin; Algemene aanduidingsregels: In dit artikel worden de algemene aanduidingsregels beschreven; Algemene afwijkingsregels: In deze bepaling is aan burgemeester en wethouders de bevoegdheid gegeven om af te wijken van bepaalde, in het bestemmingsplan geregelde, onderwerpen. De criteria, die bij toepassing van de afwijkingsbevoegdheid in acht moeten worden genomen, zijn aangegeven;

Overgangs- en slotregels Overgangsrecht: Bouwwerken welke op het moment van inwerkingtreding van het bestemmingsplan bestaan (of waarvoor een bouwvergunning is aangevraagd) mogen blijven bestaan, ook al is er strijd met de bebouwingsregels. De overgangsbepaling houdt niet in dat het bestaand, illegaal opgerichte, bouwwerk legaal wordt, noch brengt het met zich mee dat voor een dergelijk bouwwerk alsnog een bouwvergunning kan worden verleend. Burgemeester en wethouders kunnen in beginsel dus nog gewoon gebruik maken van hun handhavingsbevoegdheid. Het overgangsrecht is opgenomen zoals opgenomen in artikel 3.2.1 Bro. Het gebruik van de grond en opstallen, dat afwijkt van de regels op het moment van inwerkingtreding van het plan mag eveneens worden voortgezet; Slotregel: Deze bepaling geeft aan op welke manier de regels kunnen worden aangehaald. 5.2.2

Bestemmingen

Naast de inleidende regels (begrippen en wijze van meten), algemene regels (zoals bouwregels, gebruiksregels en proceduregels) en de overgangs- en slotregels, zijn de volgende bestemmingen in dit plan opgenomen: Natuur - Natuur en Bos Gronden met deze bestemming zijn met name bedoeld voor natuur, bestaande bossen/bosbouw, boom- en sierteelt, het behoud, herstel en ontwikkeling van de cultuurhistorische, natuurlijke en landschappelijke waarden en cultuurgrond. De gronden als bedoeld in dit plan betreffen gronden met een agrarische bestemming die in het kader van de bossenstrategie om worden gezet in de bestemming 'Natuur - Natuur en Bos'. Waarde - Archeologie 2 De gronden met deze dubbelbestemming zijn bedoeld om de aanwezige archeologische waarden te beschermen en veilig te stellen. Gronden met de dubbelbestemming 'Waarde Archeologie 2' zijn uitsluitend bedoeld voor het behoud en bescherming van gebieden met een hoge archeologische verwachtingswaarde. Waarde - Archeologie 3 De gronden met deze dubbelbestemming zijn bedoeld om de aanwezige archeologische waarden te beschermen en veilig te stellen. Gronden met de dubbelbestemming 'Waarde Archeologie 3' zijn uitsluitend bedoeld voor het behoud en bescherming van gebieden met een middelhoge archeologische verwachtingswaarde. Waarde - Landgoed De voor 'Waarde - Landgoed' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar

bestemmingsplan Buitengebied, bosaanplant diverse locaties NL.IMRO.0168.bp008vzp22ph06-0401

47

voorkomende bestemmingen, mede bestemd voor het behoud en de bescherming van de cultuurhistorische en andere waarden en elementen, die tezamen de ruimtelijke beheerseenheid van een landgoed vormen. Waarde - Natuur en landschap De voor 'Waarde - Natuur en landschap' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemmingen, mede bestemd voor het behoud, herstel of duurzame ontwikkeling van de wezenlijke natuurlijke kenmerken en waarden van het Natuurnetwerk Nederland (NNN), wat in ieder geval de verplichting inhoudt van behoud van areaal, kwaliteit en samenhang van de betrokken gebieden.

bestemmingsplan Buitengebied, bosaanplant diverse locaties NL.IMRO.0168.bp008vzp22ph06-0401

48

Hoofdstuk 6

Economische uitvoerbaarheid

Bij de voorbereiding van een ontwerpbestemmingsplan dient op grond van artikel 3.1.6, eerste lid, sub f van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) onderzoek plaats te vinden naar de uitvoerbaarheid van het plan. Artikel 6.12 van de Wet ruimtelijke ordening stelt dat de gemeenteraad gelijktijdig met de vaststelling van het bestemmingsplan moet besluiten om al dan niet een exploitatieplan vast te stellen. Hoofdregel is dat een exploitatieplan moet worden vastgesteld bij elk bestemmingsplan. Er zijn echter uitzonderingen. Het is mogelijk dat de raad verklaart dat met betrekking tot een bestemmingsplan geen exploitatieplan wordt vastgesteld indien het verhaal van kosten van de grondexploitatie anderszins is verzekerd of het stellen van nadere eisen en regels niet noodzakelijk is. De gemeentelijke kosten, waaronder leges en planschadekosten, komen voor rekening van de aanvrager. Hiermee is het kostenverhaal anderzins verzekerd en kan de raad op grond van artikel 6.12, lid 2 onder a besluiten geen exploitatieplan vast te stellen.

bestemmingsplan Buitengebied, bosaanplant diverse locaties NL.IMRO.0168.bp008vzp22ph06-0401

49

Hoofdstuk 7 7.1

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

Vooroverleg

Artikel 3.1.1 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) schrijft voor dat het bestuursorgaan, dat belast is met de voorbereiding van een bestemmingsplan overleg pleegt met instanties, zoals gemeenten, waterschappen, provinciale diensten en Rijk, die betrokken zijn bij de zorg voor ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen welke in het plan in het geding zijn. In het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) zijn de nationale belangen die juridische borging vereisen opgenomen. Het Barro is gericht op doorwerking van nationale belangen in gemeentelijke bestemmingsplannen. Geoordeeld wordt dat dit bestemmingsplan geen nationale belangen schaadt. Daarom is afgezien van het voeren van vooroverleg met het Rijk. Provincie Overijssel De voorgenomen ontwikkeling betreft een uitvoering van een goedgekeurde aanvraag in het kader van de bossenstrategie. De aanvraag is goedgekeurd door de provincie Overijssel zelf. Verder vooroverleg is dan ook niet noodzakelijk. Waterschap Vechtstromen Op 29 september 2023 is het waterschap gecontacteerd over de voorgenomen plannen. Omdat het plan meerdere locaties kent is besloten om geen digitale watertoets uit te voeren maar rechtstreeks af te stemmen met waterschap Vechtstromen en op deze manier invulling te geven aan de waterparagraaf. De conclusie hiervan is dat het waterschap een positief advies geeft.

Hiermee is voldaan aan het verplichte vooroverleg.

7.2

Zienswijzen

Het ontwerpbestemmingsplan heeft met ingang van 21 december 2023 voor een periode van zes weken ter inzage gelegen. Binnen deze periode kon een ieder zijn of haar zienswijze ten aanzien van dit bestemmingsplan kenbaar maken. Tijdens de termijn van de terinzagelegging zijn zienswijzen binnengekomen. Als gevolg van de zienswijzen is een wijziging aangebracht in de toelichting van dit plan. De wijzigingen kunnen gevonden worden in de nota van zienswijzen, welke is opgenomen als Bijlage 1 bij de toelichting van dit plan.

bestemmingsplan Buitengebied, bosaanplant diverse locaties NL.IMRO.0168.bp008vzp22ph06-0401

50

Bestemmingsplan Buitengebied, bosaanplant diverse locaties

Plangegevens Naam: Plantype: IMRO: Status:

Buitengebied, bosaanplant diverse locaties bestemmingsplan NL.IMRO.0168.bp008vzp22ph06-0401 vastgesteld

Datum: Projectnummer:

23AF202

Opdrachtgever:

Opsteller:

Ad Fontem Juridisch Bouwadvies BV Stationsstraat 37 7622 LW BORNE T) 074 – 255 7020 E) info@ad-fontem.nl

Ad Fontem Juridisch Bouwadvies BV | Stationsstraat 37 | 7622 LW Borne | T 074-2557020 | F 074-265967 | E info@ad-fontem.nl

Buitengebied, bosaanplant diverse locaties

Inhoudsopgave

Bijlagen toelichting

3

Bijlage 1

4

Nota van zienswijzen

bestemmingsplan Buitengebied, bosaanplant diverse locaties NL.IMRO.0168.bp008vzp22ph06-0401

2

Bijlagen toelichting

bestemmingsplan Buitengebied, bosaanplant diverse locaties NL.IMRO.0168.bp008vzp22ph06-0401

3

Bijlage 1

Nota van zienswijzen

bestemmingsplan Buitengebied, bosaanplant diverse locaties NL.IMRO.0168.bp008vzp22ph06-0401

4

Nota van zienswijzen Bestemmingsplan “Buitengebied, bosaanplant diverse locaties”

Inhoudsopgave 1.

2.

Inleiding .......................................................................................................................... 3 1.1

Procedure en opzet ................................................................................................. 3

1.2

Ingediende zienswijzen ........................................................................................... 3

Zienswijze: samenvatting inhoud, reactie en conclusie ................................................... 4 Zienswijze 1 ....................................................................................................................... 4 Zienswijze 2 ....................................................................................................................... 4

3.

Wijzigingen ..................................................................................................................... 6

Nota van zienswijzen bestemmingsplan “Buitengebied, bosaanplant diverse locaties”

2

1.

Inleiding

1.1 Procedure en opzet Het ontwerpbestemmingsplan “Buitengebied, bosaanplant diverse locaties” en de bijbehorende stukken hebben voor een periode van zes weken (met ingang van 21 december 2023) voor een ieder ter inzage gelegen. Gedurende deze periode zijn twee zienswijzen ingediend op het ontwerpbestemmingsplan. In deze Nota van zienswijzen zijn de ingekomen zienswijzen samengevat en voorzien van een reactie. Daarna wordt een conclusie getrokken. Vervolgens wordt in hoofdstuk 3 een overzicht gegeven van de wijzigingen. 1.2 Ingediende zienswijzen Er zijn twee zienswijzen ingekomen. Het betreft de volgende zienswijzen: 1. Zienswijze van Reclamant 1 met kenmerknummer 24.0014276 en dagtekening 25 januari 2024; 2. Zienswijze van Reclamant 2 met kenmerknummer 24.0014275 en dagtekening 30 januari 2024; De zienswijzen zijn tijdig ingediend en derhalve ontvankelijk.

Nota van zienswijzen bestemmingsplan “Buitengebied, bosaanplant diverse locaties”

3

2.

Zienswijze: samenvatting inhoud, reactie en conclusie

De zienswijzen worden hieronder samengevat weergegeven. Dit betekent niet dat onderdelen van de zienswijzen die niet expliciet worden benoemd niet bij de beoordeling zijn betrokken. De zienswijzen zijn in zijn totaliteit beoordeeld.

Zienswijze 1 Samenvatting inhoud zienswijze a) Verzocht wordt om aanvullend op te nemen welke percelen toegankelijk zijn dan wel deels recreatief kunnen worden (mee) gebruikt. b) Reclamant verzoekt om op te nemen op welke locaties ruimte zal zijn voor recreatieve voorzieningen van publieke aard (zonder winstoogmerk) zoals picknicktafels, watertappunten of een fiets/voetpad. Reactie gemeente a) Het bestemmingsplan ziet op de wijziging van de agrarische bestemming op particuliere percelen in een bestemming ‘Natuur – Natuur en bos’. Het bestemmingsplan staat extensieve dagrecreatie op percelen met deze bestemming toe. Het is echter aan de particuliere eigenaren om te bepalen of zij recreatief mede gebruik op deze percelen wil toestaan. b) Ook hier geldt dat het op basis van het bestemmingsplan mogelijk is om de genoemde voorzieningen, al dan niet met een vergunning, te realiseren. Het is echter aan de particuliere eigenaren van de percelen om te bepalen of zij deze voorzieningen willen realiseren en of zij recreatief medegebruik willen toestaan (zie onze reactie bij onderdeel a.). Conclusie De zienswijze leidt niet tot een wijziging van het bestemmingsplan.

Zienswijze 2 Samenvatting inhoud zienswijze a) Reclamant is van mening dat landbouwgrond bescherming moet genieten en agrarisch moet blijven. Door het voorgenomen plan wordt agrarische grond schaarser. Het voorgenomen besluit dwingt boeren in Losser om intensiever te gaan boeren. Reclamant vindt dat er getoetst moet worden aan de gevolgen voor de agrarische sector in het gebied. Dat wordt niet gedaan in het voorliggende plan. b) Er is onduidelijkheid over het eigendom van gronden. In het ontwerpbestemmingsplan staat dat de gronden in eigendom zijn van agrariërs. Op de website van de gemeente Losser staat dat de grond in bezit is van vier particuliere eigenaren. Dit spreekt elkaar tegen. c) Als de situatieschets van de gemeente Losser klopt, wat is er dan gedaan om de agrariërs te compenseren voor het verlies van landbouwgrond? d) Het plan wordt gerealiseerd in het kader van de Overijsselse Bossenstrategie. Reclamant ziet afwijkingen ten opzichte van de ambitiekaart. Zo geeft de ambitiekaart bij deelgebied 4 de kwalificatie ‘aanleg onder voorwaarden’ en bij deelgebied 3 de ambitie ‘versterking landschap mogelijk’. Er staat niet de kwalificatie bosaanleg mogelijk. Reclamant vraagt Nota van zienswijzen bestemmingsplan “Buitengebied, bosaanplant diverse locaties”

4

zich af of de voorgenomen plannen wel in lijn zijn met de ambitie en de kaders van de provincie Overijssel in de Atlas van Overijssel. e) De nieuwe natuur kan gaan leiden tot (negatieve) externe effecten voor de landbouwpraktijk. Kan de gemeente garanderen dat de aanleg van nieuwe natuur nu en in de toekomst geen negatieve consequenties heeft voor agrarische bedrijven in de gemeente Losser? Reactie gemeente a) Het bestemmingsplan ziet op de wijziging van de agrarische bestemming op particuliere percelen in een bestemming ‘Natuur – Natuur en bos’. Deze wijziging van de bestemming vindt plaats op verzoek van de betreffende eigenaren. Niet wordt ingezien hoe een dergelijk verzoek, waar de gemeente medewerking aan wil verlenen, andere agrariërs in Losser dwingt om intensiever te gaan boeren. De betreffende gronden zijn immers niet in eigendom bij deze andere agrariërs waardoor het omzetten van deze gronden ook geen directe effecten heeft voor de wijze waarop deze agrariërs boeren; b) De gronden zijn bij particulieren in eigendom. Niet alle particuliere eigenaren zijn echter ook agrariërs. Dit zal worden aangepast in de toelichting op het bestemmingsplan. c) Zoals aangegeven in onderdeel a., wordt de bestemming van de gronden op verzoek van de eigenaren gewijzigd. Het is niet aan de gemeente Losser om deze grondeigenaren te compenseren.

Wel is er in het kader van de Overijsselse Bossenstrategie een subsidieregeling voor de afwaardering van de grond en de kosten voor aanleg van het bos. Deze regeling staat echter los van het voorliggende bestemmingsplan. d) De kwalificatie ‘aanleg onder voorwaarden’ en ‘versterking landschap mogelijk’ volgt uit de kaart ‘Zoekgebieden bossenstrategie’. De betreffende kaart heeft slechts een attenderende werking en kent naast deze kwalificaties ook de kwalificatie ‘bosaanleg mogelijk’. Voor percelen met deze kwalificatie hoeft niet meer nader beoordeeld te worden of de aanleg van bos hier gewenst is. Voor de percelen met de andere kwalificaties wordt van geval tot geval beoordeeld of bosaanleg of landschapsversterkende bosstructuren hier passend en gewenst zijn. Daarbij wordt in het beleidsdocument voor de Overijsselse bossenstrategie aangegeven dat bosaanleg ook buiten deze gekwalificeerde gebieden mogelijk is, mits deze bijdragen aan andere doelen en landschappelijk goed zijn in te passen. De provincie Overijssel heeft voor de percelen die onderdeel uitmaken van het bestemmingsplan een beoordeling uitgevoerd en geconstateerd dat de plannen in overeenstemming zijn met de voorwaarden die de Overijsselse Bossenstrategie stelt.

e) Niet wordt ingezien op welke wijze agrarische bedrijven in de gemeente Losser (extra) negatieve consequenties kunnen ondervinden door de bosaanplant waarin het voorliggende bestemmingsplan voorziet. Het betreft hier gronden waarvan op verzoek de agrarische bestemming wijzigt in de bestemming ‘Natuur – Natuur en bos’. Op basis van deze bestemming of gemeentelijk beleid is geen sprake van een externe werking waardoor agrarische bedrijven (extra) beperkt worden. Conclusie De zienswijze leidt tot een wijziging van de toelichting op het bestemmingsplan.

Nota van zienswijzen bestemmingsplan “Buitengebied, bosaanplant diverse locaties”

5

3.

Wijzigingen

Als gevolg van de zienswijzen wordt de volgende wijziging doorgevoerd in de toelichting op het bestemmingsplan: -

In paragraaf 2.1 is het zinsdeel ‘die in eigendom zijn van agrariërs’ verwijderd.

Nota van zienswijzen bestemmingsplan “Buitengebied, bosaanplant diverse locaties”

6

Bestemmingsplan Buitengebied, bosaanplant diverse locaties

Plangegevens Naam: Plantype: IMRO: Status:

Buitengebied, bosaanplant diverse locaties bestemmingsplan NL.IMRO.0168.bp008vzp22ph06-0401 vastgesteld

Datum: Projectnummer:

23AF202

Opdrachtgever:

Opsteller:

Ad Fontem Juridisch Bouwadvies BV Stationsstraat 37 7622 LW BORNE T) 074 – 255 7020 E) info@ad-fontem.nl

Ad Fontem Juridisch Bouwadvies BV | Stationsstraat 37 | 7622 LW Borne | T 074-2557020 | F 074-265967 | E info@ad-fontem.nl

Buitengebied, bosaanplant diverse locaties

Inhoudsopgave

Regels

3

Hoofdstuk 1 Artikel 1 Artikel 2

Inleidende regels Begrippen Wijze van meten

4 4 7

Hoofdstuk 2 Artikel 3 Artikel 4 Artikel 5 Artikel 6 Artikel 7

Bestemmingsregels Natuur - Natuur en bos Waarde - Archeologie 2 Waarde - Archeologie 3 Waarde - Landgoed Waarde - Natuur en landschap

8 8 10 12 14 15

Hoofdstuk 3 Artikel 8 Artikel 9 Artikel 10

Algemene regels Anti-dubbeltelregel Algemene gebruiksregels Algemene afwijkingsregels

16 16 17 18

Hoofdstuk 4 Artikel 11 Artikel 12

Overgangs- en slotregels Overgangsrecht Slotregel

19 19 20

bestemmingsplan Buitengebied, bosaanplant diverse locaties NL.IMRO.0168.bp008vzp22ph06-0401

2

Regels

bestemmingsplan Buitengebied, bosaanplant diverse locaties NL.IMRO.0168.bp008vzp22ph06-0401

3

Hoofdstuk 1 Artikel 1

Inleidende regels

Begrippen

In deze regels wordt verstaan onder: 1.1

plan

Het bestemmingsplan "Buitengebied, bosaanplant diverse locaties" met identificatienummer NL.IMRO.0168.bp008vzp22ph06-0401 van de gemeente gemeente Losser. 1.2

bestemmingsplan

De geometrisch bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels; 1.3

aanduiding

Een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden. 1.4

aanduidingsgrens

De grens van een aanduiding indien het een vlak betreft. 1.5

archeologische waarde

de waarde die van belang is voor de archeologie en voor de kennis van de beschavingsgeschiedenis; 1.6

bebouwing

Eén of meer gebouwen en/of bouwwerken geen gebouwen zijnde. 1.7

bestemmingsgrens

De grens van een bestemmingsvlak. 1.8

bestemmingsvlak

Een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming. 1.9

bouwen

Het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk. 1.10

bouwwerk

Een bouwkundige constructie van enige omvang die direct en duurzaam met de aarde is verbonden. 1.11

cultuurhistorische waarde

de aan een bouwwerk of gebied toegekende waarde, gekenmerkt door het beeld dat is ontstaan door het gebruik dat de mens in de loop van de geschiedenis van dat bouwwerk of dat gebied heeft gemaakt;

bestemmingsplan Buitengebied, bosaanplant diverse locaties NL.IMRO.0168.bp008vzp22ph06-0401

4

1.12

detailhandel

het bedrijfsmatig te koop aanbieden, waaronder begrepen de uitstalling ten verkoop, het verkopen en/of leveren van goederen aan personen die die goederen kopen voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit; 1.13

ecologische waarden

de aan een gebied toegekende waarden die verband houden met de samenhang van dieren en planten en hun leefomgeving en/of tussen dieren en planten onderling; 1.14

extensieve dagrecreatie

die vormen van recreatie die in hoofdzaak zijn gericht op natuur- en landschapsbeleving zoals wandelen en fietsen en die in principe plaatsvinden tussen zonsopgang en zonsondergang en niet gericht zijn op het verstrekken van nachtverblijf; 1.15

gebouw

Elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt. 1.16

kamerverhuur

het in gebruik (laten) hebben en/of (laten) geven van een (gedeelte van een) hoofdgebouw of met het hoofdgebouw verbonden bijbehorende bouwwerken door meer dan één huishouden, waarbij bewoners verblijven in onzelfstandige woonruimten, al dan niet gebruik makend van gemeenschappelijke voorzieningen; 1.17

kampeermiddel

een onderkomen dat naar aard en inrichting is bedoeld voor verblijfsrecreatief gebruik, maar zonder een met de grond verbonden constructie en zonder plaatsgebonden karakter; 1.18

kappen van bomen en houtgewas

het weghalen van een boom en/of houtgewas, waarbij het onderste deel van de stam blijft staan, zodat de boom en/of het houtgewas opnieuw kan uitgroeien; 1.19

landgoed

een groot stuk grond van meerdere hectares, met landerijen, tuinen en daarop vaak een of meerdere landhuizen, een kasteel, grote boerderij of kerk; 1.20

landschappelijke waarde

de aan een gebied toegekende waarde, gekenmerkt door de waarneembare verschijningsvorm van dat gebied; 1.21

Natuurnetwerk Nederland (NNN)

het Nederlands netwerk van bestaande en nieuw aan te leggen natuurgebieden met bestaande en potentiële natuurwaarden van (inter)nationaal belang met als doel de veiligstelling van soorten en ecosystemen; 1.22

overig bouwwerk

Een bouwkundige constructie van enige omvang, geen pand zijnde, die direct en duurzaam met de aarde is verbonden.

bestemmingsplan Buitengebied, bosaanplant diverse locaties NL.IMRO.0168.bp008vzp22ph06-0401

5

1.23

rooien van bomen en/of houtgewas

het compleet, met wortel en al, uit de grond halen van een boom en/of houtgewas; 1.24

seksinrichting

een voor het publiek toegankelijke, besloten ruimte waarin bedrijfsmatig, of in de omvang alsof zij bedrijfsmatig was, seksuele handelingen worden verricht, of vertoningen van erotisch/pornografische aard plaatsvinden. Onder seksinrichting wordt in ieder geval verstaan: een prostitutiebedrijf, alsmede een erotische massagesalon, een seksbioscoop, seksautomatenhal, sekstheater of een parenclub, al dan niet in combinatie met elkaar;

bestemmingsplan Buitengebied, bosaanplant diverse locaties NL.IMRO.0168.bp008vzp22ph06-0401

6

Artikel 2

Wijze van meten

Bij toepassing van deze regels wordt als volgt gemeten: 2.1

de inhoud van een bouwwerk

Tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidingsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen. 2.2

de bouwhoogte van een bouwwerk

Vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een overig bouwwerk met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes, en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen. 2.3

de oppervlakte van een bouwwerk

tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk.

bestemmingsplan Buitengebied, bosaanplant diverse locaties NL.IMRO.0168.bp008vzp22ph06-0401

7

Hoofdstuk 2 Artikel 3 3.1

Bestemmingsregels

Natuur - Natuur en bos

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Natuur - Natuur en bos' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. natuur; b. bossen en bosbouw; c. het behoud, het herstel en de ontwikkeling van de cultuurhistorische, natuurlijke en landschappelijke waarden; d. cultuurgrond, waarbij het behoud, het herstel en de ontwikkeling van de landschappelijke waarden, zoals houtwallen, houtsingels en bosschages, worden nagestreefd; met daaraan ondergeschikt: e. extensieve dagrecreatie; f. bijenkasten; met daarbij behorende: g. gebouwen ten behoeve van het beheer en onderhoud van bos- en natuurgebieden; h. bouwwerken, geen gebouwen zijnde. i. voet- en fietspaden, alsmede overige infrastructurele voorzieningen; j. nutsvoorzieningen; k. waterhuishoudkundige voorzieningen, waaronder waterberging; l. sloten, beken, poelen en daarmee gelijk te stellen water. 3.2

Bouwregels

3.2.1 Gebouwen a. de oppervlakte van een bijenstal bedraagt niet meer dan 10 m2, terwijl de goot- en bouwhoogte respectievelijk ten hoogste 2,5 m en 3 m bedragen; 3.2.2

Overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde

Voor het bouwen van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels: a. de hoogte van erf- en terreinafscheidingen bedraagt ten hoogste 2 m; b. de hoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, bedraagt ten hoogste 5 m. 3.3

Specifieke gebruiksregels

Onder strijdig gebruik met deze bestemming wordt begrepen het gebruik dat afwijkt van de bestemmingsomschrijving, waaronder in ieder geval wordt begrepen: a. het gebruik van gronden en bouwwerken ten behoeve van verblijfsrecreatieve doeleinden; b. het gebruik van de gronden en bouwwerken ten behoeve van detailhandel, anders dan de productiegebonden detailhandel; c. het opslaan van mest en/of andere landbouwproducten, met uitzondering van tijdelijke opslag van landbouwproducten, niet zijnde mest (maximaal zes maanden per jaar); d. het scheuren, het omzetten en/of anderszins ingrijpend wijzigen van gronden ten behoeve van een permanent ander gebruik; e. het aanleggen van drainage. 3.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden a. Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning van de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden uit te voeren: 1. het af- en/of vergraven van gronden;

bestemmingsplan Buitengebied, bosaanplant diverse locaties NL.IMRO.0168.bp008vzp22ph06-0401

8

2. het verwijderen van bomen en/of houtgewas, alsmede de verwijdering van bodem- en oevervegetaties; 3. het aanplanten van bomen en/of houtgewas; 4. het graven, baggeren en/of verdiepen en verbreden van beken, plassen, sloten en/of andere watergangen en/of -partijen; 5. het dempen van beken, sloten en/of andere watergangen en/of -partijen; 6. het aanbrengen van oppervlakteverhardingen; 7. het aanleggen van fiets- en voetpaden; 8. het aanleggen van voorzieningen ten behoeve van extensieve dagrecreatie; 9. het aanleggen van ondergrondse of bovengrondse transport-, energie- en/of communicatieleidingen. b. Het onder a vervatte verbod is niet van toepassing op werken en werkzaamheden, die: 1. het normale (en planmatig) onderhoud betreffen; 2. reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van de inwerkingtreding van dit plan. 3. onderdeel uitmaken van bosaanplant in het kader van de Overijsselse Bossenstrategie; c.

De in lid 3.4, sub a genoemde vergunning kan slechts worden verleend, mits geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de landschappelijke, de natuurlijke, de geomorfologische, cultuurhistorische en de archeologische waarden en er geen significant negatieve aantasting plaatsvindt van de Natura 2000-gebieden Dinkelland en Landgoederen Oldenzaal. d. Indien de vergunning gevolgen kan hebben voor de waterhuishouding, wordt de aanvraag voor de omgevingsvergunning voorgelegd aan het betreffende waterschap met het verzoek de aanvraag te voorzien van een deskundig advies.

bestemmingsplan Buitengebied, bosaanplant diverse locaties NL.IMRO.0168.bp008vzp22ph06-0401

9

Artikel 4 4.1

Waarde - Archeologie 2

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Waarde - Archeologie 2' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemmingen, mede bestemd voor het behoud en de bescherming van de gebieden met een hoge verwachtingswaarde. 4.2

Bouwregels

In het belang van de bescherming en veiligstelling van archeologische waarden en onder de voorwaarde dat de oppervlakte waarop de aanvraag betrekking heeft groter is dan of gelijk is aan 2.000 m² en de activiteit op een grotere diepte dan 0,3 m wordt uitgevoerd: a. dient de aanvrager van een omgevingsvergunning voor het bouwen als bedoeld in de Wabo een rapport te overleggen waarin de archeologische waarde van het terrein dat blijkens de aanvraag zal worden verstoord naar het oordeel van burgemeester en wethouders in voldoende mate is vastgesteld; de verplichting om een archeologisch rapport te overleggen geldt niet voor bouwwerken ter vervanging van bestaande bouwwerken, waarbij de bestaande oppervlakte met niet meer dan 2.000 m2 wordt uitgebreid; b. kunnen aan een omgevingsvergunning als bedoeld in de Wabo de volgende regels worden verbonden: 1. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen, waardoor de archeologische resten in de bodem kunnen worden behouden; 2. de verplichting tot het doen van opgravingen; 3.

de verplichting de oprichting van het bouwwerk te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg die voldoet aan door burgemeester en wethouders bij de vergunning te stellen kwalificaties, tenzij in het rapport als bedoeld onder a naar het oordeel van burgemeester en wethouders is aangetoond dat het bouwwerk waarop de aanvraag betrekking heeft niet zal leiden tot een onevenredige aantasting van archeologische waarden. 4.3

Afwijken van de bouwregels

Er kan worden afgeweken van het bepaalde in lid 4.2, sub a voor de overlegging van het aldaar genoemde archeologische rapport, indien naar het oordeel van het college van burgemeester en wethouders de archeologische waarde van het terrein in andere beschikbare informatie voldoende is vastgesteld. Daarbij maakt de gemeente gebruik van de archeologische advieskaart van RAAP (RAAP-rapport 264: Herinrichting Losser Noord, een archeologische inventarisatie, kartering en advieskaart; juni 1997 en RAAP-rapport 640: Herinrichting Losser-Zuid, provincie Overijssel; een archeologische inventarisatie, kartering en advieskaart; maart 2001). De woorden 'het rapport als bedoeld onder a' in lid 4.2, sub b, onder 3 dienen in dat geval te worden gelezen als 'andere beschikbare informatie'. 4.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden a.

Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning op de in lid 4.1 omschreven gronden de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren: het uitvoeren van grondbewerkingen dieper dan 0,3 m met een oppervlakte groter dan of gelijk aan 2.000 m², zoals afgraven, diepploegen, egaliseren, frezen, aanleg of rooien van bos of boomgaard, aanbrengen van oppervlakteverhardingen, aanleggen van drainage, aanbrengen en verwijderen van funderingen; met dien verstande dat de omgevingsvergunning ook verplicht is voor: gebieden met een kleinere oppervlaktemaat dan 2.000 m² en dieper dan 0,3 m die zijn gelegen binnen een afstand van 50 m uit de bestemming ‘Waarde Archeologie 1‘. b. De in lid 4.4, sub a bedoelde vergunning is niet vereist voor werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden die:

bestemmingsplan Buitengebied, bosaanplant diverse locaties NL.IMRO.0168.bp008vzp22ph06-0401

10

1. plaatsvinden in of op gronden waarvan schriftelijk is aangetoond dat zich ter plekke geen archeologische waarden bevinden; 2. reeds in uitvoering zijn ten tijde van de inwerkingtreding van het plan; 3. de herdrainage, het uitbaggeren van sloten of het normale onderhoud betreffen; 4. mogen worden uitgevoerd krachtens een reeds verleende omgevingsvergunning; 5. op archeologisch onderzoek zijn gericht. c.

De in lid 4.4, sub a genoemde vergunning kan slechts worden verleend indien de plaats waar werken en/of werkzaamheden zullen worden uitgevoerd voldoende archeologisch is onderzocht en vaststaat dat er geen onevenredige afbreuk aan de archeologische en/of cultuurhistorische waarden wordt gedaan, dan wel dat afdoende maatregelen zijn getroffen tot behoud of bescherming van die waarden of de eventuele bodemvondsten naar elders zijn overgebracht. d. Bij de beslissing over de omgevingsvergunning zal worden betrokken de oppervlakte die aantoonbaar reeds eerder door een van de in lid 4.4 sub a genoemde werkzaamheden is verstoord.

bestemmingsplan Buitengebied, bosaanplant diverse locaties NL.IMRO.0168.bp008vzp22ph06-0401

11

Artikel 5 5.1

Waarde - Archeologie 3

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Waarde - Archeologie 3 aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemmingen, mede bestemd voor het behoud en de bescherming van de gebieden met een middelhoge verwachtingswaarde. 5.2

Bouwregels

In het belang van de bescherming en veiligstelling van archeologische waarden en onder de voorwaarde dat de oppervlakte waarop de aanvraag betrekking heeft groter is dan of gelijk is aan 2.500 m² en de activiteit op een grotere diepte dan 0,3 m wordt uitgevoerd: a. dient de aanvrager van een omgevingsvergunning voor het bouwen als bedoeld in de Wabo een rapport te overleggen waarin de archeologische waarde van het terrein dat blijkens de aanvraag zal worden verstoord naar het oordeel van burgemeester en wethouders in voldoende mate is vastgesteld; de verplichting om een archeologisch rapport te overleggen geldt niet voor bouwwerken ter vervanging van bestaande bouwwerken, waarbij de bestaande oppervlakte met niet meer dan 2.500 m2 wordt uitgebreid; b. kunnen aan een omgevingsvergunning als bedoeld in de Wabo de volgende regels worden verbonden: 1. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen, waardoor de archeologische resten in de bodem kunnen worden behouden; 2. de verplichting tot het doen van opgravingen; 3.

de verplichting de oprichting van het bouwwerk te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg die voldoet aan door burgemeester en wethouders bij de vergunning te stellen kwalificaties, tenzij in het rapport als bedoeld onder a naar het oordeel van burgemeester en wethouders is aangetoond dat het bouwwerk waarop de aanvraag betrekking heeft niet zal leiden tot een onevenredige aantasting van archeologische waarden. 5.3

Afwijken van de bouwregels

Er kan worden afgeweken van het bepaalde in lid 5.2, sub a voor de overlegging van het aldaar genoemd archeologische rapport, indien naar het oordeel van het college van burgemeester en wethouders de archeologische waarde van het terrein in andere beschikbare informatie voldoende is vastgesteld. Daarbij maakt de gemeente gebruik van de archeologische advieskaart van RAAP (RAAP-rapport 264: Herinrichting Losser Noord, een archeologische inventarisatie, kartering en advieskaart; juni 1997 en RAAP-rapport 640: Herinrichting Losser-Zuid, provincie Overijssel; een archeologische inventarisatie, kartering en advieskaart; maart 2001). De woorden 'het rapport als bedoeld onder a' in lid 5.2, sub b, onder 3 dienen in dat geval te worden gelezen als 'andere beschikbare informatie'. 5.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden a. Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning op de in lid 5.1 omschreven gronden de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren: het uitvoeren van grondbewerkingen dieper dan 0,3 m met een oppervlakte groter dan of gelijk aan 2.500 m², zoals afgraven, diepploegen, egaliseren, frezen, aanleg of rooien van bos of boomgaard, aanbrengen van oppervlakteverhardingen, aanleggen van drainage, aanbrengen en verwijderen van funderingen.

met dien verstande dat de omgevingsvergunning ook verplicht is voor: gebieden met een kleinere oppervlaktemaat dan 5.000 m² en dieper dan 0,3 m die zijn gelegen binnen een afstand van 50 m uit de bestemming ‘Waarde Archeologie 1 of 2’. b. De in lid 5.4, sub a bedoelde vergunning is niet vereist voor werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden die:

bestemmingsplan Buitengebied, bosaanplant diverse locaties NL.IMRO.0168.bp008vzp22ph06-0401

12

1. plaatsvinden in of op gronden waarvan schriftelijk is aangetoond dat zich ter plekke geen archeologische waarden bevinden; 2. reeds in uitvoering zijn ten tijde van de inwerkingtreding van het plan; 3. de herdrainage, het uitbaggeren van sloten of het normale onderhoud betreffen; 4. mogen worden uitgevoerd krachtens een reeds verleende omgevingsvergunning; 5. op archeologisch onderzoek zijn gericht. c.

De in lid 5.4, sub a genoemde vergunning kan slechts worden verleend indien de plaats waar werken en/of werkzaamheden zullen worden uitgevoerd voldoende archeologisch is onderzocht en vaststaat dat er geen onevenredige afbreuk aan de archeologische en/of cultuurhistorische waarden wordt gedaan, dan wel dat afdoende maatregelen zijn getroffen tot behoud of bescherming van die waarden of de eventuele bodemvondsten naar elders zijn overgebracht. d. Bij de beslissing over de omgevingsvergunning zal worden betrokken de oppervlakte die aantoonbaar reeds eerder door een van de in lid 5.4 sub a genoemde werkzaamheden is verstoord.

bestemmingsplan Buitengebied, bosaanplant diverse locaties NL.IMRO.0168.bp008vzp22ph06-0401

13

Artikel 6 6.1

Waarde - Landgoed

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Waarde - Landgoed' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemmingen, mede bestemd voor het behoud en de bescherming van de cultuurhistorische en andere waarden en elementen, die tezamen de ruimtelijke beheerseenheid van een landgoed vormen. De waarden daarvan bestaan onder meer uit: a. de groenstructuur met lanen en paden; b. cultuurhistorisch waardevolle gebouwen, zoals landhuizen en bijbehorende landgoed-eigen bebouwing, zoals priëlen, koetshuizen en follies; c. waterpartijen; d. bijzondere landschappelijke en cultuurhistorische elementen, zoals houtwallen en schaapsdriften. 6.2

Bouwregels

6.2.1

Gebouwen

Op of in deze gronden mogen uitsluitend gebouwen worden gebouwd ten behoeve van mede op deze gronden liggende bestemming(en). Hiervoor zijn de regels van toepassing van de mede op deze gronden liggende bestemming(en). 6.2.2

Bouwwerken, geen gebouwen zijnde

Op of in deze gronden mogen uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden gebouwd ten behoeve van mede op deze gronden liggende bestemming(en). Hiervoor zijn de regels van toepassing van de mede op deze gronden liggende bestemming(en).

bestemmingsplan Buitengebied, bosaanplant diverse locaties NL.IMRO.0168.bp008vzp22ph06-0401

14

Artikel 7 7.1

Waarde - Natuur en landschap

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Waarde - Natuur en landschap' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemmingen, mede bestemd voor het behoud, herstel of duurzame ontwikkeling van de wezenlijke natuurlijke kenmerken en waarden van het Natuurnetwerk Nederland (NNN), wat in ieder geval de verplichting inhoudt van behoud van areaal, kwaliteit en samenhang van de betrokken gebieden. 7.2

Specifieke gebruiksregels

Onder strijdig gebruik met deze bestemming wordt begrepen het gebruik dat afwijkt van de bestemmingsomschrijving, waaronder in ieder geval wordt begrepen het gebruik van de gronden en bouwwerken voor activiteiten die significante effecten op de natuurlijke waarden zullen of kunnen hebben. 7.3

Afwijken van de gebruiksregels

Bij een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in lid 7.2, maar niet nadat ontheffing is verleend door Gedeputeerde Staten en is voldaan aan de in de Omgevingsverordening gestelde voorwaarden. 7.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden a. Indien en voor zover deze gronden samenvallen met gronden, waarvoor in een andere bestemming een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden is benodigd, geldt dat de daarin genoemde werken en werkzaamheden, voor zover deze althans niet worden uitgevoerd ter realisering of instandhouding van de dubbelbestemming Waarde - Natuur en landschap, uitsluitend toelaatbaar zijn mits door die werken of werkzaamheden tevens geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de wezenlijke natuurlijke kenmerken en waarden als bedoeld in lid 7.1.

bestemmingsplan Buitengebied, bosaanplant diverse locaties NL.IMRO.0168.bp008vzp22ph06-0401

15

Hoofdstuk 3 Artikel 8

Algemene regels

Anti-dubbeltelregel

Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.

bestemmingsplan Buitengebied, bosaanplant diverse locaties NL.IMRO.0168.bp008vzp22ph06-0401

16

Artikel 9 9.1

Algemene gebruiksregels

Algemeen strijdig gebruik

Tot een strijdig gebruik van gronden en bouwwerken wordt in ieder geval gerekend: a. het gebruik en laten gebruiken van de gronden als standplaats voor kampeermiddelen, anders dan waar dit krachtens de bestemming of aanduiding is toegestaan; b. het gebruik en laten gebruiken van de gronden en bouwwerken ten behoeve van een seksinrichting; c. het gebruik en laten gebruiken van de gronden voor de opslag van schroot, afbraak- en bouwmaterialen, anders dan ten behoeve van de uitvoering van krachtens de bestemming toegelaten bouwactiviteiten en werken en werkzaamheden; d. het gebruik van gronden ten behoeve van weekmarkten, jaarmarkten, evenementen, festiviteiten, manifestaties, en horecaterreinen en/of standplaatsen voor detailhandel, indien die activiteiten een aaneengesloten periode van meer dan 14 dagen omvatten; e. het storten van puin en afvalstoffen; f. de stalling en opslag van (aan het oorspronkelijk gebruik onttrokken) voer-, vaar- of vliegtuigen; g. het gebruik en laten gebruiken van de gronden voor het plaatsen en/of aanbrengen van niet-perceelsgebonden handelsreclame en/of reclame voor ideële doeleinden of overtuigingen; h. het gebruik en laten gebruiken van bouwwerken voor kamerverhuur.

bestemmingsplan Buitengebied, bosaanplant diverse locaties NL.IMRO.0168.bp008vzp22ph06-0401

17

Artikel 10

Algemene afwijkingsregels

Bij een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van: a. de bij recht in de regels gegeven afmetingen en percentages, met uitzondering van de oppervlakte- en inhoudsmaten, tot ten hoogste 10% van die afmetingen en percentages; b. het bestemmingsplan ten behoeve van (bouw)projecten voor aanleg van nieuwe en aanpassing van bestaande water- en groenvoorzieningen, alsmede aanpassing van bestaande wegvoorzieningen, mits deze kleinschalig zijn, niet samenhangen met een nieuwe planmatige uitbreiding en mits het karakter van de bestaande voorziening c.q. weg niet verandert; c. het bestemmingsplan ten behoeve van (bouw)projecten voor openbare (nuts)voorzieningen, religieuze voorzieningen, voorzieningen voor het openbaar vervoer of het wegverkeer, alsmede voorzieningen ten behoeve van recreatief medegebruik en natuurbeheer met een maximum oppervlakte van 75 m2, mits: 1. geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan of onevenredige hinder of beperkingen oplevert voor aangrenzende of nabij gelegen functies of bestemmingen; 2. geen sprake is van onevenredige aantasting of afbreuk van natuur en landschap; 3. naar aard en schaal past in de stedenbouwkundige structuur en omgeving;

bestemmingsplan Buitengebied, bosaanplant diverse locaties NL.IMRO.0168.bp008vzp22ph06-0401

18

Hoofdstuk 4 Artikel 11 11.1

Overgangs- en slotregels

Overgangsrecht

Overgangsrecht bouwwerken

a. Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot, 1. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd; 2. na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning voor het bouwen wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan. b. Het bevoegd gezag kan eenmalig in afwijking van het bepaalde in 11.1 sub a een omgevingsvergunning verlenen voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld in het 11.1 sub a met maximaal 10%. c. 11.1 sub a is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan. 11.2

Overgangsrecht gebruik

a. Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet. b. Het is verboden het met het bestemmingsplan strijdige gebruik, bedoeld in 11.2 sub a te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind. c. Indien het gebruik, bedoeld in 11.2 sub a na het tijdstip van inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten. d. 11.2 sub a is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan.

bestemmingsplan Buitengebied, bosaanplant diverse locaties NL.IMRO.0168.bp008vzp22ph06-0401

19

Artikel 12

Slotregel

Deze regels worden aangehaald als: Regels van het bestemmingsplan: Buitengebied, bosaanplant diverse locaties.

bestemmingsplan Buitengebied, bosaanplant diverse locaties NL.IMRO.0168.bp008vzp22ph06-0401

20

DEELGEBIED 1

LEGENDA Plangebied Bestemmingsplangrens

Enkelbestemmingen Natuur - Natuur en Bos

N-NAT

Dubbelbestemmingen Waarde - Archeologie 2

WR-A2

WR-A2

Verklaring Topografische gegevens en bestaande ondergrond

N-NAT

Ligging plangebied

Plangebied

WR-A2

GEMEENTE LOSSER Bestemmingsplan: schaal 1:1000

datum:

vastgesteld

03-09-2024

tervisielegging:

MM

get:

ontwerp

01-12-2023

MM

12-10-2023

MM

voorontwerp

Bossenstrategie, Losser code: 23af202

status:

concept formaat: A3

NL.IMRO.0168.bp008vzp22ph06-0401

kaart: ---

Stationsstraat 37 7622 LW Borne

email: info@ad-fontem.nl

tel: 074- 255 70 20

internet: www.ad-fontem.nl

DEELGEBIED 2

LEGENDA Plangebied Bestemmingsplangrens

Enkelbestemmingen Natuur - Natuur en Bos

N-NAT

Dubbelbestemmingen Waarde - Archeologie 2

WR-A2

WR-A2

Verklaring Topografische gegevens en bestaande ondergrond

Ligging plangebied

Plangebied WR-A2 N-NAT

GEMEENTE LOSSER Bestemmingsplan: schaal 1:1000

datum:

vastgesteld

03-09-2024

tervisielegging:

MM

get:

ontwerp

01-12-2023

MM

12-10-2023

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Losser&id=208c01b2-c45a-4b6d-9c12-9f17b2550496