Bestemmingsplan Buitengebied div. locaties
Tekst van het document
Bestemmingsplan Buitengebied, bosaanplant diverse locaties
Plangegevens Naam: Plantype: IMRO: Status:
Buitengebied, bosaanplant diverse locaties bestemmingsplan NL.IMRO.0168.bp008vzp22ph06-0401 vastgesteld
Datum: Projectnummer:
23AF202
Opdrachtgever:
Opsteller:
Ad Fontem Juridisch Bouwadvies BV Stationsstraat 37 7622 LW BORNE T) 074 – 255 7020 E) info@ad-fontem.nl
Ad Fontem Juridisch Bouwadvies BV | Stationsstraat 37 | 7622 LW Borne | T 074-2557020 | F 074-265967 | E info@ad-fontem.nl
Buitengebied, bosaanplant diverse locaties
Inhoudsopgave
Toelichting
3
Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1 Aanleiding 1.2 Ligging en begrenzing plangebied 1.3 Vigerend bestemmingsplan 1.4 De bij het plan behorende stukken 1.5 Leeswijzer
3 3 3 11 14 15
Hoofdstuk 2 Het plan 2.1 Huidige situatie 2.2 Toekomstige situatie
16 16 18
Hoofdstuk 3 Beleid 3.1 Rijksbeleid 3.2 Provinciaal beleid Overijssel 3.3 Gemeentelijk beleid
19 19 20 34
Hoofdstuk 4 Omgevingsaspecten 4.1 Vormvrije m.e.r.-beoordeling 4.2 Bodem 4.3 Water 4.4 Ecologie 4.5 Archeologie en Cultuurhistorie 4.6 Overige omgevingsaspecten
39 39 40 40 42 44 45
Hoofdstuk 5 Juridische toelichting 5.1 Planopzet en systematiek 5.2 Toelichting op de regels
46 46 46
Hoofdstuk 6
49
Economische uitvoerbaarheid
Hoofdstuk 7 Maatschappelijke uitvoerbaarheid 7.1 Vooroverleg 7.2 Zienswijzen
50 50 50
bestemmingsplan Buitengebied, bosaanplant diverse locaties NL.IMRO.0168.bp008vzp22ph06-0401
2
Toelichting Hoofdstuk 1 1.1
Inleiding
Aanleiding
De initiatiefnemers willen bosontwikkeling realiseren op meerdere percelen in de gemeente Losser. Deze bosontwikkeling wordt gerealiseerd in het kader van de Overijsselse Bossenstrategie, welke een nadere uitwerking is van de landelijke Bossenstrategie. De ambitie van de Bossenstrategie is dat er in Nederland in 2030 10% meer bos is. Bosuitbreiding is nodig om de klimaatdoelen te realiseren (vastlegging van koolstof) en draagt bovendien bij aan verhoging van de biodiversiteit en aan een gezondere leefomgeving. Ook het compenseren van de bomenkap die nodig was voor natuurherstel binnen de Natura 2000-gebieden is één van de doelen. Om het nieuwe bos voor de toekomst veilig te stellen, willen de initiatiefnemers de bestemming van de betreffende percelen laten wijzigen van 'Agrarisch' naar 'Natuur - Natuur en Bos'. Voorliggend bestemmingsplan voorziet de betreffende percelen van de gewenste bestemming.
1.2
Ligging en begrenzing plangebied
Algemeen Het plangebied bestaat uit verschillende percelen gelegen binnen het grondgebied van de gemeente Losser. Alvorens wordt ingegaan op de ligging en begrenzing van de betreffende percelen, is onderscheid gemaakt in vier deelgebieden. Per deelgebied is de ligging en begrenzing in de onderstaande alinea's beschreven. Deelgebied 1 Ligging Dit deelgebied ligt in het buitengebied ten zuidwesten van de kern Overdinkel en ten noorden van de stad Gronau en de Tiekenveenweg. De globale ligging van dit deelgebied (rode ster) is in figuur 1.1 weergegeven.
bestemmingsplan Buitengebied, bosaanplant diverse locaties NL.IMRO.0168.bp008vzp22ph06-0401
3
Figuur 1.1: globale ligging deelgebied 1 (bron: Google Maps) Begrenzing De begrenzing van deelgebied 1 is weergegeven in figuur 1.2. Het deelgebied bestaat uit één perceel en staat kadastraal bekend als gemeente Losser, sectie Q, perceelnummer 1945. De begrenzing (rood omkaderd) is in figuur 1.2 weergegeven. Het perceel wordt aan de noordzijde begrensd door agrarische gronden, aan de westzijde door een woonfunctie, aan de zuidzijde door een agrarisch bedrijf en bijbehorende agrarische gronden en aan de oostzijde wordt het perceel begrensd door natuur en bos. Zie de verbeelding voor de exacte begrenzing van deelgebied 1.
bestemmingsplan Buitengebied, bosaanplant diverse locaties NL.IMRO.0168.bp008vzp22ph06-0401
4
Figuur 1.2: begrenzing deelgebied 1 (bron: kadastralekaart.com) Deelgebied 2 Ligging Dit deelgebied grenst aan de noordoostzijde van de kern Losser, ten oosten van het sportcomplex van SV Losser en direct grenzend aan het Roggenkamppad en de Gildehauserweg. In figuur 1.3 is de globale ligging (rode ster) van dit deelgebied weergegeven.
bestemmingsplan Buitengebied, bosaanplant diverse locaties NL.IMRO.0168.bp008vzp22ph06-0401
5
Figuur 1.3: globale ligging deelgebied 2 (bron: Google Maps) Begrenzing De begrenzing van deelgebied 2 is weergegeven in figuur 1.4. Het deelgebied bestaat uit een gedeelte van de percelen die kadastraal bekend staan als gemeente Losser, sectie H, perceelnummers 9347, 9346 en 6047. In figuur 1.4 is de begrenzing (rood omkaderd) weergegeven. Zoals beschreven wordt deelgebied 2 aan de westzijde begrensd door het sportcomplex van SV Losser, aan de noordzijde door agrarische gronden, aan de zuid- en oostzijde door een agrarisch bedrijf met bijbehorende agrarische gronden. Zie de verbeelding voor de exacte begrenzing van deelgebied 2.
bestemmingsplan Buitengebied, bosaanplant diverse locaties NL.IMRO.0168.bp008vzp22ph06-0401
6
Figuur 1.4: begrenzing deelgebied 2 (bron: kadastralekaart.com) Deelgebied 3 Ligging Dit deelgebied ligt ten noorden van de Lutterzandweg en ten westen van het omleidingskanaal dat uitmondt in de Dinkel. Het betreffende gebied ligt in de nabijheid van Landgoed 'Jachthuis Het Meuleman'. In figuur 1.5 is de globale ligging (rode ster) van dit deelgebied weergegeven.
bestemmingsplan Buitengebied, bosaanplant diverse locaties NL.IMRO.0168.bp008vzp22ph06-0401
7
Figuur 1.5: globale ligging deelgebied 3 (bron: Google Maps) Begrenzing De begrenzing van deelgebied 3 bestaat uit een deel van het perceel dat kadastraal bekend staat als gemeente Losser, sectie P en perceelnummer 573. In figuur 1.6 is de begrenzing (rood omkaderd) weergegeven. Dit deelgebied wordt aan de zuid-, oost- en westzijde begrensd door bos. Zie de verbeelding voor de exacte begrenzing van deelgebied 2.
bestemmingsplan Buitengebied, bosaanplant diverse locaties NL.IMRO.0168.bp008vzp22ph06-0401
8
Figuur 1.6: begrenzing deelgebied 3 (bron: www.ruimtelijkeplannen.nl) Deelgebied 4 Ligging Dit deelgebied bevindt zich langs de Beuningerstraat, gelegen in het buitengebied tussen de kernen de Lutte en Denekamp. In figuur 1.7 is de globale ligging (rode ster) weergegeven.
bestemmingsplan Buitengebied, bosaanplant diverse locaties NL.IMRO.0168.bp008vzp22ph06-0401
9
Figuur 1.7: globale ligging deelgebied 4 (bron: Google Maps) Begrenzing De begrenzing van deelgebied 4 bestaat uit meerdere delen van verschillende percelen die kadastraal bekend staan als gemeente Losser, sectie A, perceelnummers 474, 2477,3764 en 3767. In figuur 1.8 is de begrenzing (rood omkaderd) weergegeven. Het deelgebied wordt aan de westzijde begrensd door de Beuningerstraat. Verder grenzen de percelen aan agrarische gronden of bestaande landschapselementen. Zie de verbeelding voor de exacte begrenzing van deelgebied 4.
Figuur 1.8: begrenzing deelgebied 4 (bron: www.ruimtelijkeplannen.nl)
bestemmingsplan Buitengebied, bosaanplant diverse locaties NL.IMRO.0168.bp008vzp22ph06-0401
10
1.3
Vigerend bestemmingsplan
Voor zowel deelgebied 1 als deelgebied 2, 3 en 4 is het bestemmingsplan 'Buitengebied' van toepassing, vastgesteld op 19 maart 2013 door de gemeenteraad van gemeente Losser. Door de jaren heen zijn er meerdere veeg- en verzamelplannen vastgesteld. Waarvan de meest actuele de 'Partiële herziening Buitengebied, verzamelplan 2022' betreft, vastgesteld op 16 mei 2023. Voor de betreffende percelen in dit plan zijn geen wijzigingen in de verbeelding aangebracht ten opzichte van het bestemmingsplan 'Buitengebied', wel zijn er enige wijzigingen aangebracht in de planregels met het vaststellen van het voorgenoemde verzamelplan. Hierom wordt in voorliggend plan de verbeelding van het bestemmingsplan 'Buitengebied' aangehouden, voor de regels wordt uitgegaan van de meest recente wijzigingen zoals vastgelegd in het verzamelplan 'Partiële herziening Buitengebied, verzamelplan 2022'. In onderstaande figuren zijn fragmenten uit de verbeelding van het bestemmingsplan 'Buitengebied' weergegeven, voor alle deelgebieden' die de geldende (dubbel)bestemmingen en aanduidingen binnen het deelgebied laten zien. Tevens wordt per deelgebied ingegaan op deze bestemmingen en aanduidingen.
Figuur 1.9: uitsnede verbeelding geldend bestemmingsplan voor deelgebied 1 (bron: ruimtelijkeplannen.nl Voor deelgebied 1 geldt de bestemming 'Agrarisch - 1', gronden met deze bestemming zijn in hoofdzaak bedoeld voor het agrarisch gebruik. Tevens ligt de dubbelbestemming 'Waarde Archeologie 2' op het deelgebied. Daarmee zijn de gronden naast het agrarisch gebruik, tevens bestemd voor het behoud en de bescherming van de gebieden met een hoge verwachtingswaarde.
bestemmingsplan Buitengebied, bosaanplant diverse locaties NL.IMRO.0168.bp008vzp22ph06-0401
11
Figuur 1.10: uitsnede verbeelding geldend bestemmingsplan voor deelgebied 2 (bron: ruimtelijkeplannen.nl Voor deelgebied 2 geldt de bestemming 'Agrarisch - 2', gronden met deze bestemming zijn in hoofdzaak bedoeld voor het agrarisch gebruik. Tevens ligt de dubbelbestemming 'Waarde Archeologie 2' op het deelgebied. Daarmee zijn de gronden naast het agrarisch gebruik, tevens bestemd voor het behoud en de bescherming van de gebieden met een hoge verwachtingswaarde. Tot slot is de dubbelbestemming 'Waarde - Natuur en landschap' opgenomen binnen deelgebied 2. Gronden met deze dubbelbestemming zijn mede bestemd voor het behoud, herstel of de duurzame ontwikkeling van de wezenlijke natuurlijke kenmerken en waarden van de voormalige ecologische hoofdstructuur (EHS), tegenwoordig Natuurnetwerk Nederland genoemd (NNN).
bestemmingsplan Buitengebied, bosaanplant diverse locaties NL.IMRO.0168.bp008vzp22ph06-0401
12
Figuur 1.11: uitsnede verbeelding geldend bestemmingsplan voor deelgebied 3 (bron: ruimtelijkeplannen.nl Voor deelgebied 3 geldt de bestemming 'Agrarisch - 2', gronden met deze bestemming zijn in hoofdzaak bedoeld voor het agrarisch gebruik. Tevens ligt de dubbelbestemming 'Waarde Archeologie 3' op het deelgebied. Daarmee zijn de gronden naast het agrarisch gebruik, tevens bestemd voor het behoud en de bescherming van de gebieden met een middelhoge verwachtingswaarde.Ook is de dubbelbestemming 'Waarde - Natuur en landschap' opgenomen binnen deelgebied 3. Gronden met deze dubbelbestemming zijn mede bestemd voor het behoud, herstel of de duurzame ontwikkeling van de wezenlijke natuurlijke kenmerken en waarden van de voormalige ecologische hoofdstructuur (EHS), tegenwoordig Natuurnetwerk Nederland genoemd (NNN). Tot slot geldt nog de dubbelbestemming 'Waarde Landgoed' binnen deelgebied 3. Gronden met deze dubbelbestemming zijn mede bestemd voor het behoud en de bescherming van de cultuurhistorische en andere waarden en elementen, die tezamen de ruimtelijke beheerseenheid van een landgoed vormen.
bestemmingsplan Buitengebied, bosaanplant diverse locaties NL.IMRO.0168.bp008vzp22ph06-0401
13
Figuur 1.12: uitsnede verbeelding geldend bestemmingsplan voor deelgebied 4 (bron: ruimtelijkeplannen.nl) Voor deelgebied 4 geldt de bestemming 'Agrarisch - 2', gronden met deze bestemming zijn in hoofdzaak bedoeld voor het agrarisch gebruik. Tevens ligt de dubbelbestemming 'Waarde Archeologie 2' op het deelgebied. Daarmee zijn de gronden naast het agrarisch gebruik, tevens bestemd voor het behoud en de bescherming van de gebieden met een hoge verwachtingswaarde. Aan alle deelgebieden zijn een of meerdere gebiedsaanduidingen toegekend (zie figuur 1.9 t/m 1.12). Voor de gronden die binnen een aanduiding liggen, gelden extra regels die zijn opgenomen in Artikel 48 Algemene aanduidingsregels in het bestemmingsplan 'Partiële herziening Buitengebied, verzamelplan 2022'. Om het nieuwe bos ook voor de toekomst veilig te stellen, willen de initiatiefnemers de bestemming van de betreffende percelen laten wijzigen van 'Agrarisch - 1' en 'Agrarisch - 2' naar 'Natuur - Natuur en Bos'. Omdat deze functiewijziging niet bij recht mogelijk is in het vigerende bestemmingsplan en er geen afwijkingsbevoegdheid of wijzigingsbevoegdheid is opgenomen, is een bestemmingsplanherziening noodzakelijk.
1.4
De bij het plan behorende stukken
Het onderhavige bestemmingsplan 'Buitengebied, bosaanplant diverse locaties' bestaat naast deze toelichting uit de volgende stukken. Verbeelding (identificatie NL.IMRO.0168.bp008vzp22ph06-0401); Bijlagen bij de toelichting; Regels; Bijlagen bij de regels.
bestemmingsplan Buitengebied, bosaanplant diverse locaties NL.IMRO.0168.bp008vzp22ph06-0401
14
1.5
Leeswijzer
De toelichting van het bestemmingsplan kent de volgende opbouw. In hoofdstuk 2 worden de huidige situatie en het te realiseren plan beschreven. Hoofdstuk 3 schetst het beleidskader. In hoofdstuk 4 worden de resultaten van de uitgevoerde omgevingsonderzoeken behandeld. In hoofdstuk 5 wordt het bestemmingsplan in juridisch opzicht toegelicht. In hoofdstuk 6 wordt ingegaan op de economische uitvoerbaarheid en in hoofdstuk 7 wordt ten slotte de maatschappelijke uitvoerbaarheid belicht.
bestemmingsplan Buitengebied, bosaanplant diverse locaties NL.IMRO.0168.bp008vzp22ph06-0401
15
Hoofdstuk 2 2.1
Het plan
Huidige situatie
In de huidige situatie zijn de betreffende gronden in gebruik als weiland. In de onderstaande figuren (figuur 2.1 t/m 2.4) is de huidige situatie van de deelgebieden in vogelvlucht weergegeven. Deelgebied 1
Figuur 2.1: deelgebied 1 in vogelvlucht (bron: Cyclomedia, street smart) Deelgebied 2
bestemmingsplan Buitengebied, bosaanplant diverse locaties NL.IMRO.0168.bp008vzp22ph06-0401
16
Figuur 2.2: deelgebied 2 in vogelvlucht (bron: Cyclomedia, street smart) Deelgebied 3
Figuur 2.3: deelgebied 3 in vogelvlucht (bron: Cyclomedia, street smart) Deelgebied 4
bestemmingsplan Buitengebied, bosaanplant diverse locaties NL.IMRO.0168.bp008vzp22ph06-0401
17
Figuur 2.4: deelgebied 4 in vogelvlucht (bron: Cyclomedia, street smart)
2.2
Toekomstige situatie
Middels voorliggende bestemmingsplanherziening worden de in de figuren 1.2, 1,4, 1,6, 1,8 rood omkaderde gronden voorzien van de bestemming 'Natuur - Natuur en Bos', om het aanplanten van nieuw bos mogelijk te maken. Zoals reeds beschreven wordt deze bosontwikkeling gerealiseerd in het kader van de Overijsselse Bossenstrategie, welke een nadere uitwerking is van de landelijke Bossenstrategie van het Rijk. De ambitie van de Bossenstrategie is dat er in Nederland in 2030 10% meer bos is. Bij de aanleg van het bos wordt ingespeeld op een zo hoog mogelijke toekomstbestendigheid door middel van groepsgewijze aanplant van zowel struikvormers als bomen en daarmee menging in soorten. Tevens wordt rekening gehouden met het creëren van natuurlijke bosranden. Door hier goed rekening mee te houden kan er op langere termijn een structuurrijk bos worden ontwikkeld. Er wordt daarbij aangesloten op de omliggende bossen en natuurgebieden en ingezet op versterking van deze gebieden.
bestemmingsplan Buitengebied, bosaanplant diverse locaties NL.IMRO.0168.bp008vzp22ph06-0401
18
Hoofdstuk 3
Beleid
3.1
Rijksbeleid
3.1.1
Nationale Omgevingsvisie (NOVI)
De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) biedt een duurzaam perspectief voor de Nederlandse leefomgeving. Hiermee kunnen we inspelen op de grote uitdagingen die voor ons liggen. De NOVI biedt een kader, geeft richting en maakt keuzes waar dat kan. Tegelijkertijd is er ruimte voor regionaal maatwerk en gebiedsgerichte uitwerking. Omdat de verantwoordelijkheid voor het omgevingsbeleid voor een groot deel bij provincies, gemeenten en waterschappen ligt, kunnen inhoudelijke keuzes in veel gevallen het beste regionaal worden gemaakt. Met de NOVI zet de Rijksoverheid een proces in gang waarmee keuzes voor onze leefomgeving sneller en beter gemaakt kunnen worden. Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 brengt de NOVI de langetermijnvisie in beeld. Op nationale belangen wil het Rijk sturen en richting geven. Die komen samen in vier prioriteiten: Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie; Duurzaam economisch groeipotentieel; Sterke en gezonde steden en regio's; Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. De druk op de fysieke leefomgeving in Nederland is zo groot, dat belangen soms botsen. Het streven vanuit de NOVI is combinaties te maken en win-win situaties te creëren. Soms zijn er scherpe keuzes nodig en moeten belangen worden afgewogen.
Hiertoe gebruikt de NOVI drie afwegingsprincipes: Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies: In het verleden is scheiding van functies vaak te rigide gehanteerd. Met de NOVI wordt gezocht naar maximale combinatiemogelijkheden tussen functies, gericht op een efficiënt en zorgvuldig gebruik van de ruimte; Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal: wat de optimale balans is tussen bescherming en ontwikkeling, tussen concurrentiekracht en leefbaarheid, verschilt van gebied tot gebied. Sommige opgaven en belangen wegen in het ene gebied zwaarder dan in het andere; Afwentelen wordt voorkomen: het is van belang dat de leefomgeving zoveel mogelijk voorziet in mogelijkheden en behoeften van de huidige generatie van inwoners zonder dat dit ten koste gaat van die van toekomstige generaties. Conclusie Middels voorliggende bestemmingsplan worden de agrarische bestemmingen van de gronden in het plangebied gewijzigd naar de bestemming 'Natuur - Natuur en Bos' ten behoeve van bosontwikkeling in het kader van de Overijsselse Bossenstrategie. De bosontwikkeling levert een bijdrage aan een gezonde leefomgeving voor de huidige- en toekomstige generaties. Tevens levert de ontwikkeling een bijdrage aan een goede klimaatadaptatie en aan het verwezenlijken van de doelen van het Rijk om meer bos te realiseren.
Geconcludeerd wordt dat voorliggend bestemmingsplan in overeenstemming is met de NOVI. 3.1.2
Ladder voor duurzame verstedelijking
Artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) schrijft voor dat van een nieuwe 'stedelijke ontwikkeling' die in een bestemmingsplan wordt mogelijk gemaakt moet worden aangetoond dat er sprake is van een behoefte. De toelichting bij het bestemmingsplan bevat daartoe een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling. Indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, bevat een toelichting tevens een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien. Dit wordt de 'Ladder Duurzame Verstedelijking' genoemd. De beschrijving van de behoefte aan de betreffende, 'stedelijke ontwikkeling', moet inzichtelijk maken of, in relatie tot het bestaande aanbod, concreet behoefte bestaat aan de desbetreffende ontwikkeling. Die behoefte moet dan worden afgewogen tegen het bestaande
bestemmingsplan Buitengebied, bosaanplant diverse locaties NL.IMRO.0168.bp008vzp22ph06-0401
19
aanbod, waarbij moet worden gemotiveerd dat rekening is gehouden met het voorkomen van leegstand. De stappen schrijven geen vooraf bepaald resultaat voor, omdat het optimale resultaat moet worden beoordeeld door het bevoegd gezag dat de regionale en lokale omstandigheden kent en de verantwoordelijkheid draagt voor de ruimtelijke afweging met betrekking tot die ontwikkeling.
Toets Of er sprake is van een stedelijke ontwikkeling wordt bepaald door de aard en omvang van de ontwikkeling in relatie tot de omgeving. Onder stedelijke ontwikkeling wordt verstaan: ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen. Ingevolge de jurisprudentie wordt onder 'andere stedelijke voorzieningen' o.a. verstaan: accommodaties voor maatschappelijke functies (zoals een school, zorgcomplex, sportfaciliteiten of een crematorium), accommodaties voor cultuur (zoals een museum) en accommodaties voor recreatie. Met voorliggend plan wordt op meerdere locaties agrarische grond omgevormd naar natuur/bos. Er wordt met voorliggend plan geen bebouwing, bouwwerk of uitbreiding van een stedelijke functie gerealiseerd. De aanleg van bos kan niet worden aangemerkt als (andere) stedelijke ontwikkeling in de zin van artikel 1.1.1. sub i van het Bro. De ladder voor duurzame verstedelijking is derhalve niet van toepassing.
3.2
Provinciaal beleid Overijssel
3.2.1
Omgevingsvisie Overijssel
De Omgevingsvisie Overijssel geeft de provinciale visie op de fysieke leefomgeving van Overijssel weer. Hierin worden onderwerpen als ruimtelijke ordening, milieu, water, verkeer en vervoer, ondergrond en natuur aangehaald in samenhang voor een duurzame ontwikkeling van de leefomgeving. De Omgevingsvisie is onder andere een structuurvisie onder de Wet ruimtelijke ordening. Duurzaamheid, ruimtelijke kwaliteit en sociale kwaliteit zijn de leidende principes of 'rode draden' bij alle initiatieven in de fysieke leefomgeving in de provincie Overijssel. 3.2.2
Omgevingsverordening Overijssel
De provincie beschikt over een palet aan instrumenten waarmee zij haar ambities realiseert. Het gaat er daarbij om steeds de meest optimale mix van instrumenten toe te passen, zodat effectief en efficiënt resultaat wordt geboekt voor alle ambities en doelstellingen van de Omgevingsvisie. De keuze voor inzet van deze instrumenten is bepaald aan de hand van een aantal criteria. In de Omgevingsvisie is bij elke beleidsambitie een realisatieschema opgenomen waarin is aangegeven welke instrumenten de provincie zal inzetten om de verschillende onderwerpen van provinciaal belang te realiseren. Eén van de instrumenten om het beleid uit de Omgevingsvisie te laten doorwerken is de Omgevingsverordening Overijssel van de provincie Overijssel. De Omgevingsverordening is het provinciaal juridisch instrument dat wordt ingezet voor die onderwerpen waarvoor de provincie eraan hecht dat de doorwerking van het beleid van de Omgevingsvisie juridisch geborgd is. 3.2.3
Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel
De opgaven, kansen, beleidsambities en ruimtelijke kwaliteitsambities voor de provincie zijn in de Omgevingsvisie Overijssel geschetst in ontwikkelingsperspectieven voor de groene omgeving en stedelijke omgeving. Om de ambities van de provincie waar te maken, bevat de Omgevingsvisie een uitvoeringsmodel. Dit model is gebaseerd op drie niveaus, te weten: generieke beleidskeuzes; ontwikkelingsperspectieven; gebiedskenmerken. Deze begrippen worden hieronder nader toegelicht.
bestemmingsplan Buitengebied, bosaanplant diverse locaties NL.IMRO.0168.bp008vzp22ph06-0401
20
Generieke beleidskeuzes Generieke beleidskeuzes zijn keuzes die bepalend zijn voor de vraag of ontwikkelingen mogelijk zijn. In deze fase wordt beoordeeld of er sprake is van een behoefte aan een bepaalde voorziening. Ook wordt in deze fase het zgn. principe van zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik gehanteerd. Hierin komt er kort gezegd op neer dat eerst bestaand bebouwd gebied wordt benut, voordat er uitbreiding in de groene omgeving kan plaatsvinden. Andere generieke beleidskeuzes betreffen de reserveringen voor waterveiligheid, randvoorwaarden voor externe veiligheid, grondwaterbeschermingsgebieden, bescherming van de ondergrond (aardkundige en archeologische waarden), landbouwontwikkelingsgebieden voor intensieve veehouderij, begrenzing van Nationale Landschappen, Natura 2000-gebieden, Natuurnetwerk Nederland en verbindingszones enzovoorts. De generieke beleidskeuzes zijn veelal normstellend en verankerd in de Omgevingsverordening Overijssel. Ontwikkelingsperspectieven Als uit de beoordeling in het kader van de generieke beleidskeuzes blijkt dat de voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling aanvaardbaar is, vindt een toets plaats aan de ontwikkelingsperspectieven. In de Omgevingsvisie is een spectrum van zes ontwikkelingsperspectieven beschreven voor de groene en stedelijke omgeving.
Met dit spectrum geeft de provincie ruimte voor het realiseren van de in de visie beschreven beleidsen kwaliteitsambities. De ontwikkelingsperspectieven geven richting aan wat waar ontwikkeld zou kunnen worden. Daar waar generieke beleidskeuzes een geografische begrenzing hebben, zijn ze consistent doorvertaald in de ontwikkelingsperspectieven. Gebiedskenmerken Op basis van gebiedskenmerken in vier lagen (natuurlijke laag, laag van het agrarisch cultuurlandschap, stedelijke laag en lust- en leisurelaag) gelden specifieke kwaliteitsvoorwaarden en –opgaven voor ruimtelijke ontwikkelingen. Het is de vraag 'hoe' een ontwikkeling invulling krijgt. Aan de hand van de drie genoemde niveaus kan worden bezien of een ruimtelijke ontwikkeling mogelijk is en er behoefte aan is, waar het past in de ontwikkelingsvisie en hoe het uitgevoerd kan worden.
bestemmingsplan Buitengebied, bosaanplant diverse locaties NL.IMRO.0168.bp008vzp22ph06-0401
21
Figuur 3.1: Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel (Bron: provincie Overijssel) Toetsing van het initiatief aan de uitgangspunten Omgevingsvisie Overijssel Indien het concrete initiatief wordt getoetst aan de Omgevingsvisie Overijssel ontstaat globaal het volgende beeld. Generieke beleidskeuzes Of een ontwikkeling mogelijk is, wordt bepaald op basis van generieke beleidskeuzes. Voor onderhavig geval worden de volgende beleidskeuzes van belang geacht: artikel 2.1.4 Toekomstbestendigheid In de toelichting op bestemmingsplannen waarin provinciale belangen in geding zijn wordt aannemelijk gemaakt dat de nieuwe ontwikkelingen die het bestemmingsplan mogelijk maakt en die niet bedoeld zijn voor tijdelijk gebruik, toekomstbestendig zijn en dus: de mogelijkheden van toekomstige generaties om in hun behoeften te voorzien niet in gevaar brengen; duurzaam en evenwichtig bijdragen aan het welzijn van mensen, economische welvaart en het beheer van natuurlijke voorraden; ook op lange termijn toegevoegde waarde hebben Doorwerking voor voorliggend plan: Met het aanplanten van bos binnen het plangebied wordt een bijdrage geleverd aan de toekomstbestendigheid van het landelijk gebied en het welzijn van zowel mens als dier. De nieuwe aanplant zal tijd nodig hebben om tot volwassing te komen.
Over de langere termijn zal het aangeplante bos zich vormen en meer ruimte bieden aan verschillende soorten flora en fauna. Tevens vangen de te planten bomen stikstof op, waardoor plaatselijk de luchtkwaliteit zal verbeteren, dit ook op de langere termijn. Gelet op het vorenstaande wordt geconcludeerd dat voorliggende ontwikkeling voldoet aan het principe van toekomstbestendigheid opgenomen in artikel 2.1.4 uit de omgevingsverordening van provincie Overijssel.
bestemmingsplan Buitengebied, bosaanplant diverse locaties NL.IMRO.0168.bp008vzp22ph06-0401
22
artikel 2.1.5 Ruimtelijke kwaliteit In de toelichting op bestemmingsplannen wordt onderbouwd dat de nieuwe ontwikkelingen die het bestemmingsplan mogelijk maakt, bijdragen aan het versterken van de ruimtelijke kwaliteit conform de geldende gebiedskenmerken. Doorwerking voor voorliggend plan: Bij het aanplanten van bos wordt rekening gehouden met de aanwezige landschappelijke kenmerken ter plaatse. De locaties zijn zorgvuldig gekozen. De nieuwe bosgebieden sluiten aan op de bestaande natuurlijke structuren (o.a. Natura 2000 en NNN). Gelet op het vorenstaande wordt geconcludeerd dat voorliggende ontwikkeling voldoet aan artikel 2.1.5 uit de omgevingsverordening van provincie Overijssel. Ontwikkelingsperspectieven De opgaven, kansen, beleidsambities en ruimtelijke kwaliteitsambities voor de provincie zijn geschetst in ontwikkelingsperspectieven voor de groene omgeving en stedelijke omgeving. In dit geval zijn uitsluitend de ontwikkelingsperspectieven voor de landelijke omgeving van belang. Dit i.v.m. de ligging van het plangebied in landelijk gebied. Hierna wordt per deelgebied (zie figuur 1.2, 1.4, 1.6 en 1.8) het geldende ontwikkelingsperspectief beschreven. Deelgebied 1 In figuur 3.2 is een uitsnede opgenomen van de ontwikkelingsperspectievenkaart uit de omgevingsvisie van provincie Overijssel, waarop deelgebied 1 globaal is weergegeven (zie rode markering).
Het geldende ontwikkelingsperspectief is 'Wonen en werken in het kleinschalige mixlandschap'.
Figuur 3.2: Fragment ontwikkelingsperspectievenkaart (bron: provincie Overijssel) In dit ontwikkelingsperspectief wordt er gericht op het in harmonie met elkaar ontwikkelen van diverse functies in het buitengebied. Aan de ene kant melkveehouderij, akkerbouw en opwekking van hernieuwbare energie als belangrijke vormen van landgebruik. Aan de andere kant gebruik voor natuur, recreatie, wonen en andere bedrijvigheid. De ontwikkelingsmogelijkheden voor de landbouw, maar ook die voor de andere sectoren, moeten in dit ontwikkelingsperspectief nadrukkelijk worden verbonden met behoud en versterking van cultuurhistorische, natuurlijke en landschapselementen. Toets De plannen van initiatiefnemers doen geen afbreuk aan het eigen karakter van het gebied en leveren geen extra belemmeringen op voor bestaande functies in de omgeving. Het gaat om natuurontwikkeling waarbij de bestaande landschappelijke structuren en waarden worden
bestemmingsplan Buitengebied, bosaanplant diverse locaties NL.IMRO.0168.bp008vzp22ph06-0401
23
versterkt. Dit heeft een tevens een gunstig effect voor het klimaat en de biodiversiteit. Deelgebied 2 In figuur 3.3 is een uitsnede opgenomen van de ontwikkelingsperspectievenkaart uit de omgevingsvisie van provincie Overijssel, waarop deelgebied 2 globaal is weergegeven (zie rode markering). Het geldende ontwikkelingsperspectief is 'Zone Ondernemen met Natuur en Water buiten het Natuurnetwerk Nederland (NNN)'.
Figuur 3.3: Fragment ontwikkelingsperspectievenkaart (bron: provincie Overijssel) In dit ontwikkelingsperspectief wordt gericht op het realiseren van een robuust en samenhangend netwerk van gebieden met natuur-, water- en landschappelijke kwaliteit. Het accent ligt op natuur die, naast biodiversiteit, betekenis heeft voor mensen en bijdraagt aan hun welzijn en welvaart. Om dit mogelijk te maken, wordt door de provincie ruimte geboden aan de groeiende groep betrokken ondernemers en bewoners die zelf willen ondernemen met natuur en water. Binnen de Zone Ondernemen met Natuur en Water buiten het Natuurnetwerk Nederland (NNN) is er ruimte voor economische dragers die in harmonie met de natuur-, water- en landschappelijke kwaliteiten plaats kunnen vinden. De provincie ziet binnen dit gebied kansen voor bijzondere functiecombinaties zoals landbouw en natuur, specifieke vormen van verblijfsrecreatie, nieuwe landgoederen en wonen en werken met versterking van natuuren/of waterkwaliteit. Toets Het voorgenomen plan doet geen afbreuk aan het eigen karakter van het gebied en levert geen extra belemmeringen op voor bestaande functies in de omgeving. De ontwikkeling draagt juist bij aan het realiseren van een robuust en samenhangend netwerk van gebieden met natuur-, water- en landschappelijke kwaliteit door de aanplant van extra bosgebieden.
Deelgebied 3 In figuur 3.3 is een uitsnede opgenomen van de ontwikkelingsperspectievenkaart uit de omgevingsvisie van provincie Overijssel, waarop deelgebied 3 globaal is weergegeven (zie rode markering). Het geldende ontwikkelingsperspectief is 'Zone Ondernemen met Natuur en Water buiten het Natuurnetwerk Nederland (NNN)'.
bestemmingsplan Buitengebied, bosaanplant diverse locaties NL.IMRO.0168.bp008vzp22ph06-0401
24
Figuur 3.4: Fragment ontwikkelingsperspectievenkaart (bron: provincie Overijssel) In dit ontwikkelingsperspectief wordt gericht op het realiseren van een robuust en samenhangend netwerk van gebieden met natuur-, water- en landschappelijke kwaliteit. Het accent ligt op natuur die, naast biodiversiteit, betekenis heeft voor mensen en bijdraagt aan hun welzijn en welvaart. Om dit mogelijk te maken, wordt door de provincie ruimte geboden aan de groeiende groep betrokken ondernemers en bewoners die zelf willen ondernemen met natuur en water. Binnen de Zone Ondernemen met Natuur en Water buiten het Natuurnetwerk Nederland (NNN) is er ruimte voor economische dragers die in harmonie met de natuur-, water- en landschappelijke kwaliteiten plaats kunnen vinden. De provincie ziet binnen dit gebied kansen voor bijzondere functiecombinaties zoals landbouw en natuur, specifieke vormen van verblijfsrecreatie, nieuwe landgoederen en wonen en werken met versterking van natuuren/of waterkwaliteit. Toets Het voorgenomen plan doet geen afbreuk aan het eigen karakter van het gebied en levert geen extra belemmeringen op voor bestaande functies in de omgeving. De ontwikkeling draagt juist bij aan het realiseren van een robuust en samenhangend netwerk van gebieden met natuur-, water- en landschappelijke kwaliteit.
Deelgebied 4 In figuur 3.4 is een uitsnede opgenomen van de ontwikkelingsperspectievenkaart uit de omgevingsvisie van provincie Overijssel, waarop deelgebied 4 globaal is weergegeven (zie rode markering). Het geldende ontwikkelingsperspectief is 'Wonen en werken in het kleinschalige mixlandschap'.
bestemmingsplan Buitengebied, bosaanplant diverse locaties NL.IMRO.0168.bp008vzp22ph06-0401
25
Figuur 3.5: Fragment ontwikkelingsperspectievenkaart (bron: provincie Overijssel) In dit ontwikkelingsperspectief wordt er gericht op het in harmonie met elkaar ontwikkelen van diverse functies in het buitengebied. Aan de ene kant melkveehouderij, akkerbouw en opwekking van hernieuwbare energie als belangrijke vormen van landgebruik. Aan de andere kant gebruik voor natuur, recreatie, wonen en andere bedrijvigheid. De ontwikkelingsmogelijkheden voor de landbouw, maar ook die voor de andere sectoren, moeten in dit ontwikkelingsperspectief nadrukkelijk worden verbonden met behoud en versterking van cultuurhistorische, natuurlijke en landschapselementen. Toets De plannen van initiatiefnemers doen geen afbreuk aan het eigen karakter van het gebied en leveren geen extra belemmeringen op voor bestaande functies in de omgeving. Het gaat om natuurontwikkeling waarbij de bestaande landschappelijke structuren en waarden worden versterkt. Dit heeft een tevens een gunstig effect voor het klimaat en de biodiversiteit. Conlusie Voorliggend plan maakt het aanleggen van bos en/of natuur mogelijk op de voorgenoemde locaties. De plannen doen geen afbreuk aan het eigen karakter van het gebied en leveren geen extra belemmeringen op voor de al aanwezige landschappelijke en natuurlijke waarden in de omgeving.
Met de ontwikkeling van de (een deel van) de percelen tot bos wordt een actieve bijdrage geleverd aan het versterken en uitbreiden van het samenhangende netwerk van natuurgebieden, waaronder het NNN. Gezien het vorenstaande past de voorgenomen ontwikkeling dan ook binnen de kaders van de betreffende ontwikkelingsperspectieven Gebiedskenmerken Natuurlijke laag De natuurlijke laag geeft aan de deelgebieden 1, 3 en 4 het gebiedskenmerk 'Dekzandvlakte en ruggen' (zie figuur 3.6, 3.8 en 3.9). Deelgebied 2 valt onder het gebiedskenmerk 'Stuwwallen' (zie figuur 3.7). Het deelgebied is globaal aangegeven met een rode markering. Deelgebied 1
bestemmingsplan Buitengebied, bosaanplant diverse locaties NL.IMRO.0168.bp008vzp22ph06-0401
26
Figuur 3.6: Natuurlijke laag, Omgevingsvisie Overijssel (bron: provincie Overijssel) Deelgebied 2
Figuur 3.7: Natuurlijke laag, Omgevingsvisie Overijssel (bron: provincie Overijssel) Deelgebied 3
bestemmingsplan Buitengebied, bosaanplant diverse locaties NL.IMRO.0168.bp008vzp22ph06-0401
27
Figuur 3.8: Natuurlijke laag, Omgevingsvisie Overijssel (bron: provincie Overijssel) Deelgebied 4
Figuur 3.9: Natuurlijke laag, Omgevingsvisie Overijssel (bron: provincie Overijssel) De kenmerken van de 'Dekzandvlakte en ruggen' zijn relatief grote verschillen tussen hoog/droog en laag/nat gebied. Soms vlak bij elkaar, soms verder van elkaar verwijderd. Als ontwikkelingen plaatsvinden binnen de Dekzandvlakte en ruggen, dan dragen deze bij aan het beter zichtbaar en beleefbaar maken van de hoogteverschillen en het watersysteem. Beiden zijn tevens het uitgangspunt bij een (her)inrichting. Bij ontwikkelingen is de (strekkings)-richting van het landschap, gevormd door de afwisseling van beekdalen en ruggen, het uitgangspunt. De kenmerken van de 'Stuwallen' zijn:
bestemmingsplan Buitengebied, bosaanplant diverse locaties NL.IMRO.0168.bp008vzp22ph06-0401
28
De stuwwallen zijn tijdens de ijstijd opgestuwde aardlagen. Door de vaak grote hoogteverschillen zijn ze nu nog steeds goed zichtbaar. Op een aantal plekken zijn de ruggen al van verre zichtbaar; bovenop staand bieden ze spectaculaire zichten over de provincie. De stuwwalen hebben als regionale inzijggebieden een belangrijke functie in het watersysteem. Het zijn de ‘ingangen’ van regionale en lokale stelsels van grondwaterstromen. Als ontwikkelingen plaats vinden, dan dragen deze bij aan het beter zichtbaar en beleefbaar maken van de hoogteverschillen en van de overgang tussen stuwwal en omgeving. Ook dragen deze bij aan versterking van de potentiële natuurlijke kwaliteiten van de ‘natte voet’ van de stuwwal (kwelzone, brongebied) en deze beter zichtbaar maken. Toets Er zijn ter plaatse van de deelgebieden geen grote hoogteverschillen aanwezig in het landschap. Het plan schaadt de aanwezige landschappelijke kwaliteiten en natuur niet. Middels voorliggend bestemmingsplan wordt binnen de betreffende deelgebieden geen bebouwing gerealiseerd, waardoor de natuurlijke kenmerken niet worden aangetast. Er wordt uitsluitend bos aangeplant waarmee de natuurlijke laag versterkt kan worden.
Laag van het agrarisch cultuurlandschap De Laag van het agrarisch cultuurlandschap kent aan deelgebied 1 de kenmerken 'Jong heideen broekontginningslandschap' en 'Oude hoevenlandschap' toe (zie figuur 3.10). Aan de deelgebieden 2, 3 en 4 wordt het kenmerk 'Oude hoevenlandschap' toegekend in deze laag(zie figuur 3.11, 3.12 en 3.13). Het deelgebied is globaal aangegeven met een rode markering. Deelgebied 1
Figuur 3.10: Laag van het agrarische cultuurlandschap, Omgevingsvisie Overijssel (bron: provincie Overijssel) Deelgebied 2
bestemmingsplan Buitengebied, bosaanplant diverse locaties NL.IMRO.0168.bp008vzp22ph06-0401
29
Figuur 3.11: Laag van het agrarische cultuurlandschap, Omgevingsvisie Overijssel (bron: provincie Overijssel) Deelgebied 3
Figuur 3.12: Laag van het agrarische cultuurlandschap, Omgevingsvisie Overijssel (bron: provincie Overijssel) Deelgebied 4
bestemmingsplan Buitengebied, bosaanplant diverse locaties NL.IMRO.0168.bp008vzp22ph06-0401
30
Figuur 3.13: Laag van het agrarische cultuurlandschap, Omgevingsvisie Overijssel (bron: provincie Overijssel) De kenmerken van het 'Oude hoevenlandschap' zijn een landschap met verspreide erven. Het werd ontwikkeld nadat de complexen met de grote essen 'bezet' waren en een volgende generatie boeren nieuwe ontwikkelingsruimte zocht. Als ontwikkelingen plaats vinden in het oude hoevenlandschap, dan dragen deze bij aan behoud en accentuering van de dragende structuren (groenstructuur en routes) van het oude hoevenlandschap, en aan de samenhang en de karakteristieke verschillen tussen de landschapselementen: de erven met erfbeplanting; open es(je); beekdal; voormalige heidevelden, de mate van openheid en kleinschaligheid. Ook vergroten ontwikkelingen de toegankelijkheid van erven en erfroutes Het Jonge- heide en broekontginningslandschap bestaat uit grote en kleinere landbouwontginningslandschappen en in landschappen van grote boscomplexen en (nooit ontgonnen) heidevelden, zoals op de Sallandse Heuvelrug.Ten opzichte van omliggend essenen hoevenlandschap zijn de landbouwontginningen relatief grote open ruimtes, deels omzoomd door boscomplex. Erven liggen als blokken aan de weg geschakeld. Wegen zijn lanen met lange rechtstanden. Vaak zijn het ‘inbreidings’landschappen met en rommelige driehoekstructuren als resultaat.
Ook sommige recente heringerichte agrarische landschappen worden tot deze categorie gerekend, omdat van het oorspronkelijke landschap niets meer terug te vinden is. Als ontwikkelingen plaatsvinden in de agrarische ontginningslandschappen, dan dragen deze bij aan behoud en versterking van de dragende lineaire structuren van lanen, bosstroken en waterlopen en ontginningslinten met erven en de kenmerkende ruimtematen. Toets Middels voorliggend bestemmingsplan wordt binnen het plangebied geen bebouwing gerealiseerd, waardoor de natuurlijke kenmerken niet worden aangetast. Met de ontwikkeling naar bos en natuur wordt in het Oude hoevenlandschap een bijdrage geleverd aan het behoud en de accentuering van de reeds aanwezige dragende landschapsstructuren. voor het gedeelte van deelgebied 1 dat zich binnen het Jonge- heide en broekontginningslandschap
bestemmingsplan Buitengebied, bosaanplant diverse locaties NL.IMRO.0168.bp008vzp22ph06-0401
31
bevindt, geldt dat met de voorgenomen ontwikkeling een bijdrage wordt geleverd aan de aanwezige grote boscomplexen en de versterking van de lineare structuur van de aanwezige bosstroken die deelgebied 1 omringen. Tevens wordt aangesloten op bestaande NNN-gebieden. De ontwikkeling past binnen en draagt bij aan de kenmerken van zowel het Jong heide- en broekontginningslandschap, als het Oude hoevenlandschap. Laag van beleving In de Laag van beleving zijn geen relevante aspecten aanwezig voor deelgebied 1 en 2. deelgebieden 3 en 4 vallen binnen het kenmerk 'Donkerte', aanvullend geldt voor deelgebied 3 tevens het kenmerk 'Landgoederen en buitenplaatsen'. Voor deelgebied 4 geldt aanvullend het kenmerk 'Bakens in de tijd' vanwege een aanwezige verdedigingslinie. De deelgebieden zijn globaal aangegeven met een rode markering. Deelgebied 3
Figuur 3.14: Laag van beleving, Omgevingsvisie Overijssel (bron: provincie Overijssel) Deelgebied 4
bestemmingsplan Buitengebied, bosaanplant diverse locaties NL.IMRO.0168.bp008vzp22ph06-0401
32
Figuur 3.15: Laag van beleving, Omgevingsvisie Overijssel (bron: provincie Overijssel) De donkere gebieden geven een indicatie van de ‘buitengebieden’ van Overijssel. De natuurcomplexen en de grote landbouwgebieden. De donkere gebieden zijn de gebieden waar het ‘s nachts nog echt donker is, waar je de sterrenhemel kunt waarnemen. Het zijn de relatief ‘luwe’ dun bewoonde gebieden met een lage gebruiksdruk. In de donkere gebieden wordt alleen minimaal noodzakelijke toepassing van kunstlicht toegestaan. Dit vereist het selectief inzetten en ‘richten’ van kunstlicht. Er is veel aandacht voor vermijden van onnodig kunstlicht bij ontwikkelingen in het buitengebied. Voor Landgoederen en buitenplaatsen is de ambitie het in stand houden en herstel van bestaande landgoederen. De groene raamwerken, de parkbossen, de tuinen, open ruimtes met solitaire bomen worden daarbij als deel van het culturele erfgoed beschouwd. Binnen deze gebieden wordt ingezet op behoud en herstel van het monumentale en historische karakter van bebouwing, tuinen, parken en het landschap. Het kenmerk 'Bakens in de tijd' bestaat uit relicten van diverse aard uit verschillende perioden van de wordingsgeschiedenis van Overijssel. Geologische monumenten, archeologische monumenten en vindplaatsen, verdedigingslinies, religieuze monumenten, etc. maken hier deel van uit.
De richting binnen dit kenmerk is het inventariseren van de 'bakens', behoud ze, benut en versterk ze door bijvoorbeeld inrichtingsmaatregelen te nemen wanneer ontwikkelingen in de nabijheid plaatsvinden. toets Bij de voorgenomen ontwikkeling wordt geen gebruik gemaakt van kunstlicht. Daarnaast worden bestaande landschapsstructuren versterkt en daarmee ook de aanwezige structuren binnen de aanwezige landgoederen en buitenplaatsen. De aangegeven verdedigingslinie is niet zichtbaar aanwezig in het landschap en betreft een aanduiding op de kaart om aan te geven dat deze hier ligt. Met de voorgenomen ontwikkeling zal dit niet veranderen. Stedelijke laag
bestemmingsplan Buitengebied, bosaanplant diverse locaties NL.IMRO.0168.bp008vzp22ph06-0401
33
Vanuit de 'Stedelijke laag' zijn vanwege de ligging van het plangebied in het buitengebied, geen specifieke kenmerken aanwezig. de 'Stedelijke laag' wordt hierom verder buiten beschouwing gelaten. Conclusie Gezien het vorenstaande en mede door de aard, het doel en de omvang van de voorgenomen ontwikkeling kan geconcludeerd worden dat deze in overeenstemming is met het provinciaal beleid.
3.3
Gemeentelijk beleid
3.3.1
Omgevingsvisie Losser 2040
De gemeente Losser heeft de Omgevingsvisie Losser 2040 vastgesteld. In de Omgevingsvisie schets de gemeente Losser een toekomstbeeld. De Omgevingsvisie geeft antwoord op de volgende vragen: Wat zijn de ambities van de gemeente Losser? Hoe ziet de gemeente Losser haar leefomgeving in de gemeente in 2040? Welke kansen ziet de gemeente Losser? De omgevingsvisie gaat over de de lange termijn. Met het stuwwalcomplex, het watersysteem van de vrij meanderende Dinkel, Natura 2000-gebieden en het kleinschalig coulissenlandschap (waar de dorpen onderdeel van uit maken) heeft de gemeente 'goud' in handen. Dat is de kracht van Losser, waar haar inwoners zich terecht mee identificeren. Maar tegelijkertijd is deze kracht kwetsbaar. Er is druk op de schaarse ruimte. En daardoor kunnen waarden en kwaliteiten onder druk komen te staan. Daarom dient de gemeente alle beschikbare instrumenten in om deze kwetsbare waarden te koesteren, te beschermen maar ook actief versterken. Het centrale uitgangspunt van de Omgevingsvisie is als volgt: "bij alle ambities en speerpunten staan onze landschappelijke waarden en kwaliteiten centraal". Omdat de gemeente haar ambities wil realiseren, zijn ontwikkelingen - klein en groter - nodig. Allerlei opgaven (woningbouw, bedrijvigheid, infrastructuur, klimaatadaptatie, energietransitie, etc.) vragen ruimte.
De gemeente wil dat al deze (en andere) ontwikkelingen landschappelijk goed worden ingepast en waar mogelijk een bijdrage leveren aan behoud of versterking van de bestaande kwaliteiten. De Omgevingsvisie Losser 2040 bestaat uit vijf onderdelen. Hieronder (zie figuur 3.16) worden de vijf onderdelen schematisch weergegeven.
bestemmingsplan Buitengebied, bosaanplant diverse locaties NL.IMRO.0168.bp008vzp22ph06-0401
34
Figuur 3.16: Schematisch weergave Omgevingsvisie Losser (bron: gemeente Losser) De gemeente Losser heeft haar toekomstbeeld opgesteld voor het jaar 2040 voor de volgende thema's: leefbaar & vitaal, bloeiend platteland, samen werken, goud in handen, duurzaam, maatwerk, aantrekkelijk & gastvrij, wonen & werken en innovatief. Om dat toekomstbeeld te bereiken voor het jaar 2040 zijn vier overkoepelende ambities geformuleerd met daaraan gekoppeld doelen, keuzes en acties. De volgende ambities zijn opgesteld: 1. een herkenbaar en gastvrij Losser; 2. een leefbaar en gezond Losser; 3. een toekomstgericht Losser; 4. een innovatief en ondernemend Losser. Relevant voor de voorgenomen ontwikkeling is de ambitie voor een herkenbaar en gastvrij losser. Binnen deze ambitie gaat het o.a. om landschap, cultuurhistorie, natuur, erfgoed, recreatie en toerisme. Binnen de gemeente Losser is veel gaande op het vlak van natuurontwikkeling, bijvoorbeeld bij verschilende gebiedsprocessen in Natura 2000-gebieden Dinkelland en Landgoederen Oldenzaal. Ook het behouden en herstellen van landschapselementen speelt een belangrijke rol in het ontwikkelen van natuurwaarden en het verbeteren van de biodiversiteit. De gemeente Losser wil zich richting de toekomst blijven inzetten, zoeken naar koppelkansen en deze benutten.
Naast bovenstaande ambities heeft de gemeente losser hun grondgebied opgedeeld in verschillende gebieskompassen. Alle deelgebieden in dit plan vallen in ieder geval onder het gebiedskompas 'In het dal van de Dinkel'.
bestemmingsplan Buitengebied, bosaanplant diverse locaties NL.IMRO.0168.bp008vzp22ph06-0401
35
Figuur 3.17: Gebiedskompas - In het dal van de Dinkel (Bron: Gemeente Losser) Aan dit gebiedskompas zijn verschillende waarden gekoppeld waaruit het kompas bestaat, deze waarden zijn: Eén van de best bewaarde bekenstelsels van Nederland. Het beekdal is waardevol vanuit de landschappelijke ontstaansgeschiedenis, de waterhuishouding en de planten en dieren die er hun leefgebied hebben Natuurgebied Zandbergen-Oelemars; Kleinschalig kampenlandschap met authentieke sfeer; houtwallen, zandwegen, solitaire boerderijen (grondgebonden landbouw), organische, bochtige lijnen/verkavelingspatroon Het dal van de Dinkel en de Ruhenbergerbeek doorsnijden de gemeente van zuid naar
bestemmingsplan Buitengebied, bosaanplant diverse locaties NL.IMRO.0168.bp008vzp22ph06-0401
36
noord, het dal is dan ook prominent aanwezig In het noorden van de gemeente behoren kleine delen tot het maten-en flierenlandschap. Functioneel zijn deze gronden verbonden aan het Kampenlandschap en daarom ook als zodanig beschouwd. Recreatief aantrekkelijk Functie in waterberging Jonge ontginningen in beekdal Cultuurhistorisch en recreatief waardevol Sterrenbos Hieropvolgend is een koers uitgezet en zijn keuzes gemaakt door de gemeente Losser om de hiervoor genoemde waarden te behouden en kracht bij te zetten. Zo wordt onder andere ingezet op het behouden en ontwikkelen van de natuurwaarden, recreatie, versterking van de relatie tussen rivierdal en de dorpen, het behoud van de agrarische functie en kleinschalige vormen van (verblijfs)recreatie.
Naast het Gebiedskompas 'In het dal van de Dinkel' vallen deelgebied 3 en 4 tevens binnen het gebiedskompas 'Het Lutterzand', dit betreft een groot bos- en natuurgebied aan de oostzijde van de gemeente.
Figuur 3.18: Gebiedskompas - Het Lutterzand (Bron: Gemeente Losser)
De volgende waarden zijn hier van belang: Uitgestrekt natuurgebied doorsneden door de Dinkel afwisselend landschap met grillige vliegdennen, grote dennenbossen van verschillende leeftijden, jeneverbesstruwelen en heideveldjes Afwisseling tussen open en besloten delen Karakteristieke landtong ‘Groene Staart’ in bocht van de Dinkel dekzandontsluiting als aardkundig monument uitgestrekt wandel- en fietspadennetwerk aantrekkelijk voor dag- en verblijfsrecreatie oude landgoederen en boerderijen
bestemmingsplan Buitengebied, bosaanplant diverse locaties NL.IMRO.0168.bp008vzp22ph06-0401
37
samenspel tussen natuur en landbouwkundig gebruik rust Als vervolg op deze omgevingsvisie wil de gemeente Losser samen met betrokken partijen in het Lutterzand een gebiedsvisie op gaan stellen voor het Lutterzand. Het meest relevante uitgangspunt m.b.t. voorliggend plan en het opstellen van deze gebiedsvisie is dat nieuwe functies niet op voorhand worden uitgesloten maar moeten passen in de waarden en kwaliteiten van het gebied.
Toets Voorliggend plan heeft als doel om bosontwikkeling binnen de eerder in kaart gebrachte deelgebieden mogelijk te maken. Met de aanplant van nieuw bos wordt de natuur en de biodiversiteit in het buitengebied versterkt en wordt tevens een bijdrage geleverd aan een leefbaar en gezond Losser en een toekomstgericht Losser. Binnen de gebiedskompassen wordt rekening gehouden met de aanwezige waarden die de gemeente Losser heeft toegekend aan deze gebiedskompassen. Zowel het gebiedskompas 'In het dal van de Dinkel' en 'Het Lutterzand' is het doel om de bestaande waarden te behouden en kracht bij te zetten, het behouden ontwikkelen van natuurwaarden maken hier onderdeel van uit. Voorliggend plan speelt hierop in en sluit goed aan op de omgevingsvisie van de gemeente Losser en de specifieke ambities en waarden zoals hierboven omschreven. Voorliggend plan is hierom in overeenstemming met de omgevingsvisie van de gemeente Losser.
bestemmingsplan Buitengebied, bosaanplant diverse locaties NL.IMRO.0168.bp008vzp22ph06-0401
38
Hoofdstuk 4
Omgevingsaspecten
Op grond van artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening moet in de toelichting op het bestemmingsplan een beschrijving staan van het verrichte onderzoek naar de voor het plan relevante feiten en de af te wegen belangen (Algemene wet bestuursrecht, artikel 3.2). In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de geldende wet- en regelgeving die op voorliggend plan en plangebied van toepassing zijn. Bovendien is een bestemmingsplan vaak een belangrijk middel voor afstemming tussen de milieuaspecten en ruimtelijke ordening. In dit hoofdstuk worden daarom de resultaten van het onderzoek naar o.a. de milieukundige uitvoerbaarheid beschreven. Het betreffen voor zover relevant de thema's geluid, bodem, luchtkwaliteit, externe veiligheid, milieuzonering, geur, ecologie, archeologie & cultuurhistorie, verkeer, water en vormvrije m.e.r-beoordeling.
4.1
Vormvrije m.e.r.-beoordeling
Op 1 april 2011 is het huidige Besluit milieueffectrapportage in werking getreden. Op 7 juli 2017 zijn er enkele wijzigingen doorgevoerd binnen dit besluit om de m.e.r.-procedure eenduidiger en overzichtelijker te maken, alsmede het aspect milieueffectrapportage explicieter te behandelen in aanvragen. Dit besluit heeft tot doel het vaststellen van mogelijke, ernstig nadelige milieugevolgen ten gevolge van een activiteit binnen de aanvraag. Binnen het Besluit milieueffectrapportage zijn een tweetal mogelijkheden opgenomen hoe om te gaan met dit besluit bij een aanvraag. Wanneer de beoogde activiteit in de D-lijst van het Besluit milieueffectrapportage wordt benoemd, maar onder de gestelde drempelwaarden blijft, volstaat een vormvrije m.e.r.-beoordeling. Wanneer de beoogde activiteit in de D-lijst van het Besluit milieueffectrapportage wordt benoemd en bovendien de gestelde drempelwaarden overstijgt, is de betreffende aanvraag m.e.r.-plichtig. Op dat moment zal een m.e.r.-rapportage op moeten worden gesteld. Toets Middels het voorliggende bestemmingsplan wordt een bestemmingswijziging van 'Agrarisch-1' naar 'Natuur - Natuur en Bos' mogelijk gemaakt op 4 deelgebieden, waarbij bos zal worden aangeplant. In de D-lijst van het besluit m.e.r. staat bebossing onder D 27 aangegeven.
Hierbij moet het gaan om de eerste bebossing of de ontbossing, danwel de wijziging of uitbreiding daarvan, met het oog op een andere ruimtelijke functie van de grond. De voorgenomen ontwikkeling valt binnen dit kader. Daarnaast volgt uit de D-lijst van het besluit m.e.r. dat deze alleen van toepassing is op een oppervlakte van 100 hectare of meer wanneer het om agrarische gronden gaat. Dit bestemmingsplan voorziet in het omzetten van de agrarische bestemming naar de bestemming 'Natuur - Natuur en Bos'. De beoogde aanplant van bos wordt gedaan in het kader van de bossenstrategie zoals vastgesteld door het Rijk en de Provincies en draagt bij aan verdere versterking en verbinding van bestaande natuurgebieden. Voorliggend plan ligt qua ruimtebeslag ruimschoots onder de genoemde drempelwaarde van 100 hectare. Er wordt geen bebouwing mogelijk gemaakt. De ontwikkeling draagt bij aan het versterken en verbinden van de bestaande Natura 2000 en Natuur Netwerk Nederland gebieden, alsmede de aanwezige natuurlijke en landschappelijke kenmerken ter plaatse. Tevens is de ontwikkeling naar aard en omvang passend in de omgving. Voorliggend plan zal vanwege de aard en omvang dan ook niet leiden tot belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu.
Sterker nog, de plannen in het kader van de bossenstrategie leveren juist een bijdrage aan het verbeteren van het milieu en de kwaliteit van de natuur in Nederland. Conclusie Gezien de aard, omvang en de reikwijdte van voorliggend plan kan geconcludeerd worden dat er geen negatieve milieueffecten zullen optreden als gevolg van dit plan.
bestemmingsplan Buitengebied, bosaanplant diverse locaties NL.IMRO.0168.bp008vzp22ph06-0401
39
4.2
Bodem
Bij de vaststelling van een bestemmingsplan dient te worden bepaald of de aanwezige bodemkwaliteit past bij het toekomstige gebruik van die bodem en of deze aspecten optimaal op elkaar kunnen worden afgestemd. Om hierin inzicht te krijgen, dient in de daarvoor aangewezen gevallen een bodemonderzoek te worden verricht. Artikel 3.1.6 van het Bro bepaalt dat in het bestemmingsplan rekening gehouden moet worden met de bodemkwaliteit ter plaatse. De reden hiervoor is dat een eventueel aanwezige bodemverontreiniging van groot belang kan zijn voor de keuze van bepaalde bestemmingen en/of de (financiële) uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan. De bodemtoets moet worden uitgevoerd bij het opstellen of wijzigen van het bestemmingsplan of een planologische afwijking. Als er verontreiniging aanwezig is moet bepaald (nader onderzoek) worden of het een geval is in de zin de Wbb of een diffuse verontreiniging. In de exploitatieopzet moeten de saneringskosten en de verwerkingskosten voor diffuus verontreinigde grond worden opgenomen. Toets Voor het wijzigen van een agrarische bestemming naar de bestemming 'Natuur - Natuur en Bos' ten behoeve van de aanplant van bos is geen bodemonderzoek nodig. Er worden geen gebouwen of ruimtes gerealiseerd waar mensen minimaal 2 uur verblijven op grond waarvan een bodemonderzoek vereist is.
Conclusie Vanuit het aspect 'Bodem' zijn er geen belemmeringen voor de uitvoerbaarheid van voorliggend bestemmingsplan.
4.3
Water
Een belangrijk instrument om waterbelangen in ruimtelijke plannen te waarborgen is de watertoets, die sinds 1 november 2003 wettelijk is verankerd. Initiatiefnemers zijn verplicht in ruimtelijke plannen een beschrijving op te nemen van de gevolgen van het plan voor de waterhuishouding. Het doel van de wettelijk verplichte watertoets is te garanderen dat waterhuishoudkundige doelstellingen expliciet en op een evenwichtige wijze in het plan worden afgewogen. Deze waterhuishoudkundige doelstellingen betreffen zowel de waterkwantiteit (veiligheid, wateroverlast, tegengaan verdroging) als de waterkwaliteit (riolering, omgang met hemelwater, lozingen op oppervlaktewater). Waterbeleid Vechtstromen De Europese Kaderrichtlijn Water is richtinggevend voor de bescherming van de oppervlaktewaterkwaliteit in de landen in de Europese Unie. Aan alle oppervlaktewateren in een stroomgebied worden kwaliteitsdoelen gesteld die in 2015 moeten worden bereikt. Ruimtelijk relevant rijksbeleid is verwoord in de NOVI en het Nationaal Water Programma 2022-2027 (inclusief de stroomgebiedbeheerplannen). Op provinciaal niveau zijn de Omgevingsvisie en de bijbehorende Omgevingsverordening richtinggevend voor ruimtelijke plannen. Het Waterschap Vechtstromen heeft de beleidskaders van rijk en provincie nader uitgewerkt in het Waterbeheerprogramma 2022-2027.
Het staat de komende jaren voor grote uitdagingen en blijft werken aan voldoende water (niet te veel, niet te weinig), omgaan met klimaatverandering, voldoen aan de eisen voor waterkwaliteit, de biodiversiteit versterken en daarnaast wordt gewerkt aan duurzame energie en circulair grondstoffengebruik. In de Watervisie 2050 heeft het waterschap de opgaven beschreven. Daarin wordt geschetst hoe het watersysteem er in 2050 moet uitzien om goed toegerust te zijn voor alle uitdagingen. Het Waterbeheerprogramma 2022-2027 vloeit rechtstreeks voort uit de Watervisie. Het waterbeheerprogramma beschrijft hoe het waterschap de komende zes jaar werkt aan het realiseren van het gewenste waterbeheersysteem. Hieronder wordt de Watervisie 2050 en het Waterbeheerprogramma 2022-2027 beschreven. Watervisie 2050 Het Waterschap Vechtstromen heeft op 14 april 2021 de Watervisie 2050 vastgesteld. In deze
bestemmingsplan Buitengebied, bosaanplant diverse locaties NL.IMRO.0168.bp008vzp22ph06-0401
40
Watervisie staat de drie belangrijkste opgaven waaraan Vechtstromen volgens zeven hoofdlijnen wil werken met partners en inwoners. De drie belangrijkste opgaves zijn: de toenemende droogte en wateroverlast als gevolg van klimaatverandering; de waterkwaliteit die onder druk staat: de transitie naar een duurzame ontwikkeling. De Watervisie zal worden doorvertaald naar een Waterbeheerprogramma waarin wordt bepaald hoe het Waterschap in de periode 2022-2027 gaat werken aan haar opgaves. In het beheerprogramma zal het beleid en de maatregelen worden opgenomen. Waterbeheerprogramma 2022-2027 Het waterbeheerprogramma 2022-2027 is op 15 december 2021 vastgesteld door het algemeen bestuur van Vechtstromen. Het waterbeheerprogramma gaat in op alle aspecten van het watersysteembeheer (met uitzondering van het rioleringsbeheer en de drinkwaterzorg). Voor partners en ingezetenen verschaft het programma inzicht in de wijze waarop het waterschap omgaat met het water in het beheergebied. Het waterbeheerprogramma volgt inhoudelijk op de Watervisie 2050, die op 14 april 2021 door het algemeen bestuur is vastgesteld. Het waterbeheerprogramma beschrijft welke maatregelen Vechtstromen wil nemen in de planperiode 2022-2027 om te werken aan de ambities uit de Watervisie.