CConstaterende datLosser
Koppel je AI →
Document · PDF

2024-10 Raadsinfo Reactie van ministerie op concept-PPLG Overijssel

Oordeelsvormende vergadering 12 maart 2024, gemeente LosserBij agendapunt: 2024-10 Raadsinformatiebrief Stand van zaken PPLG14.661 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Per deelgebied is er een communicatieplan opgesteld dat beschrijft wie de belangrijkste stakeholders zijn en hoe de participatie en communicatie in de komende periode plaats zal vinden. Fiche 7: Samenhang Het ontwerp-PPLG Overijssel onderbouwt en geeft op hoofdlijnen structuur en integraliteit aan en weging het gewenste doelbereik van de NPLG-opgaven. Bij het toetsteam is er vertrouwen dat de door Overijssel voorziene sturing en aanpak van deze complexe opgave tot het gewenste resultaat kan leiden. Diverse punten vragen daarbij nog aandacht in de verdere uitwerking, zoals de uitwerking van monitoring, mogelijkheden voor bijsturing en individuele maatregelen richting doelbereik (zie voorwaarden 6, 7 en 20). Aandacht wordt gevraagd om voorafgaand aan de gebiedsprocessen duidelijkheid te geven over doelbereik en ruimtelijke kwaliteit en hiervoor tussendoelstellingen en monitoring in te bouwen om bij te kunnen sturen. Het toetsteam adviseert om kennislacunes duidelijk te markeren en in de tijd te adresseren. Een aantal voorwaarden uit de handreiking (opvolging NDA's, gebruik LESA's,) moet nog beter zichtbaar worden gemaakt, ook t.a.v. de activiteiten die hierop al zijn en worden ondernomen.

8

S.Bevindingen koplopers eerste maatregelpakketten waarvoor aanvraag rijksbijdrage wordt ingediend A. Maatregelpakket 1; Gebiedsprocessen Met 4 bouwstenen: beekdalen, uitwerkingsgebieden rond N2000 gebieden, overige gebiedsprocessen en sociaaleconomische doelen Deel 0: Algemeen Het maatregelpakket gebiedsprocessen bestaat uit de bouwstenen: » Proeftuin "Toekomstbestendige (landbouw in de) beekdalen » Proeftuin "Toekomstbestendige (landbouw in de) uitwerkingsgebieden rond Natura2000 gebieden" » Ondersteunen verkenningen "gebiedsprocessen buiten de uitwerkingsgebieden" » Sociaal economische doelen Voor elke bouwsteen is de provincie de aanvrager, heeft de provincie de regie en organiseert gebiedstafels met betrokken partijen. Met agrariërs en agrarische collectieven vindt participatie plaats. De bestuurlijke gebiedstafels voeren de regie over de gebiedsprogramma's. Per bouwsteen zijn de betrokken gebieden en locaties aangegeven. In een overkoepelende tabel is aangegeven hoeveel middelen de provincie aanvraagt. Deel 1: Opgaven/ De aanvraag bevat een uitgebreide toelichting voor de bouwstenen "beekdalen en probleemanalyse en de te gebiedsprocessen". Voor de bouwsteen "sociaaleconomische doelen" is dit nog op bereiken doelen hoofdlijnen (zonder PxQ onderbouwing van de aangevraagde middelen). De NPLG-doelen worden deels beschreven.

We vragen de provincie om in de volgende versie van het maatregelpakket de link van de voorgestelde maatregelen met de NPLGdoelen nader te onderbouwen (voorwaarden 2 & 3). Ook de kwantificering van het doelbereik is nog maar deels gegeven (met name bij de bouwstenen sociaaleconomische doelen en overige gebiedsprocessen). Meekoppelopgaven vanuit de handreiking zijn nog niet terug te vinden (zie bijlage 7 van de handreiking). Deel 2: De maatregelen en instrumenten van de bouwstenen uit dit pakket zijn deels beschreven. Oplossingsrichtingen, Voor beekdalen en uitwerkingsgebieden betreft dit m.n. proeftuinen, verkenningen en planuitwerking. Voor sociaaleconomische doelen is niet duidelijk welke van de genoemde doelbereik en (sociaaleconomische) instrumenten daadwerkelijk ingezet gaat worden en waarvoor financiering wordt effecten aangevraagd. Belangrijk aandachtspunt is dat we graag voor natuur en stikstof ook maatregelen zien en/of een toelichting ontvangen op de maatregelen die vanuit huidig beleid al genomen worden, gericht op het voorkomen van verslechtering (n.a.v. de NDA's, en indien nodig aanvullend op de al geplande maatregelen vanuit de beheerplannen, indien de uitkomsten van de NDA's hier om vragen, zie voorwaarde 1).

We vragen om nadere toelichting zodat voor de bouwsteen beekdalen helder wordt op basis van welke criteria de eerste 3 gebiedsprocessen in de proeftuin starten. Daarnaast ontbreekt bij beekdalen nog de onderbouwing voor afwaardering cf. de met het Rijk afgesproken rekensystematiek (zie voorwaarde 5). Deel 3: Besluitvorming en De rollen en verantwoordelijkheden zijn in de bouwstenen deels uitgewerkt. De regie is daarbij betrokken partijen een gezamenlijk leerproces. De vraag is "hoe en door wie" gestuurd gaat worden op timing van het proces en de resultaten. In het planproces wordt dit verder uitgewerkt. De besluitvorming is nog slechts ten dele beschreven. Met name de vervolgprocedures behoeven aandacht. Deel 4: Financiën en Per bouwsteen wordt aangegeven om welke investeringskosten het gaat, waarbij kosten deels gespecificeerd worden. Voor diverse eenheidsprijzen is een nadere onderbouwing risico's nodig (zie voorwaarde 9, met een beschrijving om welke eenheidsprijzen dit gaat). De provincie vraagt alleen middelen aan uit het Transitiefonds, maar niet alle voorstellen passen binnen de voorwaarden van dit fonds. We vragen om een nadere onderbouwing van andere mogelijke financieringsbronnen (voorwaarde 6). Specifiek voor de bouwsteen 'overige gebiedsprocessen' vragen we om nadere onderbouwing van de voor deze bouwsteen beschikbare financiële middelen (zie voorwaarde 7).

Hoe wordt de inzet van financiële middelen i.r.t. beoogd doelbereik in deze bouwsteen geborgd? Voor de bouwsteen sociaaleconomische doelen is het belangrijk dat er nog een onderbouwing wordt aangeleverd o.b.v. de SEIA uitkomsten in oktober (zie voorwaarde 10). We adviseren daarbij het aangevraagde bedrag uit te splitsen in noodzakelijke maatregelen voor gebiedsprocessen (en een directe bijdrage aan NPLG-doelen) en overige investeringen voor perspectief op het platteland. En focus op maatregelen die het gevolg zijn /ter compensatie zijn van de NPLG-opgave. Financiering van algemene maatregelen voor een leefbaar(der) platteland passen niet binnen de voorwaarden van het Transitiefonds. De aangegeven risico's en beheersmaatregelen zijn vrij 'hoog over". Wij vragen de provincie om een nadere toelichting (zie voorwaarde 11). De eenheidsprijzen voor vrijwillige en juridische trajecten verschilt. Daarom vinden we het belangrijk dat voor toekenning van de gevraagde bijdrage voor planuitwerking in beekdalen en uitwerkingsgebieden, het (juridische) traject vooraf helder wordt gemaakt, omdat hiermee hogere kosten gepaard gaan dan bij vrijwillige trajecten (zie voorwaarde 5). Deel 5: Aanpak met Voor de bouwstenen beekdalen, uitwerkingsgebieden en overige gebiedsprocessen wordt planning en mijlpalen alleen beschreven wanneer met de verschillende projecten wordt gestart.

We vragen de provincie om de planning verder te concretiseren (zie voorwaarde 12). Voor de bouwstenen 'beekdalen' en 'uitwerkingsgebieden rond N2000 gebieden' vragen we daarnaast een toelichting hoe het urgente tijdpad wordt geborgd. 9

Deel 6: no-regret

Over borging van menskracht en organisatiecapaciteit is bij de meeste bouwstenen nog weinig toegelicht. Wii adviseren dit verder te beschrijven in dit maatregelpakket en de onderliggende bouwstenen. De voorstellen voor de bouwsteen beekdalen en uitwerkingsgebieden rond N2000 gebieden lijken no regret. Het zijn voorstellen in de prioritaire gebieden. We vragen Overijssel in de volgende versie van het maatregelpakket nader te onderbouwen waarom zo spoedig mogelijk starten met deze maatregelpakketten als no regret te beschouwen is. En waarom er in de prioritaire gebieden veenweide, beekdalen en overgangsgebieden niet al meer no regret maatregelen te nemen zijn, parallel aan het starten van gebiedsprocessen en/of een nadere toelichting wordt gegeven welke concrete maatregelen er vanuit huidig beleid (ontwikkelopgave N2000 e.d.) in deze gebieden al genomen worden of gepland zijn (zie voorwaarde 1).

Bevindingen koplopers eerste maatregelpakketten waarvoor aanvraag rijksbijdrage wordt ingediend B. Maatregelpakket 2; Grond Deel 0: Algemeen Het maatregelpakket grond bestaat uit de bouwsteen "opbouw grondpositie" voor de gehele provincie Overijssel. Hierbij zijn naast de provincie, ook het Rijk en individuele agrariërs/grondeigenaren betrokken. Provincie Overijssel geeft aan regie te willen voeren. Vanuit die gedachte is het te verwachten dat de uitvoering volledig bij de provincie ligt. Het toetsteam vraagt aan provincie Overijssel hoe zij de (financiële) verdeling tussen de provincie en de Nationale Grondbank ziet i.r.t. het opbouwen van de grondvoorraad. Daarnaast gaat het Rijk graag in op het voorstel van Overijssel om over de inzet van de Nationale Grondbank nader met elkaar in gesprek te gaan. Waarbij we het belangrijk vinden op te merken dat inzet van de Nationale Grondbank en regie bij provincie elkaar niet uitsluiten, maar elkaar goed kunnen aanvullen. Deel 1: Opgaven/ De opgave zoals beschreven betreft 2.445 ha nieuwe natuur, 1.000 ha uitbreiding bos probleemanalyse en de te areaal en 62.000-66.000 ha natuurinclusieve landbouw icm beheer leefgebieden. De bereiken doelen verwervingsopgave wordt geschat op 15.350 ha in de periode 2023 -2035. Voor het aangevraagde maatregelpakket voor 2023 en 2024 gaat het samen om circa 2.350 ha.

De aanvraag betreft vooral het middel om een grondpositie verkrijgen, en daarmee de NPLG-doelen te behalen. Dit maatregelpakket beoogt extensivering van landbouwgronden in de uitwerkingsgebieden te faciliteren. Daarmee wordt het perspectief van de landbouw in deze gebieden vergroot. Deel 2: Er is nog niet beschreven welk doelbereik wordt gehaald door het inzetten van de beoogde Oplossingsrichtingen, ruilgronden. De extensivering in deze gebieden leidt naar verwachting tot afname van de doelbereik en melkveehouderij met ca. 100Zo (aanvullend op de afname van spoor 1) in de periode tot (sociaaleconomische) 2030. Dat zal ook zijn bij zelfrealisatie door de eigenaar ^ geen aankoop door de effecten overheid). Dit leidt tot een afname van emissies.

Deel 3: Besluitvorming en daarbij betrokken partijen Deel 4: Financiën en risico's

Deel 5: Aanpak met planning en mijlpalen

Deel 6: no-regret

Voor de provincie Overijssel is het opbouwen van een grondpositie een belangrijk punt. Het financieren van de ruilgronden past niet binnen het Transitiefonds, dit is wel mogelijk via eigen middelen en/of de Nationale Grondbank. De provincie geeft aan de grond te verwerven. Procedures zijn nog niet aangegeven. Gebiedsparticipatie is niet van toepassing. In het maatregelpakket wordt C 194 mln. gevraagd (C 191,5 mln. opkoop percelen en C 2,5 mln. proceskosten). De proceskosten betreffen uitvoeringskosten verbonden aan de aankoop van gronden. Voor dekking wordt gekeken naar het Transitiefonds. De raming onder deze aanvraag is onderbouwd. Dekking wordt gezocht in het Transitiefonds. (Ruil)gronden worden echter niet direct gefinancierd uit het TF. We vragen een nadere onderbouwing welk deel van de gevraagde financiële middelen betrekking heeft op gronden die worden aangeschaft voor de realisatie van ha's nieuwe natuur en uitbreiding van het areaal bos (zie voorwaarde 8). In het maatregelenpakket wordt ingegaan op risico's waardevermindering bij aankoop van gebouwen. Er wordt hier nog geen financiering voor gevraagd. Er is kennis genomen van deze risico's. Het Rijk zal met de betrekking tot de financiering grondkosten en afwaardering nog een aantal aspecten uitwerken, waaronder aankoop bij functieverandering en waardedaling gebouwen. Planning realisatie is niet concreet aangegeven.

Wel wordt verwezen naar een start per 2024 en dat voor de jaren daarna aanvullende afspraken worden gemaakt. Over de borging van menskracht en organisatie is in de interviewronde aangegeven dat de huidige provinciale grondfaciliteit al een grote organisatie is (meer dan 30 fte), die ook al gronden aankoopt. In het maatregelfiche is hier nog niets over opgenomen. De aankoop van ruilgronden is belangrijk voor realisatie van de NPLG-opgave, maar loopt technisch/financieel via een andere manier dan Provincie Overijssel nu voorstelt. Het Rijk zal met de betrekking tot de financiering grondkosten en afwaardering nog een aantal aspecten uitwerken, waaronder aankoop bij functieverandering.

10

Bevindingen koplopers eerste maatregelpakketten waarvoor aanvraag rijksbijdrage wordt ingediend C. Maatregelpakket 3; Brede integrale aanoak Met bouwsteen: Landbouw

11

Deel 0: Algemeen

Deel 1: Opgaven/ probleemanalyse en de te bereiken doelen

Deel 2: Oplossingsrichtingen, doelbereik en (sociaaleconomische) effecten

Deel 3: Besluitvorming en daarbij betrokken partijen

De hoofdaanvrager van het maatregelpakket "brede integrale aanpak" (met bouwsteen Landbouw) is de Provincie Overijssel. Het pakket geldt voor de gehele provincie, al vragen we ons af of niet prioritair op de uitwerkingsgebieden wordt ingezet. In de hoor en wederhoor is dit bevestigd voor diverse voorgestelde maatregelen. We zien graag dat dit nader wordt toegelicht in de volgende versie van het maatregelpakket. Er mist een toedeling van de taken naar de verschillende deelnemende partijen, al zijn de rollen enigszins omschreven. In de samenvatting is de aanpak in hoofdlijnen, met 10 voorstellen, duidelijk. Hierin is tevens een overzicht van de totale kosten opgenomen: een duidelijke tabel met p*q. Het dekkingsvoorstel verwijst naar het Transitiefonds. De aanvraag bevat deels een beschrijving van de opgave. Hiervoor wordt verwezen naar bijlagen (gebiedsgerichte maatregelpakketten en de landbouwvisie). In de aanvraag wordt beschreven aan welke NPLG-doelen de aanvraag bijdraagt, maar niet hoeveel van het doelbereik hiermee bereikt moet worden. Dat dient nader toelichting te worden (zie voorwaarde 2). Af en toe wordt een meekoppelkans genoemd, maar dit wordt nog niet verder geconcretiseerd. Voorbeelden hiervan zijn diergezondheid- en dierenwelzijn en recreatiemogelijkheden. Ook wordt een toelichting op de aansluiting met het GLB gegeven.

Daarnaast vragen we ons af waarom met dit maatregelpakket alleen op de melkveehouderij lijkt te worden ingezet. We vragen hierop een nadere toelichting van de provincie. Maatregelen en instrumenten zijn beschreven in de aanvraag. We vragen om een nadere toelichting hierop. Hoe zien de 10 (of meer) beoogde instrumenten voor de 10 voorstellen er precies uit? Het doelbereik van dit maatregelpakket, de individuele voorgestelde maatregelen en het aandeel van het maatregelpakket in het totale doelbereik is niet aangegeven. Het is belangrijk dat dit nog wordt toegevoegd (zie voorwaarde 2) In het gebiedsprogramma worden wel reductiepercentages genoemd, maar het is onduidelijk wat de bijdrage van dit pakket daar precies op is. Verder is aangegeven aan welke doelen van het NPLG dit pakket bijdraagt, maar dit is nog niet kwantitatief uitgedrukt. De kern van de 10 voorgestelde maatregelen wordt onderbouwd. Op diverse punten vragen we een nadere toelichting. In de beantwoording van de beoordelingsvragen, zijn per voorgestelde maatregel resterende vragen uitgewerkt (zie beoordelingsvraag 28 in de betreffende bijlage). Aandachtspunten per voorstel zijn o.a.: 1. Stoppers faciliteren en stimuleren. Heb aandacht voor de verhouding met bestaande regelingen en maatregelen rond erfcoaches, zaakbegeleiders LBV/LBV+ e.d. 2. Extensivering (gronden).

Nadere uitwerking is nodig van het type afwaardering, welke regelingen hiervoor wordt ontwikkeld en de rekensystematiek (zie voorwaarde 5). 3. Beloning KPI's melkveehouderij. Aandachtspunt voor deze maatregel is dat het past binnen het landelijke KPI systeem. 4. KPI weidegang melkveehouderij. Hoe wordt de effectiviteit van deze maatregel gegarandeerd, nu ingezet wordt op maar 1 KPI indicator? En bezie de overlap met de ecoregeling. 5. Innovatie/nieuwe teelten. Let op de borging van de afzet van nieuwe teelten. 6. Natuurinclusieve landbouw (agroforestry). Sluit aan bij de ontwikkelde kennis ontwikkeld in het Agroforestry netwerk Nederland. 7. Natuurinclusieve landbouw (omschakelen naar biologisch). Heb aandacht voor het effectief implementeren van deze maatregel en dubbelfinanciering vanuit het Omschakelfonds. 8. Omvormers (landgoederen). Er wordt een nadere toelichting gevraagd op deze maatregel, hoe draagt dit bij aan het doelbereik van de NPLG-opgaven en hoe is de C 10 mln. onderbouwd? 9. Innovatie (borging). We adviseren goed aan te sluiten bij het nationaal praktijk netwerk (en de beschikbaarheid van WUR capaciteit als aandachtspunt mee te nemen), en we ontvangen graag een nadere toelichting op de gevraagde C 6 mln. 10. Multifunctionele landbouw.

Aan wat voor soort activiteiten wordt de C 2 ton besteed? De partijen en rollen zijn duidelijk, maar de verantwoordelijkheden nog niet. Verder zijn de vervolgprocedures en benodigde besluitvorming nog niet goed in beeld gebracht. Zo wordt voor de KPI's, biobased en eiwitteelt alleen benadrukt dat 5 jarige duidelijkheid en vooraf communiceren aan agrariërs belangrijk is. Bewonersparticipatie vindt (deels) plaats door regelmatig afstemming met LTO, NAJK en agrarische collectieven.

12

Deel 4: Financiën en risico's

Per voorgestelde maatregel wordt toegelicht waarvoor de middelen in hoofdlijn worden ingezet. We vragen voor de post extensivering/afwaardering een nadere onderbouwing (zie voorwaarde 5). Risico's en beheermaatregelen zijn deels aangegeven, namelijk over de 'beschikbaarheid van gekwalificeerd personeel' met als maatregel 'personeel behouden en regelmatig werven'. We vragen om een uitgebreidere analyse van de risico's en beheermaatregelen (zie voorwaarde 11).

Deel 5: Aanpak met planning en mijlpalen

Er is geen planning opgenomen voor de realisatie van het maatregelpakket, inclusief tussenresultaten en een afronding. We vragen de provincie dit op te nemen in de volgende versie van het maatregelpakket (zie voorwaarde 12). Beschikbare menskracht en organisatie voor realisatie van het maatregelpakket is zeer beperkt opgenomen (zie ook deel 4 over risico's). Graag verder uitwerken in de volgende versie van het maatregelpakket.

Deel 6: no-regret

Diverse maatregelen lijken no regret, al is nog niet toegelicht in welke gebieden de maatregelen worden genomen en hoe lock in effecten echt worden voorkomen. Hierop ontvangen we graag een nadere toelichting (zie voorwaarde 1).

13

Biilaae bij brief: reactie op vragen en voorwaarden vanuit provincies Vanuit meerdere provincies is aangegeven welke vragen zij stellen aan het Rijk en welke randvoorwaarden zij nodig achten voor de verdere doorontwikkeling van hun PPLG. Dit document bevat antwoorden op vragen en voorwaarden die verschillende provincies aan het Rijk hebben gesteld bij de indiening van hun PPLG en maatregelpakketten. Overzicht # Onderwerp 1 Vervolg na vervallen landbouwakkoord 2 Transitiefonds en integrale dekking vanuit Rijksfinancieringsbronnen 3 Langjarige beheervergoedingen voor natuurbeheer en ecosysteemdiensten 4 Uitvoeringscapaciteit 5 Consistent beleid op NPLG-doelen en helderheid over de effecten van generieke maatregelen op doelbereik 6 Aanpak Piekbelasting 7 PAS-melders 8 Juridisch instrumentarium/ borging, met name van innovaties in de landbouw 9 Moeilijk beïnvloedbare (stikstof)bronnen 10 Toestemmingverlening i.r.t. natuurdoelanalyses 1. Vervolg na vervallen landbouwakkoord U vraagt het Rijk om een concreet en helder perspectief voor de agrarische sector, onder meer door het wegvallen van het landbouwakkoord. U vraagt bijvoorbeeld om nadere duiding op onderwerpen als de KPI-systematiek en generieke normen op bedrijfsniveau. Antwoord: Na de beëindiging van de gesprekken over een Landbouwakkoord en de val van het kabinet beraadt het kabinet zich op de te nemen vervolgstappen.

Hierover zal t.z.t. meer informatie beschikbaar komen. Tot die tijd begrijpen wij het als u de onderdelen landbouw in uw gebiedsprogramma nog niet volledig kunt uitwerken. 2. Transitiefonds en integrale dekking vanuit Rijksfinancieringsbronnen U vraagt het Rijk om verdere duidelijkheid over het Transitiefonds (o.a. administratieve last, mate van flexibiliteit inzet middelen), en om ondersteuning bij het organiseren van een integrale dekking van de gebedsprogramma's, waaronder eventuele (Rijks)bijdragen vanuit andere financieringsbronnen dan het Transitiefonds. Dit geldt onder meer voor de dekking van sociaaleconomische maatregelen gericht op leefbaarheid in het landelijk gebied. Antwoord: Via trajecten als ’Samen Ramen' en het artikel 2 onderzoek naar de uitvoeringskosten van provincies, gemeenten en waterschappen, wordt nadere invulling gegeven aan de administratieve afspraken rond het fonds. De stikstof-, klimaat- en wateropgaven in Nederland zijn urgent en de middelen uit het Transitiefonds zijn er om via maatregelen invulling te geven aan die opgave. Door de grote opgave en de beperkte hoeveelheid middelen, is het van groot belang dat de doeltreffendheid en doelmatigheid van de te treffen maatregelen goed in beeld zijn. De middelen uit het fonds kunnen worden ingezet voor de doelen zoals die zijn opgenomen in de instellingswet van het Transitiefonds.

Het Transitiefonds biedt geen ruimte voor de financiering van sociaaleconomische maatregelen. Niet alle maatregelen uit het gebiedsprogramma zullen uit het Transitiefonds kunnen worden gefinancierd, omdat bekostiging uit andere bronnen van regio of Rijk passender is, omdat niet voldoen wordt aan de voorwaarden van het Transitiefonds of omdat de middelen uit het fonds beperkt zijn. Maatregelen kunnen soms in aanmerking komen voor (eventueel gecombineerde) bekostiging vanuit verschillende fondsen of bronnen, dat kan echter verschillen per maatregel. Met deze andere fondsen en programma's worden de mogelijkheden tot harmonisatie met het Transitiefonds (qua proces, uitkering, verantwoording) verkend.

1

3. Langjarige beheervergoedingen voor natuurbeheer en ecosysteemdiensten U vraagt het Rijk om duidelijkheid te geven over de mogelijkheden voor langjarige beheervergoedingen voor natuurbeheer en ecosysteemdiensten. Antwoord: Wij snappen uw vraag over duidelijkheid omtrent langjarige beheervergoedingen. Het kabinet had dit graag geregeld via het Landbouwakkoord. Helaas is dit akkoord er niet gekomen en gezien de demissionaire status van het kabinet zal besluitvorming hierover worden overgelaten aan een nieuw kabinet. 4. Uitvoeringscapaciteit U vraagt het Rijk aandacht voor voldoende capaciteit bij (mede)overheden. Antwoord: Dit is een essentieel onderdeel voor de haalbaarheid en uitvoerbaarheid van de transitie in het landelijk gebied. Het voorschot voor uitvoeringkosten voor de provincies over 2022 en 2023 is ontvangen door alle provincies. Er wordt nu gewerkt door LNV aan een voorschot voor uitvoeringskosten 2023 voor waterschappen en gemeenten. Hierbij wordt deze dit jaar uitgekeerd aan de waterschappen en gemeenten Daarnaast is binnen DG RTLG (LNV) de directie Netwerkfaciliteit verantwoordelijk voor het faciliteren van de provincies, gemeenten en waterschappen, bijvoorbeeld bij capaciteit- en expertisevraagstukken in het kader van het NPLG.

In dat kader is een samenwerkingsverband opgetuigd met de zes fysieke uitvoeringsorganisaties van het Rijk om hun gecombineerde kennis en expertise in te zetten. Deze zes Rijksuitvoeringsorganisaties (RWS, Kadaster, RVO, Rijksdienst Cultureel Erfgoed, Staatsbosbeheer) bundelen expertise, data en kennis en maken deze vraaggericht beschikbaar voor overheden via een Datafaciliteit, Helpdesk en Kennisteams rond thema's zoals Grond, Landbouw en Gebiedsontwikkeling. Andere trajecten, zoals samenwerking met de private sector, poolvorming t.b.v. overheden, opzet van een traineeprogramma en een samenwerkingsverband met onderwijsinstellingen zijn ook nog in ontwikkeling. 5. Consistent beleid op NPLG-doelen en helderheid over de effecten van generieke maatregelen op doelbereik U vraagt het Rijk om duidelijke doorvertaling van doelen, met name natuur en klimaat, naar provinciaal niveau, en om aan te geven wat de verwachte effecten zijn van generieke (Rijks)maatregelen zodat de restopgave voor provincies helder is. Antwoord: Het Rijk erkent dat provincies op onderdelen nog geen volledige uitwerking hebben kunnen geven, in afwachting van ontwikkelingen en nog te maken keuzes binnen het Rijk. Het Rijk snapt ook de behoefte van provincies om een indicatie te hebben van de verwachtte effecten van Rijksmaatregelen op de desbetreffende provincie.

Deze inschatting kan niet op alle onderdelen gegeven worden. Dit heeft te maken met een aantal factoren zoals: Het vrijwillige karakter van maatregelen; Voor een deel van het Rijksbeleid is nog niet concreet welke maatregelen en instrumenten hieraan gekoppeld worden (bijvoorbeeld als het gaat om de 4 Mton normeren en beprijzen voor klimaat); Nog niet alle modellen zijn erop ingericht om maatregelen op provinciaal niveau door te rekenen. Samen met kennisinstellingen wordt dit wel verder verkend. In het NPLG zal in een hoofdstuk worden omschreven wat de relatie is tussen generiek, gebiedsgericht, en Rijksmaatregelen en provinciale maatregelen. Hiervoor zullen ook de koepels worden geconsulteerd. Regionale doorvertaling van de VHR doelen LNV is systeemverantwoordelijk voor implementatie van de Vogel- en de Habitatrichtlijn in Nederland. Provincies hebben hierin een belangrijke uitvoerende taak. Onderdeel van de VHRdoelen in het NPLG is dat provincies uiterlijk in 2030 maatregelen hebben getroffen voor het overbruggen van 307 van het gat tussen het huidige areaal en het areaal dat noodzakelijk is voor een gunstige staat van instandhouding (gSvl).

2

Het Rijk werkt momenteel aan de concretisering van de 30^0 te ontwikkelen areaalopgave voor 2030. Deze wordt op ambtelijk niveau verder besproken met de provincies. Deze concretisering zal vervolgens als richtinggevend doel worden opgenomen in het Ontwerp NPLG. Provincies hebben in de gebedsprogramma's maatregelen en voorstellen opgenomen voor de invulling van de Bossenstrategie. Deze voorstellen tezamen voldoen niet aan de nationale doelstelling. In het Ontwerp NPLG is een indicatieve verdeling opgenomen van een deel van de opgave, gebaseerd op de provinciale gebedsprogramma's. Voordat het Ontwerp NPLG definitief wordt vastgesteld zullen provincies en Rijk met een verdeling komen voor de restopgave, zodat de gehele opgave voor nieuw bos over de provincies is verdeeld. In de gebedsprogramma's zullen de plannen voor de bossenstrategie verder geconcretiseerd moeten worden, ook voor herstel van bestaand bos. Klimaat In het voorjaarsbesluit 2023 is het volgende bepaald (zie ook de Kamerbrief over voorjaarsbesluitvorming Klimaat). Het NPLG dient in de veehouderij en akkerbouw 5 Mton broeikasgasreductie in 2030 te realiseren. De verwachting is dat met opkoopregelingen (t.b.v. stikstof) al circa 1 Mton reductie gerealiseerd kan worden. Voor de resterende klimaatopgave van 4 Mton wordt normerend en beprijzend beleid gemaakt.

Over de concrete invulling van het normerend en beprijzend beleid zijn nog geen afspraken gemaakt. Het streven is dit richting formatie uit te werken. Dit dient vervolgens als aanvullende input voor de gebedsprogramma's van het NPLG waarmee provincies gebiedsgericht en integraal invulling geven aan de opgaven. In februari is ook een geografische verdeling van de klimaatopgave in de veehouderij (incl. mestaanwending gebaseerd op de KEV 2021) en een emissiereductie-opgave per provincie meegegeven. Deze verdeling is gebaseerd op een mix van gebiedsgerichte en generieke maatregelen. Er ligt kortom een gezamenlijke verantwoordelijkheid bij provincies en Rijk voor het realiseren van deze opgave. Rijksbeleid geeft invulling aan de 5 Mton. Tegelijkertijd zal een deel van het rijksbeleid gebiedsgericht uitgewerkt moeten worden. Provincies zijn aan zet om deze opgave mee te nemen bij de gebiedsprogramma's en gebiedsprocessen en hebben een rol bij de gebiedsgerichte aanpak van Rijksbeleid. Het Rijk vraagt de provincies nadrukkelijk vanuit integraliteit en ook van uit de klimaatopgave naar het bepalen van maatregelen te kijken en desinvesteringen (kostbare lock-in effecten) door een eenzijdige focus op de stikstofopgave te voorkomen.

Provincies met een hogere emissiereductie-opgave hebben een grotere verantwoordelijkheid voor de gebiedsgerichte uitwerking en realisatie van de klimaatdoelen. Provincies en Rijk trekken dus gezamenlijk op voor het realiseren van deze opgave wetende dat de klimaatopgave in 2030 slechts een tussendoel is op weg naar klimaatneutraliteit voor Nederland in 2050. Voor koolstofopslag en emissiereductie in landgebruik is er ook een gezamenlijke verantwoordelijkheid bij Rijk en provincies. Voor de koolstofopslag minerale landbouwbodems wordt op dit moment gewerkt aan een geografische verdeling, en deze wordt afgestemd met provincies. Bij dezen opgave hebben provincies een rol om Rijksmaatregelen gebiedsgericht uit te werken en de opgave in samenhang met de andere NPLG-doelen te realiseren in gebiedsprocessen. Deze verdeling zal onderdeel zijn van het Ontwerp-NPLG. Voor de klimaatopgave Bomen, Bossen en Natuur is het met de huidige kennis nog niet mogelijk te komen tot een geografische verdeling. Deze zal dus ook geen onderdeel vormen van het OntwerpNPLG. Wel is er veel koppeling met deze opgave en de uitbreiding van natuurarealen in de VHR, de Bossenstrategie en de uitbreiding van GBDA.

Naar de toekomst toe zal gekeken worden of er alsnog een regionale verdeling van deze opgave mogelijk is, ofwel welke praktische handvaten voor uitwerking meegegeven kunnen worden in een handreiking voor de gebiedsprogramma's. 6. Aanpak Piekbelasting U vraagt om een update over de Aanpak Piekbelasting en duidelijkheid over andere regelingen/mogelijkheden, zoals voor verplaatsing en omschakeling. Antwoord: Sinds 1 augustus jl. zijn alle regio's van start gegaan met de uitvoering van de aanpak piekbelasting. Ondernemers die vallen onder de aanpak kunnen gebruik maken van een zaakbegeleider. Een zaakbegeleider kan een ondernemer ondersteunen en begeleiden in het verkennen van de verschillende mogelijkheden binnen de aanpak, dit gebeurt op initiatief van de ondernemer. 3

Binnen de aanpak piekbelasting kunnen ondernemers door (een combinatie van) innoveren, extensiveren, omschakelen en/of verplaatsen komen tot stikstofreductie. Ook vrijwillige beëindiging behoort tot de mogelijkheden. De Lbv-plus (en de Lbv voor een bredere groep ondernemers) is 3 juli open gegaan. Er is veel interesse in de regelingen, maar het is nog te vroeg om op basis de aantallen inschrijving voorspellingen te doen over het verdere verloop en de uiteindelijke resultaten. Bovendien gaat de aanpak over veel meer dan alleen stoppen. Uiteindelijk gaat het om de totale hoeveelheid stikstof die we via extensiveren, omschakelen, innoveren, verplaatsen en stoppen weten te reduceren. Het streven is dat eind van dit jaar de overige regelingen gepubliceerd zijn en een periode alle regelingen gelijktijdig openstaan. Het gaat om een grote, belangrijke keuze voor ondernemers, waarbij tijd en rust nodig is om de juiste keuze te kunnen maken. In onderstaande weergave vindt u een overzicht van de verschillende regelingen en de te verwachte termijn van publicatie en opstelling. Voor een aantal regelingen is dit indicatief o.a. vanwege staatssteunnotificatie.

7. PAS-melders U vraagt om een oplossing voor de situatie van PAS-melders. Antwoord: Het kabinet vindt het van groot belang dat zoveel mogelijk meldingen zo spoedig mogelijk in vergunningen worden omgezet. Daarom wordt het legalisatieprogramma uitgevoerd en worden er bronmaatregelen getroffen. Er zijn 2488 legalisatieverzoeken ingediend. Van de 596 beoordeelde dossiers blijkt dat 259 meldingen niet aan de criteria voldoen om gelegaliseerd te worden. Van 337 meldingen is vastgesteld dat ze recht hebben op een oplossing via het legalisatieprogramma. Voor 107 daarvan is reeds een oplossing: ^ 14 melders hebben inmiddels vergunningen verleend gekregen. ^ 51 meldingen hebben geen legalisatie nodig, bijvoorbeeld omdat er sprake is van dubbele aanvragen (11) of omdat er door de rekengrens geen berekende stikstof op natuur is (40);

4

^

43 meldingen hebben een bestuurlijk rechtsoordeel gekregen en 2 meldingen een positieve weigering omdat er geen stikstofruimte nodig is voor legalisatie; zij passen binnen hun bestaande toestemming.

Voor het versnellen van het legalisatieprogramma wordt de eerst inzetbare ruimte uit de aanpak piekbelasters gebruikt. Het kabinet heeft recent besloten om de prioritering van ruimte in het SSRS aan te passen waardoor de ruimte in beginsel éérst beschikbaar komt voor PAS-melders. Mede op verzoek van de provincies komt een interactieve kaart van het RIVM waarmee beter is in te schatten waar ruimte uit regelingen beschikbaar komt, zodat de verificatie daarop kan worden gefocust. 8. Juridisch instrumentarium/ borging, met name van innovaties in de landbouw U geeft aan dat, om tot uitvoering van gebedsprogramma's te komen, het van belang is dat er voldoende juridische borging is van geplande maatregelen die leiden tot doelbereik, waaronder innovaties in bijvoorbeeld de landbouw. Antwoord: M.b.t. innovaties en Rav-factoren Na de uitspraak van de Raad van State vorig jaar, is het niet meer mogelijk om een natuurvergunning te verlenen waarbij de berekening enkel gebaseerd is op Rav-factoren. Daarvoor moet een passende beoordeling overlegd worden. Om ondernemers te ondersteunen bij het opstellen van een passende beoordeling, werkt DGLGS samen met de provincies aan het opstellen van een handreiking die daarvoor handvatten kan bieden om te komen tot een juridisch houdbare natuurvergunning.

Ook loopt er een onderzoekstraject om te borgen dat emissiearme stalsystemen op een juiste wijze worden gebruikt zodat het stikstofreducerend effect (wat deze stalsystemen beloven te halen) ook daadwerkelijk gehaald wordt. Daarnaast zet IenW in op het verbeteren van de huidige systematiek van totstandkoming van emissiefactoren en gebruik van de emissiearme stalsystemen. Voor de langere termijn wordt er gewerkt aan een nieuwe reguleringssystematiek voor emissies op basis van middelvoorschriften in combinatie met continu gemeten emissies. M.b.t. emissies op bedrijfsniveau, KPI's en landschapsgronden Na de beëindiging van de gesprekken over een Landbouwakkoord en de val van het kabinet beraadt het kabinet zich op de te nemen vervolgstappen. Hierover zal t.z.t. meer informatie beschikbaar komen. 9. Moeilijk beïnvloedbare stikstofbronnen U geeft aan behoefte te hebben aan een duidelijke erkenning en prioritering bij het Rijk voor de aanpak van de problematiek rondom moeilijk beïnvloedbare stikstofbronnen, die op korte termijn (de komende jaren) niet kan worden opgelost. En vooral: wat dit betekent voor maatregelen die u en/of Rijk (moet) nemen ten aanzien van wel beïnvloedbare bronnen.

Antwoord: Het Rijk realiseert zich dat er sprake kan zijn van situaties waarin bronnen van stikstof lastig beïnvloedbaar zijn en dat de realiteit is dat oplossingen hiervan een meerjarige aanpak vergen. Dit laat onverlet dat het Rijk zich maximaal inspant om te doen te doen wat wèl binnen onze mogelijkheden ligt om tot vermindering van depositie van stikstof op kwetsbare natuurgebieden te komen. Dat is ook van belang voor volhoudbare toestemmingsverlening van de diverse ruimtelijkeconomische ontwikkelingen. Provincies en Rijk blijven hierover met elkaar in gesprek, aansluitend op de structurele aanpak stikstof en de gebiedsgerichte aanpak van het NPLG. Wat betreft het buitenland: de huidige vijf sporen voor de buitenlandaanpak van het Rijk blijven van kracht. Het Rijk (LNV/LGS) komt na het zomerreces met een reactie op de toezegging Omtzigt (en op moties Koekkoek, Omtzigt en van Baarle). Dat houdt een visie in op de aanpak van de problematiek in grensgebieden , resp. welke afspraken met de buurlanden worden gemaakt. Er wordt gekeken naar de (gunstige) effecten die worden verwacht van de uitvoering van de vastgestelde Vlaamse PAS-op emissie/depositie in NL natuurgebieden.

Met Vlaanderen werkt het Rijk samen met betrokken provincies intensief samen onder meer middels grensoverschrijdende pilots gericht op gemeenschappelijk natuurherstel/beheer en het in kaart brengen van impact van internationale scheepvaart op Vlaamse en Zeeuwse natuur. Daarnaast wordt gezamenlijk gewerkt

5

aan een afsprakenkader over dossieruitwisseling en beoordeling van grensoverschrijdende effecten bij vergunningverlening. Samen met betrokken provincies worden stappen gezet om tot intensievere samenwerking met Noordrijn-Westfalen te komen en zal binnenkort overleg zijn met Nedersaksen. Wat betreft de zeescheepvaart: de nieuwe internationale richtlijnen voor motoren/emissies (NECA en VECA) leveren op de lange termijn (tijdsbestek van tientallen jaren) naar verwachting een reductie van 807 stikstofemissie op. Zeescheepvaart zal op termijn onder het Europese ETR vallen; dit betekent dat emissierechten door bedrijven gekocht moeten worden. Dit is een prikkel voor de verdere reductie van emissies. ^ Walstroom zeescheepvaart: aanstaande verplichting in grote zeehavens. Effecten zijn nog te bezien. ^ Maritiem masterplan I&W gericht op verduurzamen van (exclusief) de Nederlandse vloot, medio juli 2023 bekend wat de maatregelen zijn. Wat betreft de meetcorrectie blijkt uit een recent uitgebrachte rapportage van het RIVM blijkt dat er geen grote emissiebronnen zijn die de hoge meetcorrectie verklaren. 10. Toestemmingverlening i.r.t. de Natuurdoelanalyses U geeft aan dat NDA's zorgelijke signalen geven over de staat van stikstofgevoelige natuur en dat dit extra druk zet op toekomstbestendige toestemmingsverlening/ vergunningverlening.

Antwoord: Als bevoegd gezag zijn in de meeste gevallen provincies primair bevoegd om hier afwegingen over te maken. Tegelijkertijd begrijpen wij ook uw zorgen over de impact van NDA's met veel negatieve scores. Dat geldt in het bijzonder in gebieden waar verslechtering niet is uit te sluiten en waar instandhoudingsdoelstellingen, ook met extra inspanningen, in de komende jaren nog buiten bereik zullen zijn. Primair is het belangrijk dat de staat van de natuur bepalend is voor de ruimte die er is voor toestemmingsverlening. De NDA's zijn slechts feitelijke ecologische analyses die beschrijven wat de staat van de natuur is, inclusief de verwachte gevolgen van vastgestelde maatregelen, in de stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden. De NDA's zijn niet opgesteld met het doel om toestemmingsverlening makkelijker (of moeilijker) te maken, maar hebben hier als best beschikbare kennis van gebieden wel implicaties voor. De implicatie van de verschillende mogelijke NDA conclusies voor toestemmingsverlening zijn vorig jaar ambtelijk in beeld gebracht en interbestuurlijk afgestemd. Het is aan de bevoegde gezagen om die lijn ook in besluiten over toestemmingsverlening te hanteren. Daarnaast is het van groot belang dat de inzichten vanuit de NDA's benut worden voor vormgeving, vaststelling en uitvoering van aanvullende maatregelen.

Alleen met geborgde, aanvullende maatregelen zal er uiteindelijk meer ruimte kunnen ontstaan voor toestemmingsverlening. In gevallen waar verslechtering in gebieden al geconstateerd is, kan het nodig zijn om al vooruitlopend op de gebiedsprogramma's aanvullende (overleving)maatregelen in te zetten. Hierover vindt bestuurlijke afstemming plaats tussen Rijk en provincies. Het Rijk en provincies hebben afgesproken dat overheden elkaar informeren over voorgenomen transacties op basis van extern salderen wanneer zij zelf als initiatiefnemer optreden. Op korte termijn wordt de evaluatie van extern salderen uitgevoerd. Daarbij zal ook worden onderzocht of het mogelijk en wenselijk is om het uitwisselen van NH3 voor NOx bij extern salderen te voorkomen. Toegezegd is een onderzoek naar stand van zaken toezicht en handhaving uit te voeren. Verwachting is dat het onderzoek later in 2023 (interbestuurlijk) aanbesteed wordt.

6

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Losser&id=115a1199-d293-4fc1-bcda-d5e293792111