2024-10 Raadsinfo Reactie van ministerie op concept-PPLG Overijssel
Tekst van het document
Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit
> Retouradres Postbus 20401 2500 EK Den Haag
College van Gedeputeerde Staten van Overijssel Postbus 10078 8000 GB Zwolle
Directoraat-generaal Regieorganisatie Transitie Landelijke Gebied Bezoekadres Bezuidenhoutseweg 73 2594 AC Den Haag
Postadres Postbus 20401 2500 EK Den Haag
Overheidsidentificatienr 00000001858272854000 T 070 379 8911 (algemeen) F 070 378 6011 (algemeen) www.rijksoverheid.nl/lnv
Datum Betreft
24 oktober 2023 Terugkoppeling tussentijds beeld met bevindingen uit de integrale beoordeling van uw gebiedsprogramma en eerste maatregelpakketten
Geacht college van Gedeputeerde Staten,
Ons kenmerk DGRTLG / 37815968
Uw kenmerk
Bijlage(n) 2
Graag bedank ik u voor het ontwerp PPLG (Provinciaal Programma Landelijk Gebied) Overijssel, inclusief voorgestelde maatregelpakketten. We zijn zeer te spreken over het niveau van uitwerking van het ontwerp PPLG Overijssel en de maatregelpakketten. Wij waarderen de vele inspanningen van alle betrokken collega's bij de provincie, gemeenten en waterschappen, die hebben geleid tot deze versie van uw PPLG. Dit heeft de minister voor Natuur en Stikstof ook benadrukt in haar gesprek met gedeputeerde Maurits von Martels op 12 september 2023. Deze brief heeft als doel een tussentijds beeld met bevindingen uit de integrale beoordeling door het Rijk van uw gebiedsprogramma en uw eerste maatregelpakketten met u te delen. Het betreft dus geen toezegging voor middelen. Zie hiervoor verder de toelichting in deze brief bij het onderdeel 'Vervolgproces: hoe verder?'. Met uw Provinciaal Programma Landelijk Gebied1 en het aanstaande Nationaal Programma Landelijk Gebied (NPLG) worden belangrijke stappen gezet in de ontwikkeling van het landelijk gebied in Overijssel. Komende jaren zullen we als provincie en Rijk met bewoners, ondernemers en andere partners samen blijven werken aan de transitie van het landelijk gebied in Overijssel. Het in ontwikkeling zijnde NPLG, uw PPLG en de eerste maatregelpakketten vormen daarvoor de basis.
Het is van belang voortgang te houden in de uitvoering; de Kaderrichtlijn Water dient in 2027 te zijn uitgevoerd, het bereiken van het klimaatdoel in 2030, het herstel van de natuur is urgent en ook de toestemmingsverlening voor maatschappelijke en economische ontwikkelingen dient door te gaan. Om die reden ontwikkelen we het PPLG en NPLG stapsgewijs en starten we waar mogelijk met wat nu al kan, op basis van wat we nu weten en overzien. Dit is het begin van een meerjarig voortrollend programma. Hierbij zullen we nieuwe inzichten en ontwikkelingen in uw provincie en bij het Rijk betrekken en zo nodig integreren in ieders aanpak; provinciale en
1 Op 29 juni 2023 heeft u uw ontwerp PPLG Overijssel en eerste maatregelpakketten aangeleverd. Op 6 juli 2023 resp. 13 juli 2023 heeft de warme overdracht en interviewronde plaatsgevonden.
Pagina 1 van 7
Directoraat-generaal Regieorganisatie Transitie Landelijke Gebied
rijksmaatregelen zorgen immers gezamenlijk voor doelbereik op het gebied van natuur, stikstof, water en klimaat.
Ons kenmerk DGRTLGĮ 37815968
Tussentijds beeld met bevindingen uit de integrale beoordeling Het Rijk heeft in een samenwerking tussen de ministeries van BZK, IenW en LNV een tussentijds beeld gevormd van uw ontwerp PPLG en de eerste maatregelpakketten. Het PPLG en maatregelpakketten worden aan de hand van de bij u bekende Handreiking Gebiedsprogramma's resp. de Spelregels Meerjarenprogramma Transitie Landelijk Gebied bekeken en beoordeeld. De onafhankelijke kennisinstellingen zijn gevraagd een ex ante evaluatie uit te voeren op de PPLG's (PBL, WUR, RIVM en Deltares) en de eerste maatregelpakketten (WEcR en Deltares). Wanneer deze ex ante evaluatie beschikbaar is, zal ik u die doen toekomen.2 Op grond van de inzichten uit de door u gestarte gebiedsprocessen, de verdere uitwerking van uw PPLG, ons tussentijds beeld, onze reactie op uw vragen aan het Rijk en de inzichten van de kennisinstellingen, vraag ik u uw PPLG en eerste maatregelpakketten verder in concreetheid uit te werken. Het uiteindelijke oordeel volgt op de nieuwe versie van uw PPLG en maatregelpakketten, die wij u verzoeken volgend jaar aan te leveren. Vooralsnog vragen wij u een verbeterde versie van uw PPLG in te dienen in de periode 15 augustus tĮm 30 september 2024; op een later moment ontvangt u hierover nadere informatie.
Voor die maatregelpakketten waar u in 2024 mee wenst te starten wordt u verzocht de nieuwe, aangepaste versie in te dienen in de periode vanaf 15 januari tĮm 1 maart 2024. Samenvattend ligt er met dit ontwerp-PPLG een zeer stevige basis om de NPLGopgaven voor natuur, stikstof, water en klimaat in Overijssel op te pakken in en met gebieden en gebiedspartners. U heeft intensief samengewerkt met gebiedspartners en ambitie dit te vervolgen. Dit wordt erg gewaardeerd. Daarnaast hebben wij zeer veel waardering voor uw integrale aanpak. Bovenop het integrale NPLG benadrukt u het perspectief voor de landbouw en sociaaleconomische kwaliteit. Dit accent vergroot draagvlak en uitvoerbaarheid. Terwijl het ontwerp PPLG alle NPLG-doelen benoemt, vragen sommige doelen nadere uitwerking. Het doelbereik is nog niet te beoordelen. Dit komt enerzijds omdat enkele van de sporen zwaar leunen op nog door het Rijk te nemen beslissingen en uitwerkingen, en omdat de opgaveverdeling over de gebieden nog verder plaats moet vinden. Anderzijds omdat u ervoor kiest in bottom-up gebiedsprocessen maatregelen verder uit te werken, waardoor de toets vanuit de handreiking op doelbereik op dit moment nog niet mogelijk is. Tegelijkertijd probeert u sturingsmomenten in de gebiedsprocessen in te bouwen, zowel in tijdpad, als in op te leveren producten.
We herkennen de spanning in het maken van structurerende keuzes aan de voorkant, versus het vormgeven van een
2 Onlangs heeft de Ecologische Autoriteit kenbaar gemaakt dat sprake is van gebrek aan personele capaciteit van zowel ecologisch deskundigen als werkgroepsecretarissen. Dit betekent dat zij eerst onverkort doorwerkt aan de toetsing van de natuurdoelanalyses, en aansluitend aan de slag gaat met gebiedsprogramma's. Wanneer de Ecologische autoriteit kan starten met toetsing van gebiedsprogramma's is nog niet bekend, en dit zal naar verwachting op zijn vroegst in Q2-2024 kunnen starten.
Pagina 2 van 7
Directoraat-generaal Regieorganisatie Transitie Landelijke Gebied
bottom-up gebiedsproces. Het inbouwen van de sturingsmomenten zien we als een pragmatische manier om toch regie op het proces te houden en te sturen op voortgang. Tenslotte denkt u na over juridische instrumenten in prioritaire gebieden. Dit vraagt nog een nadere concretisering, maar spreekt in de opzet aan. Concluderend zijn wij onder de indruk van het gebiedsprogramma dat u heeft aangeleverd en moedigen u aan zo door te gaan.
Ons kenmerk DGRTLGZ37815968
Dit tussentijds beeld met bevindingen uit de integrale beoordeling van uw ontwerp PPLG bevat zowel positieve punten als punten die nadere keuzes, koers, verdere uitwerking of concretisering behoeven. Voor een uitgebreider beeld verwijs ik naar de bijgevoegde bevindingen. Het tussentijdse beeld gaat in op voorwaarden en aanbevelingen die er het meest uit springen voor deze versie van het PPLG, inclusief eerste maatregelpakketten. Dat laat onverlet dat een volgende versie van het provinciale programma uiteindelijk aan alle voorwaarden tegemoet zal moeten komen, zoals deze in de dan geldende Handreiking geformuleerd staan. Uit de NDA's blijkt dat in veel Natura 2000-gebieden daadwerkelijk verslechtering heeft plaatsgevonden. Dat is in strijd met het verbod uit de Habitatrichtlijn. Ook kon verslechtering dikwijls niet worden uitgesloten wegens gebrek aan informatie of verwachte verslechtering in de toekomst. De verslechtering is vaak het gevolg van verschillende drukfactoren zoals stikstof en verdroging. Het is van belang dat de provincies, waar dit mogelijk is, direct stappen ondernemen om die verslechtering terug te dringen, als dat nog niet in gang is gezet. Uw ontwerp PPLG geeft een beeld van de door u gewenste ontwikkeling in het landelijk gebied in Overijssel.
Om te zorgen dat uw PPLG een positief of gedeeltelijk positief integraal oordeel kan ontvangen bij de uiteindelijke en definitieve beoordeling van de in 2024 in te dienen versie van uw gebiedsprogramma, zal dit ontwerp PPLG op een aantal punten verder moeten worden uitgewerkt of worden aangepast. In het bijgevoegde tussentijdsbeeld met bevindingen uit de integrale beoordeling zijn deze punten aangegeven. U heeft drie uitgewerkte maatregelpakketten ingediend. We begrijpen en delen het belang om snel in gebieden aan de gang te gaan met het realiseren van de NPLG doelen. Een deel van de voorgestelde maatregelen zijn daarvoor een goede eerste aanzet, bijvoorbeeld de maatregelen voor gebiedsprocessen rondom N2000-gebieden en beekdalen, en voor een brede integrale aanpak. Het is daarbij belangrijk om binnen deze pakketten aan te geven welke maatregelen helpen om verslechtering te voorkomen. Bovendien moet er een nadere toelichting komen op het doelbereik van de maatregelen. In het tussentijds beeld en de ambtelijke gesprekken die zijn gevoerd, zijn tenslotte diverse andere uitwerkingspunten naar voren gekomen. Graag blijven we hierover met u in gesprek.
Pagina 3 van 7
Directoraat-generaal Regieorganisatie Transitie Landelijke Gebied
In 2024 voortzetten van de uitvoering Het is belangrijk dat we ondanks de demissionaire status van het kabinet vaart houden in de gebiedsprocessen. Dit wordt ook ondersteund door de Tweede Kamer, medeoverheden en maatschappelijke partners. Ook de dagvaarding van Greenpeace3 is een extra reden om niet stil te gaan zitten en dus voortvarend door te pakken. Daarom is het kabinet voornemens om in 2024, nadat de kennisinstellingen een positief advies hebben uitgebracht, middels een Nota van Wijziging middelen op de LNV-begroting te reserveren voor eerste maatregelpakketten, zodat daar al in 2024 mee gestart kan worden. Op voorwaarde dat de Kamer deze begrotingswijziging vaststelt, is het mogelijk in 2024 de uitvoering op te pakken dan wel voort te zetten. Zoals eerder aangegeven zal het hier gaan om no-regret maatregelen: maatregelen waarvan duidelijk is dat ze bijdragen aan het doelbereik van de NPLG doelen en die geen risico op lock-in effecten hebben.
Ons kenmerk DGRTLGZ37815968
Voor de toekenning van middelen voor 2024 vragen wij u commitment te geven op een verbeterslag van uw gebiedsprogramma. Daarom vraagt het Rijk dat uw provincie in de volgende versie van uw gebiedsprogramma: Zich committeert aan alle geregionaliseerde NPLG-doelen voor natuur, stikstof, water en klimaat welke het kabinet voornemens is om op te nemen in het ontwerp-NPLG. -
Uitwerking geeft aan de structurerende keuzes rond overgangsgebieden Natura2000 en voor zover van toepassing in uw provincie beekdalen en peilopzet veenweidegebieden.
-
Globale keuzes maakt over de ontwikkelrichting van de landbouw in verschillende gebieden; mede op basis van een beter uitgewerkte analyse van het water/bodemsysteem voor het hele landelijk gebied.
-
De noodzakelijke ruimtelijke afwegingen maakt en het ruimtebeslag inzichtelijk maakt dat samenhangt met realisatie VHR-doelen 2030, NNN en bossenstrategie.
-
Verdere acties concretiseert en opneemt die op grond van de natuurdoelanalyses nodig zijn om verslechtering tegen te gaan.
Ervan uitgaande dat uw provincie dit commitment geeft, wil de Minister voor Natuur en Stikstof in 2024 eerste maatregelpakketten kunnen honoreren. U wordt op korte termijn geïnformeerd hoe dit commitment vorm te geven. Het maken van een ruimtelijke doorvertaling van de structurerende keuzes en maatregelen in samenhang met de gebiedsprocessen: u wordt gevraagd om in het gebiedsprogramma duidelijker aan te geven wat waar gaat gebeuren en wanneer. Daarbij heeft het Rijk er begrip voor dat, ook vanwege de gewenste interactie met gebiedspartijen, niet alles in één keer duidelijk kan zijn. Wel wordt u gevraagd om bij de start van de uitvoering van uw gebiedsprogramma de sturende uitgangspunten helder te hebben gemaakt. Daarbij kunt u beschrijven hoe u gefaseerd en dus meerjarig inzicht wil geven in hoe de ruimtelijke doorvertaling gemaakt kan worden. Bij het in kaart brengen van de verdere uitwerkingen voor
3 Zie voor meer informatie over de dagvaarding: 2023-07-11-Dagvaarding-Greenpeace-sti kstof-def. pdf (rechtspraak.nl)
Pagina 4 van 7
Directoraat-generaal Regieorganisatie Transitie Landelijke Gebied
de natuur-, water- en klimaatopgaven moet in beeld gebracht worden wat nodig is, zodat partijen daar in de verdere samenwerking volgende stappen op kunnen Ons kenmerk DGRTLGZ37815968 zetten. De (structurerende) keuzes die binnen het PPLG nodig zijn, moeten ook passen binnen het Ruimtelijk Voorstel dat u in het kader van NOVEX aan het afronden bent. Conform het provinciaal startpakket fysieke leefomgeving worden structurerende keuzes opgenomen in het ruimtelijk arrangement met de afspraak om deze te verwerken in de nieuwe Nota Ruimte en in de provinciale Omgevingsvisie. NOVEX is een cyclisch proces, (structurerende) keuzes die nu of de komende periode nog niet duidelijk zijn, worden in een volgende NOVEX cyclus meegenomen.
Vraag en voorwaarden vanuit provincie aan het Rijk De transitie van het landelijk gebied vraagt richting en randvoorwaarden vanuit het Rijk. Vanuit meerdere provincies is aangegeven welke randvoorwaarden zij nodig hebben voor de verdere doorontwikkeling van hun PPLG. Dit geldt ook voor Overijssel. Waar mogelijk werken wij aan deze randvoorwaarden en bekijken wij samen met u hoe wij omgaan met de situatie waarin dit (nog) niet mogelijk is. Wegens de demissionaire status van het kabinet is het helaas niet mogelijk om op dit moment in de tijd op alle punten uitwerking te geven en voldoende concreet te worden. In de bijlage van deze brief is een overzicht gegeven van de meest voorkomende vragen en randvoorwaarden die provincies aan het Rijk hebben gesteld in het kader van de doorontwikkeling van hun PPLG. Hierin wordt ook ingegaan op de door u in uw ontwerp PPLG en aanbiedingsbrief genoemde vragen en voorwaarden inzake de problematiek PAS-melders, aanpak piekbelasting, perspectief voor de landbouw, middelen voor ecosysteemdiensten, taakstellende opgaven en generieke normen. Daarnaast heeft u nog enkele voorwaarden meegegeven. In grote lijnen gaan deze over de beschikbaarheid en aankoop van gronden en bedrijven, het beschikbaar juridisch instrumentarium, en financiële middelen voor een leefbaar plattenland.
U heeft aangegeven middelen nodig te hebben voor de aankoop van bedrijven en gronden en tevens regie te willen voeren middels het provinciaal grondbedrijf. Voor aankoop (beëindigen) van bedrijven staan twee nationale regelingen open: Lbv-plus en Lbv.4 Wanneer agrarische bedrijven meedoen aan een van deze regelingen of vrijwillig stoppen kan, in aanvulling op de provinciale grondbank, de Nationale Grondbank ingezet worden om de gronden aan te kopen. De Nationale Grondbank is primair bedoeld als faciliteit voor de provincies, dus ook voor Overijssel. Als regisseur van de gebiedsprocessen geeft u aan welke vastgoedaankopen nodig of behulpzaam zijn. We vinden een goede afstemming tussen de provincies en de Nationale Grondbank belangrijk. Hiertoe zijn met Overijssel de eerste ambtelijke gesprekken gestart. Bovendien onderstreept u het belang van duidelijkheid over de onontkoombaarheid van internationale opgaven. In de reactiebrief van 4 april op uw eerste versie van het PPLG, van de minister voor Natuur en Stikstof aan uw College, is hier uitgebreid op ingegaan. De transitie van het landelijk gebied vergt een samenhangende aanpak, die meerdere beleidsterreinen omvat, die van alle bestuurslagen inzet vraagt en waarbij diverse
4 Zie voor meer informatie de website van aanpak piekbelasting of de kamerbrief "Voortgang aanpak piekbelasting" van 12 juni 2023.
Pagina 5 van 7
Directoraat-generaal Regieorganisatie Transitie Landelijke Gebied
soorten instrumenten (financieel, juridisch (publiekrechtelijk (algemene regels en vergunningen), privaatrechtelijk (pachtbeleid), en feitelijke handelingen (ingrepen in natuur en water)) ingezet zullen moeten worden. Tenslotte benadrukt u in het ontwerp PPLG het belang van sociaal economische kwaliteit als integraal onderdeel in de aanpak. In dit kader vraagt u tevens om een rijksbijdrage aan een revolverend fonds voor een leefbaar plattenland. Hoewel het Transitiefonds geen ruimte biedt voor de financiering van sociaaleconomische maatregelen, begrijpen wij dat de sociaaleconomische kwaliteit van het plattenland onlosmakelijk verbonden is met het PPLG van Overijssel.5
Ons kenmerk DGRTLGZ37815968
Vervolgproces: hoe verder? Samen starten, samen bijsturen. Zoals aangegeven staan we aan het begin van een proces waarbij we gezamenlijk de grote opgaven in het landelijk gebied aanpakken en samen nader uitwerken waar nodig. Dit vraagt een nieuwe manier van samenwerken, die we ons eigen aan het maken zijn en waar we met u en uw ambtelijke organisatie al een goed begin mee hebben gemaakt. Het is waardevol dit proces lerend aan te pakken en elkaar de komende tijd te blijven ontmoeten om dit samen te doen. Het Rijk hecht aan het samen oppakken van vraagstukken en wil hulp bieden waar dat mogelijk is, zonder elkaars verantwoordelijkheden over te nemen of in elkaars rol te kruipen. De komende tijd werken we met u graag samen verder aan onder meer de volgende onderwerpen, die bijdragen aan de ontwikkeling van het NPLG, de verdere uitwerking van uw PPLG en de uitvoering van maatregelen. Onderstaande overzicht is het resultaat van ambtelijk afstemming. -
Graag continueren we het maandelijks ambtelijke regieoverleg om actualiteiten uit te wisselen, knelpunten te inventariseren en deze te vertalen naar een gezamenlijke werkagenda.
-
We willen de komende periode benutten om met uw ambtelijke organisatie te bezien hoe we het doelbereik in de gebiedsprocessen voldoende kunnen borgen in combinatie met de door u voorziene bottom-up aanpak.
-
LNV wil graag nader met Overijssel in gesprek over het perspectief voor de landbouw en wat hiervoor nodig is qua grondgebonden normering.
Toekenning van middelen Onderdeel van de nadere uitwerking is ook om met elkaar te bespreken hoe het gevraagde bedrag voor maatregelpakketten en de dekking daarvan met elkaar in balans gebracht kan worden. Daarbij kijken we ook naar andere bronnen die daarvoor beschikbaar zijn. Deze brief is geen toezegging op de gevraagde middelen. Toekenning van middelen vindt plaats op grond van een aanvraag rijksbijdrage voor de (gedeeltelijk) goedgekeurde maatregelpakketten, via een regeling die naar verwachting begin 2024 wordt opengesteld. Voor de maatregelpakketten waar u in 2024 mee wenst te starten wordt u verzocht de nieuwe versie in te dienen in de periode vanaf 15 januari tot en met 1 maart 2024.
5 Zie ook Bijlage Reactie op vraag en voorwaarden vanuit provincies.
Pagina 6 van 7
Directoraat-generaal Regieorganisatie Transitie Landelijke Gebied
Ontwerpversie NPLG De ontwerpversie van het NPLG wordt de komende maanden verder uitgewerkt waarna deze ter inzage zal worden gelegd. Vaststelling van het NPLG volgt naar verwachting in 2024. Bij de uitwerking worden alle bij het NPLG betrokken partijen meegenomen. De ontwikkeling en uiteindelijke vaststelling van het NPLG in 2024 betekent dat u tot in de loop van 2024 toe kunt werken naar een volgende versie van uw PPLG. Hiermee is er tijd en ruimte om de gebiedsparticipatie in uw provincies voort te zetten en uit te bouwen, onderdelen van uw PPLG verder uit te werken en te concretiseren, rekening te houden met de inzichten die dit najaar uit de ex ante evaluatie van de kennisinstellingen gaan komen en de voorliggende terugkoppeling van het tussentijds beeld met eerste bevindingen van de integrale beoordeling van het Rijk te verwerken.
Ons kenmerk DGRTLGZ37815968
In januari 2024 komt naar verwachting een actualisatie van de Handreiking gebiedsprogramma's beschikbaar. Hierin zijn lessen verwerkt uit de tussentijdse beoordeling van afgelopen zomer, de feedback van betrokkenen van provincies, IPO, UvW, VNG en het Rijk en de doorontwikkeling van onderdelen van het rijksbeleid. Bij de actualisatie van de Handreiking wordt ook aangegeven wat in de actualisatie van PPLG's in 2024 mee genomen moet worden en wat kan wachten voor latere doorontwikkeling van daarop volgende actualisaties van uw PPLG's. Ik wil u nogmaals bedanken voor het vele werk dat reeds verzet is en ik kijk uit naar de verdere samenwerking om de stappen te zetten die nu hard nodig zijn. Ik vertrouw erop u hiermee voldoende te hebben geïnformeerd. Ambtelijk wordt de terugkoppeling van ons tussentijds beeld met eerste bevindingen in gesprekken verder toegelicht. Met vriendelijke groet,
Johan Osinga, Directeur-generaal Regieorganisatie Transitie Landelijk Gebied Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit Mede namens Guido Landheer (wnd. Directeur-generaal Agro, ministerie van LNV), Donné Slangen (Directeur-generaal Natuur en Visserij, ministerie van LNV), Jan-Kees Goet (voor de Directeur-generaal Landelijk Gebied en Stikstof, ministerie van LNV), Jaap Slootmaker (Directeur-generaal Water en Bodem, ministerie van IenW), Marjolein Jansen (Directeur-generaal Ruimtelijke Ordening, ministerie van BZK).
Pagina 7 van 7
Tussentijdse beeld met bevindingen uit de integrale beoordeling van het ontwerp PPLG Overijssel en eerste maatregelpakketten Het provinciale programma landelijk gebied en de eerste maatregelpakketten die zijn ingediend rond 1 juli 2023, zijn getoetst aan alle voorwaarden en aanbevelingen uit de Handreiking gebedsprogramma's (maart 2023) en de Spelregels Meerjarenprogramma Transitie Landelijk Gebied (november 2022). Dit heeft geleid tot een tussentijds beeld met bevindingen; een advies van het Rijks-toetsteam aan het interdepartementale Directeuren- en DG-overleg, die daar mee ingestemd hebben. Dit beeld bevat punten die het Rijk positief vindt en punten die nog uitwerking behoeven. Het tussentijdse beeld gaat in op voorwaarden en aanbevelingen, die er het meest uit springen voor deze versie van het provinciale programma inclusief eerste maatregelpakketten en passend bij de fase van uitwerking door deze provincie. Dat laat onverlet dat een volgende versie van het provinciale programma uiteindelijk aan alle voorwaarden tegemoet zal moeten komen, zoals deze in de dan geldende Handreiking geformuleerd staan. Hierbij wordt opgemerkt dat het Rijk naar verwachting in januari 2024 een actualisatie van de Handreiking zal uitbrengen. 1. Algemene informatie Provincie Overijssel Datum September 2023 Beoordeelde stukken
Ontwerp-PPLG, een oplegbrief aan de minister voor N&S en 5 bijlagen: 1. Concept gebiedsprogramma's 2. Toelichting op ontwerp-PPLG Overijssel 3. Maatregelpakketten 2024 4. Procesverantwoording ontwerp-PPLG 5. Bijlagen bij toelichting op ontwerp-PPLG Overijssel Daarnaast zijn er verslagen gemaakt van de warme overdracht, de interviewronde en van aanvullende gesprekken over landbouw/klimaat/stikstof, water, sociaaleconomisch perspectief en natuur en is door de provincie aanvullende informatie aangeleverd over doelbereik & monitoring doelbereik en de berekening van de geschatte methaanreductie. Deze informatie is, samen met de hoor en wederhoor, betrokken bij het tussentijdse beeld.
2. Samenstelling toetsteam Kernteam Voorzitter, Rapporteur en Toetscoördinator Toetsers IenW, BZK, EZK, LNV (beleidsonderdelen) en LNV (RTLG)
3. Conclusies : tussentijds beeld met bevindingen uit de integrale beoordeling Gebiedsprogramma (zie onderdeel 4 voor onderbouwing van conclusie) Samenvatting van Samenvattend ligt er met dit ontwerp-PPLG een stevige basis om de NPLG-opgaven voor tussentijds beeld van natuur, stikstof, water en klimaat in Overijssel op te pakken in en met gebieden en integrale beoordeling van gebiedspartners. Het programma raakt aan alle NPLG-doelen, maar is nog niet voor alle PPLG. doelen compleet (vb. verdere uitwerking GBDA is nodig). Er is nog niet te zeggen welk doelbereik behaald zal worden. Dit komt enerzijds omdat enkele van de sporen zwaar Onderdelen/punten die leunen op nog door het Rijk te nemen beslissingen en uitwerkingen, en omdat de opgave het Rijk positief vindt en verdeling over de gebieden nog verder plaats moet vinden. En anderzijds omdat Overijssel waar zij enthousiast van ervoor kiest in bottom-up gebiedsprocessen maatregelen verder uit te werken, waardoor de wordt. toets vanuit de Handreiking op doelbereik op dit moment nog niet te maken is.
En onderdelen / punten Tegelijkertijd probeert de provincie sturingsmomenten in de gebiedsprocessen in te bouwen, waar het Rijk nog keuzes zowel in tijdpad, als in op te leveren producten (met go/no go momenten) en in de of koers, verdere uitwer juridische opzet van een gebiedsproces (met de mogelijkheid in prioritaire gebieden een king en concretisering op gebiedsplan onder de WILG of de Omgevingswet te realiseren, wat een juridisch bindend verwacht. proces met mogelijkheid op volledige schadeloosstelling biedt). Dit vraagt nog een nadere concretisering, maar spreekt in de opzet aan. In dit ontwerp-PPLG ontbreken er nog diverse belangrijke zaken die in de Handreiking worden gevraagd, en die het toetsteam nodig heeft bij de oordeelsvorming, zoals t.a.v. het nemen van maatregelen om verslechtering tegen te gaan (n.a.v. de NDA's), een concrete strategie hoe het 300Zo doelgat van de VHR te dichten, een toelichting op de lopende activiteiten en evt. aanvullende maatregelen in het PPLG voor het terugdringen van nitraat en gewasbeschermingsmiddelen in grondwaterbeschermingsgebieden, en de monitoring van het PPLG. Dit vraagt aandacht. De uit de Handreiking ontbrekende of nader uit te werken elementen worden hieronder en in de voorwaarden nader geduid. De nog benodigde uitwerking vraagt daarbij niet alleen wat van de provincie, maar ook van het Rijk.
Het PPLG benoemt diverse randvoorwaarden waar het Rijk duidelijkheid op moet geven voordat de gebiedsprocessen, en daarmee de aanpak van de NPLG-opgaven, echt van start kan. Hieronder wordt de opzet van het ontwerp-PPLG van Overijssel nader toegelicht en worden positieve punten en belangrijke aandachtpunten benoemd. Provincie Overijssel heeft een uitgebreid, integraal ontwerp-PPLG opgeleverd, dat via hun '3x3 aanpak' en met structurerende keuzes op hoofdlijnen sturing geeft aan de verdere
aanpak en uitvoering van het gebiedsprogramma. Naast de NPLG-opgaven voor natuur, 1
stikstof, water en klimaat, zet het PPLG in op perspectief voor de landbouw en sociaaleconomische kwaliteit op het platteland. We zijn positief over de manier waarop het proces richting vaststelling van het PPLG is ingericht en de manier waarop uitwerking en afstemming met gebiedspartners plaatsvindt (via gebiedendagen en ambtelijke en bestuurlijke regiotafels voor 6 deelgebieden). Er wordt afstemming gezocht met allerlei soorten partners als waterschappen, gemeenten, LTO Noord en andere agrarische belangenverenigingen, TBO's, waterbedrijven, erfcoaches en verenigingen van lokale dorpsbelangen e.d. die betrokken zijn in 1 of meer van de deelgebieden; Noordwest Overijssel, Salland, Vechtdal, West Twente, Noordoost Twente en Zuidwest Twente. Het ontwerp-PPLG is aan Provinciale Staten voorgelegd om wensen & bedenkingen mee te geven (via moties). De denklijn voor de realisatie van de NPLG-opgaven natuur, stikstof, water en klimaat bestaat uit het uitvoeren van 3 sporen: 1. In heel Overijssel het geleidelijk realiseren van een grondgebonden melkveehouderij (binnen de kaders die het Rijk nog moet aangeven). 2.
Het gebiedsgericht realiseren van een gecombineerde, meervoudige NPLG-opgave voor natuur, stikstof, water en klimaat in uitwerkingsgebieden (veenweide, beekdalen, overgangsgebieden rond N2000-gebieden en GBDA-gebieden), in combinatie met een toekomstbestendige landbouw in deze gebieden. 3. In heel Overijssel het bedrijfsgericht uitvoeren van maatregelen voor toekomstbestendige landbouw, binnen de randvoorwaarden voor milieu en goede verdienmodellen. De keuze voor uitwerkingsgebieden vindt het toetsteam een positief uitgangspunt. Dit is een voorbeeld voor het integrale, gebiedsgerichte werken dat met het NPLG wordt beoogd. Hierdoor kunnen doelen gecombineerd worden op relatief minder hectares (in Overijssel op circa 65.000 ha, waarbij zonder combinaties te maken zo'n 100.000 ha nodig zou zijn om de opgaven te realiseren) en kunnen maatregelen voor verschillende doelen worden ingezet. Ook is dit bevorderlijk voor een integrale aanpak en afweging en voor het draagvlak in de gebieden. Er worden op deze manier ook scherpere keuzes gemaakt over welke vorm van landbouw en landgebruik, waar in Overijssel mogelijk is. Verdere uitwerking van opgaven en welke mix aan maatregelen waar wordt ingezet, vindt plaats in gebiedsprocessen.
Deze kennen een gestructureerde aanpak in tijd en in 3 fasen met op te leveren producten; 1) Verkenningsfase, deze duurt circa V2-IV2 jaar en wordt afgerond met een Programma van Eisen waarin de te realiseren opgaven in het gebied worden vastgelegd. 2) Planuitwerking, deze fase duurt circa 1-2 jaar, waarbij een gebiedsplan wordt opgeleverd (met keuzes voor inrichting en beheer van het gebied en de hiervoor benodigde aanpassingen in de agrarische bedrijfsvoering, en de daarvoor benodigde mix aan maatregelen) 3) Planuitvoering (circa 5-10 jaar), waarin het gebiedsplan wordt uitgevoerd. Een langere periode van uitvoering heeft daarbij vaak te maken met juridische procedures die moeten worden doorlopen. Belangrijk aandachtspunt in het ontwerp-PPLG is dat toetsing aan doelbereik nog niet mogelijk is, omdat veel maatregelen pas bij de planuitwerkingsfase bekend worden. Er worden wel voorbeelden van mogelijk te nemen maatregelen genoemd, maar de mate waarin deze worden ingezet is nog niet bekend. Het ontwerp-PPLG geeft wel geschatte kwantitatieve percentages van doelbereik, maar die zijn gebaseerd op veel aannames.
We hebben diverse voorwaarden bij dit tussentijds beeld opgenomen zodat hier in een volgende versie van het gebiedsprogramma meer duidelijkheid over komt, en geven daarnaast diverse adviezen om in het gebiedsproces zekerheden en mogelijkheden voor tussentijds bijsturen in te bouwen. Daarnaast heeft het toetsteam diverse andere belangrijke aandachtspunten en vragen geformuleerd, die nader uitgewerkt moeten worden in de volgende versie van het gebiedsprogramma, en waaraan ook diverse voorwaarden zijn verbonden. Dit gaat onder andere om het met prioriteit oppakken van aanvullende (natuurherstel)maatregelen op basis van de NDA's zodat verslechtering wordt voorkomen en het (beter) onderbouwen van het effect van de voorgestelde maatregelen op NPLG-doelbereik. Tot slot zien we dat de provincie actief bezig is met het onderwerp sociaaleconomisch perspectief. Het thema maakt integraal onderdeel uit van de PPLG-aanpak, er is binnen het maatregelpakket gebiedsprocessen een bouwsteen over ingediend en er is inmiddels een impact inventarisatie gemaakt die in oktober wordt aangevuld tot een impactanalyse (SEIA). Voor investeringen voorziet de provincie een multipliereffect (factor 2 à 3), omdat er naast de gevraagde euro's van het Rijk ook andere partijen investeringen zullen doen (denk aan Europese fondsen, andere provinciale programma's, lokale overheden en partijen in gebieden).
De aanpak en de zorgvuldigheid waarmee het onderwerp sociaaleconomische kwaliteit wordt opgepakt, zowel inhoudelijk, wetenschappelijk en in de manier hoe gebieden en gebiedspartners hierbij worden betrokken, spreekt ons aan.
2
Voorwaarden behorende Het Ontwerp-PPLG Overijssel is getoetst aan de Handreiking voor de gebedsprogramma's bij integrale analyse PPLG Nationaal Programma Landelijk Gebied (d.d. 17 maart 2023). Op basis van een eerste integrale analyse wordt geconcludeerd dat het gebiedsprogramma op onderstaande aspecten verdere aanvulling behoeft. In de bevindingen per fiche (onderdeel 4 format advies) zijn de voorwaarden, inclusief adviezen, indien nodig verder toegelicht. Aanvullend zijn in de beoordelingsvragen voor het PPLG bij de analyse verduidelijkingsvragen opgenomen. We constateren daarbij dat het ontwerp-PPLG van provincie Overijssel al behoorlijk uitvoerig is uitgewerkt, waardoor de analyse van het toetsteam op een redelijk gedetailleerd niveau kon worden uitgevoerd en op dat niveau getoetst kon worden aan de vereisten uit de handreiking. Dit leidt tot een gedetailleerde uitwerking van voorwaarden en nadere vragen richting een definitieve PPLG-versie volledig cf. de Handreiking. Meer voorwaarden betekent in dit geval dus niet dat het gebiedsprogramma nog minder ver is uitgewerkt.
Het ontwerp-PPLG vraagt wat betreft het toetsteam op de volgende onderdelen nog nadere uitwerking, die zijn geformuleerd in voorwaarden (zie hieronder, gebaseerd op de vereisten uit de handreiking) en verdere aandachtspunten, aanbevelingen en vragen om nadere toelichting (zie toelichting in blok 4 en de beoordelingsvragen). Het gaat (in willekeurige volgorde) om de voorwaarden dat: 1. de doelstelling voor 300Zo VHR-doelbereik wordt onderbouwd middels een concrete strategie (incl. hoeveel ha's via NNN, hoeveel via de bossenstrategie, hoeveel via PAGW, hoeveel via groenblauwe dooradering en hoeveel evt. extra natuur en extra agrarische natuur e.d.). 2. toegelicht wordt hoe met prioriteit verslechtering voorkomen wordt (mede o.b.v. de NDA's en de al geplande maatregelen uit de beheerplannen, cf. handreiking pag. 12). 3. Overijssel bij de volgende versie onderbouwd aantoont wat de verwachte emissiereductie van ammoniak is conform de huidige wettelijke doelstellingen t.o.v. het basispad. Nu kan niet worden beoordeeld of de gehanteerde 5,3 Kton NH3 reductieopgave overeenkomt met het getal uit de startnotitie (van 5,7 Kton). 4. een toelichting wordt gegeven op Voorgenomen en aanvullende natuurherstelmaatregelen, vanuit het Programma Natuur, die gereed zijn voor uitvoering' (cf. pag. 16 handreiking).
Als concrete maatregelen nog niet mogelijk zijn, dan moet aangegeven worden welke globale keuzes Overijssel over de ontwikkelrichting van landbouw per deelgebied gaat realiseren die bijdragen aan de richtinggevende provinciale reductieopgave. 5. voor een goed overzicht van doelbereik voor natuur, stikstof, water en klimaat er in het PPLG een overzicht wordt opgenomen van de opgave, de al genomen maatregelen, de reeds geplande maatregelen o.b.v. huidige (stroomgebieds)beheerplannen e.d. en aanvullende opgaven per N2000 gebied waarvoor aanvullende maatregelen genomen moeten worden (o.b.v. de NDA's). 6. bij de volgende versie van het PPLG de monitoring, evaluatie en momenten van bijsturing nader zijn uitgewerkt. Waarbij voor de onderwerpen stikstof, natuur, klimaat en water (naast KRW, ook waterkwantiteit, bodemdaling en klimaatadaptatie) wordt toegelicht welke bestaande monitoringsinstrumenten worden ingezet en wat aanvullend wordt opgepakt, per NPLG onderwerp en op het niveau van het gebiedsprogramma. 7. dat voor zicht op doelbereik, en mogelijkheid tot bijsturing gedurende het gebiedsproces, duidelijk wordt gemaakt dat de NPLG-doelen voor natuur, stikstof, water en klimaat integraal onderdeel uitmaken van het Programma van Eisen aan het einde van de verkenningsfase en hier alleen beargumenteerd van wordt afgeweken. 8.
er wordt toegelicht dat een volledige Landschap Ecologische Systeem Analyse is uitgevoerd (via samenvatting of bronvermelding). 9. bij het verder uitwerken van de 6 gebiedsprogramma's en het ontwerp-PPLG, de teksten in de concept gebiedsprogramma's in lijn worden gebracht met het ontwerpPPLG Overijssel, bijv. t.a.v. de concrete opgaven. 10. klimaatadaptatie van en met natuur en het noodzakelijke ruimtebeslag hiervoor in NNN en bossenstrategie, nader wordt uitgewerkt in de volgende versie van het PPLG. 11. in het PPLG wordt aangegeven hoe provincie Overijssel instandhoudingsdoelstellingen concreet uitwerkt in omvang, ruimte en tijd, en hoe de beheerplannen actueel worden gehouden. En in hoeverre er gevolgen zijn voor andere N2000 beheerplannen, waaronder de beheerplannen voor de Randmeren. 12. in het PPLG wordt aangegeven welke uitbreidingsmogelijkheden er zijn voor Groenblauwe dooradering, hoe de stap naar 100Zo gerealiseerd gaat worden en hoe de kwaliteit hierbij wordt geborgd. 13. in het PPLG informatie wordt opgenomen over benodigd systeemherstel en te nemen maatregelen per overgangsgebied per N2000-gebied. Zodat een totaal beeld ontstaat van activiteiten en maatregelen die worden ondernomen. 14.
in het PPLG (ook kwantitatieve) informatie wordt opgenomen over de watervraag van gebieden, waar en hoe vernatting zal plaatsvinden om bodemdaling tegen te gaan en ________________________ CO2-uitstoot te verminderen (conform hst. 3.17 van de handreiking), en welke_______
3
maatregelen nog aan PPLG gebiedsprocessen toegevoegd kunnen worden rondom de grondwaterbeschermingsgebieden waar een opgave ligt om nitraat of gewasbeschermingsmiddelen terug te dringen. 15. in het PPLG informatie wordt opgenomen over meekoppelopgaven groen om de stad, effecten op fijnstof en geurhinder, dierwaardige veehouderij, zoönose en brandveiligheid stallen of toe te lichten waarom dit niet van toepassing is. 16. bij de verdere uitwerking en doorontwikkeling van het programma, voor zover beschikbaar, rekening gehouden wordt met de adviezen van de kennisinstellingen (PBL, WUR, RIVM, Deltares), zoals die worden opgenomen in de ex ante evaluatie (naar verwachting begin december 2023 beschikbaar) en de beschikbare adviezen van de Ecologische Autoriteit. 17. bij de doorontwikkeling van het gebiedsprogramma ook volgende stappen gezet worden met de uitwerking van onderdelen die in de handreiking gebedsprogramma's zijn benoemd bij de paragraaf 'wat kan na 1 juli 2023?' 18. de (juridische) status van uitwerkingsgebieden (veenweide, beekdalen, overgangsgebieden rond N2000 en groenblauwe dooradering), de procedures die hiervoor gevolgd gaan worden, en het proces om te komen tot begrenzing vanuit de systeemanalyse nader wordt toegelicht. 19. de methaanreductie opgave wordt verdeeld over de veehouderij(sectoren) en over mestaanwending. 20.
de paragraaf met risico's en randvoorwaarden wordt uitgebreid met risico's en beheersmaatregelen op het gebied van doelbereik, ruimtelijke ordening, uitvoerbaarheid (waaronder juridisch) en technische risico's, incl. een toelichting op hoe groot de kans wordt geacht dat deze risico's zich voordoen, alsmede hoe lock-in effecten worden voorkomen. 21. de sociaaleconomische impactanalyse wordt in de volgende versie van het gebiedsprogramma opgenomen. 22. in het gebiedsprogramma een dekkingsvoorstel wordt opgenomen voor de benodigde middelen, met een uitwerking en doorkijk naar de financiële bronnen van zowel het Rijk als de regio. 23. in de volgende versie van het gebiedsprogramma en in aansluiting op voorwaarde 5 de uitwerking van de financiële en instrumentele strategie de nodige elementen bevat waarbij de gehele financiële PPLG-opgave inzichtelijk is (incl. maatregelen die al beoogd zijn vanuit andere programma's en plannen en een overzicht van de financiering die hiervoor beschikbaar is). 24. in het door de provincie nog op te stellen afwegingskader helder wordt gemaakt welke maatregelen prioriteit hebben om gefinancierd te worden. Er worden nu veel gebiedsprocessen gestart, waar veel te nemen kosten en voorgestelde maatregelen achter weg gaan komen, die niet allen zullen passen binnen het voor de provincie Overijssel beschikbare budget.
We ontvangen graag een visie van de provincie hoe hierop wordt gestuurd en geprioriteerd. Koplopers - eerste maatregelpakketten waarvoor aanvraag rijksbijdrage wordt ingediend (zie onderdeel 5 voor onderbouwing van de samenvatting) Aangeven per maatregelpakket (incl. 100Zo programmakosten per bouwsteen) Samenvatting van positieve en negatieve Maatregelpakket Bouwsteen Cs Analyse bevindingen van integrale 1. Beekdalen 22,1 Eerste inschattig is no regret beoordeling van Gebiedsprocessen mln. voorstellen in een prioritair koplopers gebied. Meer concrete maatregelen opnemen waar Onderdelen/punten die mogelijk, of beter toelichten het Rijk positief vindt en wat er al gebeurt vanuit waar zij enthousiast van lopende programma's. Nadere wordt. toelichting is nodig op En onderdelen / punten doelbereik van de voorgestelde waar het Rijk nog keuzes maatregelen. of koers, verdere Uitwerkingsgebieden 50,6 Eerste inschatting is no regret uitwerking en voorstellen in een prioritair rond N2000 mln. concretisering op gebied. Meer concrete verwacht. maatregelen opnemen waar mogelijk, of beter toelichten wat er al gebeurt vanuit lopende programma's. Nadere toelichting is nodig op doelbereik van de voorgestelde maatregelen. Overige 9,4 mln. Nog sterke vraagtekens bij doelbereik van gebiedsprocessen gebiedsprocessen buiten de uitwerkingsgebieden, en hoe toekomstige financiële claims 4
Sociaaleconomische doelen
Totaal qebiedsprocessen 2. Grond
3. Brede integrale aanpak
Grondverwerving
Landbouw
22,0 mln.
104,1 mln. 213,4 mln.
119,0 mln.
en verwachtingen vanuit deze gebieden te voorkomen. Een PxQ onderbouwing volgt pas na de SEIA die in oktober wordt verwacht. Dit thema lijkt op basis van de huidige uitwerking niet te passen binnen de voorwaarden van het Transtitiefonds.
Voor verwerving ruilgronden via een provinciale grondbank zijn geen middelen beschikbaar in het Transitiefonds (kan via eigen middelen en/of afspraken met Nationale Grondbank). Nadere onderbouwing is nodig over de aangevraagde verwervingshectaren voor nieuwe natuur en bos. Er worden 10 maatregelen voorgesteld, die (verdienmodellen voor) natuurinclusieve landbouw stimuleren en in eerste inschatting deels no regret lijken. Verschillende voorstellen zouden via andere regelingen kunnen worden gefinancierd. Nadere toelichting nodig, o.a. over de aangevraagde vergoeding voor afwaardering.
Totaal 436,4 maatregelpakketten mln. Onderbouwing conclusie: Provincie Overijssel heeft 3 maatregelpakketten ingediend, met in totaal 6 bouwstenen, die Samenvatting van allen zijn uitgewerkt in het hiervoor beschikbaar gestelde format. Het betreffen allemaal tussentijds beeld van koploperprojecten. Het Rijk gaat graag met de provincie in gesprek om de integrale analyse van maatregelpakketten nader te bespreken, en inzichtelijk te maken waar de onderbouwing op koplopers dit moment ontbreekt om voor financiering vanuit het Transitiefonds in aanmerking te komen. Dit wordt ook toegelicht in het formulier van de beoordelingsvragen van de maatregelpakketten. Algemeen aandachtspunt voor het toetsteam sluit aan bij voorwaarde 24, namelijk dat vooralsnog een visie van de provincie lijkt te ontbreken in welke volgorde gebiedsprocessen worden doorlopen en hoe gestuurd en geprioriteerd wordt in te nemen maatregelen. Mogelijk komt dit terug in het nog op te stellen afwegingskader waar het ontwerp-PPLG naar verwijst. In de prioritaire uitwerkingsgebieden worden nu voornamelijk nog middelen aangevraagd voor de eerste 2 fasen van een gebiedsproces (verkenning en planuitwerking). Dit is noodzakelijk voor de voorgestelde gebiedsgerichte aanpak in Overijssel en het beoogde doelbereik.
De gehanteerde verhouding van kosten voor gebiedsprocessen op de totale investeringskosten lijkt op zich ook redelijk (circa 40Zo). We adviseren Overijssel daarbij wel om voor het starten van de (beoogde 40) gebiedsprocessen in uitwerkingsgebieden een strategie op te stellen welke gebiedsprocessen, wanneer te starten, met daarbij specifiek aandacht voor gebieden waar de meeste voortgang te realiseren is op korte termijn en gebieden waar het meeste doelbereik wordt verwacht. Zo wordt voorkomen dat alleen de 'relatief gemakkelijkste' gebiedsprocessen starten op korte termijn, en er straks minder middelen over blijven voor de gebieden en maatregelen met het meeste beoogde doelbereik. Een ander belangrijk algemeen aandachtspunt is dat bij de meeste maatregelpakketten de onderbouwing van het doelbereik nog niet (kwantitatief) is aangegeven voor de concreet voorgestelde maatregelen en in een aantal gevallen lijkt het Transitiefonds niet de juiste financieringsbron. Zie onderdeel 5 voor de verdere onderbouwing. Voor het maatregelpakket gebiedsprocessen wordt deels ingezet op de prioritaire gebieden beekdalen en overgangsgebieden (veenweiden volgt later). In deze gebieden gebiedsprocessen starten voor de integrale NPLG-opgave lijkt no reqret. Dit wordt in proeftuin vorm aangepakt, om als gebieden te leren van de benodigde aanpak, het door te lopen proces en de sturing op doelbereik.
Belangrijke aandachtspunt voor het toetsteam is dat nu al zoveel mogelijk concrete maatregelen genomen worden en niet (alleen) de uitkomsten van het gebiedsproces af worden gewacht. Uit de hoor en wederhoor blijkt dat er vanuit de ontwikkelopgave N2000 en andere programma's (zoals de aanpak veenweiden) in Overijssel al veel concrete maatregelen worden genomen die bijdragen aan NPLG5
doelbereik. Dit dient (beter) te worden toegelicht in het gebiedsprogramma en dit maatregelpakket. Daarnaast blijkt vanuit de NDA's voor Overijssel dat er voor diverse N2000 gebieden verslechtering is geconstateerd. Daarmee is er een urgentie voor het op korte termijn nemen van aanvullende (herstel)maatregelen. Het is ook hier van belang natuur en stikstof maatregelen op te voeren, of beter toe te lichten welke activiteiten hiervoor nu al worden ondernomen in Overijssel o.b.v. huidig beleid. Voor de bouwsteen overige gebiedsprocessen buiten de uitwerkingsgebieden is het nog de vraag wat dit bijdraagt aan NPLG-doelbereik, en hoe de verwachtingen in deze gebieden over beschikbare financiering vooraf gemanaged gaan worden. Tot slot wordt gedegen gewerkt aan het thema sociaaleconomische kwaliteit. De bouwsteen bevat veel voorstellen voor mogelijke maatregelen op dit gebied. Daadwerkelijke maatregelen en de PxQ onderbouwing volgt na de SEIA die in oktober gereed is. Dan is ook pas echt te zeggen of de voorgestelde maatregelen passen bij de voorwaarden uit het Transitiefonds (NPLG-doelbereik). Zoals het nu lijkt, is dit niet het geval. Voor het maatregelpakket grond wordt vooral ingezet op het verkrijgen van ruilgronden door de al operationele provinciale grondfaciliteit.
Terecht benoemt de provincie dat het opbouwen van een provincie-brede grondvoorraad noodzakelijk is om de gebedsprogramma's te realiseren. Overijssel geeft aan dat zij graag zelf de regie heeft over de grondportefeuille. Hiervoor zijn echter geen middelen beschikbaar in het Transitiefonds. Het Rijk bespreekt graag met de provincie de inzet van de Nationale Grondbank om de benodigde gronden te verwerven. Een deel van het maatregelpakket grond bestaat uit de aankoop van gronden voor nieuwe natuur en bosareaal. Er is een nadere onderbouwing nodig welk deel van de aanvraag dit financieel betreft. Het maatregelpakket brede integrale aanpak bestaat uit de bouwsteen landbouw, en heeft als doel om perspectief van de landbouw in de provincie, vooral ook in de uitwerkingsgebieden met grote NPLG-opgaven, te versterken. Er worden 10 maatregelen voorgesteld op het gebied van natuurinclusieve landbouw en andere verdienmodellen (biologisch, agroforestry, andere teelten, omvorming naar een landgoed), KPI's en meer weidegang en afwaardering t.b.v. extensivering. Diverse maatregelen lijken een positieve bijdrage te leveren aan het realiseren van de NPLG-opgaven, bij anderen is dit minder het geval of lijken alternatieve regelingen beschikbaar. Er zijn vooral nog vragen over de onderbouwing, de concrete link per maatregel naar doelbereik en de gehanteerde systematiek voor afwaardering.
Voorwaarden behorende bij koploperprojecten
Indexatie van het Transitiefonds kan niet worden gegarandeerd. We adviseren provincie Overijssel om in de maatregelpakketten rekening te houden met indexatie en om dit te verwerken in de individuele posten. M.a.w. neem indexatie niet op als afzonderlijke post. Het Rijk gaat graag met provincie in gesprek om de onderbouwing van de ingediende maatregelpakketten te bespreken en om aan te geven waar de onderbouwing op dit moment nog onvoldoende is om in aanmerking te komen voor financiering (in 2024). We hebben de ontbrekende informatie die we op basis van de analyse van het toetsteam nog nodig achten (met name gebaseerd op de handreiking) in voorwaarden, adviezen en verzoeken om nadere toelichting geformuleerd. Deze paragraaf gaat in op de voorwaarden, die indien nodig nader worden toegelicht onder blok 4. Alle vragen zijn terug te vinden in de beantwoording van de beoordelingsvragen van de 3 maatregelpakketten. We constateren daarbij dat de maatregelenpakketten al behoorlijk wat informatie bevatten, waardoor de voorwaarden en nadere vragen ook op een behoorlijk gedetailleerd niveau zijn geformuleerd. Meer voorwaarden betekent daarmee dus niet automatisch dat de maatregelpakketten nog minder ver zijn uitgewerkt. Voor de aangeleverde maatregelpakketten gelden de volgende voorwaarden: 1.
Dat onderbouwd is waarom zo spoedig mogelijk starten met deze maatregelpakketten als no regret te beschouwen is. En waarom er in de prioritaire gebieden veenweide, beekdalen en overgangsgebieden niet al meer no regret maatregelen te nemen zijn, parallel aan het starten van gebiedsprocessen en/of welke concrete maatregelen er vanuit huidig beleid (ontwikkelopgave N2000 e.d.) in deze gebieden al genomen worden of gepland zijn. Waarbij we specifiek aandacht vragen voor een toelichting op natuur en stikstof maatregelen om verslechtering tegen te gaan. 2. Dat het doelbereik op de onderscheiden NPLG-doelen wordt geconcretiseerd voor de voorgestelde maatregelen die in de bouwstenen zijn opgenomen (en waarvoor financiering wordt aangevraagd). Met daarbij extra aandacht voor de bouwstenen ’overige gebiedsprocessen' en ’sociaaleconomische doelen'. 3. Dat voor lopende of te starten gebiedsprocessen in de ’uitwerkingsgebieden rond N2000 gebieden' wordt aangegeven welke oplossingsrichtingen verkend worden in het gebiedsproces en concreet is aangegeven hoe dit bijdraagt aan het aanpakken van de opgaven en bijdraagt aan welke doelen. 4. Dat voor toekenning van de gevraagde bijdrage voor planuitwerking in beekdalen en uitwerkingsgebieden, het (juridische) traject vooraf helder wordt gemaakt (via WILG of PIP), omdat hiermee hogere kosten gepaard gaan dan bij vrijwillige trajecten.
Zie ook voorwaarde 18 voor het gebiedsprogramma.
6
5.
Dat bij de bouwstenen 'landbouw' en 'beekdalen' de maatregel afwaardering nader wordt toegelicht (pxq berekening, type instrument dat wordt ingezet, staatssteun aspecten e.d.), met gebruikmaking van de tussen RTLG-grondzaken en de provincies afgesproken rekensystematiek. 6. Dat in de maatregelpakketten een dekkingsvoorstel wordt opgenomen voor de benodigde middelen, met een uitwerking en doorkijk naar de verschillende financiële bronnen van zowel het Rijk als de regio. 7. Dat specifiek bij de bouwsteen 'overige gebiedsprocessen buiten de uitwerkingsgebieden' helder wordt gemaakt welke financiële bronnen hiervoor al concreet beschikbaar zijn. Zodat wordt voorkomen dat er tijdens het gebiedsproces voorstellen voor maatregelen worden gedaan waarvan op voorhand duidelijk is dat hier geen financiële middelen voor zijn (uit het Transitiefonds) en/of die te weinig bijdragen aan NPLG-doelbereik en/of waarvoor middelen worden gevraagd die nodig zijn voor het realiseren van een (groter) doelbereik in uitwerkingsgebieden. 8. Dat in het maatregelpakket grond nader wordt toegelicht welk deel van de gevraagde financiële middelen betrekking heeft op gronden die worden aangeschaft voor de realisatie van ha's nieuwe natuur en uitbreiding van het areaal bos (functieverandering). 9. Dat de gebruikte eenheidsprijzen worden toegelicht, waar dit nog niet is gebeurd (vb. C 0,125 mln.
in de bouwsteen overige gebiedsprocessen, en in de bouwsteen landbouw C 10 mln. voor omvormers, C 6 mln. voor innovatie en C 0,2 mln. voor multifunctionele landbouw). 10. Dat provincie Overijssel na de uitkomsten van de SEIA (in oktober) de bouwsteen sociaaleconomisch aanpast en nader onderbouwt met concrete maatregelen (incl. PxQ onderbouwing). 11. Dat de paragraaf met risico's en beheermaatregelen nader wordt toegelicht voor de diverse bouwstenen. 12. Dat de planning van de verschillende maatregelen verder wordt geconcretiseerd met mijlpalen en tussenresultaten.______________________________________________
4.
Bevindingen gebiedsprogramma, waarbij een samenvatting is gegeven van de analyse van de beoordelingsvragen van het gebiedsprogramma. Voor het geheel aan analyse, adviezen en vragen om nadere toelichting verwijzen we naar de betreffende bijlage. Fiche 1: Algemeen Het ontwerp-PPLG Overijssel omvat het gehele landelijk gebied als contramal van het stedelijke gebied (cf. de definitie van het NPLG) en is onderverdeeld in 6 deelgebieden waarvoor al concept-gebiedsprogramma's zijn opgesteld. Er zijn indicatieve kaarten die inhoudelijk richting geven aan de te maken keuzes, maar nog niet per deelgebied zijn uitgewerkt. De monitoring vergt van Overijssel nog nadere invulling en aansluiting op landelijke systemen (zie voorwaarde 6). We adviseren de terminologie van gebruikte gebiedsaanduidingen (overgangszones, overgangsgebieden e.d.) te uniformeren in de PPLG stukken. We adviseren daarnaast in het PPLG, en mogelijk ook aan het einde van een verkenningsfase in een gebiedsproces, een paragraaf op te nemen over de bijsturingsmomenten gedurende het gebiedsproces en op het niveau van het totale programma, zodat vooraf helder is hoe en wanneer kan worden bijgestuurd op doelbereik.
We adviseren tevens aan het einde van een verkenningsfase een factsheet op te stellen voor individuele gebiedsprocessen, met informatie over de opgaven, de al genomen en nog in de planning zijnde maatregelen (o.b.v. beheerplannen en stroomgebiedsbeheerplannen en andere programma's) en welke aanvullende opgave er mogelijk nog ligt o.b.v. de NDA's, met suggesties voor mogelijke aanvullende (herstel)maatregelen om hiervoor te nemen, o.a. om verslechtering tegen te gaan. Nu is alle informatie nog te veel verspreid in verschillende documenten, waardoor op het niveau van het gebied het totale overzicht ontbreekt. We raden Overijssel aan om in de volgende versie van het PPLG de nog komende bevindingen van de Ecologische Autoriteit en het consortium van kennisinstellingen te betrekken (zie voorwaarde 16). Tot slot adviseren we het door de provincie Overijssel nog te ontwikkelen afwegingskader gereed te hebben aan het einde van de verkenningsfase van de eerste te starten gebiedsprocessen. Fiche 2: Doelbereik Voor de uitwerking van structurerende keuzes op het gebied van natuur (en stikstof) is deels nog NPLG/NPLG-doelen een concretiseringsslag nodig (zie voorwaarden 1 t/m 4). Deels is hiervoor nog informatie van in samenhang & het Rijk nodig. Wat betreft de gevraagde nadere toelichting gaat het o.a.
om het op procesniveau structurerende beschrijven van een strategie hoe het VHR doelgat van 300Zo wordt gedicht, met hoeveel areaal keuzes (en welk deel daarvan via NNN, welk deel via de bossenstrategie, welk deel via groenblauwe dooradering, welk deel via PAGW en/of extra agrarische natuur of extra natuur e.d.), of en hoe de drukfactoren worden weggenomen door het nemen van (herstel) maatregelen en hoe de geplande activiteiten gaan leiden tot herstel van habitats en soorten e.d. Een belangrijk punt voor het toetsteam is daarnaast dat in het PPLG nog niet is aangegeven hoe met prioriteit verslechtering voorkomen wordt (o.b.v. de NDA's en een overzicht van de al geplande maatregelen uit de beheerplannen; hoever staat de uitvoering en wat is aanvullend nodig?). Aan de uitwerking van de structurerende keuzes voor water en bodem wordt grotendeel vorm gegeven. Het blijkt uit de stukken onvoldoende of een LESA per N2000 gebied is toegepast. In de hoor en wederhoor heeft Overijssel aangegeven dat dit het geval is, wat in de volgende versie van het PPLG kan worden opgenomen (zie voorwaarde 8). Of klimaatadaptatie met en voor natuur is toegepast en hoe provincie Overijssel de instandhoudingsdoelstellingen van de N2000 gebieden concreet uitwerkt in omvang, ruimte en tijd behoeven ook nog nadere uitwerking (zie
7
voorwaarde 10 en 11). We vragen tevens om een nadere onderbouwing in het PPLG op het gebied van water (zie voorwaarde 14). Specifiek gaat het hierbij om een drietal zaken: » Het opnemen van kwantitatieve informatie over de watervraag van gebieden (en in hoeverre hierin voorzien kan worden met gebiedseigen water en met name welke watervraag er dan gedaan wordt aan het hoofdwatersysteem). Dit is inclusief een analyse hoe veranderingen in het hoofdwatersysteem (zoals peilopzet van het IJsselmeer) hierop van invloed zijn; » waar en hoe vernatting zal plaatsvinden om bodemdaling tegen te gaan en CO2-uitstoot te verminderen (conform hst. 3.17 van de handreiking) en hoe dit samenhangt met de opgave voor waterberging en de zoetwateropgave; » welke maatregelen via het PPLG nog genomen kunnen worden rondom de grondwaterbeschermingsgebieden waar een opgave ligt om nitraat of gewasbeschermingsmiddelen terug te dringen, in aanvulling op bestaande maatregelen. Leg hierbij ook de relatie wat de consequenties zijn van deze maatregelen voor landgebruik en/of de agrarische bedrijfsvoering (zoals ook bouwstenen zijn opgesteld voor bijvoorbeeld de beekdalen aanpak) en wat de samenhang is met generiek Rijksbeleid.
Daarnaast adviseren we om nader toe te lichten of de hydrologische condities per N2000-gebied voldoen aan de ecologische vereisten (met name, wat is de opgave daar nog voor, omdat de provincie daar al vanaf 2013 mee bezig is). De uitwerking van het onderdeel klimaat is grotendeel op orde. We vragen om specificering van de onderbouwing van de opgaven voor methaan in de veehouderij (zie voorwaarde 19). Daarnaast vragen we om de aangeleverde onderbouwing over de methaanberekening (samenvattend) in de volgende versie van het PPLG te verwerken. Tevens vragen we om een nadere toelichting over de reductie uitstoot in veenweidegebieden met het opzetten van het waterpeil. Fiche 3: Doelbereik De meekoppelopgaven liften in belangrijke mate en wederkerig mee met de PPLG-doelen. We verzoeken Overijssel om nadere toelichting t.a.v. het voorkomen van situaties waarbij andere opgaven meekoppeldoelen (bv geur- en geluidshinder) zouden verslechteren (zie voorwaarde 15). Fiche 4: Er is een provincie-brede inventarisatie gemaakt die 8 punten in beeld brengt van impact die het Sociaaleconomische PPLG zal hebben. De SEIA wordt volgens de planning van Overijssel in oktober opgeleverd. We vragen de provincie om deze analyse op te nemen in de vervolgversie van het PPLG (zie effecten inclusief toekomst landbouw voorwaarde 21).
Fiche 5: Budget Overijssel geeft in belangrijke mate een onderbouwing en raming van de exploitatielasten van het PPLG. Wel vragen we de gehele financiële PPLG-opgave nog inzichtelijk te maken, toegelicht naar korte termijn en langere termijn doelbereik (incl. maatregelen die al beoogd zijn vanuit andere programma's en plannen en een overzicht van de financiering die hiervoor beschikbaar is, zie voorwaarde 23). Zo wordt inzichtelijk hoe de kosten van de verschillende opgaven gedekt worden en welke middelen vanuit het TF benodigd zijn. Voor de kostenposten 'sociaaleconomisch' en 'grondgebonden melkveehouderij' wordt een nadere toelichting gevraagd van de gehanteerde eenheidsprijzen. We vragen mogelijke andere financiële bronnen voor het gevraagde budget duidelijker aan te geven in het PPLG (zie voorwaarde 22). De risicoparagraaf is op hoofdlijnen goed uitgewerkt, maar verdient op onderdelen nog nadere specificatie ook ten aanzien de kans dat risico's zich voordoen, de impact daarvan én hoe lock-in effecten bij bepaalde maatregelen worden voorkomen (zie voorwaarde 20). Fiche 6: Het toetsteam heeft waardering voor de wijze waarop Overijssel al vroegtijdig en breed haar Besluitvorming en gebiedspartners (ook in de deelgebieden) heeft aangehaakt bij de totstandkoming van het participatie voorliggende PPLG.