2022-37 Raadsinformatiebrief Nationaal Programma Landelijk Gebied-Stikstof.pdf - bijlage 1.pdf
Tekst van het document
67
Onderdeel/ nationaal doel
Opgave helder vertaald Toelichting opgave naar provinciaal schaalniveau
Achtergrond
Instandhoudingsdoelen per Natura 2000-gebied
Deels
Wet natuurbescherming, artikel 2.3: https://wetten. overheid.nl/ BWBR0037552/2021-07-01
Bestaand Natura 2000-gebieden kennen instandhoudingsdoelstellingen. Deze zijn geformuleerd in aanwijzingsbesluiten en uitgewerkt in Natura 2000-beheerplannen. Deze zijn tot op heden geformuleerd in termen van behoud (ondergrens: geen verslechtering), uitbreiding of kwaliteits verbetering. Het Rijk wil dat provincies in hun gebiedsprogramma’s concreet (kwantitatief) uitwerken wat de uitbreidings- en kwaliteitverbeteringsdoelen per N2000-gebied inhouden en welke maatregelen ze zullen nemen om deze doelen te bereiken. Het Rijk wil dat deze maatregelen op termijn gerealiseerd te zijn, met een geloofwaardig ingroeipad. De beheerplannen van Natura 2000-gebieden worden daartoe actueel gehouden. Het realiseren van de instandhoudingsdoelstellingen voor de Natura 2000-gebieden is onderdeel van bestaande afspraken met provincies.
Europese Biodiversiteitsstrategie EBS)*
Deels
Het Rijk wijst waar nodig nieuwe Vogelrichtlijngebieden aan en beschermt andere soorten in de bestaande gebieden. In de loop van 2022 komt hier meer helderheid over.
https://www.vogelbescherming.nl/actueel/bericht/ belangrijke-vogelgebiedenin-nederland-opnieuw-inkaart-gebracht
Nieuw Nieuw: Europese Biodiversiteitsstrategie stelt nadere doelen voor oppervlaktes aan (strikt) beschermde gebieden en voor verbetering van de staat van instandhouding van beschermde habitattypen en soorten van de VHR. In samenspraak met provincies zal LNV bepalen wat op onderstaande punten opgenomen wordt in een pledge voor de Europese Commissie (uiterlijk eind 2022). Het Rijk wil dat bijbehorende doelen vervolgens in de gebiedsprogramma’s te worden uitgewerkt: • Voor welke habitattypen en soorten behoud verzekerd wordt in 2030. • Welke habitattypen en soorten genomineerd worden voor significant herstel.
https://eur-lex.europa.eu/ resource. html?uri=cellar:a3c806a69ab3-11ea-9d2d-01aa75ed71a1.0008.02/ DOC_1&format=PDF
* Nederland levert een billijke bijdrage aan de EBS-doelen om: • ten minste 30% van het land en 30% van de zee in de EU te beschermen; • ten minste een derde van de beschermde gebieden (10% van het land en 10% van de zee in de EU) strikt te beschermen. Nederland zorgt ervoor dat de instandhoudingstrends en -toestand van alle beschermde habitattypen en soorten tegen 2030 niet verslechterd zullen zijn. Nederland zorgt ervoor dat ten minste 30% van de soorten en habitattypen die momenteel niet in een gunstige toestand verkeren, wel in die categorie terechtkomen of een sterke positieve trend vertonen.
68
—
Bijlage
Startnotitie Nationaal Programma Landelijk Gebied
Natuur onderdeel stikstof
Onderdeel/ nationaal doel
Opgave helder vertaald naar provinciaal niveau
Toelichting opgave
Achtergrond
Stikstofreductie: 74% van het areaal stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden onder de KDW in 2030: en 40% onder de KDW 2025)
Uitwerking zie hieronder
Dit zijn richtinggevende emissiereductiedoelen. De definitieve doelstellingen worden vastgelegd in juli 2023. Zie ook paragraaf 3.
Wet Stikstofreductie en natuurverbetering & RIVM Memo
Reductie proviciale emissies
percentage
ton NH3
percentage
ton NH3
Landelijk*
~40%
39.023
24%
442
Drenthe
43%
2.450
Blauw
12%
166
Blauw
12%
196
Paars
47%
109
Paars
47%
1.192
Geel
47%
8
Geel
47%
196
Lichtgroen
70%
94
Lichtgroen
70%
467
Groen (Natura 2000)
>95%
n/a
Groen (Natura 2000)**
>95%
19
Donkergroen (NNN)
>95%
65
Donkergroen (NNN)**
>95%
380
52%
3.039
25%
1.447
Blauw
12%
48
Blauw
12%
470
Paars
47%
1.865
Paars
47%
628
Geel
47%
12
Geel
47%
128
Lichtgroen
70%
672
Lichtgroen
70%
15
Groen (Natura 2000)
>95%
84
Groen (Natura 2000)
>95%
0
Donkergroen (NNN)
>95%
358
Donkergroen (NNN)
>95%
206
41%
5.738547
41%
1.797
Blauw
12%
547
Blauw
12%
209
Paars
47%
2.756
Paars
47%
506
Geel
47%
408
Geel
47%
247
Lichtgroen
70%
1.265
Lichtgroen
70%
517
Groen (Natura 2000)
>95%
229
Groen (Natura 2000)
>95%
150
Donkergroen (NNN)
>95%
532
Donkergroen (NNN)
>95%
167
Groningen
Noord-Holland
Flevoland
Limburg
Overijssel
69
percentage
ton NH3
percentage
ton NH3
46,3%
6.957
41%
1.951
Blauw
12%
642
Blauw
12%
157
Paars
47%
3.913
Paars
47%
528
Geel
47%
42
Geel
47%
852
Lichtgroen
70%
1.166
Lichtgroen
70%
229
Groen (Natura 2000)
>95%
81
Groen (Natura 2000)
>95%
30
Donkergroen (NNN)
>95%
1.112
Donkergroen (NNN)
>95%
154
32%
631
46%
2.359
Blauw
12%
127
Blauw
12%
101
Paars
47%
330
Paars
47%
1.126
Geel
47%
12
Geel
47%
499
Lichtgroen
70%
66
Lichtgroen
70%
262
Groen (Natura 2000)
>95%
14
Groen (Natura 2000)
>95%
67
Donkergroen (NNN)
>95%
81
Donkergroen (NNN)
>95%
304
34%
4.701
42%
7.511
Blauw
12%
760
Blauw
12%
822
Paars
47%
1.682
Paars
Geel
47%
887
Geel
Lichtgroen
70%
966
Lichtgroen
58%***
5.651
Groen (Natura 2000)
>95%
46
Groen (Natura 2000)
>95%
377
Donkergroen (NNN)
>95%
360
Donkergroen (NNN)
>95%
661
Noord – Brabant
Zeeland
Fryslan
Zuid-Holland
Utrecht
Gelderland
Het betreft richtinggevende doelen per gebied om sturing te geven aan de gebiedsprocessen. Deze doelen zijn opgesteld op basis van een modelmatige berekening. Hier kan gemotiveerd van worden afgeweken als uit de gebiedsprocessen blijkt dat een andere verdeling passender is. Ook kan (neerwaartse) bijstelling aan de orde zijn wanneer sectorale doelen voor industrie en mobiliteit worden vastgesteld en ramingen worden geactualiseerd. Voor bijstellingen geldt echter wel dat realisatie van de landelijke stikstofen natuurverplichtingen een voorwaarde zijn. De emissiereductiepercentages per gebied tellen bij elkaar op tot de landelijke doelstelling voor 2030 (74% onder KDW), en anti ciperen al op de benodigde reductie voor de doelstellingen KRW en klimaat. Bij de modelmatige berekening is gerekend met een reductie van 39 kton NH3 vanuit de landbouw (veehouderij). Waar dit effectief is, is er ruimte in de gebiedsprocessen voor maatwerk, bijvoorbeeld om doelstellingen voor een deel in te vullen met reductie in andere sectoren (zoals industrie). **Vanwege de diversiteit van de NNN- en Natura 2000-gebieden zal de benodigde reductie afhankelijk zijn van specifieke lokale omstandigheden in het gebied. In NNN- en Natura 2000-gebieden kunnen (agrarische) activiteiten bewust onderdeel zijn van bijvoorbeeld (agrarisch) natuurbeheer.
Waar dat het geval is en ook in de toekomst passend is, is ruimte om hier in de gebiedsplannen rekening mee te houden. Modelmatig is gerekend met 95% emissiereductie. ***Betreft een combinatie van emissiereductie van 80% voor stalemissies en 18% voor veldemissies.
70
—
Bijlage
Startnotitie Nationaal Programma Landelijk Gebied
Natuur: onderdeel Areaal
Onderdeel/ nationaal doel
Opgave helder vertaald naar provinciaal schaalniveau
Toelichting opgave
Achtergrond
Resterende hectares Natuurpact (2027)
Deels
Afgeleid van hoofddoel VHR.
Middelen zijn beschikbaar.
Bestuurlijke afspraak ligt er (uitwerking Natuurpact), Voorstel voor verdeling per provincie moet nog met provincies worden afgestemd.
Vindplaats detailinformatie natuurpact Kamerstuk 33576, nr. 6 | Overheid.nl > Officiële bekendmakingen (officielebekendmakingen.nl) https://open.overheid.nl/ repository/ronl-e462ebdcaf84-4ef7-848f5e2ba3a12eb6/1/pdf/ aanbieding-zevende-voortgangsrapportage-natuur.pdf
Uitvoering Bossenstrategie (2030)
Ja
Afgeleid van hoofddoel VHR. Bestaand Bestuurlijke afspraak (Bossenstrategie), omvat 15.000 ha extra bos binnen Natuur Netwerk Nederland , 3.400 ha compensatiebos, 10% natuurbos (omvorming), 19.000 ha extra bos buiten NNN. Verdeling per provincie is bekend. Middelen zijn beschikbaar. Dekking 19.000 ha extra bos nog onderwerp van gesprek tussen rijk en provincies. Ook wordt gekeken naar private co-financiering
Vindplaats: Bos voor de toekomst Uitwerking ambities en doelen landelijke Bossenstrategie en beleidsagenda 2030.pdf (overheid.nl)
Natuur: onderdeel Hydrologie
Onderdeel/ nationaal doel
Opgave helder vertaald naar provinciaal schaalniveau
Hydrologische condities Ja voor Natura 2000 op orde (2027)
Toelichting opgave
Achtergrond
Afgeleid van hoofddoel VHR.
Binnen bestaande middelen Natuurpact.
Bestuurlijke afspraak (Natuurpact). De hydrologische condities voor de Natura 2000-gebieden worden uiterlijk in 2027 samen met de waterschappen zo verbeterd dat de gewenste kwaliteit van de natuur gewaarborgd wordt. In de gebiedsprogramma’s moet concreet te worden uitgewerkt wat hiervoor nodig is.
Vindplaats: Vindplaats: Natuurpact: Kamerstuk 33576, nr. 6 | Overheid.nl > Officiële bekendmakingen (officielebekendmakingen.nl)
Natuur: onderdeel Verbindingen
Onderdeel/ nationaal doel Natuurnetwerk Nederland
Opgave helder vertaald naar provinciaal schaalniveau
Toelichting opgave
Achtergrond
Het Natuurnetwerk Nederland waarborgt de nodige ruimtelijke samenhang voor realiseren van de VHR doelen.
Vindplaats: Artikel 1.12 WnB wetten.nl Regeling - Wet natuurbescherming - BWBR0037552 (overheid.nl)
71
Onderdeel/ nationaal doel
Opgave helder vertaald naar provinciaal schaalniveau
Toelichting opgave
Achtergrond
groenblauwe dooradering in het landelijk gebied*
Ja
De voorgenomen ambitie 10% groenblauwe dooradering per 2050 in het landelijk gebied is opgenomen in het Aanvalsplan Landschapselementen. Dit plan is ontwikkeld door de coalitie van het Deltaprogramma Biodiversiteit (NGO´s, decentrale overheden, LNV, BZK en OCW). Beleidsmatige verankering van deze ambitie is dit jaar voorzien via het NPLG en wordt herbevestigd via programma Natuur, Basis Kwaliteit Natuur (BKN) en de agenda Natuurinclusief. Het vaststellen van provinciale gebiedsafspraken t.b.v. 10% groenblauwe dooradering is in Q1-Q4 2023 voorzien.
Minimaal 10% groenblauwe dooradering, waarvan 50% houtige elementen (bomenrijen, houtwallen, heggen, etc.) en 50% niet-houtige elementen (water, kruidenrijke randen) is nodig voor het benutten en verrijken van natuur voor VHR- en KRW-doelsoorten. De ambitie wordt in verband gebracht met: biodiversiteitsherstel (toename leefgebied, functie van ecologische verbindingszones met stapstenen) Waterkwaliteit (KRW doelen, schoon en voldoende water) Klimaat (vastleggen CO₂) Klimaatadaptatie (vasthouden water, tegengaan hittestress) Stikstof (invang stikstofuitstoot) Bereiken van goede Basis Kwaliteit Natuur (BKN) in landelijk gebied.
* landelijk gebied is hier gedefinieerd als het gebied buiten het Natuur Netwerk Nederland en de bebouwde kom).
In de realisatie zijn er kansen om dit te verbinden aan de uitvoering van andere maatregelen en bijbehorende middelen. Voor de aanlegkosten van groenblauwe landschapselementen wordt gezocht naar een combinatie van middelen van Rijk, provincies, waterschappen en private middelen voorzien. Hier is echter nog nadere besluitvorming voor nodig. In het financieringsvoorstel dat door de coalitie achter het Aanvalsplan wordt voorbereid, zal helder onderscheid gemaakt worden tussen aanleg en beheer. Ook zal een voorstel worden gemaakt voor de verdeling van de kosten voor aanleg en beheer over de verschillende bronnen. Dit voorstel wordt voor de zomer verwacht. Cijfers 10% groenblauwe dooradering komt neer op een areaal van 223.700 hectare groenblauwe dooradering in het landelijk gebied. Op basis van inschattingen van reeds bestaande landschapselementen, vraagt dit om een toename van 77.846 ha aan houtige landschapselementen en 51.850 ha aan niet-houtig landschapselementen per 2050. De invulling van de doelstelling per provincie/gebied moet nog nader worden uitgewerkt in de gebiedsprogramma’s en is afhankelijk van reeds bestaande landschapselementen en het totaaloppervlakte van het landelijk gebied per gebied/provincie.
Dit volgt uit de Europese Biodiversiteitsstrategie (EBS), het Aanvalsplan Landschapselementen en de Bossenstrategie. Op korte termijn volgt evenwel een voorstel van de Europese Commissie naar aanleiding van de EBS met daarin naar verwachting 10% landschapselementen in het agrarisch gebied als bindend wetsvoorstel (zie hoofdlijnenbrief MNenS 1 april, pagina 2). Vindplaats: raamwerk-aanvalsplan-landschapselementen-deltaplanbiodiversiteitsherstel.pdf (samenvoorbiodiversiteit.nl) hoofdlijnen-van-de-gecombineerde-aanpak-van-natuurwater-en-klimaat-in-hetlandelijk-gebied-en-van-hetbredere-stikstofbeleid.pdf https://www.parlementairemonitor.nl/9353000/1/ j9vvij5epmj1ey0/vldbkmtxjdzg
72
—
Bijlage
Startnotitie Nationaal Programma Landelijk Gebied
Water In het kader van het NPLG worden voor vier deelonderwerpen doelen geformuleerd voor de provinciale programma’s landelijk gebied.
Onderdeel/ nationaal doel
Opgave helder vertaald Toelichting opgave naar provinciaal schaalniveau
Nutriëntenconcentratie Ja (uitvoering maatregelen in 2027 gereed)
Bestaand De toegestane concentratie van nutriënten maakt onderdeel uit van de ecologische toestand van waterlichamen. De eisen ‘goede ecologische toestand’ en ‘ goed ecologisch potentieel’; zijn wettelijk vastgelegd (Bkmw/Bkl). De concretisering per waterlichaam is vastgelegd in stroomgebiedbeheerplannen. Naast toegestane concentraties op grond van de KRW zijn er ook verplichtingen op grond van de Nitraatrichtlijn (maximaal 50 mg/l nitraat en geen verslechtering). Deze leiden tot verschillende gebruiksnormen voor agrarische activiteiten, gedifferentieerd naar bodemtypen.
Achtergrond
In de bestaande stroomgebiedbeheerplannen 20152021 staan de doelen voor onder meer nutriënten en biologische parameters (beide onderdeel van ecologie) per waterlichaam in bijlage 1, deel A. Zie de documenten op Stroomgebiedbeheerplannen 2016-2021 - Helpdesk water. Voor toekomstige plannen zijn de doelen in sommige gevallen aangepast: Voor de chemische stoffen zie bijlagen 1 en 2 in WKP Achtergronddocumenten SGBP 2022-2027 (waterkwaliteitsportaal.nl). Factsheets per waterlichaam: WKP Factsheets 2020 December (waterkwaliteitsportaal.nl)
GewasbeschermingsJa middelen in grond- en oppervlaktewater en metalen in oppervlaktewater (uitvoering maatregelen 2027 gereed)
Bestaand De normen voor de chemische toestand van KRW-waterlichamen zijn wettelijk vastgelegd en zijn uniform voor Nederland. In relatie tot gewasbeschermingsmiddelen zijn er maximale toegestane concentraties voor individuele stoffen/stofgroepen (0,1 ug/l. Daarnaast is er een cumulatieve norm voor de som van toxisch relevante stoffen 0,5 ug/l).
Zie de documenten op Stroomgebiedbeheerplannen 2016-2021 - Helpdesk water. Bijlagen 2 en 3 bevatten de doelen voor chemische stoffen, waaronder gewasbeschermingsmiddelen. Voor de chemische stoffen zie bijlagen 1 en 2 in Ontwerpstroomgebiedbeheerplannen 2022-2027 - Helpdesk water. Factsheets per waterlichaam: WKP Factsheets 2020 December (waterkwaliteitsportaal.nl)
Kwantitatieve toestand Deels grondwaterlichamen (uitvoering maatregelen in 2027 gereed)
Bestaand De norm ‘goede kwantitatieve toestand’ is wettelijk vastgelegd (Bkmw/Bkl) en geldt per grondwaterlichaam.
Zie stroomgebiedbeheerplannen (bijlage bij Kamerstukken 35325, nr. 5).
73
Onderdeel/ nationaal doel
Opgave helder vertaald Toelichting opgave naar provinciaal schaalniveau
Achtergrond
Zoetwaterbeschikbaarheid natuur en landbouw (2050)
Deels
Vindplaats detailinformatie: Nationale en regionale waterbeschikbaarheidsdocumenten (zie onder meer www. deltaprogramma.nl) Voorkeursvolgorde vastgelegd in de NOVI en het Nationaal waterprogramma. Wettelijke verdringingsreeks bij watertekort is vastgelegd per provincie.
Bestaand Weerbaar tegen zoetwatertekort in 2050: gezond en evenwichtig watersysteem, cruciale gebruiksfuncties beschermen, water effectief en zuinig gebruiken. Voorkeursvolgorde: aanpassen landgebruik aan waterbeschikbaarheid, zuinig zijn met water, water beter vasthouden, water slimmer verdelen, schade accepteren. Nieuw Uitwerkingen onder meer hoofdwatersysteem weerbaar tegen een eens-in-20 jaar droogte; hoge zandgronden Oost en Zuid 100 mm grondwaterstandverhoging; wateraanvoer West-Nederland weerbaar tegen een eens in-60-jaar droogte.) Waterbeschikbaarheid is daarbij een integrale afweging tussen watervragende functies, waaronder natuur, landbouw en drinkwater. Uitwerking is gebeurd op basis van nationale en regionale knelpuntenanalyses en maatschappelijke kosten-batenanalyses per maatregel. Werkgroep concretiseren doelen Deltaprogramma Zoetwater komt in de loop van 2022 met nadere voorstellen, ook met oog op NPLG gebruik.
Klimaat Het kabinet heeft de ambitie om in 2030 60% minder broeikasgassen uit te stoten dan in 1990. Het wettelijke doel komt op 55% te liggen. Alle sectoren moeten hieraan bijdragen: mobiliteit, energie en industrie, woningbouw, landbouw en landgebruik. De klimaatopgave voor de landbouw en het landgebruik heeft onder meer betrekking op de veehouderij, de glastuinbouw, veenweidegebieden, landbouwbodems, bossen en natuur. De landbouw en het landgebruik moeten voldoen aan de indicatieve rest-emissiedoelen 2030 die met de Tweede Kamer zijn gedeeld in de brief van de minister voor Klimaat en Energie (Kamerstuk 32813, nr. 974). Op basis van de ramingen in de Klimaat- en Energieverkenning 2022 worden in het najaar definitieve rest-emissiedoelen 2030 voor alle sectoren vastgesteld, dus ook voor landbouw en voor landgebruik. Voor de sectoren onder de Europese Effort Sharing Richtlijn (ESR), waaronder de landbouw, volgt daaruit een (jaarlijks) emissiebudget richting 2030. In onderstaande tabel zijn de reeds vastgestelde doelstellingen uit het klimaatakkoord genoemd.
Onderdeel/ nationaal doel
Opgave helder vertaald naar provinciaal schaalniveau
Toelichting opgave
Achtergrond
Broeikasgassen landgebruik (veenweiden/landbouwbodems/ bomen,bossen)
Ja
Nieuw: Indicatief restemissiedoel in 2030 voor landgebruik (veenweiden/ bomen, bossen, natuur/ landbouwbodems): Indicatieve restemissie 1,8 – 2,7 Mton CO₂-eq. in 2030)
Het indicatieve restemissiedoel wordt binnenkort nader uitgewerkt tot subdoelen voor veenweide, landbouwbodems en bomen, bossen. Insteek is om de opgaven per provincie evenredig te verdelen op basis van huidige emissies.
Broeikasgassen landbouw (2030)
Nog in ontwikkeling
Nieuw: Indicatief restemissiedoel in 2030 landbouw 18,9 Mton voor veehouderij en glastuinbouw samen.
Het indicatieve restemissiedoel wordt binnenkort nader uitgewerkt tot subdoelen voor veehouderij en glastuinbouw.
Dit restemissiedoel wordt vervolgens vertaald naar doelen per provincie
74
—
Bijlage
Startnotitie Nationaal Programma Landelijk Gebied
Stand van zaken structurerende keuzes Hieronder is een overzicht opgenomen van de onderwerpen waarvoor de komende maanden structurerende keuzes worden ontwikkeld. Daarbij is ook aangegeven wat de verwachte richting daarvan is.
Onderwerpen
Structurerende keuzes
Richting van de uitwerking, onder te verdelen naar de grote landschappelijke eenheden (zand, klei en veengebied).
Ruimtelijke doorwerking stikstof variant
Overgangsgebieden: de bufferzones rond Natura 2000
Overgangsgebieden zijn gebieden grenzend aan Natura 2000-gebieden die een bijdrage leveren aan systeemherstel voor behoud en herstel van de biodiversiteit in het betreffende Natura 2000-gebied, Hoofdaanpak is de stikstofdepositie verminderen, zowel vanaf bedrijfslocaties als vanaf percelen. Hierbij is de afstand relevant, omdat maatregelen in de randzone het meest effect hebben op vermindering van de depositie en de wind de verspreiding kan vergroten. De aanpak is gericht op systeemherstel van natuurlijke processen zoals de waterhuishouding en de onderlinge verbinding van ecosystemen in het landschap. Voor deze maatregelen is de systemische samenhang en de opgave voor het gebied leidend. Ook wordt gekeken naar de invloed van omliggende landbouw of vervuiling op grotere afstand, zoals in beekdalen. Vraagt om gebiedsaanpak op een hoger schaalniveau, dat niet wordt begrensd door grenzen van Natura 2000-gebieden of het Natuurnetwerk NL. Uitbreiding niet-stikstofgevoelige natuur en NNN is wenselijk ook in relatie tot groenblauwe dooradering en robuust herstel.
Begrenzing van het areaal nieuwe natuur.
De meest effectieve schakels in de verbinding van kerngebieden. Mogelijk ook ontwikkelen van robuuste landschappelijke structuren, bijvoorbeeld langs de rivieren.
Groenblauwe dooradering / natuurinclusieve inrichting.
Netwerk van lijnvormige en kleine vlakvormige landschapselementen in het landelijk gebied, als drager van natuurwaarden, regionale identiteit en recreatieve aantrekkelijkheid. Verbindingslijnen tussen natuurgebieden en beeldbepalers.
Ruimte voor waterberging.
Langs waterkeringen en rivierbedden, en langs grote wateren vanwege peilfluctuaties. Betere ruimtelijke inrichting en voor het vaststellen van grenzen aan het gebruik van grond- en oppervlaktewater. Voldoende ruimte voor piekopvang.
Waterbeschikbaarheid voor natuur en landbouw met aantal deelthema’s:
Op de in hoge zandgronden. Geleidelijke landschapstransitie van functies op plateaus en hellingen. Gericht op het vasthouden van water en vertragen van afstroming. Onttrekkingsverboden rondom kwetsbare en waardevolle natuurgebieden. Waterbeschikbaarheid voor het op peil houden van de polders en veenweidegebieden organiseren of leveringszekerheid meenemen als randvoorwaarde.
- Bufferzones rond beken
Voor waterkwaliteit bufferzones van 100 tot 250 meter aan weerszijden rond beekdalen realiseren, tevens bijdragend aan infiltratie grondwater.
Uitspoelingsgevoelige gronden, waar mogelijk beperkingen voor teelten moeten gaan gelden
Zandgebieden (en heuvelland) vooral in de buurt van de KRW-waterlichamen en dichtbij Natura 2000.
Gebieden die gevoelig zijn voor verzilting, gebieden waar vernatting optreedt
Verzilting met name in kleigebieden in Noord-Nederland, Flevoland, kop van Noord-Holland, Zeeland. Veengebieden waar peilverhoging aan de orde is.
Water en bodem worden sturend bij ruimtelijke planvorming
75
Onderwerpen
Structurerende keuzes
Landbouwkeuzes die uit Gebieden met geschikte landbouwgrond bovenstaande voorvloeien voor de langere termijn beschermen. Ruimte voor extensivering van de landbouw in kwetsbare gebieden – veenweiden, bufferzones rondom ecologisch waardevolle beekdalen en stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden – of waar verplaatsing van landbouw voor de hand ligt (relatie met ‘landschapsgrond’, overgangsgebieden). Ruimte (voldoende grond) voor verduurzaming van de landbouw en omslag naar een grondgebonden melkvee- en rundveevleeshouderij, overgangsgebieden Gebieden waar veel opkoop/uitplaatsing moet plaatsvinden. Grondgeboden melkveehouderij over 10 jaar (2032) (x GVE per hectare). Niet grondgebonden landbouw aansluiten bij logistieke netwerken (warmte CO₂, mestverwerking, ‘afval’ als grondstof, ….) en agrofoodindustrie. Bij het vestigen of verplaatsen van bedrijven rekening houden met landschappelijke inpassing en voor de veehouderij met risico’s van dierziekten en zoönosen. Ruimtelijke kwaliteit (of landschappelijke kwaliteit) als procesvereiste.
76
—
Bijlage
Richting van de uitwerking, onder te verdelen naar de grote landschappelijke eenheden (zand, klei en veengebied). Uitwerking van ontwikkelrichtingen op de kaart. Daarbij onder meer te benutten: • Ruimtelijk uitgewerkte kaart op basis van water en bodem sturend, natuur en stikstof • Zoneringsaanpak Nationale Parken nieuwe Stijl Schetsen van lange termijn ontwikkelrichtingen. Samen met het traject Perspectief Landbouw wordt uitgewerkt welke procesmatige criteria gesteld worden voor de borging van het perspectief van de landbouw en welke voorwaarden en ondersteunende instrumenten voor de verschillende ontwikkelrichtingen nodig en mogelijk zijn. Proces om te komen tot de ruimtelijke uitwerking in provincies.
Startnotitie Nationaal Programma Landelijk Gebied
77
Deze startnotitie is een uitgave van: Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat en Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties Juni 2022 | Publicatie-nr. 22102620