CConstaterende datLosser
Koppel je AI →
Document · PDF

2. 202756-10-r01 verkennend en nader bodemonderzoek terrein steenfabriek de werklust definitief 22-04-13

Oordeelsvormende vergadering 25 april 2023, gemeente LosserBij agendapunt: Financiële steun t.b.v. Steenfabriek de Werklust29.553 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

Verkennend en nader bodemonderzoek terrein "Steenfabriek de Werklust" aan de Oldenzaalsestraat 104 en Smuddeweg in Losser

ONDERDEEL VAN ORTAGEO GROEP Envita Almelo B.V. Einsteinstraat 12a ● 7601 PR ALMELO Tel. +31(0)546 – 53 20 74 ● Fax +31(0)546 – 53 16 59 info@envita-almelo.nl ● www.envita-almelo.nl IBAN NL89 ● Rabobank 36.88.80.141 K.v.K. nr. 08153381● BTW-nr. NL 8173.16.851.B.01

WWW.ORTAGEO.NL Envita Nijmegen B.V. Metaalweg 18 ● Postbus 1 ● 6550 ZG WEURT Tel. +31(0)24 – 397 57 62 ● Fax +31(0)24 – 397 72 95 info@envita-nijmegen.nl ● www.envita-nijmegen.nl IBAN NL83 ● Rabobank 13.24.71.655 K.v.K. nr. 09176767 ● BTW-nr. NL 8187.94.239.B.01

IN SAMENWERKING MET Roelofs Dorpsstraat 20 ● 7683 BJ DEN HAM Postbus 12 ● 7683 ZG DEN HAM Tel. +31(0)546 – 67 88 88 ● Fax +31(0)546 – 67 28 25 info@roelofsgroep.nl www.roelofsgroep.nl

Tevens vestigingen in: Stadskanaal Steenwijk Veenendaal

202756-10 - Oldenzaalsestraat 104 en Smuddeweg Losser 264512 477137 0 - lopend 29-10-2012 7-12-2012 In eerste instantie alleen historisch onderzoek. NMBO-IMM AAN-GWW ENA - WHA DLE heer G. Woudman De heer de heer ing. G. Woudman 070600 Den Ham 0546-678888 06-13933331 Roelofs Advies en Ontwerp B.V. Postbus 12 7683 ZG DEN HAM OV info@roelofsadviesenontwerp.nl http://www.roelofsadviesenontwerp.nl NL Postbus 12 DEN HAM OV 7683 ZG NL TOAA G. ing. hoofd kenniscluster en senior adviseur 06-13933331 g.woudman@roelofsgroep.nl heer Woudman Envita Almelo B.V. de heer ing. W.J. Haan de heer ing. J.D.B. Leeferink nader onderzoek immobiele verontreiniging, Oldenzaalsestraat 104 en Smuddeweg in Losser nader onderzoek immobiele verontreiniging W.J. Wouter Haan heer w.haan@envita-almelo.nl 06-14431092 projectleider ing. J.D.B. Dieter Leeferink heer d.leeferink@envita-almelo.nl 06-22963746 projectmanager ing. de heer ing. W.J. (Wouter) Haan de heer ing. J.D.B. (Dieter) Leeferink

Verkennend en nader bodemonderzoek terrein "Steenfabriek de Werklust" aan de Oldenzaalsestraat 104 en Smuddeweg in Losser

Opdrachtgever:

Gemeente Losser Postbus 90 7580 BA LOSSER

Rapportnummer:

202756-10/R01

Status rapport: Datum:

Envita Almelo B.V. Einsteinstraat 12a 7601 PR ALMELO Tel: 0546 – 532074 Fax: 0546 – 531659 E-mail: info@envita-almelo.nl

Definitief 22 april 2013

Ingenieursbureau voor ruimtelijke ontwikkeling, bodem, water & milieu

Verkennend en nader bodemonderzoek terrein "Steenfabriek de Werklust" in Losser

Inhoudsopgave 1 2

Inleiding ............................................................................................................................................1 Kader van het onderzoek ................................................................................................................2 2.1 Kader onderzoeksstrategie ........................................................................................................2 2.2 Uitvoeringskader ........................................................................................................................2 2.3 Reikwijdte van het onderzoek ....................................................................................................2 2.4 Toetsingskader ..........................................................................................................................3 2.4.1 Grond en grondwater ..........................................................................................................3 2.4.2 Asfalt ...................................................................................................................................4 2.5 Beoordelingskader saneringsnoodzaak .....................................................................................4 3 Vooronderzoek

.................................................................................................................................6 3.1 Algemeen ...................................................................................................................................6 3.2 Algemene gegevens ..................................................................................................................7 3.3 Bodemgebruik ............................................................................................................................7 3.4 Reeds uitgevoerd bodemonderzoek ..........................................................................................8 3.5 Conclusies historisch vooronderzoek ........................................................................................9 3.5.1 Perceel Oldenzaalsestraat 104 ..........................................................................................9 3.5.2 Perceel Smuddeweg...........................................................................................................9 3.6 Gedurende de uitvoering beschikbaar gekomen historische (bodem)informatie ................... 10 3.7 Bodemopbouw en geohydrologie ...........................................................................................

11 4 Hypothese en onderzoeksstrategie ............................................................................................ 12 4.1 Hypothese en onderzoeksstrategie ........................................................................................ 12 4.2 Conceptueel model voor olieverontreiniging meetpunt A13 ................................................... 14 4.3 Onderzoeksvragen en onderzoeksstrategie ........................................................................... 15 5 Veldwerkzaamheden..................................................................................................................... 16 5.1 Opzet....................................................................................................................................... 16 5.2 Resultaten ............................................................................................................................... 17 6 Laboratoriumonderzoek ............................................................................................................... 20 6.1 Analyseprogramma ................................................................................................................. 20 6.2 Analyseresultaten en interpretatie ..........................................................................................

22 6.2.1 Grond ............................................................................................................................... 22 6.2.2 Grondwater ...................................................................................................................... 26 6.2.3 Asfalt ................................................................................................................................ 29 6.2.4 Toetsing aan de gestelde hypothese ............................................................................... 29 6.2.5 Toetsing aan de noodzaak tot nader onderzoek ............................................................. 29 7 Evaluatie verontreinigingssituatie .............................................................................................. 31 7.1 Aard, oorzaak en omvang van de verontreinigingen .............................................................. 31 7.2 Ernst van de verontreinigingen ............................................................................................... 32 7.3 Spoedeisendheid .................................................................................................................... 32 8 Samenvatting, conclusies en aanbevelingen ............................................................................

33 Bijlagen: 1) Regionale ligging onderzoekslocatie 2) Tekening met situering deellocaties 3) a/b: Tekening met situering boringen en peilbuizen 4) a/b: Tekening met situering boringen en peilbuizen en verontreinigingen in grond (a) en grondwater (b) 5) Bodemprofielbeschrijvingen 6) Analysecertificaten 7) Overschrijdingstabellen 8) Gegevens vooronderzoek 9) Informatie Locale Maximale Waarden (LMW) uit "Bodembeheerplan gemeente Losser" Verantwoording

rapportnummer 202756-10/ R01 d.d. 22 april 2013

Verkennend en nader bodemonderzoek terrein "Steenfabriek de Werklust" in Losser

1

INLEIDING

In opdracht van de gemeente Losser en in samenwerking met Roelofs Advies en Ontwerp B.V. is door Envita Almelo B.V. een verkennend en actualisatie bodemonderzoek uitgevoerd op een locatie gelegen aan Oldenzaalsestraat 104 en Smuddeweg in Losser (gemeente Losser). Naar aanleiding van aangetoonde matige/sterke bodemverontreinigingen met PAK, fenolen en zware metalen is tevens nader bodemonderzoek uitgevoerd conform NTA 5755. Naast het bodemonderzoek gericht op 'chemische parameters' is tevens een verkennend bodemonderzoek asbest door Envita uitgevoerd. De resultaten hiervan zijn gepresenteerd in een separate rapportage ("Verkennend onderzoek asbest terrein "Steenfabriek de Werklust" aan de Oldenzaalsestraat 104 en Smuddeweg in Losser", kenmerk: 202756-10/R02 d.d. 22 april 2013). Aanleiding voor het onderzoek is de voorgenomen transactie van de locatie. Het doel van het verkennend en actualisatie bodemonderzoek is om middels het bepalen van de actuele bodemkwaliteit vast te stellen of de locatie geschikt is voor het beoogde gebruik en of er als gevolg van een eventuele bodemverontreiniging consequenties zijn voor de voorgenomen transactie. Hierbij zijn naast eerder onderzochte terreindelen/locaties ook niet eerder onderzochte verdachte deellocaties onderzocht. Het nader bodemonderzoek richt zich op het vaststellen van de aard, mate en omvang van de sterke verontreinigingen.

Voorliggend rapport beschrijft de resultaten van het verkennend onderzoek en nader onderzoek. Hoofdstuk 2 presenteert het algemene wettelijke kader. Daarna worden de resultaten van het vooronderzoek (hoofdstuk 3), de hypothese en onderzoeksstrategie (hoofdstuk 4), de veldwerkzaamheden (hoofdstuk 5) en het laboratoriumonderzoek (hoofdstuk 6) van het verkennende, actualisatie en nader onderzoek gepresenteerd. In hoofdstuk 7 wordt de verontreinigingssituatie geëvalueerd. Het rapport wordt besloten met de aan het onderzoek te verbinden conclusies en aanbevelingen die in samenvatting zijn weergegeven (hoofdstuk 8).

rapportnummer 202756-10/ R01 d.d. 22 april 2013

1/35

Verkennend en nader bodemonderzoek terrein "Steenfabriek de Werklust" in Losser

2

KADER VAN HET ONDERZOEK

In dit hoofdstuk wordt kort ingegaan op de verschillende kaders die van toepassing zijn op bodemonderzoek. 2.1

Kader onderzoeksstrategie

Bij het bepalen van de onderzoeksstrategie en het vaststellen van het onderzoeksprogramma is uitgegaan van de volgende NEN-normen:  “bodem- landbodem – strategie voor het uitvoeren van vooronderzoek bij verkennend en nader onderzoek” (Nederlandse Norm 5725: januari 2009);  “bodem – landbodem – strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek – onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond” (Nederlandse norm 5740: januari 2009);  “Bodem- Landbodem – Strategie voor het uitvoeren van nader onderzoek – Onderzoek naar de aard en omvang van bodemverontreiniging” (Nederlandse technische afspraak NTA 5755: juli 2010). 2.2

Uitvoeringskader

Het bodemonderzoek is uitgevoerd conform de wettelijke KWALIBO-regeling (Kwaliteitsborging bij bodemintermediairs). Dit betekent dat het veldwerk is uitgevoerd onder erkenning op basis van BRL SIKB 2000 en de daarbij behorende protocollen 2001 (plaatsen handboringen en peilbuizen) en 2002 (nemen van grondwatermonsters). Waar tijdens het onderzoek is afgeweken van de normen en de protocollen, is dat vermeld in dit rapport. Het laboratoriumonderzoek is uitgevoerd door een laboratorium dat is geaccrediteerd op basis van de criteria in NEN-EN-ISO/IEC 17025:2000 en op basis van AS3000. Op de analysecertificaten is aangegeven welke laboratoriumverrichtingen onder de genoemde accreditaties zijn uitgevoerd. Na de laatste bijlage is de verantwoording van het uitgevoerde onderzoek opgenomen, waaronder verwijzingen naar informatiebronnen, literatuur, wet- en regelgeving en kwaliteitsborging. 2.3

Reikwijdte van het onderzoek

Het onderzoek omvat een verkennend en een nader onderzoeksdeel. Het verkennend bodemonderzoek is alleen bedoeld om inzicht te krijgen in de actuele chemische kwaliteit van grond en grondwater op de onderzoekslocatie ten behoeve van het beoogde doel. Het verkennend bodemonderzoek beoogt een waarheidsgetrouw beeld te geven van de bodemkwaliteit van de onderzoekslocatie op het moment van de monstername. Vanwege het steekproefsgewijze karakter van het onderzoek waarbij de monstername op (deels) willekeurig bepaalde locaties plaatsvindt, kan niet worden uitgesloten dat binnen de onderzoekslocatie lokaal een verontreiniging (puntbron) aanwezig is die niet wordt aangetoond in dit onderzoek. Het nader bodemonderzoek is bedoeld om inzicht te krijgen in de aard en omvang van de bodemverontreiniging op de onderzoekslocatie. Vanwege het steekproefsgewijze karakter van het onderzoek dient voor het bepalen van de omvang gebruik te worden gemaakt van interpolatie en extrapolatie zodat de omvang van de verontreiniging altijd kan afwijken van de werkelijke omvang. Tevens wordt erop gewezen dat het uitgevoerde onderzoek een momentopname betreft. De onderzoeksresultaten worden minder representatief voor de actuele bodemkwaliteit naarmate meer activiteiten op de locatie plaatsvinden en de verstreken periode sinds de uitvoering van het onderzoek langer wordt.

rapportnummer 202756-10/ R01 d.d. 22 april 2013

2/35

Verkennend en nader bodemonderzoek terrein "Steenfabriek de Werklust" in Losser

De uitvoering van de werkzaamheden door Envita vindt op zorgvuldige wijze plaats volgens de algemeen gebruikelijke inzichten en methoden bij onderzoek naar bodemverontreiniging. Indien grond van de locatie vrijkomt, moet er rekening mee worden gehouden dat deze niet zonder meer elders toepasbaar is. Op hergebruik van grond is het Besluit bodemkwaliteit van toepassing. De toepassing van grond elders moet worden gemeld via het “meldpunt bodemkwaliteit” van Agentschap NL. In bepaalde gemeenten kan daarnaast op grond van overgangsbeleid nog grond worden toegepast op basis van de Ministeriële vrijstellingsregeling grondverzet. Deze toepassingen moeten rechtstreeks aan de betreffende gemeente worden gemeld. Het onderzoek is, mits anders aangegeven, niet van toepassing op puin- of andere lagen waarin de fractie aan bodemvreemd materiaal groter is dan 50%. Deze lagen betreffen formeel geen bodem en hierop is de Wet bodembescherming niet van toepassing. 2.4

Toetsingskader

2.4.1 Grond en grondwater Om de mate waarin sprake is van bodemverontreiniging te kunnen beoordelen, worden de analyseresultaten van de grond- en grondwatermonsters getoetst aan het toetsingskader dat landelijk (generiek) is vastgesteld. Gemeenten kunnen daarnaast voor hun grondgebied gebiedsspecifiek beleid vaststellen. Generiek toetsingskader Voor de beoordeling van de analyseresultaten van de grond- en grondwatermonsters wordt gebruik gemaakt van de achtergrondwaarden grond zoals opgenomen in de Regeling bodemkwaliteit, de streefwaarden grondwater en interventiewaarden grond en grondwater zoals opgenomen in de Circulaire bodemsanering 2009. Bij concentraties aan verontreinigende stoffen tussen het niveau van de streef- of achtergrondwaarde en de interventiewaarde, geldt in het algemeen dat een nader onderzoek noodzakelijk is als de gemeten concentraties de halve som van streef- of achtergrondwaarde en interventiewaarde overschrijden ((S+I)/2). Deze waarde wordt ook wel aangeduid als tussenwaarde. In onderstaande tabel worden deze referentiewaarden en de daarbij gehanteerde terminologie toegelicht. Tabel 1: Toelichting op referentiewaarden Referentiewaarde

Afkorting

Betekenis

Terminologie bij overschrijding

achtergrondwaarde

Aw

generieke waarde voor schone grond (AW2000waarde)

> Aw: licht verhoogd / verontreinigd

tussenwaarde

T

toetsingswaarde voor nader onderzoek ((Aw + I) / 2)

> T: matig verhoogd / verontreinigd

interventiewaarde

I

waarde voor sanering(sonderzoek)

> I: sterk verhoogd / verontreinigd

streefwaarde

S

generieke waarde voor een schoon grondwater

> S: licht verhoogd / verontreinigd

tussenwaarde

T

toetsingswaarde voor nader onderzoek ((S + I) / 2)

> T: matig verhoogd / verontreinigd

interventiewaarde

I

waarde voor sanering(sonderzoek)

> I: sterk verhoogd / verontreinigd

grond

grondwater

De referentiewaarden voor verontreinigende stoffen in grond zijn mede afhankelijk gesteld van de percentages aan lutum (fractie <2 m) en organische stof. Dit betekent dat bij elk bodemonderzoek locatiespecifieke referentiewaarden worden berekend.

rapportnummer 202756-10/ R01 d.d. 22 april 2013

3/35

Verkennend en nader bodemonderzoek terrein "Steenfabriek de Werklust" in Losser

Sinds de inwerkingtreding van de Regeling bodemkwaliteit en Circulaire bodemsanering 2009 zijn op basis van voortschrijdend inzicht voor specifieke stoffen aanvullende toetsnormen opgesteld of toetsregels vastgesteld. Voor zover bij de uitvoering van voorliggend bodemonderzoek hiervan sprake is zal bij de interpretatie hier nader op worden ingegaan. Gebiedsspecifiek toetsingskader Gemeenten hebben op basis van het Besluit bodemkwaliteit de keuze tussen het gebruiken van het generieke kader of het vaststellen van gebiedsspecifiek beleid voor hun grondgebied. Daarnaast kunnen gemeenten op grond van het overgangsrecht nog gebruik maken van de Ministeriële vrijstellingsregeling grondverzet. In dat kader hebben veel gemeenten een bodemkwaliteitskaart en een bodembeheerplan vastgesteld. Op basis van deze door gemeenten vastgestelde beleidsdocumenten kunnen lokale maximale waarden (LMW) zijn vastgesteld die hoger liggen dan de generieke achtergrondwaarden. Deze waarden gelden voor homogene deelgebieden die zijn ingedeeld naar ontstaansgeschiedenis en gebruik. De lokale maximale waarden kunnen, mits dit is vastgelegd in het gemeentelijk beleid, worden gebruikt in plaats van de generieke achtergrondwaarden bij de toetsing of sprake is van bodemverontreiniging in de zin van de Wet bodembescherming. De gemeente Losser heeft lokale maximale waarden vastgesteld.

In bijlage 9 zijn voor een standaardbodem (10% humus en 25% lutum) de lokale maximale waarden opgenomen (bron: Bodembeheerplan gemeente Losser, kenmerk 06.J036, d.d. 12 juni 2008). Net zoals de generieke toetsingswaarden, zijn de lokale maximale waarden afhankelijk van de percentages lutum en humus in de grond. De analyseresultaten van de grond zijn voor onderhavig onderzoek getoetst aan de op basis van de percentages lutum en humus gecorrigeerde lokale maximale waarden voor het deelgebied "Buitengebied (zand)". 2.4.2 Asfalt Ten aanzien van hergebruik van asfalt is het toetsingskader vanuit het Besluit Bodemkwaliteit aan de orde. Indien het gehalte PAK in het asfalt groter is dan 75 mg/kg d.s wordt het asfalt beschouwd als “teerhoudend”. Indien het gehalte PAK lager is dan 75 mg/kg d.s wordt het asfalt als “niet teerhoudend” beschouwd. 2.5

Beoordelingskader saneringsnoodzaak

Gevalsdefinitie Een geval van bodemverontreiniging wordt gedefinieerd als een verontreinigd grondgebied, waarbij de geconstateerde verontreinigingen een technische, organisatorische en ruimtelijke samenhang vertonen. Aan elk van deze drie criteria dient te worden voldaan om te spreken over één geval van bodemverontreiniging. Bodemverontreiniging ontstaan vanaf 1987 Indien de bodemverontreiniging is ontstaan na 1 januari 1987 dan is conform de Wet bodembescherming sprake van een verontreiniging die valt onder de zorgplicht (art. 13 Wbb). De veroorzaker is verplicht de verontreiniging en de directe gevolgen daarvan te beperken en zoveel mogelijk ongedaan te maken. Er dient dus zo spoedig mogelijk een sanering te worden uitgevoerd, ongeacht de omvang en risico‟s van de verontreiniging.

rapportnummer 202756-10/ R01 d.d. 22 april 2013

4/35

Verkennend en nader bodemonderzoek terrein "Steenfabriek de Werklust" in Losser

Bodemverontreiniging ontstaan vóór 1987 De saneringsregeling Wet bodembescherming (Wbb), van toepassing op bodemverontreiniging van vóór 1 januari 1987, hanteert de volgende uitgangspunten:  Degene die voornemens is de bodem te saneren dan wel handelingen te verrichten waardoor de verontreiniging van de bodem wordt verminderd of verplaatst, dient hiervan melding te maken bij het bevoegd gezag Wbb. Deze melding kan achterwege blijven indien de betrokkene redelijkerwijs kan aannemen dat de sanering of de handeling waarop zijn voornemen betrekking heeft geen geval van ernstige bodemverontreiniging betreft en tevens vaststaat: 3 o dat de betreffende hoeveelheid verontreinigde grond niet meer bedraagt dan 50 m en/of 3 de hoeveelheid verontreinigd grondwater niet meer bedraagt dan 1000 m ; o dat uit de aard van de handelingen volgt dat de grond slechts tijdelijk wordt verplaatst en na verplaatsing in zijn geheel wordt teruggebracht. (art. 28 Wbb)  Er is sprake van een "geval van ernstige bodemverontreiniging" indien in een bodemvolume van 25 m³ de grond en/of 100 m³ het grondwater het gemiddelde gehalte van een verontreinigde stof groter is dan de interventiewaarde voor grond respectievelijk grondwater.

Voor een geval van ernstige bodemverontreiniging geldt een saneringsnoodzaak;  Of een geval van ernstige bodemverontreiniging met spoed dient te worden gesaneerd is afhankelijk van de risico‟s. Hiertoe dient een risicobeoordeling te worden uitgevoerd waarbij de humane, ecologische en verspreidingsrisico‟s worden vastgesteld. Indien sprake van onaanvaardbare risico‟s moet de sanering met spoed worden uitgevoerd. Eventueel kunnen ook tijdelijke beveiligingsmaatregelen worden getroffen om de risico‟s te beheersen. Het bevoegd gezag Wbb stelt in een beschikking vast of er sprake is van een geval van ernstige bodemverontreiniging en indien dit het geval is, of de verontreiniging met spoed dient te worden gesaneerd. Indien er sprake is van een spoed, dan stelt het bevoegd gezag in de beschikking tevens de termijn vast waarbinnen met de sanering dient te worden begonnen.

rapportnummer 202756-10/ R01 d.d. 22 april 2013

5/35

Verkennend en nader bodemonderzoek terrein "Steenfabriek de Werklust" in Losser

3

VOORONDERZOEK

Ten behoeve van de uitvoering van het verkennend bodemonderzoek is een separaat vooronderzoek uitgevoerd. Doel van het vooronderzoek is het achterhalen van (potentieel) bodemverontreinigende activiteiten die nu plaatsvinden of in het verleden hebben plaatsgevonden op of in de directe omgeving van de onderzoekslocatie. De volledige resultaten van het vooraf uitgevoerde historisch onderzoek is gerapporteerd in een briefrapportage: "resultaten historisch onderzoek ten aanzien van bodemkwaliteit ter plaatse van het terrein van de steenfabriek aan de Oldenzaalsestraat 104 en Smuddeweg in Losser", projectnummer 202756-10/B04, d.d. 7 december 2012. Hieronder zijn de belangrijkste relevante resultaten van het uitgevoerde vooronderzoek beschreven. Voor meer informatie en nadere details wordt verwezen naar bovengenoemd briefrapport. Tevens is hieronder de nadien, gedurende de uitvoering van het bodemonderzoek, beschikbaar gekomen historische (bodem)informatie beschreven. 3.1

Algemeen

In het kader van het historisch onderzoek heeft op 19 november 2012 en op 13 februari 2013 een bezoek aan de locatie plaatsgevonden. Daarnaast zijn de volgende bronnen geraadpleegd:  oud-medewerkers en vrijwilligers "Steenfabriek de Werklust";  het bodem- en bouwarchief van de Gemeente Losser;  locaties van uitgevoerde bodemonderzoeken, -saneringen en/of (potentiële) verdachte locaties via de internetbron http://gisopenbaar.overijssel.nl/website/bodematlas/bodematlas.html (bodematlas Provincie Overijssel, zie bijlage 8);  recente luchtfoto's via de internetbronnen http://maps.google.nl en http://www.bing.com/maps;  oude luchtfoto's afkomstig uit archief gemeente Losser (zie bijlage 8);  oude topografische kaarten via de internetbron http://watwaswaar.nl. In onderstaande tabel zijn de geraadpleegde documenten/rapportages weergegeven. Tabel 2: overzicht relevante rapportages Perceel

Type onderzoek

Verwijzing

Oldenzaalsestraat 104 en Smuddeweg

verkennend bodemonderzoek

Verkennend bodemonderzoek Steenfabriek "Werklust" Oldenzaalstraat 104 in Losser, Geofox B.V, projectnummer B3680/MV/mmw, d.d. 2 augustus 2001

Oldenzaalsestraat 104 en Smuddeweg

nader bodemonderzoek

Nader bodemonderzoek Steenfabriek "Werklust" Oldenzaalstraat 104 in Losser, Geofox B.V, projectnummer B3681/RP/mmw, d.d. 24 september 2001

Oldenzaalsestraat 104

asbestinventarisatie

Asbestinventarisatie locatie Oldenzaalsestraat 104 in Losser, Bestvision, projectnummer 02BV199, d.d. 8 augustus 2002

Smuddeweg

asbestinventarisatie

Asbestinventarisatie locatie Smuddeweg in Losser, Bestvision, projectnummer 02BV226, d.d. 14 oktober 2002

Smuddeweg

eindrapport asbestsanering

Eindrapportage asbestsaneringsproject locatie Smuddeweg in Losser, F.R.T. Asbestverwijdering, projectnummer O2256, d.d. 15 november 2002

Smuddeweg

eindrapport asbestsanering

Eindrapportage asbestsaneringsproject locatie Smuddeweg in Losser, F.R.T. Asbestverwijdering, projectnummer 902, d.d. 21 november 2002

Oldenzaalsestraat 104

eindrapport asbestsanering

Eindrapportage asbestsaneringsproject locatie Oldenzaalsestraat 104 in Losser, F.R.T. Asbestverwijdering, projectnummer O2272, d.d. 26 november 2002

Oldenzaalsestraat 104

eindrapport asbestsanering

Eindrapportage asbestsaneringsproject locatie Oldenzaalsestraat 104 in Losser, F.R.T. Asbestverwijdering, projectnummer O3070, d.d. 3 maart 2003

toegepaste grond op perceel Smuddeweg

evaluatie grondsanering

Evaluatie grondsanering De Driehoek Oldenzaal, NIBAG B.V., kenmerk: 8022.0081, d.d. 17 december 1998

Smuddeweg ("Kleiput Osse")

inspectierapport

Inspectierapport B-winningen, Bureau Ontgrondingen Provincie Overijssel, kenmerk: 96/1, A-nr. 3156, Zwolle d.d. 22 mei 1996

rapportnummer 202756-10/ R01 d.d. 22 april 2013

6/35

Verkennend en nader bodemonderzoek terrein "Steenfabriek de Werklust" in Losser

3.2

Algemene gegevens

Algemene gegevens over de locatie zijn weergegeven in de volgende tabel. De regionale ligging van de locatie is weergegeven in bijlage 1. Tabel 3: Locatiegegevens Onderdeel

perceel Ondelzaalsestraat 104

perceel aan de Smuddeweg

adres

Oldenzaalsestraat 104 in Losser

Smuddeweg in Losser

kadastrale gegevens

Losser, sectie H, nummer 3394 en 3395

Losser, sectie H, nummers 1712, 1713, 6410 en 6582

eigenaar

Gemeente Losser

Gemeente Losser

gebruiksfunctie

voormalig bedrijfsterrein van steenfabriek "De Werklust"; tussen de noordelijke en zuidelijke droogloodsen was een moestuin en bielzenopslag aanwezig; nabij de ringoven en machineruimte is respectievelijk een onder- en bovengrondse tank aanwezig (geweest)

voormalig bedrijfsterrein van steenfabriek "De Werklust" met een kleigat, voormalige bielzenopslag en twee schuren. Het overig terrein was oorspronkelijk gereserveerd voor een tweede kleigat

bebouwing

voormalige droogloodsen, werkplaats, ringoven, machineruimte en kippenren

twee schuren

terreinverharding

beton/tegels ter plaatse van machineruimte en overige opstallen (droogloodsen uitgezonderd), overig terrein voorzien van halfverharding (puin) en/of onverhard (ook ter plaatse van droogloodsen)

ter plaatse van de schuren onbekend; overig terrein onverhard

aanwezigheid van asbest

voor zover bekend is niet ter plaatse van alle bebouwing (o.a. de droogloodsen) een asbestinventarisatie uitgevoerd en is de grond analytisch niet onderzocht op asbest; er is in het verleden wel asbesthoudend materiaal aangetroffen

voor zover bekend is de grond analytisch niet onderzocht op asbest; er is in het verleden wel asbesthoudend materiaal aangetroffen

3.3

Bodemgebruik

In onderstaande tabel zijn de beschikbare gegevens over het historische, huidige en toekomstige gebruik van de onderzoekslocatie en de directe omgeving weergegeven. Tabel 4: Gegevens bodemgebruik Bodemgebruik onderzoekslocatie

Oldenzaalsestraat 104

Smuddeweg

activiteiten / gebruik locatie

steenfabriek (buiten gebruik)

ontgraving kleigat (buiten gebruik)

potentieel bodembedreigende activiteiten en situaties

puinverharding, (voormalige) tanks, droogloodsen, werkplaats/machines

uitloging van voormalige opslag bielzen, demping kleigat

activiteiten / gebruik locatie

steenfabriek

ontgraving kleigat

voormalige potentieel bodembedreigende activiteiten en situaties

puinverharding, (voormalige) tanks, droogloodsen, werkplaats/machines, opslag bielzen

opslag bielzen

activiteiten / gebruik locatie

wonen

braakliggend

potentieel bodembedreigende activiteiten en situaties

behoudens lichte onderhoudswerkzaamheden in werkplaats geen specifieke (potentieel) bodembedreigende verdachte activiteiten

geen specifieke (potentieel) bodembedreigende verdachte activiteiten

Huidig

Historisch

Toekomstig

rapportnummer 202756-10/ R01 d.d. 22 april 2013

7/35

Verkennend en nader bodemonderzoek terrein "Steenfabriek de Werklust" in Losser

Tabel 4: Gegevens bodemgebruik Bodemgebruik omgeving onderzoekslocatie Huidig activiteiten / gebruik omgeving

wonen, agrarisch gebruik

potentieel bodembedreigende activiteiten en situaties

geen specifieke (potentieel) bodembedreigende verdachte activiteiten

Historisch activiteiten / gebruik omgeving

wonen, agrarisch gebruik

voormalige potentieel bodembedreigende activiteiten en situaties

geen specifieke (potentieel) bodembedreigende verdachte activiteiten

3.4

Reeds uitgevoerd bodemonderzoek

Op de locatie Op de onderzoekslocatie zijn de volgende onderzoeken uitgevoerd: rapport: “Verkennend bodemonderzoek Steenfabriek "Werklust" Oldenzaalstraat 104 in Losser”, Geofox B.V, projectnummer B3680/MV/mmw, d.d. 2 augustus 2001 Uit het onderzoek blijkt dat:  ter plaatse van de bielzenopslag aan de Smuddeweg sprake is van uitloging van creosoten uit de bielzen in de bodem. Dit heeft geleid tot verhoogde PAK concentraties in grond en grondwater;  het grondwater onder het puin rond de steenfabriek PAK concentraties bevat boven de tussenwaarde;  in de bovengrond rond de droogloodsen eenmalig de interventiewaarde voor koper is overschreden en eenmalig de tussenwaarde voor PAK. rapport: “Nader bodemonderzoek Steenfabriek "Werklust" Oldenzaalstraat 104 in Losser”, Geofox B.V, projectnummer B3681/RP/mmw, d.d. 24 september 2001 Uit het onderzoek blijkt dat:  met uitzondering van de grond ter plaatse van de opslag van bielzen op de onderzoekslocatie geen sprake is van een geval van ernstige bodemverontreiniging;  de omvang van de bodemverontreiniging ter plaatse van de bielzen niet volledig vastgesteld is vanwege de aanwezigheid van bielzen;  ongeacht ernst en urgentie van de verontreiniging ter plaatse van de bielzen sanering noodzakelijk is op basis van de zorgplicht (art. 13 Wet bodembescherming) voor verontreinigingen die ontstaan zijn na 1 januari 1987.

Directe omgeving Hieronder worden de (relevante) bodemonderzoeken die in de directe nabijheid van de onderzoekslocatie zijn uitgevoerd beknopt beschreven: rapport: “Verkennend onderzoek NEN 5740 1, bron Lankelma met kenmerk PKU/VN-26672. Uit het onderzoek blijkt dat op het parkeerterrein (voormalig LAGA terrein) in de boven- en ondergrond geen verhoogde gehalten zijn aangetoond en er sprake is van licht verhoogde concentraties aan cadmium, chroom, koper en nikkel in het grondwater. De verhoogde concentraties in het grondwater hebben waarschijnlijk een natuurlijke oorsprong. rapport: “Rapport evaluatie bodemsanering locatie naast perceel Smuddeweg 4”, bron Lankelma met kenmerk BRS/VN-26543B. Uit het onderzoek blijkt dat het perceel ten zuiden van de onderzoekslocatie aan de Smuddeweg sterk verontreinigd was met asbest en minerale olie. Deze locatie is in 2005 opgeschoond en gesaneerd.

rapportnummer 202756-10/ R01 d.d. 22 april 2013

8/35

Verkennend en nader bodemonderzoek terrein "Steenfabriek de Werklust" in Losser

3.5

Conclusies historisch vooronderzoek

3.5.1 Perceel Oldenzaalsestraat 104 Op basis van de resultaten van het historisch onderzoek wordt geconcludeerd dat ter plaatse van het perceel Oldenzaalsestraat 104:  plaatselijk (boring 26 voorgaand onderzoek) een sterke grondverontreiniging met PAK aanwezig is. Verwacht wordt dat de omvang van deze sterke verontreiniging gering is; analytisch is de omvang echter niet vastgesteld. Derhalve bestaat er een aanleiding tot het instellen van een nader onderzoek;  diffuus verspreid lichte verontreinigingen in bovengrond en grondwater zijn aangetoond met minerale olie, zware metalen en/of PAK;  geen (specifiek) bodemonderzoek is uitgevoerd ter plaatse van de ringoven en de bielzenopslag nabij een droogloods;  geen asbestbodemonderzoek is uitgevoerd op basis waarvan kan worden vastgesteld dat (geen) sprake is van een asbestverontreiniging. Gezien de (lange) historie en gebruik van de locatie en het plaatselijk aangetroffen asbesthoudende materiaal (in zowel aanwezige bebouwing als op het maaiveld en ter plaatse van twee depots) is de locatie wel sterk verdacht ten aanzien van het voorkomen van asbest.

Geadviseerd wordt om:  een nader bodemonderzoek uit te voeren naar de omvang van de PAK-verontreiniging ter plaatse van boring 26 uit voorgaand onderzoek in de grond (horizontale en verticale afperking) en naar de grondwaterkwaliteit (het optreden van uitloging van PAK naar grondwater wordt niet uitgesloten);  een bodemonderzoek uit te voeren ter plaatse van de ringoven en de voormalige bielzenopslag;  een actualisatie-onderzoek naar de grondwaterkwaliteit uit te voeren. Gezien de ouderdom van de eerder uitgevoerde bodemonderzoeken (10 jaar) kan als gevolg van uitloging van grondverontreinigingen de grondwaterkwaliteit zijn beïnvloed. Omdat op de locatie geen potentieel verdachte (bedrijfs)activiteiten meer ontplooid zijn welke invloed zouden kunnen hebben (gehad) op de milieuhygiënische bodemkwaliteit, wordt een actualisatie-onderzoek naar de grondkwaliteit niet noodzakelijk geacht;  na het uitvoeren van een locatieinspectie conform BRL VKB-protocol 2018 een asbestonderzoek uit te voeren conform NEN 5707/NEN 5897. 3.5.2 Perceel Smuddeweg Op basis van de resultaten van het historisch onderzoek wordt geconcludeerd dat ter plaatse van het perceel aan de Smuddeweg:  een sterke grond- en grondwaterverontreiniging met PAK en cresolen aanwezig is waarvan de mate en omvang onvoldoende is vastgesteld.

Geadviseerd wordt om:  een nader bodemonderzoek uit te voeren naar mate en omvang van de verontreiniging met PAK en cresolen. Hoewel de omvang van de sterke grondwaterverontreiniging in het voorgaande bodemonderzoek grotendeels is vastgesteld, kan de verontreiniging zich nadien (in de periode van 10 jaar) verder hebben verspreid. Derhalve dient in een nader bodemonderzoek ook aandacht te worden besteed aan de mate en omvang van de grondwaterverontreiniging;  aandacht te besteden aan het eventueel voorkomen van asbestverdacht materiaal. Gezien de bevindingen tijdens de eerder uitgevoerde asbestinventarisaties, waarbij melding is gemaakt van zwerfasbest en demping met asbest(verdacht)materiaal, wordt aanbevolen na het uitvoeren van een locatieinspectie conform BRL VKB-protocol 2018 een asbestonderzoek uit te voeren conform NEN 5707/NEN 5897.

rapportnummer 202756-10/ R01 d.d. 22 april 2013

9/35

Verkennend en nader bodemonderzoek terrein "Steenfabriek de Werklust" in Losser

3.6

Gedurende de uitvoering beschikbaar gekomen historische (bodem)informatie

Op basis van de gedurende de uitvoering het onderzoek verkregen informatie van de gemeente, oudmedewerkers en waarnemingen tijdens de uitvoering van het bodemonderzoek is gebleken dat:  er in de oude traforuimte opslag van olie heeft plaatsgevonden (gebruikt voor smeren van wissels);  er plaatselijk gebiedsvreemde grond (vermoedelijk afkomstig van een voormalige smederij in Losser) op het terrein is verspreid voor egalisatie en het opvullen van laagtes van/in het terrein (aangeduid als "bloemenbult" grond);  op het terrein aan de Oldenzaalsestraat 104 een voormalige en gedempte sloot aanwezig is;  op het terrein aan de Oldenzaalsestraat 104 plaatselijk een sterke verontreiniging met minerale olie in de ondergrond aanwezig is;  het noordelijke deel van het noordelijke kleigat gedempt is met grond afkomstig van het winkelcentrum "De Driehoek" in Oldenzaal;  het gebied (voormalig gedeelte van zuidelijk kleigat zoals zichtbaar op luchtfoto uit 1969, zie bijlage 8) vanaf de voormalige bielzenopslag aan de Smuddeweg richting het zuidelijke kleigat is gedempt met bodemvreemd materiaal, vermoedelijk hoofdzakelijk bestaande uit bouw- en sloopafval vermengt met grond. In onderstaande tekst is waar nodig een toelichting gegeven op bovenstaande zaken.

Volgens een buurtbewoner en tevens vrijwilliger bij "Steenfabriek de Werklust" bestaat het dempingsmateriaal aan de noordzijde van het noordelijke kleigat uit grond afkomstig van het winkelcentrum "De Driehoek" in Oldenzaal. Ook de aanwezige twee depots en de grondwal langs de Honingloweg schijnen hiervan afkomstig te zijn en zijn opgeworpen omdat het kleigat voor het aanzien niet verder gedempt mocht worden. In het rapport "Evaluatie grondsanering De Driehoek Oldenzaal, 3 NIBAG B.V." met kenmerk: 8022.0081 d.d. 17 december 1998 is beschreven dat er 55.048 m multifunctionele grond is aangevoerd naar het terrein "Werklust Losser". Rondom het kleigat hebben vaker dempingen/stortingen plaatsgevonden met gebiedsvreemde grond. In het onderzoek van 2001 is beschreven dat de toenmalige eigenaar de heer Damer heeft aangegeven dat er alleen “schone” grond is toegepast en ter bevestiging hiervan ook analysecertificaten konden worden overhandigd. Deze zijn niet in het bezit van Envita. In een inspectierapport van het "Bureau Ontgrondingen" van de provincie Overijssel (d.d. 22 mei 1996) zijn de volgende conclusies getrokken:  De voorwaarden van de ontgrondingsvergunning worden in voldoende mate nageleefd. Wel is sprake van onvoldoende afrastering en bebording langs de Honingloweg.

 Sporen van asresten zijn aangetroffen op de van elders aangevoerde klei aan de noordoostzijde van de kleiput langs de Honingloweg. Aan het eind van het opslagterreintje aan de Smuddeweg is op de helling van de kleine waterpartij (zuidelijk kleigat) in het verleden organisch afval, misbaksels en klei gestort. Dit is afgedekt met grond, waarin eveneens sporen van asresten zijn aangetroffen. Op basis van de inspectie is op 4 april 1996 op het parket van de Officier van Justitie te Almelo een afspraak gemaakt om de situatie op de terreinen van de steenfabriek te inventariseren en vast te leggen. De resultaten/conclusies hiervan zijn niet bekend bij Envita. Vanaf het kleigat richting de Smuddeweg en voormalige bielzenopslag (de omgeving van de spoorlijn en de schuur) is in de jaren ‟70 en ‟80 sprake geweest van demping met allerhande bodemvreemde materialen. Het was voor particulieren (mogelijk ook voor bedrijven) toegestaan om afval (zoals het zich laat aanzien hoofdzakelijk bouw- en sloopafval) te storten. Volgens een oud-medewerker van de steenfabriek is het stortmateriaal tot maximaal zo‟n 10 meter beneden het huidige maaiveld te verwachten. Het dempen heeft plaatsgevonden onder de Provinciale ontgrondingsvergunning.

rapportnummer 202756-10/ R01 d.d. 22 april 2013

10/35

Verkennend en nader bodemonderzoek terrein "Steenfabriek de Werklust" in Losser

Door een oud-medewerker van de steenfabriek is gesproken over een „cokes-vervuiling‟ op het voorterrein aan de Oldenzaalsestraat 104. Hiermee wordt de voormalige overslag van kolen vanaf de straat richting de kolenzolder van de ringoven bedoeld. Er heeft geen opslag van kolen op het voorterrein plaatsgevonden. Overslag vond plaats via een loopbrug vanaf de straat richting de zolder. De locaties zijn weergegeven op de situatietekening in bijlage 2. 3.7

Bodemopbouw en geohydrologie

Volgens de Bodemkaart van Nederland (Stiboka, kaartblad 28 Oost) bestaat de bodem op en in de nabijheid van de locatie uit zogenaamde oude kleigronden (ondiep keileem). Uit de grondwaterkaart van Nederland (TNO, Inventarisatierapport kaartbladen 28 Oost, 29, 34 Oost en 35) kan de regionale geohydrologische bodemopbouw worden afgeleid. Deze opbouw is weergegeven in onderstaande tabel. Tabel 5: Schematisch overzicht bodemopbouw en geohydrologie Diepte (m +/- NAP) Geohydrologische eenheid Geologische formatie +11 – 0 watervoerend pakket Twente en Eindhoven <0

slecht doorlatende basis

Breda (pleistoceen)

Lithologie matig fijn/grof zand en klei fijne slibhoudende zanden en kleiige afzettingen

De grondwaterstand varieert van circa 1,0 tot 1,5 m -mv. Het onderzoeksgebied bevindt zich op de oostelijke flank van de stuwwal bij Losser. De stromingsrichting van het freatisch grondwater is globaal (noord)oostelijk georiënteerd. Er is geen sprake van inzijging. Er is sprake van oppervlaktewater van betekenis op/nabij de onderzoekslocatie. De locatie ligt voor zover bekend niet in het intrekgebied van een grondwaterwinning of een grondwaterbeschermingsgebied. Voor zover bekend wordt er op en in de directe omgeving van de locatie geen grondwater door bedrijven en particulieren onttrokken.

rapportnummer 202756-10/ R01 d.d. 22 april 2013

11/35

Verkennend en nader bodemonderzoek terrein "Steenfabriek de Werklust" in Losser

4

4.1

HYPOTHESE EN ONDERZOEKSSTRATEGIE

Hypothese en onderzoeksstrategie

Op basis van het vooronderzoek is er sprake van de volgende (potentieel) verdachte deellocaties die verkennend en/of nader onderzocht dienen te worden. Per deellocatie zijn de hypothese, de strategie en de verdachte parameters weergegeven. Tabel 6: Onderzoeksstrategie deellocaties Deellocatie

Hypothese

Strategie

Verdachte parameters

sterke PAK-verontreiniging nabij nieuwbouwlocatie Stichting De Werklust

-*

-*

PAK

voormalige bielzenopslag aan de Smuddeweg/ Honingloweg

-*

-*

minerale olie+BTEXN+PAK+cresolen

ringoven

verdacht

VED-HE

minerale olie+BTEXN+PAK+zware metalen

bielzenopslag naast droogloods

verdacht

VEP

minerale olie+BTEXN+PAK+cresolen

puinverharding

actualisatie grondwaterkwaliteit

Deel herontwikkeling

PAK

Strategieën conform NEN5740: VEP:

onderzoeksstrategie voor verdachte locatie met een plaatselijke bodembelasting met een duidelijke verontreinigingskern

VED-HE:

onderzoeksstrategie voor een verdachte locatie, diffuse bodembelasting, heterogeen verdeelde verontreiniging op schaal van monsterneming

* Strategie afgestemd op locatiespecifieke omstandigheden conform NTA 5755

De situering van de deellocaties is globaal weergegeven op de situatietekening in bijlage 2. Op basis van de strategie zoals vermeld in bovenstaande tabel en nadien beschikbaar gekomen informatie over de demping van het zuidelijke kleigat is in de tabel op de volgende pagina een overzicht van het onderzoeksprogramma weergegeven.

rapportnummer 202756-10/ R01 d.d. 22 april 2013

12/35

Tabel 7: Onderzoeksprogramma deellocaties Locatie

Doel

Veldwerkzaamheden

Laboratoriumwerkzaamheden

Boringen

Boringen met peilbuizen

Codering

Grond

Grondwater

horizontaal afperken sterke PAK-verontreiniging ter plaatse van boring 26 van Geofox

4 x 0,5 m –mv

-

101 t/m 104

bovengrond: 4 x PAK

-

verticaal afperken sterke PAK-verontreiniging ter plaatse van boring 26 van Geofox en vaststellen grondwaterkwaliteit

-

1 x ca. 3,0 m –mv (NEN)

105

ondergrond: 1 x PAK

1 x PAK

Deel herontwikkeling Stichting De Werklust Overig deel vaststellen grond- en grondwaterkwaliteit ten zuiden van de kern van de verontreiniging met PAK en cresolen en vaststellen kwaliteit boven- en ondergrond binnen de begrenzing van de voormalige bielzenopslag

-

2 x ca. 3,0 m –mv

201 en 202

bovengrond: 2 x NEN-pakket+fenolen1 ondergrond:

2 x NEN-pakket+PAK+fenolen

3 x NEN-pakket+fenolen

vaststellen grondwaterkwaliteit op diepte in de kern van de verontreiniging met PAK en cresolen vanwege mogelijke uitzakking van cresolen, en vaststellen kwaliteit boven- en ondergrond in de kern van de verontreiniging

-

1 x ca. 6,0 m –mv

203 (gestaakt)

-

-

horizontale afperking (ten noordenoosten van de bielzenopslag) van de PAK-verontreiniging in grondwater (opmerking: peilbuis op gestaakte diepte (2,8 m –mv) staat droog)

-

1 x ca. 3,0 m –mv

204

bovengrond: 1 x NEN-pakket+fenolen ondergrond: 1 x NEN-pakket+fenolen

-

horizontale afperking grondwaterverontreiniging en actualisatie grondwaterkwaliteit (herplaatsing van peilbuizen 110, 115, 116, 117 + aanvullende boring 207)

1 x 4,5 m -mv

2 x ca. 3,0 m –mv

110a, 115a, 116a (gestaakt), 117a (gestaakt) en 207 (gestaakt)

1 x asbest in grond 1 x asbest materiaal

2 x NEN-pakket+PAK+fenolen

vaststellen kwaliteit boven- en ondergrond aan de zuidoostkant en ten noorden van de bielzenopslag ter afperking van de sterke verontreiniging met PAK en cresolen

1 x 2,0 m -mv

1 x ca. 4,0 m –mv

205 en 206

bovengrond: 2 x NEN-pakket+fenolen ondergrond: 3 x NEN-pakket+fenolen

1 x NEN-pakket+PAK+fenolen

vaststellen saneringsparameters representatieve bodemlagen (schatting 2 bodemtypen)2

combinatie overige werkzaamheden

2 x standaardpakket grond

-

Ringoven (circa 1.075 m2)

aanvullend onderzoek

7 x 1,0 m -mv

1 x ca. 3,0 m –mv (NEN)

301 t/m 308

bovengrond: 1 x standaardpakket grond1

1 x standaardpakket grondwater2 + PAK

Bielzenopslag naast droogloods (<500 m2)

aanvullend onderzoek

3 x 1,0 m -mv

1 x ca. 3,0 m –mv (NEN)

401 t/m 404

bovengrond: 1 x min.olie+PAK+fenolen

1 x min.olie+BTEXN+PAK+fenolen

Puinverharding

actualisatie grondwater onder puinverharding, peilbuis 1 en 6

-

-

pb1a en pb6a

-

2 x standaardpakket grondwater + PAK

Voormalige bielzenopslag aan de Smuddeweg/ Honingloweg

1

metalen (Ba, Cd, Co, Cu, Hg, Pb, Mo, Ni, Zn), PCB, PAK, minerale olie, lutum, organische stof en droge stofgehalte

2

metalen (Ba, Cd, Co, Cu, Hg, Pb, Mo, Ni, Zn), vluchtige aromatische koolwaterstoffen (BTEXN en styreen), vluchtige gehalogeneerde koolwaterstoffen en minerale olie (GC) cresolen vormen een onderdeel fenolen indien er sprake is van een sterk wisselende bodemopbouw kan niet uitgesloten worden dat er voor meer (representatieve) bodemlagen saneringsparamaters moeten worden vastgesteld

3 4

202756-10/ R01

13/5

Verkennend en nader bodemonderzoek terrein "Steenfabriek de Werklust" in Losser

Op basis van de nadien verkregen informatie van de gemeente, oud-medewerkers of waarnemingen tijdens de uitvoering van het bodemonderzoek is gebleken dat:  er in de oude traforuimte opslag van olie heeft plaatsgevonden (gebruikt voor smeren van wissels);  er plaatselijk gebiedsvreemde grond (vermoedelijk afkomstig van een voormalige smederij in Losser) op het terrein is verspreid voor egalisatie en het opvullen van laagtes van/in het terrein (aangeduid als "bloemenbult" grond);  op het terrein aan de Oldenzaalsestraat 104 een voormalige en gedempte sloot aanwezig is;  op het terrein aan de Oldenzaalsestraat 104 plaatselijk een sterke verontreiniging met minerale olie in de ondergrond aanwezig is;  het gebied (voormalig gedeelte van kleigat zoals zichtbaar op luchtfoto uit 1969) vanaf de voormalige bielzenopslag aan de Smuddeweg richting het zuidelijke kleigat is gedempt met bodemvreemd materiaal, vermoedelijk hoofdzakelijk bestaande uit bouw- en sloopafval vermengt met grond. Bovenstaande locaties worden, behoudens de olieopslag, als (potentieel) verdacht beschouwd ten aanzien van bodemverontreinigingen met de standaard NEN-parameters. Ten aanzien van de olieopslag in de traforuimte bestaat een verdenking op verontreinigingen met minerale olie en aromaten. De onderzoeksstrategie is afgestemd op locatiespecifieke omstandigheden en gebaseerd op de NEN 5740 en NTA 5755.

Daarbij zijn de werkzaamheden ter plaatse van de olieverontreiniging en gedempte sloot gedeeltelijk in combinatie met het eveneens uitgevoerde asbestbodemonderzoek uitgevoerd. Als voorbeeld is voor de tijdens het asbestbodemonderzoek visueel aangetroffen olieverontreiniging is in paragraaf 4.2 en 4.3 het uitgewerkte conceptueel model met bijbehorende onderzoeksvragen en -strategie op basis van de NTA 5755 gepresenteerd. Voor het overige uitgevoerde nader onderzoek is eenzelfde benadering gehanteerd om te verwachten verontreinigingen afdoende in beeld te brengen. 4.2

Conceptueel model voor olieverontreiniging meetpunt A13

Het conceptueel model is een schematische beschrijving en/of visualisatie van de (veronderstelde) verontreinigingssituatie (bron, aard, mate en verdeling van de verontreiniging), het systeem waarin de verontreiniging zich bevindt (bodemopbouw), welke processen van invloed zijn op de verspreiding (geochemie, geohydrologie) en de receptoren van die verontreiniging (bodemgebruik, bedreigde objecten). Het conceptueel model wordt in eerste instantie gebruikt als basis voor het bepalen van de onderzoeksstrategie. Op basis van de beschikbare gegevens wordt een verwachting geformuleerd met betrekking tot de verontreinigingssituatie (hypothese). De leemtes in informatie over de verontreinigingssituatie vormen de basis voor onderzoeksvragen. Deze leemtes bepalen de onderzoeksstrategie. Na uitvoering van het nader bodemonderzoek op basis van de gekozen strategie wordt het conceptueel model bijgesteld. Zo ontwikkelt het conceptueel model zich van een hypothetisch model naar een meer op de feitelijke situatie aansluitend model. Tabel 8: Conceptueel model Aspect

Gegevens

vermoedelijke bron van verontreiniging

onbekend

aard van de verontreiniging

minerale olie in grond

mate van verontreiniging

> interventiewaarde

vermoedelijke compartimentering

 bovengrond  ondergrond (on- en ververzadigde zone)  grondwater

verwachte schaalgrootte van de verontreiniging in

<50 m2

rapportnummer 202756-10/ R01 d.d. 22 april 2013

14/35

Verkennend en nader bodemonderzoek terrein "Steenfabriek de Werklust" in Losser

Tabel 8: Conceptueel model Aspect

Gegevens

de grond verwachte schaalgrootte van de verontreiniging in het grondwater

<50 m2

verdeling van de verontreiniging

homogeen

mogelijke verspreidingsroutes

mogelijk verspreiding met grondwaterstroming (convectie en dispersie)

mogelijke natuurlijke afbraak/omzetting

geen significante afbraak

mogelijke risico‟s

verspreidingsrisico‟s en toename omvang grondwaterverontreiniging. bij huidig gebruik van de locatie en omgeving geen contactrisico's te verwachten

4.3

Onderzoeksvragen en onderzoeksstrategie

Als onderzoeksstrategieën worden onderscheiden: 1. bepalen van de ernst van de bodemverontreiniging (NTA 5755, § 6.2); 2. bepalen van de spoed van de sanering van het geval van ernstige bodemverontreiniging (NTA 5755, § 6.3); 3. bepalen van de omvang van de bodemverontreiniging (NTA 5755, § 6.4); a) omvang van de lokale verontreiniging met duidelijke verontreinigingskern in een immobiele verontreinigingssituatie (NTA 5755, § 6.4.2); b) omvang van de lokale verontreiniging met een duidelijke verontreinigingskern in een mobiele verontreinigingssituatie (NTA 5755, § 6.4.3); c) omvang diffuse verontreiniging (NTA 5755, § 6.4.4). 4. aanwijzingen voor nader onderzoek in het kader van de zorgplicht Wet bodembescherming/Wet milieubeheer (NTA 5755, § 6.5). Gekozen kan worden voor één van deze strategieën of een combinatie van meerdere. Voor onderhavig onderzoek worden de strategieën 1 en 3b gecombineerd. Op basis van het conceptueel model en de doelstelling van het nader bodemonderzoek is meer informatie nodig met betrekking tot de omvang van de verontreiniging in grond en/of grondwater.

Deze informatiebehoefte bestaat concreet uit de volgende onderzoeksvragen:  is behalve de grond ook het grondwater sterk verontreinigd met minerale olie?;  is sprake van een verontreinigde bodemlaag waarvoor binnen de onderzoekslocatie het volumecriterium voor grond en/of grondwater wordt overschreden? De onderzoeksvragen zijn vertaald in de hieronder weergegeven onderzoeksstrategie. Tabel 9: Onderzoeksstrategie nader bodemonderzoek voor:

grond en grondwater

analyseparameter(s) grond

minerale olie

analyseparameter(s) grondwater

minerale olie en BTEXN

rasterafstand (grond)

±3,5 m

afperking in het veld op basis van

visuele waarnemingen (olie/water reactie)

diepte boringen [m-mv]

1,0 m –mv (PAK-verontreiniging) en 2,5 m –mv (minerale olie verontreiniging)

rapportnummer 202756-10/ R01 d.d. 22 april 2013

15/35

Verkennend en nader bodemonderzoek terrein "Steenfabriek de Werklust" in Losser

5

5.1

VELDWERKZAAMHEDEN

Opzet

Algemeen In onderstaande tabel zijn de uitvoeringsdata en de verantwoordelijke monsternemers aangegeven voor de verschillende uitvoeringsfasen van het veldonderzoek. De deellocaties zijn weergegeven op de tekening in bijlage 2. De boorlocaties zijn weergegeven op de tekeningen in bijlage 3. Tabel 10: Uitvoeringsgegevens Datum Werkzaamheden

Beoordelingsrichtlijn/ protocol

Erkende organisatie

Verantwoordelijk medewerker

19-12-2012, 07-01-2013 t/m 09-01-2013, 07-02-2013, 04-03-2013, 06-03-2013 en 07-03-2013

uitvoeren van handboringen en plaatsen van peilbuizen, maken van boorbeschrijvingen, nemen van grondmonsters en inmeten

2000/2001

Envita Almelo B.V.

T.G.A. Veldhuis G.M. Visschedijk

07-01-2013, 22-01-2013, 26-02-2013, 21-03-2013 en 28-03-2013

nemen van grondwatermonsters

2000/2002

Envita Almelo B.V.

G.M. Visschedijk T.G.A. Veldhuis

07-02-2013

machinale boringen

2101

Envita Nijmegen B.V.

F. Regeling

In het veld is de vrijgekomen grond beoordeeld op de texturele samenstelling. Hierbij zijn tevens de percentages lutum en organische stof geschat. Daarnaast is gelet op het voorkomen van puin, slakken, kolengruis en dergelijke evenals op kleurafwijkingen, die kunnen duiden op de aanwezigheid van bodemverontreiniging. De opgeboorde grond is, indien nodig, met behulp van de olie-waterreactie beoordeeld op de aanwezigheid van olieachtige stoffen. Ook het maaiveld is visueel geïnspecteerd op indicaties die kunnen duiden op een bodemverontreiniging. Ten slotte is visueel specifiek aandacht besteed aan het voorkomen van asbest op het maaiveld en in de bodem. Tijdens de uitvoering van de veldwerkzaamheden is geen aanvullende informatie naar voren gekomen die tot een aanpassing van het veldwerkprogramma heeft geleid. In de volgende tabel is een overzicht van het uitgevoerde veldwerkprogramma weergegeven. Tabel 11: Overzicht boorprogramma Onderdeel

Aantal

Diepte (m -mv)

Nummers

Sterke PAK-verontreiniging boring 26 boringen peilbuis

4

0,5

101, 102, 103, 106

1

2,0

104

1

1,2 - 2,2

105

Voormalige bielzenopslag aan de Smuddeweg boringen

peilbuizen

5

0,5

201a, 201b, 202, 206a, 206

12

≥ 2,0

109(a), 116, 201c, 203(a,b,c), 205(a,b), 207

2

1,8 - 2,8

201 en 204

2

2,0 - 3,0

110a en 115a

1

2,8 - 3,8

202a

1

3,0 - 4,0

206b

rapportnummer 202756-10/ R01 d.d. 22 april 2013

16/35

Verkennend en nader bodemonderzoek terrein "Steenfabriek de Werklust" in Losser

Tabel 11: Overzicht boorprogramma Ringoven boringen peilbuis

2

0,5

302, 304

5

2,0

303, 305, 306, 307, 308

1

2,0 - 3,0

301

Voormalige bielzenopslag naast droogloods boringen peilbuis

1

0,5

404

2

2,0

402, 403

1

1,5 - 2,5

401

1

2,0 - 3,0

501

4

2,0

601, 602, 603, 604

1

1,5 - 2,5

A13

1

1,2 - 2,2

605

2,0

S14, S15, S16, S17

10

0,2 á 0,5

ongenummerd

1

2,5 - 3,5

1A

1

2,5 - 3,5

6A

Voormalige olieopslag in trafogebouw peilbuis Olieverontreiniging boringen peilbuizen

Voormalige/gedempte sloot langs droogloods boringen

4

Plaatselijk over het terrein verspreide 'bloemenbult' grond steekmonsters Overig terrein peilbuizen

Afwijkingen ten opzichte van BRL SIKB 2000 De veldwerkzaamheden zijn conform BRL SIKB 2000 uitgevoerd, behalve de bemonstering van het grondwater ter plaatse van peilbuis 605. Vanwege de spoedeisendheid is in afwijking van de norm het grondwater direct na plaatsing bemonsterd (voor een analyse minerale olie en BTEXN) in plaats van na 7 dagen. Deze afwijking is dermate gering dat desondanks een representatief beeld van de bodemkwaliteit is verkregen. 5.2

Resultaten

In bijlage 5 zijn de uitgetekende bodemprofielen weergegeven. Bodemopbouw In onderstaande tabel is per deellocatie weergegeven hoe de bodem tot de onderzochte diepte van 3,5 m –mv gemiddeld is opgebouwd. Tabel 12: Gemiddelde bodemopbouw Diepte (m- mv)

Hoofdbestanddeel

Nadere omschrijving

Terrein aan de Oldenzaalsestraat 104 0 – 1,0 à 1,4

zand

matig fijn, zwak tot uiterst siltig, zwak tot matig humeus, plaatselijk kleilagen en vanaf ca. 0,9 m –mv klei

1,0 à 1,4 – 3,5

klei

zwak tot sterk zandig

Terrein aan de Smuddeweg 0 – 0,5 à 1,3

zand

zeer tot matig fijn, matig tot uiterst siltig, zwak humeus

0,5 à 1,3 – 2,0

wisselend zand/klei

zand: matig fijn, matig siltig, zwak humeus

rapportnummer 202756-10/ R01 d.d. 22 april 2013

klei: zwak tot sterk zandig

17/35

Verkennend en nader bodemonderzoek terrein "Steenfabriek de Werklust" in Losser

Visueel waargenomen bijzonderheden Op vrijwel de gehele onderzoekslocatie zijn voornamelijk in de bovengrond visueel lichte tot sterke bijmengingen met voornamelijk puin en plaatselijk kolengruis waargenomen. Op het voorterrein rondom de steenoven is sprake van een puinverharding (>50% puin) met een dikte variërend van circa 0,3 tot 0,6 meter. Hierbij is ten oosten van de ringoven plaatselijk (in de omgeving van inspectiegaten A08 en A09) ook sprake van een verharding met asfalt(granulaat). De precieze omvang/verbreiding van de puin- en asfaltverharding is niet vast te stellen vanwege de dichte begroeiing met gras. Met betrekking tot asbest is/zijn op het maaiveld in de boven- en ondergrond plaatselijk (bijmengingen) met asbestverdacht materiaal waargenomen. Hier is in het kader van onderhavig onderzoek verder geen aandacht aan besteed. Ten aanzien van asbest is een separate rapportage opgesteld. Ter plaatse van de voormalige bielzenopslag is gedeeltelijk sprake van een demping van het zuidelijke kleigat met bodemvreemde materialen (in ieder geval bouw- en sloopafval) en zijn veel boringen gestaakt.

Boringen 204, 206 en 207 tonen aan dat vanaf de voormalige bielzenopslag richting het nog aanwezig kleigat tot grote diepte veel dempingsmateriaal aanwezig is, bestaande uit asfaltresten, puin, plasticresten, kolengruis, bitumen en/of asbesthoudend materiaal (ter verificatie is analyse uitgevoerd met kenmerk 207-AS-MM-1). De locaties van het tot grote diepte aangetroffen dempingmateriaal bevinden zich binnen de contouren van het voormalige kleigat zoals zichtbaar is op een luchtfoto uit de jaren ‟60. Het is handmatig en machinaal niet gelukt om in het veld inzichtelijk te maken op welke diepte de bodemvreemde bijmengingen ter plaatse van het oude kleigat ophouden. Volgens bronnen (huidige terreinbeheerder) ligt de einddiepte van de bodemvreemde bijmengingen vermoedelijk rond 10 meter beneden het huidige maaiveld. Indien het gedempte deel van het kleigat echter tot de volledige einddiepte op deze wijze is gedempt, kan de einddiepte ook rond 18 m –mv liggen. Op het maaiveld van de locatie en aan de uitkomende grond zijn verder geen bijzonderheden waargenomen die duiden op de mogelijke aanwezigheid van asbest en/of overige verontreinigende stoffen op en in de bodem. Grondwater Tijdens de bemonstering van het grondwater zijn visueel waarnemingen gedaan en metingen verricht. De resultaten daarvan zijn weergegeven in onderstaande tabel.

De zuurgraad, het geleidingsvermogen en de troebelheid zijn als normaal te beschouwen voor de onderzochte locatie. Tabel 13: Grondwaterstanden, zuurgraad en geleidingsvermogen Peilbuis

Filterstelling (m -mv)

Visuele Grondwaterstand waarnemingen (m -mv)

Zuurgraad (pH)

Geleidingsvermogen (µS/cm)

Troebelheid (NTU)

1,1

6,3

675

25

Sterke PAK-verontreiniging boring 26 105

1,2 - 2,2

neutraal

Voormalige bielzenopslag aan de Smuddeweg 110a

2,0 - 3,0

lichtbruin

1,0

7,0

677

38

115a

2,1 - 3,1

lichtbruin

1,6

7,0

667

27

201

1,8 - 2,8

lichtbruin

1,8

6,9

645

56

202a

2,8 - 3,8

lichtbruin

1,3

6,8

743

66

206b

3,0 - 4,0

lichtbruin

3,2

6,9

457

47

2,0 - 3,0

neutraal

1,5

6,4

590

110

1,1

6,2

463

45

Ringoven 301

Voormalige bielzenopslag naast droogloods 401

1,5 - 2,5

lichtbruin

rapportnummer 202756-10/ R01 d.d. 22 april 2013

18/35

Verkennend en nader bodemonderzoek terrein "Steenfabriek de Werklust" in Losser

Tabel 13: Grondwaterstanden, zuurgraad en geleidingsvermogen Voormalige olieopslag in trafogebouw 501

2,0 - 3,0

grijs

0,5

6,8

582

32

Olieverontreiniging 605

1,2 - 2,2

lichtgrijs

0,7

6,5

459

28

A13

1,5 - 2,5

geen bijzonderheden

0,8

6,3

478

58

Overig terrein 1A

2,5 - 3,5

neutraal

0,5

6,7

506

33

6A

2,5 - 3,5

neutraal

0,7

6,7

508

32

rapportnummer 202756-10/ R01 d.d. 22 april 2013

19/35

Verkennend en nader bodemonderzoek terrein "Steenfabriek de Werklust" in Losser

6

LABORATORIUMONDERZOEK

6.1

Analyseprogramma

Op basis van de visuele waarnemingen (textuur, kleur, bodemvreemd materiaal e.d.) en de ruimtelijke verdeling van de boringen, zijn mengmonsters samengesteld. In de volgende tabel is een overzicht van de samenstelling van de (meng)monsters en het uitgevoerde analyseprogramma weergegeven. Tabel 14: Samenstelling (meng)monsters en analyseprogramma Monstercode

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Losser&id=cb3a16d6-ebcd-4d16-bdbb-c4759b399909