[Vervallen] Raadsvoorstel over belasting-, leges- en retributieverordeningen 2026
Tekst van het document
2012, 1567) voor het uit te voeren werk, of voor zover deze ontbreekt een raming van de kosten, exclusief omzetbelasting, die voortvloeien uit aangegane verplichtingen ten behoeve van de fysieke realisatie (het bouwen) van de bouwwerken Indien het bouwen geheel of gedeeltelijk door zelfwerkzaamheid geschiedt wordt in deze titel onder bouwkosten verstaan: de prijs die aan een derde in het economische verkeer zou moeten worden betaald voor het tot stand brengen van het bouwwerk waarop de aanvraag betrekking heeft, of voor zover deze ontbreekt alle bouwkosten van het bouwen en of verbouwen, op basis van marktprijzen (exclusief omzetbelasting) zoals deze marktprijzen zijn opgenomen in de ROEB-lijst (Regionaal Overleg Eindhoven Bouwtoezicht). Artikel 2.2 Dienstverlening en besluiten waarvoor leges worden geheven Leges worden geheven voor het in behandeling nemen van een aanvraag om: a. conceptverzoek; b. een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 5.1 of artikel 22.8 van de Omgevingswet in samenhang met artikel 2.1a van het Omgevingsbesluit; c. een of meer maatwerkvoorschriften als bedoeld in artikel 4.5 van de Omgevingswet; d. toestemming voor het treffen van een gelijkwaardige maatregel als bedoeld in artikel 4.7 van de Omgevingswet; e. een wijziging van voorschriften van een omgevingsvergunning; f. intrekking van een omgevingsvergunning; g.
wijziging van een besluit als bedoeld in de onderdelen b, c en d;
Tarief
h. een besluit in het kader van de Omgevingswet, anders dan bedoeld in de onderdelen b tot en met g. Artikel 2.3 Bepalen tarief 1. De in artikel 2.2 bedoelde leges worden geheven naar de tarieven zoals opgenomen in de volgende paragrafen van dit hoofdstuk. 2. Als een aanvraag betrekking heeft op meerdere activiteiten, is het tarief opgebouwd uit de som van de verschuldigde leges behorend bij die activiteiten. 3. Het tarief voor het in behandeling nemen van een aanvraag wordt in voorkomend geval verhoogd met het tarief voor een of meer modaliteiten bedoeld in paragraaf 2.12. 4. Het tarief voor het in behandeling nemen van een aanvraag wordt in voorkomend geval verminderd overeenkomstig het bepaalde in paragraaf 2.13. 5. Het tarief behorend bij een aanvraag om een maatwerkvoorschrift of bij een aanvraag om toestemming om een gelijkwaardige maatregel te treffen is niet van toepassing als het onderwerp waarop het maatwerkvoorschrift betrekking heeft of de gelijkwaardige maatregel onderdeel is van een aanvraag om een omgevingsvergunning. 6. In afwijking van het tweede en derde lid kan ook per activiteit of andere grondslag een legesbedrag worden gevorderd. Paragraaf 2.2 Voorfase Artikel 2.4 Conceptverzoek 1.
Voordat een formele aanvraag om een besluit als bedoeld in de overige paragrafen van deze titel wordt ingediend en betrekking heeft op een conceptverzoek over een of meer activiteiten die gevolgen kunnen hebben voor de fysieke leefomgeving, bedraagt het tarief: a. voor eenvoudige adviesvragen en (concept)verzoeken: b. voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het beoordelen van een conceptverzoek omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit (omgevingsplanactiviteit): c. voor een eenvoudig omgevingsoverleg: d. voor een complex omgevingsoverleg: Paragraaf 2.3 Activiteiten met betrekking tot bouwwerken Artikel 2.5 Bouwactiviteit (bouwtechnische deel) Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een bouwactiviteit als bedoeld in paragraaf 2.3.2 van het Besluit bouwwerken leefomgeving, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten: a. indien de bouwkosten minder dan € 25.000 bedragen: van de bouwkosten, met een minimum van: b. indien de bouwkosten € 25.000 tot € 50.000 bedragen: van de bouwkosten, met een minimum van: c. indien de bouwkosten € 50.000 tot € 200.000 bedragen: van de bouwkosten, met een minimum van: d. indien de bouwkosten € 200.000 tot € 750.000 bedragen: van de bouwkosten, met een minimum van: e.
indien de bouwkosten € 750.000 tot € 2.500.000 bedragen: van de bouwkosten, met een minimum van: f. indien de bouwkosten € 2.500.000 of meer bedragen: van de bouwkosten, met een minimum van:
Tarief
Gratis € 160,00 € 578,50 € 1.157,00
Tarief
0,98% € 107,85 0,96% € 259,00 0,84% € 507,70 0,38% € 1.771,95 0,38% € 3.005,95 0,38% € 10.031,10
g. In afwijking van de tarieven genoemd onder a tot en met f, bedraagt het tarief voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verkrijgen van een omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit zoals bedoeld in hoofdstuk 3 van het Besluit bouwwerken leefomgeving voor de bouw van tijdelijke bouwwerken waarbij het hanteren van een gangbare bouwsom niet mogelijk is, zoals bij het plaatsen van prefab-units, tenten of iets dergelijks, per 10 m² vloeroppervlakte (afgerond op een veelvoud van 10 m²): Met dien verstande dat minimaal betaald moet worden: Artikel 2.6 Omgevingsplanactiviteit: bouwactiviteit, in stand houden of gebruiken bouwwerk (ruimtelijke deel) Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een omgevingsplanactiviteit, als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Omgevingswet, bestaande uit een bouwactiviteit, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten: a. indien de bouwkosten minder dan € 25.000 bedragen: van de bouwkosten, met een minimum van: b. indien de bouwkosten € 25.000 tot € 50.000 bedragen: van de bouwkosten, met een minimum van: c. indien de bouwkosten € 50.000 tot € 200.000 bedragen: van de bouwkosten, met een minimum van: d.
indien de bouwkosten € 200.000 tot € 750.000 bedragen: van de bouwkosten, met een minimum van: e. indien de bouwkosten € 750.000 tot € 2.500.000 bedragen: van de bouwkosten, met een minimum van: f. indien de bouwkosten € 2.500.000 of meer bedragen: van de bouwkosten, met een minimum van: g. In afwijking van de tarieven genoemd onder a tot en met f, bedraagt het tarief voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verkrijgen van een omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit zoals bedoeld in hoofdstuk 3 van het Besluit bouwwerken leefomgeving voor de bouw van tijdelijke bouwwerken waarbij het hanteren van een gangbare bouwsom niet mogelijk is, zoals bij het plaatsen van prefab-units, tenten of iets dergelijks, per 10 m² vloeroppervlakte (afgerond op een veelvoud van 10 m²): Met dien verstande dat minimaal betaald moet worden: Artikel 2.7 Omgevingsplanactiviteit: slopen van een bouwwerk 1.
Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een omgevingsplanactiviteit, als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Omgevingswet, bestaande uit een sloopactiviteit, niet zijnde een sloopactiviteit met betrekking tot een monument of beschermd stads- en dorpsgezicht, als bedoeld in paragraaf 2.4, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten: Artikel 2.7a Indienen van sloopveiligheidsplan indien bij de aanvraag een sloopveiligheidsplan ingediend moet worden, wordt het bedrag verhoogd met Paragraaf 2.4 Activiteiten met betrekking tot cultureel erfgoed en werelderfgoed Artikel 2.8 Omgevingsplanactiviteit: monumenten en beschermd stads- of dorpsgezicht Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een omgevingsplanactiviteit, als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Omgevingswet, met betrekking tot een
€ 27,56
€ 160,00
2,29% € 161,80 2,24% € 604,30 1,95% € 1.184,65 0,89% € 4.111,65 0,89% € 7.022,25 0,89% € 23.405,85 € 59,95
€ 160,00 € 233,70
€ 79,15
Tarief
gemeentelijk monument, provinciaal monument, rijksmonument, voorbeschermd gemeentelijk monument, voorbeschermd provinciaal monument, voorbeschermd rijksmonument, beschermd stads- of dorpsgezicht bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten: a. voor het slopen, verstoren, verplaatsen of wijzigen: € 862,95 b. voor het herstellen of gebruiken op een wijze waardoor het wordt ontsierd of in gevaar gebracht: Artikel 2.9 Rijksmonumentenactiviteit
€ 359,10
[Opgenomen in artikel 2.8] Artikel 2.10 Omgevingsplanactiviteit: sloopactiviteit in beschermd stads- of dorpsgezicht [opgenomen in artikel 2.8] Artikel 2.11 Omgevingsplanactiviteit: overig cultureel erfgoed en werelderfgoed [opgenomen in artikel 2.8] Paragraaf 2.5 Milieubelastende activiteiten Artikel 2.12 Omgevingsplanactiviteit: milieubelastende activiteiten 1. Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een omgevingsplanactiviteit, als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Omgevingswet, bestaande uit een milieubelastende activiteit als bedoeld in paragraaf 22.3.26 van het tijdelijke deel van het omgevingsplan zoals opgenomen in artikel 7.1 van het Invoeringsbesluit Omgevingswet, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten: a. voor de activiteit verwerken polyesterhars: b. voor de activiteit installeren gesloten bodemenergiesysteem: c. voor de activiteit kweken maden van vliegende insecten: d. voor de activiteit opslaan propaan of propeen: e. voor de activiteit tanken met LPG: f. voor de activiteit antihagelkanonnen: g. voor de activiteit biologische agens: h. voor de activiteit genetisch gemodificeerde organismen: i.
voor de activiteit opslaan dierlijke meststoffen: Artikel 2.13 Omgevingsplanactiviteit: milieubelastende activiteiten per bedrijfstak 1. Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een of meer andere milieubelastende activiteiten dan bedoeld in het eerste lid: a. voor één milieubelastende activiteit: b. voor twee tot vijf milieubelastende activiteiten, per milieubelastende activiteit: c. voor vijf of meer milieubelastende activiteiten, per milieubelastende activiteit: Artikel 2.14 Omgevingsplanactiviteit: milieubelastende activiteiten per t/m 2.20 bedrijfstak [Opgenomen in artikel 2.13]
€ 2.763,00 € 4.144,55 € 2.763,00 € 2.763,00 € 2.763,00 € 2.763,00 € 2.763,00 € 2.763,00 € 2.763,00
€ 4.144,55 € 7.598,30 € 10.361,30
Paragraaf 2.6 Lozingsactiviteiten Artikel 2.21 Lozingsactiviteit niet afkomstig van milieubelastende activiteit Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op € 305,30 een lozingsactiviteit op een oppervlaktewaterlichaam in beheer bij de gemeente, als bedoeld in artikel 5.1, tweede lid, aanhef en onder c,
onder 1, van de Omgevingswet, en het gaat niet om het lozen van water of stoffen afkomstig van een milieubelastende activiteit als bedoeld in hoofdstuk 3 van het Besluit activiteiten leefomgeving, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten: Artikel 2.22 Lozingsactiviteit afkomstig van milieubelastende activiteit Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een lozingsactiviteit op een oppervlaktelichaam in beheer bij de gemeente, als bedoeld in artikel 5.1, tweede lid, aanhef en onder c, onder 1, van de Omgevingswet, bestaande uit het lozen van afvalwater, koelwater of stoffen afkomstig van een milieubelastende activiteit als bedoeld in hoofdstuk 3 van het Besluit activiteiten leefomgeving, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten:
€ 305,30
Paragraaf 2.7 Aanlegactiviteiten Artikel 2.23 Omgevingsplanactiviteit: opbreken en graven [gereserveerd] Artikel 2.24 Omgevingsplanactiviteit: overige activiteiten beperkingengebied leidingen, landschapselement en aardkundige waarde [gereserveerd] Artikel 2.25 Omgevingsplanactiviteit: geluid weg Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op € 305,60 een omgevingsplanactiviteit, als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Omgevingswet, bestaande uit het aanleggen of wijzigen van een weg als op grond van het omgevingsplan of bij omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit een geluidgevoelig gebouw is toegelaten binnen het aandachtsgebied van die weg, als bedoeld in artikel 22.272 van het tijdelijke deel van het omgevingsplan zoals opgenomen in artikel 7.1 van het Invoeringsbesluit Omgevingswet, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten: Artikel 2.26 Omgevingsplanactiviteit: aanleggen of veranderen weg Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op € 305,60 een omgevingsplanactiviteit, als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Omgevingswet, bestaande uit het aanleggen van een weg of verandering brengen in de wijze van aanleg van een weg, als bedoeld in de Algemene plaatselijke
verordening in samenhang met artikel 22.8 van de Omgevingswet en artikel 2.1a van het Omgevingsbesluit, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten: Artikel 2.27 Omgevingsplanactiviteit: uitweg/uitrit Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op € 254,10 een omgevingsplanactiviteit, als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Omgevingswet, bestaande uit het maken, hebben, veranderen of veranderen van het gebruik van een uitweg, als bedoeld in de Algemene plaatselijke verordening in samenhang met artikel 22.8 van de Omgevingswet en artikel 2.1a van het Omgevingsbesluit, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten: Artikel 2.28 Omgevingsplanactiviteit: overige aanlegactiviteiten
Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een omgevingsplanactiviteit, als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Omgevingswet, bestaande uit het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of een werkzaamheid (aanlegactiviteit), niet zijnde een activiteit die in de voorgaande artikelen van deze paragraaf is benoemd, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten: Paragraaf 2.8 Overige activiteiten Artikel 2.29 Omgevingsplanactiviteit: alarminstallatie [gereserveerd] Artikel 2.30 Omgevingsplanactiviteit: kappen van bomen of vellen van houtopstanden Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een omgevingsplanactiviteit, als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Omgevingswet, bestaande uit het vellen van een houtopstand, bedoeld in artikel 3 van de Bomenverordening Loon op Zand 2023 in samenhang met artikel 22.8 van de Omgevingswet en artikel 2.1a van het Omgevingsbesluit, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten: Artikel 2.31 Omgevingsplanactiviteit: reclame [Gereserveerd] Artikel 2.32 Omgevingsplanactiviteit: opslag van roerende zaken Als de aanvraag om een omgevingsvergunning
betrekking heeft op een omgevingsplanactiviteit, als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Omgevingswet, bestaande uit de opslag van roerende zaken in een aangewezen gedeelte van de gemeente, als bedoeld de Algemene plaatselijke verordening in samenhang met artikel 22.8 van de Omgevingswet en artikel 2.1a van het Omgevingsbesluit, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten: Artikel 2.33 Omgevingsplanactiviteit: standplaatsen [Gereserveerd] Artikel 2.34 Andere activiteiten Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op het verrichten van een andere activiteit dan in deze paragraaf en voorgaande paragrafen van dit hoofdstuk:
€ 122,95
€ 127,80
€ 120,55
€ 126,15
Paragraaf 2.9 Maatwerkvoorschriften Artikel 2.35 Maatwerkvoorschriften bij bouwactiviteiten Als de aanvraag om een of meer maatwerkvoorschriften betrekking heeft op een bouwactiviteit, bedraagt het tarief: a. voor een maatwerkvoorschrift dat betrekking heeft op: 1. het in stand houden van een bestaand bouwwerk, bedoeld in artikel 3.1 van het Besluit bouwwerken leefomgeving; 2. bouwactiviteiten die het bouwen van nieuwe bouwwerken betreffen als bedoeld in artikel 4.1 van het Besluit bouwwerken leefomgeving; 3. het gebruik van een bouwwerk, bedoeld in artikel 6.1 van het Besluit bouwwerken leefomgeving; of 4. het verrichten van bouw- of sloopwerkzaamheden als bedoeld in artikel 7.1 van het Besluit bouwwerken leefomgeving; per maatwerkvoorschrift:
€ 663,95
b. in andere gevallen dan bedoeld in onderdeel a, per € 663,95 maatwerkvoorschrift: Artikel 2.36 Maatwerkvoorschriften bij milieubelastende activiteiten Als de aanvraag om een of meer maatwerkvoorschriften als bedoeld in hoofdstuk 3 van het Besluit activiteiten leefomgeving betrekking heeft op: a. een milieubelastende activiteit als bedoeld in hoofdstuk 3 van het € 2.763,00 Besluit activiteiten leefomgeving, bedraagt het tarief: b. als de aanvraag om een of meer maatwerkvoorschriften betrekking heeft op een andere milieubelastende activiteit dan bedoeld in het eerste lid, bedraagt het tarief per maatwerkvoorschrift: Artikel 2.37 Maatwerkvoorschriften bij overige activiteiten Als de aanvraag om een of meer maatwerkvoorschriften betrekking heeft op een andere activiteit dan genoemd in de artikelen 2.35 en 2.36, bedraagt het tarief per maatwerkvoorschrift:
€ 1.381,50
€ 663,95
Paragraaf 2.10 Gelijkwaardigheid Artikel 2.38 Gelijkwaardige maatregel Als de aanvraag om toestemming voor een gelijkwaardige maatregel als bedoeld in artikel 4.7 van de Omgevingswet betrekking heeft op: a. een bouwactiviteit, bedraagt het tarief: b. een activiteit met betrekking tot cultureel erfgoed, bedraagt het tarief: c. een milieubelastende activiteit, bedraagt het tarief: d. een andere activiteit dan bedoeld in de onderdelen a, b of c, bedraagt het tarief: Paragraaf 2.11 Overige tarieven Artikel 2.39 Verlengen tijdelijke omgevingsvergunning bouwactiviteit Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om verlenging van de in een omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit gestelde termijn, bedoeld in artikel 10.23, tweede lid, van het Omgevingsbesluit: Artikel 2.40 Wijzigen omgevingsvergunning Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van: a. een aanvraag tot het wijzigen van een omgevingsvergunning als gevolg van een, naar de omstandigheden beoordeeld, geringe wijziging in het project: b. een aanvraag om andere wijzigingen van een omgevingsvergunning dan genoemd onder lid a is hetzelfde tarief verschuldigd als op grond van dit hoofdstuk verschuldigd is voor het in behandeling nemen van een aanvraag om een omgevingsvergunning voor de activiteit of activiteiten waarop de aanvraag tot wijziging betrekking heeft.
Artikel 2.41 Wijzigen voorschriften omgevingsvergunning a. Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om wijziging van voorschriften van een omgevingsvergunning: b. Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om wijziging van voorschriften van een omgevingsvergunning voor een milieubelastende activiteit: Artikel 2.42 Intrekken omgevingsvergunning [Gereserveerd] Artikel 2.43 Beoordeling aanvullende gegevens [Gereserveerd] Artikel 2.44 Beoordeling onderzoeksrapporten
€ 663,95 € 663,95 € 2.763,00 € 663,95
€ 59,00
€ 59,00
€ 59,00 € 2741,00
De in artikel 2.49 en 2.49a opgenomen tarieven zijn van overeenkomstige toepassing op het in behandeling nemen van een aanvraag tot het beoordelen van een onderzoeksrapport, zonder dat sprake is van een aanvraag om een omgevingsvergunning of ander besluit. Artikel 2.45 Wijzigen van het omgevingsplan 1. Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een € 7.663,75 aanvraag tot het wijzigen van het omgevingsplan: Tenzij kostenverhaal op andere wijze met elkaar is overeengekomen. Artikel 2.46 Niet genoemd besluit op aanvraag Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het nemen van een ander, in dit hoofdstuk niet benoemd besluit op grond van de Omgevingswet, de op die wet gebaseerde algemene maatregelen van bestuur of het omgevingsplan:
€ 58,45
Paragraaf 2.12 Modaliteiten Artikel 2.46a Publicatie Onverminderd het bepaalde in de voorgaande onderdelen van dit hoofdstuk bedraagt het tarief, indien voor de omgevingsvergunning een publicatie moet plaatsvinden per publicatie: Artikel 2.46b Planologische strijdigheid met het omgevingsplan (waarbij tevens of geen sprake is van een bouwactiviteit) 1. De leges bedragen: a. als moet worden beoordeeld of de omgevingsplanactiviteit in overeenstemming is met regels voor de toepassing van een wijzigingsbevoegdheid of het voldoen aan een uitwerkingsplicht in het tijdelijke deel van het omgevingsplan, bedoeld in artikel 22.1, onder a, van de Omgevingswet dan bedraagt het tarief (binnenplanse omgevingsplanactiviteit waarbij gebruik wordt gemaakt van een binnenplanse afwijkingsbevoegdheid, wijzigingsbevoegdheid of uitwerkingsplicht): b. als moet worden beoordeeld of de omgevingsplanactiviteit waarvoor in het omgevingsplan is bepaald dat het is verboden deze zonder omgevingsvergunning te verrichten en die in strijd is met het omgevingsplan dan bedraagt het tarief (kleine buitenplanse omgevingsplanactiviteit): c. als moet worden beoordeeld of de omgevingsplanactiviteit waarvoor in het omgevingsplan is bepaald dat het is verboden deze zonder omgevingsvergunning te verrichten en die in strijd is met het omgevingsplan dan bedraagt het tarief (buitenplanse omgevingsplanactiviteit): 2.
Onverminderd het bepaalde in voorgaande onderdelen wordt het tarief, indien tegen de betreffende aanvraag zienswijzen zijn ingediend, verhoogd met een bedrag blijkende uit een begroting die in overleg met de aanvrager wordt opgesteld. 3. Als een begroting als bedoeld in het tweede lid is uitgebracht, wordt een aanvraag in behandeling genomen op de vijfde werkdag na de dag waarop de begroting aan de aanvrager ter kennis is gebracht, tenzij de aanvraag voor deze vijfde werkdag schriftelijk is ingetrokken. Artikel 2.47 Achteraf ingediende aanvraag Als de aanvraag om een omgevingsvergunning wordt ingediend na aanvang of gereedkoming van één of meerdere van de aangevraagde activiteiten worden de op grond van deze legesverordening verschuldigde leges voor de aanvraag verhoogd met Met een minimum van:
€ 36,65
€ 578,50
€ 790,55
€ 7.515,20
10,00%
€ 250,00
Met een maximum van: Artikel 2.48 Uitgebreide voorbereidingsprocedure Onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk bedraagt het tarief, als afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing is op de voorbereiding van het besluit: a. als sprake is van een milieubelastende activiteit: b. als sprake is van een buitenplanse omgevingsplanactiviteit: c. als sprake is van andere activiteiten dan bedoeld in de onderdelen a en b: Artikel 2.49 Beoordeling onderzoeksrapporten Onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk bedraagt het tarief, als krachtens wettelijk voorschrift voor de betreffende aanvraag een rapport moet worden beoordeeld: a. voor de beoordeling van een milieukundig bodemrapport: b. voor de beoordeling van een milieueffectrapportage (MER): c. voor de beoordeling van een niet in de voorgaande onderdelen genoemd rapport: Artikel 2.49a Beoordeling archeologisch bodemrapport Onverminderd het bepaalde in de andere onderdelen van dit hoofdstuk bedraagt het tarief, indien krachtens wettelijk voorschrift voor de in dat onderdeel bedoelde aanvraag een bodemrapport wordt beoordeeld: Voor de beoordeling van een archeologisch bodemrapport, als het betreft a.
de beoordeling van een Programma van Eisen inzake archeologisch (voor)onderzoek, overeenkomstig het Protocol opstellen Programma van Eisen, Kwaliteitsnorm voor de Nederlandse Archeologie b. de beoordeling van een Plan van Aanpak inzake archeologisch (voor)onderzoek c. de beoordeling van rapporten die voortvloeien uit archeologisch (voor)onderzoek, ex artikel 39 lid 2, 40 lid 1 van de Monumentenwet Artikel 2.50 Advies 1. Onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk bedraagt het tarief, als een daartoe aangewezen bestuursorgaan of andere instantie advies moet uitbrengen over de aanvraag om een omgevingsvergunning of een ander besluit op grond van de Omgevingswet: a. voor een advies van de gemeenteraad: het bedrag van de voorafgaand aan het in behandeling nemen van de aanvraag tot het verlenen van een omgevingsvergunning aan de aanvrager meegedeelde kosten, blijkend uit een begroting die door het college van burgemeester en wethouders is opgesteld. b.
voor een advies van de gemeentelijke adviescommissie als bedoeld in de Verordening Commissie Ruimtelijke Kwaliteit dat uitsluitend betrekking heeft op redelijke eisen van welstand, als bedoeld in de gemeentelijke beleidsregels bedoeld in artikel 4.19 van de Omgevingswet: het bedrag van de voorafgaand aan het in behandeling nemen van de aanvraag tot het verlenen van een omgevingsvergunning aan de aanvrager meegedeelde kosten, blijkend uit een begroting die door het college van burgemeester en wethouders is opgesteld. c. voor een advies van de gemeentelijke adviescommissie als bedoeld in de Verordening Commissie Ruimtelijke Kwaliteit in andere gevallen dan bedoeld in onderdeel b: het bedrag van de voorafgaand aan het in behandeling nemen van de aanvraag tot het verlenen van een omgevingsvergunning aan de aanvrager meegedeelde kosten, blijkend uit een begroting die door het college van burgemeester en wethouders is opgesteld.
€ 1.000,00
€ 3.453,75 € 1.581,10 € 1.327,90
€ 60,25 € 8289,05 € 60,25
€ 307,95 € 122,95 € 122,95
e. voor een advies in andere gevallen dan bedoeld in de onderdelen a tot en met c: het bedrag van de voorafgaand aan het in behandeling nemen van de aanvraag tot het verlenen van een omgevingsvergunning aan de aanvrager meegedeelde kosten, blijkend uit een begroting die door het college van burgemeester en wethouders is opgesteld. 2. Als een begroting als bedoeld in het eerste lid, onderdeel e, is uitgebracht, wordt een aanvraag in behandeling genomen op de vijfde werkdag na de dag waarop de begroting aan de aanvrager ter kennis is gebracht, tenzij de aanvraag voor deze vijfde werkdag schriftelijk is ingetrokken. Artikel 2.50a Agrarische Adviescommissie voor een advies van de Adviescommissie Agrarische Bouwaanvragen incl. bedrijfsbezoek: Artikel 2.50b Kosten GGD advies Betreft het opnemen van de kosten voor GGD advies voor de toetsing in het kader van volksgezondheid en veehouderij aan de hand van de Handreiking Veehouderij en volksgezondheid 2.0 (endotoxine). 1. De kosten worden in de volgende situaties in rekening gebracht: a. Als het gaat om aanvragen omgevingsvergunningen voor de activiteit milieu waarbij sprake is van een situatie die in het kader van de Handreiking Veehouderij en Volksgezondheid: endotoxine toetsingskader 1.0 dan geldt per aanvraag een prijs (exclusief 21% btw) van: b.
Als het gaat om de ruimtelijke plannen in het kader van de Omgevingswet, waarbij ingevolge van de in onderdeel a genoemde handreiking toetsing plaats dient te vinden dan geldt dat per geval bezien wordt of een prijsopgave door de GGD zal worden gedaan. 2. Het betreft hier de omgekeerde werking in de gevallen dat bijvoorbeeld een bouwplan of omgevingsplanherziening in/nabij een endotoxinecirkel van een veehouderij wordt voorzien en getoetst moet worden of er sprak is van een ‘goede ruimtelijke ordening’ c.q. sprake is van een goed woon- en leefklimaat (op de locatie waar de ruimtelijke ontwikkeling is voorzien). Artikel 2.50c Kosten advies sociaal-medisch adviseur 1. De leges bedragen: a. voor een advies (zonder opvragen medische gegevens) van een sociaal-medisch adviseur voor de toetsing in het kader van de Beleidsregels premantelzorgwoningen Loon op Zand b. voor een advies (zonder opvragen medische gegevens) van een sociaal-medisch adviseur voor het vaststellen of sprake is van mantelzorg bedraagt: c. voor het opvragen van medische gegevens bedraagt: Artikel 2.51 Instemming 1.
Onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk bedraagt het tarief, als een aanvraag om een omgevingsvergunning of een ander besluit op grond van de Omgevingswet betrekking heeft op een activiteit waarvoor de beslissing op de aanvraag op grond van artikel 16.16 van de Omgevingswet instemming behoeft van een bestuursorgaan: het bedrag dat dit bestuursorgaan aan rechten zou heffen als het voor de activiteit waarvoor instemming wordt verzocht zelf bevoegd gezag zou zijn. 2. Het bedrag bedoeld in het eerste lid wordt voorafgaand aan het in behandeling nemen van de aanvraag aan de aanvrager meegedeeld. De aanvraag wordt dan in behandeling genomen op de vijfde werkdag na de dag waarop het verschuldigde bedrag aan de aanvrager ter kennis is gebracht, tenzij de aanvraag voor deze vijfde werkdag schriftelijk is ingetrokken.
€ 1.131,80
€ 1.637,85
€ 117,20 per uur
€ 366,35 € 366,35 € 122,50
Paragraaf 2.13 Vermindering (gereserveerd) Paragraaf 2.14 Teruggaaf Artikel 2.54 Teruggaaf bij aanvraag en oordeel geen omgevingsvergunning Tarief nodig [Gereserveerd] Artikel 2.55 Teruggaaf als aanvraag verder buiten behandeling wordt gelaten Als na toepassing van artikel 4:5 van de Algemene wet 50,00% bestuursrecht een aanvraag buiten behandeling wordt gelaten, bestaat aanspraak op teruggaaf. De teruggaaf bedraagt: van de voor de activiteit waarvoor de aanvraag is gedaan verschuldigde leges. Artikel 2.56 Teruggaaf als gevolg van intrekking aanvraag omgevingsvergunning of maatwerkvoorschrift bij reguliere procedure Als een aanvrager zijn aanvraag om een omgevingsvergunning of aanvraag om een maatwerkvoorschrift op de voorbereiding waarvan afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht niet van toepassing is geheel of gedeeltelijk intrekt terwijl het college van burgemeester en wethouders daarover nog geen besluit heeft genomen, bestaat a. bij gehele of gedeeltelijke intrekking op een tijdstip vanaf vier weken 50,00% tot zes weken na de indiening van de aanvraag: van de voor de activiteit waarvoor de aanvraag is ingetrokken verschuldigde leges; Artikel 2.56.a Verrekeningen Intrekking formele aanvraag Indien binnen 3 maanden nadat een aanvraag schriftelijk is ingetrokken en er voor dezelfde activiteit een nieuwe aanvraag wordt ingediend, worden de reeds geheven leges verrekend.
Verrekening principeverzoek Indien de aanvraag om een omgevingsvergunning is voorafgegaan door een principeverzoek waarop de eerstgenoemde aanvraag betrekking heeft, worden de ter zake van de conceptaanvraag geheven leges in mindering gebracht op de leges voor het in behandeling nemen van de aanvraag om de omgevingsvergunning. Hierbij geldt als voorwaarde dat het om hetzelfde project gaat en het plan conform de conceptaanvraag is ingediend. Artikel 2.57 Teruggaaf als gevolg van intrekking aanvraag omgevingsvergunning of maatwerkvoorschrift bij uitgebreide voorbereidingsprocedure Als een aanvrager zijn aanvraag om een omgevingsvergunning of aanvraag om een maatwerkvoorschrift op de voorbereiding waarvan afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht niet van toepassing is geheel of gedeeltelijk intrekt terwijl het college van burgemeester en wethouders daarover nog geen besluit heeft genomen, bestaat a.
bij gehele of gedeeltelijke intrekking op een tijdstip vanaf zes weken 50,00% tot achttien weken na de indiening van de aanvraag: van de voor de activiteit waarvoor de aanvraag is ingetrokken verschuldigde leges; Artikel 2.58 Teruggaaf als gevolg van intrekking verleende omgevingsvergunning voor bouw- of milieubelastende activiteiten Als het college van burgemeester en wethouders een verleende 25,00% omgevingsvergunning voor een bouw- of milieubelastende activiteit intrekt op aanvraag van de vergunninghouder, bestaat aanspraak op teruggaaf van een deel van de leges, mits deze aanvraag is ingediend binnen 6 maanden na verlening van de vergunning en van de vergunning geen gebruik is gemaakt. De teruggaaf bedraagt:
Artikel 2.59 a.
b. Artikel 2.59a
Artikel 2.60
Artikel 2.61
van de voor de activiteit waarvoor de aanvraag is ingetrokken verschuldigde leges. Teruggaaf als gevolg van het weigeren van een omgevingsvergunning voor bouw- of milieubelastende activiteiten Als het college van burgemeester en wethouders een omgevingsvergunning voor een bouw- of milieubelastende activiteit weigert, bestaat aanspraak op teruggaaf van een deel van de leges. De teruggaaf bedraagt: van de voor de activiteit waarvoor de omgevingsvergunning is geweigerd verschuldigde leges. Onder een weigering bedoeld in onderdeel a wordt mede verstaan een vernietiging van de beschikking waarbij de vergunning is verleend bij rechterlijke uitspraak. Teruggaaf als gevolg van intrekking van advies sociaalmedisch adviseur Als een aanvraag voor advies sociaal-medisch adviseur (conform artikel 2.50b) wordt ingetrokken, bestaat aanspraak op teruggaaf van een deel van de leges. De teruggaaf bedraagt, onder voorwaarde dat het plan nog niet is afgehandeld: van de op grond van die onderdelen voor de betreffende activiteit verschuldigde leges. Geen teruggaaf legesdeel modaliteiten In afwijking van de voorgaande artikelen van deze paragraaf wordt geen teruggaaf verleend van het legesdeel dat betrekking heeft op de modaliteiten genoemd in paragraaf 2.12. Minimumbedrag voor teruggaaf Een bedrag minder dan € 102,26 wordt niet teruggegeven.
50,00%
50,00%
Hoofdstuk 3 Dienstverlening vallend onder de dienstenrichtlijn en niet vallend onder hoofdstuk 2 Paragraaf 3.1 Horeca Artikel 3.1 Exploitatie openbare inrichting of het uitoefenen horeca- of Tarief slijtersbedrijf 1. Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verkrijgen van een vergunning ingevolge artikel 3 van de Alcoholwet of een vergunning voor een inrichting op grond van de Algemene plaatselijke verordening gemeente Loon op Zand a. met 1 leidinggevende: € 769,85 b. met meer dan 1 leidinggevende voor iedere volgende € 89,95 leidinggevende: 2. Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een melding € 299,40 als bedoeld in artikel 30 van de Alcoholwet of een wijziging of verlenging van een vergunning voor een inrichting op grond van Algemene plaatselijke verordening gemeente Loon op Zand: 3. Wijziging leidinggevende op het aanhangsel behorend bij de € 89,95 alcoholvergunning op grond van artikel 30a van de Alcoholwet of een wijziging op grond van de Algemene plaatselijke verordening gemeente Loon op Zand per leidinggevende: 4. Doorhalen van een leidinggevende zonder bemoeienis op het € 30,00 aanhangsel behorend bij de alcoholvergunning op grond van artikel 30a van de Alcoholwet: 5.
Verwijderen van één of meer leidinggevenden van het aanhangsel € 30,00 waarvoor een nieuw aanhangsel bij de alcoholvergunning of exploitatievergunning wordt gestuurd: 6. Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verkrijgen van een ontheffing als bedoeld in artikel 35 van de Alcoholwet voor een inrichting: a. voor bepaalde tijd: € 89,95 b. voor onbepaalde tijd: € 146,30
7. Het tarief bedraagt voor het afwijken van de voorschriften of een € 105,50 ontheffing van de voorschriften voor para commerciële inrichtingen: 8. Als het beslissen op een aanvraag tot het verkrijgen van een € 37,20 vergunning ingevolge artikel 3, eerste lid, van de Alcoholwet vooraf is gegaan door een publicatieprocedure in een of meer dag- of nieuwsbladen, worden de onder 3.1.1 vermelde leges verhoogd met: Paragraaf 3.2 Seksbedrijven Artikel 3.3 Vergunning seksbedrijf 1. Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om een vergunning of om de verlenging van een vergunning als bedoeld in artikel 3:3 van de Algemene plaatselijke verordening: a. voor een seksinrichting: Artikel 3.4 Wijzigen vergunning seksbedrijf Voor een wijziging van de exploitatievergunning in verband met uitsluitend een wijziging van het beheer in een seksinrichting, als bedoeld in artikel 3.11 van de Algemene plaatselijke verordening Loon op Zand, per beheerder:
Tarief
€ 1.208,65 € 94,15
Paragraaf 3.3 Winkeltijdenwet (gereserveerd) Paragraaf 3.4 Organiseren evenementen of markt Artikel 3.6 Organiseren evenement 1. Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om een vergunning voor het organiseren van een evenement als bedoeld in Algemene plaatselijke verordening gemeente Loon op Zand en of een evenement als bedoeld in artikel 17 van de "Duinverordening gemeente Loon op Zand": a. Klein evenement tot 300 bezoekers en/of deelnemers: b. Grootschalig evenement vanaf 300 bezoekers en/of deelnemers of evenement dat meer dan 1 dag duurt: Artikel 3.7 Organiseren markt a. Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een vergunning voor het organiseren van een snuffelmarkt als bedoeld in de Algemene plaatselijke verordening gemeente Loon op Zand: b. Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag van een ontheffing van het verbod om in de open lucht geluidhinder te veroorzaken (Algemene plaatselijke verordening gemeente Loon op Zand en of artikel 10 van de "Duinverordening gemeente Loon op Zand"): c. Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om ontheffing van het verbod in de open lucht aan te leggen, te stoken of te hebben (Algemene plaatselijke verordening gemeente Loon op Zand en of artikel 11 van de "Duinverordening gemeente Loon op Zand"): d.
Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag voor een melding Besluit brandveilig gebruik en basishulpverlening overige plaatsen (BBGBOP): Paragraaf 3.5 Standplaatsen Artikel 3.8 Standplaatsvergunningen en andere vergunningen op markt 1. Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verkrijgen van een vergunning tot het in de gemeente venten, of tot het hebben van een standplaats met een commercieel doel op een door het college van burgemeester en wethouders aangewezen plaats (Algemene plaatselijke verordening gemeente Loon op Zand): a. geldig voor bepaalde tijd (bij meerjarige vergunning per jaar):
Tarief
€ 246,90 € 480,80
€ 480,80 € 90,85
€ 120,55
€ 91,30
Tarief
€ 241,10
b. geldig voor één dag of sociaal maatschappelijk: Artikel 3.9 Overige administratieve dienstverlening markt [Gereserveerd] Artikel 3.10 Losse standplaatsen [Gereserveerd]
€ 80,70
Paragraaf 3.6 Huisvestingswet 2014 (gereserveerd) Paragraaf 3.7 In dit hoofdstuk niet benoemd besluit Artikel 3.18 Niet benoemd besluit op aanvraag Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om een andere, in dit hoofdstuk niet benoemde vergunning, ontheffing of andere beschikking: Artikel 3.18a Teruggaaf als gevolg van buiten behandeling stelling van de aanvraag zoals genoemd in de Hoofdstukken 2 en 3 Als de gemeente de aanvraag buiten behandeling heeft gesteld, bestaat aanspraak op teruggaaf van een deel van de leges. De teruggaaf bedraagt: van de op grond van die onderdelen voor de betreffende activiteit verschuldigde leges. Paragraaf 3.8 Kinderopvang Artikel 3.18b Het in exploitatie nemen van een kindercentrum 1. Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot: a. het in exploitatie nemen van een kindercentrum; kinderopvang of buitenschoolse opvang, of gastouderbureau als bedoeld in artikel 1.45 eerste lid van de Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen. b. het bieden van een voorziening voor gastouderopvang als bedoeld in artikel 1.46 tweede lid van de Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen.
Tarief € 60,25
50,00%
Tarief
€ 817,75
€ 415,05
Overzicht bouwkosten ten behoeve van berekeningen voor de bouwleges-toets Vastgesteld in ROEB-overleg 2 september 2025 2026 excl. BTW (euro)
2026 incl. 21% BTW (euro)
eenheid (bruto)
289,00 361,00 402,00 430,00 271,00 271,00 271,00
360,58 436,81 486,42 520,30 327,91 327,91 327,91
per m3 per m3 per m3 per m3 per m3 per m3 per m3
409,00 181,00 374,00 811,00 187,00 1.552,00 838,00 167,00
494,89 219,01 452,54 981,31 226,27 1.877,92 1.013,98 202,07
per m3 per m3 per m3 per m2 per m3 per ml per m2 per m2
187,00 174,00 222,00 208,00 277,00
226,27 210,54 268,62 251,68 335,17
per m3 per m3 per m2 per m2 per m3
TUIN en STRAATMEUBILAIR 4.1 Houten schutting/pergola 4.2 Gemetselde tuinmuur 4.3 Schotelantenne 4.4 Hout + metselwerk tuinmuur 4.5 Gaashekwerk
97,00 174,00 1.399,00 132,00 70,00
117,37 210,54 1.692,79 159,72 84,70
per ml per ml per st. per ml per ml
BEDRIJFSHALLEN - Gemetselde wandconstructie: geldt voor gehele pand (geen opsplitsing) 5.1 Bedrijfshal hoogte tot en met 3m 5.2 Bedrijfshal hoogte tussen 3 en 6 m 5.3 Tussenvloer in de hal extra 5.4 Bedrijfskantoor in de hal
139,00 84,00 187,00 284,00
168,19 101,64 226,27 343,64
per m3 per m3 per m2 per m3
- Systeembouw: geldt voor gehele pand (geen opsplitsing) 5.5 Hal hoogte tot en met 6m 5.6 Hal hoogte tussen 6 tot en met 9 m 5.7 Hal hoger dan 9 m, opp. Kleiner dan 5.000 m2 5.8 Hal hoger dan 9 m, opp. Tussen 5.000 en 10.000 m2 5.9 Hal hoger dan 9 m, opp. Tussen 10.000 en 20.000 m2 5.10 Hal hoger dan 9 m, opp. Groter dan 20.000 m2 5.11 Tussenvloer in de hal extra 5.12 Kantoorvloer in de hal extra 5.13 Open loods 5.14 Semi-permanente unit 5.15 Romneyloods
84,00 70,00 63,00 63,00 56,00 56,00 118,00 181,00 181,00 284,00 39,00
101,64 84,70 76,23 76,23 67,76 67,76 142,78 219,01 219,01 343,64 47,19
per m3 per m3 per m3 per m3 per m3 per m3 per m2 per m2 per m2 per m3 per m3
De vermelde prijzen gelden per eenheid zoals vermeld 1.
2.
3.
4.
5.
WONINGEN 1.1 Rijtjeswoningen 1.2 Halfvrijstaande woningen 1.3 Vrijstaande woningen / appartementen 1.4 Bungalows 1.5 Woonwagens (nieuw en verplaatst) 1.6 (Tijdelijke) woonunit 1.7 Recreatiewoning WONINGUITBREIDINGEN EN VERBOUWINGEN 2.1 Uitbreiding woonruimte / dakopbouw 2.2 Uitbreiding bergruimte / garage 2.3 Kelder 2.4 Serre 2.5 Verandering woonruimte (inpandig) 2.6 Dakkapel 2.7 Gevelwijziging 2.8 Nieuw dak BIJGEBOUWEN 3.1 Berging/garage met plat dak 3.2 Berging/garage met kapconstructie 3.3 Carport / Overkapping 3.4 Tuinhuisje (prefab) 3.5 Zwembad
Overzicht bouwkosten ten behoeve van berekeningen voor de bouwleges-toets Vastgesteld in ROEB-overleg 2 september 2025 2026 De vermelde prijzen gelden per eenheid zoals vermeld
6.
7.
8.
2026 excl. BTW (euro)
incl. 21% BTW (euro)
eenheid (bruto)
OVERIGE GEBOUWEN 6.1 Kantoor 6.2 Showroom 6.3 Winkel 6.4 Bouwmarkt 6.5 Horeca 6.6 Sporthal 6.7 Kleedgebouwen 6.8 Scholen / kinderdagverblijven 6.9 Noodscholen 6.10 Zorgfunctie (kleinschalig) 6.11 Interne wijzigingen overige gebouwen 6.12 Gevelwijzigingen overige gebouwen
402,00 236,00 402,00 181,00 368,00 361,00 333,00 319,00 264,00 478,00 139,00 845,00
486,42 285,56 486,56 219,01 445,28 436,81 402,39 385,99 319,44 578,38 168,19 1.022,45
per m3 per m3 per m3 per m3 per m3 per m3 per m3 per m3 per m3 per m3 per m3 per m2
TUINBOUWKAS 7.1 Verwarmde kas 7.2 Onverwarmde kas
63,00 42,00
76,23 50,82
per m2 per m2
VARKENSSTAL 8.1 Stal fokzeugen en biggen (traditioneel metselwerk) 8.2 Stal voor vleesvarkens ( traditioneel metselwerk) 8.3 Stal voor fokzeugen (groepshuisvesting op stro)
554,00 513,00 361,00
670,34 620,73 436,81
per m2 per m2 per m2
60,00
72,60
per m2
499,00 402,00 430,00
603,79 486,42 520,30
per m2 per m2 per m2
* Voor systeembouw zoals beton en staalwanden geldt een tariefreductie van
60,00
72,60
per m2
Gedeelte voor rnelkinrichting, installatie en tank
852,00
1.030,92
per m2
416,00 444,00
503,36 537,24
per m2 per m2
60,00
72,60
per m2
10.3 Extra kosten legbatterijen/mestverwijdering
132,00
159,72
per m2
PAARDENSTAL Paardenstal (traditioneel metselwerk) Manege (rijhal) (traditioneel metselwerk)
838,00 409,00
1.013,98 494,89
per m2 per m2
60,00
72,60
per m2
* Voor systeembouw zoals beton en staalwanden geldt een tariefreductie van
9.
KOEIENSTAL 9.1 Stal voor vleeskalveren (traditioneel metselwerk) 9.2 Grupstal (traditioneel metselwerk) 9.3 Ligboxenstal (traditioneel metselwerk)
9.4 10.
KIPPENSTAL 10.1 Vleeskuikens (traditioneel metselwerk) 10.2 Legkippen (traditioneel metselwerk) * Voor systeembouw zoals beton en staalwanden geldt een tariefreductie van
11.
11.1 11.2
* Voor systeembouw zoals beton en staalwanden geldt een tariefreductie van
Overzicht bouwkosten ten behoeve van berekeningen voor de bouwleges-toets Vastgesteld in ROEB-overleg 2 september 2025 De vermelde prijzen gelden per eenheid zoals vermeld
2026 excl. BTW (euro)
2026 incl. 21% BTW (euro)
eenheid (bruto)
12. OVERIGE ARGRARISCHE BEDRIJFSGEBOUWEN 12.1 Opslagloods agrarische (spouwmuur traditioneel) 12.2 Opslagloods (houten gevels) 12.3 Opslagloods (beton gevels) 12.4 Prefab werktuigen/opslagloods (stalen gevels) 12.5 Prefab veldschuur open (stalen gevels) 12.6 Aardappelloods (incl. kelderventilatie + inrichting) 12.7 Champignonkwekerij (incl. basisinrichting)
298,00 160,00 160,00 132,00 77,00 458,00 825,00
360,58 193,60 193,60 159,72 93,17 554,18 998,25
per m2 per m2 per m2 per m2 per m2 per m2 per m2
13. MES SILO / KELDER T 13.1 Bovengronds van staal en/of hout systeembouw 13.2 Mest kelder (losse kelder) 13.3 Sleufsilo
55,00 187,00 340,00
66,55 226,27 411,40
per m3 per m2 per m1
14. (PARKEER)KELDER 14.1 Gedeeltelijk boven- of ondergronds 14.2 Geheel ondergronds 14.3 Geheel bovengronds 14.4 (Parkeer)kelder onder gebouw
243,00 326,00 153,00 160,00
294,03 394,46 185,13 193,60
per m3 per m3 per m3 per m3
Aldus besloten in de openbare vergadering van de raad van de gemeente Loon op Zand van 11 december 2025. De raad voornoemd,
voorzitter, griffier,
Ontwerpbesluit V: De raad van de gemeente Loon op Zand; gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 28 oktober 2025; nummer zk25.00726 gelet op artikel 224 van de Gemeentewet, BESLUIT vast te stellen de : VERORDENING OP DE HEFFING EN DE INVORDERING VAN TOERISTENBELASTING 2026 (Verordening toeristenbelasting Loon op Zand 2026) Artikel 1 Definities Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder: a. mobiele kampeeronderkomens: tenten, vouwwagens, kampeerauto’s, caravans en soortgelijke onderkomens dan wel soortgelijke voertuigen die bestemd zijn dan wel gebezigd worden als verblijf; b. vaste jaarplaats: een terrein of terreingedeelte dat bestemd is voor het gedurende een jaar plaatsen van eenzelfde mobiel kampeeronderkomen of stacaravan en die 7-12 maanden beschikbaar is; c. vaste seizoenplaats: een terrein of terreingedeelte dat bestemd is voor het gedurende een seizoen plaatsen van eenzelfde mobiel kampeeronderkomen of stacaravan en die 3-7 maanden beschikbaar is in de periode tot 1 november; d. vaste voorseizoenplaats: een terrein of terreingedeelte dat bestemd is voor het gedurende een seizoen plaatsen van eenzelfde mobiel kampeeronderkomen of stacaravan en die maximaal 3 maanden beschikbaar is in de periode tot 1 juli; e.
groepsaccommodatie: Een accommodatie met ten minste 20 slaapplaatsen, bestemd voor en gebezigd als verblijf van overwegend personen in groepsverband (geen gezinsverband zijnde), met slaapgelegenheid in kamers, (slaap)zalen, huisjes, tenthuisjes, appartementen en / of tenten, waarbij het gemeenschappelijk gebruik van sanitaire voorzieningen, keuken, verblijfsruimten, kamers en (slaap)zalen kenmerkend centraal staat en gasten mogelijk met 'vreemden' moeten delen; f. vakantiewoning: woningen en andere verblijven, niet-zijnde mobiele kampeeronderkomens, in hoofdzaak bestemd voor en gebezigd als verblijf voor vakantie- en andere recreatieve doeleinden; g. Bed & Breakfast (B&B): een kleinschalige overnachtingsaccommodatie gericht op het bieden van de mogelijkheid tot een veelal kortdurend verblijf met het serveren van ontbijt. Een Bed & Breakfast is gevestigd in een woonhuis of bijgebouw en wordt exploiteert door de eigenaren van het betreffende huis. h. kampeermiddel: tent, tentwagen, kampeerauto, caravan of een soortgelijk onderkomen of ander voertuig of gewezen voertuig of een gedeelte daarvan, een en ander voor zover deze onderkomens of voertuigen geheel of ten dele blijvend zijn bestemd of opgericht dan wel worden of kunnen worden gebruikt voor recreatief nachtverblijf; i.
kampeerterrein: terrein of plaats, geheel of gedeeltelijk ingericht, en volgens die inrichting bestemd, om daarop gelegenheid te geven tot het plaatsen of geplaatst houden van kampeermiddelen ten behoeve van nachtverblijf; j. standplaats: deel van een mini kampeerterrein ingericht en bestemd voor de plaatsing van een of meer kampeermiddelen k. hotel: een bedrijfsmatig geëxploiteerde accommodatie, niet zijnde een woning, met slaapplaatsen voor logiesverstrekking in overwegend, doch niet uitsluitend, een- en tweepersoonskamers tegen betaalde boeking per nacht of nachten, en waaronder mede worden begrepen pensions, hostels en appartementen met hoteldienstverlening; l. overige accommodatie: niet zijnde een accommodatie als omschreven bij lid a tot en met k. Artikel 2 Belastbaar feit 1. Onder de naam 'toeristenbelasting' wordt een directe belasting geheven voor het houden van verblijf met overnachting binnen de gemeente tegen een vergoeding in welke vorm dan ook door personen die niet als ingezetene met een adres in de gemeente in de basisregistratie personen zijn ingeschreven 2. Onder het houden van verblijf met overnachting binnen de gemeente door personen die niet als ingezetene met een adres in de gemeente in de basisregistratie personen zijn ingeschreven, wordt mede begrepen het
houden van verblijf door personen die gedurende hun verblijf beroeps- of bedrijfsmatige werkzaamheden verrichten voor of in opdracht van anderen, zonder vergoeding in welke vorm dan ook voor het verblijf. Artikel 3 Belastingplicht 1. Belastingplichtig is degene die gelegenheid biedt tot verblijf als bedoeld in artikel 2. 2. De belastingplichtige is bevoegd de belasting als zodanig te verhalen op degene die verblijf houdt als bedoeld in artikel 2. 3. Indien met toepassing van het eerste lid geen belastingplichtige is aan te wijzen, is belastingplichtig degene die overeenkomstig het bepaalde in artikel 2 verblijf houdt. Artikel 4 Vrijstellingen De belasting wordt niet geheven ter zake van het verblijf: a. van degene die verblijft in een toegelaten instelling als bedoeld in artikel 4 van de Wet toetreding zorgaanbieders b. van een vreemdeling als bedoeld in artikel 29, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000, die rechtmatig in Nederland verblijft in de zin van artikel 8, letters c, d, f, g, h, van voornoemde wet, en voor zover deze persoon verblijf houdt in een gelegenheid als bedoeld in artikel 2 van de Verordening, onder verantwoordelijkheid van het Centraal Orgaan opvang Asielzoekers. Artikel 5 Maatstaf van heffing De belasting wordt geheven naar het aantal overnachtingen in het belastingjaar.
Het aantal overnachtingen wordt gesteld op het aantal overnachtende personen vermenigvuldigd met het aantal nachten. Artikel 8 Belastingtarief 1. Het tarief voor een vaste jaarplaats bedraagt € 184,92 2. Het tarief voor een vaste seizoenplaats bedraagt € 167,82; 3. Het tarief voor een vaste voorseizoenplaats bedraagt € 96,27; 4. Het tarief per persoon per overnachting in een hotel bedraagt € 3,95; 5. Het tarief per persoon per overnachting in een overige accommodatie bedraagt € 3,95; 6. Het tarief per persoon per overnachting in een vakantiewoning bedraagt € 3,95; 7. Het tarief per persoon per overnachting op een (mini) kampeerterrein bedraagt € 2,06; 8. Het tarief per persoon per overnachting in een Bed & Breakfast (B&B) bedraagt € 3,95; 9. Het tarief per persoon per overnachting in een groepsaccommodatie bedraagt € 1,20; Artikel 9 Belastingjaar Het belastingjaar is gelijk aan het kalenderjaar. Artikel 10 Wijze van heffing De belasting wordt bij wege van aanslag geheven. Artikel 11 Voorlopige aanslag Na aanvang van het belastingjaar kan aan de belastingplichtige een voorlopige aanslag worden opgelegd tot ten hoogste het bedrag waarop de aanslag over dat jaar vermoedelijk zal worden vastgesteld. Artikel 12 Aanslaggrens Belastingbedragen van minder dan € 5,00 worden niet opgelegd. Artikel 13 Aangifte 1. Het uitnodigen tot het doen van aangifte wordt gedaan door: a.
het uitreiken of toezenden van een aangiftebiljet; b. het op elektronische wijze uitreiken of toezenden van een aangiftebrief waarin wordt verzocht om aangifte te doen op de wijze als bedoeld in het tweede lid, letter b. 2. Het doen van aangifte geschiedt door: a. het inleveren of toezenden van het aangiftebiljet met de daarbij gevraagde bescheiden;
b.
het op elektronische wijze toezenden van de door de betreffende programmatuur gevraagde gegevens.
Artikel 14 Termijnen van betaling 1. In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moeten de aanslagen worden betaald uiterlijk op de laatste dag van de tweede maand na de dagtekening van het aanslagbiljet. 2. In afwijking van het bepaalde in het eerste lid geldt, ingeval het totaalbedrag van alle op één aanslagbiljet verenigde aanslagen meer bedraagt dan € 10.000,00, dat dit bedrag en een bestuurlijke boete op het aanslagbiljet moeten worden betaald op de laatste dag van de maand volgend op die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld. 3. Betaling via automatische incasso is voor alle aanslagen mogelijk. In afwijking van het bepaalde in het eerste en tweede lid geldt, ingeval machtiging is verleend tot automatische incasso en het totaal bedrag van de op één aanslagbiljet verenigde aanslagen meer dan € 100,00 doch niet meer dan € 10.000,00 bedraagt, dat de aanslagen moeten worden betaald in maximaal tien gelijke termijnbedragen waarvan de eerste termijn vervalt op de 28e dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en elk van de volgende termijnen telkens een maand later. 4.
In afwijking van de voorgaande leden moet een voorlopige aanslag worden betaald in zoveel gelijke termijnbedragen als er na de maand van de dagtekening van het aanslagbiljet nog maanden van het belastingjaar overblijven, met dien verstande dat het aantal betalingstermijnen steeds minimaal twee telt. De eerste termijn vervalt een maand na de dagtekening van het aanslagbiljet en elk van de volgende termijnen telkens een maand later. 5. De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in de voorgaande leden gestelde termijnen. Artikel 15 Registratieplicht 1. De belastingplichtige bedoeld in artikel 3, eerste lid, is gehouden een registratie te houden waaruit het aantal overnachtingen als bedoeld in artikel 5 blijkt. 2. De verplichting als bedoeld in het voorgaande lid geldt niet voor zover de belastingplichtige gebruik maakt van de forfaitaire berekeningswijze van de heffingsmaatstaf als bedoeld in artikel 6, lid 1. Artikel 16 Kwijtschelding Bij invordering van toeristenbelasting wordt geen kwijtschelding verleend. Artikel 17 Overgangsrecht De ‘Verordening toeristenbelasting Loon op Zand 2025’, vastgesteld bij raadsbesluit van 19 december 2024, wordt ingetrokken met ingang van de in artikel 17, tweede lid genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan.
Artikel 18 Inwerkingtreding De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2026. Artikel 19 Citeertitel De verordening wordt aangehaald als ‘Verordening toeristenbelasting Loon op Zand 2026’. Aldus besloten in de openbare vergadering van de raad van de gemeente Loon op Zand van 11 december 2025 De raad voornoemd, Voorzitter, griffier,
Ontwerpbesluit VI: De raad van de gemeente Loon op Zand; gezien het voorstel van het college van burgemeester en wethouders 28 oktober 2025; nummer zk25.00726; gelet op de artikelen 220 tot en met 220 h van de Gemeentewet; b e s l u i t : vast te stellen de navolgende “Verordening op de heffing en de invordering van onroerende- zaakbelastingen 2026. (Verordening onroerendezaakbelastingen Loon op Zand 2026) Artikel 1 Belastbaar feit en belastingplicht Onder de naam 'onroerendezaakbelastingen' worden voor binnen de gemeente gelegen onroerende zaken twee directe belastingen geheven: a. een belasting van degene die bij het begin van het kalenderjaar een onroerende zaak die niet in hoofdzaak tot woning dient, al dan niet krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of persoonlijk recht gebruikt, verder te noemen: gebruikersbelasting; b. een belasting van degene die bij het begin van het kalenderjaar van een onroerende zaak het genot heeft krachtens eigendom, bezit of beperkt recht, verder te noemen: eigenarenbelasting. 2. Bij de gebruikersbelasting wordt: a. gebruik door degene aan wie een deel van een onroerende zaak in gebruik is gegeven (verder: de gebruiker), aangemerkt als gebruik door degene die dat deel in gebruik heeft gegeven (verder: de gebruikgever); de gebruikgever is bevoegd de belasting als zodanig te verhalen op de gebruiker; b.
het ter beschikking stellen van een onroerende zaak voor volgtijdig gebruik aangemerkt als gebruik door degene die die onroerende zaak ter beschikking heeft gesteld; degene die de onroerende zaak ter beschikking heeft gesteld is bevoegd de belasting als zodanig te verhalen op degene aan wie die zaak ter beschikking is gesteld. 3. Voor de eigenarenbelasting wordt als genothebbende krachtens eigendom, bezit of beperkt recht aangemerkt degene die bij het begin van het kalenderjaar als zodanig in de basisregistratie kadaster is vermeld, tenzij blijkt dat hij op dat tijdstip geen genothebbende krachtens eigendom, bezit of beperkt recht is. Artikel 2 Voorwerp van de belasting 1. Voorwerp van de belasting is een onroerende zaak. 2. Als onroerende zaak wordt aangemerkt de onroerende zaak, bedoeld in hoofdstuk III van de Wet waardering onroerende zaken. 3. Een onroerende zaak dient in hoofdzaak tot woning indien de waarde die op grond van hoofdstuk IV van de Wet waardering onroerende zaken is vastgesteld voor die onroerende zaak in hoofdzaak kan worden toegerekend aan delen van die onroerende zaak die dienen tot woning dan wel volledig dienstbaar zijn aan woondoeleinden. Artikel 3 Maatstaf van heffing 1. De heffingsmaatstaf is de op de voet van hoofdstuk IV van de Wet waardering onroerende zaken voor de onroerende zaak vastgestelde waarde voor het kalenderjaar, bedoeld in artikel 1. 2.
Als voor een onroerende zaak geen waarde is vastgesteld op de voet van hoofdstuk IV van de Wet waardering onroerende zaken wordt de heffingsmaatstaf van die onroerende zaak bepaald met overeenkomstige toepassing van het bepaalde bij of krachtens de artikelen 17, 18 en 20, tweede lid, van de Wet waardering onroerende zaken. Artikel 4 Vrijstellingen 1. In afwijking in zoverre van artikel 3 wordt bij de bepaling van de heffingsmaatstaf buiten aanmerking gelaten, voor zover dit niet al is gebeurd bij de bepaling van de in dat artikel bedoelde waarde, de waarde van: a. voor de land- of bosbouw bedrijfsmatig geëxploiteerde cultuurgrond, daaronder mede begrepen de open grond, alsmede de ondergrond van glasopstanden, die bedrijfsmatig aangewend wordt voor de kweek of teelt van gewassen, zonder daarbij de ondergrond als voedingsbodem te gebruiken; b. glasopstanden, die bedrijfsmatig worden aangewend voor de kweek of teelt van gewassen, voor zover de ondergrond daarvan bestaat uit de in onderdeel a bedoelde grond; c. onroerende zaken die in hoofdzaak zijn bestemd voor de openbare eredienst of voor het houden van
d.
e. f. g. h. i. j.
k. l. 2.
openbare bezinningssamenkomsten van levensbeschouwelijke aard, een en ander met uitzondering van delen van zodanige onroerende zaken die dienen als woning; één of meer onroerende zaken die deel uitmaken van een op de voet van de Natuurschoonwet 1928 aangewezen landgoed dat voldoet aan de voorwaarden genoemd in artikel 8 van het Rangschikkingsbesluit Natuurschoonwet 1928, met uitzondering van de daarop voorkomende gebouwde eigendommen; natuurterreinen, waaronder mede worden verstaan duinen, heidevelden, zandverstuivingen, moerassen en plassen, die door rechtspersonen met volledige rechtsbevoegdheid welke zich uitsluitend of nagenoeg uitsluitend het behoud van natuurschoon ten doel stellen, beheerd worden; openbare land- en waterwegen en banen voor openbaar vervoer per rail, een en ander met inbegrip van kunstwerken; waterverdedigings- en waterbeheersingwerken die worden beheerd door organen, instellingen of diensten van publiekrechtelijke rechtspersonen, met uitzondering van de delen van zodanige werken die dienen als woning; werken die zijn bestemd voor de zuivering van riool- en ander afvalwater en die worden beheerd door organen, instellingen of diensten van publiekrechtelijke rechtspersonen, met uitzondering van de delen van zodanige werken die dienen als woning; werktuigen die van een onroerende zaak kunnen worden afgescheiden zonder dat beschadiging van betekenis aan die