[Vervallen] Raadsvoorstel over belasting-, leges- en retributieverordeningen 2026
Tekst van het document
Raadsvoorstel Portefeuillehouder : A.J.L. Meulensteen Zaakdossiernummer : ZK25.00726 Documentnummer : 2025.14532
*2025.14532*
Onderwerp
:
Raadsvoorstel over belasting-, leges- en retributieverordeningen 2026
Beleidsprogramma
:
Algemene dekkingsmiddelen en overhead
Aan de raad van de gemeente Loon op Zand, Inleiding Jaarlijks stelt de raad de gewijzigde belasting-, leges- en retributieverordening vast. Op basis van deze verordeningen worden gemeentelijke belastingen, leges en retributies geheven. Met het vaststellen van deze verordeningen door de raad worden deze geformaliseerd. In de paragraaf “Lokale heffingen” van de begroting 2026 zijn de tarieven en de uitgangspunten voor de reinigingsheffing, rioolheffing, hondenbelasting, toeristenbelasting, marktgelden, reclamebelasting, retributies en de leges opgenomen. In de bijlage zijn de verordeningen en bijbehorende tarieven opgenomen.
Beslispunten Wij stellen u voor: De volgende besluiten vast te stellen: Ontwerpbesluit I: Verordening Afvalstoffenheffing en Reinigingsrechten 2026, inclusief bijbehorende tarieventabel Ontwerpbesluit II: Verordening Rioolheffing 2026, inclusief bijbehorende tarieventabel Ontwerpbesluit III: Verordening Marktgelden 2026 Ontwerpbesluit IV: Legesverordening 2026, inclusief bijbehorende tarieventabel en ROEB lijst Ontwerpbesluit V: Verordening Toeristenbelasting 2026 Ontwerpbesluit VI: Verordening Onroerende zaakbelasting 2026 Ontwerpbesluit VII: Verordening Hondenbelasting 2026 Ontwerpbesluit VIII: Verordening Reclamebelasting 2026 Ontwerpbesluit IX: Verordening op de heffing en de invordering van Retributies 2026 Ontwerpbesluit X: Verordening Vermakelijkhedenretributie 2026 Ontwerpbesluit XI: Het college verzoeken om te komen tot een overeenkomst met de Efteling ter vervanging van de Verordening Vermakelijkhedenretributie vanaf 2027e.v.. Beoogd effect Vaststellen van de belasting-, leges- en retributieverordeningen voor belastingjaar 2026 om de inkomstengrondslag te bepalen voor de retributies, belastingen, heffingen en leges. Argumenten 1.1 Het vaststellen en intrekken is voorbehouden aan de gemeenteraad.
Het vaststellen en intrekken is voorbehouden aan de gemeenteraad, de betreffende verordeningen van 2025 worden ingetrokken en vervangen door de belasting-, leges- en retributieverordeningen 2026. 1.2 De Efteling is een belangrijke partner in onze gemeente De Efteling is een belangrijke partner in onze gemeente, zij zijn: - Toeristische trekpleister - Bieder van werkgelegenheid
- Vliegwiel voor andere voorzieningen - Reden van goede bereikbaarheid gemeente - Innovator op gebied van bijvoorbeeld duurzaamheid, bereikbaarheid Door de Efteling meer te beschouwen als partner kan worden onderzocht of we kunnen komen tot een overeenkomst waarin onder meer financiële afspraken kunnen worden opgenomen. Tevens zouden een aantal lopende langdurige overeenkomsten over bijvoorbeeld onderhoud van de wisselstroken en de groene aankleding in deze overeenkomst kunnen worden samengevoegd. Een overeenkomst met de Efteling zou een mooie resultante zijn van het samenwerkingstraject dat momenteel loopt. 1.3 De vermakelijkhedenretributie is beperkt Het instrument van de vermakelijkhedenretributie ziet alleen toe op het gebruik van gemeentelijke voorzieningen door de vermakelijkheid. In een overeenkomst kunnen meer zaken worden geregeld. In het onderzoek kan worden gekeken wat de juridische mogelijkheden zijn om de retributie op te nemen in een overeenkomst. Kanttekeningen 1.1 De Efteling wil mogelijk meer heffingen en belastingen in een overeenkomst Onderdeel van het onderzoek is uitsluitend de vermakelijkhedenretributie. Overige heffingen en belastingen worden niet meegenomen in het onderzoek en ook niet in een eventuele te sluiten overeenkomst. Financieel In de begroting 2026 zijn de financiële consequenties verwerkt.
De paragraaf “Lokale heffingen” van de begroting 2026 bevat de tarieven (met uitzondering van de OZB) en de uitgangspunten van de verschillende belastingen en leges. Door vaststelling van de belasting-, leges- en retributieverordeningen worden deze geformaliseerd. Voortgang Na vaststelling worden de verordeningen op de gebruikelijke wijze gepubliceerd en vormen ze de basis voor het heffen en innen van belastingen, leges en retributies in het jaar 2026. Communicatie Inwoners, bedrijven en overige instellingen binnen de gemeente Loon op Zand worden op verschillende manieren geïnformeerd: 1. Publicatie in De Duinkoerier; 2. Plaatsing op de website van de BWB, www.overheid.nl en de gemeentelijke website; 3. Belastingtarieven en verordeningen kunnen worden ingezien in “Het Klavier”; Bijlagen 2025.15019 Was-Wordt lijst IV Legesverordening Tarieven 2025.15020 Was-Wordt lijst IV Legesverordening Tekst 2025.15021 Was-Wordt lijst verordeningen 2025-2026 Het college van burgemeester en wethouders; de secretaris,
de burgemeester,
C.A. de Haas
D.S.C. Jansen
Ontwerpbesluit I: De raad van de gemeente Loon op Zand; gezien het voorstel van het college van burgemeester en wethouders d.d. 28 oktober 2025; nummer ZK25.00726; gelet op artikel 15.33 van de Wet milieubeheer; besluit vast te stellen de volgende verordening: "Verordening op de heffing en de invordering van de afvalstoffenheffing (Verordening afvalstoffenheffing Loon op Zand 2026). Artikel 1 Definities In deze verordening wordt verstaan onder: - ‘gebruik maken’ in hoofdstuk II Afvalstoffenheffing: gebruik maken in de zin van artikel 15.33 Wet milieubeheer; - grof huisvuil: afvalstoffen afkomstig van particuliere huishoudingen, welke door omvang en hoeveelheid niet in aanmerking komen voor het periodiek inzamelen, als bedoeld in artikel 10.11 van de Wet milieubeheer; - chemisch afval c.q. probleemstoffen: afvalstoffen waarvan het uit milieutechnisch oogpunt niet gewenst is deze in te zamelen bij de huishoudelijke afvalstoffen en het bedrijfsafval. Artikel 2 Aard van de belasting en belastbaar feit 1. Onder de naam "afvalstoffenheffing" wordt een directe belasting geheven als bedoeld in artikel 15.33 van de Wet milieubeheer. 2.
De afvalstoffenheffing bedoeld in deze verordening en de daarbij behorende tarieventabel wordt naar afzonderlijke grondslagen geheven ter zake van het gebruik maken van een perceel ten aanzien waarvan krachtens de artikelen 10.21 en 10.22 van de Wet milieubeheer een verplichting tot het inzamelen van huishoudelijke afvalstoffen geldt. Artikel 3 Belastingplicht De belasting wordt geheven van degene die al dan niet krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of persoonlijk recht gebruik maakt van een perceel. Artikel 4 Vrijstelling 1. De belastingplichtigen door wie blijkens schriftelijke verklaring van huisarts of medisch specialist of kopie van een aflever bon/factuur/recept als gevolg langdurige ziekte extra afvalstoffen worden aangeboden, worden vrijgesteld van de heffing van zeven ledigingen als bedoeld in Bijlage 1 de tarieventabel, artikel 1.1.3 of vrijgesteld van de heffing van achtentwintig openingen als bedoeld in Bijlage 1 de tarieventabel, artikel 1.1.4. 2. De belastingplichtigen door wie blijkens schriftelijke verklaring van huisarts of medisch specialist of kopie van een aflever bon/factuur/recept als gevolg van langdurige ziekte extra afvalstoffen worden aangeboden, worden vrijgesteld van de kosten van een 2e restafvalcontainer en/of 2e container voor oud papier. Artikel 5 Maatstaf van heffing en belastingtarief 1.
De belasting wordt geheven naar de grondslagen genoemd in lid 2 van dit artikel en de tarieven, opgenomen in de hoofdstukken 1 en 2 van de bij deze verordening behorende tarieventabel. 2. De grondslagen van de belasting zijn: a. Een vast bedrag per perceel; b. Het aantal ledigingen van de restafvalcontainer of openingen van de ondergrondse restcontainer door het aanbieden van de afvalpas periodiek per perceel;; c. Het op afroep inzamelen, aanbieden op een daartoe van gemeentewege ter beschikking gestelde plaats en incidentele dienstverlening afvalstoffenheffing als bedoeld in hoofdstuk 2 van de bij deze verordening behorende tarieventabel d. Een uitzondering op lid 2b van dit artikel zijn de volgende adressen: Plantloonseweg nr 7, Kaatsheuvel Plantloonseweg nr 8, Kaatsheuvel Achterste Hoeve nr 1, Kaatsheuvel Achterste Hoeve nr 2, Kaatsheuvel Voor deze specifiek genoemde adressen worden 13 ledigingen van de restafvalcontainer per jaar in rekening gebracht tegen het tarief opgenomen in hoofdstuk 1 lid 1.1.3 van de bij deze verordening opgenomen tarieventabel.
Artikel 6 Belastingjaar Met betrekking tot de belasting die per jaar wordt geheven is het belastingjaar gelijk aan het kalenderjaar. Artikel 7 Wijze van heffing 1. De belasting bedoeld in artikel 6, lid 2, letter a en b, en hoofdstuk 1 van de bij deze verordening behorende tarieventabel wordt geheven bij wege van aanslag. 2. De belasting bedoeld in artikel 6, lid 2, letter c, en hoofdstuk 2 van de bij deze verordening behorende tarieventabel wordt geheven door middel van een mondelinge dan wel een schriftelijke gedagtekende kennisgeving of een kennisgeving langs elektronische weg. Het gevorderde bedrag wordt mondeling, dan wel door toezending of uitreiking van de schriftelijke kennisgeving of langs elektronische weg aan de belastingschuldige bekendgemaakt. Artikel 8 Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang 1. De belasting als bedoeld in artikel 6, lid 2, letter a, is verschuldigd bij het begin van het belastingjaar of, zo dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht. 2. Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar aanvangt, is de belasting verschuldigd voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na de aanvang van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven. 3.
Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar eindigt, bestaat aanspraak op ontheffing voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na het einde van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven. 4. Het tweede en het derde lid zijn niet van toepassing indien de belastingplichtige binnen de gemeente verhuist en aldaar van een ander perceel gebruik maakt. 5. De belasting als bedoeld in artikel 6, lid 2, letter c, is verschuldigd bij aanvang van de dienstverlening. Artikel 9 Termijnen van betaling 1. In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moeten de aanslagen worden betaald uiterlijk op de laatste dag van de tweede maand na de dagtekening van het aanslagbiljet. 2. In afwijking van het bepaalde in het eerste lid geldt, in geval het totaalbedrag van alle op één aanslagbiljet verenigde aanslagen meer bedraagt dan € 10.000,00 dat dit bedrag en een bestuurlijke boete op dit aanslagbiljet moeten worden betaald op de laatste dag van de maand volgend op die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld. 3. Betaling via automatische incasso is voor alle aanslagen mogelijk.
In afwijking van het bepaalde in het eerste en tweede lid van dit artikel geldt, ingeval machtiging is verleend tot automatische incasso en het totaalbedrag van de op één aanslagbiljet verenigde aanslagen € 100,00 of meer, doch niet meer dan € 10.000,00 bedraagt, dat de aanslagen moeten worden betaald in maximaal tien gelijke termijnbedragen, waarvan de eerste vervalt op de 28e dag van elke maand volgende op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en elk van de volgende termijnen telkens een maand later. 4. In afwijking van de voorgaande leden moet de kennisgeving als bedoeld in artikel 8, lid 2, worden betaald als de kennisgeving: a. mondeling wordt gedaan, op het moment van het doen van de kennisgeving; b. schriftelijk wordt gedaan, op het moment van uitreiken van de kennisgeving, dan wel in geval van toezending daarvan, binnen veertien dagen na de dagtekening van de kennisgeving; c. langs elektronische weg in het aanvraagproces wordt gedaan onverwijld, dan wel als die mogelijkheid wordt geboden binnen 14 dagen na het indienen van de aanvraag langs elektronische weg; d. langs elektronische weg na indiening van de aanvraag wordt gedaan, binnen 14 dagen na dagtekening van de kennisgeving. 5. De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in de voorgaande leden gestelde termijnen.
Artikel 10 Kwijtschelding Bij de invordering van de afvalstoffenheffing kan kwijtschelding worden verleend tot maximaal 100% van het verschuldigde bedrag van de belasting als bedoeld in hoofdstuk 1, onder 1.1.1 tot en met 1.1.2 van de bij deze verordening behorende tarieventabel. Artikel 11 Overgangsrecht De "Verordening afvalstoffenheffing en reinigingsrechten Loon op Zand 2025” vastgesteld op 19 december 2024, wordt ingetrokken met ingang van de in artikel 21, tweede lid, genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan. Artikel 12 Inwerkingtreding 1. Deze verordening treedt in werking met ingang van de dag na die van de bekendmaking. 2. De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2026.
Artikel 13 Citeertitel Deze verordening kan worden aangehaald als "Verordening afvalstoffenheffing Loon op Zand 2026".
Bijlage 1 Tarieventabel Behorende bij de Verordening afvalstoffenheffing en de reinigingsrechten Loon op Zand 2026. Hoofdstuk 1 Maatstaven en tarieven afvalstoffenheffing Artikel 1 Afvalstoffenheffing Tarief 1.1 De belasting bedraagt per perceel per jaar: 1.1.1 Indien het perceel wordt gebruikt door één persoon per jaar: € 202,67 1.1.2 Indien het perceel wordt gebruikt door twee of meer personen per jaar: € 265,81 1.1.3 Het tarief voor het aanbieden ter lediging van een restafvalcontainer, per € 10,00 lediging bedraagt: 1.1.4 Het tarief bedraagt voor eenmalig gebruik van een 60 liter trommel van een € 2,50 ondergrondse restafvalvoorziening: 1.1.5 Het tarief bedraagt voor het aanbieden van een 60 liter -huisvuilzak op de € 2,50 milieustraat: 1.3 Het tarief bedraagt voor het op eigen verzoek extra gebruik van een mobiele container voor: 1.3.1 GFT en papier ongeacht het formaat: € 55,00 1.3.2 Restafval ongeacht het formaat: € 125,00 1.4 Het tarief voor het verstrekken van een pas voor de ondergrondse container € 25,00 bij bijvoorbeeld diefstal of verlies bedraagt: 1.5 Het tarief voor het verstrekken van een vervangende milieupas bij € 25,00 bijvoorbeeld diefstal of verlies bedraagt: 1.6 Het tarief voor het verstrekken van een sleutel voor het omkeerslot op een € 25,00 mobiele restafvalcontainer bij bijvoorbeeld diefstal of verlies bedraagt: 1.7 Het tarief voor het op eigen
verzoek monteren van een omkeerslot op een € 45,00 mobiele restafvalcontainer bedraagt: Hoofdstuk 2 Maatstaven en tarieven incidentele dienstverlening Artikel 2 Incidentele dienstverlening Tarief 2.1 De belasting bedraagt voor: 2.1.1 het op verzoek omwisselen van een container voor restafval of voor GFT€ 85,00 afval in een container van een ander formaat: 2.1.2 het op verzoek verwijderen van huishoudelijke afvalstoffen of grof huisvuil per € 20,00 halve kubieke meter of een gedeelte daarvan: 2.2 De belasting bedraagt voor: 2.2.1 het achterlaten van huishoudelijke afvalstoffen op een daartoe van gemeentewege ter beschikking gestelde plaats per kubieke meter of gedeelte daarvan: 1. Een personenauto: 1 tik € 33,85 2. Een personenauto met aanhanger (niet zijnde een tandemasser): 2 tikken € 67,71 3. Een auto met grijs-bedrijfswagenkenteken: 2 tikken € 67,71 4. Een personenauto met tandemasser: 3 tikken € 101,55 5. Een auto met grijs-bedrijfswagenkenteken met aanhanger/tandemasser: 3 € 101,55 tikken Aldus besloten in de openbare vergadering van de raad van de gemeente Loon op Zand van 11 december 2025. De raad voornoemd, voorzitter, griffier,
Ontwerpbesluit II: De raad van de gemeente Loon op Zand; gezien het voorstel van het college van burgemeester en wethouders d.d. 28 oktober 2025; nummer zk25.00726 gelet op artikel 228a van de Gemeentewet; b e s l u i t : vast te stellen de navolgende “Verordening op de heffing en de invordering van Rioolheffing 2026”. (Verordening Rioolheffing Loon op Zand 2026). Artikel 1 Definities In deze verordening wordt verstaan onder: - gemeentelijke riolering: een voorziening of combinatie van voorzieningen voor inzameling, verwerking, zuivering of transport van afvalwater, hemelwater of grondwater, in eigendom, in beheer of in onderhoud bij de gemeente; - water: huishoudelijk afvalwater, bedrijfsafvalwater, hemelwater, grondwater of oppervlaktewater; - perceel: een roerende of onroerende zaak of een zelfstandig gedeelte daarvan; - woning: een perceel dient in hoofdzaak tot woning, indien de waarde op basis van hoofdstuk IV van de Wet waardering onroerende zaken is vastgesteld voor dat perceel in hoofdzaak kan worden toegerekend aan delen van dat perceel die dienen tot woning dan wel volledig dienstbaar zijn aan woondoeleinden Artikel 2 Aard van de belasting Onder de naam rioolheffing wordt een directe belasting geheven ter bestrijding van de kosten die voor de gemeente verbonden zijn aan: a.
de inzameling en het transport van huishoudelijk afvalwater en bedrijfsafvalwater, alsmede de zuivering van huishoudelijk afvalwater; en b. de inzameling van afvloeiend hemelwater en de verwerking van het ingezamelde hemelwater (bergen, infiltreren en afvoeren), alsmede het treffen van maatregelen teneinde structureel nadelige gevolgen van de grondwaterstand voor de aan de grond gegeven bestemming zoveel mogelijk te voorkomen of te beperken. Artikel 3 Belastbaar feit en belastingplicht 1. De belasting als bedoeld in deze verordening wordt naar afzonderlijke grondslagen geheven van de gebruiker van een perceel van waaruit water, niet zijnde hemelwater, direct of indirect op de gemeentelijke riolering wordt afgevoerd. 2. Met betrekking tot de rioolheffing wordt: a. als gebruiker aangemerkt degene die naar de omstandigheden beoordeeld, het perceel al dan niet krachtens eigendom, bezit of beperkt recht of persoonlijk recht gebruikt; b. gebruikmaken van een perceel door de leden van een huishouden aangemerkt als gebruik door het door de in artikel 231, tweede lid, onderdeel b, van de Gemeentewet bedoelde gemeenteambtenaar aangewezen lid van dat huishouden; c. gebruikmaken door degene aan wie een deel van een perceel in gebruik is gegeven, - niet een gedeelte als bedoeld in artikel 4 - aangemerkt als gebruik door de persoon die dat deel in gebruik heeft gegeven; d.
het ter beschikking stellen van een perceel voor volgtijdig gebruik aangemerkt als gebruik door de degene die dat perceel ter beschikking heeft gesteld. Artikel 4. Zelfstandige gedeelten Indien gedeelten van een in artikel 3 bedoeld perceel blijkens hun indeling bestemd zijn om als afzonderlijk geheel te worden gebruikt, wordt de belasting geheven ter zake van elk als zodanig bestemd gedeelte, met dien verstande dat indien twee of meer van die gedeelten tezamen als één geheel worden gebruikt, deze als één perceel worden aangemerkt.
Artikel 5 Maatstaf van heffing en belastingtarief 1. De belasting wordt geheven naar de grondslagen genoemd in lid 2 van dit artikel en de tarieven opgenomen in de bij deze verordening behorende tarieventabel. 2. De grondslagen van de belasting zijn: a. een vast bedrag per perceel; b. een bedrag op basis van het aantal kubieke meters water dat vanuit het perceel direct of indirect op de gemeentelijke riolering wordt afgevoerd. 3. Het aantal kubieke meters afgevoerd water wordt gesteld op het aantal kubieke meters water dat in de loop van het belastingjaar naar het perceel is toegevoerd en/of opgepompt. 4. Ingeval gebruik wordt gemaakt van een pompinstallatie, moet die pompinstallatie zijn voorzien van een: a. watermeter, waarvan de hoeveelheid opgepompt water kan worden afgelezen, of b. bedrijfsurenteller, waarvan het aantal uren dat een pompinstallatie met vaste capaciteit in bedrijf is geweest, kan worden afgelezen. 5. De eerste volzin is niet van toepassing indien vaststelling van de hoeveelheid opgepompt water geschiedt op grond van enige andere wettelijke bepaling. 6. De op de voet van het derde lid berekende hoeveelheid toegevoerd of gepompt water wordt, voor zover de hoeveelheid geloosd water ten minste 3.000 m³ of tenminste 20% lager is dan de som van de hoeveelheden toegevoerd of opgepompt water, verminderd met de hoeveelheid water die niet als water is afgevoerd.
Artikel 6 Belastingjaar Het belastingjaar is gelijk aan het kalenderjaar. Artikel 7 Wijze van heffing De belasting wordt bij wege van aanslag geheven. Artikel 8 Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang 1. De belasting berekend naar de grondslag als bedoeld in artikel 5, lid 2, letter a is verschuldigd bij de aanvang van het belastingjaar of, zo dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht. 2. Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar aanvangt, is de belasting bedoeld in hoofdstuk 1 van de tarieventabel verschuldigd voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na de aanvang van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven. 3. Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar eindigt, bestaat aanspraak op ontheffing voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting als bedoeld in hoofdstuk 1 van de tarieventabel als er in dat jaar, na het einde van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven. 4. Het tweede en het derde lid zijn niet van toepassing indien de belastingplichtige binnen de gemeente verhuist en aldaar van een ander perceel gebruik maakt. 5.
De belasting berekend naar de grondslag als bedoeld in artikel 5, lid 2, letter b, is verschuldigd na afloop van het belastingjaar of eerder indien de belastingplicht binnen de gemeente wordt beëindigd in de loop van het belastingjaar. 6. Belastingbedragen van minder dan € 5,00 worden niet geheven. Voor de toepassing van de vorige volzin wordt het totaal van op een aanslagbiljet verenigde aanslagen aangemerkt als één belastingbedrag. Artikel 9 Termijnen van betaling In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moeten de aanslagen worden betaald uiterlijk op de laatste dag van de tweede maand na de dagtekening van het aanslagbiljet. 1. In afwijking van het bepaalde in het eerste lid geldt, ingeval het totaalbedrag van alle op één aanslagbiljet verenigde aanslagen meer bedraagt dan € 10.000,00, dat dit bedrag en een bestuurlijke boete op het aanslagbiljet moeten worden betaald op de laatste dag van de maand volgend op die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld. 2. Betaling via automatische incasso is voor alle aanslagen mogelijk.
In afwijking van het bepaalde in het eerste en tweede lid geldt, ingeval machtiging is verleend tot automatische incasso en het totaal bedrag van de op één aanslagbiljet verenigde aanslagen meer dan € 100,00 doch niet meer dan € 10.000,00 bedraagt, dat de aanslagen moeten worden betaald in maximaal tien gelijke termijnbedragen waarvan de eerste termijn vervalt op de 28e dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en elk van de volgende termijnen telkens een maand later. 3. In afwijking van de voorgaande leden moet een voorlopige aanslag worden betaald in zoveel gelijke termijnen als er na de maand van de dagtekening van het aanslagbiljet nog maanden van het belastingjaar overblijven, met dien verstande dat het aantal betalingstermijnen steeds minimaal twee telt. De eerste
termijn vervalt een maand na de dagtekening van het aanslagbiljet en elk van de volgende termijnen telkens een maand later. 4. De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in de voorgaande leden gestelde termijnen. Artikel 10 Kwijtschelding Bij de invordering van de rioolheffing kan kwijtschelding worden verleend voor maximaal 100% van de belasting berekend naar hoofdstuk 1, onderdeel 1.1.1 van de bij deze verordening behorende tarieventabel. Artikel 11 Vrijstellingen De belasting wordt niet geheven ter zake van een perceel dat in hoofdzaak wordt gebruikt voor de publieke dienst van de gemeente, met uitzondering van de gebouwen voor onderwijs. Artikel 12 Overgangsrecht De "Verordening rioolheffing 2025" van 19 december 2024, wordt ingetrokken met ingang van de in artikel 13, tweede lid genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan. Artikel 13 Inwerkingtreding 1. Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na die van de bekendmaking. 2. De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2026. Artikel 14 Citeertitel Deze verordening kan worden aangehaald als "Verordening Rioolheffing Loon op Zand 2026".
Bijlage 1 Tarieventabel behorende bij de 'Verordening rioolheffing Loon op Zand 2026’ Hoofdstuk 1 Maatstaven en tarief vast bedrag 1.1 De belasting als bedoeld in artikel 5, lid 2 onder a, bedraagt per perceel, per belastingjaar; 1.1.1 voor een perceel dat in hoofdzaak tot woning dient 1.1.2 voor een perceel dat niet in hoofdzaak tot woning dient Hoofdstuk 2 Maatstaven en gedifferentieerde tarieven rioolheffing 2.1 Onverminderd het bepaalde in hoofdstuk 1, bedraagt de belasting als bedoeld in artikel 5, lid 2 onder b, voor een perceel dat niet in hoofdzaak tot woning dient alsmede recreatieterreinen, verzorgings- en verpleegtehuizen, voor de hoeveelheid afgevoerd water vanaf: 2.1.1 501 tot en met 1.000 m³, vermeerderd met een bedrag van per m³ boven de 500 m³ 2.1.2 1.001 tot en met 10.000 m³ vermeerderd met een bedrag van per m³ boven de 500 m³ 2.1.3 10.001 tot en met 20.000 m³ vermeerderd met een bedrag van per m³ boven de 500 m³ 2.1.4 20.001 tot en met 30.000 m³ vermeerderd met een bedrag van per m³ boven de 500 m³ 2.1.5 van 30.001 m³ of meer vermeerderd met een bedrag van per m³ boven de 500 m³
€ 230,00 € 230,00
€ 690,00 € 0,05 € 690,00 € 0,05 € 690,00 € 0,06 € 690,00 € 0,06 € 690,00 € 0,06
Aldus besloten in de openbare vergadering van de raad van de gemeente Loon op Zand van 11 december 2025. De raad voornoemd, voorzitter, griffier,
Ontwerpbesluit III: De raad van de gemeente Loon op Zand; gezien het voorstel van het college van burgemeester en wethouders d.d. 28 oktober 2025; nummer zk25.00726 gelet op artikel 229, eerste lid, aanhef en onderdeel b, van de Gemeentewet; b e s l u i t : vast te stellen de navolgende “Verordening op de heffing en invordering van marktgelden 2026”. (Verordening marktgelden Loon op Zand 2026) Artikel 1 Belastbaar feit Onder de naam “marktgeld” worden rechten geheven voor het hebben of innemen van standplaatsen, als bedoeld in de “Marktverordening Loon op Zand 2021”, op het, voor het houden van de wekelijkse warenmarkt, aangewezen terrein. Artikel 2 Belastingplicht Belastingplichtig is degene die een standplaats op de markt inneemt, dan wel degene aan wie een standplaats is toegewezen. Artikel 3 Maatstaf van heffing en tarief 1. Het marktgeld als bedoeld in artikel 1 wordt geheven naar de lengte van de verkoopplaats en bedraagt per dag of gedeelte van een dag per 4 strekkende meters € 7,95. 2. Ter zake van het afsluiten van een abonnement voor een periode van een kwartaal bedraagt het recht per 4 strekkende meters € 78,95. 3. Ten aanzien van de in de leden 1 en 2 van dit artikel genoemde eenheid van 4 strekkende meters geldt, dat een gedeelte van een eenheid van 4 strekkende meters geldt voor een gehele eenheid van 4 strekkende meters.
Artikel 4 Belastingtijdvak Het belastingtijdvak is gelijk aan een kalenderkwartaal. Indien gedurende een kortere periode dan een kwartaal een standplaats als bedoeld in artikel 1 is toegewezen is het belastingtijdvak gelijk aan deze kortere periode van toewijzing. Artikel 5 Wijze van heffing en ontstaan belastingschuld 1. Het marktgeld voor een abonnement voor een periode van een kalenderkwartaal, zoals bedoeld in artikel 3, tweede lid, is verschuldigd bij de aanvang van een kwartaal of, zo dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht en wordt bij wege van schriftelijke kennisgeving geheven. 2. Het marktgeld voor een dagplaatsvergunning als bedoeld in artikel 3, derde lid van de ‘Marktverordening Loon op Zand 2021’, is verschuldigd bij de ter beschikkingstelling van deze plaatsen en wordt geheven door middel van een gedagtekende schriftelijke kennisgeving waarop het gevorderde bedrag is vermeld. Artikel 6 Termijnen van betaling 1. In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 wordt: a. Het marktgeld per kalenderkwartaal moet worden voldaan binnen veertien dagen na de dagtekening van de kennisgeving. b. Het marktgeld per dag moet worden voldaan op het moment van uitreiken van de kennisgeving, dan wel ingeval van toezending daarvan, binnen 14 dagen na dagtekening van de kennisgeving. 2.
De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de eerste lid gestelde termijnen. Artikel 7 Kwijtschelding Bij de invordering van het marktgeld wordt geen kwijtschelding verleend.
Artikel 8 Teruggaaf 1. Gehele of gedeeltelijke teruggaaf van marktgeld wordt verleend op een aanvraag als bedoeld in artikel 242 van de Gemeentewet. 2. Teruggaaf van marktgeld vindt uitsluitend plaats indien een vergunninghouder op grond van de Marktverordening Loon op Zand 2021, gedurende het kalenderkwartaal of een gedeelte daarvan, het recht op het innemen van een standplaats wordt ontnomen. De teruggaaf geschiedt naar evenredigheid van het aantal marktdagen, waarvoor de uitsluiting geldt, ten opzichte van het totaal aantal marktdagen. Artikel 9 Overgangsrecht De “Verordening marktgelden 2025” van 19 december 2024 wordt ingetrokken met ingang van de in artikel 10 tweede lid genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan. Artikel 10 Inwerkingtreding Deze verordening treedt in werking met ingang van 1 januari 2026. Artikel 11 Citeertitel Deze verordening wordt aangehaald als “Verordening marktgelden Loon op Zand 2026”. Aldus besloten in de openbare vergadering van de raad van de gemeente Loon op Zand van 11 december 2025. De raad voornoemd, voorzitter,
griffier,
Ontwerpbesluit IV: De raad van de gemeente Loon op Zand; gezien het voorstel van het college van burgemeester en wethouders d.d.28 oktober 2025 nummer zk25.00726; gelet op de artikelen 156, eerste en tweede lid, aanhef en onderdeel h, en 229, eerste lid, aanhef en onderdeel b, van de Gemeentewet, de artikelen 2, tweede lid, en 7 van de Paspoortwet en artikel 13.1a van de Omgevingswet; besluit vast te stellen de volgende verordening: Verordening op de heffing en de invordering van leges Loon op Zand 2026 (Legesverordening Loon op Zand 2026). Artikel 1 Definities Deze verordening verstaat onder: • dag: de periode van 00.00 uur tot 24.00 uur, waarbij een gedeelte van een dag als een hele dag wordt aangemerkt; • jaar: het tijdvak dat loopt van de ne dag in een kalenderjaar tot en met de (n-1)e dag in het volgende kalenderjaar; • kalenderjaar: de periode van 1 januari tot en met 31 december; • maand: het tijdvak dat loopt van ne dag in een kalendermaand tot en met de (n-1)e dag in de volgende kalendermaand, met dien verstande dat als de ne dag in een kalendermaand 30 of 31 januari is, de (n-1)e dag in de volgende kalendermaand altijd de laatste dag van de maand februari is; • week: een aaneengesloten periode van zeven dagen. • Rijkstarief: Totaal van af te dragen bedrag aan Rijk + bedrag (toeslag) voor gemeente.
Artikel 2 Belastbaar feit Onder de naam ‘leges’ worden rechten geheven voor: a. het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verlenen van een dienst of het nemen van een besluit; b. het verlenen van een dienst op aanvraag; of c. het verrichten van handelingen ten behoeve van een aanvraag van een document; een en ander zoals genoemd in deze verordening en de daarbij behorende tarieventabel. Artikel 3 Belastingplicht Belastingplichtig is de aanvrager of degene voor wie de aanvraag is gedaan. Artikel 4 Vrijstellingen Leges worden niet geheven voor: a. diensten waarvan de kosten krachtens afdeling 13.6 van de Omgevingswet zijn of worden verhaald; b. diensten die ingevolge een wettelijk voorschrift zijn vrijgesteld van rechtenheffing of kosteloos moeten worden verleend. Artikel 4a Zakelijke vrijstellingen De in deze verordening genoemde leges worden, voor zover daarin niet reeds op andere plaatsen van deze verordening is voorzien, niet geheven voor: 1. het afgeven van bewijzen van onvermogen; 2. het afgeven van stukken, nodig voor de ontvangst van pensioenen, lijfrenten, wachtgelden of loon; 3. het afgeven van beschikkingen op verzoekschriften en bezwaarschriften ter zake van plaatselijke belastingen; 4.
de aan belanghebbende uitgereikt wordende beschikkingen of afschriften daarvan, houdende aanstelling, benoeming, bevordering, ontslag, toekenning van bezoldiging, vergoeding of toelage, dan wel verhoging hiervan, betrekkelijk enige gemeentelijke functie of dienstverrichting jegens de gemeente; 5. de aan belanghebbende uitgereikt wordende beschikkingen of afschriften daarvan, houdende beslissing op een verzoek om subsidie uit de gemeentekas; 6. de vergunningen, bedoeld onder artikel 2.6 van de Tarieventabel, die na tevoren reeds verleend, doch ingetrokken of vervallen zijn, andermaal verleend worden en de vergunningen, bedoeld in die nummers artikel 2.6 welke dienen ter vervanging van dezelfde doch voor een bepaalde proeftijd verleende vergunningen, een en ander indien geen uitbreiding of verandering van de oorspronkelijke aanvrage heeft plaatsgehad en evenmin terugbetaling ter zake op grond van het nummer artikel 2.6 is geschied, noch de begroting van kosten, bedoeld in nummer artikel 2.6 wegens stijging der bouwkosten is verhoogd, in welk
geval de leges naar de nieuwe kostenbegroting worden berekend onder verrekening van de reeds betaalde leges. Artikel 4b Vrijstellingen vrijwilligersorganisaties Vrijwilligersorganisaties zijn vrijgesteld van de gemeentelijke leges indien aan de onderstaande criteria wordt voldaan: 1. het dient een vrijwilligersorganisatie uit de gemeente Loon op Zand te zijn volgens de definitie vrijwilligersorganisaties (beoordeeld door het ministerie van volksgezondheid, welzijn en sport); 2. het dient betrekking te hebben op een lokaal evenement in de gemeente Loon op Zand. Eventuele inkomsten dienen ten goede te komen aan de eigen organisatie of een goed doel en de organisatie dient aan te geven waar deze opbrengsten voor worden ingezet; 3. het evenement moet toegankelijk zijn voor tenminste de gehele lokale gemeenschap, tenzij er sprake is van een evenement dat specifiek gericht is op fondsenwerving voor een goed doel; 4. een vrijwilligersorganisatie kan maximaal 8 keer per jaar gebruik maken van de vrijstellingsregeling; 5. het evenement moet daadwerkelijk plaatsvinden, tenzij het evenement buiten de invloedsfeer van de organisatie afgelast moet worden; 6. in geval van een buurtgerichte activiteit, dient het een vrijwilligersorganisatie te betreffen die een activiteit organiseert volgens de definitie van een buurtgerichte activiteit. Artikel 5 Maatstaven van heffing en tarieven 1.
De leges worden geheven naar de maatstaven en tarieven, opgenomen in de bij deze verordening behorende tarieventabel. 2. Voor de berekening van de leges wordt een gedeelte van een in de tarieventabel genoemde eenheid als een volle eenheid aangemerkt. Artikel 6 Wijze van heffing De leges worden geheven door middel van een mondelinge kennisgeving, een gedagtekende schriftelijke kennisgeving, waaronder mede wordt begrepen een stempelafdruk, een zegel, een nota of andere schriftuur, of een kennisgeving langs elektronische weg. Het gevorderde bedrag wordt mondeling, door toezending of uitreiking van de schriftelijke kennisgeving of langs elektronische weg aan de belastingschuldige bekendgemaakt. Artikel 7 Termijnen van betaling 1. In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moeten de leges worden betaald ingeval de kennisgeving bedoeld in artikel 6: a. mondeling wordt gedaan, op het moment van het doen van de kennisgeving; b. schriftelijk wordt gedaan, op het moment van uitreiken van de kennisgeving, dan wel in geval van toezending daarvan, binnen 10 dagen na de dagtekening van de kennisgeving. 2. De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in het eerste lid gestelde termijnen. Artikel 8 Kwijtschelding Bij de invordering van de leges wordt geen kwijtschelding verleend.
Artikel 9 Vermindering of teruggaaf Gehele of gedeeltelijke vermindering of teruggaaf van leges voor een in de bij deze verordening behorende tarieventabel omschreven dienst, besluit of handeling wordt verleend overeenkomstig een met betrekking tot die dienst, besluit of handeling in die tarieventabel opgenomen bepaling. Artikel 10 Overdracht van bevoegdheden Het college van burgemeester en wethouders is bevoegd tot het wijzigen van deze verordening, als de wijzigingen: 1. van zuiver redactionele aard zijn; 2. een tariefsverlaging betreffen; 3. een gevolg zijn van nieuwe of gewijzigde rijksregelgeving die in werking treedt binnen drie maanden na de officiële bekendmaking van de inwerkingtreding ervan in het Staatsblad of de Staatscourant en het de volgende paragrafen of artikelen van hoofdstuk 1 van de tarieventabel betreft: a. paragraaf 1.2 (reisdocumenten en Nederlandse identiteitskaart); b. paragraaf 1.3 (rijbewijzen); c. artikel 1.15 (schriftelijke verstrekking uit de basisregistratie personen); d. artikel 1.25, 1 onder a (verklaring omtrent het gedrag); e. artikel 1.31 (Wet op de kansspelen); 4. een en ander voor zover met deze wijzigingen niet reeds bij het vaststellen of latere wijziging van deze verordening bij raadsbesluit rekening is gehouden.
Artikel 11 Overgangsrecht 1. De ‘Verordening op de heffing en invordering van leges 2025’, vastgesteld op 19 december 2024, wordt ingetrokken met ingang van de in artikel 12, tweede lid, genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten: a. die zich voor die datum hebben voorgedaan. b. indien de datum van inwerkingtreding van deze verordening ligt na de in artikel 12, tweede lid, opgenomen datum van ingang van de heffing, blijft de in het eerste lid genoemde verordening gelden voor de in de tussenliggende periode plaatsvindende belastbare feiten voor zover de heffing van de leges hiervoor in die periode plaatsvindt. 2. De op artikel 10 van de in het eerste lid genoemde verordening gebaseerde regels van het college worden geacht mede gebaseerd te zijn op artikel 11 van deze verordening. Artikel 12 Inwerkingtreding De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2026. Artikel 13 Citeertitel Deze verordening wordt aangehaald als: Legesverordening 2026.
Tarieventabel, behorende bij de Legesverordening Loon op Zand 2026 Hoofdstuk 1 Algemene dienstverlening Paragraaf 1.1 Burgerlijke stand Artikel 1.1 Huwelijksvoltrekking, registratie partnerschap of omzetten geregistreerd partnerschap in huwelijk 1. Het tarief bedraagt voor de voltrekking van een huwelijk, registratie van een partnerschap of de omzetting van een geregistreerd partnerschap in een huwelijk op: het Gemeentehuis en andere locaties: a. maandag (niet zijnde feestdagen) om 9.00 uur en 9.30 uur (op grond van artikel 4 van de Wet rechten burgerlijke stand): b. van maandag tot en met vrijdag (niet zijnde feestdagen) van 08.00 uur tot en met 16.00 uur: c. op zaterdag en zondag en feestdagen en van maandag tot en met vrijdag van 16.01 uur tot 08.00 uur: 2. Voor het uitvoeren van een controle indien na ontvangst van de verklaring eigen trouwlocatie twijfel bestaat of de gewenste locatie aan de vereisten van artikel 4, derde lid Reglement Burgerlijke Stand Loon op Zand voldoet.
Per uur: Artikel 1.1a Administratief huwelijk, een administratief geregistreerd partnerschap of een administratieve omzetting van een geregistreerd partnerschap in een huwelijk Voor het in behandeling nemen van een administratief huwelijk, een administratief geregistreerd partnerschap of een administratieve omzetting van een geregistreerd partnerschap in een huwelijk: Artikel 1.2 Omzetten geregistreerd partnerschap in huwelijk [Opgenomen in artikel 1.1] Artikel 1.3 Huwelijksvoltrekking of registratie partnerschap in bijzonder huis [Gereserveerd] Artikel 1.4 Omzetten geregistreerd partnerschap in huwelijk in bijzonder huis [Gereserveerd] Artikel 1.5 Aanwijzing buitengewoon ambtenaar van de burgerlijke stand voor één dag Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om bij besluit een buitengewoon ambtenaar van de burgerlijke stand aan te wijzen voor één dag: a. als beëdiging bij de rechtbank al heeft plaatsgevonden: b. als beëdiging bij de rechtbank nog niet heeft plaatsgevonden: Artikel 1.6 Beschikbaar stellen getuige door gemeente Getuigen: Voor het van gemeentewege beschikbaar stellen van getuigen bij huwelijksvoltrekking c.q.
registeren van partnerschap bedragen de leges per getuige: Artikel 1.7 Annuleren of wijzigen datum Indien de huwelijksvoltrekking, de registratie van het partnerschap of de omzetting van het geregistreerd partnerschap in het huwelijk geannuleerd wordt, bedragen de leges: Artikel 1.8 Trouwboekje of partnerschapsboekje Het tarief bedraagt voor het verstrekken van: a. een trouwboekje of partnerschapsboekje in een normale uitvoering: b. een duplicaat van een boekje als onder artikel 1.8, lid a bedoeld:
Tarief
Gratis € 545,20 € 778,00 € 91,30
€ 200,40
€ 128,10 € 239,40 € 41,50
€ 60,90
€ 32,20 € 32,20
Paragraaf 1.2 Reisdocumenten en Nederlandse identiteitskaart Artikel 1.9 Paspoorten of andere reisdocumenten Het tarief bedraagt voor het verrichten van handelingen ten behoeve van een aanvraag: a. Van een nationaal paspoort: 1. voor een persoon die op het moment van de aanvraag 18 jaar of ouder is, is gelijk aan het maximale tarief dat is vermeld in artikel 6 van het Besluit paspoortgelden, zoals laatstelijk is vervangen of gewijzigd, met dien verstande dat het bedrag wordt afgerond op € 0,05 naar beneden: 2. voor een persoon die op het moment van de aanvraag de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft bereikt, is gelijk aan het maximale tarief dat is vermeld in artikel 6 van het Besluit paspoortgelden, zoals laatstelijk is vervangen of gewijzigd, met dien verstande dat het bedrag wordt afgerond op € 0,05 naar beneden: b. van een nationaal paspoort, een groter aantal bladzijden bevattende dan een nationaal paspoort als bedoeld in onderdeel 1.2.1 (zakenpaspoort): 1. voor een persoon die op het moment van de aanvraag 18 jaar of ouder is, is gelijk aan het maximale tarief dat is vermeld in artikel 6 van het Besluit paspoortgelden, zoals laatstelijk is vervangen of gewijzigd, met dien verstande dat het tarief wordt afgerond op € 0,05 naar beneden: 2.
voor een persoon die op het moment van de aanvraag de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft bereikt, is gelijk aan het maximale tarief dat is vermeld in artikel 6 van het Besluit paspoortgelden, zoals laatstelijk is vervangen of gewijzigd, met dien verstande dat het tarief wordt afgerond op € 0,05 naar beneden: c. van een reisdocument ten behoeve van een persoon die op grond van de Wet betreffende de positie van Molukkers als Nederlander wordt behandeld (faciliteitenpaspoort): 1. voor een persoon die op het moment van de aanvraag 18 jaar of ouder is, is gelijk aan het maximale tarief dat is vermeld in artikel 6 van het Besluit paspoortgelden, zoals laatstelijk is vervangen of gewijzigd, met dien verstande dat het tarief wordt afgerond op € 0,05 naar beneden: 2. voor een persoon die op het moment van de aanvraag de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft bereikt, is gelijk aan het maximale tarief dat is vermeld in artikel 6 van het Besluit paspoortgelden, zoals laatstelijk is vervangen of gewijzigd, met dien verstande dat het tarief wordt afgerond op € 0,05 naar beneden: d. van een reisdocument voor vluchtelingen of een reisdocument voor vreemdelingen: 1.
voor een persoon die op het moment van de aanvraag 18 jaar of ouder is, is gelijk aan het maximale tarief dat is vermeld in artikel 6 van het Besluit paspoortgelden, zoals laatstelijk is vervangen of gewijzigd, met dien verstande dat het tarief wordt afgerond op € 0,05 naar beneden: 2. voor een persoon die op het moment van de aanvraag de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft bereikt, is gelijk aan het maximale tarief dat is vermeld in artikel 6 van het Besluit paspoortgelden, zoals laatstelijk is vervangen of gewijzigd, met dien verstande dat het tarief wordt afgerond op € 0,05 naar beneden: Artikel 1.10 Nederlandse identiteitskaart Het tarief bedraagt voor het verrichten van handelingen ten behoeve van een aanvraag van: a. van een Nederlandse identiteitskaart: 1. voor een persoon die op het moment van de aanvraag 18 jaar of ouder is, is gelijk aan het maximale tarief dat is vermeld in artikel 6 van het Besluit paspoortgelden, zoals laatstelijk is vervangen of
Tarief
Rijkstarief
Rijkstarief
Rijkstarief
Rijkstarief
Rijkstarief
Rijkstarief
Rijkstarief
Rijkstarief
Rijkstarief
gewijzigd, met dien verstande dat het tarief wordt afgerond op € 0,05 naar beneden: 2. voor een persoon die op het moment van de aanvraag de leeftijd Rijkstarief van 18 jaar nog niet heeft bereikt, is gelijk aan het maximale tarief dat is vermeld in artikel 6 van het Besluit paspoortgelden, zoals laatstelijk is vervangen of gewijzigd, met dien verstande dat het tarief wordt afgerond op € 0,05 naar beneden: b. van een vervangende Nederlandse identiteitskaart voor een persoon Rijkstarief met een uitreisverbod, ongeacht de leeftijd van betrokken persoon, is gelijk aan het maximale tarief dat is vermeld in artikel 6 van het Besluit paspoortgelden, zoals laatstelijk is vervangen of gewijzigd, met dien verstande dat het tarief wordt afgerond op € 0,05 naar beneden: Artikel 1.11 Modaliteiten Het tarief bedraagt voor het verrichten van handelingen ten behoeve van een aanvraag: a.
voor een spoedlevering van de in de artikel 1.9 en 1.10 genoemde Rijkstarief documenten, de in die onderdelen genoemde leges vermeerderd met een tarief dat gelijk is aan het maximale tarief dat is vermeld in artikel 6 van het Besluit paspoortgelden, zoals laatstelijk is vervangen of gewijzigd, met dien verstande dat het tarief wordt afgerond op € 0,05 naar beneden: Paragraaf 1.3 Rijbewijzen Artikel 1.12 Rijbewijzen Tarief Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag Rijkstarief tot het afgeven, vernieuwen of omwisselen van een rijbewijs: het in bijlage VI van de Regeling tarieven Dienst Wegverkeer genoemde bedrag, vermeerderd met het in het artikel 104b van het Reglement rijbewijzen genoemde bedrag, waarbij de som van deze bedragen naar beneden wordt afgerond op een veelvoud van € 0,05: Artikel 1.13 Modaliteiten Het tarief genoemd in artikel 1.12 wordt bij een spoedaanvraag Rijkstarief vermeerderd met het bedrag genoemd in de Regeling tarieven Dienst Wegverkeer en verminderd met het bedrag genoemd in bijlage VI onder afdracht van gemeenten van die Regeling: Paragraaf 1.4 Verstrekkingen in het kader van de basisregistratie persoonsgegevens Artikel 1.14 Definities Tarief 1.
Voor de toepassing van artikel 1.15 wordt onder één verstrekking verstaan verstrekking van een of meer gegevens over één persoon waarvoor de basisregistratie personen moet worden geraadpleegd. 2. Voor de toepassing van artikel 1.16 wordt onder één verstrekking verstaan verstrekking van een of meer gegevens over één persoon die niet zijn opgenomen in de basisregistratie personen. Artikel 1.15 Verstrekking van gegevens uit de basisregistratie personen 1. Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag: a. tot het verstrekken van gegevens, per verstrekking: € 3,70 b. tot het verstrekken van een afschrift uit de basisregistratie € 12,20 personen, per verstrekking: Artikel 1.16 Verstrekking van aangehaakte gegevens 1. Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag: a. tot het verstrekken van gegevens: per verstrekking: € 25,15 2. Voor de toepassing van dit onderdeel lid a wordt onder één verstrekking verstaan verstrekking van één of meer gegevens over één persoon die niet zijn opgenomen in de basisregistratie personen.
Artikel 1.17 Schriftelijke verstrekking [Gereserveerd] Artikel 1.18 Op aanvraag doornemen basisregistratie personen [Gereserveerd] Paragraaf 1.5 Bestuursstukken Artikel 1.19 Afschriften van bestuursstukken 1. Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verstrekken van: a. een afschrift van de Programmabegroting: b. een afschrift van de Kadernota: c. een afschrift van het Collegeprogramma: d. een afschrift van de Bestuursrapportage I en II: e. een afschrift van de Nota reserves en voorzieningen: f. een afschrift van de Programmarekening: g. een afschrift van het MPG: 2. Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verstrekken van rapporten, nota's en andere boekwerken over het gemeentelijk beleid of onderdelen daarvan met een inhoud van: a. 1-50 pagina's, per stuk: b. 50-100 pagina's, per stuk: c. 100-150 pagina's, per stuk: d. 150-200 pagina's, per stuk: e. 200 pagina's of meer, per stuk: 3. vermeerderd met: per pagina boven de 200 pagina's. Artikel 1.20 Abonnement op bestuursstukken [Gereserveerd] Paragraaf 1.6 Vastgoedinformatie Artikel 1.21 Plan- of kaartinformatie 1.
Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verstrekken van een kopie van een ruimtelijk plan of deel daarvan, zoals omgevingsvisie, omgevingsplan, wegenkaart behorende bij de legger bedoeld in artikel 1.22, onderdeel b: a. in formaat A4 of kleiner, per bladzijde: b. in formaat A3: c. in formaat A2: d. in formaat A1: e. formaat groter dan A1: Artikel 1.22 Informatie uit registers of adressenbestanden 1. het gemeentelijke beperkingenregister of de gemeentelijke beperkingenregistratie, dan wel tot het verstrekken van een aan die registratie ontleende verklaring, als bedoeld in artikel 9, eerste lid, van de Wet kenbaarheid publiekrechtelijke beperkingen: 2. tot het verstrekken van gegevens uit de Gemeentelijke Kadastrale Balie per object: 3. tot het verstrekken van de verleende omgevingsvergunning op papier: 4. vermeerderd met: a. 1-50 pagina's, per stuk in formaat A4 in zwart-wit: b. 50-100 pagina's, per stuk in formaat A4 in zwart-wit:
Tarief
€ 30,45 € 18,25 € 12,20 € 12,20 € 18,25 € 24,25 € 18,25
€ 12,20 € 18,25 € 24,35 € 30,45 € 30,45 € 0,15
Tarief
€ 8,70 € 9,65 € 10,45 € 13,40 € 15,90 € 12,20
€ 9,15 € 24,35
€ 12,20 € 18,25
c. 100-150 pagina's, per stuk in formaat A4 in zwart-wit: d. 150-200 pagina's, per stuk in formaat A4 in zwart-wit: e. 200 pagina's of meer, per stuk in formaat A4 in zwart-wit: 5. vermeerderd met: per pagina boven de 200 pagina's: a. 1- 50 pagina's, per stuk in formaat A4 in kleur: b. 50-100 pagina's, per stuk in formaat A4 in kleur: c. 100-150 pagina's, per stuk in formaat A4 in kleur: d. 150-200 pagina's, per stuk in formaat A4 in kleur: e. 200 pagina's of meer, per stuk in formaat A4 in kleur: 6. vermeerderd met: per pagina boven de 200 pagina's a. zwart-witplot in formaat A3: b. zwart-witplot in formaat A2: c. zwart-witplot in formaat A1: d. zwart-witplot in formaat groter dan A1: e. kleurenplot in formaat A3: f. kleurenplot in formaat A2: g. kleurenplot in formaat A1: h. kleurenplot in formaat groter dan A1: Artikel 1.23 Informatie uit adressenbestanden [Opgenomen in artikel 1.22] Paragraaf 1.7 Overige publiekszaken Artikel 1.24 Gemeentegarantie [Gereserveerd] Artikel 1.25 Overige publiekszaken 1. Het tarief voor het in behandeling nemen van een aanvraag: a. Het tarief voor het verkrijgen van een verklaring omtrent het gedrag is gelijk aan het tarief genoemd in de Regeling vergoeding verklaring omtrent het gedrag en gedragsverklaring aanbesteden: b. tot het verkrijgen van een legalisatie van een handtekening of foto: c. tot controle op echtheid documenten: d.
van een bewijs van in leven zijn: e. van een bewijs van Nederlanderschap: f. Het tarief bedraagt voor een optie voor de Nederlandse nationaliteit of een aanvraag tot naturalisatie, zoals deze zijn opgenomen in het Besluit optie- en naturalisatiegelden 2002, dan wel recentelijk is gewijzigd:
€ 24,35 € 30,45 € 30,45 € 0,15 € 18,25 € 24,35 € 30,45 € 36,55 € 36,55 € 0,30 € 1,25 € 2,90 € 3,50 € 4,90 € 16,20 € 19,50 € 26,80 € 30,45
Tarief
Rijkstarief
€ 12,20 € 12,20 € 12,20 € 12,20 Rijkstarief
Paragraaf 1.8 Gemeentearchief Artikel 1.26 Naspeuringen in gemeentearchief Tarief Voor het door of vanwege de gemeente doen van nasporing in, € 19,90 eventueel gevolgd door het geven van één of meer inlichtingen uit het oud en nieuw archief van de gemeente of statistisch documentatiemateriaal van de gemeente, ongeacht het resultaat van die nasporing, één en ander voor zover deze diensten niet met name in tabellen behorende bij deze verordening, of in een andere belastingverordening van deze gemeente, dan wel in andere rechtsregels zijn genoemd, voor elk daaraan te besteden kwartier of een gedeelte daarvan: Artikel 1.27 Afschrift of uittreksel uit gemeentearchief
1. Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verkrijgen van: a. een afschrift of fotokopie van een in het gemeentearchief € 0,65 berustend stuk, per pagina: Artikel 1.28 Uitlenen archiefbescheiden [Gereserveerd] Paragraaf 1.9 Bijzondere wetten Artikel 1.29 Huisvestingswet 2014 [gereserveerd] Artikel 1.30 Leegstandwet 1. Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag: a. tot het verlenen van een vergunning tot tijdelijke verhuur van leegstaande woonruimte als bedoeld in artikel 15, eerste lid, van de Leegstandwet: b. tot het verlengen van een vergunning tot tijdelijke verhuur van woonruimte als bedoeld in artikel 15, negende lid, van de Leegstandwet: Artikel 1.31 Wet op de kansspelen 1. Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verkrijgen van een aanwezigheidsvergunning als bedoeld in artikel 30b van de Wet op de kansspelen: a. voor een periode van twaalf maanden voor één speelautomaat: b. indien de vergunning voor twee of meer speelautomaten geldt, ten hoogste € 22,50, vermeerderd met het product van het aantal speelautomaten, waarvoor de vergunning geldt, en een bedrag van ten hoogste € 34. 2. a. voor één speelautomaten, welke vergunning geldt voor een periode van langer dan vier jaar of voor onbepaalde tijd, voor de eerste speelautomaat: 3.
Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing, indien de vergunning geldt voor een tijdvak van meer dan vier jaar of voor onbepaalde tijd, met dien verstande dat voor de toepassing van onderdeel 1.31a in plaats van € 56,50 een bedrag van € 226,50 en voor de toepassing van onderdeel b in plaats van € 22,50 een bedrag van € 90,50 en in plaats van € 34 een bedrag van € 136 geldt. 4. Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verkrijgen van een vergunning als bedoeld in artikel 3 van de Wet op de kansspelen (loterijvergunning): Artikel 1.32 Telecommunicatiewet 1. Het tarief bedraagt ter zake van het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verkrijgen van een instemming of vergunning in gevolge van de Algemene Verordening Ondergrondse Infrastructuren (AVOI) van de gemeente voor de aanleg van kabels, c.q. leidingen, per locatie voor een ononderbroken tracé, a. met een lengte van meer dan 25 meter wordt het tarief verhoogd voor elke meter boven de 25 meter of gedeelte daarvan, met een bedrag van 2. Het tarief voor het in behandeling nemen van een melding als bedoeld in de Algemene Verordeningen Ondergrondse Infrastructuren (AVOI), omtrent plaats, tijdstip en wijze van uitvoering van werkzaamheden voor tracés tot 25 m: 3.
Indien met betrekking tot een aanvraag overleg moet plaatsvinden tussen de gemeente, andere beheerders van openbare grond en de netbeheerder van het netwerk en/of andere netbeheerders of belanghebbenden, wordt het in 1.32 genoemde bedrag per overleg verhoogd met:
Tarief
€ 123,00 € 123,00
€ 56,50
€ 226,50
€ 61,45
€ 410,00
€ 1,40 € 225,00
€ 460,00
Artikel 1.33 Wegenverkeerswetgeving 1. Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag: a. tot het verkrijgen van een gehandicaptenparkeerkaart als bedoeld in artikel 49 van het Besluit administratieve bepalingen inzake het wegverkeer (BABW): b. tot verlenging van een gehandicaptenparkeerkaart: c. tot vervanging van een gehandicaptenparkeerkaart: d. tot het verkrijgen van een op kenteken toegewezen gehandicaptenparkeerplaats: e. voor het aanleggen van een gehandicaptenparkeerplaats op kenteken als bedoeld in artikel 29 van het Besluit administratieve bepalingen inzake het wegverkeer (BABW): f. voor het wijzigen van een kenteken op een onderbord bij bord E6 van bijlage I van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (RVV 1990): g. voor het verplaatsen van een bij een gehandicapten-parkeerplaats op kenteken als bedoeld in artikel 29 van het Besluit administratieve bepalingen inzake het wegverkeer (BABW) geplaatst bord E6 van bijlage I van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (RVV 1990): Paragraaf 1.10 Diversen Artikel 1.34 Gewaarmerkte afschriften, kopieën, stukken of uittreksels 1. Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag (niet zijnde een Woo-verzoek) tot het verstrekken van: a.
afschriften, doorslagen of fotokopieën van stukken, voor zover daarvoor niet elders in deze tabel of in een andere wettelijke regeling een tarief is opgenomen: 1. per pagina op papier van A4-formaat: 2. per pagina op papier van een ander formaat: b. stukken of uittreksels, welke op aanvraag van de aanvrager moeten worden opgemaakt, voor zover daarvoor niet elders in deze tabel of in een andere wettelijke regeling een tarief is opgenomen, per pagina: 2. Indien het wel een Woo-verzoek betreft, en de kosten meer dan €4 bedragen worden de totale kosten in rekening gebracht volgens de maximum tarieven zoals is vastgesteld in het Besluit maximumtarieven open overheid. Artikel 1.35 Diverse vergunningen of beschikkingen 1. Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag: a. een beschikking op aanvraag, voor zover daarvoor niet elders in deze tabel of in een andere wettelijke regeling een tarief is opgenomen:
€ 155,50
€ 114,00 € 170,50 € 105,45 € 331,05 € 65,35 € 331,05
Tarief
€ 0,65 € 0,65 € 3,10 € 0,65
€ 60,25
Hoofdstuk 2 Dienstverlening en besluiten in het kader van de Omgevingswet Paragraaf 2.1 Algemene bepalingen Artikel 2.1 Definities 1. Begripsbepalingen die zijn opgenomen in de bijlage bij de Omgevingswet, in bijlage I bij het Besluit activiteiten leefomgeving, bijlage I bij het Besluit bouwwerken leefomgeving, bijlage I bij het Besluit kwaliteit leefomgeving, bijlage I bij het Omgevingsbesluit en bijlage I bij de Omgevingsregeling en in de bijlagen bij het gemeentelijke omgevingsplan, zijn van toepassing op dit hoofdstuk, tenzij in de legesverordening of deze tarieventabel anders is bepaald. 2. In dit hoofdstuk voorkomende begrippen die betrekking hebben op activiteiten waarvoor het toetsingskader in een ander dan een in het eerste lid bedoeld wettelijk voorschrift is uitgewerkt, hebben dezelfde betekenis als in dat wettelijk voorschrift bedoeld, tenzij in de legesverordening of deze tarieventabel anders is bepaald. 3.
In dit hoofdstuk wordt verstaan onder: binnenplanse omgevingsplanactiviteit: een activiteit waarvoor in het omgevingsplan is bepaald dat het is verboden deze zonder omgevingsvergunning te verrichten en die niet in strijd is met het omgevingsplan; binnenplanse omgevingsplanactiviteit bij wijzigingsbevoegdheid of uitwerkingsplicht: een activiteit waarvoor in het omgevingsplan is bepaald dat het is verboden deze zonder omgevingsvergunning te verrichten en die in strijd is met het omgevingsplan, maar die niet in strijd is met regels voor de toepassing van een wijzigingsbevoegdheid of het voldoen aan een uitwerkingsplicht in het tijdelijke deel van het omgevingsplan, bedoeld in artikel 22.1, aanhef en onder a, van de Omgevingswet; 4. Bouwkosten: De aannemingssom exclusief omzetbelasting, bedoeld in paragraaf 1, eerste lid, van de Uniforme administratieve voorwaarden voor de uitvoering van werken en van technische installatiewerken (UAV 2012, stcrt.