Toelichting vast te stellen bestemmingsplan
Tekst van het document
5.6.5 Externeveiligheid Rijkskader Externe veiligheid behandelt de risico's die ontstaan als gevolg van opslag van of handelingen met gevaarlijkestoffen. Deze risico ’s kunnen hun weerslag hebben op de omgeving. Het wettelijke kadervoor externe veiligheid bestaatonder meer uit: -
het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi)
-
het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt)
-
het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb).
Enerzijds gaathet over de risicobronnen (bedrijven of transportroutes). Anderzijds gaathet over de risicoontvangers (omstanders die niets met de opslag van of handelingen met gevaarlijkestoffen te maken hebben). Wat betreft de risico-ontvangers maaktde wetgeving onderscheid in kwetsbare objecten en beperkt kwetsbare objecten. Kwetsbare objecten zijn gebouwen, waarin(of waarbij)groepen van circa 50 personen of groter, gedurende langere aaneengesloten tijd verblijven. Ook sommige gebouwen waarin/waarbij kleinere groepen verblijven, worden als kwetsbaarobject gezien, wanneer die personen beperkt zelfredzaamzijn (zoals zieken, bejaardenof gehandicapten). Beperkt kwetsbare objecten zijn verspreid liggende woningen en bedrijven waarin/waarbij groepen van minder dan 50 personen gedurende langere aaneengesloten tijd verblijven. In de landelijke wetgeving wordt meer gedetailleerd beschreven wat eronder kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten wordt verstaan.Belangrijk is hierbij datde opsomming in de wetgeving niet limitatiefis, zodat er in de verdere uitwerking van het beleid nog enige vrijheid rest. Verder maaktde wetgever onderscheid tussen het plaatsgebonden risico en het groepsrisico. Het plaatsgebonden risico (PR) geeft de kans, op een bepaaldeplaats,om te overlijden als gevolg van een ongeval met gevaarlijkestoffen.
De kans heeft betrekking op een fictief persoon die continu op die plaats aanwezigis. Het PR kan op de kaartworden weergegeven met zogeheten risicocontouren: lijnen die punten verbinden met eenzelfde PR. De wetgever schrijft voor hoe moet worden omgegaan met de PR 10-6Zjaar.Binnen deze contour heeft iemand die hier continu aanwezigis de kans van 1 op één miljoen om te overlijden als gevolg van een ongeval met gevaarlijkestoffen. Het groepsrisico (GR) is een maat voor de kans dat bij een ongeval een groep slachtoffers valt met een bepaaldeomvang. Het GR is daarmeeeen maatvoor de maatschappelijke ontwrichting bij een calamiteit.Het GR wordt bepaald binnen het invloedsgebied van een risicovolle activiteit. Dit invloedsgebied wordt begrensd door de 1o0o letaliteitsgrens (tenzij anders bepaald):de afstandwaaropniet meer dan 10 van de blootgestelde mensen in de omgeving komt te overlijden bij een calamiteitmet gevaarlijkestoffen. Gemeentelijk kader De gemeenteraadvan Loon op Zand heeft een beleidsvisie externe veiligheid vastgesteld. In de beleidsvisie is vastgesteld hoe in de gemeente Loon op Zand met externe veiligheid wordt omgegaan. Zo is onder meer opgenomen dat een overschrijding van de richtwaarde voor het plaatsgebonden risico van 10-6 /jaarvoor beperkt kwetsbare objecten niet wenselijk is.
In de gemeente Loon op Zand zijn risicobronnen aanwezigin invloedsgebieden van één of meerdere Brzo bedrijven en/of van een spoorlijn, autoweg of buisleiding. Initiatiefnemer is voornemens om het bestemmingsvlak van vorm te veranderen t.b.v. de uitvoering van een cultuurtechnisch loonwerkbedrijf. Verder wordt de bestaandebedrijfswoning gebruikt als burgerwoning. Ten aanzienvan het groepsrisico kan gesteld worden dat onderhavig plan niet voorziet in de realisatie van een nieuw zeer kwetsbaargebouw. In de beoogde situatie worden enkel twee loodsen opgericht, welke dienst doen als stalling, kantoor, wasplaats en onderhoudswerkplaats. Om te bepalenof er in de directe omgeving bedrijven zijn gelegen waarophet Bevi van toepassing is, risicorelevante transportassenof risicorelevante buisleidingen in de buurt zijn gelegen, is de Risicokaart Nederland geraadpleegd.
Veldstraat11 en 13 - 2023, pag. 48 van 54 vastgesteld 2023
Overig BRZO
U Terreingrens
a Incidentregionale wegen
z Buisleiding
Z Basisnetweg Basisnet-wegtrajectmet PAG-indicatie
Z Basisnet-wegtrajectzonder PAG-indicatie Basisnetspoor Basisnet-spoortraject met PAG-indicatie
Z Basisnet-spoortrajectzonderPAG-indicatie Basisnetwater
z B as i s n et-ze evaartro ute s z Basisnet-binnenvaartroutes
Afbeelding 25: Uitsnede risicokaart, rode omkadering betreft de planlocatie Bevi Op basis van de uitgevoerde risico-inventarisatie blijkt datde planlocatieniet in een invloedsgebied ligt van een Bevi-bedrijf, waardoor het Bevi niet relevant is en er geen beperkingen hoeven te worden gesteld aanhet ruimtegebruik binnen de planlocatie. In de omgeving is enkel op korte afstandeen locatie aanwezigwelke een propaangastank heeft. Dit betreft de locatie op de Paalstraat 28 te De Moer. Deze tank valt onder het Activiteitenbesluit. De richtafstanden zijn in onderstaande afbeelding weergegeven.
ínhoud tank Bevoorrading
Bevoorrading
s 5 x/jaar
* 5 x/jaar
gebouw voor minderjarigen, ouderen, zieken of grote aantallen
s 5 m3
10 meter
20 meter
25 meter
í5 m3 - í1 ï m3
1 5 meter
25 meter
50 meter
Afbeelding 26: Uitsnede veiligheidsafstanden Uitgaandevan een worst-case situatie betreft de afstandtot de aanwezigekwetsbare objecten in het plangebied 50 meter. De afstandvan deze locatie tot het plangebied bedraagtcirca 180 meter. Hierdoor kan geconcludeerd worden datvoldaan wordt aande richtafstanden. Bevb In de nabije omgeving van de planlocatiegeen buisleidingen. De planlocatieligt buiten de PR 10-6 contour. De dichtstbijzijnde buisleiding is gelegen op circa 2.600 meter van het plangebied. Bevt Voor toetsing aanexterne veiligheid voor de planlocatiemoet rekening worden gehouden effecten vanuit het transport van gevaarlijkestoffen over de weg.
met mogelijke
Veldstraat11 en 13 - 2023, pag. 49 van 54 vastgesteld 2023
Deze veiligheidsafstanden liggen op de rijksweg en daarmeeniet binnen het plangebied. Het plangebied is gelegen op circa 3.400 meter tot de dichtstbijzijnde weg waarbijsprakeis van transport van gevaarlijke stoffen. Conclusie Het aspecttransport en externe veiligheid vormt geen belemmering voor onderhavig plan. 5.7
Milieueffectrapportage (M.e.r.)
Een milieueffectrapportage (m.e.r.) brengt de milieugevolgen van een plan in beeld voordat er een besluit over wordt genomen. In een milieueffectrapport worden de gevolgen voor het milieu beschreven. Zo kan de overheid die het besluit neemt de milieugevolgen bij haarafwegingen betrekken. Het doel van m.e.r. is om het milieu een volwaardige plaatste geven in de besluitvorming over plannen en projecten. In een m.e.r.-beoordeling kijkt het bevoegd gezag of een project mogelijk belangrijke nadelige milieugevolgen heeft. Als dat zo is, moet een m.e.r.-procedure worden doorlopen. Een planis kaderstellend voor een toekomstig m.e.r.- (beoordelings)plichtig besluit indien er sprakeis van een overschrijding van de grenswaardenuit de C- of D-lijst van het Besluit m.e.r. Onder deze grenzen uit de C- of D-lijst van het Besluit m.e.r. geldt sinds 7 juli 2017 tevens een m.e.r.beoordelingsplicht. Op onderhavige locatie worden echter geen activiteiten uitgevoerd welke onder de Cof D-lijst vallen. Er kan dus worden geconcludeerd dat er geen sprakeis van een toekomstig m.e.r.(beoordelings)plichtig besluit. Wat betreft het eerste criterium geldt er derhalve geen plicht tot het opstellen van een MER.
Ten aanzienvan het tweede criteria inzake een mogelijke m.e.r.-plicht, geldt dat er in de beoogde situatie geen sprakeis van een planwaarvoor een passendebeoordeling nodig is in verband met een mogelijk significant negatief effect op Natura 2000-gebieden, hier wordt verder op ingegaan in paragraaf 5.2.1 van deze toelichting.
Conclusie Er is geen sprakevan de verplichting tot het opstellen van een MER en het doorlopen van de bijbehorende procedure. Wel heeft er een vormvrije m.e.r.-beoordeling plaatsgevonden, waarbijalle relevante planologische en milieuhygiënische aspectenzijn getoetst en akkoord bevonden.
Veldstraat11 en 13 - 2023, pag. 50 van 54 vastgesteld 2023
6
Toelichting op de regels
6.1 Algemeen Het bestemmingsplan bevat regels die het juridisch instrumentarium geven voor het regelen van het gebruik van de gronden en opstallen én bepalingen over de toelaatbaarheidvan bebouwing. Het bestemmingsplan kan worden verbeeld op papier,en gaatvergezeld van deze toelichting. De toelichting heeft geen bindende werking en maaktjuridisch geen deel uit van het bestemmingsplan. Wel heeft zij een belangrijke functie bij de onderbouwing van het plan. De Wet ruimtelijke ordening biedt zowel de mogelijkheid om een globaal bestemmingsplan te maken als de mogelijkheid van een gedetailleerd bestemmingsplan. Voor de opzet van de regels is aangesloten bij de “Buitengebied ”. De regels bestaanuit vier hoofdstukken. Dit zijn de inleidende regels (artikelen 1 en 2), de bestemmingsregels (artikelen 3 tot en met 5), de algemene regels (artikelen 6 tot en met 13) en de overgangs- en slotregels (de artikelen 14 en 15). Bij de regels hoort een bijlage, te weten een milieuzoneringslijst. In de volgende paragraaf worden de diverse artikelen uit de regels en de bijlage toegelicht. 6.2
Toelichting op de bestemmingen
Artikel 3: Agrarisch De regels voor de ‘Agrarisch’ bestemde gronden zijn overgenomen uit het geconsolideerde bestemmingsplan voor het buitengebied. Op de locatie wordt geen uitvoering gegeven aaneen agrarisch bedrijf, maaris enkel sprakevan een vorm van agrarische bodemexploitatie. De bouw- en gebruiksmogelijkheden t.a.v. deze bestemming zijn derhalve beperkt. Daarnaast is de specifieke functieaanduiding ‘landschappelijkeinpassing’ van toepassing. Dit omdat een groot deel van het omliggende terrein dient als landschappelijkeinpassing. Artikel 4: Bedrijf De regels voor de ‘Bedrijf’ bestemde gronden zijn overgenomen uit het geconsolideerde bestemmingsplan voor het buitengebied. Op de locatie wordt geen uitvoering gegeven aaneen cultuurtechnisch bedrijf. Dit bedrijf is in overwegende mate gericht op het uitvoeren van werkzaamheden met of door machines en werktuigen ten behoeve van de aanlegen onderhoud van groenvoorzieningen, de daarmee samenhangende grondwerken (bovenste grondlaag), het aanleggen, verbeteren of onderhouden van sportvelden en recreatieobjecten, alsmede alle andere grondwerken ten behoeve van beplantingen en groenstroken. Voor de bedrijfslocatie is de specifieke ‘bouwaanduiding - afstandtot bestemmingsgrens - 0’ opgenomen. Bij het ontwerp van het bestemmingsvlak is reeds voldoende afstandaangehouden met omliggende bestemmingen.
Mede omdat de locatie wordt omzoomt door landschappelijkeinpassing is de afstandtot andere gebouwen maardan 5 meter. Daarom kunnen gebouwen rechtstreeks tegen de bestemmingsgrens gerealiseerd worden. Ter plaatsevan de bedrijfsbestemming is tevens de functieaanduiding ‘bedrijfswoning uitgesloten ’ van toepassing omdat de voormalige bedrijfswoning wordt ontkoppeld. Artikel 5: Tuin De regels voor de ‘Tuin ’ bestemde gronden zijn overgenomen uit het geconsolideerde bestemmingsplan voor het buitengebied. Primairwordt deze bestemming gebruikt alstuin en erf met bijbehorende voorzieningen. Deze gronden komen in beginsel niet voor bebouwing in aanmerking. Artikel 6:
Wonen - 1
Veldstraat11 en 13 - 2023, pag. 51 van 54 vastgesteld 2023
De bestemming ‘Wonen - 1’ is opgenomen voor omzetting van een voormalige bedrijfswoning naareen woonbestemming. Binnen deze bestemming de bestaandewoning behouden. Artikel 7: Waarde- Archeologie 2 De regels voor de ‘Agrarisch’ bestemde gronden zijn overgenomen uit het geconsolideerde bestemmingsplan voor het buitengebied. Dit artikel geeft aanop welke manier de aangewezengronden bestemd zijn voor de instandhouding en bescherming van op of in die gronden aanwezigearcheologische waarden.
Veldstraat11 en 13 - 2023, pag. 52 van 54 vastgesteld 2023
7
Hoofdstuk 7
Economische
uitvoerbaarheid
Dit bestemmingsplan voorziet in nieuwe bouwmogelijkheden. De Grondexploitatie-wetgeving is dan ook van toepassing. Dat betekent dat meerkosten voor de planologische procedure als gevolg van particuliere ontwikkelingen dienen te worden verhaald op de initiatiefnemer(s). Het verhalen van deze kosten kan op twee manieren worden geregeld, namelijk via een anterieure overeenkomst of via een exploitatieplan.De gemeente Loon op Zand heeft nadrukkelijk de voorkeur om dit via een anterieure overeenkomst met de initiatiefnemer te regelen omdat het opstellen van een exploitatieplanaanzienlijkemeerkosten voor gemeente én initiatiefnemer tot gevolg heeft. Dit planis een particulier initiatief. Met initiatiefnemer is een anterieure overeenkomst gesloten. De kosten die voortvloeien uit het planzijn voor rekening en risico van initiatiefnemer. Hiermee is de financiële haalbaarheidvoor de gemeente gegarandeerd. In de anterieure overeenkomst is ook vastgelegd datde eventuele planschadevoor rekening komt voor de initiatiefnemer. De economische uitvoerbaarheid is hiermee voldoende aangetoond.
Veldstraat11 en 13 - 2023, pag. 53 van 54 vastgesteld 2023
8
Hoofdstuk 8
Overleg en maatschappelijke
uitvoerbaarheid
8.1 Omgevingsdialoog Met de omgeving heeft een dialoog plaatsgevonden waarbijhet gewenste initiatiefis voorgelegd. Omwonenden hebben hiervoor gelegenheid gehad om te reageren op het plan. Uit het dialoog zijn geen zaken naarvoren gekomen die leiden tot een aanpassingvan het plan. Vooroverleg en inspraakreactie 8.2 Artikel 3.1.1 van het Besluit ruimtelijke ordening bepaaltdat ‘het bestuursorgaan dat belast is met de voorbereiding van een bestemmingsplan daarbijoverleg pleegt met de besturen van betrokken gemeenten en waterschappenen met die diensten van provincie en Rijk die betrokken zijn bij de zorg voor de ruimtelijke ordening of belastzijn met de behartiging van belangen welke in het plan in het geding zijn’. Ter uitvoering daarvanzijn de in dat artikel genoemde instanties in de gelegenheid gesteld om te reageren op het voorontwerpbestemmingsplan. In Bijlage 8 is een verslag gemaaktvan de inspraakreacties.In het verslag is aangevenwatgedaanis met de inspraakreacties. 8.3 Zienswijze Het ontwerpbestemmingsplan ligt op grond van de Wet ruimtelijke ordening en de Algemene wet bestuursrecht voor iedereen gedurende zes weken ter inzage. Tegelijkertijd wordt het planelektronisch beschikbaargesteld via de gemeentelijke website en de landelijke website www.ruimtelijkeplannen.nl.
Burgemeester en wethouders hebben de terinzagelegging vooraf meegedeeld in het plaatselijkeblad, in de Staatscourant en op de gemeentelijke website. Tijdens de gestelde termijn zijn 3 zienswijze ontvangen. Deze zienswijzen zijn aanleidinggeweest om het bestemmingsplan op een aantalonderdelen aante passen.Voor een verdere toelichting op één en ander wordt verwezen naarde Nota Zienswijzen, die als bijlage bij deze toelichting is gevoegd.
Veldstraat11 en 13 - 2023, pag. 54 van 54 vastgesteld 2023
Bijlagen Bijlage 1: Plattegrondtekening Bijlage 2: Landschappelijkeinpassing Bijlage 3: Voorbeeld Toolboxen veiligheid Bijlage 4: Voortoets Stikstof Bijlage 5: Akoestisch onderzoek Bijlage 6: Bodemonderzoek Bijlage 7: Alternatievenonderzoek Bijlage 8: Verslag inspraakreacties Bijlage 9: Verslag zienswijzen