CConstaterende datLoon op Zand
Koppel je AI →
Document · PDF

Toelichting vast te stellen bestemmingsplan

Raadsvergadering 14 december 2023, gemeente Loon op ZandBij agendapunt: Raadsvoorstel over gewijzigd vaststellen van het bestemmingsplan Veldstraat 11-13 te De Moer17.911 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Veldstraat11 en 13 - 2023, pag. 1 van 54 vastgesteld 2023

Bestemmingsplan Veldstraat 11 en 13 te De Moer Ontwerp Toelichting

OCUMELA

Veldstraat11 en 13 - 2023, pag. 2 van 54 vastgesteld 2023

INHOUDSOPGAVE TOELICHTING 1

Inleiding ..................................................................................................................................................4 1.1 Aanleiding......................................................................................................................................4 1.2 Plangebied.....................................................................................................................................4 1.3 Geldende bestemmingsplannen....................................................................................................5 2 Bestaandesituatie..................................................................................................................................7 3 Beoogde situatie.....................................................................................................................................8 3.1 Afsplitsing bedrijfswoning ..............................................................................................................8 3.2 Verplaatsingbedrijfsactiviteiten René Verboven B.V....................................................................

8 4 Ruimtelijk beleidskader........................................................................................................................11 4.1 Wettelijk kader............................................................................................................................. 11 4.2 Rijksbeleid................................................................................................................................... 11 4.3 Provinciaal beleid........................................................................................................................15 4.4 Gemeentelijk beleid.....................................................................................................................23 5 Omgevingsaspecten.............................................................................................................................25 5.1 Landschap ...................................................................................................................................25 5.2 Natuur ..........................................................................................................................................27 5.3 Archeologie en Cultuurhistorie ....................................................................................................31 5.4 Mobiliteit en

parkeren..................................................................................................................34 5.5 Water...........................................................................................................................................35 5.6 Milieuaspecten.............................................................................................................................40 5.7 Milieueffectrapportage (M.e.r.)....................................................................................................49 6 Toelichting op de regels.......................................................................................................................50 6.1 Algemeen .....................................................................................................................................50 6.2 Toelichting op de bestemmingen................................................................................................. 50 7 Hoofdstuk 7 Economische uitvoerbaarheid ........................................................................................52 8 Hoofdstuk 8 Overleg en maatschappelijke uitvoerbaarheid ................................................................

53 8.1 Omgevingsdialoog .......................................................................................................................53 8.2 Vooroverleg en inspraakreactie ...................................................................................................53 8.3 Zienswijze....................................................................................................................................53 Bijlagen...................................................................................................................................................... 54

REGELS VERBEELDING BIJLAGEN Zie separaat bijlagenboek

Veldstraat11 en 13 - 2023, pag. 3 van 54 vastgesteld 2023

TOELICHTING Bestemmingsplan Veldstraat11 en 13 te De Moer Gemeente Loon op Zand

Veldstraat11 en 13 - 2023, pag. 4 van 54 vastgesteld 2023

1

Inleiding

1.1 Aanleiding Het cultuurtechnische loonbedrijf van René Verboven B.V., is gevestigd en bedrijfsvoerend aande Middelstraat8, 5176 NJ in De Moer. Door de maatschappelijke behoefte om invulling te geven aanextra woningbouw in de kern van De Moer, is de bedrijfslocatie van dhr. Verboven aangewezenals een geschikte locatie om woningbouw te realiseren. Tevens is de bestemming ter plaatsevan het huidige bedrijf niet passendvoor de bestaandebedrijfsactiviteiten. Vandaar dat een verplaatsingnoodzakelijk is. Initiatiefnemer is geruime tijd op zoek naareen geschikte locatie, zodat de noodzakelijke woningbouw gerealiseerd kan worden. De eigenaren van de locatie aande Veldstraat11 en 13 te De Moer hebben zich bereid gevonden om bij te dragen aande oplossing voor de zoektocht naareen geschikte locatie van initiatiefnemer. Dit is binnen de gemeente op dit moment de meest geschikte locatie voor dit bedrijf. De vestiging van het bedrijf op deze locatie maaktde hoognodige woningbouw in de Moer mogelijk. Het beoogde initiatiefis in strijd met het vigerende bestemmingsplan. Voor realisering van het initiatief is een aanpassingvan het bestemmingsplan noodzakelijk. Voorliggende

toelichting

betreft een planologische verantwoording van het beoogde

initiatief.

1.2 Plangebied Het plangebied ligt in de gemeente Loon op Zand, ten noorden van de kern De Moer (1,2 kilometer) en ten zuiden van de kern Kaatsheuvel (1,4 kilometer). De percelen zijn kadastraal bekend als gemeente Loon op Zand, Sectie Q, nummers 558, 655 en 656. Het plangebied ligt aande Veldstraaten de Zijstraat. Op de locatie is één bedrijfswoning met bijbehorende garageaanwezig.Verder is op de locatie een drijfmestsilo aanwezig.

éįfĩļyź ć*

Afbeelding 1: Uitsnede projectlocatie

Veldstraat11 en 13 - 2023, pag. 5 van 54 vastgesteld 2023

1.3 Geldende bestemmingsplannen Voor het buitengebied van de gemeente Loon op Zand is op 15 december 2011 het bestemmingsplan ‘Buitengebied 2011 ’ vastgesteld. De Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raadvan State heeft op 11 september 2013 een tussenuitspraak gedaanover het bestemmingsplan.Het bestemmingsplan is naar aanleidingvan deze uitspraakop 16 december 2013 opnieuw vastgesteld. Op 24 september 2014 heeft de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raadvan State een einduitspraakgedaanwaardoor het bestemmingsplan onherroepelijk is geworden. Gelet op de uitspraakvan de Afdeling, nieuw provinciaalbeleid en enkele veranderingen van inzicht ten opzichte van het bestemmingsplan ‘Buitengebied 2011’, is op 10 december 2015 de herziening van het bestemmingsplan opgesteld: het bestemmingsplan 'Herziening Buitengebied 2015'. De opeenvolgende bestemmingsplannen, besluiten en herzieningen en ook inmiddels verleende omgevingsvergunningen maken de raadplegingvan het huidige planologische regime niet eenvoudig. Om deze reden is een geconsolideerde versie opgesteld.

Conform het bestemmingsplan zijn op onderhavige locatie de volgende bestemmingen en aanduidingen van toepassing: Enkelbestemming ‘Bedrijf Enkelbestemming ‘Agrarisch’ Dubbelbestemming ‘Waarde- Archeologie 2’ Functieaanduiding ‘agrarisch loonbedrijf ’ Maatvoering ‘maximum oppervlakte: 2.640 m2’ Gebiedsaanduiding ‘beperkingen veehouderij ’. Conform de regels van het vigerend bestemmingsplan blijkt datde betreffende gronden ter plaatsevan het bedrijf bestemd zijn voor de voor ‘Bedrijf aangewezengronden: a. agrarisch-technische hulpbedrijven en agrarische verwante bedrijven in de vorm van: 1. een agrarisch loonbedrijf ter plaatsevan de aanduiding ‘agrarisch loonbedrijf ’;

t- ■f

t

Afbeelding 2: Uitsnede vigerend bestemmingsplan

Veldstraat11 en 13 - 2023, pag. 6 van 54 vastgesteld 2023

Een deel van het plangebied heeft een agrarische bestemming (in afbeelding 2 links van het paarsevlak, richting de Zijstraat).Op grond van het bestemmingsplan is hier een agrarische bedrijfsuitoefening toegestaan, in de vorm van agrarische bodemexploitatie met bijbehorende voorzieningen. Voorbereidingsbesluit ‘Zuid-West 380 kV Oost (Rilland-Tilburg)’ Tevens ligt op een gedeelte van deze locatie het voorbereidingsbesluit Tilburg) ’, welke is opgelegd door de Rijksoverheid.

‘Zuid-West 380 kV Oost (Rilland-

Het is wenselijk te voorkomen datzich, in het gebied dat bestemd zalworden voor een nieuw 380kVhoogspanningsstation ten noorden van Tilburg én voor het tracé van de voorgenomen hoogspanningsverbinding Zuid-West 380 kV Rilland-Tilburg, ruimtelijke ontwikkelingen voordoen die het gebied minder geschikt maken voor de verwezenlijking van die bestemmingen.

Afbeelding 3: Uitsnede voorbereidingsbesluit

Veldstraat11 en 13 - 2023, pag. 7 van 54 vastgesteld 2023

2

Bestaande situatie

De bedrijfslocatie is gelegen in een gemengd agrarisch gebied (zand). Het betreft een gebied watde grens vormde tussen jonge heide ontginningsgebieden en oud cultuurland met veel perceelrandbegroeiingen. Door schaalvergroting in de agrarische sector zijn de meeste kenmerkende eigenschappen verdwenen (behoudens op locaties waarreeds investeringen zijn gedaanom de gebiedseigen kenmerken terug te brengen). Het landschapis grootschalig, open tot zeer open en wordt gekenmerkt door een zeer regelmatig, rationeel, rechtlijnig verkavelingspatroon. In de omgeving zijn verschillende functies gelegen, waaronder agrarische functies (waaronderzorgboerderij), woonfuncties en een industriële functie. Op circa 700 meter is het golfpark ‘De Loonsche Duynen ’ gelegen. Op de locatie is één bedrijfswoning met bijbehorende garageaanwezig.Verder is op de locatie een drijfmestsilo aanwezig.

Afbeelding 4: Weergave bestaandesituatie

Veldstraat11 en 13 - 2023, pag. 8 van 54 vastgesteld 2023

3

Beoogde situatie

Initiatiefnemer is voornemens

om de locatie aande Veldstraat11 en 13 te herontwikkelen.

3.1 Afsplitsing bedrijfswoning Het is voor zowel koper als verkoper op dit moment geen optie om de bestaandebedrijfswoning op de Veldstraat13 te kopen dan wel te verkopen. Om de woningbouwontwikkeling in De Moer mogelijk te maken is afsplitsingvan de woning noodzakelijk. Andere geschikte locaties zijn namelijk niet aanwezig. 3.2 Verplaatsing bedrijfsactiviteiten René Verboven B.V. René Verboven B.V. is in overwegende mate gericht op het uitvoeren van werkzaamheden met of door machines en werktuigen ten behoeve van de aanlegen onderhoud van groenvoorzieningen, de daarmee samenhangende grondwerken (bovenste grondlaag), het aanleggen, verbeteren of onderhouden van sportvelden en recreatieobjecten, alsmede alle andere grondwerken ten behoeve van beplantingen en groenstroken. Er is derhalve sprakevan een cultuurtechnisch loonwerkbedrijf. Ontwikkelingen initiatiefnemer In navolgende afbeelding is de gewenste situatie weergegeven. Hierbij is rekening gehouden noodzakelijke activiteiten die uitgevoerd worden op de locatie van initiatiefnemer.

met alle

Op de planlocatiezullen 2 bedrijfsgebouwen worden opgericht. De bedrijfsgebouwen zullen 2.500 m2 aanruimte innemen. Het terrein zal worden ingericht met verharding. Totaal zal 5.500 m2 aanverharding worden aangebracht.Rondom het perceel zal landschappelijkeinpassing worden aangebracht.Totaal 8.000 m2 aanlandschappelijkeinpassing. Bij het ontwerp is specifiek aandachtbesteed aaneen goede landschappelijkeinpassing en het gunstig positioneren van milieubelastende activiteiten. In Bijlage 1 is de beoogde situatie weergegeven, alsmede in onderstaande afbeelding.

Afbeelding 5: Gewenste indeling bedrijfslocatie

Veldstraat11 en 13 - 2023, pag. 9 van 54 vastgesteld 2023

Bebouwing Initiatiefnemer beschikt over een omvangrijk machinepark.Het materieel is als ‘kwetsbaar ’ materieel aan te merken, vanwege onder andere: Materieel bevat hoge mate van technologie en elektronica (boardcomputers, gps, etc.); Materieel bevatdraaiende,onbeschermde (tegen weersinvloeden) onderdelen; bij stilstand c.q. indien materieel niet in gebruik is, leidt dit tot roestvorming, ‘vastlopende’ onderdelen en derhalve storingen en dergelijke met een toename aanonderhoud/reparaties tot gevolg; Divers materieel is zeer ‘gewild’ bij het ‘dievengilde ’ (extra bescherming - via bebouwing én daardoor ‘uit het zicht ’ onttrekken - is noodzakelijk); Diverse machines/ werktuigen zijn maareen deel van het jaarinzetbaar.In de tijd dat het materieel niet gebruikt wordt, is inpandige stalling vereist. In de huidige situatie van het plangebiedzijn op dit moment geen geschikte voorzieningen aanwezigten behoeve van onder andere het stallen/parkerenvan het materieel en machines (in bebouwing), repareren,reinigen en onderhouden van het materieel in eigen beheer (werkplaats). Als gevolg van een verdere specialisering van het materieel is het aantalwerktuigen datgebruikt wordt, sterk uitgebreid. Deze machines zijn kostbaar in aanschaf,maarhalen betere rendementen in de vaak korte, weersafhankelijke periodes. Initiatiefnemer heeft derhalve relatiefveel kostbaarseizoensgebonden materieel.

Door de specialisatieenerzijds en anderzijds door beperkte groei van personeel van de afgelopen jaren heeft initiatiefnemer meer werktuigen, machines, hulpstukken en dergelijke dan dater stallingsruimte beschikbaar is. Op termijn heeft initiatiefnemer 2.500 m2 aanbedrijfsgebouwen nodig. Uitgangspunt hierbij is datwaar mogelijk activiteiten inpandig uitgevoerd worden. De activiteiten die inpandig uitgevoerd worden zijn: - Kantoor; - Kantine; - Werkplaats; - Wasplaats; - Stalling machines; Opslagonderdelen, banden, etc.; Opslaggevoelige en kostbare stoffen. Met 2.500 m2 kan initiatiefnemer ook op termijn voorzien

in voldoende

ruimte.

Buitenopslag Het onderdeel ‘buitenopslag in ruime zin’, binnen de bedrijfslocatie, is essentieel als ‘verlengstuk ’ van de dienstverlening van het cultuurtechnisch bedrijf i.c. het bedrijf van initiatiefnemer. Totaal is 2.400 m2 aan buitenopslag benodigd. De werkzaamheden dienen op de werklocatie (buiten de inrichting) normaliter vroegtijdig aante vangen (bijvoorbeeld 7.00 uur op locatie). Bij genoemde activiteiten is het zeer doelgericht en efficiënt dat initiatiefnemer direct de benodigde stoffen (zoals: zand (diverse soorten), grond) kan meebrengen en ter plaatse,bij de klant, nuttig kan toepassen. Om dit vanuit bedrijfsmatig en strategisch oogpunt te realiseren is een doelmatige opslag binnen het bedrijf noodzakelijk. De activiteiten t.b.v. buitenopslag dienen enkel ter uitvoering van het eigen cultuurtechnische bedrijf. Opslagvoorzieningen Om voldoende opslag te realiseren is initiatiefnemer voornemens producten op een nette wijze op te slaan.Uitgangspunt hierbij is datter plaatsesprakeis van een verwaarloosbaarbodemrisico. Hieronder treft u een voorbeeld van de opslag van grond e.d. Ook zal deze opslag op een zorgvuldige wijze landschappelijkingepastworden.

Veldstraat11 en 13 - 2023, pag. 10 van 54 vastgesteld 2023

I_________________

:___ :_______ si_ :_____ _ __ :________________________________

Afbeelding 6: Voorbeeld opslag grond e.d. Voldoende manoeuvreerruimte, parkeerruimte en inrit t.b.v. efficiëntere vervoersbewegingen en minder overlast Op de bedrijfslocatie is in de toekomst voldoende ruimte noodzakelijk om te manoeuvreren. Door voldoende ruimte op het perceel te creëren zal de logistiek op het totale terrein effectiever, efficiënter en veiliger kunnen plaatsvinden.Met de gewenste inrichting beoogt initiatiefnemer rijbewegingen te optimaliseren en daardoor overlast te voorkomen. In de beoogde situatie wordt 400 m2 gebruikt ten behoeve van parkeervoorzieningen, 2.400 m2 ten behoeve van erfverharding en 300 m2 ten behoeve van de inrit. Landschappelijke inpassing Initiatiefnemers zijn voornemens om de locatie op een robuuste wijze landschappelijkin te passen. In totaal zal 8.000 m2 aanruimte worden gebruikt voor landschappelijkeinpassing. Het doel van deze landschappelijkeinpassing is een verdere versterking van het landschap.Hierbij zal met de volgende zaken rekening gehouden worden: - Toepassing van gebiedseigen beplanting; Rekening houden met het karaktervan het gebied; - Verzachting van het aanzicht van de loodsen door het realiseren van beplanting; Opvangen en plaatselijklaten infiltreren van niet-verontreinigd hemelwater afkomstig van daken en erfverharding. In paragraaf 5.1 wordt nader ingegaan op de wijze waaropde locatie landschappelijkwordt ingepast.

Veldstraat11 en 13 - 2023, pag. 11 van 54 vastgesteld 2023

4

Ruimtelijk beleidskader

4.1

Wettelijk kader

4.1.1 Wetruimtelijkeordening De hoofdlijnen van de Wet ruimtelijke ordening zijn: Decentraalwat kan en centraalwat moet: rijk en provincie moeten en mogen niet meer regelen dan watde taakvan deze overheden direct met zich brengt; Rijk, provincie en gemeente hebben gelijke instrumenten en kunnen die inzetten voor de eigen taken op het gebied van de ruimtelijke ordening: structuurvisie, bestemmingsplan en projectafwijkingsbesluit; Rijk en provincie kunnen zaken voor gemeente dwingend voorschrijven via een verordening en via een aanwijzing; Er is een strikte scheiding tussen beleid en bestemmingsplan; beleidsdocumenten hebben geen directe juridische werking meer; De goedkeuring van de provincie op bestemmingsplannen is vervallen; Voor de realisering van projecten kan een projectafwijkingsbesluit genomen worden; Voor gebieden waargeen ruimtelijke ontwikkelingen spelen kan de gemeente kiezen om een beheersverordening te maken in plaatsvan een bestemmingsplan; Er is een drempel voor planschadevan 20Zo; De mogelijkheid van kostenverhaal bij grondexploitatie is verbeterd; Bestemmingsplannen moeten analoog en digitaalworden gemaakt. Onderdeel van de Wet ruimtelijke ordening is de Grondexploitatiewet (Grex-wet). De grondexploitatiewet is als paragraaf 6.4 in de nieuwe Wet ruimtelijke ordening opgenomen.

Doelstelling van de nieuwe wet is een goede regeling voor kostenverhaal, binnenplanse verevening en enkele locatie-eisen bij particuliere grondexploitatie. Onder de Grex-wet is kostenverhaal mogelijk via het privaatrechtelijkespoor (door middel van een vrijwillige samenwerkingsovereenkomst) en door middel van het publiekrechtelijke spoor. Het kostenverhaal heeft een verplichtend karakter.Privaatrechtelijke afsprakenhebben de voorkeur. Maarals een gemeente er niet in geslaagdis met alle particuliere eigenaren in een gebied een overeenkomst te sluiten over grondexploitatie moet de gemeente publiekrechtelijk kosten verhalen bij partijenwaarmeegeen contract is gesloten. Dit publiekrechtelijke verhaal gaatdoor middel van een exploitatieplan,waarvande totstandkoming gelijk op moet lopen met een bestemmingsplan. De verplichting tot een publiekrechtelijke regeling is gekoppeld aantwee voorwaarden: 1. In de eerste plaatsis een ruimtelijk besluit op grond van de Wet ruimtelijke ordening nodig. Het publiekrechtelijk instrumentarium is alleen van toepassing bij de vaststelling van een bestemmingsplan, wijziging van een bestemmingsplan, of een projectafwijkingsbesluit. 2. De tweede voorwaarde is dat het ruimtelijk besluit voorziet in nieuwbouw of in belangrijke en omvangrijke verbouwplannen met functiewijzigingen.

De bouwplannen waarhet om gaatzijn in het Besluit ruimtelijke ordening aangewezen. 4.2 4.2.1

Rijksbeleid NationaleOmgevingsvisie (NOVI)

De ruimtelijke structuurvisie op rijksniveau betreft de Nationale Omgevingsvisie (NOVI), als vastgesteld op 11 september 2020. De NOVI is een instrument van de nieuwe Omgevingswet en loopt vooruit op de inwerkingtreding van die wet. In de NOVI wordt door het Rijk een langetermijnvisie, richting 2050, gegeven op de toekomstige ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. Geconcludeerd wordt dat Nederland staatvoor een aantalurgente complexe maatschappelijke opgaven, op zowel lokaal, regionaal, nationaalals internationaalniveau. De NOVI beoogt perspectiefte bieden om deze opgaven in gezamenlijkheid, samen met andere overheden en maatschappelijke organisaties, aante pakken,met regie vanuit het Rijk. Het kernbegrip is daarbij‘omgevingskwaliteit ’, betreffende ruimtelijke kwaliteit én milieukwaliteit. Met daarbijinachtneming van maatschappelijke waardenen inhoudelijke normen voor

Veldstraat11 en 13 - 2023, pag. 12 van 54 vastgesteld 2023

bijvoorbeeld gezondheid, veiligheid en milieu. Met een integrale samenwerking en met steeds een zorgvuldige afweging van belangen wordt gewerkt aande 4 nationale prioriteiten: ^ Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie; Wegens mondiale problematieken aangaande klimaatveranderingen zeespiegelstijging, dienen keuzes voor functies die gebruik maken van de fysieke leefomgeving meer te worden afgestemd op de eigenschappen van het bodem-watersysteem. Deze keuzes dragen bij aaneen klimaatbestendigeen waterrobuuste inrichting van Nederland in 2050. Energietransitie is noodzakelijk, maargaatook gepaard met conflicterende belangen ten aanzienvan ruimtegebruik en effecten op de lange termijn. De NOVI is daarom richtinggevend om bij de inpassing van energieinfrastructuur aandachtte behouden voor de kwaliteitvan de leefomgeving. ^ Een duurzaam en (circulair) economisch groeipotentieel; In het kielzog van de COVID-19-pandemiewordt hard gewerkt om de gevolgen voor de economie zoveel als mogelijk te beperken. Datvraagtop korte termijn om ongekende overheidsingrepen en investeringen. Gezocht wordt naarmogelijkheden voor een co-creatie om deze interventies en investeringen ook ten goede te laten komen voor de lange termijn-ambities, namelijk het duurzaam en circulair maken van de economie en energievoorziening en het versterken van de kwaliteitvan de leefomgeving.

Aanvullend wordt bij locaties van kantoren, bedrijventerreinen, grootschalige logistieke functies en datacentranaast de vraagvanuit bedrijven, economische vitaliteit, de aansluiting op het verkeers- en vervoersnetwerk en het elektriciteitsnetwerk rekening gehouden met de aantrekkelijkheid en de kwaliteitvan stad en land. Vanuit nationaalniveau wordt ingezet op actieve clustering van (grootschalige) logistieke functies op logistieke knooppunten langs (inter)nationale corridors. ^ Sterke en gezonde steden en regio ’s; Met de NOVI wordt gebouwd aansterke, aantrekkelijkeen gezonde steden. Er wordt ingezet op de verdere ontwikkeling van het Stedelijk Netwerk Nederland. Doelstelling is om daarnaartoe te groeien en een goed bereikbaarnetwerk van steden en regio ’s te realiseren. De grote actuele woningbehoefte vraagtechter tegelijkertijd om oplossingen op korte termijn. Het kabinet heeft voor de korte termijn daarom een pakketaanmaatregelenvoorgesteld om de woningbouw een stevige impuls te geven. De locaties bevinden zich daarbijin het Stedelijk Netwerk Nederland. De ontwikkeling vindt plaatsin lijn met de ambitiesvan de integrale verstedelijkingsstrategie, zoveel mogelijk in bestaandstedelijk gebied, klimaatbestendigen natuurinclusief. Belangrijke aandachtgaatuit naarhet aanbod en de kwaliteitvan groen in de stad en de aansluiting op het groene gebied buiten de stad.

De COVID-19-crisis onderstreept de waardeen het belang van een goede inrichting van de openbare ruimte voor het menselijk welbevinden. ^ Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. Doelstelling is te komen tot een landelijk gebied waarhet prettig wonen, werken en recreëren is en waar ruimte is en blijft voor economisch vitale landbouw als belangrijke dragervan het platteland.De stikstofproblematiek raaktzowel het landelijk gebied, als diverse economische sectoren. De waardevan de natuur, het landschapen de toekomst van de landbouw staanonder druk. Ook de verbetering van de biodiversiteit is daarbijeen uitdaging. Houdbare oplossingen vragen echter tijd. Voor de lange termijn wordt daarom gewerkt aaneen geleidelijke en zorgvuldige herindeling van het landelijk gebied, onder meer gericht op kringlooplandbouw in goed evenwicht met natuur en landschap. Naastvoornoemde prioriteiten zijn in de NOVI tevens 21 nationale belangen benoemd. De geformuleerde nationale ambities vragen veel van de leefomgeving. Een scalavan belangen en claims moet een plek vinden binnen de totale oppervlaktevan Nederland. Niet alles kan en niet alles kan overal. Dit leidt soms tot conflicterende belangen, waaruitgekozen moet worden. Het Rijk moet en wil in dit proces het voortouw nemen.

Vanuit de NOVI geeft het Rijk de kaders en richting mee voor zowel nationale als decentrale keuzes, waarbijde verantwoordelijkheid ligt bij alle partijen(Rijk, provincie, waterschappen, gemeenten, bedrijven, maatschappelijke instellingen en burgers) gezamenlijk. Dit om te komen tot de gezamenlijke beoogde transitie naareen duurzame en circulaire samenleving. De NOVI zalworden uitgevoerd o.a. in de vorm van Omgevingsagenda’s, programma’s en de Regionale Investeringsagenda’s. Centraalbij de afweging van belangen staateen evenwichtig gebruik van de fysieke leefomgeving, zowel van de boven- als de ondergrond. Het betreft ‘omgevingsindusief beleid, en

Veldstraat11 en 13 - 2023, pag. 13 van 54 vastgesteld 2023

de NOVI onderscheidt daarbijdrie afwegingsprincipesdie kunnen worden toegepast bij het afwegen en prioriteren van de verschillende belangen en opgaven: 1. Combinaties van functies gaanvoor enkelvoudige functies (‘dubbele doelstelling ’); 2. Kenmerken en identiteit van een gebied staancentraal; 3. Afwentelen wordt voorkomen. Regie wordt bovendien aanandere overheden meegegeven in de vorm van voorkeursvolgorden voor een evenwichtige toedeling van functies aanlocaties. Zo wordt vanuit de rijksoverheid sturing gegeven aan beleidsmatige afwegingen en toekomstbestendige ontwikkelingen, waarbijop lokaal niveau de concrete uitwerking hiervan kan worden gemaakt.De nationale strategische keuzes worden daarmeeuitgewerkt tot gebiedsgericht maatwerk. De ontwikkeling draagtop haarschaalniveau bij aaneen aantalvan de genoemde nationale belangen. Met de ontwikkeling wordt een bijdrage geleverd aaneen aantrekkelijkruimtelijk-economisch vestigingsklimaat.Tevens gaatde ontwikkeling gepaardmet een goede leefomgevingskwaliteit en een gezonde en veilige fysieke leefomgeving. Dit o.a. door toevoeging van een robuuste landschappelijke inpassing (klimaatbestendigheid, biodiversiteit). Het planvoornemen voorziet in een toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied.

Dit betreft een duurzaam en economische ontwikkeling met perspectiefvoor de toekomst in de sector waarin initiatiefnemer zich verkeert. Dit samengaandmet versterking van de ruimtelijke kwaliteit en het zorgvuldig ruimtegebruik in het plangebied. Het voornemen is daardoor passendbinnen de gestelde ambities uit de NOVI. Gelet op het schaalniveau van het voornemen (perceelsniveau) is een nadere toetsing niet aande orde. 4.2.2 Voorbereidingsbesluit ‘Zuid-West380kVOost’ en Inpassingsplan ‘Zuid-West380kVOost’ Om de levering van stroom in de toekomst te kunnen garanderen,is er behoefte aanuitbreiding van het bestaandeelektriciteitsnet. Een van de projecten die hier aanbij moet dragen is de realisatievan een nieuwe 380 kV-verbinding tussen Borssele en de landelijke ring bij Tilburg: Zuid-West 380 kV (ZW380). Deze verbinding transporteert elektriciteit van de productielocaties in Zeeland en op zee naar Tilburg, waarverder transport via de landelijke 380 kV-ring plaatsvindt.De aanlegvan de nieuwe hoogspanningsverbinding is nodig om nu en in de toekomst te kunnen voldoen aande wettelijke eisen voor leveringszekerheid van elektriciteit. De nieuwe verbinding loopt van Borssele via Rilland naar Tilburg. Ter plaatsevan het plangebied is zowel het voorbereidingsbesluit ‘Zuid-West 380 kV Oost ’ als het inpassingsplan‘Zuid-West 380 kV Oost ’ van toepassing.

Het voorbereidingsbesluit is aangegeven als een blauwe stippellijn en de zwartestippellijn betreft het ontwerp inpassingsplan‘Zuid-West 380 kV Oost ’.

Afbeelding 7: Uitsnede voorbereidingsbesluit

Veldstraat11 en 13 - 2023, pag. 14 van 54 vastgesteld 2023

Het is wenselijk te voorkomen datzich, in het gebied dat bestemd zalworden voor een nieuw 380kVhoogspanningsstation ten noorden van Tilburg én voor het tracé van de voorgenomen hoogspanningsverbinding Zuid-West 380 kV Rilland-Tilburg, ruimtelijke ontwikkelingen voordoen die het gebied minder geschikt maken voor de verwezenlijking van die bestemmingen. In de beoogde planologische situatie worden ter plaatsevan de functieaanduiding ‘Overige zone magneetveldzone ’, alsmede het gebied wat is aangeduid in het voorbereidingsbesluit, geen gevoelige bestemmingen uitgevoerd. Tot de 'gevoelige bestemmingen' worden woningen, scholen, crèches en kinderopvangplaatsenmet bijbehorende erven en buitenspeelruimten gerekend. Ter plaatseis enkel uitvoering van een cultuurtechnisch loonwerkbedrijf. De woning en de tuin ter plaatse van de Veldstraat13 zijn buiten de bovengenoemde gebieden gelegen. Gezien het vorenstaande kan derhalve gesteld worden dat het ontwerp inpassingsplanen het voorbereidingsbesluit het planniet in de weg staan.

Veldstraat11 en 13 - 2023, pag. 15 van 54 vastgesteld 2023

4.3

Provinciaal beleid

4.3.1 BrabantseOmgevingsvisie: De kwaliteitvanBrabant,visieop de Brabantseleefomgeving Op 14 december 2018 hebben Provinciale Staten van Noord-Brabant de Omgevingsvisie ‘De kwaliteit van Brabant ’ vastgesteld. De Omgevingsvisie bevatde hoofdlijnen van het provinciale beleid voor de fysieke leefomgeving. De visie beschrijft de strategische hoofdopgaven voor de lange termijn over klimaatverandering, energietransitie, verstedelijking en bereikbaarheid,concurrerende duurzame economie en de basis op orde. Voor deze opgaven wordt aangegevenwat de ambities op lange termijn zijn: wat is er nodig om Brabantin 2050 een gezonde, veilige en prettige leefomgeving te laten zijn? Ook is een concreet tussendoel geformuleerd voor het jaar2030, om zo te kijken wat in datjaarminimaalbereikt moet zijn om het lange termijndoel te kunnen halen. De Omgevingsvisie geeft ook aanop welke nieuwe manieren de provincie met betrokkenen wil samenwerken aanomgevingsvraagstukken en welke waardendaarbijcentraalstaan. Na de inwerkingtreding van de Omgevingswet zal de Omgevingsvisie de provinciale plannen, zoals de structuurvisie, het verkeers- en vervoersplan, het milieu- en waterplanen de natuurvisie vervangen. De basisopgavevan de BrabantseOmgevingsvisie is werken aanveiligheid, gezondheid en omgevingskwaliteit.

Deze basisopgaveis veelomvattend en gaatover milieuaspecten, als een schone bodem, schoon water(ondergrond) en schone lucht. Maarook om landschappelijkeen cultuurhistorische aantrekkelijkheid, een goede woon- en werkomgeving met een aantrekkelijkaanbod aanvoorzieningen, stilte en een natuurrijke omgeving, waarinbiodiversiteit en recreatie hand in hand gaan. Om deze basisopgavete verwezenlijken zijn er vier hoofdopgaven Werken aande Brabantseenergietransitie Werken aaneen ‘klimaatproof Brabant Werken aande slimme netwerkstad Werken aaneen concurrerende, duurzame economie

gesteld:

Onderhavige ontwikkeling is als kleinschalig aante merken in verhouding gebiedsambities voor de provincie Noord-Brabant richting 2050.

tot de strategische

De ontwikkeling betreft de bedrijfsverplaatsingeen cultuurtechnisch loonbedrijf op een bestemmingsvlak waarreeds een agrarisch loonbedrijf is toegestaan. Dit t.b.v. de geplandewoningbouw in de kern van De Moer. Daarnaast wordt een kwalitatievelandschappelijkeinpassing gerealiseerd. De planontwikkeling levert dus o.a. een bijdrage aande klimaatbestendigheid (realisatiewaterstructuur) en biodiversiteit (landschappelijkeinpassing). Waarmogelijk wordt door initiatiefnemer in de bedrijfsvoering duurzame energie toegepast, zoals de toepassing van zonnepanelen (energietransitie). Dit betreft meerwaardecreatie, aanvullend op de bedrijfsmatige en economische ontwikkeling. Het voornemen zorgt bovendien voor lokale werkgelegenheid. Vanuit die zingeving wordt de planontwikkeling dus wel geacht op haar niveau bij te dragen aande ambities als nagestreefd in de Brabantseomgevingsvisie. Het schaalniveau dat deze ontwikkeling met zich meebrengt raaktde ontwikkeling niet in de basis- en hoofdopgaven uit de Omgevingsvisie. Geconcludeerd kan worden dat de ontwikkeling een positieve bijdrage levert aanhet creëren van meerwaardeen kwaliteit in Noord-Brabant.

Veldstraat11 en 13 - 2023, pag. 16 van 54 vastgesteld 2023

4.3.2 Interim omgevingsverordening Noord-Brabant Naastéén omgevingsvisie wordt voor de provincie vanuit de Omgevingswet ook voorgeschreven dat één omgevingsverordening vastgesteld dient te worden voor haargrondgebied. In de omgevingsvisie staat watde provincie wil bereiken en watze wil doen om datte bereiken. Dat kan vragen om een nadere uitwerking van beleid en maatregelen,een (beleids)programma,of regels om de ambitieste realiseren en belangrijke waardente beschermen. Op het moment dat regels nodig zijn, dan dienen deze opgenomen te worden in een omgevingsverordening. De omgevingsverordening bevat enerzijds algemene regels voor burgers en bedrijven voor activiteiten. Daarnaast zijn instructieregels opgenomen voor bestuursorganen van de overheid, zoals gemeenten en waterschappen.Deze instructieregels dienen in acht te worden genomen bij de uitvoering van taken, zoals de vaststelling van een omgevingsplan De Omgevingswet is nog niet in werking getreden (voorziene planning omstreeks 2022). Om echter naar deze wettelijke transitie toe te werken, maaktde provincie eerst een Interim omgevingsverordening. Deze Interim omgevingsverordening voegt de bestaanderegels over de fysieke leefomgeving zoveel mogelijk samen in één verordening en is in hoofdzaak beleidsneutraal.

De omgevingsverordening vervangt onder andere de: Provinciale milieuverordening; Verordening natuurbescherming; Verordening ontgrondingen; Verordening ruimte; Verordening water; Verordening wegen. De IOV bevatzowel rechtstreeks werkende regels, als instructieregels aanandere bevoegde gezagen. De rechtstreeks werkende regels hebben betrekking op zaken als grondwaterwinning, ontgronden, veehouderijen en mestbewerking. Dergelijke activiteiten zijn met onderhavig plan niet aande orde. Het vaststellen van een omgevingsplan, nu nog bestemmingsplan of wijzigingsplan, valtonder de reikwijdte van ‘Instructieregels aangemeenten ’ (Hoofdstuk 3 van de IOV). De ontwikkelingsmogelijkheden en toegestane functies worden bepaalddoor de ligging van een locatie binnen de structuren en aanduidingen. Daarnaast bevatde verordening algemene regels voor de bevordering van de ruimtelijke kwaliteit. Op het kaartmateriaal van de Interim omgevingsverordening, bestaandeuit een 8-talkaarten,volgt datde planlocatieo.a. is gelegen ter plaatsevan: Landelijkgebied; Gemengd landelijk gebied; Diep grondwaterlichaam; Bescherming Natura 2000; Stalderingsgebied; Cultuurhistorisch waardevol gebied; Norm wateroverlast buiten Stedelijk gebied. Voor de voorgenomen ontwikkeling zijn er meerdere sporen die gevolgd moeten worden in het kadervan de toetsing aande Interim omgevingsverordening Noord-Brabant.

Ten eerste moet voldaan worden aan de basisprincipesvoor een evenwichtige toedeling van functies aanlocaties. Daarnaast moet worden getoetst aande geldende regels voor de van toepassing zijnde structuren en aanduidingen. De aanduidingen ‘Stalderingsgebied’ en ‘Bescherming Natura 2000’ zijn relevant indien het ontwikkelingen betreft met betrekking tot de veehouderijsector. Aangezien een veehouderij niet van toepassing is bij onderhavige planontwikkeling, worden deze aanduidingen voor het overige onbesproken gelaten. De aanduiding ‘Diep grondwaterlichaam’ heeft rechtstreekse toepassing op bepaaldeactiviteiten die bij onderhavig plan niet van toepassing zijn (onconventionele koolwaterstofwinning). Deze aanduiding wordt voor het overige dus onbesproken gelaten. De aanduiding ‘Norm wateroverlast buiten Stedelijk

Veldstraat11 en 13 - 2023, pag. 17 van 54 vastgesteld 2023

gebied’ is opgenomen wegens de provinciale instructieregels aanwaterschappen.Deze aanduiding is dus van toepassing bij de uitvoering van beleid en activiteiten door het waterschap.Ook deze aanduiding wordt voor het overige dus onbesproken gelaten.

Gemengd landelijk gebied - Instructieregels Landelijk gebied - Instructieregels

gemeenten: basiskaart

gemeenten: basiskaart

Afbeelding 8: Uitsnede Omgevingsverordening,

Landelijk gebied

Landelijk gebied

rode pijl betreft de beoogde

locatie

Basisprincipes In paragraaf 3.1.2 van de IOV zijn de basisprincipesvoor een evenwichtige toedeling van functies opgenomen. De basisprincipeshebben betrekking op een zorgplicht voor een goede omgevingskwaliteit en een kwaliteitsverbetering van het landschap.Navolgend worden beide basisprincipestoegelicht. De provincie wil de omgevingskwaliteit bevorderen, in combinatie met een veilige en gezonde leefomgeving. Deze zorgplicht voor een goede omgevingskwaliteit is opgenomen om een bijdrage te leveren aaneen juiste balanstussen beschermen en benutten, zoals verwoord in de Omgevingswet. De wet kent als maatschappelijk doel het in onderlinge samenhang: 1. bereiken en in stand houden van een veilige en gezonde fysieke leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit, ook vanwege de intrinsieke waardevan natuur, en 2. doelmatig beheren, gebruiken en ontwikkelen van de fysieke leefomgeving ter vervulling van maatschappelijke behoeften. Bij de zorgplicht gaathet zowel om het beschermen van waardenals het bijdragen aande ontwikkeling van waardenen functies in een gebied.

De zorgplicht omvat een aantalbasisprincipesin combinatie met een diepe en ronde manier van kijken, die afkomstig zijn uit de Omgevingsvisie: Zorgvuldig ruimtegebruik Toepassing van de lagenbenadering Meerwaardecreatie Zorgvuldig ruimtegebruik Doel van het principe van zorgvuldig ruimtegebruik is om bestaandbebouwd gebied zo goed mogelijk te benutten. Het voorkomen van nieuwvestiging in het landelijk gebied is hierbij een belangrijk uitgangspunt. Een ander uitgangspunt is datde toedeling van functies in het landelijk gebied binnen een bestaand bouwperceel plaatsvindt.

Veldstraat11 en 13 - 2023, pag. 18 van 54 vastgesteld 2023

Conform artikel 3.6 houdt zorgvuldig ruimtegebruik in datde toedeling van functies in beginsel plaatsvindt binnen bestaandruimtebeslag voor bebouwing. In de beoogde situatie is door initiatiefnemers kritisch bekeken hoeveel ruimte noodzakelijk is t.b.v. inpandige activiteiten (o.a. stalling, onderhoud machines, kantoor en kantine) alsmede activiteiten die buiten plaatsvinden,zoals parkeerplaatsen, een werkvoorraad c.q. buitenopslag en rangeerruimte. Door de landschappelijkeinpassing is er sprakevan een gunstige verhouding tussen het bruto en netto ruimtebeslag. Dit heeft ertoe geleid dat niet alle planologisch toegestane bebouwing behouden blijft. Lagenbenaderingen meerwaardecreatie De toepassing van de lagenbenadering is een hulpmiddel om de effecten van een ontwikkeling in beeld te brengen. Bij de afweging gaathet niet alleen om de effecten op de omliggende functies in het gebied maarook op effecten van een ontwikkeling elders. En niet alleen de effecten nu maarook de effecten naarde toekomst: pastde ontwikkeling binnen de toekomstige ontwikkelingsrichting van een gebied? De intensiteit van de afweging hangt afvan het gebied en de ontwikkeling. Naarmateeen ontwikkeling minder inbreuk maaktop de leefomgeving of de omgevingskwaliteit, is ook de afweging minder indringend.

Meerwaardecreatieomvat een evenwichtige benadering van de economische, ecologische en sociale aspectendie in een gebied en bij een ontwikkeling zijn betrokken. Het biedt de mogelijkheid om opgaven en ontwikkelingen te combineren, waardoor er meerwaardeontstaat. Daarnaast ontstaat een bijdrage aanandere opgaven en belangen dan die rechtstreeks met de ontwikkeling gemoeid zijn. Door het mogelijk maken van onderhavige ontwikkeling wordt realisatievan woningbouw ter plaatsevan de kern De Moer mogelijk gemaakt.Essentieel hierbij is dat behoud van de bedrijfsactiviteiten voor dhr. Verboven gewaarborgd zijn. Tijdens het zoeken naareen passendelocatie, is getracht aansluiting te zoeken bij een locatie waarplanologisch dezelfde activiteiten uitgevoerd kunnen worden. De locatie aande Veldstraat13 is hierbij ideaal,omdat deze locatie midden in het werkveld van initiatiefnemer is gelegen. Ook zijn de activiteiten die initiatiefnemer uit wil voeren nagenoeg gelijk ten opzichte van de activiteiten die nu planologisch uitgevoerd mogen worden. Doordat initiatiefnemer significant investeert in het landschapen omdat het oppervlakvan het bouwvlak en bebouwd oppervlakverkleind wordt kan gesteld worden datsprakeis een evenwichtige afweging.

Het faciliteren van het bewonen van de huidige bedrijfswoning door derden is eveneens zorgvuldig omdat hiermee het beoogde initiatiefen daarmeede woningbouw mogelijk wordt gemaaktin het dorp De Moer. Gezien het vorenstaande kan derhalve geconcludeerd lagenbenadering passendzijn.

worden datde activiteiten op de locatie vanuit een

Kwaliteitsverbetering landschap In artikel 3.9 van de IOV zijn de regels omtrent kwaliteitsverbetering van het landschapopgenomen. Dit houdt in dat ruimtelijke ontwikkelingen in het landelijk gebied gepaarddienen te gaanmet een fysieke verbetering van de landschappelijkekwaliteitvan het gebied of de omgeving. Het bestemmingsplan motiveert datde verbetering pastbinnen de gewenste ontwikkeling van het gebied en op welke wijze de uitvoering financieel, juridisch en feitelijk is geborgd. Een verbetering van de landschappelijkekwaliteit kan mede omvatten: ^ Landschappelijkeinpassing; ^ Het toevoegen, versterken of herstellen van landschapselementen; ^ Het behoud of herstel van cultuurhistorisch waardevolle bebouwing of terreinen; • Het wegnemen van verharding;

Veldstraat11 en 13 - 2023, pag. 19 van 54 vastgesteld 2023

^ Het slopen van bebouwing; ^ De realisering van het Natuur Netwerk Brabanten ecologische ^ Het aanleggenvan extensieve recreatieve mogelijkheden.

verbindingszones;

Indien de kwaliteitsverbetering niet op locatie kan worden bewerkstelligd is het ook mogelijk een passendefinanciële bijdrage te doen in een (gemeentelijk) landschapsfonds. Deze eisen zijn door de gemeente Loon op Zand, in samenwerking met een aantalandere gemeenten in de regio Midden-Brabanten de provincie, verwerkt in de “Werkafsprakenkwaliteitsverbetering landschap Hartvan Brabant".De notitie betreft een afsprakenkader, waarinwordt geschetst op welke manieren met de eisen omtrent kwaliteitsverbetering uit de Verordening ruimte 2014 kan worden omgegaan en wat het verwachtingsniveau is ten aanzienvan de verwachte inspanning. In paragraaf 5.1 is deze toetsing uitgevoerd voor onderhavig plan. Dit tezamen met het landschappelijk inpassingsplan,welke is weergegeven in Bijlage 2. De beoogde landschappelijkeinpassing is opgesteld door het BrabantsLandschap.Het Brabants Landschapbeheert ruim 19.000 hectare bos, heide en vennen, maarbijvoorbeeld ook landgoederen, boerderijen, forten en kastelen. Daarmeezorgen zij ervoor dat de prachtige provincie Noord-Brabant, met haardiversiteit aanlandschappen,nog het thuis is van vele vrij levende planten-en diersoorten. Het Brabantslandschap heeft bij het tot stand komen van de landschappelijkeinpassing aandachtbesteed en rekening gehouden met het omliggend landschapbij de totstandkoming van de landschappelijke inpassing.

Het landschapkenmerkt zich als een halfopen cultuurlandschap, welke aanwezigis in de schil rond de Loonse en Drunense Duinen. Dit landschapbestaatuit een agrarisch cultuurlandschap met een kleinschalige kamertjesstructuur, ook wel coulissenlandschap genoemd. Met het ontwerp is aandachtbesteed om deze kamerstructuur te versterken, waarbijgebruik wordt gemaaktvan kenmerkende landschapselementen van het coulissenlandschap zoals: - Bosschages en struweel(hagen); - Houtwallen en houtsingels; - BomenrijenAlanen; - Solitaire bomen; - Hoogstamfruitboomgaarden aansluitend op de erven; - Poelen (mits de grondwaterstand dit toelaat); - Akkerranden met bloemen, kruiden, grassen en granen In de landschappelijkeinpassing komen hagen, laanbomen, houtsingels terug. Op de bedrijfslocatie wordt tevens een natuurinclusief akkergerealiseerd met bloemen en kruiden. Hiermee wordt invulling gegeven aande gebiedseigen landschapskenmerken. Door het creëren van een kamerstructuur wordt aangesloten bij de gewenste landschappelijkeontwikkelingsrichting. Met de voorgenomen landschappelijkeinrichting wordt het plangebied adequaatlandschappelijkingepast en wordt voldaan aanhet (provinciaalen gemeentelijk) vereiste van kwaliteitsverbetering van het landschap.De aanlegvan de landschappelijkeinpassing wordt bovendien geborgd door een voorwaardelijke verplichting op de verbeelding en in de planregels.

Gelet op het bovenstaande wordt financieel, juridisch en feitelijk verzekerd datde ontwikkeling gepaardgaatmet een evenredige kwaliteitsverbetering van het landschap.De beoogde ontwikkeling is daarmeein overeenstemming met artikel 3.9 van de IOV.

Veldstraat11 en 13 - 2023, pag. 20 van 54 vastgesteld 2023

Structuren en aanduidingen Het landelijk gebied omvat een onderverdeling in de volgende subzones: het Gemengd landelijk gebied; de Groenblauwe mantel. In veel gevallen bestaaner voor beide zones gelijke ontwikkelingsmogelijkheden. In die gevallen wordt gesproken over Landelijkgebied. Alleen als het nodig is onderscheid te maken, wordt in de betreffende regel gesproken over de subzone. Op basis van de plankaart van de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant, is de planlocatie gelegen in het Landelijkgebied in de subzone Gemengd landelijk gebied. Op basis van de formele bestaandeactiviteiten en beoogde activiteiten dient verantwoord te worden of de activiteiten passendzijn op basis van de Verordening. Agrarisch gerelateerde bedrijven In paragraaf 3.6.5. van de verordening zijn regels van agrarisch gerelateerde bedrijven opgenomen. Het gaathierbij om bedrijven met een nauwe relatie met de agrarische sector. Agrarisch-technische hulpbedrijven Z agrarisch-verwantebedrijven (art. 3.60 en 3.61) De artikelen 3.60 en 3.61 geven instructieregels aangemeenten over agrarisch gerelateerde bedrijven. Het gaathier om twee categorieën bedrijven: Een agrarisch technisch hulpbedrijf is een bedrijf datdiensten verleend aande in het Landelijk gebied gevestigde agrarische bedrijven. Voor deze bedrijven wordt daarom niet vastgehouden aanhet uitgangspunt van vestiging op een bedrijventerrein.

Een agrarisch verwant bedrijf heeft een nauwe relatie met een agrarische functie maarlevert diensten aanburgers. De vestiging op een bedrijventerrein is daarom lastig en bovendien zijn deze bedrijven vanuit hun aardvaakniet kleinschalig. Vestiging agrarisch-technisch hulpbedrijf Z agrarisch-verwantbedrijf in Gemengd landelijk gebied (3.61) Onderhavige bedrijfslocatie is gelegen in het Gemengd landelijk gebied. In algemene zin geldt dat een bestemmingsplan kan voorzien in de vestiging van bedrijf met agrarisch-technisch hulpbedrijfsactiviteiten of een agrarisch-verwantbedrijfsactiviteiten als voldaan wordt aanonderstaande voorwaarden. Lid 1: Eenbestemmingsplan vantoepassing opGemengd landelijk gebied kanvoorzienin devestiging vaneenagrarisch-technisch hulpbedrijf ofeenagrarisch-verwant bedrijfals: a. deontwikkeling vanuiteengoede omgevingskwaliteit met eenveilige,gezonde leefomgeving qua omvang,effectopomliggende functiesenontsluiting pastin deomgeving; Bij de uitwerking van het beoogde planwordt aandachtbesteed aanhet de impactnaarde omgeving. Onderhavige locatie is gelegen in het halfopen cultuurlandschap op de grens met jonge heide ontginningsgronden. Dit betreft een ‘coulisselandschap ’ met oude bouwlanden, weides, bosschages, houtwallen en bomenlanen.

Het agrarisch grondgebruik bestaatvan oudsher vooral uit grondgebonden melkveehouderijen, maarde laatstejaren zijn boomkwekerijen sterk in opkomst. Op onderhavige locatie is sprakevan een bestaandbouwvlak voor een agrarisch-technisch hulpbedrijf in de vorm van een agrarisch loonwerkbedrijf. In de beoogde situatie is sprakevan een cultuurtechnisch loonwerkbedrijf. Dit betekent dater sprakeis van de functieverandering van agrarisch-technisch hulpbedrijf naaragrarisch verwant bedrijf. De activiteiten zijn gericht op onderhoud van de groene ruimte.

Veldstraat11 en 13 - 2023, pag. 21 van 54 vastgesteld 2023

Qua activiteiten pastde beoogde bestemming.

bestemming derhalve beter bij de omgeving als de vigerende

Met de nieuwe bedrijfsontwikkeling wordt zoveel mogelijk rekening gehouden met de landschappelijke setting en wordt een nieuwe inrit gerealiseerd welke qua ontsluiting beter aansluit bij het wegennetwerk. Er wordt veel aandachtbesteed aaneen goede landschappelijkeinpassing van het bedrijf, zodat de ontwikkeling pastbinnen de koers van dit deelgebied. Tot slot zal de milieu-impact op de omgeving dalen. Ten eerste is initiatiefnemer bereid om een bestaandemestsilo te amoveren. Dit zal leiden tot een afnamevan o.a. geur en ammoniakemissies. Ten tweede zal de locatie significant landschappelijkingepastworden. b. deontwikkeling nietleidttotsplitsingvanhetbouwperceel; In de beoogde situatie is sprakevan splitsing van het bouwperceel. Echter omdat de verplaatsingvan het bedrijf van initiatiefnemer uit de kern de Moer noodzakelijk is vanwege een volkshuisvestelijk, is er sprake van een ‘groot openbaarbelang’. In de paragraaf hieronder wordt getoetst aande voorwaarden in art. 3.4 lid. 2. c. is verzekerd datovertollige bebouwing wordtgesloopt; Alle bebouwing wordt functioneel en doelmatig ingezet voor het bedrijf. Om een nette uitstraling te garanderenen om alle machines inpandig te stallen en noodzakelijke activiteiten uit te voeren is geen sprakevan overtollige bebouwing. d. mestbewerking is uitgesloten.

Er is geen sprakevan mestbewerking, dit wordt planologisch uitgesloten Lid 2 Als eenbinnen deomgeving passende omvangvaneenagrarisch-technisch hulpbedrijf ofeenagrarischverwantbedrijfgeldteenbouwperceel vantenhoogste 1,5hectare. Bij loonbedrijven c.q. initiatiefnemer heeft er de laatstejaren inherent aande ontwikkelingen van het buitengebied in brede zin, een herverdeling van werkvelden plaatsgevonden. Niet enkel de agrariërs zijn beheerder van het buitengebied of opdrachtgever voor het uitvoeren van werken. De feitelijke activiteiten in casu aardvan de cumelabedrijven, binnen en buiten de inrichting, zijn niet gewijzigd. Er is in alle gevallen sprakevan de stalling van landbouwmachines, motorrijtuigen met beperkte snelheid, werktuigen en overige hulpmiddelen, onderhoud en reparatieaaneigen materieel en de op- en overslag van een strategische werkvoorraad aan.In paragraaf 3.2 is de noodzakelijkheid van de beoogde activiteiten nader onderbouwd. In de beoogde situatie is sprakevan een bouwperceel van 0,78 hectare. Voor de specifieke cultuurtechnische activiteiten van initiatiefnemer wordt hiermee voldoende voorzien in de activiteiten en is er sprakevan een passendeomvang. Gelet op bovenstaande voldoet de ontwikkeling aande voorwaarden die zijn opgenomen in de Omgevingsverordening i.r.t. Agrarisch gerelateerde bedrijven. Maatwerkbepalingi.r.t.

afsplitsingwoning In artikel 3.4 lid 2 IOV is aangegevendat in het geval van een ‘groot openbaarbelang’ een bestemmingsplan nieuwvestiging mogelijk kan maken onder de daarinopgenomen voorwaarden. Hieronder is getoetst aande voorwaarden:

Veldstraat11 en 13 - 2023, pag. 22 van 54 vastgesteld 2023

a. is verzekerd daterelderseengelijkwaardige ruimtelijkeontwikkeling planologisch, juridischen waarbijdeaanwezige bebouwing is gesloopt, diein directerelatiestaattot feitelijkwordtopgeheven denieuwvestiging; Met onderhavig initiatief is sprakevan nieuwvestiging omdat een bestaandebedrijfswoning wordt afgesplitst.Met het beoogde initiatiefis er netto geen sprakevan toename van bebouwing. Het bestaandebouwperceel op het plangebiedvoorziet in voldoende bebouwingsmogelijkheden. Met de afsplitsingvan de bestaandewoning i.c.m. de realisatievan woningbouw in de kern van De Moer, waarbij de oude bedrijfslocatie gesaneerd wordt is sprakevan een netto afnamevan bebouwing t.b.v. bedrijfsactiviteiten. b. ditpastbinnen degewenste ontwikkeling vanhetgebied, medegeletopdebepalingen in deze verordening; Op de bedrijfslocatie is op dit moment een agrarisch technisch hulpbedrijf toegestaan. In de beoogde situatie is sprakevan een agrarisch verwant bedrijf. Beide bedrijven zijn specifiek toegestaan in het gemengd landelijk gebied. De toegestane activiteiten op locatie in relatie tot het loonbedrijf wijzigen niet. Er is in alle gevallen sprakevan de stalling van landbouwmachines, motorrijtuigen met beperkte snelheid, en reparatieaaneigen materieel en de op- en overslag werktuigen en overige hulpmiddelen, onderhoud van een strategische werkvoorraad.

Initiatiefnemer is meer minder gericht op de agrarische sector en juist meer gericht op de aanlegen onderhoud van natuur- en groenvoorzieningen, de daarmeesamenhangende grondwerken (bovenste grondlaag), het aanleggen, verbeteren of onderhouden van sportvelden en recreatieobjecten, alsmede alle andere grondwerken ten behoeve van beplantingen en groenstroken. Dit betreffen met name activiteiten die zijn toegespitst in de groenblauwe ruimte. Ook zal de afsplitsingvan de woning niet leiden tot een wezenlijk ander gebruik, met uitzondering van het gegeven datde woning niet meer gebruikt wordt ten behoeve van het bedrijf. Dergelijke bedrijven alsmede losse woningen zijn toegestaan op basis van de IOV. c. ditgeenonevenredige aantasting vanwaarden geeft; zoals blijkt uit in hoofdstuk 5 ‘omgevingsaspecten’ leidt het beoogde initiatief niet tot een onevenredige aantastingvan waarden.Door de afsplitsingvan de woning wordt de afstandvan bedrijfsmatige activiteiten vergroot ten opzichte van het Natuurnetwerk Brabant.Ook wordt met de beoogde ontwikkeling extra geïnvesteerd in het landschapwatjuist versterkend werkt voor omliggende natuurwaarden. Tot slot wordt een oude mestsilo geamoveerd waardoor de impactals gevolg van emissies naarde omgeving juist verbeterd. Het beoogde initiatiefen daarmeede afsplitsingvan de woning in het bijzonder leidt niet tot aantasting van omliggende waarden. d.

deruimtelijk-economische belangen voordelangere termijnaanwezig zijn; Met het beoogde initiatiefwordt een eindsituatie gecreëerd voor zowel het cultuurtechnisch loonbedrijf alsmedede woning. Door de aanwezigheid van voldoende bebouwing, parkeervoorzieningen, buitenopslag zijn de ruimtelijke-economische belangen voldoend geborgd en is sprakevan een kwalitatief hoogwaardige werklocatie, waarbijde komende jaren geïnvesteerd kan worden in een verdere verduurzaming van het bedrijf op het gebied van energietransitie (zonnepanelen, elektrificatie machinepark),circulariteit (hergebruik van lokale stromen grond en groen). e. dejuridischeoffeitelijkemogelijkheden voorvestigingopeenbestaand bouwperceel in degemeente enin deomliggende gemeenten ontbreken; In Bijlage 7 is een alternatievenonderzoek uitgevoerd voor het vinden van een alternatievelocatie om verplaatsingmogelijk te maken. Uit dit onderzoek blijkt dat in de omgeving geen andere geschikte

Veldstraat11 en 13 - 2023, pag. 23 van 54 vastgesteld 2023

locaties aanwezigzijn om het bedrijf te verplaatsen.In dit onderzoek is gekeken naarbeschikbare bouwpercelen in zowel het buitengebied (agrarische bedrijfslocatie, woonlocaties, etc.) als naar beschikbare en betaalbarelocatie op industrieterreinen. f.

ingeval heteenveehouderij betreftin Beperkingen Veehouderij, deveehouderij blijvend beschiktover voldoende grond vooreenveebezetting van2 GVE perhectareofminder; Er is geen sprakevan een veehouderij.

g. ingevaldelocatiein hetNatuurNetwerkBrabant ligt, er overeenkomstige toepassing wordtgegeven aanparagraaf 3.2.3NatuurNetwerkBrabant. Onderhavige locatie is niet gelegen in het Natuur Netwerk Brabant. Conclusie Gelet op bovenstaande voldoet de ontwikkeling aande voorwaarden die zijn opgenomen in de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant. 4.4

Gemeentelijk beleid

4.4.1 StructuurvisieLoon op Zand2030 De gemeenteraadheeft op 5 maart2015 de structuurvisie “Loon op Zand 2030, de recreatieve kamerin het hart van Brabant ” vastgesteld. Uit deze visie blijkt dat het uitgangspunt voor de ruimtelijke koers voor de komende jaren is het behouden en waarmogelijk versterken van de bestaandekwaliteiten en het op adequate wijze inspelen op trends en ontwikkelingen. De belangrijkste ambities die het gemeentebestuur daarbijheeft zijn gericht op het: behouden en versterken van de eigen identiteit van groene en recreatieve gemeente, met alle positieve kenmerken van het streekeigene van Midden-Brabant; behouden en versterken van het contrast met de nabij gelegen stedelijke gebieden: de landelijke en groene gemeente Loon op Zand als groene voortuin van de omliggende steden; - versterken van onze positie als topgemeente op het gebied van recreatie en toerisme, in combinatie met de instandhouding van een goede bereikbaarheid van de kernen; - verruimen van het aanbod aankwalitatiefaantrekkelijkewoonmilieus; behoud van de eigen karakteristiekvan de kernen Kaatsheuvel, Loon op Zand en De Moer; behouden en versterken van de dynamiek en de sociale cohesie in de drie dorpen; ontwikkelen van een Bruisend Dorpshart en Winkelhart in Kaatsheuvel; - verbeteren van het verblijfsklimaatin het centrum van Loon op Zand; - stimuleren van ondernemerschap van de lokale

bevolking; - streven naarduurzaamheid en energiebesparing bij (ruimtelijke) ontwikkelingen. Het gemeentebestuur streeft ernaarom zich vooral te profileren als recreatieve en toeristische gemeente waarhet prettig wonen is met veel voorzieningen dichtbij en de steden Tilburg en Waalwijkbinnen handbereik. Loon op Zand vormt de recreatieve kamerin het Hartvan Brabant. Onderhavige locatie is gelegen in het halfopen cultuurlandschap op de grens met jonge heide ontginningsgronden. Dit betreft een ‘coulisselandschap ’ met oude bouwlanden, weides, bosschages, houtwallen bomenlanen. Het agrarisch grondgebruik bestaatvan oudsher vooral uit grondgebonden melkveehouderijen, maarde laatstejaren zijn boomkwekerijen sterk in opkomst.

en

In onderhavige locatie is sprakevan een bestaandbouwvlak voor een bedrijf. Met de nieuwe bedrijfsontwikkeling wordt zoveel mogelijk rekening gehouden met de landschappelijkesetting. Er is veel aandachtbesteed aaneen goede landschappelijkeinpassing van het bedrijf, zodat de ontwikkeling pastbinnen de koers van dit deelgebied.

Veldstraat11 en 13 - 2023, pag. 24 van 54 vastgesteld 2023

Initiatiefnemer is namelijk gespecialiseerdin het onderhoud van dit soort activiteiten. Qua activiteiten is een cultuurtechnisch bedrijf passendop de locatie. Ook zal, indien medewerking verleend wordt aanhet gewenste initiatief, zeer significant geïnvesteerd worden in het landschap. Tot slot zal de milieu-impact op de omgeving dalen. Ten eerste is initiatiefnemer bereid om een bestaandemestsilo te amoveren. Dit zal leiden tot een afnamevan o.a. geur en ammoniakemissies. Gezien het vorenstaande wordt geconcludeerd datde beoogde ontwikkeling bijdraagtaaneen kwalitatieveverbetering van het buitengebied in de gemeente Loon op Zand. 4.4.2 StructuurvisieLoon op Zand2030,1e herziening(gemeenteLoon op Zand, 2018) Op 8 maart2018 heeft de gemeenteraadvan Loon op Zand de 1e herziening van de structuurvisie vastgesteld. Deze herziening heeft betrekking op de uitbreiding van een glastuinbouwbedrijf aande Dongenseweg. Deze herziening van de structuurvisie is niet relevant voor het voorliggende initiatief.

Veldstraat11 en 13 - 2023, pag. 25 van 54 vastgesteld 2023

5 5.1

Omgevingsaspecten Landschap

5.1.1 HandboekLandschappelijke Kwaliteitsverbetering Natuur en landschapzijn in de afgelopen jaren een steeds belangrijker onderdeel geworden van het gemeentelijke beleid. Natuur en landschapleveren een belangrijke bijdrage aaneen aantrekkelijk woon- en leefklimaatvoor de inwoners van de gemeente en leveren bovendien een positieve bijdrage aande biodiversiteit. Omdatgelijktijdig de natuur- en landschapswaarden onder druk staanvan stedelijke ontwikkelingen (woningbouw, bedrijvenparken, nieuwe functies in het landelijk gebied) zijn natuur- en landschapswaarden een steeds belangrijker toetsingskader bij de beoordeling van ruimtelijke plannen buiten het stedelijk gebied. De gemeente Loon op Zand streeft naarbehoud en versterking van de aanwezigenatuur- en landschapswaardenbinnen de gemeente. De gewenste ontwikkelingsrichting wordt binnen de gemeente voor een groot deel bepaalddoor de landschappelijkeen ruimtelijke karakteristiek.De gemeente heeft echter behoefte aaneen nadere duiding van de landschappelijkekarakteristieken de betekenis hiervan voor het behoud en de versterking van de aanwezigenatuur- en landschapswaarden. Voor de gemeente Loon op Zand is een handboek landschappelijkeinpassing en kwaliteitsverbetering opgesteld. Enerzijds vormt dit handboek een inspiratiekadervoor initiatiefnemers die aande slag gaan met landschappelijkeinpassing en/of kwaliteitsverbetering.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=LoonOpZand&id=ea3b1469-e87b-4703-875b-59631989791a