CConstaterende datLoon op Zand
Koppel je AI →
Document · PDF

Toelichting ontwerpbestemmingsplan

Raadsvergadering 14 december 2023, gemeente Loon op ZandBij agendapunt: Raadsvoorstel over vast te stellen bestemmingsplan Buitengebied-herziening ontwikkeling glastuinbouw Dongenseweg 4 te Kaatsheuvel16.693 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Derhalve wordt geconcludeerd dat bezien vanuit het aspect luchtkwaliteit er sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Conclusie Uit de bovenstaande berekening en uit de NSL-monitoringstool blijkt dat de ontwikkeling niet in betekende mate bijdraagt aan de luchtverontreiniging. Het aspect luchtkwaliteit vormt derhalve geen belemmering voor het onderhavige project.

Buitengebied – herziening ontwikkeling glastuinbouw Dongenseweg 4 te Kaatsheuvel

26

Mei 2023

4.6

Externe veiligheid

Beleid en wet- en regelgeving Externe veiligheid gaat over het beheersen van de risico's die ontstaan voor de omgeving bij het gebruik, de opslag en het vervoer van gevaarlijke stoffen als vuurwerk, lpg en munitie over weg, water en spoor en door buisleidingen. Het beleid rondom externe veiligheid is vastgelegd in circulaires, regelingen, AMvB's en wetten. In Nederland worden twee maten gehanteerd voor externe veiligheidsrisico's, namelijk het plaatsgebonden risico en het groepsrisico. Bij het plaatsgebonden risico (PR) gaat het om de kans per jaar dat een denkbeeldig persoon overlijdt als rechtstreeks gevolg van een ongeval met gevaarlijke stoffen als deze persoon zich onafgebroken en onbeschermd in de nabijheid van een risicovolle inrichting of transportas bevindt. Het plaatsgebonden risico wordt weergegeven als een contour rondom de risicovolle inrichting of de transportas. Het groepsrisico (GR) is de cumulatieve kans dat een (werkelijk) aanwezige groep van 10, 100 of 1.000 personen overlijdt als rechtstreeks gevolg van een ongeval met gevaarlijke stoffen. Het groepsrisico moet verantwoord worden voor het gebied waarbinnen zich de gevolgen van een incident met gevaarlijke stoffen voordoen.

Dit is de zogenaamde 1%-letaliteitsgrens; de afstand vanaf een risicobedrijf waarop nog slechts 1% van de blootgestelde mensen in de omgeving overlijdt bij een ongeval op het risicobedrijf (invloedsgebied). Het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) legt veiligheidsnormen op aan bedrijven die een risico vormen voor personen buiten het bedrijfsterrein, bijvoorbeeld rondom chemische fabrieken, LPGtankstations en spoorwegemplacementen waar goederentreinen met gevaarlijke stoffen rangeren. Het besluit is op 27 oktober 2004 in werking getreden. Op 1 januari 2011 is het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) in werking getreden. Daarin wordt geregeld hoe een gemeente moet omgaan met risico’s langs relevante buisleidingen. De hogedruk gasleidingen van de Gasunie zijn het meest relevant. Op 1 april 2015 is de regeling ‘Basisnet vervoer gevaarlijke stoffen’ in werking getreden. Het Basisnet verhoogt de veiligheid van mensen die wonen of werken in de buurt van infrastructuur (auto-, spooren vaarwegen) waarover gevaarlijke stoffen worden vervoerd. In de Beleidsvisie Externe Veiligheid (Regionale Milieudienst West-Brabant, 2010) beschrijft de gemeente Loon op Zand de ambitie voor de externe veiligheid.

Deze is omschreven als: 'De gemeente Loon op Zand wil zorgen voor een blijvend maatschappelijk aanvaardbare risicosituatie voor burgers in relatie tot activiteiten met gevaarlijke stoffen in de omgeving'. Het gebiedstype gemengd gebied heeft betrekking op het overige gemeentelijke grondgebied, dat vooral uit lintbebouwing bestaat. Het ambitieniveau voor gemengd gebied komt grotendeels overeen met de ambitie voor een woonwijk. In tegenstelling tot woonwijken worden in gemengd gebied wel nieuwe risicovolle bedrijven toegelaten, mits voldaan wordt aan de voorwaarden dat de risicocontour binnen de eigen perceelgrens blijft of op openbaar gebied ligt en er geen groei van het groepsrisico plaatsvindt als gevolg van de risicovolle activiteiten.

Buitengebied – herziening ontwikkeling glastuinbouw Dongenseweg 4 te Kaatsheuvel

27

Mei 2023

Onderzoek Adviesbureau Peutz heeft onderzocht of in de beoogde toekomstige situatie voldaan kan worden aan de normen uit het Bevi. De resultaten van dit onderzoek zijn beschreven in de rapportage van Peutz d.d. 16 december 2021 (rapportnummer 16219-3-RA-005). Deze rapportage is als bijlagen bij deze toelichting gevoegd. Binnen de geprojecteerde toekomstige situatie aan de Dongenseweg 3A en 4 is in totaal een zestal propaantanks aanwezig.. Propaan is een, als gevolg van de hoge druk in de tank tot vloeistof verdicht, brandbaar gas. Aangezien de inhoud van elk van deze propaantanks circa 20 m3 bedraagt valt de inrichting onder de werkingssfeer van het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) te vallen3. De externe veiligheidsrisico's dienen conform het Bevi inzichtelijk te worden gemaakt waarna deze moeten worden getoetst aan de veiligheidsnormen uit het Bevi. In de onderzoeksrapportage wordt beschreven op welke wijze de externe veiligheidsrisico's, uitgedrukt in het PR en het GR, zijn berekend. Uit de uitgevoerde berekening kan het volgende worden geconcludeerd: • De PR-contour van 10-6 per jaar is grotendeels gelegen binnen de eigen inrichting. De PR contour 10-6 is aan de zuidzijde gelegen over één beperkt kwetsbaar object (woning). De wijziging heeft geen betrekking op de propaantanks aan de zuidzijde, daar is sprake van een bestaande situatie.

De aanwezigheid van beperkt kwetsbare objecten binnen de 10-6 risicocontour is ter plaatse toegestaan. Aan de grens- en richtwaarde voor het PR ter plaatse van respectievelijk kwetsbare objecten en beperkt kwetsbare objecten wordt verder voldaan. • Er is sprake van een zeer gering groepsrisico. Ondanks het zeer beperkte groepsrisico is een nadere verantwoording van het groepsrisico aan de orde. Nadere verantwoording Naar aanleiding van het bovenstaande onderzoek heeft Peutz een nadere verantwoording groepsrisico opgesteld. Deze verantwoording is opgenomen in de notitie d.d. 19 januari 2022 met nummer CD/CD/ /O 16219-4-NO. Volgens deze notitie worden aanwezige personen in het plangebied blootgesteld aan externe veiligheidsrisico’s (brandbare gassen). De in de notitie genoemde maatregelen dragen bij aan het verminderen van de gevolgen die zich kunnen voordoen bij het beschreven scenario. De genoemde notitie is als bijlage bij de toelichting is gevoegd. Conclusie Het aspect externe veiligheid vormt geen belemmering voor de geplande ontwikkeling van het glastuinbouwbedrijf aan de Dongenseweg 4. 4.7

Water

Beleid en wet- en regelgeving Kaderrichtlijn Water De Kaderrichtlijn water is een Europese richtlijn die moet leiden tot een verbetering van de kwaliteit van het oppervlakte- en grondwater. De Kaderrichtlijn moet in landelijke wet- en regelgeving worden omgezet. Met de komst van de Implementatiewet EG-kaderrichtlijn water is de KRW vertaald in de Nederlandse wetgeving. De Europese Kaderrichtlijn heeft gevolgen voor de gemeente op het gebied van riolering, afkoppelen, toepassing van bouwmaterialen en het ruimtelijke beleid. Er worden ecologische en fysisch-chemische doelen geformuleerd die afhankelijk zijn van de functie van een watergang. Buitengebied – herziening ontwikkeling glastuinbouw Dongenseweg 4 te Kaatsheuvel

28

Mei 2023

Nationaal Waterplan 2016-2021 Het nationaal waterbeleid voor de komende jaren is in 2015 vastgesteld in het Nationaal Waterplan 2016-2021 door het kabinet. Het Rijk streeft naar een duurzaam en klimaatbestendig waterbeheer en heeft de ambitie om de komende decennia te investeren in bescherming tegen overstromingen en in de zoetwatervoorziening. Voor een duurzaam en klimaatbestendig watersysteem is het van belang bij ruimtelijke ontwikkelingen rekening te houden met waterhuishoudkundige eisen op de korte en de lange termijn. In de jaren voorafgaand aan het eerste Nationaal Waterplan uit 2009, gaven de Vierde Nota waterhuishouding, de Commissie Waterbeheer 21ste eeuw en het Nationaal Bestuursakkoord Water een belangrijke impuls aan het waterbeheer. Dit gaat met het Nationaal Waterplan 2016-2021, vastgesteld in 2015, een nieuwe fase in. Provinciaal Milieu- en Waterplan 2016-2021 Op 18 december 2015 is het Provinciaal Milieu- en Waterplan 2016 - 2021 (PMWP) vastgesteld. Het PMWP staat voor samenwerken aan Brabant waar iedereen prettig woont, werkt en leeft in een veilige en gezonde leefomgeving. Doelen van het PMWP zijn: • voldoende water voor mens, plant en dier; • schone en gezonde leefomgeving (bodem, water en lucht); • bescherming van Brabant tegen overstromingen en externe risico's; • verduurzaming van onze grondstoffen-, energie- en voedselvoorziening.

De provincie wil deze doelen realiseren in samenwerking met de partners op basis van gezamenlijke verantwoordelijkheid. In de eerste helft van 2016 wordt met hen de Dynamische Uitvoeringsagenda (het uitvoeringsprogramma) uitgewerkt. Waterbeheerplan 2016-2021 Het waterschap Brabantse Delta is verantwoordelijk voor het waterbeheer in de gemeente. Het gaat dan om het waterkwantiteits en - kwaliteitsbeheer, de waterkeringzorg, waterzuivering, het grondwaterbeheer, het waterbodembeheer en vaak ook het scheepvaartbeheer. Het beleid en de daarmee samenhangende doelen van het waterschap zijn opgenomen in het waterbeheerplan 20162021, wat tot stand is gekomen in samenspraak met de waterpartners. Zo zijn bijvoorbeeld relevante waterthema’s gekoppeld aan de belangrijkste ruimtelijke ontwikkelingen in de regio. Daarnaast heeft het waterschap waar nodig nog toegespitst beleid en beleidsregels op de verschillende thema’s/speerpunten uit het waterbeheerplan en heeft het waterschap een eigen verordening; De Keur en de legger. De Keur bevat gebods- en verbodsbepalingen met betrekking tot ingrepen die consequenties hebben voor de waterhuishouding en het waterbeheer. De legger geeft aan waar de waterstaatswerken liggen, aan welke afmetingen en eisen die moeten voldoen en wie onderhoudsplichtig is. Veelal is voor deze ingrepen een watervergunning van het waterschap benodigd.

De Keur De drie Brabantse waterschappen, Aa en Maas, De Dommel en Brabantse Delta hebben hun keuren geharmoniseerd. Als onderdeel van dit harmonisatietraject hanteren de waterschappen sinds 1 maart 2015 dezelfde (beleids)uitgangspunten voor het beoordelen van plannen waarbij het verhard oppervlak toeneemt.

Buitengebied – herziening ontwikkeling glastuinbouw Dongenseweg 4 te Kaatsheuvel

29

Mei 2023

Bij een toename en afkoppelen van het verhard oppervlak geldt het uitgangspunt dat plannen zoveel mogelijk hydrologisch neutraal worden uitgevoerd. Vanwege dit principe wordt bij uitbreiding van verhard oppervlak voor de omgang met hemelwater uitgegaan van de voorkeursvolgorde infiltreren, bergen, afvoeren. De waterschappen maken bij het beoordelen van plannen met een toegenomen verhard oppervlak onderscheid tussen grote en kleine plannen. Watertoets Sinds 1 november 2003 is het wettelijk verplicht, in het kader van het Besluit ruimtelijke ordening, een watertoets te verrichten. In de toelichting bij ruimtelijke besluiten en plannen, waarop bovengenoemd besluit van toepassing is, is het noodzakelijk een beschrijving te geven van de manier waarop rekening is gehouden met de gevolgen van het plan voor de waterhuishouding. Water- en rioleringsplan 2017-2021 In het nieuwe Water en Rioleringsplan (WRP) van de gemeente Loon op Zand zijn vijf speerpunten benoemd voor de aankomende planperiode tot 2021. Het college stelt voor om deze speerpunten in te vullen via het ambitieniveau Vooruitstrevend. • Om te anticiperen op klimaatverandering wordt invulling gegeven aan de ambities die beschreven zijn in de hemelwatervisie. De hemelwatervisie is door de gemeenteraad vastgesteld op 27 juni 2017.

In de visie staat beschreven dat de gemeente Loon op Zand streeft naar een situatie waarbij het hemelwater, zoveel als mogelijk, op natuurlijke wijze in de bodem wordt verwerkt (infiltreren) en niet ingezameld wordt. • Het bevorderen van waterbewustzijn is een belangrijk onderdeel van het zorgen voor een schoon, heel en veilig woon- en leefklimaat. De gemeente Loon op Zand hecht veel belang aan waterbewuste inwoners en bedrijven. • Door het ongewenst lozen van hemelwater op drukriolering ontstaan veel onnodige storingen aan drukriolering. Om het functioneren van drukriolering te verbeteren wordt voorgesteld om foutaansluitingen (hemelwateraansluitingen) planmatig op te sporen, en waar noodzakelijk herstelmaatregelen te treffen. • Bij de invulling van de beheerstrategie is voorgesteld om het onderhoud niet langer uit te voeren volgens een vaste frequentie, maar gedifferentieerd op basis van maatschappelijke, economische en ecologische waarde. Hierdoor kunnen personele en financiële middelen efficiënter ingezet worden. • Betaalbare Watertaken: er dient afstemming te zijn tussen de gekozen ambitieniveaus en de rioolheffing. De gemeente Loon op Zand wil de rioolheffing ook in de toekomst betaalbaar houden voor inwoners en bedrijven.

Hemelwatervisie Loon op Zand Indien het afstromend verhard oppervlak toeneemt met meer dan 10.000 m2 dient de wijze van hemelwaterverwerking dient in een waterhuishoudkundig plan (whp) te worden onderbouwd. Het uitgangspunt is dat de wateropgave binnen het plangebied wordt gerealiseerd. De berging/retentievoorziening moet aan de in de visie omschreven eisen voldoen. Onderzoek Inleiding Om de realisatie van de beoogde glastuinbouwontwikkeling mogelijk te maken is het noodzakelijk dat diverse waterlopen worden verlegd. Tevens neemt de omvang van het verhard oppervlak als gevolg van ontwikkeling toe. Daarom heeft vorafgaand en tijdens het opstellen van het plan voor uitgebreid overleg plaatsgevonden met de verantwoordelijk waterbeheerder Waterschap Brabantse Delta. Dit Buitengebied – herziening ontwikkeling glastuinbouw Dongenseweg 4 te Kaatsheuvel

30

Mei 2023

heeft geleid tot een totaalplan. Dit plan is nader uiteen gezet in het memo van Looye Agro Technics d.d. 1 juli 2020. Dit memo is als bijlage bij de toelichting gevoegd. Aanpassing watergangen Het plan voorziet erin dat er in totaal 1106 m3 waterlopen nieuw worden aangelegd terwijl er maar 990 m3 waterlopen worden gedempt Doordat het waterzijdige bergingsvermogen op de projectlocatie toeneemt, wordt bijgedragen aan de opgave die de waterbeheerder Waterschap Brabantse Delta heeft met betrekking tot toekomstgericht dynamisch en robuust watermanagement. Compensatie verhard oppervlak Met betrekking tot ruimtelijke ontwikkelingen is in de Keurregels van de Brabant Keur in artikel 3.6 (‘Verbod afvoer door verhard oppervlak’) het verbod opgenomen zonder watervergunning neerslag door toename van verhard oppervlak of door afkoppelen van bestaand oppervlak, versneld tot afvoer naar het oppervlaktepasste laten komen. Als gevolg van de ontwikkeling neemt het verhard oppervlak toe met 10.762 m2. Conform artikel 15 van de Algemene regels van de keur van Waterschap Brabantse Delta dient er in dat geval sprake te zijn van compenserende maatregelen. Voor dit project betekent dient 6.045 m3 watercompensatie beschikbaar te zijn. Er is gekozen om deze compensatie volledig beschikbaar te maken in de vorm van retentieruimte in de 2 bassins die bij de ontwikkeling van het glastuinbouw zijn voorzien.

Vertraagde afvoer Op aangeven van waterschap Brabantse Delta is voor de retentieleiding/afvoerconstructie een capaciteit van 2 liter/seconde/hectare aangehouden. De toename verhard oppervlak bedraagt 100.762 m2. De totale capaciteit van de retentieleiding dient derhalve 2 l/s x 10,07 ha = 20,15 liter per seconde te bedragen. Het maximale lozingsdebiet moet worden bereikt door de keuze van een bepaalde diameter afvoerleiding. Conform de Hydrologische uitgangspunten voor afvoeren van hemelwater van Waterschap Brabantse Delta moet een retentieleiding een minimale diameter van 40 mm hebben. Uit een gemaakte berekening blijkt dat de toepassing van een leidingdiameter van 80 mm in overeenstemming is met de uitgangspunten van Waterschap Brabantse Delta voor wat betreft de vertraagde afvoer. Aanvullende retentie De gemeente Loon op Zand vereist bij de ruimtelijke ontwikkelingen aanvullende retentie van hemelwater ter grootte van 180 m3 per hectare verhard oppervlak. Deze aanvullend gewenste retentie bedraagt 1.813 m3 (10,076 hectare x 180 m³/ha). Deze retentieopgave wordt gerealiseerd door in combinatie met de vereiste landschappelijke inpassing bij de watergangen een extra retentiestrook aan te leggen. Stuwen en dam/duiker verplaatsing Het plan voorzien tevens in de aanleg van twee knijpstuwen (LOP stuwen met V-vormige schotbalken).

In overleg met het waterschap is bepaald dat de knijpstuwen technisch kunnen functioneren tussen de niveaus NAP +1.00 en NAP +1.80. De daadwerkelijke operationele hoogte waarop de knijpstuwen in de praktijk zullen functioneren zal telkens in nauw overleg met het waterschap gebeuren. Om maximale doorstroming in het verdere noordelijk gelegen deel van het peilvak te bevorderen, zal een bestaande dam en duiker worden verplaatst.

Buitengebied – herziening ontwikkeling glastuinbouw Dongenseweg 4 te Kaatsheuvel

31

Mei 2023

Afvalwater Het afvalwater van de uit te breiden bedrijfslocatie wordt geloosd op de drukriolering die in de Dongenseweg ligt. Conclusie Op grond van het voorgaande wordt geconcludeerd dat het aspect water geen belemmering voor de ontwikkeling van de glastuinbouwlocatie aan de Dongenseweg 4. 4.8

Natuur

Beleid en wet- en regelgeving Sinds 1 januari 2017 geldt de Wet natuurbescherming. Deze wet vervangt de Natuurbeschermingswet 1998, de Flora- en faunawet en de Boswet. Daarmee zijn gebiedsbescherming en soortbescherming bij elkaar gebracht in één Nederlandse wet. Deze wet beschermt de van nature in Nederland in het wild voorkomende planten en dieren en hun directe leefomgeving, waaronder nesten en hollen. In de Wet natuurbescherming is onder meer bepaald dat beschermde dieren niet gedood, gevangen of verontrust mogen worden en planten niet geplukt, uitgestoken of verzameld mogen worden (algemene verbodsbepalingen). Verder is in de Wet natuurbescherming een zorgplicht opgenomen, een algemeen geldende fatsoensnorm voor de omgang met flora en fauna. Deze zorgplicht houdt in dat menselijk handelen zo weinig mogelijk nadelige gevolgen voor flora en fauna mag hebben. Natura 2000 is de benaming voor een Europees netwerk van natuurgebieden waarin belangrijke flora en fauna voorkomen, gezien vanuit een Europees perspectief. Met Natura 2000 wil men deze flora en fauna duurzaam beschermen. De staatssecretaris van Economische Zaken heeft voor Nederland ruim 160 Natura 2000-gebieden aangewezen. Gezamenlijk hebben ze een oppervlak van ruim 1,1 miljoen hectare.

Ze maken deel uit van een samenhangend netwerk van natuurgebieden in de Europese Unie die zijn aangewezen op grond van de vogelrichtlijn en habitatrichtlijn. Het doel van Natura 2000 is het keren van de achteruitgang van de biodiversiteit. Het is krachtens de Wet natuurbescherming verboden zonder vergunning van gedeputeerde staten projecten te realiseren of andere handelingen te verrichten die gelet op de doelstellingen voor instandhouding voor een Natura 2000-gebied de kwaliteit van de natuurlijke habitats of de habitats van soorten in dat gebied kunnen verslechteren of een significant verstorend effect kunnen hebben op de soorten waarvoor dat gebied is aangewezen (artikel 2.7, lid 2). Handelingen die een negatieve invloed hebben op Natura 2000-gebieden, worden slechts onder strikte voorwaarden toegestaan. Een vergunning is vereist. Door middel van het Nederlandse vergunningsstelsel wordt een zorgvuldige afweging gewaarborgd. De vergunningen zullen beoordeeld en afgegeven worden door de desbetreffende provincie. Onderzoek Quick scan flora en fauna Econsultancy heeft een quickscan flora en fauna uitgevoerd op de projectlocatie. De resultaten van deze quickscan zijn opgenomen in de rapportage van Econsultancy d.d. 30 januari 2020 met rapportnummer 7393.003 versie D2. Deze rapportage is als separate bijlage bij deze toelichting gevoegd.

Buitengebied – herziening ontwikkeling glastuinbouw Dongenseweg 4 te Kaatsheuvel

32

Mei 2023

De quickscan flora en fauna is uitgevoerd in het kader van een bestemmingsplanwijziging en heeft als doel in te schatten of er op de onderzoekslocatie planten- en diersoorten aanwezig of te verwachten zijn, die volgens de Wet natuurbescherming een beschermde status hebben en die mogelijk negatieve invloed kunnen ondervinden door de voorgenomen ingreep. Tevens is beoordeeld of de voorgenomen ingreep invloed kan hebben op Natura 2000 gebieden, houtopstanden die middels de Wet natuurbescherming zijn beschermd, of op gebieden die deel uitmaken van het Natuurnetwerk Nederland. Op basis van de onderhavige quickscan flora en fauna dient voor het dempen van de aanwezige afwateringskanaal tijdig duidelijk te zijn of deze een functie heeft voor de streng beschermde alpenwatersalamander. Ten aanzien van in de buurt nestelende kerkuil en steenuil zijn overtredingen van de Wet natuurbescherming redelijkerwijs uit te sluiten vanwege het uitblijven van een effect als gevolg van lichtverstoring. Eveneens gaat er geen geschikt foerageergebied verloren (steenuil) of is er nog voldoende alternatief in de omgeving aanwezig (kerkuil). Ten aanzien van de grote nesten op het noordelijke perceel van de waterzuivering dient een afstand van 75 meter behouden te blijven tijdens het broedseizoen, om verstoring van een jaarrond nest te voorkomen.

Vanwege de afstand van ten minste 75 meter tussen het meest nabijgelegen nest en de beoogde werkzaamheden, in dit geval de graafwerkzaamheden voor het verleggen van de watergang, kan verstoring als gevolg van de werkzaamheden worden uitgesloten, mits groot materieel wordt aangereden vanuit de Dongenseweg, of buiten het broedseizoen. Alpenwatersalamander Op basis van de onderhavige quickscan flora en fauna dient voor het dempen van de aanwezige afwateringskanaal tijdig duidelijk te zijn of deze een functie heeft voor de streng beschermde alpenwatersalamander. Daarnaast dient een ecologisch werkprotocol opgemaakt te worden om schade aan algemene zoogdieren, amfibieën en vissen met betrekking tot de werkzaamheden aan de sloot te voorkomen. In aanvulling op de quickscan van Econsultancy heeft Blom Ecologie in de periode maart – mei 2021 onderzoek uitgevoerd naar de aanwezigheid van de Alpenwatersalamander op de planlocatie. Het onderzoek is uitgevoerd conform de Soorteninventarisatieprotocollen (NGB, 2017). Aanvullend is een extra veldbezoek afgelegd t.a.v. de poelkikker. De resultaten van dit onderzoek zijn opgenomen in de rapportage van Blom Ecologie d.d. 6 mei 2021 met kenmerk BE/2021/264. Deze rapportage is als bijlage bij de toelichting gevoegd. Tijdens het onderzoek zijn geen individuen van de alpenwatersalamander of poelkikker aangetroffen.

Hieruit blijkt dat de watergangen op de planlocatie geen (essentiële) functie heeft voor de Alpenwatersalamander en poelkikker. Het dempen en sterk vergraven van de watergangen zal derhalve niet leiden tot negatieve effecten, alsmede overtreding Wet natuurbescherming op de Alpenwatersalamander en poelkikker. Er zijn verschillende waarnemingen gedaan van algemene amfibie- en vissoorten. Daarnaast zijn verschillende foeragerende en overvliegende vogels aangetroffen. Het is aannemelijk dat de bosschage ten noorden van de planlocatie gebruikt wordt als nestplaats van de havik. Hiervoor wordt een ecologisch werkprotocol opgesteld om negatieve effecten te voorkomen. Mits de Algemene zorgplicht in acht wordt genomen is er geen sprake van overtreding Wet natuurbescherming. Buitengebied – herziening ontwikkeling glastuinbouw Dongenseweg 4 te Kaatsheuvel

33

Mei 2023

Werkprotocol Bij de uitvoering van de werkzaamheden dient rekening gehouden te worden met de Algemene zorgplicht en de aanwezigheid van een nestlocatie en foerageergebied van havik en mogelijk andere roofvogelsoorten. Hiervoor is een ecologisch werkprotocol opgesteld om negatieve effecten te voorkomen. Dit werkprotocol is opgesteld om negatieve effecten ten aanzien van jaarrond beschermde roofvogels (c.q. havik), naar aanleiding van de vorengenomen activiteiten, te voorkomen alsmede om overtreding van wetgeving en het vigerend beleid te ondervangen. Daarnaast zijn in deze rapportage algemene maatregelen opgenomen ten behoeve van de Algemene zorgplicht. Naast het voorkomen van negatieve effecten dient deze rapportage als middel voor een goed verloop en vlotte doorstroming van de werkzaamheden. Stikstof In verband met de voorgenomen ontwikkeling van het glastuinbouwbedrijf is door Derks Advies een stikstofonderzoek uitgevoerd met behulp van de AERIUS-calculator. In dit onderzoek zijn de stikstofemissies van de locaties Dongenseweg 3a en Dongenseweg 4 in samenhang met elkaar bekeken. De AERIUS-berekeningen d.d. 18 april 2023 alsmede de toelichting daarop van Derks Advies zijn als bijlage bij deze toelichting gevoegd.

Uit de AERIUS berekeningen blijkt dat bij de bouwfase het projecteffect slechts 0,01 mol/ha/jaar is op de Habitatgebieden Loonse en Drunense Duinen & Leemkuilen en Langstraat. Ter compensatie van de bouwfase worden de nieuwe situatie de petroleumheaters in de bestaande kassen op Dongenseweg 3a niet meer ingezet voor gebruik. De verschilberekening laat zien dat het effect dan voor een afname zal zorgen. Bij de gebruiksfase neemt het projecteffect bij het beoogde gebruik af ten opzichte van het vergunde en feitelijk aanwezige gebruik van de stikstofdepositie op omliggende gebieden en heeft daarmee ook geen negatief effect op de instandhoudingsdoelstellingen van de betreffende gebieden. Daarnaast blijkt uit recente jurisprudentie (AbRS 20 januari 2021, ECLI:NL:RVS:2021:71) dat een afname in depositie op zichzelf geen vergunningplicht kent sinds de Spoedwet Aanpak Stikstof artikel 2.7, lid 2 van de Wet natuurbescherming heeft gewijzigd. Er is sindsdien pas een vergunning nodig als een project significant (negatieve) effecten kan hebben op een Natura 2000-gebied. Voor de gebruiksfase is daarmee eveneens geen Wet natuurbeschermingsvergunning voor deze uitbreiding en afname in depositie noodzakelijk. Voortoets Natura 2000 Econsultancy heeft een voortoets Natura 2000 uitgevoerd aan de Dongenseweg te Kaatsheuvel.

Dit De voortoets Natura 2000 is uitgevoerd in het kader van een bestemmingsplanwijziging en heeft als doel vast te stellen of er op grond van objectieve gegevens kan worden uitgesloten dat het plan, afzonderlijk of in combinatie met andere plannen, (significante) gevolgen kan hebben voor de instandhoudingsdoelstellingen van de Natura 2000-gebieden ‘Langstraat’ en ‘Loonse en Drunense Duinen en Leemkuilen’, op respectievelijk circa 3,4 kilometer en 4 kilometer afstand ten noorden en oosten van de onderzoekslocatie. Hierbij is getoetst aan de aanlegfase en de gebruiksfase. Gelet op de gevonden en te verwachten ecologische waarden en de beoogde planontwikkeling is volgens Econsultancy te concluderen dat de effecten oppervlakteverlies, versnippering, verontreiniging, verdroging, verstoring door geluid, verstoring door licht en bewuste verandering soortensamenstelling op voorhand zijn uit te sluiten. Uit dit stikstofonderzoek blijkt dat de

Buitengebied – herziening ontwikkeling glastuinbouw Dongenseweg 4 te Kaatsheuvel

34

Mei 2023

voorgenomen ontwikkeling van het glastuinbouwbedrijf wat betreft stikstof niet leidt tot significant negatieve effecten op Natura 2000-gebieden. Conclusie Op basis van het voorgaande wordt geconcludeerd dat het aspect natuur geen belemmering vormt voor de beoogde ontwikkeling mits rekening wordt gehouden met de Algemene zorgplicht en gewerkt wordt conform het ecologisch werkprotocol. 4.9

Verkeer en parkeren

Beleid en wet- en regelgeving Verkeersvisie Het college van burgemeester en wethouders heeft op 3 oktober de Verkeersvisie Loon op Zand 2025 vastgesteld. Deze visie geeft aan hoe het gemeentebestuur de bereikbaarheid van onze gemeente voor de toekomst ziet. In de Verkeersvisie Loon op Zand 2025 is aandacht voor auto’s, fietsers, voetgangers en openbaar vervoerreizigers. Parkeerbeleid Het gemeentelijk parkeerbeleid is opgenomen in de 'Uitwerking parkeerbeleid Loon op Zand 2016'. Het uitgangspunt van de gemeente is dat de parkeerbehoefte van een ruimtelijke ontwikkeling op het eigen terrein wordt opgevangen. Tevens bevat het parkeerbeleid parkeernomen waaraan voldaan moet worden. Onderzoek De ontsluiting van het nieuwe deel van het glastuinbouwbedrijf vindt plaats via de Dongenseweg. Deze weg wordt aangemerkt als een gebiedsontsluitingsweg. Gezien de capaciteit van deze weg, leidt de beperkte toename van het verkeeraanbod als gevolg van de geplande ontwikkeling, niet tot verkeerskundige problemen. De uitbreiding van het bedrijf maakt aan de zijde van de Dongenseweg gebruik van 2 in- en uitritten. De westelijke inrit wordt gebruikt voor het inkomende verkeer, terwijl het vertrekkende verkeer via de oostelijke ontsluiting zal rijden. Bij de inrit is een opstelplaats voor vrachtwagens voorzien.

Op deze opstelplaats kan, wanneer het hek gesloten is, een vrachtwagen wachten, zonder op het fietspad te staan. Verder is aan de oostzijde van de bedrijfslocatie een ontsluiting aangelegd. Deze ontsluiting wordt slechts in beperkte mate gebruikt, met name voor de bevoorrading van de propaantanks. Voor de aanleg van de verschillende in- en uitritten zal een omgevingsvergunning worden aangevraagd. Het gemeentelijke parkeerbeleid kent geen concrete parkeernormen voor een glastuinbouwbedrijf. De meest bij een glastuinbedrijf passende norm is de norm voor een arbeids- en bezoekersextensief bedrijf buiten de bebouwde kom. Daarvoor geldt een norm van totaal 1,2 parkeerplaats per 100 m2 bvo. De beoogde verwerkingshal heeft een oppervlakte van 4800 m2. Op basis van de norm leidt dit tot een parkeerbehoefte van 58 parkeerplaatsen. Op het terrein van de bedrijfsuitbreiding zijn 60 parkeerplaatsen voorzien. Daarmee zijn voldoende parkeerplaatsen om de parkeerbehoefte op eigen terrein op te vangen. Conclusie Het aspect verkeer en parkeren vormt geen belemmering voor de geplande ontwikkeling.

Buitengebied – herziening ontwikkeling glastuinbouw Dongenseweg 4 te Kaatsheuvel

35

Mei 2023

4.10

Milieuhinderlijke bedrijvigheid en voorzieningen

Beleid en wet- en regelgeving Bij elke ruimtelijke ontwikkeling moet worden aangetoond dat milieugevoelige functies (woningen, verzorgingshuizen, campings) niet komen te liggen binnen belemmeringencirkels van nieuw te realiseren bedrijven en voorzieningen. Er dient namelijk aangetoond te worden dat de ontwikkeling geen onaanvaardbaar effect heeft op het woon- en leefklimaat ter plaatse. Daarnaast dient aangetoond te worden dat bestaande bedrijven niet worden belemmerd in hun bedrijfsvoering als gevolg van de nieuwe ruimtelijke ontwikkeling. Voor wat betreft de onderbouwing daarvan dient in eerste instantie te worden uitgegaan van de VNGbrochure “Bedrijven en milieuzonering” uit 2009. Deze brochure geeft minimale richtafstanden vanaf de grens van een bedrijf tot een gevoelige functie die aangehouden moeten worden. De in de genoemde brochure opgenomen richtafstanden gelden ten opzichte van een rustige woonwijk. Onderzoek Inleiding In de genoemde VNG-Brochure wordt een (glas)tuinbouwbedrijf met kassen met gasverwarming gezien als bedrijf met een milieucategorie 2. Voor deze bedrijvigheid zijn volgende afstanden aspecten van belang: - Geur: 10 meter - Stof: 10 meter - Geluid: 30 meter - Gevaar: 10 meter De dichtstbijzijnde woningen (Dongenseweg 5/5a en Dongenseweg 14) ligt op afstand van circa 12 meter van de beoogde glastuinbouwbestemming.

Daarmee wordt niet voldaan aan de richtafstanden voor wat betreft geur, stof en gevaar. Verder kan licht een relevant aspect zijn bij glastuinbouwbedrijven in verband met het gebruik van assimilatieverlichting. Bij de voorgenomen bedrijfsvoering wordt echter geen gebruik van assimilatieverlichting. Er wordt niet voldaan de richtstand ten aanzien van geluid. Kraaij Akoestisch Adviesbureau heeft daarom een akoestisch onderzoek uitgevoerd. Het akoestisch onderzoek heeft zich gericht op: 1. de transportbewegingen en aanverwante geluidbronnen ten gevolge van de aan- en afvoer van producten bij de dockshelters. 2. aan- en afvoerbewegingen van personenauto’s; 3. intern transport met heftrucks van en naar de tray-velden. De resultaten van dit onderzoek zijn opgenomen in de rapportage d.d. 8 oktober 2021 met projectnummer BP.1835.R01. Dit rapport is als separate bijlage bijgevoegd. Langtijdgemiddeld beoordelingsniveau en equivalent geluidniveau vanwege indirecte hinder In het akoestisch onderzoek berekend hoeveel vrachtwagens er maximaal mogen komen om te kunnen voldoen aan de richtwaarde van 50 dB(A) in de dag-, 45 dB(A) in de avond- en 40 dB(A) in de nachtperiode uit de VNG-publicatie ‘Bedrijven en milieuzonering’ op de gevels van de woning aan de Dongenseweg 5a.

Tegelijkertijd is ook gekeken of voldaan wordt aan de geluidnormering uit het Activiteitenbesluit milieubeheer bij deze woning en de andere woningen rondom het bedrijf en wat de consequenties zijn voor de geluidbelasting vanwege de indirecte hinder. Buitengebied – herziening ontwikkeling glastuinbouw Dongenseweg 4 te Kaatsheuvel

36

Mei 2023

Indien er ten hoogste 72 vrachtwagens in de dag-, 9 in de avond- en 5 in de nachtperiode komen, wordt voldaan aan de richtwaarde uit de VNG-brochure. Dit aantal past ruimschoots in de bedrijfsvoering en kan als worst-case benadering worden beschouwd. In bijlage II zijn de rekenresultaten van het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau opgenomen. Alle akoestisch relevante geluidbronnen betreffen mobiele geluidbronnen. Deze behoeven niet te worden getoetst aan de geluidnormen uit het Activiteitenbesluit milieubeheer. Dit betekent automatisch dat voldaan wordt aan de geluidnormen uit het Activiteitenbesluit milieubeheer. Op basis van deze uitgangspunten is de geluidbelasting berekend vanwege de indirecte hinder. Hierbij is er van uitgegaan dat al het verkeer vanuit westelijke richting aankomt en ook weer in westelijke richting weer vertrekt. Hiermee wordt de geluidbelasting op de woningen aan de Dongenseweg 3a en 5a worst-case berekend. Uit de rekenresultaten blijkt dat het equivalent geluidniveau ten hoogste 51 dB(A) in de dag-, 48 dB(A) in de avond- en 42 dB(A) in de nachtperiode bedraagt.

De richtwaarde van 50 dB(A) etmaalwaarde (=50 dB(A) in de dag-, 45 dB(A) in de = avonden 40 dB(A) in de nachtperiode), wordt in de dagperiode met 1 dB(A), in de avondperiode met 3 dB(A) en in de nachtperiode met 2 dB(A) overschreden ter plaatse van de voorgevel van de woning aan de Dongenseweg 5a. Op alle andere woningen wordt voldaan aan de voorkeursgrenswaarde van 50 dB(A). Op grond van de Circulaire “Geluidhinder veroorzaakt door het wegverkeer van en naar de inrichting”, mag de voorkeursgrenswaarde van LAeq = 50 dB(A) worden overschreden tot de ten hoogst toelaatbare geluidbelasting van LAeq = 65 dB(A). De overschrijding van 1 dB(A) tot 3 dB(A) is aanvaardbaar binnen deze range. In het bestemmingsplan ‘Buitengebied 2011’ is een akoestisch onderzoek opgenomen. Uit dit onderzoek blijkt dat de verkeersintensiteit op de Dongenseweg 5.355 motorvoertuigen per etmaal bedraagt in 2020. Op grond van deze uitgangspunten is de geluidbelasting berekend op de voorgevel van de woning aan de Dongenseweg 5a. Uit de rekenresultaten blijkt dat de geluidbelasting vanwege de Dongenseweg 62 dB(A) in de dag-, 58 dB(A) in de avond- en 53 dB(A) in de nachtperiode bedraagt. De bijdrage van het plan op de totale geluidbelasting is dus verwaarloosbaar. Maximaal geluidniveau Uit de rekenresultaten blijkt dat wat betreft het maximale geluidniveau voldaan wordt aan de richtwaarde c.q.

geluidnorm van 70 dB(A) in de dag-, 65 dB(A) in de avond- en 60 dB(A) in de nachtperiode. Voor de toetsing aan het Activiteitenbesluit milieubeheer is alleen de avond- en nachtperiode van belang, omdat in de dagperiode het optredend maximaal geluidniveau vanwege laad- en losactiviteiten en op het in en uit de inrichting rijden van landbouwtractoren of motorrijtuigen met beperkte snelheid niet van toepassing is. Er wordt voldaan aan de geluidnorm van 65 dB(A) in de avond- en 60 dB(A) in de nachtperiode. Veehouderij Dongenseweg 5 en 5a Op de locatie Dongenseweg 5 en 5a bevindt zicht een agrarisch bedrijf. Op grond van het ter plaatse geldende bestemmingsplan is hier enkel een grondgebonden veehouderij toegestaan. Voor veehouderijen moet worden voldaan aan de algemeen geldende vaste afstanden uit de Wet geurhinder en veehouderij (Wgv). Op grond van de Wet geurhinder en veehouderij (artikel 4.1) en het Activiteitenbesluit (artikel 3.117) geldt een minimale afstand van 50 meter tussen geurgevoelige Buitengebied – herziening ontwikkeling glastuinbouw Dongenseweg 4 te Kaatsheuvel

37

Mei 2023

objecten buiten de bebouwde kom en veehouderijen waar dieren worden gehouden zonder geuremissiefactor (grondgebonden veehouderijen). Deze afstand wordt volgens artikel 4 van de Regeling geurhinder en veehouderij gemeten van het emissiepunt van een dierenverblijf tot de buitenzijde (gevel) van een geurgevoelig object. Het emissiepunt van het dierenverblijf is volgens de genoemde regeling het punt van het dierenverblijf waar de geur naar buiten gaat. Voor zover kassen beschouwd kunnen worden als een geurgevoelig object, staan de beoogde kassen op een afstand van meer dan 50 meter van de dichtstbijzijnde stal/dierenverblijf op het perceel Dongenseweg 5 en 5a. Daarmee wordt voldaan de minimale afstand op grond van de Wet geurhinder en veehouderij. Conclusie Geconcludeerd wordt dat het aspect milieuzonering geen belemmering vormt voor de geplande ontwikkeling van een glastuinbouwbedrijf op Dongenseweg 4. 4.11

Geurhinder en gezondheidsaspecten

Inleiding Veehouderijen zijn regelmatig onderwerp van discussie omtrent het aspect volksgezondheid. De focus ligt hierbij met name op grootschalige varkens-, pluimvee- en geitenhouderijen. Op basis van de momenteel uitgevoerde onderzoeken kunnen nog geen eenduidige conclusies worden getrokken of er sprake is van een causaal verband tussen veehouderijen en volksgezondheid. Dit wordt ook door de Gezondheidsraad geconcludeerd in haar advies van 14 februari 2018 hieromtrent. In dit advies wordt bovendien gesteld dat hoewel niet kan worden vastgesteld wat eventuele gezondheidseffecten veroorzaakt, dat het wel zinvol is om emissiereducerende maatregelen bij veehouderijen te treffen. Vervolgonderzoek is nog noodzakelijk en gaande. Hieronder wordt een samenvatting gegeven van de belangrijkste gepubliceerde onderzoeken met betrekking tot veehouderijen en volksgezondheid. Vanuit een goede ruimtelijke ordening dient ook aandacht besteed te worden aan het woon- en leefklimaat ter plaatse (achtergrondbelasting). Daarom wordt hieronder ook op ingegaan. In dit verband wordt opgemerkt dat de beoogde ontwikkeling op Dongenseweg 4 voorziet in de realisatie van een glastuinbouwbedrijf en niet op de ontwikkeling van woningen. Weliswaar bevindt zich in het plangebied een bestaande woning, echter dit betreft de reeds bestaande en verguning woning.

Deze woning gaat fungeren als bedrijfswoning bij het glastuinbouwbedrijf. Onderzoek Gezondheid In augustus 2016 is het onderzoek ‘Veehouderij en Gezondheid Omwonenden’ (VGO-1) gepubliceerd, RIVM-rapport 2016-0058. Voor dit onderzoek is uitgebreid onderzoek gedaan in het oosten van Noord-Brabant en het noorden van Limburg, een dichtbevolkt gebied met een hoge veehouderijendichtheid. Deze conclusies zijn derhalve niet één-op-één door te trekken naar gebieden met een andere samenstelling.

Buitengebied – herziening ontwikkeling glastuinbouw Dongenseweg 4 te Kaatsheuvel

38

Mei 2023

Het gaat om de volgende conclusies: • Het VGO-onderzoek bevestigt eerdere bevindingen dat astma en neusallergieën minder voorkomen bij mensen die op korte afstand wonen van veehouderijen. Verder komt COPD in de landelijke delen van het onderzoeksgebied net zo vaak voor als in gebieden met een lage dichtheid aan veehouderijen. COPD-patiënten blijken wel een belangrijke risicogroep voor luchtweg-gerelateerde gezondheidseffecten in relatie tot veehouderijen. • Uit het VGO-onderzoek komen aanwijzingen naar voren dat het wonen in de buurt van veehouderijen een nadelig effect heeft op de longfunctie. Daarnaast blijkt dat de longfunctie lager is wanneer de concentratie ammoniak in de lucht hoog is. Dit lijkt niet te wijten te zijn aan ammoniak zelf, maar aan fijnstof-deeltjes die worden gevormd doordat ammoniak met andere stoffen in de lucht reageert. In de buurt van veehouderijen komen bovendien meer endotoxinen, fijnstof en mogelijke andere componenten afkomstig uit de veehouderij voor. • Het VGO-onderzoek heeft nieuwe inzichten opgeleverd in de relatie tussen veehouderij en gezondheid. De inzichten zijn niet compleet en het is niet altijd duidelijk of er een oorzakelijk verband bestaat. Vervolgonderzoek is hiertoe noodzakelijk.

In juni 2017 verscheen het onderzoeksrapport ‘Veehouderij en Gezondheid Omwonenden (aanvullende studies); Analyse van gezondheidseffecten, risicofactoren en uitstoot van bio-aerosolen’, RIVM-rapport 2017-0062 (VGO-2). Dit onderzoek bevestigt de conclusies uit het VGO-onderzoek uit augustus 2016. Verder toont dit onderzoek aan dat rondom een individuele geitenhouderij en pluimveehouderijen sprake is van een verhoogde kans op longontsteking. In september 2018 is een deelrapport ‘Longontsteking in de nabijheid van geiten- en pluimveehouderijen; actualisering van gegevens uit huisartsenpraktijken 2014-2016’ gepubliceerd. Dit rapport maakt deel uit van een reeks vervolgonderzoeken in het kader van het onderzoeksprogramma Veehouderij en Gezondheid Omwonenden (VGO 3). De resultaten van dit onderzoek wijzen, net als de voorgaande onderzoeken, op een associatie tussen het wonen in nabijheid van een geitenhouderij en een verhoogd risico op longontsteking. De associatie tussen een verhoogd risico op longontsteking en het wonen in de buurt van een pluimveehouderij blijkt, in de jaren die binnen deze actualisering zijn onderzocht, niet meer statistisch significant te zijn. Uit het VGO 2 en VGO 3-onderzoek blijkt dat het verhoogde risico voor longontstekingen zich vooral in nabijheid van geitenhouderijen zich voordoet. Gezondheidsrisico’s bij andere veehouderijen zijn niet aanetoond.

Gezondheidsrisico’s doen zich voor binnen een afstand van 2 kilometer rondom geitenhouderij bedrijven. Er zijn geen geitenhouderijen aanwezig binnen een afstand van 2 kilometer rondom het plangebied. Hierdoor is er geen sprake van relevante gezondheidsrisico’s. Verder wordt opgemerkt dat de beoogde ontwikkeling op Dongenseweg 4 voorziet in de realisatie van een glastuinbouwbedrijf en niet op de ontwikkeling van woningen. Geur Op basis van de kaart ‘Achtergrondbelasting geur’ van de Omgevingsdienst Zuidoost-Brabant is bekeken wat de geurbelasting is, die wordt veroorzaakt door veehouderijen. Uit deze kaart blijkt dat er op de locatie sprake is van een goede tot redelijk goede kwaliteit van de leefomgeving. Onderstaande afbeelding toont een uitsnede van deze kaart. Conclusie Op basis van het voorgaande wordt geconcludeerd dat voor de boogde ontwikkeling van het glastuinbouwbedrijf op Dongenseweg 4 vanuit het oogpunt van geur en gezondheid geen belemmeringen bestaan. Buitengebied – herziening ontwikkeling glastuinbouw Dongenseweg 4 te Kaatsheuvel

39

Mei 2023

Achtergrondbelasting geur’ - Omgevingsdienst Zuidoost-Brabant

4.12

Spuitzones en gewasbeschermingsmiddelen

Inleiding Doordat het plangebied in nabijheid ligt van het buitengebied is het in het kader van het aspect volksgezondheid wenselijk om te beschouwen of er sprake is van potentiële risico’s ten aanzien van de toepassing van gewasbeschermingsmiddelen. Indien gewasbeschermingsmiddelen op teeltgronden worden toegepast kan er sprake zijn van drift (het verwaaien van gewasbeschermingsmiddelen). Hierdoor kunnen deze gewasbeschermingsmiddelen bijvoorbeeld bij woningen en in tuinen terecht komen. Om een zonering te kunnen hanteren tussen bespuitingen en gevoelige functies wordt de term ‘spuitzones’ gehanteerd. Het Activiteitenbesluit milieubeheer, in combinatie met de Activiteitenregeling milieubeheer, bevat de regels voor de toepassing van gewasbeschermingsmiddelen op open teelten (paragraaf 3.5.3 Algemene beoordelingsmethodiek(Abm)). In geen enkele wettelijke regeling zijn afstanden vastgelegd die in acht moeten worden genomen voor spuitzones tussen gevoelige functies en percelen met open teelt waarop gewasbeschermingsmiddelen worden gebruikt. Hieromtrent dient door het bevoegd gezag een ruimtelijke afweging te worden gemaakt. De Afdeling bestuursrecht van de Raad van State acht een afstand van 50 meter als vuistregel aanvaardbaar tussen gevoelige functies en agrarische bedrijvigheid in de fruitsector, de boomteelt en de glastuinbouw in het algemeen.

Onderzoek In de directe omgeving van de bedrijfslocatie bevindt zich een aantal woningen op een afstand van 50 meter of minder van de beoogde containervelden waarop open teelten plaatsvinden. Dit betreft de woningen op de adressen De Roei 3, 5 en 7 en Dongenseweg 14. De woningen aan De Roei Buitengebied – herziening ontwikkeling glastuinbouw Dongenseweg 4 te Kaatsheuvel

40

Mei 2023

bevinden zich op een afstand van circa 30 meter van de geplande containervelden. De afstand van deze velden tot de woning op Dongenseweg 14 bedraagt circa 20 meter. Ter voorkoming dat op een te korte afstand van woningen gewasbeschermingsmiddelen op een te korte afstand van woningen worden gebruikt, is in de regels bepaald dat de toepassing van gewasbeschermingsmiddelen op een afstand van minder dan 50 meter van woningen van derden wordt aangemerkt als strijdig gebruik. Conclusie Gelet op het voorgaande wordt geconcludeerd dat het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen geen belemmering vormt voor de beoogde ontwikkeling, mits in het bestemmingsplan wordt gewaarborgd dat gewasbeschermingsmiddelen op een afstand van meer dan 50 meter van omliggende woningen wordt gebruikt. 4.13 Kabels en leidingen Op en rond de locatie bevinden zich geen kabels of leidingen die de realisatie van het plan belemmeren. Voorafgaand aan de uitvoering van graafwerkzaamheden zal een KLIC-melding worden gedaan.

Buitengebied – herziening ontwikkeling glastuinbouw Dongenseweg 4 te Kaatsheuvel

41

Mei 2023

5. Juridische toelichting 5.1 Algemeen De planopzet en de regels sluiten aan bij het ter plaatse geldende bestemmingsplan “Buitengebied 2011”, zoals vastgesteld op 15 december 2011. De regels van voorliggend bestemmingsplan die van toepassing zijn op ontwikkeling op Dongenseweg 4 zijn, sluiten voor een belangrijk deel aan bij de regels van het bestemmingsplan 2011. Bij de opstelling van het onderhavige bestemmingsplan is de Standaard Vergelijkbare BestemmingsPlannen 2012 (SVBP 2012) gehanteerd. Het plangebied bevat een viertal enkelbestemmingen, te weten de bestemmingen “Agrarisch”, “Groen”, “Verkeer” en “Water”. Tevens bevat het bestemming de dubbelbestemming “WaardeArcheologie”. 5.2 Analoge plankaart Hieronder is een afbeelding van de verbeelding opgenomen.

Verbeelding

5.3

Planregels / Beschrijving van de bestemmingen

Inleidende bepalingen Hoofdstuk 1 van de regels bevat bepalingen die, net als de in hoofdstuk 3 opgenomen “Algemene regels”, algemeen gelden voor alle bestemmingen zoals opgenomen in hoofdstuk 2. Hoofdstuk 1 bevat de begrippen (artikel 1) en het artikel betreffende de wijze waarop bijvoorbeeld hoogtematen en oppervlaktematen moeten worden gemeten en berekend. In Hoofdstuk 3 zijn onder andere procedureregels, algemene gebruiksregels en flexibiliteitsbepalingen opgenomen. In Hoofdstuk 4 zijn de overgangsregels en de slotregel opgenomen.

Buitengebied – herziening ontwikkeling glastuinbouw Dongenseweg 4 te Kaatsheuvel

42

Mei 2023

Bestemmingen Agrarisch De bedrijfslocatie van het glastuinbouwbedrijf is bestemd als “Agrarisch”. De geplande bedrijfsvoering bestaat uit een combinatie van glastuinbouw en boomteelt. Daarom staat de bestemming een glastuinbouwbedrijf en/of een (vollegronds)teeltbedrijf toe. Op de verbeelding is een bouwvlak opgenomen. Binnen dit bouwvlak zijn de bedrijfsgebouwen en de kassen toegestaan. Teeltondersteunende voorzieningen zijn binnen het bouwvlak zondermeer toegestaan. Buiten het bouwvlak zijn middels een specifieke aanduiding teeltondersteunende voorzieningen toegestaan, één en ander met het oog op de geplande containervelden. Voor de bedrijfswoning is een specifieke aanduiding opgenomen. Groen De gronden waarop de landschappelijke inpassing van het te ontwikkelen deel van het glastuinbouwbedrijf is voorzien, zijn bestemd als "Groen". Verkeer Een klein deel van het plangebied heeft de bestemming verkeer. Deze bestemming heeft betrekking op het te verleggen fietspad. Water Het geplande oppervlaktewater in de beoogde ontwikkeling is bestemd als “Water”. Waarde – Archeologie 1 De bestemming Waarde - Archeologie is opgenomen voor de bescherming van eventueel archeologische waarden aan de zuid- en oostzijde van het plangebied. Op basis van de dubbelbestemming zijn alleen werkzaamheden toestaan die niet groter zijn dan 100 m2 en niet dieper gaan dan 30 centimeter onder maaiveld.

Wanneer ingrepen worden gedaan die hier niet aan voldoen dient nader onderzoek te worden uitgevoerd naar de aanwezige archeologische waarden. Algemene regels en slotbepaling Anti-dubbeltelregel Om misbruik van de bouwregels te voorkomen, is in dit artikel bepaald dat gronden, die al eens als berekeningsgrondslag voor een omgevingsvergunning hebben gediend, niet nogmaals als zodanig kunnen dienen. Algemene bouwregels In de algemene bouwregels is bepaald dat bestaande maten en hoeveelheden, die afwijken van het bepaalde in dit bestemmingsplan en legaal aanwezig zijn, mogen worden aangehouden. Tevens is een regeling opgenomen over ondergronds bouwen. Algemene gebruiksregels In dit artikel zijn de algemeen geldende regels opgenomen ten aanzien van strijdig gebruik. Vermeld wordt de specifieke regeling die is opgenomen ten aanzien van de instandhouding van de landschappelijke inpassing rondom het bedrijf. Het glastuinbouw bedrijf mag pas in gebruik worden genomen als de water- en groenvoorzieningen ten behoeve van landschappelijke inpassing zijn gerealiseerd. Buitengebied – herziening ontwikkeling glastuinbouw Dongenseweg 4 te Kaatsheuvel

43

Mei 2023

Algemene afwijkingsregels In dit artikel zijn een aantal algemene afwijkingsregels opgenomen. Deze afwijkingen betreffen het bouwen van gebouwtjes van openbaar nut, het overschrijden van bebouwingsgrenzen, beperkte verschuivingen van de bestemmingsgrenzen en het oprichten van kunstwerken en ander bouwwerken tot een bepaalde bouwhoogte. Overige regels In deze bepaling wordt vermeld dat wettelijke regelingen van toepassing zoals die luidden op het tijdstip van de terinzagelegging van het ontwerp van het bestemmingsplan. Nadere eisen Nadere eisen kunnen gesteld worden stellen aan de situering van bouwwerken als dat noodzakelijk is is ten behoeve van zorgvuldig ruimtegebruik en/of ruimtelijke kwaliteit. Overgangsrecht Dit artikel betreft het overgangsrecht met betrekking tot gebruik van onbebouwde gronden en bouwwerken dat afwijkt van het bestemmingsplan op het moment dat dit rechtskracht verkrijgt. Dit gebruik mag worden voortgezet. Wijziging van het afwijkend gebruik is slechts toegestaan indien de afwijking hierdoor wordt verkleind. Daarnaast zijn overgangsregels opgenomen ten aanzien van het bouwen. Een bouwwerk dat afwijkt van de bouwregels van het bestemmingsplan op het moment dat dit rechtskracht verkrijgt, mag gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd, of na een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd.

De afwijking mag daarbij naar aard en omvang niet worden vergroot. Daarvan mag eenmalig bij een omgevingsvergunning worden afgeweken tot maximaal 10% van de inhoud van het bouwwerk. Het overgangsrecht is niet van toepassing op bouwwerken die reeds in strijd waren met het voorgaande geldende bestemmingsplan Slotregel In de regels is de naamgeving van de regels bepaald.

Buitengebied – herziening ontwikkeling glastuinbouw Dongenseweg 4 te Kaatsheuvel

44

Mei 2023

6. Uitvoerbaarheid 6.1 Economische uitvoerbaarheid Aan de realisatie van het plan zijn voor de gemeente Loon op Zand geen kosten verbonden. De ontwikkelingskosten worden geheel door initiatiefnemer gedragen. De kosten welke door de gemeente gemaakt worden die gemoeid zijn met de herziening van het bestemmingsplan, worden door middel van de heffing van leges bij de initiatiefnemer in rekening gebracht. Verder zal de initiatiefnemer met het gemeentebestuur een planschadeovereenkomst sluiten. Daardoor is verzekerd dat eventueel uit te betalen tegemoetkomingen in planschade niet voor rekening van het gemeentebestuur komen. De Wet ruimtelijke ordening maakt met het bepaalde in afdeling 6.4 het vaststellen van een exploitatieplan verplicht voor een aantal bouwactiviteiten, wanneer de bouw planologisch mogelijk wordt gemaakt in het bestemmingsplan. De zogenaamde “aangewezen bouwplannen” waarbij een exploitatieplan verplicht is en welke zijn opgenomen in artikel 6.2.1 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) zijn onder andere de bouw van een of meer andere hoofdgebouwen en de uitbreiding van een gebouw met ten minste 1000 m² bruto-vloeroppervlakte. Het voorliggende plan wordt gerealiseerd op particulier initiatief.

De gemeente en de initiatiefnemer zullen in een af te sluiten anterieure overeenkomst de rechten en plichten van zowel de ontwikkelaar als de gemeente aangeven, alsmede de definitieve regeling van het kostenverhaal. Met deze overeenkomst is het plan verzekerd van kostendekking, het opstellen van een exploitatieplan is daarom overeenkomstig artikel 6.12, lid 2 onder a. van de Wet ruimtelijke ordening niet nodig. Gesteld kan worden dat er geen verplichting is om tegelijkertijd met de ruimtelijke procedure een exploitatieplan op te stellen. De economische uitvoerbaarheid van dit bestemmingsplan is hiermee aangetoond 6.2

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

Overleg omwonenden Bij de voorbereiding heeft de initiatiefnemer uitvoerig en intensief contact gehad met de omwonenden. De initiatiefnemer heeft op verschillende manieren contact met de omwonenden gehad. Zo zijn diverse individuele gesprekken gevoerd. Tevens zijn op 5 juni 2018 en 30 oktober 2019 2 plenaire bijeenkomsten voor de omwonenden gehouden. Bij deze beide bijeenkomsten is ook een vertegenwoordiging van de gemeente Loon op Zand aanwezig geweest. Van deze bijeenkomsten zijn verslagen gemaakt, die aan de omwonenden zijn verstuurd. De verslagen zijn tevens als bijlage bij deze toelichting gevoegd. Uit het overleg met de omwonenden zijn geen zwaarwegende bezwaren tegen de geplande ontwikkeling van het glastuinbouwbedrijf naar voren gekomen. Overleg andere bestuursorganen/overlegpartners Op grond van artikel 6.18 van het Besluit omgevingsrecht juncto artikel 3.1.1 van het Besluit ruimtelijke ordening dienen burgemeester en wethouder in het kader van de voorbereiding van een bestemmingsplan die wordt voorbereid met de uitgebreide voorbereidingsprocedure vooroverleg te plegen met de besturen van de betrokken gemeenten en waterschappen en met de betrokken diensten van provincie en Rijk.

Buitengebied – herziening ontwikkeling glastuinbouw Dongenseweg 4 te Kaatsheuvel

45

Mei 2023

Bijlagen Inrichtingstekeningen (totaal en voorterrein) Notitie Bouwstenen Landschappelijke inpassing Aanmeldnotitie m.e.r. Archeologisch bureauonderzoek Proefsleuvenonderzoek Selectiebesluit Bodemonderzoeken Memo waterhuishouding Kwantitatieve risico-analyse Verantwoording groepsrisico Quickscan flora en fauna Aanvullend onderzoek alpenwatersalamander Ecologisch werkprotocol Stikstofberekeningen (incl. AERIUS-berekeningen) Voortoets Natura 2000 Akoestisch onderzoek Verslagen overleg omwonenden

Buitengebied – herziening ontwikkeling glastuinbouw Dongenseweg 4 te Kaatsheuvel

46

Mei 2023

Resultaten toetsing NSL-tool

Buitengebied – herziening ontwikkeling glastuinbouw Dongenseweg 4 te Kaatsheuvel

47

Mei 2023

Buitengebied – herziening ontwikkeling glastuinbouw Dongenseweg 4 te Kaatsheuvel

48

Mei 2023

Buitengebied – herziening ontwikkeling glastuinbouw Dongenseweg 4 te Kaatsheuvel

49

Mei 2023

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=LoonOpZand&id=50132615-3703-4eac-ae74-6739209826f6