Toelichting ontwerpbestemmingsplan
Tekst van het document
Gemeente Loon op Zand Bestemmingsplan Buitengebied-herziening ontwikkeling glastuinbouw Dongenseweg 4 te Kaatsheuvel
Ontwerp NL.IMRO.0809.BPDongenseweg4-ON01 Mei 2023
1. Inleiding 1.1 Aanleiding Op het adres Dongenseweg 3a te Kaatsheuvel is het bedrijf Van Son & Koot b.v. gevestigd. Dit bedrijf houdt zich bezig met de teelt van tuinplanten in container. Deels vindt deze teelt plaats binnen in kassen en deels buiten op containervelden. Het bedrijf zet producten af naar tuincentraketens, bouwmarktketens en verzendbedrijven door geheel Europa. Als gevolg van de grote groei en vraag van klanten, de toenemende eisen die klant en milieu aan de producten stellen en de in de boomkwekerij optredende schaalvergroting om concurrerend te kunnen blijven produceren, is het noodzakelijk voor de ondernemer om de bedrijfslocatie uit te breiden. Dit wil de ondernemer doen door de bedrijfslocatie te vergroten aan de overzijde van het bestaande bedrijf, op het adres Dongenseweg 4. 1.2 Ligging locatie en bestaande situatie De projectlocatie aan de Dongenseweg ligt in het buitengebied van de gemeente Loon op zand, aan de westzijde van Kaatsheuvel. Op de afbeelding hieronder is de locatie weergegeven.
Ligging locatie
Buitengebied – herziening ontwikkeling glastuinbouw Dongenseweg 4 te Kaatsheuvel
2
Mei 2023
1.3 Geldende bestemmingsplannen De locatie aan de Dongenseweg 4 ligt grotendeels in het bestemmingsplan “Buitengebied 2011”, zoals de gemeenteraad van Loon op Zand dat op 24 september 2014 heeft vastgesteld. Op de gronden waarop het initiatief is voorzien, rust de bestemming "Agrarisch" met deels de gebiedsaanduiding “reconstructiewetzone – verwervingsgebied” en deels de gebiedsaanduiding “reconstructiewetzone – extensiveringsgebied”. Gronden met de bestemming "Agrarisch" zijn op grond van artikel 3.1 onder b van de planregels bestemd voor agrarische bedrijven, met dien verstande dat uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'glastuinbouw' een glastuinbouwbedrijf is toegestaan. Daarnaast is op grond van artikel 3.1 onder c één bedrijfswoning toegestaan. De locatie van het initiatief heeft niet de aanduiding 'glastuinbouw', en bovendien ontbreekt een bouwvlak.
Uitsnede bestemmingsplan “Buitengebied 2011”
Naast het bestemmingsplan “Buitengebied 2011” geldt ook het bestemmingsplan “Buitengebied 2011 – herziening Dongenseweg 4”. Op deze locatie ligt de enkelbestemming “Wonen” en “Tuin” met een bouwvlak. Dit bestemmingsplan geldt alleen voor een deel van de gronden waarop de glastuinbouwontwikkeling is gepland.
Buitengebied – herziening ontwikkeling glastuinbouw Dongenseweg 4 te Kaatsheuvel
3
Mei 2023
Uitsnede bestemmingsplan “Buitengebied 2011 – herziening Dongenseweg 4”
Uit het voorgaande blijkt dat de ontwikkeling van een glastuinbouwbedrijf op Dongenseweg 4 volgens de ter plaatse geldende bestemmingsplannen niet is toegestaan. Daarom is voor de geplande glastuinbouwontwikkeling een herziening van het bestemmingsplan voorbereid. 1.4 Opzet van de toelichting Deze toelichting bestaat uit 5 hoofdstukken. Na het voorliggende eerste inleidende hoofdstuk, bevat hoofdstuk 2 een beschrijving van de bestaande en nieuwe situatie. De beleidsmatige verantwoording van de geplande ontwikkeling is opgenomen in hoofdstuk 3. Vervolgens wordt in hoofdstuk 4 ingegaan op de verschillende randvoorwaarden die van invloed zijn op de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan. Hoofdstuk 5 geeft een toelichting op de juridische aspecten van het bestemmingsplan. Het laatste hoofdstuk behandelt de juridische en economische uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan.
Buitengebied – herziening ontwikkeling glastuinbouw Dongenseweg 4 te Kaatsheuvel
4
Mei 2023
2. Bestaande en nieuwe situatie 2.1 Bestaande situatie De gronden waarop de ontwikkeling van het glastuinbouwbedrijf is voorzien, zijn in de bestaande situatie agrarisch in gebruik, voornamelijk voor akkerbouw. Tot voor kort stond op de locatie Dongenseweg 4 een vervallen woning. In september 2015 heeft de raad het bestemmingsplan “Buitengebied 2011-herziening Dongenseweg 4” vastgesteld, die het mogelijk maakte om de bestaande woning te slopen en een nieuwe woning te herbouwen op een andere plaats op hetzelfde perceel. Van deze planologische mogelijkheid is geen gebruik gemaakt. Vooruitlopend op de uitbreiding van het glastuinbouwbedrijf is op 16 maart 2020 een omgevingsvergunning verleend voor de herbouw van een woning aan de westzijde van de locatie. De voormalige woning is inmiddels gesloopt en de nieuwe woning is gerealiseerd. 2.2
Nieuwe situatie
Probleemstelling Het bedrijf heeft sinds 2008 een forse groei doorgemaakt, zowel in omzet als in grondareaal. In 2008 bedroeg de omzet € 3,9 miljoen. Deze omzet is in 2021 gegroeid tot ruim € 18 miljoen. Dit betekent meer dan een verviervoudiging van de omzet in een periode van 13 jaar. De verwachting is dat deze groei de komende jaren gaat doorzetten. Deze groei heeft gevolgen voor het ruimtebeslag van het bedrijf. Het bedrijf beschikte in 2008 in totaal over een oppervlakte van 74.500 m2 aan kassen en containervelden. Daarvan bevond zich 46.500 m2 in Kaatsheuvel. De overige kassen en containervelden betrof huurkassen en kassen van contractkwekers. In de afgelopen jaren is het areaal toegenomen. In 2021 had het bedrijf een oppervlakte van 30,2 aan kassen en containervelden in gebruik. In Kaatsheuvel is een oppervlakte van 10,2 hectare in gebruik. Bij derden is een oppervlakte van 20 hectare in gebruik. Gezien de verwachte omzetgroei, zal ook de ruimtebehoefte toenemen. Eisen locatie uitbreiding Een belangrijke basis voor het bedrijf is dat het geworteld stek en het plantgoed van goede kwaliteit is. Het stek- en kweekgoed bepaalt immers de uiteindelijke kwaliteit van het eindproduct. Daarom is het van belang dat het stek- en kweekgoed zoveel als mogelijk op eigen locatie en in eigen beheer wordt gekweekt.
Daarmee kan het bedrijf de kwaliteit van het stek- en kweekgoed adequaat bewaken. Reeds enkele jaren is op de huidige locatie aan de Dongenseweg 3a te weinig ruimte beschikbaar voor het gewortelde stek en het plantgoed. Als gevolg daarvan is het bedrijf genoodzaakt om het steken plantgoed bij derden te laten produceren. Daarmee mist het plant- en stekgoed de juiste kwaliteit en is meer kans op de insleep van ziekten en plagen en van onkruid en onkruidzaden. Belangrijk doel van de beoogde uitbreiding op Dongensweg 4 is om voldoende ruimte te bieden voor plant- en stekgoed. Op deze wijze is het bedrijf in staat voldoende plant- en stekgoed van hoge kwaliteit te leveren voor de kweekactiviteiten op de locaties van derden en wordt de continuïteit van de bedrijfsvoering gegarandeerd. Voorgenomen ontwikkeling Buitengebied – herziening ontwikkeling glastuinbouw Dongenseweg 4 te Kaatsheuvel
5
Mei 2023
De voorgenomen ontwikkeling voorziet in de uitbreiding van het glastuinbouwbedrijf op het perceel Dongenseweg 4 te Kaatsheuvel met een totale oppervlakte van circa 13 hectare. De kassen zijn centraal op de locatie geprojecteerd. Aan de west- en oostzijde worden de containervelden gerealiseerd. Aan de voorzijde van de kassen is een bedrijfshal voorzien, ten behoeve van de verwerking van de producten. Aan de oostzijde van de nieuwe kassen en bedrijfshal worden waterbassins aangelegd. Ook is aan deze zijde van de locatie ruimte gereserveerd voor propaantanks.
Nieuw glastuinbouwbedrijf
De nieuwe woning op Dongenseweg 4 wordt in de bedrijfsontwikkeling opgenomen en zal gaan dienen als bedrijfswoning voor het nieuwe bedrijf. Aan de voorzijde van de bedrijfshal is een royaal verhard voorterrein gepland ten behoeve van de logistieke (transport)bewegingen en het parkeren. De ontsluiting van de bedrijfslocatie zal plaatsvinden via een twee in- en uitritten. De westelijke inrit is bedoeld voor het inkomend verkeer, terwijl de oostelijke uitrit zal worden gebruikt voor het vertrekkend verkeer. De gemeente heeft bij de voorbereiding van de ontwikkeling van de glastuinbouwlocatie aangegeven dat zij het fietspad langs de Dongenseweg graag willen doortrekken. In het plan is hiervoor ruimte vrij gehouden. Het doortrekken van het fietspad is voor de geplande bedrijfsontwikkeling niet noodzakelijk. Aan de zijde van de Roei wordt een ontsluiting voor de geplande bedrijfslocatie gemaakt. Deze ontsluiting zal slechts in beperkte mate worden gebruikt, voornamelijk ten behoeve van het bevoorraden van de propaantanks.
Buitengebied – herziening ontwikkeling glastuinbouw Dongenseweg 4 te Kaatsheuvel
6
Mei 2023
De gehele bedrijfslocatie wordt landschappelijk ingepast door middel van een brede groen- en waterstrook. Op deze maatregelen wordt nader ingegaan in hoofdstuk 3.
Buitengebied – herziening ontwikkeling glastuinbouw Dongenseweg 4 te Kaatsheuvel
7
Mei 2023
3. Beleidskader 3.1
Rijksbeleid
Nationale omgevingsvisie (NOVI) De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) (vastgesteld in 2020) geeft richting en helpt om keuzes te maken, te kiezen voor slimme combinaties van functies en uit te gaan van de specifieke kenmerken en kwaliteiten van gebieden. De NOVI richt zich op die ontwikkelingen waarin meerdere nationale belangen bij elkaar komen, en op het in samenhang maken van keuzes tussen die belangen. Omdat de ontwikkeling op Dongenseweg 4 niet raakt aan nationale belangen vormen de regels uit het Barro geen belemmering voor onderhavig plan. De voorgenomen uitbreiding van het glastuinbouwbedrijf aan de Dongenseweg te Kaatsheuvel is derhalve niet in strijd met Rijksbeleid. Ladder duurzame verstedelijking In de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte wordt de ladder voor duurzame verstedelijking geïntroduceerd. Deze ladder is per 1 oktober 2012 als motiveringseis in het Besluit ruimtelijke ordening (artikel 3.1.6) opgenomen. De ladder voor duurzame verstedelijking is ingericht voor een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke en infrastructurele besluiten waardoor de ruimte in stedelijke gebieden optimaal benut wordt. De ladder is per 1 juli 2017 inhoudelijk gewijzigd. Vanaf die datum luidt het tweede lid van art. 3.1.6.
als volgt: “De toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien.” De ladder voor duurzame verstedelijking is alleen van toepassing wanneer sprake is van een stedelijke ontwikkeling. Volgens artikel 1.1.1 lid 1, aanhef en onder i Bro is van een stedelijke ontwikkeling een ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen. In dit geval gaat het om de uitbreiding van een glastuinbouwbedrijf. De ontwikkeling van het glastuinbouwbedrijf is het gevolg van de groei van het betreffende bedrijf en de noodzaak voor schaalvergroting. Op de huidige bedrijfslocatie op Dongenseweg 3a is hiervoor geen ruimte. Verder is het vanuit het oogpunt van een efficiënte bedrijfsvoering noodzakelijk dat de uitbreiding van het bedrijf in de directe nabijheid van de bestaande bedrijfslocatie plaatsvindt. Tijdens de voorbereiding van voorliggend bestemmingsplan is onderzocht of er in de omgeving alternatieve vestigingslocaties beschikbaar zijn.
Daarbij is ervan uitgegaan deze een mogelijke vestigingslocatie moet voldaan aan de volgende eisen: • De locatie dient te liggen binnen een straal +/- 10 kilometer van Dongenseweg 3a in Kaatsheuvel; • De eigendomsoverdracht van het perceel moet in 2016 kunnen plaatvinden; • De omvang het perceel dient 9 à 10 hectare te bedragen; • Het perceel dient redelijk rechthoekig te zijn; • Het perceel dient bebouwingsmogelijkheden te bezitten voor minimaal 4,5 à 5 ha glas en een verwerkingsruimte met een oppervlakte van 5000m2; Buitengebied – herziening ontwikkeling glastuinbouw Dongenseweg 4 te Kaatsheuvel
8
Mei 2023
• •
Het perceel dient de mogelijkheid te hebben om 2,5 à 3 hectare containerveld aan te leggen; Het perceel dient te beschikken over een goede ontsluiting ten opzichte van de openbare weg;
Onderzoek bij makelaars In het kader van het onderzoek zijn 5 makelaars, gespecialiseerd in de aan en verkoop van glastuinbouwpercelen en glastuinbouwbedrijven, benaderd. Hieronder is weergegeven welk aanbod van glastuinbouwlocaties deze makelaars beschikbaar hebben. •
Klijsen Makelaars & Taxateurs te Oosterhout Op dit moment wordt de markt volgens Klijssen gekenmerkt door beperkt aanbod. Klijssen heeft wel glastuinbouwlocatie in Sprang Capelle in de verkoop, waar circa 3,5 hectare glas kan worden gerealiseerd. Aan de Fazantenweg te Dongen is momenteel geen aanbod van bedrijven of bouwlocaties beschikbaar.
•
Vellekoop Makelaardij te Bleiswijk Volgens Wellekoop is op dit moment geen grond/bedrijf beschikbaar/te koop die voldoen aan de wensen van mijn opdrachtgever.
•
Santen & Gasille Makelaars te De Lier Santen en Gasille kunnen op dit moment geen locatie aanbieden die aan de eisen van mijn opdrachtgever voldoet. In het aangegeven zoekgebied zijn slechts enkele percelen te koop waarop glastuinbouw mogelijk is. Deze percelen zijn echter allemaal een stuk kleiner als de gewenste oppervlakte van 9 tot 10 hectare.
•
Vermeeren Makelaardij b.v. te Rijsbergen Mijn opdrachtgever heeft reeds langere tijd een zoekopdracht uitstaan bij Vermeeren. Tot op heden heeft deze zoekopdracht niet geleid tot een potentiële vestigingslocatie voor mijn opdrachtgever. Vermeeren verwacht ook de komende jaren niet dat er voor mijn opdrachtgever passende locaties worden aangeboden. Enerzijds doordat dergelijke locaties en oppervlaktes in deze regio nauwelijks bestaan en anderzijds doordat afgelopen jaar weer een redelijk jaar was voor de glastuinbouw en er eigenlijk nagenoeg geheel geen aanbod is. Vermeeren heeft slechts een bedrijf vrij in de stille verkoop. Dat betreft een bedrijf met een oppervlakte van 2,5 hectare glas in Breda, zonder uitbreidingsmogelijkheden of zonder containerveld. Volgens Vermeeren is in de Plukmade Polder een bedrijf te koop van iets minder dan 2 hectare glas, zonder uitbreidingsmogelijkheden. In Steenbergen ligt nog een kavel van 2,5 hectare glas te koop, maar de infrastructuur rondom deze locatie is slecht en heeft op deze locatie zijn geen uitbreidingsmogelijkheden.
•
Areaal Makelaardij te Bleiswijk Areaal Makelaardij aangegeven dat het geen aanbod heeft van locaties waarop de wensen van mijn opdrachtgever gerealiseerd kunnen worden.
Uit het onderzoek is gebleken dat voor de geplande bedrijfsvestiging in de omgeving geen alternatieve locaties beschikbaar zijn. Het is niet de verwachting dat geschikte locaties voor de beoogde bedrijfsontwikkeling op redelijke termijn beschikbaar komen.
Buitengebied – herziening ontwikkeling glastuinbouw Dongenseweg 4 te Kaatsheuvel
9
Mei 2023
Op basis van het voorgaande wordt geconcludeerd dat de ladder voor duurzame verstedelijking geen belemmering vormt voor de uitbreiding van het glastuinbouwbedrijf aan de Dongenseweg 4. 3.2
Provinciaal beleid
Omgevingsvisie Op 14 december 2018 is, ter voorbereiding op de verwachte inwerkingtreding van de Omgevingswet, de Brabantse Omgevingsvisie vastgesteld. De Brabantse Omgevingsvisie is een samenhangende visie op de fysieke leefomgeving. De Omgevingsvisie bevat de belangrijkste ambities voor de fysieke leefomgeving voor de komende jaren. Dat gaat om ambities op gebied van de energietransitie, een klimaatproof Brabant, Brabant als slimme netwerkstad en een concurrerende, duurzame economie. De Omgevingsvisie geeft ook aan op welke nieuwe manieren de provincie met betrokkenen wil samenwerken aan omgevingsvraagstukken en welke waarden daarbij centraal staan. De Brabantse Omgevingsvisie vervangt in ieder geval 4 provinciale beleidsplannen. Dat zijn de beleidsplannen over milieu en water (PMWP), verkeer en vervoer (PVVP), ruimtelijke ordening (Structuurvisie RO) en natuur (BrUG). Dit gebeurt als gevolg van de Omgevingswet. Dat de bijbehorende thema’s en opgaven dus een plek krijgen in de Omgevingsvisie is duidelijk. Hierdoor wordt het mogelijk om integraal beleid te maken, waardoor maatschappelijke opgaven minder gehinderd worden door sectorale regels. Interim-omgevingsverordening Provincies zijn verplicht om een omgevingsverordening te hebben voordat de Omgevingswet per 2024 ingaat.
Met een Interim omgevingsverordening zet de provincie Noord-Brabant een 1e stap op weg naar de definitieve omgevingsverordening. De Interim omgevingsverordening bevat geen nieuwe regels, maar voegt bestaande regels uit 6 verordeningen samen. Op 25 oktober 2019 hebben Provinciale Staten van Brabant de Interim omgevingsverordening vastgesteld. Ten opzichte van de voorheen geldende Verordening ruimte is de interim-omgevingsverordening beleidsarm. De locatie aan de Dongenseweg ligt volgens de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant in gemengd landelijk gebied. Volgens artikel 3.56 geldt in principe de regel dat de vestiging van en omschakeling naar een glastuinbouwbedrijf in gemengd landelijk gebied niet zijn toegestaan. Volgens de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant ligt de projectlocatie in een “glastuinbouwvestigingsgebied”. Op grond van artikel 3.63 van de verordening is op een dergelijke locatie nieuwvestiging, vestiging, uitbreiding van en omschakeling naar glastuinbouwbedrijven in een dergelijk gebied toegestaan. Deze verordening biedt derhalve ruime mogelijkheden voor de ontwikkeling van glastuinbouwbedrijven. De Interim omgevingsverordening Noord-Brabant vormt geen belemmering voor de geplande ontwikkeling.
Buitengebied – herziening ontwikkeling glastuinbouw Dongenseweg 4 te Kaatsheuvel
10
Mei 2023
Uitsnede Interim-Omgevingverordening
Ontwerp Omgevingsverordening Noord-Brabant Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant hebben op 23 maart 2021 het ontwerp van de Omgevingsverordening Noord-Brabant vastgesteld. Met ingang van 9 april tot en met 20 mei heeft het ontwerp van de Omgevingsverordening Noord-Brabant ter inzage gelegen. Volgens het ontwerp van de Omgevingsverordening is de projectlocatie aan de Dongenseweg aangewezen als Glastuinbouwconcentratiegebied. Op basis van deze aanduiding is het volgens de Omgevingsverordening de ontwikkeling glastuinbouw mogelijk. Afsprakenkader Kwaliteitsverbetering Regio Hart van Brabant In artikel 3.9. van de Interim-verordening wordt verplicht gesteld dat ruimtelijke ontwikkelingen in het buitengebied bij moeten dragen aan de verbetering van de kwaliteit van het landschap. Deze zogenaamde landschapsinvesteringsregeling (LIR) is van toepassing op alle ontwikkelingen in het buitengebied die in strijd zijn met het geldende bestemmingsplan, maar waaraan vanuit ruimtelijke overwegingen toch medewerking kan worden verleend. De LIR geldt ook voor binnenplanse afwijkingen en wijzigingsbevoegdheden. De verplichting om de kwaliteit te verbeteren komt bovenop de ‘basis’-verplichting om te zorgen voor de (handhaving) van de ruimtelijke kwaliteit in het buitengebied, zoals is opgenomen in artikel 3.5 van de Interim-verordening.
De Interim-verordening schrijft niet voor hoe en in welke mate ontwikkelingen aan de kwaliteit van het landschap moeten bijdragen. Nadrukkelijk heeft de provincie zich daarbij op het standpunt gesteld dat de gemeenten dit zelf mogen bepalen, zij het dat de provincie wel minimale eisen stelt. Op grond van de Verordening ruimte 2014 kan kwaliteitsverbetering van het landschap plaatsvinden via
Buitengebied – herziening ontwikkeling glastuinbouw Dongenseweg 4 te Kaatsheuvel
11
Mei 2023
investeringen in de kwaliteit van bodem/ water/ natuur/ landschap/ cultuurhistorie en investeringen in extensieve recreatieve mogelijkheden. Deze eisen zijn door de gemeente Loon op Zand, in samenwerking met een aantal andere gemeenten in de regio Midden Brabant en de provincie, verwerkt in de “Werkafspraken kwaliteitsverbetering landschap Hart van Brabant". De notitie betreft een afsprakenkader, waarin wordt geschetst op welke manieren met de eisen omtrent kwaliteitsverbetering uit de Verordening ruimte 2014 kan worden omgegaan en wat het verwachtingsniveau is ten aanzien van de verwachte inspanning. Het besluit om medewerking te verlenen aan ontwikkelingen in het buitengebied is afhankelijk van het eigen ruimtelijk beleid dat door de gemeenten wordt gevoerd. Dat betekent dat initiatieven in de eerste plaats aan dit beleid zullen worden getoetst, voordat wordt toegekomen aan het bepalen van de bijdrage in de kwaliteit van de landschap en de wijze waarop deze bijdrage kan worden ingezet. Indien ontwikkelingen passen in het beleid en ook ruimtelijk/planologisch inpasbaar blijken, is de notitie het handvat om inhoud te geven aan de gevraagde investering in de kwaliteit van het landschap.
Via drie categorieën van ruimtelijke ontwikkelingen met invloed op de omgeving is bepaald hoe invulling wordt gegeven aan artikel 3.2 van de Verordening ruimte 2014: • Categorie 1: Ruimtelijke ontwikkelingen waarop de regels inzake kwaliteitsverbetering niet van toepassing zijn of worden geacht te zijn (geen landschappelijke inpassing en evenmin ruimtelijke kwaliteitsverbetering vereist). • Categorie 2: Ruimtelijke ontwikkelingen waarop de regels inzake kwaliteitsverbetering van toepassing zijn, maar waarbij het gaat om ontwikkelingen die een (zeer) beperkte invloed op het landschap hebben (alleen landschappelijke inpassing vereist). • Categorie 3: Ruimtelijke ontwikkelingen waarop de regels inzake kwaliteitsverbetering van toepassing zijn en waarbij sprake is van een (substantiële) invloed op het landschap (zowel landschappelijke inpassing als ruimtelijke kwaliteitsverbetering vereist). Grootschalige ontwikkelingen, dan wel niet aan het buitengebied gerelateerde ontwikkelingen, moeten voldoen aan een kwaliteitsverbetering van het landschap van 20% van de bestemmingswinst, of een compensatie die dezelfde waarde vertegenwoordigt. De uitbreiding van het glastuinbouwbedrijf op het perceel aan de Dongenseweg wordt volgens de werkafspraken aangemerkt als een ontwikkeling in categorie 3. Dit betekent dat er landschappelijke inpassing en ruimtelijke kwaliteitsverbetering is vereist.
Paragraaf 3.3 gaat hier nader op in. 3.3
Gemeentelijk beleid
Structuurvisie ‘Loon op Zand 2030’ (gemeente Loon op Zand, 2015) Op 5 maart 2015 heeft de gemeenteraad van Loon op Zand de structuurvisie ‘Loon op Zand 2030’ vastgesteld. De visie bevat de ruimtelijke ambitie van de gemeente op middellange termijn (tot 2030) en vormt het kader voor nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen. Aangegeven is wat belangrijk is om te behouden en wat nodig is om te versterken op het gebied van bijvoorbeeld woningbouw, recreatieve ontwikkelingen en de leefbaarheid in de kernen. In de structuurvisie zijn voor de belangrijkste ambities en projecten uitgangspunten geformuleerd. Per thema is de visie uitgewerkt. Voor deze ruimtelijke onderbouwing zijn de uitwerkingen van de thema’s ‘landschap, natuur en water’ en ‘werken’ met name relevant.
Buitengebied – herziening ontwikkeling glastuinbouw Dongenseweg 4 te Kaatsheuvel
12
Mei 2023
Het beleid ten aanzien van landschap, natuur en water richt zich op: • handhaven en versterken van landschappelijke karakteristieken; • vergroten van de ruimtelijke kwaliteit en herkenbaarheid van de lintbebouwing; • verbeteren van het landschap en het groene raamwerk van kernen, door bijvoorbeeld de toegangswegen van Kaatsheuvel en Loon op Zand een groene uitstraling geven; • meer eenheid aanbrengen in het ontwerp van de openbare ruimte, passend bij het karakter van het lint; • onttrekken van vervuilende stoffen uit de bodem waar in het verleden zuivering van rioolwater plaatsvond; • ruimte bieden aan ontwikkeling van nieuwe landgoederen, mits ze bijdragen aan natuur- en landschapsontwikkeling; • ook buiten de natuurgebieden inzetten op vergroten van de natuurwaarde, bijvoorbeeld door de aanleg van natuurvriendelijke oevers langs water(gang)en en door agrarisch natuurbeheer; • aanpassingen in openbare ruimte aanbrengen naar aanleiding van toenemende wateroverlastincidenten. Ten aanzien van ‘werken’ wordt voorts gestreefd naar: • stimuleren van kleinschalige arbeidsintensieve bedrijvigheid (categorie 1 en 2) in of langs de randen van woongebieden en in de historische bebouwingslinten. Een strikte functiescheiding in woongebieden moet worden voorkomen; • zonering van bedrijventerreinen met elk hun eigen karakter; • verbetering van de inrichting van het agrarisch gebied.
Naar het primair agrarisch gebied kunnen agrarische bedrijven worden verplaatst die momenteel op kwetsbare plaatsen gevestigd zijn, zoals in de nabijheid van natuurgebieden of woonkernen. Binnen dit gebied krijgt de landbouwsector bij uitstek de mogelijkheid tot duurzame ontwikkeling en kunnen ondernemers bestaande locaties uitbreiden; • buiten het primair agrarisch gebied en buiten zogenaamde ‘verwevingsgebieden’ (waar wordt ingezet op een menging van functies) is extensivering van de agrarische functie aan de orde. Hier liggen kansen voor de ontwikkeling van nieuwe functies, zoals recreatie en natuur; • gezien de hoge landschappelijke waarde van ons buitengebied is nieuwvestiging van glastuinbouw in de hele gemeente onwenselijk; • agrariërs hebben ruimte voor verbreding van hun bedrijfsvoering. Toeristisch-recreatieve activiteiten (vooral in de schil), kleinschalige bedrijvigheid, maatschappelijke en educatieve functies worden gefaciliteerd • inzetten op hergebruik van agrarische bedrijfsbebouwing door middel van de zogenaamde ‘roodvoor-roodregeling’; Op 8 januari 2016 is door de initiatiefnemer een principeverzoek ingediend voor een nieuw glastuinbouwbedrijf op het perceel Dongenseweg 4. Op 10 mei 2016 heeft het college van de gemeente Loon op Zand besloten het verzoek te weigeren wegens strijd met de structuurvisie (nieuwvestiging c.q.
uitbreiding van glastuinbouw in de gehele gemeente onwenselijk). Structuurvisie Loon op Zand 2030, 1e herziening (gemeente Loon op Zand, 2018) Desalniettemin staat de gemeenteraad van Loon op Zand positief tegenover het initiatief. Daarom is op 8 maart 2018 de 1e herziening van de structuurvisie vastgesteld. Voor nieuwe ontwikkelingen op het gebied van glastuinbouw is hierin het volgende opgenomen: “Gezien de hoge landschappelijke waarde van ons buitengebied vinden wij nieuwvestiging van glastuinbouw in de hele gemeente buiten het “Vestigingsgebied glastuinbouw” als bedoeld in de Buitengebied – herziening ontwikkeling glastuinbouw Dongenseweg 4 te Kaatsheuvel
13
Mei 2023
Verordening Ruimte van de provincie Noord-Brabant onwenselijk. Wij vinden nieuwvestiging van glastuinbouw binnen het “Vestigingsgebied glastuinbouw” in de directe nabijheid van bestaande glastuinbouwbedrijven onder voorwaarden acceptabel. Wij kiezen voor een maatwerkbenadering waarbij ieder concreet initiatief op zijn eigen merites wordt beoordeeld. De toetssteen is of er sprake is van een goede ruimtelijke ordening. Van belang is onder meer dat de landschappelijke waarden niet onevenredig worden aangetast en dat het initiatief landschappelijk zorgvuldig wordt ingepast.“ Vanwege het landschappelijk belang dat in de structuurvisie Loon op Zand 2030, 1 e herziening wordt benadrukt, is een bouwstenennotitie opgesteld als onderlegger voor de ontwikkeling. Nota van Bouwstenen Inleiding Burgemeester en wethouders van Loon op Zand hebben op 5 juni 2018 de Nota van Bouwstenen vastgesteld ten behoeve van de bedrijfsontwikkeling van Van Son & Koot. Met deze Nota van Bouwstenen heeft het college de randvoorwaarden/bouwstenen bepaald voor een goede landschappelijke inpassing/ kwaliteitsverbetering van de uitbreiding van het glastuinbouwbedrijf met bedrijfswoning. Op basis van deze randvoorwaarden kan het plan worden ontwikkeld voor de bedrijfsontwikkeling.
Landschappelijk raamwerk - Visie en ambitie Het landschappelijk raamwerk kadert volgens de Nota van Bouwstenen de nieuwe ontwikkelingen in, in een grotere landschappelijke context. Deze grootschalige ontwikkeling kan alleen plaats vinden mits er een daadwerkelijke kwaliteitsverbetering van het landschap plaatsvindt en een zorgvuldige landschappelijke inpassing. Kwaliteitsverbetering van het landschap ziet de gemeente als het verder ontwikkelen en versterken van de verschillende landschappelijke kenmerken van het buitengebied. De draagkracht van het open landschap van de jonge ontginningsgronden laat volgens de Nota van Bouwstenen dit soort grootschalige ontwikkelingen echter maar op zeer beperkte schaal toe. Het robuust landschappelijk raamwerk is opgebouwd uit gebiedseigen landschapselementen en de kwaliteiten van de linten in de jonge ontginningsgronden. Het raamwerk geeft de ontwikkeling van de glastuinbouwconcentratie een duurzame, robuuste structuur voor nu en de toekomst. Eén en ander leidt tot het op de volgende pagina afgebeelde raamwerk voor de bedrijfsontwikkeling. De woning is gepland op het op deze afbeelding aangeduide bedrijfserf.
Bouwstenen voor landschappelijke inpassing Voor de beoogde uitbreiding van glastuinbouw in het open polderlandschap van de jonge ontginningsgronden is het volgens de Nota van Bouwstenen noodzakelijk een kwalitatieve goede landschappelijke inpassing te realiseren en daarvoor is het noodzakelijk het beoogde landschappelijk raamwerk te creëren. Voor wat betreft de ontwikkeling bij het toekomstige bedrijf zijn de navolgende bouwstenen en uitgangspunten relevant: •
Ervan aan de linten Sluit aan bij de karakteristiek van het lint en maak nieuwe kleinschalige erven aan het lint. Onderzoek de mogelijkheid het lint te versterken door het fietspad te continueren en de grasberm met bomen zo ver mogelijk door te trekken bij de ontwikkeling van het nieuwe erf.
Buitengebied – herziening ontwikkeling glastuinbouw Dongenseweg 4 te Kaatsheuvel
14
Mei 2023
De nieuw te bouwen woning past bij het karakter van het lint. Het in eerste instantie te realiseren erf is kleinschalig van omvang. Gedachte om het bestaande fietspad te verleggen en deze ver mogelijk door te trekken. •
Nieuw bedrijfserf Ruim de bestaande woning aan de Dongenseweg 4 op en vervang deze door een nieuwe bedrijfswoning. Oriënteer de nieuwebebouwing op het lint en zorg voor een representatieve uitstraling van het nieuwe erf. Sluit qua bebouwingstypologie voor de nieuwe bedrijfswoning aan op de karakteristieke bebouwing op de erven in het buitengebied. De nieuwe woning oriënteert zich op het lint; de voorgevel is gericht op de Dongenseweg. De woning bestaat uit een 1 bouwlaag met een schilddak. Deze bebouwingstypologie komt op veel plaatsen voor aan de Dongenseweg en in de rest van het buitengebied.
Landschappelijk raamwerk – Nota van Bouwstenen
•
Inrichting erven Zorg voor een duurzame representatieve inrichting van het erf. Plaats aan de lintzijde van het erf een lage haag dat zorgt voor een uitnodigend en gastvrij landschap. Hagen zorgen voor een duidelijke ruimtelijke begrenzing en afscherming van het erf en geven het een groen karakter. Houd parkeerplaatsen uit het zicht en pas ze zorgvuldig in het groen in. Zorg dat er naast de bedrijfsruimte voldoende ruimte is voor groenelementen op het erf, zoals bomen en erfbeplanting. Zorg ervoor dat de inrit naar het achtererf aan de oostzijde van de nieuwe bedrijfswoning ligt en gekoppeld is aan het bedrijfserf.
Buitengebied – herziening ontwikkeling glastuinbouw Dongenseweg 4 te Kaatsheuvel
15
Mei 2023
Het inrichtingsplan voorziet in een lage haag aan de zijde van de Roei. De parkeerplaatsen worden aan de achterzijde van de woningen gerealiseerd en worden ingepast in het groen. •
Nieuwe woning Voor wat betreft de nieuw te bouwen woning geeft de Nota van Bouwstenen een aantal specifieke randvoorwaarden, waarbij een aantal keuze mogelijk is. Eén van de mogelijkheden volgens de Nota van Bouwstenen is om ervoor te zorgen dat de nieuwe bedrijfswoning een eigentijdse vertaling is van het traditionele bouwtype zodat de continuïteit in ontwikkeling afleesbaar blijft. Verder is één van de randvoorwaarden om materialen, accenten en kleuren van historische aan te laten sluiten bij de landelijke bebouwing uit de omgeving . Verder dienen duurzame en ambachtelijke materialen toe, zoals baksteen, glas, etc. en zorg voor een rijke detaillering De woning betreft een rietgedekte eenlaagse woning. Zoals reeds gesteld, komt dit gekozen bebouwingstypologie van de nieuwe woning op veel plaatsen voor aan de Dongenseweg en in de rest van het buitengebied en is derhalve passend. Tegelijkertijd heeft de woning een moderne uitstraling met traditionele accenten. In dit verband wordt gewezen op de gevels in een lichte kleur, in combinatie met traditionele elementen als de luiken aan de ramen en het rietgedekte dak. Als gevolg daarvan krijgt de woning een moderne uitstraling waaruit tegelijkertijd traditionele bouwwijze is af te lezen. Het ontwerp van de woning is beoordeeld door de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit van de gemeente Loon op Zand.
De commissie kan onder voorwaarden instemmen met het bouwplan. De woning is inmiddels vergund en in aanbouw.
•
Open groene ruimten aan de linten Zorg ervoor dat de waardevolle open ruimten langs het lint tussen de erven en de groene kamers behouden blijven en een groene invulling krijgen, zoals een weide, teelt van diverse gewassen, buitenteelt in pot of showtuin. De karakteristieke afwisseling van bebouwde en onbebouwde ruimtes aan het lint wordt op deze wijze behouden. De gronden van de uit te breiden bedrijfslocatie die niet zijn gelegen in de groene kamer wordt ingericht als containerveld of onbebouwde buitenruimte.
•
Groene ruimte aan het lint Dongenseweg Zorg ervoor dat de voorruimte naast het nieuwe bedrijfserf een groene en open uitstraling krijgt en geef het een representatief karakter als visitekaartje van het bedrijf. Zorg er voor dat het aansluit bij het huidig bedrijf zodat een herkenbare bedrijfseenheid aan het lint ontstaat. Belangrijk uitgangspunt hierbij is de karakteristieke ruimtelijkheid en doorzichten langs het lint te behouden. Plaats daarom ook geen hoge beplanting, hagen en hekken direct aan de voorzijde/wegzijde langs de Dongenseweg, maar pas gebiedseigen ‘natuurlijke’ kavelscheidingen toe, zoals een lage ‘losse’ haag. Dat zorgt voor een uitnodigend en gastvrij landschap. Als men toch een hek wil, plaats het in de haag en niet ervoor. Plaats de kassen op ruime afstand van het lint en zorg voor een groene representatieve aankleding aan de voorzijde. Aan de voorzijde/wegzijde worden geen hoge beplanting, hagen en hekken geplaatst. Langs de gehele strook aan de voorzijde wordt sierbeplanting geplaatst.
Buitengebied – herziening ontwikkeling glastuinbouw Dongenseweg 4 te Kaatsheuvel
16
Mei 2023
•
Groene ruimte aan het lint De Roei Op langere termijn als de ruimte binnen de groene kamer volledig is ingevuld, is voor de ruimte tussen de nieuwe groene kamer en het lint aan de Roei representatieve lage buitenteelt in pot (geen tunnelkassen) een mogelijke invulling. De toegang naar deze mogelijk toekomstige buitenteelt in pot buiten de groensingel toegankelijk maken door nog nader te bepalen groene doorgang in de groensingel. Langs het lint aan De Roei worden trayvelden gerealiseerd met een hek en een beukenhaag langs het gehele lint. De trayvelden zijn toegankelijk vanuit de kas en de kas/verwerkingsruimte.
•
Clustering bedrijven Situeer de grootschalige bedrijfsbebouwing achter de kleinschalige erven. Plaats de nieuwe kassen op voldoende afstand van de weg, zowel van de Dongenseweg als de Roei zodat een compact cluster ontstaat. Maak een verdeling in voor - en achtererf: voor een representatief groen karakter van het voorterrein (visitekaartje) aan het lint en achter het werkgedeelte met de kassen en overige voorzieningen. Zorg dat er een uitwisseling tussen de nieuw te bouwen kassen, het nieuwe erf, de huidige kassen en het nieuwe kantoor met showtuin mogelijk wordt. Er wordt een compact bedrijfscluster gerealiseerd met voldoende afstand van de wegen. Het voorterrein heeft een groen karakter. Langs 3 zijden van het bedrijfscluster komt een groenstrook. Deze strook bestaat uit 5 rijen met beplanting (20% boomvormers, 60% struiklaag en 15% gebiedseigen heesters).
•
Inpassing bedrijf Zorg voor een brede groene erfsingel rond de drie zijden van het erf die niet aan de Dongenseweg liggen, zodat een groene kamer ontstaat. Bij erfuitbreiding moet in één keer de stap worden gemaakt naar de aanleg van een nieuwe robuuste beplantingssingel rondom de toekomstige (maximale) contour van het achtererf met de kassen. Er ontstaat dan een erf waar de ondernemer voldoende ruimte heeft voor groei binnen de erfsingel, waar plaats is voor stapsgewijze uitbreiding van glas en aanverwante voorzieningen. Bovendien krijgt de erfsingel zo tijd om te groeien. De erfsingel bestaat uit een groene singel van opgaande gebiedseigen beplanting, indien mogelijk in combinatie met een watergang als kavelafscheiding. Op deze wijze ontstaat een natte, natuurlijke, landschappelijke groenzone rondom het kassencomplex dat zorgt voor extra ruimte voor waterberging voor de benodigde watercompensatie. De inbedding in de groene omgeving toont hiermee ook de groene uitstraling van het bedrijf en de betrokkenheid van de ondernemer met de natuur en de bescherming en ontwikkeling van flora en fauna. Langs 3 zijden (west, noord- en oostzijde) van het bedrijfscluster komen brede groenstroken. De beplanting van deze groenstrook bestaat uit 5 rijen met beplanting (20% boomvormers, 60% struiklaag en 15% gebiedseigen heesters).
Deze stroken hebben een forse breedte, waardoor een er een groene kamer ontstaat, waarbinnen zich de bedrijfsvoorzieningen bevinden. Langs alle zijden van het perceel zijn watergangen of worden watergangen gerealiseerd. Met deze watergangen ontstaat een natuurlijke afscheiding van het bedrijf. Tevens wordt met deze watergangen voorzien in voldoende watercompensatie.
•
Inrichting groene kamer Plaats bijgebouwen, waterbassins en andere installaties niet aan de voorzijdes van de linten maar achter de kassen binnen de groene kamer. Maak de hellingen van waterbassins van gras (indien ze in het zicht vanuit de linten en het landschap liggen) om een groene uitstraling te creëren.
Buitengebied – herziening ontwikkeling glastuinbouw Dongenseweg 4 te Kaatsheuvel
17
Mei 2023
De waterbassins en watersilo’s worden aan de oostzijde van het perceel gerealiseerd binnen de groene kamer. Als gevolg van deze ligging zijn de bassins slechts in beperkte mate zichtbaar. Inrichtingsplan en landschappelijke inpassing De randvoorwaarden uit de Nota van Bouwstenen zijn door Van Son & Koot uitgewerkt in een inrichtingsplan en een plan voor landschappelijke inpassing. Het inrichtingsplan geeft in detail aan op welke wijze de te ontwikkelen bedrijfslocatie wordt ingericht. Deze tekening is hieronder weergegeven. Ten behoeve van de inrichting van het voorterrein is een detailtekening gemaakt. Het inrichtingsplan en de detailtekening van het voorterrein zijn als bijlagen bij deze onderbouwing gevoegd Naast het inrichtingsplan is een beplantingsplan voor landschappelijke inpassing opgesteld. Dit plan is als bijlage bij deze toelichting gevoegd. In dit inrichtingsplan is aangegeven welke beplanting op welke locaties en op welke wijze wordt toegepast. De uitvoering van het inrichtingsplan en het beplantingsplan zijn juridisch geborgd in de planregels.
Inrichtingsplan bedrijfsontwikkeling
Buitengebied – herziening ontwikkeling glastuinbouw Dongenseweg 4 te Kaatsheuvel
18
Mei 2023
Volgens Werkafspraken kwaliteitsverbetering landschap Hart van Brabant" gaat het in dit geval om een ontwikkeling in categorie 3. Bij dergelijke ontwikkelingen moet een kwaliteitsverbetering van het landschap een investering bedragen van ten minste 20% van de bestemmingswinst, of een compensatie die dezelfde waarde vertegenwoordigt. De gemeente heeft met toepassing van het rekenmodel Landschappelijke Kwaliteitsverbetering (LKV) de omvang van de benodigde bijdrage kwaliteitsverbetering landschap berekend. Uit deze berekening blijkt dat deze bijdrage een omvang dient te hebben van € 264.660,-. De kwaliteitsverbetering landschap binnen het plangebied is conform de raming landschappelijke inpassing Dongenseweg 4 te Kaatsheuvel hoger dan het bedrag uit het rekenmodel LKV, aangezien hiermee een investering is gemoeid van € 320.720,-. Er is daardoor geen aanvullende bijdrage kwaliteitsverbetering landschap van toepassing. Beleid huisvesting arbeidsmigranten Het beleid van de gemeente Loon op Zand is er op gericht dat de arbeidsmigranten die in de gemeente werkzaam zijn, op een verantwoorde wijze zijn gehuisvest. Het bedrijf Van & Koot maakt ook gebruik van arbeidsmigranten. Van Son & Koot beschikt niet over eigen voorzieningen voor de huisvesting van arbeidsmigranten. De piek van het bedrijfsvoering van het bedrijf Van Son & Koot ligt in het voorjaar en een gedeelte van de zomer.
In deze periode werken circa 80 arbeidsmigranten op het bedrijf. Deze mensen worden ingehuurd via erkende uitzendorganisaties. Deze uitzendorganisaties verzorgen daarbij voor de huisvesting van de arbeidsmigranten. Op deze manier is voorzien in deugdelijke huisvesting voor arbeidsmigranten.
Buitengebied – herziening ontwikkeling glastuinbouw Dongenseweg 4 te Kaatsheuvel
19
Mei 2023
4. Randvoorwaarden 4.1
Besluit m.e.r.
Beleid en wet- en regelgeving De procedure van een milieueffectrapportage (m.e.r.) is volgens de Wet milieubeheer verplicht bij de voorbereiding van plannen en besluiten van de overheid over initiatieven en activiteiten van publieke en private partijen die belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu kunnen hebben. Welke activiteiten dat betreft is aangegeven in het Besluit m.e.r. en de daarbij behorende bijlage. In de bijlage is onderscheid gemaakt tussen een: • C-lijst met m.e.r.-plichtige activiteiten en daarbij behorende drempelwaarden; • D-lijst met m.e.r.-beoordelingsplichtige activiteiten en de daarbij behorende drempelwaarden. Het doel van de m.e.r. is het milieubelang volwaardig mee te laten wegen bij de vaststelling van deze plannen en besluiten. Een belangrijk product van de m.e.r.-procedure is het milieueffectrapport (MER). Bij sommige besluiten is niet meteen duidelijk of sprake kan zijn van belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu. In deze grensgevallen moet eerst worden beoordeeld of sprake is van een m.e.r.plicht. Dit gebeurt door middel van een aparte procedure, de zogenoemde m.e.r.-beoordeling. Deze m.e.r.-beoordeling is ook vereist voor activiteiten die onder de drempelwaarden van het Besluit m.e.r. liggen. In dat geval gelden er geen vormvoorschriften en is sprake van een vormvrije m.e.r.beoordeling.
Bij de vormvrije m.e.r.-beoordeling moet er volgens bijlage III van de EEGrichtlijn milieueffectbeoordeling worden getoetst aan de 3 volgende hoofdcriteria: 1. de kenmerken van het project; 2. de plaats van het project; 3. de kenmerken van de potentiële effecten. Onderzoek In het Besluit m.e.r. is opgenomen dat een landinrichtingsproject dan wel een wijziging of uitbreiding daarvan (onderdeel D9) m.e.r.-beoordelingsplichtig is in gevallen waarin de activiteit betrekking heeft op de vestiging van een glastuinbouwgebied of bloembollenteeltgebied van 50 hectare of meer.Het voorliggend bestemmingsplan heeft betrekking op de ontwikkeling van een glastuinbouwbedrijf van totaal circa 13 hectare. De ontwikkeling blijft daarmee ver onder de drempelwaarden. Omdat de ontwikkeling in onderdeel D van het Besluit m.e.r. voorkomt, dient wel te worden nagegaan of sprake kan zijn van belangrijke negatieve gevolgen voor het milieu die de uitvoering van een m.e.r. noodzakelijk maken. Daarom zijn alle mogelijke milieugevolgen van de beoogde ontwikkeling onderzocht en beschreven in de ‘Notitie Vormvrije m.e.r.-beoordeling glastuinbouwontwikkeling Dongseweg 4”. Deze notitie is opgenomen als bijlage bij de toelichting. Hieruit blijkt dat het plan geen belangrijke negatieve gevolgen heeft voor het milieu.
Op grond van deze aanmeldnotitie is voor het wijzigingsplan dan ook geen mer-procedure noodzakelijk conform het Besluit m.e.r..
Buitengebied – herziening ontwikkeling glastuinbouw Dongenseweg 4 te Kaatsheuvel
20
Mei 2023
Conclusie Het plan leidt niet tot bijzondere omstandigheden die het opstellen van een MER of m.e.r.-beoordeling noodzakelijk maken. 4.2
Archeologie
Beleid en wet- en regelgeving Op 16 januari 1992 is in Valletta (Malta) het Europees Verdrag inzake de bescherming van het archeologisch erfgoed (Verdrag van Malta) ondertekend. Het Nederlandse parlement heeft dit verdrag in 1998 goedgekeurd. In verband met de implementatie van het Verdrag van Malta zijn de Monumentenwet 1988 en enkele andere wetten gewijzigd. Als gevolg daarvan is de al bestaande verplichting expliciet gemaakt om in het kader van een goede ruimtelijke ordening rekening te houden met het belang bij behoud van archeologische waarden. Thans is deze verplichting opgenomen in de Erfgoedwet. Onderzoek Archeologische verwachtingenkaart Volgens de archeologische verwachtingskaart van de gemeente Loon op Zand ligt de planlocatie gedeeltelijk binnen een gebied met een lage archeologische verwachting. De oostelijke en zuidelijke rand van het oostelijke deelgebied ligt binnen een archeologisch waardevol terrein. Gezien deze ligging is nadere archeologisch onderzoek uitgevoerd. Bureauonderzoek Econsultancy heeft een archeologisch bureauonderzoek uitgevoerd d.d. 1 maart 2019, rapportnummer 7393.002, versienummer 1.1.
Econsultancy concludeert dat langs de oostelijke en zuidelijke randen van het oostelijke deelgebied twee ontginningsassen liggen, waardoor deze zone van het plangebied een hoge verwachtingswaarde voor archeologische resten uit het eind van de Late Middeleeuwen en de Nieuwe tijd heeft. Voor de overige perioden, en voor de rest van het plangebied voor alle perioden, geldt een lage archeologische verwachtingswaarde. Gezien de ligging van het plangebied in een historische kern is in dit stadium de meest geschikte onderzoeksmethode een karterend en waarderend proefsleuvenonderzoek voor de oostelijke en zuidelijke randen van het oostelijke deelgebied. Booronderzoeken zijn in historische kernen minder geschikt gezien de kans op het voorkomen van bodemverstoringen die aan historische bebouwing toegeschreven kan worden groot is. Bij een proefsleuvenonderzoek dienen verspreid over het plangebied sleuven gegraven te worden met als doel om eventuele archeologische waarden te karteren en waarderen. Omdat resten van de lintbebouwing met name langs de doorgaande wegen worden verwachten, is het aan te bevelen het proefsleuvenonderzoek (in eerste instantie) te beperken tot de zones dicht langs de weg. Voor dit onderzoek dient een door de bevoegde overheid goedgekeurd Programma van Eisen te zijn opgesteld waarin is vastgelegd waaraan het onderzoek moet voldoen.
Voor het zuidelijke deel van het plangebied waar de bedrijfswoning met bijgebouw zal worden gerealiseerd, zal de verstoring dieper dan 30 cm –mv bedragen. Hier zal dan ook eerst aanvullend onderzoek plaats dienen te vinden. Voor de oostelijke rand van het plangebied waar trayvelden worden gerealiseerd is de verstoringsdiepte nog niet bekend. Econsultancy adviseert om hier de dubbelbestemming archeologie te handhaven. Mocht de toekomstige verstoringsdiepte hier meer dan 30 cm – mv bedragen, dan zal ook hier aanvullend archeologisch onderzoek noodzakelijk zijn. Voor de rest van het plangebied adviseert Econsultancy om het vrij te geven. Bovenstaand advies is van Econsultancy. Buitengebied – herziening ontwikkeling glastuinbouw Dongenseweg 4 te Kaatsheuvel
21
Mei 2023
Proefsleuvenonderzoek ADC ArcheoProjecten heeft in het kader van de bouw van de woning op het zuidwestelijk deel van de projectlocatie een Inventariserend Veldonderzoek (IVO) in de vorm van proefsleuven uitgevoerd binnen het onderzoeksgebied Dongenseweg 4 te Kaatsheuvel. De resultaten van dit proefsleuvenonderzoek zijn opgenomen in de rapportage van de ADC ArcheoProjecten d.d. december 2019 met nummer 5074. Dit rapport is als bijlage bij deze onderbouwing gevoegd. Tijdens het proefsleuvenonderzoek zijn totaal acht sporen aangetroffen, bestaande uit greppels. Een datering voor de sporen kan achter niet aan de sporen worden gegeven. Er is namelijk in slechts één greppel materiaal aangetroffen, dat dateert in de Nieuwe tijd. Het vondstmateriaal dat uit de bouwvoor is verzameld dateert tevens uit de Nieuwe Tijd, met een zwaartepunt in de 19e eeuw. De functie van de sporen moet gezocht worden in die van afwatering en verkaveling, er zijn geen aanwijzingen voor de aanwezigheid van bewoning. Een typering van de vindplaats moet derhalve gezocht worden in de categorie landbewerking/ landinrichting. De locatie van eventuele bewoning zal buiten het plangebied hebben gelegen. Dit wordt verder ondersteund door de afwezigheid van vondstmateriaal. Ter hoogte van een bewoningslocatie wordt meer materiaal verwacht.
Op basis van de resultaten van het archeologisch onderzoek adviseert ADC ArcheoProjecten de bevoegde overheid de locatie vrij te geven voor verdere ontwikkeling. Het is onwaarschijnlijk dat het plangebied in het verleden (intensief) bewoond of in gebruik is geweest, anders dan als akkerland. Daarnaast kunnen de sporen niet gedateerd worden, waarmee eventuele bewoning niet in de tijd kan worden geplaatst. Uit het selectieadvies d.d. 16 december 2019 blijkt dat de gemeente Loon op Zand geheel kan instemmen met de inhoud en strekking van het rapport van ADC. De gemeente neemt dan ook het advies van het ADC over om -ten aanzien van het aspect archeologie- de locatie vrij te geven voor verdere ontwikkeling. Het selectieadvies is als bijlage bijgevoegd. Dubbelbestemming Voor het deel van het plangebied dat volgens de verwachtingenkaart een archeologisch waardevol terrein is en waar nog geen proefsleuvenonderzoek is uitgevoerd, wordt in voorliggend bestemmingsplan een dubbelbestemming opgelegd. Als in dit deel van het plangebied ingrepen plaatsvinden die groter zijn dan 100 m2 en dieper gaan dan 30 centimeter onder maaiveld, dient voorafgaand aan deze werkzaamheden een proefsleuvenonderzoek plaats te vinden. Op onderstaande afbeelding is een uitsnede van de archeologische verwachtingenkaart opgenomen.
Daarop is aangegevn waar het proefsleuvenonderzoek heeft plaatsgevonden en voor welke gronden de dubbelbestemming van toepassing is.
Buitengebied – herziening ontwikkeling glastuinbouw Dongenseweg 4 te Kaatsheuvel
22
Mei 2023
Locatie uitgevoerd proefsleuvenonderzoek
Dubbelbestemming Waard-Archeologie
Uitsnede archeologische verwachtingenkaart
Conclusie Het aspect archeologie vormt geen belemmering voor de geplande ontwikkeling, mits voor het zuidoostelijk deel van het plangebied een dubbelbestemming “Waarde Archeologie” in het bestemmingsplan wordt opgenomen. Deze dubbelstemming verzekert dat voorafgaand aan de werkzaamheden die eventuele archeologische waarden kunnen aantasten, nader archeologisch onderzoek plaatsvindt. 4.3
Geluid
Beleid en wet- en regeling Bij een ruimtelijke ontwikkeling moet volgens de Wet geluidhinder worden aangetoond dat gevoelige functies, zoals woningen, een aanvaardbare geluidsbelasting hebben als gevolg van omliggende (spoor)wegen en industrieterreinen. Indien nieuwe geluidsgevoelige functies of relevante geluidsbronnen worden toegestaan, stelt de Wet geluidhinder de verplichting om akoestisch onderzoek uit te voeren naar de geluidsbelasting op geluidsgevoelige functies ten gevolge van omliggende (spoor)wegen en industrieterreinen. Onderzoek Het voorliggende plan maakt geen nieuwe geluidsgevoelige bestemming mogelijk. De bestemde bedrijfswoning in het plangebied betreft namelijk een reeds bestaande en vergunde woning. Het bestemmingsplan geeft deze woning enkel een passende bestemming. Tevens voorziet het plan niet in nieuwe geluidsbronnen die volgens de Wet geluidhinder onderzoeksplichtig zijn. Op grond van de Wet geluidhinder is akoestisch onderzoek daarom niet noodzakelijk. Conclusie Buitengebied – herziening ontwikkeling glastuinbouw Dongenseweg 4 te Kaatsheuvel
23
Mei 2023
Volgens de Wet geluidhinder bestaat er ten behoeve van voorliggend bestemmingsplan geen onderzoeksplicht. 4.4
Bodem
Beleid en wet- en regelgeving Op grond van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) dient in verband met de uitvoerbaarheid van een project rekening te worden gehouden met de bodemgesteldheid. Bij ruimtelijke ontwikkelingen dient te worden bekeken of de bodemkwaliteit voldoende is voor de beoogde functie en moet worden vastgesteld of er sprake is van een saneringsnoodzaak. In de Wet bodembescherming is bepaald dat, indien de desbetreffende bodemkwaliteit niet voldoet aan de norm voor de beoogde functie, de grond zodanig dient te worden gesaneerd dat zij kan worden gebruikt door de desbetreffende functie (functiegericht saneren). De Wet bodembescherming heeft betrekking op landbodems; waterbodems vallen onder de Waterwet. Bij het opstellen van een bestemmingsplan is de vraag of de aanwezige bodemkwaliteit past bij het huidige of toekomstige gebruik van die bodem en of deze optimaal op elkaar kunnen worden afgestemd. Het uitgangspunt hierbij is dat eventueel aanwezige bodemverontreiniging geen onaanvaardbaar risico oplevert voor de gebruikers van de bodem en dat de bodemkwaliteit niet verslechtert door grondverzet. Dit is het zogenaamde stand still-beginsel. Het vaststellen van de bodemkwaliteit wordt bij het opstellen/herzien van een bestemmingsplan alleen van belang geacht voor de locaties waar ontwikkelingen gepland zijn (zoals functiewijzigingen, bouwen, graven/ophogen).
Bij nieuwe ontwikkelingen dient bekeken te worden of de bodemkwaliteit een belemmering kan opleveren voor de realisering hiervan. Bijna altijd is het mogelijk om bodem geschikt te maken voor het gewenste gebruik. Het is echter mogelijk dat een plan financieel onuitvoerbaar wordt, bijvoorbeeld omdat de kosten van de sanering te hoog zijn. Bij een wijziging van de bestemming of van de functie wordt een bodemonderzoek alleen noodzakelijk geacht, indien deze wijziging tevens een meer gevoelige vorm van bodemgebruik inhoudt. Onderzoek In verband met de geplande ontwikkeling van het glastuinbouwbedrijf is door Bakker milieuadviezen is een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd d.d. november 2018 met kenmerk BM/24160-2018. Daarnaast is er een aanvullend verkennend bodemonderzoek uitgevoerd d.d. maart 2020 met kenmerk BM/24160-2018. Beide rapportages zijn als separate bijlage bijgevoegd. Het bodemonderzoek d.d. d.d. november 2018 heeft betrekking op het grootste deel van het plangebied. Het in maart 2020 uitgevoerde onderzoek heeft betrekking op het westelijke en het zuidelijk deel van de locatie. Op basis van de uitgevoerde onderzoeken kan het volgende worden geconcludeerd: Onderzoek rondom bebouwing • In de bovengrond en de ondergrond rondom de bebouwing (woning en schuur) zijn alle parameters uit het NEN 5740-pakket beneden de AW 2000 aangetroffen.
• Het grondwater uit peilbuis 1 ten noorden van de bebouwing is schoon voor alle NEN-5740parameters.
Buitengebied – herziening ontwikkeling glastuinbouw Dongenseweg 4 te Kaatsheuvel
24
Mei 2023
Onderzoek 14 hectare bouwland • De bovengrond ter plaatse van het bouwland is in 9 mengmonsters onderzocht en blijkt in deze monsters geheel schoon voor alle parameters uit het NEN-5740-pakket. • 2 van de 6 bovengenoemde bovengrondmengmonsters zijn zekerheidshalve onderzocht op de bestrijdingsmiddelenreeks OCB. Geen enkele van deze componenten is verhoogd aangetroffen. • De ondergrond ter plaatse van het bouwland is in 8 mengmonsters onderzocht en blijkt geheel schoon voor alle parameters uit het NEN-5740-pakket. • Het grondwater uit alle peilbuizen op het bouwland is licht verontreinigd met barium en in enkele peilbuizen ook met koper, nikkel en kobalt. In 4 peilbuizen (nr 19, 25, 57 en 75) is het grondwater matig verhoogd met nikkel en in peilbuis 38 is nikkel sterk verhoogd aangetroffen. In peilbuis 81 is koper matig verhoogd aangetroffen. De oorzaak van deze plaatselijk matig en sterk verhoogde gehalten aan nikkel en koper is niet geheel duidelijk. Van met name nikkel is bekend dat deze parameter in onverklaarbaar grillige gehaltes voorkomt. Uit eigen archief zijn daar in de regio diverse voorbeelden van. Op dit moment is er met name vanwege het grillige voorkomen van nikkel in het grondwater geen reden of aanleiding om aanvullend onderzoek naar nikkel in het grondwater uit te voeren.
Conclusie Op grond van de resultaten van het uitgevoerde bodemonderzoek vormt de bodemkwaliteit geen belemmering voor de voorgenomen herontwikkelingsplannen. Ten aanzien van nikkel (en koper) in het grondwater kan er mogelijk een beperkt monitoringsplan worden opgezet na realisering van de bebouwing. 4.5
Luchtkwaliteit
Beleid en wet- en regelgeving Hoofdstuk 5, titel 5.2 van de Wet milieubeheer (luchtkwaliteitseisen) is op 15 november 2007 in werking getreden. Het doel van dit hoofdstuk is het beschermen van mens en milieu tegen de negatieve effecten van luchtverontreiniging. Luchtkwaliteitseisen vormen onder andere geen belemmeringen voor ruimtelijke ontwikkelingen als een project “niet in betekenende mate bijdraagt (NIBM)” aan de luchtverontreiniging. In de algemene maatregel van bestuur ‘Niet in betekenende mate bijdragen’ (Besluit NIBM) en de ministeriële regeling NIBM (Regeling NIBM) zijn de uitvoeringsregels vastgelegd die betrekking hebben op het begrip NIBM. Een project draagt niet in betekenende mate bij indien aannemelijk is gemaakt dat de toename van de concentraties in de buitenlucht van zowel zwevende deeltjes (PM10) als stikstofdioxide niet de 3% grens overschrijdt. In de Regeling NIBM is een lijst met categorieën van gevallen (inrichtingen, kantoor- en woningbouwlocaties) opgenomen die niet in betekenende mate bijdragen aan de luchtverontreiniging. Deze gevallen kunnen zonder toetsing aan de grenswaarden voor het aspect luchtkwaliteit uitgevoerd worden. Ook als het bevoegd gezag op een andere wijze aannemelijk kan maken dat het geplande project niet in betekenende mate bijdraagt, kan toetsing aan de grenswaarden voor luchtkwaliteit achterwege blijven.
Onderzoek Het gaat in dit geval om de bouw van een glastuinbouwbedrijf. Met behulp van de NIBM-tool is bepaald of deze ontwikkeling bijdraagt aan de luchtverontreiniging. Bij deze berekening is rekening gehouden met de volgende verkeersaantrekkende werking:
Buitengebied – herziening ontwikkeling glastuinbouw Dongenseweg 4 te Kaatsheuvel
25
Mei 2023
• •
Lichte voertuigen: 106 verkeersbewegingen per etmaal (53 voertuigen); Vrachtwagenbewegingen: 30 verkeersbeweringen per etmaal (15 voertuigen).
Worst-case berekening voor de bijdrage van het extra verkeer als gevolg van een plan op de luchtkwaliteit Jaar van planrealisatie
2021
Extra verkeer als gevolg van het plan Extra voertuigbewegingen 136 (weekdaggemiddelde) Aandeel vrachtverkeer 22,0% Maximale bijdrage extra verkeer
NO2 in μg/m3
0,31
PM10 in μg/m3
0,04
Grens voor "Niet In Betekenende Mate" in μg/m3
1,2
Conclusie De bijdrage van het extra verkeer is niet in betekenende mate; geen nader onderzoek nodig Uit de bovenstaande berekening blijkt dat het extra verkeer van de beoogde bedrijfsvoering niet in betekenende mate bijdraagt aan de verslechtering van de luchtkwaliteit. Dit bestemmingsplan maakt geen nieuwe gevoelige bebouwing mogelijk. Weliswaar bestemt het voorliggende bestemmingsplan een bedrijfswoning, maar dit betreft de bestaande woning burgerwoning, welke als bedrijfswoning bij het bedrijf gaat fungeren. Volledigheidshalve wordt inzicht gegeven in de heersende luchtkwaltiet ter plaatse van de projectlocatie. Op basis van de NSL-monitoringstool is nagegaan wat de jaargemiddelde concentraties NO2, PM10 en PM2,5 zijn in de nabijheid van de planlocatie. Ter plaatse van de projectlocatie zijn in de monitoringstool geen rekenpunten opgenomen. Echter, uit de rekenpunten op locaties in de omgeving blijkt dat in het gebied de grenswaarden van NO2, PM10 en PM2,5 in 2020 en 2030 niet worden overschreden. Derhalve wordt geconcludeerd dat bezien vanuit het aspect luchtkwaliteit er sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. De resultaten van de toetsing aan de NSL-tool zijn opgenomen in de bijlagen. Uit de monitoringstool blijkt dat in het gebied de grenswaarden van NO2, PM10 en PM2,5 in 2020 en 2030 niet worden overschreden.