CConstaterende datLoon op Zand
Koppel je AI →
Document · PDF

Ruimtelijke onderbouwing Berkakker 2

Raadsvergadering 13 november 2025, gemeente Loon op ZandBij agendapunt: Raadsvoorstel over Adviesrecht Berkakker13.017 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Beoordeling soortenbescherming PM

Project: 327101714

24

Berkakker Kaatsheuvel 5 Fysieke leef omgeving

5.5.3

Conclusie

Met betrekking tot stikstof depositie zijn negatieve ef f ecten op stikstof gevoelige habitat - en leef gebieden uit te sluiten over de gebruiksf ase. Er is geen sprake van signif icant negatieve ef f ecten vanwege stikstof van het plan op Natura 2000-gebieden. Nader onderzoek is niet aan de orde. De berekeningen uit het stikstof onderzoek zijn uitgevoerd met de AERIUS Calculator 2024.2.1. Uit de berekeningen blijkt dat de bouwgerelateerde activiteiten en het gebruik van het bouwplan Berkakker niet leidt tot een toename van de stikstof depositie ter plaatse van de stikstof gevoelige habitattyp en in de omliggende Natura 2000-gebieden. De activiteit leidt niet tot signif icant negatieve ef f ecten ten aanzien van natuur. Op grond van de Omgevingswet geldt een vrijstelling van vergunningplicht, waard oor dit geen belemmering vormt voor de voorgenomen activiteit. Vanuit het aspect Ecologie is er sprake van een evenwichtige toedeling van f uncties aan locaties.

5.6 5.6.1

Geluid Wettelijk kader

Bij het toelaten van een activiteit, (spoor)weg, industrieterrein of gevoelig gebouw moet het bevoegd gezag het geluid op gevoelige gebouwen beoordelen. In deze paragraaf komt het beoordelen dit geluid aan de orde. Geluidregels staan in bijna alle wetten, Algemene Maatregelen van Bestuur en regelingen die deel uitmaken van de Omgevingswet. Daar waar geluid voor 1 januari 2024 werd geregeld in onder meer de Wet geluidhinder, de Wet milieubeheer en indirect in het best emmingsplan, wordt geluid onder de Omgevingswet geregeld in het Omgevingsplan. Dit is tijdelijk via de bruidsschat. Geluid wordt onder de Omgevingswet dan ook niet meer standaard op nationaal niveau gereguleerd, maar veel vaker op gemeentelijk niveau. De systematiek met waarden en eisen waarbinnen het bevoegd gezag de aanvaardbaarheid van het geluid kan beoordelen is opgenomen in het artikel 5.78s van het Bkl. Het Bkl bevat standaardwaarden en grenswaarden voor verschillende bronsoorten. Indien het geluid op een geluidgevoelig gebouw voldoet aan de standaardwaarde is het geluid aanvaardbaar en is de kans op gezondheidsschade klein. Het bevoegd gezag kan meer geluid dan de standaardwaarde als aanvaardbaar beoordelen. Een dergelijk besluit moet voldoen aan de eisen uit de instructieregels zoals opgenomen in de artikelen 5.78u tot en met 5.78ad uit het Bkl.

Een gemeente kan in haar Omgevingsplan regels stelen over geluid. Het toelaten van een hogere waarde dan de standaardwaarde kan een aanpassing zijn van regels uit het Omgevingsplan. De gemeente Loon op Zand heef t de regels uit de Bruidsschat opgenomen in haar Omgevingsplan ten aanzien van geluid. Daarbij is onderscheid gemaakt in geluid door de volgende activiteiten: •

Activiteiten anders dan door windturbines en windparken en civiele buitenschietbanen, militaire buitenschietbanen en militaire springterreinen (par. 22.3.4.2 BS).

Project: 327101714

25

Berkakker Kaatsheuvel 5 Fysieke leef omgeving

•

Geluid door windturbines en windparken (par. 22.3.4.3 BS).

•

Geluid door civiele buitenschietbanen, militaire buitenschietbanen en militaire springterreinen (par. 22.3.4.4 BS).

Geluid af komstig van wegen, spoorwegen en industrieterreinen heef t invloed op de omgeving. Het bevoegd gezag beoordeelt geluid van deze bronnen bij geluidgevoelige gebouwen (artikel 3.20 Bkl). Geluidsgevoelige gebouwen Geluid af komstig van wegen, spoorwegen en industrieterreinen heef t invloed op de omgeving. Het bevoegd gezag beoordeelt geluid van deze bronnen bij geluidgevoelige gebouwen. Artikel 3.21 van het Bkl wijst geluidsgevoelige gebouwen en geluidsgevoelige ruimt en aan. Dit ter bescherming van mensen tegen omgevingsgeluid. Onder een geluidsgevoelig gebouw vallen ook delen van een gebouw met een nevengebruiksf unctie.

5.6.2

Onderzoek

Door Stantec is een akoestisch onderzoek uitgevoerd naar de gevolgen van de activiteit op de f ysieke leef omgeving. Het onderzoek is als separate bijlage 5 bij voorliggende motivering van de BOPA toegevoegd. De resultaten van het onderzoek zijn hierna kort samengevat. Het bouwplan ligt binnen het geluidsaandachtsgebied van meerdere gemeentelijke wegen. Uit de rekenresultaten van het onderzoek blijkt dat de standaardwaarde van 53 dB voor gemeentelijke wegen wordt overschreden ter plaatse van het appartementengebouw en ter plaatse van het zuidelijke gedeelte van de zuidelijk gelegen rijtjeswoningen. De grenswaarde van 70 dB voor gemeentelijke wegen wordt niet overschreden. Te treffen maatregelen: Het tref f en van geluidreducerende maatregel aan de bron of in het overdrachtsgebied levert onvoldoende reductie op om aan de standaardwaarde te voldoen of is vanuit stedenbouwkundig oogpunt niet gewenst. Ter plaatse van het woningen is sprake van een milieukwaliteit die is aan te merken als ‘zeer goed’ tot ‘tamelijk slecht’ als gevolg van de gecumuleerde geluidbelastingen. De milieukwaliteit per gevel is af hankelijk van de gevelpositie. De gemeente Loon op Zand dient een oordeel te geven of de cumulatieve geluidbelastingen als acceptabel worden geacht. Het gezamenlijk geluid ter plaatse van de woningen varieert van 42 dB tot maximaal 63 dB.

Voor die woningen waar de gezamenlijk geluidbelasting meer dan 53 dB bedraagt dient een onderzoek geluidwering van de gevel te worden uitgevoerd om de eventueel benodigde geluidwerende gevelvoorzieningen te dimensioneren. De benodigde geluidwering tot maximaal 30 dB is technisch haalbaar en zodoende kan een akoestisch goed woon- en leef klimaat in de woning worden gegarandeerd.

5.6.3

Conclusie

Vanuit het aspect geluid is er sprake van een evenwichtige toedeling van f uncties aan locaties.

Project: 327101714

26

Berkakker Kaatsheuvel 5 Fysieke leef omgeving

5.7 5.7.1

Kwaliteit van de buitenlucht Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl)

Wettelijk kader Voor vergunningplichtige milieubelastende activiteiten heef t het Rijk beoordelingsregels over emissies naar de lucht en de beoordeling van de luchtkwaliteit opgenomen in artikel 8.17, 8.21 en 8.24 van het Bkl. Deze gaan over: •

Beoordeling luchtkwaliteit en toetsing aan de rijksomgevingswaarden.

•

Ammoniakemissies van veehouderijen.

•

Geologische opslag van CO2.

Een toetsing aan de rijksomgevingswaarden voor luchtkwaliteit is niet nodig als een project of activiteit maar weinig bijdraagt aan luchtverontreiniging. In juridische termen heet dat: niet in betekenende mate (NIBM) aan de verslechtering van de luchtkwaliteit. Het gaat bijvoorbeeld om een ruimtelijk project of activiteit waarvoor een omgevingsvergunning nodig is maar waarvan de bijdrage aan de luchtverontreiniging klein is. Dan is geen toetsing aan de rijksomgevingswaarden voor stikstof dioxide (NO2) en f ijnstof (PM10) nodig. Wel zal een gemeente een programma moeten opstellen bij (dreigende) overschrijding van een rijksomgevingswaarde. Een project of activiteit draagt niet in betekenende mate bij als de toename van de concentratie NO2 en PM10 niet hoger is dan 1,2 µg/m3. Dat is 3% van de omgevingswaarde voor de jaargemiddelde concentraties. Dit volgt uit artikel 5.53 en 5.54 van het Bkl.

Onderzoek NIBM Het onderzoek draagt ‘niet in betekende mate’ bij aan de luchtkwaliteit (grenswaarde 1.500 woningen).

5.7.2

Centraal Instrument Monitoring Luchtkwaliteit (CIMLK)

Wettelijk kader Uit oogpunt van een evenwichtige toedeling van f uncties aan locaties (artikel 4.2 Omgevingswet) dient beoordeeld te worden of het aanvaardbaar is om het project op deze locatie te realiseren. Hierbij kan de blootstelling aan de ter plaatse bestaande luchtverontreiniging een rol spelen, ook als het project zelf 'niet in betekenende mate' bijdraagt aan de luchtverontreiniging. Het Centraal Instrument Monitoring Luchtkwaliteit (CIMLK) is het instrument voor het monitoren en berekenen van de luchtkwaliteit. Het CIMLK geef t inzicht in de mate van blootstelling aan lucht verontreiniging verspreid over heel Nederland. De overheid toetst en monitort de luchtkwaliteit vooral in de zogenoemde aandachtsgebieden. Aandachtsgebieden zijn locaties met hogere concentraties stikstof dioxide (NO2) of f ijnstof (PM10), die nemen deel aan de jaarlijkse monitoring. Het CIMLK heef t als doel luchtkwaliteitgegevens over Nederland voor iedereen op één plaats, unif orm en

Project: 327101714

27

Berkakker Kaatsheuvel 5 Fysieke leef omgeving

laagdrempelig beschikbaar te stellen, en daarmee de wet- en regelgeving voor luchtkwaliteit (digitaal) te ondersteunen.

Beoordeling CIMLK Voor de kwaliteit van de buitenlucht bestaan verschillende soorten normen. Wettelijke grenswaarden en actiedrempels zijn meestal een compromis tussen haalbaarheid en gezondheid. Veel van de wettelijke normen komen direct uit Europese richtlijnen. Het CIMLK is het instrument waarmee de concentraties luchtverontreinigende stof f en worden berekend. In het kader van een goede af weging van f uncties aan locaties zijn de achtergrondconcentraties NO2, PM10 en PM2,5 van het wegverkeer in de omgeving van het plangebied inzichtelijk gemaakt op basis van de gegevens in de kaart van het CIMLK. Op deze kaart is onder andere de Europalaan opgenomen.

Figuur 2

Ligging receptorpunten ten opzichte van plangebied

In de volgende af beelding zijn de concentraties NO2, PM10 en PM2,5 voor het monitoringsjaar 2030 nabij het plangebied weergegeven. Deze concentraties zijn af komstig uit monitoringsronde van 2023.

Project: 327101714

28

Berkakker Kaatsheuvel 5 Fysieke leef omgeving

Bron:

Atlas Leefomgeving Fijnstof PM2,5 o.b.v. RIVM 2023

Bron:

Atlas Leefomgeving Fijnstof PM10 o.b.v. RIVM 2023

Project: 327101714

29

Berkakker Kaatsheuvel 5 Fysieke leef omgeving

Bron:

Atlas Leefomgeving Stikstofdioxide. O.b.v. RIVM 2023

Uit de monitoringstool blijkt dat in de omgeving van het plangebied de concentraties voor NO2, PM10 en PM2,5 de omgevingswaarden niet overschrijden. De algemene trend is dat in de toekomst de emissies en de achtergrondconcentraties van deze stof f en gaan dalen. Overschrijdingen van de grenswaarden zijn dan ook niet te verwachten. Ter plaatse van de voorgenomen ontwikkeling is vanuit het oogpunt van luchtkwaliteit sprake van een goed leef - en verblijf sklimaat.

5.7.3

Conclusie

De voorgenomen activiteit voldoet aan de normstelling omtrent het aspect luchtkwaliteit, waardoor er sprake is van een evenwichtige toedeling van f uncties aan locaties.

Project: 327101714

30

Berkakker Kaatsheuvel 5 Fysieke leef omgeving

5.8 5.8.1

Geur Wettelijk kader

Geurvoorschrif ten staan vooral in het Omgevingsplan. Voor rioolwaterzuiveringsinstallaties (rwzi's), het houden van landbouwhuisdieren en diverse agrarische activiteiten geef t het Rijk instructieregels in het Besluit kwaliteit leef omgeving (Bkl). Voor andere geur veroorzakende activiteiten kan de gemeente zelf kiezen welke geurregels ze in het Omgevingsplan geurregels stelt. De locatiekeuze bepaalt welke regels moeten gelden. Voorbeelden zijn: •

Voedingsmiddelenindustrie.

•

Horeca-, recreatie- en detailhandelsactiviteiten.

•

Dierenpensions, dierenasielen, dierenklinieken, hondenf okkers of -trainers, hobbymatig houden van dieren en maneges.

De gemeente bepaalt zelf of en welke regels ze hiervoor opneemt in het Omgevingsplan. Wel geldt dat de gemeente moet zorgen voor een aanvaardbaar geurhinderniveau. Bij het vaststellen van de geurnorm moet de gemeente rekening houden met de ligging van een geur gevoelig object binnen of buiten een ‘bebouwingcontour geur’. Binnen deze contour is een hoger beschermingsniveau gewenst dan erbuiten. De gemeente moet in het Omgevingsplan een 'bebouwingscontour geur' vaststellen. Voorheen was hier het begrip 'bebouwde kom' gangbaar, wat nog wel eens voor verwarring zorgde. De gemeente kan in een Omgevingsplan vastleggen dat normen of af standseisen niet gelden voor een gebouw dat een voormalige f unctionele binding heef t met dat bedrijf . Dit is mogelijk voor bepaalde agrarische activiteiten, voor een bedrijventerrein of voor de horecasector. Daarnaast kan de gemeente naast woningen ook andere gebouwen als geurgevoelig aanwijzen.

5.8.2

Onderzoek

De activiteit Wonen is aan te merken als een geurgevoelig gebouw of locatie als bedoeld in artikel 5.91 van het Bkl. Zowel ten noorden als ten oosten en westen van de locatie is al bebouwing met woonf unctie aanwezig. Ten zuiden bevindt zich de Europalaan met aan de andere zijde een waterberging en een parkeerplaats van de Ef teling. Op de bovenverdieping van de locatie was de f unctie ‘wonen’ al toegestaan. Om deze redenen wordt geen invloed verwacht van geur op de voorgenomen ontwikkeling.

5.8.3

Conclusie

Vanuit het aspect Geur is er sprake van een evenwichtige toedeling van f uncties aan locaties.

Project: 327101714

31

Berkakker Kaatsheuvel 5 Fysieke leef omgeving

5.9 5.9.1

Omgevingsveiligheid Wettelijk kader

Omgevingsveiligheid beschrijf t de risico’s die ontstaan als gevolg van opslag, productie, gebruik en vervoer van gevaarlijke stof f en en windturbines. Voor omgevingsveiligheid zijn regels opgenomen in paragraaf 5.1.2 van het Besluit kwaliteit leef omgeving (Bkl). De paragraf en 5.1.2.2 tot en met 5.1.2.6 van het Bkl gaan over het toelaten van beperkt kwetsbare, kwetsbare en zeer kwetsbare gebouwen en beperkt kwetsbare en kwetsbare locaties in verband met het externe veiligheidsrisico van een activiteit die op een locatie is toegelaten op grond van een Omgevingsplan of een omgevings vergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit.

5.9.2

Onderzoek

Het initiatief voorziet in de realisatie van een appartementencomplex en zeven grondgebonden woningen met bijbehorende parkeerplaatsen en inf rastructuur, waardoor het plan zelf geen risico’s voor de omgeving oplevert. Met het plan worden nieuwe woningen en dus nieuwe kwetsbare gebouwen en/of locaties mogelijk gemaakt. Daarom is met behulp van de Atlas Leef omgeving nagegaan of risicobronnen, in de omgeving van het plangebied, een risico vormen voor de voorgenomen activiteit. Uit onderstaande uitsnede van de ‘Atlas Leef omgeving, kaart Veilig e omgeving’ blijkt dat het plangebied zich niet bevindt binnen risicocontouren en/of aandachtsgebieden van risicovolle activiteiten, transportroutes of buisleidingen.

Project: 327101714

32

Berkakker Kaatsheuvel 5 Fysieke leef omgeving

Figuur: omgevingsveiligheid (bron: Atlas Leefomgeving) Uit het Omgevingsplan van de gemeente blijkt verder dat de activiteit niet is gelegen in een voorschrif tengebied van een aandachtsgebied. Ten behoeve van voorliggende plannen gelden daarom geen belemmeringen wat betref t externe veiligheid.

5.9.3

Conclusie

Vanuit het aspect Omgevingsveiligheid is er sprake van een evenwichtige toedeling van f uncties aan locaties.

Project: 327101714

33

Berkakker Kaatsheuvel 5 Fysieke leef omgeving

5.10 Milieubelastende activiteiten 5.10.1

Wettelijk kader

Een milieubelastende activiteit is een activiteit die nadelige gevolgen voor het milieu kan hebben. Hoof dstuk 3 van het Besluit activiteiten leef omgeving (Bal) wijst de milieubelastende activiteiten aan, waarvoor rijksregels gelden. Decentrale overheden kunnen aanvullend regels stellen.

5.10.2

Onderzoek

De activiteit die deze BOPA mogelijk maakt betref t geen milieubelastende activiteit of f unctioneel ondersteunende activiteit of uitzonderingen als beschreven in hoof dstuk 3 van het Bal. Een nadere toetsing is daarom niet aan de orde.

5.10.3

Conclusie

Vanuit het aspect Milieubelastende activiteiten is er sprake van een evenwichtige toedeling van f uncties aan locaties.

5.11 Niet-gesprongen explosieven 5.11.1

Wettelijk kader

Voor ontplof bare oorlogsresten zijn geen rijksregels opgenomen in de Omgevingswet. De Omgevings wet biedt decentrale overheden de mogelijkheid zelf decentrale regels op te stellen voor de f ysieke leef omgeving. Niet-gesprongen explosieven zijn ontplof bare oorlogsresten, bijvoorbeeld uit de Eerste of Tweede Wereldoorlog. Ze leveren een gevaar op als ze verplaatst of aangeraakt worden bij graaf - of baggerwerkzaamheden. De kennis over explosieven uit de Tweede Wereldoorlog is verzameld op 1 plek in het Kenniscentrum ontplof bare oorlogsresten. Een kans om de risico's door niet-gesprongen explosieven te beperken, is het opstellen en actueel houden van een risicokaart. Deze risicokaart ondersteunt burgers en bedrijven bij het voorbereiden van grond- en graaf werkzaamheden.

5.11.2

Onderzoek

Zover bekend bevindt de voorgenomen ontwikkeling zich niet in een zone welke verdacht is op niet gesprongen explosieven. Tevens is de locatie al bebouwt, waarbij grondroerende activiteiten hebben plaatsgevonden. Er wordt derhalve geen invloed van niet gesprongen explosieven verwacht.

5.11.3

Conclusie

Vanuit het aspect Niet-gesprongen explosieven is er sprake van een evenwichtige toedeling van f uncties aan locaties.

Project: 327101714

34

Berkakker Kaatsheuvel 5 Fysieke leef omgeving

5.12 Kabels en leidingen 5.12.1

Wettelijk kader

Ondergrondse kabels en leidingen zijn belangrijk voor het transport van data, elektriciteit en stof f en zoals gas en water. Sommige ondergrondse (hoogspannings)leidingen kunnen een risico opleveren voor de omgeving. De Omgevingswet bevat regels en instrumenten om dit te voorkomen of om dit zoveel mogelijk te beperken. De Wet inf ormatie-uitwisseling bovengrondse en ondergrondse netten en netwerken (Wibon) bevat regels ter bescherming van bovengrondse en ondergrondse netten en netwerken. In het Omgevings plan kunnen de locaties en kenmerken van kabels en leidingen staan om de omgeving te beschermen tegen de risico's van deze kabels en leidingen. Doel van de Wibon is gevaar of economische schade door beschadiging van ondergrondse kabels of leidingen te voorkomen. Het gaat dan om water-, elektriciteit-, gas- en telecomleidingen. Netbeheerders zijn door deze wet verplicht om inf ormatie te geven over de ligging van hun kabels en leidingen.

5.12.2

Onderzoek en conclusie

Uit inventarisatie is gebleken dat zich binnen of in de directe omgeving van het plangebied geen relevante kabels, leidingen of straalpaden bevinden. Voor aanvang van de (graaf -)werkzaamheden wordt evenwel de ligging van kabels en leidingen door middel van een KLIC-melding opgevraagd bij de betrokken leidingbeheerders. Vanuit het aspect Kabels en Leidingen is er sprake van een evenwichtige toedeling van f uncties aan locaties.

5.13 Mobiliteit 5.13.1

Wettelijk kader

Primair is verkeersveiligheid geregeld in de weg - en verkeerswetgeving, zoals onder andere de Wegenverkeerswet. Verder wordt rekening gehouden met de bekende richtlijnen vanuit het CROW blijven bestaan. De omgevingsvisie van de gemeente moet een visie op verkeer en vervoer op gemeentelijk niveau bevatten. Het initiatief dient hieraan te worden getoetst.

5.13.2

Onderzoek

Het perceel is goed ontsloten. De noord-, zuid-, en westzijde zijn te voet en/of met de f iets toegankelijk. De parkeerkelder en oprit naar de parkeerplaatsen bevinden zich aan de noordelijke zijde van het gebied, aan het begin van de straat. Er kan gebruik worden gemaakt van de bestaande in/- en uitrit. Derhalve zal het verkeer in de Berkakker slechts minimaal toenemen. Vanaf het begin van de Berkakker is het gebied goed ontsloten door de Marktstraat richting het centrum of richting de Europalaan, welke het zuidelijk deel van Kaatsheuvel ontsluit.

Project: 327101714

35

Berkakker Kaatsheuvel 5 Fysieke leef omgeving

5.13.3

Conclusie

Vanuit het aspect Mobiliteit is er sprake van een evenwichtige toedeling van f uncties aan locaties.

5.14 Duurzaamheid en klimaatadaptatie 5.14.1

Wettelijk kader

Toetsing aan de aspecten duurzaamheid en klimaatadaptatie is sterk af hankelijk van het gemeentelijk beleid op deze thema’s. Het beoordelingskader kan dus per gemeente sterk verschillen. Daarnaast kan het gemeentelijk beleid ten aanzien van duurzaamheid en klimaatadaptatie in het Omgevingsplan zijn vastgelegd in de vorm van omgevingswaarden.

5.14.2

Onderzoek

Duurzaamheid Nieuwbouw op deze locatie biedt kansen voor het verwezenlijken van duurzame woningen, waarbij het terrein nieuw groen krijgt. Het plan draagt bij aan het oplossen van de woningtekorten op een manier die aansluit bij de ambities op het gebied van duurzaamheid.

Klimaatadaptatie Het klimaat verandert. Nederland moet rekening houden met hevigere neerslag, langere en f requentere perioden met droogte, hogere en lagere rivieraf voeren en zeespiegelstijging. De gevolgen van klimaatverandering zijn overal merkbaar, en manif esteren zich o ok op lokale schaal, en vooral in het bebouwd gebied. Het is van belang om bij nieuwe ontwikkelingen inzicht te hebben in de ef f ecten van de klimaat verandering op de leef omgeving in de gemeente en de samenhang tussen de verschillende klimaat thema’s, het watersysteem en de ruimtelijke inrichting. Klimaatadaptatie richt zich in principe op de vier thema’s uit de klimaatef f ectatlas: waterveiligheid, wateroverlast, droogte en hitte.

Wateroverlast Er is weinig wateroverlast door overstroming uit beken. Daarentegen is er wel wateroverlast door hevige neerslag in het stedelijk gebied.

Hitte Hitte in een stad wordt bepaald door ruimtegebruik en de voornaamste f actoren die problemen geven zijn: veel verharding, weinig vegetatie, lage albedo waarde (weerkaatsing zonlicht), weinig oppervlaktewater en veel gebouw-volume. Om de problemen met hitte en droogte aan te passen, is het gewenst om bij ontwikkelingen rekening te houden met extreme weersituaties. Eventuele mogelijkheden zijn: •

Het oprichten van daken met zonnepanelen, groen of beperken van ref lecterende elementen.

Project: 327101714

36

Berkakker Kaatsheuvel 5 Fysieke leef omgeving

•

Terugdringen van de verharding.

•

Het behouden van buf f erzones.

•

Het realiseren van groene iconen.

Droogte De nieuwe f unctie heef t geen invloed of verwacht geen overlast ten aanzien van eventuele droogte.

Overige Bij activiteiten wordt gestreef d aandacht te besteden aan de energie-inf rastructuur, hittebestendigheid en het anders omgaan met hemelwater. Voor woningen geldt een BENG-eis vanuit het Bbl. Voorkeur hierbij is om toevoeging en vervangende nieuwbouw meteen energieneutraal te realiseren, of ervoor te zorgen zonder desinvesteringen aan de wettelijke BENG-eis wordt voldaan. In de nadere uitwerking van het bouwplan wordt het onderdeel duurzaamheid/energie als belangrijke basis genomen. Aan de normen van het Bbl zal worden voldaan.

5.14.3

Conclusie

Vanuit de aspecten Duurzaamheid en klimaatadaptatie is er sprake van een evenwichtige toedeling van f uncties aan locaties.

5.15 Trillingen 5.15.1

Wettelijk kader

Het Rijk stelt regels aan gebouwen om trillinghinder door activiteiten te voorkomen. Deze instructie regels staan in het Besluit kwaliteit leef omgeving (Bkl). Zij zijn gericht op aangewezen trilling gevoelige gebouwen. Hierin is de f unctie bepalend, bijvoorbeeld wonen. Voor andere gebouwen of locaties bepaalt de gemeente de mate van bescherming tegen trillingen.

5.15.2

Onderzoek

Bij het vaststellen van een Omgevingsplan of bij een omgevingsvergunning voor een omgevingsplan activiteit moet aan de centrale instructieregel voor trillingen door activiteiten, zoals is gef ormuleerd in artikel 5.83 van het Bkl, worden voldaan. Hierbij vindt een af weging plaats tussen het beschermen van de f ysieke leef omgeving en het benutten van een locatie. Daarbij houdt de gemeente rekening met alle betrokken belangen. Bij de bouw van de voorgenomen ontwikkeling zullen in beperkte mate trillingen plaatsvinden. Echter zal de gebruiksf ase met de f unctie ‘wonen’ in vergelijking met de voorgaande f unctie ‘detailhandel af nemen in de hoeveelheid trillingen doordat er geen vrachtverkeer meer te verwachten is voor het aanleveren van goederen. Tevens zullen minder verkeersbewegingen verwacht worden, doordat er geen klanten meer langs komen voor de detailhandel.

Project: 327101714

37

Berkakker Kaatsheuvel 5 Fysieke leef omgeving

5.15.3

Conclusie

Vanuit het aspect Trilling is er sprake van een evenwichtige toedeling van f uncties aan locaties.

5.16 MER-Beoordeling 5.16.1

Wettelijk kader

De wetgeving rond de milieuef f ectrapportage (mer) is opgenomen in af deling 16.4. van de Omgevingswet en in hoof dstuk 11 en bijlage V bij het Omgevingsbesluit. Voor kleine wijzigingen van een plan of programma hoef t het bevoegd gezag geen plan-mer te doorlopen, als de wijzigingen van dat plan of programma geen aanzienlijke milieuef f ecten kunnen hebben. De beoordeling of sprake is van 'kleine wijzigingen' ligt bij het bevoegd gezag dat de regels stelt (zie artikel 16.36, lid 5 Omgevingswet). De tweede vereiste (zie ook artikel 16.36 OW) is: 1.

Of het plan of programma vormt een kader voor te nemen besluiten voor mer-(beoordelings) plichtige projecten. De mer-(beoordelings)plichtige projecten vindt u in kolom 1 van bijlage V bij het Omgevingsbesluit.

2.

Of voor het plan of programma moet een passende beoordeling in het kader van natuur moet worden gemaakt.

Een 'kader' moet concreet genoeg zijn en bindend voor een later mer-plichtig of mer-beoordelings plichtig besluit. Van 'een kader vormen' is bijvoorbeeld sprake als een locatie- of tracékeuze in het plan is opgenomen. Maar het kan ook gaan om andere keuzes, zoals de capaciteit van een activiteit.

5.16.2

Conclusie

De activiteit die deze BOPA mogelijk maakt, wordt niet aangemerkt als een stedelijk ontwikkelingsproject en/of landinrichtingsproject als bedoeld in de Omgevingswet. Het bevoegd gezag heef t besloten over de project-mer-beoordeling (mer-beoordelingsbeslissing). Aangezien aanzienlijke milieuef f ecten zijn uitgesloten, heef t het bevoegd gezag besloten dat er geen mer nodig is en dat er sprake is van een evenwichtige toedeling van f uncties aan locaties.

Project: 327101714

38

Berkakker Kaatsheuvel 5 Fysieke leef omgeving

5.17 Overige aspecten Energietransitie

Lichthinder

Bezonning

Slagschaduw van windturbines

Windhinder

Gewasbeschermingsmiddelen

Beperkingengebieden

De voorgenomen ontwikkeling biedt kansen om de nieuwe woningen zo energieneutraal mogelijk te realiseren en de daken bieden ruimte voor de aanleg van zonnepanelen. Vanuit het aspect Energietransitie is er sprake van een evenwichtige toedeling van functies. Er zijn geen significante lichtbronnen bekend in de nabije omgeving. Tevens zal de hoeveelheid licht niet significant toe- of afnemen vergeleken met de voorgaande situatie. Er wordt derhalve geen invloed van verwacht. Vanuit het aspect Lichthinder is er sprake van een evenwichtige toedeling van functies. De locatie ruimtelijk verspreid opgesteld en bevat geen hoge nabijgelegen gebouwen. Tevens is de hoogte van de bebouwing zelf niet dusdanig dat het significante invloed zal hebben op de hoeveelheid bezonning buiten het plangebied. Vanuit het aspect Bezonning is er sprake van een evenwichtige toedeling van functies. Er bevinden zich geen windturbines op relevante afstand van de voorgenomen ontwikkeling. Vanuit het aspect Slagschaduw van windturbines is er sprake van een evenwichtige toedeling van functies. De voorgenomen ontwikkeling is minder dan 15 meter hoog. Derhalve is een windstudie niet noodzakelijk en wordt er geen invloed van windhinder verwacht. Vanuit het aspect Windhinder is er sprake van een evenwichtige toedeling van functies.

De voorgenomen ontwikkeling bevind zich niet op relevante afstand van een locatie waar gewasbeschermingsmiddelen worden toegepast. Tevens zal het toepassen ervan geen deel uitmaken van de voorgenomen ontwikkeling. Vanuit het aspect Gewasbeschermingsmiddelen is er sprake van een evenwichtige toedeling van functies. De voorgenomen ontwikkeling bevindt zich niet in een beperkingengebied van hoogspanningsleidingen, van een (rijks)weg, van een luchthaven, van een waterstaatswerk, van spoorwegen of bij mijnbouw.

Project: 327101714

39

Berkakker Kaatsheuvel 6 Uitvoerbaarheid

6

Uitvoerbaarheid

6.1

Economische uitvoerbaarheid

In dit hoof dstuk wordt de wijze van bekostiging van het initiatief beschreven.

6.1.1

Financieel economische haalbaarheid

De locatie is in bezit van de initiatief nemer. Tevens zullen de ontwikkelingskosten gedragen worden door de initiatief nemer.

6.1.2

Kostenverhaal

De Omgevingswet verplicht tot kostenverhaal bij aangewezen bouwplannen en aangewezen gebruiksactiviteiten voor een nieuw toegedeelde f unctie. In het Omgevingsbesluit (artikel 8.13) is deze aanwijzing uitgewerkt. Initiatief nemers van aangewezen activiteiten betalen kosten voor het opstellen van plannen en het aanleggen van voorzieningen: kostenverhaal gebiedsontwikkeling. Dit kan privaatrechtelijk (met overeenkomst) of publiekrechtelijk (met een kostenverhaalsbeschikking). In de overeenkomst kunnen onder andere nadeelcompensatie en kosten voor werken, werkzaam heden en maatregelen worden meegenomen. Met de regeling f inanciële bijdragen voor ontwikkelingen van een gebied kunnen ook kosten voor het verbeteren van de f ysieke leef omgeving worden verhaald op een initiatief nemer. De gronden zijn in eigendom van de initiatief nemer. Alle voorbereidings - en uitvoeringskosten komen voor rekening van de initiatief nemer. Ook worden voor het in behandeling nemen van en de procesbegeleiding vanuit de gemeente kosten gerekend. Gemeente en initiatief nemer hebben een anterieure overeenkomst gesloten, waarmee het aspect kostenverhaal af doende is geregeld.

6.1.3

Conclusie

De economische uitvoerbaarheid is met voornoemde overeenkomsten en beschikking(en) gewaarborgd.

6.2 6.2.1

Maatschappelijke uitvoerbaarheid Participatie

PM

Project: 327101714

40

Berkakker Kaatsheuvel 7 Belangenaf weging en conclusie

7

Belangenafweging en conclusie

7.1

Is er sprake van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties?

Voor zover een aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heef t op een BOPA wordt de omgevingsvergunning alleen verleend met het oog op een evenwichtige toedeling van f uncties aan locaties (Etf al, artikel 8.0a, lid 2 Bkl) Naast de regel dat omgevingsvergunningen slechts kunnen worden verleend met het oog op een evenwichtige toedeling van f uncties aan locaties, gelden de beoordelingsregels in artikel 8.0b tot en met 8.0e van het Bkl (zie ook ‘beleidskader Rijk en provincie’, hoof dstuk 3). De vraag bij de vergunningverlening is of het initiatief – de gevraagde omgevingsplanactiviteit - leidt tot een situatie, waarbij er sprake is van een evenwichtige toedeling (van f uncties aan locaties). Anders gezegd: is er – na een zorgvuldige belangenaf weging - met het toestaan van de activiteit nog steeds of weer sprake van een evenwichtige toedeling? Om dit te kunnen beoordelen, zijn alle voor de f ysieke leef omgeving relevante aspecten (voor zover betrekking hebbend op de beoogde activiteiten) nader onderzocht en af gewogen (zie voorgaande hoof dstukken).

7.2

Conclusie

Met de beoogde ontwikkeling worden 30 woningen gerealiseerd in het plan ‘Berkakker te Kaatsheuvel’. Alles overwegende is de ontwikkeling aanvaardbaar. Er is sprake van een evenwichtige toedeling van f uncties aan locaties.

Project: 327101714

41

Vormgevers van duurzame verandering

Stantec is een wereldwijd toonaangevend ingenieursbureau op het gebied van duurzame engineering, architectuur en milieuadvies. De diverse perspectieven van onze partners en geïnteresseerden inspireren ons om verder te kijken dan eerder is gedaan naar cruciale kwesties zoals klimaatverandering, de digitale transformatie en het voorbereiden op de toekomst van onze steden. We innoveren, door onze omgeving, onze creativiteit en onze klanten samen te brengen. Zo helpen we mensen overal ter wereld om verder te komen. Samen herontdekken we wat mogelijk is.

KVK Haaglanden 27 18 43 23 | Stantec is ISO 9001:2015, ISO 14001:2015, ISO 45001:2018 gecertificeerd. | Stantec B.V. (Nederland) is VCA** gecertificeerd en staat op trede 5 van de CO2Prestatieladder. Stantec B.V. Hoevestein 20b 4903 SC Oosterhout stantec.com

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=LoonOpZand&id=50bca4bf-3097-446a-b29f-fdd6e4a9f88e