CConstaterende datLoon op Zand
Koppel je AI →
Document · PDF

Kadernota 2027

Raadsvergadering 2 juli 2026, gemeente Loon op ZandBij agendapunt: Raadsvoorstel kadernota begroting 20278.860 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Kadernota 2027

Inhoudsopgave

Inhoudsopgave .......................................................................................................................................... 2 Inleiding ....................................................................................................................................................... 3 Leeswijzer ..................................................................................................................................................... 4 Kaders en uitgangspunten voor Begroting 2027 ..................................................................................... 5 Meerjarig financieel perspectief ............................................................................................................... 7 Venster 1 Bestuur en Dienstverlening........................................................................................................ 9 1.1 Bestuur en Organisatie................................................................................................................. 9 1.2 Dienstverlening ................................................................................................................................ 10 1.3 Openbare orde en veiligheid ........................................................................................................

11 Venster 2 Gemeenschappen ................................................................................................................. 14 2.1 Trede 1: Algemeen collectief ........................................................................................................ 14 2.2 Trede 2: Algemeen selectief .......................................................................................................... 15 2.3 Trede 3: Indicatievrije zorg ............................................................................................................. 16 2.4 Trede 4: Zorg met indicatie ............................................................................................................ 17 Randvoorwaarden ............................................................................................................................... 17 Overige ontwikkelingen en risico’s ..................................................................................................... 17 Venster 3 Omgeving en economische ontwikkeling ............................................................................ 19 3.1 Omgeving ........................................................................................................................................

19 3.2 Duurzaamheid ................................................................................................................................. 20 3.3 Wonen .............................................................................................................................................. 21 3.4 Economische ontwikkeling, toerisme en recreatie ...................................................................... 23 Overige ontwikkelingen en risico’s ...................................................................................................... 24 Venster 0. Algemene dekkingsmiddelen en overhead ....................................................................... 25 0.1. Overhead en organisatie .............................................................................................................. 25 Overige ontwikkelingen en risico’s ...................................................................................................... 25 Ombuigingen ............................................................................................................................................ 26

2

Inleiding Eén keer per jaar kijkt de gemeenteraad in samenhang naar het verleden, het heden en de toekomst. Dat doen we via de jaarrekening (wat hebben we gedaan en uitgegeven), de bestuursrapportage (waar staan we nu) en de Kadernota (waar willen en kunnen we naartoe). Met het vaststellen van de Kadernota bepaalt de raad de financiële kaders waarbinnen het college een voorstel maakt voor de Programmabegroting 2027 en de meerjarenraming 2028–2030. 2026 is een verkiezingsjaar. Dat betekent dat er nog geen nieuw coalitieakkoord is vastgesteld voor de komende vier jaar en dat deze Kadernota voor 2027 een beleidsarm karakter heeft. Dit betekent dat we in deze nota nog geen nieuwe beleidskeuzes voorleggen. De Kadernota 2027 is bedoeld om financiële kaders en spelregels vast te leggen, zodat een nieuw college na de verkiezingen hierop kan voortbouwen. De kadernota vormt samen met het coalitieakkoord het kader waarbinnen het college de programmabegroting opstelt en in november voor vaststelling voorlegt aan de raad. De kadernota is een document waarin wij laten zien hoe het actueel financieel meerjarenperspectief er uit ziet, gebaseerd op het uitvoeren van lopende opdrachten en beleid. We hebben daarbij gebruik gemaakt van de volgende categorieën: 1. Een inventarisatie van autonome ontwikkelingen en reeds genomen besluiten die vanaf 2027 een financieel effect hebben; 2.

Een inventarisatie van besluiten met financiële consequenties in 2027 en verder, die naar verwachting uiterlijk tot half oktober aan college dan wel raad worden voorgelegd; 3. Een inventarisatie van besluiten met financiële consequenties in 2027 en verder, die naar verwachting tijdens of na de begroting aan college dan wel raad worden voorgelegd. Daarnaast zijn er toelichtingen opgenomen voor een aantal onderwerpen waarvoor geen PMpost is opgenomen. Op dit moment is nog onvoldoende duidelijk of hiervoor budget nodig zal zijn. Ten tijde van het schrijven van deze kadernota hebben we te maken met onzekerheden en is nog niet alle noodzakelijke informatie beschikbaar om een volledig actueel meerjarenperspectief te kunnen presenteren. U ziet dit ook terug in het meerjarenperspectief, waar we veel ontwikkelingen signaleren, maar nog niet in geld uitdrukken (Pm). De financiële positie van gemeenten staat onder druk. Het verschoven ravijnjaar, lagere rijksbijdragen en stijgende kosten zorgen voor een structurele financiële uitdaging. Tegelijk willen we blijven investeren in een leefbare en toekomstbestendige gemeente. Dat vraagt om realistische keuzes en zorgvuldig financieel beleid.

3

Leeswijzer Gestart wordt met de bevestiging van de financiële kaders en uitgangspunten die van toepassing zijn voor de berekeningen in de programmabegroting. Vervolgens leest u het eerste meerjarenperspectief. Ten tijde van het schrijven van deze kadernota hebben we te maken met onzekerheden en is nog niet alle noodzakelijke informatie beschikbaar om een volledig actueel meerjarenperspectief te kunnen presenteren. We geven u een financieel perspectief, waarin de volgende onzekerheden zitten: • het percentage voor inflatie / CPI uit de meicirculaire is nog niet bekend en daarom nog niet meegenomen in deze prognose; • de concept cijfers van onze gemeenschappelijke regelingen zijn bekend, maar nog niet bestuurlijk goedgekeurd en daarom niet meegenomen in deze prognose; • de concept jaarrekening van onze gemeente is bekend, maar nog niet bestuurlijk goedgekeurd. Komende periode ontvangt u documenten die informatie geven over de gemeente financiën. • uitvoering geven aan ingediende moties die financiële gevolgen hebben. Het meerjarenperspectief wordt gevolgd door de vensters waarin de onderwerpen uit het meerjarenperspectief worden toegelicht. De Kadernota is ingedeeld in vensters zoals u gewend bent. Via deze Kadernota wordt voorgesteld de inrichting van venster 2 aan te passen en in te richten aan de hand van de tredenstructuur.

Hiermee willen we de kosten per trede inzichtelijk maken. Op deze manier ontstaat er een duidelijk beeld van hoe de kosten zich verdelen over de verschillende treden en waar het zwaartepunt ligt. Daarbij maken we onderscheid tussen beïnvloedbare en niet-beïnvloedbare kosten. Beïnvloedbare kosten zijn de uitgaven binnen het sociaal domein waarop we kunnen sturen. Hier bestaat de mogelijkheid om keuzes te maken, uitgaven om te buigen naar alternatieve vormen van inzet en daarmee besparingen te realiseren. Niet-beïnvloedbare kosten zijn uitgaven waar we geen directe invloed op hebben, bijvoorbeeld omdat deze voortkomen uit specifieke uitkeringen vanuit het Rijk. Aan deze middelen zijn voorwaarden verbonden die bepalen hoe ze binnen het sociaal domein moeten worden besteed. De tredenstructuur biedt niet alleen inzicht in de verdeling van de kosten, maar vormt ook de basis voor het werken met één integrale besparingslijn binnen het sociaal domein. Deze benadering maakt zichtbaar aan welke knoppen gedraaid kan worden om op het totaal besparingen te realiseren. Binnen deze systematiek past het niet om te werken met afzonderlijke taakstellingen. Hierna volgt het hoofdstuk ombuigingen. Hierin is een opsomming gemaakt van de aangevraagde decharges in de jaarstukken 2025.

4

Kaders en uitgangspunten voor Begroting 2027 Financiële uitgangspositie In de kadernota 2026 stelde de raad financiële kaders en spelregels vast. Deze kaders blijven ook van toepassing in 2027. Hiermee zorgen we in het jaar van de gemeenteraadsverkiezingen voor financiële rust en stabiliteit. De actuele meerjarenraming laat voor de komende jaren een positief saldo zien. Tegelijkertijd is sprake van structurele onzekerheden, onder andere door ontwikkelingen in het gemeentefonds, loon- en prijsindexaties en autonome kostenontwikkelingen. Dit vraagt om een terughoudende benadering bij het maken van keuzes richting de Begroting 2027. Beleidsarm karakter De Kadernota 2027 is beleidsarm opgesteld. Dit betekent dat: • bestaand beleid wordt voortgezet; •

indexeringen en nieuwe wettelijke taken worden verwerkt;

•

geen nieuwe beleidsinhoudelijke keuzes worden voorgesteld.

Kaders en uitgangspunten Bij het opstellen van de programmabegroting 2027 hanteren wij de volgende uitgangspunten; 1) 2)

De berekening Algemene Uitkeringen ramen we op basis van de meicirculaire 2026 en tegen lopende prijzen; Voor de meerjarenbegroting gaan we uit van een indexering op baten en lasten. Ten opzichte van de begroting 2026 passen we een indexering toe die gelijk is aan de ontwikkeling CPI1 meicirculaire 2026, met de volgende uitzonderingen / opmerkingen; a) We volgen de contracten waarbinnen we specifieke afspraken maken over indexeringen; b) Voor de lokale heffingen hanteren we het uitgangspunt CPI uit de meicirculaire 2026; c) Voor de toeristenbelasting wordt het tarief bepaald op basis van het landelijk gemiddelde T-2 plus CPI; d) Indexeren we de vermakelijkhedenretributie met de CPI uit de meicirculaire; e) De reclamebelasting volgt de opgave van de Stichting Ondernemers Loon op Zand (SOL2); f) Voor bijdragen aan gemeenschappelijke regelingen sluiten we aan bij de afspraken die we hierover met de regiogemeenten maakten; g) We hanteren voor opbrengsten afvalstoffenheffing, rioolheffing en leges een kostendekkend tarief;

1 CPI = Consumenten Prijs Index. 2 SOL = Stichting Ondernemers Loon op Zand

5

3)

4)

Voor loon- en salarisontwikkelingen sluiten we aan bij de meest actuele inzichten. We berekenen de totale loonsom op basis van het maximum van de functieschaal. We indexeren de loonkosten conform de Cao-afspraken voor de jaren waarvoor die afspraken gelden. Voor de overige jaren passen we de algemene indexeringsgrondslag toe (loonvoet overheid); Het integraal rentepercentage stellen we voorlopig vast op 1%;

Het college behoudt de ruimte om gemotiveerd af te wijken van genoemde uitgangspunten als de doorrekeningen, in aanloop naar de begrotingsbehandeling, hier aanleiding toe geven.

6

Meerjarig financieel perspectief Onderstaand is het financieel meerjarenperspectief weergegeven, waarbij het saldo van de Begroting 2026, na Slotwijziging 2025 en Decembercirculaire 2025 als uitgangspunt is genomen. Omschrijving

2029

2030

Saldo Begroting 2026-2029

2.458

2027

1.284

2028

9

9

Slotwijziging 2025

344

343

341

341

Decembercirculaire 2025

-

-

-

-

Saldo voor Kadernota 2027

2.802

1.627

350

350

Vervolgens presenteren we de onderwerpen en ontwikkelingen in drie categorieën: 1) Onderwerpen en ontwikkelingen waar de keuzeruimte minimaal is. Het betreffen reeds genomen besluiten en autonome ontwikkelingen; 2) Onderwerpen en ontwikkelingen met keuzeruimte, waar de besluitvorming nog voor de begroting 2027 verwacht wordt; 3) Onderwerpen en ontwikkelingen met keuzeruimte, waar de besluitvorming bij of na de begroting 2027 verwacht wordt. Onder elk van deze onderdelen wordt een meerjarensaldo opgenomen na optelling van deze keuzes. Het college doet op dit moment geen voorstel. Het college signaleert dat er los van het coalitieakkoord een aantal keuzes te maken zijn in de begroting 2027. Het college signaleert ook dat een belangrijk deel van de informatie nog ontbreekt om de omvang van de financiële opgave voor 2027 en latere jaren te bepalen. Categorie 1 Besluiten en autonome ontwikkelingen Venster Omschrijving 1 2 3 3 3 0

2027

2028

2029

2030

Informatiemanagement- veiligheid - en beheer

PM

PM

PM

PM

Baanbrekers

PM

PM

PM

PM

Areaaluitbreiding openbare ruimte

PM

PM

PM

PM

Bladkorven

-35

-35

-35

-35

Regionaal Bureau voor Toerisme de Langstraat (RBT)

-95

-95

-95

-95

Overhead & organisatie

-650

-650

-650

-650

Totaal

-780

-780

-780

-780

2.022

847

-430

-430

2027

2028

2029

2030

-209

-217

-76

-79

Decharge ombuigingen jaarstukken 2025

-128

-128

-128

-128

Totaal

-337

-345

-204

-207

1.685

502

-634

-637

Meerjarenperspectief na Besluiten en autonome ontwikkelingen

Categorie 2 Keuzes en besluiten voor Begroting Venster Omschrijving 1 Participatie -

Meerjarenperspectief na Besluiten, autonomone ontwikkelen en keuzes en besluiten voor Begroting

7

Categorie 3 Keuzes en besluiten tijdens of na Begroting Venster Omschrijving 2027 2028 1 Veerkracht en weerbaarheid op lokaal niveau PM PM

2029

2030

PM

PM

1

Integraal veiligheidsbeleid 2027-2030

PM

PM

PM

PM

1

In eigen dienst nemen boa's (4fte)

-276

-263

-280

-295

1

Raadsontwikkelingen

PM

PM

PM

PM

2

Tijdelijke huisvesting gebruikers Wetering

-65

-

-

-

2

Huis van de Wijk

PM

PM

PM

PM

3

Exploitatie, beheer en onderhoud Dorpshuis

PM

PM

PM

PM

3

Doorontwikkeling en revitalisering Centrum Kaatsheuvel

PM

PM

PM

PM

3

Duurzaamheidsprogramma

-211

-325

-312

-524

3

Deelfietsen

-44

-44

-44

-44

3

Investering omzetten in budget - straatmeubilair

-27

-27

-27

-27

3

Investering omzetten in budget - duikers

-27

-27

-27

-27

0

Monitoring Sociaal Domein

PM

PM

PM

PM

3

Vergroenen Anton Pieckplein Totaal

Meerjarenperspectief na Besluiten, autonome ontwikkelen en keuzes en besluiten voor, tijdens of na Begroting

-

-20

-20

-19

-650

-706

-710

-936

1.035

-204

-1.344

-1.573

8

Venster 1 Bestuur en Dienstverlening 1.1 Bestuur en Organisatie Raad Onze raad wordt gefaciliteerd om hun rol zo goed mogelijk te kunnen vervullen. We gaan kijken of onze vergadermogelijkheden nog voldoen aan de wensen en waar eventuele mogelijkheden zijn om vergaderfaciliteiten uit te breiden. De raad oriënteert zich op een nieuwe vergaderstructuur en een nieuwe vergoedingenstructuur. In de begroting nemen we hier aanvullende middelen voor op. Organisatieontwikkeling De veerkracht en wendbaarheid van de organisatie worden steeds belangrijker door maatschappelijke, demografische en technologische ontwikkelingen, zoals de verdere opkomst van Artificial Intelligence (AI) en veranderingen op de arbeidsmarkt. Dit vraagt om voortdurende aandacht voor organisatieontwikkeling en de inzetbaarheid en samenstelling van het medewerkersbestand. Onze organisatieontwikkeling is daarmee een structurele opgave, waarbij de accenten in de tijd kunnen verschillen. Organisatieontwikkeling vraagt om een meerjarig perspectief. Geadviseerd wordt daarom dit budget structureel te borgen en bij iedere Begroting op hoofdlijnen inzicht te geven in de meerjarige planning. Jaarlijks kan, afhankelijk van de thema’s en benodigde activiteiten, een bijstelling van de inzet en het budget plaatsvinden.

Om hier gericht invulling aan te kunnen geven, wordt voorgesteld een structureel budget van te reserveren voor organisatieontwikkeling. de begroting 2027 volgt een nadere inhoudelijke en financiële onderbouwing op basis van concrete keuzes en prioriteiten. Er wordt daarnaast ingezet op organisatiecultuur en professionele groei, met focus op houding en gedrag. Centrale thema’s zijn eigenaarschap, verbinding en integraal werken, met hart voor de samenleving en oog voor resultaat. Voor deze cultuurimpuls wordt samengewerkt met een gespecialiseerd extern bureau. Op 1 januari 2024 is de organisatie gedimensioneerd op basis van de taken en rollen die we hebben. Gedurende afgelopen periode is gebleken dat met name in de ondersteunende functies dit niet voldoende is. Naast de benodigde investeringen om de organisatie veerkrachtig te houden is er het afgelopen jaar ook geconstateerd dat de groei van ondersteunende functies achter is gebleven bij de groei van zowel de taken van de gemeente, als de daadwerkelijke uitbreiding in functies. We zien een toename aan financiële en juridische vraagstukken waarbij de benodigde expertise binnen de organisatie overmatig belast wordt. Daarnaast is er een toegenomen behoefte aan communicatie binnen onze gemeente.

Ook vanuit de benchmark gedaan door Berenschot (2025), zien we uitdagingen bij bijvoorbeeld de juridische capaciteit en ruimtelijke ordening. In de paragraaf bedrijfsvoering komen we terug op de formatieaanvraag. Informatiemanagement- veiligheid – en beheer De gemeente wordt geconfronteerd met veel ontwikkelingen op het gebied van informatiemanagement, -veiligheid en -beheer, voortkomend uit wet- en regelgeving en noodzakelijke bedrijfsvoeringsontwikkelingen. Met name de toegenomen eisen vanuit informatieveiligheid (NIS2), privacy (AVG) en de voorbereiding op de nieuwe Archiefwet vergen extra middelen. Ook de ontwikkelingen met onze samenwerkingspartner Equalit staan niet stil. De cloudreis, implementatie van AI tools, AVD-omgeving en de komende tenantsplitsing leiden tot inzet van extra mensen en middelen.

9

Daarnaast is sprake van het wegwerken van achterstanden bij InformatieBeheer en noodzakelijke stappen richting verdere digitalisering, waaronder versaasingen en datagedreven werken. Deze ontwikkelingen zijn randvoorwaardelijk voor een veilige en betrouwbare uitvoering van gemeentelijke taken en kennen geen beleidsvrijheid. Voor al deze ontwikkelingen is de verwachting dat we een extra budget van €250.000 tot €450.000 nodig zullen hebben. In deze ontwikkelingen zit beperkte keuzevrijheid. Het betreft autonome en onontkoombare ontwikkelingen waarvoor geen bestaande dekking beschikbaar is.

1.2 Dienstverlening KCC In 2026 starten we met het herijken van onze visie op dienstverlening, onder andere op basis van de uitkomsten van het eerste onderzoek naar de waardering van onze dienstverlening. In 2027 ronden we deze herijking af en wordt de visie opnieuw vastgesteld. Daarna vertalen we de visie naar concrete uitvoeringsprogramma’s, waarmee we in 2027 kunnen beginnen. In de loop van 2026 wordt duidelijk welke impact dit heeft op de organisatie en of er kosten aan verbonden zijn. Verder voeren we in 2027 opnieuw een onderzoek uit naar de waardering van onze dienstverlening. De resultaten vergelijken we met het eerder onderzoek uit 2026. Zo hebben we inzicht in wat al beter gaat en waar nog extra aandacht nodig is in onze dienstverlening. De benodigde middelen voor de uitvoering van dit onderzoek zijn al opgenomen in de begroting. Onze dienstverlening blijft gebaseerd op de uitgangspunten van onze kanalenstrategie: online waar het kan, multichannel, inclusief en eenduidig. In 2027 onderzoeken we hoe we ons online landschap kunnen versterken, zodat dit aansluit bij de herijkte visie op dienstverlening en de kanalenstrategie. Naast het online kanaal blijft onze telefonische dienstverlening een belangrijk onderdeel van onze gehele dienstverlening. We blijven daarom actief sturen op de telefonische bereikbaarheid en rapporteren over de bereikbaarheids- en servicenormen.

Burgerzaken In 2027 wordt de afdeling Burgerzaken geconfronteerd met diverse landelijke en organisatorische ontwikkelingen die structureel impact hebben op de uitvoering. Vooralsnog is de verwachting dat deze ontwikkelingen geen extra kosten met zich meebrengen. De Basis Registratie Personen vormt de kern van betrouwbare informatievoorziening binnen de gemeente en richting ketenpartners. De toenemende complexiteit in adresonderzoeken, migratiebewegingen en briefadresaanvragen vraagt blijvende aandacht voor juistheid en volledigheid van gegevens, tijdigheid van verwerking en versterking van interne controles. Investeren in deskundigheid en proceskwaliteit blijft noodzakelijk om aan landelijke kwaliteitsnormen te blijven voldoen. De landelijke regels rondom beheer, toezicht en privacy binnen de BRP worden aangescherpt. De rollen voor informatiebeheer, functioneel beheer, privacy beheer en gegevensverwerking krijgen nadrukkelijkere eisen, zoals structureel hogere administratieve druk op toezicht en controle, verdere professionalisering van functie- en taakverdeling en mogelijke organisatorische aanpassingen.

10

Het RAAS-systeem (Reisdocumenten Aanvraag- en Archiefstation) wordt vervangen door het nieuwe Reisdocumenten Informatie Systeem (ReIS). Dit systeem zorgt voor centrale opslag van reisdocumentgegevens, directe inzage in historische aanvragen en minder handmatig werk. Dit betekent voor gemeenten verdere procesoptimalisatie aan de balie, training van medewerkers in de nieuwe keten, intensieve datamigratie en controles, aanpassing van lokale werkprocessen. Deze migratie is noodzakelijk om te voldoen aan landelijke moderniserings- en beveiligingseisen voor reisdocumenten. Daarnaast wordt het Basisregister Reisdocumenten steeds belangrijker als centraal, vollediger en betrouwbaarder register voor alle reisdocumenten. De na-ijlende paspoortpiek, ontstaan door de vervangingsgolf van documenten uit 2014/2015, blijft ook in 2027 effect hebben op de baliebezetting en doorlooptijden.. Tot slot vinden in maart 2027 de verkiezingen plaats voor Provinciale Staten en Waterschap. Participatie De gemeente Loon op Zand werkt aan een participatiebeleid en een participatieverordening. Het beleid legt vast hoe inwoners, ondernemers en organisaties worden betrokken bij plannen en besluiten van de gemeente en hoe zij zelf vanuit inwonersinitiatieven kunnen samenwerken met de gemeente. Ook staat erin hoe de gemeente omgaat met het uitdaagrecht.

De verordening is de juridische vertaling vanuit het beleid. Aanleiding is de wijziging van artikel 150 van de Gemeentewet, die sinds 1 januari 2025 van kracht is. Vanuit de Wet ‘Versterking participatie op decentraal niveau’ zijn gemeenten verplicht om de participatieverordening vóór 1 januari 2027 vast te stellen. Met de nieuwe verordening vervalt de huidige inspraakverordening. De vaststelling van het participatiebeleid en de participatieverordening staat gepland tijdens de raadsvergadering van 2 juli 2026. Het vaststellen van deze documenten brengt met zich mee dat wij de organisatie ons verder dienen te professionaliseren door het opzetten en uitbouwen van een participatiecultuur in de organisatie. Dit brengt kosten met zich mee. Deze komt als voorstel naar de raad op 2 juli 2026.

1.3 Openbare orde en veiligheid In eigen dienst nemen van buitengewoon opsporingsambtenaren (4fte) De gemeente is primair verantwoordelijk voor het handhaven van de leefbaarheid in de openbare ruimte volgens de APV. Buitengewoon opsporingsambtenaren (hierna: boa’s) treden op tegen dagelijkse ergernissen en overlast zoals foutparkeren, hondenoverlast, jeugdoverlast en het verkeerd aanbieden of het illegaal dumpen van afval en worden daarnaast ingezet voor bijvoorbeeld hulpverleningstaken. De inzet van boa’s is structureel, echter worden zij momenteel structureel ingehuurd. Het leveren van capaciteit en kwaliteit is een terugkerend probleem. Hierdoor gaan veel gemeenten die ook met inhuur werk(t)en over tot het in dienst nemen van boa’s. Dossierkennis en ervaring verdwijnt weer met het vertrek van ingehuurd personeel. Ervaringen van de afgelopen jaren is dat er een groot verloop van ingehuurd personeel is geweest. Er is veel ingezet op interne en externe samenwerking. Omdat er via inhuur vaak relatief onervaren boa’s ingezet worden, vraagt het ook veel coördinatie. Het inhuren van personeel is kostbaar, en de binding is laag. Op den duur kan de inzet van eigen boa’s die preventief werken juist

11

kostenbesparend werken en door over te gaan naar eigen personeel wordt continuïteit beter gewaarborgd in kwantiteit en kwaliteit. We moeten daarnaast kunnen blijven voorzien in de toenemende complexe problematiek en de veranderende samenleving. Dit vraagt om extra capaciteit en betere regie. Dat wil concreet zeggen dat we ons gaan focussen op lokale binding via wijkkennis, wijkgerichter werken, het kennen van de hotspots en inwoners/risicogroepen. Tevens kunnen we meldingen van onze inwoners adequater oppakken. We zetten in op meer herkenbaarheid en een beter netwerk tussen boa’s, organisaties, ondernemers en bovenal onze inwoners. Als we boa’s in eigen dienst nemen, hebben deze straks meer binding en inzicht in de lokale opgaven en kunnen we investeren in samenwerkingen (zoals met de Efteling en politie) en beter inspelen op onverwachte (verkeers-)situaties. Vaste boa’s kennen de behoeften en uitdagingen van ieder evenement en de (mogelijke) impact op de omgeving. Veerkracht en weerbaarheid op lokaal niveau De internationale veiligheidssituatie is de afgelopen jaren sterk verslechterd. Door hybride en geopolitieke dreiging en overige risico’s zoals grootschalige en langdurige stroomuitval, is het noodzakelijk dat we als gemeente passende maatregelen treffen. We moeten ons voorbereiden. De VNG heeft een handreiking opgesteld voor gemeenten om aan te voldoen.

Ook is recent een motie (73) aangenomen tijdens de raadsvergadering van 6 november 2025 om met weerbaarheid aan de slag te gaan. De gevolgen van een (langdurige) crisis worden uiteindelijk lokaal gevoeld, bij inwoners, bedrijven en instellingen, en juist daarom spelen gemeenten een sleutelrol in het versterken van de maatschappelijke weerbaarheid en veerkracht. Gemeenten hebben bovendien wettelijke taken tijdens crises. Ook in de preventieve en nazorgfase spelen gemeenten een belangrijke rol. Een weerbare en veerkrachtige samenleving kan immers zowel de risico’s op verstoringen beperken, als zich snel herstellen en aanpassen aan nieuwe omstandigheden. We willen in beeld krijgen waar binnen de samenleving kwetsbaarheden zitten. We wensen een gemeentelijke organisatie te ontwikkelen die bij langdurige ontwrichting van de maatschappij haar rol/verantwoordelijkheid kan nemen. We bieden daarbij weerstand tegen oneigenlijke beïnvloeding en/of verstoring van onze medewerkers, informatie, processen en eigendommen. We moeten zorgdragen voor onze medewerkers en inwoners door middel van voorbereidingen en het verankeren van processen die bestand zijn tegen langdurige ontwrichting. In 2026 wordt in beeld gebracht wat we al hebben, wat we nog nodig hebben en hoe we dit verder structureel vanaf 2027 in de organisatie verankeren.

Integraal veiligheidsbeleid 2027-2030 In het aflopende integraal veiligheidsbeleid 2023-2026 zijn vijf prioriteiten opgenomen: overlast, jeugd, versterking verbinding zorg en veiligheid, digitale veiligheid en ondermijning. Dit beleid is door de verschillende gemeenteraden in de regio De Langstraat vastgesteld. In het beleid is opgenomen dat er ruimte is voor lokale aandachtspunten en wordt benadrukt dat het om dynamisch beleid gaat. Het beleid wordt in 2026 herzien. Er is de afgelopen jaren flink ingezet op bovenstaande prioriteiten. Komende jaren gaan we ook extra aan de slag met het doorvoeren van grote opgaven en de koers doorzetten bij prioriteiten: bijvoorbeeld bij de interventies op digitale veiligheid en projecten binnen zorg & veiligheid. Sommige pilots lopen af en gaan nu structurelere vorm krijgen. Om adequaat op de actualiteiten in

12

te spelen is mogelijk extra budget nodig om ook de komende jaren goed uitvoering te geven aan het integraal veiligheidsbeleid. We moeten kunnen inzetten op het veranderende speelveld zoals online fraude, polarisatie en vormen van maatschappelijke onrusten binnen het snijvlak zorg en veiligheid. We stellen het integraal veiligheidsbeleid in 2026 vast en in 2027 zetten we meer interventies in op de door de raad vastgestelde prioriteiten en opgaven. Daarnaast spelen we flexibeler in op (onverwachte) veranderende omstandigheden.

13

Venster 2 Gemeenschappen 2.1 Trede 1: Algemeen collectief Samenwerkenaandewijk Samenwerkenaandewijk is een samenwerkingsverband van wijkregisseurs, inwoners(netwerken) en voorliggende partners. Binnen dit samenwerkingsverband wordt ingezet op vrij toegankelijke activiteiten door en voor de gemeenschap. Daarnaast biedt het verband ondersteuning bij eerste adviesvragen, door het organiseren van onder andere adviespleinen. Hiermee zetten we in op preventie en normalisering. Het werkbudget van de wijkregisseurs is 40.000 euro en is al meerjarig verwerkt in de gemeentelijke begroting. Deze interventie kent geen extra financiële gevolgen. Huis van de Wijk functie We beogen binnen drie aangewezen accommodaties invulling te geven aan de functie van Huis van de Wijk. Een Huis van de Wijk fungeert als een laagdrempelige en toegankelijke ontmoetingsplek voor inwoners, met als doel het versterken van sociale samenhang, participatie en zelfredzaamheid. Door het faciliteren van ontmoeting, activiteiten en initiatieven (bij voorkeur door inwoners zelf geïnitieerd) sluit het aanbod aan bij de behoeften in de wijk en wordt de samenwerking tussen inwoners en lokale organisaties bevorderd. De inrichting en uitstraling van de locaties zijn hierbij ondersteunend, doordat deze toegankelijk, herkenbaar en uitnodigend zijn.

De functie van het Huis van de Wijk wordt verder uitgewerkt in het nog op te stellen accommodatiebeleid. Dit op basis van de variantkeuze ‘Kostenbewust sturen op maatschappelijke impact'. Ter uitvoering van het nieuwe accommodatiebeleid worden de kosten voor de begroting 2027 uitgewerkt. Hiervoor is een PM post opgenomen in de financiële vertaling van deze kadernota. Eventuele overname en nieuwbouw van maatschappelijke accommodaties met een Huis van de Wijk functie worden opgenomen onder deze post. Het Dorpshuis moet aan het einde van het eerste kwartaal in 2027 dienen als een maatschappelijke accommodatie met een Huis van de Wijk functie. Verenigingen die voorheen gehuisvest waren in de Wetering krijgen een tegemoetkoming voor tijdelijke huisvesting die ze elders hebben gevonden. Dit was voorzien tot half 2026. Voor de tweede helft van 2026 zullen we in de bestuursrapportage budget aanvragen. Voor 2027 wordt er een budget aangevraagd van € 65.000 voor 2027 voor de tijdelijke huisvesting tot opening van het nieuwe dorpshuis.. Hierbij is een maand speling genomen voor de ingebruikname.

Versterking publieke gezondheid De inzet voor het versterken van de publieke gezondheid in onze gemeente is breed en veelomvattend. Het gaat van initiatieven die bijdragen aan een kansrijke start voor onze jongste inwoners tot en met interventies die zich richten op het verbeteren van de vitaliteit van onze oudere inwoners. In 2027 zetten we deze inzet voort, waarbij we zoveel mogelijk verbindingen proberen te leggen met Samenwerkenaandewijk en de Huis van de Wijk functie. In deze samenwerking en vanuit deze locaties zorgen we voor bewustwording op het gebied van leefstijl, fysieke- en mentale gezondheid en bieden we ruimte voor diverse activiteiten. De bekostiging van deze interventie is grotendeels meerjarig gedekt in de gemeentelijke begroting. De gemeentelijke middelen worden aangevuld met middelen vanuit de zorgakkoorden het Gezond en Actief Leven Akkoord (GALA), het Integraal Zorgakkoord (IZA) en het Aanvullend Zorg en Welzijnsakkoord (AZWA). In het AZWA zijn afspraken gemaakt over het voortzetten van onderdelen uit GALA en

14

IZA in 2027. De precieze hoogte, de wijze van financiering en de wijze van besteding van het AZWA is nog onbekend.

2.2 Trede 2: Algemeen selectief Doorontwikkeling wijkoverleg naar duidelijke voorliggende toegang Met de doorontwikkeling van het wijkoverleg stimuleren we een samenwerking tussen professionals op alle treden. Vanuit het Beleidskader Sociaal Domein streven we naar één aanspreekpunt voor de inwoner. Hiermee voorkomen we dat inwoners van het kastje naar de muur worden gestuurd. Er hangen geen financiële gevolgen aan deze ontwikkelingen. Algemene voorziening als voorliggend alternatief In 2026 zijn we gestart met een algemene voorziening voor inwoners met niet aangeboren hersenletsel in de leeftijdscategorie van 18 jaar tot de AOW leeftijd. Binnen de voorziening staat meedoen, lotgenotencontact en talentontplooiing centraal, zonder dat hiervoor een indicatie Wmo nodig is. De voorziening wordt bekostigd vanuit een ombuiging van het zorgbudget. Voor de begroting 2027 wordt onderzocht of dat de doelgroep kan worden uitgebreid. De financiële vertaling zal vervolgens opnieuw plaatsvinden via een ombuiging van het zorgbudget (van trede 4 naar trede 3). Samenwerking in en om de scholen Gemeente Loon op Zand voert de Loonse Educatieve Agenda 2025–2029 uit in samenwerking met scholen, kinderopvang en maatschappelijke partners, met als doel de ontwikkeling van kinderen en jongeren te ondersteunen en gelijke kansen te bevorderen.

In 2027 versterken we de samenwerking door nauwer samen op te trekken bij ontwikkelingen, bijeenkomsten te organiseren, gezamenlijk initiatieven te initiëren en ervaringen te delen. We zetten in op laagdrempelige ondersteuning voor ouders bij vragen of problemen die invloed hebben op hun kind. Ook worden opdrachten van bestaande partners aangescherpt, zodat inzet zichtbaarder is en gezinnen een vast aanspreekpunt behouden. De uitvoering wordt gefinancierd vanuit het LEA-budget, middelen voor schoolmaatschappelijk werk en onderwijsachterstandenbeleid. Pilot dagbestedingsactiviteiten ouderen Op dit moment wordt recreatieve dagopvang ingekocht bij Siem via de regionale inkoop. In 2027 onderzoeken we de mogelijkheden tot kanteling van het zorgbudget naar voorliggende alternatieve dag invulling voor ouderen. Binnen de voorliggende alternatieven hebben ouderen niet langer een Wmo indicatie nodig om deel te nemen. Hierbij wordt ingezet op meedoen en ontmoeten in lokale maatschappelijke accommodaties. Het aanbod wordt afgestemd op de vraag en behoeften van ouderen, waarbij structurele activiteiten worden georganiseerd. Woon-zorg combinaties Op 12 februari 2026 heeft de Raad ingestemd met de woon-welzijn-zorgvisie, waarna direct is gestart met het opstellen van het uitvoeringsprogramma.

In dit uitvoeringsprogramma komen de thema’s “Klaar voor de toekomst”, “Een vitale leefomgeving” en “Een passende woning voor iedereen” aan bod. Voor alle thema’s is daarnaast de versterking van lokale samenwerkingsnetwerken en het betrekken van inwoners van groot belang. Ook worden in het uitvoeringsprogramma nadrukkelijk koppelingen gelegd met bestaand beleid en de daarbij horende middelen. De thema’s worden verder uitgewerkt in speerpunten, die vervolgens worden geprioriteerd. Voorbeelden van deze speerpunten zijn preventie en positieve gezondheid, het creëren van voldoende ontmoetingsplekken en het realiseren van passende woonvormen. Voor de borging van

15

de uitvoering wordt gedacht aan een samenwerkingstafel met alle betrokken partijen. De speerpunten leiden uiteindelijk tot concrete acties en prioritering, waarvoor capaciteit en middelen nodig zijn welke we uit bestaande budgetten beogen te dekken. Pilot Hulp bij het Huishouden Bij verzoeken om Hulp bij het Huishouden wordt gekeken naar wat inwoners zelf nog kunnen en hoe hun eigen kracht kan worden versterkt. In 2026 is een tweejarige pilot gestart waarbij een ergotherapeut wordt ingezet om de vitaliteit van ouderen te vergroten en inzet van hulp bij het huishouden waar mogelijk te beperken. De pilot richt zich in eerste instantie op nieuwe meldingen, met een mogelijke uitbreiding bij herindicaties. De ervaringen uit de pilot worden gebruikt om het aanbod bij te sturen en, indien succesvol, breder in te zetten om structurele indicaties te voorkomen. Zo vergroten we de eigen kracht van onze inwoners én realiseren we een besparing op trede 4. De kosten van de pilot bedragen 35.000 euro in 2027 en worden gedekt binnen het huidig budget van Hulp bij het Huishouden.

2.3 Trede 3: Indicatievrije zorg Sterk Lokaal Team Het Sterk Lokaal Team biedt begeleiding en coaching om zwaardere hulpverleningstrajecten te voorkomen. Hierbij leggen we de focus op de kern en niet op het symptoom. We kijken naar de context, waarbij het gezin centraal staat en niet het individu met de individuele hulpvraag. Concreet brengen we stressgebieden binnen een thuissituatie in kaart, proberen deze weg te nemen om zo een duurzame vorm van zelfredzaamheid te creëren. Het Sterk Lokaal Team bestaat op dit moment uit inwonersondersteuners met de expertise jeugd en gezin, en maatschappelijke activeringscoaches met de expertise Participatiewet. In 2027 streven we ernaar om het Sterk Lokaal Team uit te breiden met de expertises Wmo en geldzaken. Daarnaast onderzoeken we een mogelijke uitbreiding voor de expertise (oud-)inburgeraars. De formatiekosten ondervangen we met ombuigingen vanuit het zorgbudget, verschuivingen binnen de huidige formatie en de inzet van landelijke middelen. Voor 2027 en 2028 is er in de begroting van 2026 tevens een transformatiebudget begroot van 100.000 euro. Dit budget wordt ingezet ten behoeve van de ontwikkelingen binnen het Sterk Lokaal Team. We verwachten hier geen extra financiële gevolgen. Pilot indicatievrije dagbesteding In 2026 zijn we gestart met één indicatievrije dagbestedingsvoorziening.

De indicatievrije dagbesteding richt zich op dit moment op inwoners met een kortdurend ontwikkelvraagstuk op het gebied van dagstructuur, werknemersvaardigheden, sociale vaardigheden en/of basisvaardigheden in de leeftijdscategorie van 18 jaar tot de AOW leeftijd. Inwoners kunnen hier terecht zonder een indicatie Wmo. De voorziening wordt bekostigd vanuit een ombuiging van het zorgbudget. Voor de begroting 2027 wordt onderzocht of dat de doelgroep kan worden uitgebreid. De financiële vertaling zal vervolgens opnieuw plaatsvinden via een ombuiging van het zorgbudget (van trede 4 naar trede 3).

16

2.4 Trede 4: Zorg met indicatie Verkorte indicatiestelling inzet van de zorg In 2026 vereenvoudigen en verkorten we het indicatieproces waar dat kan voor zorg waarvan we weten dat een indicatie nodig blijft. Voor zorg waarvan we weten dat deze langdurig nodig is, geven we direct een indicatie met een realistische looptijd. Het werken vanuit het inwonersperspectief blijft centraal staan en het persoonlijk contact wordt behouden. In het geval van herindicaties kijken we kritisch, waar mogelijk zetten we een passend voorliggend alternatief in. We streven ernaar om de nieuwe werkprocessen in 2027 te implementeren. Deze ontwikkeling brengt geen financiële kosten met zich mee.

Randvoorwaarden Monitoring sociaal domein Op 3 maart 2026 heeft het college ingestemd met de startfoto als nulpunt bij het uitvoeringsplan. Dit is de basis voor de data waar het sociaal domein verder mee aan de slag gaat. Aan de hand van deze startfoto wordt er een monitoringsinstrument gebouwd op basis van de tredenstructuur. Dit monitoringsinstrument geeft inzicht in de data behorende bij onze koers en zal terugkomen in alle P&C producten onder dit kopje. Dat betekent dat er geen losse indicatoren per taakveld gepresenteerd zullen worden. In het eerste kwartaal van 2027 streven we met dit monitoringsinstrument te werken. Om de monitoring toekomstbestendig te maken, zetten we in 2027 in op het automatiseren van de processen die aan het monitoringsinstrument hangen. De automatisering van processen is een organisatorisch brede ontwikkeling. Hiervoor is uitbreiding van de formatie nodig, waarover afstemming is met het venster bedrijfsvoering. De financiële consequenties worden doorberekend naar de begroting 2027. In de kadernota is een PM post opgenomen.

Overige ontwikkelingen en risico’s Ontwikkelingen Gemeenschappelijke Regelingen Vanuit de gemeenschappelijke regeling Baanbrekers ontvangen wij indicaties van een mogelijke toename van € 430.000 van de gemeentelijke bijdrage 2027, ten opzichte van de meerjarenbegroting 2026. De vergadering van het algemeen bestuur van Baanbrekers, waarbij de begroting 2027 op de agenda staat, vindt later plaats dan de raadsvergadering van deze kadernota. Besluiten in deze vergadering kunnen nog tot wijziging van de begroting van Baanbrekers leiden Op de peildatum van de kadernota is dus de financiële impact nog niet vastgesteld door het algemeen bestuur van GR Baanbrekers. Dit risico is als een PM post opgenomen in deze kadernota onder categorie 1. Uit de conceptbegroting 2027 van regio Hart van Brabant blijkt op regionaal niveau een stijging van de zorgkosten. Echter, de verdeling van de kosten tussen gemeenten voor hoog specialistische jeugdzorg (segment 1) is hierin niet gespecificeerd. Hierdoor is het op dit moment nog niet duidelijk of dit voor Loon op Zand tot een nadelige bijstelling leidt, en wat hier eventueel de omvang van gaat zijn. Daarnaast dient er nog een bestuurlijke beslissing worden gemaakt over de hernieuwde verdeelsleutel van de regionale inkoop jeugdhulp. De vaststelling van de verdeelsleutel heeft invloed op de gemeentelijke bijdrage.

Dit betreft daarom een financieel risico met betrekking tot de begroting 2027 van Loon op Zand.

17

Asiel en migratie De opvang van Oekraïense ontheemden kent momenteel onzekerheden door onduidelijk landelijk beleid, financiering en taakverdeling. Hierdoor is het voor de gemeente lastig om omvang, duur en capaciteit goed te bepalen. Dit brengt risico’s met zich mee, zoals financiële onzekerheden, het eventueel organiseren van alternatieve opvang/huisvesting en druk op voorliggende voorzieningen. Ook kunnen onduidelijke kaders leiden tot vertraging, waardoor de gemeente mogelijk niet tijdig of volledig aan verplichtingen voldoet en moet terugvallen op minder efficiente, ad-hoc maatregelen. De opdracht tot het realiseren van een asielzoekerscentrum vloeit voort uit de Spreidingswet en de daarbij behorende wettelijke taak, zoals vastgelegd in de regiodeal en het verdeelbesluit van het Rijk. In december 2025 heeft de gemeenteraad de nota van uitgangspunten vastgesteld, waarmee de kaders voor de uitvoering zijn bepaald. Uitgangspunt is de opvang van 150 asielzoekers, waarbij de uitvoering budgetneutraal moet plaatsvinden. Dit begrenst de financiële speelruimte en kan de haalbaarheid onder druk zetten. Daarnaast bestaat een juridisch risico wanneer geen geschikte opvanglocatie wordt gevonden. In dat geval kan de gemeente mogelijk niet voldoen aan de landelijke richtlijnen, wat kan leiden tot juridische consequenties en eventuele interventies vanuit het Rijk.

Onderwijshuisvesting Er is in 2026 een start gemaakt met drie haalbaarheidsonderzoeken Integraal Huisvestingsplan Kindvoorzieningen. Het gaat hier om een vervangende nieuwbouw van De Start, eventueel gecombineerd met andere maatschappelijke functies ten behoeve van de leefbaarheid in de Moer, om de wenselijkheid en mogelijkheid van gezamenlijke nieuwbouw van de Lage Weijkens en de Blokkendoos afgezet tegen de afzonderlijke vernieuwing van deze onderwijsgebouwen, en om de vervangende nieuwbouw van De Kinderboom en Touwladder in combinatie met de toenemende capaciteitsvraag naar onderwijshuisvesting in Kaatsheuvel West. Voor deze drie onderzoeken zijn financiële middelen beschikbaar gesteld. De resultaten die uit deze onderzoeken kunnen volgen, zullen na het onderzoek financieel vertaald worden. In totaal is een eerste raming gemaakt voor de nieuwbouw kindcentrum De Vaert en huisvesting Van Haestrechtcollege van 30 miljoen euro aan investeringskrediet als basis om op te nemen in de meerjarenbegroting. Aan de nieuwbouw van het kindcentrum De Vaert is ruim 14,3 miljoen euro toegekend. De opdracht voor de uitwerking van de huisvesting van het Van Haestrechtcollege wordt eind 2026 verder opgepakt. Dan wordt duidelijk of de eerste raming passend is.

18

Venster 3 Omgeving en economische ontwikkeling 3.1 Omgeving Vergroenen Anton Pieckplein Er is recent een toezegging (25) gedaan tijdens de raadsvergadering van 6 november 2025 met betrekking tot "vergroening van het Anton Pieckplein”. De vergroening van het Anton Pieckplein in Kaatsheuvel is een actueel thema binnen de gemeente Loon op Zand, waarbij de focus ligt op het transformeren van de huidige "stenen vlakte" naar een levendiger en klimaatbestendiger verblijfsgebied. Een cruciaal uitgangspunt bij de plannen is dat het plein zijn functie voor evenementen, zoals het jaarlijkse Pleinfestival, moet behouden. De vergroening moet dus zodanig worden ingericht dat er voldoende ruimte blijft voor grote groepen mensen en faciliteiten. De kosten hiervoor bedragen € 225.000. Dit past niet binnen de huidige begroting. Mocht u als raad het plein willen vergroenen nemen we dit mee als een extra krediet in de begroting van 2027. De kapitaallasten voor dit project zijn opgenomen in categorie 3. Bladkorven Tijdens de raadvergadering van 6 november is er een Amendement A2025-09 aangenomen over de herinvoering verstrekking bladkorven. Het aanbieden van bladkorven wordt door inwoners gewaardeerd als een praktische zichtbare voorziening ter ondersteuning van een schone, veilige en leefbare woonomgeving. De kosten bedragen € 35.000 (structureel).

Deelfietsen Het opzetten van een deelfietsen systeem is opgenomen in de Mobiliteitsvisie 2040 en in het Mobiliteitsprogramma. Een deelfietssysteem bij bushaltes en (toeristische) bestemmingen ondersteunt het gebruik van de fiets als een belangrijke schakel in multimodale verplaatsingen. We zijn met de Langstraatgemeenten bezig om in onze gemeenten een deelfietsensysteem op te zetten. Door hierop samen te werken ontstaat er voldoende omvang voor een externe partij om hierin te investeren. Het lukt de partij niet om de businesscase voldoende sluitend te maken zonder bijdragen van de verschillende gemeenten. Het is de bedoeling het systeem in ieder geval op te zetten voor de periode van 3 jaar, met een verlengmogelijkheid van 2 jaar. Tijdens deze periode blijven de prijzen voor de gemeenten ongewijzigd. De kosten bedragen €44.000 per jaar (structureel voor 5 jaar). Straatmeubilair en duikers In de meerjarenbegroting zijn jaarlijkse investeringen opgenomen voor de vervanging van straatmeubilair en duikers. Voor beide posten gaat het om een investeringsbudget van € 27.000 per jaar. Voor investeringen hanteren wij een ondergrens van € 25.000. Hoewel het totale investeringsbedrag voor straatmeubilair en duikers boven deze grens ligt, voldoet deze investering niet aan de richtlijnen van het BBV en de financiële verordening.

Het is namelijk niet toegestaan om gelijksoortige activa met een afzonderlijke aanschafwaarde lager dan € 25.000 te bundelen om zo aan de ondergrens te voldoen. Voorgesteld wordt daarom om het geraamde jaarlijkse investeringsbudget voor de vervanging van straatmeubilair en duikers af te ramen. In plaats daarvan wordt voorgesteld om in de begroting een jaarlijks regulier budget van € 27.000 voor de vervanging van straatmeubilair en een jaarlijks regulier budget van € 27.000 voor de vervanging van duikers op te nemen.

19

Door deze aanpassing vervallen de geraamde afschrijvingslasten en de bijbehorende rentelasten in de exploitatie.

3.2 Duurzaamheid Afrekening methode Diftar We zijn een onderzoek gestart naar de mogelijkheden voor de afrekening methodiek van Diftar zodat meer recht wordt gedaan aan het principe de vervuiler betaalt. We hebben een inwonersenquête uitgezet voor het nieuwe grondbeleidsplan en we evalueren het huidig beleid. We bevragen onze inwoners of zij openstaan voor afrekening per kilogram of een toerekening methoden onderzoeken op basis van een tariefdifferentiatie voor een 140 en 240 liter restafvalcontainer. Na de analyse van de inwonersenquête infomeren we de raad. Verbrandingsbelasting en CO2-heffing Op basis van de Wet belasting op milieugrondslag (Wbm) wordt afvalstoffenbelasting geheven. In 2026 zagen we al een lichte stijging van de CO2-heffing. De komende jaren gaat de verbrandingsbelasting en CO2-heffing zorgen voor een significante verhoging van de kostprijs voor het verbranden van Huishoudelijk Restafval (HRA). Het doel van deze heffingen is het stimuleren van afvalscheiding/ recyclage en een meer circulaire economie en het beperken van CO2 uitstoot. Voor 2027 zal de stijging van de verbrandingsbelasting en CO2-heffing verder toenemen. Deze kostenstijging berekenen we door in de afvalstoffenheffing. PMD Er geldt per 2026 een nieuwe raamovereenkomst verpakkingen die zorgt voor hogere kosten door verplichte sorteeranalyses en mogelijk een optimalisatieaanpak.

Er bestaat ook een kans op lagere vergoedingen voor o.a. PMD, papier en glas door aanpassing van acceptatievoorwaarden en een vergoedingsstaffel. De kosten en de minder opbrengsten berekenen we door in de afvalstoffenheffing. Grondstoffenbeleidsplan Eind 2027 zal de raad, in samenhang met het nu lopende haalbaarheidsonderzoek naar een Circulair ambachtscentrum (CAC), een nieuw Grondstoffenplan vaststellen. Dit vraagt keuzes met een financiële onderbouwing welke worden gedekt uit de afvalstoffenheffing. Duurzaamheidsprogramma De CDOKE-gelden zijn onmisbaar voor de uitvoering van het Duurzaamheidsprogramma 20252028. Met ingang van 2026 keert het Rijk deze middelen van ca. € 800.000, - niet langer uit als subsidie, maar als decentralisatie-uitkering. Hierdoor vloeien de middelen naar de algemene dekkingsmiddelen. Hoewel de vorm verandert, blijft het doel gelijk: het versterken van de uitvoeringskracht voor het klimaat- en energiebeleid. Het Rijk garandeert deze middelen tot en met 2030. Om ons energietransitie beleid te kunnen blijven uitvoeren, is het noodzakelijk dat er vanuit de algemene dekkingsmiddelen voldoende budget beschikbaar wordt gesteld. Voorgesteld wordt om in de komende jaren tot en met 2030 de volgende bedragen beschikbaar te stellen en te dekken uit de decentralisatie-uitkering van het Rijk: 2027 Lasten3

€

2028 211.000

€

2029 325.000

€

2030 312.000

€

524.000

3 Deze lasten worden gedekt uit de decentralisatie-uitkering CDOKE.

20

In 2027 gaan we onder meer de volgende 3 (hoofd)activiteiten oppakken: 1. Herziening duurzaamheidsprogramma Willen we als gemeente voldoen aan het gestelde in onze omgevingsvisie, de klimaatwet en het bijbehorende klimaatplan dan is een herziening van het duurzaamheidsprogramma noodzakelijk. Onze omgevingsvisie en het Rijksbeleid dient als onderlegger voor de herziening van het duurzaamheidsprogramma van onze gemeente. Waarin doelen, acties en monitoring worden verwoord op alle onderdelen van duurzaamheid binnen de gemeente. Een integrale aanpak, uitvoering en monitoring. De herziening is terugkerend uiterlijk 10 jaar voor het programma en voor de agenda geldt uiterlijk iedere 4 jaar. In 2027 zal een herziening van de beleidsdoelen worden geformuleerd en zal een 0-meting uitgevoerd worden, op basis waarvan de monitoring zal plaatsvinden. 2. Uitvoering Warmteprogramma Het opstellen van een warmteprogramma is binnen de omgevingswet vereist. Het programma dient in 2027 te worden vastgesteld. Gemeente Loon op Zand is in 2025 gestart met het opstellen van een warmteprogramma en verwacht eind 2026 dan wel begin 2027 dit te kunnen laten vaststellen. Hierna moet uitvoering worden gegeven aan de acties om de doelen te halen. Het gaat hierbij om het voorbereiden op aardgasvrij verwarmen van woningen in 2050.

Per wijk/buurt/warmtekavel worden inwoners voorbereid op het afschalen van aardgas. Het resultaat is dat we de doelen halen zoals in het warmteprogramma zijn gesteld. Start van deze uitvoering is in 2027, de doorlooptijd van het ontkoppelen van een wijk van het aardgas is ongeveer 15 jaar. 3. Onderzoek Energyhubs bij bedrijventerreinen Dit is een uitvoeringsonderdeel van de in 2026 vastgestelde energiesysteemvisie. Om te komen tot een stabiel energiesysteem, groei voor bedrijven mogelijk te maken en om ruimte op het net te creëren voor woningbouw is het belangrijk dat de bedrijventerreinen in hun eigen energie opwek en-afname gaan voorzien. Eventueel gekoppeld aan bestaande woonwijken. Met dit onderzoek willen we inzicht in de mogelijkheden voor opwek en lokale afname van deze opwekte elektriciteit en warmte op de bedrijventerreinen in onze gemeente.

3.3 Wonen Erfgoed In december 2025 stelde de gemeenteraad de Nota Erfgoed 2026-2036 vast. Deze nota vormt het uitgangspunt voor de omgang met ons erfgoed. We maken een start met de uitvoering van het beleid. Hiervoor bepalen we samen met de erfgoedorganisaties en betrokkenen wat onze speerpunten op korte en langere termijn worden. In elk geval werken we samen aan het zichtbaar en beleefbaar maken van ons erfgoed, bijvoorbeeld tijdens de Open Monumentendagen. Ook gaan we in regioverband nauwer samenwerken op het gebied van archeologie. Vanaf dit jaar gaan we de activiteitensubsidies aan de heemkundekringen indexeren met het geldende indexatiepercentage. Ook de instandhoudingssubsidie voor Het Witte Kasteel ten behoeve van

21

het onderhoud aan het rijksmonument wordt met ditzelfde percentage geïndexeerd. Deze indexaties kunnen gedekt worden binnen de huidige begroting. Volkshuisvestingsprogramma en Huisvestingsverordening De Wet Regie op de Volkshuisvesting gaat naar verwachting op 1 juli 2026 in en zorgt ervoor dat de overheid (incl. de gemeente) meer kan sturen op hoeveel, waar en voor wie er gebouwd wordt. Het Volkshuisvestingsprogramma moet waarschijnlijk een jaar na de inwerkingtreding van de wet klaar (medio ’27) zijn, maar als er nieuwe bestuurlijke afspraken zijn moet het programma wel weer aangepast worden. Ook de Huisvestingsverordening is een verplichting van uit de Wet Regie. Omdat het voor alle gemeentes in de SRBT geldt, is er in 2026 al begonnen met een opzet te maken die collectief gebuikt kan worden. Er zijn middelen opgenomen in de begroting om hier uitvoering aan te geven. Groot onderhoud gebouwen Het onderhoud aan de gebouwen van de gemeente Loon op Zand wordt uitgevoerd op basis van Duurzame Meerjarenonderhoudsplannen (DMJOP’s). Deze plannen worden iedere 4 jaar geactualiseerd op basis van de staat van onderhoud van de gebouwen en worden daarna aan de raad ter vaststelling voorgelegd. In 2026 worden de DMJOP’s geactualiseerd voor de periode 2027-2030.

Uit de geactualiseerde DMJOP’s volgt of de jaarlijkse dotatie aan de voorziening groot onderhoud gebouwen nog voldoende is om de komende jaren het groot onderhoud te bekostigen. Mocht de dotatie moeten worden aangepast dan wordt dit eveneens aan de gemeenteraad voorgelegd. Door gebruik te maken van DMJOP’s kunnen we het onderhoud aan onze gebouwen planmatig uitvoeren. Hierdoor kunnen we onze gebouwen op professionele wijze in stand houden in de juiste conditie, zodat ze veilig zijn en blijven voldoen aan wet- en regelgeving. Bovendien weten we zo ook waar we financieel aan toe zijn, op de korte en middellange termijn. Er is reeds een voorziening groot onderhoud gebouwen en een jaarlijkse dotatie opgenomen in de begroting op basis van de huidige DMJOP. Exploitatie, beheer en onderhoud nieuwe Dorpshuis In de raadsvergadering van 16 mei 2024 heeft de raad besloten over de nieuwbouw van het Dorpshuis. In dit raadsbesluit zat ook de structurele post voor de exploitatie, beheer en onderhoud van het nieuwe Dorpshuis. Na de oplevering van het nieuwe Dorpshuis in 2027 komt de periode van de exploitatie en beheer van het pand. Op 9 februari 2026 is er een intentieovereenkomst getekend met de Stichting Dorpshuis Loon op Zand als toekomstige exploitant van het nieuwe Dorpshuis. De gemeente en de Stichting zijn nu samen aan het werken naar een huur- en exploitatieovereenkomst.

Dit zal bestaan uit een exploitatiebijdrage vanuit de gemeente aan de Stichting, en huurinkomsten die de gemeente ontvangt vanuit de Stichting. Daarnaast moet er een meerjarenonderhoudsplan worden opgesteld voor het nieuwe pand. Het verschil tussen deze baten en lasten vanuit gemeentelijk perspectief, de kosten voor onderhoud en zakelijke lasten zijn al reeds opgenomen in de begroting na vaststelling van het raadsbesluit van 16 mei 2024.

22

Komende periode wordt de exploitatie, beheer en onderhoud verder uitgewerkt met de Stichting. Dit heeft effect op de begroting 2027-2030. Doorontwikkeling en revitalisering Centrum Kaatsheuvel In de vergadering van 19 december 2024 heeft de gemeenteraad het ‘Toekomstperspectief centrum Kaatsheuvel’ vastgesteld en het college de opdracht gegeven om binnen de kaders van het toekomstperspectief concrete ontwikkelvoorstellen te formuleren. Het onderzoeksrapport ‘Positionering en placemaking centrum Kaatsheuvel’ is inmiddels afgerond en zal verder moeten worden uitgewerkt. Met een partij is een intentieovereenkomst gesloten om de haalbaarheid te onderzoeken van een gedeeltelijke herontwikkeling van het centrumgebied. Met name is dit onderzoek gericht op een transformatie van het gebied tussen de Hoofdstraat, de Sprangsestraat, de Schotsestraat en de Poolsestraat. Het toekomstperspectief is de opmaat naar een toekomstbestendig en (be)leefbaar centrum van Kaatsheuvel. Welke doelen worden nagestreefd: ▪ ▪ ▪

▪ ▪ ▪

Compacter maken van het kernwinkelgebied; Transformatie van het gebied ten noorden van de Hoofdstraat; Koersen op een aantrekkelijker en levendiger centrum, onder meer vanuit een thematische benadering welke onder andere worden door vertaald in de inrichting van de openbare ruimte; Komen tot een ontwikkelgericht omgevingsplan en een beeldkwaliteitsplan; Op onderdelen een herinrichting van de openbare ruimte; Komen tot een verkeers- en parkeerplan.

Bij de begroting 2027 komen we bij u terug met een financieel voorstel om de uitvoering van het Positionering en placemaking centrum Kaatsheuvel te kunnen uitvoeren.

3.4 Economische ontwikkeling, toerisme en recreatie Regionaal Bureau voor Toerisme de Langstraat (RBT) RBT de Langstraat is het uitvoeringsorgaan van de Langstraatgemeenten als het gaat om de onderdelen Kennis, Informatie, Marketing, (product)Ontwikkeling en Trade en Sales in de vrijetijdssector. RBT draagt met haar werkzaamheden bij aan de realisatie van de lokale en regionale ambities binnen de vrijetijdseconomie. Doel is dat het RBT de Langstraat door hun werkzaamheden ervoor zorgt dat er meer bezoekers naar de Langstraat komen, meer overnachtingen en meer bestedingen. Dit is goed voor de lokale economie als ook voor de gemeentelijke belastingen. Het college heeft op 25 februari 2025 besloten om het convenant met de gemeente Geertruidenberg, Waalwijk en Heusden met RBT de Langstraat te verlengen voor een periode van 2025 tot en met 2027. Hieraan zitten ook jaarlijkse bijdragen gekoppeld. Deze zijn echter niet verwerkt in de meerjarenbegroting. Er is al een budget van € 48.000. We hebben € 143.000 nodig (excl. indexatie) Er wordt dus een dus een extra budget gevraagd van € 95.000. Verwachting is wel dat het convenant wederom wordt verlengd en dan moeten we in de meerjarenbegroting daarvoor budget opnemen.

23

Overige ontwikkelingen en risico’s Voor de komende jaren signaleren we een aantal relevante ontwikkelingen en risico’s die mogelijk financiële effect hebben: Areaal openbare ruimte Door de woningbouwontwikkelingen in onze kernen neemt het areaal openbare ruimte toe. Dit vraagt om structurele uitbreiding van het onderhoudsbudget. In 2026/2027 betreft dit onder andere: de locatie van de flexwoningen, De Els II, Lobelia, Park Wijtenburg, Leo XII, van Lierpark Westkant en een deel van Westwaard. In de begroting 2027 worden de onderhoudskosten voor deze uitbreidingen ingebracht. Contracten en aanbestedingen In 2027 verlopen diverse contracten, waarvoor nieuwe aanbestedingen nodig zijn. De uitkomsten van deze aanbestedingen kunnen een financieel effect op de begroting hebben, zowel positief als negatief.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=LoonOpZand&id=7d00c965-eb7c-42b8-a524-b638ca1f340d