Bijlage 5. TAM-omgevingsplan Westkant Kaatsheuvel Bijlagen
Tekst van het document
Tot een afstand van 2 kilometer kunnen negatieve gezondheidseffecten optreden. Bij de beoordeling van de potentiële gezondheidseffecten spelen onder andere de optredende concentraties fijn stof een rol. De bijdrage van geitenhouderijen aan de concentraties fijn stof zijn over het algemeen relatief laag, zeker in vergelijking tot bijvoorbeeld pluimveehouderijen. Er zijn vuistregels beschikbaar om te beoordelen of een veehouderij 'in betekenende mate' bijdraagt aan de concentraties luchtverontreinigende stoffen (Handreiking fijn stof en veehouderijen). Ter illustratie: bij een fijn stof emissie van 581.000 gram per jaar draagt een veehouderij op 100 meter afstand mogelijk 'in betekende mate' bij aan de concentraties luchtverontreinigende stoffen. Voor de veehouderij aan de Dreefseweg is sprake van een emissie van 38.610 gram per jaar en de afstand tot het plangebied bedraagt minimaal 1,4 kilometer. De bijdrage van de veehouderij aan de concentraties fijn stof binnen het plangebied zal verwaarloosbaar zijn. Datzelfde geldt waarschijnlijk voor de endotoxinewaarde. Gezien de bedrijfssituatie en de minimale afstand zal deze binnen het plangebied onder de advieswaarde van 30 EU/m3 liggen. Dit aspect vormt derhalve geen belemmeringen voor de planvorming.
Endotoxinen vanwege varkens- of pluimveehouderijen Op basis van de notitie Handelingsperspectieven Veehouderij en Volksgezondheid: Endotoxinen toetsingskader 1.0 van Omgevingsdienst Zuidoost-Brabant (ODZOB) kan worden beoordeeld of er sprake is van een verhoogd volksgezondheidsrisico ten aanzien van varkenshouderijen en pluimveehouderijen. Dit is met name het geval bij omschakeling naar, nieuwvestiging of uitbreiding van dergelijke bedrijven. Voor de omgekeerde werking (realisatie van een kwetsbaar object zoals een woning in de omgeving van een dergelijke veehouderij) kan gebruik worden gemaakt van de afstandsbepaling uit het toetsingskader. Op basis daarvan kan worden bepaald of sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat met betrekking tot endotoxinen. De Omgevingsdienst adviseert om bij een situatie waarbij binnen een afstand van 250 meter van het te realiseren kwetsbare object een veehouderij is gelegen, de genoemde afstandsbepaling toe te passen. Als hieruit blijkt dat niet kan worden voldaan aan de afstand, dan adviseert de Omgevingsdienst negatief te besluiten op de ontwikkeling. Binnen 250 meter van het projectgebied komen geen varkens- of pluimveehouderijen voor. Voor dit project is er dan ook geen gezondheidsrisico gelet op endotoxinen.
Spuitzones vanwege gewasbeschermingsmiddelen In het kader van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties moet een afweging worden gemaakt tussen het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen en de volksgezondheid. Als gevolg van die afweging kan het nodig zijn om een spuitvrije zone aan te houden tussen gevoelige functies zoals woningen en percelen waar gewasbeschermingsmiddelen worden gebruikt. In het kader van een evenwichtige toedeling van functies wordt een afstand van 50 meter of meer, gemeten vanaf woonpercelen tot aan agrarische percelen waar gewasbeschermingsmiddelen toegepast (kunnen) worden, als aanvaardbaar gezien.
21/24
Voor de beoogde ontwikkeling, binnen het bestaand stedelijk gebied van Kaatsheuvel waarbij de afstand tot agrarische percelen ruimschoots 50 meter bedraagt, zijn er geen toenemende gezondheidsrisico's gelet op spuitzones. Ook worden de gebruiksmogelijkheden van agrarische gronden gelet op spuitzones niet (onevenredig) beperkt. Planvoornemen - gezondheidsbevordering Bij de afweging van de gezondheidsgevolgen kunnen ook gezondheidsbevorderende aspecten een rol spelen zoals bijvoorbeeld een groene leefomgeving, ruimte voor beweging, beschikbaarheid en toegankelijkheid van voorzieningen en sociale cohesie. De omvang van de projectlocatie en aard van het project zijn niet dusdanig dat het project breed bijdraagt aan gezondheidsbevordering. Toch kunnen een aantal aspecten ten aanzien van de ontwikkeling hieraan worden gerelateerd, te weten investering in een groene leefomgeving en de sociaalmaatschappelijke impact. Met de oriëntatie van de bebouwing wordt de sociale cohesie tussen de bewoners van het plan en de wijk vergroot. Zowel de appartementen als de grondgebonden woningen hebben zicht op de openbare ruimte, hetgeen een positieve invloed heeft op de sociale veiligheid. Alle appartementen zijn levensloopbestendig. Het gebouw wordt voorzien van een liftinstallatie, waardoor de appartementen voor een ieder toegankelijk zijn.
Bij de indeling van de appartementen kan er rekening gehouden worden met rolstoel- dan wel rollatortoegankelijkheid. Daarnaast kan er in de bad- en slaapkamer tevens rekening gehouden worden met voldoende draaicirkels, waardoor mensen langer zelfstandig thuis kunnen blijven wonen. Met de beoogde ontwikkeling worden groenvoorzieningen toegevoegd, waarbij ook de aanleg van waterbergende voorzieningen voorzien is. Het aanzicht van de ontwikkeling wordt hiermee verbeterd en het heeft een positieve invloed op de aspecten biodiversiteit en klimaatbestendigheid. De directe nabijheid van het park draagt daarnaast bij aan de gezondheid van bewoners, door de diverse beweegmogelijkheden.
3.11 Duurzaamheid Planvoornemen - effectbeoordeling Energieconcept De woningen zullen voldoen aan de geldende EPC-eisen en niet voorzien worden van een gasaansluiting. Alle woningen worden energiebewust uitgevoerd door toepassing van een uitstekende thermische schil, warmtepompen met lage temperatuur verwarming, een gebalanceerd ventilatiesysteem met WTW en voldoende zonnepanelen. In het stedenbouwkundig plan is daarnaast voldoende ruimte voor groen. Een versterking van groen levert een bijdrage aan het tegengaan van hittestress. Verder wordt binnen het plangebied maximaal ingezet op een duurzame, klimaatadaptieve en gezonde woon- en leefomgeving. Klimaatbestendig Gezien het grote oppervlak aan groen krijgt veel water al direct de mogelijkheid te infiltreren in de bodem. Op de platte daken wordt daarnaast sedumbeplanting toegepast. Dit zorgt dat de waterstroom vertraagd wordt, omdat het water vasthoudt. Daarnaast heeft het een verkoelend karakter, waardoor het hittestress helpt tegen te gaan. Het water dat op maaiveldniveau terecht komt, zal de grond in lopen door eventuele toepassing van wadi's en halfopen verharding. Alle parkeervakken in het plangebied worden uitgevoerd als grastegels. In het noordelijk deelgebied wordt indien nodig een wadi aangelegd waar het hemelwater in wordt opgevangen en vervolgens kan infiltreren.
In dit deelgebied worden indien nodig wadi's aangelegd. Daarmee zijn ruim voldoende maatregelen genomen om het hemelwater op een juiste manier te kunnen opvangen en verwerken. Biodiversiteit De vergroening van de openbare ruimte en de privétuinen bieden uitstekende mogelijkheden voor het creëren van meer biodiversiteit in de stedelijke omgeving (stadsnatuur). Er wordt daarom ingezet op zoveel mogelijk inheemse en gevarieerde beplantingen, zowel in de toepassing van bomen als ook struiken en vaste planten. Het groen komt ten gunste van het leefcomfort van bewoners en gebruikers. Deze beplantingen bieden schuil-, voeder- en voortplantingsmogelijkheden voor
22/24
insecten, vogels en andere kleine zoogdieren. Deze gevarieerde beplanting biedt tegelijkertijd een aantrekkelijke woon-, leefen speelomgeving door alle seizoenen heen, met een hoge gebruiks- en belevingswaarde. Op het gebied van fauna wordt verder in het ontwerp aandacht besteed door het toepassen van vogel- en vleermuiskasten in de nieuw te realiseren woningen. Voor insecten worden in het ontwerp op diverse plekken bijenstenen toegevoegd en wordt door de toevoeging van inheems bloemzaadmengel tevens gekeken naar insectvriendelijke beplanting. Duurzaamheid Een duurzame openbare ruimte is een openbare ruimte die aansluit bij de behoeften van de bewoners en gebruikers. Voor het projectgebied betekent dit dat het ruimtelijke en functionele concept doelgericht en consequent is uitgewerkt binnen een duidelijke visie. Heldere keuzes op het gebied van verkeer, beleving en gebruik van het groen, toegankelijkheid en veiligheid waarborgen een duurzame ruimtelijke kwaliteit en functionaliteit van de openbare ruimte en de leefomgeving. Bij de inrichting van de buitenruimte wordt gebruik gemaakt van duurzame materialen, zoals gebakken klinkers. Die zijn minder gevoelig voor vervuiling en verouderen mooi. Milieubelastende materialen worden zoveel mogelijk voorkomen of beperkt. Gezond en prettig leefklimaat Wonen in een groene omgeving draagt bij aan de gezondheid van bewoners.
Mensen hebben minder vaak gezondheidsklachten, minder stress wordt ervaren en bewoners voelen zich in een groene wijk minder eenzaam en ervaren minder vaak een tekort aan sociale steun. Belangrijk uitgangspunt in het ontwerp van de woningen is daarom de verbinding met het naastgelegen park. Dit bevorderd bovendien de sociale cohesie. In het noordelijk deelgebied zorgt de positionering en variatie tussen balkons en loggia’s bij de woningen voor een goede balans tussen uitzicht en privacy en richten zich door hun vormgeving op de interactie van het 'Wonen aan het park'. In deelgebied zuid staat het versterken van de beleving van het ‘Wonen in het park’ centraal. De beleving van het huidige park zal doorgezet worden in de groenzone, waarbij bestaande bomen geïntegreerd worden in het nieuwe plan. De woningen richten zich maximaal op de groenzone en het Kennedyplein. De architectuur is ingezet om deze beleving te versterken. Zo hebben alle woningen een leefruimte grenzend aan het park. Openslaande deuren zorgen voor interactie tussen deze leefruimte en het park. Door het toevoegen van houten pergola’s en terugliggende entrees wordt een prettige overgang tussen het publieke park en de privé woning gecreëerd. Zo wordt het groene gebied naar binnen getrokken, maar omkaderen ze tevens ook het privégebied. Franse balkons geven op de verdiepingen een open beleving van wonen in het park.
Toekomstwaarde Met deze uitgangspunten past de planontwikkeling bij de opgave die in de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) is geduid, namelijk het waarborgen en bevorderen van een gezonde en veilige fysieke leefomgeving. Dit heeft zich ook vertaald in de Omgevingsvisie Loon op Zand 2040 waar naast het bouwen van woningen ook het verbeteren van verbindingen tussen wijken, het bevorderen van de gezondheid van de inwoners en het inrichten van de openbare ruimte voor ontmoeten en bewegen centraal staat. Kortom, een toekomstbestendig Loon op Zand. Dit alles komt samen in onderhavig plan. Door het wegnemen van de huidige gasverbruikende functies wordt de CO2 uitstoot daarnaast in de toekomst verkleind wat past bij de actuele klimaatdoelstellingen.
3.12 Aanlegwerkzaamheden Voor de sloop- en aanlegwerkzaamheden van de beoogde ontwikkelingen kunnen tijdens de werkzaamheden milieueffecten optreden. Daarbij gaat het met name om geluidhinder, trillingen en verkeer gerelateerde effecten. Zo nodig worden maatregelen getroffen om overlast voor de directe omgeving zoveel mogelijk te beperken. Dit dient bij het uitwerken van de aanpak en fasering van de uitvoeringswerkzaamheden nader te worden geconcretiseerd. Gezien de tijdelijkheid van de werkzaamheden en de locatie, aard en omvang van het plan kunnen belangrijke negatieve milieueffecten uitgesloten worden.
23/24
4. CONCLUSIE Uit de informatie in deze m.e.r.-beoordeling blijkt dat het projectgebied niet is gelegen in kwetsbaar gebied en/of gebied met een beschermde status. Verder leiden de aard en omvang van het project niet tot aanzienlijke milieueffecten. Voor de ontwikkeling zijn geen mitigerende maatregelen bekend. Het doorlopen van een volledige mer-procedure is niet noodzakelijk.
24/24
Bijlage 4 Situatietekening toekomstig verhard oppervlak
75,50 m2 20,16 m2
300,74 m2
4,92 m2
12,00 m2
21,63 m2 4,92 m2 21,63 m2
105,49 m2
6,00 m2
4,92 m2
12,00 m2
12,00 m2
12,00 m2
12,00 m2
6,00 m2
648,93 m2 121,30 m2
864,75 m2
Beethovenstraat
Schubertstraat
12,00 m2
95,01 m2
12,47 m2
35,22 m2
1.047,42 m2
14,80 m2
961,73 m2
27,08 m2
640,43 m2 1,22 m2 19,74 m2 11,87 m2
1,95 m2
34,44 m2
5,43 m2
521,43 m2
320,25 m2
President Kennedyplein
318,41 m2
135,44 m2
21,16 m2
Mozartstraat
118,30 m2
Vossenbergselaan
Bijlage 5 Onderzoeksmemo stikstofdepositie
- MEMO DATUM KENMERK VAN
11 maart 2025 20240132/190095/ M. van der Wielen, S. Lie M. Tajqurishi
PROJECT OPDRACHTGEVER BIJLAGE(N)
20240132 De Westkant - Bruintje Beer Kaatsheuvel De Bunte Vastgoed Zuid B.V.
STIKSTOF DE WESTKANT – BRUINTJE BEER KAATSHEUVEL
1. INLEIDING De opdrachtgever is voornemens om de bebouwing op de voormalige schoollocatie De Westkant en het kinderdagverblijf Bruintje Beer aan de Vossenbergselaan en de President Kennedyplein te Kaatsheuvel te slopen ten behoeve van 36 koopwoningen. De beoogde ontwikkeling dient getoetst te worden aan de eisen uit de Omgevingswet, waarbij de mogelijke gevolgen voor de stikstofdepositie binnen Natura 2000-gebieden een rol spelen. Figuur 1 laat de ligging van het projectgebied ten opzichte van het Natura 2000-netwerk zien. Niet alle Natura 2000-gebieden zijn gevoelig voor stikstofdepositie. Het meest nabijgelegen gebied met stikstofgevoelige habitats betreft het Natura 2000-gebied Langstraat. De minimale afstand van dit Natura 2000-gebied tot het projectgebied bedraagt 2 kilometer. De andere Natura 2000-gebieden met stikstofgevoelige habitats liggen op grotere afstand.
Figuur 1 Ligging projectgebied (gemarkeerd) ten opzichte van Natura 2000-gebied (AERIUS calculator)
Met het rekenmodel Aerius (versie 2024.0.1) zijn berekeningen uitgevoerd om de mogelijke gevolgen van de ontwikkeling voor de stikstofdepositie binnen Natura 2000-netwerk in beeld te brengen, daarbij zijn de realisatie- en gebruiksfase (na oplevering van de beoogde ontwikkeling) beschouwd. In deze memo wordt achtereenvolgens ingegaan op de gehanteerde
uitgangspunten, de resultaten en de conclusie. De invoer- en uitvoergegevens vanuit Aerius zijn opgenomen in een aparte bijlage.
2. TOETSINGSKADER Omgevingswet De aanwijzing en bescherming van de Nederlandse Natura 2000-gebieden is geregeld in de Omgevingswet en de bijbehorende uitvoeringsregelgeving. Elk Natura 2000-gebied is aangewezen door het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit door middel van een aanwijzingsbesluit. Het aanwijzingsbesluit bepaalt voor welke soorten en habitats het gebied wordt aangewezen, welke instandhoudingsdoelen gerealiseerd moeten worden (behoud, herstel, uitbreiding) en de exacte begrenzing van het gebied. Voor elk Natura 2000-gebied is een beheerplan worden opgesteld, waarin maatregelen zijn opgenomen om de instandhoudingsdoelstellingen te bereiken. Beheerplannen worden in de meeste gevallen vastgesteld door de Provincie. In het beheerplan kan ook worden bepaald welke activiteiten in het gebied zijn toegestaan en onder welke voorwaarden. Schadelijke effecten op de aanwezige natuurwaarden waarvoor het gebied is aangewezen moeten daarbij uitgesloten zijn. Voor Natura 2000-gebieden gelden onder meer de volgende verplichtingen: ● De overheid dient ervoor te zorgen dat de kwaliteit van de natuurlijke habitats en de habitats van soorten in de speciale beschermingszones niet verslechtert. Tevens mag er geen verstoring optreden voor de soorten waarvoor de beschermingszones zijn aangewezen.
● Voor elk plan of project dat niet direct verband houdt met of nodig is voor het beheer van het gebied, maar afzonderlijk of in combinatie met andere plannen of projecten significante gevolgen kan hebben voor zo'n gebied, wordt een passende beoordeling gemaakt van de gevolgen voor het gebied. Bevoegde nationale instanties geven slechts toestemming voor het plan of project nadat zij de zekerheid hebben verkregen dat de natuurlijke kenmerken van het gebied niet worden aangetast. ● Als een plan of project om dwingende reden van groot openbaar belang toch moet worden gerealiseerd, terwijl significant negatieve effecten niet kunnen worden uitgesloten, moeten alle nodige compenserende maatregelen worden genomen om te waarborgen dat de algehele samenhang van het Europees ecologisch netwerk (Natura 2000-gebieden) bewaard blijft. Bij de beoordeling van de gevolgen van plannen, projecten en handelingen voor de instandhoudingsdoelstellingen spelen onder andere de ecologische effecten van verzuring en vermesting door een eventuele toename van stikstofdepositie een rol. Uit jurisprudentie volgt dat in een overbelaste situatie al bij een kleine toename van stikstofdepositie sprake kan zijn van significante negatieve effecten. In dat geval is een ecologische beoordeling noodzakelijk.
3. UITGANGSPUNTEN Referentiesituatie Sinds de Raad van State uitspraken d.d. 18 december 2024 mag interne saldering uitsluitend betrokken worden in een passende beoordeling. Om die reden is geen referentiesituatie toegepast. Realisatiefase Gedurende de realisatiefase is er sprake van inzet van materieel (zoals graafmachines en kranen) en transporten. Op basis van de werkzaamheden voor de sloop en realisatie van De Nieuwe Hallen fase 1 is de inzet van machines en verkeersbewegingen bepaald, zie tabel 1. Het gaat om zowel belaste als stationaire uren. De uitkomsten op jaarbasis zijn ingevoerd in
2/5
AERIUS Calculator. Er wordt vanuit gegaan dat de sloop- en bouwwerkzaamheden in 2025 worden uitgevoerd. De sloop- en bouwwerkzaamheden nemen circa 1,5 jaar in beslag. Naarmate het rekenjaar verder in de toekomst ligt, worden de emissies ten gevolge van transportbewegingen lager, omdat het rekenmodel uitgaat van toepassing van schonere technieken in de toekomst. De ureninzet in de bouwfase is weergegeven in tabel 2. Het gaat om zowel belaste als stationaire uren. De inschatting is gemaakt op basis van referentieprojecten. Voor de bouw van de beoogde ontwikkeling wordt gebruik gemaakt van een elektrische hijskraan. Omdat deze elektrisch is, heeft dit werktuig geen emissie en hoeft deze niet meegenomen te worden in de berekening. Voor de benodigde stroomvoorziening wordt gewerkt met een (bouw)stroomaansluiting, accupacks of een andere methode, die geen stikstofemissie genereert. Gelet op de aanwezige zandgronden, is het aannemelijk dat gefundeerd wordt op staal. Om die reden is geen rekening gehouden met heiwerkzaamheden. De inzet van het materieel is ingevoerd als vlakbron aangezien dit materieel op het hele terrein werkzaam zal zijn. Tabel 1 Materieel inzet sloop
Stageklasse
Type materiaal Sloopwerk mobiele kraan Grondwerk afvoer sloopmaterialen graafmachine Totaal
IV, 2014-2018, 220 kW IV, 2014-2018, 100 kW
Duur inzet (uren) 80
Gemiddeld verbruik (liter/uur) 22
80
10
160
Verbruik totaal (liter) 1.760
AdBlue verbruik
800 2.560
48 154
AdBlue verbruik
106
Voor de sloop wordt uitgegaan van 400 lichte en 200 zware verkeersbewegingen per jaar. Tabel 2 Materieel inzet bouwwerkzaamheden 2025
Type materiaal
Stageklasse
Duur inzet (uren) 40 120 160
Gemiddeld verbruik (liter/uur) 20 12 -
Verbruik totaal (liter) 800 1.440 2.240
Betonpomp Graafmachine Hijskraan Totaal 75-560 kW
IV, 2014-2018, 200 kW IV, 2014-2018, 120 kW Elektrisch
Hoogwerker Mini-graafmachine Mini-heftruck Totaal 56-75 kW
IV, 2014-2018, 60 kW IV, 2014-2018, 70 kW IV, 2014-2018, 55 kW
130 130 220 480
6 7 5,5
780 910 1.210 2.900
47 55 73 174
Overige werktuigen
IV, 2014-2018 <56 kW
97
1,7
165
-
48 86 134
Voor de realisatie van de beoogde ontwikkeling wordt uitgegaan van 2.000 lichte, 500 middelzware en 1.000 zware verkeersbewegingen per jaar. Ten behoeve van het manoeuvreren van de vrachtwagens binnen het projectgebied is een
3/5
lijnbron met ‘stagnerend verkeer’ toegevoegd. Ook in de realisatiefase is rekening gehouden met de koude start1. Dit zijn er in totaal maximaal 1.200 koude starts per jaar (zowel voor de sloop- als voor de bouwwerkzaamheden). Het uitgangspunt is dat uitsluitend het lichte verkeer een koude start genereert, omdat het zware verkeer binnen 2 uur weer vertrokken is van de bouwplaats. Ten behoeve van het laden en lossen is uitgegaan van stationaire emissies. Uitgaande van gemiddeld 10 minuten stationair draaien per vracht, is sprake van 850 x 10 = 8.500 minuten, oftewel maximaal 142 uur. De emissiefactor voor stationaire emissies bedraagt anno 2025 0,90 g NH3/uur en 92,5 g NOx/uur. Daarmee is de totale emissie 0,13 kg NH3/uur en 13,1 kg NOx/jaar. Verkeersafwikkeling realisatiefase Uitgangspunt is dat verkeer zich afwikkelt via de Beethovenstraat, Sweensstraat en Europalaan. Een indicatie van de verkeersintensiteiten voor deze weg is te vinden op het Centraal Instrument Monitoring Luchtkwaliteit 2023 (https://www.cimlk.nl/kaart). Volgens de kaart bedroegen de dagelijkse verkeersintensiteiten voor 2023 op de Europalaan circa 9.500 motorvoertuigbewegingen per etmaal. Op de Europalaan gaat het extra verkeer op in het heersende verkeersbeeld.
Dit is het geval op het moment dat het aan- en afrijdende verkeer, conform de Instructieregels voor Aerius, zich heeft verdund tot enkele procenten van het reeds aanwezige verkeer. Het onderhavige project voegt in de realisatiefase maximaal enkele procentpunten toe aan de Europalaan, waardoor de toename opgaat in het heersende verkeersbeeld. Gebruiksfase De beoogde ontwikkeling bestaat uit 36 woningen. De woningen worden niet aangesloten op het gas, zodoende is in de beoogde situatie geen sprake van directe emissies vanuit het project. De (potentiële) gevolgen voor de stikstofdepositie binnen Natura 2000-netwerk worden in de gebruiksfase bepaald door de emissies die samenhangen met de verkeersgeneratie. Voor het berekenen van de verkeersgeneratie van de beoogde ontwikkeling is gebruik gemaakt van kencijfers afkomstig uit CROW-publicatie 744. Voor het bepalen van de te hanteren kencijfers wordt op basis van CBS-data voor de gemeente Loon op Zand een stedelijkheidsgraad van ‘matig stedelijk’ aangehouden. De ligging van het plangebied is gedefinieerd als ‘rest bebouwde kom’. Uit de ‘Uitwerking Parkeerbeleid Loon op Zand’ blijkt dat het midden van de bandbreedte dient te worden aangehouden. Tabel 3 Verkeersgeneratie beoogde situatie
Beoogde situatie Functie
Aantal
Kencijfer
Verkeersgeneratie Weekdag
Werkdag
Koop, appartement, <75 m² bvo
6
4,9
29,4
32,6
Koop, appartement, <75 m² bvo
12
4,9
58,8
65,3
Koop, appartement, 75 – 100 m² bvo
2
5,6
11,2
12,4
Koop, appartement, >100 m² bvo
2
7,1
14,2
15.8
Koop, huis, tussen/hoek
14
7,1
99,4
110,3
Totaal beoogd
36
213
236,4
1 Er is sprake van een koude start wanneer motorvoertuigen gestart worden nadat ze 2 uur of langer stil gestaan hebben. De katalysator functioneert dan niet
gelijk. Hierdoor komt tijdens de koude start relatief meer emissie vrij dan tijdens het rijden met een warme motor. Het uitgangspunt is dat het grootste deel van de koude start-emissies in de eerste minuut na de start plaatsvinden
4/5
De verkeersaantrekkende werking bedraagt circa 213 verkeersbewegingen per etmaal. Tevens is rekening gehouden met 0,02 vrachtwagenbeweging per woning, hetgeen resulteert in 0,72 vrachtwagenbewegingen per etmaal. Voor het aantal koude starts is het uitgangspunt dat alle vertrekkende lichte verkeersbewegingen leiden tot een koude start. Dat komt neer op 107 koude starts per etmaal. Voor de verkeersverdeling zijn de volgende uitgangspunten gedaan: ● 1/3e van het verkeer wikkelt af naar het centrum voor dagelijkse boodschappen, bezoek aan voorzieningen of onderwijs. Dit verkeer is opgenomen in het heersende verkeersbeeld op de Hoofdstraat; ● 1/3e van het verkeer wikkelt af in noordelijke richting en gaat op de Sweensstraat op in het heersende verkeersbeeld; ● 1/3e van het verkeer wikkelt af in zuidelijke richting en gaat op de Europalaan op in het heersende verkeersbeeld. Dit betreft een sterk vereenvoudigde weergave van de werkelijkheid, maar andere uitgangspunten leiden in dit opzicht niet tot andere resultaten. De genoemde wegen hebben een intensiteit van meer dan 2.000 motorvoertuigbewegingen per etmaal, waardoor het extra verkeer als gevolg van het project opgaat in het heersende verkeersbeeld. Het rekenjaar betreft 2026.
REKENPUNTEN Vanwege de ligging nabij de landsgrens zijn er 2 rekenpunten op Natura 2000-gebieden in het buitenland automatisch gegenereerd en toegevoegd aan de berekening.
4. RESULTATEN EN CONCLUSIE Uit de berekening met AERIUS Calculator (2024.0.1) voor de realisatiefase en gebruiksfase blijkt dat er geen toename is van stikstofdepositie hoger dan 0,00 mol/ha/jaar. Voor de bouwfase is uitgegaan van ten minste Stage IV materieel met 6% AdBlue. Op basis van de berekening zijn significant negatieve effecten op Natura 2000-gebieden in de realisatiefase en gebruiksfase uitgesloten. De beoogde herontwikkeling is derhalve uitvoerbaar in het kader van de Omgevingswet.
5/5
Bijlage 6 AERIUS projectberekening realisatiefase
Projectberekening Dit document geeft een overzicht van de invoer en rekenresultaten van een Projectberekening met AERIUS Calculator. De berekening is uitgevoerd binnen Natura 2000gebieden, op rekenpunten die overlappen met stikstofgevoelige habitattypen en/of leefgebieden, gekoppeld aan een aangewezen soort, of nog onbekend maar mogelijk wel relevant, en waar tevens sprake is van een overbelaste of bijna overbelaste situatie voor stikstofdepositie.
Overzicht Samenvatting situaties Resultaten Detailgegevens per emissiebron Deze PDF is een digitaal bestand dat weer in te lezen is in AERIUS. Meer toelichting over de PDF en AERIUS kunt u vinden of . in de
handleidingen op onze website
Projectberekening
Contactgegevens Rechtspersoon Inrichtingslocatie
Activiteit
Omschrijving Toelichting
Berekening
AERIUS kenmerk Datum berekening Rekenconfiguratie
Totale emissie
Rho Adviseurs -, - Kaatsheuvel De Westkant - Bruintje Beer Kaatsheuvel Realisatiefase 2025- De Westkant - Bruintje Beer Kaatsheuvel S2Wgb7dXC3vZ 11 maart 2025, 15:04 OwN2000-rekengrid incl. eigen rekenpunten Rekenjaar
Emissie NH₃
Emissie NOₓ
Bouwfase - Beoogd
2025
2,2 kg/j
71,3 kg/j
Resultaten
Hoogste bijdrage
Hexagon
Gebied
Bouwfase - Beoogd Gekarteerd oppervlak met toename (ha) Gekarteerd oppervlak met afname (ha) Grootste toename Grootste afname
S2Wgb7dXC3vZ (11 maart 2025)
-
2/9
Projectberekening
Bouwfase (Beoogd), rekenjaar 2025 Emissiebronnen 1 5 6 7
Mobiele werktuigen | Bouw, Industrie en Delfstoffenwinning | Sloop Mobiele werktuigen | Bouw, Industrie en Delfstoffenwinning | Materieel bouw Verkeer | Koude start: overig | Koude start sloop en bouw Verkeer | Koude start: overig | Stationaire emissies Verkeersnetwerk
S2Wgb7dXC3vZ (11 maart 2025)
Emissie NH₃
Emissie NOₓ
0,6 kg/j 1,2 kg/j 53,4 g/j 0,1 kg/j 0,1 kg/j
14,4 kg/j 34,9 kg/j 0,3 kg/j 13,1 kg/j 8,5 kg/j
3/9
Projectberekening
Hoogste af- en toename op (bijna) overbelaste stikstofgevoelige Natura 2000 gebieden.
500 m Habitatrichtlijn Vogelrichtlijn Vogelrichtlijn, Habitatrichtlijn Niet bepaald
© OSM & Kadaster Grootste toename (projectberekening) Grootste afname (projectberekening) Hoogste totaal (achtergrond + projectberekening)
De letters bij de bronlabels op de kaart geven bij welke type situaties de bronnen horen: beoogde situatie (B), referentiesituatie (R) en/of salderingssituatie (S). S2Wgb7dXC3vZ (11 maart 2025)
4/9
Projectberekening
Resultaten stikstofgevoelige Natura 2000 gebieden situatie "Bouwfase" (Beoogd) incl. saldering e/o referentie Er zijn geen resultaten voor deze weergave.
S2Wgb7dXC3vZ (11 maart 2025)
5/9
Projectberekening
Per eigen rekenpunt
1 2
S2Wgb7dXC3vZ (11 maart 2025)
Naam
Coördinaat
Arendonk, Merksplas, Oud-Turnhout, Ravels en Turnhout (23 km) Heesbossen, Vallei van Marke en Merkske en Ringven met valleigronden langs de Heerlese Loop (23 km)
X:133551 Y:385590 X:115326 Y:389643
Projectbijdrage (mol N/ha/jr)
-
6/9
Projectberekening
Bouwfase, Rekenjaar 2025 1
Mobiele werktuigen | Bouw, Industrie en Delfstoffenwinning
Naam Locatie Oppervlakte
Naam Stageklasse
Sloop X:129527,98 Y:408052,39 0,72 ha
NOₓ NH₃
Brandstofverbruik Draaiuren AdBlue verbruik Stof Emissie
Totaal Stage-IV, 2014-2018, 75-560 kW, diesel, SCR: ja 2560 l/j
2 Verkeer | Rijdend verkeer Naam Sloopverkeer Locatie X:129368,63 Y:407724,3 Lengte 938,91 m Wegtype Binnen bebouwde kom (doorstromend) Rijrichting Beide richtingen 1 Tunnelfactor Type hoogteligging Normaal Weghoogte t.o.v. maaiveld 0 m Verkeer Max. snelheid
Licht verkeer Middelzwaar vrachtverkeer Zwaar vrachtverkeer Busverkeer
Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren
3 Verkeer | Rijdend verkeer Naam Stagnatie Locatie X:129535,42 Y:408032,24 Lengte 123,36 m Wegtype Binnen bebouwde kom (stagnerend) Rijrichting Beide richtingen 1 Tunnelfactor Type hoogteligging Normaal Weghoogte t.o.v. maaiveld 0 m Verkeer Max. snelheid
Licht verkeer Middelzwaar vrachtverkeer Zwaar vrachtverkeer Busverkeer Licht verkeer Middelzwaar vrachtverkeer Zwaar vrachtverkeer Busverkeer
S2Wgb7dXC3vZ (11 maart 2025)
14,4 kg/j 0,6 kg/j
Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren
160 u/j 154 l/j
NOₓ 14,4 kg/j NH₃ 0,6 kg/j
Links Rechts NOₓ 1,0 kg/j Type scherm - - NO₂ 0,2 kg/j Hoogte - - NH₃ 17,5 g/j Afstand tot de weg - -
Aantal voertuigbewegingen
400,0 /jaar 0,0 /jaar 200,0 /jaar 0,0 /jaar
In file
0,0 % 0,0 % 0,0 % 0,0 %
Links Rechts NOₓ 1,5 kg/j Type scherm - - NO₂ 0,4 kg/j Hoogte - - NH₃ 14,7 g/j Afstand tot de weg - -
Aantal voertuigbewegingen
0,0 /jaar 0,0 /jaar 200,0 /jaar 0,0 /jaar 0,0 /jaar 500,0 /jaar 1.000,0 /jaar 0,0 /jaar
In file
0,0 % 0,0 % 0,0 % 0,0 % 0,0 % 0,0 % 0,0 % 0,0 %
7/9
Projectberekening
4 Verkeer | Rijdend verkeer Naam verkeer bouw Locatie X:129368,63 Y:407724,3 Lengte 938,90 m Wegtype Binnen bebouwde kom (doorstromend) Rijrichting Beide richtingen 1 Tunnelfactor Type hoogteligging Normaal Weghoogte t.o.v. maaiveld 0 m Verkeer Max. snelheid
Licht verkeer Middelzwaar vrachtverkeer Zwaar vrachtverkeer Busverkeer 5
Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren
Links Rechts NOₓ 6,0 kg/j Type scherm - - NO₂ 1,5 kg/j Hoogte - - NH₃ 0,1 kg/j Afstand tot de weg - -
Aantal voertuigbewegingen
0,0 % 0,0 % 0,0 % 0,0 %
NOₓ NH₃
34,9 kg/j 1,2 kg/j
Mobiele werktuigen | Bouw, Industrie en Delfstoffenwinning
Naam Locatie Oppervlakte Naam
Materieel bouw X:129527,98 Y:408052,39 0,72 ha
Stageklasse
Totaal 75-560 Stage-IV, 2014-2018, 75-560 kW, diesel, kW SCR: ja
Brandstofverbruik
Draaiuren AdBlue verbruik
2240 l/j
160 u/j 134 l/j
Totaal 56-75 kW Stage-IV, 2014-2018, 56-75 kW, diesel, SCR: 2900 l/j ja
480 u/j 174 l/j
Totaal <56 kW Stage-IV, 2014-2018, <= 56 kW, diesel, SCR: 165 l/j nee
97 u/j
6
Verkeer | Koude start: overig
Naam Locatie Oppervlakte Type voertuig
Beschrijving
Stationaire emissies X:129527,98 Y:408052,39 0,72 ha
Stationaire emissies
S2Wgb7dXC3vZ (11 maart 2025)
Bronkenmerken van
Zwaar vrachtverkeer
NOₓ
13,1 kg/j NH₃ 0,5 kg/j NOₓ 18,1 kg/j NH₃ 0,7 kg/j NOₓ 3,8 kg/j NH₃ 1,2 g/j 0,3 kg/j 53,4 g/j
Koude starts
1.200,0 /jaar 0,0 /jaar 0,0 /jaar 0,0 /jaar
Verkeer | Koude start: overig
Naam Locatie Oppervlakte
Stof Emissie
NOₓ NH₃
Koude start sloop en bouw X:129528,1 Y:408051,83 0,73 ha
Licht verkeer Middelzwaar vrachtverkeer Zwaar vrachtverkeer Busverkeer 7
In file
2.000,0 /jaar 500,0 /jaar 1.000,0 /jaar 0,0 /jaar
NOₓ NH₃ Aantal koude starts
142 /jaar
13,1 kg/j 0,1 kg/j Emissie /voertuig
NOₓ NH₃
92,5 g/koude start 0,9 g/koude start
8/9
Projectberekening
Disclaimer Hoewel verstrekte gegevens kunnen dienen ter onderbouwing van een vergunningaanvraag, kunnen er geen rechten aan worden ontleend. De eigenaar van AERIUS aanvaardt geen aansprakelijkheid voor de inhoud van de door de gebruiker aangeboden informatie. Bovenstaande gegevens zijn enkel bruikbaar tot er een nieuwe versie van AERIUS beschikbaar is. AERIUS is een geregistreerd handelsmerk in Europa. Alle rechten die niet expliciet worden verleend, zijn voorbehouden. Rekenbasis Deze berekening is tot stand gekomen op basis van 2024.1.2_20250219_fdfc2529a9 AERIUS versie Database versie 2024.1_fdfc2529a9_calculator_nl_stable Voor meer informatie over de gebruikte methodiek en data zie: https://link.aerius.nl/website
S2Wgb7dXC3vZ (11 maart 2025)
9/9
Bijlage 7 AERIUS projectberekening gebruiksfase
Projectberekening Dit document geeft een overzicht van de invoer en rekenresultaten van een Projectberekening met AERIUS Calculator. De berekening is uitgevoerd binnen Natura 2000-gebieden, op rekenpunten die overlappen met stikstofgevoelige habitattypen en/of leefgebieden, gekoppeld aan een aangewezen soort, of nog onbekend maar mogelijk wel relevant, en waar tevens sprake is van een overbelaste of bijna overbelaste situatie voor stikstofdepositie.
Overzicht Samenvatting situaties Resultaten Detailgegevens per emissiebron Deze PDF is een digitaal bestand dat weer in te lezen is in AERIUS. Meer toelichting over de PDF en AERIUS kunt u vinden of . in de
handleidingen op onze website
Projectberekening
Contactgegevens Rechtspersoon Inrichtingslocatie
Activiteit
Omschrijving Toelichting
Berekening
Rho Adviseurs -, - Kaatsheuvel De Westkant - Bruintje Beer Kaatsheuvel Gebruiksfase 2026 - De Westkant - Bruintje Beer Kaatsheuvel
AERIUS kenmerk Datum berekening Rekenconfiguratie
Rv46uc2Nv6kk 27 januari 2025, 11:10 OwN2000-rekengrid incl. eigen rekenpunten
Totale emissie
Rekenjaar
2026
2,3 kg/j
Emissie NH₃
Emissie NOₓ
Resultaten
Hoogste bijdrage
Hexagon
Gebied
Gebruiksfase - Beoogd Gebruiksfase - Beoogd Gekarteerd oppervlak met toename (ha) Gekarteerd oppervlak met afname (ha) Grootste toename Grootste afname
Rv46uc2Nv6kk (27 januari 2025)
-
23,2 kg/j
2/8
Projectberekening
Gebruiksfase (Beoogd), rekenjaar 2026 Emissiebronnen 1 5
Wonen en Werken | Woningen | Woningen (gasloos) Verkeer | Koude start: overig | Koude start gebruiksfase Verkeersnetwerk
Rv46uc2Nv6kk (27 januari 2025)
Emissie NH₃
Emissie NOₓ
1,7 kg/j 0,6 kg/j
10,6 kg/j 12,6 kg/j
3/8
Projectberekening
Hoogste af- en toename op (bijna) overbelaste stikstofgevoelige Natura 2000 gebieden.
500 m Habitatrichtlijn Vogelrichtlijn Vogelrichtlijn, Habitatrichtlijn Niet bepaald
© OSM & Kadaster Grootste toename (projectberekening) Grootste afname (projectberekening) Hoogste totaal (achtergrond + projectberekening)
De letters bij de bronlabels op de kaart geven bij welke type situaties de bronnen horen: beoogde situatie (B), referentiesituatie (R) en/of salderingssituatie (S). Rv46uc2Nv6kk (27 januari 2025)
4/8