CConstaterende datLoon op Zand
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 5.3 Bijlagen bij de toelichting_8-13

Raadsvergadering 20 juni 2024, gemeente Loon op ZandBij agendapunt: Raadsvoorstel over het gewijzigd vaststellen van het bestemmingsplan 'Lobelia, De Moer' (Bespreekstuk)18.360 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

RAPPORTAGE archeologisch bureauonderzoek en verkennend booronderzoek De Hooivork te De Moer, in de gemeente Loon op Zand

Rapport archeologisch bureauonderzoek en verkennend booronderzoek De Hooivork, te De Moer in de gemeente Loon op Zand Opdrachtgever

Accent Adviseurs Luchthavenweg 13E 5657 EA Eindhoven

Rapportnummer

21808.001

Versienummer1

1

Datum

01-05-2023

Opsteller2

De heer drs. A.H. Schutte & de heer drs. J. Holl

Kwaliteitscontrole

De heer drs. J. Holl & de heer drs. A.H. Schutte

1

Versie 1 betreft een rapport waarvan geen beoordeling van de bevoegde overheid is ontvangen, bij versie 2 is het rapport wel beoordeeld door de bevoegde overheid. 2 AVG In onze rapportages wordt niet gewerkt met handtekeningen en/of parafen. Conform protocol en eisen uit het kwaliteitssysteem wordt het rapport aantoonbaar vrijgegeven. In het kader van de AVG dient, voorafgaand aan publicatie of bij uitlevering aan derden, bijlagen met kadastrale uittreksels en namen van opdrachtgevers verwijderd dan wel zwart gelakt te worden.

Econsultancy Archeologisch Rapport

KWALITEITSZORG Econsultancy is onder meer gecertificeerd voor protocollen 4001, 4002, 4003 en 4004 van de BRL SIKB 4000. Verder is Econsultancy lid van de Nederlandse Vereniging van Archeologische Opgravingsbedrijven (NVAO). De leden van de NVAO bieden kwalitatief hoogstaand archeologisch onderzoek. Het lidmaatschap is een waarborg voor kwaliteit en betrouwbaarheid. Ook is Econsultancy aangesloten bij de Vereniging van Ondernemers in Archeologie (VOiA). De VOiA behartigt de belangen van meer dan 100 bedrijven in alle takken van de archeologie. CERTIFICERING Econsultancy werkt volgens een dynamisch kwaliteits- en milieusysteem, zoals beschreven in het kwaliteitsen milieuhand-boek. Ons kwaliteits- en milieusysteem is gecertificeerd volgens de eisen in de NEN-EN-ISO 9001 en NEN-EN-ISO 14001. Daarnaast staat veilig werken bij Econsultancy voorop en zijn we gecertificeerd voor VCA*. BETROUWBAARHEID Dit onderzoek is op zorgvuldige wijze uitgevoerd, conform de toepasselijke en van kracht zijnde regelgeving. Een booronderzoek wordt in het algemeen uitgevoerd door het steekproefsgewijs onderzoeken van de bodem, waardoor het, op basis van de resultaten van een booronderzoek, onmogelijk is garanties af te geven ten aanzien van de aan- of afwezigheid van archeologische waarden. In dit kader dient ook opgemerkt te worden dat geraadpleegde bronnen niet altijd zonder fouten en volledig zijn.

Daar Econsultancy voor het verkrijgen van historische informatie afhankelijk is van deze bronnen, kan Econsultancy niet instaan voor de juistheid en volledigheid van deze informatie. Al onze rapportages worden opgesteld conform de ‘Handreiking omgaan met AVG in bodemonderzoeken’ opgesteld door de VKB (29 juni 2022). Hiermee voldoet de rapportage aan de eisen die de wet, NEN en KNA protocollen ons stellen en wordt tevens voldaan aan de AVG. Hierbij wordt opgemerkt dat wetgeving, waaronder wettelijke eisen uit de Erfgoedwet, prevaleert boven de AVG. RECHTEN © Econsultancy bv, Foto’s en tekeningen: Econsultancy bv, tenzij anders vermeld. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand, of openbaar gemaakt, in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch, door fotokopieën, opnamen, of enige andere manier, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de rechthebbende. Econsultancy aanvaardt geen aansprakelijkheid voor eventuele schade voortvloeiend uit de toepassing van de adviezen of het gebruik van de resultaten van dit onderzoek. ISSN: 2210-8777 (Analoog rapport) ISSN: 2210-8785 (Digitaal rapport E-depot)

Econsultancy Archeologisch Rapport

INHOUDSOPGAVE ADMINISTRATIEVE GEGEVENS PLANGEBIED SAMENVATTING 1

INLEIDING .................................................................................................................................................. 1

2

BUREAUONDERZOEK ................................................................................................................................. 1 2.1 2.2 2.3 2.4 2.5 2.6 2.7 2.8 2.9

3

INVENTARISEREND VELDONDERZOEK ..................................................................................................... 20 3.1 3.2 3.3 3.4

4

Doelstelling en onderzoeksvragen ................................................................................................. 1 Methoden ...................................................................................................................................... 1 Afbakening en huidige situatie van het plangebied ....................................................................... 2 Toekomstige situatie ...................................................................................................................... 4 Aardwetenschappelijke gegevens .................................................................................................. 4 Archeologische waarden ................................................................................................................ 8 Beschrijving van het historische gebruik ...................................................................................... 13 Gespecificeerd archeologisch verwachtingsmodel ...................................................................... 16 Conclusie bureauonderzoek ......................................................................................................... 19

Doelstelling en onderzoeksvragen ............................................................................................... 20 Methoden .................................................................................................................................... 20 Resultaten .................................................................................................................................... 21 Conclusie veldonderzoek ............................................................................................................. 23

CONCLUSIE EN ADVIES ............................................................................................................................ 23

LITERATUUR BRONNEN KAARTEN BIJLAGEN

TABELLEN Tabel 2.1 Tabel 2.2 Tabel 2.3 Tabel 2.4 Tabel 2.5 Tabel 2.6

Aardwetenschappelijke gegevens plangebied Grondwatertrappenindeling Geraadpleegd historisch kaartmateriaal Verleende bouwvergunningen Middelstraat 10A, perceel Q945 Verleende bouwvergunningen Middelstraat 8, perceel Q952 Gespecificeerde archeologische verwachting

FIGUREN Figuur 2.1 Kaart van Verhees uit 1772.

KAARTEN Kaart 1. Kaart 2. Kaart 3. Kaart 4. Kaart 5. Kaart 6. Kaart 7. Kaart 8. Kaart 9. Kaart 10. Kaart 11. Kaart 12. Kaart 13. Kaart 14. Kaart 15. Kaart 16. Kaart 17.

Het plangebied op de topografische kaart (1:25.000) Het plangebied op de kadastrale kaart Het plangebied op een luchtfoto uit 2022 Het plangebied op de gemeentelijke beleidsadvieskaart Het plangebied op paleogeografische kaarten Het plangebied op de Geomorfologische kaart 1: 50.000 van Nederland Het plangebied op het actueel hoogtebestand (AHN3) Het plangebied op de bodemkaart Archeologische waarden en onderzoeken rondom het plangebied Het plangebied op de Kadastrale minuut 1811-1832 Het plangebied op de Militaire topografische kaart (veldminuut) 1870 Het plangebied op de Militaire topografische kaart (veldminuut) 1920 Het plangebied op de topografische kaart uit 1936 Het plangebied op de topografische kaart uit 1959 Het plangebied op de topografische kaart uit 1969 Het plangebied op de topografische kaart uit 1981 Boorpuntenkaart

BIJLAGEN Bijlage 1. Bijlage 3. Bijlage 4. Bijlage 5. Bijlage 6.

Overzicht geologische en archeologische tijdvakken Onderzoeksmeldingen Vondstmeldingen Bewoningsgeschiedenis van Nederland AMZ-cyclus

Bijlage 7. Bijlage 8.

Planontwerp Boorstaten

ADMINISTRATIEVE GEGEVENS PLANGEBIED Projectcode

21808.001

Opdrachtgever

Accent Adviseurs

Toponiem

De Hooivork

Plaats

De Moer

Gemeente

Loon op Zand

Provincie

Noord-Brabant

Kadastrale gegevens

Gemeente Loon op Zand, sectie Q, nummers 800, 858, 859, 945 (deels), 952, 953 en 313 (deels)

Omvang plangebied

circa 44.823 m2

Kaartblad

44 G (1:25.000)

Centrumcoördinaten (X/Y)

129433/404167

Archeoregio NOaA

4: Brabants zandgebied

Bevoegde overheid

Gemeente Loon op Zand Anton Pieckplein 1 5171 CV Kaatsheuvel

T: 0416 289111 E: info@loonopzand.nl

Deskundige namens de bevoegde overheid

Afd. SO/Erfgoed van de gemeente 'sHertogenbosch Postbus 12345 5200 GZ 's-Hertogenbosch

Contactpersoon: drs. S. Molenaar (Senior KNA Archeoloog) T: 06-46971394 E: s.molenaar@s-hertogenbosch.nl

Uitvoeringsperiode

april - mei 2023

Uitvoerders

Econsultancy, de heer drs. A.H. Schutte (Senior KNA Prospector) en De heer drs. J. Holl (Senior KNA Prospector)

Onderzoeksmelding ARCHIS3

5411531100

Beheer en plaats documentatie

Econsultancy en op termijn het provinciaal depot

SAMENVATTING Econsultancy heeft in opdracht van Accent Adviseurs in april – Mei 2023 een archeologisch bureauonderzoek en een inventariserend veldonderzoek (IVO, verkennende fase) door middel van boringen uitgevoerd. Het plangebied is gelegen aan de Dorsvlegel te De Moer in de gemeente Loon op Zand. In het plangebied zal woningbouw worden gerealiseerd. Om deze ontwikkeling mogelijk te maken, moet eerst het vigerend bestemmingsplan worden herzien. Als onderdeel van de bestemmingsplanprocedure moet een ruimtelijke onderbouwing worden opgesteld. Hierbij moet ook inzichtelijk worden gemaakt welke archeologische waarden binnen het plangebied kunnen worden verwacht en wat het effect is van eventuele ingrepen op deze archeologische waarden. De noodzaak tot archeologisch onderzoek vloeit voort uit het Verdrag van Malta (1992), de Wet ruimtelijke ordening (Wro, 2006) en de Erfgoedwet (2016). Doel van het bureauonderzoek is een antwoord te vinden op de vraag wat de gespecificeerde archeologische verwachting voor het plangebied is. Dit wordt uitgevoerd door middel van het verwerven van informatie, aan de hand van bestaande bronnen, over bekende en verwachte archeologische waarden.

Het inventariserend veldonderzoek (IVO-overig, verkennende fase) heeft tot doel de in het bureauonderzoek opgestelde gespecificeerde archeologische verwachting aan te vullen en te toetsen door middel van boringen. Het veldonderzoek heeft tot doel antwoorden te vinden op wat de bodemopbouw is binnen het plangebied en wat de gevolgen zijn van het in het plangebied aangetroffen bodemprofiel voor de gespecificeerde archeologische verwachting. Met de resultaten van het archeologisch onderzoek kan worden vastgesteld of binnen het plangebied archeologische waarden aanwezig (kunnen) zijn en of vervolgonderzoek dan wel planaanpassing noodzakelijk is. Gespecificeerde archeologische verwachting bureauonderzoek De basis van De Moer dateert waarschijnlijk van het Bølling, hierdoor zouden er resten uit het Laat-Paleolithicum in het plangebied te verwachten zijn. Het ontbreken van waarnemingen uit deze periode in het onderzoeksgebied zorgt voor een middelhoge archeologische verwachtingswaarde voor de periode (Laat-)Paleolithicum. Doordat het plangebied in een gebied met dekzandwelvingen ligt, het Mesolithicum ver van een voor jagersverzamelaars gunstige gradiënt naar (stromend) water is het plangebied landschappelijk niet goed geschikt.

Deze landschappelijke informatie en het ontbreken van waarnemingen uit deze periode in het onderzoeksgebied zorgt voor een lage archeologische verwachtingswaarde voor de periode (Laat-)Paleolithicum en Mesolithicum. Vanwege de ligging op een dekzandwelvingen was het plangebied voor landbouwers uit het Neolithicum en de Bronstijd een geschikte locatie, maar door de vernatting die langzaam begon op te treden nam deze geschiktheid gedurende met name de Bronstijd af. Op basis van het ontbreken van archeologische vondsten geldt voor het plangebied een middelhoge verwachtingswaarde voor archeologische resten uit het Neolithicum en de Bronstijd. Voor de periode IJzertijd tot en met Vroege Middeleeuwen geldt een lage verwachting. Waarschijnlijk is het plangebied tussen 1500 en 500 voor Chr. onderdeel gaan uitmaken van een groot veengebied. Eventuele archeologische resten uit de IJzertijd tot en met Vroege Middeleeuwen zouden in dit veenpakket kunnen zijn achtergebleven, maar door het turfsteken vanaf de Late Middeleeuwen zullen deze resten zijn verdwenen. In

21808.001 versie 1

de Late Middeleeuwen is het veen in het gebied ontgonnen maar volgens het historisch kaartmateriaal is het pas in de eerste helft van de 20e eeuw in agrarisch gebruik genomen, hiervoor was het heide. Het is zeer waarschijnlijk dat het heidegebied na de veen winning is ontstaan, als het in agrarisch gebruik zou zijn genomen dat zou dat in de 19e eeuw ook nog het geval zijn. De archeologische verwachting voor de perioden Late- Middeleeuwen en Nieuwe tijd is daarom laag. Resultaten inventariserend veldonderzoek Tijdens het veldonderzoek is vastgesteld dat de bodem in het gehele plangebied is verstoord tot in de C-horizont. Op het bedrijventerrein (westen plangebied) loopt de verstoring door tot 0,75 à 0,95 m -mv (5,9 à 6,0 m NAP). Een deel van de boringen is gestuit op puin of verharding, maar op basis van extrapolatie met omliggende boringen en het vergelijken van de NAP-waarden, wordt verwacht dat de bodem ook in de gestuite boringen is verstoord tot in de C-horizont. In de schapenweide is de bodem tot 0,4 à 0,6 m -mv (5,5 à 6,4 m NAP) verstoord. De natuurlijke ondergrond bestaat uit verspoeld dekzand, in het zuidoosten met roestvlekken. Dergelijke afzettingen zijn kenmerkend voor lager gelegen gebieden met vaak vochtige omstandigheden. Op basis van de verstoring en de aanwezigheid van verspoeld dekzand, wordt de archeologische verwachting bijgesteld naar laag.

Advies Op grond van de resultaten van het bureau- en veldonderzoek adviseert Econsultancy om het plangebied vrij te geven. Bovenstaand advies is van Econsultancy. Er is, op grond van de gebruikte onderzoeksmethode, geprobeerd een zo gefundeerd mogelijk advies te geven. Over de aan- of afwezigheid van archeologische sporen of resten in het plangebied kan nooit volledig uitsluitsel worden gegeven. Aan dit advies kunnen geen rechten worden ontleend. De resultaten van dit onderzoek zullen eerst moeten worden beoordeeld door de bevoegde overheid (gemeente Loon op Zand), die vervolgens het advies over neemt of niet. Als het plangebied nu of in de toekomst door de gemeente Loon op Zand wordt vrijgegeven voor bodemroerende werkzaamheden, dan blijft er, volgens artikel 5.10 van de Erfgoedwet uit juli 2016, een meldingsplicht bestaan. Eventuele archeologische resten die bij werkzaamheden worden aangetroffen moeten worden gemeld bij het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, c.q. de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed.

21808.001 versie 1

1

INLEIDING

Econsultancy heeft in opdracht van Accent Adviseurs een archeologisch onderzoek uitgevoerd voor een plangebied aan De Hooivork in De Moer, gemeente Loon op Zand. De initiatiefnemer heeft de intentie om in het plangebied woningbouw te realiseren. Om deze ontwikkeling mogelijk te maken, moet eerst het vigerend bestemmingsplan worden herzien. Als onderdeel van de bestemmingsplanprocedure moet een ruimtelijke onderbouwing worden opgesteld. Hierbij moet ook inzichtelijk worden gemaakt welke archeologische waarden binnen het plangebied kunnen worden verwacht en wat het effect is van eventuele ingrepen op deze archeologische waarden. De noodzaak tot archeologisch onderzoek vloeit voort uit het Verdrag van Malta (1992), de Wet ruimtelijke ordening (Wro, 2006) en de Erfgoedwet (2016). Het archeologisch onderzoek bestaat uit een bureauonderzoek (hoofdstuk 2) en een inventariserend veldonderzoek (IVO-overig, verkennende fase) door middel van boringen (hoofdstuk 3). Op basis van de resultaten van het onderzoek wordt een advies gegeven of vervolgstappen noodzakelijk zijn (hoofdstuk 4). Het archeologisch onderzoek is uitgevoerd in april-mei 2023 door de heer drs. A.H. Schutte Senior KNA Archeoloog) (bureauonderzoek) en de heer drs. J. Holl Senior KNA Prospector (booronderzoek). Het rapport is gecontroleerd door de heer drs. J. Holl Senior KNA Prospector (bureauonderzoek) en de heer drs.

A.H. Schutte Senior KNA Archeoloog (booronderzoek).

2

BUREAUONDERZOEK

2.1 Doelstelling en onderzoeksvragen Het doel van het bureauonderzoek is het opstellen van een gespecificeerde archeologische verwachting voor het plangebied. Hiervoor wordt een inventarisatie gemaakt van bekende aardwetenschappelijke, archeologische en (cultuur)historische gegevens. Aan de hand van deze inventarisatie wordt het gespecificeerd archeologisch verwachtingsmodel opgesteld.

2.2 Methoden Het archeologisch onderzoek is uitgevoerd onder certificaat op grond van de BRL SIKB 4000 (KNA, versie 4.1, 19‑02‑2018) en volgens de eisen en normen zoals aangegeven in de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA, versie 4.1, 19‑02‑2018, protocol 4002), die is vastgesteld door het Centraal College van Deskundigen (CCvD) Archeologie en is ondergebracht bij het SIKB te Gouda.

21808.001 versie 1

1 / 23

Voor de uitvoering van het bureauonderzoek gelden de specificaties LS01, LS02, LS03, LS04 en LS05. De resultaten van dit onderzoek worden in dit rapport weergegeven volgens specificatie LS06.3 Binnen dit onderzoek zijn de volgende werkzaamheden verricht: • • • • •

afbakening van het plangebied en vaststellen van de consequenties van het mogelijk toekomstige gebruik (LS01); beschrijving van de huidige en toekomstige situatie (LS02); beschrijving van de historische situatie en mogelijke verstoringen (LS03); beschrijving van bekende archeologische en historische waarden en aardwetenschappelijke gegevens (LS04); opstellen van een gespecificeerde verwachting (LS05).

Bij het uitvoeren van deze werkzaamheden zijn de volgende bronnen geraadpleegd: • • • • • • • • • • • •

het Archeologische Informatie Systeem (ARCHIS); de Archeologische Monumenten Kaart (AMK); geologische kaarten, geomorfologische kaarten en bodemkaarten; de centrale toegangspoort tot Data en Informatie van de Nederlandse Ondergrond (DINOLoket); literatuur en historisch kaartmateriaal; bouwhistorische gegevens; een recente topografische kaart; recente luchtfoto’s; het Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN3); de Cultuurhistorische Waardenkaart (CHW) van de provincie Noord-Brabant; de archeologische verwachtingskaarten van de gemeente GemeenteX; plaatselijke (amateur-)archeoloog c.q. heemkundevereniging.

2.3 Afbakening en huidige situatie van het plangebied Afbakening plan- en onderzoeksgebied Het plangebied is het gebied waarbinnen de ruimtelijke ontwikkeling plaats vindt. Het onderzoeksgebied is het gebied waarbinnen voor het bureauonderzoek relevante informatie wordt verzameld. Dit is het gebied in een straal van circa 500 m rondom het plangebied. Het plangebied ligt aan De Hooivork, aan de oostzijde van de bebouwde kom van De Moer, in de gemeente Loon op Zand (kaart 1) en heeft een oppervlakte van circa 44.823 m2. Het maaiveld ligt volgens het Actueel Hoogtebestand van Nederland (AHN3) rond 6,5 m NAP en de centrumcoördinaten van het plangebied zijn X: 129433 en Y: 404167. Het plangebied is kadastraal bekend (kaart 2) als gemeente Loon op Zand, sectie Q en beslaat percelen 800, 858, 859, 945 (deels), 952, 953 en 313 (deels). 3

SIKB.

21808.001 versie 1

2 / 23

Huidige situatie Voor het bureauonderzoek is het van belang de huidige situatie te onderzoeken. Landgebruik en bebouwing kunnen van invloed zijn op de archeologische verwachting. Hiervoor is gebruik gemaakt van de meest recente gegevens. Het plangebied betreft voornamelijk gronden die in gebruik zijn door grondwerk- en bestratingsbedrijven (Hazenberg en René Verboven BV). Dit deel is grotendeels verhard met klinkers, stelconplaten en puin. Tevens zijn enkele gebouwen en groenstroken aanwezig. Het oostelijk gelegen deel van het onderzoeksgebied is momenteel in gebruik als grasland (zie kaart 3). De omliggende percelen zijn in gebruik als agrarisch gebied, woongebied, industrie gebied en natuur. Vigerend beleid Sinds 1 juli 2016 is de Erfgoedwet van kracht. Het doel van deze wet is te voorkomen dat archeologische waarden uit het verleden verloren gaan. In deze wet zijn de gemeenten verantwoordelijk voor het beheer van het bodemarchief binnen hun grondgebied. Voor een goed beheer van dit bodemarchief gebruikt de gemeente een archeologische beleidskaart. De archeologische beleidskaart geeft een gemeentebreed overzicht van bekende en te verwachten archeologische waarden. De kaart maakt inzichtelijk waar en bij welke ruimtelijke ingrepen een archeologisch onderzoek verplicht is en wordt als toetsingskader gebruikt voor ruimtelijke procedures.

Het plangebied valt binnen het bestemmingsplan Parapluherziening Loon op Zand 2019, wonen (vastgesteld 28 maart 2019) van de gemeente Loon op Zand. Volgens dit bestemmingsplan heeft het plangebied geen dubbelbestemming waarde archeologie. Volgens de archeologische beleidsadvieskaart van de gemeente Loon op Zand ligt de gehele onderzoekslocatie in een gebied met een verwachtingswaarde archeologie – laag (gebied met een lage archeologische verwachting). Het betreft landschappelijke zones met naar verwachting een lage dichtheid aan archeologische sporen. De beleidsdoelstelling voor deze categorie is archeologisch vooronderzoek om vast te stellen of er sprake is van behoudenswaardige archeologische waarden.

In deze gebieden dient, volgens de actualisatie van de archeologische waarden- en verwachtingenkaart en maatregelenkaart van de gemeente Loon op Zand uit 2017, bij planvorming en voorafgaand aan vergunningverlening bij een verstoringsoppervlak groter dan 10.000 m² en bodemingrepen dieper dan 50 cm -mv vroegtijdig een inventariserend archeologisch onderzoek te worden uitgevoerd.4 Milieuhygiënische situatie Om te bepalen of de milieuhygiënische situatie in het plangebied een risico vormt voor de uitvoering van archeologisch veldonderzoek, is het omgevingsrapportage van de provincie Noord-Brabant geraadpleegd.5 Binnen het plangebied zijn, voor zover bekend, geen bodemonderzoeken uitgevoerd. Binnen en rond het plangebied zijn verschillende bodemonderzoeken uitgevoerd.

4 5

Hessing, Klerks, Simons en Quak, 2011. Omgevingsrapportage.

21808.001 versie 1

3 / 23

Bij het pand Middelstraat 6 is in 1993 een ondergrondse tank verwijdert en de grond er omheen is gesaneerd. In 1996 zijn bij het pand Middelstraat 10 twee ondergrondse tanks verwijderd en is de grond er omheen gesaneerd.6 Aan de Middelstraat 10 zijn in 1996 twee onderzoeken uitgevoerd. Bij het eerste onderzoek is vastgesteld dat de bodem vanaf maaiveld tot een diepte van 6,5 meter bestaat uit zand. In de bovengrond is plaatselijk puin aangetroffen. Het grondwater bevindt zich op circa 2,2 - 2,5 m-mv. In vier mengmonsters zijn licht verhoogde gehalten aan PAK aangetoond. In grondmonsters genomen nabij de voormalige dieselinstallatie, het voormalige bedrijfspand en op het middenterrein zijn sterk verhoogde gehalten aan minerale olie aangetoond. In het grondwater ter plaatse van de voormalige dieselinstallatie zijn sterk verhoogde gehalten aan minerale olie en naftaleen aangetoond. Bij het nader bodemonderzoek is gebleken dat grond en grondwater ter plaatse van de voormalige dieselinstallatie sterk zijn verontreinigd door minerale olie. De verontreiniging strekt zich uit tot over de perceelsgrens. Gesteld kan worden dat saneringsnoodzaak bestaat voor deze verontreiniging. In een grondmonster afkomstig van het middenterrein zijn sterk verhoogde gehalten aan PAK en minerale olie aangetoond. Het grondwater ter plaatse is sterk verontreinigd door minerale olie en naftaleen.

De omvang (horizontaal en verticaal) van de verontreiniging is nog niet in kaart gebracht. Voor de sterk verhoogde gehalten aan PAK (grond) en minerale olie (grond en grondwater) op het terrein bestaat aanleiding tot het uitvoeren van nader onderzoek. 7 Bij een onderzoek in 2011 aan de Middelstraat 10 zijn licht tot matige verontreinigingen aangetroffen maar niet ernstig. In de bovengrond is een verhoogd gehalte boven zowel de generieke als de lokale achtergrondwaarde voor zink aangetroffen. In het grondwater is barium boven de streefwaarde verhoogd aangetroffen. 8

2.4 Toekomstige situatie Het toekomstige gebruik/inrichting van het plangebied kan gevolgen hebben op het in-/ex-situ behoud van de archeologische waarde. In het plangebied is woningbouw gepland. Hierbij zal een gebied met een oppervlakte van circa 44.823 m2 worden heringericht. Het exacte oppervlak en de diepte van verstoring ten behoeve van de nieuwbouw is onbekend (zie bijlage 6) evenals wie de toekomstige gebruikers worden. De geplande werkzaamheden kunnen tot gevolg hebben dat eventueel aanwezige archeologische waarden worden verstoord.

2.5 Aardwetenschappelijke gegevens Het landschap heeft altijd een belangrijke rol gespeeld in het nederzettingspatroon. Bij onderzoek naar archeologische sporen in een bepaald gebied is het van groot belang te weten hoe het landschap er in het verleden heeft uitgezien. Men kan meer te weten komen over dit landschap door de geologische opbouw, de bodem en de hydrologie van een gebied te bestuderen.

6

Omgevingsrapportage. GEOFOX BV, 1996a & GEOFOX BV, 1996b. 8 Omgevingsrapportage. 7

21808.001 versie 1

4 / 23

De volgende aardwetenschappelijke gegevens zijn bekend van het plangebied: Tabel 2.1

Aardwetenschappelijke gegevens plangebied

Type gegevens

Gegevensomschrijving

Geologie9

Formatie van Boxtel, grotendeels Laagpakket van Wierden, zuidoostelijke punt Laagpakket van Kootwijk.

Geomorfologie10

Dekzandwelvingen (code L51yc)

Bodem11

Veldpodzolgronden; leemarm en zwak lemig fijn zand (Code Hn21)

Grondwatertrap

Vb

Landschappelijke ontwikkeling Het plangebied bevindt zich in het noordelijke deel van de Roerdalslenk, een gebied met actieve tektonische bodemdaling. Het landschap heeft in hoofdzaak zijn huidige vorm gekregen gedurende de laatste ijstijd van het Pleistoceen, het Weichselien, en het Holoceen.12 Gedurende de laatste ijstijd had de wind vrij spel in het verplaatsen van zand en silt. In deze periode werd over een groot deel van Nederland, waaronder ook de omgeving van het plangebied, een pakket dekzand afgezet. De dekzanden zijn onderverdeeld in het Oude en Jonge dekzand. Het Oude dekzand is tijdens het Pleniglaciaal afgezet in horizontaal gelaagde pakketten. Door verspoeling komen er vaak lemige of (zwak) grindige banden in het Oude dekzand voor. Het Jonge dekzand is tijdens het Laat Glaciaal afgezet in de vorm van dekzandruggen en wordt ook wel het Laagpakket van Wierden genoemd, welke behoort tot de Formatie van Boxtel. 13 In het Holoceen (vanaf circa 10.000 jaar geleden) zijn door verwaaiing van de dekzanden lokaal stuifzandgebieden ontstaan. Bij het ontstaan hiervan speelde de mens een belangrijke rol, door beweiding, afbranden en het steken van plaggen op de heidevelden dat voornamelijk plaatsvond in de Nieuwe tijd. De stuifzanden worden gerekend tot het Laagpakket van Kootwijk, welke behoort tot de Formatie van Boxtel.

14 In de zuidoostelijke punt van het palngebied komt het Laagpakket van Kootwijk voor. Het Holoceen kenmerkt zich door een blijvende klimaatverbetering en sterke zeespiegelstijgingen en daarmee samenhangend sterke grondwaterstijgingen. Gedurende het Holoceen ontwikkelt zich door de stijgende grondwaterstanden een dik veenpakket in het westen van Brabant. In eerste instantie worden de kleipakketten in het westen hierdoor afgedekt, maar later ook de Pleistocene dekzandgebieden waarvan ook het plangebied deel uitmaakt. In de dekzandgebieden begint de veengroei in de laaggelegen beekdalen en breidt zich van daar uit

9

De Mulder et al., 2003. BRO Geomorfologische kaart, NGR/WER, 2019. 11 BRO Bodemkaart, NGR/WER, 2018. 12 Hessing, Klerks, Simons en Quak, 2011. 13 De Mulder et al. 2003, Berendsen, 2008. 14 Berendsen, 2008 10

21808.001 versie 1

5 / 23

naar de hogere delen van het dekzandgebied. Gedurende de Bronstijd en IJzertijd breidt dit veengebied zich uit over het dekzandgebied ten westen van het plangebied, in 500 voor Chr. (IJzertijd) is ook het grootste deel van het plangebied zelf met veen afgedekt (zie kaart 6).15 Dit blijft zo tot in de Middeleeuwen. Vooral in de periode 1200-1630 is veel van het veen afgegraven voor de turfwinning en plaatselijk mogelijk ook zoutwinning. Na deze periode wordt er geen veen meer op de zandgronden rond De Moer aangetroffen.16 Volgens de turfdatabank van de provincie Antwerpen, die is gebaseerd op het werk van Leenders17, behoort het plangebied tot de oostelijke rand van het voormalige veengebied, tegen het dekzandgebied aan. 18 DINO Het Dinoloket19 is de centrale toegangspoort tot Data en Informatie van de Nederlandse Ondergrond (DINO). Het DINO-systeem is de centrale opslagplaats voor geowetenschappelijke gegevens over de diepe en ondiepe ondergrond van Nederland. Het archief omvat diepe en ondiepe boringen, grondwatergegevens, sonderingen, geo-elektrische metingen, resultaten van geologische, geochemische en geomechanische monsteranalyses, boorgatmetingen en seismische gegevens. De site wordt beheerd door TNO.

In het Dinoloket zijn enkele boringen bestudeerd.20 Hieruit blijkt dat ten noordwesten van het plangebied de bovenste lagen van de ondergrond bestaat uit zeer fijn tot matig fijn zand. Vanaf 1,7 meter onder maaiveld komen leemlagen voor. Ten zuidoosten komt onder een 1,3 meter dik zandpakket een 40 centimeter dik pakket veen voor, hieronder ligt een 40 centimeter dikke laag leem op zand. De aangetroffen zandlagen zullen tot de formatie van Boxtel Laagpakket van Wierden behoren terwijl de leemlagen waarschijnlijk oudere fluviatiele afzettingen of oud dekzand betreffen en het veen zal gevormd zijn in een natte laagte (waarschijnlijk voor het holoceen). Geomorfologie21 De geomorfologische kaart van Nederland geeft de mate van reliëf en de vormen die in het landschap te onderscheiden zijn weer. Volgens de geomorfologische kaart ligt het plangebied op dekzandwelvingen (code L51yc) (zie kaart 6). Bij windafzettingen en in het bijzonder bij die met flauwe hellingen (dekzand) komt vaak een zwak golvend oppervlak voor, waarvan de terreinverheffingen niet afzonderlijk kunnen worden aangegeven (vormsubgroep L51); op de hogere delen ligt soms een oud-bouwlanddek (yc). Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN) Het Actueel Hoogtebestand Nederland22 vormt een belangrijke aanvullende informatiebron voor de landschapsanalyse.

Dit met behulp van laseraltimetrie verkregen digitale bestand vormt een gedetailleerd beeld van het huidige reliëf in het plangebied. Uitgaande van het AHN ligt het plangebied in een redelijk vlak gebied met weinig reliëf, ten westen ligt een laagte en ten oosten hogere gronden met veel reliëf (zie kaart 7). Naar het oosten toe is de overgang abrupt wat mogelijk het gevolg kan zijn van afgravingen/egalisaties in het plangebied. 15

Bazelmans et al., 2011. Stichting voor Bodemkartering, 1990. 17 Leenders, 2013. 18 Turfdatabank 19 Dinoloket. 20 DINO boornummers B44G0660 & B44G0728. 21 BRO Geomorfologische kaart, 2019. 22 PDOK/Rijkswaterstaat (2018) ‘Actueel Hoogtebestand Nederland 3 WCS. 16

21808.001 versie 1

6 / 23

Bodemkunde Volgens de Bodemkaart van Nederland (1:50.000) is het plangebied gekarteerd als veldpodzolgronden; leemarm en zwak lemig fijn zand (Code Hn21) (zie kaart 8). Een veldpodzolgrond is een bodemtype in het Nederlandse systeem van bodemclassificatie dat behoort tot de suborde van de hydropodzolgronden. In deze suborde worden hydromorfe kenmerken hoog in het profiel waargenomen, wat erop wijst dat ze in het verleden permanent of periodiek met water verzadigd waren. Een veldpodzolgrond heeft een mineraalarme bovengrond (A horizont) met sterk gebleekte zandkorrels. Dit is het gevolg van sterke uitloging van ijzer en basen die niet alleen in de bovengrond, maar veelal ook in de ondergrond heeft plaatsgevonden. Een E-horizont ontbreekt meestal, maar er zijn ook veldpodzolen met een enkele decimeters dikke, lichtgrijze tot witte, bijna humusvrije uitspoelingshorizont (loodzand). Door het podzoleringsproces bevindt zich in de ondergrond ingespoelde humus (B-horizont). De overgangen van de B-horizont naar boven en naar onderen zijn vaak zeer geleidelijk. Veldpodzolen zijn de meest voorkomende podzolgronden in Nederland. Ze worden veel aangetroffen in de jonge heideontginningen, gebieden die tot eind de 19 e- begin 20e eeuw met heide waren bedekt (de woeste gronden).

De veldpodzolgronden liggen in lagere delen, zoals afvoerloze laagten, en op lage ruggen, met relatief hoge grondwaterstanden. Op hogere plaatsen worden ze alleen gevonden als daar tijdens het proces van bodemvorming hoge grondwaterstanden waren; dit is het geval bij bijvoorbeeld dekzandruggen die vroeger in het veen hebben gelegen. Bij de veldpodzolen wordt aangenomen dat niet de vegetatie, maar de hydrologische ligging van grote invloed op de bodemvorming geweest.23 Boringen In het plangebied zijn in het kader van andere bodemonderzoeken in het zuiden van het plangebied (bij Middelstraat 10) boringen gezet. Uit deze boringen blijkt dat van 0 - 2,0 meter onder maaiveld fijn tot matig fijn zand voorkomt, plaatselijk in de bovengrond puinhoudend. Van 2,0 - 3,5 meter onder maaiveld komt zwak leemhoudend fijn zand voor (einde diepste boring).24 Aanvullende informatie voor de bodem valt uit deze gegevens niet te halen. Wel komt het beeld overeen met de Dinoboring ten noordwesten van het plangebied. Grondwatertrap Grondwatertrappen zijn een indicatie voor de diepte van de grondwaterstand en de seizoensfluctuatie daarvan. Het grondwaterpeil is een indicatie voor de conservering van metalen en organische resten; hoe beter de ontwatering, hoe slechter de conservering. De grondwatertrappenindeling is gebaseerd op de gemiddeld hoogste (GHG) en de gemiddeld laagste grondwaterstand (GLG).

Hiermee worden de winter- en zomergrondwaterstanden gekarakteriseerd in een jaar met een gemiddelde neerslag en verdamping. In stedelijk gebied zijn geen grondwatertrappen bepaald. Deze worden als ‘witte vlekken’ op de Bodemkaart van Nederland (1:50.000) weergegeven. Tabel 2.2 geeft een overzicht van de klassengrenzen die worden aangehouden bij de indeling van de grondwatertrappen. De trappen worden vastgesteld op een schaal van I tot VII van respectievelijk extreem nat tot

23 24

Stichting voor Bodemkartering, 1990. GEOFOX BV, 1996a.

21808.001 versie 1

7 / 23

extreem droog. Bij sommige grondwatertrappen is een * weergegeven: het gaat hier om tussenliggende grondwatertrappen die een drogere variant vertegenwoordigen. Tabel 2.2

Grondwatertrappenindeling25

Grondwatertrap

I

II'

III'

IV

V'

VI

VII"

VIII

GHG (cm -mv)

-

<40

<40

>40

<40

40-80

>80

> 140

GLG (cm -mv)

<50

50-80

80-120

80-120

>120

>120

>120

-

') Bij deze grondwatertrappen wordt een droger deel onderscheiden ") Een met een * achter de code als onderverdeling aangegeven "zeer droog deel" heeft een GHG dieper dan 140 cm beneden maaiveld

Het plangebied bevindt zich in een gebied dat wordt gekenmerkt met een grondwatertrap Vb. De conservering van metalen en organische resten zal in het plangebied, vanwege de grondwaterstand, redelijk kunnen zijn. Bij het verkennend booronderzoek in 1996 is het grondwater pas op 2,2 – 2,5 meter onder maaiveld vastgesteld. Omdat het plangebied op zand ligt wordt niet verwacht dat het toekomstig grondwaterpeil zal worden beïnvloed.

2.6 Archeologische waarden 2.6.1

AMK-terreinen, onderzoeksmeldingen en vondsmeldingen

Om inzicht te krijgen in bekende archeologische waarden in de omgeving van het plangebied is het van belang de bekende archeologische waarden (al dan niet volledig onderzocht) te beschrijven. Een belangrijke informatiebron is het landelijke ARCHeologisch Informatie Systeem (ARCHIS), de online database van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed.26 Deze database bevat onder meer informatie over archeologische onderzoeken, vondstmeldingen en archeologische monumentterreinen. In kaart 9 zijn de archeologische waarden en onderzoeken in de omgeving van het plangebied weer gegeven. Voor het onderzoek wordt vooralsnog gekeken naar de waarden binnen een straal van 500 m rondom het plangebied. AMK-terreinen De Archeologische Monumentenkaart (AMK) bevat een overzicht van archeologische monumenten/terreinen in Nederland. De terreinen zijn beoordeeld op verschillende criteria (kwaliteit, zeldzaamheid, representativi-teit, ensemblewaarde en belevingswaarde). Op grond daarvan zijn deze ingedeeld in vier categorieën; terrei-nen met archeologische waarde, een hoge archeologische waarde, een zeer hoge archeologische waarde of een zeer hoge archeologische waarde met een beschermde status. Het plangebied ligt niet binnen een AMK-terrein en

25 26

Locher & De Bakker, 1990. Archeologisch informatiesysteem Archis3, Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE), Amersfoort

21808.001 versie 1

8 / 23

ook binnen het onderzoeksgebied liggen géén AMK-terreinen (zie Kaart 9). Hert dichtstbijzijnde AMK-terrein ligt 1,7 kilometer ten zuidoosten van het plangebied. Onderzoeksmeldingen Binnen het onderzoeksgebied zijn in de afgelopen jaren door verschillende archeologische bedrijven en instellingen in totaal zes archeologische onderzoeken uitgevoerd, waarvan vier direct ten westen van het plangebied (zie bijlage 2 en Kaart 9). Er worden verschillende typen archeologische onderzoeken onderscheiden. Voor ons onderzoek zijn met name de archeologische veldonderzoeken van belang, dus de booronderzoeken, proefsleuvenonderzoeken, archeologische begeleidingen en opgravingen. Bureauonderzoeken worden buiten beschouwing gelaten. Als er tijdens archeologisch onderzoek vondsten worden gedaan, dan kunnen er één of meerdere vondstlocaties worden geregistreerd. De resultaten van de onderzoeken die rondom het plangebied zijn uitgevoerd laten zien dat na twee booronderzoeken een vervolgonderzoek is geadviseerd. Eén vervolgonderzoek is er tot op heden uitgevoerd direct ten westen van het plangebied in de vorm van een proefsleuvenonderzoek waarbij geen behoudenswaardige vindplaats is aangetroffen (zie paragraaf hieronder voor de vondstmelding die uit dit onderzoek is voortgekomen.

Bij een derde booronderzoek, direct ten westen van het plangebied, is geen vervolgonderzoek geadviseerd vanwege een verstoorde bodemopbouw waardoor er geen behoudenswaardige archeologische vindplaats wordt verwacht. 27 Vondstmeldingen In ARCHIS staan alle bekende archeologische vondstmeldingen geregistreerd. Binnen het plangebied zijn geen vondstmeldingen geregistreerd en binnen het onderzoeksgebied staat één vondstmelding geregistreerd uit de Nieuwe tijd (zie bijlage 3 en Kaart 9). De dichtstbijzijnde tweede vondstmelding bevindt zich ongeveer 1,5 kilometer ten noordoosten van het plangebied. De aangetroffen vondsten binnen het onderzoeksgebied betreffen fragmenten van dakpannen, baksteen, fragmenten van faience/industrieel wit aardewerk, porselein en kleurloos/ontkleurd glas. Deze kunnen gedateerd worden in de Late Nieuwe tijd. Verder zijn er nog 8 greppels/sloten aangetroffen die waarschijnlijk wijzen op agrarische activiteiten.

2.6.2

Andere bronnen

Cultuurhistorische Waardenkaart Provincie Noord-Brabant In de CHW-kaart van de provincie Noord-Brabant28 heeft de provincie het ‘provinciaal belang’ aangeduid. Dit belang bestaat uit 21 cultuurhistorische en 16 archeologische landschappen. In de 21 cultuurhistorische landschappen heeft de provincie verschillende cultuurhistorische vlakken gedefinieerd. Van al deze landschappen en vlakken zijn beknopte beschrijvingen gemaakt. De 16 archeologische landschappen hebben tot doel om het bodemarchief in de bewuste gebieden duurzaam en in samenhang te behouden. Het plangebied ligt niet in een cultuurhistorisch en archeologisch landschap. Direct ten oosten ligt het cultuurhistorisch waardevol complex Landgoed Huis ter Heide. Landgoed Huis ter Heide is een natuurgebied gelegen tussen Tilburg, De Moer en Loon

27 28

Archeologisch informatiesysteem Archis3, Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE), Amersfoort Brabant.nl.

21808.001 versie 1

9 / 23

op Zand. Het meest westelijke deel van Huis ter Heide is in de 14 e eeuw afgegraven voor de turfwinning. Op dit afgegraven gebied ontstond daarna een heidegebied. Dit gebied kreeg de naam “de Groote Bodem”. In 1850 werd hier de langgevelboerderij “Het Bodemhuis” opgetrokken en werd een poging ondernomen om de gronden geschikt te maken voor landbouw. In 1864 wordt het jachthuis “Huis ter Heide” opgetrokken. Door de groeiende vraag van naaldhout wordt landbouwgrond omgevormd in productiebos. In 1919 verlaten de laatste bewoners de boerderij De Groote Bodem en in 1938 worden de restanten geslecht. Een linden die voor de boerderij stond is een laatste getuige. Wetenschappelijke publicaties, archieven en provinciaal archeologisch depot In het kader van dit bureauonderzoek zijn twee wetenschappelijke publicaties geraadpleegd van een archeologisch booronderzoek en een proefsleuvenonderzoek die direct ten westen van het plangebied zijn uitgevoerd. 29 Er heeft in het kader van dit bureauonderzoek geen archiefonderzoek, met uitzondering van het bouwarchief, en er is geen contact gezocht met het depot van de provincie Noord-Brabant, aangezien verwacht werd dat dit voor dit plangebied geen meerwaarde zou hebben. In 2011 heeft ADC een aanvullend booronderzoek uitgevoerd voor het plangebied Middelstraat tussen nr. 10 en nr. 14.

Hieruit bleek dat de ondergrond bestond uit dekzand (Laagpakket van Wierden, Formatie van Boxtel). De hoeveelheid roestvlekken en humeuze vlekken was in de top van het pakket dekzand veel groter dan in de basis. In de top van het pakket dekzand is namelijk roest en humus ingespoeld. De humeuze vlekken in de bodem zijn door omwerking van de bodem, bioturbatie of doorworteling ontstaan. De top van dit pakket was in twee boringen een omgewerkte BC-horizont. In drie andere was de BC-horizont afwezig en is deze opgenomen in het humeuze dek. De bovengrond van het plangebied bestond uit een bouwvoor van circa 30 cm dik en daaronder een omgewerkt pakket tot circa 45-60 cm –mv. Dit omgewerkte pakket was een menglaag van de humeuze bovengrond en de top van het dekzand. De donkerbruingrijze heterogene laag met veel kiezels die in één boring is aangetroffen betrof vermoedelijk opgebrachte grond. Deze boring was namelijk naast een hoger liggend bedrijventerrein gezet. Na aanleiding van de resultaten van het booronderzoek is de conclusie getrokken dat de bodem van het plangebied tot in de C-horizont verstoord is geraakt. In de twee boringen waar nog een BChorizont in aanwezig was is deze omgewerkt. Het vondstniveau in de top van het dekzand is in het hele plangebied verstoord geraakt. In het centrale deel van het plangebied is de BC-horizont opgenomen in de humeuze bovenlaag.

Dit betekent dat in het centrale deel van het plangebied ook het potentiële sporenniveau verstoord is geraakt. De bodem is in het plangebied dieper verstoord dan in het noordelijke deel van het projectgebied “De Hooivork”. ADC ArcheoProjecten heeft vervolgens geadviseerd om het terrein vrij te geven voor de voorgenomen ontwikkeling.30 In 2012 heeft IDDS Archeologie in het noordelijke deel van het projectgebied “De Hooivork” een proefsleuvenonderzoek uitgevoerd. Tijdens het onderzoek zijn geen noemenswaardige archeologische resten aangetroffen. De opbouw van de ondergrond bestaat in het gehele plangebied uit een circa 20 tot 40 cm dik antropogeen geroerd donkergrijsbruin pakket van humeus, matig siltig zand. Hieronder is een volgend pakket bestaand uit lichtbruingrijs matig fijn 29

Van de andere twee onderzoeken die direct ten westen van het plangebied zijn uitgevoerd was geen rapportage beschikbaar. 30 Beckers & Blom, 2011.

21808.001 versie 1

10 / 23

zand en dit betreft de top van het pakket laatpleistoceen dekzand dat geologisch gezien tot het Laagpakket van Wierden van de Formatie van Boxtel behoort. In het pakket dekzand zijn sporen van inspoeling van ijzeroxiden waargenomen (roestige kleur). De overgang van pakket 1 naar 2 is scherp. Deze scherpe overgang, de geringe dikte van de bouwvoor en het ontbreken van resten van bodemvorming duiden er mogelijk op dat het plangebied is afgegraven. Het plangebied ligt op het oog niet lager dan de omringende percelen. Het is daarom ook onduidelijk in hoeverre het gebied is afgegraven voor bijvoorbeeld zandwinning. De bouwvoor bevat slechts (sub)recent vondstmateriaal. De enige sporen die zijn aangetroffen zijn (sub)recente greppels of sloten. Een drietal van deze sloten is nog wel terug te vinden op het kadastrale minuutplan van 1811-1832 hetgeen deze sporen minimaal 180 jaar oud maakt. Deze perceleringssporen zijn echter archeologisch gezien van weinig waarde. Gezien de resultaten van het proefsleuvenonderzoek kan gesteld worden dat er geen sprake is van een behoudenswaardige vindplaats.31 Het meest interessante bij deze onderzoeken is de bodemopbouw die in beide (aansluitende) gebieden verstoord is. Mogelijk is dit het gevolg van turfwinning al kunnen recentere bodemingrepen hier (ook) verantwoordelijk voor zijn.

Verder wordt er melding gemaakt van roest in de top van de C-horizont wat een aanwijzing kan zijn voor natte bodemomstandigheden. Archeologische Werkgemeenschap Nederland, afdeling 24 Midden Brabant Voor aanvullende informatie is contact gezocht met de plaatselijke Archeologische Werkgemeenschap Nederland, afdeling 24 Midden Brabant. Deze wisten het volgende te melden: “Qua archeologische vondsten is van dit perceel (en naaste omgeving) niets bekend, maar landschappelijk is dit gebied zeker interessant. De Moer lag lang in een uitgestrekt hoogveengebied dat vanaf ongeveer 1400 is verveend. Recent is hierover uitvoerig geschreven door de heer Verschuren in twee artikelen waarin een uitgebreide landschapsreconstructie is gemaakt en het ontstaan van het dorp De Moer is beschreven. Langs de oostelijke begrenzing van het plangebied liep een turfvaart waarvan iets noordelijker een restant nog als sloot aanwezig is. Deze vaart is als zodanig (“Wolfsloot Een oude Turfvaardt”) nog te zien op de kaart die Hendrik Verhees in 1772 maakte van de heerlijkheid Loon op Zand. Op die kaart loopt deze vaart in zuidelijke richting door tot ongeveer waar nu de hoogspanningslijn over het terrein loopt. Het plangebied maakt op die kaart deel uit van een uitgestrekte (deels natte) heide.” Zie figuur 2.1 voor de uitsnede uit deze kaart.

Vervolgens is contact opgenomen met de heer Verschuren en die deelde het volgende mede: “De locatie ligt precies op de plek waar het Loonse Moer uitwigde tegen de dekzandrug van Huis ter Heide (de voormalige lagg). Als er als prehistorische vondsten zijn te verwachten (brons- en ijzertijd) dan zou dat in of net buiten de lagg moeten zijn. Ik denk echter niet dat er nederzettingen uit die tijd liggen, omdat deze wat hoger op de dekzandrug zijn te verwachten (en hebben gelegen bv. bij Westloon en Venloon-Oude Straat). Over steentijd artefacten kan ik niets zeggen. De basis van het moer dateert waarschijnlijk van het Bølling, zodat enkel nog Allerød artefacten zijn te verwachten, niet jonger. Het betreft hier echter steeds losse vondsten op de hoge delen van de dekzandrug van de Loonse en Drunense Duinen. Wel zijn van de buitenrand van de lagg enkele losse midden- en jonge steentijd vondsten bekend (respectievelijk bij het Leike en de zuidzijde van de golfbaan bij het Kraanven). Kortom; ofschoon het niet is uitgesloten dat er prehistorische artefacten kunnen worden gevonden op de locatie van het plangebied, zullen dit waarschijnlijk steeds losse vondsten zijn.” 31

Bos, 2013.

21808.001 versie 1

11 / 23

Figuur 2.1 Kaart van Verhees uit 1772 (globale ligging plangebied rood omcirkeld). Bron: plaatselijke Archeologische Werkgemeenschap Nederland, afdeling 24 Midden Brabant. Wat het landschap na 1200 betreft verwijs de heer Verschuren naar zijn publicatie. Voor 1100 was in het gebied van wat nu De Moer heet nog geen sprake van menselijk ingrijpen. Op de huidige locatie van het dorp lag een uitgestrekt hoogveengebied. In 1269 werd de heerlijkheid Venloon alsook het domein met zijn gronden als leen uitgegeven aan van Willem van Horn. Onder Paulus I van Haastrecht werd het veen in exploitatie genomen. Hij kreeg in 1396 toestemming van hertogin Johanna van Brabant om een vaart te graven van Venloon naar ’s- Hertogenbosch. Deze vaart kwam pas na zijn overlijden gereed. In de beginfase kunnen waterloopjes zijn verruimd voor de afvoer van de turven. Na het overlijden van Paulus I van Haastrecht werd het Loonse moer verdeeld in drie grote stukken van elk ongeveer 300 bunder. Met het afgraven van het

21808.001 versie 1

12 / 23

veen heeft zich een infrastructuur ontwikkeld die geheel is te herleiden tot de verdeling van het moer onder de kinderen van Paulus I van Haastrecht. Deze bestond uit vaarten, wegen en moerdijken. Toen in de eerste helft van de 17e eeuw de inkomsten uit de turfwinning terugliepen, begon de heer van Loon met de uitgifte van gronden voor ontginning. Omdat hij, gezien de inkomsten die hij genoot uit deze ontginningen, gebaat was bij een goed functionerend agrarisch bedrijf, verbeterde hij gelijktijdig de droge en natte infrastructuur door wegen aan te leggen, oude vaarten om te vormen tot afwateringssloten (waterlaten) en eventuele nieuwe voorzieningen aan te leggen. De landbouwontginningen in De Moer – en daarmee het ontstaan van het dorp – vingen aan in 1620 ten westen en noordwesten van het plangebied. Deze ontginningen vonden plaats binnen de infrastructuur waarvan de basis ruim twee eeuwen eerder werd gelegd bij de deling van de moeren onder de kinderen van Paulus I van Haastrecht. Deze structuur kon blijven bestaan in de vorm van vaarten en moerdijken die over deze oude eigendomsgrenzen waren aangelegd. Binnen dit raster werd de Moer tussen 1620 en 1820 systematisch ontgonnen. In deze situatie kwam gedurende de daarop volgende 100 jaar weinig verandering. De laatste grote ontginningsgolf liet op zich wachten tot aan de crisisjaren in de jaren ’30 van de vorige eeuw.

Deze ontginningen werden mogelijk door de lage arbeidslonen in die periode. Daarnaast waren de ontginningen succesvol door een aantal vernieuwingen in de landbouw, zoals op het vlak van bemesting (kunstmest) en materieel (mechanische kracht zoals dorsmachines en tractoren). Als we van de topografische kaart blad 44H de uitgave 1925 vergelijken met de uitgave 1936, dan valt op dat in een relatief korte periode van tien jaar, nagenoeg alle resterende heide in De Moer, was omgezet in landbouwgrond. Kort voor 1925 moet de ontginning van Huis ter Heide ter hand zijn genomen. Hier werd onder andere gebruik gemaakt van (goedkope) arbeidskrachten in het kader van de werkverschaffing.32 Heemkundekring Voor aanvullende informatie is ook contact gezocht met de plaatselijke Heemkundekring Loon op ’t Sandt, d.d. 6 april 2023, maar dit heeft binnen het tijdsbestek van de uitvoering van dit onderzoek geen aanvullende informatie opgeleverd.

2.7 Beschrijving van het historische gebruik In het plangebied kunnen naast archeologische sporen ook historische relicten voorkomen die nog in het landschap zichtbaar zijn. Het gaat hierbij om historisch geografische relicten zoals nederzettingsvormen en wegenen kavelpatronen. Veel van deze bewaard gebleven historische geografie geeft door de herverkavelingen in de tweede helft van de 20e eeuw een incompleet beeld van het historisch landschap. Historische kaarten van vóór de herverkaveling zijn een goede aanvulling op het huidige incomplete beeld. Voor de historische ontwikkeling is naast het historisch kaartmateriaal ook relevante achtergrondliteratuur geraadpleegd. Korte bewoningsgeschiedenis van De Moer33 In deze paragraaf wordt een bespreking van de bewoningsgeschiedenis van de streek gegeven. Een algemene ontwikkeling van de bewoningsgeschiedenis van Nederland wordt weergegeven in bijlage 4.

32

Verschuren, 2022.

33

Hessing, Klerks, Simons en Quak, 2011; reliwiki.nl

21808.001 versie 1

13 / 23

De Moer is genoemd naar de veengrond die hier voorkwam en de daaruit voortkomende turfwinning. De Moer is altijd klein gebleven, gelegen op een kruising van wegen en bestaat grotendeels uit lintbebouwing. Pas in 1894 werd De Moer een zelfstandige parochie die afgesplitst werd van die van Loon op Zand. In eerste instantie is er een houten noodkerk gebouwd, welke in 1902 is vervangen door de huidige Sint-Joachimkerk op 250 meter ten zuidwesten van het plangebied. Historisch kaartmateriaal De situatie van het plangebied is op verschillende historische kaarten als volgt: Tabel 2.3

34 35

Geraadpleegd historisch kaartmateriaal

Bron

Periode

Kaartblad

Kadastrale minuut34

1811-1832

Bonneblad35

Schaal

Omschrijving plangebied

Bijzonderheden/directe omgeving

Gemeente 1:2.500 Loon op Zand, Sectie G, Blad 02

Heidegebied onderverdeeld in verschillende percelen

Heidegebied, verschillende percelen, doorsneden door wegen en groenstroken. Ten westen agrarische percelen. Huidige Middelweg reeds aanwezig.

1850-1864

44 Geertruidenberg

1:50.000

Heidegebied doorsneden door weg.

Geen grootschalige veranderingen.

Militaire topografische kaart (veldminuut)

1870

605

1:50.000

Heidegebied

Ten zuidwesten bebouwing aan de kruising huidige Middelweg en huidige Zijstraat.

Militaire topografische kaart (veldminuut)

1897

605

1:50.000

Heidegebied met stukjes bos.

Geen grootschalige veranderingen.

Militaire topografische kaart (veldminuut)

1912

605

1:50.000

Heidegebied met stukjes bos.

Geen grootschalige veranderingen.

Militaire topografische kaart (veldminuut)

1920

605

1:50.000

Heidegebied met stukjes bos.

Geen grootschalige veranderingen.

Topografische kaart

1936

44G

1:25.000

Weiland en akker.

Akkers, weiland, heide en bosgebied. Bebouwing ten zuidwesten en westen uitgebreid.

Topografische kaart

1947

44G

1:25.000

Weiland en akker.

Heide ontgonnen, nu akkers.

Topografische kaart

1959

44G

1:25.000

Zuidzijde bebouwing rest wei- Bebouwing ten zuiden planland en akker. gebied.

Topografische kaart

1969

44G

1:25.000

Zuidzijde bebouwing rest wei- Bebouwing omgeving uitgeland. breid.

Beeldbank Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed. Kadaster Topotijdreis (bron voor deze kaart en de hierop volgende kaarten in deze tabel).

21808.001 versie 1

14 / 23

Topografische kaart

1981

44G

1:25.000

Bebouwing zuidzijde uitgebreid, rest akkers en weiland.

Bebouwing omgeving uitgebreid.

Topografische kaart

1988

44G

1:25.000

Geen veranderingen

Bebouwing omgeving uitgebreid.

Topografische kaart

1999

44G

1:25.000

Delen plangebied, ten noorden van de bebouwing, waarschijnlijk verhard. Rest is grasland

Bebouwing omgeving uitgebreid.

Topografische kaart

2004

44G

1:25.000

Bebouwing zuidzijde uitgebreid. Watergang/sloot door het plangebied aangegeven.

Bebouwing omgeving uitgebreid, waterpartij ten noordoosten plangebied gerealiseerd.

Op basis van het beschikbare gedetailleerde historische kaartmateriaal (zie tabel 2.3) blijkt dat het plangebied vanaf de eerste helft van de 19e eeuw tot in het eerste kwart van de 20e eeuw heide is (zie kaarten 10-12) wat waarschijnlijk ook het geval is op de kaart van Verhees uit 1772 (zie figuur 2.1). Tussen 1920 en 1936 is het ontgonnen en in agrarisch gebruik genomen (zie kaart 13). Tussen 1947 en 1959 verschijnt de eerste bebouwing in het plangebied dat zich in de loop der tijd uitbreidt totdat de huidige situatie ontstaat (zie kaarten 14-16). De onbebouwde delen blijven deels in agrarisch gebruik of worden verhard. De watergang/sloot die nu door het plangebied loopt wordt op de kaart uit 2004 voor het eerst weergegeven. Vanaf de eerste de eerste helft van de 19e eeuw ligt de huidige Middelstraat ten zuiden van het plangebied, aan deze straat en de huidige Zijstraat ten westen van het plangebied ontwikkelt zich bebouwing die zich uitbreidt ten westen en zuiden van het plangebied. Bouwhistorische gegevens Bij de gemeente Loon op Zand bij is het via afdeling Vergunningverlening, Toezicht & Veiligheid het archief van de Bouw- en Woningtoezicht geraadpleegd. Tabel 2.4 geeft een opsomming van de door de gemeente in het kader van dit onderzoek aangeleverde bouwvergunningen voor het plangebied. Tabel 2.4

Verleende bouwvergunningen Middelstraat 10A, perceel Q945

Naam aanvrager

Jaartal

Omschrijving

Hazenberg Beheer B.V.

1997

Vervangen van een houten constructie met een golfplaten dak door een nieuwe stalling/berging. De buitenmuren zijn gefundeerd op een funderingsplint tot 1 meter onder maaiveld, deze fundering is onderin 30 centimeter breed. Tussen de funderingen is onder de vloer, die 30 centimeter onder maaiveld ligt, een zandlaag aangebracht. Deze reikt waarschijnlijk tot 60 centimeter onder maaiveld.

21808.001 versie 1

15 / 23

Tabel 2.5

Verleende bouwvergunningen Middelstraat 8, perceel Q952

Naam aanvrager

Jaartal

Omschrijving

J.C. Verboven

1976

Bouwen van een stal. Dragende muren, buitenzijde en één in het gebouw gefundeerd op poeren, 40 tot 60 centimeter breed, die reiken tot 70 centimeter onder peil (peil is bovenkant vloer (waarschijnlijk maaiveld)). Over de lengte van de stal lopen twee mestkelders, gefundeerd op een 1,9 meter brede betonen plaat. De bodem loopt schuin af van 1,1 tot 1,3 meter onder peil. De mestkelders lopen aan één zijde door tot buiten de bebouwing.

Op basis van de bouwdossiers kan gesteld worden dat de bodemingrepen die zijn uitgevoerd voor de stalling/berging (Middelstraat 10A, perceel Q945) ervoor gezorgd heeft dat onder deze bebouwing de kans klein is dat er nog behoudenswaardige archeologische resten aanwezig zijn. Onder de stal (Middelstraat 8, perceel Q952) zouden tussen de funderingen en de mestkelders nog behoudenswaardige archeologische resten aanwezig kunnen zijn maar de kans wordt klein geacht omdat bij de bouw meer geroerd zal zijn dan alleen ter plekke van de kelders en funderingen. Tweede Wereldoorlog Om vast te stellen of mogelijke archeologische waarden uit de Tweede Wereldoorlog in het plangebied aanwezig zijn, is een aantal publicaties geraadpleegd. 36 Het raadplegen van deze bronnen geeft geen redenen om aan te nemen dat er archeologische waarden uit de Tweede Wereldoorlog in het plangebied te verwachten zijn. Rondom het plangebied zijn wel een klein aantal explosieven geruimd, er kan niet uitgesloten worden dat er in het plangebied ook explosieven voorkomen.

2.8 Gespecificeerd archeologisch verwachtingsmodel Op grond van de gegevens uit het bureauonderzoek is de volgende gespecificeerde archeologische verwachting opgesteld: Tabel 2.6

Gespecificeerde archeologische verwachting

Archeologische periode

Gespecificeerde verwachting

Te verwachten complextype/resten

Relatieve diepte t.o.v. het maaiveld

(Laat-)Paleolithicum

Middelhoog

Kampementen, vuursteenstrooiïngen en vuurstenen gebruiksvoorwerpen.

Onder maaiveld en in de top van de dekzandafzettingen.

Mesolithicum

Laag

Kampementen, vuursteenstrooiïngen en vuurstenen gebruiksvoorwerpen.

Onder maaiveld en in de top van de dekzandafzettingen.

Neolithicum

Middelhoog

Akkerlaag en/of nederzettingssporen, grafvelden, rituele plaatsen: kleine fragmenten aardewerk, natuursteen

Onder maaiveld en in de top van de dekzandafzettingen.

36

Amersfoort & Kamphuis, 1990/Jong, 1969 – 1994/Indicatieve kaart Militair Erfgoed/VEO Bommenkaart/Ruimingskaart/Klep & Schoenmaker, 1995/Zwanenburg, 1990.

21808.001 versie 1

16 / 23

en vuurstenen gebruiksvoorwerpen, houtskool en gebruiksvoorwerpen. Bronstijd

Middelhoog

Akkerlaag en/of nederzettingssporen, grafvelden, rituele plaatsen: kleine fragmenten aardewerk, natuursteen en vuurstenen gebruiksvoorwerpen, metaalresten, houtskool, botresten en gebruiksvoorwerpen.

Onder maaiveld en in de top van de dekzandafzettingen.

IJzertijd

Laag

Akkerlaag en/of nederzettingssporen, grafvelden, rituele plaatsen: kleine fragmenten aardewerk, natuursteen, metaalresten, glasresten, houtskool, botresten en gebruiksvoorwerpen.

Onder maaiveld en in de top van de dekzandafzettingen.

Romeinse tijd

Laag

Akkerlaag en/of nederzettingssporen, grafvelden, rituele plaatsen: kleine fragmenten aardewerk, natuursteen, metaalresten, glasresten, houtskool, botresten en gebruiksvoorwerpen.

Onder maaiveld en in de top van de dekzandafzettingen.

Vroege Middeleeuwen

Laag

Bewoningssporen van een (boeren)erf: kleine fragmenten aardewerk, metaalresten, glasresten, houtskool, botresten, organische resten en gebruiksvoorwerpen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=LoonOpZand&id=e280d28f-96b0-4abc-858f-224585b485f9