CConstaterende datLoon op Zand
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 3. Begroting 2026-2029 dossier 2025.13656 inclusief addendum-erratum

Beeldvormende ronde 23 oktober 2025, gemeente Loon op ZandBij agendapunt: [Beeldvormend] Mondelinge vragen begroting 2026 (20:15-21:30 uur)38.867 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 5

Realisatie

Begroting

3.4 Economische ontwikkeling Aantal vestigingen per 10.000 inwoners

2023

2024

2025

2026

1.299

1.432

1.375

1.375

Aantal banen recreatie en toerisme per 1.000 inwoners

153

149

220

170

612

625

650

50,8%

50,0%

50.0%

Aantal banen totaal in de gemeente per 1.000 inwoners van 15-74 jaar Verhouding banen en woningen (voorheen Functiemenging)

50,3%

Onze verbonden partijen: - Midpoint Brabant

38

Onze speerpunten: Actieprogramma Economische en toeristisch recreatieve visie Doel Met het actieprogramma willen we bereiken dat Loon op Zand in 2030 bekend staat als een groene, recreatieve en ondernemende gemeente, waar ondernemers de kansen benutten om zo goed mogelijk te ondernemen met respect voor de omgeving, bewust van de cultuurhistorie en met oog voor de lokale gemeenschap. Inhoud Uitvoering van het actieprogramma en voorbereiden vervolg van het actieprogramma. Het actieprogramma loopt tot en met 2027, een nieuw actieprogramma zal in 2026 worden voorbereid. Financiën Dekking vindt plaats binnen huidige begroting. Planning Het actieprogramma loopt tot en met 2027. De komende jaren 2026 en 2027 zullen gebruikt worden voor het voorbereiden van een nieuw actieprogramma. Risico’s Sommige activiteiten in het actieprogramma zijn afhankelijk van externe partijen.

Centrum Loon op Zand Doel Toekomstbestendig en vitaal centrum van Loon op Zand. Inhoud De uitkomsten van de verkenning in 2025 ‘Aanzet voor visie centrum Loon op Zand – analyse marktsituatie’ laten zien dat het voorzieningenniveau afneemt en bereiken we de absolute ondergrens. Een vervolgonderzoek in de vorm van een locatiestudie voeren we in 2026 uit. Financiën In begroting 2025 zijn hiervoor incidentele middelen beschikbaar gesteld voor 2025 en 2026. Planning 2026 e.v. Risico’s Nader te bepalen.

Landschap Pauwels Doel Ontwikkelen van landschapsstructuren en recreatief aanbod (motie begroting 2024). Inhoud Loon op Zand is een van de partners van het door de raad vastgestelde Masterplan Pauwels, omdat de ambities grotendeels aansluiten op onze eigen ambities. Een aparte financiële bijdrage aan Pauwels leverden we tot op heden niet. Om onze positie te versterken, met name op de voor ons belangrijke ambities (recreatieve aantrekkelijkheid in het bijzonder) is sinds 2025 een structurele financiële bijdrage opgenomen. Financiën Dekking vindt plaats binnen huidige begroting. Planning De uitvoering is onderdeel van het Actieprogramma Economische en toeristisch-recreatieve visie. In 2025 is gestart met het onderzoeken op welke wijze deze bijdrage ingezet kan worden. Daarbij wordt bekeken of dat doelmatig is en bijdraagt aan de continuïteit van de ontwikkeling van Landschap Pauwels. Risico’s De uitvoering wordt deels door onszelf gedaan maar ook door andere partijen. De inzet en betrokkenheid van deze partijen speelt een belangrijke rol in het realiseren van doelstellingen.

39

Wat mag het kosten in 2026? Venster 3: Omgeving en economische ontwikkeling Bedragen x € 1.000 3.1 Omgeving 3.2 Duurzaamheid 3.3 Wonen 3.4 Economische ontwikkeling Subtotaal 3.99 Mutaties reserves Totaal Nieuw beleid Venster 3: Omgeving en economische ontwikkeling Bedragen x € 1.000 3.1 Omgeving 3.2 Duurzaamheid 3.3 Wonen 3.4 Economische ontwikkeling Subtotaal 3.99 Mutaties reserves Totaal nieuw beleid Venster 3

2026 Lasten -6.694 -5.458 -3.454 -770 -16.377 -16.377

2027 Baten 396 6.483 640 30 7.549 104 7.653

2026 Lasten -50 -25 -75 -75

Lasten -7.077 -5.738 -3.546 -679 -17.040 -17.040

2028 Baten 396 6.643 640 30 7.709 85 7.795

2027 Baten -

Lasten -50 -50 -50

Lasten -7.384 -5.769 -3.719 -690 -17.562 -17.562

2029 Baten 396 6.701 640 30 7.766 75 7.842

2028 Baten -

Lasten -50 -50 -50

Lasten -7.659 -6.310 -3.863 -703 -18.536 -18.536

Baten 396 7.267 640 30 8.332 101 8.433

2029 Baten -

Lasten -50 -50 -50

Baten -

Toelichting op nieuw beleid Lasten Venster 3 (bedragen x € 1.000)

Nadeel

-75

3.1 Omgeving Nadeel -50 Infrastructurele verkeersveiligheidsmaatregelen (S) Nadeel -50 Met het vaststellen van de Mobiliteitsvisie zetten we in op het verbeteren van de verkeersveiligheid. Het verbeteren van de verkeersveiligheid kan vaak met kleine ingrepen in de infrastructuur. Op dit moment is er geen structureel budget om dergelijke maatregelen snel en doeltreffend uit te voeren. Met een budget kunnen meldingen met betrekking tot de verkeersveiligheid, waarbij een kleine aanpassing aan de infrastructuur nodig is, snel en adequaat worden opgelost. 3.2 Duurzaamheid Voordeel 0 Voor dit thema is geen nieuw beleid. 3.3 Wonen Nadeel -25 Aanwijzing MASt (I) Nadeel -15 In 2026 werken we aan de aanwijzing van het MASt gebied tot gemeentelijk monument. De onderzoeken die hiervoor nodig zijn, passen op dit moment niet binnen het beschikbare budget. Aanvullen middelen zijn nodig om dit traject te kunnen uitvoeren. Erfgoedbeleid (I) Nadeel -10 Het aanvullende budget is bovenop het vastgestelde budget in 2025 nodig voor het uitvoeren van het nieuwe erfgoedbeleid dat we in december 2025 ter besluitvorming voorleggen aan de Raad. Het nieuwe beleid richt zich op het behoud, de versterking en de zichtbaarheid van ons Loonse erfgoed. We ondersteunen lokale initiatieven en richten ons op het vergroten van de betrokkenheid van onze inwoners en bezoekers bij het Loonse erfgoed.

3.4 Economische ontwikkeling Voordeel 0 Voor dit thema is geen nieuw beleid. 3.99 Mutaties reserves Voordeel 0 Voor dit thema is geen nieuw beleid.

40

Baten Venster 3 (bedragen x € 1.000)

Voordeel

0

3.1 Omgeving Voor dit thema is geen nieuw beleid. 3.2 Duurzaamheid Voor dit thema is geen nieuw beleid. 3.3 Wonen Voor dit thema is geen nieuw beleid. 3.4 Economische ontwikkeling Voor dit thema is geen nieuw beleid. 3.99 Mutaties reserves Voor dit thema is geen nieuw beleid.

Voordeel

0

Voordeel

0

Voordeel

0

Voordeel

0

Voordeel

0

41

Venster 0. Overhead en algemene dekkingsmiddelen Ambitie De gemeente Loon op Zand streeft ernaar om komende jaren een structureel sluitende begroting te realiseren, ondanks de toenemende financiële druk en onzekerheden vanuit het Rijk. De inzet is om de uitgaven en inkomsten zoveel mogelijk in balans te brengen. Dit betekent dat we voor een uitdaging staan om onze ambities te realiseren. We vinden financiële ruimte door het invoeren van bezuinigingen en toepassing van het uitgangspunt: nieuw beleid alleen als het gedekt wordt door oud beleid. Algemene uitkering De ontwikkeling van de algemene uitkering uit het gemeentefonds is de komende jaren onzeker, mede door wijzigingen in het verdeelmodel en de herijking van het gemeentefonds. Vanaf 2026 vervalt het huidige accressysteem, wat zorgt voor onduidelijkheid over toekomstige indexatie en groei van de uitkering. Deze financiële onzekerheid wordt versterkt door de Tweede Kamerverkiezingen in oktober 2025 en het nog te vormen kabinet, waarvan het beleid grote invloed zal hebben op de gemeentefinanciën. In de begroting 2026-2029 proberen we zoveel mogelijk rekening te houden met de ontwikkelingen in het gemeentefonds. Stabiliteit en behoedzaam financieel beleid zijn cruciaal om ook onder veranderende omstandigheden een sluitende begroting te behouden.

Lokale heffingen In de paragraaf lokale heffingen geven we een nadere toelichting op de onderbouwing en beleidslijnen. Overhead In de paragraaf bedrijfsvoering geven we een nadere toelichting op de onderbouwing van personele ontwikkelingen en ICT. In deze paragraaf komen ook de voorgeschreven indicatoren aan de orde.

Wat mag het kosten in 2026? Venster 0: Overhead en algemene dekkingsmiddelen Bedragen x € 1.000 0.1 Overhead 0.2 Lokale heffingen 0.3 Algemene uitkeringen 0.4 Dividend 0.5 Financieringsfunctie 0.6 Overige alg. dekkingsmiddelen 0.7 Onvoorziene uitgaven 0.8 Vennootschapsbelasting Subtotaal 0.99 Mutaties reserves Totaal

2026 Lasten -14.653 -770 -8 -75 -864 -25 -16.395 -16.395

2027

Baten Lasten 283 -14.812 17.150 -805 48.659 88 -7 101 -5 25 -967 -25 66.306 -16.621 1.169 67.475 -16.621

2028

Baten Lasten 513 -14.995 18.096 -837 49.825 88 -7 101 144 25 -921 -25 68.648 -16.640 178 68.826 -16.640

Baten 280 18.304 49.949 88 101 25 68.747 192 68.939

2029 Lasten -15.098 -870 -6 157 -874 -25 -16.716 -16.716

Baten 362 18.510 50.055 88 101 25 69.141 30 69.170

42

Nieuw beleid Venster 0: Overhead en algemene dekkingsmiddelen Bedragen x € 1.000 0.1 Overhead 0.2 Lokale heffingen 0.3 Algemene uitkeringen 0.4 Dividend 0.5 Financieringsfunctie 0.6 Overige algemene dekkingsmiddelen 0.7 Onvoorziene uitgaven 0.8 Vennootschapsbelasting Subtotaal 0.99 Mutaties reserves Totaal nieuw beleid Venster 0

2026 Lasten -505 -505 -505

2027

Baten Lasten -330 23 23 -330 23 -330

2028

Baten Lasten -330 23 23 -330 23 -330

2029

Baten Lasten -182 23 23 -182 23 -182

Baten 23 23 23

Toelichting op nieuw beleid Lasten Venster 0 (bedragen x € 1.000)

Nadeel

-505

0.1 Overhead Projecten binnen informatiemanagement, -veiligheid en -beheer (I)

Nadeel Nadeel

-505 -175

De wettelijke verplichtingen, doorontwikkeling van bestaande producten en veranderende voorwaarden voor de beveiliging rondom ICT brengen kosten met zich mee. Deze veranderingen zijn vaak onvoorspelbaar. We kijken vooruit, willen mee in de ontwikkelingen en moeten up-to-date blijven, zeker in het kader van informatiebeveiliging en wetgeving. Voor de uitvoering van deze ontwikkelingen is incidenteel projectbudget nodig. Formatie informatiemanagement, -veiligheid en -beheer (S) Nadeel -102 De werkplek van de toekomst, de applicaties die voortdurend in beweging zijn, de toenemende behoefte aan datagedreven werken en de versaasing vragen om extra ondersteuning. Uitbreiding van de formatie met 1fte is nodig om dit te realiseren. Formatie burgerzaken (I) Nadeel -148 Door de tijdelijke uitbreiding van formatie kunnen er goede werkafspraken worden gemaakt. De instructies worden verbeterd en er wordt een kwaliteitsplan opgesteld. De medewerkers hebben ruimte om opleidingen te volgen. Reiskosten woonwerk (S) Nadeel -80 In de Cao 2025-2027 is opgenomen dat de werkgever een regeling vaststelt voor de vergoeding van reiskosten woon-werkverkeer. Loon op Zand kende nog niet zo'n regeling. Er is een Regeling Reizen Gemeente Loon op Zand opgesteld die ingaat vanaf 2026. Voordeel 0 0.2 Lokale heffingen Voor dit thema is geen nieuw beleid.

Voordeel 0 0.3 Algemene uitkeringen Voor dit thema is geen nieuw beleid. Voordeel 0 0.4 Dividend Voor dit thema is geen nieuw beleid. Voordeel 0 0.5 Financieringsfunctie Voor dit thema is geen nieuw beleid. Voordeel 0 0.6 Overige algemene dekkingsmiddelen Voor dit thema is geen nieuw beleid. Voordeel 0 0.7 Onvoorziene uitgaven Voor dit thema is geen nieuw beleid. Voordeel 0 0.8 Vennootschapsbelasting Voor dit thema is geen nieuw beleid. Voordeel 0 0.99 Mutaties reserves Voor dit thema is geen nieuw beleid.

43

Baten Venster 0 (bedragen x € 1.000)

Voordeel

23

0.1 Overhead Voordeel 0 Voor dit thema is geen nieuw beleid. 0.2 Lokale heffingen Voordeel 23 Parkeervergunningen i.r.t. vermakelijkhedenretributie Voordeel 23 De kosten voor parkeervergunningen exclusief inzet boa’s in de omgeving van de Efteling behoren tot de vermakelijkhedenretributie. 0.3 Algemene uitkeringen Voordeel 0 Voor dit thema is geen nieuw beleid. 0.4 Dividend Voordeel 0 Voor dit thema is geen nieuw beleid. 0.5 Financieringsfunctie Voordeel 0 Voor dit thema is geen nieuw beleid. 0.6 Overige algemene dekkingsmiddelen Voordeel 0 Voor dit thema is geen nieuw beleid. 0.7 Onvoorziene uitgaven Voordeel 0 Voor dit thema is geen nieuw beleid. 0.8 Vennootschapsbelasting Voordeel 0 Voor dit thema is geen nieuw beleid. 0.99 Mutaties reserves Voordeel 0 Voor dit thema is geen nieuw beleid.

44

Paragraaf 1. Lokale heffingen De paragraaf lokale heffingen bevat zowel de beleidsvoornemens voor de gemeentelijke lasten als een overzicht op hoofdlijnen van de verschillende belastingen en heffingen. Deze inkomstenbronnen zijn goed voor circa 25% van de totale gemeentelijke opbrengsten en vormen daarmee een belangrijk financieel fundament. De in deze paragraaf opgenomen tarieven en percentages zijn voorlopig en indicatief. Zoals gebruikelijk worden de definitieve voorstellen voor de tarieven in december gepresenteerd. Sinds 1 januari 2023 is de uitvoering van onze belastingtaken ondergebracht bij de Belastingsamenwerking West-Brabant (BWB). Binnen dit samenwerkingsverband stemmen de deelnemende partijen af hoe de BWB haar werkzaamheden uitvoert. Dit leidt tot een hogere efficiëntie in de praktijk. Beleidsuitgangspunten Uitgangspunten tariefbeleid • Na de stijging in 2025 van de OZB tarieven is er nu alleen een CPI verhoging toegepast. • Het uitgangspunt bij de hondenbelasting is dat deze kostendekkend is. De kosten voor het innen van de belasting via de BWB en de kosten verbonden aan de hondenuitlaatplaatsen, zoals poepzakjes, het plaatsen van borden en het onderhoud en schoonmaken van de hondenuitlaatplaatsen worden gedekt uit de geïnde hondenbelasting.

• Voor 2026 wordt de toeristenbelasting verhoogd tot het landelijk gemiddelde inclusief de consumentenprijsindex voor hotelovernachtingen & vakantiewoningen en voor Bed & Breakfast. In 2027 wordt het tarief bepaald op basis van het landelijk gemiddelde T-2 plus CPI. • Het tarief voor de afvalstoffenheffing wordt volledig kostendekkend vastgesteld. Sinds 1 januari 2024 bestaat deze heffing uit een vast en een variabel deel. Het vaste bedrag is voor elk huishouden gelijk en wordt jaarlijks in het eerste kwartaal geïnd door de Belastingsamenwerking West-Brabant. Het variabele deel verschilt per huishouden en hangt af van het aantal keren dat restafval wordt aangeboden. Deze kosten worden achteraf, op basis van de werkelijke ledigingen, in rekening gebracht. Concreet betekent dit dat de ledigingen uit 2026 in 2027 worden gefactureerd. • Ook de rioolheffing wordt volledig kostendekkend berekend. Voor 2026 blijft het vastrecht € 230 per perceel. We onttrekken middelen uit de voorziening riolering om dit te realiseren. • De Omgevingswet is ingevoerd en met het uitvoeren van de processen komen de processen en de gemaakte kosten hiervoor concreter in beeld. De leges worden jaarlijks opnieuw beoordeeld en herberekend, met als uitgangspunt een kostendekkende opzet. • Voor de overige leges en heffingen wordt het indexeringspercentage uit de meicirculaire 2025 toegepast: 2,6%.

Uitzondering hierop vormen de tarieven die door het Rijk worden vastgesteld. Kwijtschelding Kwijtschelding is vastgelegd in een gemeentelijke regeling. Particuliere belastingplichtigen kunnen een aanvraag indien voor de volgende belastingen: • Afvalstoffenheffing tot maximaal 100%. • Rioolheffing tot maximaal 100%. • Hondenbelasting tot maximaal 100% van de eerste hond. Totale woonlasten voor een gezin bij gemiddelde WOZ-waarde Hieronder is een tabel opgenomen met de totale gemiddelde woonlasten voor een gezin van 2025-2029. De OZB, riool- en afvalstoffenheffing wordt hierin meegenomen. Gemeentelijke belastingcapaciteit Begroting Begroting Begroting Begroting Begroting (bedragen x € 1) 2025 2026 2027 2028 2029 OZB-lasten voor gezin bij gemiddelde WOZ-waarde 550 574 587 600 614 Rioolheffing voor gezin bij gemiddelde WOZ-waarde 230 230 230 230 230 Afvalstoffenheffing voor een gezin 346 336 344 351 359 Eventuele heffingskorting voor een gezin Totale woonlasten voor gezin bij gemiddelde WOZ1.126 1.140 1.161 1.181 1.202 waarde

45

Gemeentelijke belastingen Onroerendezaakbelasting (OZB) In deze begroting hebben we de opbrengst gecorrigeerd met de CPI van 2,6%. De OZB wordt geheven via een percentage van de WOZ-waarde. Het percentage voor 2026 wordt beïnvloed door twee zaken: • Stijging van de WOZ-waarde per 1 januari 2025 (peildatum). • Macro-economische ontwikkelingen zoals die in de algemene uitkering worden meegenomen. In de tabel hieronder staan de percentages voor 2024 – 2026 vermeld. WOZ waarde in % Woningen Eigenaar Gebruiker Totaal Niet-woningen Eigenaar Gebruiker Totaal

2024

2025

2026

0,1078 0,1078

0,1432 0,1432

n.n.b. n.n.b. n.n.b.

0,2690 0,1625 0,4315

0,2600 0,1610 0,4210

n.n.b. n.n.b. n.n.b.

* Gegevens over 2026 worden in oktober bekend gemaakt.

De totale WOZ-grondslag voor de OZB van 2026 is nog niet bekend. Vanaf 2023 vindt de waardebepaling plaats door de Belastingsamenwerking West-Brabant. In oktober wordt deze informatie ontvangen. De tarieven worden dan berekend en in de belastingverordening opgenomen, welke wordt behandeld in de raadsvergadering december. Hondenbelasting In het coalitieakkoord is het voornemen uitgesproken om de opbrengst hondenbelasting in overeenstemming te brengen met de kosten die gemaakt worden voor de uitvoering van de belastingtaak, de inningskosten van de Belastingsamenwerking West-Brabant en de uitvoering van het beheerplan hondenuitlaatplaats. Om de opbrengsten en kosten in balans te brengen zijn de tarieven meer verhoogd dan het indexeringspercentage van de OZB. Voor 2026 zijn de te verwachten opbrengsten € 135.500 In onderstaande tabel geven we de ontwikkeling van het tarief in de jaren 2024-2026 weer. Tarief voor hondenbelasting Eerste hond Tweede en volgende hond Kennel

2024

2025

2026

€ 41,59 € 62,17 € 228,44

€ 42,75 € 63,91 € 234,83

€ 47,53 € 68,56 € 241,11

46

Toeristenbelasting Vanaf 2026 zijn de Hotels en Vakantiewoningen samengevoegd tot één categorie met hetzelfde tarief. • Voor 2026 wordt de toeristenbelasting verhoogd tot het landelijk gemiddelde inclusief de consumentenprijsindex. In 2027 wordt het tarief bepaald op basis van het landelijk gemiddelde T-2 plus CPI. In onderstaande tabel geven we de ontwikkeling van het tarief in de jaren 2025-2029 weer. Tarief voor toeristenbelasting

2025

2026

2027

2028

2029

Bed & Breakfast (B&B) Groepsaccommodaties Kampeerterrein Mini-kampeerterrein Hotels Vakantiewoningen Hotels & Vakantiewoningen Overige accommodaties Jaarplaats Seizoensplaats Voorseizoensplaats

€ 1,12 € 1,12 € 1,12 € 1,12 € 2,50 € 2,10

€ 3,95 € 1,20 € 2,06 € 2,06

€ 4,04 € 1,23 € 2,10 € 2,10

€ 4,13 € 1,26 € 2,15 € 2,15

€ 4,13 € 1,26 € 2,15 € 2,15

€ 3,95 € 3,95 € 184,92 € 167,82 € 96,27

€ 4,43 € 4,04 € 189,17 € 171,67 € 98,48

€ 4,45 € 4,13 € 193,51 € 175,62 € 100,74

€ 4,47 € 4,13 € 193,51 € 175,62 € 100,74

€ 2,50 € 175,20 € 158,91 € 90,74

* In 2026 hanteren we de gemiddelde landelijke tarieven met uitzondering van groepsaccommodaties.

In onderstaande tabel geven we de te verwachten opbrengsten voor de toeristenbelasting voor komende periode weer. Opbrengst toeristenbelasting (bedragen x € 1.000)

2026

2027

2028

2029

Hotels & vakantiewoningen Bed & Breakfast Groepsaccommodatie Kampeerterrein Overige accommodaties Jaarplaats Seizoensplaats Voorseizoensplaats Totaal opbrengsten toeristenbelasting

6.393 64 78 75 55 8 6 6

7.164 66 79 76 57 8 6 6

7.200 67 81 78 58 8 6 6

7.235 67 81 78 58 8 6 6

6.684

7.461

7.503

7.539

Afvalstoffenheffing Het jaarlijkse resultaat op het product reiniging, zowel voor- als nadelig, wordt verrekend met de voorziening reiniging. De voorziening reiniging is bedoeld om fluctuaties in de tarieven op te vangen. Als uitgangspunt geldt 100% kostendekkendheid. De tarieven voor een- en meerpersoonshuishoudens bestaan uit een vast deel en een variabel deel. Het vastrecht bedraagt € 202,67 voor eenpersoonshuishoudens en € 265,81 voor meerpersoonshuishoudens. Het variabel deel bedraagt € 10 per lediging. In onderstaande tabel geven we de ontwikkeling van het tarief van 2025 en 2026 weer. Tarief voor afvalstofheffing 2025 2026 2025 2025 2026 2026 Inclusief 7 Inclusief 7 Vastrecht Variabel* Vastrecht Variabel* ledigingen ledigingen Eenpersoonshuishouden

€ 247,67

€ 35,00

€ 282,67

€ 202,67

€ 70,00

€ 272,67

Meerpersoonshuishouden

€ 310,81

€ 35,00

€ 345,81

€ 265,81

€ 70,00

€ 335,81

Bedrijven (tarief inclusief BTW)**

€ 376,07

€ 42,35

€ 418,42

* Voor het variabel deel is in de berekening hierboven uitgegaan van gemiddeld 7 keer per jaar (landelijk gemiddelde). Verwachting is dat in de praktijk eenpersoonshuishoudens de kliko minder vaak aanbieden en meerpersoonshuishoudens de kliko vaker aanbieden dan dit landelijk gemiddelde. ** Na goedkeuring door de raad zal de inzameling van bedrijfsafval komen te vervallen per 01-01-2026

47

In onderstaand overzicht geven we een specificatie en toelichting bij de kosten toegerekend aan de afvalstoffenheffing, inclusief de mate van kostendekkendheid. Afvalstofheffing (bedragen x € 1.000) Kosten Netto kosten taakveld Toe te rekenen kosten: Overhead BTW Totale kosten Opbrengsten afvalstofheffing Opbrengsten reinigingsrecht Storting voorziening Totale opbrengsten Dekkingspercentage

2.193 203 553 371 3.320 3.323 -4 3.319 100%

Rioolheffing Het tarief voor 2026 voor de rioolheffing blijft gelijk aan het tarief van 2025. In onderstaande tabel geven we de ontwikkeling in de jaren 2025-2027 weer.

In onderstaand overzicht geven we een specificatie en toelichting bij de kosten toegerekend aan de rioolheffing, inclusief de mate van kostendekkendheid. Riolering (bedragen x € 1.000) Kosten Netto kosten taakveld Toe te rekenen kosten: Overhead BTW Totale kosten Opbrengsten rioolheffing Storting voorziening Totale opbrengsten Dekkingspercentage

1.715 276 462 182 2.635 2.842 -206 2.636 100%

48

Paragraaf 2. Weerstandsvermogen en risicobeheersing Het weerstandsvermogen is de mate waarin een gemeente in staat is om risico’s op te vangen. Voldoende weerstandscapaciteit zorgt ervoor dat de uitvoering van taken en het voorzieningenniveau bij financiële tegenslagen gegarandeerd blijven. Het uitgangspunt is, zoals in het coalitieakkoord 2018-2022 is bepaald, dat de ratio van het weerstandsvermogen minimaal 1,0 moet zijn. Weerstandsvermogen bedragen x € 1.000 Beschikbare weerstandscapaciteit Benodigde weerstandscapaciteit Ratio

Begroting 2024 17.944 4.375 4,10

Uit de tabel blijkt dat de ratio weerstandsvermogen uitstekend is. Aan de schommelingen van de ratio valt op te maken dat risicomanagement een dynamisch proces is, dat continu gemonitord wordt. Ten opzichte van de vorige peildatum (jaarrekening 2024) is het risicoprofiel afgenomen. Dit komt doordat de benodigde weerstandscapaciteit is afgenomen. De reservepositie is de afgelopen jaren behoorlijk verbeterd. We monitoren de ontwikkelingen op de voet en gaan over tot (her)waardering van de risico’s en onzekerheden zodra hier betere schattingen van te maken zijn.

Rekening Begroting Rekening Begroting 2023 2025 2024 2026 19.587 15.808 17.985 16.689 3.897 2.747 2.307 2.567 5,03 5,75 7,80 6,50

9,00 8,00 7,00 6,00 5,00 4,00 3,00 2,00 1,00 B 2024

JR 2023

B 2025

JR 2024

Ratio

Norm (ondergrens)

B 2026

De volgende uitgangspunten worden gehanteerd bij de risico-inschatting: • Risico’s waarvoor beheersingsmaatregelen zijn getroffen welke het risico afdekken worden niet financieel vertaald in het risicoprofiel. • Risico’s met een omvang (kans x impact) kleiner dan € 100.000 worden alleen opgenomen indien de impact groter dan € 500.000 (incidenteel) of € 100.000 (structureel) is.

49

De volgende eerder ingeschatte risico’s zijn waar nodig geactualiseerd (bedragen x €1.000): Risico-Inventarisatie (reeds bekend) Onderwerp

Omschrijving

Algemene De algemene uitkering uit het uitkering gemeentefonds vormt een belangrijke gemeentefonds inkomstenbron voor de gemeente. De uitkering is onderhevig aan onzekerheden, zowel op financieel-economisch als op beleidsmatig niveau. Deze onzekerheden vormen een risico voor de begrotingsruimte van de gemeente. Hiervoor is een risico opgenomen dat er 50% kans is dat de algemene uitkering 5% afwijkt. (5% afwijking is € 2,3 miljoen). Treasury De rente laat de afgelopen periode een dalende lijn zien. Begin maart 2024 is de rente ongeveer 3%. De inschatting van het risico is daardoor naar beneden bijgesteld.

Projecten ‘grondbedrijf’ Onderwijshuisvesting

De projecten zijn bij de jaarrekening 2024 geactualiseerd. Daaruit volgt dit risicobedrag. De gemeente is verantwoordelijk voor onderwijshuisvesting. Momenteel wordt onderzoek gedaan naar de huisvesting van De Vaert en het Van Haestrechtcollege. Het risico is ingeschat op de omvang van de kapitaallasten van een basisschool en een middelbare school.

Cyberen Er is een verhoogd risico op datasecurity cyberaanvallen. Met onze aanpak rondom privacy, informatiebeveiliging, maar bijvoorbeeld ook ondermijning, treffen we maatregelen om de risico’s te beperken. Het vergroten van de alertheid bij medewerkers op mogelijke aanvallen is één van de belangrijkste actiepunten. Ook in Equalitverband is de samenwerking op dit punt intensief. Dit risico is tweeledig: - De schade die wordt aangericht aan systemen, apparatuur en bedrijfscontinuïteit. - De investeringen die in Equalitverband nodig zijn om te kunnen voldoen aan aangekondigde nieuwe wettelijke vereisten.

I/S Risico bij Actualisatie Risico bij jaarrekening begroting 2024 2026 De herverdeling is uitgevoerd, we voorzien nog wel schommelingen in de uitkering van het S 1.130 gemeentefonds. 1.130

S

I

S

I

In 2026 verwachten we grote investeringen zoals het dorpshuis en 225 rioolgemaal. Het risico is dat de rentelast hoger is dan dit bedrag. Er is geen gewijzigd 227 inzicht op dit risico. Voor basisschool de Vaert en van Haestrechtcollege is nog geen 300 investeringskrediet aangevraagd. Marktontwikkelingen kunnen zorgen voor prijsfluctuaties. Geen nieuw inzicht op dit risico.

200

225

227

300

200

50

Risico-Inventarisatie (reeds bekend) Extra middelen jeugdzorg

Wetgeving natuurbescherming

Rijksmiddelen duurzaamheid

Juridische procedures

De voorgenomen bezuiniging op jeugdzorg per 2026 vanuit het kabinet Rutte IV is geschrapt door het huidige kabinet. Dit was een extra besparing kwam echter bovenop de bezuiniging die door de Hervormingsagenda Jeugd in zijn geboekt door het Rijk. De koepels maken jaarlijkse S afspraken met het ministerie over de zekerheid die gemeenten gegeven kan worden over de ontwikkeling van deze middelen. Deze lijn volgen we en blijkt tot op heden betrouwbaar.

Het Rijk heeft in de Meicirculaire 2025 middelen beschikbaar gesteld tot 2028 voor de hervormingsagenda Jeugd. We waarderen dit - risico tot 2028 op 0.

De wetgeving rondom natuurbescherming, -verbetering en de reductie van stikstof heeft invloed op de uitvoering van fysieke S bouw- en/of onderhoudsprojecten. Dit kan een negatief effect hebben op zowel tijd als geld. De rijksmiddelen voor duurzaamheid zijn toegekend voor de periode t/m 2025. Zowel het rijk als de financieel toezichthouder (provincie) geven aan dat de middelen structureel geraamd mogen worden. Dit is in de begroting verwerkt. Het risico is dat S deze middelen als gevolg van een nieuw regeerakkoord wegvallen. Impact is € 450.000 structureel. Kans vooralsnog ingeschat op 50%. De gemeente kan aansprakelijk worden gesteld. Deze procedures kunnen zorgen voor het uitbetalen van een schadeclaim. I Op basis van de status van de lopende procedures kunnen we geen risico inschatting geven.

Geen nieuwe inschatting op dit risico.

Totaal

PM

-

PM

Geen nieuw inzicht op dit risico

225

225

Geen nieuw inzicht op dit risico PM

PM

2.307

2.307

De volgende risico’s zijn nieuw: Risico-Inventarisatie (nieuw) Onderwerp Omschrijving

Specifieke uitkeringen

Het is mogelijk dat specifieke uitkeringen (SPUK's) van het Rijk aan gemeenten met 10% worden verminderd. Dit komt doordat het Rijk van plan is om een aantal SPUK's over te hevelen naar het Gemeentefonds, maar daarbij een taakstellende korting van 10% toepast. Deze korting zou gecompenseerd worden doordat de verantwoordingslasten voor gemeenten verminderen en de middelen flexibeler kunnen worden ingezet. Het is nog onduidelijk voor welke SPUK’s dit van toepassing is, we gaan uit van 25% als risico.

Totaal nieuwe risico’s

I/S

S

Risico bij begroting 2026

260

260

51

Samenvatting risico-inschatting Renterisiconorm (bedragen x € 1.000)

Bedrag

Geactualiseerde eerder ingeschatte risico’s

2.307

Nieuwe risico’s

260

Inschatting begroting 2026

2.567

Financiële kengetallen Financiële kengetallen zijn verhoudingsgetallen die specifieke onderdelen van de begroting of balans weergeven en kunnen helpen bij het beoordelen van de financiële positie van de gemeente. Ze bieden inzicht in de beschikbare (financiële) ruimte om zowel structurele als incidentele lasten te kunnen dragen of op te vangen. Deze kerncijfers geven daarmee een beeld van de financiële weerbaarheid en flexibiliteit. Belangrijk is ook de ontwikkeling van de uitkomsten en de onderlinge verhouding van de kengetallen in relatie tot de algehele financiële positie. Hieronder worden de financiële kerncijfers opgesomd die op basis van het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) verplicht zijn in de paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing: Aan onderstaande kengetallen zijn kleuren toegekend om te laten zien in hoeverre ze aan de norm voldoen. Dit zijn de belangrijkste kengetallen voor onze organisatie. Hieruit kun je afleiden in hoeverre de gemeente ‘financieel gezond’ is. Rood Oranje Groen

meest risicovol neutraal minst risicovol

Kengetallen Netto schuld-quote Netto schuld-quote gecorrigeerd voor verstrekte leningen Structurele exploitatieruimte Solvabiliteitsratio

Rekening Begroting Begroting Begroting Begroting Begroting 2024 2025 2026 2027 2028 2029 23,2% 51,3% 59,1% 74,0% 86,1% 91,3% 22,7% 49,2% 58,5% 73,4% 85,4% 90,7% 1,1% 0,7% 1,7% 0,8% 0,6% 0,0% 32,2% 25,5% 24,5% 22,1% 19,5% 17,9%

De netto schuldquote stijgt de komende jaren. De gemeente Loon op Zand heeft grote investeringen op de agenda staan, deze bekostigen we met vreemd vermogen. De structurele exploitatieruimte is in 2026 afgerond 2%. Het structureel begrotingssaldo in 2026 is hiermee voldoende om de structurele uitgaven te dekken met de structurele inkomsten die de gemeente heeft. Voor de meerjarenraming 2027-2029 zien we het percentage afnemen tot 0%. Dit betekent dat de structurele ruimte in de exploitatie afneemt. Een solvabiliteitsratio van 20% of hoger is de streefwaarde, de gemeente heeft dan een gezonde ratio. De gemeente heeft dan meer eigen vermogen ten opzichte van vreemd vermogen. De ratio geeft de financiële positie en stabiliteit weer. De solvabiliteitsratio neemt komende jaren af, door de toename van vreemd vermogen. Komende jaren geeft de gemeente uitvoering aan grote projecten in het riool, het Dorpshuis en (onderwijs)huisvesting. Hiervoor wordt vreemd vermogen aangetrokken.

52

In de volgende tabel hebben we de resterende verplichte kengetallen opgenomen; Kengetallen Grondexploitatie Gemeentelijke belastingcapaciteit Netto schuld per inwoner

Rekening Begroting Begroting Begroting Begroting Begroting 2024 2025 2026 2027 2028 2029 -1,6% -0,6% -0,4% -0,4% -0,4% -0,3% 88,7% 117,2% 114,8% 114,3% 113,7% 113,2% 868 1.310 2.447 3.014 3.433 3.648

Een omvangrijke grondexploitatie is risicovol als daarmee de baten van de gemeente in grote mate afhankelijk zijn van de opbrengsten uit grondexploitaties. De boekwaarde van de grondexploitatie is negatief, wat betekent dat er meer inkomsten zijn geweest dan kosten. De kosten moeten nog gemaakt worden. Hierdoor wordt de grondexploitatie als weinig risicovol beschouwd. De belastingcapaciteit biedt inzicht in hoe de belastingdruk binnen een gemeente zich verhoudt tot het landelijk gemiddelde. Dit betekent dat de belastingdruk van onze gemeente iets hoger is dan het landelijk gemiddelde. Net als de schuldquote loopt ook de netto schuld per inwoner op als gevolg van het investeringsniveau. Geprognosticeerde balans Geprognosticeerde balans (x € 1.000) Activa (Im)materiële vaste activa FVA: kapitaalverstrekkingen FVA: leningen FVA: uitzettingen > 1 jr Voorraden Uitzettingen < 1 jaar Liquide middelen Overlopende activa Totaal activa Passiva Eigen vermogen Voorzieningen Vaste schulden Netto vlottende schulden Overlopende passiva Totaal passiva

2024

2025

2026

62.140 399 715 461 -1.504 11.848 163 5.092 79.313

76.674 969 715 1.614 -448 12.387 153 3.007 95.072

25.514 13.016 21.083 12.449 7.252 79.313

24.204 13.048 45.253 5.575 6.993 95.072

2027

2028

2029

86.974 839 392 476 -292 11.848 163 5.092 105.491

101.077 109.631 839 839 319 244 492 507 -292 -292 11.848 11.848 163 163 5.092 5.092 119.537 128.030

113.554 839 165 522 -292 11.848 163 5.092 131.891

25.814 13.173 46.804 12.449 7.252 105.491

26.399 12.935 60.502 12.449 7.252 119.537

23.564 12.804 75.822 12.449 7.252 131.891

24.961 12.734 70.634 12.449 7.252 128.030

* De cijfers voor 2024 zijn uit de jaarrekening 2024.

53

EMU-saldo Het EMU-saldo van de overheid is een in Europees verband gehanteerd en gedefinieerd macro-economisch begrip. Het EMU-saldo is het vorderingensaldo van de overheid. In het stabiliteitspact is afgesproken dat een tekort voor de totale sector overheid hoger dan 3 procent van het bruto binnenlands product (BBP) niet is toegestaan. Een goede informatievoorziening is essentieel voor het monitoren en beheersen van het EMU-saldo voor het onderhoud van het gemeente- en provinciefonds. Daarom ook is in het bestuurlijk akkoord afgesproken dat met ingang van de begroting 2006, onverminderd de bestaande tussentijdse rapportages, een overzicht moet worden verstrekt waarin informatie wordt verstrekt over het begrotingsjaar, het daaraan voorafgaande jaar en het daarop volgende jaar. De toezichthouder, in ons geval GS van Noord-Brabant, toetst hierop en is verplicht de gemeente te wijzen op het niet nakomen van haar verplichtingen, ook die ingevolge de Wet Houdbaarheid Overheidsfinanciën (HOF). Onderstaand is de voorgeschreven informatie van de gemeente Loon op Zand voor het begrotingsjaar 2026 opgenomen. In het overzicht is zichtbaar dat het EMU-saldo voor een belangrijk deel bepaald wordt door de investeringen die op de balans worden geactiveerd. Onderstaande tabel is gebaseerd op de notitie van de commissie BBV ‘Geprognosticeerde balans en EMUsaldo’ (d.d. nov. 2018).

Daarbij is gekozen voor de berekening van het EMU-saldo vanuit het exploitatiesaldo (EMU-enquête van het CBS). De referentiewaarde voor het EMU-saldo is nog niet bekend, bij het samenstellen van de begroting 2026 was de Septembercirculaire 2025 nog niet verschenen met de referentiewaarde EMU-saldo voor de gemeente Loon op Zand. EMU - saldo (bedragen x € 1.000) 1- Exploitatiesaldo vóór toevoeging aan c.q. onttrekking uit reserves (zie BBV, artikel 17c) 2- Mutatie (im)materiële vaste activa 3- Mutatie voorzieningen 4- Mutatie voorraden (incl.bouwgronden in exploitatie) 5- Verwachte boekwinst bij verkoop effecten en verwachte boekwinst bij verkoop (im)materiële vaste activa Berekend EMU-saldo

2025 -178

2026 1.029

-9.287 264

-10.300 351

-13 -

-9.213

2027 2.198

2028 1.021

2029 -113 -3.923

156 -

-14.103 -8.554 415 244 -

-8.765

-11.490 -7.289

-3.440

596 -

54

Paragraaf 3. Onderhoud kapitaalgoederen Inleiding In deze paragraaf wordt aangegeven hoe wordt omgegaan met de gemeentelijke kapitaalgoederen. De gemeente heeft op haar grondgebied kapitaalgoederen in de vorm van wegen, constructies, riolering, openbare verlichting, water, groen, speelruimten en vastgoed. De gemeente Loon op Zand wil haar kapitaalgoederen goed onderhouden en in goede staat houden. Deze paragraaf geeft inzicht in de wijze van onderhoud & vervanging en de hiervoor benodigde financiële middelen. Om dit te realiseren is het beheer, onderhoud en vervanging van de kapitaalgoederen vastgelegd in beleids/beheerplannen en/of meerjarige onderhoudsplannen. In deze plannen is hierbij aandacht voor energietransitie, verminderen afval, duurzaamheid en circulariteit. Slecht onderhoud kan leiden tot risico’s en daarbij mogelijke aansprakelijkstelling van de gemeente. Bovendien kan het leiden tot kapitaalvernietiging. In volgende paragraaf wordt achtereenvolgens het IBOR beleidskader geschetst met de vastgestelde kwaliteitsniveaus. Erna wordt een overzicht gegeven van de cyclus van beleidsen beheerplannen van de onderdelen van de openbare ruimte. De verschillende kapitaalgoederen worden kort toegelicht en afgesloten met een tabel van de onderhoudsbudgetten.

IBOR 2024-2033 In het Integraal Beleidsprogramma Openbare Ruimte 2024-2033 zijn de uitgangspunten voor het beheer van de openbare ruimte benoemd. We hanteerde voor onze openbare ruimte drie verschillende ambitieniveaus (A is hoog, C is laag). Tijdens de gespreken met de raad in verband met met de bezuinigingen is ervoor gekozen om het ambitieniveau van het centrum van A naar B te verlagen. Deze ambitieniveaus zijn gekoppeld aan de onderstaande gebiedsindeling en functies: Ambitieniveau A

B

C

Centrum Woonbuurten Gebiedsontsluitingsweg en Bedrijventerreinen Buitengebied Het beheer van de openbare ruimte is een reguliere taak van de gemeente, die bestaat uit de jaarlijkse beheers-, vervangings- en onderhoudsmaatregelen. Voor het beheer van de (kapitaalgoederen in de) openbare ruimte beschikt de gemeente over een aantal instrumenten: • Beheersystemen waarin van alle objecten in de openbare ruimte de relevante data zijn ingebracht; • Jaarlijkse schouw naar de onderhoudsgesteldheid van de objecten in de openbare ruimte; • Meerjaren UitvoeringsPlan (MUP) met daarin alle geplande uitvoeringsprojecten. In onze gemeente is voor alle objecten in de openbare ruimte geen sprake van achterstallig onderhoud. De informatie uit deze instrumenten leiden tot planning van de onderhoudswerkzaamheden. Om te zorgen voor een integrale benadering van ontwerp, inrichting en beheer van de openbare ruimte is het Handboek Integraal Werken Openbare Ruimte (HIWOR) beschikbaar. Beleids-en beheerplannen In 2025 zijn de Mobiliteitsvisie en het beleidsplan Spelen en Bewegen (Speelbeleid) door de gemeenteraad vastgesteld. Het beheerplan wegen is in 2025 door het college vastgesteld als uitwerking van het IBOR 2024-2033.

55

Frequentie actualisatie 10 jaar 5 jaar 5 jaar

Beleids- en beheerplannen Integraal beleid openbare ruimte (IBOR) 2024-2034 Beheerplan wegen 2026-2030 Beheerplan civieltechnische kunstwerken 2025-2029 Beleids- en beheerplan openbare verlichting verkeersinstallaties 2021-2031

en

Fin. Vertaling Reserve/ in begroting voorzieningen Ja Ja Reserve wegen Ja

10 jaar Ja

Programma Water en Riolering 2025-2028 (PWR)

4 jaar Ja

Meerjarenonderhoudsplan Bomen 2025-2029 Beheerplan groen & straatmeubilair 2025-2029 Speelruimtebeleid 2025 – 2035 Beleids- en beheerplan Bijzondere objecten in de openbare ruimte 2021-2026

5 jaar Ja 5 jaar Ja 5 jaar

Duurzame meerjaren onderhoudsplanning gebouwen voor het maatschappelijk vastgoed (DMJOP)

Voorziening riolering

5 jaar Ja

4 jaar Ja

Voorziening groot onderhoud gebouwen

Toelichting kapitaalgoederen (Beheer) Wegen, openbare verlichting en civiele kunstwerken: In de openbare ruimte is het volgende areaal aanwezig voor de onderdelen wegen, openbare verlichting en civiele kunstwerken: Wegen, openbare verlichting en civiele kunstwerken Voorziening Wegen Asfaltverharding Elementverharding Betonverharding Halfverharding Voorziening Openbare verlichting Masten Armaturen LED-lampen Gewone lampen Voorziening Civiele kunstwerken Bruggen en loopconstructies Tunnels Muren en keerwanden

Hoeveelheden 529.600 991.200 35.900 119.100

m2 m2 m2 m2

5.700 5.800 3.061 3.239

stuks stuks stuks stuks

6 4 9

stuks stuks stuks

Het onderhoud van wegen, openbare verlichting en civiele kunstwerken is gericht op de technische kwaliteit: de weg en brug moeten bruikbaar zijn, de lamp moet branden. Bij openbare verlichting wordt de vervanging van lampen door LED wordt gecontinueerd. Voor wegen staan we aan de vooravond van een intensieve periode van vervanging. Veel wegen zijn aan het eind van hun levensduur en zullen moeten worden aangepakt. Om dit gestructureerd aan te pakken en afstemming met andere onderdelen van de openbare ruimte of herinrichtingen te zoeken is een meerjarenplanning opgesteld. De dekking hiervan zal terug te vinden zijn in het reguliere onderhoud en het investeringsplan.

56

Riolering en water In onderstaande tabel hebben we de belangrijkste kenmerken van het stedelijk watersysteem van de voor onze gemeente weergegeven. Riolering en water Voorziening Inzameling Kolken hemelwaterriolering Kolken gemende riolering Voorziening Afvoer (vrij verval) Gemengde riolering Vuilwaterriolering Hemelwaterriolering Overstortputten gemengde riolering Hemelwateruitlaten gescheiden riolering Voorziening afvoer (mechanisch) Persleidingen Drukriolering Drukriool-pompunits Rioolgemalen Bergingsvoorzieningen (vijver) Randvoorzieningen Infiltratievoorziening (ondergronds) Bijzondere (hemelwater) voorzieningen (bijv. wadi’s) Voorziening meetpunten Grondwater Afvalwater Oppervlaktewater

Hoeveelheden 2.800 stuks 7.200 stuks 84,3 20,7 30,3 16 18

km km km stuks stuks

14 67 218 34 4

km km stuks stuks stuks

3 stuks 4 stuks 12 stuks 22 stuks 3 stuks 0 stuks

Voor het inzamelen en transporteren van het vrijkomende afval- en regenwater beschikken we als gemeente Loon op Zand over een rioolstelsel met een totale lengte van circa 135 km en 34 rioolgemalen. Om ervoor te zorgen dat tijdens extreme neerslag geen wateroverlast optreedt, is het rioolstelsel voorzien van riooloverstorten en hemelwaterlozingspunten. Speciale rioolvoorzieningen (bergbezinkbassins) beperken de vuiluitworp van de riolering naar het oppervlakte-watersysteem. Het afvalwater in het buitengebied wordt ingezameld met 218 pomp-units en verpompt via 67 km aan drukriolering. Al dit afvalwater wordt gezuiverd op de rioolwaterzuiveringsinstallatie (RWZI) ‘De Roei’ in Kaatsheuvel. Voor de komende jaren ligt er de opgave om het gemaal aan de Sweensstraat te vervangen. Dit project wordt samen met het waterschap opgepakt. Eind 2024 is het Programma Water en Riolering vastgesteld waarmee de kaders en aanpak voor de komende jaren vastgesteld zijn. Openbaar groen, speelvoorzieningen en straatmeubilair (inclusief afvalvoorzieningen) Openbaar groen, speelvoorzieningen en straatmeubilair Hoeveelheden Voorziening Groen Gazons, beplanting, etc. 1.374.204 m2 Boom- en bloembakken 16 stuks Voorziening Meubilair Banken en afvalbakken 559 stuks Hekwerken 2.114 m Speelvoorzieningen Toestellen 307 stuks Afvalvoorzieningen Ondergrondse containers 87 stuks Ondergrondse containers 30 locaties

57

Voor het openbaar groen is de opgave voor de komende jaren in beeld gebracht in het beheerplan. In 2025 is het beleidsplan visie op Spelen en Bewegen vastgesteld. Komend jaar werken we verder aan het onderhoud van het groen en het aanpakken van verouderd groen. Hierbij worden doelen als vergroten biodiversiteit, klimaatstress en burgerparticipatie meegenomen. Bij speelvoorzieningen speelt burgerparticipatie een duidelijke rol. Hetgeen gerealiseerd wordt moet zo veel mogelijk passen bij de wensen van de buurt. Hierbij zijn de kaders vanuit het beleid en financiën leidend. In 2025 hebben we de speelvoorzieningen aan het Multatulihof, Leemkuilen en het skatepark aan de Modelleur vervangen. In de gemeente Loon op Zand zijn 30 locaties aanwezig met ondergrondse afvalvoorzieningen. Verder staan er diverse wijkvoorzieningen voor o.a. glas en incontinentiemateriaal en luiers. Er zijn ca. 10.500 woonadressen die ieder 3 mobiele afvalcontainers (kliko’s) in gebruik hebben. Het onderhoud van de afvalvoorzieningen bestaat uit het reinigen en preventief en correctief onderhoud. Het doel hiervan is om de voorzieningen functioneel te houden. Integrale vervanging wegen, riolering, groen en verlichting Voortvloeiend uit de vastgestelde beleids- en beheerplannen worden de projecten in onderstaand tabel uitgevoerd.

Bij de uitvoering van deze projecten worden de onderdelen in de openbare ruimte, zoals wegen, riolering, groen en openbare verlichting, in de betreffende omgeving integraal en op hetzelfde moment vervangen. De nodige investeringsbudgetten zijn per onderdeel opgenomen in het investeringsplan 2026-2029 (Bijlage 1). (Bedragen x €1.000) Projectnaam EVZ Wildertse Arm Aanbrengen snelheidsremmers Erasstraat verplaatsen RG Sweensstraat incl overstortleiding Strieckenlaan Tijsmansstraat Van Immerseelstraat Willibrordusstraat Buitenvaert, Smallevaert, Ringvaert, Bredevaert, Binnenvaert, Oude Vaert Hilsestraat Bloemwaard Pastoor Kampstraat en Galgeneind (BSS) incl verbeteren fietsvoorzieningen Julianastraat Zijstraat en Kegelaar, snelheidsremmers Kloosterstraat (fietsstraat), snelheidsremmers Brandsestraat Wagnerstraat Frederik Hendrikpark Pr. Beatrixstraat, Pr. Irenestraat, Doctor Schaepmanstraat, Pr. Marijkestraat, Pastoor Rietraweg en Pr. Margrietstraat Rechtvaert (Westwaard Sweensstraat) Marktstraat Van Heeswijkstraat Venloonstraat

2026 120 104 3.602 367 294 294 824 1.650 796 30 127 217

2027

2029

3.602

1.650 1.592 295 508 95

97 182 68 308

8.675

2028

8.147

1.592

771 236 50 188 187 525 1.275 386 293 535 106 6.144

1.275 400 1.499 250 3.424

Gebouwen/ Vastgoed In 2026 voeren we onderhoud uit aan de gemeentelijke gebouwen conform het Duurzaam Meerjarenonderhoudsplan (DMJOP). In de loop van 2026 wordt het DMJOP geactualiseerd aan de hand van conditiemetingen. Hierbij kijken we kritisch welk onderhoud noodzakelijk is om onze gebouwen ook in de toekomst veilig en duurzaam in stand te houden. Op basis van de geactualiseerde DMJOP zal de raad gevraagd worden de voorziening groot onderhoud gebouwen vast te stellen voor de periode 2027 t/m 2030. Nadat in 2024 de gemeentewerf en in 2025 de brandweerkazernes van Loon op Zand en Kaatsheuvel zijn verduurzaamd is in 2026 Het Klavier aan de beurt. We willen het gebouw verder verduurzamen zodat het van het gas af kan. Hiervoor vervangen we o.a. de resterende CV-ketels door warmtepompen en plaatsen we zonnepanelen. Dit is een goed natuurlijk moment om ook groot onderhoud aan de werktuigbouwkundige installaties van het gebouw uit te voeren, dat noodzakelijk is na 10 jaar gebruik. Tot april 2024 was de exploitatie en het beheer van de theaterzaal en aanverwante cultureel-maatschappelijke ruimtes in Het Klavier in handen van een ondernemer. Na de ‘harde knip’ is de exploitatie en het beheer van het theater (tijdelijk) terug in handen van de gemeentelijke organisatie.

In 2025 is onderzoek gedaan naar de mogelijke exploitatie- en beheervorm voor het theater en aanverwante ruimtes in de toekomst. In 2026 willen

58

we deze nieuwe exploitatie- en beheervorm daadwerkelijk implementeren, in afstemming met de exploitatie van sporthal De Werft en het nieuwe Dorpshuis in Loon op Zand. Hierbij zal gestuurd worden op kostenefficiëntie, benutting en rendabiliteit. Eind 2025 of begin 2026 worden het voormalig Kindcentrum Buitengewoon aan het President Kennedyplein 2 en de voormalige basisschool De Westkant aan de Vossenbergselaan 72 te Kaatsheuvel verkocht aan projectontwikkelaar om plaats te maken voor woningbouwontwikkeling De Westkant. Tot de sloop van de panden worden deze tijdelijk bewoond door middel van leegstandsbeheer.

59

Paragraaf 4 Bedrijfsvoering Een toekomstbestendige organisatie De organisatieontwikkeling, die in 2024 op basis van een nieuwe organisatievisie was gestart, wordt verder doorgezet. De inwoner centraal, wendbaarheid, samenwerken, resultaat boeken en vitaliteit, dat blijven de sleutelwoorden voor onze organisatie, nu en in de toekomst. Bij de organisatieontwikkeling wordt rekening gehouden met de uitkomsten van de benchmark onderzoeken en het medewerker onderzoek, gehouden in 2025: Behouden wat goed gaat en verbeteren en vernieuwen waar wenselijk. Bij vernieuwingen maken we ook afspraken over evaluatiemomenten, om van te leren, maar ook indien nodig bij te sturen. Op de pijlers van het organisatie ontwikkeltraject wordt continu geïnvesteerd. Hoofdpunten voor 2026 zijn: • Optimalisatie van de organisatiestructuur: Verdere implementatie van de structuurwijziging van de bedrijfsvoeringsfuncties om verbinding, integraliteit en partnerschap te bevorderen. Resultaten van de geplande organisatie brede evaluatie omzetten in een uitvoeringsplan. • Belonen naar toegevoegde waarde: Toezien op de uitvoering van de HR-gesprekkencyclus en evalueren van de toepassing van prestatiebeloningssysteem Model Baarda.

• Ontwikkeling leiderschap en integraal management: Verder uitvoering geven aan het management ontwikkeltraject met als doel het naleven van de vastgestelde leiderschapsvisie en gezamenlijke ontwikkeling van het leidinggevend kader, ten behoeve van goede aansturing van teams en samenwerking. • Ontwikkeling houding en vaardigheden van medewerkers: Om de organisatiedoelen te kunnen realiseren is continu leren en op de toekomst voorbereid zijn noodzakelijk. Daarom investeren we in kennisverbreding en persoonlijke ontwikkeling van medewerkers, actualiseren we HR beleid, maken we met elkaar afspraken over efficiënt samenwerken en zien we toe op naleving. Informatiemanagement, -veiligheid en -beheer Informatieveiligheid We blijven investeren in het versterken van informatieveiligheid. We bouwen verder aan overzicht en inzicht in onze informatiehuishouding en treffen waar nodig maatregelen om de veiligheid van onze informatie verder te waarborgen. Met de inwerkingtreding van de Cyberbeveiligingswet die wordt verwacht in het tweede kwartaal van 2026, worden de wettelijke eisen rondom informatieveiligheid aangescherpt en op hetzelfde niveau gebracht als de privacy in de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG). In dat kader zijn trainingen en opleiding van bestuur en medewerkers vereist.

Nieuwe digitale werkplek De implementatie van de nieuwe digitale werkplek, op basis van Microsoft 365, wordt in 2025 afgerond. Binnen Equalit, ons samenwerkingsverband op ICT gebied, is een principebesluit genomen om over te stappen van een gezamenlijke (single tenant) naar een afzonderlijke (multi-tenant) Microsoft omgeving per deelnemer. Dit biedt kansen om meer taken op het gebied van Functioneel Beheer intern op te pakken en vormt een solide basis voor de ontwikkeling van data gedreven werken, onder andere via de tools als Power Apps en Power BI. Dit komt tegemoet aan de groeiende behoefte aan sturingsinformatie en data-analyse. Informatie Beheer Informatie is van essentieel belang voor onze dienstverlening, besluitvorming en verantwoording. De informatie wordt momenteel in verschillende systemen beheerd. Deze systemen zijn geschikt voor tijdelijk beheer en vindbaarheid, maar onvoldoende gericht op duurzame opslag en publieke toegankelijkheid. Om te voldoen aan de archiefwetgeving en onze informatie voor lange termijn veilig te stellen, zijn we eind 2025 aangesloten op het e-depot van het Regionaal Archief Tilburg. Het e-depot is een betrouwbare en toekomstbestendige opslag van documenten. De eerste digitale overbrenging wordt verwacht in 2026. Hiermee zetten we een belangrijke stap richting digitale archivering.

Rechtmatigheidsverantwoording Vanaf 2023 is het college verantwoordelijk voor het afgeven van een rechtmatigheidsverantwoording. Naar aanleiding van de managementletter en accountantscontrole 2024 is een duidelijker beeld verkregen van de aard en omvang van de onrechtmatigheden. Een van de conclusies was dat de financiële verordening moest worden aangepast om de duiding van rechtmatigheid te verbeteren, deze aanpassing is uitgevoerd. Ons doel is om over 2026 een rechtmatigheidsverklaring zonder voorbehouden af te geven. Om dat te bereiken versterken we onze interne controle. Dit doen we door ons in 2026 te richten op:

60

• • • • •

het verder beschrijven van processen; het verhogen van het bewustzijn bij medewerkers; de implementatie van een contractmanagementsysteem; de inzet van een dynamisch aankoopsysteem; aandacht voor fraudepreventie en risicoanalyses.

Daarnaast voeren we in 2025 een 213A onderzoek uit naar prestatieverklaringen, met als doel de betrouwbaarheid van geleverde prestaties verder te vergroten. De resultaten van dit onderzoek en de verbetermaatregelen die daaruit voortkomen, zullen bijdragen aan het terugdringen van het aantal onrechtmatigheden en het versterken van de rechtmatigheidsverantwoording. We spannen ons in om de rechtmatigheidsverantwoording en interne controle op het vereiste niveau te brengen. Ook in 2026 voeren we een 213A onderzoek uit, het onderwerp zal nader worden bepaald. Bestuurlijke processen Het bestuurlijk besluitvormingsproces vormt het hart van het bestuurlijk en ambtelijk samenspel. De samenwerking tussen ambtelijke organisatie, college en raad is hierin erg belangrijk en bepaalt de kwaliteit van de gemeentelijke besluitvorming. Een goede kwaliteit van stukken, het maken en nakomen van duidelijke procesafspraken en zorgdragen voor een goede lange termijnplanning dragen hieraan bij. In 2026 gaan we de in 2025 ingezette verbeteringen in de organisatie borgen en gaan we medewerkers trainen en opleiden. Hiermee tillen we de professionaliteit van de advisering en kwaliteit van de besluitvorming naar een hoger niveau. Hoe kunt u deze resultaten volgen? Formatie en bezetting De formatie op grond van de begroting voor 2026 bedraagt 185,7 fte.

In onderstaande tabel is de bezetting weergegeven (peildatum 1 juli 2025) in aantallen fte.

61

Vacatures Er is op peildatum 1 juli 2025 nog ruim 21 fte aan vacatureruimte in te vullen. Hierbij tekenen we aan dat de datum van peilen van invloed is. Het registreren van ingevulde vacatures loopt achter op medewerkers die na deze datum in dienst treden en waarmee al wel arbeidscontracten zijn afgesloten. Vanaf 1 januari 2025 vulden we 18 vacatures in. We merken op dat de dynamiek op de arbeidsmarkt hoog is. De verblijfsduur in de organisatie bedraagt tot 1 juli 2025 7,4 jaar en in de functie 2,9 jaar. In juli 2020 bedroeg de verblijfsduur respectievelijk 9,8 en 3 jaar. Ziekteverzuim

Het ziekteverzuim loopt in de eerste helft van 2025 licht op. De daling van het verzuim vanaf 2022 stagneert. De lichte stijging in de eerste helft van 2025 zien we in het middellang (8-42 dagen) en lange (43–365 dagen) verzuim. Onze cijfers wijken op jaarbasis (2024) niet ver af van het landelijk gemiddelde voor de sector gemeenten. Mentale belasting en combinatie werk en privé factoren zijn als oorzaken voor de lichte stijging te duiden. Wat mag het kosten? Bedragen x € 1.000 Projecten binnen informatiemanagement, -veiligheid en -beheer Formatie informatiemanagement, -veiligheid en -beheer Totaal

2026 -175 -102 -277

2027 -102 -102

2028 -102 -102

2029 -102 -102

De uitgaven in bovenstaande tabel staan toegelicht in Venster 0 Overhead en algemene dekkingsmiddelen.

62

Paragraaf 5. Financiering De paragraaf bevat een toelichting op het risicobeheer van de financieringsportefeuille en geeft inzicht in de rentelasten, het renteresultaat, de wijze waarop rente aan investeringen, grondexploitaties en taakvelden wordt toegerekend en de financieringsbehoefte. Renterisico De kasgeldlimiet en de renterisiconorm moeten voorkomen dat de leningenportefeuille van gemeente te gevoelig is voor schommelingen in de rente. De kasgeldlimiet richt zich op leningen met een korte looptijd en de renterisiconorm richt zich juist op langlopende leningen. Kasgeldlimiet De kasgeldlimiet is bedoeld om het renterisico op geldleningen te beperken. Als er veel kortlopende leningen (kasgeldleningen) zijn, dan is de financieringsportefeuille gevoeliger voor rentewijzigingen. Over het algemeen hebben kortlopende leningen een lagere rente en zijn daarom goedkoper. De omvang van de netto vlottende schuld is beperkt tot maximaal 8,5% van het begrotingstotaal. Kasgeld limiet (bedragen x € 1.000) Limiet Netto vlottende schuld Ruimte binnen limiet

Kwartaal 1 6.969 5.234 1.735

Kwartaal 2 6.969 5.234 1.735

Kwartaal 3 6.969 3.234 1.735

Kwartaal 4 6.969 4.234 1.735

De netto vlottende schuld is positief omdat de vlottende vorderingen lager zijn dan de vlottende schulden. In alle kwartalen zijn we onder de kasgeldlimiet gebleven. Renterisiconorm Renterisico’s op de langere termijn beheersen we door de toepassing van de zogenaamde renterisiconorm. In de kern komt deze erop neer dat niet op hetzelfde moment een omvangrijke herfinanciering leningen plaatsvindt tegen op dat moment bijvoorbeeld fors hogere rentepercentages. De jaarlijkse verplichte aflossingen en renteherzieningen mogen niet meer bedragen dan 20% van het begrotingstotaal. Renterisiconorm (bedragen x € 1.000) Renterisiconorm Aflossingen Ruimte binnen norm

Risico 16.398 -2.194 14.203

We voldoen aan de renterisiconorm. Financiering Dit onderdeel geeft inzicht in de ontwikkeling van onze langlopende leningen en uitzettingen. Opgenomen leningen (bedragen x € 1.000) Stand 1 januari Aflossingen Opgenomen Stand 31 december

2026 18.905 -2.194 0 16.711

De rentelast over deze leningen bedraagt in 2026 € 581.000. De gemiddelde rente is 3%. Uitgezette leningen (bedragen x € 1.000)

2026

Stand 1 januari

1.105

Aflossingen Opgenomen Stand 31 december

-90 15 1.030

De rentebaat over deze leningen bedraagt in 2026 € 14.000. De gemiddelde rente is 1,3%.

63

Garanties op leningen aan derden Naast de leningen die we zelf aangaan zijn er nog een aantal leningen ‘door verstrekt’ aan derden of staan we garant voor leningen die aan derden zijn verstrekt door een bankinstelling. In deze situatie is er geen sprake van bankieren. De leningen aan woningbouwverenigingen zijn aflopend van aard en stammen nog uit de periode dat het gebruikelijk was dat we voordelig leningen aantrokken bij bijvoorbeeld de Bank Nederlandse Gemeenten en deze onder dezelfde condities verstrekten aan de betreffende woningbouwvereniging. Garanties geven we alleen uit hoofde van de publieke taak. Bijvoorbeeld een garantstelling aan een bank voor een vereniging voor de aanleg van een sportveld. Garanties op verstrekte bedragen (bedragen x € 1.000) Leningen aan verenigingen, stichtingen en natuurlijke personen Leningen aan woningbouwverenigingen Stand 31 december

2026 569 335.652 336.222

Over het algemeen zijn deze risico’s op verstrekte geldleningen beperkt omdat ofwel contragaranties zijn verstrekt of een hypotheek als onderpand is afgegeven. Schema rentetoerekening Het onderstaande renteschema geeft inzicht in de rentelasten en -baten, het renteresultaat en de wijze waarop de rente wordt toegerekend aan de verstrekte leningen, investeringen en grondexploitaties. Bij de verdeling van de externe rente naar de verschillende taakvelden is gerekend met een renteomslag van 0,5 %. Het renteresultaat op taakveld treasury is € 34.000 (positief) en dit betekent dat de toerekende rente aan de verschillende taakvelden hoger is dan de externe rente, maar wel binnen de toegestane afwijking van 25% zoals de BBV voorschrijft in de notitie rente. Schema rentetoerekening (bedragen x € 1.000) Externe rentelast over korte financiering Externe rentelast over lange financiering Externe rente component Totaal door te rekenen extra rente Rente die aan grondexploitatie moet worden doorberekend Rente van projectfinanciering (niet van toepassing) Aan taakvelden toe te rekenen externe rente Rente over eigen vermogen en voorzieningen Aan taakvelden toe te rekenen rente Werkelijk aan taakvelden toegerekende rente (via renteomslag) Renteresultaat, onderdeel van resultaat op taakveld treasury

2026 10 582 -101 491 0 0 491 0 491 525 -34

64

Paragraaf 6. Verbonden partijen Inleiding Het begrip verbonden partij is vastgelegd in het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) en wordt als volgt gedefinieerd: ‘Een privaatrechtelijke of publiekrechtelijke organisatie waarin de provincie onderscheidenlijk de gemeente een bestuurlijk en financieel belang heeft’. In maart 2018 heeft de gemeenteraad van Loon op Zand een nota verbonden partijen vastgesteld. Doel van deze nota was met name om meer grip te krijgen op gemeenschappelijke regelingen. Kern van deze nota is dat we voortaan op basis van de drie B’s (Bestuur, Beleid en Bedrijfsvoering) sturen op gemeenschappelijke regelingen. Per gemeenschappelijke regeling worden in onderstaand overzicht de drie B’s beschreven. Hiermee worden de kaders gesteld op basis waarvan voorstellen van de regelingen in het komend jaar beoordeeld worden. Achtergrondinformatie over de werkwijze aan de hand van de drie B’s staat in de nota verbonden partijen 2018. De nota verbonden partijen 2018 richt zich enkel op gemeenschappelijke regelingen. Voor de overige verbonden partijen (verenigingen, stichtingen, coöperaties en vennootschappen) blijven we de in het BBV voorgeschreven kerngegevens hanteren. De gemeente baseert de cijfers op de jaarrekening 2024 en/of begroting 2026 van de verbonden partijen.

Totaalbeeld verbonden partijen Partij Rechtsvorm Regio Hart van Brabant Gemeenschappelijke regeling Midpoint[1] Stichting

Venster Bestuur en dienstverlening Omgeving en economische ontwikkeling Bestuurscommissie Onder GR Hart van Gemeenschappen Jeugd HvB Brabant GGD Hart voor Brabant Gemeenschappelijke Gemeenschappen regeling OMWB Gemeenschappelijke Omgeving en regeling economische ontwikkeling Veiligheidsregio MWB Gemeenschappelijke Bestuur en regeling dienstverlening Baanbrekers Gemeenschappelijke Gemeenschappen regeling Belastingsamenwerking Gemeenschappelijke Overhead en West-Brabant regeling algemene dekkingsmiddelen RAV Gemeenschappelijke Bestuur en regeling dienstverlening BNG Vennootschap Algemene dekkingsmiddelen Brabant Water NV Vennootschap Algemene dekkingsmiddelen Publiek Ontwikkelbedrijf Vennootschap Omgeving en REKS economische ontwikkeling

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=LoonOpZand&id=bbf684a7-37ed-4118-8235-3f8ed95f9e15