Bijlage 2. Toelichting bestemmingsplan
Tekst van het document
Het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) legt veiligheidsnormen op aan bedrijven die een risico vormen voor personen buiten het bedrijfsterrein, bijvoorbeeld rondom chemische fabrieken, LPG-tankstations en spoorwegemplacementen waar goederentreinen met gevaarlijke stoffen rangeren. Het besluit is op 27 oktober 2004 in werking getreden. Op 1 januari 2011 is het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) in werking getreden. Daarin wordt geregeld hoe een gemeente moet omgaan met risico’s langs relevante buisleidingen. De hogedruk gasleidingen van de Gasunie zijn het meest relevant. Op 1 april 2015 is de regeling ‘Basisnet vervoer gevaarlijke stoffen’ in werking getreden. Het Basisnet verhoogt de veiligheid van mensen die wonen of werken in de buurt van infrastructuur (auto-, spoor- en vaarwegen) waarover gevaarlijke stoffen worden vervoerd. In de Beleidsvisie Externe Veiligheid (Regionale Milieudienst West-Brabant, 2010) beschrijft de gemeente Loon op Zand de ambitie voor de externe veiligheid. Deze is omschreven als: 'De gemeente Loon op Zand wil zorgen voor een blijvend maatschappelijk aanvaardbare risicosituatie voor burgers in relatie tot activiteiten met gevaarlijke stoffen in de omgeving'.
4.6.2
Onderzoek en conclusie
Onderstaande afbeelding is een uitsnede van de kaart Veiligheid (Atlas Leefomgeving) nabij het plangebied. De planlocatie is aangeduid met een groene cirkel. De grondgebonden woningen, zoals toegestaan binnen het plangebied, worden aangemerkt als kwetsbaar objecten. Op ruim 450 meter is bij het Shell tankstation aan de Berndijksestraat een lpg vulpunt aanwezig. De afstand tot de N261 is circa 1,3 km. Uit de kaart Veiligheid blijkt dat het plangebied niet is gelegen binnen een invloedsgebied van een inrichting met gevaarlijke stoffen, noch van een leiding.
26 eld)
bestemmingsplan "De Els II, fasen 3 en 4" (vastgest
bestemmingsplan De Els II, fasen 3 en 4
Afbeelding 4.2 Uitsnede kaart Veiligheid (bron: Atlas Leefomgeving) met plangebied groen omcirkeld Vanwege toxische scenario’s ligt het plangebied in het invloedsgebied van A59. Transporten ten behoeve van de bevoorrading van tankstations (met of zonder LPG) over secundaire wegen worden veelal niet op de risicokaart afgebeeld, omdat het aantal transporten dusdanig laag is dan het risico verwaarloosbaar klein is. Op circa 300 meter ten westen van het plan is aan de Berndijksestraat een tankstation met LPG aanwezig. De bevoorradingsroute is niet bekend, al is het in theorie mogelijk om vanaf de N261 via de Europalaan en Marktstraat het tankstation te benaderen. Het plan is op korte afstand tot de Marktstraat gelegen. Er is theoretisch gezien dan wel sprake van een mogelijk scenario 'fakkelbrand' of 'BLEVE'. Om die reden is een verantwoording van het groepsrisico nodig. Hiervoor kan worden volstaan met de Standaard Verantwoording Groepsrisico 2019 (zie Bijlage 10) en het standaardadvies van de Veiligheidsregio (Bijlage 11) van toepassing. Gezien het voorgaande kan worden gesteld dat met de voorgenomen ontwikkeling geen belemmeringen op het gebied van externe veiligheid optreden.
4.7
Flora en fauna
4.7.1
Wet- en regelgeving
Op 1 januari 2017 is de Wet natuurbescherming in werking getreden. De Wet natuurbescherming ziet zowel op de bescherming van waardevolle gebieden (waaronder de Natura 2000-gebieden) als op de bescherming van planten- en diersoorten. Voor gebieden die deel uitmaken van het NatuurNetwerk Nederland (NNN, voorheen de ecologische hoofdstructuur) is daarnaast sprake van planologische bescherming. Ruimtelijke plannen dienen te worden beoordeeld op de uitvoerbaarheid in relatie tot actuele natuurwetgeving. Er mogen geen ontwikkelingen plaatsvinden die op onoverkomelijke bezwaren stuiten door effecten op beschermde natuurgebieden en/of beschermde planten- en diersoorten. In dit kader is inzicht gewenst in de aanwezige natuurwaarden en de mogelijk daarmee samenhangende consequenties vanuit de actuele natuurwetgeving.
bestemmingsplan "De Els II, fasen 3 en 4" (vastgesteld) 27
bestemmingsplan De Els II, fasen 3 en 4
4.7.2
Onderzoek en conclusie
In het kader van de Wet natuurbescherming is nagegaan of vaste rust- en verblijfplaatsen door de beoogde ingreep opzettelijk worden aangetast (verwijderd, ongeschikt gemaakt) of dat dieren opzettelijk worden verontrust, verjaagd of gedood. Verder is er gekeken of er invloeden zijn die leiden tot een verminderde geschiktheid als foerageergebied waarbij het een zodanig belang betreft dat bij het wegvallen van deze functie ook vaste rust- en verblijfplaatsen niet langer kunnen functioneren. Begin 2021 is daarom een quickscan flora en fauna uitgevoerd door Econsultancy. De rapportage (d.d. 25 april 2022) daarvan is als Bijlage 12 opgenomen. Hierna zijn de belangrijkste conclusies opgenomen. Soortbescherming Voor de algemene broedvogelsoorten, die binnen het plangebied zijn te verwachten, geldt dat er geen overtredingen zullen plaatsvinden met betrekking tot deze soorten, indien het groen en het snoeiafval buiten het broedseizoen wordt verwijderd. Gelet op de mogelijkheden voor verblijfplaatsen van vleermuizen in de directe omgeving van het plangebied is overtreding van de Wet natuurbescherming te vermijden door verlichtingstoename in de richting van nabijgelegen bebouwing en groenvoorzieningen te voorkomen.
Vanwege op de geschiktheid van het plangebied voor marterachtigen, is aanvullend onderzoek noodzakelijk om de daadwerkelijke functie van het gebied voor marterachtigen te kunnen vaststellen. Door de ingreep kan zowel potentieel landhabitat als voorplantingswater van de rugstreeppad worden vernietigd. Ook zijn binnen het plangebied mogelijk geschikte waardplanten aanwezig voor de beschermde vlindersoort teunisbloempijlstaart. Voor de rugstreeppad en teunisbloempijlstaart dient door aanvullende onderzoek de aanwezigheid binnen het plangebied wordt vastgesteld of uitgesloten. Tot slot kunnen op het braakliggend ruigteterrein binnen het plangebied beschermde vaatplanten voorkomen. Middels aanvullend onderzoek gedurende het bloeiseizoen dient de aanwezigheid dan wel de afwezigheid te worden vastgesteld. Gebiedsbescherming Het plangebied is niet gelegen binnen de grenzen, of in de directe nabijheid van een gebied dat aangewezen is als Natura 2000 en maakt geen deel uit van het Natuurnetwerk Nederland. Het meest nabijgelegen Natura 2000-gebied, Loonse en Drunense duinen, bevindt zich op circa 2 kilometer afstand. Het meest nabijgelegen natuurnetwerk bevindt zich circa 1,4 kilometer ten westen van het plangebied. Daarnaast bevindt zich op circa 2,4 kilometer ten noorden van het plangebied het Natura 2000-gebied Langstraat.
De wezenlijke kenmerken en waarden van het Natuurnetwerk Nederland zullen door de beoogde woningbouwontwikkeling in combinatie met de afstand niet worden aangetast. Vervolgonderzoek in het kader van het Natuurnetwerk Nederland wordt niet noodzakelijk geacht. Het plangebied ligt wel binnen de invloedsfeer van de Natura-2000 gebieden Loonse en Drunense duinen en Langstraat. Indien er sprake zou zijn van een effect, betreft dit een extern effect, zoals toename van geluid, licht of depositie van stikstof. In onderhavig geval dient enkel een extern effect als gevolg van stikstofdepositie te worden onderzocht. Houtopstanden Ten aanzien van houtopstanden zijn overtredingen niet aan de orde.
4.7.3
Aanvullend onderzoek en conclusie
Aanvullend onderzoek soorten Het aanvullend onderzoek is uitgevoerd door Maasarend. De rapportage daarvan is als Bijlage 13 opgenomen. Hierna zijn de belangrijkste conclusies opgenomen. Tijdens het aanvullend onderzoek zijn er geen beschermde marterachtigen op beeld vastgelegd of sporen van beschermde marterachtigen aangetroffen binnen het plangebied. Hoge aantallen prooidieren 28 eld)
bestemmingsplan "De Els II, fasen 3 en 4" (vastgest
bestemmingsplan De Els II, fasen 3 en 4 ontbreken eveneens. Ook zijn rugstreeppad of sporen van rugstreeppad niet aangetroffen in het plangebied. Er zijn binnen het plangebied of in de directe omgeving geen rupsen van of geschikte waardplanten voor teunisbloempijlstaart aangetroffen noch beschermde vaatplanten waargenomen. Aanvullend onderzoek gebiedsbescherming Door Econsultancy is in oktober 2024 een onderzoek uitgevoerd naar de stikstofdepositie op de omliggende Natura 2000-gebieden. De rapportage daarvan is als Bijlage 14 opgenomen. Het projecteffect op de Natura 2000-gebieden ten gevolge van zowel de gebruiks- als aanlegfase is kleiner dan of gelijk aan 0,00 mol/ha/jaar. Bij een dergelijk projecteffect zal het beoogde plan niet voor een significante toename in stikstofdepositie zorgen en kunnen negatieve effecten worden uitgesloten. Er is derhalve geen vergunning Wet natuurbescherming benodigd voor het aspect stikstof. Het dichtstbijzijnde onderdeel van het Natuurnetwerk Brabant (NNB) ligt op 1,4 kilometer afstand ten van het plangebied. Vanwege deze afstand is het niet te verwachten dat de voorgenomen ontwikkeling een negatief effect zal hebben op de natuurwaarden in het NNB. Conclusie Gezien het bovenstaande zijn er derhalve geen negatieve effecten te verwachten op beschermde soorten en natuurgebieden. Er worden geen bepalingen uit de Wet natuurbescherming overtreden.
Het is ook niet noodzakelijk om mitigerende en/of compenserende maatregelen te treffen voor beschermde soorten.
4.8
Water
4.8.1
Wet- en regelgeving
Kaderrichtlijn Water De Kaderrichtlijn water is een Europese richtlijn die moet leiden tot een verbetering van de kwaliteit van het oppervlakte- en grondwater. De Kaderrichtlijn moet in landelijke wet- en regelgeving worden omgezet. Met de komst van de Implementatiewet EG-kaderrichtlijn water is de KRW vertaald in de Nederlandse wetgeving. De Europese Kaderrichtlijn heeft gevolgen voor de gemeente op het gebied van riolering, afkoppelen, toepassing van bouwmaterialen en het ruimtelijke beleid. Er worden ecologische en fysisch-chemische doelen geformuleerd die afhankelijk zijn van de functie van een watergang. Het Nationaal Water Programma 2022-2027 Het Rijk streeft naar een duurzaam en klimaatbestendig waterbeheer en heeft de ambitie om de komende decennia te investeren in bescherming tegen overstromingen en in de zoetwatervoorziening. Voor een duurzaam en klimaatbestendig watersysteem is het van belang bij ruimtelijke ontwikkelingen rekening te houden met waterhuishoudkundige eisen op de korte en de lange termijn. Provinciaal Water en Bodem programma 2022-2027 Doel van dit provinciale beleid is een klimaatadaptief Brabant met veilig, schoon en voldoende water en een vitale bodem.
Deze opgaven zijn ook van belang voor vrijwel alle andere provinciale opgaven: wonen en werken, infrastructuur en mobiliteit, landbouw en voedsel, natuur en biodiversiteit, erfgoed, een concurrerende en duurzame economie, en de energietransitie. Ambitie: Brabant heeft in 2050 een klimaatbestendig en veerkrachtig water- en bodemsysteem en is bestand tegen extremen. Een belangrijke rode draad in het programma is het herstellen van de systeemwerking. Vele generaties lang had het waterbeleid als doel wateroverlast te voorkomen en water zo snel mogelijk af te voeren. Inmiddels weten we beter en is het duidelijk geworden dat het roer om moet: we moeten zuinig zijn op ons water en de bodem, en het water en bodemsysteem moet toegerust zijn op natte én droge tijden. Waterbeheerprogramma 2022-2027 bestemmingsplan "De Els II, fasen 3 en 4" (vastgesteld) 29
bestemmingsplan De Els II, fasen 3 en 4
Het waterschap Brabantse Delta is verantwoordelijk voor het waterbeheer in de gemeente Loon op Zand. In het Waterbeheerprogramma staat hoe het waterschap haar taken in de periode 2022-2027 uitvoert. In het Waterbeheerprogramma neemt het waterschap de kerntaken als uitgangspunt. Die taken zijn: bescherming tegen overstromingen en zorgen voor schoon en gezond water dat voldoende voorhanden is. Daarnaast beschikt het waterschap over de Keur en de legger. De Keur bevat gebods- en verbodsbepalingen met betrekking tot ingrepen die consequenties hebben voor de waterhuishouding en het waterbeheer. De legger geeft aan waar de waterstaatswerken liggen, aan welke afmetingen en eisen die moeten voldoen en wie onderhoudsplichtig is. Veelal is voor deze ingrepen een watervergunning van het waterschap benodigd. De Keur De drie Brabantse waterschappen, Aa en Maas, De Dommel en Brabantse Delta hebben hun keuren geharmoniseerd. Als onderdeel van dit harmonisatietraject hanteren de waterschappen sinds 1 maart 2015 dezelfde (beleids)uitgangspunten voor het beoordelen van plannen waarbij het verhard oppervlak toeneemt. Bij een toename en afkoppelen van het verhard oppervlak geldt het uitgangspunt dat plannen zoveel mogelijk hydrologisch neutraal worden uitgevoerd.
Vanwege dit principe wordt bij uitbreiding van verhard oppervlak voor de omgang met hemelwater uitgegaan van de voorkeursvolgorde infiltreren, bergen, afvoeren. De waterschappen maken bij het beoordelen van plannen met een toegenomen verhard oppervlak onderscheid tussen grote en kleine plannen. Watertoets Sinds 1 november 2003 is het wettelijk verplicht, in het kader van het Besluit ruimtelijke ordening, een watertoets te verrichten. In de toelichting bij ruimtelijke besluiten en plannen, waarop bovengenoemd besluit van toepassing is, is het noodzakelijk een beschrijving te geven van de manier waarop rekening is gehouden met de gevolgen van het plan voor de waterhuishouding. Programma Water en Riolering 2021-2024 Met het Programma Water en Riolering PWR geeft de gemeente Loon op Zand invulling aan de wettelijke zorgplichten afval-, hemel- en grondwater (de basisopgave). In het PWR zijn de volgende speerpunten geformuleerd: 1. 2. 3. 4.
Werken aan een robuust en klimaatbestendig systeem. Werken volgens duurzame en levenscyclusgerichte principes. Integraal werken. Samenwerken met inwoners en ondernemers.
4.8.2
Onderzoek en conclusie
In het kader van het bestemmingsplan 'De Els II' is een waterhuishoudingsplan opgesteld. Door Econsultancy is in december 2021 een watertoets opgesteld, waarin de aanpassingen in beleid en wijzigingen in de verkaveling in beeld zijn gebracht (zie Bijlage 15). De huidige verkaveling zorgt, ten opzichte van de situatie uit 2012, voor een verhardingsafname van circa 285 m2. Omdat het aangesloten verhard oppervlak zoals berekend in het oorspronkelijke waterhuishoudingsplan door de nieuwe verkavelingsopzet niet toeneemt, zijn geen extra compenserende maatregelen benodigd en kan zonder problemen worden aangesloten op het systeem zoals ontworpen en berekend in het waterhuishoudingsplan uit 2009. Vanuit het oogpunt van de waterhuishouding worden derhalve geen belemmeringen verwacht voor de realisatie van de laatste fasen van De Els II op basis van het voorliggende bestemmingsplan.
30 eld)
bestemmingsplan "De Els II, fasen 3 en 4" (vastgest
bestemmingsplan De Els II, fasen 3 en 4
4.9
Archeologie en cultuurhistorie
4.9.1
Wet- en regelgeving
Op 16 januari 1992 is in Valletta (Malta) het Europees Verdrag inzake de bescherming van het archeologisch erfgoed (Verdrag van Malta) ondertekend. Het Nederlandse parlement heeft dit verdrag in 1998 goedgekeurd. Het Verdrag van Malta voorziet in bescherming van het Europees archeologisch erfgoed onder meer door de risico's op aantasting van dit erfgoed te beperken. Deze bescherming is in Nederland wettelijk verankerd in de Erfgoedwet en gemeentes hebben dit in hun bestemmingsplannen opgenomen. In het kader van een goede ruimtelijke ordening in relatie tot de Erfgoedwet kan vooronderzoek naar mogelijke waarden nodig zijn zodat, waar nodig, die waarden veilig gesteld kunnen worden en/of het initiatief aangepast kan worden. Bij de opstelling en uitvoering van ruimtelijke plannen moet met de cultuurhistorische (landschaps)waarden van bovenlokaal belang rekening worden gehouden. De provincie heeft hiertoe in haar Verordening, zogeheten cultuurhistorische vlakken aangeduid. Deze vlakken verdienen specifieke aandacht vanwege de onvervangbaarheid van de aanwezige waarden. Gemeenten dienen de cultuurhistorische waarden en kenmerken van deze gebieden te behouden, herstellen en/of duurzaam te ontwikkelen. Ruimtelijke ontwikkelingen kunnen hier enkel worden toegestaan, indien zij de wezenlijke kenmerken en waarden van het gebied niet aantasten.
De cultuurhistorische waarden van een gebied zijn in kaart gebracht in de zogenaamde cultuurhistorische waardenkaart.
4.9.2
Onderzoek en conclusie
Archeologie Het grootste deel van het plangebied ligt op de archeologische beleidskaart (ontwerp september 2017) in een gebied zonder verwachting (zie figuur 4.1). Tijdens onderzoek in 2006 zijn geen archeologische indicatoren aangetroffen en is geadviseerd geen vervolgonderzoek uit te voeren. Op basis van deze onderzoeksresultaten heeft de gemeente Loon op Zand op 13 oktober 2008 een selectiebesluit genomen. Hoewel er geen concrete aanwijzingen zijn gevonden voor een archeologische vindplaats was er gezien de landschappelijke en bodemkundige situatie een kans dat zich in de ondergrond archeologische resten bevonden. Om deze reden is in 2009 een proefsleuvenonderzoek uitgevoerd, waaruit is gebleken dat in het plangebied geen sprake is van een behoudenswaardige archeologische vindplaats. Het advies dat naar aanleiding van het proefsleuvenonderzoek is gegeven, is dat het plangebied een lage trefkans voor archeologie kan worden toebedeeld. Voor gebieden met een lage verwachting geldt een onderzoeksplicht bij een verstoringsoppervlakte vanaf 10.000 m² en een verstoringsdiepte vanaf 50 cm. Met de bouw van woningen in de laatste fasen van De Els II worden deze maten niet overschreden.
bestemmingsplan "De Els II, fasen 3 en 4" (vastgesteld) 31
bestemmingsplan De Els II, fasen 3 en 4
Figuur 4.3 Uitsnede archeologische beleidskaart gemeente Loon op Zand (2017, actualisatie 2020) met begrenzing van het plangebied in paars Voor de delen van het plangebied buiten het gebied waar het proefsleuvenonderzoek heeft plaatsgevonden, is op de gemeentelijke archeologische beleidskaart een hoge verwachtingswaarde opgenomen. Voor deze gebieden geldt een onderzoeksplicht bij een verstoringsoppervlakte vanaf 500 m² en een verstoringsdiepte vanaf 50 cm. De betreffende gronden zijn in het voorliggende bestemmingsplan voorzien van een dubbelbestemming ter bescherming van eventuele archeologische waarden. Ook bij een lage verwachting blijft het te allen tijde mogelijk dat er alsnog zogenaamde 'toevalsvondsten' kunnen worden gedaan. Dit zijn archeologische waarden en resten die op grond van regulier archeologisch (voor)onderzoek niet werden verwacht. Indien bij graafwerkzaamheden dergelijke waarden worden aangetroffen, dienen deze conform de Erfgoedwet, art. 5.10, direct te worden gemeld. In de praktijk kan melding het beste direct plaatsvinden bij de gemeente (de bevoegde overheid). Cultuurhistorie Uit de kaart betreffende de cultuurhistorische waarden van Noord-Brabant, volgt dat de planlocatie in de regio 'Langstraat' ligt. De regio is van cultuurhistorisch belang vanwege het voor Noord-Brabant unieke slagenlandschap.
De verschillende fasen van de ontwikkeling van het landschap, de strijd tegen het water en de problemen met de bodemdaling zijn in het huidige landschap goed te herkennen. De Langstraat is één van de Belvédèregebieden. Dit zijn gebieden die door het rijk zijn aangewezen als de cultuurhistorisch meest waardevolle gebieden van Nederland. Typerend voor de dragende structuren in de regio 'Langstraat' zijn: De voornamelijk oost-west georiënteerde wegen, dijken en het tracé van het Halvezolenlijntje; De Bergsche Maas; De langgerekte historische bewoningsassen, eveneens oost-west georiënteerd; 32 eld)
bestemmingsplan "De Els II, fasen 3 en 4" (vastgest
bestemmingsplan De Els II, fasen 3 en 4 De smalle strookvormige percelen en de (turf)vaarten met een noord-zuid richting; De grote openheid ten noorden van de Winterdijk; Sterk contrast tussen de genoemde openheid en de geslotenheid van het geibed van de Loonse en Drunense Duinen. Behoud van de dragende structuren is uitgangspunt. Door de stedelijke ontwikkeling van Kaatsheuvel is het plangebied geen onderdeel van een gebied met cultuurhistorische waarde. Bovendien is geen sprake van de aantasting van bestaande structuren, de voornamelijk oost-west georiënteerde wegen. Conclusie Gezien het voorgaande kan worden gesteld dat met de voorgenomen ontwikkeling geen belemmeringen op het gebied van archeologie en cultuurhistorie optreden.
4.10
Kabels en Leidingen
In het plangebied bevinden zich geen planologisch te beschermen kabels en leidingen.
4.11
Verkeer en parkeren
De ontsluiting van De Els II is al bepaald bij de eerste aanleg na de vaststelling van het bestemmingsplan 'De Els II' in 2012. Momenteel wordt De Els II alleen ontsloten vanaf de Gasthuisstraat. Na realisatie van de fase 4 komt er ook een aansluiting op de Marktstraat. Zoals eerder is aangegeven, zijn de toekomstige woonstraten al aangelegd als bouwstraten. De verkeersgeneratie als gevolg van de beoogde woningbouw in de fasen 3 en 4 is berekend op maximaal 170 verkeersbewegingen (zie par. 7.1.2 in de Rapportage quickscan Wet natuurbescherming). De Gasthuisstraat en Marktstraat zijn ingericht als gebiedsontsluitingswegen. Door de beperkte toename van het aantal verkeersbewegingen op en spreiding daarvan over deze wegen zijn geen problemen te verwachten voor de verkeersafwikkeling op deze wegen. Wat betreft parkeren zijn het gemeentelijk parkeerbeleid en de parkeernormen, zoals opgenomen in de 'Uitwerking parkeerbeleid Loon op Zand 2016' van toepassing. Hieruit volgt dat het plangebied onderdeel is van het gebied 'rest van de bebouwde kom' en er een parkeernorm geldt van 1,9 of 2,2 parkeerplaats, afhankelijk van de gebruiksvloeroppervlakte. In de tabel hieronder is een totaaloverzicht opgenomen op basis van het huidige verkavelingsplan (zie par. 2.3). De aanleg van voldoende parkeergelegenheid is in hoofdstuk 3 van de planregels vastgelegd. type woning
aantal
parkeernorm
totaal
woning groot, > 135 m² GBO
27
2,2
59,4
woning midden, 90-135 m² GBO
39
1,9
74,1
totaal
133,5
Er zijn binnen het plangebied in totaal 66 woningen mogelijk: 39 aaneengebouwd, 3 patio's, 22 twee-onder-één-kap en 2 vrijstaand. Binnen het plangebied worden op eigen terrein (op 33 woonpercelen) en het openbare gebied voldoende parkeerplaatsen aangelegd.
bestemmingsplan "De Els II, fasen 3 en 4" (vastgesteld) 33
bestemmingsplan De Els II, fasen 3 en 4
Hoofdstuk 5
Juridische planbeschrijving
In deze paragraaf worden de systematiek van de regels en de wijze waarop de regels dienen te worden gehanteerd, uiteengezet. De regels van het plan bestaan uit vier hoofdstukken, waarin achtereenvolgens de inleidende regels, de bestemmingsregels, de algemene regels en de overgangs- en slotregels aan de orde komen. Voor de systematiek is aangesloten op de SVBP2012, de Wabo, de beheersverordening voor het aangrenzende gebied en de parapluherziening (zie paragraaf 1.3). Voor het bouwen is verder het Besluit omgevingsrecht (Bor) van belang. In het Bor zijn onder andere regels voor vergunningvrije bouwwerken opgenomen. Hieronder wordt de opbouw en dergelijke van de regels kort toegelicht.
Inleidende regels In dit hoofdstuk is een aantal begrippen verklaard dat wordt gebruikt in de regels. Dit voorkomt dat er bij de uitvoering van het plan onduidelijkheden ontstaan over de uitleg van bepaalde regelingen. Daarnaast is het artikel 'Wijze van meten' opgenomen waarin bepaald is hoe de voorgeschreven maatvoering in het plan gemeten moet worden.
Opbouw bestemmingen In dit hoofdstuk zijn de in het plan voorkomende bestemmingen geregeld. In ieder artikel is per bestemming bepaald welk gebruik van de gronden is toegestaan en welke bouwregels er gelden. Tevens zijn, waar mogelijk, flexibiliteitsbepalingen opgenomen. Groen Deze bestemming is opgenomen voor de groene ruimte ten zuiden van het centrale woonblok met aaneengebouwde woningen en is bestemd voor groen en bijbehorende voorzieningen, zoals speelvoorzieningen, nutsvoorzieningen, kunstwerken, voet- en fietspaden etcetera. Binnen de bestemming mogen uitsluitend kleine gebouwen van openbaar nut en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden gebouwd. Verkeer De gronden met een verkeersfunctie, zoals wegen en parkeerplaatsen, zijn bestemd als Verkeer. Daarnaast valt ook het zogenaamde 'snippergroen' langs de wegen en parkeerplaatsen onder deze bestemming. Binnen de bestemming zijn uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde, toegestaan, zoals wegverlichting. Wonen Deze gronden zijn bestemd voor wonen. Onder voorwaarden is de uitoefening van aan huis gebonden beroepen toegestaan. Voor de uitoefening van aan huis gebonden bedrijven, voor het verlenen van mantelzorg en voor het exploiteren van een bed and breakfast zijn afwijkingsmogelijkheden opgenomen.
Omdat een aantal woonpercelen binnen de invloedssfeer van omliggende bedrijven ligt, zijn in de planregels voorwaarden opgenomen die benodigd zijn voor een goed woon- en leefklimaat ter plaatse van de nieuwe woningen. Het betreft het bouwen en instandhouden van twee geluidschermen en het toepassen van voldoende geluidwering bij woningen waar de geluidbelasting op de gevel te hoog is. Waarde - Archeologie Een groot deel van het plangebied is reeds onderzocht. Om deze reden is voor slechts één perceel binnen het plangebied de dubbelbestemming Waarde - Archeologie opgenomen en is daarmee mede bestemd voor het behoud en de bescherming van de te verwachten archeologische waarden ter plaatse. Bij het bouwen van bouwwerken of grondwerkzaamheden met een oppervlakte van meer dan 500 m² en 34 eld)
bestemmingsplan "De Els II, fasen 3 en 4" (vastgest
bestemmingsplan De Els II, fasen 3 en 4 dieper dan 0,5 meter beneden maaiveld, dient middels een archeologisch onderzoek te worden aangetoond dat ter plaatse geen archeologische waarden verloren gaan.
Algemene regels Anti-dubbeltelregel In deze regel is vastgelegd dat grond die in aanmerking moest worden genomen bij het verlenen van een omgevingsvergunning voor het bouwen, waarvan de uitvoering heeft plaatsgevonden of alsnog kan plaatsvinden, bij de beoordeling van een andere aanvraag om omgevingsvergunning voor het bouwen niet opnieuw in beschouwing mag worden genomen. Algemene gebruiksregels In de algemene gebruiksregels is een algemeen verbod op strijdig gebruik opgenomen, en wordt een aantal voorbeelden genoemd die in ieder geval als strijdig worden beschouwd. Algemene afwijkingsregels Dit artikel is een aanvulling op de afwijkingsregels uit de bestemming. Het betreft het afwijken van de voorgeschreven maatvoering ten aanzien van goothoogten, bouwhoogten en bebouwde oppervlakten wanneer door het toepassen van de afwijking een betere bouwkundige en/of stedenbouwkundige aansluiting ontstaat met bestaande direct aansluitende bouwwerken. Ook is een regel opgenomen ten aanzien van het bouwen van gebouwen binnen het bouwvlak en het toestaan dat de grenzen van het bouwvlak naar de buitenzijde worden overschreden. Daarnaast worden de voorwaarden voor het verlenen van een omgevingsvergunning toegelicht.
Overgangs- en slotregels Overgangsrecht In het overgangsrecht is een regeling opgenomen voor bebouwing en gebruik dat al bestond bij het opstellen van het plan, maar dat strijdig is met de opgenomen regeling. Onder bepaalde voorwaarden mag deze strijdige bebouwing en/of strijdig gebruik worden voortgezet of gewijzigd. Slotregel In de slotregel is de officiële naam van het plan bepaald. Onder deze naam kan het bestemmingsplan worden aangehaald.
bestemmingsplan "De Els II, fasen 3 en 4" (vastgesteld) 35
bestemmingsplan De Els II, fasen 3 en 4
Hoofdstuk 6 6.1
Uitvoerbaarheid
Economische uitvoerbaarheid
Bij de voorbereiding van een nieuwe ruimtelijk project dient op grond van artikel 3.1.6 lid 1, sub f van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) onderzoek plaats te vinden naar de uitvoerbaarheid van het project. Onderdeel daarvan is een onderzoek naar de financiële haalbaar van het project. Een tweede bepaling omtrent het financiële aspect is het eventueel verhalen van projectkosten. In principe dient bij vaststelling van het ruimtelijke besluit tevens een exploitatieplan vastgesteld te worden om verhaal van projectkosten zeker te stellen. Op basis van artikel 6.12 van de Wet ruimtelijke ordening (Wro) stelt de gemeente een exploitatieplan vast voor gronden waarop een bij algemene maatregel van bestuur aangewezen bouwplan is voorgenomen. In artikel 6.2.1 van het Bro zijn deze bouwplannen nader omschreven:
6.1.1
Artikel 6.2.1
Als bouwplan als bedoeld in artikel 6.12, eerste lid, van de wet, wordt aangewezen een bouwplan voor: a. de bouw van één of meer woningen; b. de bouw van één of meer andere hoofdgebouwen; c. de uitbreiding van een gebouw met ten minste 1.000 m² bruto-vloeroppervlakte of met een of meer woningen; d. de verbouwing van een of meer aaneengesloten gebouwen die voor andere doeleinden in gebruik of ingericht waren, voor woondoeleinden, mits ten minste 10 woningen worden gerealiseerd; e. de verbouwing van een of meer aaneengesloten gebouwen die voor andere doeleinden in gebruik of ingericht waren, voor detailhandel, dienstverlening, kantoor of horecadoeleinden, mits de cumulatieve oppervlakte van de nieuwe functies ten minste 1.500 m² bruto-vloeroppervlakte bedraagt; f. de bouw van kassen met een oppervlakte van ten minste 1.000 m² bruto-vloeroppervlakte. Bij de voorgenomen ontwikkeling is sprake van een in het betreffende artikel genoemde bouwplan, namelijk de realisatie van woningen. Er dient een exploitatieplan te worden opgesteld, tenzij het kostenverhaal anderszins is verzekerd. Aangezien in voorliggend geval het kostenverhaal is vastgelegd door middel van een anterieure overeenkomst tussen gemeente Loon op Zand en de initiatiefnemer, kan de vaststelling van een exploitatieplan achterwege blijven.
Daarnaast zijn de kosten die gemaakt worden bij de uitvoering van de ontwikkeling voor rekening van de initiatiefnemer. De ontwikkeling heeft voor de gemeente Loon op Zand geen negatieve financiële gevolgen. Het bestemmingsplan is hiermee financieel uitvoerbaar.
6.2
Maatschappelijke uitvoerbaarheid
6.2.1
Vooroverleg
Over het voorontwerpbestemmingsplan 'De Els II, fasen 3 en 4' is op grond van artikel 3.1.1 van het Besluit ruimtelijke ordening overleg gevoerd met diverse (overheids)organisaties. Het verslag hiervan is als Bijlage 16 opgenomen.
36 eld)
bestemmingsplan "De Els II, fasen 3 en 4" (vastgest
bestemmingsplan De Els II, fasen 3 en 4
6.2.2
Omgevingsdialoog
Via een brief zijn omwonenden begin februari 2022 geïnformeerd over de bouwplannen in fase 4. Met de bouw van de woningen in fase 3 was toen al begonnen. Op 16 februari 2022 heeft een informatiebijeenkomst plaatsgevonden. In Bijlage 17 is de verslaglegging hiervan opgenomen. Enkele bewoners van aangrenzende percelen hebben verzocht om een brandgang achter hun percelen. Bij de nadere uitwerking van het inrichtingsplan wordt hiernaar gekeken.
6.2.3
Ontwerpfase en vaststelling
Het ontwerpbestemmingsplan heeft ter voldoening aan het gestelde in artikel 3.8 van de Wet ruimtelijke ordening en afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht met ingang van 21 december 2023 gedurende een termijn van zes weken ter visie gelegen. Tijdens deze periode is één zienswijze ingediend. De ontvangen zienswijze is beoordeeld in de nota van zienswijzen en wijzigingen (zie Bijlage 18) en heeft niet geleid tot aanpassing van het plan. Het bedrijf aan de Marktstraat 61 is dit jaar veranderd van eigenaar. Vanwege de gewijzigde bedrijfsactiviteiten is het akoestisch onderzoek industrielawaai aangepast en vervangen in de bijlage. Paragraaf 4.2 is hierop aangepast. Het bestemmingsplan 'De Els II, fasen 3 en 4' is ongewijzigd vastgesteld.
6.3
Handhaving
Een bestemmingsplan en/of een omgevingsvergunning is bindend voor zowel de overheid als de burger. De primaire verantwoordelijkheid voor controle en handhaving van de regels in de omgevingsvergunning ligt bij de gemeente. Het handhavingsbeleid van de gemeente Loon op Zand vormt de basis van de handhaving binnen de gemeentelijke grenzen. Handhaving kan worden omschreven als elke handeling die erop gericht is de naleving van regelgeving te bevorderen of een overtreding te beëindigen. Het doel van handhaving is om de bescherming van mens en omgeving te waarborgen tegen ongewenste activiteiten en overlast. In het kader van een ruimtelijk project heeft regelgeving met name betrekking op de Wet ruimtelijke ordening, de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht en de Woningwet. Bij overtreding van deze regels kan gedacht worden aan bouwen zonder vergunning, bouwen in afwijking van een verleende vergunning en het gebruik van gronden en opstallen in strijd met de gebruiksregels van een bestemmingsplan of een vrijstelling.
bestemmingsplan "De Els II, fasen 3 en 4" (vastgesteld) 37