CConstaterende datLoon op Zand
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2. Toelichting bestemmingsplan

Raadsvergadering 16 mei 2024, gemeente Loon op ZandBij agendapunt: Raadsvoorstel over het vaststellen van het bestemmingsplan Park Wijtenburg (Bespreekstuk)14.349 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

"Park Wijtenburg,

Kaatsheuvel"

(o

bestemmingsplan

Park Wijtenburg,

Kaatsheuvel

4.7.2 Onderzoek en conclusie De ingreep kan een

negatief effect hebben op beschermde

natuurwaarden

(plant- en diersoorten

en

bijbehorende leefgebieden) en beschermde gebieden. Om deze reden is in november 2021 een quickscan Wet natuurbescherming uitgevoerd door Econsultancy. De rapportage daarvan is als Bijlage 8 opgenomen.

Hierna zijn de belangrijkste

conclusies

opgenomen.

Soortbescherming Algemene broedvogels Ten aanzien van algemene broedvogels kunnen overtredingen worden voorkomen door rekening te houden met het broedseizoen of door voorafgaand aan de werkzaamheden een controle op broedgevallen uit te laten voeren door een ter zake kundige. Globaal kan voor het broedseizoen de periode maart tot half augustus worden aangehouden. Om overtreding van de Wet natuurbescherming ten aanzien van algemene broedvogels te voorkomen dienen maatregelen te worden vastgelegd in een ecologisch werkprotocol. Vleermuizen In twee bomen gelegen aan de noordzijde van het bosschage binnen het plangebied zijn twee holtes aangetroffen die mogelijk geschikt zijn als verblijfplaats voor boombewonende veermuizen. In verband met het nog deels aanwezige bladerdek konden niet alle bomen volledig worden geïnspecteerd op potentiële verblijfplaatsen van vleermuizen. Een nadere inspectie in het bladerloze seizoen dient te worden uitgevoerd om de aanwezige bomen volledig te inspecteren op aanwezigheid van mogelijke verblijfplaatsen. Gelet op de mogelijkheden voor verblijfplaatsen van vleermuizen in bebouwing in de directe omgeving van het plangebied is bij de bouwfase en tijdens de gebruiksfase, overtreding van de Wet natuurbescherming te vermijden als mogelijke verblijfplaatsen functioneel en duurzaam behouden blijven.

Steenmarter, bunzing, hermelijn en wezel Gelet op de geschiktheid van het plangebied voor marterachtigen, zal aanvullend onderzoek noodzakelijk zijn om de daadwerkelijke functie van het gebied voor marterachtigen te kunnen vaststellen. Rugstreeppad In de huidige situatie is geen

geschikt habitat aanwezig voor de rugstreeppad.

Algemene grondgebonden zoogdieren, amfibieën en vissen Bij het dempen van de vijver zullen zonder maatregelen naar verwachting vissen en amfibieën worden gedood, hetgeen een overtreding van de Wet natuurbescherming inhoudt. Maatregelen om overtredingen van de Wet natuurbescherming te voorkomen, dienen te worden opgenomen in een ecologisch werkprotocol. Hierbij moet tevens gelet worden op dat het verboden is uitheemse soorten in het wild uit te zetten. In het werkprotocol worden benodigde maatregelen verwoord en de verantwoordelijkheden van de betrokken partijen vastgelegd. Teunisbloempijlstaart Binnen het plangebied zijn geschikte waardplanten aanwezig voor de beschermde vlindersoort teunisbloempijlstaart, die volgens verspreidingsgegevens in de buurt voorkomt. Om overtreding van de Wet natuurbescherming te voorkomen, zijn ten aanzien van teunisbloempijlstaart voorafgaand aan de werkzaamheden drie aanvullende veldbezoeken benodigd om de soort binnen het plangebied aan te tonen dan wel uit te sluiten. Overige soort(groep)en Overtredingen van de Wet natuurbescherming ten aanzien van beschermde soorten behorend tot de overige soortgroepen zijn wegens het ontbreken van geschikt habitat/verblijfsmogelijkheden, op basis van verspreidingsgegevens, de aanwezigheid van voldoende alternatieven en/of gezien de aard van de ingreep in dit geval niet aan de orde.

Aanvullende

onderzoeken

In 2022 is door Maasarend aanvullend onderzoek verricht naar de aan- of afwezigheid van vleermuizen, kleine marterachtigen, Steenmarter en Teunisbloempijlstaart. De rapportage van het aanvullend

bestemmingsplan 25

"Park Wijtenburg,

Kaatsheuvel"

(ontwerp)

bestemmingsplan

onderzoek

is als Bijlage 10 opgenomen.

Park Wijtenburg,

Kaatsheuvel

Hierna volgen de conclusies

van het onderzoek.

Vleermuizen Gewone dwergvleermuis en Ruige dwergvleermuis maken gebruik van de waterpartij aan de westzijde van het plangebied om boven te foerageren. Er zijn geen verblijfplaatsen van vleermuizen of vliegroutes vastgesteld. Voor Gewone dwergvleermuis en Ruige dwergvleermuis komt bij het dempen van de waterpartij een essentieel foerageergebied te verdwijnen. Naast dat dit essentieel foerageergebied zijn functionaliteit verliest, kan dit indirect ook negatieve gevolgen hebben voor de functionaliteit van nabijgelegen verblijfplaatsen van veermuizen. De boven deze waterpartij foeragerende individuen moeten immers op zoek naar een foerageergebied en drinkplek van dezelfde kwaliteit elders. In de directe omgeving van het plangebied is geen soortgelijke locatie aanwezig met een foerageergebied en drinkplek van een minimaal gelijkwaardige omvang en kwaliteit. Als dit essentieel foerageergebied wordt gecompenseerd, treden geen negatieve effecten op met betrekking tot de gunstige staat van instandhouding van Gewone dwergvleermuis en Ruige dwergvleermuis. Naar verwachting kan een nieuwe waterpartij met dezelfde oppervlakte en kwaliteit worden aangelegd het nabijgelegen Park De Els. Hiervoor is inmiddels een ontheffing Wet natuurbescherming aangevraagd. Het activiteitenplan dat daarvoor door Maasarend is opgesteld, is als Bijlage 11 opgenomen.

in

Marterachtigen Van 25 februari tot 16 april 2022 hebben, in geschikt habitat, twee cameravallen gestaan. Er zijn geen beschermde marterachtigen op beeld vastgelegd of sporen van beschermde marterachtigen aangetroffen binnen het plangebied. Teunisbloempijlstaart Tijdens de veldbezoeken zijn alle potentiële waardplanten onderzocht op de aanwezigheid van rupsen, imago's of eieren van Teunisbloempijlstaart. Met name Grote teunisbloem is in hoge aantallen aanwezig binnen het plangebied. Rupsen of imago's van Teunisbloempijlstaart zijn gedurende het onderzoek niet aangetroffen. Hiermee is vastgesteld dat Teunisbloempijlstaart geen gebruik maakt van het plangebied.

Soortbescherming samengevat Bovenstaande

resultaten

zijn samengevat

in onderstaande

tabel

Soortgroep

Resultaat

Broedvogels

algemeen: het verwijderen van nestgelegenheden buiten het broedseizoen uitvoeren

n.v.t.

jaarrond beschermd : aanwezigheid van vaste rust- of verblijfplaatsen uitgesloten

n.v.t.

verblijfplaatsen: aanvullende inspectie van bomen in bladerloos seizoen er dient rekening te worden gehouden met verstorende verlichting naar bebouwing in de omgeving van het plangebied

er zijn geen vleermuizen

Vleermuizen

26 ntwerp)

quickscan

Resultaat vervolgonderzoek

bestemmingsplan

verblijfplaatsen van vastgesteld

"Park Wijtenburg,

Kaatsheuvel"

(o

bestemmingsplan

Park Wijtenburg,

Kaatsheuvel

foerageergebied: voldoende foerageergebied aanwezig in de omgeving in de vorm van tuinen, parken en plantsoen

Gewone dwergvleermuis en Ruige dwergvleermuis maken gebruik van de waterpartij aan de westzijde van het plangebied om boven te foerageren. Voor deze soorten komt bij het dempen van de waterpartij een essentieel foerageergebied te verdwijnen

> ontheffing Wnb aangevraagd vliegroutes: uitgesloten Grondgebonden zoogdieren

essentiële

vliegroutes

zijn

er zijn geen

vliegroutes

vastgesteld

streng beschermd: aanvullend onderzoek naar steenmarter, bunzing, wezel en hermelijn

Steenmarter en beschermde kleine marterachtigen maken geen gebruik van het plangebied

licht beschermd : aandacht voor zorgplicht ten aanzien van konijn, egel en diverse muizensoorten

n.v.t.

Amfibiën

aandachtvoor zorgplicht ten aanzien van algemene soorten als kleine watersalamander, bruine kikker en gewone pad, maatregelen dienen te worden opgenomen in een ecologisch werkprotocol geadviseerd wordt om tevens maatregelen te treffen om vestiging van rugstreeppad te voorkomen

n.v.t.

Reptielen

aanwezigheid van reptielen is uitgesloten op basis van verspreidingsgegevens en geïsoleerde ligging van het plangebied

n.v.t.

Vissen

aandacht voor zorgplicht

n.v.t.

Vlinders

aanvullend onderzoek

Libellen

geen

geschikt voortplantingshabitat

n.v.t.

Overige ongewervelden

geen

geschikt habitat

n.v.t.

Vaatplanten

negatieve

effecten

teunisbloempijlstaart

uitgesloten

Teunisbloempijlstaart maakt geen gebruik van het plangebied

n.v.t.

Gebiedsbescherming Het natuurgebied ‘Loonse en Drunense Duinen & Leemkuilen ’ is het dichtstbij gelegen Natura 2000-gebied, op circa 1,3 kilometer afstand van het plangebied. Overige Natura 2000-gebieden liggen op grotere afstand. Er dient te worden nagegaan of er geen significante stikstofdepositie zal plaatsvinden op Natura 2000-gebieden. Door Econsultancy is in maart 2023 een onderzoek gebruiksfase (zie Bijlage 9).

uitgevoerd

naar de stikstofdepositie

in de aanleg- en

Het projecteffect op de Natura 2000-gebieden ten gevolge van de aanleg- en gebruiksfase is kleiner dan of gelijk aan 0,00 mol/ha/jaar. Bij een dergelijk projecteffect zal het beoogde plan niet voor een significante toename in stikstofdepositie zorgen en kunnen negatieve effecten worden uitgesloten. Er is derhalve geen vergunning Wet natuurbescherming benodigd voor het aspect stikstof. Daarbij dient te worden opgemerkt dat in het onderzoek is gerekend met een aantal van 140 woningen omdat hiervoor in de regels een afwijkingsbevoegdheid is opgenomen. Het dichtstbijzijnde onderdeel

bestemmingsplan 27

van het Natuurnetwerk

"Park Wijtenburg,

Kaatsheuvel"

Brabant (NNB) ligt op 2,4 kilometer

(ontwerp)

afstand ten

bestemmingsplan

Park Wijtenburg,

Kaatsheuvel

noorden van het plangebied. Vanwege deze afstand is het niet te verwachten dat de voorgenomen ontwikkeling een negatief effect zal hebben op de natuurwaarden in het NNB.

Houtopstanden De bomen binnen het plangebied vallen niet onder de definitie houtopstanden als bedoeld in de Wet natuurbescherming. De houtopstand binnen het plangebied is gelegen binnen de bij besluit van gemeenteraad vastgestelde grenzen van de bebouwde kom. Voor deze houtopstand geldt daarom geen meldingsplicht en herplantplicht in het kader van de Wet natuurbescherming.

Conclusie Uit het vervolgonderzoek met betrekking tot beschermde soorten binnen het plangebied dient te worden gecompenseerd. Hiervoor natuurbescherming aangevraagd.

blijkt dat de te dempen waterpartij is een ontheffing op de Wet

Aangaande Natura 2000-gebieden, Natuurnetwerk Nederland en houtopstanden worden bij de voorgenomen werkzaamheden in relatie tot de voorgenomen woningbouwontwikkeling geen bezwaren voorzien.

4.8

Water

4.8.1 Wet- en regelgeving Kaderrichtlijn

Water

De Kaderrichtlijn water is een Europese richtlijn die moet leiden tot een verbetering van de kwaliteit van het oppervlakte- en grondwater. De Kaderrichtlijn moet in landelijke wet- en regelgeving worden omgezet. Met de komst van de Implementatiewet EG-kaderrichtlijn water is de KRW vertaald in de Nederlandse wetgeving. De Europese Kaderrichtlijn heeft gevolgen voor de gemeente op het gebied van riolering, afkoppelen, toepassing van bouwmaterialen en het ruimtelijke beleid. Er worden ecologische en fysisch-chemische doelen geformuleerd die afhankelijk zijn van de functie van een watergang.

Het Nationaal Water Programma 2022-2027 Het Rijk streeft naar een duurzaam en klimaatbestendig waterbeheer en heeft de ambitie om de komende decennia te investeren in bescherming tegen overstromingen en in de zoetwatervoorziening. Voor een duurzaam en klimaatbestendig watersysteem is het van belang bij ruimtelijke ontwikkelingen rekening te houden met waterhuishoudkundige eisen op de korte en de lange termijn.

Provinciaal Water en Bodem programma 2022-2027 Doel van dit provinciale beleid is een klimaatadaptief Brabant met veilig, schoon en voldoende water en een vitale bodem. Deze opgaven zijn ook van belang voor vrijwel alle andere provinciale opgaven: wonen en werken, infrastructuur en mobiliteit, landbouw en voedsel, natuur en biodiversiteit, erfgoed, een concurrerende en duurzame economie, en de energietransitie. Ambitie: Brabant heeft in 2050 een klimaatbestendig bestand tegen extremen.

en veerkrachtig water- en bodemsysteem

en is

Een belangrijke rode draad in het programma is het herstellen van de systeemwerking. Vele generaties lang had het waterbeleid als doel wateroverlast te voorkomen en water zo snel mogelijk af te voeren. Inmiddels weten we beter en is het duidelijk geworden dat het roer om moet: we moeten zuinig zijn op ons water en de bodem, en het water en bodemsysteem moet toegerust zijn op natte én droge tijden.

Waterbeheerprogramma

2022-2027

Het waterschap Brabantse Delta is verantwoordelijk voor het waterbeheer in de gemeente Loon op Zand. In het Waterbeheerprogramma staat hoe het waterschap haar taken in de periode 2022-2027 uitvoert. In het Waterbeheerprogramma neemt het waterschap de kerntaken als uitgangspunt. Die taken zijn: bescherming tegen overstromingen en zorgen voor schoon en gezond water dat voldoende voorhanden is.

28 ntwerp)

bestemmingsplan

"Park Wijtenburg,

Kaatsheuvel"

(o

bestemmingsplan

Park Wijtenburg,

Kaatsheuvel

Daarnaast beschikt het waterschap over de Keur en de legger. De Keur bevat gebods- en verbodsbepalingen met betrekking tot ingrepen die consequenties hebben voor de waterhuishouding en het waterbeheer. De legger geeft aan waar de waterstaatswerken liggen, aan welke afmetingen en eisen die moeten voldoen en wie onderhoudsplichtig is. Veelal is voor deze ingrepen een watervergunning van het waterschap benodigd.

De Keur De drie Brabantse waterschappen, Aa en Maas, De Dommel en Brabantse Delta hebben hun keuren geharmoniseerd. Als onderdeel van dit harmonisatietraject 2015 dezelfde (beleids)uitgangspunten voor het beoordelen toeneemt.

hanteren de waterschappen sinds 1 maart van plannen waarbij het verhard oppervlak

Bij een toename en afkoppelen van het verhard oppervlak geldt het uitgangspunt dat plannen zoveel mogelijk hydrologisch neutraal worden uitgevoerd. Vanwege dit principe wordt bij uitbreiding van verhard oppervlak voor de omgang met hemelwater uitgegaan van de voorkeursvolgorde infiltreren, bergen, afvoeren. De waterschappen maken bij het beoordelen van plannen met een toegenomen verhard oppervlak onderscheid tussen grote en kleine plannen.

Watertoets Sinds 1 november 2003 is het wettelijk verplicht, in het kader van het Besluit ruimtelijke ordening, een watertoets te verrichten. In de toelichting bij ruimtelijke besluiten en plannen, waarop bovengenoemd besluit van toepassing is, is het noodzakelijk een beschrijving te geven van de manier waarop rekening is gehouden met de gevolgen van het plan voor de waterhuishouding.

Programma Water en Riolering 2021-2024 Met het Programma Water en Riolering PWR geeft de gemeente Loon op Zand invulling aan de wettelijke zorgplichten afval-, hemel- en grondwater (de basisopgave). In het PWR zijn de volgende speerpunten geformuleerd: 1. 2. 3. 4.

Werken aan een robuust en klimaatbestendig systeem. Werken volgens duurzame en levenscyclusgerichte principes. Integraal werken. Samenwerken met inwoners en ondernemers.

4.8.2 Onderzoek en conclusie Door Econsultancy is een watertoets opgesteld (zie Bijlage 12). De benodigde dimensionering van de bergings- en infiltratievoorzieningen is door de gemeente Loon op Zand en het waterschap Brabantse Delta aangegeven op 60 mm en een ledigingstijd van 24 uur. Het af te koppelen verharde oppervlak heeft een omvang van 23.960 m2. Bij een maatgevende bui van 60 mm zal voor de verharde oppervlakken een bergings- en infiltratiecapaciteit moeten worden gerealiseerd van circa 1.435 m3 (0,06 x 23.960). Het ontwateringsadvies bevat een voorstel voor de situering van wadi’s en tracés voor het HWA-stelsel. De totale bergingscapaciteit van de wadi’s is berekend op 1.445 m3 en met goed waterdoorlatend zand wordt ook voldaan aan de ledigingstijd van 24 uur. Op deze wijze wordt voldaan aan de eisen van de gemeente Loon op Zand en het waterschap Brabantse Delta en is een langdurig goed functioneren van de bergings- en infiltratievoorzieningen gegarandeerd. Overleg waterschap Het voorontwerpbestemmingsplan is in het kader van het vooroverleg toegestuurd aan het waterschap. Het waterschap heeft gewezen op de aanwezigheid van open water binnen het plangebied.

Omdat met het geohydrologisch onderzoek is aangetoond dat de aanwezige vijver geen waterhuishoudkundige functie heeft, heeft het waterschap bevestigd dat er gelet op de geïsoleerde ligging van de vijver binnen het plangebied geen compensatieplicht geldt. Daarbij heeft het waterschap verzocht om te zorgen voor een klimaatbestendige inrichting. Met de toepassing van de hiervoor genoemde bergings- en infiltratievoorzieningen is er in de toekomstige

bestemmingsplan 29

"Park Wijtenburg,

Kaatsheuvel"

(ontwerp)

bestemmingsplan

situatie sprake van een klimaatbestendige

Park Wijtenburg,

Kaatsheuvel

inrichting.

4.9

Archeologie en cultuurhistorie

4.9.1

Wet- en regelgeving

Op 16 januari 1992 is in Valletta (Malta) het Europees Verdrag inzake de bescherming van het archeologisch erfgoed (Verdrag van Malta) ondertekend. Het Nederlandse parlement heeft dit verdrag in Het Verdrag van Malta voorziet in bescherming van het Europees archeologisch 1998goedgekeurd. erfgoed onder meer door de risico's op aantasting van dit erfgoed te beperken. Deze bescherming is in Nederland wettelijk verankerd in de Erfgoedwet en gemeentes hebben dit in hun bestemmingsplannen opgenomen. In het kader van een goede ruimtelijke ordening in relatie tot de Erfgoedwet mogelijke waarden nodig zijn zodat, waar nodig, die waarden veilig gesteld

kan vooronderzoek naar kunnen worden en/of het

initiatief aangepast kan worden. Bij de opstelling

en uitvoering

van ruimtelijke

plannen moet

met de cultuurhistorische

(landschaps)waarden van bovenlokaal belang rekening worden gehouden. De provincie heeft hiertoe in haar Verordening, zogeheten cultuurhistorische vlakken aangeduid. Deze vlakken verdienen specifieke aandacht vanwege de onvervangbaarheid van de aanwezige waarden. Gemeenten dienen de cultuurhistorische waarden en kenmerken van deze gebieden te behouden, herstellen en/of duurzaam te ontwikkelen. Ruimtelijke ontwikkelingen kunnen hier enkel worden toegestaan, indien zij de wezenlijke kenmerken en waarden van het gebied niet aantasten. De cultuurhistorische waarden van een gebied zijn in kaart gebracht in de zogenaamde cultuurhistorische waardenkaart.

4.9.2 Onderzoek en conclusie Archeologie Het perceel ligt op de archeologische beleidskaart (ontwerp september 2017) in een gebied met archeologische waarde, variërend van een bebouwingscluster (rood) aan de Gasthuisstraat, tot hoog (oranje) en middelhoog

30 ntwerp)

(geel) voor het grootste

deel

van het plangebied

(zie afbeelding

bestemmingsplan "Park Wijtenburg,

hieronder).

Kaatsheuvel" (o

bestemmingsplan

Park Wijtenburg,

Kaatsheuvel

n/0!

.

:

wmmĩ Figuur 4.1 Uitsnede archeologische beleidskaart gemeente aanduiding van het plangebied (groene cirkel) Bureau-

en inventariserend

veldonderzoek

verkennende

Loon op Zand (2017), met globale

fase

Econsultancy heeft een bureau- en verkennend booronderzoek uitgevoerd. onderzoek is opgenomen als Bijlage 13. De conclusie van het onderzoek

De rapportage van dit is hierna kort weergegeven.

Op basis van het onderzoek worden op het bouwperceel aan de Gasthuisstraat resten van historische bebouwing vanaf 1850 verwacht. Dergelijke resten vallen niet op te sporen met booronderzoek. In een boring aan de rand van deze zone, is tot 40 cm een verstoorde laag met veel recent puin aangetroffen, hieronder bevond zich een omgewerkte laag tot 100 cm -mv, op welke diepte het dekzand aanwezig was. Het kan hier om een recente verstoring, gaan maar de verstoring kan ook gerelateerd zijn aan erfinrichting in de 19e eeuw. Er wordt geadviseerd ter plaatse vervolgonderzoek uit te voeren bij bodemingrepen groter dan 100 m2 en dieper dan 30 cm beneden maaiveld. In de overige delen van het plangebied wordt vervolgonderzoek geadviseerd bij bodemingrepen groter dan 5.000 m2 en dieper dan respectievelijk 4,4, 4,1 en 3,7 m +NAP, ofwel 20, 50 en 80 cm beneden maaiveld. Gelet op de onderzoeksresultaten zijn twee dubbelbestemmingen eventueel nog aanwezige archeologische waarden.

bestemmingsplan 31

"Park Wijtenburg,

Kaatsheuvel"

(ontwerp)

opgenomen

ter bescherming van de

bestemmingsplan

Park Wijtenburg,

Kaatsheuvel

Indien bij graafwerkzaamheden toch archeologische waarden worden aangetroffen, dienen deze de Erfgoedwet, art. 5.10, direct te worden gemeld. In de praktijk kan melding het beste direct plaatsvinden bij de gemeente (de bevoegde overheid).

conform

Cultuurhistorie Uit de kaart betreffende de cultuurhistorische waarden van Noord-Brabant, volgt dat de planlocatie in de regio 'Langstraat' ligt. De regio is van cultuurhistorisch belang vanwege het voor Noord-Brabant unieke slagenlandschap. De verschillende fasen van de ontwikkeling van het landschap, de strijd tegen het water en de problemen met de bodemdaling zijn in het huidige landschap goed te herkennen. De Langstraat is éénvan de Belvédèregebieden. Dit zijn gebieden die door het rijk zijn aangewezen als de cultuurhistorisch meest waardevolle gebieden van Nederland. Typerend » « » » » «

voor de dragende

structuren

in de regio

'Langstraat' zijn:

De voornamelijk oost-west georiënteerde wegen, dijken en het tracé van het Halvezolenlijntje; De Bergsche Maas; De langgerekte historische bewoningsassen, eveneens oost-west georiënteerd; De smalle strookvormige percelen en de (turf)vaarten met een noord-zuid richting; De grote openheid ten noorden van de Winterdijk; Sterk contrast tussen de genoemde openheid en de geslotenheid van het geibed van de Loonse Drunense Duinen.

Behoud

van de dragende

structuren

en

is uitgangspunt.

Door de stedelijke ontwikkeling van Kaatsheuvel is het plangebied geen onderdeel van een gebied cultuurhistorische waarde. Bovendien is geen sprake van de aantasting van bestaande structuren, voornamelijk oost-west georiënteerde wegen.

met de

Conclusie Gezien

het voorgaande

kan worden

gesteld

op het gebied van cultuurhistorie optreden. dubbelbestemmingen opgenomen.

dat met de voorgenomen

ontwikkeling

Ter bescherming van eventuele

geen

archeologische

belemmeringen waarden zijn

4.10 Duurzaamheid Er wordt gebouwd volgens de geldende eisen van het bouwbesluit en met de nodige duurzaamheidsvoorzieningen. De appartementen worden nul-op-de-meter en gasloos De eengezienswoningen worden uiteraard ook gasloos voorzien van een WKO installatie.

gebouwd.

gebouwd.

De intentie is om de woningen te

Dankzij het toepassen van goede isolatie en deze energiezuinige installaties zijn de woningen duurzaam. Ze belasten het milieu minder en stoten minder CO2 uit. Dit draagt bij aan de doelstelling de gemeente Loon op Zand om de CO2 uitstoot terug te dringen.

van

4.11 Bezonning Er is geen bezonning

gemeentelijk beleid voor bezonning. Om inzicht te krijgen in de gevolgen van het plan voor de en schaduwwerking op de omgeving, zijn op basis van de maximale bouwmogelijkheden

binnen de bestemming Wonen schaduwmodellen opgesteld. Op vier dagen in het jaar, representatief voor de verschillende seizoenen (21 maart, 21 juni, 21 september en 21 december), gedurende de dag tussen 09:00 en 18:00 uur, is een Bijlage 14 opgenomen.

projectie

van de schaduw gesimuleerd.

De schaduwmodellen

zijn als

Op basis van de strenge TNO-normen (ten minste 3 mogelijke bezonningsuren per dag in de periode 21 januari - 22 november (gedurende 10 maanden) in het midden van de vensterbank binnenkant raam) kan

32 ntwerp)

bestemmingsplan "Park Wijtenburg,

Kaatsheuvel" (o

bestemmingsplan

Park Wijtenburg,

Kaatsheuvel

worden geconcludeerd dat aan deze norm wordt voldaan. Er is derhalve geen sprake van onaanvaardbare schaduwwerking op omliggende woningen als gevolg van de bouw van de nieuwe woningen.

4.12 Kabels en Leidingen In het plangebied

bevinden

zich geen

planologisch te beschermen

kabels en leidingen.

4.13 Verkeer en parkeren Zoals in paragraaf 2.2 al is aangegeven, sluit het plangebied op logische wijze aan op de wegen in de directe omgeving. Voor autoverkeer wordt het nieuwe woongebied ontsloten vanaf de Julianastraat en Monseigneur Völkerstraat. De Julianastraat vormt een verbinding tussen de Monseigneur Völkerstraat en Gasthuisstraat. De verkeersgeneratie als gevolg van de beoogde woningbouw is berekend op ruim 800 verkeersbewegingen (zie par. 3.1.1 in het Onderzoek stikstofdepositie). De Monseigneur Völkerstraat en Gasthuisstraat zijn ingericht als gebiedsontsluitingswegen. Door de relatief beperkte toename van het aantal verkeersbewegingen op en spreiding daarvan over deze wegen en de Julianastraat zijn geen problemen te verwachten voor de verkeersafwikkeling op deze wegen. De parkeerplaatsen grenzend aan het plangebied, Gasthuisstraat worden gehandhaafd.

ter hoogte

van de Doctor van Beurdenstraat

en

Wat betreft parkeren zijn het gemeentelijk parkeerbeleid en de parkeernormen, zoals opgenomen in de 'Uitwerking parkeerbeleid Loon op Zand 2016' van toepassing. Hieruit volgt dat het plangebied onderdeel is van het gebied 'rest van de bebouwde kom' en er een parkeernorm geldt van 1,3 parkeerplaats per appartement. Voor de grondgebonden woningen geldt een parkeernorm van 1,9 parkeerplaats per woning met een oppervlakte tot 135 m2 gebruiksvloeroppervlakte en 2,2 voor grotere woningen. In de tabel hieronder is een totaaloverzicht opgenomen op basis van het huidige verkavelingsplan (zie par. 2.2). De aanleg van voldoende parkeergelegenheid is in hoofdstuk 3 van de planregels vastgelegd.

type woning

aantal

parkeernorm

totaal

woning klein, 50-75 m2 GBO

63

1,3

81,9

woning midden, 90-135 m2

37

1,9

70,3

woning groot,

39

2,2

85,8

totaal

238

> 135 m2

Er worden 63 sociale huurappartementen en 76 grondgebonden woningen (vrijstaand, twee-onder-één-kap, aaneengebouwd en patio's) gebouwd. Binnen het plangebied worden op eigen terrein en het openbare gebied voldoende parkeerplaatsen aangelegd. Achter de appartementengebouwen is in de aanleg van 71 parkeerplaatsen voorzien, waarmee iedere bewoner minimaal éénauto op deze terreinen kan plaatsen. Bezoekers kunnen gebruik maken van de parkeerplaatsen in het openbaar gebied. Bij de grondgebonden woningen zijn 56 parkeerplaatsen op eigen terrein aanwezig. In het openbaar gebied worden in totaal 111 parkeerplaatsen aangelegd. Hiermee wordt voldoende parkeergelegenheid aangelegd waarmee wordt voldaan aan het gemeentelijk parkeerbeleid.

bestemmingsplan 33

"Park Wijtenburg,

Kaatsheuvel"

(ontwerp)

bestemmingsplan

Hoofdstuk5

Park Wijtenburg,

Kaatsheuvel

Juridische planbeschrijving

In deze paragraaf worden de systematiek van de regels en de wijze waarop de gehanteerd, uiteengezet. De regels van het plan bestaan uit vier hoofdstukken,

regels dienen te worden waarin achtereenvolgens

de inleidende regels, de bestemmingsregels, de algemene regels en de overgangs- en slotregels aan de orde komen. Voor de systematiek is aangesloten op de SVBP2012, de Wabo en de nu geldende beheersverordening en de parapluherziening (zie paragraaf 1.3). Voor het bouwen is verder het Besluit omgevingsrecht (Bor) van belang. In het Bor zijn onder andere regels voor vergunningvrije bouwwerken opgenomen. Hieronder

wordt de opbouw

Inleidende

en dergelijke

van de regels

kort toegelicht.

regels

In dit hoofdstuk is een aantal begrippen verklaard dat wordt gebruikt in de regels. Dit voorkomt dat er bij de uitvoering van het plan onduidelijkheden ontstaan over de uitleg van bepaalde regelingen. Daarnaast is het artikel 'Wijze van meten' opgenomen waarin bepaald is hoe de voorgeschreven maatvoering in het plan gemeten

moet worden.

Opbouw bestemmingen In dit hoofdstuk zijn de in het plan voorkomende bestemmingen geregeld. In ieder artikel is per bestemming bepaald welk gebruik van de gronden is toegestaan en welke bouwregels er gelden. Tevens zijn, waar mogelijk,

flexibiliteitsbepalingen

opgenomen.

Groen Deze bestemming is opgenomen voor de groene ruimten binnen het plangebied groen en bijbehorende voorzieningen, zoals speelvoorzieningen, nutsvoorzieningen, en fietspaden, etcetera. Binnen de bestemming mogen uitsluitend gebouwen zijnde, worden gebouwd.

kleine

gebouwen

van openbaar

en is bestemd voor kunstwerken, voet ­

nut en bouwwerken,

geen

Verkeer De gronden met een verkeersfunctie, zoals wegen en aangrenzende parkeerplaatsen, zijn bestemd als Verkeer. Daarnaast valt ook het zogenaamde 'snippergroen' langs de wegen en parkeerplaatsen onder deze

bestemming.

Binnen de bestemming wegverlichting.

zijn uitsluitend

bouwwerken,

geen

gebouwen

zijnde,

toegestaan,

zoals

Wonen Voor de woonpercelen is de bestemming Wonen opgenomen. Voor bouwwerken de situering op de verbeelding en in de regels onderscheid gemaakt door aanduidingen 'bouwvlak' en 'bijgebouwen'.

is met betrekking tot het gebruik van de

Het bouwvlak is bestemd voor de plaatsing van het hoofdgebouw (appartementengebouwen ter plaatse van de aanduiding 'gestapeld', patiowoningen ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding patio' en elders andere grondgebonden woningen). De bouw van bijbehorende bouwwerken is mogelijk binnen zowel het bouwvlak als de aanduiding 'bijgebouwen', met dien verstande dat bijbehorende bouwwerken in de vorm van aan- en uitbouwen ook tot in beperkte mate buiten het bouwvlak en de aanduiding 'bijgebouwen' zijn toegestaan. Vrijstaande bijbehorende bouwwerken zijn enkel toegestaan ter plaatse van de aanduiding 'bijgebouwen'. Binnen de aanduiding 'bijgebouwen' mag maximaal 75 m2 worden bebouwd, met dien verstande dat het bebouwingspercentage van een bouwperceel niet meer mag gaan bedragen dan 50 oZo. Bij de appartementengebouwen mogen bijbehorende bouwwerken worden gebouwd met een oppervlakte niet

34 ntwerp)

bestemmingsplan

"Park Wijtenburg,

Kaatsheuvel"

(o

bestemmingsplan

groter dan 10 m2 per appartementen,

Park Wijtenburg,

dus bijvoorbeeld

Bouwwerken, geen gebouwen zijnde, aanduiding 'bijgebouwen' toegestaan.

Kaatsheuvel

bij 33 woningen

zijn in principe zowel

maximaal 330 m2.

binnen als buiten

het bouwvlak

en de

De maximale goot- en bouwhoogte voor het appartementengebouw/de woningen staat aangegeven op de verbeelding door middel van de aanduiding 'maximum goothoogte, maximum bouwhoogte', met enkele specifieke bepalingen in de regels. In de regels is daarnaast opgenomen dat de woningen dienen te worden voorzien van een kap met een dakhelling van minimaal 30o en maximaal 60o , met uitzondering van de patio's en appartementengebouwen. De goot- en bouwhoogte van bijbehorende bouwwerken en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zijn in de regels opgenomen. In de bestemming wordt verder nog geregeld dat een, aan de woonfunctie ondergeschikt, aan huis verbonden beroep is toegestaan, waarbij de bewoner van de woning ook het aan huis verbonden beroep dient uit te oefenen. Het bevoegd gezag kan, onder voorwaarden, een omgevingsvergunning voor het afwijken van de gebruiksregels verlenen om een aan huis verbonden bedrijfsactiviteit toe te staan. Voor de bouw van de maatregelen nodig om verplichting opgenomen met het perceel van achterzijde van het Activiteitenbesluit.

gestapelde woningen nabij het perceel van Chalet Fontaine zijn aanvullende een goed woon- en leefklimaat te waarborgen. Hiervoor is in de planregels de voor de bouw en instandhouding van een tuinmuur of geluidscherm op de grens Chalet Fontaine en aanvullende geluidafschermende voorzieningen aan de appartementengebouw om te voldoen aan de grenswaarden uit het

In het akoestisch onderzoek in Bijlage 3 is aangetoond met welke bouwkundige maatregelen kan worden voldaan aan het Activiteitenbesluit. Indien andere bouwkundige maatregelen worden getroffen, dient bij de omgevingsvergunningaanvraag middels een akoestisch onderzoek te worden aangetoond dat wordt voldaan aan de in de bouwregels opgenomen grenswaarden uit het Activiteitenbesluit. Tot slot is een voorwaardelijke verplichting opgenoen voor voorgesteld in de ontheffingsaanvraag Wet natuurbescherming.

de

mitigerende

maatregelen

die

zijn

Waarde - Archeologie mede bestemd voor het behoud en de bescherming Het plangebied is met twee dubbelbestemmingen van de te verwachten archeologische waarden van de gronden. Bij het bouwen van bouwwerken of grondwerkzaamheden met een oppervlakte groter dan 5.000 m2 en dieper dan 4,1 m +NAP, ofwel 50 cm beneden maaiveld, dient middels een archeologisch onderzoek te worden aangetoond dat ter plaatse geen archeologische waarden verloren gaan. Op het perceel aan de Gasthuisstraat is bij bouwwerken of grondwerkzaamheden groter dan 100 m2 en dieper dan 30 centimeter beneden maaiveld archeologisch onderzoek voorgeschreven.

Algemene

regels

Anti-dubbeltelregel In deze regel is vastgelegd dat grond die in aanmerking moest worden genomen bij het verlenen van een omgevingsvergunning voor het bouwen, waarvan de uitvoering heeft plaatsgevonden of alsnog kan plaatsvinden, bij de beoordeling van een andere aanvraag om omgevingsvergunning voor het bouwen niet opnieuw in beschouwing mag worden genomen.

Algemene

gebruiksregels

In de algemene gebruiksregels is een algemeen verbod op strijdig gebruik opgenomen, aantal voorbeelden genoemd die in ieder geval als strijdig worden beschouwd.

Algemene

en wordt een

afwijkingsregels

Dit artikel is een aanvulling op de afwijkingsregels uit de bestemming. Het betreft het afwijken van de voorgeschreven maatvoering ten aanzien van goothoogten, bouwhoogten en bebouwde oppervlakten wanneer door het toepassen van de afwijking een betere bouwkundige en/of stedenbouwkundige aansluiting ontstaat met bestaande direct aansluitende bouwwerken. Ook is een regel opgenomen ten

bestemmingsplan 35

"Park Wijtenburg,

Kaatsheuvel"

(ontwerp)

bestemmingsplan

Park Wijtenburg,

Kaatsheuvel

aanzien van het bouwen van gebouwen binnen het bouwvlak en het toestaan dat de grenzen van het bouwvlak naar de buitenzijde worden overschreden. Daarnaast worden de voorwaarden voor het verlenen van een omgevingsvergunning toegelicht.

Overgangs- en slotregels Overgangsrecht In het overgangsrecht

is een

regeling

opgenomen

voor

bebouwing

en gebruik

dat al bestond

opstellen van het plan, maar dat strijdig is met de opgenomen regeling. Onder bepaalde mag deze strijdige bebouwing en/of strijdig gebruik worden voortgezet of gewijzigd.

bij het

voorwaarden

Slotregel In de slotregel is de officiële naam van het plan bepaald. Onder deze worden aangehaald.

36 ntwerp)

naam kan het bestemmingsplan

bestemmingsplan "Park Wijtenburg,

Kaatsheuvel" (o

bestemmingsplan

Hoofdstuk6 6.1

Park Wijtenburg,

Kaatsheuvel

Uitvoerbaarheid

Economische uitvoerbaarheid

Bij de voorbereiding van een nieuwe ruimtelijk project dient op grond van artikel 3.1.6 lid 1, sub f van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) onderzoek plaats te vinden naar de uitvoerbaarheid van het project. Onderdeel daarvan is een onderzoek naar de financiële haalbaar van het project. Een tweede bepaling omtrent het financiële aspect is het eventueel verhalen van projectkosten. In principe dient bij vaststelling van het ruimtelijke besluit tevens een exploitatieplan vastgesteld te worden om verhaal van projectkosten

zeker te stellen.

Op basis van artikel 6.12 van de Wet ruimtelijke ordening (Wro) stelt de gemeente een exploitatieplan vast voor gronden waarop een bij algemene maatregel van bestuur aangewezen bouwplan is voorgenomen. In artikel 6.2.1 van het Bro zijn deze bouwplannen nader omschreven:

6.1.1

Artikel 6.2.1

Als bouwplan als bedoeld a. b. c. d. e.

f.

in artikel 6.12, eerste

lid, van de wet, wordt aangewezen

een

bouwplan voor:

de bouw van éénof meer woningen; de bouw van éénof meer andere hoofdgebouwen; de uitbreiding van een gebouw met ten minste 1.000 m2 bruto-vloeroppervlakte of met een of meer woningen; de verbouwing van een of meer aaneengesloten gebouwen die voor andere doeleinden in gebruik of ingericht waren, voor woondoeleinden, mits ten minste 10 woningen worden gerealiseerd; de verbouwing van een of meer aaneengesloten gebouwen die voor andere doeleinden in gebruik of ingericht waren, voor detailhandel, dienstverlening, kantoor of horecadoeleinden, mits de cumulatieve oppervlakte van de nieuwe functies ten minste 1.500 m2 bruto-vloeroppervlakte bedraagt; de bouw van kassen met een oppervlakte van ten minste 1.000 m2 bruto-vloeroppervlakte.

Bij de voorgenomen ontwikkeling is sprake van een in het betreffende artikel genoemde bouwplan, namelijk de realisatie van woningen. Er dient een exploitatieplan te worden opgesteld, tenzij het kostenverhaal anderszins is verzekerd. Aangezien in voorliggend geval het kostenverhaal is vastgelegd door middel van een anterieure overeenkomst tussen gemeente Loon op Zand en de initiatiefnemers, kan de vaststelling van een exploitatieplan achterwege blijven. Daarnaast zijn de kosten die gemaakt worden bij de uitvoering van de ontwikkeling voor rekening van de initiatiefnemer. De ontwikkeling heeft voor de gemeente Loon op Zand geen negatieve financiële gevolgen. Het bestemmingsplan is hiermee financieel uitvoerbaar.

6.2

Maatschappelijke

6.2.1

Vooroverleg

uitvoerbaarheid

Over het voorontwerpbestemmingsplan het Besluit ruimtelijke ordening overleg is als Bijlage 15 opgenomen.

6.2.2

'Park Wijtenburg, Kaatsheuvel' is op grond van artikel 3.1.1 van gevoerd met diverse (overheids)organisaties. Het verslag hiervan

Omgevingsdialoog

Voorafgaand aan de wettelijke Bijlage 16 opgenomen.

bestemmingsplan 37

procedure

"Park Wijtenburg,

is een omgevingsdialoog

Kaatsheuvel"

(ontwerp)

gehouden.

Het verslag hiervan is als

bestemmingsplan

6.2.3

Park Wijtenburg,

Kaatsheuvel

Inspraak

Het voorontwerpbestemmingsplan 'Park Wijtenburg, Kaatsheuvel' heeft op grond van de Inspraakverordening gemeente Loon op Zand van donderdag 3 februari 2022 tot en met woensdag maart 2022 voor iedereen ter inzage gelegen. Tijdens deze periode is eenieder in de gelegenheid gesteld

een

inspraakreactie

16

in te dienen.

Er zijn 21 inspraakreacties ingediend. De ontvangen inspraakreacties zijn samengevat en van een reactie voorzien in het inspraakverslag dat als Bijlage 17 opgenomen. Enkele reacties hebben geleid aanpassing van het bestemmingsplan.

6.2.4

tot

Ontwerpfase en vaststelling

Het ontwerpbestemmingsplan wordt gedurende zes weken ter inzage gelegd. Binnen deze termijn wordt een ieder in de gelegenheid gesteld schriftelijk en/of mondeling een zienswijze op het plan in te dienen. Na de termijn van terinzagelegging

beslist de gemeenteraad

omtrent de vaststelling van het

bestemmingsplan.

6.3

Handhaving

Een bestemmingsplan en/of een omgevingsvergunning is bindend voor zowel de overheid als de burger. De primaire verantwoordelijkheid voor controle en handhaving van de regels in de omgevingsvergunning ligt bij de gemeente. Het handhavingsbeleid van de gemeente Loon op Zand vormt de basis van de handhaving binnen de gemeentelijke grenzen. Handhaving kan worden omschreven als elke handeling die erop gericht is de naleving van regelgeving te bevorderen of een overtreding te beëindigen. Het doel van handhaving is om de bescherming van mens en omgeving te waarborgen tegen ongewenste activiteiten en overlast. In het kader van een ruimtelijk project heeft regelgeving met name betrekking op de Wet ruimtelijke ordening, de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht en de Woningwet. Bij overtreding van deze regels kan gedacht worden aan bouwen zonder vergunning, bouwen in afwijking van een verleende vergunning en het gebruik van gronden en opstallen in strijd met de gebruiksregels van een bestemmingsplan of een vrijstelling.

38 ntwerp)

bestemmingsplan "Park Wijtenburg,

Kaatsheuvel" (o

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=LoonOpZand&id=6bb8ce91-3323-405f-b990-ba99a356bdc5