CConstaterende datLoon op Zand
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2. Toelichting bestemmingsplan

Raadsvergadering 16 mei 2024, gemeente Loon op ZandBij agendapunt: Raadsvoorstel over het vaststellen van het bestemmingsplan Park Wijtenburg (Bespreekstuk)14.349 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Park Wijtenburg, Kaatsheuvel

bestemmingsplan

Park Wijtenburg,

Kaatsheuvel

Inhoudsopgave

Toelichting Hoofdstuk1 1.1 1.2 1.3 1.4

3 4 4 5

Beschrijving plangebied

7 7 7

Beleid

Rijksbeleid Provinciaal en regionaal Gemeentelijk beleid

Hoofdstuk4 4.1 4.2 4.3 4.4 4.5 4.6 4.7 4.8 4.9 4.10 4.11 4.12 4.13

3

Huidige situatie Toekomstige situatie

Hoofdstuk3 3.1 3.2 3.3

Inleiding

Aanleiding Plangebied Vigerende bestemmingsplannen Opzet en inhoud

Hoofdstuk2 2.1 2.2

3

9 beleid

9 11 13

Omgevingsaspecten

17

MER beoordeling Bedrijven en milieuzonering Bodem Geluid Luchtkwaliteit Externe veiligheid Natuur

17 18 19 21 22 23 24 28 30 32 32 33 33

Water Archeologie en cultuurhistorie Duurzaamheid Bezonning Kabels en Leidingen Verkeer en parkeren

Hoofdstuk5

Juridische planbeschrijving

34

Hoofdstuk6

Uitvoerbaarheid

37

Economische uitvoerbaarheid Maatschappelijke uitvoerbaarheid Handhaving

37 37 38

6.1 6.2 6.3

2 ntwerp)

bestemmingsplan

"Park Wijtenburg,

Kaatsheuvel"

(o

bestemmingsplan

Park Wijtenburg,

Kaatsheuvel

Toelichting Hoofdstuk1 1.1

Inleiding

Aanleiding

Casade en Hoefnagel Projectontwikkeling werken samen aan het woningbouwproject Kaatsheuvel. De eerste plannen hiervoor ontstonden al ruim tien jaar geleden.

Park Wijtenburg

Momenteel is sprake van een braakliggend terrein. Garage Van de Wouw aan de Monseigneur Völkerstraat, voormalige schoenfabriek Napolina aan de Gasthuisstraat en 22 huurwoningen aan de Julianastraat zijn reeds gesloopt. De locatie tussen de Monseigneur Völkerstraat, Doctor van Beurdenstraat, Gasthuisstraat en Julianastraat (zie afbeelding 1.1) is door de gemeente aangewezen als inbreidingslocatie. De gemeente is voornemens medewerking te verlenen (collegebesluit d.d. 7 juli 2020) aan de bouw van 63 sociale huurappartementen en 76 koopwoningen in verschillende prijscategorieën.

Afbeelding plangebied

1.1 Luchtfoto bestaande situatie met straatnamen (Google.maps) met aanduiding

bestemmingsplan 3

"Park Wijtenburg,

Kaatsheuvel"

(ontwerp)

van het

in

bestemmingsplan

1.2

Park Wijtenburg,

Kaatsheuvel

Plangebied

Het plangebied bevindt zich binnen de bebouwde kom van Kaatsheuvel, ten zuiden van het centrum. Park Wijtenburg grenst aan de Julianastraat en de bestaande bebouwde percelen aan de Monseigneur Völkerstraat, Doctor van Beurdenstraat en Gasthuisstraat. De (voormalige) bedrijfspercelen Gasthuisstraat 35-37 en Monseigneur Völkerstraat 14 zijn onderdeel van het plangebied. Via de parkeerplaatsen aan de Doctor van Beurdenstraat (tussen de huisnummers 25 en 29) en Gasthuisstraat (tussen de huisnummers 61 en 67) sluit het plangebied aan op de omliggende bestaande infrastructuur.

BEDRIJVENPARK

I MIM ī CENTRUM

Afbeelding

1.2 Ligging

plangebied

in Kaatsheuvel

(luchtfoto Bing.maps)

De begrenzing van het plangebied is opgenomen op de uitsnede van de verbeelding bestemmingsplan in op afbeelding 1.3 in de volgende paragraaf.

1.3

Vigerende

van het geldende

bestemmingsplannen

Voor het perceel is de beheersverordening 'Woongebieden Kaatsheuvel' van de gemeente Loon op Zand van kracht. Deze beheerverordening is op 20 september 2012 vastgesteld. Het plangebied heeft binnen deze beheersverordening de bestemmingen 'Agrarisch', 'Bedrijf, 'Horeca', 'Verkeer 1 en 'Wonen'. De ontwikkeling van een woongebied is binnen deze bestemmingen niet mogelijk.

4 ntwerp)

bestemmingsplan

"Park Wijtenburg,

Kaatsheuvel"

(o

bestemmingsplan

Park Wijtenburg,

Kaatsheuvel

mäwćr ľjf 'M?

lEPSilm. a 5 WĚď®ì ţjU? .-VriSî

mmñ

t SJŖS ď w»meSssļ

(b»3.1)

STĴ»

(sco-sp-sp)

“Įfcyţ Iļļp^i.

Ei--'

Srâh-ļ

«ME

ĩĩsř ^^ī / ē/ j

Afbeelding plangebied

1.3 Uitsnede beheersverordening

'Woongebieden

Kaatsheuvel'

met aanduiding

van het

Op 28 maart 2019 is door de gemeente Loon op Zand de 'Parapluherziening Loon op Zand 2019, wonen' vastgesteld. Met deze parapluherziening worden in bestaande ruimtelijke plannen, waaronder dus ook de beheersverordening 'Woongebieden Kaatsheuvel' onder andere de begrippen 'wonen' en 'huishouden' toegevoegd om te voorkomen dat zich in éénwoning meerdere huishoudens kunnen vestigen. De regels uit de parapluherziening zijn (voor zover van toepassing regels van het voorliggende bestemmingsplan.

1.4

op het plangebied)

verwerkt in de

Opzet en inhoud

Het bestemmingsplan bestaat uit drie onderdelen. Een verbeelding waarop de bestemmingen van het plangebied zijn aangegeven en regels waarin de bepalingen voor de op de verbeelding vermelde bestemmingen zijn opgenomen. Het bestemmingsplan gaat vergezeld van een toelichting waarin de achtergronden van het bestemmingsplan zijn beschreven. De verbeelding vormt samen met de regels het juridische bindende deel van het bestemmingsplan. In de toelichting worden de keuzes, die in het bestemmingsplan worden gemaakt, nader gemotiveerd

en verantwoord.

De toelichting is globaal opgedeeld

in vier delen.

Inleiding en beschrijving plangebied In hoofdstuk

1 zijn de aanleiding van het plan, de ligging en het geldende

bestemmingsplan 5

"Park Wijtenburg,

Kaatsheuvel"

(ontwerp)

planologische

regime

bestemmingsplan

beschreven. plangebied.

Hoofdstuk

2 geeft

Park Wijtenburg,

Kaatsheuvel

een beschrijving van de huidige en toekomstige

situatie van het

Verantwoording De hoofdstukken 3 en 4 geven de achtergronden, toelichting en motivatie op de gemaakte keuzen weer die uiteindelijk hebben geleid tot de uitgewerkte planopzet. In dit planonderdeel worden onder meer het (beleids)kader en de milieuaspecten uiteengezet.

Juridische

planbeschrijving

In hoofdstuk 5 wordt de juridische planopzet beschreven. Doel is een nadere onderbouwing te geven wat met het plan wordt beoogd en hoe de instrumenten regels en verbeelding hierbij worden gehanteerd.

Uitvoerbaarheid Het laatste deel (hoofdstuk 6) gaat in op de economische en maatschappelijke uitvoerbaarheid plan en bevat daarnaast een toelichting op de handhaving van het bestemmingsplan.

6 ntwerp)

bestemmingsplan

"Park Wijtenburg,

van het

Kaatsheuvel"

(o

bestemmingsplan

Hoofdstuk2 2.1

Park Wijtenburg,

Kaatsheuvel

Beschrijving plangebied

Huidige situatie

Het plangebied is gelegen tussen de Monseigneur Völkerstraat, Doctor van Beurdenstraat, Gasthuisstraat en Julianastraat. Op een paar kleine gebouwtjes na is het plangebied onbebouwd. Verspreid over het plangebied staan enkele bomen en struiken, die geen specifieke waarde hebben. Het plangebied maakt deel uit van de Langstraat. De Langstraat heeft een geschiedenis, die typerend is voor de overgang van een uitgestrekt zandplateau naar de Hollandse Delta. In dit overgangsgebied is in de loop van de tijd een lange band van verstedelijking ontstaan. Deze verstedelijking strekt zich uit vanaf de Belgische steden Brugge, Gent, Antwerpen Langstraat tot ‘s-Hertogenbosch en Nijmegen.

naar Bergen

op Zoom,

Breda, Geertruidenberg,

de

Binnen deze aaneenschakeling van stadjes en dorpen neemt de Langstraat vanwege de lange linten een bijzondere positie in. Tussen Geertruidenberg en ’s-Hertogenbosch zijn langgerekte bewoningsassen, evenals een typisch slagenlandschap. Vanuit de ontginningsbasis is een stedenbouwkundige structuur ontstaan waarbij voor Kaatsheuvel de oost-westelijk georiënteerde Langstraat, de hoofdassen vormen. In het begin van de 20e eeuw werd vooral langs de aanwezige oost-west lopende wegen gebouwd. De oorspronkelijke structuur en beeldkwaliteit zijn in het huidige Kaatsheuvel nog goed herkenbaar in onder andere de Gasthuisstraat (karakter straatdorp). De Gasthuisstraat vormt een strakke, langgerekte straat. De bebouwing heeft een gesloten karakter en staat dicht op de rand van de rijbaan. De bebouwing bestaat overwegend uit woningen en incidenteel bedrijven, winkels en andere voorzieningen. De bijzondere functies voegen zich redelijk in de maat en schaal van de Gasthuisstraat. De bedrijfsgebouwen bevinden zich veelal op achterterreinen en zijn vanaf het openbaar gebied nagenoeg niet waarneembaar. Het belang van de Gasthuisstraat in de historische groei van Kaatsheuvel komt ook terug in de aanwezigheid van enkele cultuurhistorisch waardevolle gebouwen. Aan de Doctor van Beurdenstraat en Julianastraat overheerst de woonfunctie met slechts enkele bedrijven en winkels.

Ten noordwesten van het plangebied, aan de Monseigneur Völkerstraat, is horecagelegenheid Chalet Fontaine gevestigd, een feest- en evenementenlocatie.

2.2

Toekomstige situatie

Het plangebied sluit op logische wijze aan op de wegen in de directe omgeving. Voor autoverkeer wordt het nieuwe woongebied bereikbaar vanaf de Julianastraat en Monseigneur Völkerstraat. Door de nieuwe woonstraten voor uitsluitend langzaam verkeer te verbinden met de Doctor van Beurdenstraat en Gasthuisstraat ontstaan doorgaande fiets-Zwandelroutes van noord naar zuid en oost naar west. De parkeerplaatsen ter hoogte van de Doctor van Beurdenstraat en Gasthuisstraat worden gehandhaafd. Er worden 63 sociale huurappartementen en 76 grondgebonden woningen (vrijstaand, twee-onder-één-kap, aaneengebouwd en patio's) in diverse prijscategorieën gebouwd. De appartementen worden in het noorden van het plangebied gebouwd, een locatie dicht bij het centrum. De appartementengebouwen schermen het bedrijfsperceel in de noordoosthoek en de bebouwing van Chalet Fontaine af van de nieuwe woonbuurt. De appartementengebouwen bestaan uit 3 bouwlagen met een plat dak en de woningen bestaan uit maximaal twee bouwlagen met kap. De patio's worden voorzien van een plat dak en de meeste leefruimte wordt geboden in de begane grondlaag. De groene ruimte aan het Prins Bernhardplein, ten oosten van de Julianastraat wordt doorgetrokken in het plangebied, zichtbaar aan de Julianastraat en na een versmalling opent deze ruimte zich weer richting de appartementengebouwen.

Deze route vervolgend in westelijke richting naar de Doctor van Beurdenstraat, verplaatst de groene ruimte zich van noord- naar de zuidkant van de straat, waarmee ook

bestemmingsplan 7

"Park Wijtenburg,

Kaatsheuvel"

(ontwerp)

bestemmingsplan

het appartementengebouw

Park Wijtenburg,

Kaatsheuvel

nabij Chalet Fontaine weer aan een groene

ruimte staat.

De groene ruimtes worden ingezaaid met gras en op passende wijze beplant met bomen. Omdat op het Prins Bernhardplein speelvoorzieningen aanwezig zijn, zullen in het plangebied geen nieuwe speeltoestellen worden geplaatst. Bij de inrichting van het groengebied wordt wel rekening gehouden met natuurlijke speelaanleidingen. Samen met de initiatiefnemer wordt nog gekeken naar de locatie voor de jaarlijkse kerststal. Vooralsnog wordt ervan uitgegaan dat de locatie voor dit jaarlijks terugkerende initiatief in stand kan blijven. Er wordt voorzien in voldoende parkeergelegenheid (zie par. 4.13). Achter de appartementengebouwen worden parkeerplaatsen voor de bewoners van de appartementen aangelegd. Daar waar mogelijk moet bij de overige woningen minimaal één parkeerplaats op eigen terrein worden gerealiseerd. Het resterende deel van het benodigde aantal parkeerplaatsen wordt in het openbaar gebied gesitueerd. Bijgaande afbeelding toont de verkavelingsopzet achter de appartementengebouwen.

en inrichting van het openbare

gebied

en terreinen

iüMSĨ.

Afbeelding

8 ntwerp)

2.1 Verkavelings- en inrichtingsplan

bestemmingsplan

"Park Wijtenburg,

Kaatsheuvel"

(o

bestemmingsplan

Hoofdstuk3

Park Wijtenburg,

Kaatsheuvel

Beleid

3.1

Rijksbeleid

3.1.1

Nationale

Omgevingsvisie

De Nationale Omgevingsvisie (NOVI), die op 11 september 2020 door de minister is vastgesteld, is de langetermijnvisie van het Rijk op de toekomstige inrichting en ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. De Structuurvsie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) is hiermee geheel komen te vervallen. Met de NOVI geeft het kabinet richting aan de grote opgaven die het aanzien van Nederland de komende dertig jaar ingrijpend zullen veranderen. Denk aan periodes van droogte, afgewisseld met extreme regenval, de zeespiegelstijging, de overgang naar duurzame energie en de ruimte die nodig is voor windmolens en zonnepanelen. Of de bouw van 1 miljoen nieuwe woningen om het woningtekort op te lossen, de groei en het bereikbaar houden van steden en plekken voor distributiecentra. Denk ook aan het versterken van onze natuur en biodiversiteit, het behoud van ons landschap en de vitaliteit van onze landbouw. Dit zijn voorbeelden van grote, ingewikkelde opgaven. Deze opgaven kunnen niet meer apart van elkaar worden opgelost. Ze moeten in samenhang bekeken worden. Ze grijpen in elkaar en vragen meer ruimte dan beschikbaar is in Nederland. Niet alles kan, niet alles kan overal. Het Rijk geeft met de NOVI richting aan de vier prioriteiten vier prioriteiten betreffen: 1. 2.

Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie; Duurzaam economisch groeipotentieel;

3. 4.

Sterke en gezonde Toekomstbestendige

en helpt keuzes

maken waar dat moet.

De

steden en regio ’s; ontwikkeling van het landelijk gebied.

Het versterken van de omgevingskwaliteit staat in de NOVI centraal. Dat wil zeggen dat alle plannen met oog voor de natuur, gezondheid, milieu en duurzaamheid moeten worden gemaakt. De NOVI gebruikt bij het maken van keuzes drie afwegingsprincipes: 1. 2. 3.

Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies, Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal, en Afwentelen wordt voorkomen.

Beoordeling en conclusie In de NOVI zijn geen specifieke voorwaarden opgenomen voor het plangebied. Zo lang er geen sprake is van een nationaal belang zal het Rijk de beoordeling en uitvoering van ontwikkelingen dus aan de provincies en gemeenten overlaten. De uitgangspunten, die voorheen in de SVIR stonden, zijn juridisch verankerd in het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro). In het Barro is aangegeven welke gebieden, of projecten, van nationaal belang zijn en aanvullende toetsing behoeven. Om te bepalen of sprake is van strijdigheid met de belangen getoetst aan het Barro.

3.1.2 Besluit algemene

uit de NOVI dient daarom verder te worden

regels ruimtelijke ordening (Barro)

Toetsingskader Op 17 december 2011 is de Algemene Maatregel van Bestuur (AMvB) Ruimte gedeeltelijk in werking getreden. Deze nieuwe AMvB Ruimte heeft de eerdere ontwerp AMvB Ruimte 2009 vervangen. Juridisch wordt de AMvB Ruimte aangeduid als Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro). Het Barro is op 1 oktober 2012 geactualiseerd en is vanaf die datum geheel in werking getreden. Met de inwerkingtreding van het Barro naast het Besluit ruimtelijke ordening (Bro), is de juridische verankering van de uitgangspunten, die voorheen in de SVIR stonden, compleet. Onderdelen en/of artikelen in het

bestemmingsplan 9

"Park Wijtenburg,

Kaatsheuvel"

(ontwerp)

bestemmingsplan

Park Wijtenburg,

Kaatsheuvel

Barro blijven ook naast de NOVI gelden. In het Barro zijn de nationale belangen die juridische borging vereisen opgenomen. Het Barro is gericht op doorwerking van de nationale belangen in gemeentelijke bestemmingsplannen. Het Barro is deels opgebouwd uit hoofdstukken afkomstig van de ontwerp AMvB Ruimte die eind 2009 is aangeboden en deels uit nieuwe onderwerpen. Per onderwerp worden vervolgens regels gegeven, waaraan bestemmingsplannen zullen moeten voldoen. Het Barro draagt bij aan versnelling van de besluitvorming bij ruimtelijke ontwikkelingen van nationaal belang en "vermindering van de bestuurlijke drukte". Belemmeringen die de realisatie van de genoemde projecten zouden kunnen frustreren of vertragen, worden door het Barro op voorhand onmogelijk gemaakt. Daar staat tegenover dat de regelgeving voor lagere overheden weer wat ingewikkelder is geworden. Gemeenten die een bestemmingsplan opstellen dat raakvlakken heeft met éénof meer belangen van de projecten in het Barro, zullen nauwkeurig de regelgeving van het Barro moeten controleren. Het Barro vormt daarmee een nieuwe, dwingende checklist bij de opstelling van bestemmingsplannen. In het Barro zijn de projecten van nationaal belang beschreven. Deze projecten zijn in beeld gebracht in de bij het Barro behorende kaarten.

Beoordeling en conclusie Het Barro bevat geen verplichtingen specifiek voor dit plangebied. De planlocatie is niet gelegen in één van de aangewezen projectgebieden van het Barro. Hiermee zijn de bepalingen uit het Barro niet van toepassing op de planlocatie. De voorgenomen ontwikkeling is niet in strijd met de voorschriften uit het Barro.

3.1.3 Ladder duurzame verstedelijking Toetsingskader In de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte wordt de 'ladder voor duurzame verstedelijking' geïntroduceerd. Deze ladder is per 1 oktober 2012 als motiveringseis bij het Besluit ruimtelijke ordening opgenomen. Op 1 juli 2017 is het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) gewijzigd, waarbij een nieuwe Laddersystematiek geldt. In de gewijzigde Ladder is alleen bij stedelijke ontwikkelingen buiten stedelijk motivering nodig. Hierbij spelen twee vragen een belangrijke rol: » «

Is er behoefte aan de voorgenomen ontwikkeling? Ligt de stedelijke ontwikkeling in bestaand stedelijk

gebied

een uitgebreide

gebied?

Als de stedelijke ontwikkeling buiten bestaand stedelijk gebied is gepland, moet op grond van artikel 3.1.6 lid 2 Bro worden gemotiveerd waarom niet binnen bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien. Daarbij spelen de beschikbaarheid en geschiktheid van locaties binnen bestaand stedelijk gebied een rol.

Beoordeling en conclusie Om te beoordelen of een ontwikkeling Ladderplichtig is, wordt gekeken naar nieuwe stedelijke ontwikkelingen. Als stedelijke ontwikkeling wordt genoemd 'ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen'. Of sprake is van een stedelijke ontwikkeling op het gebied voor wonen wordt bepaald door de aard en omvang van die ontwikkeling, in relatie tot de omgeving. Voor wonen geldt, dat voor woningbouwlocaties vanaf twaalf woningen sprake is van een stedelijke ontwikkeling die Ladderplichtig is. In voorliggend bestemmingsplan worden maximaal 140 woningen toegestaan. Binnen het plangebied zijn 22 woningen aan de Julianastraat gesloopt. Het plangebied ligt binnen het bestaand stedelijk gebied

10 ntwerp)

bestemmingsplan

"Park Wijtenburg,

Kaatsheuvel"

(o

bestemmingsplan

(zie paragraaf 3.2.2) en is in de gemeentelijke

Park Wijtenburg,

structuurvisie

Kaatsheuvel

aangeduid

als inbreidingslocatie.

Uit de provinciale bevolkings- en woningbehoefteprognose blijkt dat in de gemeente Loon op Zand tot 2030 nog 965 woningen moeten worden gebouwd. De woondeal bevat een opgave van minimaal 659 woningen tot en met 2026. De woningbouwlocatie Park Wijtenburg is éénvan de locaties waar kan worden voorzien in deze behoefte/opgave.

3.2

Provinciaal en regionaal

beleid

3.2.1

Omgevingsvisie Noord-Brabant

Vooruitlopend en anticiperend op de inwerkingtreding van de Omgevingswet in 2024 hebben Provinciale Staten op 14 december 2018 de Brabantse omgevingsvisie vastgesteld. Met deze omgevingsvisie geeft de provincie richting aan wat zij voor Brabant wil bereiken en biedt daarmee handvatten voor haar handelen in de praktijk. De Omgevngsvisie bevat de belangrijkste provinciale ambities voor de fysieke leefomgeving voor de komende jaren. Conform de Omgevingswet staan de waarden veiligheid, gezondheid en duurzame omgevingskwaliteit centraal. De Brabantse Omgevingsvisie voegt daar ambities aan toe voor vier de energietransitie, een klimaatproof Brabant, Brabant als slimme netwerkstad en een hoofdopgaven: concurrerende, duurzame economie. Daarnaast geeft de Omgevingsvisie ook aan op welke nieuwe manieren de provincie met betrokkenen wil samenwerken aan omgevingsvraagstukken en welke waarden daarbij centraal staan. De visie zal komende jaren nader worden uitgewerkt in diverse programma ’s. Inmiddels is er ook een omgevingsverordening vastgesteld, waarop nader wordt ingegaan in de volgende paragraaf. Planspecifiek De omgevingsvisie

bevat geen

specifieke

ambities voor het plangebied.

3.2.2 Interim omgevingsverordening Noord-Brabant Toetsingskader Provinciale Staten van Noord-Brabant hebben op 25 oktober 2019 de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant vastgesteld. De Interim omgevingsverordening is een eerste stap op weg naar de definitieve omgevingsverordening voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet in 2024. Hierin worden de bestaande verordeningen over de fysieke leefomgeving samengevoegd tot één Interim omgevingsverordening. De Interim omgevingsverordening is beleidsneutraal van karakter. Enkele inhoudelijke wijzigingen zijn echter wel aangebracht. Op hoofdlijnen gaat het om: » » »

een meer gebruikersvriendelijke opbouw met regels die per gebruikersgroep (burgers en bedrijven, gemeenten, waterschap) bij elkaar staan en minder losse bijlagen; aanpassingen waardoor de regels straks beter passen in het systeem van de omgevingswet; aanpassingen vanwege de vastgestelde omgevingsvisie, zoals de nieuwe manier van samenwerken en meer inzet op omgevingskwaliteit.

Zo wordt onderscheid gemaakt tussen rechtstreeks werkende regels voor burgers en bedrijven en instructieregels voor gemeenten. De instructieregels voor gemeenten hebben tot doel dat de gemeenteraad de, in de omgevingsverordening opgenomen, voorwaarden betrekt bij de vaststelling van een bestemmingsplan. Vooruitlopend op de Omgevingswet richten de instructieregels zich op een evenwichtige toedeling van functies (in plaats van het bestemmen van ontwikkelingen). Dit betekent dat de regels ook vanuit functies (van gebieden) zijn opgebouwd. Daarnaast richten de regels zich op een goede omgevingskwaliteit, inclusief een veilige en gezonde leefomgeving (in plaats van een goede ruimtelijke kwaliteit). De provincie wil de omgevingskwaliteit van Brabant bevorderen, in combinatie met een veilige en gezonde leefomgeving. Bij omgevingskwaliteit gaat het om de kwaliteit van een plek of gebied, die wordt bepaald door een goed samenspel van herkomstwaarde, belevingswaarde, gebruikswaarde en

bestemmingsplan 11

"Park Wijtenburg,

Kaatsheuvel"

(ontwerp)

bestemmingsplan

Park Wijtenburg,

Kaatsheuvel

toekomstwaarde. Op de kaart bij de omgevingsverordening gebied'.

wordt onderscheid

gemaakt in 'Stedelijk

gebied'

en 'Landelijk

Beoordeling en conclusie Kaatsheuvel is aangewezen als concentratiegebied binnen het 'Stedelijk gebied'. Voor het bouwen van woningen binnen het 'Stedelijk gebied' geldt als voorwaarde dat dit past binnen de regionale afspraken die over wonen zijn gemaakt. Het bevorderen van zorgvuldig ruimtegebruik staat hierbij centraal en is uitgangspunt voor elke stedelijke ontwikkeling. Dat betekent dat een stedelijke ontwikkeling voor wonen, werken of voorzieningen in beginsel plaatsvindt binnen het 'Stedelijk gebied' en dat de ruimte binnen het 'Stedelijk gebied' zo goed als mogelijk wordt benut. De beoogde woningbouw

woningbouwontwikkeling past binnen de regionale en er is sprake van zorgvuldig ruimtegebruik.

afspraken die gemaakt zijn over Zanddonk

Oosteind

Kaatsheuvel

Dreetseweg

Afbeelding

12 ntwerp)

3.2 Uitsnede kaart Stedelijke

ontwikkeling en erfgoed

bestemmingsplan "Park Wijtenburg,

Kaatsheuvel" (o

bestemmingsplan

Park Wijtenburg,

Kaatsheuvel

3.2.3 Perspectief op Wonen In 2020 is de 'Actualisatie bevolkings-, huishoudens en woningbehoefteprognose' ook wel de prognoses van de Provincie Noord-Brabant gepubliceerd. Hieruit blijkt dat de gemeente Loon op Zand de komende jaren een groeigemeente zal zijn. Ten aanzien van de oude prognoses, zijn de nieuwe prognoses bijgesteld en is er kwantitatief meer ruimte ontstaan in het woningbouwprogramma. Verder heeft de Provincie de Brabantse Agenda Wonen opgesteld. In deze agenda staan de kwantitatieve en kwalitatieve opgave voor de komende jaren weergeven en zet de provincie Noord-Brabant met name in op binnenstedelijke ontwikkelingen. Op basis van de provinciale prognoses en de Brabantse Agenda Wonen, worden jaarlijks regionale afspraken gemaakt. Deze afspraken worden vastgesteld in het 'Perspectief op Wonen en Woningbouw'. De afspraken gaan zowel over het toevoegen van kwaliteit als kwantiteit. Nadrukkelijk advies van de provincie Noord-Brabant is om maximaal 700Zo van de woningen vast te leggen in de harde plancapaciteit, zodat gemeenten kunnen inspelen op actuele ontwikkelingen. Op 1 januari 2021 bevatte de woningvoorraad van de gemeente Loon op Zand 10.478 woningen. Volgens de nieuwe bevolkings- en woningbehoefteprognose door de provincie Noord-Brabant, dient de woningvoorraad 2030 toe te nemen met 965 woningen.

3.2.4 Regionale In het eerste

die medio september 2020 gepubliceerd zijn binnen de gemeente Loon op Zand tot en met

woondeal

kwartaal van 2022 heeft het Rijk de Nationale Woon- en Bouwagenda

uitgebracht, met als

kerndoelen: beschikbaarheid, betaalbaarheid en kwaliteit. Hierin stelt het Rijk dat er regionale woondeals moeten komen. Alle provincies, waaronder Noord-Brabant hebben het aantal te realiseren woningen in de periode tot en met 2030 aangegeven en de bijbehorende randvoorwaarden. Op 9 maart 2023 is de regionale woondeal ondertekend. In de provincie Noord-Brabant ligt een gezamenlijk opgave om 130.600 woningen te bouwen. De Stedelijke Regio Breda - Tilburg zet zich in voor de bouw van 39.210 woningen in de periode tot en met 2030. Om dit te bereiken, is met de woondeal een minimale opgave per gemeente vastgelegd. Voor de gemeente Loon op Zand geldt in de periode 2022 t/m 2026 een netto opgave van minimaal 659 woningen. Naast een minimale woningbouwopgave zet de Nationale Woon- en Bouwagenda in op een betaalbaar (t)huis voor iedereen. Daarom moet voor nieuwe huur- en koopwoningen worden gestreefd naar twee derde betaalbare woningen, waarvan de helft door corporaties wordt gebouwd (dus minimaal 300Zo sociale huur). Binnen het plangebied worden 139 woningen in diverse categorieën gebouwd. Er wordt gestreefd naar twee derde betaalbaar. Casade bouwt 63 sociale huurappartementen (45 0Zo van het totale programma). Omdat ook 22 huurwoningen worden gesloopt, is het aandeel sociaal 35 0Zo. Hiermee wordt voldaan aan de woondeal.

3.3

Gemeentelijk

3.3.1

Structuurvisie

beleid

Toetsingskader Op 5 maart 2015 stelde de raad van de gemeente Loon op Zand de structuurvisie “Loon op Zand 2030, de recreatieve kamer in het hart van Brabant” vast. De structuurvisie bevat de ruimtelijke ambities van de gemeente Loon op Zand en vormt het kader voor nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen. Aangegeven is wat belangrijk is om te behouden en wat nodig is om te versterken op het gebied van bijvoorbeeld woningbouw, recreatieve ontwikkelingen en de leefbaarheid in de kernen. In de structuurvisie zijn voor de belangrijkste ambities en projecten uitgangspunten geformuleerd. De structuurvsie

bestaat uit twee delen.

bestemmingsplan 13

"Park Wijtenburg,

Deel A bevat de visie op hoofdlijnen

Kaatsheuvel"

(ontwerp)

voor de middellange

termijn

bestemmingsplan

Park Wijtenburg,

(tot 2030). Deel B bestaat uit een uitvoeringsprogramma, periodiek kan worden aangepast.

Kaatsheuvel

een ‘projectenplan ’, dat flexibel van aard is en

De visie gaat uit van een hoofdambitie: behouden en waar mogelijk versterken van de bestaande kwaliteiten en het op adequate wijze inspelen op trends en ontwikkelingen. De belangrijkste ambities in relatie tot onderhavig plan zijn gericht op: » » » «

behouden en versterken van de eigen identiteit van groene en recreatieve gemeente, met alle positieve kenmerken van het streekeigene van Midden-Brabant; behouden en versterken van het contrast met de nabij gelegen stedelijke gebieden: de landelijke groene gemeente Loon op Zand als groene voortuin van de omliggende steden; verruimen van het aanbod aan kwalitatief aantrekkelijke woonmilieus; behoud van de eigen karakteristiek van de kernen Kaatsheuvel, Loon op Zand en De Moer.

en

Beoordeling en conclusie Het plangebied is aangeduid als 'vastgelegde structuurvisie kaart 'Loon op Zand 2030'.

inbreidingslocatie'.

Zie hieronder

een uitsnede

van de

Mftouvol

Afbeelding

3.3 Uitsnede structuurvisie

Over het plangebied het volgende:

Park Wijtenburg

Direct voor en na de Tweede

14 ntwerp)

kaart Loon op Zand 2030 als onderdeel

Wereldoorlog

is ‘t Rooi

van de buurt t Rooi Dorp staat in de structuurvisie Dorp gebouwd.

De buurt wordt omsloten

bestemmingsplan

"Park Wijtenburg,

door de

Kaatsheuvel"

(o

bestemmingsplan

Park Wijtenburg,

Kaatsheuvel

Doctor van Beurdenstraat, Gasthuisstraat, Leo XIII straat en de Monseigneur Völkerstraat. De bebouwing heeft een blokvormig karakter en is grotendeels binnen de oorspronkelijke lintstructuur ontwikkeld. Aan het oude lint van de Gasthuisstraat is op diverse plekken detailhandel gelegen. Het gaat dan voornamelijk om plaatselijke, kleine winkels. Ook is er her en der sprake van lichte bedrijvigheid. Tussen de Julianastraat en de Doctor van Beurdenstraat locatie (‘Chalet Fontaine ’) komt in de toekomst mogelijk

bevindt zich een groen ‘binnenterrein ’. Deze vrij voor een nieuwe invulling.

Het plangebied bestaat uit het binnenterrein dat in de structuurvisie nog als de locatie 'Chalet Fontaine' staat vermeld. Het voorliggende bestemmingsplan voorziet in genoemde nieuwe invulling.

3.3.2 Gewijzigde structuurvisie De gemeenteraad van Loon op Zand heeft op 8 maart 2018 de structuurvisie 'Loon op Zand 2030, 1e herziening' vastgesteld. In de herziening is de regeling met betrekking tot glastuinbouw zoals opgenomen in de structuurvisie van 2015, verduidelijkt. De herziening heeft derhalve geen betekenis voor de ontwikkeling van woningen binnen het plangebied van het voorliggende bestemmingsplan.

3.3.3

Woonvisie

Op 14 december 2016 is de woonvisie 'Duurzaam, gevarieerd en betaalbaar wonen in de gemeente Loon op Zand 2016-2025' vastgesteld door de raad. Het woonbeleid stimuleert een constante bevolkingsomvang en een evenwichtige bevolkingsopbouw. Deze zijn de basis voor een zorgzame samenleving met vitale gemeenschappen. Voor het woonbeleid gelden de volgende uitgangspunten: » »

« »

In de periode tot en met 2025 zullen er circa 770 nieuwe woningen gebouwd gaan worden, daarvan moeten minimaal 150 woningen in de sociale huursector gerealiseerd worden; Er zal een focus op gelijkvloerse/levensloopbestendige woningen zijn waar ouderen en kleine huishoudens kunnen doorstromen. Bestaande eengezinswoningen komen zo beschikbaar voor starters en jonge gezinnen; Eigenaren van bestaande woningen worden gestimuleerd om te investeren in de duurzaamheid en levensloopbestendigheid van de woningen; Er komen meer 'short-stay' woningen voor het overbruggen van de wachttijd voor een huur- of koopwoning voor starters, arbeidsmigranten, vergunninghouders en andere spoedzoekers.

Het woningbouwplan en de woningtypen sluiten aan bij de uitgangspunten uit de woonvisie. Het realiseren van gelijkvloerse sociale huurwoningen op deze locatie staat ook in de prestatieafspraken Casade voor de periode 2021-2024.

met

3.3.4 Monitor Woningbouwprogramma Sinds 2012 wordt jaarlijks een Quickscan Woningbouwprogramma opgesteld. Vanaf 2018 wordt dit Monitor (Quickscan) genoemd. Deze Monitor geeft het kader aan waarbinnen de woningbouwprogrammering kan worden opgesteld en gerealiseerd. Tevens geeft het een doorkijk naar wensen en behoeften ten opzichte van de plannen en worden trends en ontwikkelingen benoemd. Ook staat een aantal planontwikkelingen benoemd waar op termijn rekening mee moet worden gehouden. De Monitor bevat het woningbouwprogramma voor de komende jaren en vormt het woningbouwhandvat voor de komende jaren. De woningbouwopgave uit de Brabantse Agenda Wonen (zie paragraaf 3.2.3) is hierbij leidend. Nieuwe initiatieven (in de vrije sector) dienen een toevoeging te zijn op de behoefte. Hierbij geldt ook dat inbreiding voor uitbreiding gaat. In Kaatsheuvel is behoefte aan woningen voor alle doelgroepen, maar met name voor starters en senioren. In het voorliggende

bestemmingsplan worden woningen

bestemmingsplan 15

"Park Wijtenburg,

Kaatsheuvel"

gebouwd

(ontwerp)

op een locatie die al vele jaren is

bestemmingsplan

Park Wijtenburg,

Kaatsheuvel

aangewezen als inbreidingslocatie en als zodanig is opgenomen in het gemeentelijk woningbouwprogramma. Binnen het plangebied worden 63 duurzame sociale huurappartementen koopwoningen in verschillende prijscategorieën gebouwd.

en 76

Er is dringend behoefte aan woonruimte in de sociale huursector. De toekomstige huurappartementen zijn dan ook bestemd voor ouderen en andere kleine huishoudens. De vraag naar huisvesting voor deze doelgroepen zal komende jaren verder toenemen, omdat steeds meer senioren langer zelfstandig blijven wonen in hun vertrouwde omgeving en het aantal eenpersoonshuishoudens toeneemt.

Levensloopbestendige

woningen

De gemeente Loon op Zand streeft er bij de bouw van nieuwe woningen naar dat deze een certificaat WoonKeur krijgen. Een belangrijk aspect is dat een WoonKeur-woning levensloopbestendig is, hetgeen wil zeggen dat als een bewoner iets komt te mankeren, hij/zij niet gedwongen is om die reden te verhuizen. Om de woningen, die worden gebouwd in Park Wijtenburg, te kunnen uitbreiden of verbouwen zodat een slaapkamer op de begane grond kan worden gerealiseerd, bevat de bestemming Wonen een mogelijkheid om via afwijking een aanbouw mogelijk te maken dieper dan de maximaal toegestane 4 meter uit de achterste grens van het bouwvlak.

16 ntwerp)

bestemmingsplan

"Park Wijtenburg,

Kaatsheuvel"

(o

bestemmingsplan

Hoofdstuk4

Park Wijtenburg,

Kaatsheuvel

Omgevingsaspecten

Op grond van het bepaalde in het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is het bij het opstellen van een bestemmingsplan verplicht om inzicht te bieden in de relevante omgevingsaspecten. In dit hoofdstuk een verantwoording

voor deze

4.1

MER beoordeling

4.1.1

Algemeen

aspecten

is

opgenomen.

De nationale m.e.r.-regelgeving is een uitvloeisel van een tweetal Europese richtlijnen: de m.e.r.-richtlijn en de smb-richtlijn (Strategische milieubeoordeling). De implementatie van deze Europese richtlijnen is aan te treffen in: » »

paragraaf 2.2, hoofdstuk 7 en paragraaf 14.2 van de Wet milieubeheer; het Besluit milieueffectrapportage (hierna: Besluit m.e.r.).

Deze wetgeving tezamen bepaalt of voor een project of plan een MER (Milieueffectrapport) moet worden opgesteld. Daarbij is het allereerst van belang te kijken of in de betreffende ontwikkeling een activiteit is opgenomen als genoemd in de bijlage van het Besluit m.e.r. In de bijlage van het Besluit m.e.r. zijn twee onderdelen (C en D) opgenomen. Het onderscheid tussen deze twee bijlagen is dat er voor categorieën uit bijlage C direct sprake is van een m.e.r.-plicht, wanneer de activteiten de genoemde drempelwaarden overstijgen. Bij projecten met een programma boven de drempelwaarden in bijlage D moet eerst beoordeeld worden of er een m.e.r. noodzakelijk is. Dat geldt ook voor projecten die vallen onder een categorie in bijlage D, met een programma onder de drempelwaarde, al is de omvang en opbouw van een dergelijke beoordeling bij die laatste gevallen vormvrij. Voor projecten die vallen onder bijlage D is dus pas na het uitvoeren van een (vorm-vrije) m.e.r.-beoordeling duidelijk of er een MER moet worden opgesteld.

4.1.2 Onderzoek en conclusie De nieuwbouw van maximaal 140 woningen, kan worden gekwalificeerd als "de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen", zoals bedoeld in onderdeel D.11.2 van bijlage van het Besluit m.e.r. Bij die activiteit zijn drie relevante indicatieve drempelwaarden opgenomen, namelijk: » » »

een oppervlakte van 100 hectare of meer; een aaneengesloten gebied en 2.000 of meer woningen; een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m2 of meer.

Het project valt ruimschoots binnen de gestelde drempelwaarden. Het bevoegd gezag moet nagaan of er zodanige belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu zijn te verwachten dat er een m.e.r.-beoordeling of milieueffectrapport (MER) noodzakelijk is. Gelet op de aard en omvang van de voorgenomen activiteit en de ligging van het plangebied binnen de bebouwde kom van Kaatsheuvel worden er geen belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu verwacht. Daarom hoeft er geen MER te worden opgesteld. In Bijlage 1 is een aanmeldnotitie opgenomen waarin het voorgaande is onderbouwd. Op basis van deze aanmeldnotitie zal het bevoegd gezag besluiten dat er geen m.e.r.-procedure hoeft te worden doorlopen en er geen MER hoeft te worden opgesteld.

bestemmingsplan 17

"Park Wijtenburg,

Kaatsheuvel"

(ontwerp)

bestemmingsplan

4.2

Park Wijtenburg,

Kaatsheuvel

Bedrijven en milieuzonering

4.2.1 Wet- en regelgeving Wanneer ruimtelijke ontwikkelingen in de directe omgeving van inrichtingen en/of bedrijven worden gerealiseerd, zal een milieukundig onderzoek uit moeten wijzen in hoeverre er sprake is van mogelijke beperkingen ten gevolge van de aanwezige inrichtingen en of bedrijven. Maar ook andersom dient aandacht te worden besteed aan de rechten van de aanwezige inrichtingen en/of bedrijven. Het is immers niet de bedoeling dat nieuwe ontwikkelingen de huidige bedrijfsvoering in de directe omgeving zullen beperken. Voor het vaststellen van de genoemde minimale richtafstanden tussen inrichtingen en milieugevoelige functies worden in de regel de lijsten zoals deze zijn opgenomen in de handreiking 'Bedrijven en milieuzonering' gebruikt. Daarbij wordt o.a. gekeken naar de milieuaspecten geur, stof, geluid en gevaar en zo nodig naar het risico op bodem- of luchtverontreiniging. Bedrijven zijn in de VNG-handreiking ingedeeld in categorieën met bijbehorende gewenste richtafstanden tot milieugevoelige functies. De categorieën geven de zwaarte van bedrijvigheid en mogelijke milieuhinder weer. De richtafstanden kunnen, zonder dat dit ten koste gaat van het woon- en leefklimaat, met éénafstandstap worden verlaagd indien sprake is van omgevingstype

Milieucategorie

gemengd

gebied.

Richtafstand tot omgevingstype rustige woonwijk en rustig buitengebied

Richtafstand tot omgevingstype gemengd gebied

1

10 m

0m

2

30 m

10 m

3.1

50 m

30 m

3.2

100 m

50 m

4.1

200 m

100 m

4.2

300 m

200 m

5.1

500 m

300 m

5.2

700 m

500 m

5.3

1.000 m

700 m

6

1.500 m

1.000 m

Tabel 4.1

Richtafstanden VNG-handreiking

'Bedrijven en milieuzonering'

Bovenstaande tabel geeft een overzicht van de richtafstanden voor verschillende bedrijfscategorieën ten opzichte van een woonwijk en gemengd gebied. Indien de richtafstand niet wordt overschreden, kan verdere toetsing voor het aspect in beginsel achterwege blijven: inpassing is dan mogelijk. Indien er sprake is van een kortere afstand dan de richtafstand, is onderzoek noodzakelijk. De directe omgeving van het plan bevat matig tot sterke functiemenging van bedrijven, horeca en detailhandel. Daarom wordt het gebied getypeerd als een gemengd gebied.

4.2.2 Onderzoek en conclusie Door Econsultancy is in april 2022 een quickscan bedrijven en milieuzonering uitgevoerd. De rapportage daarvan is opgenomen als Bijlage 2. Op bedrijfspercelen in de directe omgeving van het plangebied zijn bedrijven toegestaan in categorie 1 of 2. Voor categorie 2-bedrijven geldt voor de eerstelijns bebouwing (woningen aan de rand van het plangebied) een richtafstand van 10 meter, voor de overige woningen 30 meter. Binnen deze afstanden zijn geen nieuwe woningen mogelijk. Ook bedrijven op grotere afstand vormen geen belemmering voor de beoogde woningbouwontwikkeling.

18 ntwerp)

bestemmingsplan "Park Wijtenburg,

Kaatsheuvel" (o

bestemmingsplan

Park Wijtenburg,

Kaatsheuvel

Ten noordwesten van het plangebied geldt voor partycentrum Chalet Fontaine een horecabestemming. Binnen de richtafstanden van 30 meter wordt binnen het plangebied de oprichting van nieuwe woningen mogelijk gemaakt. Het partycentrum valt onder de werkingssfeer van het Activiteitenbesluit. In het Activiteitenbesluit zijn grenswaarden opgenomen voor de geluidbelasting als gevolg van inrichtingen. Om deze reden is een akoestisch onderzoek uitgevoerd. De rapportage van dit onderzoek is opgenomen als Bijlage 3. Op basis van een representatieve bedrijfssituatie en uitgevoerde geluidmetingen ter plaatse, is geconstateerd dat de activiteiten van het partycentrum zorgen voor overschrijdingen van de grenswaarden op de gevels van de nieuwe woningen. Om deze reden zijn aanvullende maatregelen onderzocht. Om het geluid afkomstig van het partycentrum op het woningbouwplan zoveel mogelijk af te schermen, wordt een geluidscherm gerealiseerd met een hoogte van 3 meter. In de dagperiode is hiermee nog steeds sprake van een overschrijding plaats van het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau en maximale geluidsniveau op de verdiepingen. De overschrijdingen van het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau in de dagperiode worden veroorzaakt door pratende mensen op het buitenterrein, de overschrijdingen van het maximale geluidsniveau door luid schreeuwende mensen op het buitenterrein.

Om ter hoogte van de tweede en derde bouwlaag van het appartementencomplex te voldoen aan de grenswaarden voor het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau en maximale geluidsniveau zijn mogelijke bron-, overdrachts- en ontvangersmaatregelen beschouwd. Het treffen van aanvullende bron- en overdrachtsmaatregelen worden niet realistisch geacht of stuiten op bezwaren van stedenbouwkundige aard. Derhalve is een mogelijke maatregel bij de ontvanger beschouwd. Aan de noordgevel van het appartementencomplex wordt de centrale galerij beoogd. Aan de buitenzijde van de centrale galerij dient een afscherming (bijvoorbeeld in de vorm van een glazen wand) te worden gerealiseerd. Door middel van een berekening is bepaald hoe hoog de glazen wand op de tweede en derde bouwlaag dient te zijn om te voldoen aan een geluidbelasting van 50 dB(A) voor het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau en 70 dB(A) voor het maximale geluidsniveau. De hogere geluidbelastingen voor het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau en maximale geluidsniveau ter hoogte van het appartementengebouw worden door middel van maatwerkvoorschriften toegestaan, met de voorwaarde dat een geluidafschermende voorziening wordt gerealiseerd aan de buitenzijde van de gemeenschappelijke galerij op de tweede en derde bouwlaag.

In de planregels is naast de verplichting voor het oprichten en instandhouden van een tuinmuur of geluidscherm met een hoogte van 3 meter op de grens met het perceel van Chalet Fontaine een bouwregel opgenomen voor het treffen van aanvullende geluidafschermende voorzieningen aan de achterzijde van het appartementengebouw nabij het perceel van Chalet Fontaine teneinde te voldoen aan de hiervoor genoemde grenswaarden uit het Activiteitenbesluit. Met de hiervoor genoemde de bouw van de nieuwe gebruiksmogelijkheden

regels

en maatregelen

vormen

woningen en de nieuwe woningen van de aanwezige bedrijven.

4.3

Bodem

4.3.1

Wet- en regelgeving

bestaande leveren

bedrijven geen

geen

belemmering

belemmering op voor

Op grond van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) dient in verband met de uitvoerbaarheid project rekening te worden gehouden met de bodemgesteldheid.

voor

de

van een

Bij functiewijzigingen dient te worden bekeken of de bodemkwaliteit voldoende is voor de beoogde functie en moet worden vastgesteld of er sprake is van een saneringsnoodzaak. In de Wet bodembescherming is bepaald dat, indien de desbetreffende bodemkwaliteit niet voldoet aan de norm voor de beoogde functie, de grond zodanig dient te worden gesaneerd dat zij kan worden gebruikt door de desbetreffende functie (functiegericht saneren). De Wet bodembescherming heeft betrekking op landbodems; waterbodems vallen onder de Waterwet. Op grond van de Woningwet

bestemmingsplan 19

en de Bouwverordening

"Park Wijtenburg,

Kaatsheuvel"

dient voor elke

(ontwerp)

individuele

bouwlocatie

aangetoond

bestemmingsplan

te worden dat de bodem worden verleend.

Park Wijtenburg,

geschikt is voor de beoogde

bebouwing,

Kaatsheuvel

alvorens een

bouwvergunning

kan

Bij het opstellen van een bestemmingsplan is de vraag of de aanwezige bodemkwaliteit past bij het huidige of toekomstige gebruik van die bodem en of deze optimaal op elkaar kunnen worden afgestemd. Het uitgangspunt hierbij is dat eventueel aanwezige bodemverontreiniging geen onaanvaardbaar risico oplevert voor de gebruikers van de bodem en dat de bodemkwaliteit niet verslechtert door grondverzet. Dit is het zogenaamde stand still-beginsel. Het vaststellen van de bodemkwaliteit wordt bij het opstellen/herzien van een bestemmingsplan alleen van belang geacht voor de locaties waar ontwikkelingen gepland zijn (zoals functiewijzigingen, bouwen, graven/ophogen). Bij nieuwe ontwikkelingen dient bekeken te worden of de bodemkwaliteit een belemmering kan opleveren voor de realisering hiervan. Bijna altijd is het mogelijk om bodem geschikt te maken voor het gewenste gebruik. Het is echter mogelijk dat een plan financieel onuitvoerbaar wordt, bijvoorbeeld omdat de kosten van de sanering te hoog zijn. Bij een wijziging van de bestemming of van de functie wordt een bodemonderzoek alleen noodzakelijk geacht, indien deze wijziging tevens een meer gevoelige vorm van bodemgebruik inhoudt.

4.3.2 Onderzoek en conclusie Voor Verhoeven Milieutechniek is een historisch bodemonderzoek verricht. De rapportage daarvan is opgenomen als Bijlage 4. Uit het onderzoek blijkt dat binnen het plangebied diverse onderzoeken en/of saneringen zijn uitgevoerd. Hieruit is gebleken dat de milieuhygiënische (water)bodemkwaliteit grotendeels in voldoende mate is vastgelegd en dat op de locatie sprake is van onderstaande verontreinigingssituaties die (mogelijk) een belemmering vormen voor de voorgenomen herontwikkeling: » « »

»

»

Mogelijke restverontreiniging met minerale olie, vluchtige aromaten en VOCl in het freatisch grondwater ter plaatse van een gesaneerde ondergrondse tank aan de Monseigneur Völkerstraat 14; Sterke verontreiniging met asbest in puin (0,0-0,5 m-mv), oostelijk deel Monseigneur Völkerstraat 14 met een omvang van circa 300 m3; Geval van ernstige bodemverontreiniging met minerale olie in de ondergrond ter plaatse van voormalige ondergrondse tank aan de Gasthuisstraat 33 met een omvang van 500 m3- Plaatselijk is, binnen de contouren van de minerale olieverontreiniging, een sterk verhoogd gehalte voor PAK aangetroffen in de bovengrond. Deze verontreiniging is niet ernstig in de zin van de Wet bodembescherming; Geval van ernstige bodemverontreiniging met asbest in de bodem in de contactlaag (0,0-0,1 m-mv), welke spoedeisend is in verband met respirabele vezels afkomstig van een aanwezig asbesthoudend dak op naastgelegen perceel, dat afwatert binnen het plangebied; Aanwezigheid van verhoogde gehalten voor PFOS op het middenterrein (in verband met mogelijke afvoer van grond).

Voor wat betreft de overige onderzochte grond, puinlagen, grondwater en waterbodem zijn geen noemenswaardige verontreinigingen aangetoond, die een belemmering vormen voor de voorgenomen herontwikkeling. Wel moeten de volgende aanvullende onderzoeken bouwwerkzaamheden voor de woningen: » » »

nog worden

uitgevoerd

voor de aanvang van de

Grondwateronderzoek ter plaatse van de gesaneerde tank aan de Monseigneur Völkerstraat 14 om aan te tonen dat er geen sprake meer is van grondwaterverontreiniging in de bodem ter plaatse; Opstellen en indienen van een BUS-melding voor de sanering van de asbestverontreiniging en minerale olie- en PAK-verontreiniging op het perceel Gasthuisstraat 33; Melden van de asbest in puinverontreiniging in de puinverharding ter plaatse van de Monseigneur Völkerstraat 14.

Daarnaast wordt opgemerkt dat na de sloop van de nog aanwezige bebouwing, moet worden aangetoond dat geen vermenging van sloopmateriaal heeft plaatsgevonden met de ondergrond. Tot slot is van belang dat indien grond wordt afgegraven (bijvoorbeeld bij het bouwrijp maken en/of bouwwerkzaamheden) en van de locatie wordt afgevoerd, er rekening mee dient te worden gehouden dat deze grond elders niet zonder meer toepasbaar is. Met betrekking tot het elders hergebruiken van grond

20 ntwerp)

bestemmingsplan

"Park Wijtenburg,

Kaatsheuvel"

(o

bestemmingsplan

zijn de regels

4.4

van het Besluit bodemkwaliteit

Park Wijtenburg,

Kaatsheuvel

van toepassing.

Geluid

4.4.1 Wet- en regelgeving Het toetsingskader wordt voor het akoestisch onderzoek gevormd door de Wet geluidhinder. Het bevoegd gezag, het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Loon op Zand, heeft geen

geluidbeleid

opgesteld

In de Wet geluidhinder

voor wegverkeerslawaai.

is bepaald dat, met uitzondering

van een weg binnen een woonerf

of met een

maximumsnelheid van 30 km/uur, elke weg van rechtswege een zone heeft. De breedte van deze zone is afhankelijk van het aantal rijstroken en de ligging van de weg. Indien de zone van de weg een overlapt met het plangebied, is een akoestisch onderzoek noodzakelijk en moet de ten hoogste toelaatbare geluidbelasting in acht worden genomen. Een overschrijding van de ten hoogste toelaatbare geluidbelasting is na afweging van geluidsreducerende ontheffen geluidbelasting.

maatregelen

toegestaan

tot de maximaal te

Wanneer op basis van overwegende bezwaren de geluidbelasting op de geluidsgevoelige bestemming onvoldoende of niet kan worden gereduceerd, kan het college van burgemeester en wethouders een hogere waarde vaststellen. Bij ontheffing van de ten hoogste toelaatbare geluidbelasting kan een nader akoestisch onderzoek noodzakelijk zijn ten behoeve van het woon- en leefklimaat in de woning(en). In de directe omgeving van het plan zijn ook wegen met een toegestane maximumsnelheid van 30 km/uur gelegen. Dergelijke wegen hebben volgens de Wet geluidhinder geen zone. In het kader van een goede ruimtelijke ordening en op basis van jurisprudentie is echter een akoestisch onderzoek naar het woon- en leefklimaat ten gevolge van deze wegen benodigd. De beoordeling van het woon- en leefklimaat zal plaatsvinden op basis van de Wet geluidhinder. Voor de nabijgelegen 30 km/uur wegen kunnen vanwege het ontbreken van een zone geen hogere waarden worden vastgesteld.

4.4.2 Onderzoek en conclusie Door Econsultancy is in december 2021 een onderzoek uitgevoerd naar de geluidbelasting als gevolg van de omliggende wegen (zie Bijlage 5). De bouwvlakken waarbinnen nieuwe geluidgevoelige gebouwen (woningen) zijn toegestaan, liggen binnen de onderzoekszones van de Gasthuisstraat en het gezoneerde deel van de Hoofdstraat. In het kader van een goede ruimtelijke ordening zijn tevens de nabijgelegen niet-gezoneerde wegen: niet gezoneerde deel van de Hoofdstraat, Julianastraat, Doctor van Beurdenstraat, Monseigneur Völkerstraat, Roestenbergstraat en de binnenplanse wegen in het onderzoek betrokken. Ten gevolge van de Gasthuisstraat en Julianastraat treden overschrijdingen op van de ten hoogste toelaatbare geluidbelasting van 48 dB. De maximaal te ontheffen waarde van 63 dB wordt niet overschreden. Voor beide wegen zijn geluidsreducerende maatregelen afgewogen. Hieruit blijkt dat het treffen van bron- en overdrachtsmaatregelen niet doelmatig is. Vanwege de Gasthuisstraat wordt een hogere waarde aangevraagd bij het college van burgemeester en wethouders. Omdat de Julianastraat een niet-gezoneerde weg is, kan hiervoor geen hogere waarde worden vastgesteld. Voor de woningen waar een overschrijding van de ten hoogste toelaatbare geluidbelasting plaatsvindt, dient het akoestisch klimaat in de woning (het zogenaamde binnenniveau) te worden gegarandeerd.

Voor de omgevingsvergunning ten behoeve van de bouw van de woningen aan de Gasthuisstraat en de Julianastraat is een nader onderzoek naar de geluidwering van de gevels noodzakelijk.

bestemmingsplan 21

"Park Wijtenburg,

Kaatsheuvel"

(ontwerp)

bestemmingsplan

4.5

Park Wijtenburg,

Kaatsheuvel

Luchtkwaliteit

4.5.1 Wet- en regelgeving Alle ontwikkelingen van de afgelopen jaren op het gebied van luchtkwaliteit hebben in 2007 geleid tot op het gebied van de luchtkwaliteitseisen. Het Besluit en de een aanpassing van de Wet milieubeheer Regeling “Niet In Betekenende Mate bijdrage ” zijn in 2007 in werking getreden luchtkwaliteit 2005 is komen te vervallen. Er is geen » » «

sprake van een feitelijke

of dreigende

en het Besluit

overschrijding van een grenswaarde

indien:

Een project niet leidt tot een verslechtering van de luchtkwaliteit; Een project draagt 'niet in betekende mate' (NIBM) bij aan de luchtverontreiniging; Een project past binnen het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (SNL) of binnen een regionaal programma van maatregelen;

Het Besluit 'Niet In Betekenende

Mate'

Deze AMvB legt vast, wanneer een project niet in betekenende mate bijdraagt aan de concentratie van een bepaalde stof. Een project is NIBM, als aannemelijk is dat het project een toename van de concentratie veroorzaakt van maximaal 30Zo . De 30Zo grens wordt gedefinieerd als 30Zo van de grenswaarde voor de jaargemiddelde concentratie van zeer fijn stof (PM2i5 ), fijn stof (PM10) of stikstofdioxide (NO2). Dit komt overeen met 30Zo van 25 gg/m 3 oftewel 0,75 gg/m 3 voor zeer fijn stof en 30Zo van 40 gg/m 3 oftewel 1,2 gg/m 3 voor zowel fijn stof als NO2. In het Besluit NIBM is geregeld dat binnen de getalsmatige grenzen van de Regeling een project altijd NIBM is. Er zijn immers alleen categorieën van gevallen aangewezen, waarvan aannemelijk is dat de toename van de concentraties in de betreffende gevallen niet de 3Z grens overschrijdt. Wanneer een categorie eenmaal is aangewezen, mag er zonder meer van worden uitgegaan dat deze bijdrage NIBM is. Indien een project boven de getalsmatige grenzen uitkomt, is een project in betekenende mate (IBM), tenzij alsnog aannemelijk te maken is dat de bron minder dan 3Z bijdraagt aan de concentratie. behoort een project tot een niet in de regeling NIBM genoemde categorie, dan zal steeds met behulp van onderzoek dienen te worden aangetoond op het project NIBM is. De Regeling »

NIBM geeft

woningbouw-

vooralsnog

en kantoorlocaties,

invulling aan de volgende alsmede

relevante

categorieën:

een combinatie daarvan.

In de Regeling NIBM is opgenomen dat een plan van maximaal 1.500 woningen niet in betekende bijdraagt aan de luchtkwaliteit. Naast toetsing aan de NIBM, moet er ook worden beoordeeld of initiatieven voorzien in een goede ruimtelijke ordening.

mate

4.5.2 Onderzoek en conclusie Dit bestemmingsplan betreft een ruimtelijke ontwikkeling die vele malen kleiner is dan 1.500 woningen met éénontsluitingsweg. De ontwikkeling zal dan ook 'niet in betekenende mate' bijdragen aan een verslechtering van de luchtkwaliteit. De Atlas Leefomgeving hanteert voor de provincie Noord-Brabant gezondheidskaarten. Op deze gezondheidskaarten is de luchtverontreiniging door zeer fijn stof (PM2,5 ), fijn stof (PM10) en stikstofdioxide (NO2) in beeld gebracht. Deze kaarten zijn gemaakt met behulp van de Gezondheids Effect Screening (GES)-methode. Deze methode geeft een kwalificatie van de milieugezondheidskwaliteit, uitgedrukt in scores van 0 (zeer goede milieugezondheidskwaliteit) tot en met 8 (zeer onvoldoende milieugezondheidskwaliteit). Deze scores zijn gebaseerd op de kennis over de relatie tussen blootstelling en gezondheidsrisico ’s. De GES-kaarten zijn een hulpmiddel om snel inzichtelijk te krijgen waar de knelpunten liggen van luchtverontreiniging. Voor het plangebied is voor NO2, PM2i5 en PM10 een score van toepassing milieugezondheidskwaliteit.

22 ntwerp)

bestemmingsplan

die staat voor een matige

"Park Wijtenburg,

Kaatsheuvel"

(o

bestemmingsplan

Park Wijtenburg,

Kaatsheuvel

Ter hoogte van het plangebied bedroegen de concentraties NO2 en PM10 in 2020 volgens de monitoring van het NSL minder dan 20 gg/m 3 waarmee wordt voldaan aan de grenswaarden. De concentratie PM2,5 bedroeg in 2020 minder dan 13 gg/m 3 en zit daarmee ook beneden de grenswaarde. Het toevoegen van maximaal 140 woningen zal niet leiden tot een toename van de concentratie van 300 of meer. Nader onderzoek

is gelet

op het voorgaande

4.6

Externe veiligheid

4.6.1

Wet- en regelgeving

niet noodzakelijk.

Externe veiligheid gaat over het beheersen van de risico's die ontstaan voor de omgeving bij het gebruik, de opslag en het vervoer van gevaarlijke stoffen als vuurwerk, lpg en munitie over weg, water en spoor en door buisleidingen. Het beleid rondom externe veiligheid is vastgelegd in circulaires, regelingen, AMvB's en wetten. In Nederland worden twee maten gehanteerd voor externe veiligheidsrisico's, namelijk het plaatsgebonden risico en het groepsrisico. Bij het plaatsgebonden risico (PR) gaat het om de kans per jaar dat een denkbeeldig persoon overlijdt als rechtstreeks gevolg van een ongeval met gevaarlijke stoffen als deze persoon zich onafgebroken en onbeschermd in de nabijheid van een risicovolle inrichting of transportas bevindt. Het plaatsgebonden risico wordt weergegeven als een contour rondom de risicovolle inrichting of de transportas. Het groepsrisico (GR) is de cumulatieve kans dat een (werkelijk) aanwezige groep van 10, 100 of 1.000 personen overlijdt als rechtstreeks gevolg van een ongeval met gevaarlijke stoffen. Het groepsrisico moet verantwoord worden voor het gebied waarbinnen zich de gevolgen van een incident met gevaarlijke stoffen voordoen. Dit is de zogenaamde 1%-letaliteitsgrens; de afstand vanaf een risicobedrijf waarop nog slechts 100 van de blootgestelde mensen in de omgeving overlijdt bij een ongeval op het risicobedrijf (invloedsgebied).

Het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) legt veiligheidsnormen op aan bedrijven die een risico vormen voor personen buiten het bedrijfsterrein, bijvoorbeeld rondom chemische fabrieken, LPG-tankstations en spoorwegemplacementen waar goederentreinen met gevaarlijke stoffen rangeren. Het besluit is op 27 oktober 2004 in werking getreden. Op 1 januari 2011 is het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) in werking getreden. wordt geregeld hoe een gemeente moet omgaan met risico ’s langs relevante buisleidingen. gasleidingen van de Gasunie zijn het meest relevant.

Daarin De hogedruk

Op 1 april 2015 is de regeling ‘Basisnet vervoer gevaarlijke stoffen ’ in werking getreden. Het Basisnet verhoogt de veiligheid van mensen die wonen of werken in de buurt van infrastructuur (auto-, spoor- en vaarwegen) waarover gevaarlijke stoffen worden vervoerd. In de Beleidsvisie Externe Veiligheid (Regionale Milieudienst West-Brabant, 2010) beschrijft de gemeente Loon op Zand de ambitie voor de externe veiligheid. Deze is omschreven als: 'De gemeente Loon op Zand wil zorgen voor een blijvend maatschappelijk aanvaardbare risicosituatie voor burgers in relatie tot activteiten met gevaarlijke stoffen in de omgeving'.

4.6.2

Onderzoek en conclusie

Onderstaande afbeelding is een uitsnede van de risicokaart nabij het plangebied. De planlocatie is aangeduid met een blauwe cirkel. De grondgebonden woningen, zoals toegestaan binnen het plangebied, wordt aangemerkt als kwetsbaar objecten. Op circa 450 meter is bij het Shell tankstation aan de Berndijksestraat een lpg-vulpunt aanwezig. De afstand tot de N261 is circa 1,1 km. Uit de Risicokaart blijkt dat het plangebied niet is gelegen binnen een invloedsgebied van een inrichting met gevaarlijke stoffen, noch van een leiding.

bestemmingsplan 23

"Park Wijtenburg,

Kaatsheuvel"

(ontwerp)

bestemmingsplan

Park Wijtenburg,

Kaatsheuvel

Kaatsheuvel

Afbeelding

4.1 Uitsnede risicokaart

Vanwege toxische scenario ’s ligt het plangebied in het invloedsgebied van A59. Transporten ten behoeve van de bevoorrading van tankstations (met of zonder LPG) worden veelal niet op de risicokaart afgebeeld, omdat het aantal transporten dusdanig laag is dan het risico verwaarloosbaar klein is. Er is echter theoretisch gezien wel sprake van een mogelijk scenario 'fakkelbrand' of 'BLEVE'. Om die reden is een verantwoording van het groepsrisico nodig. Hiervoor kan worden volstaan met de Standaard Verantwoording Groepsrisico 2019 (zie Bijlage 6) en is het standaardadvies van de Veiligheidsregio (Bijlage 7) van toepassing. Gezien het voorgaande kan worden gesteld dat met de voorgenomen op het gebied van externe veiligheid optreden.

4.7

Natuur

4.7.1

Wet- en regelgeving

ontwikkeling

geen

belemmeringen

Op 1 januari 2017 is de Wet natuurbescherming in werking getreden. De Wet natuurbescherming (Wnb) ziet zowel op de bescherming van waardevolle gebieden (waaronder de Natura 2000-gebieden) als op de bescherming van planten- en diersoorten. Voor gebieden die deel uitmaken van het NatuurNetwerk Nederland (NNN, voorheen de ecologische hoofdstructuur) is daarnaast sprake van planologische bescherming. Ruimtelijke plannen dienen te worden beoordeeld op de uitvoerbaarheid in relatie tot actuele natuurwetgeving. Er mogen geen ontwikkelingen plaatsvinden die op onoverkomelijke bezwaren stuiten door effecten op beschermde natuurgebieden en/of beschermde planten- en diersoorten. In dit kader is inzicht gewenst in de aanwezige natuurwaarden en de mogelijk daarmee samenhangende consequenties vanuit de actuele natuurwetgeving.

24 ntwerp)

bestemmingsplan

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=LoonOpZand&id=6bb8ce91-3323-405f-b990-ba99a356bdc5