Bijlage 2 Ontwerpbegroting 2025 versie DB 1904
Tekst van het document
Ontwerpbegroting 2025 3 april 2024 vaststelling dagelijks bestuur 19 april 2024 ter informatie algemeen bestuur 6 mei 2024
2
Begroting 2025
3
Inhoud VOORWOORD
5
1.
ALGEMEEN 1.1 Leeswijzer 1.2 Financiële verantwoording 1.3 Begroting in een oogopslag 1.4 Gemeentelijke bijdragen
9 9 10 12 13
2.
BELEIDSBEGROTING 2.1 Programmaplan 2.2 Paragrafen
17 17 29
3.
FINANCIËLE BEGROTING 3.1 Uiteenzetting financiële positie en toelichting 3.2 Begroting 2025 en meerjarenraming 2026-2028
49 49 51
4.
TOELICHTING OP DE BEGROTING 2025 4.1 Toelichting op de lasten en baten per deelprogramma 4.2 (Vervangings)investeringen 4.3 Toelichting op de meerjarenraming
55 55 62 64
5.
BIJLAGEN 5.1 Bijlage 1: Geraamd verloop reserves en voorzieningen 5.2 Bijlage 2: Overzicht van geraamde baten en lasten per taakveld 5.3 Bijlage 3: Formatie regulier (niet-gesubsidieerd) 5.4 Bijlage 4: Begrippen en afkortingen
66 66 68 69 70
4
Begroting 2025
5
VOORWOORD Bouwen aan een nieuwe toekomst De eerste schop moet nog de grond ingaan op het moment dat ik dit voorwoord schrijf. Toch wil ik alvast vooruitblikken naar de tweede helft van 2025. Vanaf dat moment is Baanbrekers met alle bedrijfsonderdelen gevestigd in een mooi nieuw gebouw. Een gebouw van waaruit we met enthousiasme aan de slag zullen zijn met onze opdracht: mensen in beweging brengen en stappen laten zetten in hun ontwikkeling en zo mogelijk een structurele, passende en zo regulier als mogelijke plek op de arbeidsmarkt. In feite bouwen we hiermee aan onze en aan hun toekomst! Ik kan me nu al verheugen dat we dat met alle medewerkers van Baanbrekers gaan doen vanaf een werkplek die past bij de huidige tijd. Een efficiënte en effectieve werkplek waar we Samenwerking met een hoofdletter S schrijven. De bouw van ons nieuwe pand kost een ‘paar centen’. Maar dat geldt eigenlijk voor alles wat we in onze maatschappij doen. Gelukkig wordt onze ‘nieuwe jas’ wat betreft jaarlasten niet duurder dan nu het geval is. We bouwen immers energieneutraal en gebruiken straks minder vierkante meters. Zoals ik al stelde: alles kost geld. Liever draai ik het om. Ik ben er een voorstander van om te kijken wat nodig en goed is. En daar moet je in willen investeren.
De kost gaat uiteraard voor de baat uit, en ik ben er zeker van dat onze investeringen op de korte en op de lange termijn renderen. Want wie mensen laat ontwikkelen en stimuleert, ontwikkelt en stimuleert daarmee direct de samenleving. En dat heeft positieve effecten op vele terreinen. Wetenschappelijk is bewezen dat een mens die aan het werk is, zorgt voor minder zorgkosten. Verder draagt werk bij aan het welzijn van de mens. En dat is niet in euro’s uit te drukken. Deze positieve effecten (lees: minder kosten) kunnen niet bij Baanbrekers worden ingeboekt. Die komen op de spreekwoordelijke jaarrekening van onze maatschappij als geheel. Het is mede hierom dat wij vol goede moed verder gaan met het verlenen van diensten aan mensen die het (even) niet zelf kunnen en ons nodig hebben. Op dit moment ben je begonnen met het lezen van onze begroting voor 2025. Net zoals voorgaande jaren werkt Baanbrekers niet met een glazen bol. Daarom is en blijft het uitermate lastig om in de toekomst te kijken. Het is een feit dat het geld dat we van de Rijksoverheid voor onze taken krijgen in de loop van het jaar nog voor veranderingen kunnen zorgen voor deze begroting. Het Rijk stelt immers – gedurende de rit – nog een paar keer die hoeveelheid geld bij. En op Rijksniveau kan er nog het een en ander veranderen. Er moet namelijk nog een kabinet worden gevormd.
Het is bijna zeker dat dit van een andere kleur is dan het demissionaire kabinet. Hierdoor blijft het nog onzeker hoe onze Rijksfinanciering er in de (nabije) toekomst gaat uitzien. Uiteraard hoop ik dat er in de maanden die nog gaan komen in 2024 niet al te veel schokkende zaken zullen gebeuren, die zorgen voor meer of minder ingrijpende gevolgen in onze begroting. Ook in 2025 leveren wij met al onze medewerkers weer graag sterk mensenwerk. Als leer-, werk- en mensontwikkelbedrijf van de gemeenten Heusden, Loon op Zand en Waalwijk is het ons streven dat iedereen zo goed als mogelijk meedoet aan werk en aan de samenleving. Om ons streven te behalen is duurzame samenwerking met lokale en regionale ondernemers, het onderwijs, de overheid en met elkaar onontbeerlijk. Alleen samen kunnen we zorgen voor beweging in onze samenleving. Alleen samen kunnen wij mensen mooie stappen laten zetten. Alleen samen kunnen wij talenten zien en ontwikkelen. En alleen samen kunnen we het beste uit elkaar naar boven halen. Dit komt ook in 2025 aan op groeien, leren, ontwikkelen en werken. Hiervoor zet Baanbrekers zich met veel energie en enthousiasme in. Is werk niet, nog niet of even niet mogelijk? Dan bieden we ook in 2025 hulp in de vorm van een tijdelijk inkomen. Tegelijkertijd doen we er samen met onze drie gemeenten alles aan om ook deze kandidaten te laten meedoen aan de samenleving.
6
Ik kan me niet aan de indruk onttrekken dat 2025 weer een mooi, druk en interessant jaar wordt. Hoe de economie zich ontwikkelt, dat gaan we meemaken. Samen spelen we in ieder geval goed en tijdig in op alle ontwikkelingen die we op ons af zien komen. Samen zetten we ook in 2025 vol in om onze samenleving en onze arbeidsmarkt nog inclusiever te maken. We willen graag dat iedereen – naar vermogen - een steentje bijdraagt. Dit hangt natuurlijk wel af van onze kandidaten en de bereidheid van lokale en regionale werkgevers om mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt kansen te bieden. We gaan in 2025 nog intensiever inzetten op het leggen en onderhouden van onze contacten met deze werkgevers. Ook maken wij in onze dienstverlening én in onze eigen bedrijfsvoering intensiever gebruik van informatietechnologie en dus digitalisering. We zullen daarbij zorgen voor de juiste maat en uiteraard ook aandacht schenken aan passende beveiliging. 2025 wordt het jaar dat we als organisatie weer naar elkaar toegroeien. 2024 stond vooral in het teken van een ‘gescheiden’ manier van werken vanaf twee locaties. We deden en doen er alles aan om in deze tijdelijke gescheiden situatie elkaar te blijven opzoeken en te vinden. Verbinding met elkaar staat continu op onze agenda. Voor iedereen was het werken vanaf twee locaties wennen. Het is bijzonder om te zien hoe flexibel onze mensen zijn.
Die flexibiliteit zorgt er in 2025 ongetwijfeld voor dat we heel rap zullen wennen om weer vanaf één locatie te werken. Het kan mij wat dit betreft niet snel genoeg gaan. Over alles wat Baanbrekers wil bereiken, wat we daarvoor doen en wat het mag kosten, lees je meer in deze begroting voor het jaar 2025. Ook in 2025 zullen wij laten zien dat Baanbrekers als breed en sociaal mensontwikkelbedrijf sterk mensenwerk levert. Bij ons blijft het ontwikkelen van medewerkers, talenten en kandidaten centraal staan. Dit doen we graag door constructief samen te werken, met onze opdrachtgevers, onze werkgevers, onze drie gemeenten en zeker ook met onze bestuurders.
Ad van Oudheusden Directeur
Begroting 2025
7
8
Begroting 2025
9
1. ALGEMEEN 1.1 Leeswijzer Voor u ligt de begroting 2025 en de meerjarenraming 2026 – 2028 van Baanbrekers. Baanbrekers voert voor de gemeenten Heusden, Loon op Zand en Waalwijk de Participatiewet en de Wet sociale werkvoorziening uit. De taken van Baanbrekers zijn te verdelen in twee hoofdgroepen: het bemiddelen naar of verstrekken van werk en het verstrekken van inkomensondersteuning (uitkeringen). Het eerste vanuit zowel de Participatiewet als de Wet sociale werkvoorziening. De uitgangspunten van de kaderbrief 2025 zijn in deze begroting verwerkt. De indeling en vorm van de begroting 2025 zijn in overeenstemming met het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV). Voor de opstelling van de begroting is uitgegaan van één programma in de zin van het BBV. Hierin zijn drie deelprogramma’s opgenomen: • • •
Re-integratie, Participatie & Inkomen Leren & Werken Gemeentelijke bijdragen & overige lasten en baten
De indeling van de deelprogramma’s sluit aan op de taakvelden volgens het BBV. De kosten van overhead zijn niet in de deelprogramma’s verantwoord, maar worden afzonderlijk gepresenteerd.
10
1.2 Financiële verantwoording Algemeen De begroting 2025 is opgesteld in de lijn van de bijgestelde begroting 2024, waarbij rekening is gehouden met de uitgangspunten zoals die in de kaderbrief 2025 zijn opgenomen en correcties voor incidentele invloeden die specifiek op 2024 betrekking hebben. Ontwikkeling gemeentelijke bijdragen De gemeentelijke bijdrage stijgt ten opzichte van 2024 met € 1.823.000. De belangrijkste oorzaken zijn: •
Toename personeelskosten regulier personeel a.g.v. indexatie (€ 793.000) en periodiekstijging (€ 192.000), totaal € 985.000;
•
Daling Wsw-rijksvergoeding (o.b.v. voorlopige opgave 2025) welke hoger is dan de daling van de Wsw-loonkosten in 2025 (€ 293.000);
•
Een incidentele rentebate in 2024 (als gevolg van financiering t.b.v. de nieuwbouw) welke niet in 2025 valt; lagere baten in 2025 € 446.000.
•
Hiermee is totaal € 1.724.000 verklaard. Een meer gedetailleerde toelichting is opgenomen onder paragraaf 1.4.
De totale gemeentelijke bijdrage 2025 is daarmee bijna gelijk aan de gemeentelijke bijdrage 2024 wanneer die gecorrigeerd wordt voor incidentele mutaties in ontwerpbegroting 2024 en actualisatie begroting 2024. Het begrotingstotaal 2024 (bijgesteld) bedroeg 64,9 miljoen euro, en stijgt nu tot 68,3 miljoen euro. Dit een lastenstijging van 5,2 %. Baanbrekers ontvangt van het rijk hiervoor slechts zeer beperkt compensatie. De corresponderende hogere baten landen bij de deelnemende gemeenten. De gemeente worden voor deze kosten immers (deels) gecompenseerd via de indexatie (accres) van het gemeentefonds. Stortingen in reserve herhuisvesting Voor het jaar 2025 is een storting in de reserve herhuisvesting begroot van € 460.651. Deze storting is conform het besluit van het algemeen bestuur van 13 december 2021, en bestaat uit de volgende componenten: Besparing vervallen storting in onderhoudsvoorziening gebouwen: Besparing vervallen afschrijvingskosten gebouw 1: Totaal
€ 342.500 € 118.151 € 460.651
In 2025 vindt de laatste reguliere storting plaats. In 2026 wordt de reserve als volgt afgewikkeld: De netto verkoop van de panden 2,3 en 4, verminderd met de nog resterende boekwaarde, wordt aan de reserve toegevoegd. Vernieuwbouw Op 18 oktober 2021 heeft het algemeen bestuur besloten vernieuwbouw te realiseren op de huidige locatie. Hiermee is een netto-investering gemoeid van € 23,9 miljoen. Op 19 december 2022 heeft het algemeen bestuur de begroting bijgesteld tot een netto krediet van € 25,9 miljoen. Voor de financiering zijn twee leningen afgesloten (20 miljoen en 5 miljoen). Het voornemen tot vernieuwbouw heeft voor de boekjaren 2021 tot en met 2025 een aantal financiële mutaties tot Begroting 2025
11
gevolg, die gedurende die jaren via een bestemmingsreserve worden verwerkt. In 2026 wordt deze bestemmingreserve ingezet om een deel van de investering van de vernieuwbouw te financieren.
Structureel sluitende begroting De begroting 2025 is sluitend gemaakt door een eenmalige onttrekking uit de algemene reserve van € 515.000. Voor de bepaling van het BUIG-budget en de ontwikkeling van het uitkeringsbestand hebben wij ons gebaseerd op de ontwikkeling van het macrobudget PW 2025 zoals in de begroting 2024 van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW) is gepubliceerd. Zowel de verwachte uitkeringslast als de inkomsten laten op basis van deze methodiek een stijging zien ten opzichte van 2024. Bij aanbieding van Berap II 2024 zullen we melding maken van het voorlopig budget BUIG 2025, zodat de gemeenten in de gelegenheid worden gesteld om dit nog voor aanvang van het boekjaar in hun begrotingen te verwerken. Zoals de afgelopen jaren gebruikelijk is, zal de actualisatie van de begroting bij aanvang van het boekjaar aan het algemeen bestuur worden voorgelegd.
12
1.3 Begroting in een oogopslag Baanbrekers Realisatie 2023
Begroting 2024
Begroting 2025
2026
Meerjarenraming 2027
2028
42.811 14.591 113
39.999 16.629 35
57.514 7.125 64.640
56.663 8.233 64.896
41.363 17.409 30 515 59.317 8.950 68.267
42.238 17.441 30 221 59.931 9.297 69.227
43.225 17.360 30 12 60.628 9.332 69.959
44.350 17.254 30 -239 61.395 9.335 70.730
Baten DP1: Re-integratie, Participatie & Inkomen DP2: Leren & Werken DP3: Gem. bijdragen & overige lasten en baten Totaal baten
39.057 14.286 12.630 65.973
34.024 14.425 16.364 64.813
35.546 14.412 18.234 68.192
36.475 14.339 18.414 69.227
37.466 14.255 18.239 69.960
38.663 14.151 17.916 70.729
Saldo van lasten en baten
1.333
-83
-75
0
0
0
Af: stortingen reserves Bij: onttrekkingen reserves
-1.046 927
-473 556
-461 536
0 0
0 0
0 0
Resultaat
1.214
0
0
0
0
0
Bedragen x € 1.000
Lasten DP1: Re-integratie, Participatie & Inkomen DP2: Leren & Werken DP3: Gem. bijdragen & overige lasten en baten Speerpunten Totaal lasten deelprogramma's Overhead Totaal lasten
Realisatie 2023: conform voorlopige jaarrekening 2023 Begroting 2024: conform begroting 2024 na 1e begrotingswijziging Meerjarenraming o.b.v. prijspeil 2025
Ten behoeve van het inzicht zijn de financiële gevolgen van de op 25 maart 2024 in het opiniërend AB besproken speerpunten (en op basis daarvan gemaakte afspraken) op een afzonderlijke regel opgenomen in bovenstaand overzicht, en nog niet verwerkt in de afzonderlijke deelprogramma’s. Onder de baten van deelprogramma 3 zijn onder andere de gemeentelijke bijdragen verantwoord. De specificatie per gemeente is opgenomen onder 1.4: Gemeentelijke bijdragen. In hoofdstuk 4: toelichting op de begroting 2025 zijn nadere specificaties en toelichtingen per deelprogramma opgenomen. Speerpunten De financiële gevolgen van de gemaakte afspraken (opiniërend AB 25 maart 2024) ten aanzien van de speerpunten zijn in onderstaand overzicht weergegeven. Speerpunten Begroting
Bedragen x € 1.000
Thema 1. Dienstverlening
Wijze van verwerking
2026
2027
2028
0
0
0
0
425 29 -125
425 29 -293
425 29 -502
425 29 -753
Uitbreiden IIT
0
0
0
0
Voorkomen armoedeval Tool Werkenloont incl. uitvoeringskosten, t.b.v. ondersteuning clië nt bij toepassen uitkomsten tool.
75
60
60
60
0
0
0
0
111
0
0
0
0
0
0
0
515
221
12
-239
Menselijke maat Trainingen motiverende gesprekstechniek en omgekeerde toets Structurele inbedding Startpunt Inrichting Startpunt als diagnosecentrum
2. Bestaanszekerheid
Loonkosten, vanaf 2025 Bedrijfskosten, vanaf 2025 Verlaging uitkeringslast *
3. Inclusieve technologie 4. Circulariteit
Wergroep met projectleiding
Loonkosten 2025
5. Datagericht werken Totaal kosten speerpunten * een mogelijk negatief effect op BUIG-inkomsten is hier NIET verwerkt Meerjaren raming o.b.v. prijspeil 2025
Begroting 2025
Meerjaren raming
2025
13
1.4 Gemeentelijke bijdragen Conform de Gemeenschappelijke regeling ‘Uitvoeringsorganisatie Baanbrekers’ dragen de gemeenten bij aan de exploitatie van Baanbrekers op basis van de inwoneraantallen per 1 januari van het begrotingsjaar. Voor de begroting 2025 is gerekend met de inwoneraantallen per 1 januari 2024, zoals gepubliceerd door het CBS naar de situatie per medio maart 2024. Dit zijn voorlopige gegevens. De definitieve bijdragen voor 2025 worden bij het opmaken van de jaarrekening 2025 bepaald op basis van de inwoneraantallen per 1 januari 2025. Het verloop van de gemeentelijke bijdragen volgens de bijgestelde begroting 2024 naar de begroting 2025 is als volgt: Mutatie gemeentelijke bijdrage 2025 t.o.v. 2024 Bedragen x € 1.000
aard mutaties:
Gemeentelijke bijdrage 2024 (actualisatie begroting)
structureel/ incidenteel
autonoom/ beïnvloedbaar
S S S
A A A
S S S S S S
B A A A A A
15.966
Mutaties begroting 2025: BUIG - BUIG-uitkeringen; toename aantal uitkeringen met gemiddeld 47 t.o.v. 2024 - BUIG-LKS lasten, toename aantal FTE Banenafspraak en Beschut werk - BUIG-inkomsten Personeel - Niet-gesubs. personeel, vervanging vertrekkende Sw-medewerkers door 3 reguliere medew. - Niet-gesubs. personeel, toename a.g.v. indexatie en periodiek stijging bestaande formatie - Gesubsidieerd personeel, afname a.g.v. pensioneringen en/of overig vertrek - Fidant intern, toename aantal FTE Beschut werk - Wsw Rijksvergoeding - Loonkostensubsidies Fidant intern
-297 593 376 -1.266 1.617 223 985 -84 343 377 -226
Resultaat deelneming Ruelong DVO Ruelong
279 -160
S S
B B
Rente, incidentele bate in 2024
446
S
A
Omzet
-184
S
B
I S S I
B B B B
70 80 60 120 -230
S I I S I
A A B B B
-535 535 22
S
B
Speerpunten - Circulariteit - Dienstverlening (inbedden Startpunt) - Bestaanszekerheid (voorkomen armoedeval) - Eenmalige onttrekking AR Overig - Lage inkomensvoordeel, vervalt per 1/1/25 - Energiekosten - Incidentele kosten t.b.v. viering opening nieuwe pand en 12,5 jarig bestaan - Afschrijvingen - Overige lasten, a.g.v. eenmalige lasten 2024 (-150) en lagere afboeking vorderingen uitkeringsdebiteuren (-50) - Loonkosten en overige kosten o.b.v. bestedingsplan herpositioneringsreserve - Via herpositioneringsreserve - Overig Gemeentelijke bijdrage begroting 2025
Samengevat ziet dit er als volgt uit: Autonoom Beïnvloedbaar
Structureel Incidenteel Totaal 1.613 80 1.693 704 -574 130 2.317 -494 1.823
0 111 329 75 -515 122
17.789
14
In de navolgende tabel zijn voor de verschillende budgetten de voorlopig te betalen bedragen 2025 per gemeente gespecificeerd. Gemeente Budget........................................... Vaste budgetten Gemeentelijke bijdragen Gebundelde uitkering (BUIG) *1 Participatiebudget Wsw rijksvergoeding Totaal
Heusden
Loon op Zand
Waalwijk
Baanbrekers
6.813.176
3.530.237
7.445.552
17.788.965
243.911 5.052.755
30.745.000 562.569 10.915.510 60.012.044
222.274 3.124.293
96.384 2.738.462
Indicatieve budgetten Bijzondere bijstand
3.035.000
1
* = s cha tti ng geba s eerd op ontwi kkel i ng ma crobudget PW 2025 ui t begroting 2024 Mi ni s teri e va n SZW
Voor de bepaling van de gemeentelijke bijdragen is uitgegaan van de inwoneraantallen per 1 januari 2024 (CBS-informatie 7 maart 2024). De definitieve verdeling wordt gemaakt op basis van de inwoneraantallen per 1 januari 2025. Voor de jaren 2026 tot en met 2028 worden dezelfde inwoneraantallen aangehouden als voor 2025.
Gemeente
Inwoneraantal
Heusden Loon op Zand Waalwijk Totaal
46.037 23.854 50.310 120.201
Het aandeel van de gemeentelijke bijdragen dat conform de gemeenschappelijke regeling wordt berekend op basis van de inwoneraantallen is als volgt: Verdeling naar gemeenten Bedragen x € 1
Heusden Loon op Zand Waalwijk Totaal gemeentelijke bijdragen
Realisatie 2023 4.633.867 2.406.113 5.050.642 12.090.622
gewijzigde begroting 2024 6.129.457 3.197.860 6.638.710 15.966.027
Begroting 2025 6.813.176 3.530.237 7.445.552 17.788.965
Meerjarenraming 2026 6.803.232 3.525.084 7.434.685 17.763.000
Realisatie 2023: conform voorlopige jaarrekening 2023 Begroting 2024: conform begroting 2024 na 1e begrotingswijziging
De gemeentelijke bijdragen worden per kwartaal vooraf in rekening gebracht.
Begroting 2025
2027 2028 6.824.297 6.805.147 3.535.999 3.526.076 7.457.705 7.436.777 17.818.000 17.768.000
15
16
Begroting 2025
17
2. BELEIDSBEGROTING 2.1 Programmaplan Baanbrekers voert namens de gemeenten Heusden, Loon op Zand en Waalwijk de Participatiewet en de Wet sociale werkvoorziening uit. In deze paragraaf wordt het programmaplan weergegeven en toegelicht. De opzet is gebaseerd op het BBV. De indeling van de deelprogramma’s is ongewijzigd ten opzichte van 2024. Het programmaplan bestaat uit de volgende drie deelprogramma’s: • 2.1.1 Re-integratie, Participatie & Inkomen • 2.1.2 Leren & Werken • 2.1.3 Gemeentelijke bijdragen & overige lasten en baten
Uitdagingen Het landschap waarin Baanbrekers acteert, verandert continu. Ontwikkelingen op het gebied van economie, arbeidsmarkt en wetgeving zijn factoren van invloed. In de deelprogramma’s schetsen we de ontwikkelingen die hun weerslag hebben op de wijze waarop wij invulling geven aan onze opdracht.
Ontwikkelingen Baanbrekers Uitgangspunten In 2018 hebben gemeenten en Baanbrekers de In-Beweging-Koers vastgesteld met uitgangspunten voor de dienstverlening: • Zo regulier als mogelijk werken • Welzijn van mensen staat voorop • Focus op werk • Aandacht voor integrale aanpak • Instroom, doorstroom, uitstroom als primair proces • Bedrijfsmatige activiteiten als leerwerkstructuur en vangnet • Opereren binnen de aangegeven kwalitatieve en financiële kaders • Gemeenschappelijke opdrachtverstrekking(en) door de gemeenten, tenzij… Na 5 jaar evalueren we deze uitgangspunten en constateren dat ze nog relevant zijn, maar de wereld verandert. Baanbrekers onderzoekt momenteel of de uitgangspunten voldoende houvast bieden bij nieuwe ontwikkelingen. Eventuele aanpassingen worden in 2024 aan het bestuur voorgelegd. Tot die tijd blijven we onze dienstverlening verbeteren en toetsen aan deze uitgangspunten. Herziening Participatiewet Met het wetsvoorstel Participatiewet in Balans is het voornemen de Participatiewet te wijzigen per 1 januari 2025. Hiermee worden concrete stappen gezet om niet de regels, maar de mens centraal te zetten en daarmee ervaren hardheden weg te nemen. Met als doel rechtszekerheid voor bijstandsgerechtigden te vergroten én om de professional voldoende ruimte te geven hen daarbij te helpen.
Dit sluit aan bij de behoefte van Baanbrekers om de dienstverlening meer vanuit vertrouwen in te richten en te komen tot een dienstverlening die gebaseerd is op doelmatige rechtmatigheid. De exacte gevolgen van het wetsvoorstel voor de dienstverlening van Baanbrekers zijn nog niet in beeld.
18
Regionaal werkcentrum Het voornemen is om de arbeidsmarktinfrastructuur te herzien middels een zogenaamd Regionaal Werkcentrum (RWC). Daarin zullen onder andere het werkgeversservicepunt (WSP), het Regionaal Mobiliteitsteam (RMT) en het LeerWerkLoket (LWL) opgaan. Baanbrekers participeert in zowel het WSP als het RMT. Op welke manier de uitbreiding impact zal hebben op de dienstverlening van Baanbrekers is nog onduidelijk. Inmiddels zijn er werkgroepen geformeerd om het RWC vorm te geven. Baanbrekers participeert hierin. We streven naar een satelliet-vestiging in De Langstraat, zo mogelijk in ons (nieuwe) pand. Rechtspositie flexibele arbeidskrachten Op het moment van schrijven is de consultatie voor het wetsvoorstel ‘Wet verbetering zekerheid flexibele arbeidskrachten’ gesloten. Verdere voortgang is niet bekend. Dit voorstel regelt o.a. het recht op gelijke arbeidsvoorwaarden voor flexibele krachten (bedoeld om malafide uitzendbureaus en constructies aan te pakken). Voor sociaal ontwikkelbedrijven en gemeenten heeft dit wetsvoorstel het effect dat de door- en uitstroom onbedoeld wordt beperkt. Branchevereniging Cedris heeft daarom gepleit voor het behouden van een uitzonderingspositie voor de medewerkers van de sociaal ontwikkelbedrijven. Dit is een zorgelijke ontwikkeling die zorgt voor een aantal problemen bij bedrijven als ook bij de mensen.
In ieder geval wordt het moeilijker mensen te kunnen detacheren omdat dit voor inleners duurder wordt, waardoor meer mensen binnen de muren van sociaal ontwikkelbedrijven moeten blijven werken. Inburgering Door uiteenlopende geopolitieke ontwikkelingen zien we een groeiende groep inburgeringsplichtigen. Daardoor vraagt de begeleiding van de groep statushouders naar werk onze extra aandacht.
Begroting 2025
19
Speerpunten 2025 In de kaderbrief 2025 zijn 5 beleidsthema’s opgenomen. Deze kaderbrief is op 8 december 2023 vastgesteld door het dagelijks bestuur en het algemeen bestuur heeft er op 18 december 2023 kennis van genomen. Op 25 maart 2024 is er in het bijzijn van het SET en de Participatieraad door het AB opiniërend over gesproken en is er richting gegeven. Deze richting is vertaald in deze begroting. Zoals op 25 maart ook is besproken en toegelicht is er op onderdelen in 2024 nader onderzoek nodig. Hierin is de opening geboden om hiervoor de Algemene Reserve (AR) in te zetten en dit te beschouwen als een innovatiebudget. Wij zullen dit, waar van toepassing, nog separaat ter besluitvorming aanbieden aan het bestuur. Het gaat om de volgende 5 beleidsthema’s 1. Dienstverlening 2. Experimenten bestaanszekerheid 3. Inclusieve technologie 4. Circulariteit 5. Datagericht werken 1. DIENSTVERLENING Dienstverlening is het leveren van bepaalde diensten aan derden (Alternatief: dienstverlening gericht op bestaanszekerheid en participatie). Het is een ruim begrip en heeft verschillende aspecten. Naar aanleiding van verschillende landelijke onderzoeken is bevonden dat de mensvisie en de maatschappijvisie die onder de Participatiewet ligt fundamenteel moet veranderen: van wantrouwen en controle naar vertrouwen en maatwerk. In de kaderbrief zijn t.a.v.
de verbetering van dienstverlening de volgende onderwerpen benoemd. • Menselijke maat • Communicatie vanuit klantreis • Structurele inbedding Startpunt Menselijke maat: om de menselijke maat professioneel te kunnen gaan toepassen (o.a. de ‘omgekeerde toets’) moeten onze medewerkers geschoold worden. Ons opleidingsbudget biedt daartoe onvoldoende mogelijkheden. Dit zijn hoofdzakelijk eenmalige kosten die in 2024 genomen gaan worden en wij separaat zullen voorleggen om te bekostigen vanuit de AR. Communicatie vanuit klantreis: krijgt vooralsnog geen prioriteit. Startpunt: de momenteel lopende pilot wordt in 2025 structureel onderdeel van onze dienstverlening en wordt breed ingezet voor de te onderscheiden doelgroepen. We streven er hierbij naar om per jaar 240 mensen via het Startpunt te diagnosticeren. Door het structureel inrichten van het Startpunt kunnen we stapsgewijs groeien naar jaarlijks gemiddeld 30 personen extra uit een uitkering plaatsen, dan wel voorkomen dat deze persoon langdurig in de uitkering komt. Dit levert een verlaging op van de geprognosticeerde uitgaven van BUIG-uitkeringen (meerjarenraming).
2. EXPERIMENTEN BESTAANSZEKERHEID Bestaanszekerheid biedt een stevige basis voor een gezond en stabiel leven. Het stelt mensen in staat om te gedijen en bij te dragen aan de samenleving. Een onderdeel van bestaanszekerheid is het hebben van voldoende inkomen bij het aanvaarden van werk. Precies op dat snijvlak werkt Baanbrekers en signaleren we het risico op armoedeval. Het beleidsvoornemen is een steentje bij te dragen aan het versterken van bestaanszekerheid en het voorkomen van armoedeval. Mensen die een uitkering krijgen en iets meer gaan verdienen dan de bijstandsnorm, ervaren financiële problemen
20
(armoedeval). Ze raken meer toeslagen en andere steun kwijt, dan ze middels inkomen uit werk ontvangen waardoor werken minder aantrekkelijk wordt. Regelmatig worden mensen pas achteraf geconfronteerd met terug te betalen toeslagen waardoor problematische schulden kunnen ontstaan. Dit maakt het voor mensen met een uitkering minder aantrekkelijk om betaald werk te accepteren. *Individuele InkomensToeslag (IIT) *Voorkomen armoedeval *Individuele InkomensToeslag (IIT): Het instrument individuele inkomenstoeslag (IIT) is een knop waar gemeenten aan kunnen draaien om een meer stabiel en hoger inkomen te realiseren. Mensen die langere tijd een laag inkomen hebben, kunnen met de IIT een jaarlijkse toeslag krijgen als aanvulling op het inkomen. Wij adviseren de referteperiode te verkleinen van 5 naar 3 jaar en de doelgroep te vergroten van maximaal 105% naar maximaal 120% van het bestaansminimum om in aanmerking te komen voor IIT. Er geldt lokale beleidsvrijheid om de referteperiode te verkorten en het percentage te verhogen waardoor je op basis van lokale afweging invloed kunt uitoefenen op de doelgroep die voor IIT in aanmerking komt. IIT betreft bijzondere bijstand en geldt dus voor een bredere doelgroep dan enkel uitkeringsgerechtigden. De afweging om al dan niet gebruik te maken van deze lokale beleidsvrijheid laten wij aan de individuele gemeenten.
Deze uitgaven maken deel uit van bijzondere bestand, en zijn budgettair neutraal voor Baanbrekers. Omdat deze uitgaven direct worden betaalde door de gemeenten hebben de lasten wel effect op gemeentelijke begrotingen. Voorkomen armoedeval: We willen de financiële gevolgen van het aanvaarden van werk voor mensen met een uitkering minimaliseren (armoedeval verminderen) en de bereidheid van mensen met een uitkering vergroten om aan het werk te gaan. Dit doen wij door de tool WerkloonT in te zetten om uitkeringsgerechtigden mee te nemen in de consequenties die werken heeft op hun netto-inkomsten op dat moment. Daarvoor is naast de rapportage vanuit de tool ook een goed adviesgesprek nodig over wat de mogelijkheden zijn om de eventuele terugval in netto-inkomen te beperken/minimaliseren. Ook hierin gaan we investeren. Besloten is om geen middelen beschikbaar te stellen om maatwerk te verlenen om de terugval op te vangen. 3. INCLUSIEVE TECHNOLOGIE Om een inclusieve arbeidsmarkt te bereiken moeten mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt worden ondersteund bij het vinden en behouden van passend en waardevol werk. De combinatie mens en techniek biedt hierbij veel kansen. Door de inzet van inclusieve technologie vergroten we de ontwikkelkansen en de duurzame inzetbaarheid voor Participatiewetkandidaten en WSW-ers.
Het gebruik van inclusieve technologie draagt hierdoor bij aan de duurzame inzetbaarheid van onze medewerkers. *Er worden hiervoor nog geen middelen opgenomen in deze begroting 2025. Wel gaan we in 2024 al gebruik maken van het gedane aanbod om hiermee samen met bestuurders (Heusden Young Talent) aan de slag te gaan en op zoek te gaan naar samenwerking met (potentiële) opdrachtgevers die dit samen met ons willen gaan inzetten en hierin willen investeren. Daarbij gaan we onderzoek doen op de (lokale) arbeidsmarkt naar welke werkzaamheden behoefte is. Onderzoeken van subsidiemogelijkheden over dit thema, liefst tezamen met gemeenten om hiermee kosten te kunnen besparen. We hebben nu geen capaciteit om hier mee aan de slag te gaan en stellen dan ook via een separaat voorstel voor om hiervoor in 2024 incidenteel middelen vrij te maken vanuit de AR.
Begroting 2025
21
4. CIRCULARITEIT Circulariteit bevordert een duurzaam systeem waar grondstoffen en materialen maximaal behouden, hergebruikt en gerecycled worden. Twiddus, het kringloopbedrijf van Baanbrekers, is hierin al een schakel. De Rijksoverheid ondersteunt 'Circulaire Ambachtscentra' als belangrijk initiatief naar een volledig circulaire economie in 2050. Deze centra combineren milieustraat, kringloopwinkel en reparatiewerkplaats, verlengen levensduur van spullen en verminderen afval. De UPV textiel en aankomende UPV-meubels vragen van Baanbrekers en gemeenten dat zij anders omgaan met de huidige afvalstromen en inzameling van tweedehands goederen. In 2030 moet Nederland klimaatneutraal en in 2050 circulair zijn. *Om de stap te zetten richting het circulair ambachtscentrum is een (sub)regionale werkgroep nodig die de ontwikkelingen volgt, de gewenste toekomstsituatie in beeld brengt en de aanzet maakt voor implementatie van die gewenste toekomstsituatie. Om in 2025 daadwerkelijk te starten moet voorafgaand de keuze worden gemaakt dat we gezamenlijk (gemeenten en Baanbrekers) de mogelijkheden gaan verkennen. De kosten betreffen voornamelijk uitvoeringskosten in de vorm van een projectgroep met projectleiding. Hiervoor is in 2025 een bedrag nodig van € 111.000. We bezien in 2025 wat vervolgens structureel nodig is.
We blijven ook hier de samenwerking zoeken met onze gemeenten en ook met bedrijven die hier hun business van hebben gemaakt. We maken ook hier graag gebruik van de kennis én het netwerk van onze bestuurders. 5. DATAGERICHT WERKEN Datagericht of datagedreven werken is een aanpak waarbij beslissingen en acties worden gebaseerd op feitelijke data en analyses. Het stelt organisaties in staat om de kosten beter te voorspellen, te monitoren en te verantwoorden. We hebben geconstateerd dat datagedreven werken de realiteit is van vandaag de dag en dat vergelijkbare organisaties al volop aan de slag zijn gegaan met uiteenlopende initiatieven. We gaan onze dienstverlening én bedrijfsvoering verbeteren en we gaan efficiënter opereren door ons bij besluitvorming ook te baseren op data en analyse daarvan. Zo kunnen we de groeiende hoeveelheid aan data adequaat verwerken, aan de veranderende wetgeving voldoen zoals de privacywetgeving en gegevens eenvoudiger uitwisselen met partners. Door data gedreven te gaan werken sluiten we aan bij maatschappelijk ontwikkelingen. Om aansluiting te vinden bij deze ontwikkeling zijn we genoodzaakt om op korte termijn hierin te investeren. Daarvoor zijn de volgende stappen nodig. In samenwerking met een gespecialiseerd adviesbureau laten we in 2024 een nulmeting uitvoeren. De nulmeting bestaat uit drie fases.
In de eerste fase van de nulmeting brengen we in kaart hoe datavolwassen de organisatie is. Dat wordt gedaan over verschillende pijlers binnen de organisatie. In de tweede fase bepalen we de ambities van de organisatie m.b.t. datagedreven werken. We bepalen ons ambitieniveau en identificeren welke knelpunten er zijn om de opgestelde visie te realiseren. In de derde fase wordt een plan opgesteld dat stapsgewijs aangeeft hoe wij onze visie op datagedreven werken gaan realiseren. De kosten voor de nulmeting bekostigen we vanuit de AR in 2024. We maken hier een separaat (verzamel) bestuursvoorstel voor. In de begroting 2025 worden nu nog geen extra middelen hiervoor opgenomen waarbij wordt opgemerkt dat dit onderwerp geen keuzevraag is of we hier op inzetten, maar vooral wanneer en met welke intensiteit. Dit doen we nadat een businesscase hieronder is gelegd. Overigens zullen we v.w.b. datagericht werken ook de aansluiting zoeken bij de 3 gemeenten om te kunnen komen tot een meer integraal gezamenlijk beeld.
22
2.1.1 Deelprogramma 1: Re-integratie, Participatie & Inkomen (RPI) De afdeling RPI verzorgt de re-integratiebegeleiding voor mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt naar zo regulier en duurzaam mogelijk werk. Als werken nog niet lukt verstrekken we een (tijdelijk) inkomen in de vorm van een uitkering. Inwoners die (nog) niet kunnen deelnemen aan een traject gericht op betaald werk, brengen we onder de aandacht van de gemeente. De gemeente is verantwoordelijk voor het participatieaanbod. Baanbrekers en gemeenten houden contact om de kansen op werk te monitoren. Daarnaast verstrekken we ook bijzondere bijstand. En op basis van een dienstverleningsovereenkomst voeren we de nieuwe Wet inburgering uit namens de gemeenten Heusden en Waalwijk.
Een deel van de inwoners uit de Langstraat met een uitkering is langdurig aangewezen op een uitkering. Bijvoorbeeld door (tijdelijke) ontheffing van de arbeidsplicht, of door stapeling van problematiek waardoor een op werk gericht traject (nog) niet lukt. Het andere deel zit in een actief re-integratietraject gericht op uitstroom naar regulier werk of gesubsidieerd werk. Via de pilot Startpunt uit 2024 hebben we via een intensieve diagnose inzicht gekregen in de mogelijkheden en sterke eigenschappen van de nieuwe instroom. Dit is een goed “startpunt” voor het vervolgtraject. Via werkervaringsplekken - waar basale werknemersvaardigheden worden geoefend en kennis wordt gemaakt met diverse werksoorten - en doorstroombanen maakt de kandidaat gemakkelijker de stap naar een reguliere werkgever en verdient daarmee een eigen inkomen. De begeleidingsintensiteit en het tempo waarin het traject wordt afgelegd is afhankelijk van wat de kandidaat nodig heeft. De groep die een re-integratietraject naar werk doorloopt heeft door multiproblematiek steeds intensievere begeleiding en langere tijd nodig om dit traject succesvol te doorlopen. Zo hoog mogelijke arbeidsparticipatie In 2025 zetten we ons in om kandidaten te ontwikkelen naar vergroting van arbeidsfitheid om zo veel als mogelijk door te stromen naar betaald werk, al dan niet met loonkostensubsidie.
Van de personen die op een doorstroombaan werkzaam zijn, zal een groot deel uitstromen naar een reguliere werkgever. We verwachten circa 260 plaatsingen te realiseren in 2025. Daarnaast blijven we dit reintegratiemodel ontwikkelen op effectiviteit en kwaliteit. Dit vraagt om inzet van diverse instrumenten (opgenomen in instrumentencatalogus EVA) die in de vorm van maatwerk per cliënt worden ingezet door de trajectbegeleiders, trainers en matchers. We maken daarbij ook gebruik van het aanbod van
Begroting 2025
23
de afdeling Leren & Werken in de vorm van doorstroombanen. Uitgaande van de kandidaat betekent dit een nauwe samenwerking tussen alle partijen. Door een goede en zorgvuldige registratie van de ingezette activiteiten krijgen we een goed beeld van de afstand tot de arbeidsmarkt van ons kandidaten. We beschikken over de Instrumentencatalogus Eva. Hierin kunnen zowel interne als externe instrumenten worden opgenomen. Naast Eva gebruiken wij ook Dennis. Dit is een instrumentengids binnen de arbeidsmarktregio die ondersteunt bij het verbeteren van de werkgeversdienstverlening. Onze medewerkers en werkgevers kunnen in Dennis op een snelle en eenvoudige manier instrumenten en leerwerktrajecten bekijken en delen. Het combineert zowel de lokale en regionale instrumenten als de landelijke instrumenten. Voor het regionaal ontsluiten van werkgevers- en werkzoekendengegevens in samenwerking met werkgeversservicepunt (WSP), zullen we in 2024 een keuze maken voor een systeem. De voorkeur gaat uit naar een systeem dat ook bijdraagt aan de digitale ondersteuning van het in- door- en uitstroomproces van Baanbrekers. Implementatie bij Baanbrekers zal naar verwachting vanaf 2025 plaatsvinden. Aansluiting op de regionale systemen hangt samen met de ontwikkeling van het Regionaal Werkcentrum (RWC) en het uitfaseren van de huidige regionaal gebruikte systemen Sonar en WBS van het UWV per 2026.
Niemand tussen wal en schip We hebben in 2024 stappen gezet in het voldoen aan de standaarden van het Taalakkoord. We groeien daarin stapsgewijs verder onder andere door gebruik te maken van de mogelijkheden die het Taalhuis biedt. We werken verder aan bewustwording bij onze medewerkers door het geven van de workshops “Herkennen en doorverwijzen” en “Heldere taal”. Het gaat dan vooral om medewerkers die onze cliënten spreken. Verder blijft uitleg en toelichting aan onze medewerkers over wat het Taalhuis en Taalnetwerk is, belangrijk. De belangrijkste speerpunten uit het traject integrale ketenbenadering zijn opgepakt. Uiteraard blijven we in gesprek met de Toegang- en Wijkteams over onze dienstverlening zodat we voortdurend oog houden voor verbetering. Daarmee geven we blijvend vervolg aan de implementatie van verbeterpunten zoals in het traject integrale ketenbenadering afgesproken. We organiseren en borgen directe contactlijnen met de Toegang- en Wijkteams van de gemeenten in onze dienstverlening. We zorgen voor frequent contact met deze teams, zowel op casusniveau als op overstijgende onderwerpen. Zo resulteert een afwijzing van een uitkering in een zo warm mogelijke overdracht of verwijzing naar de gemeentelijke partner of het gemeentelijke loket. We houden daarbij uiteraard de regelgeving rondom de bescherming van persoonsgegevens in acht.
Mijn Inkomen Er is nog geen vervolgstap gemaakt met de e-Diensten, dit als uitbreiding op Mijn Inkomen. Mijn Inkomen is een website waar onze cliënten hun gegevens kunnen inzien, inkomsten kunnen doorgeven, specificaties bekijken, betalingen inzien, vakantiemeldingen doorgeven, etc. Om de volgende stap te kunnen zetten is noodzakelijk dat de koppeling met de GBA en de documentenkoppeling in het systeem werkt. Helaas heeft dit vertraging opgelopen en is er nog geen zicht op wanneer dit gerealiseerd is. De techniek hiervoor komt van een externe partij en hier moeten wij op wachten. We hopen in 2025 de stappen te kunnen zetten. Vertrouwen is goed In aansluiting op de ontwikkelingen in de maatschappij hebben we continue aandacht voor het handelen vanuit vertrouwen. Denk hierbij onder andere aan het proces “Snelle aanvraag/snel besluit”, maar ook handelen vanuit de omgekeerde toets en motiverende gesprekstechniek. Zie daarvoor ook de speerpunten 2025. We zullen ons hier verder en blijvend in ontwikkelen.
24
Team handhaving richt zich op de visie waarin ze duidelijk onderscheid maken in opzettelijke- en niet moedwillige fraude. Bij team handhaving is het werken vanuit de bedoeling gericht op het begrijpen van de redenen waarom fraude plaatsvindt en het ontwikkelen van maatregelen om deze te voorkomen. In plaats van zich uitsluitend te richten op het naleven van regels en voorschriften, probeert men te achterhalen wat de onderliggende motieven zijn voor frauduleus gedrag, en van daaruit oplossingen te vinden die deze motieven wegnemen of verminderen. Het doel is om niet alleen fraude te signaleren en te corrigeren, maar ook om een omgeving te creëren waarin fraude minder voor zal komen en waarin medewerkers en cliënten worden gestimuleerd om integer te handelen.
Begroting 2025
25
2.1.2 Deelprogramma 2: Leren & Werken (L&W) De leerwerkstructuur van Baanbrekers biedt kandidaten uit de Participatiewet en de eigen Wswmedewerkers de mogelijkheid zich te ontwikkelen op werknemersvaardigheden door de inzet van werk. Binnen Leren & Werken bieden we diverse mogelijkheden om te werken, met als doel een zo hoog mogelijke participatie, waarbij de aansluiting op de arbeidsmarkt zo optimaal mogelijk is om zoveel mogelijk uitstroom naar reguliere werkgevers te bewerkstelligen. Zo kennen we werkzaamheden binnen Twiddus (kringloopwinkel en naaiatelier), de Smaakmakers (cateringservice en kantine), de Doorpakkers (detacheringsprojecten), de Aanpakkers (logistiek en magazijn), de Groenmakers, Schoonmakers en Toezicht. Ambitie We zijn een opstap naar de reguliere arbeidsmarkt voor werkzoekenden die een (grote) afstand tot de arbeidsmarkt ervaren. We bieden tijdelijke werkplekken als springplank naar zo regulier en duurzaam mogelijk werk. Dit doen we met een divers werkaanbod dat aansluit bij de mogelijkheden van de werkzoekenden, maar ook de stap naar kansrijke beroepen en sectoren in de regio overbrugt. Op deze werkplekken worden competenties en (vak)vaardigheden ontwikkeld die een basis leggen om naar vermogen deel te nemen aan de arbeidsmarkt.
Zo wordt betaald en duurzaam werk voor meer uitkeringsgerechtigden beschikbaar en dragen we bij aan een zo inclusief mogelijke arbeidsmarkt. We bieden structureel gevarieerd werk dat bijdraagt aan de ontwikkeling van onze medewerkers met een indicatie Wsw of Beschut Werk, het zogenaamde vangnet. We hebben iedere medewerker goed in beeld en weten of er nog ontwikkelmogelijkheden zijn. Zo gebruiken we ieders talenten ten volle op de meest reguliere werkplek. Het aanbod van de leerwerkstructuur stemmen we af op de mogelijkheden van de kandidaten en op de kansen voor duurzame uitstroom op de arbeidsmarkt. Om de aansluiting tussen onze doelgroep en kansrijke beroepen te behouden, is diversiteit in werkaanbod een vereiste. Zo ontstaat een sterke leerwerkstructuur die kan meebewegen met de ontwikkelingen in de economie en arbeidsmarkt. Wat zijn de belangrijkste doelstellingen voor 2025? Deze zijn in lijn met de doelstellingen van 2024. We hebben in 2024 de basis gelegd voor de doorontwikkeling in 2025 van: • • •
Veilig en gezond werken. Het handboek veilig en gezond werken is geïmplementeerd en altijd (bijna)incidenten melden is gewoon in de organisatie. Ontwikkelen van leer-werklijnen. Er is een warme overdracht van RPI naar L&W van participatiewet kandidaten of nieuw beschut kandidaten. Waarbij een kandidaat weet wat hij leert op een werkplek en inzicht heeft in wat hij kan ontwikkelen. Flexibilisering PMC’s en toekomstbestendig maken. Door in te zetten op groeps- en individuele detacheringen moet het vangnet flexibel zijn als de arbeidsmarkt verandert. Hier wordt een plan van aanpak voor ontwikkeld.
Wat gaat Baanbrekers hiervoor doen? Doorontwikkelen Leerwerkstructuur In het begin van 2023 is uit het onderzoek naar de Product Markt Combinaties (PMC's) gebleken dat we Twiddus en Aanpakkers in eigen beheer gaan uitvoeren. We blijven hierop inzetten, waarbij we circulariteit voor Twiddus benadrukken en diversiteit van werkzaamheden voor de Aanpakkers, ondersteund door inclusieve technologie.
26
We zijn aan het pilotten met het uitvoeren van de Smaakmakers-leerlijn in eigen beheer, waarbij we al stappen hebben gezet door expertise aan te trekken. Uiterlijk 2025 zal hierover duidelijkheid zijn en zal de gekozen koers geïntegreerd worden in de organisatiestructuur. In 2024 loopt er een pilot bij de Groenmakers in samenwerking met een werkgever, in lijn met de koers die we in 2018 hebben gekozen waarbij Baanbrekers inzet op ontwikkeling. Als deze constructie succesvol is, zullen we inzetten op individuele en groepsdetacheringen bij Groen. Uiterlijk in 2025 moet hierover duidelijkheid zijn, evenals over de integratie van de gekozen koers (zelf doen, samen doen of een combinatie van werkzaamheden) in de organisatiestructuur. Hetzelfde geldt voor de PMC schoonmaak; waar mogelijk zullen we samenwerken met een werkgever. In 2025 moet er duidelijkheid zijn over de keuze zelf doen of samen doen of een combinatie ervan. Voor alle PMC's laten we het idee van afzonderlijke PMC's los en zullen we in 2025 pilots opzetten gericht op de ontwikkeling van het talent van medewerkers. Hierdoor wordt Baanbrekers minder afhankelijk van expertise die nodig is bij het uitvoeren van werkzaamheden en wordt er meer nadruk gelegd op de ontwikkeling van mensen. Onderdeel van de going concern is de verdere inrichting van het bedrijfsbureau, als hart van de Leren en Werken organisatie.
Deze is echter wel randvoorwaardelijk in een goede organisatie van pilots. Overige ontwikkelingen Baanbrekers moet in 2025 zeker rekening houden met de impact van UPV-textiel en de UPV-meubels, waarbij wet en regelgeving ons vraagt in te zetten op circulariteit. UPV staat voor Uitgebreide Producenten Verantwoordelijkheid.
Begroting 2025
27
2.1.3 Deelprogramma 3: Gemeentelijke bijdragen & overige lasten en baten Onder dit deelprogramma zijn de volgende posten opgenomen. Gemeentelijke bijdragen Onder deelprogramma 3 worden de gemeentelijke bijdragen verantwoord, ter dekking van de exploitatie. Deze bijdragen worden overeenkomstig de gemeenschappelijke regeling berekend op basis van de inwoneraantallen per 1 januari van het verslagjaar. Overige lasten en baten Naast de gemeentelijke bijdragen worden in dit deelprogramma tevens alle overige (incidentele) baten en lasten verantwoord die niet specifiek zijn toe te rekenen aan de deelprogramma’s 1 en 2, en die ook niet onder de overhead vallen. Onvoorzien Vanaf 2022 is onder dit deelprogramma ook de post onvoorzien opgenomen. Deze bedraagt € 25.000.
28
2.1.4 Bedrag voor heffing van vennootschapsbelasting Vanaf 2016 zijn alle overheden in principe belastingplichtig voor de vennootschapsbelasting. In 2016 heeft voor het laatst een beoordeling van de fiscale positie van Baanbrekers plaatsgevonden. Hierbij is vastgesteld dat vennootschapsbelasting niet van toepassing is. In een brief van 24 januari 2017 heeft de inspecteur het volgende bepaald: “Er is geen sprake van winststreven wanneer Baanbrekers per (geclusterde) activiteit verlieslatend blijkt te zijn, dan wel wanneer Baanbrekers in staat blijkt te zijn binnen de begroting te opereren en het alsnog daarvan ontstane positieve resultaat (overschot) per ondernemingsactiviteit direct (voor bestemming van reserves) terugstort naar de deelnemende gemeenten op basis van een terugbetalingsverplichting in de statuten.”
2.1.5 Bedrag voor onvoorzien Bij de aanbieding van de begroting 2021 heeft de provincie Noord-Brabant de opmerking gemaakt dat conform de regelgeving van het BBV (artikel 8 lid 1) een post onvoorzien verplicht is. De provincie heeft gevraagd om hier bij volgende begrotingen rekening mee te houden. Vanaf het begrotingsjaar 2022 is een post onvoorzien opgenomen.
2.1.6 Incidentele baten/ lasten Alle in de begroting opgenomen lasten zijn in principe structureel van aard. Als in de deelprogramma’s hiervan wordt afgeweken dan worden die posten duidelijk toegelicht.
Begroting 2025
29
2.2 Paragrafen Op grond van het BBV bevat de begroting een aantal paragrafen. Doel van de paragrafen is dat onderwerpen, die versnipperd in de begroting staan, worden gebundeld. De paragrafen laten een dwarsdoorsnede zien van de financiële aspecten van de begroting. Het gaat vooral om de beleidslijnen voor beheersmatige aspecten die grote financiële gevolgen kunnen hebben of die van belang zijn voor de uitvoering van de deelprogramma’s. Het BBV benoemt 8 paragrafen. Voor onze organisatie zijn die niet allemaal relevant. De voor Baanbrekers van toepassing zijnde paragrafen zijn: • • • • • •
2.2.1 Weerstandsvermogen en risicobeheersing 2.2.2 Onderhoud kapitaalgoederen 2.2.3 Financiering 2.2.4 Verbonden partijen 2.2.5 Bedrijfsvoering 2.2.6 Openbaarheidsparagraaf Wet open Overheid
30
2.2.1 Weerstandsvermogen en risicobeheersing Inleiding In deze paragraaf worden de risico’s van Baanbrekers toegelicht en afgezet tegen de beschikbare weerstandscapaciteit om risico’s af te dekken. Bij de risico-inventarisatie is ook gekeken naar vergelijkbare organisaties om een goed beeld te krijgen van de mogelijke risico’s. De financiële risico’s die Baanbrekers loopt, worden volledig afgedekt door de deelnemende gemeenten. Het weerstandsvermogen van Baanbrekers fungeert als eerste buffer indien zich tekorten voordoen, maar hoeft dus niet van dusdanige omvang te zijn dat er meerjarig tekorten mee kunnen worden afgedekt, of dat er structurele tegenvallers in de jaarlijkse exploitatielasten mee moeten worden opgevangen. In de gemeenschappelijke regeling Baanbrekers (GR) is bepaald dat de deelnemers bijdragen aan de kosten van de dienst indien het eigen vermogen van de dienst daalt tot onder de € 1,2 miljoen, indien daartoe vanuit bedrijfseconomisch standpunt aanleiding toe is. Van Baanbrekers wordt verwacht dat zij tegenvallers die zich gedurende het begrotingsjaar voordoen, zelf kan opvangen. Om die reden is het belangrijk dat het eigen vermogen wordt aangevuld tot de in de GR opgenomen norm van 1,2 miljoen euro. Definitie risico’s Een risico is een kans op het optreden van een negatieve gebeurtenis van materieel belang die niet is voorzien in de meerjarenbegroting.
De risico’s worden opgenomen in de risicotabel, als onderbouwing van het benodigde weerstandsvermogen. Definitie weerstandsvermogen Het weerstandsvermogen van een organisatie is de mate waarin zij in staat is niet begrote, en substantiële financiële tegenvallers op te vangen met het doel haar taken te kunnen voortzetten. Het weerstandsvermogen geeft de robuustheid van de financiële huishouding weer. Het beoordelen daarvan vraagt inzicht in de omvang van de risico’s en de aanwezige weerstandscapaciteit. Het weerstandsvermogen bestaat uit de beschikbare weerstandscapaciteit gedeeld door de berekende benodigde weerstandscapaciteit op basis van het risicoprofiel. weerstandsvermogen =
beschikbare weerstandscapaciteit benodigde weerstandscapaciteit
Beschikbare weerstandscapaciteit De weerstandscapaciteit bestaat uit de middelen waarover een organisatie beschikt om de financiële gevolgen van de onderkende risico’s te kunnen afdekken. Er moet dan gedacht worden aan onbenutte ruimte in de reguliere begroting, vrij aanwendbare reserves en eventuele stille reserves die te gelde kunnen worden gemaakt. Voorzieningen blijven buiten beschouwing omdat dit geen eigen vermogen is. Hoe groot die weerstandscapaciteit moet zijn, is afhankelijk van de risico-inschatting maar ook van de bereidheid van het bestuur om deze risico’s te aanvaarden. De weerstandscapaciteit is te onderscheiden in een incidentele en een structurele component. Incidentele weerstandscapaciteit kan bestaan uit: 1. Algemene reserve 2. Post onvoorzien incidenteel 3. Stille reserves 4. Incidentele begrotingsruimte
Begroting 2025
31
Structurele weerstandscapaciteit kan bestaan uit: 1. Post onvoorzien structureel 2. Structurele begrotingsruimte Voor Baanbrekers geldt dat alleen de algemene reserve (incidenteel) en de post onvoorzien (structureel) als reële componenten voor het weerstandsvermogen kunnen worden aangemerkt. Gelet op de geringe omvang van de post onvoorzien betekent dit dat er nauwelijks structureel weerstandsvermogen is. Baanbrekers beschikt over de volgende reserves: • Algemene reserve Conform besluitvorming in 2018 is de hoogte van de reserve maximaal € 1,2 miljoen. • Reserve herpositionering Deze bestemmingsreserve is bedoeld voor de te maken kosten van uitvoering van het sociaal plan, en heeft dus een specifieke bestemming, en is dus niet inzetbaar voor de weerstandscapaciteit. Voor 2025 wordt ervan uitgegaan dat de reserve inmiddels is afgewikkeld. • Reserve vakantiegeld Deze bestemmingsreserve is eveneens niet inzetbaar voor de weerstandscapaciteit. • Reserve herhuisvesting Deze tijdelijke bestemmingsreserve is eveneens niet inzetbaar voor de weerstandscapaciteit. (Benodigde) weerstandscapaciteit op basis van het risicoprofiel De geïnventariseerde risico’s met daarbij het geschatte maximum schadebedrag en de inschatting van de kans op optreden, leveren gezamenlijk de omvang van de benodigde weerstandscapaciteit op.
32
Geïnventariseerde risico’s Risico’s
Maximale bedrag schade 500.000
Kans op optreden risico 25%
Gewogen risico 125.000
1
Macrobudget Rijksmiddelen
2
Ontwikkeling van het aantal uitkeringsgerechtigden
600.000
25%
150.000
3
Garantstelling Baanbrekers aan Ruelong
300.000
50%
150.000
4
Vergrijzing
1.000.000
50%
500.000
5
Wegvallen opdrachtgevers
2.500.000
30%
750.000
6
Ontwikkeling loonkosten
600.000
25%
150.000
7
Risico’s herhuisvesting
11.500.000
631.250
8
Afwijkende loon- en prijsontwikkelingen t.o.v. CPB-index
5,5% gemiddeld 50%
150.000
Totaal
€ 17.150.000
75.000 € 2.531.250
Het risicoprofiel is dan als volgt: Kans 1: <10%
Gevolgklasse
Kans 2: =10%tot<30%
Kans 3: =30%tot<50%
Kans 4: =50%tot<70%
Kans 5: =70%tot<90%
Score 6: > 1.000.000 Score 5: >0,5 mln - € 1,00 mln.
7
5
Score 4: > 0,25 mio. - € 0,50 mln.
4
Score 3: > 0,15 mio. - € 0,25 mln.
6
Score 2: > € 0,10 mln. - € 0,15 mln.
1+2
8
3
Score 1: tot en met € 0,1 mln. De nummering in dit risicoprofiel correspondeert met de opsomming in de tabel “geïnventariseerde risico’s”
Beoordeling beschikbaar weerstandsvermogen Op basis van de beschikbare weerstandscapaciteit, die op basis van de begroting per 31-12-2025 € 685.000 bedraagt, en de berekende benodigde weerstandscapaciteit op basis van het risicoprofiel, kan het weerstandsvermogen als volgt worden berekend: € 685.000/ € 2.531.250 = 0,27 Het algemeen bestuur bepaalt de norm weerstandsvermogen Overheden zijn vrij om de norm voor het weerstandsvermogen zelf te bepalen. Het is aan het algemeen bestuur van Baanbrekers om duidelijke normen te stellen voor het gewenste weerstandsvermogen, en te bepalen of de te lopen risico’s acceptabel zijn. Over het noodzakelijke niveau van de algemene reserve zijn in de Gemeenschappelijk Regeling afspraken gemaakt. Het berekende kengetal is een indicatie van het begrote weerstandsvermogen, en wordt door het algemeen bestuur van Baanbrekers in alle gevallen als acceptabel beschouwd.
Begroting 2025
33
Toelichting op de risico’s 1. Macrobudget Rijksmiddelen € 500.000 De verlaging van het macrobudget van de Wsw rijksvergoeding is gebaseerd op een verwachte uitstroom van Sw-medewerkers. Landelijk wordt geconstateerd dat de daadwerkelijke uitstroom lager ligt dan rekenkundig is meegenomen. Dit heeft tot gevolg dat er een discrepantie ontstaat tussen de subsidiestroom en de daadwerkelijke lasten welke ten laste komen van de Sw-organisatie. Het financiële effect van dit risico drukt op de staat van baten en lasten. 2. Ontwikkeling van het aantal uitkeringsgerechtigden € 600.000 De ontwikkeling van het aantal uitkeringsgerechtigden is gebaseerd op landelijke verwachtingen. Op lokaal niveau kunnen deze afwijken. Tot enkele jaren geleden ontwikkelde het aantal uitkeringsgerechtigden bij Baanbrekers zich gunstiger dan de landelijke trend, maar inmiddels is deze positieve tendens afgevlakt en zijn de financiële gevolgen zichtbaar in het resultaat op de BUIG. Omdat de werkelijke ontwikkeling van de BUIG een onvoorspelbaar karakter heeft, blijft dit een risicopost. 3. Risico’s deelnemingen (Garantstelling Baanbrekers aan Ruelong B.V.) € 300.000 In 2018 is door het algemeen bestuur besloten dat Baanbrekers een voorziening opneemt voor het negatief eigen vermogen van Ruelong B.V.
Op grond van dit besluit heeft Baanbrekers een voorziening getroffen voor de gecumuleerde verliezen van Ruelong B.V. tot en met het boekjaar 2023. Voor de komende jaren wordt een dotatie in de voorziening geraamd ter hoogte van het verwachte bedrijfsresultaat. Het risico bestaat echter dat het daadwerkelijk resultaat in negatieve zin afwijkt van de begroting. Er wordt onderzoek gedaan naar de mogelijkheid tot opheffen van de BV. 4. Vergrijzing € 1.000.000 Doordat er geen nieuwe instroom in de Wsw plaatsvindt, neemt het aandeel ‘oudere’ Sw-werknemers bij Baanbrekers toe. Door een hoger arbeidsongeschiktheidspercentage onder oudere medewerkers leidt dit tot hogere kosten. Dit risico wordt ingeschat op € 1,0 miljoen over een periode van 5 jaar. 5. Omzet € 2.500.000 Het wegvallen van opdrachtgevers heeft bij de invoering van de Participatiewet impact op het resultaat. Baanbrekers is meer dan bij de Sw afhankelijk van de opdrachtgevers omdat het Rijk alleen het ontbrekende deel aan loonwaarde compenseert. Dit risico wordt ingeschat op 30% van de omzet van de tien grootste opdrachtgevers. 6. Ontwikkeling loonkosten € 600.000 De stijging van de loonkosten Wsw kan hoger zijn dan de compensatie daarvoor vanuit de Wsw rijksvergoeding. Dit risico wordt ingeschat op 1% van de salarislasten Wsw, zijnde € 120.000. Voor 5 jaar is dit bedrag € 600.000. 7.
Risico’s herhuisvesting € 11.500.000 In 2021 heeft het algemeen bestuur het besluit genomen tot herhuisvesting. Een dergelijk groot project brengt extra financiële risico’s met zich mee. Door het bureau dat de herhuisvesting begeleidt, wordt in een uitgebreide risicomatrix een aantal risico’s benoemd dat betrekking heeft op de nieuwbouw. Naar de situatie per medio maart 2024 bedraagt de totale omvang van de risico’s € 11.500.000 met een daarbij behorende gewogen risicopost van € 631.250. In de financiële overzichten van het project worden deze risico’s duidelijk benoemd. 8. Afwijkende loon- en prijsontwikkelingen t.o.v. CPB-index € 150.000 Voor het berekeningen van de loon- en prijsontwikkeling wordt uitgegaan van de “index loonvoet sector overheid” en de “netto materiële overheidsconsumptie” volgens de meest recente septembercirculaire. Jaarlijks blijkt dat bij de realisatie hier (vaak negatieve) afwijkingen op ontstaan.
34
Financiële kengetallen Het BBV schrijft voor dat in de paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing een aantal verplichte kengetallen wordt opgenomen. Doel daarvan is inzicht te geven in de financiële positie van de organisatie. Kengetal
Jaarrekening 2023
Begroting 2024
Begroting 2025
Netto schuldquote
-/- 8,0
16,6
30,0
Idem gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen
-/- 8,2
16,4
29,8
Solvabiliteitsratio
12,9 %
8%
9%
Structurele exploitatieruimte
3,1 %
0%
0%
Netto schuldquote Het BBV schrijft hier twee vergelijkbare kengetallen voor: • de netto schuldquote; • de netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen. De netto schuldquote geeft inzicht in het niveau van de schuldenlast ten opzichte van de eigen middelen en geeft een indicatie van de druk van de rentelasten en aflossingen op de exploitatie. Netto wil zeggen dat van de schulden eventueel uitgezette gelden zijn afgetrokken. De schuldenlast wordt uitgedrukt in een percentage van de begrotingsomvang exclusief mutaties op reserves. Solvabiliteitsratio Solvabiliteit geeft aan hoe groot het aandeel is van het eigen vermogen in het totaal van de passiva. Het kengetal geeft inzicht in de mate waarin Baanbrekers in staat is aan haar financiële verplichtingen te voldoen. De ratio is het eigen vermogen als percentage van het balanstotaal. Hoe hoger deze ratio, hoe gunstiger dit is voor de financiële weerbaarheid van de organisatie. Structurele exploitatieruimte In dit kengetal komt tot uiting of Baanbrekers over voldoende structurele baten beschikt om de structurele lasten te dekken. De structurele lasten en baten worden in dit kengetal uitgedrukt als een percentage van de totale baten (voor mutaties op reserves) van het betreffende jaar. Een positief percentage betekent dat de structurele baten toereikend zijn om de structurele lasten te dekken.