CConstaterende datLoon op Zand
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2 Omgevingsvisie Loon op Zand 2040 ter vaststelling Gecomprimeerd

Raadsvergadering 20 juni 2024, gemeente Loon op ZandBij agendapunt: Raadsvoorstel over vaststelling 'Nota zienswijzen en aanpassingen' en gewijzigde vaststelling 'Omgevingsvisie Loon op Zand 2040' (Bespreekstuk)25.482 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

72

Kaatsheuvel. Hier richten we ons met name op de ontwikkelingsmogelijkheden van de agrarische sector en letten we erop dat er geen functies ont­ staan die een belemmering kunnen vormen voor agrarisch gebruik.

Voor de niet grondgebonden vormen van land­ bouw streven we naar het verder sluiten van kring­ lopen, waarbij de emissies door- en uitspoeling van meststoffen wordt verminderd. Mogelijkheden daarvoor zijn manieren van mestscheiding (door scheiding van de vaste en dunne fractie ontstaat minder ammoniak), (lokale) biovergisting of an­ dere vormen van mestverwaarding. We zien in mestverwaarding een optie in gebieden waar de veehouderij de overhand heeft.

Opheffen van barrières in het (regionale) natuurnetwerk We willen de verbindingen tussen natuurgebieden verbeteren. Dat zijn brede zones die gericht zijn op extensief gebruik, versterken van het landschap en opheffen van barrières over wegen. We willen met onze ecologische verbindingen aanhaken op regionale initiatieven om natuurgebieden beter op elkaar aan te laten sluiten en de kwaliteiten te beschermen en verbeteren. Belangrijkste zones liggen tussen Loonse en Drunense Duinen en Huis ter Heide in een brede zone over de N-weg. Daarnaast kunnen we kleine verbindingen aan­ wijzen langs de Blauwloop en ten westen van De Moer. Tenslotte sluiten we ons aan bij de landelijke doelstelling om te komen tot 100Zo groen blauwe dooradering van het landelijk gebied. We willen dit bereiken door aanleg van landschapselementen, o.a. door het uitbreiden van agrarisch natuurbe­ heer en we zoeken hiertoe een goed verdienmodel voor agrariërs

Voor bedrijven die geen opvolging hebben of door de nabijheid van woningen weinig ontwikkelruimte hebben bieden we ruime mogelijkheden voor func­ tieverandering op erven. Met deze beleidsruimte willen we de (milieu)druk verminderen en de ge­ zondheid van inwoners verbeteren. Dat doen we vooral in de historische bebouwingslinten. Daar staat tegenover dat we een gebied aanwijzen waar de ontwikkeling van de agrarische sector het primaat heeft, ten westen van De Moer en

Investeren in een authentiek landschap We hebben een uniek landschap met veel vari­ atie, bijzondere historische elementen en enkele hoogwaardige natuurgebieden. Een aantal van de historische kenmerken in het landschap en histo­ rische elementen zeggen iets over de oorsprong en historische opbouw van het gebied. We willen de kenmerken van de verschillende landschap­ pen beschermen, zoals de bomenlanen, hout­ wallen, houtsingels, vennen en bossen in het

zandlandschap en de bomenlanen, houtsingels, de kenmerkende verkaveling, het slotenpatronen en de zichtlijnen in de jonge ontginningen en het slagenlandschap. Beschermen en beleefbaar maken van het gemeentelijk erfgoed Binnen de gemeente komt veel erfgoed voor. We kiezen ervoor om cultuurhistorisch erfgoed beter beleefbaar te maken en beter te beschermen. Het zijn heel verschillende elementen, die juist in sa­ menhang een verhaal vertellen van de ontstaans­ geschiedenis van onze gemeente. We willen nieu­ we ontwikkelingen benutten om elementen beter beleefbaar te maken en de essentiële kwaliteiten te beschermen. Een aantal verhaallijnen, die we willen bescher­ men zijn de volgende: ^ Leer- en schoenenindustrie. Na de komst van de kunstmest kon een deel van de landbouw in de gemeente haar hoofd niet meer boven water houden. Binnen de gemeente kwam toen de leer- en schoenenindustrie op. Meerdere panden (er is veel verdwenen) in Kaatsheuvel en Loon op Zand herinneren aan deze tijd. ^ De turfgeschiedenis. Ongeveer eenderde van de gemeente is ontstaan uit de turfwinning en daarmee is dit een bijzonder bepalend feno­ meen. Enkele landschappen herinneren door de smalle verkavelingen en de sloten nog aan de turfwinning. In die gebieden ontstonden als gevolg van de turfwinning en daaropvolgende ontginning voor de landbouw de typische bebouwingslinten met diverse monumentale panden.

Ook de (restanten van de) turfvaart horen bij deze geschiedenis.

^ De zandverstuivingen. Nu bieden de Loonse en Drunende duinen een uniek natuurgebied, ooit was het stuivende zand een natuurramp. De verdwenen dorpen (Venloon, Efteling, Land van Kleef) met de vindplaats van een oude kerk zijn hier onderdeel van. ^ Oorlogsgeschiedenis. Meerdere malen in de tijd had de gemeente Loon op Zand te maken met oorlog. Lange tijd lag de gemeente op de grens tussen Brabant en Holland. ^ Het Witte Kasteel. Het kasteel met de gracht, de omliggende akkers, de historische Maliebaan en het omliggende hoevenlandschap zijn een samenhangend ensemble die niet alleen het kasteel beschermen maar het kasteel ook in zijn historische context beleef­ baar houdt. Onze lijn met cultuurhistorisch waardevolle ele­ menten wordt als volgt: ^ Beschermen van de monumenten en elemen­ ten met een hoge cultuurhistorische waarde. ^ Het integreren van cultuurhistorische eigen­ schappen en kwaliteiten van een plek in een nieuw ontwerp. ^ Het herkenbaar houden of maken van ele­ menten, die met een historische verhaallijn of de essentiële kenmerken uit het landschap te maken hebben. Nieuwe ontwikkelingen toetsen we op de wijze waarop het iets met de historische waarde heeft gedaan. Zie ook “Neerzetten van historische verhaallijnen” op pagina 49.

73

74

Herstel natuurlijk watersysteem In de loop van de tijd is overal gewerkt aan het aanpassen van het watersysteem ten behoeve van een optimale landbouwproductie. Met de kli­ maatverandering verandert die situatie, omdat we te maken hebben met heviger neerslag enerzijds en de steeds langere periodes van warmte en droogte anderzijds. Om verdroging tegen te gaan moeten we meer water vasthouden wanneer dat valt. Op een aantal plekken in Loon op Zand lig­ gen kansen om het historische watersysteem te versterken en meer water vast te houden in ons gebied. Daarmee willen we voorkomen dat er in periodes met weinig regenval kans ontstaat op verdroging en natuurbranden en zorgen we dat hevige buien beter kunnen worden opgevangen. Op deze manier werken we aan een klimaatbestendig buitengebied, waarmee we bovendien de kwaliteit van de natuur versterken. Om dit te berei­ ken zetten we in op een vijftrapsstrategie: ^ We zetten we in op een hoger grondwa­ terpeil aan de randen van verdroogde natuurgebieden. ^ We versterken de sponswerking van de bodem. Door meer gebruik van organische stof houdt een bodem het water beter vast. We willen met onze maatschappelijke part­ ners werken aan betere verdienmodellen voor grondeigenaren om het organische stofgehalte te verhogen. ^ Herstel van de Blauwloop, waarmee we het water in het gebied beter kunnen vasthouden.

Daarvoor is het nodig om water vanuit de ri­ oolwaterzuiveringsinstallatie, dat nu richting de Zandleij stroomt af te buigen richting de oude loop van de Blauwloop. Daarvoor dient eerst de kwaliteit van het water te worden verbeterd. ^ Waterinlaten vanuit het industriegebied in de richting van De Moer. Bijzondere kans ligt er

bij bedrijven in Tilburg-Noord en Dongen (o.a. Coca-Cola) die veel spoelwater gebruiken. ^ Vasthouden van water door herstel van oude landschapsstructuren of elementen. Een voor­ beeld is het herstel van het slotenpatroon in de strokenverkaveling langs de Zuidhollandsedijk. In het zandlandschap kunnen oude vennen in het landschap weer open gemaakt worden, zodat water kan infiltreren. Een gezonde plattelandseconomie Onze samenleving wordt mobieler en diverser. De dynamiek in onze samenleving komt tot uiting in onze manier van leven, recreëren, wonen en wer­ ken. We kiezen ervoor dat elk vrijgekomen erf in het landelijk gebied kan worden ingezet voor een bedrijfsmatige of recreatieve functie. Onder vrij­ gekomen erven verstaan we zowel erven, waar­ van de agrarische functie wordt beëindigd als die waarvan de agrarische functie in het verleden is beëindigd of waar een andere bedrijfsmatige func­ tie gevestigd is geweest. Relevant hierbij is dat de hoeveelheid bebouwing in de toekomst niet verder toeneemt. We willen wel een vitaal platteland met gemengde functies, maar in grote delen van ons buitengebied is verdergaande verstedelijking geen wens. De landbouw wordt in Loon op Zand gekoesterd. We geven agrarische bedrijven ruimte voor ont­ wikkeling, maar willen tegelijk de kwaliteit van de natuur versterken.

Daarom stimuleren we vormen van kringlooplandbouw en natuurinclusieve land­ bouw. Als agrarische bedrijven ruimte nodig heb­ ben voor ontwikkelingen die bijdragen aan een verdere verduurzaming van het bedrijf, dan willen we dat mogelijk maken. Het kan daarbij ook gaan om verbrede landbouw, waarbij een ander bedrijf wordt gecombineerd met het agrarische bedrijf (zoals een zorgboerderij, verkoop aan huis of een

agrarisch verwant bedrijf). Opgave is om tot aller­ lei verdienmodellen te komen, die bijdragen aan een meer duurzame en natuurinclusieve ontwikke­ ling van de landbouwbedrijven. Daarnaast liggen er kansen voor een brede plattelandseconomie in combinatie met recreatie. De mogelijkheden voor een gezonde plattelandseconomie werken we per deelgebied uit in “5.3 Zonering buitengebied” op pagina 81. Bij het hergebruik van vrijkomende agrarische be­ bouwing sturen we op de effecten van de nieuwe functie en op de kwaliteit van het plan. We gaan derhalve minder sturen op de functie zelf, maar stellen wel een grens. Voor bedrijven die qua mi­ lieu of verkeeraantrekkende werking veel invloed hebben op hun omgeving zijn we terughoudend. Voorbeelden zijn: zwaardere categorieën, garage­ bedrijven, autobedrijven, transportbedrijven of de meeste vormen van detailhandel. Beperkingen voor het hergebruik Voor hergebruik van vrijkomende erven in het lan­ delijk gebied blijven op basis van de gebiedsdoelen die we stellen enkele beperkingen gelden. We willen niet dat bestaande bedrijven hinder onder­ vinden van nieuwe functies. Als een gebouw dicht bij een actief agrarisch bedrijf ligt, kan het zijn dat daar geen woningen of andere gevoelige functies in kunnen komen. ^ We willen geen al te zware bedrijvigheid in het buitengebied faciliteren.

Als grens houden we aan dat het moet gaan om bedrijven in de categorie 1 en 2 of categorie 3.1 voor zover deze bedrijven qua milieueffect vergelijkbaar zijn met categorie 2 bedrijven (VNG bedrijven en milieuzonering). ^ We hanteren een sloopvereiste wanneer de functieverandering het realiseren van wonin­ gen of recreatie betreft en de stallen daarvoor

niet worden gebruikt. Voor het gebruik van oude stallen voor nieuwe functies gaan we uit van de benodigde ruimte. Het huidige beleid van de gemeente gaat uit van 400 m2 gebruik voor een niet-agrarische functie. Bij gebruik van meer stalruimte geldt een investering in het landschap. Voor opslagfuncties geldt dat niet. ^ Er mag alleen detailhandel worden gevestigd als dit een relatie heeft met het buitengebied. ^ Bij hergebruik ten behoeve van wonen stellen we afhankelijk van het gebied een maximum in. In theorie kan hergebruik zonder sloopeisen leiden tot kleine woningclusters en dat is niet de bedoeling, omdat dit (op zichzelf of cumula­ tief) strijdig kan zijn met de aanwezige gebiedskwaliteiten. Daarom stellen we per gebied een maximum aantal woningen per bouwblok in. In het algemeen geldt: ^ In het buitengebied met bijzondere waarden willen we ontstening stimuleren als onder­ deel van de maatschappelijke investering: maximaal 1 ‘ruimte voor ruimte’ woning bij het slopen van stallen. ^ In het multifunctioneel platteland kunnen per voormalig agrarisch bouwblok meerdere wo­ ningen worden gebouwd, waarbij per woning minimaal 1.000 m2 aan bebouwing gesloopt wordt tot een maximum van 3 eenheden. Bij geclusterde woonvormen wordt gestuurd op het bestaande oppervlakte tot een maximum van 2.500 m3. • Voor de bebouwingslinten wordt een apart kader opgesteld.

Hier komt woningbouw los te staan van de oppervlakte stallen.

75

mmzmmwm 5

— — - Centrumgebied

P

‘4 Compact winkelgebied # Multifuntioneel centrumgebied Groen evenementen- en horecaplein Herstructureringsgebied Groene overgang centrum en bedrijventerrein

ĹAf'nr-

fŜĒJSpSĥhií

Afbeelding 29. Zonering centrum Kaatsheuvel

uitbereiding compact winkelgebied Q '

Centrumparkeren aan de randen Zoekgebied centrumparkeren aan de randen

6 Gebiedsgerichte uitwerking 6.1 Centrum Kaatsheuvel Om een samenhangende inrichting te creëren in het toekomstige centrum van Kaatsheuvel kiezen we voor de volgende koers. 6.1.1 Centrumgebied met compact winkelgebied We wijzen een gebied aan als ‘centrumgebied’, waar we kiezen voor een samenhangende her­ kenbare en aantrekkelijke inrichting, met het ac­ cent op de toegankelijkheid voor wandelaars en fietsers. In dit centrumgebied kiezen we voor de volgende uitgangspunten: ^ Een compact gebied dat gericht is op winkels. Dit gebied strekt zich nu uit over de Hoofdstraat van de Sprangsestraat aan de oostzijde tot de Jan de Rooijstraat aan de westzijde. Als de kansen zich voordoen kiezen we ervoor het winkelgebied compacter te maken. ^ Een ruime centrumzone waarin andere bezoekfuncties zich kunnen vestigen. Daarmee ontstaat een multifunctioneel centrumgebied met winkels in het hart ervan. Het ruimere centrumgebied bestaat uit de Peperstraat, het Anton Pieckplein en op termijn mogelijk een zone rond de Poolsestraat en het oostelijke deel van de Hoofdstraat. (zie ook: “Afbeelding 28. Zonering centrum Kaatsheuvel” op pagina 76) ^ Voor nieuwe woonbebouwing in het gebied wordt gekozen voor een mix aan woningtypes en doelgroepen, maar is er in elk geval ruimte

voor kleinere huishoudens en senioren en (an­ dere) aandachtsgroepen op de woningmarkt. Het woningbouwprogramma geeft hier sturing aan. 6.1.2 Herstructurering en transformatiegebied ten noorden van de Hoofdstraat Binnen de ruime centrumzone wijzen we een ge­ bied aan voor herstructurering en transformatie. Voor het hele gebied tussen Hoofdstraat, Jan de Rooijstraat, Schotsestraat en Sprangsestraat wordt ingezet op een vergaande herstructurering en transformatie met als doel hier een volwaar­ dig, multifunctioneel centrumgebied te maken. Het toevoegen van nieuwe woningen is daarbij een wezenlijke voorwaarde om tot een kwalita­ tief hoogwaardig en leefbaar gebied te komen, dat bijdraagt aan de opgaven waar de gemeente voor staat (woningbehoefte, klimaatverandering, versterken gezondheid). Deze noordflank van het centrum wordt dus een gebied voor zowel bezoe­ kers als nieuwe bewoners. Het gebied zal in onze visie meerdere functies be­ vatten. Zowel woningbouw, centrumvoorzieningen en parkeren maken deel uit van de nieuwe inde­ ling, met aandacht voor groen en water. Door de ligging van het gebied tegen het cen­ trum kiezen we hier voor het bouwen van wonin­ gen in een centrumdorpse dichtheid en een mix van types én in een mix van prijsklassen. Bij het

XUÌÏīţM

tu AM »

—

— — - Samenhangend centrumgebied -3' Verblijfsgebied met samenhange samenhangende inrichting Evenementen terrein | Winkel- en recreatiefunctie J Maatschappelijke en/of commerciële functie Horecafunctie

ļ

'I Verblijfsplelnen

aanbod van woningen is er in elk geval ruimte voor kleinere huishoudens (waaronder senioren). Centrumdorps wonen betekent wonen in een wat hogere dichtheid. Ook de bouwhoogte kan wat groter zijn dan elders in Kaatsheuvel. Voor Kaatsheuvel kiezen we voor een iets stoerder en stedelijker centrumgebied. Tegelijk willen we onze wijken ‘dorps’ houden en geen scherpe contrasten en overgangen creëren. Daarom mag de bebou­

Afbeelding30. Zonering centrum Loon op Zand

wing in Kaatsheuvel geleidelijk aan hoogte win­ nen in en rond het centrum. De bebouwing kan bestaan uit zelfstandige wooncomplexen of in de vorm van appartementen/studio’s boven commer­ ciële plinten. Wonen in wat hogere dichtheden combineren we met een hoogwaardige openbare ruimte met aan­ dacht voor een groene inrichting (bomen, pocket

parks). Daarnaast zetten we ook anderszins in op een klimaatbestendige en groene inrichting, zoals private of collectieve daktuinen (bijvoorbeeld op het dak van onderliggende voorzieningen) of groe­ ne binnenhoven etc. Waar mogelijk wordt met de nieuwe groenstructuur een verbinding gelegd met andere bestaande groenstructuren en wordt een groene overgang gemaakt tussen het ‘centrumge­ bied’ en het bedrijventerrein aan de noordzijde van de Schotsestraat. Het parkeren voor bewoners brengen we waar mogelijk onder buiten het zicht van de dragende openbare ruimten, zoals in (half) verdiepte garages en in parkeerhofjes. Daarnaast zal het gebied parkeergelegenheid bevatten ten behoeve van centrumbezoekers waarbij we stre­ ven naar een goede ligging, comfort van gebruik en een groene aankleding.

^

^

^

6.2 Centrum Loon op Zand Om een aantrekkelijk dorpshart met ruimte voor diverse functies te creëren in het centrum van Loon op Zand kiezen we voor de volgende koers. We wijzen een gebied aan als ‘centrumgebied’, waar we kiezen voor een samenhangende herken­ bare en aantrekkelijke inrichting, met het accent op de toegankelijkheid voor wandelaars en fietsers. Het centrum blijft echter een belangrijke schakel in de ontsluiting van Loon op Zand. Autoverkeer blijft daarom welkom. De inrichting moet langzaam rijden faciliteren en de juiste parkeervoorzieningen moeten een deel van het centrumverkeer afvan­ gen. In dit centrumgebied kiezen we voor de vol­ gende uitgangspunten: ^ Ruimte voor winkels. We streven naar een compact aanbod van winkels en reserve­

^

^

^

ren een groot deel van het Oranjeplein voor winkels. De Kerkstraat fungeert als historisch lint en kan verspreid liggende winkels herbergen. We wijzen hier geen nieuwe locaties voor winkels aan, tenzij er geen mogelijkheden in de zone ‘centrumgebied’ zijn. Ruimte voor horeca. Horeca kan zich in het hele centrumgebied vestigen en eventueel ook in de historische aanloopstraat. De am­ bitie is om op termijn horeca te hebben langs het Weteringplein, het Oranjeplein en het Kioskplein. Het gebied rond de huidige Wetering dient een maatschappelijke functie te behouden. Het is de voorkeurslocatie voor een multifunctionele accommodatie. Daarnaast is het mogelijk om hier een andere bezoekersfunctie te realiseren, zoals de huidige sporthal, een supermarkt en/ of horecavoorziening. In en rond het centrumgebied moet (vanwege de ambities om de bezoekersfuncties te laten groeien) voldoende parkeergelegenheid zijn. Om de druk in het centrumgebied niet te ver­ hogen streven we naar parkeermogelijkheden aan de randen. Voor nieuwe woonbebouwing in het gebied ligt het accent op de kleinere huishoudens en senioren en (andere) aandachtsgroepen op de woningmarkt. Hoogte van bebouwing. Voor Loon op Zand kiezen we voor een dorpser centrumgebied. We willen geen scherpe contrasten en over­ gangen creëren. Daarom moet de bebouwing aansluiten op de bestaande bouwhoogtes.

In algemene zin kan een grotere bouwmassa met meer ruimte om zich heen wel iets meer hoogte hebben dan panden in een lint.

79

t oonse Haeli

Natuurkern Natuur met e»tens*ef recreatief medegebruik Lrtensicf landschap Multifunctioneel landschapspark Agransch platteland

Concentratiegebied recreatie

6.3 Zonering buitengebied We kiezen in het buitengebied voor een zonering. Het doel van de zonering is om meer ruimte te ge­ ven aan (nieuwe) functies in het buitengebied en tegelijkertijd de kwaliteiten van de natuur en het landschap te versterken. We kiezen in het buiten­ gebied voor de volgende hoofdzones: ^ Natuurkern ^ Natuur met extensief recreatief medegebruik ^ Extensief landschap ^ Multifunctioneel platteland ^ Recreatiegebieden ^ Agrarisch landschap In deze zones voeren we beleid ten aanzien van nieuwe functies. We willen vrijkomende agrari­ sche bouwblokken graag opnieuw invullen omdat dit kan bijdragen aan de vitaliteit van het lande­ lijk gebied en om verloedering van gebouwen te voorkomen. Bovendien kunnen nieuwe bedrijven zorgen voor extra verdiencapaciteit in het landelijk gebied, en zodoende investeringen mogelijk ma­ ken in de kwaliteit van het bouwblok en/of de om­ geving. In de derde plaats kan het platteland een andere kwaliteit en vorm aan functies herbergen die elders niet ontstaan. Om de agrarische sector in haar kracht te kunnen zetten, beperken we de economische dynamiek vooral tot de (agrarische) erven. Tegelijk willen we de kwaliteit van onze na­ tuur versterken. Daarom vraagt dat in verschillen­ de gebieden om een eigen balans tussen nieuwe functies en natuur. 6.3.1 Natuurkern De natuurkern zijn de rustgebieden van de natuur.

Het beheer is hier gericht op het instandhouden en versterken van de biodiversiteit en behoud van rust. Nieuwe recreatieve functies, die de rust in het gebied kunnen verstoren laten we hier niet toe. We streven in dit gebied naar natuurherstel en het ver­ beteren van de waterhuishouding.

6.3.2 Natuur met extensief recreatief medegebruik Deze gebieden zijn onderdeel van het natuurnetwerk Brabant en hebben in de basis een natuur­ functie. Tegelijk vindt in deze gebieden recreatie plaats. We kiezen ervoor om ons hier vooral te richten op natuurgerichte recreatie. Dat zijn vor­ men van recreatie die goed passen bij de kwali­ teiten van de natuur. Bovendien zijn we terughou­ dend met het aantal activiteiten, om de druk op de natuur niet te vergroten. 6.3.3 Extensief landschap Dit zijn (ruime) zones rondom de belangrijkste na­ tuurgebieden. In dit gebied zijn er mogelijkheden voor functies, die de druk op de natuur niet ver­ hogen. Het kan gaan om kleinschalige recreatiefuncties, zoals een B&B, een theetuin. Ook hier dient de recreatie gericht te zijn op natuurbeleving en rust. Daarnaast is het ruimtelijke beleid in dit gebied gericht op het vasthouden van water om daarmee (op termijn) verdroging en brandgevaar in de natuurgebieden te verkleinen. Voor herge­ bruik van (voormalige) agrarische erven is een toename van het aantal woningen niet gewenst. 6.3.4 Recreatiegebieden Onze gemeente is een echte recreatiegemeente. De mogelijkheden voor groei van functies met een grotere publieksaantrekkelijke functie willen we zoveel mogelijk concentreren rond of nabij de (afslagen van de) Midden-Brabantweg.

Omdat we tegelijk de ecologische verbindingen tussen de Loonse en Drunense duinen en Huis ter Heide willen versterken, betreft het meerdere zones. We wijzen enkele clusters aan: ^ Het gebied Van Haestrechtstraat ten noorden van de Loonse en Drunense duinen. In dit ge­ bied vindt een concentratie plaats van verblijfsrecreatie. We willen ruimte maken voor een kwalitatieve verbetering en verbreding van dit

81

aanbod. Rondom dit gebied ligt een zone met ‘extensief landschap’. Daarom liggen hier geen mogelijkheden voor grootschalige dagrecreatieve activiteiten. ^ Het cluster Efteling. Dit is het grootste gebied met de Efteling, haar hotels en de golfbaan. Dit gebied is volledig gericht op recreatieontwikkeling, mits er goede oplossingen voor de mobiliteit komen. ^ Het gebied rond de Heideweg is een wat kleiner derde cluster. Hart van dit gebied is het Blauwe Meer. Het gebied is goed ontslo­ ten vanaf de afslag Loon op Zand en dit biedt mogelijk kansen voor enige dagrecreatie of horeca.

82

6.3.5 Multifunctioneel platteland Het multifunctioneel platteland is de meest multi­ functionele zone die we hebben. Hier dienen de ontwikkeling van het landschap en diverse func­ ties samen op te gaan. Het biedt ruimte voor de ontwikkeling van de landbouw, diverse vormen van recreatie, wonen (op voormalige erven) en niet-agrarische functies. Nieuwe ontwikkelingen worden in dit gebied direct gekoppeld aan inves­ teringen in het landschap. We kiezen voor de vol-

Maatwerk mogelijk De gebiedsindeling en de toe te laten functies zijn indicatief. We kijken bij initiatieven goed naar de doelen in het gebied. Zo kan het zijn dat een functie in eerste instantie niet lijkt te kunnen, maar ten opzichte van de huidige functie of het huidige gebruik een grote verbetering kan betekenen. Of een locatie valt net buiten een zone waar een gewenst initiatief mogelijk was geweest, maar er zijn ruime mogelijkheden om ter plekke kwaliteit toe te voegen. Omdat we sturen op de doelen in het gebied kunnen we in die gevallen maatwerk bieden.

gende uitgangspunten: ^ Op erven in het buitengebied is de ontwikkeling van recreatie mogelijk. Het kan daarbij gaan om dagrecreatie, verschillende vormen van verblijfsrecreatie (B&B, groepsaccommodaties, kleinschalige campings, landschapscampings). Op bijzondere plekken is horeca denkbaar. De mogelijkheden hangen af van de huidige verkeersintensiteit van de omliggende wegen en de omliggende functies. De verwachte ver­ keersdruk mag met niet meer dan 2507o toene­ men. Bestaande functies, zoals de landbouw­ bedrijven of woongebieden mogen niet in hun ontwikkeling worden beperkt. ^ Niet-agrarische functies zijn mogelijk in het bui­ tengebied. Agrarisch verwante functies (zoals loonbedrijven) en opslagbedrijven kunnen de huidige stallen gebruiken. Voor andere nietagrarische functies stimuleren we sloop van stallen (ontstening). Hiervoor geldt een maxi­ male oppervlakte, die kan worden opgehoogd met een investering in het landschap. ^ Wonen bij sloop/hergebruik van oude (agrari­ sche) stallen. 6.3.6 Agrarisch platteland Het agrarisch platteland is gericht op de ontwikkeling van de agrarische sector. Er is ruimte voor nieuwe functies (op vrijkomende ervan), mits hierdoor de ontwikkeling van agrarische bedrijven op lange termijn niet wordt belemmerd.

We stimuleren hier vormen van natuurinclusieve We zorgen ervoor dat dit gebied multifunctioneel platteland is de meest multi-functionele zone die we hebben. Hier dienen de ontwikkeling van het landschap en diverse functies samen op te gaan. Het biedt ruimte voor de ontwikkeling van de landbouw, diverse vormen van recreatie, wonen (op voormalige erven) en niet-agrarische functies.

Nieuwe ontwikkelingen worden in dit gebied direct gekoppeld aan investeringen in het landschap. We kiezen voor de volgende uitgangspunten: ^ Op erven in het buitengebied is de ontwikkeling van recreatie mogelijk. Het kan daarbij gaan om dagrecreatie, verschillende vormen van verblijfsrecreatie (B&B, groepsaccommodaties, kleinschalige campings, landschapscampings). Op bijzondere plekken is horeca denkbaar. De mogelijkheden hangen af van de huidige verkeersintensiteit van de omliggende wegen en de omliggende functies. De verwachte verkeersdruk mag met niet meer dan 250Zo toenemen. Bestaande functies, zoals de landbouwbedrijven of woongebieden mogen niet in hun ontwikkeling worden beperkt » Maatwerk mogelijk. De gebiedsindeling en de toe te laten functies zijn indicatief. We kijken bij initiatieven goed naar de doelen in het gebied. Zo kan het zijn dat een functie in eerste instantie niet lijkt te kunnen, maar ten opzichte van de huidige functie of het huidige gebruik een grote verbetering kan betekenen. Of een locatie valt net buiten een zone waar een gewenst initiatief mogelijk was geweest, maar er zijn ruime mogelijkheden om ter plekke kwaliteit toe te voegen. Omdat we sturen op de doelen in het gebied kunnen we in die gevallen maatwerk bieden. • Niet-agrarische functies zijn mogelijk in het buitengebied.

Agrarisch verwante functies (zoals loonbedrijven) en opslagbedrijven kunnen de huidige stallen gebruiken. Voor andere niet-agrarische functies stimuleren we sloop van stallen (ontstening). Hiervoor geldt een maximale oppervlakte, die kan worden opgehoogd met een investering in het landschap. ^ Wonen bij sloop/hergebruik van oude (agrarische) stallen.

6.4 De bebouwingslinten Het buitengebied van Loon op Zand wordt geken­ merkt door een groot aantal bebouwingslinten (zie ook “4.6 All-inclusive landschap” op pagina 67). De linten zijn de prille dragers van de latere verste­ delijking van de dorpen, maar een groot deel van de bebouwingslinten liggen in het buitengebied. In de loop van de tijd zijn de bebouwingslinten verder verdicht en is er een mix van functies terecht geko­ men. Een aantal (delen van de) linten is ontstaan als woonlint. Op meerdere plekken vormen de linten een kruispunt van wegen. Op plekken waar bebouwingslinten op kruisingen van wegen bij el­ kaar komen of waar grotere (bebouwde) functies voorkomen, krijgt een gebied het karakter van een bebouwingscluster. In onze visie spreken we ech­ ter van bebouwingslinten, omdat we dit historisch een betere terminologie vinden. Wel kunnen de ontwikkelingsmogelijkheden per lint verschillen, afhankelijk van de kwaliteit, de bestaande functies en de bereikbaarheid. De bebouwingslinten kennen veel bijzondere kwaliteiten. Ze zeggen veel over de ontstaansge­ schiedenis van de gemeente en kennen in veel gevallen kenmerkende oudere bebouwingen, zo­ als boerderijen. Ook de bijzondere directe relatie tussen bebouwing en het omliggende landschap wordt in een bebouwingslint gewaardeerd. De his­ torische bebouwingslinten zijn echter geen museumlandschap.

Ze zijn in de loop van de tijd altijd mee veranderd met de wensen in de samenleving. Veel bebouwingslinten zijn in de loop van de tijd verdicht door bedrijfsgebouwen of nieuwe wonin­ gen. Ook hebben er veel functieveranderingen plaatsgevonden. De veranderingen waren soms versterkend, maar soms zijn linten juist minder herkenbaar geworden.

83

moan

mm* 'fr~

ļĚäflf

tįÿi^įç

ĨS/

jţfc ,V'

-V':C

íįj 1

Bfiša

\

^.i UL

f

Afbeelding 31. Bebouwingslinten

■0fmi

6.4.1 Doel voor de bebouwingslinten In de visie van de gemeente kunnen de historische bebouwingslinten meegroeien met de veranderin­ gen in de samenleving. Dat betekent ook dat er nieuwe functies mogelijk zijn op vrijkomende er­ ven. De gemeente wil daar onder andere mee voorkomen dat bij het leegkomen van oude stallen, verloedering optreedt of ruimte ontstaat voor ille­ gale functies. Dit betekent dus niet dat er nieuwe erven bijkomen, slechts de bestaande erven kun­ nen getransformeerd worden. Hierbij kan gebruik worden gemaakt van de bestaande bebouwing of van nieuwbouw op de plek van de oude bebou­ wing. Het vergroten van de bestaande bebouwing of het groter terugbouwen mag, mits er een inves­ tering wordt gedaan in de ruimtelijke kwaliteit van het landschap. De gemeente stelt drie doelen op voor de veran­ deringen in de bebouwingslinten: ^ Behoud van de kwaliteit van het bebouwingslint, het landschap en de bijdrage aan de iden­ titeit en herkenbaarheid van de gemeente. ^ Zorgen voor een vitaal landelijk gebied met functies die kunnen bijdragen aan de kwaliteit van het landschap en levendige gemeenschappen. ^ Bijdragen aan de diversiteit van het woningaanbod binnen de gemeente. Doel 1: Kwaliteit van bebouwingslinten versterken

Hoe kunnen ontwikkelingen in de linten daar­ aan bijdragen? Uit de analyse van de bebouwingslinten komt naar voren dat er meerdere vormen van kwaliteitsver­ betering wenselijk zijn:

Aanleg van landschapselementen. Dat kan bestaan uit: ^ Houtwallen of singels langs perceelsgrenzen • Aanleg van rijen met knotwilgen in meer open delen van het landschap, langs wa­ tergangen of perceelsranden. • Rietkragen of natuurvriendelijke oevers langs sloten en andere watergangen Versterken van grotere landschapsstructuren. Dit kan bestaan uit: ^ Het herstellen of prominenter maken van een historische watergang • Versterken van bomenrijen langs de wegen • Herstellen van een oude rechtlijnige (en langwerpige) verkaveling in de van oor­ sprong nattere delen van het landschap. Verbeteren van de erfinrichting. Dit kan be­ staan uit: ^ Vergroenen van het erf. Sommige erven zijn relatief stenig (o.a. voor het draaien en keren van vrachtauto’s en landbouwvoer­ tuigen). Oorspronkelijk kenden boerener­ ven vaak een groene ruimte aan de voorzij­ de van het erf met b.v. fruit- of notenbomen of een andere groene afscheiding. ^ Herinrichting van het erf. Bij transformatie en nieuwbouw kan ervoor gekozen wor­ den om bebouwing terug te brengen in de configuratie van het historische erf met 1 hoofdgebouw en meerdere bijgebouwen rondom een erf aan de achterzijde. ^ Schaalverkleining van grootschalige (vrijko­ mende) erven. ^ Verbeteren van de beeldkwaliteit van de bebouwing door bij sloop en nieuwbouw een hoogwaardig materiaalgebruik of bij­ zondere architectuur toe te passen.

85

Erf splitsen: schuurwoning Schuur of bijgebouw gebruiken voor mantelzorgwoning

* Sloop van oude en niet waardevolle bedrijfsbebouwing * Behoud en versterken van doorzichten in het landschap. * Recreatieve elementen aanleggen * Aanleggen van (historische) kerkepaden * Aanleg van recreatieve elementen zoals picknickbankjes en informatieborden. Schuur of bijgebouw verbouwen als mantelzorgwoning

Doel 2: Vitaal landelijk gebied met functies

Hoe kunnen ontwikkelingen in de linten daaraan bijdragen?

oning splitsen in twee (of meer) woningen

In de bebouwingslinten zien we kansen voor werkfuncties, aanvullend op de opties die in het buiten­ gebied als geheel gelden (zie ook “4.6 All-inclusive landschap” op pagina 67). * Solitaire bedrijven * Kleine bedrijfsverzamelgebouwen * Vormen van zorg, waarbij cliënten baat hebben bij een rustige omgeving en waarbij integratie in de samenleving minder voorop staat. Denk daarbij aan vormen van revalidatie, versla­ vingszorg of dementie. Doel 3: Divers woningaanbod

Welke kansen liggen er voor een divers woningaanbod aan de linten?

Kleinschalige functies voorstelbaar in hoofd en/of bijgebouw

Afbeelding 32. Kansen voor nieuwe woontypes

Door de wat grotere dichtheid aan bebouwing in de vorm van woonbebouwing en schuren liggen er in de historische bebouwingslinten ook kansen om bijzondere woonvormen te realiseren. Veel in­ woners vinden echter dat dit niet ten koste moet gaan van de oorspronkelijke kwaliteiten van de lin­ ten met fraaie boerderijen, erven en doorzichten op het (agrarische) landschap. Wel worden kan­ sen gezien voor bijzondere woonvormen, zoals groepswonen, tiny houses of een nieuwe woonerf, waarbij de belangrijkste kenmerken van het boe-

renerf worden meegenomen in het ontwerp. Het aanbod moet aansluiten op de behoefte op basis van het woningprogramma. Daarnaast geven we ruimte aan woningsplitsing (bij grote panden) of uitbreiding van woningen. In de visie zullen we daarom op drie niveaus uitspraken doen over de bebouwingslinten: ^ Op gebouwniveau: flexibeler omgaan met woningsplitsen, verduurzamen, woonbestemming. ^ Op niveau van het erf: transformatie van agra­ rische bestemming naar woonbestemming, kans voor woonerven, bijzondere woonvormen. • Op niveau van het lint: verdichten mogelijk met behoud van agrarisch karakter en doorzichten. 6.4.2 Onderscheid bebouwingslinten aan de hand van vijf kenmerken Elk bebouwingslint is anders: niet bij elk bebouwingslint zijn dezelfde hergebruiksopties mogelijk. Aan de hand van vijf kenmerken maken we onder­ scheid tussen de verschillende bebouwingslinten. Hoe hoog een lint scoort op een kenmerk beïn vloedt de mogelijkheden voor een lint. ^ Bereikbaarheid. Wanneer een lint beperkt ontsloten is dan kunnen daar alleen functies komen die weinig verkeer aantrekken. Bij een betere bereikbaarheid zijn grotere functies denkbaar ^ De kwaliteit van het landschap. De kwaliteit heeft invloed op de functies die toelaatbaar zijn. Daarnaast zal bij een hoge kwaliteit een grotere investering moeten worden gedaan bij transformatieprojecten.

^ Kwaliteit en type bebouwing in het bebouwingslint. Wanneer de bebouwing aan een lint typerend is voor een bepaalde tijdsperiode, zullen er strengere eisen gesteld worden aan nieuwbouw op de bestaande erven. ^ Korrel van de erven en de aanwezigheid van doorzichten. De bebouwingslinten kunnen heel

dicht bebouwd zijn of juist een open structuur hebben. Als sprake is van een open structuur zien we dat als iets waardevols dat behouden moet blijven. ^ Huidige mix aan functies. Naarmate een bebouwingslint een grotere variatie aan func­ ties kent, zijn er ook meer nieuwe functies denkbaar. Op de volgende pagina’s geven we aan welke kansen per bebouwingslint gelden voor het land­ schap, de percelen en de nieuwe bebouwing en functies. De toelichting op de vijf kenmerken per bebouwingslint is opgenomen in de bijlage. 6.4.3 Randvoorwaarden voor het toelaten van nieuwe functies Het hergebruik van erven dient een bijdrage te le­ veren aan de kwaliteitsverbetering van het bebou­ wingslint. In de eerste plaats door bestaande kwa­ liteiten te beschermen en in de tweede plaats door kwaliteiten toe te voegen. Voor het beschermen van bestaande kwaliteiten stellen we een aantal randvoorwaarden op: ^ Behoud van waardevolle doorzichten op het agrarische cultuurlandschap of achterliggende natuurgebied. • Behoud van bestaande kenmerkende groenstructuren ^ Behoud de kenmerken en zichten op cultuur­ historisch waardevolle bebouwing. ^ Behoud van de belangrijkste stedenbouwkun­ dige kenmerken van de linten.

87

Zuidhollandsedijk Openbare ruimte: ^ Bomenrij doortrekken aan noordzijde Percelen: ^ Enige verdichting met respect voor het weidse en open karakter mogelijk tussen de kern en het cluster aan de westzijde ^ (Gedempte) sloot terugbrengen langs zuidzijde op eigen terrein ^ Kans voor vergroening op enkele erven.

88

Bebouwing: ^ Functieverandering naar wonen en kleinscha­ lige bedrijvigheid mogelijk ^ Kans om (grootschalige) bedrijfsbebouwing te transformeren naar kleinschaligere korrel ^ Functieverandering naar wonen en kleinscha­ lige bedrijvigheid mogelijk zonder grote aan­ trekkende verkeersbewegingen.

Lage Zandschel Openbare ruimte: • Bomen toevoegen ^ Bloemrijke/biodiverse bermen maken Percelen: ^ Landschapselementen toevoegen in het ge­ bied aan de noordwestkant, met name op de agrarische percelen Bebouwing: ^ Functies mogelijk zoals dienstverlenende func­ tie zoals kinderdagverblijf, atelier of pluktuin. • Kans om bebouwing/schuren te splitsen in meerdere woningen

iomenrij toevoegen

iakefi

touden ŕ Perceel vergri

[erkenpad behouden ^ ■rzichten behouden Landschapset ümenīenjļpoevoegen >

Rechtvaart Openbare ruimte: ^ Bloemrijke/biodiverse bermen maken

Nieuweweg Openbare ruimte: • Bomen toevoegen • Bloemrijke/biodiverse bermen maken

Percelen: ^ Enkele erven vergroenen door te ontstenen en landschapselementen toe te voegen Bebouwing: ^ Door de goede ontsluting biedt dit lint ruimte voor wat meer bedrijvigheid. ^ Bij nieuwe dynamiek mogen erven niet totaal verstenen en dienen de historische panden intact gehouden te worden. ^ Woningen lijken groot genoeg om te splitsen in een of meerdere woningen waarbij het karakter van historische panden niet aangetast mag worden.

Percelen: ^ Erven vergroenen door te ontstenen en land­ schapselementen toe te voegen Bebouwing: ^ Biedt kans voor meer recreatieve nevenactivi­ teiten of bij stoppen van agrarische bedrijfsvoe­ ring voor meer op recreatie gerichte bedrijvig­ heid, denk ook aan hobbyboer o.i.d.

89

iten toevoegen Doprzichten behouden

Erven groen inpakl Kruispuntje versterken >

Historische watergang herstelle < Kerkenpad doo

l ĪFS"

Hoge Zandschel Openbare ruimte: ^ Bomen toevoegen ^ Bloemrijke/biodiverse bermen maken

Erasstraat Openbare ruimte: ^ Waardevolle bomenstructuur behouden

Percelen: ^ Enkele erven vergroenen door te ontstenen ^ Landschapselementen toevoegen (voorname­ lijk aan de westkant)

Percelen: ^ Percelen zijn volgebouwd met bijgebouwen waardoor er nauwlijks relatie is met het land­ schap. Kans om toch soms een doorkijkje te maken

Bebouwing: ^ Biedt kans voor meer recreatieve nevenactivi­ teiten of bij stoppen van agrarische bedrijfsvoe­ ring voor meer op recreatie gerichte bedrijvig­ heid, denk ook aan hobbyboer o.i.d. ^ Daarnaast kans om woningen te splitsen in meerdere woningen of woonerven te maken.

Bebouwing: ^ Bebouwing splitsen en bijgebouwen inzettten voor woning. Let op dat wel parkeren hier een probleem kan worden. ^ Eventueel kunnen hier huisgebonden func­ ties een plek krijgen maar geen grotere bedrijvigheid

Kerkenpad SE® doo

m .

1

Y*|

Doorzichten be

< Watergan

er maken

Dongenseweg à Dreefseweg Openbare ruimte: ^ Bomen toevoegen voor schaduwrijk fietspad ^ Bloemrijke bermen Percelen: ^ Erven vergroenen door te ontstenen en land­ schapselementen toe te voegen Bebouwing: ^ Grote percelen bieden kans voor bedrijfsver­ zamelgebouwen of woonerven met meerdere wooneenheden

Landschapselementen toevoegen >

ŵāíd1

Doorzichten beh« iden > í»~

Erven groen in

Don. Bomenrij langs fiets .

1

w

P J

H »

I

Dreefseweg

Paalstraat Openbare ruimte: ^ Bloemrijke berm Percelen: ^ Erven vergroenen door te ontstenen en land­ schapselementen toe te voegen ^ Achterzijdes beter inpassen via groene landschapselementen ^ Verrommeling tegengaan Bebouwing: ^ Kans voor kleinschalige bedrijfsverzamelge­ bouwen in vrijkomende schuren maar ook opslag in schuren. ^ Daarnaast kans voor sloop - nieuwbouw waarin meerdere wooneenheden voorstelbaar zijn

Kruispunt

rsterken

Paalstraat

hten behouden >

Erven groen inpakken >

Zijstraat, Middelstraat à Pastoor Kampstraat Openbare ruimte: ^ Behoud van de bomenstructuur Percelen: ^ Bij woningsplitsing kans voor betere land­ schappelijke inpassing van de percelen met name aan de achterzijde

Bebouwing: ^ Kans voor woningsplitsing en mantelzorgwoningen/schuurwoningen in tuinen. ^ Daarnaast voor kleinschalige bedrijvigheid die in bestaande schuren kan plaatsvinden

< Landschapselementen toevoegi

^ Kruis puntV4gi;roenen

agràriscl

Doorzichten behouden >

^ s **

íA\ã\

mispunt versterken

< Landschapselementen toevoegen \ Bomerij herstellen

Erven groen inpakken

Unestrechtstw0! ľ «

Lr

-l»~

\

*

\

Hoekje Openbare ruimte: ^ Meer als recreatieve fietsroute inrichten (auto te gast) Percelen: ^ Laan herstellen Bebouwing: ^ Woningen splitsen ^ Erf inrichten als boerenwoonerf met meerdere woonenheden ^ Ruimte voor kleinschalige recreatieve funties zoals B&B en atelier o.i.d. Wielstraat Openbare ruimte: ^ Bomenrij herstellen ^ Kans voor heesters tussen weg en fietsstrook voor betere scheiding Percelen: ^ Percelen inpakken passend bij het coulisselandschap om het landschap meer herkenbaar te maken Bebouwing: ^ Woningen splitsen ^ Erf inrichten als boerenwoonerf met meerdere woonenheden ^ Ruimte voor kleinschalige recreatieve funties zoals B&B en atelier

Van Haestrechtstraat Openbare ruimte: ^ Bomenrij herstellen ^ Kans voor heesters tussen weg en fietsstrook voor betere scheiding Percelen: ^ Percelen inpakken passend bij het coulisselandschap om het landschap meer herkenbaar te maken Bebouwing: ^ Recreatieve functies passen goed bij dit lint maar zijn wel een uitdaging om ook de ontsluitingsweg veilig te houden Plantloonseweg Openbare ruimte: ^ Het huidige karakter van het agrarische lint in stand houden Percelen: ^ Groene elementen toevoegen om de percelen beter in te passen in het landschap. Bebouwing: ^ Recreatieve functies toevoegen zoals B&B, erven transformeren naar woonerven met meerdere wooneenheden

95

Kasteellaan Openbare ruimte: ^ Behoud van de waardevolle bomenlaan Percelen: ^ Bij herontwikkeling of transformatie van func­ ties ook landschappelijke inpassing verbeteren Bebouwing: ^ Recreatief en zorggerichte functies zoals zorgwoningen in landgoed of restaurant etc. in combinatie met wonen.

ĽandschapselemAten toevoegen 1 om coulisselandsclap te versterken > 1

< Doorzichten behouden

Loonse Molenstraat Openbare ruimte: ^ Fiets en wandelaars meer ruimte geven binnen bestaand profiel, bijvoorbeeld fietsstraat maken Percelen: ^ Percelen meer inpakken via boomsingels ipv enkele een haag, dit zorgt voor meer variatie en past beter bij het coulisselandschap Bebouwing: ^ Recreatieve voorzieningen toevoegen zoals B&B, boerderijwinkel etc. ^ Kans om woningen te splitsen met behoud van het kenmerkende karakter van het gebouw ‘t Kraanven Openbare ruimte: ^ afwisseling van houtsingels, bosschages en slootbeplanting.

inpakken

I*

Percelen: ^ Alleen ontwikkeling op erven, geen verdichting gewenst. ^ Kansen voor aanbrengen landschapselemen­ ten om schaal landschap te verkleinen. Bebouwing: • Ontwikkelingsmogelijkheden moeten passen bij het verhogen van de kwaliteit van de natuur en wegnemen van barrières in het natuurnetwerk. We streven hier dus naar minder milieu­ belasting en drukte. ^ Functieverandering naar wonen en klein­ schalige bedrijvigheid mogelijk (maar geen verzamelgebouwen) • Geen (extra) verkeersaantrekkende werking om druk op natuurgebieden niet te vergroten. ^ Mogelijkheden voor kleinschalige recreatie (gericht op natuurbeleving).

< Doorzichten behouden

Landschapselementen toevoe;

«■wj.-í

«•II

■ mni.'1

),\ir u apetrn tloel

Afbeelding 33. Uitbreidingsrichtingen voor Kaatsheuvel

Afbeelding 34. Uitbreidingsrichtingen voor Loon op Zand

•~yr-

6.5 Mogelijke uitbreidingsrichtingen van de dorpskernen Zoals verwoord in “4.1 Duurzame groene dorpen” op pagina 35. kiezen we naast woningbouw door inbreiding en herstructurering, voor het aanwijzen van enkele uitbreidingsrichtingen. Belangrijke uitgangspunten voor deze uitbreidingen zijn het vormgeven van de relatie tussen stad en land en een klimaatbestendige inrichting. Hieronder be­ noemen we de mogelijke uitbreidingsrichtingen en de voorwaarden die we stellen aan de integratie in en het versterken van het landschap. Per gebied is ter inspiratie een ruimtelijke schets gemaakt van een mogelijke uitwerking en hebben we kansen benoemd die meerwaarde bieden voor een ontwikkeling op die plek. 6.5.1 Algemeen uitwerkingskader Bij een gebiedsontwikkeling (ongeacht de plaats) letten we altijd op de volgende aspecten: Klimaat robuust bouwen ^ 1000Zo afkoppelen van hemelwater • Water altijd eerst vasthouden (dak/bodem), dan bergen (sloten/vijvers/ondergronds) en tot slot afvoeren (als het niet anders meer kan) ^ Hittestress bestendig, minimaal 2007o groen of water in de openbare ruimte Met landschap en natuur verbonden ^ Goede dorpsrand maken, natuurlijke overgang van dorp naar landelijk gebied

^ Kenmerken van het landschap en cultuurhisto­ rie van de plek verwerken in de stedenbouw­ kundige opzet ^ Kwalitatief hoogwaardig aantrekkelijk groen en blauwe openbare ruimte maken Ontwikkeling versterkt de leefbaarheid van de bestaande kern ^ Ontwerp is gericht op versterking van het dorpse karakter ^ Het ontwerp stimuleert ontmoeting voor zowel de nieuwe als omliggende bewoners ^ Het ontwerp draagt bij aan een gezonde leefstijl, voldoende ruimte voor beweging zoals wandelpaden. ^ Het ontwerp past bij de woonvraag van dat moment om de juiste doelgroepen te kunnen voorzien van een passende woning ^ Bij eventuele (bestaande) milieuhinder zoals geluid en geur moeten hiervoor passende maatregelen getroffen worden, waardoor ook de leefbaarheid van de bestaande inwoners verbeterd wordt. Mobiliteit en ontsluiting ^ Het parkeren en de ontsluiting van het gebied moet goed geregeld zijn, mag geen extra druk of te veel druk geven op de bestaande struc­ tuur rond het gebied ^ Kansen voor alternatieve vormen van mobiliteit (deelmobiliteit) moeten onderzocht zijn en mits kansrijk toegepast worden.

99

100

mogelijke structuur voor SweenstraatWest uit van een

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=LoonOpZand&id=3395842f-a93b-4ec2-a421-023b9d5b3387