Bijlage 2 Omgevingsvisie Loon op Zand 2040 ter vaststelling Gecomprimeerd
Tekst van het document
lo/ ztod om land
gemeente
Loon op Zand
į *y
vra
V é I I ŵ-'jf
Omgevingsvisie 2040 Loon op Zand Vastgesteld door gemeenteraad op XXXXXX
JU S"‘
2
Loon op Zand
Op weg naar de Omgeuingswet
Laatst gewijzigd: 17/04/2024 LOS stadomland B.V. Nieuwe Linie 1-3, 5264 PJ Vught
Gemeente Loon op Zand Anton Pieckplein 1,5171 CV, Kaatsheuvel
Tel: 073 - 7113770 info@losstadomland.nl www.losstadomland.nl
Tel: 0416 - 289111 info@loonopzand.nl www.loonopzand.nl
Inhoudsopgave 1
Voorwoord
5
2
Onze ambities samengevat
7
2.1 2.2
Wat is ons vertrekpunt? Waar gaan we naartoe?
7 9
3
Toelichting op de Omgevingsvisie
13
3.1 3.2 3.3 3.4
Waarom een omgevingsvisie? Aanpak voor de omgevingsvisie Het doorlopen proces Leeswijzer
13 14 14 15
4
Onze opgaven
17
4.1 4.2 4.3 4.4
Trends en ontwikkelingen Maatschappelijke opgaven Regionaal of bovenlokaal beleid bij de omgevingsvisie Kwaliteiten van onze gemeente
17 19 20 21
5
De visie
31
5.1 5.2 5.3 5.4 5.5 5.6
Duurzame groene dorpen Recreatief profiel verbreden: harmonie en plezierzoekers Iedereen doet op eigen kracht mee Slim bereikbaar Toekomstbestendige centra en bedrijventerreinen All-inclusive landschap
33 43 49 55 59 65
6
Gebiedsgerichte uitwerking
75
6.1 6.2 6.3 6.4 6.5
Centrum Kaatsheuvel Centrum Loon op Zand Zonering buitengebied De bebouwingslinten Mogelijke uitbreidingsrichtingen van de dorpskernen
75 77 79 81 97
7
Bijlage
104
7.1 7.2 7.3
Kenmerken bebouwingslinten buitengebied Uitvoeringsaspecten Plan-m.e.r. beoordeling omgevingsvisie Loon op Zand
104 112 114
įTk.
1 Voorwoord Met inbreng van velen tot stand gebracht: de omgevingsvisie Loon op Zand 2040! Hiermee richten we onze blik op de toekomst van onze woonwijken, dorpskernen, bedrijventerreinen en buitengebieden. De visie geeft antwoord op hoe we omgaan met grote opgaven als woningbouw en klimaatverandering. En geeft houvast voor iedereen die iets wil ondernemen in onze leefomgeving. Met lokale speerpunten en een uitwerking naar verschillende gebieden is deze visie herkenbaar en concreet voor iedereen. De omgevingsvisie is er voor alle inwoners, ondernemers en partijen die iets willen in onze gemeente. Daarom werkten we er zorgvuldig aan: stap voor stap, transparant en uitnodigend naar iedereen om mee te denken en ideeën aan dragen. Zo ontvingen we waardevolle inzichten via interviews, een inwonersenquete, workshops en bijeenkomsten. Goede gesprekken vonden plaats op de weekmarkten, bij busstation Efteling, voor de supermarkten, in buurthuizen en jongerencentra. Een breed en positief participatieproces, waar onze kwaliteiten, vraagstukken voor de toekomst én oplossingen werden besproken. Daar ligt de gemeenschapsbasis voor deze visie, die we verwoord hebben met iedereen die heeft meegedacht. Dat we dit met velen deden, maakt onze gemeente zo krachtig.
Ik wil iedereen bedanken die betrokken was bij dit proces, binnen en buiten onze organisatie. Met z’n allen hebben we er veel tijd in gestoken, maar zo konden we alle expertise, gebiedskennis en dat wat mensen belangrijk vinden een plek geven in deze visie. Zo zetten we sterker in op groene woonwijken, waarmee we de leefbaarheid vergroten en hittestress door klimaatverandering verkleinen. Deze visie geeft meer ruimte dan nu aan nieuwe ontwikkelingen die goed passen in het buitengebied, met tegelijkertijd de opgave om te investeren in de kwaliteit van het landschap en zichtbaar maken van onze rijke cultuurhistorie. Als recreatiegemeente kiezen we ervoor dat we ons recreatieaanbod willen laten groeien, waar wel hand in hand met behoud en versterking van onze natuur. De komende jaren brengen we deze visie tot leven. Bij kleine of grote ontwikkelingen in de leefomgeving nemen we deze visie als gezamenlijk vertrekpunt waar we voor staan en naartoe willen. Ook in regionale samenwerkingsverbanden kunnen we onze Loonse kwaliteiten, prioriteiten en ambities stevig inbrengen. Zo blijven we richting geven aan wat we samen belangrijk vinden voor onze gemeente.
Louis Laros, wethouder
5
's-Hertogenbosch Waalwijk
\ Heusden
Loon op
Breda .Gilze en
Oisterwijk Goirle Alphen-Chaam Hilvarenbeek Baarie-Nassau
Afbeelding 1. Ligging regio Hart van Brabant
Eindhoven
2 Onze ambities samengevat Voor u ligt de ontwerp omgevingsvisie voor de ge meente Loon op Zand. In de omgevingsvisie staan de hoofddoelen en ambities die we als gemeente tot 2040 in de fysieke leefomgeving nastreven. Daarnaast vindt u de hoofdlijnen van het beleid waarmee we de ambities willen halen. Met deze visie zetten we dus de koers uit voor de lange(re) termijn. Een koers waarmee we antwoord geven op de dynamiek in onze samenleving en de trends die op ons afkomen. Maar ook een koers die de kwaliteiten en kenmerken binnen onze gemeente beschermt. Hoe gaan onze woonwijken, dorpsker nen, bedrijventerreinen en buitengebieden eruit zien in 2040? Waar komen woningen voor starters of senioren? Hoe zorgen we voor mooi groen in de wijk? Voor gezellige winkelstraten? Hoe behouden we de dorpse sfeer? Hoe behouden we ons prach tige buitengebied?
2.1 Wat is ons vertrekpunt? Uit het participatietraject kwam naar voren dat veel inwoners Loon op Zand zien als een recreatieve groene gemeente en als gemeente met een sterke sociale cohesie, waar zij heerlijk en rustig kunnen wonen. Inwoners zijn trots op de kwaliteiten die de gemeente heeft en de identiteit als recreatieve gemeente. Veel inwoners beseffen dat je in een klein gebied niet alles kunt hebben en dat keuzes nodig zijn. Veel inwoners zijn zich bewust dat de gemeente Loon op Zand in een dynamisch gebied ligt met veel werkgelegenheid, recreatie en een
hoge druk op het woningaanbod. Gecombineerd met de ligging tussen bijzondere natuurgebieden is het nodig om keuzes te maken voor de toekomst en een eigen positie in te nemen in het regionale krachtenveld. Ons vertrekpunt voor de visie zijn ook de talloze trends en ontwikkelingen die op ons inwerken. Een overzicht daarvan staat in de uitgangspuntennoti tie, maar een paar opvallende lichten we hier nog even uit: de veranderende bevolkingssamenstel ling, toenemende zorgvraag, klimaatverandering en technologische veranderingen. Deze trends vragen veel van ons als gemeente, maar bieden ook nieuwe kansen, die we in de fysieke leefom geving terug willen laten komen.
De Toekomstagenda Eerder hebben de Toekomstmakers - in woners van de gemeente - in groepen nage dacht over hoe de gemeente er anno 2030 uit zou moeten zien. Zij hebben samen de toekomstagenda opgesteld waarin veel on derwerpen aan bod komen die ook binnen de omgevingsvisie passen. Het is daarmee een belangrijk document waar we ook ge durende het proces van de omgevingsvisie uit kunnen putten. Belangrijke opgaven uit de Toekomstagenda die terugkomen in de omgevingsvisie gaan onder andere over de na tuur, duurzaamheid en de economie.
■«'v» .’
*ŵ
å: m'
'ĩįįįį.
'i'iííĩĩiĩ 'ïįįŞíiíi 'iííiiíí1 'íííííí‘.
SJ*\K
HMM íľsľsííííľlííí,
:-’v »
t^v*v
IIII
KÄŕrr
«İmhA
:*5V
Wöv. .'■íSŽĶWs.' v.:."Ŵ;v:
ŕ-īāŕ^ö ,įŵ
*
•jiŗįíăŘ' .
'ýfeYľ; ŵí
WiťM, ľtr gSM
*S*S ìciā-ľiï Tāsfïiir Ss» ŵŵ.'
. ^ :-.İiŕöř
HN&& «SŚ&ïk^
í-2^1
2.2 Waar gaan we naartoe? Vanuit een hoge druk naar vernieuwing We willen toe naar een gemeente waar in de toe komst alle inwoners een goede woonplek kunnen vinden en mee kunnen doen aan de samenleving. Dat vraagt veel van ons woningaanbod en de ver deling van het woningaanbod over de dorpen en wijken. Het vraagt ook veel van onze openbare ruimte en accommodaties. Het aantal ouderen en inwoners met een zorgvraag gaat toenemen en als we beroep willen doen op de zelfredzaamheid van onze inwoners moet de sociale cohesie ver der worden versterkt. De druk op de woningmarkt is hoog. Daardoor is het voor sommige groepen, waaronder starters of mensen met een kleiner budget lastig om een woning te bemachtigen. Omdat de ruimte in onze gemeente schaars is, kunnen we geen grote uit breidingswijken realiseren. We zullen daarom ook slimmer om moeten gaan met de ruimte binnen de bebouwde kom en daar tot vernieuwing van de woningvoorraad moeten komen. We willen een recreatieve gemeente blijven en dit het liefst nog versterken. Maar we willen geen extra druk op ons wegennet en onze natuur. Dat vraagt veel aandacht voor de mobiliteit en bereik baarheid van onze gemeente. Het feit dat we geen treinstation hebben, maar wel veel bezoekers, is een knelpunt. Daardoor zijn wij bij uitstek een ge meente die kan experimenteren met nieuwe vor men van vervoer.
We willen de natuur versterken en de nadelen van verdroging en overbelasting tegengaan. De regio kent een hoge stedelijke druk, in combinatie met een van de meest bijzondere natuurgebied van Nederland. Dat geeft kansen om tot een groot schalige versterking van het landschap te komen. Een landschap waar allerlei functies een rol spe len en een bijdrage leveren. We kiezen voor een sterk recreatief profiel, het versterken en benutten van onze landschappelijke en natuurlijke kwaliteiten en het toekomstbestendig maken van onze woonwijken en dorpen. Vanuit een hoge druk op de ruimte komen we tot vernieu wing! Om dit te bereiken hebben we zes speer punten uitgewerkt. In 2040 zijn we een groene recreatieve woongemeente. De leefomgeving in Loon op Zand zal er in grote lijnen als volgt uitzien: Speerpunt 1: In 2040 hebben we duurzame groene dorpen Onze ambitie is om de groene kwaliteit van ons buitengebied terug te laten komen in onze wijken en in de centra. We streven naar veel groen van een hoge kwaliteit. Bovendien willen we dat in 2040 een groot deel van onze wijken energieneutraal en klimaatadaptief zijn. Ook willen we dat we wijken sociaal in balans zijn. We willen het soms gelijksoortige woningaanbod flexibeler maken, zodat de grotere mix aan doel groepen ook op lange termijn een goede woning kan vinden op een plek waar de sociale netwer ken het grootst zijn.
Daarbij kiezen we in de eerste plaats voor herstructurering binnen de bebouwde kom waar dat kan en daarna voor uitbreiding wan neer dat nodig is.
9
duurzame
centra
groene dorpen recreatief profielverbreden:
harmonie- St
plezierzoekers
iedereen
doet mee all-inclusive landschap
slimme
bereikbaarheid Afbeelding 2. Speerpunten Loon op Zand
Speerpunt 2: Recreatief profiel verbreden: harmonie en plezier Onze ambitie is om het recreatief aanbod te ver sterken en te verbreden. Zo dragen wij bij aan de provinciale en regionale doelstelling om met de regio Midden-Brabant koploper te worden in re creatie voor families. We zien vooral groeikansen vanuit de steden in de regio en meerdaags bezoek aan de regio. We kiezen voor een duidelijk eigen profiel gericht op harmonie- en plezierzoekers. Harmoniezoekers zijn recreanten die willen genie ten van de rust en natuur. Plezierzoekers maken gebruik van attracties en zijn op zoek naar span ning en plezier. We kiezen voor groei als we dit op een duurzame manier en in balans met onze natuurlijke leefomgeving kunnen doen. Speerpunt 3: Iedereen doet op eigen kracht mee We streven ernaar dat iedereen in onze lokale sa menleving mee kan doen en, zoals verwoord in onze visie op het sociaal domein, voor het verster ken van de gemeenschappen. Die is van oudsher bijzonder sterk, de betrokkenheid van inwoners is groot. Dat zagen we al bij het opstellen van de toekomstvisie en ook weer bij de betrokkenheid bij het opstellen van de omgevingsvisie. Maar so ciale cohesie gaat niet vanzelf. De bevolkingssa menstelling verandert en oude verbanden worden minder sterk.
In deze visie gaan we in op allerlei nieuwe vormen van ontmoeten, die de sociale co hesie ook op lange termijn moet borgen. Speerpunt 4: Slim bereikbaar We willen in 2040 beter bereikbaar zijn en min der verkeersdruk ervaren. Door vol in te zetten op slimme oplossingen voor mobiliteit laten we zien dat groei ook kan zonder nieuwe belasting voor de woonomgeving en de natuur.
Speerpunt 5: Toekomstbestendige centra We streven ernaar om onze centra een sterkere rol te geven in de samenleving en de centra te verbinden met de sterke recreatiesector van onze gemeente. De traditionele rol als winkelgebied wordt minder sterk. We zien hierin een kans om de centra op termijn een ander profiel te geven en tegelijk het blijvende aanbod aan winkels sterk te houden. Daar hangt mee samen dat we de centra aantrekkelijker willen maken. Het moet inwoners en recreanten aantrekken en ook een prettige verblijfsplek zijn als in de toekomst het klimaat verder is opgewarmd. Speerpunt 6: All-inclusive landschap Onze ambitie is om de kwaliteit van het landschap en de natuur te versterken en tegelijk ruimte te ge ven aan allerlei nieuwe functies die goed passen in het buitengebied. Door deze kwaliteiten en func ties optimaal te combineren tot een all inclusive landschap maken we knipoog naar een all inclu sieve vakantiereis. We zijn ervan overtuigd dat we met het versterken van het landschap in de ge meente ruimte creëren voor allerlei (nieuwe en be staande) functies. Ook willen we in dat landschap allerlei doelen combineren. Van waterbeheer, het verhogen van de biodiversiteit tot het zichtbaar en beleefbaar maken van cultuurhistorie. Een all in clusive landschap dus.
11
DE DOELEN VAN DE OMGEVINGSWET:
WAAROM MEER MAATWERK EN STUREN OP DOELEN?
De Omgevingswet De omgevingsvisie is een nieuw (beleids)instrument, die is geïntroduceerd in de Omgevingswet, die op 1 januari 2024 in werking zal treden. In de loop van de afgelopen decennia zijn er, met de beste bedoeling en, veel regels bijgekomen die moesten zorgen voor een betere veiligheid, gezondheid en kwaliteit van de leefomgeving, maar deze maken samen de ruimte lijke ordening niet overzichtelijk. Procedures zijn vaak ingewikkeld en traag en de uitkomsten onzeker. Daar wilde men iets aan doen. De Omgevingswet bundelt en vereenvoudigt de regelgeving op het gebied van de fysieke leefomgeving en het omgevingsrecht. Er is sprake van een grote verandering. Tientallen wetten en honderden regelingen voor ruimte, wonen, infra structuur, milieu, natuur en water worden geïntegreerd in één wet. Om overzicht te bieden aan burgers en 12 ondernemers en maatwerk mogelijk te maken, dienen gemeenten integraal te werken. De ambities voor de leefomgeving komen daarom in één document bij el kaar te staan. Dat instrument is de omgevingsvisie. De mens centraal
De samenleving verandert en de veranderingen gaan steeds meer in steeds kleinere stapjes. Daarover voert de overheid niet de regie. Zo gaan we bijvoor beeld anders werken en verplaatsen we ons anders. Het internetwinkelen neemt in omvang toe en de wo ningbouwopgaven veranderen door een combinatie van demografische veranderingen en veranderende leefpatronen. Feitelijk spelen er ontwikkelingen op alle terreinen en deze gaan mede onder door tech nologische ontwikkelingen bijzonder snel. Ook de overheid ontwikkelt mee. Er zijn door decentralisa ties nieuwe opgaven op de gemeente afgekomen en mede daardoor zullen we met relatief minder geld meer moeten realiseren. Bovendien zijn mensen mondiger geworden en is er meer behoefte aan in vloed en verantwoordelijkheidsdeling. Veel redenen dus om meer ruimte te maken voor initiatieven uit de samenleving. Die initiatieven zijn er ook al volop, ook waar ons beleid niet direct een antwoord op heeft of kan hebben. Beleid of acties vanuit de overheid vol gen vaak op ontwikkelingen. Omdat nieuwe ideeën niet altijd voorspelbaar zijn, is er behoefte aan beleid dat flexibiliteit geeft.
De Omgevingswet gaat echter verder. Uitgangspunt van de wet is dat er ruimte komt voor ontwikkelingen, maar met borging van kwaliteit. Daarbij komen inwo ners, ondernemers en maatschappelijke organisaties meer centraal te staan, gaat de overheid meer sturen op doelen en minder op regels en komt er meer ruim te voor maatwerk. Dat vraagt ook aanpassing van de verschillende gemeentelijke instrumenten en proces sen. De omgevingsvisie moet een overzicht bieden binnen de doelen van de gemeente.
Blok 1. De doelen van de Omgevingswet.
Blok 2. De achtergronden achter meer maatwerk en het sturen op doelen.
3 Toelichting op de Omgevingsvisie 3.1 Waarom een omgevingsvisie? Een omgevingsvisie is een integrale strategische visie voor de lange termijn voor de fysieke leefom geving. Met deze visie zegt de gemeente welke doelen ze voor de lange termijn heeft. Waar willen we woningen bouwen, wanneer willen we energieneutraal zijn en hoe willen we dat het landschap er over 15 jaar uitziet? Een omgevingsvisie is geen concreet plan, het bevat vooral de doelen en ambities die de gemeente heeft en hoogstens de hoofdlijn van het beleid. Maar de visie helpt de ge meente wel om alle plannen en het beleid waarin we die doelen uitwerken, samenhangend te ma ken. De omgevingsvisie is één van de instrumen ten uit de Omgevingswet. Meer informatie over de Omgevingswet is opgenomen in “Blok 1. De doe len van de Omgevingswet.” op pagina 12. Hoe werken we de doelen en ambities verder uit? De gemeente werkt de omgevingsvisie uit in (omgevings)programma’s, beleidsdocumenten of in het omgevingsplan. In een omgevingsprogramma staat hoe we bepaalde doelen willen realiseren. In het omgevingsplan worden de doelen vertaald naar regels.
Kan een omgevingsvisie meteen worden uitgevoerd? Een omgevingsvisie kan niet meteen worden uit gevoerd. Daarvoor moet de gemeente of iemand anders met een project, de plannen eerst concreter maken. In een omgevingsvisie staan dan ook geen concrete plannen of locaties opgenomen, alleen uitbreidingsrichtingen of ontwikkelmogelijkheden. Moeten inwoners of ondernemers meewerken aan de doelen in de visie? Een omgevingsvisie houdt geen enkele verplich ting in voor inwoners of ondernemers. Inwoners en ondernemers hoeven dus niet in actie te komen om de doelen van de gemeente te bereiken, als ze dat niet willen. Bestaande rechten in het be stemmingsplan worden door een omgevingsvisie dan ook niet gewijzigd. Een omgevingsvisie is wel bindend voor de gemeente zelf. Als de gemeente een project wil realiseren of een plan van inwoners wil toetsen, moet ze rekening houden met de doe len die ze in de omgevingsvisie heeft opgenomen. Als een gemeente wil afwijken van de doelen in de visie zal ze eerst toestemming moeten krijgen van de gemeenteraad.
13
14
Waarvoor gebruikt de gemeente een omgevingsvisie? De gemeente gebruikt de omgevingsvisie om daar na concreet beleid te maken, projecten op te star ten of om plannen van inwoners en ondernemers te toetsen. Door onze doelen goed op te schrijven, zijn we in staat om meer maatwerk toe te passen en hoeven we minder precieze regels te maken. Op die manier kunnen we op termijn makkelijk met initiatiefnemers meedenken met hun plannen. De reden dat we dat willen hebben we beschreven in “Blok 2. De achtergronden achter meer maat werk en het sturen op doelen.” op pagina 12. Om projecten te realiseren die goed passen bij de doelen uit de omgevinsvisie, moet de gemeente (of inwoners die een aanvraag indienen) eerst nog een apart plan maken, bijvoorbeeld voor woning bouwlocatie of een nieuw bedrijf in het buitenge bied. Voor aanvragen die passen in de visie, maar nog niet in het omgevingsplan zijn goedgekeurd, moet eerst het omgevingsplan worden gewijzigd. Het is niet zo dat een plan op basis van een omgevingsvisie direct zal worden goedgekeurd. In het omgevingsplan zit nog een set aan voorwaarden waaraan initiatieven getoetst moeten worden, zo als milieuaspecten, natuur, welstand en dergelijke.
taken, speerpunten van ons beleid of zaken die spelen vanuit algemeen belang, zoals de aanpak van klimaatverandering.
3.3 Het doorlopen proces In april 2022 zijn we in Loon op Zand gestart met het opstellen van de omgevingsvisie. Wij hebben een uitgebreid participatietraject doorlopen om de wensen en ideeën van inwoners, ondernemers en maatschappelijke organisaties mee te kunnen ne men in de visie. Het proces om tot deze visie te komen bestond uit drie hoofdstappen: Het ophalen van vraagstukken Welke trends en ontwikkelingen komen op ons af en welke vraagstukken hebben inwoners, onder nemers en maatschappelijke organisaties voor de toekomst? Hiertoe hebben we tussen mei en augustus een interviewronde georganiseerd met beleidsmedewerkers en maatschappelijke organi saties en verenigingen. In juni en juli hielden we een online enquête voor inoners, die bijna 500
Opgaven
3.2 Aanpak voor de omgevingsvisie Om (als gemeente) initiatieven in de samenleving te vergemakkelijken wilden we onze doelen en be leid eerst afstemmen op de behoefte en de vraag stukken die er leven. Maatschappelijke vraagstuk ken vormen daarom een belangrijke input. Tegelijk zijn de kwaliteiten in onze leefomgeving natuurlijk ook nog steeds heel belangrijk. Daarnaast vorm den de ambities en rol van de overheid een be langrijke rol. Denk hierbij ook aan de wettelijke
Visie op hoofd lijnen
Visie op thema's
Visie op gebieden
Afbeelding 3. De opbouw van de omgevingsvisie.
maal is ingevuld. De uitkomst van deze fase was de uitgangspuntennotitie, die in oktober 2022 door de gemeenteraad is vastgesteld. De ideeënfase Vanaf oktober zijn we gestart met de ideeënfase, een creatieve fase waarin we antwoorden probeer den te vinden op de vraagstukken uit de eerste fase. Na ambtelijke bijeenkomsten organiseerden we in november en december de Omgevings-10daagse. Via een uitgebreide campagne zijn inwo ners en organisaties benaderd om deel te nemen aan 1 of meerdere bijeenkomsten. Om zoveel mo gelijk doelgroepen te bereiken hebben we meer dere middelen ingezet: ^ Themagerichte workshops: Wonen en onze dorpscentra, Het buitengebied, Groene, duurzame en sociale wijken, Recreatie en economie ^ Bewonersavonden in de kernen: Kaatsheuvel, Loon op Zand en De Moer ^ Gesprekken met inwoners op de markt in Loon op Zand en Kaatsheuvel, bij het busstation voor de Efteling, bij de supermarkt en bij de Klussen en Diensten Centrale ^ Naar ouderen én jongeren toe in Buurthuis Pannehoef, de Rode Loper, Crossroads en de Kuip ^ In gesprek met ondernemers tijdens de Dag van de Ondernemer en een bijeenkomst over het actieplan recreatie en toerisme ^ Presentatie en in gesprek met de Kinderraad De uitkomst van deze fase is een set aan ideeën en argumenten voor en tegen deze ideeën.
Daaruit hebben we een overzicht gemaakt van ‘gedragen ideeën’, ideeën met veel instemming draagvlak en ‘dilemma’s’, onderdelen waar een verschil van
mening over is. Deze hebben we voorgelegd aan het college en de raad van de gemeente. De visiefase Vanaf maart 2023 zijn we gestart met de visiefase. Op basis van de gedragen keuzes en dilemma’s hebben we een eerste visie op hoofdlijnen opge steld. Na de behandeling hiervan in college en raad (mei 2023) hebben we verdiepende sessies georansieerd over wonen, groene plekken, bebouwingslinten en de zonering van het buitengebied. Hiermee hebben we de visie op hoofdlijnen verder uitgewerkt in een ontwerp omgevingsvisie.
3.4 Leeswijzer In hoofdstuk 1 staan de speerpunten van de visie op hoofdlijnen benoemd. Hoofdstuk 3 gaat over de uitgangspunten voor deze visie, de vraagstukken uit de samenleving (inwoners, ondernemers en maatschappelijke organisaties), de kwaliteiten van onze fysieke leefomgeving en de trends en ontwik kelingen die op ons afkomen. In hoofdstuk 4 staat onze visie uitgewerkt aan de hand van de ver schillende speerpunten en oplossingsrichtingen. In hoofdstuk 5 gaan we in op de gebiedsgerichte uitwerking van enkele gebieden: de centra, het buitengebied met bebouwingslinten en mogelijke uitbereidingsrichtingen.
15
16
Afbeelding 4. Visual trends en ontwikkelingen Meer lange periodes met droogte Zonne-energie
Afname biodiversiteit Meer biodiversiteit
Meer losse verenigingsverbanden
Nul op de meter
Meer vrije tijd
Afval scheiden Laadpalen
m a o I' A
4 Onze opgaven 4.1 Trends en ontwikkelingen Er is een groot aantal trends en ontwikkelingen dat zorgt voor verandering in de fysieke leefomgeving. Trends en ontwikkelingen zijn één van de drijven de krachten achter verandering en zijn daarom zeer relevant. De bevolking(samenstelling) verandert In hoofdlijnen kennen we een vergrijzing van de bevolking. Ook verandert de bevolking door nieu we inwoners van buitenaf. Wij zijn als gemeente sterk verbonden met de regionale woningmarkt in Tilburg en Waalwijk en de woningdruk neemt daardoor ook in Loon op Zand toe. Daarnaast zijn
er steeds meer eenpersoonshuishoudens (zo wel jongeren als ouderen). Dit vraagt om andere woningtypes. De gezonde leefomgeving wordt belangrijker Gezondheid staat al stevig op de agenda maar wordt nog wezenlijker door de vergrijzende bevol king. Zo lang mogelijk gezond blijven door onder andere meer bewegen en een schoon milieu wor den steeds belangrijker. Het meten aan de kwa liteit van de eigen omgeving (lucht, geluid) wordt steeds normaler en mensen organiseren zich va ker om een gezonde omgeving te eisen.
17
Uitstoot C02 Stikstof, Fijnstof
Heftige regenbuien
Hittestress
Geluidsoverlast
Toename behoefte jan
UtiiWt woningen
Zorgvraag verandert Online winkelen
Meer deelauto’s Toename langer eelfstandig
■I BI
II II
De wensen van bewoners en bezoekers veranderen Het sociale leven verandert. De leefwereld van mensen wordt steeds groter, we worden individualistischer. Tegelijk is er meer aandacht voor goede doelen en zingeving, maar we leven in meer wis selende en lossere verbanden. Zo binden we ons minder snel aan vaste activiteiten en verenigin gen. Daarmee wordt het lastiger om verenigingen draaiende te houden door een afname van vrijwilli gers en bestuursleden. Het aantal jeugdleden is bij sommige verenigingen afgenomen waardoor sa menwerking met andere verenigingen nodig is. De gemeente heeft veel maatschappelijk vastgoed, dat niet altijd goed benut wordt. Er ligt daarom een opgave om te komen tot goed gebruikte accom modaties waar meerdere groepen samenkomen.
18
In onze vrije tijd trekken we er meer op uit en dan gaat het vaker om beleving, luxe, afwisseling etc. Tegelijk is er steeds meer aandacht voor de kwali teit van de leefomgeving, het groen en de wandel mogelijkheden. Dit is door de coronacrisis verder versterkt. De omgeving waarin we leven verandert Het klimaat verandert, wat leidt tot extremere weer omstandigheden, zoals hevigere onweers- en re genbuien, maar ook langere periode van droogte. Dit leidt regelmatig tot wateroverlast waarbij water slecht wordt opgenomen doordat de bodem en rioleringen overbelast zijn. De hogere tempera turen zorgen onder andere voor problemen met hittestress in stedelijke gebieden. De verandering van klimaat leidt ook tot nieuwe ziektes en plagen. Een andere trend is de teruggang in biodiversiteit.
De economie verandert Door de coronacrisis is de trend van het online winkelen versneld. Dit zorgt voor veranderingen in winkelgebieden. Daarnaast worden kennis en informatie steeds een belangrijkere motor in de economie. Dit leidt tot specialisatie en netwerken op verschillende schaalniveaus, zowel lokaal, re gionaal als internationaal. Veel bedrijven worden grootschaliger en automatiseren hun werkproces sen. Dat leidt ertoe dat de lokale vraag en aanbod van arbeid steeds vaker niet op elkaar aansluiten en de in- en uitgaande pendel groter wordt. Voor bedrijventerreinen zien we een ontwikkeling: ^ Van monofunctionele gebieden naar multifunc tionele gebieden ^ Van grote panden met veel extra ruimte naar kleinschaligere werkruimten, intensiever ge bruik op inspirerende en levendige locaties ^ Van individuele bedrijfspanden en optimalisatie binnen de perceelgrens naar vergaande sa menwerking en organisatie tussen bedrijven. Verandering in de vrijetijdsmarkt De vrijetijdsmarkt is hoog competitief geworden door de toegenomen communicatieve en fysieke mobiliteit en door het gegroeide aanbod (outlet centers, meubelboulevards, evenementen, koop zondagen, stedentrips, goedkope vliegvakanties). Die markt kent kritische consumenten die snel van voorkeur veranderen.
De echte groei op die markt zit in een clustering van voorzieningen, bij voorbeeld rond thema’s als natuur, entertainment, klassieke stedelijke allure of juist stedelijke ver nieuwing, gezondheid, rust en ruimte. Het besef wordt steeds groter dat voldoende en goede vrijetijdsvoorzieningen bijdragen bij aan een prettig leefklimaat, gezonde en gelukkige bewoners en een sterkere economie. Ook wordt het vrijetijdsdomein meer en meer erkend als middel om bij te
dragen aan het oplossen van grotere maatschap pelijke vraagstukken die invloed hebben op en bij dragen aan onze welvaart en ons welzijn. Het aantal korte vakanties neemt toe. De afgelo pen tien jaar is het aandeel korte vakanties met 750Zo toegenomen. Van alle vakanties in Europa is 5207o een korte vakantie. De dagbesteding van een korte vakantie ligt hoger bij andere type vakanties. Technologie verandert onze leefomgeving Door de doorwerking van technologie verande ren onze leefpatronen. We werken veel flexibeler in tijd en plaats, ons koopgedrag verandert sterk, ons vrijetijdsgedrag is intensiever en gevarieerder (gericht op beleving en variatie, buitenshuis eten etc.), en ons sociale gedrag is gevarieerder (virtu ele sociale netwerken zijn ook in de fysieke wereld zichtbaar). We bewegen ons anders Er is sprake van een toenemende mobiliteit. Dat geeft steeds meer druk op wegen en openbaar vervoer. Tegelijk is sprake van een revolutie in de technologie, die ervoor kan zorgen dat we ons steeds veiliger en comfortabeler kunnen verplaat sen. De komst van de elektrische fiets geeft vol op kansen om het fietsgebruik (ook over grotere afstanden) verder te bevorderen. En de digitale technologie kan ervoor zorgen dat we ook vanuit huis steeds meer kunnen doen. De virtuele netwerksamenleving heeft in 2020/2021 een enorme sprong gemaakt mede door de coronacrisis.
We zijn in een jaar tijd gewend geraakt aan vele vor men van virtuele bijeenkomsten, en voor een deel zal dat ook zo blijven. Dit heeft ongetwijfeld fysieke gevolgen. De aard van de gevolgen is nog niet dui delijk. Het meest voor de hand liggend is dat mobi liteitspatronen en onze ontmoetingen gevarieerder
worden. Het landelijke gebied verandert Het landelijk gebied verandert steeds meer in een multifunctioneel leef- en werkgebied. Het aantal landbouwbedrijven neemt al decennia met ongeveer 30Zo per jaar af en op vrijkomende locaties ontstaan nieuwe functies of wordt ge woond. Ondernemers, burgers en maatschappe lijke organisaties komen dichter op elkaar te zit ten. Daarnaast spelen allerlei veranderingen die steeds meer invloed krijgen op het aanzien van het landelijk gebied. Denk aan de energietransitie, waar de opwek van duurzame energie door wind molens en zonnevelden invloed heeft op het aan zien van het landelijk gebied. De landbouw verandert De landbouw ontwikkelt zich al enkele decennia in twee richtingen. Enerzijds is er een trend naar schaalvergroting en specialisatie. Anderzijds is er een trend naar verbreding en diversificatie. Afgelopen jaren is er een toenemende aandacht voor vormen van kringlooplandbouw en natuurinclusieve landbouw.
4.2 Maatschappelijke opgaven Voor het opstellen van deze visie op hoofdlijnen hebben we een uitgebreid participatietraject door lopen (zie ook “2 Toelichting op de Omgevingsvisie” op pagina 13). Uit deze gesprekken en bijeen komsten zijn vraagstukken naar voren gekomen, die inwoners, ondernemers en maatschappelijke organisaties belangrijk vinden.
19
m -v? »y*K!l
4.3 Regionaal of bovenlokaal beleid bij de omgevingsvisie De gemeente staat natuurlijk niet op zichzelf. In de eerste plaats is de gemeente gebonden aan instructieregels van Rijk en Provincie. In de tweede plaats maakt de gemeente allerlei regionale af spraken in het Regionale woningbouwprogramma, het RPB (Regionale programmering bedrijventer reinen), de RES (Regionale Energiestrategie) et cetera. Ook vinden er steeds vaker gebiedsprocessen plaats onder regie van het Rijk en de pro vincie, zoals het geval is bij de GGA-gebieden (zie volgende pagina). Ook neemt de gemeente deel aan het opstellen van het Brabants Programma Landelijk gebied (BPLG), als onderdeel van het Nationaal Programma (NPLG). Hiervan is in maart 2024 het ontwerp verschenen. In het BPLG staan doelen benoemd voor de kwaliteiten en opgaven in het landelijk gebied. Voor een kleine gemeente als Loon op Zand is samenwerken in bovenlokaal verband belangrijk, omdat we de kennis van an dere overheden goed kunnen gebruiken. Tegelijk zijn we in deze trajecten wel mede afhankelijk van wat andere overheden willen. Hoewel de speel ruimte voor een gemeente in deze trajecten altijd kleiner is dan in eigen beleidstrajecten, heeft de gemeenteraad hierin uiteindelijk wel de laatste stem. Stukken die door de gemeenteraad zijn vastgesteld worden in principe meegenomen in de omgevingsvisie.
De omgevingsvisie vormt een strategisch kader op basis waarvan de gemeente haar inbreng levert in (boven)regionale trajecten.
vjURPq
-''•-ÄŕL
-(.erv
"**r-
-
i
Op basis van provinciaal beleid maken we afspra ken over de volgende onderwerpen: ^ Het woningbouwprogramma. Deze afspraken zijn gebaseerd op de provinciale prognoses en regionale woningbehoefteonderzoeken. Sinds op Zand
maart 2023 is daar de regionale woondeal bijgekomen. Op basis daarvan moeten we als gemeente meer woningen programmeren (1300Zo). Voor nieuwe woningbouwplannen geldt een verdeling van de woningbouw: 300Zo sociale huur, 400Zo betaalbaar en 300Zo vrije sector. ^ Bedrijventerreinen.. Voor het realiseren van nieuwe bedrijventerreinen moet er sprake zijn van een concrete vraag. ^ Rood met groen. Er is een regionaal afsprakenkader voor kwaliteitsverbe teringen in het landschap bij nieuwe woningbouwontwikkelingen. ^ Kantoren en verblijfsaccommodaties. Ook voor de ontwikkeling van nieuwe kantoren en verblijfsaccommodatie zijn regionale afspraken gemaakt. We hebben de afspraken en kaders vanuit bo venlokale trajecten niet letterlijk verwoord in deze omgevingsvisie. Ze zijn deels ook nog in ontwik keling. Wel hebben we telkens de doelen uit onze visie naast doelen in deze bovenlokale trajecten gelegd en gezorgd voor inhoudelijke afstemming. Stedelijke Regio Breda Tilburg Afgelopen jaren vindt er visievorming plaats op de schaal van de SRBT (Stedelijke Regio Breda Tilburg). Deze samenwerking is ontstaan vanuit de twee steden, was eerst vooral economisch van aard, maar is daarna benut om een stevige positie te verkrijgen in de landelijke verstedelijkingsopgave en mobiliteitstransitie. Er ligt inmiddels een SRBT-ontwikkelstrategie.
Doel is dat deze strate gie de komende tijd wordt verrijkt, ook voor een aantal onderwerpen die in het landelijk gebied spelen zoals het ontwikkelen van een dorpenstra tegie, met name gericht op leefbaarheid.
Gebiedsgerichte Aanpak (GGA) Vanuit provinciaal beleid komt het werken aan de GGA-gebieden op ons af. De Gebiedsgerichte Aanpak (GGA) heeft als doel de natuurwaarden van Natura 2000-gebieden te herstellen en nega tieve effecten op de natuur te verminderen. Er zijn twee GGA’s waar we in ons beleid rekening mee moeten houden, te weten de Loonse en Drunense Duinen en de Langstraat.
4.4 Kwaliteiten van onze gemeente De gemeente Loon op Zand kent vele kwaliteiten. Met name het buitengebied kent bijzonder natuur gebieden en cultuurhistorie. Meerdere natuur gebieden zijn beschermd en kennen bijzondere natuurwaarden. Hieronder gaan we kort in op de ontstaansgeschiedenis van de gemeente, de alge mene kenmerken per gebiedstype, gevolgd door bijzondere plekken in het buitengebied. Daarna gaan we nader in op de opbouw, de kenmerken en kwaliteiten van de dorpskernen. 4.4.1 Het landschap De gemeente Loon op Zand ligt in het uitgestrekte dekzandlandschap in het midden van de provin cie Brabant. Loon op Zand kent een gevarieerd zandlandschap. Op de hoogtekaart is goed te zien dat het landschap in hoogte afloopt van het zuid oosten naar het noordwesten. Hierdoor is er een sterk gradiënt (hoogteverschil). De ontstaansge schiedenis van de dorpen is zeer gevarieerd. Loon op Zand ligt midden in het zandlandschap, terwijl Kaatsheuvel is ontstaan in het landschap van de turfwinning. Ook De Moer is een ontginningsdorp. Het landschap rond Loon op Zand is gevormd na de laatste ijstijd toen de wind vrij spel had en een dikke laag zand op het toen nog kale landschap
21
duinlandschap &
Jonge ontginningen halfopen cultuurlandschap
bosrijke natuurgebieden
Afbeelding 6. Landschappen gemeente Loon op Zand
bosrijke natuurgebieden
afzette. Het resultaat was een golvend zandland schap. In dat zandlandschap sneden zich beken in om het regenwater af te voeren. Loon op Zand ligt in dit zandlandschap Loon op Zand was een belangrijke plek. Het lag langs een oude handelsroute en de ligging van het kasteel, dat in 1383 werd gebouwd, gaf een verdere impuls aan de ontwikkeling van het dorp. Rond Loon op Zand vinden we oude bouwlanden, gronden die eeuwenlang zijn bemest en daardoor een goede bodemvruchtbaarheid kennen. Loon op Zand ligt aan de rand van het Nationaal Park Loonse en Drunense Duinen. Het ontstaan van de nu waardevolle zandverstuivingen is waarschijn lijk een combinatie geweest van overbegrazing of het plaggen van de heide. Ook de verlaging van de grondwaterstand als gevolg van de turfwinning en het kapotrijden van wegen heeft daarna waar schijnlijk bijgedragen aan de verstuivingen. Het middeleeuwse dorpje Westloon is bedolven onder het zand. De Loonse en Drunense Duinen zijn het grootste restant zandverstuivingen van Nederland en vormen een uniek natuur- en recreatiegebied. Het verstoven zand heeft geen goede bodem kun nen vormen en bestaat daarom nog altijd uit bos, heide en stuifzanden. De stuifzandgebieden zijn nog van een hoge aardkundige waarden, omdat er nog steeds actieve stuifzandprocessen aanwezig zijn. Veel delen van de bossen bestaan uit naald bomen.
Richting de voormalige nattere heidegron den komen meer loofbomen voor. Een groot deel van de westelijke zijde van de ge meente bestond uit slecht ontwaterde gebieden, waar uitgestrekte veengebieden zijn ontstaan. Vanaf de 15e eeuw is hier de turfwinning op gang
gekomen. Na de turfwinning is het gebied stap voor stap in gebruik genomen door de landbouw. In het voormalige turfwinningslandschap zijn rou tes aangelegd waarlangs de latere bebouwingslinten zijn gegroeid. Door de ingebruikname van dit landschap is het cultuurlandschap ontstaan dat we nu kennen. Het verkavelingspatroon is te herken nen aan de smalle strookverkaveling met sloten en heggen die overwegend voor grasland gebruikt worden. Uit een aantal van deze oude bebouwingslinten in Kaatsheuvel ontstaan. Aan de zuidwestkant van de gemeente is even eens sprake geweest van turfwinning. Hier is al in de 14e eeuw langs een kruispunt van wegen De Moer ontstaan. Dit bleef echter lange tijd een kleine verzameling boerderijen. Het veengebied is hier ook niet direct voor de landbouw ontgonnen. Lange tijd bestond dit gebied uit natte heidegron den. Vanaf de 20e eeuw is een deel van het ge bied meer grootschalig en planmatig ontgonnen. Dit leidde tot een veel rechtlijniger landschap. Het gebied is vrij open, alleen langs de wegen zijn bo menrijen te vinden. Tegen het natuurgebied Huis ter Heide is het landschap wat kleinschaliger met meer bosschages. De weides en bouwlanden wor den veelal begrensd door smalle sloten. Dit wor den de jonge ontginningen genoemd.
Veel van de ontginningen buiten de oude bouw landen en de turfgebieden ten behoeve van de landbouw pas veel later op gang gekomen. Eerst bestonden deze ontginningen nog uit kleine indi viduele ontginningen, waaromheen ook bosjes, houtwallen en stukken heide bleven bestaan. De wegen volgen hier de contouren van het land schap en zijn daarom kronkelig. Dit zijn de half open ontginningen.
23
-
-
'M
Grenzen I
I gemeentegrenzen
Natuur NB - Natte natuurpareis ■I Natura2000
má
Afbeelding 7. Natuurnetwerk Ķ natura 2000 gebieden
Natuumetwerk Brabant NNB Provinciaal deel
De Loonse en Drunense Duinen zijn het grootste restant zandverstuivingen van Nederland en vor men een uniek natuur- en recreatiegebied. Het verstoven zand heeft geen goede bodem kunnen vormen en bestaat daarom nog altijd uit bos, heide en stuifzanden. De stuifzandgebieden zijn nog van een hoge aardkundige waarden, omdat er nog steeds actieve stuifzandprocessen aanwezig zijn. Veel delen van de bossen bestaan uit naaldbo men. Richting de voormalige nattere heidegronden komen meer loofbomen voor. Om te voorkomen dat het gehele gebied onder het stuifzand kwam te liggen, werd er in de middeleeuwen aan de noord westelijke zijde van het gebied, in de omgeving van Roestelberg, een wal aangelegd die werd be plant met hakhout. Door de aanwas van stuifzand groeiden de wallen nog hoger. Deze stuifzandwal is nog steeds herkenbaar in het landschap. Een deel van het landschap van Loon op Zand bestaat uit beschermd natuurgebied. De Loonse en drunense Duinen vormen een Natura 2000 gebied. Natura 2000 gebieden zijn een Europees netwerk van natuurgebieden. Ze zijn aangewe zen onder de habitat- en vogelrichtlijn en kennen habitats die bescherming nodig hebben om een leefgebied voor beschermde soorten te kunnen vormen. Deze gebieden worden vanuit Europese regelgeving beschermd. Een ander deel van de natuurgebieden in de gemeente valt onder de zgn. NNN, het Nationaal Natuurnetwerk.
Deze zijn beschermd op basis van Nederlandse wet- en regelgeving. De gemeente Loon op Zand neemt deze bescherming over in de omgevingsvisie. In de zonering vallen deze gebieden onder de ‘natuurkernen’ en de ‘natuurgebieden met extensief recreatief medegebruik’.
4.4.2 Watersysteem De gemeente Loon op Zand maakt deel uit van twee watersystemen, het watersysteem van de Donge en de Dommel. Het buitengebied ten oos ten van Loon op Zand watert richting het oosten af waarna het uiteindelijk in de Zandleij terecht komt. Het gebied ten noorden van de Loonse duinen watert af richting Waalwijk. Het gebied ten wes ten van de Loonse duinen watert af richting het westen. Op de hogere zandgronden zijn maar wei nig waterlichamen te vinden in de vorm van slo ten en greppels te vinden. Daarnaast staat in veel greppels niet permanent water, omdat veel water makkelijk kan infiltreren. In de jonge en oude ontginningsgebieden zijn veel meer smalle sloten te vinden. Deze sloten zorgen ervoor dat het grond water op het gewenste peil blijft voor de agrarische activiteiten in het gebied. Op de zandgronden zijn enkele schijnwaterspiegels te vinden. Dit zijn de vennen die zich hebben ontwikkeld doordat er lo kaal in de bodem een ondoordringbare laag ligt. Dit kunnen oerbanken of een laag leem zijn die er ooit is afgezet. Vanuit Loon op Zand liep er oorspronkelijk 1 beek loop door het zandgebied van Loon op Zand, de Blauwloop. De Blauwloop is echter bij de aanleg van de Molenwijk in Loon op Zand uit gebruik genomen. Intussen loopt er een initiatief om de Blauwloop in ere te herstellen.
Kwel en inzijging In het grootste gedeelte van de gemeente vindt inzijging van water plaats, omdat de zandgron den ervoor zorgen dat regenwater makkelijk kan infiltreren. Op meerdere plekken komt daarnaast kwel voor. De meeste kwel komt voor in het noord westen van de gemeente, maar daarnaast zien we
25
13^ --------Categorie A waterloop --------Categorie B walarloop Categorie C waierioop Q__ ĵ Gomocnlegreo/wn
ĵ Wateachapsgiena
kwel ten zuiden van Kaatsheuvel, de Bergstraat en bij het Leikeven. Waterbuffering In de gemeente hebben we nu geen regionale waterbergingsgebieden. Wel zijn er meerdere gebie den aangewezen als te ‘reserveren waterberging’. De grootste gebieden zijn te vinden tussen de Loonse Duinen en Huis ter Heide, ten zuiden van Huis ter Heide bij Leikeven.
Afbeelding 8. Watersysteemkaart gemeente Loon op Zand
26
Afbeelding 9. Kwel en infiltratie (bron: Provincie Noord-Brabant)
4.4.3 Groenstructuren De groenstructuren in het buitengebied bevin den zich zowel op de hoge als lage delen van de gemeente, waardoor er droge en natte natuur te vinden is. De droge natuur is op de hogere zand gronden te vinden, zoals de Loonse duinen en Huis ter Heide. Hier zijn zandverstuivingen, droge heidevelden, (naald)bossen en kruidenrijke gras landen te vinden. Met name de zandverstuivin gen zijn landschappen die nog zelden in Europa voorkomen en waar de wind vrij spel heeft. Deze gebieden hebben de potentie om van hoge natuur waarden te zijn, als er variatie is in de ruimtelijke gradiënt in vochthuishouding en successiestadia. In de natte natuur zijn vochtige heidevelden en vennen te vinden. Dit type natuur is in de gemeen te te vinden op plekken waar het grondwater dicht bij het maaiveld staat en kwel aanwezig is. In de rest van het buitengebied zijn voornamelijk bomenrijen langs wegen te vinden. Daarnaast zijn er op verschillende plekken kleine bospercelen. Op enkele plekken in het buitengebied zijn hout wallen tussen de agrarische percelen te vinden, waardoor die plekken een kleinschaliger karakter krijgen.
Kwel - en infiltratíekaan
| sterke kwel D mees»a kwel. soms sterk ĵ meesta' kwel ĵ soms kwel
ĵ infiltratie
4.4.4 Bijzondere kwaliteiten in het buitengebied Loonse en Drunense Duinen De Loonse en Drunense Duinen vormen een uniek natuurgebied. Het is met 270 hectare aan stuifzand een van de grootste stuifzandgebieden van Europa. Het verstoven zand heeft geen goede bodem kunnen vormen en bestaat daarom nog altijd uit bos, heide en stuifzanden. De stuifzand gebieden zijn nog van een hoge aardkundige- en ecologische waarden, omdat er nog steeds actie ve stuifzandprocessen aanwezig zijn. Veel delen van de bossen bestaan uit naaldbomen. Richting de voormalige nattere heidegronden komen meer loofbomen voor. Door de schrale voedselarme omstandigheden van het stuifzand komen er veel bijzondere zeldzame soorten planten, insecten en reptielen voor. Huis ter Heide Het andere grote natuurgebied in de gemeente is Landgoed Huis ter Heide. Dit gebied is ontstaan doordat in de 15de eeuw het gebied is afgegra ven voor de turfwinning. Op het afgegraven ge bied ontstond vervolgens een heidegebied wat de naam kreeg “de Groote Bodem”. In de 19de eeuw is er de langgevelboerderij “Het Bodemhuis” ge bouwd en is er begonnen de gronden geschikt te maken voor landbouw. Door de groeiende vraag naar naaldhout is het landbouwgebied uiteindelijk omgevormd naar een productiebos met naald hout. Het Bodemhuis is na de laatste bewoners langzaam vervallen en uiteindelijk gesloopt.
Het landgoed is nu vooral een aantrekkelijk natuur gebied waar recreanten op af komen, doordat het een rustig en veelzijdig gebied is. Er zijn droge bosgebieden en natte gebieden met heide en ven nen, zoals het Leikeven. Dit zorgt voor een grote diversiteit aan vogels.
Landschapspark Pauwels Landschapspark Pauwels is een gebied met een omvang van ongeveer 6.500 hectare, dat ligt in geklemd tussen de noordelijke stadsrand van Tilburg en Nationaal Park De Loonse en Drunense Duinen. Aan de westkant wordt het gebied globaal begrensd door De Moer en in het noordwesten Kaatsheuvel. Aan de oostkant wordt het gebied globaal begrensd door de N65, de Leemkuilen en Biezenmortel. Het park is vernoemd naar Paulus I van Haastrecht die heer was van heerlijkheid Loon op Zand. Landschapspark Pauwels bevat verschillende historisch-geografische landschappen, met speci fieke eigenschappen, kenmerkend voor de over gang tussen het Brabantse zandgebied en de (voormalige) veenlandschappen. Hierbinnen zijn halfopen agrarische landschappen, natte natuur gebieden die gevoed worden door kwelwater af komstig van de Loonse en Drunense Duinen en meerdere bospercelen en heidevelden op drogere zandgronden. Het landschapspark is al aantrek kelijk om te recreëren, maar heeft de potentie om een aaneengesloten recreatiegebied te worden, waar ook ruimte is voor andere functies, zoals wa ter, duurzame landbouw en biodiversiteit. Zie ook: “Afbeelding 27. Masterplan Pauwels (bron: Strootman Landschapsarchitecten)” op pa gina 70 De Langstraat Het noordwesten van gemeente Loon op Zand maakt onderdeel uit van het gebied dat de Langstraat genoemd wordt.
De Langstraat wordt gekenmerkt door een landschap dat ook wel het slagenlandschap wordt genoemd. Het gebied ligt op de overgang van zand, veen en klei. Vroeger bestond bijna het gehele gebied uit veen, maar
27
ų ' röcBri-ŗr-įį,
r 1
mm
íeèrSnJtċíļŵlÄrţ ií 7;■:į V
:- i'
. ; H«u5disii
J&ļţmmtíUkft
:SS V Ŵ
ŭ;.iranļ5-
l-o-; , spftCřJNOp^t
n' ^ įí 4 (Ĵern, ' Qäaterhour
I
um®ŵ’ KaatsHeųýò,'
Cľ'şrret
...
ä) r.1. 't
.ŵ: -
ļi»ŚSW®”]
;:-*'5Įġv" Luĵ^wÿ-'.-'f D.' Cjn-
KM" Uongan
v •■•..••.t-nS
7'į
liawiwl
Sįi-®’1
'-'♦VrfS
“ōftftpŴtí, į'orţğen V'-—.ì;!
r\;:-' *‘ ' āį--''V;
, ii’iwMiöerg
v-:
* y-'r' Í91İÎ-.."
- ľ'u-"-. ' IV
K*
1 1 \Z :
ŖiHţV-./ũst
j
ĩ.
1-
A/b eelding 10. Aanwezige groengebieden en groenstructuren (bron: RIVM, 2020) 28 dit is afgegraven ten behoeve van de turfwinning. De veenontginningen van de Langstraat worden gekenmerkt door lange smalle percelen met el zensingels, dijken en kades. Dit heeft geleid tot de ontwikkeling van lange, kaarsrechte dorpen en bebouwingslinten. De relatie tussen de dorpen, het afwisselend open en besloten landschap en het water is nog goed beleefbaar in de Langstraat. Zo zijn er door het gebied heen verschillende his torische houtwallen en perceelrandsbegroeiing te vinden. De Meierij In gemeente Loon op Zand ligt een deel van het natuurgebied de Meierij. Dit natuurgebied bestaat uit verschillende dekzandruggen, beekdalen en dekzandvlaktes. De Meierij wordt gekenmerkt door een kleinschalig mozaïek van oude en jonge
ontginningslandschappen en (voormalige) woeste gronden. Van oudsher waren de randen van beekdalen en de dekzandruggen de meest geschikte plekken voor bewoning. De natte beekdalen en uitgestrekte broekgebieden werden gebruik als weides en hooiland. Op de hogere delen (de vroe gere woeste gronden) bevonden zich heidevel den, bossen en stuifzanden, waar de Loonse en Drunense duinen een goed voorbeeld van zijn. Het Witte Kasteel Het Witte Kasteel is een witgekleurd landhuis ge legen in Loon op Zand. Het landhuis staat op de resten van een woontoren die in 1383 werd ge bouwd door Paulus van Haastrecht, heer van de Heerlijkheid Loon op Zand. In 1777 is het huidige landhuis gebouwd. Het landschap rondom het kasteel maakt onlosmakelijk deel uit van het land
įŕ
huis, omdat deze in samenhang zijn ontwikkeld en ook nog heel herkenbaar zijn. Belangrijke elemen ten zijn naast het kasteel zelf het grachtensysteem met een monumentale grachtmuur en grachthuisje, de lanen, houtwallen, een tuinhuisje en verdere historische beplanting die gedeeltelijk uit de perio de 1850-1870 stamt. Het landschap wordt geken merkt door openheid en een heldere begrenzing, De kerk maakt ook deel uit van dit landschap, het is in samenhang met het landhuis ontwikkeld. Op het landgoed staan verschillende monumentale bomen, zoals een aantal zomereiken en beuken uit de 19e eeuw.
Een deel van de linten ligt in het slagenlandschap, met smalle slootjes en langgerekte kavels. Langs lange lijnen is het veengebied vanaf de middel eeuwen ontgonnen, hier zijn de producten van het land naar de markten vervoerd én zijn de oudste bebouwingen terug te vinden. De zuidelijke linten (Marktstraat, Gasthuisstraat) zijn gelegen op een overgangslandschap: het landschap gelegen tus sen het veen en de Loonse en Drunense duinen. Op die overgang ontstond een halfopen coulisselandschap met bosjes, vennen, houtwallen, bo menlanen, oude bouwlanden en weides. Hier zijn de wegen bochtig, in plaats van rechte lijnen.
Landgoed Plantloon Landgoed Plantloon is een landgoed ten noorden van de Loonse en Drunense Duinen. Het landgoed is volgens de Engelse landschapstijl ingericht met fraaie lanen, loofbossen, hoeves en weilanden met houtwallen. Langs de lanen staan eiken- en beu kenbomen. De beuken zijn hele mooie statige bo men die het landgoed allure geven. De afwisseling tussen bossen en landbouwgronden is aantrek kelijk voor verschillende dieren. Op het landgoed is ook een overblijfsel van de turfhistorie van de omgeving terug te zien, door een oude turfvaart.
Efteling Misschien wel het bekendste attractiepark van Nederland is gelegen in de gemeente Loon op Zand. De Efteling begon in de jaren 30 van de vorige eeuw als ‘Rooms-Katholiek Sport- en Wandelpark’. In 1950 werd de naam gewijzigd naar ‘Natuurpark De Efteling’. Inmiddels had de Efteling en, naast sportvelden, enkele speeltoe stellen en artefacten bij gekregen zoals een draai molen, kabelbaan, ponybaan, vijver en theehuis. Om nieuwe recreanten aan te trekken bedacht mevrouw Van der Heijden, de vrouw van de burge meester van Kaatsheuvel, om een sprookjesbos toe te voegen, wat in 1953 officieel geopend werd. De vormgeving van het sprookjesbos, en ook an dere delen van het park, werden gedaan door il lustrator Anton Pieck. De fantasierijke sprookjes achtige stijl van Anton Pieck is typerend geworden voor het gehele park. Tuinarchitect Lou Smeets was verantwoordelijk voor de tuinaanleg. In de ja ren 70 nam ontwerper Ton van de Ven het stokje van Anton Pieck over. Hij vernieuwde een aantal attracties en voegde nieuwe toe. Toen in 1981 de eerste achtbaan van het park, de python, met suc ces werd geopend, is het park zich ook meer gaan richten op (jong)volwassenen. De Efteling is uitge groeid tot een Europese topattractie.
Linten structuur van Kaatsheuvel als onderdeel van de Langstraat Kaatsheuvel is ontstaan uit de turfwinning. Na de turfwinning zijn er bebouwingslinten ontstaan dwars op de ontginningsrichting. Enkele van de bebouwingslinten staan aan de basis van de latere stedelijke ontwikkeling van Kaatsheuvel. De linten in Kaatsheuvel staan niet op zichzelf. Ze vormen één van de ‘lange straten’ van de Langstraatregio. Het ontstaan van deze lange lijnen hangen samen met het karakteristieke slagenlandschap. De vorm van de straten hebben dus hun oorsprong liggen in het regionale landschap.
29
ippms» *
nişMîïèJ ■ŵfeř. “ ĩ^ļranľrt
I -'7)^1 įĩį JlíiMnn ^l±Şïr-Z:.
ï"' ymsjsM* 'W'ŝäyc.
‘j# Ka a tl
Sí-*. ÿ/v. -n* fļÿÄäí,*.-
V N.’- V/? J
5» fj.l'í-' inr. m 7
Afbeelding
Bouwjaar panden kaatsheuvel (b, para bro ron: https://parallel.co.uk/netherlands)
—X
„
««
r f ţ*
v^ssŵ •/i » '- A
1 V '.
'*
Afbeelding 12. Bouwjaar panden Loon op Zand (bron: https://parallel.co.uk/netherlands)
4.4.5 De dorpen Kaatsheuvel Kaatsheuvel is uit meerdere dorpslinten ontstaan. Waar deze linten samenkwamen is het centrum van het dorp gegroeid. Typerend voor de oude linten is dat deze op de grenzen van drie verschil lende landschapstypen liggen. Het westelijke lint van de Rechtvaart-Antoniusstraat-HoofdstraatRoestenbergstraat-Vaartstraat vormde de ontginningsas van de oude ontginningsgronden. Richting de jonge ontginningsgronden naar het zuiden liggen de ook de jongere linten, namelijk de Gasthuisstraat en de Marktstraat. Het oostelijke deel van het dorp bestaande uit de wijk de Horst heeft een groen karakter dat aansluit op de bossen van de Loonse en Drunense Duinen. Kaatsheuvel maakt ook onderdeel uit van de Langstraat. Dit is een gebied tussen Den Bosch en Geertruidenberg. De Langstraat was een lange dijk langs moeras gebieden die bescherming moest bieden tegen hoogwater na de St. Elisabethsvloed. Loon op Zand Het dorp Loon op Zand is ontstaan langs twee belangrijke verbindingswegen, de noord-zuid ver binding tussen de bisschopsteden Utrecht en Luik
en de oostwest verbinding tussen Antwerpen via Breda naar Vught en ’s-Hertogenbosch. Deze we gen hadden allebei de kenmerken van een lint, vandaar dat Loon op Zand veel lintbebouwing heeft. In het midden van de lintbebouwing bevindt zich het Oranjeplein met Lindebomen en een ki osk uit 1950. Ten oosten daarvan ligt een kerk uit circa 1450. Ten zuiden van de Kerkstraat bevindt zich een landhuis uit 1777, dat is opgetrokken op de fundamenten van een 14e eeuwse donjon. De oprijlaan van het landhuis is nog gedeeltelijk aan wezig. Loon op Zand heeft een groen karakter. Het ligt in het Hoevenlandschap tegen het bos van de Loonse en Drunense duinen aan. De wijken van Loon op Zand zijn aanmerkelijk groener dan die van Kaatsheuvel. De Moer De Moer is ook ontstaan doordat twee oude linten elkaar kruiste. Deze linten zijn ontstaan bij de ont ginning van de toen nog ‘woeste gronden’, en be vinden zich nu in het jonge ontginningslandschap. Aan de andere kant ligt het dorp ook tegen de bos sen van het natuurgebied Huis ter Heide aan.
2020 2015
2000 .7
1975
«■«ViVľ •'«ļjAi
mm
--Ŝ Ŭ î
ě
;
i
Afbeelding 13. Bouwjaar panden De Moer (bron: https://parallel.co.uk/netherlands)
1950 1925 1900 1850 1800 1750 1700 or earlier Not known
31
"r i
/ţ*: \ o-
Afbeelding 14. Visiekaart Loon op Zand 2040
5 De visie Legenda: Zoekgebied woningbouw Incl. landschapsverbetenng Gebiedsgerichte kaders Gebied met mogelijkheden voor herstructurering en transformatie incl woningbouw Bedrijventerrein herstructurering en transformatie naar woningbouw Verduurzamen van bedrijventerreinen Behoud karakteristieken historische bebouwmgslmten Kernen: mogelijkheden woningaanpassingen, kleinschalige transformaties St klimaatadaptieve inrichting woonwijken, vergroten van de kwaliteit van het groen Versterken van routestructuren Dorpskernen verbinden met de recreatie īn de gemeente Zoekgebied voor recreatieve knopen
Centrumzone Compact winkelgebied
Q
Versterken parkeermogelijkheden voor het centrum Natuurkern
Natuur met extensief recreatief medegebruik
m
Extensief landschap Multifunctioneel landschapspark
Agrarisch platteland
Ü3
Concentratiegebied recreatie Ontwikkeimogelijkheden bebouwingslmten buitengebied Versterken ecologische relaties Versterken ecologische en waterbergende beteknis van de Blauwloop Herstel historisch watersysteem Zoekgebied stedelijke ontwikkeling voor m het bijzonder maatschappelijke, bedrijfsmatige of recreatieve voorzieningen
In dit hoofdstuk beschrijven we de visie per speer punt. Voor de achtergronden bij deze speerpunten verwijzen we u naar de uitgangspuntennotitie. De uitgangspuntennotitie kunt u vinden op www.loonopzand2040.nl of via deze link. Per speerpunt beschrijven we: ^ Onze visie: welk resultaat willen we bereiken? ^ Onze doelstellingen: waarmee we laten zien hoe we de doelen gaan bereiken ^ Oplossingsrichtingen en beleidskeuzes: welke keuzes maken we om de doelen en ambities te halen? Onze sectorale doelen We hebben veel sectorale doelen gesteld voor 2040, die in de verschillende speerpunten terug komen. We noemen er een aantal: • We willen zo veel mogelijk voor iedereen een passende woning bij elke levensfase. Dit doel komt terug onder de speerpunten ‘duurzame groene dorpen, toekomstbestendige centra en in het all inclusive landschap (bebouwingslinten)’. ^ We willen dat in 2030 ongeveer 2007o van alle gebouwen op een duurzame manier verwarmd wordt. Vóór 2050 moeten alle gebouwen aard gasvrij zijn en duurzaam verwarmd worden. Dit doel komt terug onder het speerpunt ‘duur zame groene dorpen’. ^ We willen het erfgoed behouden, herkenbaar en beleefbaar maken voor onze inwoners en bezoekers. Dit doel komt terug onder de speerpunten ‘duurzame groene dorpen, recreatief profiel verbreden en het all inclusive landschap’.
33
īľTl Jfcŵ. įjS
‘V Pr
ř —-^* o.
^T ^i4i įhf .Vi
■"Sr . Ç&. ■'^V'v.v ŕŵí
VķĶWì' .ăiwîèf'j'í'^T Afbeelding 15. Klimaatbestendige parkeeroplossingen
5.1 Duurzame groene dorpen 5.1.1 Onze visie We hebben in de toekomst aantrekkelijke groene woongebieden, waar inwoners op lange termijn prettig kunnen (blijven) wonen in een passende woning. We proberen de gewenste woningvoor raad in eerste instantie zoveel mogelijk binnen de bestaande bebouwde kom te bereiken. Bij uit breiding kiezen we voor een sterke relatie met het landschap. Onze wijken zijn aangepast aan de ver anderingen in het klimaat en stimuleren inwoners tot gezond gedrag. Onze wijken maken sociale ontmoetingen en beweging mogelijk. Sociale pro blemen zijn onder controle en verschillende (doel) groepen weten elkaar te vinden. We hebben het cultuurhistorisch erfgoed behouden en dit draagt bij aan een sterkere identiteit van onze gemeente.
Onze ambities zijn: * Onze wijken zijn groen, klimaatbestendig, veilig en toegankelijk * Energieneutraal zijn in 2050 - We willen voor iedereen een passende woning bij elke levensfase * we willen het erfgoed behouden en herkenbaar en beleefbaar maken voor onze inwoners en bezoekers
5.1.2 Onze doelstellingen Om duurzame en groene woongebieden te creë ren willen we de openbare ruimte in onze wijken verbeteren. In algemene zin willen we in de meer stenige wijken meer groen creëren om op termijn aangepast te zijn aan de veranderingen in het kli maat (klimaatadaptief). Daarnaast willen we in alle wijken de kwaliteit van het groen verbeteren. Ook willen we straten, speelplekken en pleinen meer inrichten als plekken waar je wil verblijven. We streven naar mooie groene plekken waar men sen van alle leeftijden graag komen. Het worden multifunctionele beweeg- en ontmoetingsplek ken. We willen in bestaande wijken vaart maken met de energietransitie. Voor energieopwekking en (grootschalige) nieuwbouw hebben we in het buitengebied relatief weinig ruimte. Daarom zetten we extra in op het verduurzamen van de bestaan de wijken. Onze wijken worden mooier, gezonder, duurzamer en gevarieerder. Tenslotte willen we op termijn voldoende woningen, passend bij de be hoefte in onze kernen. Voor een deel zetten we in op herstructurering en inbreiding. Waar dit no dig is voor de diversiteit van onze woningvoorraad en om voldoende woningen te hebben, geven we ruimte voor uitbreiding.