CConstaterende datLoon op Zand
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2. Evaluatie Subsidiebeleid Welzijn2024

Raadsvergadering 12 februari 2026, gemeente Loon op ZandBij agendapunt: Raadsvoorstel intrekken van het op dit moment geldende subsidiebeleid welzijn15.777 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Huisvesting: 1. Aanvraag voor een huisvestingssubsidie Verenigingen en stichtingen komen enkel in aanmerking voor een huisvestingssubsidie als zij niet terecht kunnen in een eerder gesubsidieerde accommodatie. Er rust een inspanningsverplichting op de aanvrager om jaarlijks te verkennen of er ruimte is in de MFA’s. Indien er geen geschikte accommodatie beschikbaar is, kan een tegemoetkoming worden gesubsidieerd tot maximaal 50% van de huurkosten. De beleidsregels voor subsidieverstrekking met betrekking tot accommodaties zijn opgenomen in het subsidiebeleid Welzijn. De oorsprong van deze regels en eventuele toekomstige aanpassingen worden verder uitgewerkt in het Wijkgericht Maatschappelijk Accommodatiebeleid 2025-2030.

19

4.4

Proces van subsidiering

Door middel van een de enquête en de participatiebijeenkomst is er bij verenigingen en stichtingen informatie opgehaald over het huidige proces van subsidiering. In de komende paragraaf zetten we uiteen waar het huidige proces voldoet en waar aanpassingen nodig zijn.

1.

Toegankelijkheid en gebruiksgemak aanvraagprocedure

De subsidieaanvraag wordt schriftelijk of digitaal ingediend bij het college door een volledig ingevuld aanvraagformulier met een beschrijving van de activiteiten waarvoor de subsidie wordt aangevraagd, de doelstellingen en resultaten die daarmee worden nagestreefd en een begroting. De aanvraagprocedure en bijbehorende instructies wordt door de verenigingen/stichtingen die de enquête hebben ingevuld gemiddeld beoordeeld met een ‘Goed’. Het proces wordt over het algemeen als duidelijk ervaren. “Via de website is de info helder en compleet”, geeft een van de verenigingen aan. “Bij vragen word je telefonisch en/of via e-mail prima geholpen”. Wel geven enkele verenigingen enkele verbeteringen aan als het aankomt op de gemeentelijke website. Zo is het vinden van de subsidiepagina een zoekplaatje en missen respondenten informatie over vergunningen en evenementen subsidies op deze pagina. Na afronding van deze evaluatie wordt dit intern opgepakt om deze ervaring te verbeteren. Op dit moment voldoet de huidige procedure van aanvragen. De subsidieaanvrager levert momenteel de volgende zaken aan ter beoordeling: het aanvraagformulier, een activiteitenplan, een begroting en een financieel overzicht. De begroting en het financieel overzicht zijn voor alle verenigingen helder, al wordt er wel benadrukt dat het jaarlijks doorlopen van dit proces veel werk of zelfs onnodige tijd kost.

Een van de verenigingen benadrukt dat “naast de financiële cijfers ook de inbreng aan en de waarde voor de lokale gemeenschap een belangrijke factor zijn aan de toekenning van subsidie”. Uit de enquête blijkt dat alle verenigingen en stichtingen een voorkeur hebben voor het doen van een subsidieaanvraag middels een voor gedefinieerd format. De meerderheid van de respondenten geeft de voorkeur aan een deels ingevuld format waarin richtlijnen en voorbeelden genoemd staan. Hierin heeft de aanvrager wel de mogelijkheid om naar eigen inzicht toevoegingen te doen en hun verhaal te vertellen, maar zijn ook alle essentiële elementen voor het beoordelen van een aanvraag aanwezig. Dit voorkomt dat er aanvullende vragen gesteld moeten worden en maakt daarmee de kans op een tijdige en effectieve afhandeling groter. Hiervoor worden een nieuw aanvraagformulier (zie bijlage 4) en format activiteitenplan opgesteld. Het nieuwe format zal in Q1 2025 opgesteld worden en na afstemming met de gemeentelijke afdeling communicatie op de website gepubliceerd worden. Hierin wordt o.a. uitgevraagd welke activiteiten er ondernomen worden, aan welke doelstelling(en) van Sterke Gemeenschappen deze bijdrage en wat de toegevoegde waarde en impact is voor de lokale gemeenschap. Dit format vervangt het ‘activiteitenplan’ wat nu gevraagd wordt aan subsidieaanvragers.

Alle aanvragen worden nog steeds beoordeeld op basis van een aanvraagformulier, een activiteitenplan, een begroting en een financieel overzicht.5

2.

Aanvraagtermijnen en tijdsduur

De huidige termijn voor een subsidieaanvraag is 1 mei van het huidige jaar voor het opeenvolgende subsidiejaar. Het advies luidt om deze termijn de behouden, zodat er ruimte blijft voor een grondige beoordeling in aanloop naar de gemeentebegroting. Dit geldt voor alle drie soorten welzijnssubsidies. Verenigingen en stichtingen geven aan dat de huidige termijn zeer duidelijk is. Alle bevraagde verenigingen en stichtingen geven aan voorkeur te hebben voor vierjarige afspraken. Het uitgangspunt binnen de Waarderingssubsidies zal dan ook een meerjarige subsidie zijn. Overeenkomstig met huidig beleid en de Algemene Subsidieverordening gaat dit om een periode van maximaal 4 jaar. Het toekennen van meerjarige subsidies vermindert de administratieve last van verenigingen en stimuleert de focus op initiatieven en activiteiten. Bij een meerjarige toekenning is een begroting voor het eerste jaar in dit geval voldoende. Wel betekent een meerjarige aanvraag dat de bijdrage aan maatschappelijke doelstellingen en impact op de lange termijn omschreven dienen te worden. Het aanvragen van een incidentele subsidie of voor enkele jaren blijft uiteraard mogelijk. Verenigingen en stichtingen onderschrijven het belang van die laatste mogelijkheid: flexibiliteit voor niet voorziene projecten en/of situaties is hard nodig.

Deze kunnen door middel van incidentele aanvragen alsnog aangevraagd worden door het jaar heen. Hierbij is het wel belangrijk dat een subsidieaanvraag slechts eenmaal subsidie kan ontvangen voor een activiteit en het daarnaast verkrijgen van bijvoorbeeld zowel een evenementsubsidie als een welzijnssubsidie niet mogelijk is.

3. Faciliterende rol van de gemeente:

5 Een financieel overzicht is een jaarlijks overzicht van de financiële situatie van een organisatie en geeft inzicht in de

inkomens- en vermogenspositie. Een voorbeeld hiervan is een balans.

20

In de visie Sterke Gemeenschappen neemt de gemeente een meer faciliterende rol op zich. Dit houdt in dat de gemeente niet alleen een efficiënte aanvraagprocedure ondersteunt, maar ook op andere manieren hulp biedt. Dit wordt op verschillende manieren vormgegeven. Ten eerste zal de gemeentelijke website bij subsidieverlening ook wijzen op alternatieve financieringsbronnen, zoals sponsoring, leningen of subsidies die beschikbaar zijn via andere instanties, de provincie of op nationaal niveau. Ook streeft de gemeente ernaar om op de gemeentelijke subsidie pagina door te verwijzen naar andere relevante pagina’s, over bijvoorbeeld vergunning of (huur van) accommodaties. Ten tweede wordt er actiever doorverwezen naar een beleidsadviseur, die beschikbaar is voor advies voorafgaand aan een subsidieaanvraag of om mondeling toelichting te geven op de ingediende aanvraag. De verenigingen en stichtingen geven aan behoefte te hebben aan een duidelijk aanspreekpunt voor vragen en informatie over de status van hun aanvraag. Op verzoek van de aanvrager kunnen deze afspraken voortaan jaarlijks in het voorjaar worden ingepland. De aanvragers beoordelen het huidige contact met de gemeente als ‘goed’. Er wordt door middel van inlevingsvermogen, flexibiliteit en hulpvaardigheid goede maatwerkoplossingen geboden. Verenigingen en stichtingen benadrukken hiervan ook het belang.

Het is voor hen belangrijk een duidelijk aanspreekpunt te hebben, die ook flexibel meedenkt in geval van onvoorziene omstandigheden. Er wordt gepleit voor een grotere betrokkenheid van de gemeente, bijvoorbeeld door regelmatig langs te komen bij verenigingen om te kijken en te luisteren naar wat er speelt en waar zij tegenaan lopen. Op deze manier kan de gemeente ook een adviserende rol vervullen, zoals het meedenken over het bevorderen van inclusie. Dit signaal wordt gedeeld met alle beleidsadviseurs Sociaal Domein. 4. Overige verbeterpunten Hoewel de aanvraagprocedure en informatie op de website als voldoende en duidelijk worden ervaren, zien verenigingen en stichtingen nog ruimte voor verbetering op het gebied van duidelijkheid en transparantie. Om aan deze behoefte tegemoet te komen, wordt voorgesteld om een overzichtelijk stappenplan op de website te plaatsen. Dit stappenplan helpt om gebruikers beter te informeren over: • De verschillende soorten subsidies en wanneer welke subsidie aangevraagd kan worden • De contactpersoon binnen de gemeente per type subsidie • De beoordelingstermijn voor elke subsidieaanvraag • Extra vereisten, zoals eventuele benodigde vergunningen bij evenementen De gemeente zet zich in om dit stappenplan helder en toegankelijk te maken, zodat het eenvoudiger wordt om de juiste informatie te vinden en de aanvraagprocedure soepel te doorlopen.

Deze verbeteringen vinden plaats in Q1 en Q2 2025. Daarnaast vragen de verenigingen en stichtingen zich af of alle organisaties in de gemeente Loon op Zand voldoende op de hoogte zijn van het subsidiebeleid Welzijn. Ze geven aan dat dit beleid actiever onder de aandacht gebracht zou mogen worden. Met verbeteringen in de zoekfunctie en informatievoorziening op de gemeentelijke website, zijn wij ervan overtuigd dat de vindbaarheid en toegankelijkheid hiervan zullen toenemen.

21

4.5

Verantwoording Subsidies

Momenteel geldt de volgende grens voor verantwoording van subsidies binnen de gemeente Loon op Zand: 1.

Subsidie is lager dan €5.000,00: Als hiervan sprake is dan wordt bij verlening van de subsidie deze direct vastgesteld. Dat kan voor één jaar zijn of een langere periode. De gemeente behoudt zich echter het recht om: a. In de desbetreffende subsidiebeschikking voorwaarden op te nemen wat betreft de verantwoordingsplicht van de subsidie en/of b. Te allen tijde jaarstukken en andere financiële gegevens op te vragen

2.

Subsidie is gelijk of hoger dan €5.000,00: Als hiervan sprake is worden aan de subsidieafspraken prestatieafspraken gekoppeld. De subsidieaanvrager dient de subsidie altijd te verantwoorden door middel van een jaarrekening en (inhoudelijk) jaarverslag. Pas dan wordt de subsidie vastgesteld. Bij een vaststelling wordt de vermogens- en reservepositie van de desbetreffende vereniging of stichting betrokken. Ook hier kan een subsidie voor één of meerdere jaren worden verleend. Er dient echter wel elk jaar een verantwoording plaats te vinden. Geconstateerd wordt dat deze grens momenteel laag is, ook in verhouding tot de andere gemeenten in Regio Hart van Brabant. De verenigingen en stichtingen die een subsidie onder de €10.000 ontvangen, vallen grotendeels in de Waarderingssubsidies. Vaak gaat het om meerjarige of structurele subsidieafspraken, waarvan een extra controle door middel van een verantwoording niet van meerwaarde is. Strikte verantwoordingseisen vormen een onnodige administratieve last voor vrijwilligersorganisaties, wat de drempel verhoogt om subsidie aan te vragen. Door de verantwoording te vereenvoudigen, wordt het voor deze organisaties makkelijker om zich te richten op hun maatschappelijke activiteiten. Dit signaal werd tijdens de participatiebijeenkomst voor subsidiepartners meermaals bevestigd.

Hier werd ook toegevoegd dat de verantwoording van het voorgaande jaar en het opstellen van de begroting voor aankomend jaar vaak samenvallen, wat voor een hoge werklast zorgt. Door een effectieve, impactgerichte uitvraag aan de voorkant te doen, heeft een verantwoording achteraf weinig toegevoegde waarde. Een andere meerwaarde van het verhogen van de verantwoordingsgrens is ook een meer efficiënte uitvoering van het subsidieproces. Elke verantwoording kost kostbare werkuren terwijl veel subsidieaanvragen jaarlijks nauwelijks tot niet veranderen, met uitzondering van indexatiepercentages. Ten gevolge van de hoge indexatie de laatste jaren stijgen ook de toegekende subsidiebedragen. Dit zorgt voor een verhoogd aantal subsidies dat langs het college moet voor verlening, vaststelling, afwijzing, bevoorschotting en invordering van subsidies, die inhoudelijk ongewijzigd zijn gebleven. Hierdoor staat de hoogte van subsidie niet meer in verhouding met de kosten van tijd en capaciteit die het kost om te verantwoorden voor zowel vereniging/stichting als de gemeente. Daarnaast wijkt het huidige bedrag af van het mandaatbedrag voor verlenen van subsidies, wat sinds 2024 is vastgesteld op €10.000,00.

De aanbeveling luidt dan ook om de verantwoordingsgrens in het nieuwe beleid te verhogen naar €10.000 en in het nieuwe Subsidiebeleid Welzijn op te nemen dat er slechts steekproefsgewijs om verantwoording gevraagd kan worden. Door deze aanpassing wordt er voor meer vertrouwen en minder administratieve last van voor de verenigingen en stichtingen gezorgd, terwijl de gemeente wel in staat blijft gemeenschapsgeld te monitoren op verantwoordelijke omgang.

22

4.6

Subsidieplafonds en Indexatie

De gemeente Loon op Zand hanteert subsidieplafonds per categorie/grootboeknummer. Er bestaat echter geen koppeling van de subsidiecategorieën met de doelstellingen van Sterke Gemeenschappen. In de huidige situatie wordt er elk jaar door dezelfde verenigingen en stichtingen een aanvraag ingediend en toegeschreven, zonder andere of nieuwe partijen uit te dagen om ook een aanvraag in te dienen die wellicht even goed of zelfs beter passen bij de doelstellingen. Hierdoor worden momenteel subsidies meer toegekend uit historie, dan vanuit impact. Een mogelijke oplossing is om voor elke subsidiecategorie een subsidieplafond vast te stellen dat gekoppeld is aan specifieke doelstellingen, en dit op te nemen in het subsidiebeleid. Dit plafond geeft aan hoeveel geld er per categorie beschikbaar is. De subsidieplafonds worden elk jaar vastgesteld in de gemeentebegroting. Het voorstel is om de huidige indeling van de categorieën te behouden. Voor elke categorie (zoals bijvoorbeeld ‘Ouderenbeleid’, ‘Amateurkunst’ of ‘Jeugd- en Jongerenwerk’) worden individuele doelen en subdoelen opgesteld die in lijn zijn met de visie In/Aan de buurt en het coalitieakkoord. Door subsidies op deze manier te koppelen aan concrete doelen en resultaten, wordt het subsidiebeleid meer gericht op het behalen van impact.

Deze subsidieplafonds worden opgenomen in het subsidiebeleid zoals gepubliceerd op de website, wat zorgt voor open en transparante communicatie naar verenigingen, stichtingen en inwoners. Dit overzicht wordt jaarlijks bijgewerkt na vaststelling van de gemeentebegroting. Op de website wordt gedurende het jaar gecommuniceerd of een subsidieplafond bereikt is. Subsidies binnen de ‘Waarderingssubsidies’ worden beoordeeld op impact en bijdrage aan de gestelde doelstellingen en op basis daarvan toegekend. In geval van gelijke geschiktheid, is volgorde van binnenkomst van de aanvragen leidend. Bij ‘Subsidies voor accommodaties en huisvesting’ en ‘Uitvoeringssubsidies’ is enkel impact leidend, omdat hierbinnen sprake zijn van langdurige samenwerkingsverbanden en -afspraken. Het bereiken van het subsidieplafond is een grond tot afwijzing van een subsidieaanvraag. Indien de aanvraag een uitzonderlijke bijdrage levert aan een van de doelstellingen van Sterke Gemeenschappen en daarmee een aanzienlijke maatschappelijke impact heeft, wordt er gekeken naar alternatieve financiering. Maatwerk staat hierbij centraal. Indexatie Momenteel is er sprake van meerdere indexatie regelingen bij verschillende subsidie categorieën. Waarderingssubsidies (Categorie 1) en Subsidies voor accommodaties en huisvesting (Categorie 2) hanteren allemaal CPI Indexatie, zonder uitzondering.

Een vereniging of stichting is zelf verantwoordelijk voor het aanvragen van indexatie als hiertoe noodzaak is., deze wordt niet automatisch toegekend. De CPIindexatie zag er de afgelopen jaren als volgt uit:

Uit de evaluatie is geen aanleiding gekomen om deze afspraken te wijzigen. Ook bij meerjarige toekenning is de CPI-indexatie een geschikt percentage om mee te werken. Binnen Uitvoeringssubsidies (Categorie 3) gelden per organisatie andere indexatie afspraken. Een gewenst resultaat van de evaluatie uitvoeringssubsidies 2025 is om hier meer eenduidigheid in te creëren.

23

4.7

Knelpuntenbudget Welzijnssubsidies

In het huidige subsidiebeleid Welzijn is een extra budget toegevoegd naast de huidige subsidieplafonds onder de naam ‘Knelpuntenbudget Welzijnssubsidies’. Sinds 1 januari 2017 is hier jaarlijks €15.000 in beschikbaar om het welzijn subsidiebeleid flexibeler te maken. Met dat budget kan: 1. 2.

3.

Een vereniging of stichting die tijdelijk in het nauw zit, onder voorwaarden, ondersteund worden Een structureel nieuw initiatief, dat aansluit bij de gemeentelijke beleidsdoelen, gehonoreerd worden. Hieronder wordt verstaan dat mocht een initiatief hieraan voldoen maar er is bij de andere beleidsterreinen geen financiële ruimte dat er door de aanvrager aanspraak gemaakt kan worden gemaakt op dit extra budget. Een vereniging of stichting die in de toekomst niet meer in aanmerking komt voor welzijnssubsidie, maar mogelijkerwijs wel voor een andere gemeentelijke subsidie, ondersteunt en overeind gehouden worden. Waar nodig faciliteert en ondersteunt de gemeente de vereniging of stichting hierbij.

Kortom, is het doel van het knelpuntenbudget tweeledig: het verlenen van ondersteuning in financiële nood (knelpunt) en het stimuleren van nieuwe initiatieven die aansluiten bij de gemeentelijke beleidsdoelen. De huidige naam van het budget benadrukt echter alleen het knelpunt, maat niet de stimulerende werking van dit budget. Dit kan (burger)initiatieven weerhouden om een aanvraag in te dienen. Het voorstel luidt dan ook op het budget in huidige vorm te behouden, maar met een nieuwe naam die deze doelstellingen beter reflecteert namelijk: ‘Stimulerings- en Steunfonds Welzijn’. Daarnaast is het voorstel om ook burgerinitiatieven expliciet te noemen, om deze beweging vanuit de gemeenschap meer te stimuleren. Daarmee wordt de tweede gebruiksregel: een structureel nieuw (burger)initiatief, dat aansluit bij de gemeentelijke beleidsdoelen, gehonoreerd worden. Hieronder wordt verstaan dat mocht een initiatief hieraan voldoen maar er is bij de andere beleidsterreinen geen financiële ruimte dat er door de aanvrager aanspraak gemaakt kan worden gemaakt op dit extra budget. De hoogte van het budget is tot en met 2024 altijd toereikend geweest zonder aanvragen af te moeten wijzen op basis van het bereiken van het subsidieplafond. Hier zijn dus geen wijzigingen in nodig.

4.8

Conclusie

De uitkomsten van de evaluatie geven aanleiding om een nieuwe visie op het subsidiebeleid te formuleren, waarin de doelstellingen van de visie In de buurt/Aan de buurt en de doelstellingen van bijbehorende opgaven op het Sociaal Domein de rode draad vormen. Hiermee slaat Gemeente Loon op Zand de weg verder in naar een impactgericht subsidiebeleid, waarbij resultaat voor de inwoner centraal staat. Ook de aanvraagprocedure dient aangepast te worden voor een efficiënte uitvoering van het subsidiebeleid voor zowel subsidieaanvragers als de gemeente. Binnen de visie op het Sociaal Domein ‘In de buurt/aan de buurt’ wordt gekozen voor een termijn van vier jaar waarna beleidsstukken geactualiseerd dienen te worden. Dit betekent dat een volgende evaluatie in 2029 plaatsvindt.

24

5. Financiële vertaling De hernieuwde uitgangspunten betekenen voor geen enkele subsidie automatisch dat hun bestaande welzijnssubsidie wordt afgebouwd of op 0 gesteld wordt. De huidige subsidies zijn meegenomen in de meerjarenbegroting. De volledige subsidieverlening van de welzijnssubsidies zijn per categorie afgebeeld van 2021 tot en met 2024 in bijlage 1. Het is echter wel mogelijk dat er bij een nieuwe aanvraag besloten wordt dat een vereniging of stichting geen bijdrage levert aan de doelstellingen van Sterke Gemeenschappen. In dat geval kan een subsidieverzoek worden afgewezen of slechts deels worden toegekend. Ook kan een het zo zijn dat een andere vereniging of stichting een grotere maatschappelijke impact bereikt en daarom de subsidie toegekend krijgt.

Stimulerings- en Steunfonds

In 2017 is voorgesteld om boven op het subsidiebeleid een extra knelpuntenbudget toe te voegen van €15.000 per jaar. Hiermee wordt het welzijnssubsidiebeleid flexibeler gemaakt. Dit bedrag is de afgelopen jaren toereikend geweest en hier wordt geen verandering in verwacht. Een eventuele toename van aanvragen gebaseerd op de nieuwe uitgangspunten per 01/05/2025 kan hierbinnen opgevangen worden. Dit bedrag is meegenomen in de meerjarenbegroting.

25

Bijlage I: Welzijnssubsidies 2021-2024

26

Bijlage II: Brief en enquête subsidiepartners Uitnodiging: Denk mee over het subsidiebeleid! Geacht bestuur, Om activiteiten op het gebied van cultuur, sport en welzijn te bevorderen geeft de gemeente welzijnssubsidies aan verschillende organisaties en verenigingen. We willen graag weten of die subsidies daadwerkelijk een bijdrage leveren aan onze maatschappelijke opgave, namelijk het bouwen van een sterke samenleving, waarin bewoners naar elkaar omkijken en elkaar ondersteunen. Bewonersinitiatieven, een sterk verenigingsleven en goede algemene voorzieningen spelen hierbij een belangrijke rol. Uitnodiging: Denk mee over het subsidiebeleid! We vinden het belangrijk om de verenigingen, stichtingen en maatschappelijke organisaties bij de evaluatie van het subsidiebeleid te betrekken en hun mening te horen. Daarom nodigen we u uit op: dinsdag 15 oktober van 19.00 tot 21.00 uur in de Raadzaal in het Klavier te Kaatsheuvel. Wilt u zich aanmelden? Dat kan door een mail te sturen naar e-mail. Wij horen graag met hoeveel personen u komt. Vragenlijst Daarnaast doen wij ook onderzoek naar het proces van de subsidieaanvraag. Daarom vragen we u bijgaande vragenlijst in te vullen en voor 1 oktober aan ons retour te sturen. U kunt hiervoor gebruik maken van bijgaande antwoordenvelop.

Enquête Evaluatie Subsidieproces Organisatiegegevens Naam (optioneel): U mag deze enquête ook anoniem invullen. Onderstaande vragen gaan over het aanvraagproces van de welzijnssubsidie. Het is makkelijk om de pagina Welzijnssubsidies bij de hand te houden voor het beantwoorden van de volgende vragen. Die vindt u op https://www.loonopzand.nl/organisatie-en-politiek/subsidie/welzijnssubsidie. Omcirkel uw keuze voor de volgende vragen. Toegankelijkheid en gebruiksgemak 1. Hoe zou u uw algemene ervaring met het aanvragen van een welzijnssubsidie in Loon op Zand beoordelen? • Zeer goed • Goed • Neutraal • Slecht • Zeer slecht Toelichting

2.

Hoe gemakkelijk was het voor u om de benodigde informatie over het aanvraagproces te vinden? • Zeer gemakkelijk • Gemakkelijk • Neutraal • Moeilijk • Zeer moeilijk

Wat zou u helpen?

27

3.

Hoe duidelijk vond u de instructies voor het invullen voor de subsidieaanvraag? • Zeer duidelijk • Duidelijk • Neutraal • Onduidelijk • Zeer onduidelijk

Toelichting

4.

Heeft u een voorkeur voor het zelf opstellen van een subsidieaanvraag of maakt u liever gebruik van een voor gedefinieerd format? • Ik stel de aanvraag liever zelf op • Ik maak liever gebruik van een voor gedefinieerd format • Geen voorkeur

5.

Als u de keuze had, zou u dan voorkeur geven aan: • Een volledig vrij format waarbij u zelf de opzet van de aanvraag bepaald • Een deels ingevuld format met richtlijnen en voorbeelden • Een volledig voor gedefinieerd format waarin alleen specifieke gegevens moeten worden ingevuld

Toelichting en/of aanvullingen

Tijdsduur 6. Hoe duidelijk vond u de aanvraagtermijn voor het aanvragen van een subsidie? • Zeer duidelijk • Duidelijk • Neutraal • Onduidelijk • Zeer onduidelijk 7.

Gaat uw voorkeur uit naar een jaarlijkse subsidie aanvraag? a. Ja, 1 keer per jaar aanvragen b. Nee, subsidie graag vastleggen voor twee jaar c. Nee, subsidie graag vastleggen voor drie jaar d. Nee, subsidie graag vastleggen voor vier jaar e. Geen voorkeur

Toelichting

Communicatie en ondersteuning 8.

Zou u graag een ontvangstbevestiging van uw subsidieaanvraag ontvangen? • Ja • Nee • Geen voorkeur

9.

Heeft u rondom het aanvraagproces wel eens contact gehad met een medewerker van de gemeente voor ondersteuning? • Ja • Nee, ga naar vraag 11

28

10. Hoe beoordeelt u de kwaliteit van de ondersteuning die u heeft ontvangen? • Zeer goed • Goed • Neutraal • Slecht • Zeer slecht Toelichting

Verbeterpunten 11. Wat zou u graag verbeterd zien aan het aanvraagproces voor de welzijnssubsidie?

12. Heeft u specifieke problemen ondervonden tijdens het aanvraagproces? Zo, ja kunt u deze toelichten?

13. Heeft u suggesties voor hoe de gemeente het aanvraagproces toegankelijker kan maken voor aanvragers?

14. Heeft u nog andere opmerkingen of suggesties die u met ons wilt delen?

Bedankt voor het invullen van deze enquête. Uw antwoorden helpen inzicht te krijgen in de ervaringen van aanvragers en bieden concrete aanknopingspunten voor de verbetering van het subsidieproces.

29

Bijlage III: Participatiebijeenkomst subsidiepartners programma en notulen Opzet en programma:

Op 15 Oktober 2024 vond er een participatie avond plaats voor de huidige subsidiepartners van gemeente Loon op Zand. In totaal zijn er 16 verenigingen uitgenodigd voor deze avond. Voor deze avond waarin subsidiepartners meedenken over het nieuwe subsidiebeleid van de gemeente Loon op Zand, is een interactieve werkvorm essentieel. Voor deze avond is gekozen voor de werkvorm World Café, gezien deze een goede balans biedt tussen gezamenlijke discussie en gerichte input vanuit verschillende perspectieven. Het World Café-format is geschikt voor groepen van deze grootte en een tijdsduur van twee uur, waarbij deelnemers rouleren tussen verschillende tafelgroepen en elke tafel zich richt op een specifiek thema. Dit stimuleert dynamische gesprekken, samenwerking en het delen van ideeën vanuit verschillende hoeken. Tijdens de avond wordt ervoor gezorgd dat verenigingen en stichtingen zich verdelen over verschillende tafels. Opzet van de avond: • Introductie (15 minuten): Welkom en uitleg van de avond, doelstellingen van het nieuwe subsidiebeleid en de World Café-opzet. Hier geeft de gemeente ook aan dat de focus ligt op verbetering en niet op bezuinigingen. Er wordt uitleg gegeven aan de drie categorieën Welzijnssubsidies die in het nieuwe beleid benoemd worden. De introductie eindigt met een korte voorstelronde.

Elke deelnemer noemt zijn naam van de vereniging of stichting waar hij/zij van is. • Ronde 1 (20 minuten): Deelnemers gaan naar één van de drie thematafels en bespreken de eerste vraag. • Ronde 2 (20 minuten): Deelnemers rouleren naar een andere tafel en bespreken een tweede vraag. • Ronde 3 (20 minuten): Deelnemers rouleren opnieuw en bespreken een derde vraag. • Plenaire terugkoppeling (30 minuten): Ter afsluiting delen de tafelhosts per thema de belangrijkste inzichten en ideeën, waarna er ruimte is voor vragen en verdere reflectie. • Afsluiting (15 minuten): De gespreksleider vat de avond samen, geeft aan wat de vervolgstappen zijn, schetst de tijdlijn en bedankt iedereen voor hun bijdrage. Themattafels en vragen: 1. Thema: Aansluiting bij Sterke Gemeenschappen • Vraag 1: Welke gemeentelijke doelstellingen zijn volgens jou het belangrijkst om te ondersteunen via subsidies? Hoe kunnen wij als gemeente de link tussen subsidies en onze visie versterken? • Vraag 2: Hoe kunnen we ervoor zorgen dat subsidies bijdragen aan de lange termijnvisie van de gemeente? 2.

Thema: Transparantie en toewijzing van subsidies • Vraag 1: Hoe kunnen we het subsidieproces transparanter maken, zodat het voor organisaties duidelijker is hoe besluiten worden genomen? • Vraag 2: Welke criteria zouden voorrang moeten krijgen bij de toewijzing van subsidies? Denk bijvoorbeeld aan maatschappelijke impact, innovatieve ideeën of duurzame projecten. 3. Thema: Samenwerking en partnerschap • Vraag 1: Hoe kunnen we de samenwerking tussen de gemeente en gesubsidieerde organisaties versterken om meer maatschappelijke waarde te creëren? • Vraag 2: Welke vormen van ondersteuning, naast financiële middelen, zouden jullie als organisaties helpen om onze gezamenlijke doelstellingen te bereiken?

30

Notulen: Gesprekstafel 1: Aansluiting bij Sterke Gemeenschappen Aan deze tafel stond de vragen ‘Welke gemeentelijke doelstellingen zijn volgens jou het belangrijkst om te ondersteunen via subsidies?’ en ‘Hoe kunnen wij als gemeente de link tussen subsidies en onze visie versterken?’ centraal. Groep 1:

•

•

• •

•

Groep 2:

•

•

• •

Groep 3:

•

• • •

Subsidie als middel voor maatschappelijke participatie: De groep stelt voor om subsidies voornamelijk in te zetten voor mensen die willen deelnemen aan de samenleving. Dit vraagt om een open en toegankelijke benadering. Individuele benadering en netwerkuitbreiding: Mensen individueel benaderen kan leiden tot verdere participatie in kleine groepen, wat uiteindelijk netwerkversterking bevordert. Voorbeelden: o Samen eten om eenzaamheid te bestrijden. Dit leidt tot het ontdekken van andere activiteiten, zoals een yogagroep, waardoor nieuwe verbindingen ontstaan. o Beginnerscursus muziek voor mensen die nog nooit muziek hebben gemaakt. Dit zorgt voor netwerkvorming en versterkt de saamhorigheid. Een dwarsverband is dat eenzame ouderen bijvoorbeeld naar de muziek komen luisteren. Subsidies inzetten voor verenigingssamenwerking: Het versterken van verbindingen tussen verenigingen zou gestimuleerd moeten worden door subsidies, om zo dwarsverbanden te versterken. Vrijwilligersproblematiek: Het is steeds lastiger om vrijwilligers te vinden. Veel initiatieven worden topdown georganiseerd, wat ertoe leidt dat nieuwe ideeën bij het bestuur worden neergelegd in plaats van dat vrijwilligers deze zelf ontwikkelen. Daarnaast hebben leden meer de neiging om te consumeren wat wordt aangeboden, in plaats van zich actief onderdeel te voelen van de vereniging.

Losse opmerkingen: o Workshops op scholen kunnen muziekverenigingen helpen overleven en nieuwe leden werven. o Scholen investeren te weinig in muziek. o Beweegactiviteiten doen het daarentegen erg goed. Kern van participatie: Ook hier ligt de focus op het stimuleren van maatschappelijke participatie, wat automatisch leidt tot netwerkversterking. Voorbeeld: o Alleenstaanden die samen uit eten gaan, versterken hun contacten en breiden hun netwerk uit, wat weer doorvloeit naar andere clubjes en netwerken. Gedragsverandering van onderaf: Punt 5 en 6 in het beleidsplan (bevorderen van gedragsveranderingen) zijn vaak top-down opgelegd. De groep benadrukt dat gedragsverandering beter bereikt kan worden door participatie en het versterken van netwerken van onderaf. Doelen 3 en 4 (betreffende participatie en sociale cohesie) leiden volgens hen vanzelf tot gedragsverandering (punt 5 en 6). Onbegrijpelijke terminologie: Sommige termen in de beleidsdoelstellingen zijn moeilijk te begrijpen voor de groep. Losse opmerkingen: o Gehandicaptencarnaval: Iedereen wil zich betrokken voelen en ergens bij horen. o Vitaliteit dag: Dit evenement zorgt voor bewustwording en gedragsverandering, en is zeer populair met meer aanmeldingen dan er plaatsen beschikbaar zijn.

o Project 'Laatbloeiers' van de muziekvereniging: Dit leidt tot netwerkversterking, uitbreiding van contacten en het ontstaan van vriendschappen. Randvoorwaarden en communicatie: Het creëren van goede randvoorwaarden is essentieel om activiteiten te kunnen organiseren. De groep benadrukt dat heldere communicatie en antwoorden van de gemeente hierbij onmisbaar zijn. Voorbeelden: o Het ontbreken van een locatie voor grotere groepen, zoals 't Maoske, dat te duur is. Later bleek dat de gemeente hierover afspraken heeft gemaakt, wat niet goed gecommuniceerd was. Voorkom demotivatie: Potentiële vrijwilligers worden vaak ontmoedigd door gebrekkige communicatie en onvoldoende ondersteuning vanuit de gemeente. Beleid rondom commerciële activiteiten: Het huidige beleid stelt dat activiteiten niet commercieel mogen zijn, maar de groep vraagt zich af wanneer iets precies als commercieel wordt gezien. Ze pleiten voor een helder, transparant en begripvol beleid. Nabranders: o Het ontbreken van een grote ruimte vormt een belemmering voor het organiseren van activiteiten, wat als een domino-effect verdere ontwikkelingen tegenhoudt. o De maatschappelijke impact van verenigingen moet beter worden onderkend. Het zou goed zijn als er een basisbedrag per inwoner wordt vastgesteld, zoals bij Langstraat Media, maar dit is minder van toepassing op stichtingen zonder leden, zoals muziekverenigingen.

31

o o

Geen "one size fits all"-beleid: Verenigingen hebben verschillende behoeften. Draag duidelijker uit wat er mogelijk is: Wat bieden de verenigingen aan en welke activiteiten zijn beschikbaar?

Conclusie Er is een sterke behoefte aan het stimuleren van maatschappelijke participatie, netwerkversterking en gedragsverandering, met een nadruk op communicatie, transparantie en heldere randvoorwaarden vanuit de gemeente. Het inzetten van subsidies en het beter ondersteunen van vrijwilligers zijn essentiële voorwaarden om deze doelen te bereiken. Gesprekstafel 2: Transparantie en toewijzing van subsidies Aan deze tafel stond de vragen ‘Hoe kunnen we het subsidieproces transparanter maken, zodat het voor organisaties duidelijker is hoe besluiten worden genomen?’ en ‘Welke criteria zouden voorrang moeten krijgen bij de toewijzing van subsidies? Denk bijvoorbeeld aan maatschappelijke impact, innovatieve ideeën of duurzame projecten’ centraal. Groep 1:

•

• • •

Groep 2:

•

•

• • Groep 3:

•

• • • • •

Helderheid in beleid en procedures: De groep benadrukt het belang van een duidelijk beschreven subsidiebeleid, met strakke procedures. Er is onduidelijkheid over het verschil tussen een gewone subsidie en een projectsubsidie, en er is behoefte aan een overzicht van alle subsidieopties. Inzichtelijke processen: Om het proces te verduidelijken, zou het nuttig zijn om flowcharts te maken. Dit kan helpen bij het inzichtelijk maken van de stappen in een subsidieaanvraag, inclusief de tijdsplanning en wanneer er een uitspraak kan worden verwacht. Betere afstemming en transparantie: Er is meer transparantie nodig over realistische subsidiebedragen en of bepaalde kosten subsidiabel zijn. Ook moet er meer duidelijkheid komen over verzekeringen die mogelijk via de subsidie gedekt kunnen worden. Belang van maatschappelijke impact: Het ondersteunen van maatschappelijke impact, zelfredzaamheid en vrijwilligerswerk werd als zeer belangrijk genoemd. Er moet een stevige basis worden gelegd voor vrijwilligers of beroepskrachten, bijvoorbeeld door hen opleidingsmogelijkheden en verzekeringen aan te bieden. o Voorbeeld KBO: De KBO biedt bijvoorbeeld onafhankelijke cliëntondersteuning aan, waarvoor ook de juiste opleiding vereist is.

Bekendheid met het proces: Sommige deelnemers zijn al bekend met de procedures, maar de opkomst was laag omdat er een gebrek is aan duidelijkheid vanuit de gemeente over het subsidiebeleid. Vertrouwen en zorgvuldigheid bij het verwerken van vertrouwelijke cijfers zijn hierbij essentieel. Stappenplan en duidelijke communicatie: Een overzichtelijk stappenplan op de gemeentelijke website, inclusief verschillende subsidieopties en benodigde vergunningen, zou nuttig zijn. Daarnaast is het belangrijk dat de gemeente duidelijke aanspreekpunten en tijdsplanningen biedt voor het indienen van aanvragen. o Voorbeeld ijsbaan: Vorig jaar mislukte een initiatief voor een ijsbaan omdat de subsidieaanvraag te laat werd ingediend. De deadline was niet haalbaar voor de indieners. Meer flexibiliteit en duidelijkere communicatie zijn daarom nodig. Meer flexibiliteit: De groep pleit voor meer ruimte bij het indienen van aanvragen, zoals de mogelijkheid om een week later gegevens aan te leveren in uitzonderlijke gevallen. Maatschappelijke impact en eenzaamheidsbestrijding: Maatschappelijke impact staat voorop, met een sterke focus op het bestrijden van eenzaamheid. Activiteiten zoals gezamenlijk eten zijn voor veel mensen van groot belang en verdienen prioriteit in de subsidieaanvragen.

Duidelijke procedures en beslisbomen: De groep vraagt de gemeente om een overzicht te geven van de stappen die doorlopen moeten worden bij een subsidieaanvraag, eventueel via een beslisboom. Dit zou het proces voor alle partijen duidelijker maken. Volgsysteem en tussentijdse terugkoppeling: Een volgsysteem voor subsidieaanvragen, met tussentijdse terugkoppeling, zou handig zijn. Dit voorkomt onduidelijkheid over de voortgang en status van de aanvraag. Vermijd dubbel werk: Het zou nuttig zijn om dubbele verantwoordingen te vermijden bij meerdere aanvragen binnen een vereniging. Bijvoorbeeld wanneer een Harmonie subsidie aanvraagt voor zowel jongeren als middengroepen. Mondelinge toelichting: Een mondelinge toelichting bij de subsidieaanvraag kan helpen om meer wederzijds begrip te creëren tussen de gemeente en de aanvragers. Lezingen en voorlichting: Activiteiten zoals lezingen en voorlichting zijn belangrijk voor de maatschappelijke impact van verenigingen. Erkenning van verenigingsprestaties: De gemeente moet aandacht besteden aan verenigingen die bovengemiddeld presteren en erkennen welke rol deze verenigingen binnen de gemeente spelen. Dit

32

kan hen extra financiële steun opleveren, aangezien deze verenigingen vaak al veel zelfstandig proberen te doen. Conclusie Er is behoefte aan meer duidelijkheid en transparantie in het subsidiebeleid, met name in de procedures en communicatie vanuit de gemeente. Ook is er sterke nadruk op het bevorderen van maatschappelijke impact en het ondersteunen van zelfredzaamheid binnen verenigingen. Flexibiliteit in subsidieaanvragen en erkenning van de waarde van verenigingen zijn essentieel voor een succesvol subsidiebeleid. Gesprekstafel 3: Samenwerking en partnerschap Aan deze tafel stond de vragen ‘Hoe kunnen we de samenwerking tussen de gemeente en gesubsidieerde organisaties versterken om meer maatschappelijke waarde te creëren?’ en ‘Welke vormen van ondersteuning, naast financiële middelen, zouden jullie als organisaties helpen om onze gezamenlijke doelstellingen te bereiken?’ centraal. Vraag 1: samenwerking tussen de gemeente en verenigingen en stichtingen verbeteren • Bekendheid van procedures en beleid: Er is een gebrek aan duidelijkheid bij verenigingen en stichtingen over de procedures en het subsidiebeleid van de gemeente. Veel organisaties vragen zich af of de grote moeite van een subsidieaanvraag wel zinvol is.

• Vragen over subsidieaanvragen: Verenigingen willen meer duidelijkheid over waar zij subsidie voor kunnen aanvragen, bij wie ze terecht moeten, en bij welke instantie ze moeten aankloppen voor welke subsidie. • Omgang met gegevens: Er is bezorgdheid over hoe de gemeente met hun gegevens omgaat. Sommige organisaties vragen zich af of ze wel alles willen delen met de gemeente en hoeveel invloed de gemeente zou moeten hebben. Bijvoorbeeld: sommige verenigingen zoeken liever zelf sponsors, maar dit wordt steeds moeilijker. • Voorbeeld WBTR-subsidie: Deze specifieke subsidie werd genoemd als een positief voorbeeld waarin er meegedacht werd toen er extra kosten kwamen. • Subsidie-informatie verspreiden: De vraag werd gesteld of er een lijst is van stichtingen en verenigingen zodat zij geïnformeerd kunnen worden over de mogelijkheden om subsidie aan te vragen. Niet alle verenigingen hebben leden die contributie betalen, waardoor subsidies van groot belang zijn. • Hulp van de gemeente: De verenigingen geven aan dat ze financiële steun nodig hebben van de gemeente, een snellere afhandeling van subsidieaanvragen, en hulp bij vragen van inwoners (bijvoorbeeld via seniorenverenigingen). • Gemeente meer betrekken: Verenigingen zouden het waarderen als de gemeente vaker bij hen langskomt om te kijken en te luisteren naar waar zij mee zitten.

Daarnaast is er behoefte aan ondersteuning op het gebied van inclusie, bijvoorbeeld door advies te geven over hoe verschillende doelgroepen betrokken kunnen worden. • Meer afstemming en begrip: Er is behoefte aan meer afstemming en begrip tussen verenigingen en de gemeente, zodat duidelijk wordt waar subsidie voor nodig is en wat er speelt binnen de verenigingen. • Samenwerking en communicatie: Verenigingen pleiten voor meer samenwerking en communicatie onderling, zodat iedereen weet wie waar verantwoordelijk voor is. Er is veel verloop en verenigingen zouden proactief geïnformeerd moeten worden over relevante ontwikkelingen. Vraag 2: andere vormen van ondersteuning • Eenvoudigere vergunningaanvragen: Verenigingen pleiten voor een eenvoudiger proces voor het aanvragen van vergunningen. Daarnaast willen ze graag dat faciliteiten zoals hekwerken gratis beschikbaar worden gesteld. • Huur van accommodaties: Er is onduidelijkheid over het huren van ruimtes, zoals bij Muziekvereniging Concordia. De vraag werd gesteld of de vereniging op hun huidige locatie mag blijven. • Toegankelijkheid voor mensen met een kleine portemonnee: Het werd opgemerkt dat mensen met beperkte financiële middelen vaak niet deelnemen aan activiteiten van bijvoorbeeld de Harmonie. Dit is een zorgpunt voor de verenigingen.

• Vrijwilligers werven en verbinden: Er is grote behoefte aan ondersteuning bij het vinden en verbinden van vrijwilligers. Vrijwilligers moeten goed gefaciliteerd worden, zodat ze niet verdwalen in de processen. Het is belangrijk om hen duidelijk de weg te wijzen in wat er van hen wordt verwacht. • Financieringsbronnen: Verenigingen vragen om hulp bij het vinden van andere financieringsbronnen, zoals fondsen. Ze willen gekoppeld worden aan mensen met een netwerk en er is behoefte aan kennisuitwisseling tussen verenigingen. De vraag werd gesteld of er ook projectsubsidies beschikbaar zijn. • Samenwerking met bonden: Verenigingen willen duidelijkheid over waarvoor ze terecht kunnen bij hun overkoepelende bonden. • Samenwerking tussen verenigingen: Er is al samenwerking tussen verschillende muziekverenigingen, zowel binnen als buiten de gemeente, en ook met organisaties zoals Stichting Sinterklaas en de

33

Avond4Daagse. Samenwerking met koren en seniorenverenigingen komt ook voor, evenals op regionaal niveau. Conclusie De verenigingen hebben behoefte aan meer duidelijkheid over de procedures en het beleid van de gemeente, betere communicatie, en ondersteuning bij het vinden van vrijwilligers en financieringsbronnen. Samenwerking tussen verenigingen is al aanwezig, maar kan verder worden gestimuleerd. De gemeente wordt opgeroepen om proactiever te communiceren en vaker betrokken te zijn bij de behoeften van de verenigingen.

34

Bijlage IV: Aanvraagformulier Waarderingssubsidies Organisatiegegevens: 1. Naam: 2. Inschrijvingsnummer KvK: 3. Straatnaam: 4. Postcode: 5. Stad: 6. Huisnummer: 7. Huisnummer toevoeging: 8. Plaats 9. Notariële akte d.d. (statuten): Contactpersoon: 1. Naam: 2. Telefoonnummer: 3. E-mailadres: Doelstellingen Sterke Gemeenschappen: 1. Aan welke doelstelling van Sterke Gemeenschappen draagt uw subsidieaanvraag bij? U mag meerdere doelstellingen aanvinken. Draagt bij aan het versterken van de zelfbeschikking en autonomie van de inwoner Verbetert de algehele levenskwaliteit van betrokkenen met blijvend effect Bevordert actieve deelname van individuen aan de samenleving Ondersteunt de ontwikkeling en versterking van sociale netwerken Bevordert positieve gedragsveranderingen en het verminderen van vooroordelen (normalisering) o Geeft een impuls aan de beoogde verandering of beweging binnen de gemeenschap/doelgroep o Vergroot het aanbod van collectieve voorzieningen Leg kort uit voor welke activiteiten u een subsidie aanvraag indient en hoe die aan de aangevinkte doelstellingen bijdragen. U geeft een uitgebreide uitleg in het activiteitenplan in de bijlage. o o o o o

2.

Hoogte subsidie: 1. Voor welk bedrag vraagt u bij de gemeente Loon op Zand een subsidie aan voor uw organisatie? 2. Voor welk jaar/ welke jaren vraagt u de subsidie aan? Doelgroep en probleem: 1. Welk probleem lost u op in Loon op Zand? 2. Beschrijf waarom dit een probleem is. 3. Wie is uw doelgroep? 4. Beschrijf welke trends en ontwikkelingen er op dit moment zijn binnen de doelgroep, 5. Hoe draagt u zorg voor een inclusieve dienstverlening? Impact: 1. Wat is uw impactclaim in een zin? Beschrijf in een krachtige zin de impact die u nastreeft en waaraan u een significant deel bijdraagt (in samenwerking met andere partners in de gemeente). 2. Indien u een aanvraag doet voor een meerjarige subsidie, motiveer dan hoe dat bijdraagt aan het realiseren van de beoogde impact. Doe dit door middel van een omschrijving per jaar en om langere termijn. Resultaten: 1. Hoe krijgt monitort u de effecten uit uw activiteitenplan in de praktijk bereikt worden? 2. Heeft u nog aanvullingen op uw aanvraag die u niet kwijt kunt in de voorgaande vragen? Die kunt u dan hieronder opschrijven.

Bijlagen: Dit is de laatste pagina van het aanvraagformulier. Hier moet u de bijlagen uploaden. U dient hiervoor de formats te gebruiken op de pagina https://www.loonopzand.nl/organisatie-en-politiek/subsidie/welzijnssubsidie -

Activiteitenplan

35

-

Begroting Financieel Overzicht Screenshot bankafschrift

36

Bijlage V: Overzichtstabel huidig subsidiebeleid Welzijn (2017) vs. Nieuw subsidiebeleid Waarderingssubsidies (2025) Bestaand Subsidiebeleid -

Nieuw Subsidiebeleid

Maatschappelijke impact De voorgenomen activiteiten moeten aantoonbare maatschappelijke impact hebben en bijdragen aan ten minste één van de volgende doelstellingen van de opgave Sterke Gemeenschappen: a. Versterking van Zelfbeschikking en Autonomie De activiteit vergroot de zelfbeschikking en autonomie van inwoners, zodat zij in staat zijn zelf keuzes te maken en de regie te voeren over hun eigen leven. b. Duurzame Verbetering van Levenskwaliteit De activiteit draagt blijvend bij aan het welzijn van betrokkenen en verhoogt hun algehele levenskwaliteit op de lange termijn. c. Bevordering van Maatschappelijke Participatie De activiteit stimuleert actieve betrokkenheid van individuen in de maatschappij, wat leidt tot een grotere verbondenheid en betrokkenheid binnen de gemeenschap. d. Versterking van Sociale Netwerken De activiteit bevordert het opbouwen en onderhouden van sociale netwerken, waardoor een hechtere en ondersteunende gemeenschap ontstaat. e. Positieve Gedragsveranderingen De activiteit stimuleert gewenst gedrag en draagt bij aan het verminderen van vooroordelen, wat zorgt voor een inclusievere samenleving. f. Stimulering van Gemeenschapsontwikkeling De activiteit zet positieve veranderingen in gang binnen de gemeenschap of doelgroep en draagt zo bij aan de verdere ontwikkeling en versterking van de gemeenschap. g.

Uitbreiding van Collectieve Voorzieningen De activiteit vergroot de beschikbaarheid van gedeelde voorzieningen en diensten, waardoor meer mensen toegang krijgen tot collectieve hulpbronnen die de gemeenschap ondersteunen.

Eigen kracht staat voorop (vangnet) Een vereniging of stichting vervult de rol van initiator en aanjager van initiatieven ten behoeve van de lokale samenleving. Eigen kracht is daarbij het uitgangspunt. Dit wordt gedefinieerd als het zelf kunnen. Dat betekent dat eerst de eigen mogelijkheden van een vereniging of stichting benut moeten worden voordat er een beroep op de gemeente wordt gedaan. Dat beroep op de gemeente kan alleen gedaan worden als een activiteit van groot belang is voor de samenleving en past in het gemeentelijke beleid. Kan die activiteit niet geheel op eigen kracht georganiseerd worden en/of er is (enige mate van financiële ondersteuning nodig, dan kan subsidie worden verstrekt. De noodzaak ervan moet door de aanvrager aangetoond worden met een begrotingsen dekkingsplan en eventueel activiteitenplan.

Ondersteuning op basis van eigen kracht Subsidies worden verstrekt aan verenigingen en stichtingen die maatschappelijke initiatieven ontwikkelen voor de lokale samenleving, waarbij eigen kracht centraal staat. Dit houdt in dat organisaties eerst hun eigen middelen en mogelijkheden volledig moeten benutten voordat zij een beroep op de gemeente doen. Subsidie is aanvullend en wordt alleen verstrekt wanneer de activiteit van belang is voor de samenleving en niet volledig op eigen kracht kan worden uitgevoerd. Subsidies zijn in principe gericht op het versterken van de financiële zelfstandigheid van de organisatie. De verantwoordelijkheid voor het voortbestaan van de vereniging of stichting ligt altijd bij de organisatie zelf; er kan geen blijvend bestaansrecht worden ontleend aan gemeentelijke subsidies.

37

Subsidie moet (in principe) tijdelijk zijn Subsidie wordt zoveel mogelijk tijdelijk verleend, gericht op financiële zelfstandigheid van het maatschappelijk initiatief. De vereniging of stichting is te allen tijde zelf verantwoordelijk voor de instandhouding van haar organisatie en kan dus geen bestaansrecht ontlenen aan de eventuele subsidie. Activiteit mag niet afhankelijk zijn van alleen subsidie Er moet een redelijke verhouding zijn tussen eigen financiering, de omvang van de activiteit en het aangevraagde subsidiebedrag. Ook sponsoring in natura (hulp, diensten of korting op producten) telt hierbij mee en maakt dus deel uit bij bepaling van de te verlenen subsidie. Omdat subsidie in essentie aanvullend is, wordt ook geen subsidie verstrekt wanneer de organisatie gericht is op winst. Als er andere bronnen van inkomsten mogelijk zijn zullen die als eerste primair aangewend moeten worden alvorens subsidie bij de gemeente kan worden aangevraagd. De gemeente kan hierbij wel een faciliterende rol vervullen.

Redelijke verhouding tussen eigen financiering en subsidie Subsidie is in essentie aanvullend. Er behoort daarom een redelijke verhouding te zijn tussen eigen financiering, de omvang van de activiteit en het aangevraagde subsidiebedrag Eigen inbreng: minimaal 50% van de totale kosten van de activiteit moet gedekt worden door eigen middelen, externe sponsoring etc. Subsidie: Maximaal 50% van de kosten kan door middel van subsidie worden gedekt. Sponsoring in natura: Dit kan meetellen als onderdeel van de eigen bijdrage, mits de waarde hiervan reëel en onderbouwd is.

Geen subsidie voor vrijetijdsactiviteiten voor volwassenen De gemeente verleent geen subsidie aan recreatieve activiteiten c.q. vrijetijdsbesteding voor volwassenen. Afwijking hiervan is alleen mogelijk als de activiteit kwetsbare inwoners, instellingen en verenigingen met elkaar verbindt waardoor de sociale samenhang, solidariteit en gemeenschapszin wordt versterkt. Ook moet er aangesloten worden bij de gemeentelijke beleidsdoelen. Wordt dat met deze activiteit beoogd dan kan er eventueel een subsidie op maat worden verleend in het kader van de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo).

Versterken van sociale samenhang, solidariteit en gemeenschapszin De gemeente kan subsidie verstrekken voor recreatieve activiteiten of vrijetijdsbesteding voor volwassenen wanneer deze activiteiten kwetsbare inwoners, instellingen en verenigingen met elkaar verbinden en bijdragen aan het versterken van sociale samenhang, solidariteit en gemeenschapszin. Daarnaast dienen de activiteiten aan te sluiten bij de gemeentelijke beleidsdoelen. Wanneer dit het geval is, kan er in het kader van de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) een op maat gemaakte subsidie worden verleend. Subsidie wordt niet verleent aan recreatieve activiteiten c.q. vrijetijdsbesteding voor volwassenen.

Ambitieniveau Het is aan de vereniging of stichting zelf om te bepalen welk ambitieniveau zij wil nastreven. Dat betekent ook dat mocht men een bepaald c.q. hoog of hoger ambitieniveau nastreven, dit ook voor eigen rekening komt. De gemeente verstrekt hiervoor geen (extra) subsidie. Subsidie en minimabeleid Indien een vereniging of stichting subsidie aanvraagt wordt, indien van toepassing, meewerken aan armoede- en minimabeleid als voorwaarde gesteld.

Ambitieniveau Het is aan de vereniging of stichting zelf om te bepalen welk ambitieniveau zij wil nastreven. Dat betekent ook dat mocht men een bepaald c.q. hoog of hoger ambitieniveau nastreven, dit ook voor eigen rekening komt. De gemeente verstrekt hiervoor geen (extra) subsidie Loon op Zand, voor iedereen Indien een vereniging of stichting subsidie aanvraagt moet deze bijdragen aan een inclusieve gemeente waarin alle activiteiten voor iedereen toegankelijk zijn, ongeacht opleidingsniveau, achtergrond, leeftijd, geloofsuiting, geaardheid of eventuele beperking. Zo kan er ook als voorwaarde gesteld worden, indien van toepassing, om mee te werken aan bijvoorbeeld armoede- en minimabeleid. Subsidie in relatie met vermogen en reserves Bij een subsidieaanvraag moet het aangevraagde bedrag in verhouding staan tot de vermogens- en reservepositie van de betreffende vereniging of stichting. Jaarlijks mag maximaal 10% van het ontvangen subsidiebedrag als reserve worden aangehouden. Dit percentage stelt organisaties in staat om een buffer op te bouwen voor onvoorziene

Subsidie in relatie met vermogen en reserves Bij de subsidieaanvraag dient het gevraagde bedrag in verhouding te staan met de vermogens- en reservepositie van de desbetreffende vereniging of stichting. Hierbij wordt rekening gehouden met de materiele investeringen en aanschaf van duurzame gebruiksgoederen die voor een vereniging of stichting noodzakelijk zijn met betrekking tot de te organiseren

38

activiteit. Hierbij staat maatwerk centraal. De gemeente heeft te allen tijde het recht om jaarstukken en andere financiële gegevens op te vragen ter beoordeling van de subsidieaanvraag

uitgaven en toekomstige investeringen, zonder dat dit leidt tot overmatige vermogensvorming.

Niet in aanmerking voor subsidie Er is geen recht op subsidie als de te subsidiëren activiteit: 1. Direct of indirect gekoppeld is aan een commercieel belang; 2. Direct of indirect gekoppeld is aan een politieke en/of religieuze doelstelling; 3. Niet in de gemeente Loon op Zand plaatsvindt en dus niet ten goede komt aan de Loonse gemeenschap en/of haar inwoners.

Niet in aanmerking voor subsidie Er is geen recht op subsidie als de te subsidiëren activiteit: 1. Direct gekoppeld is aan een commercieel belang; 2. Direct of indirect gekoppeld is aan een politieke en/of religieuze doelstelling; 3. Niet in de gemeente Loon op Zand plaatsvindt en dus niet ten goede komt aan de Loonse gemeenschap en/of haar inwoners

Conform de Algemene Subsidieverordening (ASV) kan de gemeente limieten stellen aan zowel de hoogte als de termijn van de besteding van de gevormde reserves. Hierbij wordt rekening gehouden met de materiele investeringen en aanschaf van duurzame gebruiksgoederen die voor een vereniging of stichting noodzakelijk zijn met betrekking tot de te organiseren activiteit.

39

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=LoonOpZand&id=d795505c-ebd7-4660-a9d1-afc276b94fdb