Bijlage 1 Verdiepend Visiedocument Sterke Gemeenschap inclusief Sterk Lokaal Team
Tekst van het document
Verdiepende visie Sterke Gemeenschap incl. Sterk Lokaal Team 2025-2030 “Van toegang verlenen naar zelf ondersteunen”
Gemeente Loon op Zand:
een Sterke Gemeenschap waarbinnen het
Sterk Lokaal Team ondersteuning biedt aan kwetsbare inwoners.
2
Inleiding Binnen het sociaal domein hebben we te maken met complexe uitdagingen. Denk hierbij aan de individualisering van de samenleving, de toenemende vraag naar (jeugd)hulp, de vergrijzing, structurele personeelstekorten en de door deze ontwikkelingen oplopende kosten. Deze uitdagingen leiden ertoe dat we het sociaal domein fundamenteel dienen te herzien. Ook op landelijk en regionaal niveau worden deze uitdagingen erkend. Verschillende ontwikkelingen zoals de Hervormingsagenda Jeugd, het Integraal Zorgakkoord, het Gezond en Actief Leven Akkoord en het Toekomstscenario Kind- en Gezinsbescherming benadrukken de noodzaak voor verandering. De regio Hart van Brabant, waar we als Loon op Zand onderdeel van uitmaken, sluit hierop aan middels de doorontwikkeling van de inkoop. De afgelopen jaren zijn er diverse maatregelen ingezet om de uitdagingen aan te gaan. Denk hierbij aan gewijzigde inkoopstructuren, vernieuwde werkprocessen, sterkere sturingsmechanismen, meer preventiegerichte inzet enz. We concluderen dat deze maatregelen nog onvoldoende hebben bijgedragen aan het verminderen van de complexiteit en de uitdagingen in het sociaal domein. We beogen daarom een systeemomslag richting minder individuele benadering; een andere manier van het verlenen van toegang tot zorg en ondersteuning en naar het meer zelf (als gemeente zijnde) bieden van ondersteuning.
Daarnaast focussen we ons meer op de context/ de omgeving van de inwoner en op het collectief- en preventief inzetten van ondersteuning wanneer mogelijk. Dit vraagt om een nieuwe manier van denken en werken. De voorliggende verdiepende visie is daarbij een helpend instrument. Deze sluit aan op de eerder door de gemeenteraad vastgestelde visie op het sociaal domein 2022-2027, ook wel ‘In de buurt/ Aan de buurt’ genoemd. Daarom noemen we het een verdiepende visie. Met deze verdieping geven we invulling aan de opgaven zoals die eerder zijn benoemd. Het voorliggende document gaat over de Sterke Gemeenschap. En over hoe we daarbinnen zorgen voor ondersteuning aan de meest kwetsbaren binnen onze samenleving. Het doel van dit visiedocument is gericht op: •
het vastleggen van het gedachtengoed en de visie op de manier waarop binnen een Sterke gemeenschap ondersteuning wordt geboden aan de meest kwetsbare inwoners.
•
het leggen van een basis voor de opdracht aan het Sterk Lokaal Team, voor de jaren 2025-2030, en aan de pilot die start in 2025.
•
een handreiking vastleggen voor de manier waarop uitvoering gegeven wordt aan het werk vanuit het Sterk Lokaal Team;
Opbouw van het document
3
Het document start met het schetsen van de achtergrond en de context; waar komen we vandaan in Loon op Zand (hierna LoZ) en voor welke ontwikkelingen staan we? Hoofdstuk 2 schetst de brede visie op de Sterke Gemeenschap en het Sterk Lokaal Team (SLT) van de toekomst. Daarna maken we deze concreter door te schetsen wat het voor inwoners betekent. Als afsluiting geven we een beeld van de het vervolgproces.
4
Inhoud Inleiding ....................................................................................................................................................... 3 Inhoud .......................................................................................................................................................... 5 1. Achtergrond & context ........................................................................................................................... 6 1.1 Landelijke beleidsontwikkelingen ........................................................................................................ 6 1.2 Regionale ontwikkelingen .................................................................................................................. 8 1.3 Lokale ontwikkelingen ........................................................................................................................ 8 1.4 Financiële context ............................................................................................................................... 9 1.5 Conclusie ......................................................................................................................................... 11 2. Visie .......................................................................................................................................................
12 Probleemstelling ................................................................................................................................. 12 Uitdaging ............................................................................................................................................. 12 Overkoepelend Toekomstbeeld .......................................................................................................... 12 2.1 Visie op Sterke gemeenschappen ................................................................................................... 14 Toekomstbeeld ................................................................................................................................... 14 Doelstelling ......................................................................................................................................... 14 2.1.1 Visie op het Sterk Lokaal Team (SLT); van toegang naar SLT. ................................................. 15 Toekomstbeeld ................................................................................................................................... 15 Doelstelling. ........................................................................................................................................
15 Wat doet het SLT? .............................................................................................................................. 16 Inwonersondersteuners bieden de ondersteuning zelf. ....................................................................... 17 2.1.2 Leidende principes van het SLT ................................................................................................. 18 3. Wat betekent deze visie voor inwoners? ............................................................................................ 19 Een voorbeeld ..................................................................................................................................... 19 4. Uitwerking visie in drie opgaven ......................................................................................................... 23 4.1 Financiële vertaling van de transformatie.......................................................................................... 23 De lange termijn financiën................................................................................................................... 24 4.2 Waarden- en visie gedreven organisatorische vertaling....................................................................
24 Het vervolgproces ............................................................................................................................... 24 Verdere uitwerking van thema’s .......................................................................................................... 25 Betrokkenheid van inwoners ............................................................................................................... 25 Bijlage 1. Leidende principes van het SLT ............................................................................................. 26 Bijlage2 Samenvatting Verdiepende visie ............................................................................................. 29
5
1. Achtergrond & context In 2015 stond onze gemeente, net als alle andere in Nederland, voor de uitdaging om in het sociaal domein met nieuwe taken aan de slag te gaan. De decentralisatie van de Jeugd- Participatiewet en Wmo had als voornaamste bedoeling om de hulp dichterbij de inwoners te organiseren, zodat het passender, met meer samenhang en meer op maat zou kunnen worden geboden. Deze decentralisatie ging gepaard met een vermindering op het budget (van circa 15%) én een wettelijke zorgplicht voor gemeente om de zorg en continuïteit voor inwoners te borgen. Na een aantal jaren werd duidelijk dat het dichterbij brengen van het aanbod zijn effect had. Naast positieve effecten zoals het kunnen bieden van maatwerk, leidde het ook tot meer vraag en oplopende kosten. Hedendaags hebben inwoners te maken met verschillende verwijzers, een complex verwijsproces, lange doorlooptijden en soms ervaren inwoners verlies in het hebben van regie over hun eigen leven. Ook moeten inwoners hetzelfde verhaal vertellen aan verschillende personen, voordat de ondersteuning daadwerkelijk wordt geboden. Bovenop de bovenstaande ontwikkelingen hebben we binnen het sociaal domein te maken met een aantal relevante maatschappelijke ontwikkelingen zoals bv. de vergrijzing en een structureel personeelstekort.
In het verlengde van dit alles hebben we in LoZ met het project Grip op het sociaal domein de eerste stappen gezet om, met behoud van kwaliteit, budgetten lokaal beter te beheersen. Daarna werd de inhoudelijke koers bepaald in de door de gemeenteraad vastgestelde ‘Visie op het sociaal domein 2022 – 2027’, met als titel In de buurt / Aan de buurt.
1.1 Landelijke beleidsontwikkelingen Ook het rijk heeft de wens om zorg en ondersteuning beschikbaar te houden voor de meest kwetsbare inwoners die het nodig hebben. Dit was immers de aanleiding voor de decentralisaties van de jeugdwet, participatiewet en Wmo in 2015. Het rijk geeft deze noodzaak om het anders te gaan doen (onder andere) vorm met de Hervormingsagenda Jeugd (hierna HvJ), Iza Gala en het Toekomstscenario Kind- en Gezinsbescherming. Hervormingsagenda Jeugd (HvJ) en Toekomstscenario Kind en Gezin Met name de HvJ heeft grote invloed. Deze bevat een omvangrijk pakket afspraken met als doel de jeugdzorg te verbeteren en financieel gezond te maken. Zowel het rijk als gemeenten zijn daarmee verplicht om structureel te investeren in de kwaliteit en effectiviteit van jeugdhulp. De HvJ acht het van belang dat de problemen in de context van het gezin worden opgepakt. Waar bv. problemen van kinderen herleid kunnen worden naar oorzaken bij ouders, gaan we daarmee aan de slag. Dit vraagt om ondersteuning van kind en gezin en investeringen in aanpalende domeinen zoals het onderwijs, volwassenen-ggz en bestaanszekerheid zowel door het Rijk als door gemeenten.
6
Om deze doelstellingen te behalen moeten jeugdigen en hun ouders voor jeugdhulp laagdrempelig en dicht bij huis terecht kunnen. Het rijk wil dit onder meer bereiken door in te zetten op een Sterk Lokaal Team (hierna SLT) met voldoende kennis en expertise en verbinding met specialistische hulp. Het SLT biedt waar nodig zelf passende en samenhangende basishulp: zowel licht als zwaarder en zowel kort als langdurig (bijvoorbeeld ook langdurige lichtere hulp). Teams die met ouders en jeugdigen kijken naar wat zij nodig hebben, gericht op het versterken van het gewone leven en de veerkracht van gezinnen en jongeren. Ze doen dit in goede verbinding met de lokale voorzieningen die beschikbaar zijn zoals bv. welzijn, (kinder)opvang en onderwijs; daarnaast met bv. volwassenen-ggz en ggz-ondersteuning, gehandicaptenzorg, die bij voorkeur ook in de wijk aanspreekbaar en inzetbaar zijn. Waar nodig wordt opgeschaald naar specialistische hulp. Voor het op- en afschalen van hulp is het nodig dat lokale teams worden versterkt met voldoende kennis van, en verbinding met, specialistische hulp. Hiervoor maken we een beweging naar de voorkant en versterken we de lokale toegang met stevige lokale teams, waarin goed opgeleide professionals werken, die in goede verbinding staan met specialisten en het voorliggende (collectieve en preventieve) aanbod.
Ook het Toekomstscenario Kind- en Gezinsbescherming beoogt een fundamentele herziening van de jeugdbescherming in Nederland. Het toekomstscenario steekt daarom in op: •
Gezinsgerichte Aanpak: Het scenario streeft naar een integrale benadering waarbij het hele gezin centraal staat. Dit betekent dat ondersteuning en hulpverlening niet alleen op het kind zijn gericht, maar op het gehele gezinssysteem. Dit vereist dat gemeenten hun diensten integreren, waarbij jeugd- en gezinsbescherming, Wmo, onderwijs en andere diensten samenwerken om holistische ondersteuning te bieden.
•
Eenvoudigere Structuur: Door de huidige complexe structuren te vereenvoudigen, wordt beoogd de jeugdbescherming effectiever en efficiënter te maken. Dit moet leiden tot duidelijkheid voor gezinnen over wie welke taken en verantwoordelijkheden heeft.
•
Versterkte Samenwerking: Het scenario benadrukt de noodzaak van nauwere samenwerking tussen lokale teams, gecertificeerde instellingen, Veilig Thuis, de Raad voor de Kinderbescherming en andere partners in de jeugdbeschermingsketen. Lokale teams moeten worden uitgerust met de juiste expertise en middelen om volgens de nieuwe gezinsgerichte benadering te werken.
Wet Maatschappelijke Ondersteuning (Wmo) In het verlengde van de HvJ zijn er logischerwijs (ook) ontwikkelingen binnen de Wmo. Deze sluiten in basis nadrukkelijk aan op de beweging vanuit de HvJ: voorliggende ondersteuning beschikbaar stellen om dure specialistische zorg te voorkomen. Binnen de Wmo zijn er echter een aantal belangrijke ontwikkelingen die van invloed zijn. Hierbij valt te denken aan: •
Invoering inkomensafhankelijke bijdragen Wmo
Het kabinet is voornemens om per 1 januari 2027 de eigen bijdragen voor Wmo-maatwerkvoorzieningen opnieuw inkomensafhankelijk te maken, ter vervanging van het huidige abonnementstarief.
7
•
Decentralisatie van Beschermd Wonen
Er wordt gewerkt aan de decentralisatie van Beschermd Wonen, waarbij de verantwoordelijkheid verschuift van centrumgemeenten naar alle individuele gemeenten. Deze wijziging vereist dat gemeenten zich voorbereiden op het bieden van passende huisvesting en ondersteuning voor kwetsbare inwoners binnen hun eigen gemeenschap. •
Demografische ontwikkelingen
De vergrijzing van de bevolking leidt tot een toenemende vraag naar Wmo-voorzieningen. Gemeenten moeten anticiperen op deze groeiende behoefte door hun dienstverlening en budgetten hierop aan te passen. IZA / GALA Ook de landelijke, regionale en lokale inzet op het Integraal Zorgakkoord (IZA) en het Gezond en Actief Leven Akkoord (GALA) hebben aanzienlijke invloed op de transformatie van het sociale domein. Deze akkoorden beogen een verschuiving van zorg naar gezondheid, met een sterke nadruk op preventie en (regionale) samenwerking tussen het medische en sociale domein op 4 pijlers:: -
Gezonde start: een kansrijke start voor ieder kind met ondersteuning voor hulpbehoevende (aanstaande) ouders. gezonde leefstijl en fysieke leefomgeving: Een andere Inrichting van leefomgeving, voorlichting en (preventieve) ondersteuning aan inwoners met een gezondheidsvraagstuk. gezonde geest en sociale leefomgeving: iedereen voelt zich onderdeel van de samenleving, kan zichzelf zijn en er wordt naar elkaar omgekeken. gezond ouder worden: inwoners worden gezond oud, zowel fysiek als sociaal.
1.2 Regionale ontwikkelingen De regio Hart van Brabant, waar we als gemeente onderdeel van uitmaken, sluit op de gewenste transformatiebeweging aan. Dit doen we onder andere door de doorontwikkeling van de inkoop Jeugdhulp en Wmo. Inmiddels zijn de onderdelen dagopvang, begeleiding en beschermd wonen van de Wmo belegd bij de samenwerkingsorganisatie SIEM. Inzake de regionale inkoop m.b.t. Jeugd is daarnaast besloten om de veelvoorkomende ambulante Jeugdhulp, de dag begeleiding en respijtzorg vanaf 2027 niet langer regionaal in te kopen. Dit heeft grote invloed op onze lokale situatie. In de nabije toekomst worden we lokaal verantwoordelijk voor het lokaal aanbieden van hulp of ondersteuning aan een fors aantal jeugdigen (300-350) en gezinnen die nu regionaal ingekochte specialistische hulp krijgen. Hoe dit er exact uit gaat zien is nog onduidelijk. Daarnaast heeft een de regio HvB onlangs aan een adviesbureau de opdracht gegeven om een integrale, regionaal gedragen visie voor de Sterke Lokale Teams te ontwikkelen.
1.3 Lokale ontwikkelingen 8
In navolging van de landelijke en regionale ontwikkelingen hebben we in LoZ lokaal al het nodige gedaan. Zo is de visie In de buurt / Aan de buurt door de gemeenteraad 2022-2027 door de gemeenteraad van LoZ in 2022 vastgesteld. Een verschuiving van individuele zorgconsumptie naar een sterke, inclusieve samenleving waarin inwoners elkaar ondersteunen en de juiste hulp tijdig beschikbaar is voor wie dit echt nodig heeft, is de kern van de visie “in de buurt/ aan de buurt”; van gemeente naar gemeenschap. In de, door inwoners opgestelde, Toekomstagenda (2021) was een van de eerste ambities om samen met de gemeente een gemeenschap te bouwen. Dit omdat ‘’zorgen voor elkaar’’ leeft bij de inwoners en er duidelijk kenbaar is gemaakt dat dit een belangrijk uitgangspunt is voor de toekomst. Laagdrempelige voorzieningen die vrij toegankelijk zijn dienen samen georganiseerd te worden. Tevens is door het college in 2024 opdracht gegeven om de opgaven Sterke Gemeenschap en Toegang uit te werken. Het opstellen van een visie (welke nu voorligt) is hier onderdeel van. Voor het concretiseren van de ideeën en initiatieven die we vanuit de opgaven al eerder hebben ontwikkeld, is het document ‘beheersend transformeren 2025’ vastgesteld door het college.
De hierin opgenomen maatregelen en interventies richten zich op kostenbesparing (op de langere termijn) én op het leveren van een bijdrage aan de opgaven. De maatregelen die zijn opgenomen in de begroting 2025 richten zich o.a. op de structurele financiering van o.a het jongerenwerk en uitbreiding van het schoolmaatschappelijk werk, als ook op aanvullende formatie voor het Sterke Lokale Team en maatregelen die een drempel opwerpen voor het gebruik van voorzieningen. Dit is het fundament waarop we verder bouwen.
1.4 Financiële context Het Rijk stuurt naast beleidsakkoorden ook via financiële maatregelen op een verschuiving van specialistische zorg naar preventieve en toegankelijke ondersteuning. Mede vanwege het zogenaamde ‘Ravijnjaar 2026’ waarin veel tijdelijke rijks financieringen aflopen, voelen zowel het Rijk als gemeenten een financiële druk om het stelstel te hervormen en de kosten te verminderen. Landelijke financiële ontwikkelingen die van invloed zijn op de transformatie beweging, zijn: •
Rijkskorting door invoering inkomensafhankelijke eigen bijdrage voor Wmo. Deze wordt vanaf 2027 doorgevoerd.
•
Taakstelling vanuit de Hervormingsagenda Jeugd. Er ligt een landelijke taakstelling van €1 miljard.
•
Maatregelen uit het coalitieakkoord
Het kabinet heeft een landelijke besparingsmaatregelen aangekondigd in een kamerbrief. Deze brief, gedateerd op 18 april 2023, informeert de Tweede Kamer over het bereikte principeakkoord tussen het 9
Rijk en de VNG betreffende het financiële kader van de Hervormingsagenda Jeugd. Gemeenten moeten inspanningen leveren om deze maatregelen te realiseren. Het rijk is momenteel nog met de VNG in gesprek over hoe hier vorm en inhoud aan te geven, onderdeel daarvan is een eventuele compensatie voor gemeenten. Er is een onafhankelijke deskundigencommissie ingesteld die de uitvoering van de Hervormingsagenda Jeugd volgt en hierover advies uitbrengt. Deze commissie monitort de voortgang en beoordeelt of de financiële en inhoudelijke doelen worden bereikt. Het beïnvloeden van de kosten in het sociale domein is complex. Gemeenten hebben een beperkte beleidsvrijheid door bijvoorbeeld de combinatie van een zorgplicht en een extern verwijsrecht vanuit het medisch domein. Tevens zijn gemeenten afhankelijk van externe factoren die buiten de invloedssfeer liggen. •
Niet beïnvloedbare zorgkosten
Gemeenten kunnen invloed uitoefenen op de (zorg)kosten door de mate waarin bepaalde diensten aangeboden worden of door verschil te maken in de kwaliteit van diensten. Echter zijn er verschillende factoren die van grote invloed zijn maar tevens beperkt zijn te beïnvloeden. Enkele voorbeelden van niet of beperkt beïnvloedbare (zorg)kosten zijn: -
Landelijke wet- en regelgeving met verplichtend karakter.
-
Demografische ontwikkelingen zoals de vergrijzing of bevolkingsgroei die van invloed is op de vraag naar zorg en ondersteuning.
-
Externe economische factoren zoals stijgingen in de kosten van bijvoorbeeld energie, zorgmaterialen, of lonen (bijvoorbeeld bij zorgpersoneel)
•
Beïnvloedbare zorgkosten
Logischerwijs zijn er ook kosten die wél beïnvloedbaar zijn door gemeentelijk beleid en te nemen maatregelen. Dit zijn vooral kosten waarbij gemeenten beleidsvrijheid hebben in de manier waarop ze voorzieningen organiseren en uitvoeren. De mate waarin gemeenten beschikken over beleidsvrijheid zegt namelijk iets over de mate waarin gemeenten de kosten kunnen beïnvloeden. De Raad voor het Openbaar Bestuur deed hier de nodige uitspraken over in het uitgebrachte advies in het rapport ‘’Beleidsvrijheid geduid’’ (ROB, 2019). -
Indicatiestelling aanscherpen door de toeleiding naar specialistische zorg strakker en strenger in te richten.
-
Collectieve voorzieningen stimuleren welke voorliggend ingezet (kunnen) worden op individuele en specialistische maatwerkvoorzieningen.
-
Subsidievoorwaarden aanscherpen.
-
Minimaregelingen aanscherpen. 10
•
-
Samenwerking tussen verenigingen stimuleren.
-
Inzetten op preventie.
Investeren versus besparen
De complexiteit van grip op de kosten komt nadrukkelijk terug in de afweging van gevraagde investeringen in het sociaal domein tegenover (noodzakelijke) besparingen. Veel welzijnstaken hangen namelijk samen met zorg, veiligheid en participatie (bijv. voorkomen van eenzaamheid, ongezondheid of overlast). Het beïnvloeden van kosten op sport, cultuur en welzijn door bezuinigingen kan indirect leiden tot hogere kosten in jeugdzorg, Wmo of schuldhulpverlening, of tot sociale ongelijkheid en minder leefbaarheid en participatie in buurten. Het is dus noodzaak om een balans te vinden tussen besparen en investeren in lange termijneffecten.
1.5 Conclusie Door de verschillende ontwikkelingen die op ons af komen worden gemeenten gestimuleerd om hun beleid, werkwijzen en financiering aan te passen en voortdurend te evalueren. Dit met het doel een toekomstbestendig en integraal sociaal domein te realiseren, met effectievere en meer samenhangende ondersteuning. Het vraagt veel van gemeenten. Enerzijds zorgen alle ontwikkelingen voor verplichtingen en vraagt dit een proactieve houding. Anderzijds neemt de (financiële) druk enkel toe en is het voor gemeenten steeds lastiger om begrotingen sluitend te krijgen. Echter is de overtuiging vanuit het rijk dat gemeenten bij kunnen dragen door te investeren in preventie, regionale samenwerking, integrale aanpakken en de sociale basis. Al deze ontwikkelingen moeten er in samenhang voor zorgen dat er een toekomstbestendig zorg- en ondersteuningsstelsel ontstaat dat aansluit bij de behoeften van inwoners.
11
2. Visie Het vaststellen van een concrete verdiepende visie op de Sterke Gemeenschap en Sterk Lokaal Team, is nodig om het fundament dat in LoZ al gelegd is, verder te kunnen uitbouwen en daarmee de zorg en ondersteuning aan de meest kwetsbaren in onze samenleving beschikbaar te kunnen houden. Probleemstelling De kwetsbare inwoners van LoZ worden op dit moment onvoldoende snel en efficiënt ondersteund wanneer ze een hulpvraag stellen De huidige inrichting draagt daarnaast bij aan hoge kosten, versnipperde ondersteuning en een groeiende zorgvraag. Dit terwijl de financiële en personele middelen onder druk staan. Bovendien draagt de huidige aanpak onvoldoende bij aan de zelfredzaamheid en participatie van inwoners. Een wijziging van het huidige systeem is dan ook noodzakelijk. We willen ervoor zorgen dat de inwoners die een beroep op de zorg en ondersteuning doen, snel, preventie en efficiënt ondersteund worden. Anderzijds is het ook noodzakelijk dat minder inwoners een beroep doen op specialistische ondersteuning. Niet enkel omdat de huidige situatie, waarin specialistische hulp een te grote rol speelt, niet houdbaar is maar ook omdat specialistische hulp in lang niet alle gevallen efficiënt of helpend is gebleken. Daarnaast willen we zorgen voor een overzichtelijk(er) zorglandschap waarbij inwoners regie houden over hun eigen leven.
Uitdaging Een fundamentele verandering is noodzakelijk om ervoor te zorgen dat inwoners de uitdagingen van het leven (beter) zelf het hoofd kunnen bieden, binnen een veerkrachtige en leefbare gemeenschap. Het bevorderen van de zelfredzaamheid en participatie van inwoners draagt eraan bij dat de zorg toegankelijk, betaalbaar en duurzaam blijft voor de meest kwetsbare inwoners. Overkoepelend Toekomstbeeld Inwoners zullen altijd geconfronteerd worden met uitdagingen in het leven. We streven naar een gemeenschap breed ervaren besef dat het leven, ieders leven, soms hobbels kent. Dat veel van die hobbels zich idealiter in de eigen omgeving laten oplossen. Dat er zowel in een gemeenschap als in een mensenleven ‘afwijkingen van de norm’ kunnen zijn die niet per se professioneel ingrijpen vergen, maar soms wel even wat extra zorg en aandacht vanuit het eigen netwerk. Echter, wanneer mensen het ondanks dat niet op eigen kracht kunnen, wil de gemeente ervoor zorgen dat de zorg- en ondersteuning voor hen beschikbaar blijft. We streven ernaar dat inwoners mét deze uitdagingen zich gezien en gehoord voelen en ondersteund worden op de manier die nodig is. Inwoners worden daarbij benaderd als regievoerders van hun eigen uitdagingen, de mensen om hen heen (zowel professioneel als niet professioneel) treden op als hun partners.
12
Figuur 1
Toelichting op figuur 1 We kunnen twee ringen binnen de sterke gemeenschap onderscheiden. 1.
De bovenste ring, het normale leven en het eigen sociale netwerk, gaat over de inwoner en het netwerk van die persoon, en in hoeverre dat netwerk diegene kan ondersteunen en opvangen. Binnen het normale leven. Denk hierbij buren die naar elkaar omkijken, jongeren die wat doen voor ouderen of mantelzorgers die de draagkracht van een inwoner versterken.
2.
De middelste ring staat voor het collectieve- en individuele vrij toegankelijk aanbod en ondersteuning waar inwoners gebruik van kunnen maken. Denk aan (sport)clubs of andere verenigingen, aan de bibliotheek , de huisarts of aan het onderwijs. Vrijwillige inzet van individuen voor organisaties of in gemeenschappen hoort hier ook bij. Daarnaast gaat het over de plekken (gebouwen) waar inwoners samenkomen zoals een buurthuis. Maar het gaat ook om de formele voorzieningen zoals een vrijwilligerssteunpunt of een welzijnsorganisatie.
Het Sterk Lokaal Team (SLT) is ook gepositioneerd binnen deze middelste ring, dus binnen de Sterke Gemeenschap. De Sterke gemeenschap en het SLT zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden en versterken elkaar in het streven naar een sterke veerkrachtige gemeenschap. 13
Wanneer inwoners en professionals behoefte hebben aan extra ondersteuning op het gebied van Jeugd, Wmo, Geldzaken, Participatie en Veiligheid, kunnen zij hiervoor bij het SLT terecht. Het SLT biedt inwoners ondersteuning, werkt daarin samen met andere betrokken partijen uit de sterke gemeenschap, en maakt eventueel gebruik van inzet uit het niet-vrij toegankelijke aanbod. Daarmee vormt het SLT de toegang tot niet vrij-toegankelijke zorg en ondersteuning. 3.
De onderste van de drie ringen in het plaatje verbeeldt het niet vrij toegankelijke aanbod en ondersteuning, oftewel de geïndiceerde zorg. Dit behoort niet tot de Sterke Gemeenschap. Denk hierbij aan professionele partijen die inwoners helpen bij het oplossen van schulden ( bv. kredietbank), gespecialiseerde jeugdhulp en Wmo en partijen uit het veiligheidsdomein.
2.1 Visie op Sterke gemeenschappen Een gemeenschap bestaat uit alle partners binnen een gemeenschap in een bepaald gebied. We kennen binnen de gemeente LoZ al verschillende vormen van sterke gemeenschappen. Toch zien we mogelijkheden om de samenleving als geheel verder te versterken. Toekomstbeeld Een sterke gemeenschap is een gemeenschap waarin inwoners elkaar kennen, naar elkaar omkijken en bekend zijn met de mogelijkheden binnen onze gemeenschap. Hierin ligt de focus op positieve gezondheid en leefbaarheid. Inwoners en professionals benaderen elkaar niet vanuit hetgeen niet goed gaat (een ziektebeeld), maar vanuit een positieve insteek op dat wat wel goed gaat. In een sterke gemeenschap helpen inwoners elkaar en vinden ze elementen, waardoor ze de uitdagingen van het leven zelf of gezamenlijk op kunnen vangen. Een van die elementen is een uitgebreid en breed aanbod van voorzieningen, verenigingen en organisaties. Ook zijn er veel mogelijkheden om deel te nemen aan preventieve, vrij toegankelijke collectieve voorzieningen. Binnen de sterke gemeenschap bestaan én ontstaan netwerken waarin inwoners, verenigingen en organisaties elkaar kunnen vinden en samen initiatieven nemen en uitvoeren.
Wanneer inwoners een steuntje in de rug nodig hebben zoeken ze deze zoveel als mogelijk binnen hun eigen buurt en/of eigen netwerk of binnen het vrij toegankelijke aanbod van voorzieningen. Hierdoor voelen inwoners zich onderdeel van een samenleving die er voor hen is en naar hen omziet. De meest kwetsbare inwoners hebben soms net een extra steuntje in de rug nodig, en kunnen daarvoor terecht bij het SLT. Het SLT werkt samen met de inwoner en andere daarbij betrokkenen uit de sterke gemeenschap. Samen wordt gewerkt aan het versterken van de regie over hun eigen leven en ervaren ze een hogere kwaliteit van leven. Doelstelling
14
Bijdragen aan het verhogen van de kwaliteit van leven van onze inwoners en het verlagen van de uitgaven voor specialistische hulp, door het versterken van de veerkracht en leefbaarheid van onze gemeenschap en eigen regie van de inwoners. Dit doen we o.a. door te werken aan de onderstaande doelen: •
Meer problemen voorkomen of vroegtijdig verhelpen door meer preventieve voorzieningen vrij toegankelijk te maken en waar mogelijk in groepsverband (collectief) aanbod te organiseren.
•
Versterken van inwonersnetwerken en hun omgeving. Waardoor inwoners meer regie op het eigen leven kunnen creëren, door bv. het stimuleren en in staat stellen van het bestaan én ontstaan van netwerken waarin inwoners, verenigingen en organisaties initiatieven nemen en uitvoeren en waarin inwoners participeren. Ook het nog meer ondersteunen van mantelzorgers, vrijwilligers en verenigingen kan hier aan bijdragen.
•
Meer normaliseren en door het versterken van bewustwording actief creëren van een klimaat waarin men accepteert dat het soms even minder goed gaat óf dat inwoners afwijken van de norm, zonder medicaliseren, professionaliseren, diagnoses stellen en etiketteren.
•
Meedoen in de maatschappij vergroten door bv. verbeteren mobiliteit van inwoners. Denk hierbij aan bv. het toegankelijker maken van de leefomgeving door bv. wandelroutes voor ouderen. Of het creëren van meer collectieve vervoersvoorzieningen, zoals bv. scootmobiel-pool en deelmobiliteit leerlingenvervoer.
2.1.1 Visie op het Sterk Lokaal Team (SLT); van toegang naar SLT. We organiseren de toegang tot zorg en ondersteuning in de toekomst anders dan we momenteel gewend zijn, namelijk via het SLT. We transformeren de huidige werkwijze waarin we vooral toegang verlenen tot specialistische zorg, naar het zelf leveren van integrale domein overstijgende ondersteuning. Dit betreft de belangrijkste en een wezenlijke wijziging van het huidige systeem. Zowel de Sterke gemeenschap als een SLT kan uitdagingen in het leven van inwoners niet voorkomen. Echter, een sterke gemeenschap met een SLT kan door de beoogde aanpak beter inspelen op inwonersbehoeften en de inzet van niet vrij toegankelijk aanbod. Toekomstbeeld Het SLT van de toekomst is onderdeel van de sterke gemeenschap. Het SLT biedt, in samenwerking met andere betrokkenen binnen de Sterke Gemeenschap, ondersteuning aan inwoners en vormt de toegang tot specialistischere vormen van hulp, indien nodig. Zo mogelijk begeleiden inwonersondersteuners van het SLT inwoners naar collectieve voorzieningen/aanbod in de Sterke Gemeenschap. Enkel onze kwetsbaarste inwoners worden begeleid richting de specialistische hulp, wanneer andere ondersteuning onvoldoende blijkt. Doelstelling. 15
Het laagdrempelig bieden en toegankelijk houden van zorg, begeleiding en ondersteuning aan de meest kwetsbare inwoners van de gemeente LoZ. Dit doen we o.a. door te werken aan de onderstaande doelen1: •
Vergemakkelijken van de toegang tot vrij toegankelijke voorzieningen en ondersteuning, dicht bij huis (zowel collectieve- als individuele ondersteuning) .
•
Versterken van eigen regie door inwoners in staat te stellen zoveel mogelijk zelf, en samen met hun netwerk, oplossingen te vinden voor hun hulpvragen en uitdagingen in leven beter zelf aan te kunnen.
•
Voorkomen van escalaties en problemen door preventie, normaliseren en door het versterken van de veerkracht van inwoners, om zo de instroom naar specialistische zorg te verminderen.
•
Verminderen van de fragmentatie van zorg door een integrale en gecoördineerde aanpak vanuit het SLT.
•
Versterking van het vertrouwen in gemeentelijke hulp en ondersteuning door het verminderen van wachtlijsten en verbeteren van de kwaliteit van ondersteuning.
•
Verminderen van maatschappelijke kosten door het verlagen van het aantal doorverwijzingen naar specialistische hulp.
Wat doet het SLT? Wanneer een inwoner tóch extra ondersteuning nodig heeft bieden we deze dichtbij, zo snel als mogelijk en zijn we aanwezig op vindbare plekken. Daarom organiseren we het SLT zo eenvoudig als mogelijk. We maken dan ook geen verschil in leeftijdsgroepen in het SLT. Het SLT is niet ‘’voor’’ Jeugd of ouderen maar richt zich op inwoners van 0 tot 100 jaar. Met het SLT voorkomen we dat inwoners langs verschillende loketten moeten. Dit doen we door direct en zélf hulp te bieden vanuit het SLT. Het SLT bestaat daarom uit een multidisciplinair team. Deze moet in staat zijn om een breed scala aan ondersteuning te bieden. Zoals eerder aangegeven moet het SLT in sterke verbinding staan met de Sterke Gemeenschap maar ook specialistische expertise inzetten wanneer dat nodig is. De medewerkers die de ondersteuning vanuit het SLT bieden noemen we inwonersondersteuners. Inwoners met hulp- advies- of ondersteuningsvragen kunnen in de toekomst direct terecht bij het Sterk Lokaal Team. We werken vanuit de domeinen Jeugd, Wmo, Geldzaken, Participatie en Veiligheid.
1 Deze doelen zijn onderdeel van het verdiepende visiedocument. Deze doelen worden vertaald en SMART gemaakt in het nog te ontwikkelen brede beleidskader Sociaal Domein.
16
Gedacht kan worden aan ondersteuning bij: •
uitdagingen die bij opvoeden en opgroeien horen;
•
relatieproblemen en/of echtscheidings vraagstukken;
•
gevoelens van onveiligheid;
•
een zinvolle dagbesteding;
•
eenzaamheid;
•
hulp in de huishouding of hulp en hulpmiddelen bij ziekte en/of ouderdom;
•
financiële vraagstukken of geldzorgen;
•
vrijwilligerswerk;
•
zorg of begeleiding voor een naaste.
Belangrijke kanttekening hierbij is dat we ook in de toekomst vanuit het SLT niet alle ondersteuning zelf gaan bieden (ongeveer 70% is het streven), de overige 30% wordt geboden door de geïndiceerde zorgpartijen. Het SLT is wel in staat om de afweging te maken wanneer aanvullende inzet nodig is. Dit kan zijn door aanvullende expertise in te zetten of te ondersteunen bij een aanvraag voor specifieke inzet. Inwoners en betrokken maatschappelijke partners kunnen bij het SLT terecht via fysieke inloop, via mail of telefonisch, of via een aanmelding van een partner uit de sterke gemeenschap. Denk hierbij aan leerkrachten, jongerenwerkers, sociaal werkers, maar ook vrijwilligersorganisaties en verenigingen zoals voetbaltrainers. Deze kunnen allen een signalerende rol naar zowel inwoners als het SLT innemen en blijven daarna ook samenwerkingspartner. Deze samenwerking tussen de sterke gemeenschap en het SLT zorgt niet alleen voor passende integrale ondersteuning, maar versterkt ook de zelfredzaamheid, verbondenheid en gezondheid binnen de gemeenschap. Inwonersondersteuners bieden de ondersteuning zelf. Inwonersondersteuners bieden de ondersteuning aan inwoners, in samenwerking met andere betrokkenen. Wanneer expertise in mindere mate beschikbaar is in het SLT schakelen we hier aanvullende expertise op in. Zo ook inzake inwoners waarbij sprake is van (on)Veiligheid.
Inwonersondersteuners kennen de Meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling. Dit bespreekbaar maken vraagt vertrouwen. Vertrouwen tussen de inwonersondersteuner en de inwoner is van groot belang. Deze maken we mogelijk door lange(re) ondersteuningsrelaties aan te kunnen gaan. Inwonersondersteuners hebben een rol om onveiligheid te signaleren en bespreekbaar te maken, om inwoners te ondersteunen, indien nodig specialistischere hulp in te schakelen en daarbij vinger aan de pols te houden. Ze blijven zelf betrokken en spelen vanuit hun (langdurige) betrokkenheid een belangrijke rol in de te maken keuzes en afwegingen. Dat maakt deel uit van hun ‘brede blik’.
17
2.1.2 Leidende principes van het SLT2 •
Het SLT is laagdrempelig vindbaar en benaderbaar en biedt integrale ondersteuning, gericht op het versterken van eigen kracht en regie.
•
Ondersteuning wordt geboden via een Systemische benadering, een brede blik; ziet de omgeving die erbij hoort als een geheel en als bron van steun. De ondersteuning wordt via maatwerk geboden, vanuit een brede vraagverkenning en is gericht op het vinden van duurzame oplossingen.
•
Ondersteuning wordt vanuit een ondersteuningsplan direct geboden, vanuit toestemming van de inwoner, zo lang en kort als nodig (waakvlamfunctie), de inwonersondersteuner blijft het vaste aanspreekpunt voor een gezin.
•
Het SLT werkt samen met partners uit de sterke gemeenschap rondom vraagstukken van individuele inwoners of gezinnen, levert een bijdrage aan collectief aanbod en geeft signalen door.
•
Inwoners worden vanuit het SLT benaderd als partners in hun eigen ondersteuning. Het uitgangspunt is de vraag en daarmee ook de motivatie van de inwoner.
2 Een uitgebreide omschrijving van de leidende principes is toegevoegd als bijlage 1.
18
3. Wat betekent deze visie voor inwoners? De individualisering van de samenleving, mede veroorzaakt door de ontzuiling, toenemende welvaart en emancipatie, heeft geleid tot een verschuiving van gemeenschapszorg naar individuele bestaanszekerheid (Beck & Beck-Gernsheim, 2002). Dit heeft de verwachtingen ten aanzien van overheidszorg vergroot, waarbij een klantgerichte benadering en een toenemende medicalisering van sociale problematiek hebben bijgedragen aan een passieve zorgconsumptie (Mol, 2008). Daarnaast ervaren inwoners bureaucratische barrières bij het verkrijgen van zorg en ondersteuning, wat de toegankelijkheid en effectiviteit van hulpverlening bemoeilijkt (Van der Aa et al., 2020). De transformatie van het sociaal domein beoogt een verschuiving naar meer gemeenschapsgerichte zorg en ondersteuning, waarbij inwoners worden gestimuleerd om sociale netwerken te benutten en collectieve oplossingen te vinden. Dit vraagt om een cultuurverandering waarin wederkerigheid en sociale cohesie worden versterkt, met als doel een grotere zelfredzaamheid en een hogere kwaliteit van leven voor alle inwoners (Verhoeven & Tonkens, 2013). De manier waarop we in LoZ vorm aan willen geven aan de gewenste beweging is in de hoofstukken hiervoor omschreven.
Wanneer we de uitgangspunten van het SLT vertalen van de huidige situatie naar een nieuwe/beoogde situatie komt dit in de kern, voor inwoners, neer op:
Van (huidige situatie)
Naar (gewenste situatie)
Krijgen een of meerdere indicaties voor hulp en ondersteuning van zorgaanbieders.
Krijgen indicatievrije-, collectieve of individuele ondersteuning vanuit het SLT.
Reizen naar de verschillende instanties.
Gaan naar SLT en houden een vast aanspreekpunt.
Ontvangen hulp die beschikbaar is.
Ontvangen de ondersteuning die nodig is.
Ontvangen langdurige ondersteuning.
Ontvangen de ondersteuning zo kort of lang als nodig, niet langer dan dat.
Focus ligt op recht hebben op…
Focus ligt op zelf verantwoordelijk zijn voor…
Ontvangen hulp en ondersteuning gericht op het individu / symptoombestrijding.
Ontvangen ondersteuning gericht op de kern van het probleem / het systeem
Vragen hulp vanuit problemen die worden gemedicaliseerd en geëtiketteerd.
Versterken hetgeen ze wel kunnen, hun eigen kracht en regie, samen met hun eigen netwerk.
Schamen zich om problemen te delen en gaan met vragen naar professionals
Zien naar elkaar om in wijken en buurten en normaliseren de eventuele problemen.
Een voorbeeld Ter verduidelijking van dit effect stellen we u voor aan Kevin (11), die samen met Nora (9), Ted (6) en hun ouders in een huurhuis woont in een gezellige, kinderrijke buurt in Loon op Zand. Bob (36) en Zahra (34) merken dat hun zoon Kevin op school goed kan meekomen en veel energie heeft. Aan de andere kant 19
heeft hij wel moeite om zich te concentreren. Ook heeft hij weinig zelfvertrouwen en vindt hij het lastig om zijn emoties te uiten. Hij kan dan ineens boos of zelfs wat gewelddadig reageren. Ze maken zich zorgen over Kevin. Daarnaast is Bob recent zijn baan kwijtgeraakt, waardoor het gezin een huurachterstand heeft opgelopen.
Van (huidige situatie)
Naar (gewenste situatie)
Bob en Zahra gaan in gesprek met de leerkracht van Kevin. Na
Bob en Zahra kaarten hun zorgen aan bij Kevins leerkracht.
een kort gesprek krijgen Bob en Zahra het advies om eens
Zij legt contact met het Sterk Lokaal Team (SLT).
langs de huisarts te gaan. Die verwijst Kevin door naar speltherapie.
Er volgt een uitgebreid gesprek met een inwonersondersteuner vanuit het SLT, genaamd Loes, die
Bob en Zahra melden zich bij de aanbieder maar die heeft te
breed in kaart brengt hoe het met het gezin gaat. Bob en
maken met een wachtlijst van ongeveer 6 weken.
Zahra maken, samen met Loes als hun vaste contactpersoon bij het SLT, een ondersteuningsplan. Daarin
Nadat het gezin 6 weken heeft gewacht kan Kevin beginnen
worden alle interventies op elkaar afgestemd. Loes geeft
met Speltherapie. Er volgt een intake op het kantoor van de
Kevin ondersteuning om zijn boze buien onder controle te
therapeut genaamd Marieke.
krijgen. Bob en Zahra komen via Loes in een appgroepje van andere ouders die regelmatig samenkomen om van en
Na een aantal sessies lijkt Kevin baat te hebben bij de speltherapie. Op advies van Marieke zoekt Bob contact met Maria van de gemeente, om een verlenging van de therapie aan te vragen. De consulent vanuit de gemeente (Maria) evalueert de tot dan toe geboden hulp met de ouders en Marieke. Ook brengt Maria de thuissituatie van het gezin in kaart en adviseert naast verlenging van de speltherapie om ook gezinsbegeleiding in te zetten. Hiervoor maakt ze namens de gemeente een nieuwe beschikking op. De speltherapie wordt verlengd én de ambulante gezinsbegeleider, Peter, gaat van start met het gezin. Peter moet echter ingezet worden vanuit een andere aanbieder omdat door wachtlijsten er geen ruimte is de ambulante begeleiding op te pakken bij de organisatie waarvan uit Marieke werkt. Om de situatie in beeld te krijgen voert Peter het intakegesprek
met elkaar te leren hoe beter om te gaan met boze buien van kinderen. Daarnaast verwijst Loes hen naar een groepsbijeenkomst waarin mensen kunnen leren hoe slimmer om te gaan met geld. Voor het schuldhulpverleningstraject betrekt Loes een collega van het SLT, die daar nog meer in thuis is en Bob en Zahra hierin persoonlijk begeleidt Loes houdt ondertussen ook de ontwikkeling van Kevins zusje Nora in de gaten. Zij blijkt zich steeds meer in zichzelf terug te trekken om haar ouders niet tot last te zijn. Vooralsnog wordt de ontwikkeling van Nora op school en bij de voetbalclub gemonitord en voert Loes soms een gesprekje met Nora. Bob en Zahra houden zelf de regie en overleggen regelmatig met Loes. Die blijft het hele traject betrokken en kijkt tussentijds steeds of de inzette hulp ook echt effectief is.
volgens de methodiek van zijn organisatie en maakt een analyse van wat er nodig is in het registratiesysteem die zijn organisatie gebruikt.
Het gezin en de school kunnen nu zelf verder. Bob en Zahra voelen zich ook gesteund door de ervaringen van andere ouders die ze hebben leren kennen.
20
De woningbouwvereniging constateert dat Bob en Zahra hun huur niet betaald hebben en geeft dit signaal door aan de gemeente. David van de gemeente zoekt contact met Bob en Zahra…
Van (huidige situatie)
Naar (gewenste situatie)
Bob en Zahra gaan in gesprek met Kevins leerkracht. Na een kort gesprek krijgen ze het advies om naar de huisarts te gaan, die Kevin doorverwijst naar speltherapie.
Bob en Zahra kaarten hun zorgen aan bij Kevins leerkracht. Zij legt direct contact met het Sterk Lokaal Team (SLT).
Bob en Zahra melden zich bij de aanbieder van speltherapie, maar er is een wachtlijst van zes weken.
Er volgt een uitgebreid gesprek met een inwonersondersteuner vanuit het SLT, Loes, die breed in kaart brengt hoe het gezin ervoor staat en samen met hen een ondersteuningsplan opstelt.
Na zes weken wachten kan Kevin starten met speltherapie. Er volgt een intake bij therapeut Marieke.
Na zes weken wachten kan Kevin starten met speltherapie. Er volgt een intake bij therapeut Marieke.
Na een aantal sessies lijkt Kevin baat te hebben bij de therapie. Marieke adviseert verlenging en verwijst Bob door naar Maria van de gemeente.
Loes verwijst Bob en Zahra naar een groepsbijeenkomst over omgaan met geld. Voor schuldhulpverlening betrekt Loes een gespecialiseerde collega.
Maria (gemeente) evalueert de geboden hulp en brengt de thuissituatie in kaart. Ze adviseert verlenging van therapie én inzet van gezinsbegeleiding.
Loes houdt ook de ontwikkeling van Kevins zusje Nora in de gaten en voert zo nodig gesprekken met haar.
De speltherapie wordt verlengd. De ambulante gezinsbegeleider, Peter, start met het gezin, maar moet vanwege wachtlijsten vanuit een andere organisatie worden ingezet.
Bob en Zahra houden zelf de regie en overleggen regelmatig met Loes. Zij blijft betrokken en kijkt of de hulp effectief is.
Peter voert een intakegesprek volgens de methodiek van zijn organisatie en registreert wat nodig is.
Het gezin en de school kunnen uiteindelijk zelf verder. Bob en Zahra voelen zich gesteund door de ervaringen van andere ouders.
De woningbouwvereniging constateert huurachterstand en meldt dit aan de gemeente. David van de gemeente zoekt contact met Bob en Zahra.
Bob en Zahra krijgen tijdig ondersteuning op meerdere vlakken, waardoor problemen worden voorkomen en zij sterker in hun rol staan.
Het positieve verschil We zien een duidelijke verbetering ten opzichte van de huidige situatie. Er is sprake van één ondersteuningsplan, dat is gebaseerd op een gezamenlijk en integraal beeld van de situatie. Iedereen krijgt direct de juiste ondersteuning. Ook gezinsleden die eerder niet in beeld waren. Het gezin blijft 21
letterlijk en figuurlijk bij elkaar, in zijn eigen vertrouwde omgeving. Hierdoor ontstaat sneller rust en welbevinden. Bob en Zahra houden de regie en stellen in samenwerking met hun vaste contactpersoon bij het SLT het plan continu bij. Als het nodig blijkt om aanvullende professionals in te zetten, dan werken die ook vanuit dit plan. Alle gezinsleden hoeven hun verhaal maar een keer te doen. De ondersteuning van het SLT zorgt voor een duurzame oplossing. En daar zijn Kevin en zijn gezin wél goed mee geholpen. Er is binnen het gezin meer eigen kracht, bewustzijn, inzicht over en handelingsperspectief m.b.t. hun patronen. Bob en Zahra en Kevin voelen zich gesteund, hebben nieuwe mensen leren kennen en ervaren dat ze niet de enigen zijn die soms zorgen of last hebben. In de toekomst stellen ze hun opvoed vragen waarschijnlijk aan andere ouders. De kosten zijn beperkt gebleven, doordat inzet van bv. speltherapie is voorkomen. Ergere problemen zijn voorkomen door schuldhulpverlening meer rust en welbevinden ervaren.
22
4. Uitwerking visie in drie opgaven Om het systeem te wijzigen is destijds binnen de gemeente LoZ gekozen voor drie grote opgaven. De eerste opgave was Sterke gemeenschappen. Het versterken van de Toegang was de tweede opgave. De derde opgave was het voortzetten van Grip op het sociaal domein. Het college heeft op 19 maart 2024 besloten om de opgave Grip op het sociale domein te integreren in de opgaven Sterke Gemeenschap en Toegang. Gedachte hierachter is dat wanneer we de gemeenschap versterken en toewerken naar een SLT, we hiermee immers grip creëren op de kosten in het sociaal domein. Met de vaststelling van het voorliggende verdiepende visiedocument Sterke Gemeenschap inclusief een Sterk Lokaal Team, werken we nog maar aan 1 opgave waarin de onderdelen Toegang en Grip op financiën zijn verwerkt. De opgave van de toekomst behelst het creëren van een Sterke Gemeenschap inclusief een Sterk Lokaal Team.
4.1 Financiële vertaling van de transformatie Hieronder volgt een financiële vertaling van deze gewenste beweging op hoofdlijnen 3. De inzet op een Sterke(re) gemeenschap en het toewerken naar een SLT moet uiteindelijk zorgen voor grip op de financiën binnen het sociaal domein. Deze fundamentele verschuiving in de inzet van middelen is noodzakelijk. De focus verschuift van (reactieve) specialistische zorg naar nabije, preventieve en collectieve ondersteuning. De financiële strategie rust op drie kernprincipes: 1.
Duurzame herverdeling van middelen – Door te investeren in laagdrempelige ondersteuning en sociale netwerken wordt op termijn de druk op duurdere specialistische zorg verminderd.
2.
Strategische kostenbeheersing – Door vroeg signalering en effectieve samenwerking worden onnodige zorgtrajecten voorkomen en wordt gestuurd op impact in plaats van volume.
3.
Flexibele en toekomstbestendige financiering – Door middel van monitoring worden investeringen en besparingen inzichtelijk gemaakt en afgestemd op de maatschappelijke opgave.
Door deze strategie wordt niet alleen bespaard op de lange termijn, maar wordt ook een structurele verbetering gerealiseerd in hoe zorg en ondersteuning worden aangeboden. Waarden gedreven businesscases
3 Een concretere uitwerking hiervan wordt opgeleverd tijdens het vervolgproces en is geen onderdeel van de visie.
23
Om grip te houden op de zorguitgaven en de maatschappelijke meerwaarde van de SLT-aanpak inzichtelijk te maken, worden ‘waarden gedreven businesscases’ ingezet. Een waarden gedreven businesscase helpt organisaties om keuzes te maken op basis van maatschappelijke en financiële waarden, niet alleen op kosten en baten. Het is een werkkader dat laat zien hoe een investering in preventieve zorg niet alleen geld bespaart op specialistische zorg, maar ook bijdraagt aan een betere samenleving. Dit helpt bij het maken van beleid en het meten van de impact van veranderingen. De waarden gedreven businesscases hebben een belangrijke rol voor (financiële) beleidsontwikkeling: •
Meetbaarheid van financiële en maatschappelijke impact – ze zorgen ervoor dat investeringen direct worden gekoppeld aan besparingen en maatschappelijke effecten.
•
Flexibiliteit in beleid en financiering – Op basis van periodieke evaluaties kan worden bijgestuurd op de financiële koers.
•
Transparantie en bestuurlijke verankering – ze maken zichtbaar hoe gemeentelijke middelen worden ingezet en wat ze opleveren, wat bijdraagt aan draagvlak en verantwoording.
Door deze werkwijze worden niet alleen de kosten beheerst, maar wordt ook geborgd dat de ondersteuning aansluit op de werkelijke behoefte van inwoners. De lange termijn financiën De transformatie naar het SLT biedt een maatschappelijke verschuiving naar zelfredzaamheid en collectieve ondersteuning maar draagt ook bij aan meer grip op de zorguitgaven. De financiële impact van deze transformatie wordt op de lange termijn zichtbaar in: 1.
Lagere instroom in specialistische zorg – Door vroegtijdige interventies en een sterke sociale basis daalt de afhankelijkheid van maatwerkvoorzieningen.
2.
Structurele verlaging van Wmo- en jeugdzorgkosten – Doordat inwoners meer ondersteund worden binnen de sociale basis, neemt de vraag naar indicatie gebonden zorg af.
3.
Sterkere sociale cohesie en minder zorgafhankelijkheid – Investeringen in buurtnetwerken en preventie zorgen ervoor dat inwoners zelf en samen zorgvraagstukken kunnen oplossen.
Door het SLT strategisch te verbinden aan het verkrijgen van Grip op het Sociaal Domein, wordt het sociaal domein niet alleen beter beheersbaar, maar wordt ook de zorg voor de meest kwetsbare inwoners gewaarborgd.
4.2 Waarden- en visie gedreven organisatorische vertaling De voorliggende verdiepende visie vormt de basis voor het versterken van de gemeenschap en het inrichten van een Sterk Lokaal Team. Om hieraan uitvoering te kunnen geven, is het noodzakelijk om zaken verder te concretiseren en te vertalen naar een implementatieplan. Het vervolgproces
24
Voor de verdere uitwerking van deze visie, zodat overgegaan kan worden tot uitvoering hiervan, wordt een concreet implementatieplan opgesteld. Dit plan omvat een aanpak voor het realiseren van een Sterk Lokaal Team als onderdeel van de Sterke Gemeenschap. Ook het oprichten van een pilot SLT is hier onderdeel van. Daarnaast wordt gewerkt aan een sociaal breed beleidskader waarin de doelen m.b.t het versterken van de gemeenschap worden uitgewerkt en worden door vertaald in concrete beleidsacties. Verdere uitwerking van thema’s Omdat thema’s zoals Veiligheid , Jeugd, Wmo, geldzaken en participatie overkoepelende begrippen zijn met vele perspectieven, werken we deze in het verdere (implementatie)proces zaken verder uit. Bijvoorbeeld hoe, op welke manier en wanneer de professionals op- en afschalen naar specialisten. We geven hiermee duidelijkheid aan de professionals, partners, organisaties en inwoners die uitvoering geven de verdiepende visie. We beogen in alle gevallen aan te sluiten, waar dit kan, op de huidige situatie. Betrokkenheid van inwoners Het implementatieplan wordt aangevuld met een communicatieplan met daarin o.a het doel, nut en de betekenis voor inwoners. Het communicatieplan geeft weer hoe we inwoners niet alleen informeren, maar ook concreet betrekken bij het maken van de uitvoeringsplannen en inrichten van een SLT.
De gewenste verandering vraagt veel van inwoners, en biedt ook vele kansen. Zeker is dat we de gewenste rol van inwoners niet kunnen afdwingen. Eventuele weerstand tegen deze verandering worden benut als kans en mogelijkheid om tot verbetering te komen en samen vorm te geven aan de gewenste beweging. Conclusie Het versterken van de gemeenschap en laten functioneren van een SLT conform bovenstaande visie, vraagt een langdurige aanpak, energie en geduld om zaken te veranderen, vasthoudendheid en lef om steeds de juiste keuzes te maken die bijdragen aan de gewenste beweging. Het is een gezamenlijke verantwoordelijkheid van zowel de gemeentelijke overheid, de maatschappelijke partners binnen de Sterke Gemeenschap en de inwoners van Loon op Zand. Een prachtige uitdaging die bijdraagt aan de kwaliteit van leven van onze inwoners.
25
Bijlage 1. Leidende principes van het SLT •
Laagdrempelige dienstverlening: Het SLT is laagdrempelig vindbaar en benaderbaar. Het SLT is zichtbaar en aanwezig op de vindplekken van onze inwoners. Hierbij valt te denken aan scholen, de GGD, buurthuizen enz. Inwoners waarvan wordt ingeschat dat ze moeilijk ondersteuning vragen maar dat wel nodig hebben, worden actief benaderd.
•
Eigen kracht en zelfregie: de focus van de ondersteuning is altijd gericht op het versterken van de eigen kracht (individueel, gezin, omgeving), eigen regie en op wat inwoners wel kunnen (positieve gezondheid en normaliseren).
•
Thuis als basis: Ondersteuning start vanuit de thuissituatie en gaat uit van de visie dat de kring van mensen rondom de inwoner de eerste bron is voor sociale steun en voor het bedenken van oplossingen.
•
Maatwerk: de ondersteuning wordt zo mogelijk via maatwerk geboden. Wat niet wil zeggen dat er altijd hulp of ondersteuning geboden wordt, het eigen netwerk kan bijvoorbeeld ook gefaciliteerd worden.
•
Brede vraagverkenning: De hulpvraag wordt onderzocht in de context van de gehele situatie van de inwoner. Hierin starten we met een goed gesprek (bij voorkeur bij de inwoner thuis), waarin de vraag breed wordt verkend en gekeken wordt naar de hele context en naar de omgeving van de inwoner. We onderzoeken samen met de inwoner welke ondersteuning er gewenst en nodig is. Tegelijkertijd zorgen we zo mogelijk voor meer bewustzijn, inzicht en handelingsperspectief bij de inwoner.
•
Ondersteuning wordt direct geboden, zo lang en kort als nodig (waakvlamfunctie). Op basis van de brede vraagverkenning start de ondersteuning door de inwonersondersteuning eventueel onmiddellijk, zo kort of zo lang als nodig. De inwonersondersteuner behoudt betrokkenheid zolang dat nodig is , maar ook niet langer dan dat (“waakvlamfunctie”)
•
Een ondersteuningsplan is de basis van de ondersteuning. Op basis van een ondersteuningsplan dat samen met de inwoner wordt opgesteld biedt de inwonersondersteuner zelf ondersteuning. Soms brengt de inwonersondersteuner collega’s mee met andere specialismes, of beschikken we richting een specialistische zorgaanbieder. Maar altijd blijft de inwonersondersteuner aanwezig om de doelen uit het ondersteuningsplan en de inzet van anderen te volgen, te monitoren en hierop te sturen. Zo lang als nodig, maar niet langer dan dat.
•
Beoordeling specialistische hulp: de inwonersondersteuner volgt het verloop van de specialistische hulp en beoordeelt wanneer de specialistische hulp weer kan worden verminderd of afgesloten.
•
Systemische benadering: De benadering van de inwonersondersteuning is systemisch gericht. Een inwonersondersteuner kijkt verder dan de hulpvraag alleen en verkent samen met de inwoner de achterliggende behoeften en krachten binnen het gezin en netwerk. Dat kan betekenen dat er een volgordelijkheid zit in de ondersteuning, en dat de inwoner niet direct wordt ondersteund met hetgeen hij of zij vraagt. Wel is de ondersteuning gericht op het duurzaam oplossen van de kern van het probleem.
•
Gezinsgericht werken: Het team werkt vanaf de start nauw samen met inwoners en hun gezin en betrekt hun sociale netwerk om duurzame oplossingen te creëren. Bij complexe situaties wordt een aanpak gekozen die oog heeft voor de context van het hele gezin en de directe leefomgeving. 26
•
Eén gezin, één plan en één centraal aanspreekpunt; zodat inwoners een vast gezicht hebben die voor hen de juiste ondersteuning biedt of hiernaar zelf op zoek gaat,
•
Professionele oordeelsvorming en autonomie: De inwonersondersteuners krijgen zoveel mogelijk ruimte en zo min mogelijk kaders en protocollen . Er wordt niet gestuurd op bureaucratische processen maar op de kennis en expertise van diegene die bij onze inwoners aan tafel zit.
•
Mandaat: inwonersondersteuners hebben mandaat voor het nemen van beslissingen, ook over het aanbod. Een inwonersondersteuner heeft ook mandaat om beslissingen te nemen over het wel of niet inzetten van specialistische zorg.
•
Preventie en collectiviteit: Naast individuele hulp heeft het SLT een aanjagende rol m.b.t. opschaling van preventieve en vrij toegankelijke collectieve ondersteuning, met het versterken van de gemeenschap als doel. Dit gebeurt in samenwerking tussen het SLT en de partners uit de Sterke Gemeenschap en is een gezamenlijke verantwoordelijkheid. Het SLT geeft de signalen / rode draden vanuit de individuele vraagstukken op gebiedsniveau door aan de Sterke Gemeenschap, en faciliteert collectieve bijeenkomsten door bv. het verzorgen van voorlichting.
•
Samenwerking met anderen; Inwonersondersteuners staan in nauwe verbinding met andere partijen binnen de toegang/ het niet vrij toegankelijke aanbod (zoals bv. politie, Veilig Thuis, het medisch domein, specialistische zorgaanbieders) en met de sterke gemeenschap (bv. vrijwilligers, het onderwijs, woningbouwcoöperaties etc). Ook geeft het SLT input aan de gemeentelijke beleidsvorming.