Bijlage 1. Toelichting vastgesteld bestemmingsplan
Tekst van het document
Voor aanvang van de bouwwerkzaamheden is de gemeente Loon op Zand akkoord bevonden met het bodemonderzoek. Gedurende de bouwwerkzaamheden in 2000 zijn de mestputten van de intensieve veehouderij verwijderd tot aan de witte grond. De gehele intensieve veehouderij is gesaneerd en zijn de 2 loodsen geplaatst op zuivere witte grond. Er is voor gekozen om de gehele loods met witte grond aan te vullen en op te bouwen. De bouw van de verblijfsaccomodatie is uitgevoerd in 2020-2021. Nadien zijn er geen wijziging meer geweest en initiatiefnemer beoogd geen verdere ontwikkelingen. Onderliggend plan betreft het wijzigen van een tijdelijke vergunning voor B&B naar een bestemmingswijziging 'Recreatie'. De bouw van de verblijven is in 2020-2021 uitgevoerd. Het bodemonderzoek van 2019 was toereikend voor de bouw van de verblijven. Het bodemonderzoek met aanvullingen heeft uitgewezen dat er geen belemmeringen waren voor de bouw van de verblijven. In onderliggend plan wordt de bestemming gewijzigd naar aanleiding van de tijdelijke vergunning van 2019. Er worden geen aanpassingen in de bodem verricht. Het bodemonderzoek van 2019 is toereikend, er dient geen extra onderzoek plaats te vinden.
4.7
Geluid
Voor het aspect geluid is binnen het plangebied de Wet geluidhinder van toepassing. De Wet geluidhinder kent voor weg- en railverkeer alsmede voor gezoneerde industrieterreinen voorkeursgrenswaarden op nieuwe bestemmingen. De Wet geluidhinder gaat uit van zones langs (spoor)wegen en zones bij industrieterreinen die aandachtsgebieden voor mogelijke geluidhinder begrenzen. Volgens de Wet geluidhinder gelden voor woningen, andere geluidsgevoelige gebouwen dan woningen en andere geluidsgevoelige objecten binnen de zone van een weg geluidswaarden die niet overschreden mogen worden.
Vastgesteld bestemmingsplan Kraanven 9, Loon op Zand
31
arvalis Op basis van art. 76 lid 3 Wgh hoeft de geluidsbelasting van een aanwezige weg waar geen wijzigingen optreden op bestaande woningen niet getoetst te worden aan de grenswaarden. Hieronder valt het omzetten van een agrarische bedrijfswoning naar de bestemming recreatie verblijfsrecreatie. Er worden geen nieuwe geluidsgevoelige objecten opgericht. Daarnaast dient bij het omzetten van een agrarische bedrijfswoning naar een burgerwoning onderzocht te worden of in het verleden een hogere waarde is vastgesteld met behulp van artikel 83 lid 4 voor de agrarische bedrijfswoning. Als in het verleden een hogere waarde is vastgesteld van 58 dB is er theoretisch sprake van een verslechtering. De bouw van de bedrijfswoning heeft voor 1986 plaatsgevonden (Bouwjaar 1965) en is uitgesloten, hierdoor is geen hogere waarde vastgesteld. Recreatieverblijven zijn geen geluidsgevoelige ruimten waardoor een akoestisch onderzoek niet noodzakelijk is.
4.8
Luchtkwaliteit en verkeer
Lucht achtergrond Volgens de Grootschalige Concentratie- en Depositiekaarten Nederland (GCN en GDN 2020) ligt de concentratie PM10 ter plaatse op 15-16 gg/m3 en de PM2,5 op 8-9 gg/m3, zie afbeelding 4-9 en 4 10 Daarnaast ligt de concentratie NO2 ter plaatse op 10-12 gg^3, zie afbeelding 4-11 In de Wet milieubeheer is de jaargemiddelde grenswaarde voor PM10 40 gg^3 en voor PM2,5 25 gg^3. Voor NO2 bedraagt de jaargemiddelde grenswaarde eveneens 40 gg^3. Volgens de GCN en GDN is de luchtkwaliteit ter plaatse dan ook voldoende. Er dient met name gekeken te worden naar de emissie van fijn stof (PM10). Op grond van de Wet luchtkwaliteit gelden grenswaarden waaraan voldaan moet worden. De grenswaarden waaraan getoetst wordt zijn: ^
Jaargemiddelde concentratie: 40 gg/m3;
^
Daggemiddelde concentratie: 50 gg/m3;
^
Aantal toegestane overschrijdingen daggemiddelde: 35 keer.
Uit gegevens van het Compendium voor de Leefomgeving blijkt dat ter plaatse van het plangebied geen sprake is van overschrijding van de grenswaarden. In onderstaand figuur is een uitsnede gegeven van de fijnstof 2020 van de atlas van de leefomgeving. Op deze uitsnede is te zien dat de fijnstofconcentratie in het plangebied ongeveer 18 gg/m3 betrof.
Vastgesteld bestemmingsplan Kraanven 9, Loon op Zand
32
arvalis Q
Fijnstof2021(PM 10) Transparantie: 20'ä ------ «---------------------Legenda: Fijn stof conc.
(pgPMl(Vm3) |l0 - 12 |l2 - 13 13 - 14 14 - 15 -----WHO advieswaarde
15 -16 16 -18 18 - 20
Figuur 4-9: Uitsnede atlas van de leefomgeving fijnstofkaart 2021 (PM10)
Q
Fijnstof 2021(PM2,5) Transparantie: 20%
Legenda: Fijn stof conc. (pg PM2,5Zm3)
O ---- WHO advieswaarde 5 - 7 7 - 8 8 - 9 9 -10
10 - 11 |ll -15
Figuur 4-10: Uitsnede atlas van de leefomgeving fijnstofkaart 2021 (PM2,5)
Vastgesteld bestemmingsplan Kraanven 9, Loon op Zand
33
arvalis Stikstofdioxide 2021(N02) Transparantie: 4196
----------- m----------Legenda: N02 conc, (pgZm3ļ
m8 -10 ...... WHO advieswaarde lū - 12 12 -14 14-10
10 - 20 20 - 25
Figuur 4-11: Uitsnede atlas van de leefomgeving fijnstofkaart 2021 (NO2)
De luchtkwaliteit in het plangebied is gemiddeld goed. De fijnstofconcentratie is redelijk beperkt en ligt rond het gemiddelde van Nederland. Een verdere toetsing van de luchtkwaliteit wordt niet noodzakelijk geacht. Er is sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat in het plangebied.
Verkeer De Eerste Kamer heeft op 9 oktober 2007 het wetsvoorstel voor de wijziging van de 'Wet milieubeheer' goedgekeurd (Stb. 2007, 414). Vooral hoofdstuk 5 titel 2 uit genoemde wet is veranderd. Omdat titel 2 handelt over luchtkwaliteit staat de nieuwe titel 2 bekend als de 'Wet luchtkwaliteit'. Deze wet is op 15 november 2007 (Stb. 2007, 434) in werking getreden en vervangt het 'Besluit luchtkwaliteit 2005'. De 'Wet luchtkwaliteit' voorziet onder meer in een gebiedsgerichte aanpak van de luchtkwaliteit via het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL). De programma-aanpak zorgt voor een flexibele koppeling tussen ruimtelijke activiteiten en milieugevolgen. Van bepaalde projecten met getalsmatige grenzen is vastgesteld dat deze 'niet in betekenende mate' (NIBM) bijdragen aan de luchtverontreiniging. Deze mogen zonder toetsing aan de grenswaarden voor luchtkwaliteit uitgevoerd worden. Een project draagt 'niet in betekende mate' bij aan de luchtverontreiniging als de 37 grens niet wordt overschreden. De grens is gedefinieerd als 370 van de grenswaarde voor de jaargemiddelde concentratie van fijn stof (PM10) of stikstofdioxide (NO2). Dit komt overeen met 1,2 pg/m3 voor zowel PM10 als NO2. Het initiatief heeft invloed op de verkeersbewegingen ter plaatse.
De functiewijziging zal niet leiden tot een overschrijding van de grenswaarden voor PM10 uit de Wet Luchtkwaliteit. Indien het aantal voertuigbewegingen per dag meer bedraagt dan 50 wordt in het kader van zorgvuldigheid wel geadviseerd de verslechtering van de luchtkwaliteit inzichtelijk te maken. Dit is echter niet aan de orde. Om de invloed van verkeersbewegingen op de luchtkwaliteit inzichtelijk te maken is een berekening met de NIBM-tool gemaakt. De tool biedt de mogelijkheid om een aantal extra
Vastgesteld bestemmingsplan Kraanven 9, Loon op Zand
34
arvalis vervoersbewegingen in te voeren en op basis daarvan wordt de invloed op de luchtkwaliteit gegeven. Om een project of activiteit te classificeren als "in betekenede mate" dient er sprake te zijn van een verslechtering van 1,2 ug/m3 van de desbetreffende verbinding. In onderstaande figuur is een worst-case berekening gegeven voor de ontwikkeling op het plangebied. De toename van het aantal lichte verkeersbewegingen is berekend volgens de Crow methodiek; Een woning hanteert 8,6 verkeersbewegingen per dag, de verblijfsrecreatie hanteert 2,8 verkeersbewegingen per verblijf. Er zijn 5 verblijven, totaal 14 vervoersbewegingen per dag. De pensionstalling hanteert 11 bewegingen per paard/pony. Totaal 44 vervoersbewegingen per dag. In de huidige situatie zijn 11 paarden en pony's al vergund. Totaal over de locatie zijn er 66,6 vervoersbewegingen per dag. Gebaseerd op de afgelopen jaren waarbij initiatiefnemer volgens de tijdelijk vergunde situatie gehandeld heeft, is dit zeer ruim opgezet. In onderstaande Worst-case berekening is uitgegaan van de beoogde toekomstige situatie en niet van extra verkeer. Bij extra verkeer dient de paarden en pony pension achterwege gelaten te worden. In beide gevallen blijft de conclusie hetzelfde. Te zien is dat de toename van de bewuste verbindingen ruimschoots onder de NIBM-grens blijft.
Worst-case berekening voor de bijdrage van het extra verkeer als gevolg van een plan op de luchtkwaliteit, GCN2Ũ22 Jaar van planrealisatie Extra verkeer als gevolg van het plan Extra voertuigbewegingen (weekdaggemiddelde} Aandeel vrachtverkeer Maximale bijdrage extra verkeer
NO; in pg/m in pg/m
Grens voor "Niet In Betekenende Mate" in Conclusie De bijdrage van het extra verkeer is niet-in-betekenende-mate geen nader onderzoek nodig
Nader onderzoek is niet noodzakelijk aangezien het project niet in betekenende mate van invloed is op de luchtkwaliteit. Er is een lichte toename in het aantal vervoersbewegingen op de locatie, de grens van 100 voertuigbewegingen per dag zal echter niet gehaald worden. De effecten van deze toename zijn verwaarloosbaar. Een verdere toetsing van de luchtkwaliteit wordt niet noodzakelijk geacht.
4.9
Externe veiligheid
Externe veiligheid richt zich op het beheersen van activiteiten die een risico voor de omgeving kunnen opleveren, zoals milieurisico's, transportrisico's en risico's die kunnen optreden bij de productie, het vervoer en de opslag van gevaarlijke stoffen in inrichtingen. Bij de (her)inrichting
Vastgesteld bestemmingsplan Kraanven 9, Loon op Zand
35
arvalis van een gebied bepaalt de externe veiligheidsituatie mede de ruimtelijke mogelijkheden. Binnen het vakgebied externe veiligheid wordt er onderscheid gemaakt in drie soorten risicobronnen, namelijk transportroutes (weg, water en spoor) inrichtingen met gevaarlijke stoffen en buisleidingen waardoor gevaarlijke stoffen worden getransporteerd. Bij ruimtelijke ontwikkelingen moet onderzoek gedaan worden naar het plaatsgebonden risico en het groepsrisico van de aanwezige risicobronnen. Het wettelijk kader voor externe veiligheid wordt gevormd door diverse besluiten en circulaires: ^
Inrichtingen (bedrijven): Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi);
^
Transportroutes: Besluit transportroutes externe veiligheid (Btev);
^
Buisleidingen: Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb).
Deze wettelijke kaders gaan uit van een minimum veiligheidsniveau voor locaties via het plaatsgebonden risico (PR) en het beperken van het theoretisch aantal slachtoffers in geval van een incident via het groepsrisico (GR)
4.9.1
Relevante risicobronnen
In figuur 4-9 is een uitsnede opgenomen van de risicokaart. Er zijn in de directe omgeving van het plangebied geen risicobronnen gelegen. De meest nabijgelegen risicobronnen zijn een buisleiding en de N261, beiden ten oosten van het plangebied gelegen op een afstand van ongeveer 500 meter. De relevante risicobronnen zijn op kaart weergegeven in onderstaand figuur.
Vastgesteld bestemmingsplan Kraanven 9, Loon op Zand
36
arvalis
Kraanveo
Figuur 4-12: Uitsnede risicokaart (www.risicokaart.nl)
4.9.2 Plaatsgebonden risico Het plaatsgebonden risico (PR10-6) is een (berekende) afstand vanaf een risicobron waarbinnen de kans om te overlijden door een ongeval met de aanwezig gevaarlijke stoffen meer dan 1 op een miljoen jaar is. Binnen deze afstand mogen geen kwetsbare objecten aanwezig zijn of worden opgericht binnen het bestemmingsplan. Kwetsbare objecten zijn bijvoorbeeld grote kantoren, kinderdagverblijven e.d. Toetsing van de risico's kan achterwege blijven, de locatie ligt niet binnen de afstand waar de kans op een ongeval met gevaarlijke stoffen meer dan 1 op één miljoen jaar is.
4.9.3 Groepsrisico Het groepsrisico is een berekende waarde die aangeeft of er mogelijk sprake is van veel slachtoffers bij een ongeval met gevaarlijke stoffen. Om het groepsrisico te berekenen is inzicht noodzakelijk in de aanwezige populatie binnen het bestemmingsplan en de omgeving ervan. In de nieuwe situatie gaan er activiteiten op de locatie plaatsvinden die zorgen voor een toename van de aanwezige populatie binnen het plangebied. Vanwege deze toename moet er getoetst worden wat de kans is dat er slachtoffers vallen bij een ongeval met gevaarlijke stoffen. Bij aanwezigheid van een buisleiding in de omgeving mag de kans op een ongeval met 10 of meer dodelijke slachtoffers van ten hoogste 10-4 per jaar zijn en de kans op een ongeval met 100 of
Vastgesteld bestemmingsplan Kraanven 9, Loon op Zand
37
arvalis meer dodelijke slachtoffers van ten hoogste 10-6 per jaar zijn. De locatie ligt buiten het risicogebied van de aanwezige buisleiding. Er is daarom geen reden om aan te nemen dat kans op een ongeval met een dergelijk aantal slachtoffers groter is dan de gestelde maximale kans. Om te bepalen of het plangebied in het invloedsgebied van de aanwezige buisleiding is gelegen kan gebruik worden gemaakt van een berekening op basis van kengegevens van de bewuste buisleiding. In onderstaande tabel zijn de kengegevens en vervolgens het invloedgebied gegeven. Te zien is dat het plangebied ruim buiten het invloedsgebied van de buisleiding is gelegen. Buisleiding
VE-5801-WWS-10-S
Uitwendige diameter (inches)
10.75
Maximale werkdruk (Bar)
40
Invloedsgebied (meter)
120
Afstand tot plangebied
500
(meter) Ten aanzien van de provinciale weg N261 wordt voor het beheersen van risico's van provinciale wegen in de regel gewerkt met een vaste invloedsafstand van 200 meter. Buiten deze afstand dienen er voor het beheersen van het groepsrisico geen aanvullende maatregelen getroffen te worden. Er is op het plangebied sprake van een afstand van circa 500 meter, het plangebied is daarmee buiten de invloedsafstand van de N261 gelegen.
4.9.4 Standaard verantwoording gemeente Loon op Zand De gemeente Loon op Zand maakt gebruik van een standaard verantwoording en een stroomschema om te bepalen in hoeverre een project of ontwikkeling een nadere onderbouwing op het gebied van externe veiligheid behoeft. Als basis voor het geheel is een kaart opgesteld met kleurcoderingen. In onderstaand figuur is een uitsnede van deze kaart weergegeven met in de rode cirkel het plangebied.
Vastgesteld bestemmingsplan Kraanven 9, Loon op Zand
38
arvalis
Inrichtingen Buisleidingen |
| |
| |
|
| |
| |
I
|
Wegen | 30 meter zone | Invloedsgebied (maximaal 200 meter vanaf categoriale installaties, transportroutes en buisledingen, |
| Gebied voor toepassing standaard verantwoording
Het plangebied is gelegen buiten de aangeduide en gekleurde zones en daarmee kan worden volstaan met een verkorte toetsing zoals in dit hoofdstuk is gegeven.
Vanwege de afstand tot de dichtstbijzijnde risicovolle inrichting of transportleiding kan verdere inhoudelijke toetsing achterwege blijven. Op basis van de kaart behorende bij het standaard advies van de gemeente is het beeld bevestigd en kan een verdere onderbouwing achterwege blijven. De VNG-brochure 'Bedrijven en Milieuzonering' (2009) geeft handreikingen voor een verantwoorde inpassing van bedrijvigheid in haar fysieke omgeving en voor de inpassing van gevoelige bestemmingen nabij bedrijven. Middels de VNG-brochure kan omgekeerd ook vastgesteld worden of er sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat ter plaatse. De brochure geeft voor geluid richtafstanden waar gemeenten mee kunnen rekenen. Volgens de VNG-brochure bedrijven en milieuzonering (figuur 4-14) geldt voor hotels en pensions met keuken, conferentieoorden en congrescentra waar de toekomstige activiteiten onder vallen een afstand van 10 meter op het gebied van geluid. Onderstaand is een uitsnede gegeven van het plangebied. De afstand van het bestemmingsvlak van de woning aan de Kraanven 13 tot het bestemmingsvlak van de Kraanven 9 is weergegeven met een groene lijn.
Vastgesteld bestemmingsplan Kraanven 9, Loon op Zand
39
arvalis
Afstand en oppervlakte meten Afstand: 68.86 m Oppervlakte: 0 m‘
•Af-'Ä.. Figuur 4-13: afstand kraanven 13 tot Kraanven 9 (bron: ruimtelijkeplannen.nl)
Het dichtstbijzijnde gevoelige object is een woning aan het Kraanven 13, deze is gelegen op een afstand van ongeveer 68 meter. Gezien de aard van de ontwikkeling is geluidsoverlast als gevolg van de activiteiten op de locatie verwaarloosbaar. Verder akoestisch onderzoek is daarom niet noodzakelijk.
Vastgesteld bestemmingsplan Kraanven 9, Loon op Zand
40
arvalis 4.10
Bedrijven en milieuzonering
Milieuzonering beperkt zich tot milieuaspecten met een ruimtelijke dimensie, te weten: geluid, geur, stof en gevaar. De mate waarin de milieuaspecten gelden en waaraan de milieucontour wordt vastgesteld, is voor elk type bedrijvigheid verschillend. De 'Vereniging van Nederlandse Gemeenten' (VNG) geeft sinds 1986 de publicatie 'Bedrijven en Milieuzonering' uit. In deze publicatie is een lijst opgenomen met daarin de aan te houden richtafstanden tussen een gevoelige bestemming en bedrijven. Indien van deze richtafstand afgeweken wordt dient een nadere motivatie gegeven te worden waarom dat wordt gedaan. Het zo scheiden van milieubelastende en gevoelige functies dient twee doelen: -
het reeds in het ruimtelijk spoor voorkomen of zoveel mogelijk beperken van hinder en gevaar bij gevoelige functies (bijvoorbeeld woningen);
-
het bieden van voldoende zekerheid aan de milieubelastende activiteiten (bijvoorbeeld bedrijven) zodat zij de activiteiten duurzaam, en binnen aanvaardbare voorwaarden, kunnen uitoefenen.
De opgenomen richtafstanden betreffen de indicatief aan te houden afstand tussen hinderveroorzakende en milieugevoelige functies. Indien dit voldoende gemotiveerd wordt, kan hiervan afgeweken worden. De locatie aan de Kraanven 9 wordt ingedeeld in de categorie "Paardenfokkerijen". Per categorie worden de bijbehorende richtafstanden en indices weergegeven. Indien de aard van de omgeving dit rechtvaardigt, kunnen gemotiveerd kortere richtafstanden worden aangehouden bij het omgevingstype 'gemengd gebied'. Een 'gemengd gebied' wordt gedefinieerd als: "Een gemengd gebied is een gebied met een matige tot sterke functiemenging. Direct naast woningen komen andere functies voor zoals winkels, horeca en kleine bedrijven. Ook lintbebouwing in het buitengebied met overwegend agrarische en andere bedrijvigheid kan als gemengd gebied worden beschouwd. Gebieden die direct langs de hoofdinfrastructuur liggen behoren eveneens tot het omgevingstype gemengd gebied." In zo'n geval is het ruimtelijke aanvaardbaar dat de richtafstanden met één stap worden verlaagd. In onderstaande figuur zijn de milieucategorieën met bijbehorende richtafstanden opgenomen.
30
30 C
0
50
3.1
1 G
1
LOGIES-, MAALTIJDEN- EN DRANKENVERSTREKKING Hotels en pensions met keuken, conferentie-oorden en congrescentra
10
0
10
10
10
1
2P
1
52 52109
DIENSTVERLENING T.B.V. HET VERVOER Opslaggebouwen (verhuur opslagruimte)
0
0
30 c I
10 I
30
2
2 G
1
'BS 5511.5512 53 "6312
5Ū3
' 1
B
I
Figuur 4-14: uitsnede VNG brochure
Voor het aspect geur wordt verwezen naar paragraaf 4.4. waar geur specifiek aan bod komt. De meest nabijgelegen functie van derden is de agrarische bestemming ten oosten van het plangebied gelegen (Kraanven 7). Op dit perceel vinden geen agrarische werkzaamheden meer plaats. De bedrijfswoning van deze bestemming is leidend voor wat de richtafstanden betreft. De afstand vanaf de gevel van deze bedrijfswoning tot het nieuwe bestemmingvlak "Recreatie" bedraagt circa 20 meter. Daarmee wordt niet voldaan aan de gestelde richtafstanden uit de VNG brochure, voor
Vastgesteld bestemmingsplan Kraanven 9, Loon op Zand
41
BODEM
CATEGORIE
50
55 Ē5ĪŌ
01
VISUEEL
GROOTSTE AFSTAND
LANDBOUW EN DIENSTVERLENING T.B.V. DE LANDBOUW - paardenfokkerijen
01 f)Ī22
VERKEER
G EVAAR
INDICES
GELUID
AFSTANDEN IN METERS
STOF
OMSCHRIJVING
GEUR
SBI-2008
nummer
SBI-1993
T O -l
arvalis de paardenfokkerij. Als in de praktijk de situatie wordt beoordeeld dan is te zien dat de afstand tot de bedrijfsgebouwen aan de Kraanven 9 vanaf de woning van kraanven 7 minimaal 43 meter bedraagt. Tot aan de eerste paardenstal bedraagt dit 80 meter. Aan de richtafstanden wordt wel voldaan als men de afstand tussen de bedrijfsgebouwen en de gevel aan de Kraanven 7 aanhoudt. Het aspect geur vormt geen belemmering door de afstand van 80 meter tussen de naastgelegen bedrijfswoning en de paardenstallen op het plangebied. Het aspect geluid is bekeken naar aanleiding van de minimale afstand van 30 meter. Afgelopen jaren heeft de initiatiefnemer ervaring opgedaan doordat er een tijdelijke vergunning aanwezig is op de locatie. De mogelijkheden waarbij stemgeluid een rol speelt is bij aankomst en vertrek van de B&B. Voor de verblijfsruimtes is een terras aanwezig welke zich op 32 meter afstand van de bedrijfswoning van Kraanven 7 bevindt. Volgens de VNG brochure is de minimum afstand 10 meter voor geluid voor de B&B. Dit voldoet aan de gestelde richtlijnen. Voor de paardenfokkerij en opslaggebouwen is een minimale afstand van 30 meter geëist. Deze afstand is ruimschoots aanwezig. Tijdens het opmaken van dit document is de laatste ontwikkeling dat Kraanven 7 is verkocht aan een organisatie die deze locatie grotendeels wil 'teruggeven' aan de natuur.
De andere richtafstanden gelden voor stof en gevaar. Het paarden en ponypension is gelegen op 80 meter vanaf de bedrijfswoning van Kraanven 7 en voldoet aan de minimale afstand. Binnen 100 meter afstand van de planlocatie zijn, naast Kraanven 7, enkele woonbestemmingen aanwezig. De afstanden zijn groot en omliggende bedrijven worden niet belemmerd. Er zijn geen plannen voor het uitbreiden van de bedrijfsgebouwen aan de Kraanven 9. Mocht er toch een uitbreidingswens ontstaan dan zal bij de bouwaanvraag voor een nieuw of uitbreiding van een bedrijfsgebouw aanneembaar moeten worden gemaakt dat direct omwonenden geen overlast zullen ervaren van dit nieuwe gebouw en de taken die het gaat vervullen. Hiermee is voor de toekomst geborgd dat voldaan is aan een goede bedrijven en milieuzonering. In 2019 is deze argumentatie akkoord bevonden voor het verlenen van een tijdelijke vergunning voor recreatie. Na de bouw en aanlegfase hiervan zijn er geen ontwikkelingen geweest en beoogd initiatiefnemer geen ontwikkelingen. Voor onderliggend plan, het wijzigen van de bestemming is nader onderzoek niet noodzakelijk. Aan de grootste afstand volgens de VNG-brochure 'Bedrijven en milieuzonering' van elke SBI code kan worden voldaan. Er is dan ook sprake van een goede ruimtelijke ordening vanuit het aspect bedrijven en milieuzonering. Nader onderzoek is niet noodzakelijk.
4.11
Water
Bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen dient er op basis van Europees beleid, Rijksbeleid en provinciaal beleid rekening gehouden te worden met de aanwezige watersystemen en waterketens. Het waarborgen en zorgdragen voor een goede afvoer en doorstroming van het water moet verplicht opgenomen worden in ieder plan. Derhalve moet ieder plan voorzien zijn van een waterparagraaf.
Vastgesteld bestemmingsplan Kraanven 9, Loon op Zand
42
arvalis 4.11.1
Rijksbeleid
Per 18 maart 2022 is het Nationaal Waterprogramma 2022-2027 vastgesteld. Het NWP beschrijft de hoofdlijnen van het nationale waterbeleid en het beheer van rijkswateren en rijksvaarwegen. Voor het waterbeleid is het NWP een uitwerking van de Nationale Omgevingsvisie. Belangrijke onderdelen van het NWP zijn de Stroomgebiedbeheerplannen, het overstromingsrisicobeheerplan en het Programma Noordzee. De wateropgaven waar Nederland voor staat, de uitdagingen richting de toekomst en de noodzaak van een integrale aanpak vormen de basis voor de 3 hoofdambities van het NWP: ^
Een veilige en klimaatbestendige delta;
^
Een concurerende, duurzame en circulaire delta;
^
Een schone en gezonde delta met hoogwaardige natuur.
Het Rijksbeleid heeft geen gevolgen c.q. consequenties voor onderhavig plan.
4.11.2
Regionaal Water en Bodem programma (RWP) 2022-2027
Provinciale Staten van Noord-Brabant hebben op het Regionaal Water en Bodem programma (RWP) 2022-2027 vastgesteld. Het Regionaal Water en Bodem Programma (RWP) is de opvolger van het Provinciaal Milieu en Waterplan. Het is onderdeel van het planstelsel voor de wateropgaven in Nederland, samen met het Nationaal Water Programma en de waterbeheerprogramma's van de waterschappen. Doel van dit nieuwe RWP is een klimaatadaptief Brabant met veilig, schoon en voldoende water en een vitale bodem. Deze opgaven zijn ook van belang voor vrijwel alle andere provinciale opgaven: wonen en werken, infrastructuur en mobiliteit, landbouw en voedsel, natuur en biodiversiteit, erfgoed, een concurrerende en duurzame economie, en de energietransitie. De provincie heeft de koers voor de komende jaren niet alleen bepaald. In dialoogsessies hebben vele partners en belanghebbenden actief meegedacht. Naast de Brabantse waterschappen, terreinbeherende organisaties (TBO's), de Vereniging Industriewater, drinkwaterbedrijven, de Brabantse Milieu Federatie, Zuidelijke Land- en Tuinbouw Organisatie (ZLTO) en verschillende onderwijsinstellingen, waren ook een groot aantal gemeenten aangesloten. Rode draad: water en bodemsysteem herstellen Een belangrijke rode draad in het programma is het herstellen van de systeemwerking.
Vele generaties lang had het waterbeleid als doel wateroverlast te voorkomen en water zo snel mogelijk af te voeren. Inmiddels weten we beter en is het duidelijk geworden dat het roer om moet: we moeten zuinig zijn op ons water en de bodem, en het wateren bodemsysteem moet toegerust zijn op natte én droge tijden
Vastgesteld bestemmingsplan Kraanven 9, Loon op Zand
43
arvalis 4.11.3
Waterschap Brabantse delta
Het Waterbeheerprogramma 2022 - 2027 is vastgesteld door het algemeen bestuur van waterschap Brabantse Delta. In het Waterbeheerprogramma staat hoe het waterschap haar taken in die periode uitvoert. Het waterschap bepaalt hiermee de koers voor de komende zes jaar. In het Waterbeheerprogramma staat hoe het waterschap haar taken in de periode 2022 - 2027 uitvoert. Er staan doelstellingen en ambities in. Het waterbeheerprogramma komt voort uit afspraken in de Omgevingswet. Bij het opstellen van het Waterbeheerprogramma hebben we aan organisaties en andere belanghebbenden om hun inbreng gevraagd. Maar ook met trends en maatschappelijke ontwikkelingen, zoals klimaat, de inrichting van de ruimte en economische activiteiten is rekening gehouden in het Waterbeheerprogramma. Waar werken we naar toe? Met het Waterbeheerprogramma werkt het waterschap samen met andere organisaties aan een klimaatbestendig en veerkrachtig waterbeheer. Dat waterbeheer draagt bij aan een duurzame ontwikkeling van het werkgebied en daarbuiten. Water is een belangrijke medebepalende factor bij ruimtelijke ontwikkelingen. Duurzaam betekent rekening houden met het lokale bodem- en watersysteem. Op die manier kunnen we bijvoorbeeld beter water vasthouden om verdroging tegen te gaan. Maar dat is ook belangrijk voor de andere taken van het waterschap.
Zoals voor de bescherming tegen overstromingen, de zorg voor een goede waterkwaliteit en het versterken van de natuur. Hoe gaan we dat bereiken? Om de doelstellingen en ambities in het Waterbeheerprogramma te bereiken, werken we veel samen. Onder andere met medeoverheden, belangenorganisaties, bedrijven en burgers. Een duurzame en flexibele werkwijze vormt daarbij het uitgangspunt. En we houden rekening met wetten en regels. We zetten zelf communicatie en juridische en financiële instrumenten in. Voorbeelden daarvan zijn campagnes en deelname aan stimuleringsregelingen. Als er zich kansen voordoen, geeft het Waterbeheerprogramma ruimte voor het maken van keuzes. Wat staat er in het Waterbeheerprogramma en wat doen we? In het Waterbeheerprogramma neemt het waterschap de kerntaken als uitgangspunt. Die taken zijn: bescherming tegen overstromingen en zorgen voor schoon en gezond water dat voldoende voorhanden is. Het waterschap kijkt bij het plannen en uitvoeren van die kerntaken zo integraal mogelijk naar alle wateropgaven. klimaatadaptatie (aanpassen aan de klimaatverandering) Met het waterbeheer richt het waterschap zich voor een belangrijk deel op het aanpassen aan de gevolgen van de klimaatverandering (klimaatadaptatie). Maar ook op het beperken van die gevolgen.
Samenwerking, een slimme inrichting van de openbare ruimte en het stimuleren van burgers en bedrijven zijn ingrediënten van de aanpak. Waterveiligheid Aan het beperken van de overstromingsrisico's - kortweg waterveiligheid - werkt het waterschap continu. Door in de programmaperiode de dijken te versterken en te onderhouden, zorgt het waterschap ervoor dat de dijken voldoen aan de normen. De komende jaren staan er enkele dijkverbeteringsprojecten op het programma. Maar aandacht voor dijken alleen is niet voldoende. Ook de ruimtelijke inrichting van Midden- en West-Brabant en adequaat optreden als zich een crisis voordoet (crisisbeheersing) zijn bepalend voor het beperken van overstromingsrisico's.
Vastgesteld bestemmingsplan Kraanven 9, Loon op Zand
44
arvalis Gezond water (schoon water) De komende jaren werkt het waterschap samen met alle partners aan het verbeteren van de waterkwaliteit. Met het aanleggen van vispassages bevorderen we de visstand. En door te 'bouwen met natuur', versterken we het leven in en om het water. Met een uitgebreid pakket aan maatregelen streven we ernaar de Europese normen voor de waterkwaliteit te halen. Daarbij kijken we ook naar het terugdringen van vervuilende stoffen. Voldoende water Bij de zorg voor voldoende water staat het vasthouden en infiltreren van water bovenaan als doelstelling in het Waterbeheerprogramma. Er is maatwerk nodig om verdroging tegen te gaan en de beschikbaarheid van grond- en oppervlaktewater te vergroten. Tegelijkertijd is er oog voor het beperken van wateroverlast na langdurige regenval en extreme neerslag. Vaarwegen Het waterschap voert in opdracht van de provincie Noord-Brabant het vaarwegbeheer uit, onder andere op de Mark en Dintel en de Vliet. In de programmaperiode blijven we dat doen om een vlot en betrouwbaar scheepvaartverkeer mogelijk te maken. Waterketen Onder waterketen verstaat het waterschap alle zuiveringen, rioolgemalen, afvalwatertransportleidingen en persstations die zij in beheer heeft. Die zijn belangrijk om afvalwater schoon te maken. Het beheer, onderhoud en vervanging gebeurt in de programmaperiode op een duurzame manier.
Tegelijkertijd kijken we naar innovaties en het produceren van grondstoffen en energie uit afvalwater. Keur De Keur is in maart 2015 vastgesteld en dient als een aanvulling op regels uit de Waterwet. De Keur stelt regels t.a.v. de inrichting, het gebruik, beheer en onderhoud en overige werkzaamheden aan rivieren, beken, sloten, grondwater en waterkeringen. Deze regels gelden zowel voor stromen die eigendom zijn van het Waterschap, maar ook die in eigendom zijn van derden (burgers, agrariërs etc.). De Brabantse waterschappen hebben gezamenlijk de Keur overgenomen om te zorgen voor uniformiteit in de regelgeving. De voorschriften in de Waterwet en de Keur geven aan wat wel en niet mag en welke plichten er zijn. Denk aan activiteiten zoals het lozen in oppervlaktewater, het onttrekken van grondwater, het dempen van een sloot, of het plaatsen van een duiker of brug. Legger Vanuit de Keur wordt regelmatig verbinding gelegd met de Megger'. Een legger is een door het waterschap vastgesteld register en geeft een overzicht van: ^
Alle aanwezige waterlopen (sloten) en waterkeringen (dijken) inclusief kunstwerken (bijv. stuwen, bruggen, etc.
^
Wie verantwoordelijk is voor het beheer en onderhoud van sloten en kunstwerken. Dat betekent dat het gaat om de beheertaken en onderhoudsplichten van het waterschap en om de onderhoudsplichten van derden waarop het waterschap toezicht uitoefent.
^
Waar de beschermingszone ligt, die noodzakelijk zijn voor het waterschap om haar beheerstaken te kunnen uitvoeren. Op deze beschermingszone zijn verbodsbepalingen, volgens de keur, van toepassing zijn. Ook is de legger een naslagwerk ten aanzien van waterstaatswerken.
Vastgesteld bestemmingsplan Kraanven 9, Loon op Zand
45
arvalis In de directe omgeving van het plangebied is en B watergang gelegen die in de legger is opgenomen. In onderstaand figuur is in paars de B watergang weergegeven.
Figuur 4-15: ligging watergangen in de omgeving van het plangebied (Bron:Legger Waterschap Brabantse Delta)
4.11.4 Afkoppelen Afvalwater
afval- en hemelwater
Het huishoudelijk afvalwater van de bedrijfswoningen is aangesloten op het bestaande rioleringssysteem. Het overige afvalwater is aangesloten op het riool. Bij aanvang van de tijdelijke vergunning in 2019 was het afvalwater nog gedeeltelijk aangesloten op een bestaande mestopslag. Initiatiefnemer heeft een kwaliteitsimpuls hieraan gegeven. Afvalwater van de bedrijfswoning en vakantiewoningen is aangesloten op het riool. Zie voor een verdere toelichting op de omgang met afvalwater paragraaf 4.5. Hemelwater De hoeveelheid bebouwing en verharding binnen het plangebied verandert niet ten opzichte van de referentie situatie. De locatie is gelegen in hoog gelegen gebieden met een grondslag die zich uitermate leent voor de infiltratie van hemelwater. De gebouwen zijn wel voorzien van dakgoten en standpijpen. Echter de standpijpen houden net boven maaiveld op (Afbeelding 4-16). Het hemelwater stroomt hierdoor over het erf af en infiltreert volledig ter plaatse. Er is in de directe omgeving voldoende mogelijkheid hiertoe, denk bijvoorbeeld aan de paardenweide en de groenstrook naast de oprit.
Vastgesteld bestemmingsplan Kraanven 9, Loon op Zand
46
arvalis
mm, Afbeelding 4-16 hemelwaterafvoer in bodem
*í. í' ** FĨĪ.
Afbeelding 4-17 afval en hemelwater afvoer
In afbeelding 4-17 is het afval en hemelwater schematisch weergegeven. Bijlage 6 geeft de gehele locatie weer. Bodemdoorlatendheid De doorlatendheid van de bodem is bepalend voor de infiltratiecapaciteit hiervan. Bij een goede bodemdoorlatendheid kan het water sneller infiltreren in de bodem. Bij nieuwe ontwikkelingen is het belangrijk dat infiltratievoorzieningen bij een slechte bodemdoorlatendheid voldoende opvangcapaciteit hebben. De bodem van het plangebied betreft een zandgrond met voldoende bodemdoorlatendheid. Een nader onderzoek naar de infiltratiecapaciteit van de bodem wordt derhalve niet noodzakelijk geacht
Vastgesteld bestemmingsplan Kraanven 9, Loon op Zand
47
arvalis 5.
Economische En Maatschappelijke uitvoerbaarheid
5.1
Economische uitvoerbaarheid
Het plan zal geheel in particuliere handen uitgevoerd worden. Voor de gemeente zijn er geen financiële consequenties aan verbonden. Met de initiatiefnemer wordt een zogenaamde anterieure overeenkomst afgesloten waarin de afspraken zijn geregeld. De plankosten lopen via de legesverordening van de gemeente. Gezien het karakter van het plan is er op voorhand geen aanleiding te veronderstellen dat er sprake is van planschade ten gevolge van het plan. Tevens is er een voorwaardelijke verplichting opgelegd in de regels in verband met de landschappelijke inpassing.
5.2
Procedures
Het ontwerpbestemmingsplan waar deze onderbouwing onderdeel van uit maakt heeft vanaf 17 december 2023 gedurende 6 weken ter inzage gelegen met bijbehorende stukken. Van de tervisielegging is kennis gegeven in de gemeente Loon op Zand. Gedurende de termijn van de ter inzage legging heeft eenieder mondeling of schriftelijk een zienswijze kunnen indienen. Binnen genoemde termijn is er één zienswijze ingediend. In de als bijlage 8 bij deze toelichting opgenomen Nota van zienswijzen is de zienswijze puntsgewijs samengevat en beantwoord. Daarnaast is hierin aangegeven op welke onderdelen het bestemmingsplan naar aanleiding van de zienswijze is aangepast.
Vastgesteld bestemmingsplan Kraanven 9, Loon op Zand
48
arvalis 6.
Juridische toelichting
Dit plan betreft een partiële herziening van het bestemmingsplan "Buitengebied geconsolideerd" van de gemeente Loon op Zand ter plaatse van het Kraanven 9 te Loon op Zand.
6.1
Regels
De planregels beschrijven de bestaande regeling voor een woonbestemming. De planregels bevatten regels met betrekking tot het bouwen en gebruiken van grond en gebouwen. Met deze standaardregels wordt aangesloten op het vigerende "Buitengebied geconsolideerd" van de gemeente Loon op Zand.
6.2
Verbeelding
Aan het plangebied wordt de enkelbestemming 'Recreatie - verblijfsrecreatie' toegevoegd, daarnaast zal op de locatie de functieaanduidingen 'paardenhouderij', 'specifieke vorm van agrarisch - paardenbak', 'specifieke vorm van recreatie - natuurontwikkelingsgebied' en 'specifieke vorm van recreatie - statische opslag' worden toegevoegd.
Vastgesteld bestemmingsplan Kraanven 9, Loon op Zand
49
arvalis 7.
Bijlage 1.
Principebesluit
2.
Bodemonderzoek
3.
Aerius verschillenberekening
4.
Toelichting Aerius berekening
5.
Overeenkomst hakhout bos
6.
Afval en hemelwater afvoer
7.
Landschappelijke inpassing
8.
Nota van zienswijzen
Vastgesteld bestemmingsplan Kraanven 9, Loon op Zand
50