CConstaterende datLoon op Zand
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1. Toelichting vastgesteld bestemmingsplan

Raadsvergadering 19 september 2024, gemeente Loon op ZandBij agendapunt: Raadsvoorstel over vast te stellen bestemmingsplan 'Kraanven 9, Loon op Zand' (Hamerstuk)13.752 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

arvalis

Toelichting vastgesteld bestemmingsplan buitengebied Loon op Zand Kraanven 9, Loon op Zand

J—á

1 Vastgesteld bestemmingsplan Kraanven 9, Loon op Zand

arvalis Colofon

Arvalis Zeeland Brabant Gelderland 11 juni 2024

Kantoor 's-Hertogenbosch Onderwijsboulevard 225 5223 DE 's-HERTOGENBOSCH Postbus 100 5201 AC 's-HERTOGENBOSCH

Vastgesteld bestemmingsplan Kraanven 9, Loon op Zand

2

arvalis INHOUDSOPGAVE

TOELICHTING

1. 1.1 1.2

Inleiding............................................................................................................... 5 Aanleiding............................................................................................................... 5 Ligging en begrenzing plangebied............................................................................... 5

2.

Het plan................................................................................................................ 7 2.1 Huidige situatie........................................................................................................ 7 2.2 Beoogde situatie...................................................................................................... 7 2.2.1 Landschappelijke inpassing.................................................................................. 8

3.

Planologischbeleidskader.......................................................................................9 3.1 Rijksbeleid .............................................................................................................. 9 3.1.1 Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte................................................................ 9 3.1.2

Besluit algemene regels ruimtelijke ordening......................................................... 9

3.1.3

Ladder duurzame verstedelijking........................................................................ 10

3.2 Provinciaal beleid................................................................................................... 12 3.2.1 Brabantse omgevingsvisie................................................................................. 12 3.2.2

Interim omgevingsverordening Noord-Brabant......................................................13

3.3 Gemeentelijk beleid................................................................................................ 17 3.3.1 Structuurvisie .................................................................................................. 17 3.3.2

4.

Bestemmingsplan ............................................................................................. 17

Ruimtelijkeaspecten.............................................................................................19 4.1 Flora en Fauna....................................................................................................... 19 4.1.1 Natuurnetwerk Nederland.................................................................................. 19 4.1.2

Wet natuurbescherming.................................................................................... 20

4.2 Cultuurhistorie en archeologie.................................................................................. 23 4.3 Mobiliteit en parkeren............................................................................................. 27 4.4 Geur..................................................................................................................... 28 4.5 Technische infrastructuur........................................................................................ 30 4.6 Bodem en verblijfsruimte........................................................................................ 30 4.7 Geluid................................................................................................................... 31 4.8 Luchtkwaliteit en verkeer ........................................................................................ 32 4.9 Externe veiligheid................................................................................................... 35 4.9.1 Relevante risicobronnen .................................................................................... 36 4.9.2

Plaatsgebonden risico ....................................................................................... 37

4.9.3

Groepsrisico..................................................................................................... 37

4.9.4

Standaard verantwoording gemeente Loonop Zand................................................38

4.10 Bedrijven en milieuzonering .................................................................................... 41 4.11 Water................................................................................................................... 42 4.11.1 Rijksbeleid ................................................................................................... 43 4.11.2

Regionaal Water en Bodem programma (RWP) 2022-2027................................. 43

4.11.3

Waterschap Brabantse delta........................................................................... 44

4.11.4

Afkoppelen afval- en hemelwater.................................................................... 46

Vastgesteld bestemmingsplan Kraanven 9, Loon op Zand

3

arvalis 5. 5.1 5.2

Economische EnMaatschappelijke uitvoerbaarheid.............................................. 48 Economische uitvoerbaarheid.................................................................................. 48 Procedures............................................................................................................ 48

6.

Juridische toelichting..........................................................................................49 Regels................................................................................................................ 49 Verbeelding........................................................................................................... 49

6.1 6.2 7.

Bijlage................................................................................................................ 50

Vastgesteld bestemmingsplan Kraanven 9, Loon op Zand

4

arvalis 1.

Inleiding

1.1

Aanleiding

Op de agrarische bedrijfslocatie aan de Kraanven 9 is het voormalige varkenshouderijbedrijf van initiatiefnemer gevestigd. Na de beëindiging van de varkenshouderij zijn de stallen gesloopt. Hiervoor in de plaats is een tweetal agrarische loodsen teruggebouwd. De loodsen zijn bedoeld voor het houden van paarden, schapen en de opslag van agrarische producten. Cliënt is voornemens om de agrarische activiteiten te beperken tot het houden van paarden en pony's. Voor de vrijkomende agrarische bedrijfsgebouwen heeft cliënt de wens om een verblijfsrecreatief bedrijf te starten. Na het toekennen van de tijdelijke vergunning en de opgedane kennis m.b.t. de recreatieve verblijfsruimtes beoogd initiatiefnemer met onderliggend plan de tijdelijke vergunning om te zetten naar een bestemmingswijziging. Op 3 augustus 2017 is een principeverzoek bij de gemeente Loon op Zand ingediend om medewerking te vragen aan een herbestemming van de agrarische bestemming naar de enkelbestemming 'Recreatie - Verblijfsrecreatie' met de functieaanduidingen 'paardenhouderij' en 'statische opslag'. Op 14 november 2017 heeft de gemeente Loon op Zand besloten in principe in te stemmen met het verzoek om een nieuw bestemmingsplan te maken voor deze locatie. Om medewerking te verlenen aan het starten van een verblijfsrecreatief heeft de gemeente de volgende voorwaarden gesteld: -

Voordat een ontwerpbestemmingsplan in procedure gaat, zal een overeenkomst tegemoetkoming in schade afgesloten worden.

-

Er wordt aansluiting gezocht bij de systematiek en maatvoering van het bestemmingsplan Buitengebied 2011, Herziening 2015.

-

Het ontwerpbestemmingsplan dient maximaal 2 jaar na het principebesluit in procedure te zijn.

Het principebesluit is te vinden in bijlage 1. Dit bestemmingsplan is tot stand gekomen na het verlenen van de tijdelijke vergunning. Met dit bestemmingsplan beoogd initiatiefnemer de tijdelijke vergunning om te zetten voor onbeperkte tijd.

1.2

Ligging en begrenzing plangebied

Het plangebied is gelegen ten noordwesten van de dorpskern Loon op Zand. Kadastraal is de locatie bekend als gemeente Loon op Zand, sectie I, nummer 2480 en 2481. In figuur 1-1 is de ligging van de initiatieflocatie weergegeven.

Vastgesteld bestemmingsplan Kraanven 9, Loon op Zand

5

arvalis

- *-

^vr o

Figuur 1 -1 :

Situering plangebied

Vastgesteld bestemmingsplan Kraanven 9, Loon op Zand

6

arvalis 2.

Het plan

2.1

Huidige situatie

Aan de Kraanven 9 te Loon op Zand is het agrarische bedrijf van de initiatiefnemers gelegen. Het plangebied heeft een oppervlakte van circa 6000 m2. De locatie heeft in de huidige situatie de bestemming 'Agrarisch met waarden - Natuur- en landschapswaarden'. Op de locatie zijn twee bedrijfsloodsen gelegen. De loodsen hebben een vloeroppervlakte van respectievelijk 834 m2 en 516 m2. In de situatie voorheen werden de loodsen gebruikt voor het huisvesten van paarden en schapen en het opslaan van agrarische producten.

2.2

Beoogde situatie

De initiatiefnemer is voornemens om de agrarische activiteiten op de locatie te beperken tot het houden van paarden en pony's. In de vrijkomende bedrijfsgebouwen wil de initiatiefnemer een verblijfsrecreatief bedrijf starten. Het plan van de initiatiefnemer richt zich op 3 pijlers: -

Een vakantieappartement welke plaats biedt aan 32 slaapplaatsen, verdeeld over meerdere eenheden. Het aantal slaapplaatsen per eenheid zal variëren.

-

Een pensionstalling voor 11 paarden en pony's voor kort- en langdurig verblijf al dan niet in

-

Ondersteunende horeca met een oppervlakte van 50 m2.

-

Statische opslag van auto's, boten, caravans, campers en dergelijke.

combinatie met de verblijfsrecreatie.

De eerste twee pijlers, de verblijfsrecreatie en de pensionstalling, zijn de belangrijkste. Deze twee functies versterken elkaar en zorgen tezamen voor een duurzame economische basis van de bedrijfslocatie. De ondersteunende horecavoorziening maakt onderdeel uit van de recreatieve pijler. Het gaat dan om het aanbieden van non-alcoholische en zwak alcoholische dranken aan de gasten en eventueel een simpele lunch. De horeca zal niet toegankelijk zijn voor gasten van buitenaf. Met statische opslag kan de overige oppervlakte van de kwalitatief nog goede loodsen in zijn geheel benut worden om kapitaalvernietiging door sloop te voorkomen. In bedrijfsvloeroppervlakte zal 500 m2 toe te rekenen zijn aan de verblijfsrecreatie inclusief ondersteunende horeca, 225 m2 aan de paardenhouderij met ruimte voor 11 paarden en pony's en de overige 505 m2 ten behoeve van statische opslag. Als laatste nog een ruimte welke in gebruik is als privé werkplaats (120 m2). Aan de achterzijde op het perceel wordt een buitenrijbaan gemaakt. In onderstaande figuur is een globale indeling voor het beoogde situatie weergeven. Deze beoogde situatie is door middel van een overeenkomst voor 5 jaar gedoogd door de gemeente Loon op Zand. Om het geheel compleet te maken en te legaliseren, wordt nu onderliggend plan aangeboden.

Vastgesteld bestemmingsplan Kraanven 9, Loon op Zand

7

arvalis

Paarden! Statische opslag 60 m2 ^ Werkplaats privé 120 m2 irkeerterrein Statische opslaoBtSI m2

Recreatief nachtverblijf

parkeertei

Bedrijfswoning

Figuur 2-1 : Globale indeling beoogde situatie

2.2.1 Landschappelijke inpassing De landschappelijke inpassing van het beoogde initiatief is afgestemd op de kwaliteiten en kenmerken van het landschap in de omgeving van het plangebied. Met het landschappelijk inpassingsplan wordt voldaan aan de eisen voor kwaliteitsverbetering vanuit de provincie en gemeente. In afbeelding 2-2 is het beplantingsplan weergegeven, voor het volledige landschappelijke inpassingsplan wordt verwezen naar bijlage 7.

Figuur 2-2: uitsnede landschappelijke inpassing

Vastgesteld bestemmingsplan Kraanven 9, Loon op Zand

8

arvalis 3.

Planologisch beleidskader

3.1

Rijksbeleid

3.1.1

Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte

De Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (13 maart 2012 vastgesteld) omvat het ruimtelijke rijksbeleid tot 2040. Het uitgangspunt van de structuurvisie is voldoende ruimte te bieden voor het versterken van de Nederlandse concurrentiepositie, bereikbaarheid, leefbaarheid en veiligheid. Deze doelstellingen zijn vertaald in de nationale Ruimtelijke Hoofdstructuur (RHS). Deze RHS beslaat de gebieden in Nederland die een belangrijke functie vervullen op het gebied van economie, infrastructuur en verstedelijking, water, natuur en landschap. Ten aanzien van deze gebieden is beleid geformuleerd om de kwaliteiten ervan te behouden. Naast ruimte maken en het versimpelen en verbeteren van omgevingsrecht wordt er ook geïnvesteerd, met name in de capaciteit van de infrastructuur. Prioriteit krijgen de mainports, de Brainports en de Greenports, alsmede de achterlandverbindingen. Opgaven van nationaal belang voor de provincies Limburg en Noord-Brabant zijn onder andere: ^

Het verbeteren van het vestigingsklimaat van de Brainport Zuidoost Nederland (Brainport Avenue) en Greenport Venlo door het optimaal benutten en waar nodig verbeteren van de (internationale) bereikbaarheid van deze gebieden via weg, water, spoor en lucht (o.a. verdere ontwikkeling Eindhoven Airport).

^

Het borgen van de waterveiligheid en - kwaliteit en zoetwatervoorziening voor de korte termijn (zoals Maaswerken en uitvoering hoogwaterbeschermingsprogramma) en de lange termijn. Binnen het Deltaprogramma wordt deze opgave aangepakt.

^

Het tot stand brengen en beschermen van de natuur (Natuur Netwerk Nederland), inclusief de Natura 2000 gebieden.

De ontwikkeling heeft geen gevolgen voor de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte. De regels welke doorvloeien vanuit het Rijk zijn door vertaald in de provinciale verordening en het bestemmingsplan van de gemeente. Belangrijk aandachtspunt hierbij zijn de effecten op de NNN.

3.1.2

Besluit algemene regels ruimtelijke ordening

Naast de Structuurvisie kent de Rijksoverheid ook het 'Besluit en ministeriële regeling algemene regels ruimtelijke ordening (Barro, Rarro), 2011'. De eerste tranche van het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening is vastgesteld op 22 augustus 2011 en op 30 december 2011 in werking getreden. Dit Barro is ontstaan bij het ontwerp Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR). Het Rijk heeft hierin vastgelegd dat voor een aantal specifieke onderwerpen algemene regels gelden, dit is immers een bevoegdheid van het Rijk. Het gaat hierbij om het beschermen van de nationale belangen. In het Barro zijn regels opgenomen waaraan de inhoud van bestemmingsplannen moet voldoen. Het Barro omvat alle ruimtelijke rijksbelangen die juridisch doorwerken op het niveau van

Vastgesteld bestemmingsplan Kraanven 9, Loon op Zand

9

arvalis bestemmingsplannen. Het gaat om kaders voor onder meer het bundelen van verstedelijking, de bufferzones, nationale landschappen, de Ecologische Hoofdstructuur, de kust, grote rivieren, militaire terreinen, mainportontwikkeling van Rotterdam en de Waddenzee. Met het Barro maakt het Rijk proactief duidelijk waar provinciale verordeningen en gemeentelijke bestemmingsplannen aan moeten voldoen. Uit de regels en kaarten behorende bij het Barro kan worden afgeleid welke aspecten relevant zijn voor het ruimtelijke besluit. In het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) is door het Rijk vastgelegd dat de Provincie verantwoordelijk is voor de begrenzing van de Ecologische Hoofdstructuur (EHS, inmiddels door het Rijk Nationaal Natuurnetwerk genoemd) en begrenzing en bescherming van de EHS dient vast te leggen in een provinciale verordening. In Noord-Brabant is de EHS vastgelegd in het Natuur Netwerk Brabant. In paragraaf 3.2.3 van de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant wordt de begrenzing van de Natuur Netwerk Brabant bepaald en wordt invulling gegeven aan het beschermingsregime op basis van het Barro. Het nieuwe bestemmingsplan schaad geen nationaal belang. Vandaar dat de regels zoals gesteld in het Barro, niet van toepassing zijn. Onderhavige ontwikkeling is ook niet in strijd met de regels van het Barro.

3.1.3

Ladder duurzame verstedelijking

De Ladder duurzame verstedelijking is een processchema dat alle mogelijke ruimtelijke ontwikkelingen of initiatieven voor stedelijke functies, via beleidskaders begeleidt naar een optimale locatiekeuze. De ladder duurzame verstedelijking is geïntroduceerd in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte. De motiveringseis om te voldoen aan de ladder duurzame verstedelijking is vervolgens vastgelegd in het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). De ladder heeft als doel te komen tot een zorgvuldig ruimtegebruik waarbij goede afwegingen worden gemaakt waar gebouwd mag worden. Het systeem van de ladder zorgt voor een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming waar wel en waar niet mag worden gebouwd. De ladder is een toetsingsinstrument voor ontwikkelaars en de overheid wat gevolgd moet worden bij ruimtelijke ontwikkelingen. Aan de hand van 3 stappen dient het ruimtelijk vraagstuk gemotiveerd te worden: 1. Bepalen van de regionale vraag naar ruimte 2. Bouwen binnen bestaand stedelijk gebied 3. Bouwen buiten bestaand stedelijk gebied De ladder duurzame verstedelijk is erop gericht om ontwikkelingen die een ruimtelijke impact hebben zoveel mogelijk binnen het bestaand stedelijk gebied op te vangen. Hierdoor wordt verstening van het buitengebied tegengegaan. Uitgangspunt is dat steden en dorpen niet onnodig 'uitdijen' terwijl er in de kernen nog ruimte is voor ontwikkelingen.

Wanneer er in de kernen ontwikkellocaties zijn moeten deze eerst opgevuld worden alvorens men uitbreidt in het buitengebied. Ook wanneer het gaat om herstructureringsprojecten moet hier voorrang aangegeven worden. Onder stedelijke ontwikkeling wordt verstaan nieuwe bebouwing die een stedelijk karakter heeft zoals woningbouw, realisatie winkelruimte, kantoorpanden, bedrijventerreinen of overige stedelijke functies (maatschappelijk, religie, cultuur, leisure, recreatie ^ dit op basis van uitspraken van de RvS). De ladder voor duurzame verstedelijking richt zich op substantiële veranderingen en bouwplannen, die qua aard en omvang zodanig zijn, dat voor mogelijke leegstand elders gevreesd

Vastgesteld bestemmingsplan Kraanven 9, Loon op Zand

10

arvalis zou kunnen worden. Het doel is om overbodige bouwplannen (kantoren, woningen) te voorkomen en hergebruik te stimuleren. De ontwikkeling valt niet onder de definitie die de ladder voor duurzame verstedelijking stelt voor stedelijke ontwikkeling en kan daaraan dus niet getoetst worden. Geconcludeerd kan worden dat het landelijk beleid geen belemmering vormt voor de gewenste ontwikkeling in het plangebied.

Vastgesteld bestemmingsplan Kraanven 9, Loon op Zand

11

arvalis 3.2

Provinciaal beleid

3.2.1

Brabantse omgevingsvisie

De Brabantse Omgevingsvisie bevat de belangrijkste ambities voor de fysieke leefomgeving voor de periode tot 2050. Dat gaat om ambities op gebied van de energietransitie, een klimaat-proof Brabant, Brabant als slimme netwerkstad en een concurrerende, duurzame economie. De Brabantse Omgevingsvisie geeft aan hoe de Brabantse leefomgeving er in 2050 uit zou moeten zien. En waar Brabant in 2030 tenminste moet staan om die lange termijndoelen te halen. De visie noemt hiervoor een vijftal hoofdopgaven: 1.

De basis op orde: veiligheid, gezondheid en omgevingskwaliteit zijn van essentieel belang om goed te kunnen wonen, werken en leven in Brabant.

2.

Brabantse energietransitie: om Brabant op termijn energieneutraal te maken moet er minder energie worden gebruikt en meer duurzame energie worden opgewekt.

3.

Slimme netwerkstad: de manier waarop men zich verplaatst verandert en dit stelt andere eisen aan steden. Dit heeft gevolgen voor het netwerk van steden en dorpen.

4.

Klimaatproof Brabant: als gevolg van klimaatverandering is er sprake van meer extremen in temperatuur en neerslag. Hier moet mee worden omgegaan.

5.

Concurrerende, duurzame economie: Noord-Brabant wil top kennis- en innovatieregio blijven, waarbij de omslag naar een circulaire economie nodig is en digitalisering steeds belangrijker wordt.

De Brabantse Omgevingsvisie wordt uitgewerkt in de Interim omgevingsverordening NoordBrabant. In deze Interim omgevingsverordening Noord-Brabant vindt een vertaalslag van de hoofdopgaven in concreet bindende regels plaats. De ontwikkeling wordt in navolgende paragraaf getoetst aan deze verordening. Het initiatief past goed binnen de omgevingsvisie van de provincie Noord-Brabant. Het initiatief versterkt de economische positie van het bedrijf en vormt in ruimtelijke zin geen belemmering voor de direct omgeving of het gebied waarin het gelegen is.

Vastgesteld bestemmingsplan Kraanven 9, Loon op Zand

12

arvalis 3.2.2

Interim omgevingsverordening Noord-Brabant

Naast de omgevingsvisie kent de Provincie Noord-Brabant de interim omgevingsverordening Noord-Brabant (geconsolideerd vanaf 15 april 2022). In de omgevingsverordening staan de regels die de provincie stelt aan de bestemmings- en omgevingsplannen van gemeenten. Met de Interim omgevingsvergunning bereid de provincie Noord-Brabant de komst van de omgevingswet concreet voor en hanteert zij de in de wet aangegeven schrijf- en handelingswijze. De omgevingsverordening is geschreven met oog voor de doelgroep: burgers, gemeenten en waterschappen. Essentieel onderdeel van de verordening is de gedachte dat ontwikkelingen en plannen in gezamenlijkheid uitgevoerd worden en overleg en dialoog worden daarom toegejuicht. De verordening biedt voor ontwikkelaars en gemeenten meer mogelijkheden tot maatwerk, vaste afstanden en grootte maten worden losgelaten en er komt meer nadruk te liggen op het passend maken van initiatieven in hun omgeving. Voor gemeenten is hoofdstuk 3 van de verordening het belangrijkst, het hoofdstuk heeft 'instructieregels aan gemeenten' als titel gekregen. Ten aanzien van de beoogde ontwikkeling van het plangebied zijn de regels die de omgevingsverordening aanreikt voor vestiging van een nietagrarische functie in landelijk gebied van toepassing. Onderstaand is dit artikel weergegeven, cursief is vermeld hoe de beoogde ontwikkeling voldoet aan de regels.

Artikel 3.73 vestiging niet-agrarische functie in landelijk gebied Lid 1. Een bestemmingsplan van toepassing op Landelijk gebied kan voorzien in de vestiging van een niet-agrarische functie op een bestaand bouwperceel als aan de volgende voorwaarden is voldaan: a.

de vestiging past binnen de ontwikkelingsrichting van het gebied waarbij de volgende aspecten zijn betrokken: 1.

een gebiedsgerichte benadering welke activiteiten en functies passen in de omgeving; Het plangebied is gelegen in de nabijheid van de Loonse en Drunense duinen. Er is een beweging gaande waarbij agrarische activiteiten afnemen en meer (extensieve) vormen van recreatie ontstaan. De ontwikkeling op het plangebied past binnen deze bewering en er is daarom sprake van een functie die passend is in de omgeving.

2.

welke effecten de mogelijke ontwikkeling heeft op andere aspecten, waaronder mobiliteit, agrarische ontwikkeling, leefbaarheid en leegstand elders; Ten aanzien van de ruimtelijke aspecten wordt verwezen naar hoofdstuk 4 van deze onderbouwing. De leefbaarheid en leegstand elders wordt niet beïnvloed door de ontwikkeling op het plangebied.

3.

hoe de vestiging bijdraagt aan het versterken van de omgevingskwaliteit, waaronder een bijdrage aan de sloop van overtollig en leegstaand vastgoed in het Landelijk gebied. Er is sprake van de omvorming tot natuur van een deel van het plangebied en de gebouwen krijgen met de ontwikkeling een nieuwe bestemming en worden daarmee behoed voor leegstand en verpaupering.

b.

er vindt geen splitsing (IOV) plaats van het bouwperceel; Het bouwperceel blijft één geheel

c.

overtollige bebouwing wordt gesloopt;

Vastgesteld bestemmingsplan Kraanven 9, Loon op Zand

13

arvalis Alle aanwezige bebouwing kent een logisch gebruik en bestemming in de beoogde situatie. Er is geen sprake van overtollige bebouwing. d.

de vestiging heeft geen betrekking op: 1.

een kantoor met baliefunctie; Er is geen kantoor met baliefunctie beoogd

2.

lawaaisport; Er is geen lawaaisport beoogd

3.

mestbewerking. Er is geen mestbewerking beoogd

Lid 2. Het bestemmingsplan dat de vestiging mogelijk maakt, borgt dat de functie, ook op langere termijn, past binnen de ontwikkelingsrichting en stelt daartoe regels: a.

over een bij de omgeving passende omvang en publieksaantrekkende werking; Er is geborgd dat de omvang van de activiteiten voor langere termijn passend is. De omvang en publieksaantrekkende werking staan op gelijke voet.

b.

welke specifieke gebruiksactiviteit is toegestaan; In de regels zijn de gebruiksactiviteiten geborgd

c.

dat opslag en stalling plaatsvindt in gebouwen; Er is geen sprake van opslag en/of stalling buiten gebouwen.

d.

dat de ontwikkeling verplaatst naar een passende locatie als deze niet langer past binnen de maximaal toegestane omvang. Er is geen groei van het bedrijf beoogd. Mocht onverhoopt het bedrijf groeien en niet langer passend zijn op deze locatie dan zal het verplaatsen naar een meer geschikte locatie.

Lid 3. Als een binnen de omgeving passende omvang geldt voor: a.

bedrijvigheid, dat deze kleinschalig is en past binnen een gemengde omgeving waardoor het niet doelmatig is om deze te vestigen op een bedrijventerrein; Vestiging van het type bedrijf dat op het plangebied zal vestigen is niet logisch op een bedrijventerrein. Het past binnen een goede ruimtelijke ordening om het plangebied als dusdanig te gaan gebruiken.

b.

een detailhandelsvoorziening, een omvang van het verkoopvloeroppervlak van ten hoogste 200 m2; Er is geen sprake van detailhandel

c.

een voorziening ten dienste van vrije-tijd en zorg, een omvang van de bebouwing van ten hoogste 1 hectare. Er is sprake van een vrije-tijds besteding op het plangebied. Het plangebied is niet groter dan 1 hectare.

De IOV wil goede initiatieven ondersteunen. Daarvoor sluit de IOV aan bij de nieuwe manier van werken uit de Brabantse Omgevingsvisie en worden mogelijkheden geboden voor maatwerk. Hiertoe zijn in de IOV in plaats van middelvoorschriften, doelvoorschriften opgenomen en wordt uitgegaan van een 'ja, mits - benadering'. Daarnaast dient het beoogde voornemen te voldoen aan paragraaf 3.1.2 Basisprincipes voor een evenwichtige toedeling van functies van de Interim Omgevingsverordening Noord-Brabant. Hierbij dient rekening gehouden te worden met: - Arti kel 3.5

Zorgplicht voor een goede omgevingskwaliteit;

- Arti kel 3.6

Zorgvuldig ruimtegebruik;

- Arti kel 3.7 Toepassing van de lagenbenadering; - Artikel 3.8 Meerwaardecreatie; - Artikel 3.9 Kwaliteitsverbetering landschap.

Vastgesteld bestemmingsplan Kraanven 9, Loon op Zand

14

arvalis Hieronder wordt nader ingegaan op enkele verschillende aspecten. In paragraaf 3.3.2 wordt het gemeentelijk beleidskader kwaliteitsverbetering landschap en Nota Kostenverhaal 2018 nader toegelicht. Een toelichting op het toepassen van de lagenbenadering en de meerwaardecreatie blijkt uit voorliggend bestemmingsplan . Dit leidt tot het waarborgen van de verschillende aspecten zoals hierboven genoemd. Zorgplicht voor een goede omgevingskwaliteit en zorgvuldig ruimtegebruik Ten behoeve van de bevordering van de ruimtelijke kwaliteit is in de IOV de 'zorgplicht' opgenomen. Een bestemmingsplan dat voorziet in een ruimtelijke ontwikkeling moet bijdragen aan behoud en ontwikkeling van de ruimtelijke kwaliteit. Er moet in ieder geval sprake zijn van een goede landschappelijke inpassing en zorgvuldig ruimtegebruik. Zorgvuldig ruimtegebruik is een compacte opzet met een concentratie van bebouwing en gebruik van bestaande bebouwing. Dit betekent dat zoveel mogelijk gebruik gemaakt wordt van bestaande bouwpercelen. Uitbreiding is toegestaan mits de financiële, juridische of feitelijke mogelijkheden ontbreken om de beoogde ruimtelijke ontwikkeling binnen het huidige toegestane ruimtebeslag te doen plaatsvinden. Daarnaast moet rekening worden gehouden met de maat en schaal van de ontwikkeling en de impact op de omgeving.

Toepassing van de lagenbenadering en meerwaardecreatie De toepassing van de lagenbenadering omvat het effect van de ontwikkeling op drie verschillende lagen: 1. De ondergrond, zoals de bodem, het grondwater en archeologische waarden; 2. De netwerklaag, zoals infrastructuur, natuurnetwerk, energienetwerk, waterwegen waaronder een goede, multimodale afwikkeling van het personen- en goederenvervoer. 3. De bovenste laag zoals cultuurhistorische en landschappelijke waarden, de omvang van de functie en de bebouwing, de effecten op bestaande en toekomstige functies, de effecten op volksgezondheid, veiligheid en milieu. Daarnaast speelt de factor tijd een belangrijke rol. Door de factor tijd actief te benutten wordt rekening gehouden met de herkomstwaarde, vanuit het verleden, de (on-)omkeerbaarheid van optredende effecten en de toekomstwaarde gelet op duurzaamheid en toekomstbestendigheid. Meerwaardecreatie omvat daarnaast een evenwichtige benadering van de economische, ecologische en sociale aspecten die in een gebied en bij een ontwikkeling betrokken zijn. Hierdoor ontstaan mogelijkheden om opgaven en ontwikkelingen te combineren waardoor er meerwaarde ontstaat. Tevens kan de bijdrage van een ontwikkeling aan andere opgaven en belangen dan die rechtstreeks met de ontwikkeling gemoeid zijn.

Kwaliteitsverbetering van het landschap Naast de zorgplicht is in de IOV tevens het beleidsvoornemen opgenomen met betrekking tot 'Kwaliteitsverbetering van het landschap'. De vereiste kwaliteitsverbetering koppelt ruimtelijke ontwikkelingen in het buitengebied aan een concrete tegenprestatie gericht op een verbetering van de kwaliteit van het landschap. In het bestemmingsplan kan ontwikkelingsruimte worden geboden aan functies, mits dit gepaard gaat met maatregelen die het landschap versterken. Dit kan onder andere door landschapselementen aan te leggen maar ook door behoud van waardevolle cultuurhistorische elementen en/of sloop van overtollige bebouwing. De regio Zuidoost-Brabant heeft geen nadere regionale afspraken gemaakt. Voor de doorwerking van de kwaliteitsverbetering van het landschap heeft de gemeente Loon op Zand derhalve een eigen gemeentelijk beleidskader ontwikkeld, waarin is beschreven, nader uitgewerkt en vastgelegd op welke wijze de gemeente de kwaliteitsverbetering van het buitengebied wenst vorm te geven

Vastgesteld bestemmingsplan Kraanven 9, Loon op Zand

15

arvalis als tegenprestatie voor het kunnen bieden van ontwikkelingsmogelijkheden voor functies in het buitengebied in het bestemmingsplan. In hoofdstuk 4 worden de verschillende ruimtelijke en milieuaspecten toegelicht welke bij de verschillende lagen van de lagenbenadering horen. Middels de toets aan het relevante beleidskader wordt inzicht gegeven in de meerwaardecreatie van onderhavige initiatief. Dit sluit aan bij de randvoorwaarden zoals opgenomen in het provinciaal (en gemeentelijk) beleid. De beoogde ontwikkeling van het plangebied past binnen de interim omgevingsverordening van de Provincie Noord-Brabant.

Vastgesteld bestemmingsplan Kraanven 9, Loon op Zand

16

arvalis 3.3

Gemeentelijk beleid

3.3.1

Structuurvisie

De gemeenteraad heeft op 8 maart 2018 de 'Structuurvisie Loon op Zand 2030 - 1e herziening' vastgesteld. In de structuurvisie is op hoofdlijnen vastgelegd waar de gemeente op maatschappelijk, economisch en ruimtelijk gebied naar toe gaat in de periode tot 2030. De structuurvisie biedt een kader met ruimte om nadere afwegingen te maken in de periode tot 2030. De locatie ligt in het halfopen cultuurlandschap zoals dat in de structuurvisie is geduid. Om de recreatieve druk op de natuurgebieden zoals de Loonse en Drunense duinen en andere natuurgebieden in de toekomst beter te spreiden is de gemeente terughoudend met recreatieve ontwikkelingen in de bosrijke natuurgebieden. Nieuwe recreatieve ontwikkelingen worden daarom met name in het omliggende halfopen cultuurlandschap geconcentreerd. De ontwikkeling past binnen de structuurvisie, de recreatieve ontwikkeling vindt namelijk plaats binnen het halfopen cultuurlandschap.

3.3.2 Bestemmingsplan De locatie is gelegen binnen het bestemmingsplan "Buitengebied Geconsolideerd", zoals geconsolideerd door de gemeenteraad op 1 juni 2018. Het plangebied is gelegen binnen de enkelbestemming 'Agrarisch met waarden - Natuur- en landschapswaarden' en heeft een bouwvlak met een oppervlakte van circa 6000 m2, daarnaast heeft het de gebiedsaanduiding 'overige zone beperkingen veehouderij' en functieaanduiding 'specifieke vorm van agrarisch met waarden natuurontwikkelingsgebied'. Middels figuur 3-1 is een uitsnede van de verbeelding weergegeven. De gronden zijn bestemd voor agrarisch grondgebruik en binnen het bouwvlak voor de uitoefening van een grondgebonden agrarisch bedrijf. Binnen de bestemming zijn wel wijzigingsbevoegdheden opgenomen voor omschakeling naar nietagrarische functies en naar paardenhouderij, maar niet a) voor een combinatie van functies en b) voor de gewenste cumulatieve bedrijfsvloeroppervlakte van de niet-agrarische functies.

Vastgesteld bestemmingsplan Kraanven 9, Loon op Zand

17

arvalis 444444444444444

Plandocumenten

+ + + + + + + + + + + + -Í-

444444444444 ■t .t.J-.-t—t- t

regels

t

4 4

toelichting 4- 4- 4- 4- 4 4 4

bijlage 1

4- 4 4444444444

4- 4- 4- 4- 4

4 4 4 4 4

bijlage 2

4 4 4 4

4- 4- 4- 4- 4

4 4 4 4

4 4

4 4 4 4 4

4 4

4 4 4 4 4

Toon meer -

4 4 4 4 4 4 4.-4 4 4/4 4 -t

y

4 4 4

Gerelateerde plannen (2)

4 4 4 4 4 4 4 4 4

Plekmfo

4'v4 4 4 4

*4 +4 aí /v 4 4 4-1. 4 4 4 4 4

enkelbestemming: Agrarisch met waarden Natuur- en landschapswaarden

gebiedsaanduiding: overige zone - beperkingen veehouderij

bouwvlak

functieaanduiding: specifieke vorm van

i-------- .

agrarisch met waarden -

* -------*

natuurontwikkelingsgebied

Figuur 3-1 :

Uitsnede verbeelding bestemmingsplan "Buitengebied geconsolideerd"

De beoogde ontwikkeling past niet binnen het vigerende bestemmingsplan. De huidige bestemming 'Agrarisch met waarden - Natuur- en landschapswaarden' zal gewijzigd worden in de enkelbestemming 'Agrarisch met waarden -Natuur- en landschapswaarden' en 'Recreatie verblijfsrecreatie' daarnaast zal de locatie de functieaanduidingen 'paardenhouderij', 'specifieke vorm van agrarisch - paardenbak', 'specifieke vorm van recreatie - natuurontwikkelingsgebied' en 'specifieke vorm van recreatie - statische opslag' krijgen. Om de beoogde ontwikkeling planologisch correct te vertalen wordt een bestemmingsplanprocedure doorlopen.

Vastgesteld bestemmingsplan Kraanven 9, Loon op Zand

18

arvalis 4.

Ruimtelijke aspecten

In dit hoofdstuk wordt het initiatief getoetst aan alle relevante planologische en milieuaspecten.

4.1

Flora en Fauna

4.1.1

Natuurnetwerk Nederland

In de twintigste eeuw is veel Nederlandse natuur verdwenen. De overgebleven gebieden zijn vaak klein en liggen veelal ver uit elkaar. Hierdoor hebben bepaalde organismen moeite om gebieden te bereiken en zich er te handhaven, waardoor de diversiteit van planten, dieren en micro-organismen (de biodiversiteit) ook sterk achteruit gaat. Om de biodiversiteit te behouden en te versterken is het Natuurnetwerk Nederland opgericht. Het Natuurnetwerk Nederland is een netwerk van natuurgebieden en verbindingszones. Het Natuurnetwerk Nederland (NNN) is in de eerste plaats belangrijk als netwerk van leefgebieden voor veel planten en dieren. In het NNN liggen: -

Bestaande natuurgebieden, waaronder de 20 Nationale Parken;

-

Gebieden waar nieuwe natuur aangelegd wordt;

-

Landbouwgebieden, beheerd volgens agrarisch natuurbeheer;

-

Ruim 6 miljoen hectare grote wateren: meren, rivieren, de kustzone van Noordzee en de Waddenzee;

-

Alle Natura 2000-gebieden.

Het Rijk heeft het algemene NNN-beleid in het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) vastgelegd. Op grond van artikel 2.10.2 van het Barro moeten provincies bij provinciale verordening de NNN-gebieden aanwijzen en nauwkeurig begrenzen. Op grond van artikel 2.10.3 Barro moeten zij ook de wezenlijke kenmerken en waarden van die gebieden vastleggen. Daarnaast wijzen de provincies de natuurdoelen in de NNN aan. Elk NNN-gebied heeft een zogenaamd natuurdoel. Een natuurdoel beschrijft een bepaalde natuurkwaliteit en wordt gebruikt als een toetsbare doelstelling voor een natuurgebied. Natuur Netwerk Brabant (NNB) Vanaf 2014 zijn de provincies verantwoordelijke voor de begrenzing en de ontwikkeling van het NNN. De provincie Noord-Brabant heeft in zijn Verordening de gebieden opgenomen als Natuur Netwerk Brabant. Men wil in 2027 alle gaten in het netwerk hebben gedicht met nieuwe natuur. Ongeveer 907 van het Natuur Netwerk Brabant wordt gevormd door bestaande natuurgebieden. Tussen deze gebieden is men voornemens om verbindingen te leggen in de vorm van Ecologische verbindingszones. Door deze verbindingen tussen natuurgebieden kunnen dieren van het ene gebied naar het andere foerageren. De concrete ambities van de provincie Noord-Brabant staan in het Natuurbeheerplan NoordBrabant 2016. De begrenzing van het netwerk is daarnaast ook opgenomen in de Verordening ruimte.

Het NNB kent geen specifiek beschermingsregime, anders dan via het ruimtelijke spoor. Onderhavige locatie is direct gelegen tegen het NNB zie figuur 4-1. Figuur 2.2 is een uitsnede van het Natuurnetwerk Brabant van de locatie. Gezien de aard van het initiatief is het redelijkerwijs uit te sluiten dat onderhavig initiatief een negatieve invloed heeft op de ontwikkeling van dit gebied.

Vastgesteld bestemmingsplan Kraanven 9, Loon op Zand

19

arvalis NNB rijksdeel en provinciaal deel [voorheen EHS)

NNB Rijksdee NNB Provincial cee

u Figuur 4-1 : Uitsnede kaart Natuur Netwerk Brabant (NNB) (kaartbank.brabant.nl)

4.1.2

Wet natuurbescherming

De bescherming van de natuur in Nederland vindt plaats door Europese en nationale wetgeving. Bij iedere ontwikkeling dienen de eventuele gevolgen t.a.v. de natuurbescherming inzichtelijk gemaakt te worden. Op 1 januari 2017 is de nieuwe Wet natuurbescherming (Wb) in werking getreden. De Natuurbeschermingswet 1998 (gebiedsbescherming), de Flora- en Fauna wet (soortenbescherming (dieren en planten) en de Boswet zijn opgegaan in deze nieuwe wet. De strekking van de wet blijft gelijk; de beschermde gebieden en soorten mogen niet aangetast worden bij ruimtelijke ontwikkelingen. Hierbij wordt onderscheid gemaakt tussen soortenbescherming en gebiedsbescherming. Gebiedsbescherming Met betrekking tot gebiedsbescherming is de situering ten opzichte van beschermde gebieden (Natura2000 gebieden en beschermde natuurmonumenten) van belang. Ten westen van de initiatieflocatie is het Habitat- en Vogelrichtlijngebied Loonse en Drunense duinen gelegen. De afstand tussen het plangebied en dit Natura 2000-gebied bedraagt ongeveer 545 meter.

Vastgesteld bestemmingsplan Kraanven 9, Loon op Zand

20

arvalis

Ca®.

___________ Figuur 4-2: ligging Natura2000-gebieden

Op de locatie is er nauwelijks een referentie situatie aanwezig in het kader van de stikstofdepositie op het Natura 2000 gebied de Loonse en Drunense Duinen. Om aan te tonen dat de gewenste bestemmingswijziging in het kader van de wet Natuurbescherming mogelijk is er een Aerius berekeningen uitgevoerd, zie bijlage (datum 25-11-2023). Er is rekening gehouden met de verkeersbewegingen welke passend zijn bij de nieuwe bestemming. Deze vervoersbewegingen zijn getoetst aan de metingen van Kennisplatform CROW. Er zijn verblijfsaccomodaties die niet jaarrond bezet zijn en een pension voor paarden en pony's. In een Worst-case-scenario zullen er 44 lichte vervoersbewegingen per dag zijn. Deze berekening levert geen negatieve rekenresultaten op. En geen depositie op omliggende natuurgebieden. Een berekening van de aanlegfase is in 2020 uigevoerd op basis van de toen verleende tijdelijke omgevingsvergunning. De aanlegfase is in 2021 afgerond en deze berekening is nu niet meer noodzakelijk. Op dit moment is een toename van stikstofdepositie niet mogelijk. Wel biedt het bestaande recht van vergunningen op de locatie de ruimte de ontwikkeling zonder toename van depositie toe te staan. Dit kunnen we aantonen met de bijgevoegde aeriusberekening. Er is geen berekening van de aanlegfase toegevoegd.

Dit is niet noodzakelijk, de aanlegfase is in 2020 uitgevoerd op basis van de toen verleende tijdelijke omgevingsvergunning. De berekening is uitgevoerd voor de transportbewegingen voor de paarden en ponypension en voor de vakantiewoningen. Er is uitgegeaan van een worst-case berekening welke in de bijlage Toelichting Aeriusberekening is uitgewerkt. Deze berekening is uitgevoerd in de laatste versie van de Aerius calculator van oktober 2023.

Vastgesteld bestemmingsplan Kraanven 9, Loon op Zand

21

arvalis De ontwikkeling leidt niet tot directe of indirecte effecten in de zin van areaalverlies, verontreiniging of verstoring van het gebied. Het houden van de dieren geeft een lichte emissiestijging. Echter geen toename van depositie op de omliggende N2000 gebieden. Met de beoogde ontwikkeling zal geen toename van depositie op de locatie gaan ontstaan. Soortenbescherming De soortenbescherming is in Nederland geregeld in de Wet Natuurbescherming. Deze heeft betrekking op alle in Nederland in het wild voorkomende diersoorten en vaatplanten. Hiervoor geldt een algemene zorgplicht die inhoudt dat schade aan flora en fauna zoveel mogelijk voorkomen dient te worden. De Wet natuurbescherming deelt soorten in drie beschermingsregimes in: -

Beschermingsregime soorten Vogelrichtlijn. Dit zijn alle van nature in Nederland in het wild levende vogels (zoals bedoelt in artikel 1 van de Vogelrichtlijn).

-

Beschermingsregime soorten Habitatrichtlijn. Dit zijn soorten die genoemd zijn in Bijlage IV van de Habitatrichtlijn, Bijlage I en II van het Verdrag van Bern en Bijlage II van het Verdrag van Bonn. In de Bijlagen van de Verdragen van Bern en Bonn worden ook vogels genoemd.

-

Beschermingsregime andere soorten. Dit zijn soorten die genoemd zijn in Bijlage A van de Wet natuurbescherming. Het gaat hier om de bescherming van zoogdieren, amfibieën, reptielen, vissen, dagvlinders, libellen, kevers en vaatplanten voorkomend in Nederland. De Wet natuurbescherming maakt invulling van de wet door provincies mogelijk, hiertoe kunnen provincies een eigen invulling geven aan de bescherming van soorten.

De aanwezige biotopen en huidig grondgebruik in acht nemend is het niet waarschijnlijk dat er beschermde soorten in het plangebied aanwezig zullen zijn. De gronden zijn in gebruik als agrarisch, grasland en als bos. Behalve in het westelijk gelegen bos is het niet waarschijnlijk dat op het plangebied zelf beschermde soorten aanwezig zijn. Mogelijk komen er in de nabijheid van de initiatieflocatie algemene soorten voor als Veldmuis, Egel en Mol. Deze soorten vallen onder de algemene vrijstellingsregeling van de Wet Natuurbescherming. Algemene zorgplicht In artikel 1.11 van de Wet natuurbescherming is een algemene zorgplicht opgenomen voor eenieder om voldoende zorg te dragen voor Natura 2000-gebieden, voor bijzondere nationale natuurgebieden en voor alle in het wild levende dieren en planten en hun directe leefomgeving. Om eventueel broedende vogels in en rondom de locatie niet te verstoren dienen verstorende activiteiten plaats te vinden buiten het broedseizoen (15 maart tot en met 15 juli), tenzij wordt aangetoond dat er tijdens deze periode geen vogels aanwezig zijn. Gelet op de algemene zorgplicht dienen voorafgaand aan werkzaamheden alle maatregelen te worden getroffen om nadelige gevolgen voor flora en fauna zoveel mogelijk te voorkomen, beperken of ongedaan te maken.

Dit geldt altijd en voor alle planten- en diersoorten Ten aanzien van vogelsoorten geldt dat indien de werkzaamheden buiten het broedseizoen plaatsvinden (april tot half juli) geen overtreding plaats zal vinden van de wetgeving ten opzichte van vogels. Het aanvragen van een ontheffing is dan niet aan de orde. Daarbij wordt opgemerkt dat de Wet Natuurbescherming geen standaardperiode voor het broedseizoen kent. Het gaat er om of er een broedgeval is. De periode april tot half juli kan wel globaal aangehouden worden voor het

Vastgesteld bestemmingsplan Kraanven 9, Loon op Zand

22

arvalis niet uitvoeren van werkzaamheden. Bij inachtneming van de hierboven genoemde voorwaarden kan voorkomen worden dat er overtreding van de Wet Natuurbescherming zal plaatsvinden. Onderliggend plan betreft de bestemmingwijziging waarvoor in 2019 een tijdelijke vergunning is afgegeven. De tijdelijke vergunning inclusief bouwvergunning is akkoord bevonden om binnen de destijds bestaande bebouwing de recreatiewoningen op te richten. Initiatiefnemer heeft tijdens de bouw in 2020 de zorgplicht in acht genomen. Met dit plan dient de bestemmingswijziging tot stand te komen. Er wordt niet gebouwd er is geen sprake van sloop. Er vindt geen bomenkap plaats. Nestgelegenheden voor vogels en vleermuizen zullen als gevolg van het initiatief niet worden verstoord. De situatie die in 2020 na de vergunde verbouwing is ontstaan, is onveranderd gebleven. Initiatiefnemer is niet voornemens verder te ontwikkelen, slopen of bouwen. Een quick scan flora en fauna kan deswegens achterwege blijven.

Als gevolg van het initiatief is de bebouwing in 2020 alleen intern verbouwd. Gezien het huidige gebruik en de relatief nieuwe staat van de gebouwen is de aanwezigheid van beschermde soorten binnen de gebouwen nihil. Mocht er een beschermd diersoort zitten dan betreft deze diersoort geen gevaar omdat er geen sloop of bouwontwikkelingen beoogd zijn. De gehele locatie blijft hetzelfde als na oplevering van de bouw in 2020. Een ontheffing in het kader van de flora en faunawet is daarom niet noodzakelijk.

4.2

Cultuurhistorie en archeologie

Vanwege artikel 3.1.6, vijfde lid, van het Besluit ruimtelijke ordening moet in de toelichting van een ruimtelijk plan een beschrijving worden opgenomen van de wijze waarop met de in het gebied aanwezige cultuurhistorische waarden en in de grond aanwezige of te verwachten monumenten rekening is gehouden. Gemeenten zullen een inventarisatie moeten (laten) maken van alle cultuurhistorische waarden in het besluitgebied, dus niet alleen van de archeologische waarden. Daarnaast moeten ze aangeven welke conclusies ze daaraan verbinden en op welke wijze ze deze waarden borgen in het kader van het planvoornemen. De Rijksoverheid wil dat er in de monumentenzorg ook aandacht is voor de omgeving waarin het monument staat. Hierbij is het belangrijk dat er niet alleen aandacht voor het monument zelf is, maar ook voor de omgeving. De uitvoering hiervan is vastgelegd in de Momo (modernisering monumentenzorg). Belangrijkste punt uit de Momo voor onderhavig plan is dat er bij ruimtelijke ontwikkelingen rekening gehouden moet worden met de aanwezige cultuurhistorische waarden en monumenten in de directe nabijheid van het plangebied. De provincie Noord-Brabant heeft hiertoe de cultuurhistorische waarden kaart opgesteld. In 1992 is het Verdrag van Malta ondertekend door de lidstaten van de Raad van Europa.

Dit verdrag heeft tot doel het cultureel erfgoed wat zich in de bodem bevindt te beschermen en te behouden. Hierbij moet gedacht worden aan archeologische vondsten en resten, gebruiksvoorwerpen, restanten van oude nederzettingen en grafvelden etc. Een van de belangrijke aspecten voor onderhavig plan is het kader wat het verdrag stelt t.a.v. ruimtelijke ordening. Dit kader houdt in dat er tijdig rekening gehouden dient te worden met de mogelijke aanwezigheid van archeologische waarden in de bodem. Voorafgaand aan een plan moet inzichtelijk gemaakt worden

Vastgesteld bestemmingsplan Kraanven 9, Loon op Zand

23

arvalis welke verwachtingen er zijn en in hoeverre rekening gehouden dient te worden met de aanwezige archeologische waarden. In figuur 4-3 is een uitsnede van de Indicatieve Kaart Archeologische Verwachtingen (IKAW) Brabant weergegeven. Het plangebied is aangegeven met een rood vlak. Te zien is dat het plangebied lage verwachting heeft gekregen op de verwachtingskaart. Naast archeologische zijn er ook cultuurhistorische waarden in het gebied. In figuur 4-4 is een uitsnede van de cultuurhistorische waardenkaart (CHW) van de provincie Noord-Brabant weergeven. In 2016 is de CHW kaart herzien. Het plangebied is gelegen net buiten het cultuurhistorische landschap Loonse en Drunense duinen. De Loonse en Drunense duinen zijn Brabants grootste stuifzandgebied. Vanuit cultuurhistorisch oogpunt is het wel mogelijk dat er elementen en waarden vanuit verschillende perioden liggen die een beeld geven van de geschiedenis en bewoning van het gebied. De omgeving van de locatie kenmerkt zich door een redelijk hoge geografie. Ook zijn er verschillende cultuurhistorisch waardevolle gebouwen en complexen in de omgeving.

Indicatieve Archeologische Waarden Hoog of middelhoog

Geen gegevens

Figuur 4-3: Indicatieve Kaart Archeologische Waarden (IKAW)

Vastgesteld bestemmingsplan Kraanven 9, Loon op Zand

24

arvalis Provincie Noord Brabant

Cultuurhistorische Waardenkaart (CHW) kraanven 9, loon op zand

chw 201 o, herziening201 6

X

Toon zoek re su heten voor kraa... Legenda

CHW kaartlagen I Frovinciea! belang cultuurhistorie Cultuurhistor sch waardevol complex

Cultuurhistor sche waardevol gebed

Topo (in RD)

.ui ven

Figuur 4-4: Cultuurhistorische Waardenkaart (CHW)

Vastgesteld bestemmingsplan Kraanven 9, Loon op Zand

25

arvalis De gemeente Loon op Zand heeft haar archeologiebeleid uitgewerkt in de kaart geactualiseerde archeologische verwachtingen 2017. In figuur 4-5 is te zien dat voor de locatie aan het Kraaiven 9 een archeologische waarde bewoningscluster heeft. De uitgangspositie voor gebieden met een dergelijke waarden is dat het verboden is om de bodem te verstoren, te beschadigen of te vernielen. Voor gebieden met een archeologisch waarde bewoningscluster is een uitzondering opgenomen voor bodemingrepen met een oppervlakte tot 100 m2 en tot een diepte van 30 cm.

7777 Archeologische warden AAAK-Wŕtin, wdcuii^ bttrfwmd |nlM biI'Sť:ũII ļĵŭiïi ivi"iL«į;1 ŵr 1 it

Archeologische wïïc* Archeologische wiia ũibůwtůň iftg.iiLuU-W

Archeologische verpachting Bag* vtťwacNIng Middelhoge vorvajchilng ÜgŭwúiwďChľiŕg.

GiVì vŵľw*: herig

VŭŕLlŭŕifig dŭūŕ btifcŭuwiftg

Figuur 4-5: Uitsnede kaart geactualiseerde archeologische verwachtingen 2017

Het archeologisch en cultuurhistorisch beleid vormt geen belemmeringen voor de beoogde ontwikkeling van de locatie. Er hoeven geen bodemingrepen uitgevoerd te worden bij de ontwikkeling. Een archeologisch onderzoek is daarom niet noodzakelijk.

Vastgesteld bestemmingsplan Kraanven 9, Loon op Zand

26

arvalis 4.3

Mobiliteit en parkeren

De ontsluiting van het gebied verloopt via het Kraanven. Het Kraanven kan gezien worden als lokale ontsluitingsweg. Het oppervlak van de wegen bestaat uit asfalt met grasbermen. In de huidige situatie is er sprake van circa 5 zware transportbewegingen per week. Er zal een afname zijn van het aantal zware transportbewegingen. Hiertegenover staat een toename van bestemmingsverkeer voor de vakantiewoningen dat met name bestaat uit personenauto's. Het toenemend aantal bezoekers voor het bedrijf zal leiden tot meer verkeersbewegingen. Gezien de huidige capaciteit van de weg kan aangenomen worden dat deze het toenemend aantal verkeersbewegingen aan kan. Het uitgangspunt bij ruimtelijke ontwikkelingen is parkeren op eigen terrein. De gemeente Loon op Zand heeft voor het parkeerbeleid de Uitwerking Parkeerbeleid Loon op Zand opgesteld (vaststelling in juli 2016). In het parkeerbeleid wordt uitgegaan van de parkeernormen van het kennisplatform CROW. Er is op het plangebied sprake van functiemening met per functie een vereist aantal parkeerplaatsen. In onderstaand figuur is een uitwerking gegeven van wat er concreet aan parkeerplaatsen noodzakelijk is. Voor het vakantieappartement zijn de normen die gelden voor een B&B aangehouden aangezien het gebruik zeer vergelijkbaar zal zijn.

Functie

parkeernorm

eenheid

aantal

Aantal parkeerplaatsen

Bedrijfswoning

2,4

woning

1

2,4

vakantiewoning

1,0 0,4

slaapkamer

10

10

box

11

4,4

Paarden en pony pension Horeca ondersteunend aan B&B

0 omdat hier alleen gasten van B&B komen

Opslag statisch

1,2

0

100m2 bvo

505m2

totaal

6,0 22,8

Figuur 4-6: Benodigde parkeerplaatsen (bron: opgesteld door uw gemeente)

De locatie heeft in de huidige situatie voldoende verharding om in de parkeerbehoefte te voorzien. In onderstaande figuur is met blauwe vlakken aangeduid waar de parkeerplaatsen voorzien worden.

Vastgesteld bestemmingsplan Kraanven 9, Loon op Zand

27

arvalis

Figuur 4-7: Situatietekening parkeervoorzieningen

Gezien de capaciteit van het Kraanven kan aangenomen worden dat de weg het toenemend aantal verkeersbewegingen aan kan. Aan de parkeernorm van de gemeente kan ook worden voldaan. Er zijn op de bestaande erfverharding voldoende paarkeervoorzieningen getroffen.

4.4

Geur

De Wet geurhinder en veehouderij geeft het wettelijk kader inzake geurhinder in relatie tot veehouderijen. De Wet geurhinder en veehouderij heeft tot doel het beschermen van mens en milieu tegen de negatieve effecten van geurbelasting, onder andere als gevolg van emissies door bedrijven. Indirect heeft de Wgv ook consequenties voor de totstandkoming van geurgevoelige objecten en dus voor de ruimtelijke ordening, dit wordt 'omgekeerde werking' genoemd. Voor wat betreft geurhinder van veehouderijen betekent dit dat de volgende aspecten in ogenschouw moeten worden genomen: ^

Leidt een plan tot belemmeringen voor de bedrijfsvoering of ontwikkelingsmogelijkheden

van nabijgelegen veehouderijen? ^

Is ter plaatse van woningen in de omgeving een goed woon- en leefklimaat gegarandeerd?

Belemmeringen Op grond van artikel 3.2 van de Wet geurhinder en veehouderij moet de afstand tussen de gevel van het dichtstbijzijnde dierenverblijf behorende tot een veehouderij en een geurgevoelig object

Vastgesteld bestemmingsplan Kraanven 9, Loon op Zand

28

arvalis dat onderdeel uitmaakt van een andere veehouderij, of dat op of na 19 maart 2000 heeft opgehouden deel uit te maken van een andere veehouderij, gelegen binnen de bebouwde kom, tenminste 100 meter te bedragen. Buiten de bebouwde kom is deze afstand minimaal 50 meter. Gemeenten mogen bij verordening van de normen van de Wet geurhinder en veehouderij afwijken, binnen bepaalde grenzen (artikel 6 van de wet). In de omgeving van het plangebied zijn geen veehouderijbedrijven gelegen. Er zijn geen belemmeringen te verwachten in bedrijfsvoering of ontwikkelmogelijkheden te verwachten voor omliggende bedrijven. Aan de oostkant van het plangebied is het bestemmingsvlak van Kraanven 7 gelegen. Het betreft een agrarisch bedrijf met hoofdzakelijk akkerbouw activiteiten, er wordt op deze locatie geen vee gehouden. Op basis van artikel 3.2 van de wet geurhinder en veehouderij dient om een goed woon- en leefklimaat te garanderen de eerdergenoemde afstand van minimaal 50 meter aangehouden te worden. In onderstaand figuur is de 50 meter afstand van de bedrijfswoning met aansluitende bijgebouwen van Kraanven 7 aangeduid. Het deel van het plangebied waar de paarden en pony's worden gehouden (hieronder blauw omcirkeld) ligt buiten de 50 meter grens. De paardenstal is geheel afgesloten met een schuifdeur. Het emissiepunt ligt op de coördinaten X:132003,03 Y:404927,63, zie Aerius berekening.

Dit is in het midden van de stal op halfweg de hoogte van de schuifdeuren, omdat deze deuren 507 open en dicht zijn. Gebaseerd op de melding activiteitenbesluit van 2021. De afstand tot aan de woning van Kraanven 7 bedraagt 88 meter.

88 meter

-fcŜP,22;m6 W .ţü

Svp jjŕ

Figuur 4-8: 50 meter cirkel vanaf naastgelegen bedrijfswoning (bron: gis)

Te zien is dat er sprake is van een afstand van 88 meter vanaf het emissiepunt. Daarmee wordt voldaan aan de vaste afstand.

Vastgesteld bestemmingsplan Kraanven 9, Loon op Zand

29

arvalis Geur vormt geen belemmering voor de beoogde ontwikkelingen. De paardenstalling is op 88 meter afstand van de naastgelegen woning. De minimale afstand voor geur dient 50 meter te zijn. Er is voldaan aan de vaste afstand en vanwege de afwezigheid van veehouderijen in de omgeving hoeft hier geen rekening mee gehouden te worden. Toetsing aan de grenswaarden voor geurhinder is hierdoor niet aan de orde.

4.5

Technische infrastructuur

De locatie is reeds aangesloten op alle gangbare technische infrastructuur zoals drukriolering en andere nutsvoorzieningen. Hiervoor hoeven geen structurele aanpassingen plaats te vinden. De toename van het afvalwater op de lokale riolering geeft geen beperkingen. Het plangebied is aangesloten op alle gangbare technische infrastructuur. Er zijn voor de gewenste ontwikkelingen geen bezwaren vanuit de technische infrastructuur.

4.6

Bodem en verblijfsruimte

Bij de realisatie van het bedrijf waarin bezoekers ontvangen worden dient de bodemgesteldheid dit toe te laten. In 2019 is nagegaan of er aanwijzingen zijn voor mogelijke aanwezigheid van bodemverontreiniging in het plangebied. Het onderzoek is als bijlage toegevoegd. Het is belangrijk om de bodemkwaliteit onder de recreatieve nachtverblijven te weten. In 2019 zijn op 2 punten geboord onder de nachtverblijven. Deze punten zijn in de bijlage geduid als punt x12 en x13. In het voorste gedeelte van het gebouw heeft geen boring plaatsgevonden in verband met de onmogelijk te verwijderen verharding die destijds aanwezig was. De boorpunten x4, x5, x12 en x13 werden akkoord bevonden voor de grond onder het voorste gedeelte van de huidige ontspanruimte voor de vakantiewoningen. Dit is in 2019 kortgesloten met de gemeente Loon op Zand en akkoord bevonden. Het bedrijfsmatige deel van de planlocatie is onderzocht, het prive gedeelte waar de woning op staat is buiten beschouwing gelaten in deze onderbouwing. Achter de linker schuur en rechts van de rechter schuur behoud de grond de bestemming Agrarisch. Het plangebied is ongeveer 4.800 m2 groot. De overige grond van de initiatiefnemere is buiten beschouwing gelaten omdat de bestemming daarvan niet veranderd.

De conclusies uit het rapport omschrijven het volgende: Gezien de analyseresultaten en de interpretatie hiervan kan de hypothese "onverdachte locatie" worden aanvaard, ondanks de verhogingen met PCB's in een gedeelte van de bovengrond en met enkele zware metalen en naftaleen in het grondwater. De verontreinigingen met zware metalen in het grondwater zijn te relateren aan de regionale problematiek met betrekking tot zware metalen in de bodem. De verhoging met PCB's in een gedeelte van de bovengrond en met naftaleen in het grondwater kunnen niet worden verklaard uit de zintuiglijke waarnemingen. Gezien de gehalten is geen nader onderzoek noodzakelijk. Indicatief kan worden gesteld dat, in verband met het hergebruik van grond, de grond van de onderzoekslocatie toepasbaar is voor de bodemfunctieklasse wonen. Hergebruik dient echter te geschieden conform het Besluit bodemkwaliteit en het bodembeleid van de gemeente Loon op Zand. Geconcludeerd wordt dat er geen belemmeringen zijn tegen de bestemmingswijziging van de percelen uit oogpunt van de chemische bodemgesteldheid.

Vastgesteld bestemmingsplan Kraanven 9, Loon op Zand

30

arvalis In het bodemonderzoek wordt niet gesproken over een milieuvergunning voor de aanwezigheid van een dieseltank, een propaantank, een opslagruimte voor materieel/stalling en een werkplaats met metaalbewerkingsmachines. Deze items zijn nooit op de locatie aanwezig geweest waardoor dit in het bodemonderzoek buiten beschouwing is gelaten. Er is in het verleden gebruik gemaakt van het gasnetwerk van de gemeente Loon op Zand. Als toevoeging op de conclusie m.b.t. de herkomst van zware metalen in het grondwater kan als volgt aangegeven worden: In Brabant en Limburg komen veelvuldig verhogingen met zware metalen in het grondwater voor. Dit is mogelijk veroorzaakt door de grootschalige toepassing van zinkslakken of zinksintels op de bodem en de uitloging naar het grondwater. Vastgesteld kan worden dat deze niet door de locatie zelf worden veroorzaakt. De verontreiniging is hiervan afkomstig. De gehalte is zodanig laag dat geen verder onderzoek benodigd is. In het voorste deel van de linker schuur is destijds geen bodemonderzoek gedaan. Daarvoor in de plaats zijn de punten x4 en x5 uitgevoerd. Door de aanwezigheid van een egale vloer in de ontvangstruimte is destijds in overleg met gemeente Loon op Zand ervoor gekozen om direct naast deze vloer de boringen te laten plaatsevinden. Het bodemonderzoek is uitgevoerd in 2019.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=LoonOpZand&id=5a70b639-d636-46c7-947b-bacd3487e36d