CConstaterende datLoon op Zand
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1. Ruimtelijke onderbouwing

Raadsvergadering 20 maart 2025, gemeente Loon op ZandBij agendapunt: Raadsvoorstel over ontwerp omgevingsvergunning Bloemwaard22.917 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

MOTIVERING BOPA BLOEMWAARD TE KAATSHEUVEL

ORDITO.NL

MOTIVERING BOPA BLOEMWAARD TE KAATSHEUVEL GEMEENTE LOON OP ZAND Datum

1 oktober 2024

Auteur(s)

Zoë Zeegers

Ordito b.v.

E

info@ordito.nl

Postbus 94

T

0161 801 022

5126 ZH

I

www.ordito.nl

Gilze

KVK

54811554

TOELICHTING

1.

Aanleiding en doel

3

1.1 1.2 1.3 1.4

Aanleiding Planlocatie Het omgevingsplan Leeswijzer

3 3 4 5

2.

Beschrijving huidige situatie

6

2.1 2.2

Historie en ruimtelijke kenmerken Planlocatie

6 6

3.

Voorgenomen ontwikeling

10

3.1 3.2

Planbeschrijving Parkeren en verkeer

10 11

4.

Beleid en regelgeving

14

4.1 4.2 4.3 4.4 4.5

Rijksbeleid en Rijksregels Provinciaal beleid en provinciale regels Regionaal beleid Beleid waterschap Gemeentelijk beleid

14 16 18 19 20

5. Landschappelijke, stedenbouwkundige en cultuurhistorische waarden

23

6.

Fysieke leefomgeving

26

6.1 6.2 6.3 6.4 6.5 6.6 6.7 6.8 6.9 6.10

Beschermen van de gezondheid Bodemkwaliteit Geluid door activiteiten Geur en veehouderijen Kwaliteit van de buitenlucht Milieubelastende activiteiten Natuur Omgevingsveiligheid Water en watersystemen M.e.r.-beoordeling

26 26 28 30 33 35 37 39 39 41

7.

Uitvoerbaarheid

43

7.1 7.2

Economische uitvoerbaarheid Maatschappelijke uitvoerbaarheid

43 43

8.

Motivering evenwichtige toedeling van functies

45

Bijlagen Bijlage 1 Bomen Effect Analyse Bijlage 2 Verkeersonderzoek Bijlage 3 Verkennend archeologisch onderzoek Bijlage 4 Bodemonderzoek kadastraal perceel L 1793 (ged.), achter Asterstraat 1 – 11 Bijlage 5 Verkennend bodemonderzoek Bijlage 6 Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai Bijlage 7 GGD Omgevingsadvies Bijlage 8 Quickscan Wet natuurbescherming Bijlage 9 Stikstofonderzoek Bijlage 10 M.e.r.-beoordeling Bijlage 11 Omgevingsdossier

Project Bloemwaard te Kaatsheuvel

|3

1.

AANLEIDING EN DOEL

1.1

Aanleiding

Beoogd wordt om de percelen Anjerstraat 1-8 en 10, Asterstraat 1-10 en Sweensstraat 72-78 en 8498, samen met de paardenweide achter de Asterstraat te Kaatsheuvel, in de gemeente Loon op Zand te herontwikkelen. De woonwijk rondom de Anjer- Aster en Sweensstraat betreft een naoorlogse wijk, welke kwalitatief verouderd is. De wijk kan een nieuw kwaliteitsimpuls gebruiken. Het voornemen is daarom om de bestaande 30 twee-onder-een-kap woningen te slopen en hiervoor in de plaatst 87 nieuwe woningen terug te bouwen. Het woningbouwprogramma zal daarbij bestaan uit zowel rijwoningen als kleinschalige appartementsgebouwen en zowel uit sociale als vrije sector woningbouw. Het realiseren van meer woningen en andere woningtypen als ook het bouwen van woningen buiten de bestaande bouwvlakken en ter plaatse van de paardenweide is niet rechtstreeks mogelijk. Om het planvoornemen mogelijk te maken dient derhalve een omgevingsvergunningsprocedure voor een zogenaamde Buitenplanse OmgevingsPlan Activiteit (hierna: BOPA) doorlopen te worden. In onderhavige motivering wordt getoetst of de gevraagde activiteiten in verband met een evenwichtige toedeling van functies aan locaties aanvaardbaar wordt geacht.

Aangetoond wordt dat met de beoogde activiteiten geen waarden geschaad worden dan wel dat de beoogde activiteiten geen belemmeringen ondervindt ten aanzien van de verschillende aspecten uit de fysieke leefomgeving.

1.2

Planlocatie

De planlocatie is gelegen in het westen van de kern Kaatsheuvel in de gemeente Loon op Zand, aan de Anjer-, Aster- en Sweensstraat. De gemeente Loon op Zand is gelegen in het groene hart van de provincie Noord-Brabant, tussen de twee stedelijke gebieden Tilburg en Waalwijk. In de omgeving van de planlocatie is een basisschool, een zorgcentrum en centraal tussen de planlocatie een speelterrein/-veld aanwezig. Hoewel het speelveld formeel tot de openbare ruimte behoort, wordt het ook door de school gebruikt als een verlengstuk van het schoolplein. De planlocatie is kadastraal bekend als gemeente Loon op Zand, sectie L, nummers 1042, 1102, 1312, 1792, 2523, 2849, 2850, 4950 en 4951 en heeft een oppervlakte van circa 1,5 hectare.

Project Bloemwaard te Kaatsheuvel

|4

Ligging planlocatie (planlocatie wit gestippeld omlijnd)

1.3

Het omgevingsplan

Op 1 januari 2024 is de Omgevingswet in werking getreden. Iedere gemeente heeft onder de Omgevingswet één omgevingsplan voor het hele grondgebied. De gemeente Loon op Zand heeft bij de inwerkingtreding van de Omgevingswet automatisch een tijdelijk omgevingsplan met de regels voor de activiteiten voor de leefomgeving gekregen. Dit omgevingsplan van rechtswege bestaat uit alle bestaande ruimtelijke plannen, bepaalde gemeentelijke verordeningen en de bruidsschatsregels. Op basis van het omgevingsplan van rechtswege geldt voor de planlocatie de beheersverordening ‘Woongebied Kaatsheuvel’. De bestaande woningen zijn bestemd als ‘Wonen’ met een bouwvlak strak om de hoofdgebouwen heen, de bouwaanduiding ‘twee-aaneen’ en de maatvoeringsaanduiding ‘maximale goot- en bouwhoogte: 6 en 11 meter’. Het achtererf kent de aanduiding ‘bijgebouwen’. De paardenweide aan de Asterstraat is bestemd als ‘Groen’. De voor ‘Wonen’ aangewezen gronden zijn bestemd voor wonen, aan-huis-gebonden beroepen, tuinen, erven en verhardingen en parkeervoorzieningen ten dienste van de bestemming. Ter plaatse mogen uitsluitend bouwwerken ten dienste van de bestemming worden opgericht, waarbij geldt dat hoofdgebouwen gebouwd dienen te worden overeenkomstig de aanduiding (twee-aaneen in onderhavig geval). Binnen het bouwvlak zijn gebouwen en daarbij behorende bouwwerken toegestaan.

De goot- en bouwhoogte van gebouwen bedraagt maximaal de hoogtes die ter plaatse van de aanduiding ‘maximale goot- en bouwhoogte’ zijn aangegeven. Het hoofdgebouw dient daarbij voorzien te zijn van een kap, waarbij de dakhelling niet meer mag bedragen dan 65°. De afstand van een blok met aaneengebouwde woningen tot de zijdelingse perceelsgrens mag niet minder bedragen dan 3 m.

Project Bloemwaard te Kaatsheuvel

|5

De voor ‘Groen’ aangewezen gronden zijn bestemd voor groenvoorzieningen, voet- en fietspaden, inritten, speelvoorzieningen, water- en retentievoorzieningen, artistieke kunstwerken, nutsvoorzieningen en een hondenuitlaatplaats. Ter plaatse mogen uitsluitend nutsvoorzieningen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde worden gebouwd.

Uitsnede beheersverordening ‘Woongebieden Kaatsheuvel’ (planlocatie rood omlijnd)

Daarnaast geldt ter plaatse de ‘Parapluherziening Loon op Zand 2019, wonen’. Gezien de recente ontwikkelingen in de jurisprudentie op het vlak van bewoning door meer dan één huishouden werd het raadzaam geacht het aantal woningen en de begrippen 'wonen' en 'huishouden' nader te definiëren in ruimtelijke plannen. In de begripsbepalingen ontbraken de begrippen 'wonen' en 'huishouden' en een regeling voor het aantal woningen. Door dit in alle geldende ruimtelijke plannen eenduidig op te nemen wordt de bedoeling op dit punt nader verduidelijkt. Daarnaast mogen recreatieverblijven uitsluitend recreatief gebruikt worden en is permanente bewoning niet toegestaan. In de praktijk blijkt permanente bewoning wel voor te komen. Het is niet wenselijk het strijdige gebruik ten aanzien van bewoning te legaliseren. Door de huidige begrippen in de diverse ruimtelijke plannen zou er onduidelijkheid kunnen ontstaan over het begrip permanente bewoning of bewoning. Derhalve zijn enkele begrippen toegevoegd om die onduidelijkheid in de toekomst te voorkomen.

1.4

Leeswijzer

Na dit inleidende hoofdstuk vormen de daaropvolgende hoofdstukken de verantwoording van de activiteit die deze motivering mogelijk maakt. Hoofdstuk 2 vormt een beschrijving van de huidige situatie en in hoofdstuk 3 wordt de voorgenomen ontwikkeling beschreven. In hoofdstuk 4 wordt het Rijks-, provinciaal-, regionaal-, waterschaps- en gemeentelijk beleid beschreven. In hoofdstuk 5 en 6 wordt inzicht gegeven in diverse waarden en planologische aspecten die relevant zijn voor de fysieke leefomgeving. Hoofdstuk 7 gaat in op de uitvoerbaarheid van de activiteit, zowel economisch als maatschappelijk. In het laatste hoofdstuk wordt afgesloten met een algehele conclusie, waarin gemotiveerd wordt dat sprake is van een evenwichtige toedeling van functies.

Project Bloemwaard te Kaatsheuvel

|6

2.

BESCHRIJVING HUIDIGE SITUATIE

2.1

Historie en ruimtelijke kenmerken

Een kleine duizend jaar geleden behoorde het buurtschap Kaatsheuvel tot de heerlijkheid Venloon, de oude naam van gemeente Loon op Zand. Kaatsheuvel behoort samen met de kerkdorpen Loon op Zand en De Moer tot de gemeente Loon op Zand. Gelegen op een centraal kruispunt van handelswegen tussen de provincie Holland en Brabant, groeide de kernen van de gemeente. In de 13e eeuw groeide de exploitatie van de moergronden en turfgronden, dit was van groot economisch belang voor de inwoners. De kern Kaatsheuvel heeft zich ontwikkeld uit een buurtschap en wordt onder de naam 'Ketshovel' voor het eerst genoemd aan het begin van de 16e eeuw. De eerste bebouwing bevond zich aan de noordzijde van het huidige dorp, aan de Hoofdstraat en deels aan de Gasthuisstraat. Aanvankelijk was turfwinning de grootste bron van werkgelegenheid. De economische groei resulteerde in de aanleg van een vaart die de gemeente Loon op Zand verbond met ’s-Hertogenbosch. De kern Kaatsheuvel groeide hierdoor in omvang en aantal inwoners. Met de komst van de eerste kerk in Kaatsheuvel, omstreeks de 18e eeuw, volgde een verdere expansie van de omvang van de kern, voornamelijk gesitueerd in het huidige centrum en in het westen. Met de komst van de St. Jozefkerk in 1936 groeide ook het oostelijk deel van Kaatsheuvel. In het oostelijk deel van Kaatsheuvel zijn verschillende buurten ontstaan.

De planmatige groei van Kaatsheuvel zette zich voort tot omstreeks het jaar 2000. Met de herontwikkeling van het centrumgebied en woningbouw op verschillende herontwikkelingsplekken in de kern werden er de afgelopen jaren weer volop nieuwe woningen in Kaatsheuvel gerealiseerd.

2.2

Planlocatie

De planlocatie betreft de percelen Anjerstraat 1-8 en 10, Asterstraat 1-10 en Sweensstraat 72-78 en 84-98, samen met de paardenweide achter de Asterstraat te Kaatsheuvel in de gemeente Loon op Zand. De locatie is kadastraal bekend als gemeente Loon op Zand, sectie L, nummers 1042, 1102, 1312, 1792, 2523, 2849, 2850, 4950 en 4951 en heeft een oppervlakte van circa 1,5 hectare. Binnen de planlocatie zijn 30 twee-onder-een-kapwoningen aanwezig. De woningen Sweensstraat 72-78 en 84-98 betreffen grondgebonden tweekappers uit 1952, bestaande uit één bouwlaag met kap. De woningen kennen een goot- en bouwhoogte van respectievelijk circa 3,5 en 6 meter. De woningen Anjerstraat 1-8 en 10 en Asterstraat 1-10 betreffen grondgebonden tweekappers uit 1955. Deze woningen bestaan uit twee bouwlagen met flauwe kap en een bijbehorende goot- en bouwhoogte van respectievelijk 6 en 8 meter.

Project Bloemwaard te Kaatsheuvel

|7

Aanzicht planlocatie vanaf de Sweensstraat

Aanzicht planlocatie vanaf de Asterstraat

Project Bloemwaard te Kaatsheuvel

|8

Op dit moment voldoet de inrichting van de planlocatie niet aan de wensen en de doelstellingen van de gemeente en haar inwoners. De huidige woningen zijn gebouwd in de periode 1952-1955 en de technische staat van de woningen is op dit moment erg slecht. De woningen hebben te veel technische beperkingen om te voldoen aan de huidige eisen op het gebied van duurzaamheid. Slecht geïsoleerde sociale huurwoningen zorgen voor hoge (onnodige) extra kosten voor de bewoners en bieden geen duurzame en gezonde leefomgeving voor de toekomst.

Bovenaanzicht huidige situatie (planlocatie rood omlijnd)

In de wijk vindt parkeren vooral plaats op eigen terrein bij twee-kappers en vrijstaande woningen en bij rijwoningen aan straat (langsparkeren). Op enkele plekken zijn kleine parkeerpockets aanwezig.

Project Bloemwaard te Kaatsheuvel

|9

Huidige bebouwingsstructuur en verkeer (ontwikkellocatie rood omlijnd)

Project Bloemwaard te Kaatsheuvel

|10

3.

VOORGENOMEN ONTWIKELING

3.1

Planbeschrijving

De bestaande bebouwing uit de jaren vijftig kent een vrij monotoon straatbeeld. Meer diversiteit in het straatbeeld wordt gewenst, mede omdat hierdoor ruimte ontstaat voor een kwalitatief openbaar gebied met groen. Derhalve wordt beoogd om de bestaande 30 twee-onder-eenkapwoningen te slopen. Na sloop worden 87 woningen teruggebouwd rondom een grote centrale, groene autoluwe/autovrije ruimte. Door Buro 013 is hiertoe een stedenbouwkundige hoofdopzet opgesteld. In deze opzet worden 37 grondgebonden eengezinswoningen en 50 appartementen beoogd, waarvan 11 koopwoningen in de vrije sector en 76 sociale huurwoningen.

Stedenbouwkundige opzet

Bovenaanzicht beoogde situatie

Langs de Sweensstraat worden 15 grondgebonden eengezinswoningen beoogd. Deze woningen krijgen een woonoppervlakte van circa 100 – 120 m2, welke zullen bestaan uit twee bouwlaag met een kap en een bijbehorende goot- en bouwhoogte van respectievelijk 6 en 11 meter. De woningen worden verdeeld over vier woonblokken, bestaande uit een rij van 5 woningen, een rij van 4 woningen en twee rijen van 3 woningen. Langs de Anjerstraat worden 26 galerijappartementen beoogd. Het appartementsgebouw zal deels bestaan uit twee bouwlagen en deels uit drie bouwlagen met een platdak en een bijbehorende goot- c.q. bouwhoogte van respectievelijk 6,5 meter (2-laags) en 10 meter (3-laags). De appartementen worden verdeeld over de verschillende bouwlagen met oppervlaktes variërend tussen de 65 en 75 m2 GO.

Project Bloemwaard te Kaatsheuvel

|11

Langs de Asterstraat en ter plaatse van de paardenweide worden 22 grondgebonden eengezinswoningen en 24 corridorappartementen beoogd. De grondgebonden woningen bestaan uit twee bouwlagen plus kap en een bijbehorende goot- en bouwhoogte van 6 en 11 meter en kennen een woonoppervlakte van circa 110 m2. De woningen worden verdeeld over twee rijen van 11 woningen met in het midden het appartementsgebouw. Eén van deze rijen grondgebonden woningen valt onder de vrije sector (de zuidelijke rij). Van deze rij vallen 9 woningen onder de categorie betaalbare koop en 2 woningen onder de categorie dure koop. Bij de koopwoningen hebben de kopers, in tegenstelling tot de sociale huurwoningen, de optie om een aanbouw van maximaal 2,4 meter aan de achterzijde van de woningen te (laten) realiseren en/of om dakkappellen aan de voor- en achterzijde te plaatsen. Het appartementsgebouw wordt, om te zorgen voor een betere overgang naar de aangrenzende woningen, deels in twee en deels in drie bouwlagen gerealiseerd met bijbehorende maximum gootc.q. bouwhoogtes van respectievelijk 6,5 meter (2-laags) en 10 meter (3-laags). De appartementen worden verdeeld over de verschillende bouwlagen met oppervlaktes variërend tussen de 57 en 80 m2.

Beeldkwaliteitsplan

3.2

Parkeren en verkeer

De toename aan functies zorgen voor verkeer. Bij het toelaten van een nieuwe functie moet daarom worden aangetoond wat het effect is op de bereikbaarheid en verkeersafwikkeling. Daarbij dient in beeld te worden gebracht of er sprake is van een (extra) parkeerbehoefte voor auto’s, fietsen en/of scooters. Er mag geen onaanvaardbaar effect zijn. Hiertoe is een verkeersonderzoek uitgevoerd, welke als bijlage 2 is opgenomen. Parkeren Onderstaande tabel toont hoeveel woningen er verdwijnen en hoeveel woningen per type er in het nieuwe plan zijn opgenomen. In deze tabel is daarbij ook de parkeernorm en de parkeervraag opgenomen. Hiervoor is gebruik gemaakt van de Uitwerking Parkeerbeleid Loon op Zand van juni 2016. De parkeernormen die daarin vermeld staan zijn gebaseerd op landelijke parkeerkencijfers van het CROW (publicatie 317). Project Bloemwaard te Kaatsheuvel

|12

Aangezien zowel de in huidige situatie als in de toekomstige situatie de hoofdfunctie in het onderzoeksgebied ‘wonen’ betreft kan de parkeervraag ‘gesaldeerd’ worden. Dit is ook goed mogelijk omdat de huidige parkeerdruk (hoofdstuk 2) niet ontoelaatbaar hoog is in dit onderzoeksgebied. In de tabel wordt dus nagegaan met hoeveel de parkeervraag afneemt ten gevolge van de sloop van woningen en toeneemt ten gevolge van de nieuwbouw.

Uit de tabel komt naar voren dat in het nieuwbouwplan 47 openbare parkeerplaatse extra gerealiseerd moeten worden ten opzichte van de huidige situatie. In de toekomstige situatie worden 64 openbare parkeerplaatsen meer gerealiseerd dan in de huidige situatie. Aangezien in het totaalgebied de parkeervraag met 47 parkeerplaatsen toeneemt, is het aanbod van 64 plaatsen ruime voldoende. Een toename van de parkeerdruk (bezettingspercentage) wordt na realisatie van de nieuwbouwplannen niet verwacht. Daarnaast is expliciet gevraagd ook te kijken naar de vrije parkeerruimte op het maatgevende piekmoment. Uit de parkeerdrukmetingen (hoofdstuk 2 van het Verkeersonderzoek) is naar voren gekomen dat 78 parkeerplaatsen beschikbaar zijn tijdens de nacht. Oftewel het resultaat van parkeerbalans kan positief genoemd worden; parkeerdrukproblemen worden niet verwacht. Verder wordt in het Verkeersonderzoek antwoord gegeven op de vraag welke specifieke (parkeer)problematiek er speelt rondom de basisschool bij het breng- en haalmoment (inclusief kiss&ride). Het aspect parkeren vormt geen belemmering voor de beoogde herontwikkeling.

Project Bloemwaard te Kaatsheuvel

|13

Verkeer Om te kijken of er na realisatie van de nieuwbouw ontoelaatbaar hoge verkeersintensiteiten zullen ontstaan op de wegen rondom de planlocatie, zijn verkeerstellingen gehouden. In combinatie met de verwachte verkeerstoenames, worden conclusies getrokken. Aan de hand van de cijfers rondom verkeersgeneratie van woongebieden (bron: CROW) wordt gekeken hoeveel verkeer er verdwijnt ten gevolge van de sloop van de woningen en hoeveel verkeer erbij komt ten gevolge van de nieuwbouw. Onderstaande tabel geeft het resultaat:

Uit de tabel komt naar voren dat de intensiteiten per dag – verspreid over alle wegen rondom de planlocatie - met ruim 400 motorvoertuigen per dag zullen toenemen. Uiteraard zullen deze toenames niet op alle wegen zichtbaar zijn omdat het verkeer zich zal verspreiden. Een toename van 400 motorvoertuigen –ook wanneer alles op één straat terecht zou komen- zal niet tot problematisch hoge intensiteiten leiden. In grote lijnen kan gesteld worden dat de intensiteit op de Sweensstraat met circa 6% zal stijgen, op de Berndijksestraat met ruim 20% en op de Hilsestraat met ruim 15% zal stijgen. Deze straten hebben voldoende capaciteit om de toenemende intensiteit aan te kunnen. Fietsverbinding Tussen de Sweensstraat en de Anjerstraat (ten zuiden van de nieuwbouw) dient een fietsverbinding te komen. Dit fietspad kan in incidentele gevallen opengesteld worden voor verhuizingen of hulpdiensten. Aan beide zijden van dit fietspad dient hiervoor een uitneembare paal geplaatst te worden. Met name de vormgeving van de aansluiting van het fietspad op de Sweensstraat dient bijzondere aandacht te krijgen. De snelheden op de Sweensstraat (ten gevolge van de lange rechtstand) in combinatie met (relatief) hogere intensiteiten zal de verkeersveiligheid beïnvloeden. Door de ligging van het fietspad zal het voetpad langs de Magnoliastraat ook als fietsverbinding worden gebruikt.

Aangezien geen hoge fietsintensiteiten worden verwacht, zal dit niet tot problemen leiden. Wel dient met borden aangegeven te worden dat het daar om een gecombineerd fiets-/voetpad gaat (zie voorbeeld).

Project Bloemwaard te Kaatsheuvel

|14

4.

BELEID EN REGELGEVING

In dit hoofdstuk wordt het beleidskader dat relevant is voor de activiteit toegelicht en wordt de activiteit hieraan getoetst. Er wordt onderscheid gemaakt tussen enerzijds beleid van hogere overheden waar lagere overheden rekening mee moeten houden, doch gemotiveerd van kunnen afwijken en anderzijds instructieregels van hogere overheden in omgevingsverordeningen en het Besluit kwaliteit leefomgeving.

4.1

Rijksbeleid en Rijksregels

Nationale Omgevingsvisie (NOVI) Op 11 september 2020 is de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) vastgesteld. Met de NOVI geeft het Rijk een langetermijnvisie op de toekomst en de ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 brengt de NOVI de langetermijnvisie in beeld. Op nationale belangen wil het Rijk sturen en richting geven. Dit komt samen in vier prioriteiten: 1. Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie 2. Duurzaam economisch groeipotentieel 3. Sterke en gezonde steden en regio’s 4. Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied De Nationale Omgevingsvisie biedt een duurzaam perspectief voor de leefomgeving. Hiermee kan het Rijk inspelen op de grote uitdagingen die voor hen liggen. Allerlei trends en ontwikkelingen hebben invloed op de leefomgeving. Veranderende en groeiende steden, de overgang naar een duurzame en circulaire economie en het aanpassen aan de gevolgen van de klimaatverandering vormen slechts een deel van de opgaven. Dit biedt kansen, maar vraagt wel om zorgvuldige keuzes. Want ruimte, zowel boven-, als ondergronds, is een schaars goed. Uitgangspunt is dat ingrepen in de leefomgeving niet los van elkaar plaatsvinden, maar in samenhang.

Om dit te kunnen bewerkstellingen laat het Rijk de inrichting van de fysieke leefomgeving meer over aan de decentrale overheden en komt de gebruiker centraal te staan. Door het nationale karakter van de NOVI en de relatief kleine schaal van onderhavig plan, heeft het voornemen nauwelijks raakvlak met dit nationale kader. Met onderhavig planvoornemen zijn geen nationale belangen in het geding. Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) Het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) stelt de inhoudelijke normen voor gemeenten, provincies, waterschappen en het Rijk met het oog op het realiseren van de nationale doelstellingen en het voldoen aan internationale verplichtingen. In hoofdstuk 5 van het Bkl staan instructieregels voor zowel een omgevingsplan als buitenplanse omgevingsplanactiviteiten. Het grootste deel heeft betrekking op een evenwichtige toedeling van functies aan locaties (afdeling 5.1 Bkl). Het betreft onder meer normen en regels voor geluid en geur van activiteiten, externe veiligheid en cultureel erfgoed. Daarnaast bevat afdeling 5.2 van het Bkl instructieregels voor de uitoefening van taken voor de fysieke leefomgeving. Daarbij gaat het onder meer om het voorkomen van belemmeringen van gebruik en beheer van spoorwegen en rijkswegen.

Project Bloemwaard te Kaatsheuvel

|15

Ladder voor duurzame verstedelijking Een van de instructieregels uit het Bkl betreft de Ladder voor duurzame verstedelijking. Deze instructieregel is voor plannen die worden aangemerkt als nieuwe stedelijke ontwikkeling, zoals woningbouwplannen. Bij een nieuwe woningbouwontwikkeling dient rekening gehouden te worden met de behoefte aan de stedelijke ontwikkeling. Artikel 5.129g van het Bkl bepaalt dat de Ladder betrekking heeft op een stedelijke ontwikkeling die voldoende substantieel is. De aard en omvang van het woningbouwplan in relatie met de omgeving bepaalt of het plan voldoende substantieel is. Artikel 5.129g Bkl geeft geen ondergrens aan. In uitspraken van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State zijn hiervoor lijnen uitgezet. Bij woningbouw is vanaf 12 woningen sprake van een stedelijke ontwikkeling die Ladderplichtig is. Onderhavige omgevingsplanactiviteit betreft de sloop van 30 bestaande woningen, waarna ter plaatse 87 nieuwbouwwoningen teruggebouwd worden. Per saldo neemt het aantal woningen met 57 toe. Hiermee is sprake van een stedelijke ontwikkeling die voldoende substantieel is en daarmee ladderplichtig. De behoefte aan deze extra woningen dient onderbouwd te worden. Kwantitatieve- en kwalitatieve behoefte Dit plan bevat grondgebonden woningen en appartementen.

Uit het meest recente kwalitatieve woningbehoefte-onderzoek blijkt dat binnen de gemeente Loon op Zand behoefte is aan deze woningtypen. Ten aanzien van de appartementen blijkt uit de resultaten van het kwalitatief regionaal woningbehoefteonderzoek duidelijk dat er een grote behoefte is aan gelijkvloerse woningen (appartementen met lift). Dat er meer behoefte is aan gelijkvloerse woningen in de gemeente, sluit ook aan bij de huidige maatschappelijke- en demografische ontwikkelingen. Zo zien we dat de komende jaren de vergrijzing toeneemt. De doelgroep senioren wordt groter en is gezien hun mobiliteit aangewezen op gelijkvloerse, levensloopbestendige woningen. Deze appartementen zijn ideaal voor deze doelgroep. De woningen binnen dit plan vallen allen in het betaalbaar segment. Dit is positief, want er is een grote behoefte aan betaalbare woningen in de gemeente. Ook blijkt uit de prognoses van de Provincie Noord-Brabant dat er een grote behoefte is aan betaalbaar wonen onder verschillende doelgroepen, waaronder dus senioren, starters en gezinnen. We zien dat deze doelgroepen vooral gewezen zijn op woningen in het betaalbaar segment, waaronder sociaal gezien het laag inkomen. De toevoeging van deze woningen bevordert ook de doorstroming binnen de gemeente. Een pluspunt is dat dit plan ook woningen in het middensegment bevat.

Voor gezinnen (doorstromers) die nu bijvoorbeeld in een sociaal huurwoningen wonen (scheve huurders) is het fijn dat ze door kunnen groeien naar een hoogstwaarschijnlijk grotere woning. Verder krijgt de gemeente signalen/ is bekend dat ouderen vaak te groot wonen. Door het toevoegen van gelijkvloerse woningen ontstaat er de mogelijkheid om te verhuizen naar een appartement en laten ze hun grote woning achter voor een doorstromer. Ook sluit dit plan aan bij de eerdere ingediende motie van november 2021 ‘betaalbare woningen’ van de gemeenteraad, waarin het college de opdracht is gegeven om meer betaalbare woningen te bouwen in de gemeente, gezien de behoefte. In de motie wordt voorgesteld om bij ieder plan minimaal 25% sociaal huur te bouwen. Onderhavig planvoornemen betreft de realisatie van 87 woningen, waarvan 11 koopwoningen in de vrije sector en 76 sociale huurwoningen. Dit betekent dat het plan voorziet in 87% sociale huur. Hiermee sluit het voornemen aan bij de motie ‘betaalbare woningen’.

Project Bloemwaard te Kaatsheuvel

|16

Gezien het voorstaande, kan gesteld is dat voldoende behoefte is aan de stedelijke ontwikkeling. Conclusie De activiteit past binnen de doelstellingen en het beleid van het Rijk.

4.2

Provinciaal beleid en provinciale regels

Omgevingsvisie Noord-Brabant Op 14 december 2018 hebben de Provinciale Staten de Omgevingsvisie Noord-Brabant 'De kwaliteit van Brabant, Visie op de Brabantse leefomgeving' vastgesteld. Met de omgevingsvisie formuleert de provincie haar ambitie over hoe de Brabantse leefomgeving er in 2050 uit moet zien. Daarbij stelt zij tussendoelen voor 2030, maar legt nu nog niet vast hoe zij die doelen wil bereiken. De provincie wil daarmee ruimte bieden voor inbreng vanuit partijen en disciplines. Met de visie geeft de provincie aan wat zij belangrijk vindt voor de verbetering en duurzame ontwikkeling van Brabant. Daarbij legt zij de focus op vier hoofdopgaven voor de middellange en lange termijn: • Werken aan de Brabantse energietransitie • Werken aan een klimaatproof Brabant • Werken aan de slimme netwerkstad • Werken aan een concurrerende, duurzame economie Om de doelen voortkomend uit de hoofdopgaven te bereiken zet de provincie Noord-Brabant in op een samenhangende ruimtelijke koers. De beleidsmatige uitganspunten van de visie zijn, voor de aspecten waarop het provinciaal belang in geding is, uitgewerkt in de Interim Omgevingsverordening Noord-Brabant. Omgevingsverordening Noord-Brabant Per 1 januari 2024 is de Omgevingsverordening Noord-Brabant in werking getreden.

In hoofdstuk 4 en 5 van de Omgevingsverordening stellen de Gedeputeerde Staten van de provincie Noord-Brabant instructieregels, met als doel dat de gemeenteraad (of in voorkomend geval het college van burgemeester en wethouders) de inhoud van de regels betrekt bij de vaststelling van een omgevingsplan. De instructieregels uit deze hoofdstukken zijn ook van toepassing op een buitenplanse omgevingsplanactiviteit. Voor de buitenplanse omgevingsplanactiviteit bepaalt de wet dat de instructieregels uit deze verordening gelden als beoordelingsregels voor de vergunningverlening. Voor onderhavige planlocatie zijn de volgende instructieregels c.q. beoordelingsregels van toepassing: Duurzame stedelijke ontwikkeling (art. 5.55) Voor het onderwerp duurzame stedelijke ontwikkeling zijn instructieregels voor gemeenten opgenomen. Een omgevingsplan, danwel een buitenplanse omgevingsplanactiviteit, dat voorziet in de ontwikkeling van een locatie voor wonen, werken of voorzieningen binnen Stedelijk gebied, dient een onderbouwing te bevatten dat de ontwikkeling past binnen de regionale afspraken en het een duurzame stedelijke ontwikkeling is.

Project Bloemwaard te Kaatsheuvel

|17

Er is sprake van een duurzame stedelijke ontwikkeling voor wonen, werken of voorzieningen als: a. b. c. d. e. f.

Een goede omgevingskwaliteit wordt bevorderd, met een veilige en gezonde leefomgeving; Toepassing wordt gegeven aan zorgvuldig ruimtegebruik, waaronder de transformatie van verouderde stedelijke gebieden; Optimaal invulling wordt gegeven aan de mogelijkheden voor productie en gebruik van duurzame energie; Rekening wordt gehouden met klimaatverandering, waaronder het tegengaan van hittestress en voldoende ruimte voor de opvang van water; De mogelijkheden voor duurzame mobiliteit worden benut; en Wordt bijgedragen aan een duurzame, concurrerende economie.

De nieuwbouw van woningen is toegestaan binnen het Stedelijk gebied als bepaald in artikel 5.55 mits passend binnen de woningbouwafspraken zoals deze op regionaal niveau zijn bepaald. De planlocatie behoort bij de regio Midden-Brabant. Uit de overleggen in de regio Midden-Brabant blijkt dat de woningbehoefte (met name binnen bestaand stedelijk gebied) groot is en de komende jaren blijft deze behoefte aanwezig. Het planvoornemen sluit hiermee aan op de behoefte zoals staat beschreven in de prognoses van de regio Midden-Brabant. Voort dient er sprake te zijn van een duurzame stedelijke ontwikkeling zoals bepaald in artikel 5.55 lid 2: Ad. a. Uit hoofdstuk 5 en 6 van deze motivering blijkt dat het planvoornemen de omgevingskwaliteit bevorderd. Ad b. Het voorgestelde plan voegt zich moeiteloos in de bestaande stedenbouwkundige structuur van de naoorlogse buurt van Kaatsheuvel en voegt gelijktijdig ook nieuwe waarden en kwaliteiten toe. Ad c. Bij uitwerking van het bouwplan wordt onderzocht of er mogelijkheden bestaan om bijvoorbeeld zonnepanelen op de daken van de nieuwbouw en andere vormen van duurzame energie te realiseren. Ad d. De woningen dienen te voldoen aan de laatste kwaliteitseisen van het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl), dat wil zeggen BENG (Bijna energie neutraal gebouwd).

Voorts wordt voldaan aan de gestelde eisen voor wat betreft de opvang van hemelwater (zie paragraaf 6.9). Ad e. De verkeersgeneratie en parkeerbehoefte zijn uitgebreid onderzocht, zie bijlage 2 en paragraaf 3.2. Daaruit kan geconcludeerd worden dat er voldoende parkeerplaatsen worden gerealiseerd en het extra verkeer goed en veilig kan worden afgewikkeld. Ad f. Het planvoornemen voorziet in een actuele behoefte. Zie ook paragraaf 4.1. Daarmee is tevens voldoende aangetoond dat het planvoornemen bijdraagt aan een duurzame concurrerende economie, natuurlijk met name ten aanzien van de woningmarkt.

Project Bloemwaard te Kaatsheuvel

|18

Basisprincipes voor een evenwichtige toedeling van functies (paragraaf 5.1.2) Voor elke ruimtelijke ontwikkeling geldt dat toepassing moet worden gegeven aan de basisprincipes voor een evenwichtige toedeling van functies, die zijn opgenomen in paragraaf 5.1.2, artikel 5.7 van de Omgevingsverordening. Onder een evenwichtige toedeling van functies wordt verstaan dat invulling wordt gegeven aan een goede omgevingskwaliteit met een veilige, gezonde leefomgeving. Hiervoor moet rekening worden gehouden met: a) Zorgvuldig ruimtegebruik; b) De waarden in een gebied met toepassing van de lagenbenadering; c) Meerwaardecreatie. Het planvoornemen betreft een toedeling van functies binnen bestaand ruimtebeslag voor bebouwing (bestaand stedelijk gebied), waardoor sprake is van zorgvuldig ruimtegebruik. De lagenbenadering betreft zaken welke in hoofdstuk 5 en 6 nader worden uitgewerkt, zoals archeologie, bodem en flora en fauna. Met het planvoornemen wordt hier zodoende in voldoende mate rekening mee gehouden. De meerwaardecreatie omvat een evenwichtige benadering van de economische, ecologische en sociale aspecten die in het gebied en bij een ontwikkeling zijn betrokken. Het planvoornemen voorziet, door middel van het verkleinen van het woningtekort, in een combinatie van opgaven, waardoor er meerwaarde ontstaat.

Conclusie De activiteit past binnen de doelstellingen en het beleid van de provincie.

4.3

Regionaal beleid

Afspraken woningbouw 2022-2030 – Regionale Woondeal SRBT Op 9 maart 2023 ondertekende de gemeente Loon op Zand de zogeheten woondeal met gemeenten uit de Stedelijke Regio Breda-Tilburg (SRBT), de woningcorporaties, de provincie NoordBrabant en het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. Met de woondeal wordt de samenwerking op het gebied van wonen verstrekt. Samen met andere gemeenten wordt ingezet om in de periode tot en met 2030 ruim 39.000 woningen toe te voegen aan de bestaande voorraad. Binnen de SRBT-regio is op dit moment tot 2030 een harde planvoorraad van 18.555 woningen, uitgaande van vastgestelde/onherroepelijke bestemmingsplannen. De opgave 2022 tot en met 2026 bedraagt 22.325 woningen. Het is dus nog nodig om plannen voor 3.770 woningen ‘op te harden’. Ingevolge deze woondeal geldt voor de gemeente Loon op Zand dat in de periode tot en met 2026 voorzien moet worden in een toevoeging van minimaal 659 woningen. Qua plancapaciteit is opgenomen dat iedere gemeenten streeft naar een totale (jaarlijkse) planvoorraad (zachte en harde plancapaciteit) van minimaal 130%. Met de betrekking tot de programmering is vastgelegd dat voor nieuwe woningbouwplannen de volgende verdeling (conform voorgeschreven rijksbeleid) uitgangspunt is: 30% sociale huur, 40% overig betaalbaar (middeldure huur en/of betaalbare koop) en 30% vrije sector (huur en/of koop).

Voor de zachte planvoorraad ligt de focus op (snelle) realisatie. Betaalbaarheid is belangrijk bij het toevoegen van woningen. Daarom is er afgesproken dat er bij nieuwe plannen een verdeling aangehouden wordt van 30% sociale huur, 40% middeldure huur of betaalbare koop en 30% vrije sector.

Project Bloemwaard te Kaatsheuvel

|19

Het planvoornemen voorziet in de toevoeging van 57 woningen, waarvan 11 koopwoningen in de vrije sector en 46 sociale huurwoningen. Van de 11 koopwoningen vallen 9 woningen onder de categorie betaalbare koop (< €390.000,- V.O.N.). Dit betekent een verdeling 80,7% sociale huur, 15,7% betaalbare koop en 3,6% vrije sector. Het planvoornemen voldoet hiermee ruimschoots aan de toevoeging van betaalbare woningen. Hiermee voldoet het plan aan de afspraken die zijn gemaakt in de Woondeal. Conclusie De activiteit past binnen de regionale doelstellingen en het regionale beleid.

4.4

Beleid waterschap

Waterbeheerprogramma 2022-2027 (Waterschap Brabantse Delta) Het waterschap Brabantse Delta is verantwoordelijk voor het waterbeheer in de gemeente. Het gaat dan om het waterkwantiteit en –kwaliteitsbeheer, de waterkeringzorg, waterzuivering, het grondwaterbeheer, het waterbodembeheer en vaak ook het scheepvaartbeheer. Het beleid en de daarmee samenhangende doelen en ambities van het waterschap zijn opgenomen in het Waterbeheerprogramma 2022-2027. Hiermee geeft het waterschap de koers aan voor de komende zes jaar. In het Waterbeheerprogramma staan de kerntaken van het waterschap centraal. Dat zijn zorgen voor voldoende en schoon water voor natuur en landbouw, bescherming tegen overstromingen en het zuiveren van afvalwater. In dit plan is verwoord dat het waterschap aan een beter watersysteem werkt, voor mensen en voor flora en fauna. Het watersysteem moet robuuster worden: veiliger, minder kwetsbaar voor regenval en droogte, schoner, natuurlijker en beter toegankelijk voor recreanten. Het waterschap heeft waar nodig toegespitst beleid en beleidsregels op de verschillende thema’s/speerpunten uit het waterbeheerprogramma en een eigen verordening. Waterschapsverordening waterschap Brabantse Delta In de waterschapsverordening staan alle regels die bepalen welke activiteiten, waar in het werkgebied van waterschap mogen plaatsvinden en onder welke voorwaarden.

Met de Omgevingswet werkt waterschap met het ‘ja, mits’-principe. Dat betekent dat activiteiten zijn toegestaan, mits er wordt voldaan aan voorwaarden in de waterschapsverordening. Het waterschap hanteert bij nieuwe ontwikkelingen het principe van waterneutraal bouwen, waarbij gestreefd wordt naar het behoud of herstel van de 'natuurlijke' waterhuishoudkundige situatie. Vanwege dit principe wordt bij de uitbreiding van verhard oppervlak voor de omgang met hemelwater uitgegaan van de voorkeursvolgorde infiltreren, bergen, afvoeren. De technische eisen en uitgangspunten voor het ontwerp van watersystemen zijn opgenomen in de beleidsregel ‘Hydrologische uitgangspunten bij de keurregels voor afvoeren van hemelwater, Brabantse waterschappen’. Het gebruik van uitlogende (bouw)materialen zoals lood, koper, zink en zacht PVC wordt ten zeerste afgeraden in verband met de negatieve gevolgen voor de waterkwaliteit. Deze stoffen kunnen zich ophopen in het water(bodem)systeem en hebben hierdoor een zeer nadelige invloed op de water(bodem)kwaliteit en ecologie. Door middel van de verplichte watertoets ziet het waterschap toe op de uitvoering van hun beleid. Hiermee wordt gewaarborgd dat bij nieuwe ontwikkelingen het waterbeheer wordt meegenomen.

Project Bloemwaard te Kaatsheuvel

|20

Conclusie Of de activiteit past binnen de doelstellingen en het beleid van het waterschap wordt nader onderbouwd in paragraaf 6.9.

4.5

Gemeentelijk beleid

(Ontwerp) Omgevingsvisie Loon op Zand 2040 In de Omgevingsvisie Loon op Zand 2040 staan de hoofddoelen die de gemeente tot 2040 in de fysieke leefomgeving nastreeft. Daarnaast staat in de visie het beleid waarmee de gemeente haar ambities wil behalen. Met deze visie zet de gemeente de koers uit voor de lange(re) termijn. Een koers waarmee de gemeente antwoordt geeft op de dynamiek in de samenleving en de trends die op hen afkomen. Maar ook een koers die de kwaliteiten en kenmerken binnen de gemeente beschermd. De gemeente kiest voor een sterk recreatief profiel, het versterken en benutten van de landschappelijke en natuurlijke kwaliteiten en het toekomstbestendig maken van de woonwijken en dorpen. De gemeente heeft daarbij veel sectorale doelen gesteld voor 2040 die in verschillende speerpunten terugkomen. Hieronder wordt voor enkele doelstelling aangegeven wat de oplossingsrichtingen of beleidskeuzes: • Voldoende ruimte voor groen en water bij nieuwbouw en herstructurering: Bij nieuwe woningbouwprojecten wil de gemeente dat er bij het begin van het ontwerp ruimte wordt gecreëerd voor openbaar groen en water. In de basis stelt de gemeente dat minimaal 20% van de oppervlakte van een nieuwbouw- of herstructureringslocatie moet bestaan uit openbaar groen en water.

• Het verduurzamen van woningen: Loon op Zand wil dat in 2030 ongeveer 20% van alle gebouwen op een duurzame manier verwarmd wordt). • Vernieuwen van een deel van het woningaanbod om meer variatie in het aanbod te realiseren en het aandeel levensloopbestendige woningen te vergroten: Met het vernieuwen van het woningaanbod in een aantal wijken wil de gemeente het aanbod van woningen beter laten aansluiten op de (toekomstige) vraag en de kwaliteit van de leefomgeving vergroten. In de eerste plaats doet de gemeente dit door woningen (zoveel mogelijk) levensloopbestendig te bouwen. Daarnaast stuurt de gemeente op het bouwen voor doelgroepen. • Meer focus op inbreiden en herstructurering: In eerste instantie kiest de gemeente voor vernieuwing en herstructurering in de bebouwde kom, waar dat kan. Het planvoornemen voorziet in een vernieuwing van het woningaanbod binnen de bebouwde kom (herstructurering), waarbij meer variatie gerealiseerd wordt. De 30 bestaande twee-onder-eenkapwoningen worden gesloopt, waarna 37 grondgebonden eengezinswoningen en 50 appartementen gerealiseerd worden. Dit betekent een toevoegen van 57 woningen. Binnen de herstructureringslocatie wordt 3.355 m2 aan openbaar groen aangelegd. Dit betreft 22,6% van de planlocatie. Hiermee voldoet het voornemen aan de minimale eis van de gemeente ten aanzien van groen.

Project Bloemwaard te Kaatsheuvel

|21

De bestaande woningen hebben te veel technische beperkingen om te voldoen aan de huidige eisen op het gebied van duurzaamheid. Slecht geïsoleerde sociale huurwoningen zorgen voor hoge (onnodige) extra kosten voor de bewoners en een duurzame en gezonde leefomgeving voor de toekomst. De kosten om de huidige woningen en het openbaar gebied te verbeteren zijn te hoog om de benodigde kwaliteitsverbeteringen te behalen. Daarmee is sloop van de huidige woningen, herinrichting van het openbaar gebied en toevoeging van de algehele kwaliteit van de fysieke leefomgeving noodzakelijk. De nieuwe woningen zullen vervolgens duurzaam worden gebouwd. De woningen worden gerealiseerd met een hoog energielabel, in ieder geval BENG (bijna energie neutraal) en waar mogelijk met nul op de meter (NOM-woning). Daarnaast blijkt uit het meest recente kwalitatieve woningbehoefte-onderzoek dat de inwoners van Loon op Zand behoefte hebben aan deze woningtypen. Ten aanzien van de appartementen blijkt uit de resultaten van het kwalitatief regionaal woningbehoefteonderzoek duidelijk dat er een grote behoefte is aan gelijkvloerse woningen (appartementen met lift). Dat er meer behoefte is aan gelijkvloerse woningen in onze gemeente, sluit ook aan bij de huidige maatschappelijke- en demografische ontwikkelingen.

De doelgroep senioren wordt groter en is gezien hun mobiliteit aangewezen op gelijkvloerse, levensloopbestendige woningen. De beoogde appartementen zijn ideaal voor deze doelgroep. Concluderend kan gesteld worden dat de voorgestelde ontwikkeling passend is binnen de structuurvisie van de gemeente Loon op Zand. Woonvisie 2016-2025 Op 14 december 2016 is de woonvisie 'Duurzaam, gevarieerd en betaalbaar wonen in de gemeente Loon op Zand 2016-2025' vastgesteld. De Woonvisie is afgeleid van het regionale woningbouwprogramma van de provincie Noord-Brabant en het regionale samenwerkingsverband Midden-Brabant. De woonvisie is opgesteld aan de hand van een centrale doelstelling. Het woonbeleid stimuleert een constante bevolkingsomvang en een evenwichtige bevolkingsopbouw als basis voor een zorgzame samenleving met vitale gemeenschappen. Deze zijn erop gericht om dreigende onevenwichtigheden te voorkomen en bestaande onevenwichtigheden te corrigeren. Naast de centrale doelstelling zijn een aantal subdoelstellingen opgesteld: • • • • • •

Het voorkomen van krimp; Inspelen op de toename van het aantal kleine en oudere huishoudens; Aantrekken en behouden van starters en gezinnen, met name in Kaatsheuvel; Realisatie van goedkope en snel beschikbare huisvesting voor 'bijzondere doelgroepen; Inspelen op de hervorming van de langdurige zorg; Duurzaam (ver)bouwen.

Kwantitatief betekent dit voor de gemeente dat in de periode 2016-2025 circa, 70% van 770, nieuwe woningen aan de woningvoorraad moeten worden toegevoegd om krimp te voorkomen. Als een middel om de gemeenschappen van Kaatsheuvel, Loon op Zand en De Moer verder te versterken.

Project Bloemwaard te Kaatsheuvel

|22

Dit plan sluit aan bij een aantal doelstellingen uit onze Woonvisie 2016 – 2025 ‘duurzaam, gevarieerd en betaalbaar wonen in de gemeente Loon op Zand’: - Het behouden en het aantrekken van starters en gezinnen; - Voorkomen van krimp; - Inspelen op toename van het aantal kleine en oudere huishouden; - Inspelen op de hervorming van de langdurige zorg. Ook sluit dit plan aan bij de eerdere ingediende motie van november 2021 ‘betaalbare woningen’ van de gemeenteraad, waarin het college de opdracht is gegeven om meer betaalbare woningen te bouwen in de gemeente, gezien de behoefte. In de motie wordt voorgesteld om bij ieder plan minimaal 25% sociaal huur te bouwen. Onderhavig planvoornemen betreft de realisatie van 87 woningen, waarvan 11 koopwoningen in de vrije sector en 76 sociale huurwoningen. Dit betekent dat het plan voorziet in 87% sociale huur. Hiermee sluit het voornemen aan bij de motie ‘betaalbare woningen’. Conclusie De activiteit past binnen de doelstellingen en het beleid van de gemeente.

Project Bloemwaard te Kaatsheuvel

|23

5.

LANDSCHAPPELIJKE, STEDENBOUWKUNDIGE EN CULTUURHISTORISCHE WAARDEN

Conform artikel 1.3 sub a Omgevingswet is het bereiken en in stand houden van een veilige en gezonde fysieke leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit een belangrijk maatschappelijk doel van de Omgevingswet. Omgevingskwaliteit duidt daarbij op het belang van aspecten als cultureel erfgoed, architectonische kwaliteit van bouwwerken, stedenbouwkundige kwaliteit en kwaliteit van natuur en landschap. Het gaat daarbij zowel om de menselijke beleving van de fysieke leefomgeving als om de intrinsieke waarden die de maatschappij toekent aan de identiteit van een gebied en aan dier- en plantensoorten. Landschappelijke of stedenbouwkundige waarden zijn een element van omgevingskwaliteit en het beschermen van die waarden is in artikel 2.1, derde lid, van de Omgevingswet wet opgenomen als één van de oogmerken die van belang kan zijn bij de uitoefening van taken en bevoegdheden op grond van de wet. Voor onderhavige herontwikkeling betreffen dit de volgende waarden: Cultureel erfgoed Onder cultureel erfgoed worden onder andere verstaan: monumenten, archeologische monumenten, stads- en dorpsgezichten en cultuurlandschappen. De bescherming van het cultureel erfgoed kent zijn oorsprong bij het Europese Verdrag van Malta in 1998. Dit verdrag voorziet in een beperking van de risico’s op aantasting van cultureel erfgoed.

Cultuurhistorische waarden Onder cultuurhistorische waarden worden alle structuren, elementen en gebieden verstaan die cultuurhistorisch van belang zijn. Zij vertellen iets over de ontstaansgeschiedenis van het Nederlandse cultuurlandschap. Vaak is er een sterke relatie tussen aardkundige aspecten en cultuurhistorische aspecten. In dit kader wordt getoetst aan de provinciale Cultuurhistorische Waardenkaart (CHW). Hierop staan de bepalende cultuurhistorische elementen aangegeven.

Uitsnede Cultuurhistorische Waardenkaart herziening 2024 (planlocatie rood omlijnd)

Project Bloemwaard te Kaatsheuvel

|24

Cultuurhistorische landschappen - Langstraat De planlocatie lig in de Langstraat. De Langstraat ligt op de overgang van zand, veen en klei. Vroeger bestond vrijwel het hele gebied uit veen. Delen van het veen zijn in de loop der eeuwen verdwenen door landbouwkundig gebruik. Wat restte is deels vergraven ten behoeve van de turfwinning. De oorspronkelijke relatie tussen de dorpen, het afwisselend open en besloten landschap en het water is in de Langstraat nog goed beleefbaar. Hierdoor is het hele gebied cultuurhistorisch waardevol. Enkele kernen in de Langstraat hebben een sterke groei doorgemaakt: het oostelijke deel is verstedelijkt met de groei van Waalwijk, Sprang-Capelle en Kaatsheuvel. De structuur van de dorpen en de relatie tussen de dorpen en het landelijke gebied is hier minder goed herkenbaar. Daarnaast heerst er in het gebied een spanning tussen cultuurhistorie, natuurontwikkeling en landbouw. De ontwikkelstrategie voor dit gebied is: “Behoud door ontwikkeling of versterking van de samenhang van de dragende structuren van de regio”. De stedenbouwkundige opzet van de herontwikkeling past in de bestaande structuur van Kaatsheuvel en voegt gelijktijdig ook nieuwe waarden en kwaliteiten toe. Onder het kopje ‘stedenbouw’ wordt hier nader op ingegaan.

Archeologische waarden Voor het archeologische erfgoed worden risico’s beperkt door het erfgoed zoveel mogelijk in oorspronkelijke vindplaats te bewaren en door integratie van archeologie in de ruimtelijke ordening. Het belangrijkste uitgangspunt is het streven naar behoud van archeologische waarden in de bodem en alleen opgraven als behoud in de bodem (in situ) niet mogelijk is, zodat de archeologische waarden beter conserveert. De gemeente Loon op Zand heeft hiertoe in 2017 een gemeentelijk archeologiebeleid inclusief verwachtingen- en beleidskaart vastgesteld. Op de kaart zijn bekende archeologische vindplaatsen en de archeologische verwachting van een gebied (kans op het aantreffen van archeologische resten) vastgelegd. De verwachtingskaart vormt de basis voor de archeologische maatregelenkaart. De daarop aangegeven vindplaatsen en verwachtingsgebieden zijn voor de maatregelenkaart vertaald in vijf beleidscategorieën. Dat zijn vijf soorten zones/terreinen, waaraan een eigen planologisch beschermingsregime wordt gekoppeld. Insteek van het gemeentelijke beleid is om te beschermen wat archeologisch waardevol is, en om voor gebieden met een lagere archeologische verwachtingswaarde een lager beschermingsniveau voor te schrijven. De planlocatie is aangewezen als ‘Categorie 2b Archeologische waarde bebouwingscluster’.

Voor deze zone geldt een onderzoeksplicht bij bodemingrepen met een oppervlakte groter dan 100 m2 en dieper dan 30 cm beneden maaiveld. De diepte van de toekomstige bodemverstoring is op dit moment onbekend, maar uitgaande van de aanleg van bouwputten voor de voorgenomen nieuwbouw zal de bodem waarschijnlijk tot in het archeologische niveau worden verstoord. De geplande werkzaamheden overschrijden de drempelwaardes die bij de archeologische verwachting horen. Derhalve is door Aeres Milieu een archeologisch bureau- en verkennend booronderzoek uitgevoerd. De volledige rapportage is als bijlage 3 opgenomen.

Project Bloemwaard te Kaatsheuvel

|25

Op basis van het uitgevoerd verkennend veldonderzoek middels boringen kan worden gesteld dat de bodemopbouw binnen de planlocatie bestaat uit een AC-bodemprofiel. Op basis van boringen blijkt dat de planlocatie in een natte omgeving ligt en daarmee niet aantrekkelijk was voor bewoning. Op basis van de landschappelijke ligging (natte omstandigheden) en het ontbreken van archeologische indicatoren worden er geen archeologische sporen meer verwacht. Om deze reden wordt de kans op het aantreffen van archeologische resten laag geacht en zullen de voorgenomen graafwerkzaamheden geen bedreiging vormen voor het archeologisch bodemarchief. Voor de planlocatie wordt om bovenstaande reden geen archeologisch vervolgonderzoek noodzakelijk geacht. Stedenbouw De bestaande bebouwing uit de jaren vijftig kent een vrij monotoon straatbeeld. Meer diversiteit in het straatbeeld wordt gewenst, mede omdat hierdoor ruimte ontstaat voor een kwalitatief openbaar gebied met groen. Door de in het plan beoogde sloop van de bestaande 30 woningen en de realisatie van 87 woningen, vindt een intensivering van het woongebruik plaats. Het wonen als functie is op de betreffende locatie al grotendeels toegestaan. De oppervlakte van de planlocatie is daarbij toereikend om de intensivering te kunnen faciliteren.

De stedenbouwkundige opzet van de herontwikkeling past in de bestaande stedenbouwkundige structuur van deze naoorlogse westflank van Kaatsheuvel en voegt gelijktijdig ook nieuwe waarden en kwaliteiten toe. Dat laatste betreft vooral de grote centrale, groene autoluwe/autovrije ruimte in combinatie met de keuze om het parkeren in clusters achter de woningen voor een groot deel op te lossen. De kwaliteit van wonen en openbare ruimte versterken elkaar op deze manier. Conclusie Vanuit het aspect cultureel erfgoed, landschap en stedenbouw is er sprake van een evenwichtige toedeling van functies.

Project Bloemwaard te Kaatsheuvel

|26

6.

FYSIEKE LEEFOMGEVING

In dit hoofdstuk wordt beschreven op welke wijze bij de activiteit rekening is gehouden met diverse aspecten van de fysieke leefomgeving en de evenwichtige toedeling van functies aan locaties. De aspecten sluiten aan op en dekken de onderdelen zoals genoemd in artikel 1.2 Omgevingswet.

6.1

Beschermen van de gezondheid

Kader Een van de maatschappelijke doelen van de Omgevingswet is een gezonde fysieke leefomgeving. In artikel 2.1 lid 4 van de wet is bepaald dat het bevoegd gezag bij de evenwichtige toedeling van functies (in het omgevingsplan) in ieder geval rekening houdt met het belang van het beschermen van de gezondheid. Voorzorg kan daarbij een rol spelen. Het Rijk stelt ondergrenzen voor de bescherming van de gezondheid via instructieregels of omgevingswaarden voor geluid, luchtkwaliteit, geur en waterkwaliteit. In het omgevingsplan werken deze randvoorwaarden door. Naast de gezondheidsbescherming kan het bevoegd gezag het belang van gezondheidsbevordering meewegen. Zo heeft de fysieke leefomgeving positieve gezondheidseffecten als deze uitnodigt tot gezond gedrag en mensen stimuleert tot meer bewegen, gezonder eten en elkaar ontmoeten. Het Rijk stelt ondergrenzen voor de bescherming van de gezondheid. Bijvoorbeeld via instructieregels of omgevingswaarden voor geluid, luchtkwaliteit, geur en waterkwaliteit. In het omgevingsplan werken deze randvoorwaarden door. Onderzoek Conform artikel 1.3 sub a Omgevingswet is het bereiken en in stand houden van een veilige en gezonde fysieke leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit een belangrijk maatschappelijk doel van de Omgevingswet.

De aspecten veilige en gezonde fysieke leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit hangen nauw met elkaar samen. Het gezondheidsaspect heeft een centrale rol binnen de Omgevingswet. Conclusie In de navolgende paragrafen worden de verschillende aspecten onderzocht, zoals geluid, luchtkwaliteit, geur en waterkwaliteit. Hieruit blijkt dat vanuit het aspect gezondheid sprake is van een evenwichtige toedeling van functies.

6.2

Bodemkwaliteit

Kader Ter bescherming van de gezondheid en het milieu zijn voor het aspect bodem instructieregels in het Bkl opgenomen. De algemene doelstelling van het bodembeleid is het waarborgen van de gebruikswaarde van de bodem en het faciliteren van het duurzaam gebruik van de functionele eigenschappen van de bodem, door: • Het beschermen van de bodem tegen nieuwe verontreinigingen en aantastingen; • Een evenwichtige toedeling van functies aan locaties, rekening houdend met de kwaliteiten van de bodem; • Het duurzaam en doelmatig beheren van de resterende historische verontreinigingen en aantastingen.

Project Bloemwaard te Kaatsheuvel

|27

Onderzoek In april 2022 is door Verhoeven Milieutechniek BV een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd op het kadastraal perceel L 1793 (gedeeltelijk), achter Asterstraat 1 t/m 11 in Kaatsheuvel. Het volledige onderzoek is als bijlage 4 opgenomen. De onderzoekslocatie van deze rapportage betreft een paardenstal met schuur voor opslag, een stal, een paardenbak en een weiland. De locatie heeft een totale oppervlakte van circa 4.400 m². Met de uitgevoerde onderzoeken is de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem (deels incl. asbest) in voldoende mate onderzocht. Vanuit milieuhygiënisch oogpunt bestaan derhalve geen belemmeringen tegen de voorgenomen toekomstige hertontwikkeling van de locatie, Voor de overige percelen binnen de planlocatie is door is door Aeres Milieu B.V. een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd. Het doel van het verkennende onderzoek is, middels een steekproef, het vaststellen van de actuele bodemkwaliteit ter plaatse. Het volledige onderzoek is als bijlage 5 opgenomen. De onderzoekslocatie bestaat uit twee deellocaties: deellocatie A (7.671 m2) en deellocatie B (3.115 m2). Tijdens de veldinspectie op de locatie zijn geen waarnemingen gedaan die wijzen op de aanwezigheid van bodemverontreiniging of bronnen van verontreiniging. In het opgeboorde bodemmateriaal zijn ter plaatse van één boring sporen kolengruis aangetroffen.

Voor het overige zijn op beide deellocaties zintuiglijk geen bijzonderheden waargenomen. Uit de analyseresultaten blijkt dat in de bovengrond en ondergrond van deellocaties A en B geen overschrijding van de interventiewaarde gemeten is. In het freatisch grondwater van deellocatie A zijn geen verontreinigingen aangetoond. Het freatisch grondwater van deellocatie B is licht verontreinigd met zink. De resultaten van dit bodemonderzoek geven geen aanleiding tot het uitvoeren van een nader bodemonderzoek. De milieuhygiënische conditie van de bodem vormt geen belemmering voor een planvoornemen in het kader van een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA). Ter plaatse zullen de bestaande woningen worden gesloopt en zal nieuwbouw van woningen plaatsvinden. Ter plaatse van deellocatie A zijn een viertal schuurtjes met asbestverdachte dakbedekking aanwezig. Ter plaatse van deze schuurtjes is de aanwezigheid van asbest in de grond niet uit te sluiten. Ter plaatse van de schuurtjes is de locatie verdacht op het voorkomen van asbest in de bovengrond. Middels een asbest in bodemonderzoek, conform de NEN5707 kan onderzocht worden of de verdenking op asbest terecht is. Conclusie Het asbest onderzoek ter plaatse van de schuurtjes zal in een later stadium worden uitgevoerd, na sanering en sloop. Bij de omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen zal dergelijk onderzoek overlegd worden.

Voor de overige gronden binnen de planlocatie voor de milieuhygiënische conditie van de bodem geen belemmering voor een planvoornemen in het kader van een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA).

Project Bloemwaard te Kaatsheuvel

|28

6.3

Geluid door activiteiten

6.3.1

Geluid door wegen, spoorwegen en industrieterreinen

Kader Geluid kan van grote invloed zijn op het woon- en leefklimaat van mensen en op hun gezondheid. Het Bkl bevat geluidsregels die via het omgevingsplan zullen gelden voor individuele bedrijven die geluid voortbrengen. Voor de andere belangrijke geluidsbronnen zoals industrieterreinen, wegen en spoorwegen worden via de Aanvullingswet geluid en het Aanvullingsbesluit geluid regels toegevoegd aan de Omgevingswet en het Bkl. De regels voor geluid hebben een tweezijdige werking om de bescherming tegen geluidsbelasting vorm te geven. Enerzijds bij de aanleg of aanpassing van (spoor)wegen of industrieterreinen en anderzijds bij het mogelijk maken van nieuwe geluidsgevoelige gebouwen en locaties nabij een geluidsbron. In de Bruidsschat (BS) is het onderdeel 'geluid' geregeld in paragraaf 22.3.4. Daarin staan regels over geluid door een activiteit op of in een geluidgevoelig gebouw die op een locatie is toegelaten op grond van een omgevingsplan of een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit. In de Bruidsschat zijn waarden bepaald. Geluidsgevoelige gebouwen In artikel 3.20 van Bkl is bepaald welke gebouwen geluidsgevoelig zijn. Het betreft gebouwen, waaronder een gebouw of een gedeelte van een gebouw dat een woonfunctie heeft.

De geluidsnormen hebben betrekking op het geluid op de gevel van een geluidsgevoelig gebouw en hebben primair als doel het beschermen van de gezondheid door het stellen van eisen aan het geluid op en rond woningen, waar mensen langdurig verblijven en slapen. Hierbij wordt onderscheid gemaakt tussen de voorgevel, zijgevel en achtergevel. Voor andere gebouwen of locaties bepaalt de gemeente zelf de mate van bescherming tegen geluid. Dat doet de gemeente vanuit haar taak 'evenwichtige toedeling van functies aan locaties'. Geluidsproductieplafond De Omgevingswet werkt met geluidsaandachtsgebieden. De omvang van de geluidsaandachtsgebieden wordt bepaald op basis van berekeningen en beslaat het gebied waarbinnen de standaardwaarde mogelijk worden overschreden. De wijze waarop het gebied moet worden bepaald is opgenomen in de Aanvullingsregeling geluid (Arg). De bepaling van een geluidsaandachtsgebied is afhankelijk van de juridische status van de bron. Als een geluidsproductieplafond is vastgesteld, wordt gebruik gemaakt van de gegevens bij vaststelling daarvan. Dit betreft met name rijkswegen, hoofdspoorwegen, provinciale wegen en industrieterreinen. Hetzelfde geldt voor een waterschapsweg, lokale weg of lokale spoorweg als daarvoor een geluidsproductieplafond is vastgesteld. Als geen geluidsproductieplafond is vastgesteld wordt gebruik gemaakt basisgeluidsemissies voor die bronnen.

Project Bloemwaard te Kaatsheuvel

|29

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=LoonOpZand&id=ecd7a5c7-0726-44e7-9442-30a6df21d8e1