CConstaterende datLoon op Zand
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1. Rekenkamerrapport Cultuur telt

Raadsvergadering 11 december 2025, gemeente Loon op ZandBij agendapunt: Raadsvoorstel Rekenkamerrapport Cultuur telt Rekenkamer Midden-Brabant9.736 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

LOON OP ZAND RAPPORT

Rapport Aan gemeenteraad aangeboden op 8 september 2025

1

INHOUDSOPGAVE 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7.

Inleiding Beleidskader Loon op Zand Subsidieverlening Kunst en cultuurbeleid Ervaren rol van de gemeente Loon op Zand Conclusies en aanbevelingen Bestuurlijke reactie B&W Loon op Zand

BIJLAGEN 1. Richtinggevende onderzoeksvragen 2. Overzicht onderzochte culturele instellingen 3. Subsidieverlening aan geselecteerde instellingen

2

Hoofdstuk 1. 1.1

Inleiding

Wat is de taak van de Rekenkamer?

De Rekenkamer in Midden-Brabant (hierna RMB) is ingesteld door de gemeenteraden van Dongen, Goirle, Hilvarenbeek en Loon op Zand. De RMB doet onderzoek ten behoeve van de gemeenteraden. De taak van de RMB is het toetsen van het door het gemeentebestuur gevoerde beleid op drie onderdelen: 1. Rechtmatigheid: voldoet de uitvoering aan de wettelijke kaders en regelgeving? 2. Doelmatigheid: is de voorbereiding en uitvoering van beleid kostenbewust verlopen? 3. Doeltreffendheid: zijn de beoogde effecten van het beleid ook daadwerkelijk behaald? Het doel van een onderzoek is om inzicht te bieden in de prestaties van de gemeente als geheel en het formuleren van aanbevelingen voor de toekomst. Meer informatie over ons vindt u op onze website: Rekenkamer in Midden-Brabant | Goed functionerende gemeente (r-mb.nl)

1.2

Cultuur, van waarde naar impact

In 2024 en 2025 heeft de Rekenkamer Midden-Brabant (RMB) een onderzoek uitgevoerd naar cultuur, genaamd ‘Cultuur telt’. De aanleiding voor dit onderzoek is de visie, van onder andere de provincie Noord-Brabant, dat cultuur bijdraagt aan de leefbaarheid en levendigheid van dorpen. De provincie wijst daarbij ook op de intrinsieke waarde van cultuur (zie onderstaand kader).

3

In onze documentenstudie en orienterende gesprekken bij de vier gemeenten (juniaugustus 2024) kwam naar voren dat men vindt dat cultuur bijdraagt aan de vorming van sterke gemeenschappen, ook wel genoemd de sociale basis. Juist die samenhang en het versterken van lokale gemeenschappen is in vrijwel alle Nederlandse gemeenten een onderdeel van het coalitieakkoord. Het ondersteunen van cultuur is daarmee belangrijk in het beleid van een gemeente om de leefbaarheid, sociale verbondenheid en vitaliteit van de gemeenschap te verbeteren. Men spreekt in dit verband wel van de impact van cultuur, oftewel de veranderingen die het culturele aanbod in een gemeente teweeg kan brengen. Naast de genoemde effecten kan men ook denken aan de bijdrage van cultuur aan persoonlijke ontwikkeling, of talentontwikkeling. Een van de belangrijkste opgaven bij het bepalen van de waarde van cultuur in de gemeente is het meten van deze culturele impact. 1.3

Doel van het onderzoek

Het doel van dit onderzoek is drieledig. Allereerst draait het om de vraag: Welke rol wil de gemeente spelen bij lokale cultuur? Daarnaast is van belang: welke culturele impact levert de inzet van de gemeente op? En vanzelfsprekend: hoe meet en monitor je dit? Daarbij wordt subsidiebeleid nadrukkelijk gezien als instrument om gestelde doelen te bereiken. Daarnaast hopen we met dit onderzoek elkaar te inspireren, van elkaar te leren en bij te dragen aan de discussie over de lokale culturele infrastructuur, het gebruik van middelen en het bereiken van maatschappelijke doelen. 1.4

Vraagstelling van het onderzoek

Voor de gemeente Loon op Zand is onderzocht hoe het cultuurbeleid is vormgegeven, hoe de subsidiemiddelen worden ingezet en wat de ervaringen van de culturele instellingen zijn. Het onderzoek in Loon op Zand maakt deel uit van het onderzoek "Cultuur telt", dat de RMB uitvoert in Dongen, Goirle, Hilvarenbeek en Loon op Zand. De hoofdvraag is: Welke rollen spelen de gemeenten Dongen, Goirle, Hilvarenbeek en Loon op Zand bij de ontwikkeling van de lokale culturele sector? De richtinggevende onderzoeksvragen staan in Bijlage 1, waarin de verdeling van de onderzoeksvragen over de hoofdstukken van dit rapport is aangegeven. 1.5

Afbakening van het onderzoek

Het onderzoek richt zich op de huidige bestuursperiode (2022-2026) en betreft de culturele instellingen die subsidie ontvangen van de gemeente Loon op Zand. De selectie van deze instellingen staat in paragraaf 1.6.

4

Wat we niet onderzoeken in dit onderzoek zijn: • Accommodaties, zoals wijkcentra • Verenigingsleven • Evenementen • Erfgoed • Dorpskernen

1.6

Selectie culturele instellingen

We onderzoeken de culturele instellingen1 die de hoogste subsidiebedragen ontvangen in Dongen, Goirle, Hilvarenbeek en Loon op Zand. Zie onderstaand kader en Bijlage 2. Dongen Stichting Donckhuys Bibliotheek Theek 5 KunstPodium Goirle Jan van Besouw/S.C.A.G (Sociaal Culturele Accommodaties Goirle) Bibliotheek Goirle (onderdeel van BMB, Bibliotheek Midden-Brabant) Factorium (per 1-1-2025 is de subsidierelatie met de gemeente Goirle beeindigd) Hilvarenbeek Elckerlyc Bibliotheek Hilvarenbeek (onderdeel van de Bibliotheek Midden-Brabant, BMB) Cultuurschool Hilvarenbeek Loon op Zand Bibliotheek (onderdeel van BMB, Bibliotheek Midden-Brabant) Sophia’s Vereeniging Het Klavier

De RMB hanteert een brede definitie van het begrip ‘culturele instellingen’. Zie https://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/kunst-en-cultuur/kunst-en-cultuurbeleid Gemeenten bepalen het lokale cultuurbeleid. Hieronder vallen bijvoorbeeld: ruimtes voor podiumkunsten, lokale organisaties (zoals muziek- en toneelverenigingen), musea, bibliotheken en muziekscholen. 1

5

1.7

Aanpak van het onderzoek

Voor dit onderzoek zijn beleidsdocumenten bestudeerd. Daarnaast zijn interviews gehouden met beleidsmedewerkers en gesprekken gevoerd met vertegenwoordigers van culturele instellingen. Tot slot is per gemeente een focusgroep georganiseerd met de stakeholders om een breder perspectief te krijgen op het lokale cultuurbeleid. Werkwijze Deel 1: Subsidieverlening De RMB belicht in iedere gemeente de subsidieverlening aan de 3 grootste culturele instellingen dan wel de organisaties die culturele activiteiten uitvoeren (bv. in de multifunctionele accommodaties). Naast bestudering van begrotingen en andere financiële stukken is ook hier de visie open uitvoering van het lokale subsidieproces van belang. In de gesprekken is dan ook aandacht voor de effectiviteit en de monitoring van de resultaten. Werkwijze Deel 2: Ambities, doelen en rollen van de gemeente De RMB onderzoekt het lokale cultuurbeleid van onze gemeenten, uitgaande van de vastgestelde hogere ambities en concrete beleidsdoelen. Om een goed beeld te krijgen gaat de RMB niet alleen in gesprek met de wethouders en de beleidsmedewerkers van onze gemeenten, maar ook met de directeuren/vertegenwoordigers van de culturele instellingen. In de vorm van interviews en focusgroepen staat het delen van verkregen ervaring en kennis centraal.

Dit maakt dat de conclusies en aanbevelingen van het rapport van de RMB in 2025 goed aansluiten op de lokale praktijk. 1.8

Leeswijzer

Dit rapport beschrijft in hoofdstuk 1 de aanleiding, het doel en de aanpak van het onderzoek. Hoofdstuk 2 geeft het formele beleidskader, waarbinnen de gemeente het cultuurbeleid vormgeeft en uitvoert. Hoofdstuk 3 beantwoordt de onderzoeksvragen voor wat betreft het onderzoek naar de subsidieverlening aan de drie grootste culturele instellingen. Hoofdstuk 4 beantwoordt de onderzoeksvragen voor wat betreft de in 2025 vastgestelde cultuurnota. Hoofdstuk 5 geeft een beeld van hoe de culturele instellingen de rol van de gemeente ervaren. In hoofdstuk 6 staan de conclusies en aanbevelingen voor de gemeente Loon op Zand.

6

Hoofdstuk 2.

2.1

Beleidskader gemeente Loon op Zand

Beleidsvrijheid gemeente

De beleidsvrijheid voor een gemeente is bij kunst en cultuur groot. Rijk en provincie hebben hiervoor weinig kaders bepaald. De provincie Noord-Brabant heeft het Beleidskader Levendig Brabant 2030 opgesteld. Provinciale Staten ziet dit als een integraal provinciaal beleidskader voor cultuur, erfgoed, sport en vrijetijd. De Omgevingsvisie is de basis van Levendig Brabant 2030. 2.2

Onderzoeksvragen

In dit hoofdstuk worden de onderzoeksvragen over het gemeentelijke beleidskader beantwoord (zie Rekenkamerbrief aan de raden aangeboden op 25 september 2024 en bijlage 1 van deze nota van bevindingen). Richtinggevende onderzoeksvragen: • Hoe ziet de lokale culturele sector eruit? En wat is de actuele situatie van de culturele sector? • Wat zijn de (door de raad vastgestelde) concrete doelen van de gemeenten op het gebied van cultuur?

2.3

Bestuursakkoord 2022

In het Bestuursakkoord 2022-2026 van Loon op Zand is cultuur als volgt opgenomen: “In het coalitieakkoord 2022-2026 van Loon op Zand (VVD, PRO3, CDA en VOORLOON) is er nog geen uitgewerkte cultuurnota aanwezig. Wel zijn er enkele culturele focuspunten benoemd in Venster 2 'Gemeenschappen.” De coalitie wil een visie op cultuur ontwikkelen en op basis daarvan cultuurbeleid maken (punt 9); ook wil de coalitie cultuurbeoefening stimuleren door goed onderhouden en voldoende accommodaties te bieden (punt 10). 2.4

Subsidieverlening

Het subsidiebeleid van de gemeente Loon op Zand is vastgelegd in de Algemene Subsidie Verordening (ASV) uit 2019. Artikel 3 van deze verordening bepaalt dat het college nadere regels kan stellen ter uitwerking van de verordening, met een subsidieregeling. 7

De gemeente hanteert een individuele benadering per instelling bij het verstrekken van subsidies, zonder een overkoepelend document dat alle cultuursubsidies samenvat. In 2025 wordt het subsidiebeleid geëvalueerd. De gemeente beoogt het nieuwe subsidiebeleid vast te stellen tijdens de laatste raadsvergadering van 2025. Het nieuwe subsidiebeleid is dan van toepassing in 2026. 2.5

Sociaal domein

Cultuur valt in Loon op Zand binnen het sociaal domein, volgens de visie op het sociaal domein 2022-2027 ‘In de buurt/ Aan de buurt”2. Deze visie is door de gemeenteraad vastgesteld in februari 2022. Hieronder vatten we samen wat deze visie zegt over cultuur. De visie benadrukt het belang van "sport- en cultuurverenigingen" als essentiële partners voor het realiseren van sterke gemeenschappen. De visie stelt dat cultuurverenigingen bijdragen aan sociale cohesie en het gevoel "erbij te horen". Cultuur wordt niet primair gezien als kunstvorm, maar als middel voor sociale verbinding en onderlinge steun.

Dit sluit aan bij de latere cultuurnota (2025) die cultuur expliciet positioneert binnen het sociaal domein onder het motto "cultuur in dienst van de maatschappij." 2.6

Kunst- en cultuur

De gemeenteraad heeft in februari 2025 de nota voor het kunst- en cultuurbeleid 20252028 ‘De waarde van Kunst en Cultuur’ vastgesteld. In de periode ervoor werkte de gemeente Loon op Zand zonder een vastgestelde cultuurnota. In deze nieuwe nota definieert de gemeente haar rol ten aanzien van kunst en cultuur als het faciliteren, stimuleren, verbinden en waarderen. In hoofdstuk 4 van deze nota van bevindingen gaan we dieper in op deze nota. 2.7

Accommodatiebeleid

Naast de subsidieverlening en het kunst- en cultuurbeleid speelt ook het accommodatiebeleid een belangrijke rol. De gemeente voert in 2025 onderzoek uit naar het accommodatiebeleid, waarna in 2026 een nieuw beleid kan worden vastgesteld. De gemeente beheert momenteel zelf de exploitatie van Het Klavier. In de kunst- en cultuurnota wordt aangegeven dat de gemeente een keuze moet maken over haar rol bij de exploitatie van Het Klavier. In de kunst- en cultuurnota staat in paragraaf 7.2.1. het volgende: De gemeente Loon op Zand verkent door middel van een onderzoek in 2025 scenario’s om te komen tot een exploitatie en beheersvorm voor het theater, de danszaal en de overige te verhuren openbare locaties in het Klavier. Dit cultuurbeleid biedt kaders waarbinnen richting gegeven kan worden aan een doeltreffende inzet van de sociaalculturele ruimten in het Klavier en het theater in het bijzonder.”

https://loonopzand.bestuurlijkeinformatie.nl/Agenda/Document/60f43b41-529e-4de7-be4e17ea0b7cb5b1?documentId=34b94723-88a1-49fa-b6e6-c179ef7a5e07&agendaItemId=28938e89-67aa49c5-9e75-c9933791dc5b 2

8

2.8

Bibliotheekwet

Het Rijk heeft met de Bibliotheekwet van 2015 de rol van openbare bibliotheken in Nederland versterkt. Er komt een nieuwe wet (WSOB) die iedere gemeente de wettelijke taak geeft vanaf 2026 te zorgen dat haar inwoners toegang hebben tot een volwaardige bibliotheek, ondersteund door een tijdelijke regeling die hen helpt zich voor te bereiden. De portefeuillehouder onderwijs heeft ook de bibliotheek in het pakket. Kunst en cultuur maakt deel uit van het takenpakket van een andere portefeuillehouder. 2.9

Bevindingen RMB over beleidskader

De RMB geeft hieronder de bevindingen bij het beleidskader: • Gemeenten hebben veel beleidsvrijheid bij kunst en cultuur. • In 2025 verscheen de cultuurnota. Daarvoor werd zonder cultuurnota gewerkt. • Bibliotheekwet (2015) en nieuwe WSOB geven de gemeente wettelijke taken vanaf 2026. • Het beleidskader voor kunst en cultuur wordt in 2025 en 2026 stapsgewijs ingevuld (februari 2025: nota kunst- en cultuurbeleid; 2025/2026 subsidiebeleid; en 2026 accommodatiebeleid) • Bibliotheek en kunst/cultuur vallen onder verschillende portefeuillehouders. • Loon op Zand bevindt zich in een overgangsfase, met beleid dat nog in ontwikkeling is.

9

Hoofdstuk 3.

3.1

Subsidieverlening

Inleiding

Het onderzoek naar de subsidieverlening aan de drie grootste culturele instellingen heeft de RMB in eigen beheer uitgevoerd. In dit hoofdstuk worden de onderzoeksvragen over de subsidieverlening beantwoord (zie Rekenkamerbrief aan de gemeenteraden aangeboden op 25 september 2024 en bijlage 1 van deze nota van bevindingen). • Richtinggevende onderzoeksvragen • Wat wil de gemeente/raad bereiken door middel van subsidieverlening aan de culturele instellingencultuur? • Hoe is het subsidiebeleid vormgegeven? • Op welke andere manieren dan subsidieverlening ondersteunt de gemeente de culturele sector? • Hoe meet en monitort de gemeente de inzet van de middelen van de gemeente bij het cultuurbeleid (geld, personeel, kennis en andere ondersteuning)? • Op welke wijze legt B&W verantwoording af aan de gemeenteraad over de ambities en resultaten van het cultuurbeleid? 3.2

Selectie culturele instellingen

De lokale culturele sector in de gemeente Loon op Zand bestaat uit diverse instellingen en accommodaties. In ons onderzoeken hebben we gekeken naar de culturele instellingen die de hoogste subsidiebedragen ontvangen van de gemeente Loon op Zand. De culturele instellingen die we in Loon op Zand onderzocht hebben: 1. Het Klavier 2. Bibliotheek (onderdeel van BMB, Bibliotheek Midden-Brabant) 3. Sophia’s Vereeniging Het Klavier staat in Kaatsheuvel en is een multifunctionele accommodatie, waarvan het beheer en de exploitatie (nog) onder het fysieke domein vallen. Na het onderzoek in 2025 zal blijken of Het Klavier zowel beleidsmatig als financieel wordt overgebracht naar het sociaal domein (waar kunst en cultuur onderdeel van uitmaken). 10

Bibliotheek Midden-Brabant voert het bibliotheekwerk uit in de gemeente Loon op Zand. De bibliotheek is gevestigd in Het Klavier in Kaatsheuvel. Sophia’s Vereeniging is een symfonisch blaasorkest en behoort tot de top van de blaasorkesten in Nederland. Het orkest bestaat uit gevorderde amateurs. Ook zijn er meerdere muzikanten met een muziekvakopleiding en studenten van conservatoria. Bijlage 3 bevat het verslag van het onderzoek van de RMB naar de subsidieverlening aan deze instellingen. Hieronder volgt de weergave aan de hand van de onderzoeksvragen van de RMB (zie bovenstaand kader op deze pagina). 3.3

Doelen subsidieverlening

In deze paragraaf geven we antwoord op de onderzoeksvragen over de doelen van de subsidieverlening. Welke doelen streeft de gemeente na met haar subsidieverlening? De gemeente Loon op Zand verstrekt subsidies op basis van Algemene Subsidie Verordening (ASV) 2019. Daarmee worden samenwerkingsprogramma’s en het betrekken van verschillende doelgroepen gefaciliteerd. Daarnaast worden er subsidies beschikbaar gesteld aan lokaal talent en professionals uit de creatieve sector om initiatieven te realiseren die bijdragen aan de sociale cohesie en gemeenschapszin. Uit het onderzoek is naar voren gekomen dat de gemeente een individueel (subsidie)beleid per instelling hanteert. Ook is aangegeven dat cultureel centrum Het Klavier onder het fysieke domein valt, maar (op een nog nader te bepalen moment) wordt overgebracht naar het sociaal domein (waarvan cultuur een onderdeel is). Het hiervoor beschreven subsidiebeleid wordt afzonderlijk uitgevoerd, los van het kunst- en cultuurbeleid en het accommodatiebeleid. Hierdoor zijn de doelen van het cultuurbeleid en het subsidiebeleid (nog) niet met elkaar verbonden. Welke rol wil de gemeente bij de subsidieverlening? De gemeente Loon op Zand heeft in 2025 haar rol gedefinieerd als het faciliteren, stimuleren, verbinden en waarderen van kunst en cultuur.

Deze rol komt tot uiting in het verstrekken van subsidies en het beheren van culturele accommodaties. 3.4

Middelen subsidieverlening

In deze paragraaf geven we antwoord op de onderzoeksvragen over de middelen van de subsidieverlening. Op welke wijze subsidieert de gemeente culturele instellingen? De gemeente Loon op Zand ‘subsidieert’ de culturele sector op twee manieren: 1. Directe subsidiëring: De gemeente verstrekt subsidies aan culturele organisaties, waaronder Bibliotheek Midden-Brabant, lokaal talent en professionals uit de 11

creatieve sector. Hierbij wordt een individuele benadering per instelling gehanteerd. 2. Indirecte subsidiëring via accommodatiebeheer: De gemeente beheert en financiert direct de exploitatie van culturele accommodaties zoals Het Klavier, Dorpshuis Loon op Zand en De Wetering. Deze accommodaties vormen een onderdeel van de infrastructuur voor culturele activiteiten in de gemeente. Daarnaast draagt de gemeente bij aan cultuurparticipatie en -educatie met de Brede Regeling Combinatiefunctionarissen (BRC) en het Jeugdfonds sport en cultuur. Hieronder volgt een overzicht van de begrotingsposten 2025 voor het kunst- en cultuurbeleid. Budgetposten 2025: • Kunst- en cultuurstimulering: €32.838 • BRC (Brede Regeling Combinatiefuncties): €43.168 • 'Cultuurcoach' Rode Loper: €40.036 • CLIP: €3.132 • Verenigingsondersteuning/Subsidie: €69.196 • Jeugdfonds Sport en Cultuur: €12.950 • Openbaar Bibliotheekwerk: €606.430 Totaal bestaand budget 2025: €764.582

Hoe wordt subsidieverlening ingezet als instrument om gestelde doelen te bereiken? Het subsidiebeleid van Loon op Zand werkt via een individuele benadering per instelling, zonder overkoepelende regeling. De gemeente verstrekt subsidies gericht op samenwerkingsprogramma's en het betrekken van verschillende doelgroepen. Daarnaast worden subsidies beschikbaar gesteld aan lokaal talent en professionals uit de creatieve sector voor initiatieven die bijdragen aan de sociale cohesie en gemeenschapszin. De subsidiecyclus is door de gemeente verkort van 3 jaar naar 1 jaar vanwege de gemeentelijke evaluatie van het subsidiesysteem in 2025. Welke voorwaarden worden aan de culturele instellingen gesteld? De voorwaarden worden per culturele instelling individueel bepaald. Dit maakt dat het lastig is instellingen met elkaar te vergelijken en maakt het ook diffuus op welke wijze keuzes worden gemaakt. Dit gebrek aan uniformiteit en transparantie in de subsidievoorwaarden kan leiden tot onduidelijkheid bij subsidieaanvragers en bemoeilijkt mogelijk de evaluatie van de effectiviteit van de subsidieverlening. 3.5

Effecten subsidieverlening

In deze paragraaf geven we antwoord op de onderzoeksvragen over de effecten van de subsidieverlening. Welke effecten wil de gemeente bereiken met de subsidieverlening? Met haar nieuwe cultuurbeleid (2025) wil de gemeente bijdragen aan de sociale cohesie en gemeenschapszin in Loon op Zand. Door het verstrekken van subsidies wil zij 12

samenwerkingsprogramma's en het betrekken van verschillende doelgroepen faciliteren. Door subsidies te verstrekken aan lokaal talent en professionals uit de creatieve sector wil de gemeente ruimte geven aan initiatieven die een positieve maatschappelijke impact hebben. Het wordt uit de documenten niet duidelijk wat dat betekent en hoe dat wordt gemonitord. Hoe beoordeelt de gemeente de prestaties van de gesubsidieerde instellingen? De onderzochte documenten geven geen beeld hoe de gemeente de prestaties van gesubsidieerde instellingen systematisch beoordeelt. Er wordt wel vermeld dat de verantwoording over 2023 is afgerond, maar er wordt niet gespecificeerd welke criteria hierbij zijn gehanteerd en hoe deze beoordeling plaatsvindt. Gezien het individuele subsidiebeleid per instelling is het aannemelijk dat ook de (ambtelijke) beoordeling van prestaties per instelling verschilt, zonder een uniform kader voor evaluatie. Hoe meet en monitort de gemeente de subsidieverlening aan culturele instellingen? In de onderzochte documenten is geen expliciete informatie gevonden over hoe de gemeente Loon op Zand het cultuurbeleid als geheel meet en monitort. Er lijkt geen systematische evaluatie te zijn van de effecten van de subsidieverlening in relatie tot de gestelde doelen.

De in 2024 aangekondigde evaluatie van het subsidiebeleid zou mogelijk meer inzicht kunnen geven in de effectiviteit van de huidige aanpak en kunnen leiden tot een beter monitoringssysteem in het nieuwe beleid dat in 2026 aan de gemeenteraad zal worden voorgelegd. 3.6

Verantwoording over subsidieverlening aan de gemeenteraad

In deze paragraaf geven we antwoord op de onderzoeksvragen over de doelen van de subsidieverlening. Hoe is de verantwoording van subsidies door de culturele instellingen aan de gemeente ingericht? De documenten geven aan dat de verantwoording over 2023 is afgerond, maar specificeren niet hoe deze verantwoording precies is ingericht. Aangezien de gemeente een individueel subsidiebeleid per instelling hanteert, is het waarschijnlijk dat ook de verantwoordingsprocessen per instelling verschillen. Het ontbreken van een overkoepelend document met alle verleende subsidies kan duiden op een gefragmenteerde verantwoordingsstructuur die lastig te monitoren is. Op welke wijze legt B&W verantwoording af aan de gemeenteraad over de ambities en resultaten van het subsidiebeleid? Uit het onderzoek blijkt dat er geen overkoepelend document bestaat dat alle verstrekte cultuursubsidies samenvat. De Rekenkamer vraagt zich dan ook af hoe de raad weet hoe hoog de subsidieplafonds zijn; en of dit via het vaststellen van de begroting voor de gemeenteraad duidelijk is. 13

Tijdens het onderzoek bleek dat in 2025 de evaluatie van het subsidiebeleid wordt uitgevoerd waarna in 2026 nieuw beleid aan de gemeenteraad zal worden voorgelegd. Hieruit kan worden afgeleid dat de formele verantwoording aan de raad momenteel beperkt is en mogelijk alleen via de reguliere planning en control cyclus plaatsvindt. Het ontbreken van een gestructureerde verantwoordingssystematiek voor cultuursubsidies beperkt mogelijk het inzicht van de gemeenteraad in de effectiviteit van het cultuurbeleid en de besteding van middelen, wat de controlerende rol van de raad kan bemoeilijken. 3.7

Bevindingen RMB over subsidieverlening

De RMB heeft het volgende beeld gekregen bij de subsidieverlening aan drie culturele instellingen: •

• •

•

• • • •

Voor de subsidieverlening ontbreken kaders. De subsidieverlening aan de instellingen gebeurt op individuele basis. Deze individuele benadering kan de meting van de effectiviteit beperken. Er zijn twee manieren van financiele ondersteuning: directe subsidiëring aan organisaties en indirecte subsidiëring via accommodatiebeheer (bv. Het Klavier). De gemeente heeft de subsidiecyclus verkort van 3 jaar naar 1 jaar, vanwege de gemeentelijke evaluatie van het subsidiesysteem in 2025. Dit leidt echter tot onzekerheid bij instellingen, veroorzaakt een toename aan administratieve processen en zorgt voor een gebrek aan beleidsontwikkeling op de lange termijn. De onderzochte documenten geven geen beeld hoe de gemeente de prestaties van gesubsidieerde instellingen systematisch beoordeelt. Voorwaarden worden per instelling bepaald, zonder uniforme criteria. Een systematische evaluatie van de effecten van de subsidieverlening in relatie tot de gestelde voorwaarden/doelen ontbreekt. De evaluatie van het subsidiebeleid door de gemeente volgt eind 2025. De gemeenteraad heeft geen zicht op totale subsidieplafonds. De gemeenteraad wordt niet in de gelegenheid gesteld om haar controlerende taak uit te oefenen bij de subsidieverlening aan culturele instellingen.

14

Hoofdstuk 4.

4.1

Kunst en cultuurbeleid

Inleiding

In dit hoofdstuk worden de onderzoeksvragen toegepast op het kunst- en cultuurbeleid (zie Rekenkamerbrief aan de raden aangeboden op 25 september 2024 en bijlage 1 van deze nota van bevindingen). Richtinggevende onderzoeksvragen: • Wat wil de gemeente/raad bereiken door middel van subsidieverlening aan de culturele instellingencultuur? • Hoe is het subsidiebeleid vormgegeven? • Op welke andere manieren dan subsidieverlening ondersteunt de gemeente de culturele sector? • Hoe meet en monitort de gemeente de inzet van de middelen van de gemeente bij het cultuurbeleid (geld, personeel, kennis en andere ondersteuning)? • Op welke wijze legt B&W verantwoording af aan de gemeenteraad over de ambities en resultaten van het cultuurbeleid? 4.2

Doelen kunst- en cultuurbeleid

In deze paragraaf geven we antwoord op de onderzoeksvragen over de doelen van het cultuurbeleid. Welke doelen streeft de gemeente na met haar kunst- en cultuurbeleid? Voor 2025 was er geen kaderstellende beleidsnota voor het (kunst- en) cultuurbeleid. De nota voor het kunst- en cultuurbeleid 2025-2028 ‘De waarde van Kunst en Cultuur’ presenteert een integrale visie voor 2025-2028 met als kernwaarde dat kunst en cultuur voor iedereen toegankelijk moet zijn. De nota erkent zowel de intrinsieke artistieke waarde als de maatschappelijke meerwaarde van cultuur. Het beleid is opgebouwd rond vier programmalijnen: 1. Toegang tot kunst en cultuur: Focus op laagdrempelige toegang voor alle inwoners, met speciale aandacht voor kinderen. De gemeente wil samen met partners zoals de bibliotheek ouders bewust maken van cultuuraanbod en samenwerking tussen onderwijs en culturele instellingen versterken. 15

2. Samenwerking binnen kunst en cultuur: Verenigingen worden gestimuleerd samen te werken om elkaars bereik te vergroten en middelen efficiënter in te zetten. Hiervoor wordt een cultuurcoach aangesteld die verbindingen legt tussen verschillende partijen. 3. Trots op de Loonse cultuur: Koesteren van het culturele aanbod en immaterieel erfgoed (zoals carnaval, harmonieën en gildes) en waardering voor de economische waarde van een bruisend cultureel klimaat. 4. Cultuur in dienst van de maatschappij: de gemeente ziet dat kunst en cultuur steeds vaker een rol gaan spelen om uitdagingen op gebied van eenzaamheid, inclusie en gezondheid aan te pakken. Uit de participatieprocessen van de gemeente met culturele organisaties kwamen drie belangrijke behoeften naar voren: • Een centrale ontmoetingsplek voor culturele activiteiten • Een cultuurraad als adviesorgaan voor college en gemeenteraad • Een cultuurcoach als verbindende functionaris Welke rol wil de gemeente spelen bij de lokale cultuur? De gemeente Loon op Zand heeft in 2025 haar rol gedefinieerd als het aanmoedigen, stimuleren, verbinden en waarderen van kunst en cultuur. Een cultuurcoach moet de verbinder zijn tussen de kunst- en cultuurpartijen, omdat deze partijen daar behoefte aan hebben. De cultuurraad wordt opgezet en kan invulling gaan geven aan het beleid.

Daarnaast is een rol het toetsen en toekennen van subsidies, maar hier ligt niet de nadruk. 4.3

Middelen

In deze paragraaf geven we antwoord op de onderzoeksvragen over de middelen die voor het cultuurbeleid worden ingezet. Op welke wijze ondersteunt de gemeente de culturele sector? De gemeente geeft uitvoering aan dit beleid door: • Het opzetten van een cultuurraad met vertegenwoordigers uit de sector • De aanstelling van een cultuurcoach (0,5 FTE) • Het verlenen van subsidies indien voldaan wordt aan de regels zoals opgenomen in het op dat moment geldende subsidiekader. • Het aanmoedigen van collectieve kunstinitiatieven • Investeren in, de door de gemeente aangewezen, gebouwen en accommodaties voor culturele doeleinden. Bij de bibliotheek ziet de gemeente zowel raakvlakken met onderwijs als met kunst en cultuur. De gemeente ziet de bibliotheek als een belangrijke culturele partner en valt hiermee dus onder het kunst- en cultuurbeleid (en zou dan mogen deelnemen aan de cultuurraad). De bibliotheek krijgt - net als andere kunst- en culturele partijen - subsidie vanuit het subsidiebeleid Welzijn. De portefeuillehouder onderwijs heeft de bibliotheek in het pakket. 16

Het Klavier krijgt als multifunctionele accommodatie van de gemeente bijzondere aandacht. In 2025 wordt onderzocht welke beheer- en exploitatievorm het beste past bij de maatschappelijke doelstellingen. Hoe wordt het beleid ingezet als instrument om gestelde doelen te bereiken? Hoofdstuk 8.1 van de kunst- en cultuurnota vermeldt het bestaande budget (wat er al was voor de vaststelling van het beleid) en in hoofdstuk 8.2 staan de extra middelen die voortkomen (en ook zijn meegenomen in de programmabegroting) voor het bekostigen van de programmalijnen. Hieronder volgt een overzicht op basis van de kunst- en cultuurnota.

In de cultuurnota "De waarde van Kunst en Cultuur" van Loon op Zand worden de volgende budgetten genoemd: Bestaande budgetposten 2025: • Kunst- en cultuurstimulering: €32.838 • BRC (Brede Regeling Combinatiefuncties): €43.168 • 'Cultuurcoach' Rode Loper: €40.036 • CLIP: €3.132 • Verenigingsondersteuning/Subsidie: €69.196 • Jeugdfonds Sport en Cultuur: €12.950 • Openbaar Bibliotheekwerk: €606.430 Totaal bestaand budget 2025: €764.582 Nieuwe investeringen vanaf 2025: • Cultuurcoach (0,5 FTE): €45.000 per jaar • Cultuurraad: €10.000 (2025-2026), €5.000 (vanaf 2027) • Flexibel Subsidiebudget: €10.000 (2025-2026), €5.000 (vanaf 2027) • Onderzoek exploitatie Het Klavier: bedrag nog vast te stellen in 2025 Totaal cultuurbudget Het totale cultuurbudget komt daarmee op ongeveer €830.000 per jaar (bestaand + extra budget).

Welke geldstromen zijn er en hoe lopen deze? Er is een budget voor cultuur beschikbaar gesteld (ongeveer €830.000 per jaar). Zie de beantwoording van de vorige vraag. Welke voorwaarden worden aan de subsidies gesteld? Geen, omdat de subsidieverlening niet wordt gezien als onderdeel van het kunst- en cultuurbeleid. De subsidieverlening wordt gedaan vanuit de jaarlijks op te stellen subsidiekaders. Hoe beoordeelt de gemeente de prestaties van de instellingen? De gemeente heeft een afzonderlijk kunst- en cultuurbeleid, subsidiebeleid en (beoogd) accommodatiebeleid. Het kunst- en cultuurbeleid wordt tussentijds geëvalueerd in 2030 en aan het eind in 2035, waarbij niet alleen naar kwantitatieve indicatoren wordt gekeken maar ook feedback van alle betrokkenen wordt verzameld. 17

4.4

Effecten

In deze paragraaf geven we antwoord op de onderzoeksvragen over de effecten van het cultuurbeleid. Welke effecten wil de gemeente bereiken met het cultuurbeleid? Met haar cultuurbeleid (2025) wil de gemeente bijdragen aan de sociale cohesie en gemeenschapszin in Loon op Zand. Het sociaal domein heeft als speerpunt een beweging te maken naar een sterke gemeenschap. Met dit beleid wil de gemeente ook de kunst- en cultuurpartijen in hun kracht zetten. Het kunst- en cultuurbeleid dient als een startpunt waarnaar door de kunst- en cultuurpartijen (bijvoorbeeld in een cultuurraad) verdere uitwerking gegeven kan worden aan de programmalijnen. Het beleid wordt tussentijds geëvalueerd in 2030 en aan het eind in 2035, waarbij dan niet alleen naar kwantitatieve indicatoren wordt gekeken maar ook feedback van alle betrokkenen wordt verzameld. 4.5

Verantwoording aan de gemeenteraad

In deze paragraaf geven we antwoord op de onderzoeksvragen over de doelen van het cultuurbeleid. Hoe is de verantwoording van subsidies door de instellingen aan de gemeente ingericht? De nota voor het kunst- en cultuurbeleid 2025-2028 ‘De waarde van Kunst en Cultuur’ verwijst op verschillende plekken naar subsidies en financiële kaders, maar geeft geen gedetailleerd verantwoordingsproces. Op pagina 16 van de kunst- en cultuurnota wordt gesproken over evaluatie als "een vast onderdeel van het beleidsproces" en als "niet alleen een administratieve verplichting ter verantwoording van bestede middelen en subsidies, maar ook een manier om te achterhalen of de doelen gerealiseerd worden." Hoe meet en monitort de gemeente het cultuurbeleid? De kunst- en cultuurnota 2025-2028 benadrukt het belang van "een voortdurende dialoog tussen de gemeente, culturele instellingen en de gemeenschap" voor het succesvol uitvoeren van het beleid, maar werkt niet uit hoe deze dialoog structureel wordt vormgegeven als onderdeel van monitoring en evaluatie. De kunst- en cultuurnota bevat beperkte informatie over hoe het cultuurbeleid zal worden gemeten en gemonitord.

De monitoring en evaluatie worden summier behandeld in hoofdstuk 9 "Communicatie en evaluatie" (pagina 16-17), met de volgende elementen: o Evaluatiemomenten: Een tussenevaluatie in 2030 en Een eindevaluatie in 2035 o Genoemde meetinstrumenten: "Meetbare doelen en indicatoren zoals publieksbereik, culturele participatie en economische impact", feedback van betrokkenen en publiek en Evaluatiegesprekken met betrokkenen (cultuuraanbieders, verenigingen, onderwijs, maatschappelijke partners en deelnemende inwoners) o Rol van de cultuurraad: De cultuurraad kan advisering uitbrengen aan de voorkant van het evaluatieproces en aan de cultuurraad wordt advies gevraagd over "de te evalueren doelen en indicatoren én de te bespreken onderwerpen tijdens de evaluatiegesprekken" 18

Op welke wijze legt B&W verantwoording af aan de gemeenteraad over de ambities en resultaten van het subsidiebeleid? De nota voor het kunst- en cultuurbeleid 2025-2028 ‘De waarde van Kunst en Cultuur’ noemt geen specifieke rapportagemomenten, inhoudelijke of financiële verantwoordingscriteria, of formele verantwoordingsprocessen die aangeven hoe en wanneer de gemeenteraad wordt geïnformeerd over de voortgang en resultaten van het kunst- en cultuurbeleid. De nota voor het kunst- en cultuurbeleid 2025-2028 bevat enkele verwijzingen naar verantwoording richting de gemeenteraad: • Er wordt een cultuurraad opgezet die als onafhankelijk adviesorgaan zal fungeren. Deze cultuurraad kan "onafhankelijk advies geven aan het college van burgemeester en wethouders en de gemeenteraad voor de uitvoering van dit cultuurbeleid" (pagina 9). • Op pagina 16 wordt kort ingegaan op evaluatie, waarbij wordt aangegeven dat de gemeente een tussenevaluatie in 2030 en een eindevaluatie in 2035 zal houden. Echter, er wordt niet expliciet vermeld dat deze evaluaties aan de gemeenteraad worden voorgelegd. • Met betrekking tot het onderzoek naar de exploitatie en beheersfunctie van het Klavier wordt vermeld dat "hiervoor zal op dat moment gecommuniceerd worden naar het college van burgemeester en wethouders én de gemeenteraad" (pagina 16). 4.6

Bevindingen RMB over kunst- en cultuurbeleid

De RMB heeft kennisgenomen van de in februari 2025 vastgestelde kunt- en cultuurnota, die inzicht geeft in de ambities, visie en rollen van de gemeente bij het kunst- en cultuurbeleid. De gemeente werkt aan verbreding van het draagvlak. Er komt in 2025 en 2026 veel in beweging: • Subsidiebeleid is in ontwikkeling (evaluatie in 2025 en in gemeenteraad in 2026). • Accommodatiebeleid is in ontwikkeling (in gemeenteraad in 2026). • Onderzoek naar Het Klavier in 2025. • Bibliotheek: de uitwerking van wettelijke verplichtingen zal blijken in 2026. Het valt de RMB op dat er geen concrete KPI's (Key Performance Indicators) worden genoemd; er geen gedetailleerd monitoringssysteem of -frequentie wordt beschreven; er niet wordt vermeld hoe de voortgang tussentijds wordt bijgehouden (tussen 20252030); er geen specifieke methodologie voor dataverzameling is uitgewerkt en er geen duidelijke criteria zijn gedefinieerd voor het beoordelen van succes. Ook valt het de RMB op dat de subsidieverlening niet wordt gezien als onderdeel van het kunst- en cultuurbeleid.

19

Tijdens het onderzoek (2024 - 2025) zijn er een aantal voornemens en plannen zichtbaar. Het gaat concreet om: • Het opzetten van een cultuurraad, als een kerngroep van vrijwilligers die fungeert als onafhankelijk adviesorgaan; • De aanstelling van een cultuurcoach (0,5 FTE) die deelname aan cultuur stimuleert en verbindingen legt; • Een onderzoek in 2025 naar scenario's voor exploitatie en beheer van de theaterzaal en andere ruimtes in Het Klavier. De kunst- en cultuurnota stelt dat de gemeenteraad in 2030 een evaluatie ontvangt. Het is nog niet duidelijk wat gaat de gemeenteraad gaat zien in de bestuursperiode 20262030. Over de meting en monitoring – en over de wijze waarop wordt geevalueerd - wordt weinig gezegd in de nota voor het kunst- en cultuurbeleid 2025-2028. Hetzelfde geldt voor de verantwoording aan de gemeenteraad

20

Hoofdstuk 5

5.1

Wat is de ervaren rol van de gemeente Loon op Zand m.b.t. de culturele sector?

Inleiding

Het onderzoek naar de relatie tussen de gemeente en de drie geselecteerde culturele instellingen heeft de RMB uitbesteed aan een extern bureau. In dit hoofdstuk beantwoordt de RMB de onderzoeksvragen over de ervaringen van de geselecteerde culturele instellingen met de gemeente. Deze onderzoeksvragen stonden in de Rekenkamerbrief aan de gemeenteraden (aangeboden op 25 september 2024) en bijlage 1 van deze nota van bevindingen. Richtinggevende onderzoeksvragen: • Welke rol(len) speelt de gemeente? • Welke rol(len) zou de gemeente willen spelen? • Welke rol(len) verwacht de culturele sector van de gemeente? • Welke verbetermogelijkheden zien de culturele instellingen bij de rol vervulling door de gemeente?

5.2

Aanpak onderzoek met interviews en focusgroep

Om antwoord te krijgen op de vraag naar de ervaren rol van de gemeente Loon op Zand zijn interviews gehouden met beleidsmedewerkers van de gemeente Loon op Zand en vertegenwoordigers van de grootste culturele instellingen (zie onderstaand kader). Loon op Zand • • •

Directeur Bibliotheek (onderdeel van BMB, Bibliotheek Midden-Brabant) Voorzitter Sophia’s Vereeniging Het Klavier (exploitatie en beheer bij gemeente Loon op Zand)

Daarna hebben de geïnterviewden een focusgroep gevormd om te reflecteren op de voorlopige beelden, die uit de interviews waren voortgevloeid. De beleidsmedewerkers van de gemeente Loon op Zand (kunst, cultuur en accommodatie) hebben ook deelgenomen aan de focusgroep (op 15 mei 2025). In dit hoofdstuk volgt een weerslag van de interviews en de focusgroep. In dit hoofdstuk gaat het om de ervaringen en percepties van de geselecteerde culturele instellingen. Zij zijn belangrijk om een beeld te krijgen van de relaties. Het kan dus gebeuren dat de 21

vermelde ervaringen en percepties onderling van elkaar afwijken of zelfs tegenstrijdig zijn. 5.3

Welke rol(len) ervaren de culturele instellingen van de gemeente?

De RMB geeft een overzicht van de rollen die de geselecteerde culturele instellingen ervaren van de gemeente Loon op Zand: •

•

•

•

•

•

Gemeente als top-down beleidsmaker: Culturele instellingen ervaren dat de gemeente een top-down benadering hanteert waarbij bestaande lokale culturele instellingen worden ingepast in een gemeentelijk beleid. Ze voelen zich niet altijd erkend als partners met een bewezen track-record. Hoewel de gemeente aangeeft dat er een participatietraject is gevolgd bij de voorbereiding van de cultuurnota, lijkt dit voor de instellingen niet zo te worden ervaren. Wisselende gesprekspartner door personeelswisselingen: De gemeente wordt ervaren als een organisatie met veel personeelswisselingen, waardoor culturele instellingen steeds opnieuw hun verhaal moeten uitleggen aan nieuwe medewerkers. De voorzitter van Sophia's Vereeniging geeft bijvoorbeeld aan dat hij in de afgelopen jaren steeds hetzelfde verhaal heeft moeten vertellen aan nieuwe medewerkers (aangeduid als "1-pitters"), en de bibliotheek meldt dat er in 4 jaar tijd 5 verschillende gemeentelijke contactpersonen zijn geweest. Financier met korte-termijn focus: De gemeente wordt gezien als een financiële ondersteuner die voornamelijk denkt in korte termijnen. De voorzitter van Sophia's Vereeniging pleit nadrukkelijk voor meerjarige afspraken en voor het compenseren van inflatie, wat suggereert dat dit momenteel niet gebeurt.

Er is een verschuiving geweest van een 3-jarige naar een 1-jarige subsidiecyclus, wat zorgen veroorzaakt bij verenigingen die vooruit moeten plannen. Trage besluitvormer rond accommodaties: De gemeente wordt ervaren als een trage besluitvormer, met name rond accommodaties. De voorzitter van Sophia's Vereeniging signaleert dat de gemeente al jaren bezig is met accommodaties (Het Klavier, De Wetering, De Werft en het Dorpshuis Loon op Zand), maar dat er na al die jaren nog steeds geen goede accommodaties voor culturele activiteiten in de gemeente zijn. Dit heeft geleid tot scepsis en zelfs cynisme onder culturele instellingen. Beginnend bruggenbouwer: Recenter lijkt de gemeente zich te ontwikkelen als bruggenbouwer die probeert verbindingen te leggen tussen verschillende domeinen. De cultuurnota wordt gezien als "een start van een gesprek" en er zijn plannen voor een cultuurraad en het aantrekken van een cultuurcoach. De culturele organisaties erkennen dat de nieuwe medewerkers energie brengen en dat de communicatie beter wordt, maar ze blijven sceptisch over de daadkracht van de gemeente. Versnipperde organisatie: De culturele instellingen ervaren de gemeente als een versnipperde organisatie, waarbij de geselecteerde instellingen onder verschillende domeinen vallen: het fysieke domein (Het Klavier), welzijn (bibliotheek) en cultuur (Sophia's Vereeniging).

Dit leidt voor de instellingen tot complexiteit in de afstemming, hoewel de gemeente aangeeft dat deze 22

organisatorische spreiding intern verplicht dan ook weer leidt tot meer interne samenwerking. 5.4

Welke verbetermogelijkheden zien de culturele instellingen bij rolvervulling door de gemeente?

De instellingen zien verbetermogelijkheden op het terrein van: •

•

•

•

•

•

•

Van top-down naar partnerschap: De culturele instellingen willen erkend worden als gelijkwaardige partners met een bewezen track-record. Ze pleiten voor een benadering die uitgaat van het bestaande lokale culturele kapitaal in plaats van een top-down benadering waarbij de gemeente bestaande instellingen probeert in te passen in haar beleid. Continuïteit in personeelsbezetting: Er is grote behoefte aan continuïteit in de contactpersonen bij de gemeente. De vele wisselingen van '1-pitters' worden als problematisch ervaren. Goede overdracht tussen personeelswisselingen wordt als essentieel gezien. Een suggestie is om het werk meer samen te voegen zodat "het collectieve geheugen gewaarborgd kan worden" en om bij inspraakavonden "altijd minimaal 2 mensen aanwezig" te laten zijn. Meerjarige financiële afspraken: Culturele instellingen pleiten voor terugkeer naar meerjarige financiële afspraken en indexering van subsidies. "De 3-jarige cyclus bracht veel zekerheid en de 1-jarige cyclus brengt veel zorgen en administratie met zich mee." Verenigingen plannen vooruit en hebben behoefte aan financiële zekerheid.

Ook wordt gesuggereerd om bij veranderingen een ingroeiperiode te hanteren: "Behoefte aan een ingroeiperiode, niet in 1x het hele bedrag." Besluitvaardigheid rond accommodaties: Er is sterke behoefte aan daadkracht en concrete besluiten, met name rond de multifunctionele accommodatie (MFA). De culturele instellingen zijn sceptisch geworden door "voortdurende discussies" en het gebrek aan vooruitgang. Ze pleiten voor "prioriteit geven aan de bouw van de MFA én prioriteit geven aan de ontwikkelingen en afstemming over de MFA, zodat verenigingen weten waar ze aan toe zijn." Verbetering van communicatie: Betere en frequentere communicatie over ontwikkelingen en besluiten wordt gezien als cruciaal. "Communicatie is ook heel belangrijk. Het ontbreekt vaak aan goede communicatie." Specifiek over de MFA wordt genoemd: "Wanneer er te weinig info komt over de voortgang worden mensen cynisch." Ook wordt opgemerkt dat de berichtgeving beter kan: "Soms maar een klein artikeltje in de lokale krant. Dat maakt dat er sceptisch is." Regionaal perspectief op cultuur: Culturele instellingen pleiten voor een regionaal perspectief op cultuur, waarbij de gemeente over gemeentegrenzen heen kijkt. "Het belang van de vereniging moet bekeken worden in grotere schaal niet alleen maar lokaal.

Activiteiten van verenigingen gaan vaak qua bereik over de gemeentegrenzen heen, terwijl de gemeente wel vooral lokaal kijkt." Zichtbare betrokkenheid bij culturele instellingen: Er is behoefte aan meer zichtbaarheid en betrokkenheid van de gemeente bij de activiteiten van culturele instellingen: "En kom op bezoek bij de instellingen en zie waar ze mee bezig zijn." Dit zou kunnen helpen om scepsis weg te nemen.

23

5.5

Bevindingen RMB over ervaren rollen

De RMB heeft de uitkomsten van de interviews en de focusgroep verwerkt in hoofdstuk 6, waarin de RMB enkele conclusies trekt en praktische aanbevelingen doet.

24

Hoofdstuk 6

6.1

Conclusies en aanbevelingen

Inleiding

In dit hoofdstuk geeft de RMB een overzicht van de uitkomsten, met conclusies en aanbevelingen. De RMB streeft ernaar om het ingezette beleid te versterken. 6.2

Conclusies Algemeen • • • • • • •

•

Loon op Zand bevindt zich in een overgangsfase, met beleid dat nog in ontwikkeling is in de periode 2025-2026. Er komt in 2025 en 2026 veel in beweging. Subsidiebeleid: evaluatie in 2025 en in gemeenteraad in 2025/2026). Accommodatiebeleid: in gemeenteraad in 2025/2026. Het Klavier: onderzoek door gemeente in 2025. Bibliotheek: de uitwerking van wettelijke verplichtingen zal blijken in 2026. Uit het onderzoek blijkt een paradox: de gemeente heeft goede ambities en toont sinds 2025 meer energie, maar de (geselecteerde) culturele instellingen ervaren onvoldoende continuïteit, duidelijkheid en gelijkwaardigheid in de samenwerking met de gemeente Loon op Zand. Het succes van de nieuwe instrumenten (cultuurraad, cultuurcoach) zal cruciaal zijn voor het doorbreken van deze paradox.

Financiën/subsidieverlening • • • •

Er is een budget voor cultuur beschikbaar gesteld (ongeveer €830.000 per jaar). Het onderzoek toont (nog) een subsidiesysteem op individuele basis met weinig structuur, transparantie en systematische evaluatie, met als gevolg onzekerheid bij culturele instellingen. De gemeentelijke evaluatie van het subsidiesysteem is gaande tijdens het onderzoek van de RMB. De gemeente heeft de subsidiecyclus verkort van 3 naar 1 jaar, vanwege de gemeentelijke evaluatie van het subsidiesysteem. 25

• •

De gemeenteraad ontvangt geen informatie om te kunnen sturen en controleren bij de subsidieverlening aan culturele instellingen. Het subsidiebeleid is nog in ontwikkeling, wat bijdraagt aan onzekerheid in de sector.

Culturele impact/Waarde van cultuur • •

•

Uit het onderzoek blijkt een kloof tussen erkende waarde van cultuur en meetbare impact. De gemeente moet zich ontwikkelen van "cultuur is waardevol" naar "cultuur levert X, Y en Z op voor onze gemeenschap" - met concrete, meetbare indicatoren die regelmatig worden gemonitord en geëvalueerd. De cultuurnota wijst 2030 en 2035 aan als momenten van evaluatie. Dit is laat voor de controlerende taak van de gemeenteraad.

Borging in sociaal domein •

• • •

Er is een cultuurnota opgesteld, die volgens de gemeente is geschreven “voor en door de sector”. De geselecteerde culturele instellingen hebben het participatietraject anders ervaren. Er is binnen de gemeente meer bewustzijn ontstaan over het belang van cultuur. De borging van cultuur binnen het sociaal domein biedt kansen voor brede maatschappelijke impact. De gemeente zal moeten investeren in het relatiebeheer met de culturele instellingen.

Accommodatie • • •

De gemeente is gestart met de bouw van het Dorpshuis Loon op Zand. In 2025 doet de gemeente een accommodatieonderzoek om inzicht te krijgen in de bestaande accommodaties. Het accommodatiebeleid is nog in ontwikkeling, wat bijdraagt aan onzekerheid in de sector.

Communicatie en afstemming •

•

•

•

De gemeente wil partijen “in hun kracht zetten” en niet top-down cultuurbeleid opleggen, maar dit wordt door de geselecteerde instellingen anders ervaren. De gemeente werkt aan het vormen van een cultuurraad. De cultuurraad gaat – als adviesorgaan - de programmalijnen uitwerken naar concrete doelen die vervolgens geëvalueerd en gemonitord zullen worden. In 2025 zullen mandaat en werkwijze van de cultuurraad vorm krijgen. Er is zichtbaar enthousiasme en energie bij de (nieuwe) beleidsmedewerkers om verandering in te zetten. Zij geven aan dat de organisatie groeit en er veel op het terrein van kunst en cultuur in ontwikkeling is. Bij culturele instellingen heerst niettemin scepsis vanwege (ervaren) accommodatieproblemen, frequente 26

personeelswisselingen bij de gemeente en recente verandering van meerjarige naar jaarlijkse subsidiecyclus.

6.3

Aanbevelingen

De RMB doet de volgende aanbevelingen aan de gemeenteraad: Aanbeveling 1: B&W te verzoeken om op korte termijn de basis op orde te brengen. Toelichting: Uit het onderzoek blijken verbetermogelijkheden die op korte termijn ingevoerd kunnen worden: •

•

• •

Koppelen van subsidies aan beleidsdoelen: Er wordt nog geen duidelijke koppeling gemaakt tussen verleende subsidies en de specifieke doelen uit het nieuwe cultuurbeleid. Een transparanter subsidiebeleid met een overkoepelend document dat alle cultuursubsidies samenvat is gewenst. Ontwikkelen van een concreet monitoringssysteem: De huidige cultuurnota bevat geen specifiek monitoringssysteem met meetbare doelstellingen. Er is behoefte aan duidelijke KPI's om de effectiviteit van het cultuurbeleid te kunnen beoordelen. Verbeteren van de continuïteit in personeelsbezetting: De vele wisselingen van medewerkers worden door de sector als problematisch ervaren. Culturele instellingen moeten telkens opnieuw hun verhaal uitleggen. Terugkeer naar meerjarige subsidie-afspraken: De recente verandering van een 3-jarige naar een 1-jarige subsidiecyclus heeft geleid tot onzekerheid en extra administratie bij culturele instellingen. Zij hebben behoefte aan financiële zekerheid, inclusief indexering voor inflatie.

Aanbeveling 2: Verzoek B&W de verantwoording aan de gemeenteraad te verbeteren door jaarlijks een raadsinformatiebrief (RIB) over de subsidieverlening aan culturele instellingen te sturen. Toelichting: De cultuurnota kondigt evaluaties aan in 2030 en 2035. De RMB wijst op het bestuurlijke belang, dat de gemeenteraad in de periode 2025-2030 goed moet worden aangehaakt door B&W. De RMB beveelt concreet aan dat B&W jaarlijks een RIB aan de gemeenteraad stuurt, na afronding van de jaarlijkse cyclus (vaststelling tot en met verslag) bij de subsidieverlening: langs deze weg houdt de gemeenteraad zicht op de subsidiekaders en de toepassing ervan. Dan wordt ook expliciet verantwoording afgelegd over de ‘waarde van cultuur’ voor de gemeenschap. De RMB geeft in overweging om deze RIB niet slechts ‘ter kennisname’ op de agenda van de gemeenteraad te plaatsen, maar te benutten om de voortgang bij de geconstateerde verbetermogelijkheden (zie de aanbeveling 3) te bespreken.

27

Aanbeveling 3: Ga - als gemeenteraad – bij de raadsinformatiebrief (zie aanbeveling 2) met B&W in gesprek over de realisatie van de verbetermogelijkheden. Toelichting: Het onderzoek laat zien dat er verbeteringen mogelijk zijn. De RMB stelt voor om bij deze aanbeveling de volgende gespreksthema’s mee te nemen: • Verbeteren van culturele accommodaties: Er is dringende behoefte aan betere culturele accommodaties. De trage voortgang rond het Dorpshuis Loon op Zand en onduidelijkheid over de toekomstige exploitatie van Het Klavier belemmeren culturele activiteiten en zorgen voor scepsis. • Gelijkwaardig partnerschap: De geselecteerde culturele instellingen willen erkend worden als gelijkwaardige partners met hun bewezen maatschappelijke toegevoegde waarde, in plaats van de ervaren top-down benadering waarbij zij worden ingepast in gemeentelijk beleid. • Mandaat en werkwijze van de cultuurraad: Volgens de cultuurnota is de rol van de cultuurraad: De cultuurraad kan advisering uitbrengen aan de voorkant van het evaluatieproces en aan de cultuurraad wordt advies gevraagd over "de te evalueren doelen en indicatoren én de te bespreken onderwerpen tijdens de evaluatiegesprekken". Dit moet worden uitgewerkt, waarbij de gemeenteraad de vinger aan de pols kan houden.

• Communicatie: De geselecteerde instellingen hebben behoefte aan meer communicatie over lopende trajecten en ontwikkelingen. • Actievere betrokkenheid bij culturele verenigingen: De geselecteerde culturele instellingen hebben behoefte aan meer zichtbaarheid en betrokkenheid van de gemeente bij hun activiteiten. Dit zou helpen om scepsis weg te nemen en zou tonen dat de gemeente oprecht geïnteresseerd is in de cultuurpartijen. Aanbeveling 4: Verbeter de zichtbaarheid van de culturele instellingen voor de gemeenteraad. Toelichting: De geselecteerde culturele instellingen hebben de wens om hun culturele waarde en hun resultaten aan de gemeenteraad te tonen. Zij geven aan het belangrijk te vinden om samen trots op Loon op Zand te zijn. Zij vernieuwen zich en willen hun visies en activiteiten bekendmaken bij het gemeentebestuur (college en raad). Tegelijkertijd hebben de instellingen het gevoel te leven in onzekere tijden, waarvan de oorzaken overigens niet altijd aan Loon op Zand te wijten zijn. De RMB beveelt de gemeenteraad aan om in te gaan op deze behoefte en vervolgens wegen te vinden om de (ervaren) afstand tussen gemeenteraad en culturele instellingen te verkleinen (zoals werkbezoek, zichtbare aanwezigheid en deelname aan activiteiten).

28

Aanbeveling 5: B&W te verzoeken om het thema ‘maatschappelijke impact van cultuur’ te definiëren en meetbaar te maken, en wel juist in samenwerking met de culturele instellingen. Toelichting: De stakeholders (gemeente en culturele instellingen) zien dat zij ‘impact’ hebben in de gemeente. Zij bereiken veel burgers en dragen bij aan een levendige cultuur in Loon op Zand. Tegelijkertijd hebben de gemeente Loon op Zand en de culturele instellingen gezamenlijk (nog) geen gedragen visie op deze ‘impact’. Op dit thema zou de nieuwe cultuurraad wellicht een advies kunnen uitbrengen. Gemeente en culturele instellingen kunnen immers – als partners – hierbij van elkaar leren. Binnen de audits voor bibliotheek is er al aandacht voor culturele impact, in het kader van de certificering. Deze resultaten kunnen op onderdelen ook voor de gemeente interessant zijn. De RMB denkt dan vooral aan cultuurparticipatie (in kwantitatieve zin) en de bijdrage aan sociale cohesie (in kwalitatieve zin, met een koppeling aan het sociaal domein).

29

Hoofdstuk 6.

Bestuurlijke reactie B&W Loon op Zand

30

31

32

Bijlage 1

Richtinggevende onderzoeksvragen

De RMB heeft de onderzoeksopzet met een Rekenkamerbrief op 25 september 2024 aangeboden aan de gemeenteraden van Dongen, Goirle, Hilvarenbeek en Loon op Zand. De richtinggevende onderzoeksvragen in deze Rekenkamerbrief zijn: • Hoe ziet de lokale culturele sector eruit? En wat is de actuele situatie van de culturele sector? • Wat zijn de hogere ambities van de gemeenten op het gebied van cultuur? • Wat zijn de (door de gemeenteraad vastgestelde) concrete doelen van de gemeenten op het gebied van cultuur? • Welke rol(len) speelt de gemeente? Welke rol(len) zou de gemeente willen spelen? En welke rol(len) verwacht de culturele sector van de gemeente? • Wat wil de gemeente(raad) bereiken door middel van subsidieverlening aan de culturele instellingencultuur? Hoe is het subsidiebeleid vormgegeven? • Op welke andere manieren dan subsidieverlening ondersteunt de gemeente de culturele sector? • Hoe meet en monitort de gemeente de inzet van de middelen van de gemeente bij het cultuurbeleid (geld, personeel, kennis en andere ondersteuning)? • Op welke wijze legt B&W verantwoording af aan de gemeenteraad over de ambities en resultaten van het cultuurbeleid? • Welke verbetermogelijkheden ziet de RMB bij de invulling en uitvoering van het lokale cultuurbeleid?

Verdeling onderzoeksvragen over hoofdstukken Hieronder geeft de RMB aan hoe de onderzoeksvragen zijn verdeeld over de hoofdstukken van dit rapport. Hoofdstuk 2 • Hoe ziet de lokale culturele sector eruit? En wat is de actuele situatie van de culturele sector? Zie hoofdstuk 2 • Wat zijn de (door de gemeenteraad vastgestelde) concrete doelen van de gemeenten op het gebied van cultuur? -> zie hoofdstuk 2, par. 2.5. Hoofdstuk 3 • Wat wil de gemeente(raad) bereiken door middel van subsidieverlening aan de culturele instellingencultuur? • Hoe is het subsidiebeleid vormgegeven? • Op welke andere manieren dan subsidieverlening ondersteunt de gemeente de culturele sector? • Hoe meet en monitort de gemeente de inzet van de middelen van de gemeente bij het cultuurbeleid (geld, personeel, kennis en andere ondersteuning)? • Op welke wijze legt B&W verantwoording af aan de gemeenteraad over de ambities en resultaten van het cultuurbeleid? Hoofdstuk 4 • Wat zijn de hogere ambities van de gemeenten op het gebied van cultuur? • Welke rol(len) speelt de gemeente? • Welke rol(len) zou de gemeente willen spelen? • En welke rol(len) verwacht de culturele sector van de gemeente? • Welke verbetermogelijkheden ziet de RMB bij de invulling en uitvoering van het lokale cultuurbeleid?

33

Bijlage 2 Overzicht onderzochte culturele instellingen in Dongen, Goirle, Hilvarenbeek en Loon op Zand3 Dongen De culturele instellingen die we onderzochten zijn: • • •

Stichting Donckhuys Bibliotheek Theek 5 KunstPodium.

Goirle De culturele instellingen die we onderzochten zijn: • • •

Jan van Besouw/S.C.A.G (Sociaal Culturele Accommodaties Goirle) Bibliotheek Goirle (onderdeel van BMB, Bibliotheek Midden-Brabant) Factorium

Hilvarenbeek De culturele instellingen die we onderzochten zijn: • • •

Elckerlyc Bibliotheek Hilvarenbeek (onderdeel van de Bibliotheek Midden-Brabant, BMB) Cultuurschool Hilvarenbeek

Loon op Zand De grootste subsidies binnen cultuur zijn: • • •

Bibliotheek (onderdeel van BMB, Bibliotheek Midden-Brabant) Sophia’s Vereeniging Het Klavier

De RMB hanteert een brede definitie van het begrip ‘culturele instellingen’. Zie https://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/kunst-en-cultuur/kunst-en-cultuurbeleid Gemeenten bepalen het lokale cultuurbeleid. Hieronder vallen bijvoorbeeld: ruimtes voor podiumkunsten, lokale organisaties (zoals muziek- en toneelverenigingen), musea, bibliotheken en muziekscholen. 33

34

Bijlage 3 Zand

Subsidieverlening aan culturele instellingen in Loon op

In de Algemene Subsidie Verordening (ASV) 2019 is in artikel 3 opgenomen dat het college, ter uitwerking van de verordening, nadere regels kan stellen, met een subsidieregeling. De gemeente Loon op Zand verstrekt subsidies waarbij samenwerkings-programma’s en het betrekken van verschillende doelgroepen gefaciliteerd wordt. Daarnaast worden er subsidies beschikbaar gesteld aan lokaal talent en professionals uit de creatieve sector om initiatieven te realiseren die bijdragen aan de sociale cohesie en gemeenschapszin. In het cultuurbeleid wordt ook gemeld dat de bestaande financieringsstructuur nog niet volledig aansluit op de programmalijnen van het cultuurbeleid. Dit betreft: 1. Toegang tot kunst en cultuur 2. Samenwerking binnen kunst en cultuur 3. Trots op onze Loonse cultuur 4. Cultuur in dienst van de maatschappij In het concept cultuurbeleid is een overzicht opgenomen van het huidige cultuurbudget. De grondslagen van deze bedragen zijn onbekend. Dit overzicht (met bedragen voor de periode 2025 – 2028) bevat de volgende onderdelen: • Kunst- en cultuur stimulering • Brede Regeling Combinatiefunctionarissen (BRC) • Verenigingsondersteuning/ subsidie • Jeugdfonds sport en cultuur • Openbaar bibliotheekwerk Uit het onderzoek is naar voren gekomen dat de gemeente een individueel (subsidie)beleid per instelling hanteert.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=LoonOpZand&id=001085b3-e146-4ab6-8245-2a1516a745cc