Bijlage 1. Programma Water en Riolering 2025-2028
Tekst van het document
PROGRAMMA WATER EN RIOLERING 2025-2028
Programma Water & Riolering 2025-2028 Gemeente Loon op Zand September 2024
Onze referentie: FQCQP4CTEXCP-181788437-357: 1.0 - Internal
1 van 52
PROGRAMMA WATER EN RIOLERING 2025-2028
1
2
3
Inleiding
4
1.1 Belang PWR
Strategie en verankering
17
5
4.1 Stedelijk Afvalwater
18
1.2 Samenwerking
5
4.2 Hemelwater
19
1.3 Raakvlakken
5
4.3 Grondwater
24
1.4 Scope & geldigheidsduur
6
4.4 Overige zorgplichten waterketen
25
1.5 Leeswijzer
6
4.5 Klimaatadaptatie
26
Beeld huidige situatie
7
4.6 Duurzaam systeem
27
4.7 Professioneel beheer
27
2.1 Overzicht Areaal en toestand
8
2.2 Terugblik
9
Uitvoeringsprogramma
31
2.2.1 Zorgplichten
9
5.1 Planvorming en onderzoek
32
2.2.2 Evaluatie speerpunten & ambities
11
5.2 Beheer en onderhoud
32
2.2.3 Personele capaciteit
11
5.3 Uitvoeringsmaatregelen
33
2.2.4 Resultaten enquête
12 5.4 Facilitair/overig
34
Middelen
35
6.1 Personele middelen
36
6.2 Financiële middelen
36
Bijlagen
41
Bijlage A Terugblik PWR 2021-2024
42
Bijlage B Wettelijk kader
47
Visie en ambitie
13
3.1 Doelen basisopgave
14
3.2 Basis op orde
15
3.3 Klimaatbestendige inrichting
15
3.4 Duurzaam systeem
16
3.5 Professioneel beheer
16
Onze referentie: FQCQP4CTEXCP-181788437-357: 1.0 - Internal
4
5
6
7
2 van 52
PROGRAMMA WATER EN RIOLERING 2025-2028
Bijlage C Taken en bevoegdheden (Water en Riolering)
49
Bijlage D Rapportage Bewoners Enquête – Het Pon & Telos
52
Onze referentie: FQCQP4CTEXCP-181788437-357: 1.0 - Internal
3 van 52
PROGRAMMA WATER EN RIOLERING 2025-2028
1 Inleiding
2 Beeld huidige situatie
1
3 Visie en ambitie
4 Strategie en verankering
5 Uitvoeringsprogramma
6 Middelen
INLEIDING ‘We hebben in de toekomst aantrekkelijke groene woongebieden, waar inwoners op lange termijn prettig kunnen (blijven) wonen in een passende woning. We proberen de gewenste woningvoorraad in eerste instantie zoveel mogelijk binnen de bestaande bebouwde kom te bereiken. Bij uitbreiding kiezen we voor een sterke relatie met het landschap. Onze wijken zijn aangepast aan de veranderingen in het klimaat en stimuleren inwoners tot gezond gedrag. Onze wijken maken sociale ontmoetingen en beweging mogelijk. Sociale problemen zijn onder controle en verschillende (doel) groepen weten elkaar te vinden. We hebben het cultuurhistorisch erfgoed behouden en dit draagt bij aan een sterkere identiteit van onze gemeente.’ Deze passage komt uit de Omgevingsvisie Loon op Zand 2040 ‘Duurzame groene dorpen’. De Omgevingsvisie geeft richting aan ontwikkelingen binnen de gemeente en beschrijft onze ambities. Via programma’s en regelgeving werken we toe naar deze visie. Met dit Programma Water en Riolering (hierna: PWR) beschrijven we hoe we hieraan bijdragen vanuit onze wettelijke zorgplichten voor afvalwater, grondwater en hemelwater. We leggen uit hoe we verder werken aan een robuust en klimaatbestendig watersysteem, wat onze doelen zijn en welke rol onze gemeente, inwoners en bedrijven hierin spelen. Samen zorgen we zo voor een goed functionerend systeem dat tegen een stootje kan.
Onze referentie: FQCQP4CTEXCP-181788437-357: 1.0 - Internal
Afbeelding 1 In Westwaard wordt hemelwater op wegen en daken afgevoerd naar wadi's (Bron: Gemeente Loon op Zand)
4 van 52
PROGRAMMA WATER EN RIOLERING 2025-2028
1 Inleiding
2 Beeld huidige situatie
3 Visie en ambitie
4 Strategie en verankering
5 Uitvoeringsprogramma
6 Middelen
1.1 BELANG PWR
1.3 RAAKVLAKKEN
Water en riolering spelen een belangrijke rol voor een prettige leefomgeving. Een goed water- en rioolsysteem zorgt voor droge voeten, versterkt bodem en ecologie en draagt bij aan onze gezondheid en kwaliteit van leven. Hiervoor is goede rioleringszorg nodig, zodat het huidig systeem ook in de toekomst blijft voldoen.
Het PWR is een planinstrument dat raakvlakken heeft met andere plannen en beleidsvelden. Hieronder lichten we landelijke en regionale ontwikkelingen kort toe.
Dit PWR helpt daaraan mee. Om alle ontwikkelingen in de gemeente en de gevolgen van klimaatverandering het hoofd te bieden, moeten we slim omgaan met onze bovenen ondergrondse ruimte. Dit is een grote opgave, die vraagt om goede samenwerking tussen gemeente, inwoners en gebiedspartners. Het PWR is een goed instrument om mee te bewegen met veranderingen en trends binnen onze gemeente en dit vakgebied. Denk aan omgaan met extremer weer, nieuwe wetgeving of de veranderende verhouding tussen overheid en burgers. Voorliggend programma beschrijft hoe wij hieraan willen bijdragen vanuit de wettelijke zorgplichten voor afvalwater, grondwater en hemelwater en onze ambities met betrekking tot klimaatadaptatie.
1.2 SAMENWERKING Voor het waterbeheer werken we als gemeente Loon op Zand met andere partijen in de regio. Dit doen we onder andere in de werkeenheid ‘Doelmatig Waterbeheer Hart van Brabant’. Dit is een regionaal samenwerkingsverband met zeven andere gemeenten (Tilburg, Waalwijk, Dongen, Gilze en Rijen, Goirle, Hilvarenbeek en Oisterwijk), Waterschap De Dommel, waterschap Brabantse Delta en drinkwatermaatschappij Brabant Water. Dit is één van de vier werkeenheden voor samenwerking aan doelmatig (afval)waterbeheer binnen de SWWB (Samenwerken aan Water in Midden en West Brabant). Door samen op te trekken en kennis te delen kunnen we de waterketen zo optimaal mogelijk inrichten en profiteren we van elkaars expertise en capaciteiten.
Onze referentie: FQCQP4CTEXCP-181788437-357: 1.0 - Internal
Omgevingswet Op 1 januari 2024 is de nieuwe omgevingswet in werking getreden. Dit betekent dat het gemeentelijk rioleringsplan (voorheen GRP, nu WRP) niet langer een wettelijk verplichte planvorm is, maar kunnen elementen hiervan ondergebracht worden in de Omgevingsvisie, - plan en – programma. Hoewel de wettelijke verplichting tot het opstellen van een rioleringsplan komt te vervallen houden we rekening met een actualisatie van het huidige programma. Het is immers een effectief planinstrument om de rioleringszorg te borgen en activiteiten af te stemmen. Bij het opstellen van dit programma is afstemming gezocht met het waterschap en hebben we informatie opgehaald bij het bewonerspanel via een enquête. Deltaplan Ruimtelijke Adaptatie (DPRA) Het Deltaplan Ruimtelijke Adaptatie is een landelijk plan, waarin de overheden hebben afgesproken om vanaf 2020 klimaatbestendig en waterrobuust te handelen om hiermee in 2050 klimaatbestendig en waterrobuust te zijn. Hierdoor ontstaan nog meer dan voorheen raakvlakken met andere beleidsvelden die bijdragen aan de ruimtelijke inrichting: groen, wegen en nieuwbouwplannen. Water en Bodem Sturend (WBS) Water en bodem worden meer sturend bij het (her)inrichten van Nederland. Op 25 november 2022 heeft het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat per brief aan de Tweede Kamer het belang van een gezonde bodem en water benadrukt.
Dit betekent dat wij in plaats van ons land en water aanpassen aan onze wensen, wij ons gaan aanpassen aan de grenzen van bodem en water. Dit is een transitie in de ruimtelijke ordening.
5 van 52
PROGRAMMA WATER EN RIOLERING 2025-2028
1 Inleiding
2 Beeld huidige situatie
3 Visie en ambitie
Naast het landelijke beleid, worden er ook al regionale en lokale uitwerkingen gemaakt om WBS op te pakken. Zo heeft provincie Noord-Brabant de ‘Handreiking Water en Bodem’ opgesteld waarin WBS en andere Europese, nationale en provinciale regelgeving wordt gebundeld. Verder heeft het waterschap Brabantse Delta in juni 2024 het ‘Handelsperspectief Water en Bodem Sturend’ vastgesteld. In het handelsperspectief staat wat de koers van het waterschap wordt de komende jaren en een viertal uitgangspunten beschreven. Hierin hanteert het waterschap bijvoorbeeld het principe ‘stad als spons’ wat ook bepalend is voor hoe er met (hemel)water wordt omgegaan in het bebouwd gebied van onze gemeente. In dit PWR houden we hier rekening mee bij onze speerpunten, ambities en strategie voor de komende vier jaar (zie hoofdstukken 2 en 3). Grondwaterconvenant 13 Brabantse (water)partijen hebben een grondwaterconvenant 2021-2027 gesloten om samen te werken aan herstel en bewaking van de grondwaterbalans in Brabant. Het doel van het convenant is om water beter vast te houden, grondwatergebruik te verminderen en tijdens wateroverlast of droogte sneller te kunnen handelen om overlast/schade te beperken. Bij de actualisatie van dit convenant zijn ook de gemeenten betrokken.
Regionale Energie en Klimaat Strategie (REKS) Door regio Hart van Brabant is in samenwerking met drie waterschappen, de provincie en negen gemeenten (waaronder Loon op Zand) een energie- en klimaatstrategie opgezet. Hierin werken we gezamenlijk aan de thema’s warmte, klimaat, elektriciteit en energiebesparing om zo de energietransitie en klimaatopgaven te combineren en koppelkansen optimaal te benutten.
4 Strategie en verankering
5 Uitvoeringsprogramma
6 Middelen
1.4 SCOPE & GELDIGHEIDSDUUR Voorliggend programma is de opvolger van het Water- en Rioleringsplan 2021-2024. Dit plan is weliswaar verouderd, maar de destijds ingezette koers is nog steeds actueel. Waar nodig zijn voorgaande ambities en speerpunten aangescherpt om mee te bewegen met nieuwe ontwikkelingen zoals de Omgevingsvisie. Om aan te sluiten op het voorgaande PWR is gekozen voor een geldigheidsduur van vier jaar: 2025 tot en met 2028. De riolering ligt echter veel langer dan deze planperiode onder de grond. Om deze reden is dit PWR opgesteld met een doorkijk over de gehele gebruiksduur (van 60 jaar) van de riolering. De rioolheffing en de lange termijn doelstellingen zijn (mede) gebaseerd op deze doorkijk, om zo te komen tot een doelmatige invulling van de gemeentelijke zorgplichten, tegen zo laag mogelijke lasten voor de burger.
1.5 LEESWIJZER Dit PWR bestaat uit zes hoofdstukken. Het volgende hoofdstuk, Beeld huidige situatie, biedt een terugblik in de afgelopen planperiode en de huidige toestand van het areaal. Hoofdstuk 3 geeft een inkijk in wat onze Visie en ambities zijn voor het waterbeheer. Hoe we deze gaan realiseren en de juridische verankering wordt omschreven in onze Strategie in Hoofdstuk 4. Gebaseerd op de voorgaande hoofdstukken stellen we in hoofdstuk 5 een Uitvoeringsprogramma op waarin alle maatregelen voor de komende planperiode zijn beschreven. Ten slotte licht hoofdstuk 6 toe welke Middelen (o.a. budget en personeel) hiervoor nodig zijn, evenals de onderbouwing voor de rioolheffing (Kostendekkingsplan).
Hemelwaterverordening (2024) In onze hemelwaterverordening stellen we regels en voorwaarden voor de verwerking van hemelwater. Bij nieuwbouw, renovaties en de aanleg van verhardingen kan met deze verordening het hemelwaterbeleid worden afgedwongen.
Onze referentie: FQCQP4CTEXCP-181788437-357: 1.0 - Internal
6 van 52
PROGRAMMA WATER EN RIOLERING 2025-2028
1 Inleiding
2 Beeld huidige situatie
2
3 Visie en ambitie
4 Strategie en verankering
5 Uitvoeringsprogramma
6 Middelen
BEELD HUIDIGE SITUATIE Om de goede dingen goed te kunnen doen, is inzicht nodig in de ontwikkeling van het te beheren areaal, de toestand van de objecten en het functioneren van het systeem. Via een terugblik hebben we inzicht in wat er goed gaat en waar er verbetering gewenst is. In dit hoofdstuk evalueren we de vorige planperiode van 2021 tot 2024.
Afbeelding 2 Parkeerplaats met waterdoorlatende tegels aan de Berndijksestraat (Bron: Arcadis)
Onze referentie: FQCQP4CTEXCP-181788437-357: 1.0 - Internal
7 van 52
PROGRAMMA WATER EN RIOLERING 2025-2028
1 Inleiding
2 Beeld huidige situatie
3 Visie en ambitie
2.1 OVERZICHT AREAAL EN TOESTAND Tabel 1 biedt een overzicht van onze huidige voorzieningen. Ten opzichte van de vorige planperiode zijn vuilwaterriolering (8 km extra) en regenwaterriolering (1 km extra) verder uitgebreid en gemengde riolering juist afgenomen (6 km minder). Over het algemeen is de kwaliteitstoestand van objecten en basisgegevens van het stedelijk watersysteem goed op orde. Echter de hoeveelheid en locaties van kolken is nog minder goed in beeld, maar deze worden in 2025 in kaart gebracht. Daarom is voor kolken in Tabel 1 een inschatting gegeven. Er is geen achterstand in reparatie- en/of vervangingsmaatregelen. Door enkele onvoorziene calamiteiten en onverwacht extra kosten als gevolg van inflatie waren de uitgaven wel hoger dan voorzien. Ook ons stedelijk watersysteem functioneert na de genomen verbetermaatregelen overwegend goed. Er zijn blauwe aders aangelegd om water vanuit de kernen beter naar randen van bebouwd gebied te leiden. Verder zijn verscheidene kwetsbare locaties aangepakt en is de kans op wateroverlast teruggebracht. Paragraaf ‘zorgplicht hemelwater’ gaat hier verder op in.
4 Strategie en verankering
6 Middelen
Tabel 1 Overzicht voorzieningen stedelijk watersysteem gemeente Loon op Zand Voorzieningen
Aantal (stuks) / Lengte (km)
Inzameling o Kolkenregenwaterriolering (inschatting) o Kolken vuilwaterriolering (inschatting)
2800 stuks 7200 stuks
Afvoer (vrij verval) o Gemengde riolering o Vuilwaterriolering o Regenwaterriolering
78 km 29 km 31 km
Afvoer (mechanisch) o Persleidingen o Drukriolering o Hoofdrioolgemalen o Drukriolering (pompunits)
16 km 68 km 31 stuks 230 stuks
Lozingspunten o Externe overstortputten zonder randvoorziening o Externe overstortputten met randvoorziening o Uitlaten regenwaterriolering
16 stuks 3 stuks 18 stuks
Regenwatervoorzieningen o Infiltratievoorzieningen o Bijzondere (hemel)watervoorzieningen wadi’s)
11 stuks 14 stuks
Meetpunten o Grondwater o Riolering
Onze referentie: FQCQP4CTEXCP-181788437-357: 1.0 - Internal
5 Uitvoeringsprogramma
(bijv.
26 stuks 3 stuks
8 van 52
PROGRAMMA WATER EN RIOLERING 2025-2028
1 Inleiding
2 Beeld huidige situatie
3 Visie en ambitie
2.2 TERUGBLIK Om te beoordelen of we nog op koers liggen en of onze ambities nog steeds voldoen hebben we een evaluatie uitgevoerd. Hieronder volgt een samenvatting van de terugblik op de afgelopen planperiode van 2021 tot 2024. Een uitgebreide evaluatie is opgenomen in Bijlage A inclusief de status van alle activiteiten uit de vorige planperiode. Samengevat ziet het beeld er als volgt uit:
2.2.1 Zorgplichten In de Omgevingswet - Artikel 2.16 (gemeentelijke taken voor de fysieke leefomgeving) zijn de wettelijke watertaken van de gemeente opgenomen. Als gemeente hebben we een wettelijke zorgplicht voor afvalwater, hemelwater en grondwater (zie Bijlage B). Ook hebben we een rol in de zorg voor oppervlaktewater en drinkwater.
4 Strategie en verankering
5 Uitvoeringsprogramma
6 Middelen
Zorgplicht afvalwater (Omgevingswet, artikel 2.16) De gemeente draagt de zorg voor inzameling en transport van stedelijk afvalwater. De Omgevingswet geeft de voorkeur aan om, daar waar het redelijkerwijs mogelijk is, afvalwater bij de bron te zuiveren en het gezuiverde water in het milieu terug te brengen. De wettelijke voorkeursvolgorde is voorkomen, zelf verwerken, afvoeren, lozen. In gebieden waar we als gemeente inzameling en transport van stedelijk afvalwater niet doelmatig vinden moet de houder van het afvalwater zelf zorgen voor de verwerking van het afvalwater. We mogen als gemeente samen met het waterschap zelf bepalen wat doelmatig is. Stedelijk afvalwater is huishoudelijk afvalwater of een mengsel daarvan met afvloeiend hemelwater, grondwater of ander afvalwater. Voor afvalwater van bedrijfsmatige activiteiten (dat qua samenstelling niet overeenkomt met huishoudelijk afvalwater) en “schoon” afvalwater hebben we geen zorgplicht. Voorbeelden hiervan zijn lozingen van grondwater, koelwater en afvalwater vanuit bodemsaneringen. De gemeente kan desgewenst bestaande of nieuwe aansluitingen van bedrijven weigeren als dit ten goede komt van de zuivering.
Zorgplicht stedelijk afvalwater Goed omgaan met afvalwater is belangrijk voor een gezonde leefomgeving. Het beschermt de volksgezondheid en zorgt ervoor dat de bodem en het oppervlaktewater niet worden vervuild. Als gemeente hebben we een wettelijk zorgplicht voor afvalwater (zie het grijze tekstkader met uitleg omgevingswet).
Zorgplicht hemelwater Naast het beschermen van de volksgezondheid, zijn riolering en stedelijk water ook belangrijk voor een veilige leefomgeving. Het zorgt er bijvoorbeeld voor dat straten begaanbaar blijven tijdens (hevige) regenbuien. Gemeenten hebben een wettelijke zorgplicht voor hemelwater (zie grijze tekstkader op de volgende pagina).
In de afgelopen planperiode waren er enkele bijzonderheden wat betreft stedelijk afvalwater. Er hebben zich een paar kleine incidenten voorgedaan waardoor er onbedoeld afvalwater in het milieu terecht is gekomen of mensen in direct contact konden komen met afvalwater. Op een aantal locaties zijn er gemengde overstortlocaties. Ten tijde van langdurige en/of hevige regenval lozen deze overtollig water op oppervlaktewater. Deze locaties zijn inmiddels aangepakt of worden momenteel verbeterd. Er zijn geen structurele knelpunten in de waterkwaliteit bekend als gevolg van deze lozingen.
Afgelopen planperiode hebben we hard gewerkt aan deze zorgplicht door o.a. wateroverlastlocaties te prioriteren en aan te pakken. In de Vossenbergselaan en Beethovenstraat is een blauwe ader aangelegd. Dit project is zo goed als klaar. Enkel een laatste doorgang moet nog geboord worden onder huizen aan de Sweensstraat in het westelijke gedeelte om het water via de randen naar het buitengebied af te voeren. Verder is de kans op wateroverlast in de straat Ecliptica teruggebracht. De Venloonstraat kampt nog wel met wateroverlastproblemen in het lagergelegen middenstuk van de weg. Met name opspattend water van auto’s zorgt voor overlast bij aanliggende woningen. Hetzelfde geldt voor de Gasthuisstraat. Grote maatregelen zijn
Onze referentie: FQCQP4CTEXCP-181788437-357: 1.0 - Internal
9 van 52
PROGRAMMA WATER EN RIOLERING 2025-2028
1 Inleiding
2 Beeld huidige situatie
3 Visie en ambitie
genomen om wateroverlast binnen in huizen te verhelpen. Bij hevige regenbuien staat er nu enkel af en toe water op straat.
4 Strategie en verankering
5 Uitvoeringsprogramma
6 Middelen
Voornamelijk de kern Kaatsheuvel heeft te maken met grondwateroverlast. De maaiveldhoogten in kern Kaatsheuvel verlopen van 9,5m boven NAP in het zuidoosten naar 1,5m boven NAP in het noordwesten. Hierdoor staat met name in de noordwestzijde het grondwater dicht onder het maaiveld, waardoor de infiltratiemogelijkheden beperkt zijn. De kernen Loon op Zand en de Moer liggen hoger. Hier heeft grondwater in het verleden nauwelijks tot problemen geleid. Verder bestaat de bodemopbouw in de hele gemeente naast zand ook uit lokale leemlagen in de bovenlaag. Deze leemlagen verminderen de infiltratiecapaciteit van de bodem. Desondanks waren met name 2023 en begin 2024 uitzonderlijk natte jaren, waardoor ook de grondwaterstanden hoog stonden en bodem veelal verzadigd was. Hierdoor ontvingen we veel meldingen van inwoners over grondwaterproblemen (o.a in kelders). Veel uit kern Kaatsheuvel, maar ook enkele uit Loon op Zand (bijvoorbeeld in de Berkenlaan).
Afbeelding 3 Water op straat in de Gasthuisstraat (Bron: gemeente Loon op Zand) Zorgplicht hemelwater (Omgevingswet, artikel 2.16) De gemeentelijke zorg voor hemelwater heeft betrekking op het doelmatig inzamelen en verwerken van afstromend hemelwater van openbaar terrein. De eigenaar van het terrein waarop het hemelwater valt is primair verantwoordelijk voor de verwerking van het hemelwater. De gemeente hoeft het hemelwater afkomstig van particulier terrein niet te ontvangen. Alleen voor zover de perceeleigenaar kan aantonen dit niet redelijkerwijs te kunnen verwerken (in de bodem of het oppervlaktewater brengen) is afvoer via een gemeentelijke voorziening toegestaan, op kosten van perceeleigenaar of projectontwikkelaar.
Zorgplicht grondwater Te hoge grondwaterstanden kunnen leiden tot natte kruipruimten, vochtige kelders en optrekkend vocht in de woning. Dit kan gezondheidsschade tot gevolg hebben.
Onze referentie: FQCQP4CTEXCP-181788437-357: 1.0 - Internal
Naast grondwateroverlast hebben we de afgelopen jaren ook te maken gehad met langdurige perioden van droogte. Hierdoor kan schade ontstaan aan funderingen en gebouwen, aan groenvoorzieningen en mogelijk ook aan infrastructuur. Daarnaast zijn tijdens perioden van droogte aanvullende kosten nodig voor het bewateren van de beplanting. Ook neemt de kans op schade aan de natuur en waterkwaliteitsproblemen toe. Voornamelijk De Moer kampt met droogteproblemen door de hogere ligging. Daarnaast hebben we afgelopen periode vier extra grondwatermeetpunten geplaatst om grondwaterstanden beter te kunnen monitoren. Zorgplicht grondwater (Omgevingswet, artikel 2.16) De gemeente draagt zorg voor het in openbaar gebied treffen van maatregelen om structureel nadelige gevolgen van de grondwaterstand voor de aan de grond gegeven bestemming zoveel mogelijk te voorkomen of te beperken, voor zover dit doelmatig is en geen taak van het waterschap of de provincie.
10 van 52
PROGRAMMA WATER EN RIOLERING 2025-2028
1 Inleiding
2 Beeld huidige situatie
3 Visie en ambitie
2.2.2 Evaluatie speerpunten & ambities In het vorige PWR van 2021-2024 hebben we vier speerpunten geformuleerd: 1. 2. 3. 4.
Werken aan een robuust en klimaatbestendig systeem Duurzaam en levenscyclusgericht Verdergaand integraal werken Participatie & communicatie
Speerpunt 1: Werken aan een robuust en klimaatbestendig systeem In de afgelopen planperiode is er hard gewerkt aan het tegengaan van wateroverlast en het reduceren van kwetsbare locaties. Wateroverlastproblemen hebben we aangegrepen om ook onze gemeente projectgewijs te vergroenen en de biodiversiteit te vergroten.
4 Strategie en verankering
5 Uitvoeringsprogramma
6 Middelen
hergebruikt (o.a. wijk Pannenhoef en aanleg van de blauwe aders). Zo zijn oude stenen hergebruikt voor de nieuwe bestrating. Op andere vlakken wordt groen, klimaatbestendig, schoon en circulair al wel meegenomen, maar niet bewust. De wens is om hier in het vervolg meer bewust mee om te gaan. Speerpunt 3: Verdergaand integraal werken We hebben al goede stappen gezet met integraal werken. De integrale opgaven vragen om een goede afstemming tussen zowel interne als externe partijen. Intern weten collega’s van Groen, Wegen, Ruimtelijke Ordening en Riolering elkaar al goed te vinden om samen meekoppelkansen te benutten. Ook extern loopt het samenwerkingsverband tussen de gemeente, Enexis en Brabant Water soepel. Speerpunt 4: Participatie & communicatie Een groot deel van het verharde oppervlak van gemeente Loon op Zand ligt op particulier terrein. Dat betekent dat inwoners een belangrijke rol spelen in het verbeteren van de leefomgeving door bijvoorbeeld hemelwater op eigen terrein te bergen, daken te vergroenen, tegels uit de tuin te halen en meer water in de wijk vast te houden. Dergelijke acties en maatregelen zijn voornamelijk opgepakt in grotere projecten waarin de weg open moet (o.a. vervanging riool of verharding), omdat deze projecten zich goed lenen voor participatietrajecten voor bewoners en het meekoppelen van andere opgaven.
Daarmee is communicatie en participatie momenteel voornamelijk op projectbasis.
Afbeelding 4 en 5 Wadi en water afvoeren naar groen in Vossenbergselaan (Bron: Gemeente Loon op Zand)
2.2.3 Personele capaciteit
Speerpunt 2: Duurzaam en levenscyclusgericht Naast zorgvuldig onderhoud en het werken aan een robuust systeem gaat duurzaam beheer ook over zuinig en verantwoord omgaan met de benodigde materialen en energie. Om invulling te geven aan deze ambitie zijn in enkele projecten materialen
Tussen 2021 en 2024 is er vrij veel doorstroom van personeel geweest binnen onze gemeente. Hierdoor zijn in de afgelopen planperiode enkele projecten uitgesteld of vertraagd uitgevoerd. Inmiddels is een meer stabiele situatie ontstaan. Over het algemeen is de formatie voldoende (zowel beheerders als projectleiders) om de basis op orde te houden. Het realiseren van al onze ambities legt een grote druk op de
Onze referentie: FQCQP4CTEXCP-181788437-357: 1.0 - Internal
11 van 52
PROGRAMMA WATER EN RIOLERING 2025-2028
1 Inleiding
2 Beeld huidige situatie
3 Visie en ambitie
4 Strategie en verankering
beschikbare personele capaciteit. Om snelheid in de uitvoering te kunnen behouden dient de formatie mee te groeien met de ontwikkelingen.
2.2.4 Resultaten enquête In januari 2024 is er (in opdracht van de gemeente) door bureau PON & Telos een enquête onder inwoners afgenomen over water en riolering in onze gemeente. Hierin zijn vragen gesteld over onder andere ervaringen met wateroverlast, het functioneren van de riolering, klimaatadaptatiemaatregelen en in hoeverre mensen bekend zijn met de klimaatsubsidies. In totaal hebben ruim 300 inwoners meegewerkt aan het onderzoek. Een deel van de resultaten lichten we hieronder kort toe. In Bijlage C staat een uitgebreid overzicht van de uitkomsten. Ervaringen droogte, water(overlast) & riool De meeste mensen hebben nooit of soms last gehad van een van de genoemde situaties rondom hun woning (zie grafiek 1). Qua water op straat heeft zo’n 20% vaak of regelmatig last gehad van water op straat. Voor 43% is dit soms het geval.
5 Uitvoeringsprogramma
6 Middelen
Klimaatadaptatie(maatregelen) We vroegen respondenten in hoeverre zij het eens of oneens zijn met stellingen over klimaatverandering. Bijna drie kwart geeft aan te willen weten wat ze zelf aan klimaatverandering in hun woonomgeving kunnen doen. 61% voelt zich ook zelf verantwoordelijk om iets aan deze gevolgen in de eigen woonomgeving te doen. Tot slot vindt een vijfde de aandacht voor de gevolgen van klimaatverandering overdreven. 63% vindt van niet. Verder bieden we als gemeente de Subsidieregeling Klimaatbestendige maatregelen aan om inwoners te helpen bij het klimaatadaptiever maken van hun woning en omgeving. Denk aan maatregelen zoals tuinen vergroenen, regenton plaatsen, waterdoorlatende verharding en groene daken (zie afbeelding 6). Uit het onderzoek bleek dat maar 3% van de respondenten ooit gebruik heeft gemaakt van de subsidieregeling. De meeste respondenten (68%) waren niet bekend met de subsidie en 29% kent de subsidie wel maar heeft deze niet eerder gebruikt.
Droogte & wateroverlast rondom woning (in %) 0 Water op straat Water in de tuin (dat niet weg loopt)
20 6
14
5 9
Water in de kruipruimte 4 5 Regelmatig
60
80
43
100
37
26
Droogte/plantensterfte in en rond mijn 46 huis
Vaak
40
59 50
40
18 Soms
73 Nooit
Afbeelding 6 Informatie over subsidie klimaatbestendige maatregelen (Bron: website gemeente Loon op Zand
Grafiek 1 Resultaten vraag droogte & wateroverlast in en rond woning
Onze referentie: FQCQP4CTEXCP-181788437-357: 1.0 - Internal
12 van 52
PROGRAMMA WATER EN RIOLERING 2025-2028
1 Inleiding
2 Beeld huidige situatie
3
3 Visie en ambitie
4 Strategie en verankering
5 Uitvoeringsprogramma
6 Middelen
VISIE EN AMBITIE
We staan voor grote opgaven terwijl de maakbaarheid van de omgeving beperkt is en de benodigde middelen niet uitputtend zijn. Als gemeente Loon op Zand staan we samen met onze partners aan de lat om hier op verantwoorde wijze mee om te gaan. In dit hoofdstuk kijken we vooruit en schetsen we onze visie en ambitie met betrekking tot ons water- en rioleringssysteem. Hierin borduren we o.a. voort op onze Omgevingsvisie. Zo hebben we de onderstaande speerpunten uit de Omgevingsvisie een plek gegeven in het PWR: • • •
Duurzame groene dorpen Toekomstbestendige centra en bedrijventerreinen All-inclusive landschap
Afbeelding 7 Water opvang gecombineerd met spelen in Westwaard (Bron: Gemeente Loon op Zand)
Onze referentie: FQCQP4CTEXCP-181788437-357: 1.0 - Internal
13 van 52
PROGRAMMA WATER EN RIOLERING 2025-2028
1 Inleiding
2 Beeld huidige situatie
3 Visie en ambitie
De lange termijnvisie, zoals opgenomen in het vigerende Programma Water en Riolering, is met enkele aanvullingen nog steeds van toepassing. Het bevat alle elementen, waar we ook de komende planperiode aan moeten en willen werken. Loon op Zand in 2040; een groene, duurzame gemeente met een multifunctioneel, klimaatbestendig en all-inclusive landschap.
4 Strategie en verankering
5 Uitvoeringsprogramma
6 Middelen
3.1 DOELEN BASISOPGAVE In het voorgaande PWR hebben we voor de drie zorgplichten en voor de aspecten drinkwater en oppervlaktewater lange termijn doelen opgenomen. Deze zijn nog steeds van toepassing:
Lange termijn doelen Slimme inzet van groen en water zorgt voor koelteplekken in warme tijden en draagt bij aan de gezondheid en het welzijn van de inwoners. Pleinen, parken of plantsoenen zijn bestand tegen de veranderende weeromstandigheden en worden ingezet voor (tijdelijke) wateropvang en het verminderen van hittestress. Het overgrote deel van de wijken is energieneutraal en klimaatbestendig. Groenblauwe routes lopen van het buitengebied door tot in woonwijken en dorpscentra. Zo heeft iedereen toegang tot hoge kwaliteit groen en een prettige leefomgeving. Het beheer is integraal en hierdoor goed ingespeeld op het multifunctionele karakter van het landschap. Om wateroverlast door extreme neerslag in de bebouwde omgeving te verminderen richten we blauwe aders in door in ondergrondse en bovengrondse voorzieningen het overtollige hemelwater te bergen en te infiltreren en bij overschot aan hemelwater het vervolgens naar waterpartijen buiten de kernen af te voeren. Hemelwater koppelen we af van het gemengde rioolstelsel, maar infiltreren we alleen op plaatsen waar dit kan. Verharding wordt daar waar mogelijk, zoals bij parkeerplaatsen en goten langs de weg, waterdoorlatend. Zo hebben we een robuust samenhangend gemeentelijk watersysteem en zijn we bestand tegen zowel langere natte als droge periodes. Qua klimaatadaptatie, duurzaamheid en waterbeheer is de basis op orde.
Dit zorgt voor een goed fundament waarop andere ontwikkelingen voort kunnen bouwen en versterkt de recreatieve waarde van onze gemeente. Kortom, groen en water vormen een belangrijke factor in Loon op Zand voor een aantrekkelijke en leefbare omgeving.
Onze referentie: FQCQP4CTEXCP-181788437-357: 1.0 - Internal
Stedelijk afvalwater ▪ Doelmatige inzameling en transport van stedelijk afvalwater ▪ Voorkomen van ongewenste emissies/gezondheidsrisico’s en beperken overlast voor de omgeving ▪ Bijdragen aan een duurzame inzameling van afvalwater en bijdragen aan duurzame verwerking door het waterschap Hemelwater ▪ Doelmatige inzameling en verwerking van overtollig hemelwater ▪ Beperken van het risico op wateroverlast en schade ▪ Beperken van de milieubelasting op bodem en oppervlaktewater ▪ Bijdragen aan klimaatadaptatie Grondwater ▪ Voorkomen van structurele grondwateroverlast, afgestemd op de functie van het gebied/object ▪ Werken aan gebiedsgericht grondwaterbeheer, waaronder de bescherming van drinkwatervoorzieningen ▪ Bijdragen aan drinkwaterbesparing en grondwateraanvulling Drinkwater ▪ Bijdragen aan de bescherming van drinkwatervoorzieningen. Oppervlaktewater ▪ Borgen bergings- en ontwateringsfunctie van stedelijk oppervlaktewater ▪ Bijdragen aan het verhogen van de ecologie en waterbeleving ▪ Bijdragen aan klimaatadaptatie
14 van 52
PROGRAMMA WATER EN RIOLERING 2025-2028
1 Inleiding
2 Beeld huidige situatie
3 Visie en ambitie
In het verlengde van deze basisopgave hebben we de ambitie om, binnen de reikwijdte van de zorgplichten, bij te dragen aan gemeenschappelijke doelen zoals klimaatadaptatie, duurzaamheid en een gezonde leefomgeving. Om de bovenstaande visie te verwezenlijken willen we niet alleen als partners in de (openbare) ruimte en in de waterketen samenwerken, maar ook met bewoners en bedrijven. Bewustwording van de uitdagingen waar we voor staan, is hiervoor een belangrijke eerste stap. Voor de komende periode van 2025 tot 2028 zijn vier speerpunten geformuleerd:
4 Strategie en verankering
5 Uitvoeringsprogramma
6 Middelen
Stedelijk afvalwater: We richten ons op emissiereductie en het waarborgen van de gezondheid van onze gemeenschap. Hierbij blijft de centrale afvalwaterzuivering de spil in ons beleid. Hemelwater: Voor ons hemelwaterbeheer volgt de voorkeursvolgorde: hergebruiken, vasthouden, bergen en afvoeren. We sporen kansen op om meer water vast te houden. Met name in de kern Loon op Zand zien we kansen om waterberging te vergroten, waarbij we actief samenwerken met bedrijven en stakeholders om gezamenlijke doelen te bereiken. Het is een integrale aanpak waarbij duurzaamheid en efficiëntie hand in hand gaan. Grondwater: Bij grondwater richten we ons niet alleen op grondwateroverlast, maar ook op grondwater-onderlast. We houden, meer dan voorheen, rekening met de gevolgen van droogte, zoals zichtbaar bij de Moer. Oppervlaktewater: Samen met het waterschap slaan we de handen ineen en pakken we problemen aan die worden veroorzaakt door exoten, zoals de Amerikaanse rivierkreeft.
Drinkwater: Samen met onze gebiedspartners beschermen we het grondwater en streven we naar een gezonde grondwaterbalans.
3.2 BASIS OP ORDE Als gemeente voeren we de gemeentelijke watertaken uit die behoren bij de zorgplichten stedelijk afvalwater, hemelwater en grondwater. Ook dragen we bij aan bescherming van het oppervlaktewater en drinkwater. Om deze verantwoordelijkheid naar behoren te kunnen uitvoeren, is het belangrijk dat de basis op orde is en blijft. Dit geldt zowel voor het beheer van ons water- en rioolsysteem als ons databeheer. We bouwen voort op het solide fundament van voorgaande jaren. We handhaven de koers en scherpen aan waar nodig.
Onze referentie: FQCQP4CTEXCP-181788437-357: 1.0 - Internal
3.3 KLIMAATBESTENDIGE INRICHTING Klimaatadaptatie De inrichting van onze dorpen is groen en klimaatbestendig en we bieden prettige woongebieden aan waar inwoners op de lange termijn prettig kunnen (blijven) wonen. Hemelwater is afgekoppeld van gemengde rioolstelsels en wordt waar mogelijk geïnfiltreerd. Nieuwbouw is volledig afgekoppeld. Voor bestaande bouw streven we naar 100% afkoppeling van openbare ruimte en maximale afkoppeling van particulier terrein op doelmatig en vrijwillige basis. Ons sterke groenblauwe watersysteem bevordert duurzaamheid en zorgt voor een gezonde leefomgeving. Een
15 van 52
PROGRAMMA WATER EN RIOLERING 2025-2028
1 Inleiding
2 Beeld huidige situatie
3 Visie en ambitie
voorbeeld daarvan is het herstel van de Blauwloop door de gemeente en de doorontwikkeling naar biodiverse groenblauwe aders. In lijn met de Omgevingsvisie houden we water waar mogelijk vast in waterberging. Zo zijn we voorbereid op hevige regenval, maar anticiperen we ook op langdurige perioden van hitte en droogte. Bewustzijn De inrichting van de openbare ruimte en particulier terrein dragen bij aan een samenhangend en robuust watersysteem. Inwoners zijn hierbij actief betrokken bij het beheer en onderhoud van water en groen, ook op eigen terrein. Vooralsnog gaan we uit van een vrijwillige betrokkenheid. Maar als dit onvoldoende effect sorteert ontkomen we er niet aan om regels te stellen. Bewust gedrag betekent o.a. een verantwoord rijgedrag bij water op straat en geen met afval verstopte kolken. Betrekken van inwoners bij beheer/onderhoud vinden we belangrijk, dat gebeurt ook al ten aanzien van groen maar nog te weinig voor water.
3.4 DUURZAAM SYSTEEM Circulariteit Bij de vervanging en aanleg van nieuwe riolering gebruiken we materialen met een lange levensduur en waar mogelijk hergebruiken we vrijkomende materialen. Levenscyclus gericht is hierbij een leidend principe in systeemkeuzes. Bij de keuze van materialen houden we rekening met de herbruikbaarheid, lange levensduur en een minimale milieubelasting. Verder draagt het duurzame systeem bij aan het behoud en versterken van biodiversiteit.
4 Strategie en verankering
5 Uitvoeringsprogramma
6 Middelen
Pompen zijn waar mogelijk verduurzaamd en bij vervanging kiezen we energiezuinige alternatieven.
3.5 PROFESSIONEEL BEHEER Integraal beheer We beheren het gemeentelijk water- en rioleringssysteem integraal. We houden de ingezette koers vast en het gegevensbeheer is en blijft op orde om de ambities van de gemeente te realiseren. Verder houden we bij rioolwerkzaamheden rekening met andere opgaven in de omgeving en stemmen we opgaven af waar nodig. Zo willen we o.a. bestaande bomen tijdens werkzaamheden zoveel mogelijk behouden en zoeken we gezamenlijk naar de meest constructieve oplossing. Communicatie & participatie Bij bewustwording van inwoners willen we niet alleen inzetten op motiveren, maar juist meer op mobiliseren. Centrale boodschap in onze communicatie is het bewustzijn dat schoon en voldoende grond- en drinkwater geen vanzelfsprekendheid meer zijn. We bevorderen transparantie, om zo samen met interne en externe partijen te kunnen samenwerken met nutsbedrijven en regionale partners.
Duurzaamheid omvat zowel hergebruik als circulaire benaderingen. Hergebruik van water: we wachten de technische ontwikkelingen af en kiezen eerst voor het stimuleren van duurzaam gedrag ten aanzien van water(her)gebruik. We streven ernaar om duurzame keuzes te maken in water- en rioleringsprojecten, bijvoorbeeld door klei en stenen te hergebruiken in de fundering. Energiebesparing We gaan door met het ‘smart maken’ van het watersysteem en we houden ruimte voor pilots. Deze pilots worden in de komende jaren nader uitgezocht.
Onze referentie: FQCQP4CTEXCP-181788437-357: 1.0 - Internal
16 van 52
PROGRAMMA WATER EN RIOLERING 2025-2028
1 Inleiding
2 Beeld huidige situatie
4
3 Visie en ambitie
4 Strategie en verankering
5 Uitvoeringsprogramma
6 Middelen
STRATEGIE EN VERANKERING
Uiteraard blijft het niet alleen bij mooie woorden. Met dit programma laten we zien hoe we de komende planperiode te werk willen gaan, welke beleidskeuzes we hebben gemaakt of gaan maken en hoe we bepaalde onderdelen juridisch eventueel nog sterker kunnen verankeren. Dit laatste is nodig om de belangen van water en riolering en klimaatadaptatie voldoende te kunnen borgen bij nieuwe ontwikkelingen. We hebben ervoor gekozen om de strategieën te ordenen naar de verschillende verschijningsvormen van water en hebben daar ook klimaatadaptatie en bedrijfsvoering aan toegevoegd. Daar waar vanuit de zorgplichten opgenomen acties ook bijdragen aan de gemeentebrede ambities geven we dit aan met symbolen. Speerpunten Klimaatbestendige inrichting Duurzaam systeem De speerpunten ‘basis op orde’ en ‘professioneel beheer’ worden niet met symbolen aangeduid, omdat deze de basis vormen voor het gehele beheer van ons watersysteem en daarmee onderdeel zijn van alle acties.
Onze referentie: - - Internal
Afbeelding 8 Waterbergingsvijver aan de Portugalstraat in Kaatsheuvel (Bron: Gemeente Loon op Zand)
17 van 52
PROGRAMMA WATER EN RIOLERING 2025-2028
1 Inleiding
2 Beeld huidige situatie
3 Visie en ambitie
4.1 STEDELIJK AFVALWATER ❖ Inzamelen en verwerken van afvalwater We hebben voorkeur voor het centraal inzamelen en zuiveren van afvalwater. Nieuwe afvalwaterlozers dienen te voldoen aan de regels van het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) onder de Omgevingswet. Bij vervanging van drukriolering is altijd sprake van maatwerk, we maken een afweging op basis van doelmatigheid. Wij hanteren als uitgangspunt dat rioolvoorzieningen robuust dienen te zijn. Grootschalige alternatieven voor de behandeling van afvalwater passen we toe als deze concepten voldoende zijn bewezen. We staan open om mee te werken aan pilots. Uitgangspunt is dat dit gebeurt binnen de geldende wet- en regelgeving. Verder ontmoedigen we plannen voor Individuele Behandeling van Afvalwater (IBA’s). De voorkeur gaat uit naar drukriolering voor al het afvalwater in het buitengebied, omdat dit een robuust systeem is en in onze situatie een doelmatige oplossing is. ❖ Aanleg nieuwe riolering Bij aanleg van nieuwe riolering scheiden we vuilwater van schoon hemelwater. Op termijn vervangen we het gemengde rioolstelsel zoveel als mogelijk. Bij kleinschalige in- en uitbreidingen, zoals één of meerdere woningen/gebouwen, is aansluiting op het bestaande (gemengde) rioolsysteem acceptabel. ❖ Lozen van afvalwater We hebben als gemeente met waterschap Brabantse Delta in 2012 een Afvalwaterakkoord afgesloten.
Hierin zijn afspraken gemaakt over overnamepunten, de afnamehoeveelheden en optimalisaties.
Onze referentie: - - Internal
4 Strategie en verankering
5 Uitvoeringsprogramma
6 Middelen
De inzameling en het transport van stedelijk afvalwater in onze gemeente mag niet tot volksgezondheid- of milieuproblemen leiden. Lozingen vanuit het rioolstelsel zijn echter onvermijdbaar. Samen met de waterschappen zorgen we ervoor dat de effecten op het (water)milieu aanvaardbaar zijn. Hiertoe volgen we een systeemgerichte aanpak met kosteneffectieve maatregelen om te kunnen gaan voldoen aan de Kaderrichtlijn Water (KRW). Voor overstorten hanteren we hierbij de zogenoemde 4M-aanpak (4M staat voor monitoren, meten, modelleren en maatregelen) om het rioleringssysteem te optimaliseren. De vrijkomende meetgegevens van het opgerichte meetnet riolering analyseren we om zo meer inzicht te krijgen in het aanbod op de zuivering, de lozing van overstortwater en het hydraulisch functioneren. Dit inzicht gebruiken we voor het opstellen van verbetermaatregelen. ❖ Perceelaansluitingen Foutieve aansluitingen zijn aansluitingen waarbij afvalwater op een hemelwaterleiding of hemelwater op een afvalwaterleiding is aangesloten. Dit kan negatief doorwerken op de werking van het rioolsysteem, de rioolwaterzuiveringsinstallatie en/of de kwaliteit van het oppervlaktewater. In het geval hier aanleiding toe is, bijvoorbeeld door meldingen of waarnemingen, voeren we onderzoek uit en gaan over tot herstel mits doelmatig.
Foutieve aansluitingen zonder impact op het oppervlaktewater, rioolstelsel en/of leefomgeving pakken we in principe (vanuit praktische en financiële haalbaarheid) niet aan. Ditzelfde geldt voor rioolvreemd water. Dit is water dat in principe niet op de riolering thuishoort, bijvoorbeeld instromend oppervlaktewater, instromend lekwater, drainagewater maar ook drugsafval etc.
18 van 52
PROGRAMMA WATER EN RIOLERING 2025-2028
1 Inleiding
2 Beeld huidige situatie
3 Visie en ambitie
4.2 HEMELWATER ❖ Voorkeursvolgorde Voor een duurzame omgang met hemelwater hanteren we de voorkeursvolgorde hergebruiken-vasthouden-bergen-afvoeren. Hergebruik van water zien we als een nieuwe ontwikkeling, welke bijdraagt aan een goede waterbalans. Wel dient dit op hygiënisch verantwoorde wijze te gebeuren. ❖ Infiltreren & afkoppelen verhard oppervlak We gaan de komende planperiode door met afkoppelen van op de riolering aangesloten verhard oppervlak. Dit doen we op basis van een doelmatige afweging en met name bij wijkreconstructies en rioolvervanging/rioolverbetering. Hierbij houden we de aanpak voor afkoppelen uit onze Hemelwatervisie aan. We streven naar een situatie waarbij het hemelwater, zoveel als mogelijk, op natuurlijke wijze in de bodem wordt verwerkt (infiltreren) en niet ingezameld wordt. Denk hierbij aan grindkoffers onder de regenpijp, infiltratiestroken, groene daken, niet onnodig verharden en overtollige verhardingsstroken opruimen. Dit zorgt voor aanvulling van de grondwaterstand en de groene voorzieningen zorgen voor verkoeling tijdens hete zomers. Doordat het regenwater niet wordt afgevoerd naar de riolering, blijft de rioleringscapaciteit beschikbaar voor de verwerking van het overtollige regenwater tijdens piekbuien. Het afkoppelen van particulier terrein gebeurt nu op vrijwillige basis.
We behouden ons de mogelijkheid voor om over te gaan tot het verplicht laten afkoppelen van verhard oppervlak als het effect van deze strategie onvoldoende blijkt te zijn. In dat geval nemen we hierover regels op in het Omgevingsplan.
Onze referentie: - - Internal
4 Strategie en verankering
5 Uitvoeringsprogramma
6 Middelen
Verder hanteren we de richtlijn van een maximaal toelaatbaar percentage verharding van 65% van het totaal perceel (incl. tuin en woning) bij nieuwbouw. Een hoger percentage verharding is toegestaan, maar in geval van wateroverlast worden schadeclaims niet toegekend. ❖ Lokaal en bovengronds vasthouden Bij de verwerking van hemelwater streeft de gemeente naar robuuste en bij voorkeur bovengrondse voorzieningen, zoals een wadi en zaksloot. De bovengrondse verwerking verhoogt het waterbewustzijn en verkleint de kans op foutaansluitingen. Om de openbare ruimte zo effectief mogelijk te benutten, streeft de gemeente naar het combineren van blauwgroene voorzieningen en eventueel een combinatie met speelvoorzieningen. Verder wordt er o.a. bij de aanleg van wadi’s waar mogelijk de biodiversiteit verbeterd door bijvoorbeeld deze in te zaaien met kruiden- en bloemenmengsels. Daar waar geen of weinig ruimte beschikbaar is, worden ondergrondse systemen, zoals infiltratiekelders toegepast. Een goed voorbeeld hiervan is Westwaard fase 1 (a en b). Hier voert het hemelwater bovengronds af richting de wadi’s waar het wordt geborgen en langzaam in de bodem kan infiltreren (zie afbeelding 9 en 10). De wegen zijn hol aangelegd zodat het hemelwater van de daken en het water op straat afgevoerd kan worden naar de verschillende wadi’s.
Afbeeldingen 9 en 10 Voorbeeld bovengronds water vasthouden en spelen in Westwaard (Bron: Gemeente Loon op Zand)
19 van 52
PROGRAMMA WATER EN RIOLERING 2025-2028
1 Inleiding
2 Beeld huidige situatie ❖
3 Visie en ambitie
Afvoeren indien nodig
Als infiltreren en bergen niet op een doelmatige manier zijn te realiseren, voeren we het hemelwater af. Indien mogelijk naar bestaande oppervlaktewaterstructuren, die vooral aan de kernranden aanwezig zijn. In de bebouwde kernen van Kaatsheuvel en Loon op Zand voeren we water waar mogelijk af via de blauwe aders. Waar dit niet kan voeren we het hemelwater af met riolering. We continueren hiervoor het beleid uit onze HIWOR (Handboek Integraal beheer Openbare Ruimte) om robuuste hemelwaterstructuren te realiseren. Samen met het waterschap onderzoeken we of de berging- en afvoercapaciteit van het watersysteem toereikend is en/of er geen onwenselijke beïnvloeding van het oppervlaktewater- en rioleringssysteem optreedt. Vooral de noord- en westzijde van de kern Kaatsheuvel zijn hierbij een aandachtspunt. Voor het buitengebied is afvoer van hemelwater op het drukrioolsysteem niet toegestaan. ❖ Beperken van wateroverlast De afgelopen jaren is gemeente Loon op Zand een aantal maal getroffen door zeer heftige buien. Dit zal in de toekomst niet anders zijn. De weersomstandigheden worden extremer, waarbij de temperaturen hoger worden en de buien extremer. Wateroverlast kunnen we echter nooit helemaal voorkomen. We proberen het wel zo veel mogelijk te beperken.
4 Strategie en verankering
5 Uitvoeringsprogramma
6 Middelen
Voldoende hoog bouwpeil Het vloerpeil van (nieuwe) bouwwerken dient minimaal 0,25 m boven het wegpeil te liggen. Hierdoor is altijd een waterbergende schijf van 0,25 m mogelijk in de buitenruimte, voordat het water panden instroomt. Geen vrij verval aansluitingen onder wegpeil Overeenkomstig de voorschriften uit het Bouwbesluit moeten rioolaansluitingen onder straatniveau, bijvoorbeeld van souterrains, lozen via een pomp. Dit voorkomt inpandig uittredend rioolwater bij een hoge waterdruk in het vrij verval riool. Waterslimme inrichting We richten het straatprofiel bij voorkeur zodanig in dat we tijdelijk ‘water op straat’ kunnen bergen. Daarnaast beperken we de risico’s van afstromend hemelwater door aanpassing van de wegverkanting, het opheffen van obstakels of het aanbrengen van lokale waterkerende constructies. Aangepast gedrag weggebruikers Het tijdelijk bergen van water op straat vergt een aangepast gedrag van weggebruikers. Door hard rijden kan een zodanige golfslag ontstaan, waardoor water alsnog in panden kan stromen. Daarnaast zijn mogelijk losliggende putdeksels niet/slecht zichtbaar, waardoor de kans bestaat dat personen of voertuigen in een rioolput terecht komen. Daar waar mogelijk en noodzakelijk zal het serviceteam van de gemeente wegafzettingen plaatsen.
Om te beperken dat tijdens extreme neerslag grootschalige wateroverlast en/of schade optreedt, hanteren we de volgende voorzorgsmaatregelen: ▪ ▪ ▪ ▪
Voldoende hoog bouwpeil Geen vrij verval aansluitingen onder wegpeil Waterslimme inrichting Communiceren aanpassing rijgedrag weggebruikers
Onze referentie: - - Internal
20 van 52
PROGRAMMA WATER EN RIOLERING 2025-2028
1 Inleiding
2 Beeld huidige situatie
3 Visie en ambitie
❖ Aanpak in geval van wateroverlast Voor wateroverlast onderscheiden we drie verschillende gradaties: hinder, ernstige hinder en (water)schade. Afhankelijk van de gradatie treffen we bepaalde maatregelen Hinder Hinder heeft de volgende kenmerken: kortdurend beperkte hoeveelheden ‘water op straat’, met een duur in de orde van 15-30 minuten.
Ernstige hinder Ernstige hinder heeft de volgende kenmerken: forse hoeveelheden ‘water op straat’, ondergelopen tunnels, opdrijvende putdeksels, met een duur in de orde van 30-120 minuten.
(Water)schade (Water)schade heeft één van de volgende kenmerken: langduriger en op grotere schaal ‘water op straat’, water in winkels, woningen met materiële schade en mogelijk ook ernstige belemmering van het (economische) verkeer. Aanpak hinder door gemeente Als gemeenten treffen we geen maatregelen. Hinder vinden we vanuit economisch oogpunt en gelet op de effecten van klimaatverandering acceptabel. Er wordt een beroep gedaan op het acceptatievermogen van inwoners en
Onze referentie: - - Internal
4 Strategie en verankering
5 Uitvoeringsprogramma
6 Middelen
we gaan ervan uit dat weggebruikers hun gedrag aanpassen door langzamer te rijden. Om dit te bevorderen herhalen we eventueel het ingezette communicatietraject. Aanpak ernstige hinder door gemeente In geval van ernstige hinder onderzoeken we met welke doelmatige maatregelen we de overlast kunnen beperken. Zo treffen we tijdens extreme weersomstandigheden als gemeente veiligheidsmaatregelen, zoals verkeersafzettingen. Op enkele locaties plaatsen we indien nodig verkeersregelaars (o.a. Venloonstraat en Gasthuisstraat) om wateroverlast in woningen door golfslag van te snel rijdende auto’s te voorkomen. In combinatie met reconstructiewerkzaamheden realiseren we zodanige maatregelen dat de kans op ernstige hinder kleiner wordt. Bijvoorbeeld door aanpassingen zoals liftende putdeksels of aanpassingen aan het dwarsprofiel van de weg. Aanpak waterschade door gemeente Waterschade willen we niet, maar is niet altijd te voorkomen. Mocht er sprake zijn van waterschade dan treffen we, voor zover mogelijk en doelmatig, tijdelijke veiligheidsmaatregelen. Vervolgens onderzoeken we de mogelijke oorzaken. Afhankelijk van de bevindingen, treffen we binnen 2 jaar (tijdelijke) kostenefficiënte en doelmatige maatregelen om het risico op schade te beperken.
Als onderdeel van het Meerjaren Uitvoerings Programma (MUP) realiseren we als gemeente binnen een periode van 10 jaar structurele en doelmatige verbeteringsmaatregelen in het geval er sprake is van structurele overlast en er geen sprake is van overmacht. Daarnaast actualiseren we ons kaartmateriaal met betrekking tot hemelwater(overlast). Zo krijgen we beter inzichtelijk hoe en waar te handelen in het geval van ernstige hinder of schade. ❖ Hergebruik van hemelwater We stimuleren hergebruik van hemelwater, mits hygiënisch verantwoord. Hemelwater kan worden hergebruikt in een grijswatersysteem voor toiletspoeling, bevloeiing en koeling. Als gemeente geven we hiervoor het goede voorbeeld door bijvoorbeeld op het gemeentehuis regenwater te gebruiken voor het doorspoelen van toilet.
21 van 52
PROGRAMMA WATER EN RIOLERING 2025-2028
1 Inleiding
2 Beeld huidige situatie
3 Visie en ambitie
❖ Wateropgave nieuwe ontwikkelingen Nieuwbouwplannen van woningbouw en infrastructuur kunnen tot een toename van afvoerend verhard oppervlak leiden. Hierdoor ontstaat een versnelde afvoer van hemelwater met mogelijk wateroverlast tot gevolg. Bij dergelijke ontwikkelingen geldt dan ook het uitgangspunt dat plannen zo veel mogelijk hydraulisch neutraal uit worden gevoerd en dat percelen maximaal 65% verhard mogen zijn. Tabel 2 Gemeentelijke uitgangspunten voor de dimensionering van infiltratie/ bergingsvoorzieningen met afvoer naar de bodem en/of riolering Toename afstromend verhard oppervlak
Toelichting
< 100 m2
Specifieke invulling op basis van de lokale noodzaak en mogelijkheden, waarbij in ieder geval rekening wordt gehouden met de voorkeursvolgorde.
100 - 10.000 m2
Benodigde retentiecapaciteit (m3) = toename verhard oppervlak (m2) * gevoeligheidsfactor * 0,06 De gevoeligheidsfactor is afhankelijk van de geohydrologische kenmerken van de ontwikkellocatie en is beschikbaar via de gemeente en waterschap. De eventuele afvoer naar oppervlaktewater valt onder de uitgangspunten van de algemene beleidsregels van Ws Brabantse Delta.
> 10.000 m2
Onze referentie: - - Internal
De wijze van hemelwaterverwerking dient in een waterhuishoudkundig plan (whp) te worden onderbouwd. De richtlijnen voor het whp zijn omschreven in de Hydrologische uitgangspunten van het waterschap. Voor de eventuele afvoer naar oppervlaktewater is een Watervergunning vereist.
4 Strategie en verankering
5 Uitvoeringsprogramma
6 Middelen
Het Bouwbesluit Bouwwerken Leefomgeving vereist dat nieuwe bebouwing wordt voorzien van een gescheiden afvoer/verwerking van schoon en afvalwater. Voor de dimensionering van infiltratie/bergingsvoorzieningen met afvoer naar de bodem en/of riolering hanteren we de uitgangspunten uit Tabel 2. Hierbij geldt dat wanneer een terrein na sloop direct als nieuwbouw wordt beschouwd, alle verhard oppervlak gecompenseerd dient te worden volgens de waterbergingsopgave. Indien afvoer naar oppervlaktewater plaatsvindt, gelden de uitgangspunten van waterschap Brabantse Delta. Het uitgangspunt is dat de wateropgave binnen het plangebied wordt gerealiseerd. De berging/retentievoorziening moet aan de volgende eisen voldoen: ▪ ▪
▪
De bodem van voorziening ligt minimaal 10 cm boven gemiddelde hoogste grondwaterstand (GHG). De afvoer uit de voorziening vindt plaats via een functionele bodempassage naar het grondwater en/of via een functionele afvoerconstructie naar het oppervlaktewater. Als een leegloopconstructie wordt toegepast, dient deze een diameter van 4 cm te hebben. Er moet altijd een overloopconstructie zijn, om beschadiging van het oppervlaktewaterlichaam te voorkomen.
Bij grote gebiedsontwikkelingen bekijken gemeente en waterschap samen met de initiatiefnemer of er kansen zijn om gelijktijdig met de invulling van de wateropgave de kwaliteit en/of belevingswaarde van de leefomgeving te vergroten. Bijvoorbeeld door vergroening, verdrogingsbestrijding en recreatie.
22 van 52
PROGRAMMA WATER EN RIOLERING 2025-2028
1 Inleiding
2 Beeld huidige situatie
3 Visie en ambitie
4 Strategie en verankering
5 Uitvoeringsprogramma
6 Middelen
❖ Wateropgave reconstructie Bij wijzigingen in het verhard oppervlak als gevolg van reconstructies en afkoppelen van bestaande gebieden willen we kansen benutten voor een meer duurzame verwerking van hemelwater. We streven ernaar om bij werkzaamheden in de openbare ruimte minder m2 verharding terug te leggen. Verder streven we naar een bergingscapaciteit van 30 mm/m2 verhard oppervlak bij een omvang van het projectgebied tussen 100-10.000 m2. Voor grotere gebieden dient de wijze van hemelwaterverwerking onderbouwd te worden: zie laatste rij Tabel 2. In het geval dat het overtollige hemelwater op een watergang in beheer bij waterschap Brabantse Delta geloosd moet worden, stemmen we dit af met het waterschap. In alle gevallen is het uitgangspunt dat de bestaande bergingscapaciteit minimaal blijft gehandhaafd.
Onze referentie: - - Internal
23 van 52
PROGRAMMA WATER EN RIOLERING 2025-2028
1 Inleiding
2 Beeld huidige situatie
3 Visie en ambitie
4.3 GRONDWATER ❖ Beperken van grondwateroverlast Vanwege de bodemopbouw en waterhuishouding komen in onze gemeente maar enkele grondwaterproblemen voor. Enkel Kaatsheuvel heeft te maken met grondwateroverlast door de lagere ligging, en de Moer heeft in tijden van droogte te maken met grondwateronderlast. Bij ruimtelijke ontwikkelingen doorlopen we samen met het waterschap een watertoetsprocedure en houden we de principes van Water en Bodem Sturend aan. Hierbij worden de waterhuishoudkundige randvoorwaarden en effecten van de nieuwe ontwikkeling vastgesteld en beoordeeld. Met deze procedure kunnen we erop sturen dat ‘natte’ gebieden niet bebouwd worden en/of voldoende ontwateringsmaatregelen worden getroffen. In nieuwbouwgebieden zijn daarbij de ontwateringsdiepten uit Tabel 3 het te eisen minimum. Tabel 3 Minimale ontwateringsdiepten bij nieuwbouw Functie Bebouwing met kruipruimte*
Minimaal benodigde ontwateringsdiepte (m. t.o.v. gemiddeld hoogste grondwaterstand 0,9 0,7
Hoofdwegen**
1,0
Secundaire wegen en woonstraten**
0,9
0,5
** t.o.v. de kruin van de weg
De ontwateringsdiepten gelden als een inspanningsverplichting. Als gemeente kunnen we niet verantwoordelijk worden gesteld voor het handhaven van de genoemde
Onze referentie: - - Internal
5 Uitvoeringsprogramma
6 Middelen
waarden. Door in nieuwbouwsituaties en bij inbreidingen (extra) hoge peilhoogten te hanteren beperken we het risico op grondwateroverlast verder. Dit moet uiteraard wel mogelijk zijn gelet op de omliggende percelen en aangrenzend openbaar gebied. De voorkeur gaat uit naar ophogen in plaats van de aanleg van drainage. In bestaand gebied streven we naar het behalen van deze normen. ❖ Faciliteren bij grondwateroverlast Doelmatige maatregelen in openbaar gebied voeren we alleen uit als er sprake is van structureel nadelige gevolgen en het geen taak van provincie of waterschap betreft. Maatregelen op particulier terrein en aansluiting op de hoofddrainage zijn altijd voor rekening van de perceeleigenaar. De termen, structureel, nadelig en doelmatig hebben we als volgt gedefinieerd:
DEFINITIE STRUCTUREEL, NADELIG & DOELMATIG
Bebouwing met water- en vochtdichte vloeren* Tuinen/groenvoorzieningen
* t.o.v. onderkant vloer
4 Strategie en verankering
Structureel (potentiële) Terugkerende overlast die gebruiksfuncties op langere termijn aantast of wel als nadelig gevolg regelmatig voorkomt en een grondwaterstand die de ontwateringsdiepte gedurende minimaal vier weken per jaar overschrijdt. Dit is hiermee geen incidentele gebeurtenis veroorzaakt door extreme neerslag. Nadelig Significante belemmering van het normale gebruik van de bestemming zoals vastgelegd in het bestemmingsplan/omgevingsplan gevaar voor gezondheid, economische schade of aantasting van normaal gebruik van de bovengrondse gebruiksfunctie van betreffende ruimte/terrein. Doelmatig Maatregelen moeten doelmatig zijn op basis van financiële consequenties, omvang en duur van de problemen. Maatregelen pakken wij zoveel mogelijk in samenspraak met alle betrokken partijen op en proberen wij zoveel mogelijk gelijktijdig met andere werkzaamheden te plannen (werk met werk maken).
Van de perceeleigenaren verwachten we dat zij bij eventuele grondwaterproblemen de vereiste (waterhuishoudkundige en/of bouwkundige) maatregelen nemen. Als
24 van 52
PROGRAMMA WATER EN RIOLERING 2025-2028
1 Inleiding
2 Beeld huidige situatie
3 Visie en ambitie
gemeente toetsen we geen bouwpeilen, we geven alleen randvoorwaarden mee in het kader van de watertoets. Als gemeente zijn we het aanspeekpunt in situaties met grondwateroverlast en hebben een faciliterende rol bij het oplossen van een probleem. We analyseren meldingen en onderzoeken eventuele knelpunten zodat we samen met de perceeleigenaar actief naar een oplossing kunnen zoeken (maatwerk). Bewoners en ondernemers kunnen deze informatie via het gemeentelijk waterloket opvragen. Soms wordt overlast veroorzaakt door schijngrondwaterspiegels. Dan is er sprake van stagnerend regenwater in de neerwaartse stroming naar het grondwater. Oplossen van dergelijke situaties is voor rekening van de grondeigenaar. De voorkeursvolgorde voor het lozen van het overtollige grondwater is: doorbreken van de storende laag, lozing op hemelwaterriolering, oppervlaktewater, vuilwater riolering. ❖ Beperken van droogteschade Naast grondwateroverlast, beperken we ook waar mogelijk droogteschade door grondwateronderlast. Grondwaterstanden kunnen uitzakken als gevolg van droogte. Met name De Moer is gevoelig voor langdurige droge periodes. Vanuit de rioleringszorg proberen we het (regen)water in hoger gelegen gebieden, waar het kan, zo min mogelijk af te voeren en zoveel mogelijk vast te houden. Waar mogelijk ontwikkelen we hydrologisch positief zodat de zoetwatervoorraad wordt aangevuld.
Op deze wijze dragen we bij aan het beperken van droogteschade. Verder gaan we samen met de provincie, waterschap en andere betrokken partijen verkennen wat droogte precies inhoudt voor onze gemeente.