Bijlage 1. Ontwerpbestemmingsplan ‘LeoHendrik’ inclusief bijlagen Gecomprimeerd
Tekst van het document
5.5.3 Verlening Een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 5.5.1 mag alleen worden verleend indien door de uitvoering de aanwezige archeologische waarden niet onevenredig (kunnen) worden aangetast. Teneinde dit te bereiken kunnen aan een ontheffing in ieder geval de volgende regels worden verbonden: a.
b. c.
de verplichting tot het treffen van technische maatregelen waardoor (ondanks de uitvoering van een bouw- of aanlegplan) monumenten in de bodem worden behouden zoals alternatieven voor heiwerk, het al of niet bouwen van kelders, het aanbrengen van een beschermende bodemlaag of andere voorzieningen die op dit doel zijn gericht; de verplichting tot het doen van opgravingen; of de verplichting de activiteit die tot een bodemverstoring leidt, te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg die voldoet aan een door burgemeester en wethouders bij de vergunning te stellen kwalificaties.
NL.IMRO.0809.bpLeoHendrik-ON01
bestemmingsplan LeoHendrik
oooo
ORDITO
113
OOOO
5.6 Wijzigingsbevoegdheid Het bevoegd gezag kan het plan wijzigen, in die zin dat het bestemmingsplan wordt gewijzigd door één of meerdere bestemmingsvlakken met de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie' te verwijderen, indien aan de volgende voorwaarden wordt voldaan: a. b.
uit nader onderzoek is gebleken dat ter plaatse geen archeologische waarden aanwezig zijn; het wordt niet meer noodzakelijk geacht dat het bestemmingsplan voorziet in bescherming van deze waarden.
NL.IMRO.0809.bpLeoHendrik-ON01
bestemmingsplan LeoHendrik
oooo
ORDITO
114
OOOO
3 ALGEMENE REGELS Artikel 6 Anti-dubbeltelregel Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.
NL.IMRO.0809.bpLeoHendrik-ON01
bestemmingsplan LeoHendrik
oooo
ORDITO
|15
OOOO
Artikel 7 Algemene gebruiksregels 7.1 Algemeen gebruiksverbod Het is verboden de gronden en bouwwerken in dit plan te gebruiken en/of te laten gebruiken en/of in gebruik te geven op een wijze of tot een doel strijdig met de gegeven bestemming(en).
7.2 Verboden gebruik Onder gebruiken in strijd met het bestemmingsplan wordt in ieder geval verstaan het (laten) gebruik van de gronden en/of bouwwerken: a. b. c.
d. e. f.
voor de opslag van (aan het oorspronkelijke verkeer onttrokken) voer-, vaar- of vliegtuigen, anders dan in het kader van de bedrijfsvoering; voor de opslag van schroot, afbraak- en bouwmaterialen, grond, bodemspecie en puin en voor het storten van vuil, anders dan in het kader van de bedrijfsvoering; voor het opslaan of storten al dan niet afgedankte voorwerpen, stoffen of producten, buiten erven van gebouwen, behoudens voor zover zulks noodzakelijk is in verband met het oog op het bestemming gerichte beheer van de gronden; ten behoeve van een seksinrichting; als standplaats voor kampeermiddelen; permanente bewoning van recreatieverblijven is niet toegestaan.
NL.IMRQ.0809.bpLeoHendrik-ÜN01
bestemmingsplan LeoHendrik
oooo
ORDITO
|16
OOOO
Artikel 8 Algemene afwijkingsregels 8.1 Algemene afwijkingen Het bevoegd gezag kan, indien geen onevenredige aantasting plaatsvindt van het straat- en bebouwingsbeeld, de verkeersveiligheid, de sociale veiligheid, de milieusituatie en de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden, een omgevingsvergunning verlenen voor: a.
b.
c.
het afwijken van de in het plan voorgeschreven maatvoering ten aanzien van dakhellingen, goothoogten, bouwhoogten en bebouwde oppervlakten met ten hoogste 10% wanneer door het toepassen van de afwijking een betere bouwkundige en/of stedenbouwkundige aansluiting ontstaat met bestaande direct aansluitende bouwwerken; het in geringe mate, doch niet meer dan 5 m afwijken van een bestemmingsgrens, van het profiel van een straat, alsmede de vorm van bouwvlakken, voor zover zulks noodzakelijk is om het plan aan de bij uitmeting blijkende werkelijke toestand van het terrein aan te passen; het afwijken van het bepaalde ten aanzien van het bouwen van gebouwen binnen het bouw- c.q. het bestemmingsvlak en toestaan dat de grenzen van het bouw- c.q. het bestemmingsvlak naar de buitenzijde worden overschreden door: 1. plinten, pilasters, kozijnen, gevelversieringen, ventilatiekanalen en schoorstenen; 2. gevel- en kroonlijsten en overstekende daken; mits de bouwgrens met niet meer dan 0,50 m overschrijdend; 3. balkons, mits: ^ de bouwgrens met niet meer dan 1,00 m overschrijdend; ^ de breedte niet meer dan tweederde van de voorgevelbreedte bedraagt.
8.2 Voorwaarden omgevingsvergunning De in artikel 8.1 genoemde omgevingsvergunningen mogen slechts worden verleend indien: a. b. c.
hierdoor geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden en bouwwerken; sprake is van een algemeen belang of wanneer sprake is van een verbetering van het straat- en bebouwingsbeeld; hiermee geen ruimtelijke ontwikkelingen mogelijk worden gemaakt.
NL.IMRO.Q8Ü9.bpLeoHendrik-ONÜ1
bestemmingsplan LeoHendrik
oooo
ORDITO
|17
OOOO
4 OVERGANGS- EN SLOTREGELS Artikel 9 Overgangsrecht 9.1 Overgangsrecht bouwwerken a.
b.
c.
een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot, 1. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd; 2. na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning voor het bouwen wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan. het bevoegd gezag kan eenmalig in afwijking van het eerste lid een omgevingsvergunning verlenen voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld in het eerste lid met maximaal 10%. het eerste lid is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan.
9.2 Overgangsrecht gebruik a. b.
c.
d.
het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet. het is verboden het met het bestemmingsplan strijdige gebruik, bedoeld als onder a, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdige gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind. indien het gebruik, bedoeld als onder a., na de inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten. het bepaalde onder a. is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan.
NL.IMRO.Q8Ü9.bpLeoHendrik-ONÜ1
bestemmingsplan LeoHendrik
oooo
ORDITO
118
OOOO
Artikel 10 Slotregel Deze regels worden aangehaald als: Regels van het bestemmingsplan 'LeoHendrik' van de gemeente Loon op Zand.
NL.IMRO.0809.bpLeoHendrik-ON01
bestemmingsplan LeoHendrik
oooo ORDITO OOOO
VERBEELDING
LEGENDA —w------- W------- «S*-|
©---@---@--J
Plangebied
Enkelbestemmingen Groen Wonen
Dubbelbestemmingen
A Waarde - Archeologie
WR
Functieaanduidingen (p)
J parkeerterrein
Bouwvlakken bouwvlak
Bouwaanduidingen [aeg]
aaneengebouwd
[bg]
bijgebouwen
(p)
^ + +
gestapeld
Maatvoeringen maximum aantal wooneenheden v y
[bg]
Hh +
maximum goothoogte (m) maximum bouwhoogte (m)
ondergrond
4 4 -
-
oooo
ORDITO OOOO
r
(A, oo oo
Verbeelding Bestemmingsplan "LeoHendrik"
oo
Gemeente:
Loon op Zand
voorontwerp:
datum:
28-11-2023
IMRO-code:
NL.IMRO.0809.BPLeoHendrik-ON01
ontwerp:
getekend:
FH
vastgesteld:
schaal:
1:500
onherroepelijk:
formaat:
A3
Tekening nr:
1-A
20-09-2023
oooo ORDITO OOOO
BIJLAGEN BIJ DE TOELICHTING
oooo ORDITO OOOO
BIJLAGE 1: BEZONNINGSSTUDIE
BEZONNINGSTUDIE 21 MAART
21 MAART | 09:00U
21 MAART | 11:00U
21 MAART | 13:00U
21 MAART | 15:00U
21 MAART | 17:00U
21 MAART | 19:00U
HERONTWIKKELING LEO XIII-STRAAT « Aanvulling: aansluiting OR » DE LOODS ARCHITECTEN EN ADVISEURS |
1
BEZONNINGSTUDIE 21 JUNI
21 JUNI | 09:00U
21 JUNI | 11:00U
21 JUNI | 13:00U
21 JUNI | 15:00U
21 JUNI | 17:00U
21 JUNI | 19:00U
HERONTWIKKELING LEO XIII-STRAAT « Aanvulling: aansluiting OR » DE LOODS ARCHITECTEN EN ADVISEURS
2
BEZONNINGSTUDIE 21 DECEMBER
3-
21 DECEMBER | 09:00U
21 DECEMBER | 11:00U
21 DECEMBER | 13:00U
21 DECEMBER | 15:00U
21 DECEMBER | 17:00U
21 DECEMBER | 19:00U
HERONTWIKKELING LEO XIII-STRAAT « Aanvulling: aansluiting OR » DE LOODS ARCHITECTEN EN ADVISEURS |
3
BEZONNINGSTUDIE 21 MAART | 15:00U
BESTAANDE SITUATIE
NIEUWE SITUATIE
HERONTWIKKELING LEO XIII-STRAAT « Aanvulling: aansluiting OR » DE LOODS ARCHITECTEN EN ADVISEURS
4
oooo ORDITO OOOO
BIJLAGE 2: ARCHEOLOGISCH BUREAUONDERZOEK
aeres «milieu
ămlÊÊm. ţĚįjļMpĘš
/A AA? ïy/yS,
K/Z' V
ZZZA
ZZ/wZAz
Az'rzAź' Z W ZY ť\\ )
zyzfMĩz 4a M
\ Z /VV'OiTV* Z ZC'V ZvA,
v^1 Oš?
zzz
zzz
^Mã
w
\^iý.s\V/'
Zź'ÀZ
RAPPORTZMMZwIf; ézZĄzZ' s . s \ \X\ s Archeologisch bureauonderzoek .; "'•V/ŵ5' v v' , [\ Leo XIII-straat en Prins Hendrikstraat YZ te Kaatsheuvel (gemeente Loon op ZandZ|||P|
■éĘĘfmå.
OZY/ v\
„
z
AM21459
aeres •milieu
RAPPORT Archeologisch bureauonderzoek Leo XIII-straat en Prins Hendrikstraat te Kaatsheuvel (gemeente Loon op Zand) Aeres Milieu Projectnummer Status rapport ISSN Nummer Datum
AM21459 Concept (versie 1) 2214-5656 14 oktober 2021
Opdrachtgever
Ordito Postbus 94 5126 ZH Gilze
Opsteller rapport Paraaf
: L. Kruithof MSc. | drs. D. Hagens | drs. ing. N.J.W. van der Feest :
Redactie Paraaf
:
Vrijgave Paraaf
:
: drs. ing. N.J.W. van der Feest : drs. ing. N.J.W. van der Feest
Aeres Milieu B.V. Noordhoven 4 6042 NW ROERMOND (t) 0475 - 320 000 e-mail: info@aeres-milieu.nl www.aeres-milieu.nl
'^ŵehee' 4002
Disclaimer Het onderzoek is op zorgvuldige wijze uitgevoerd volgens de algemeen gebruikelijke inzichten en methoden (opzet conform de geldende richtlijnen en protocollen). Aeres Milieu accepteert op voorhand geen aansprakelijkheid voor maatregelen of mogelijke beslissingen die de opdrachtgever naar aanleiding van het door Aeres Milieu uitgevoerde onderzoek neemt. Tevens wordt opgemerkt dat Aeres Milieu voor het verkrijgen van de voor het bureau onderzoek noodzakelijke informatie (mede) afhankelijk is van externe bronnen. Voor Aeres Milieu is niet te verifiëren of deze bronnen altijd volledig en zonder fouten zijn. Hierdoor kan Aeres Milieu niet instaan voor de juistheid en volledigheid van de verzamelde historische informatie.
Pagina | 2
AM21459 aeres •milieu
INHOUDSOPGAVE SAMENVATTING...................................................................................................................................................................4 ADMINISTRATIEVE GEGEVENS........................................................................................................................................... 6 1.
INLEIDING.............................................................................................................................................................. 7
2.
WERKWIJZE.......................................................................................................................................................... 10 2.1
3.
Inleiding............................................................................................................................................................ 10 BUREAU-ONDERZOEK............................................................................................................................................ 11
3.1
Landschappelijke situatie - geomorfologie..........................................................................................................11
3.2
Landschappelijke situatie - bodem.....................................................................................................................14
3.3
Bewoningsgeschiedenis - historisch overzicht................................................................................................... 15
3.4
Bewoningsgeschiedenis - archeologische waarden........................................................................................... 16
3.5
Bewoningsgeschiedenis - historisch kaartmateriaal.......................................................................................... 17
4.
VERWACHTINGSMODEL........................................................................................................................................ 20
5.
AANBEVELINGEN.................................................................................................................................................. 23
LITERATUURLIJST............................................................................................................................................................. 24
Bijlagen: 1 2 3 4 5 6
Topografische ligging onderzoeksgebied Archeologische gegevens cf. Archis 3 Archeologische Beleidskaart gemeente Loon op Zand Overzicht geomorfologische kaart Overzicht bodemkaart Reliëfkaart
Pagina | 3
AM21459 aeres •milieu
SAMENVATTING In oktober 2021 is door Aeres Milieu een archeologisch bureauonderzoek uitgevoerd aan de Leo XIII-straat (nummers 2-28) en Prins Hendrikstraat (nummers 1-7) (gemeente Loon op Zand). De aanleiding voor het laten uitvoeren van dit bodemonderzoek betreft een (her)ontwikkeling van de locatie ten behoeve van nieuwbouwwoningen (10 eengezinswoningen en 14 appartementen). De diepte van de toekomstige bodemverstoring isop dit moment onbekend, maar uitgaande van de aanleg van bouwputten voor de voorgenomen nieuwbouw zal de bodem waarschijnlijk tot in het archeologische niveau worden verstoord. Er wordt vooralsnog uitgegaan van een standaard funderingsdiepte zonder onderkeldering en met een bodemverstoring van ten minste 0,8 - 1,0 meter beneden maaiveld. De onderzoekslocatie ligt volgens de Archeologische Beleidskaart van de gemeente Loon op zand (2017) deels in een zone Beleidscategorie 3 (hoge verwachting) en deels in een zone Beleidscategorie 4 (middelhoge verwachting). Het uiterste zuidwestelijke deel ligt binnen een zone Beleidscategorie 2b (gebied van archeologische waarde). De hoogste beleidszone is leidend. De gemeente heeft middels deze kaart aangegeven dat er een archeologische onderzoeksplicht geldt. Ten tijde van de jager-verzamelaars was de omgeving van het plangebied bewoonbaar en was onderdeel van een uitgestrekt dekzandlandschap.
De top van het dekzand, archeologisch niveau, is waarschijnlijk verstoord als gevolg van het afsteken van het veen. Toch kan zeker niet uitgesloten worden dat er geen archeologische resten meer aanwezig zijn uit de periode jagerverzamelaars. Om deze rede geldt er voor het plangebied een middelhoge verwachting voor vindplaatsen uit het laatpaleolithicum tot en met het mesolithicum. Vóór de vorming van het veen (voor 500 v. Chr.) bestond het gebied uit een dekzandlandschap. Theoretisch gezien kunnen er archeologische resten van vóór 500 v. Chr. aangetroffen worden. De top van het dekzand, het mogelijke sporenniveau, kan zoals eerder vermeld, waarschijnlijk zijn verstoord als gevolg van het afsteken van het veen. Volgens de Palaeogeografische kaarten bestond de omgeving van het plangebied tijdens de ijzertijd tot aan de ontginning van het plangebied in de middeleeuwen uit een veenlandschap. Dit landschap bestaat uit een nat milieu en vormt geen gunstige plek voor bewoning. Om deze redenen geldt een middelhoge archeologische verwachting voor nederzettingsresten uit het neolithicum en bronstijd en een lage archeologische verwachting voor nederzettingsresten uit de ijzertijd tot en met de vroege middeleeuwen. Vanaf de 13e en 14e eeuw werd in de regio op grote schaal turf gestoken en werd het gebied in ontginning gebracht.
Kaatsheuvel ontstond in de 14e eeuw als ontginningsbasis langs de 14e-eeuwse ontginningsvaart De Vossenbergse Vaart. Deze vaart vormde de noordwestelijke begrenzing van het plangebied. Hier loopt nu de Leo XIII-straat. Uit bestudering van historisch kaartmateriaal blijkt dat het plangebied en onmiddellijke omgeving sinds tenminste het begin van de 19e eeuw onderdeel was van het akkerveld Den Horst. Direct ten westen ligt meerdere historische bebouwing aan de huidige Gasthuisstraat. Ook getuige een kaart uit 1658 lijkt geen bebouwing aanwezig te zijn in het plangebied. Vanaf medio 20e eeuw worden de huidige straten aangelegd en de huidige bebouwing gerealiseerd. Gezien de ligging nabij de historische bebouwingszones aan de Gasthuisstraat en de ligging aan de laatmiddeleeuwse Vossenbergse Vaart, geldt voor het plangebied een middelhoge verwachting voor archeologische resten uit de periode late middeleeuwen tot en met de nieuwe tijd. Wat betreft de conservering en gaafheid van eventueel aanwezige archeologische resten kan het volgende gesteld worden: Wegens de verwachte aanwezigheid van enkeerdgronden en daarmee een plaggendek zijn archeologische resten beschermd tegen latere invloeden.
Bij hoge enkeerdgronden zijn de omstandigheden voor het aantreffen van organische resten minder goed: door de lage grondwaterstand (GWT VI en VII) kunnen organische resten vaak enkel in dieper, waterhoudende sporen zoals waterputten bewaard blijven. Pagina | 4
AM21459 aeres •milieu
Op basis van deze gegevens wordt voor het plangebied een vervolgonderzoek geadviseerd in de vorm van een verkennend booronderzoek. Het doel van een verkennend booronderzoek is de intactheid van de bodem en de diepteligging van potentiële archeologische niveau(s) vast te stellen. De resultaten van dit onderzoek dienen te worden getoetst door de bevoegde overheid (gemeente Loon op Zand), dat op basis van het uitgebrachte advies een besluit zal nemen. Wij willen de opdrachtgever erop wijzen dat dit selectieadvies nog niet betekent dat al bodemverstorende activiteiten of daarop voorbereidende activiteiten kunnen worden ondernomen. Het uitgevoerde onderzoek is verricht conform de gestelde eisen en gebruikelijke methoden. Het onderzoek is gericht op het inzichtelijk maken van de toestand van het aanwezige bodemarchief. Hiermee kan de beschadiging dan wel vernietiging als gevolg van de voorgenomen verstoring van een mogelijk aanwezig bodemarchief tot een minimum worden beperkt. Echter kan door de aard van het onderzoek, steekproefsgewijs, niet volledig worden uitgesloten dat er archeologische resten aan- of afwezig zullen zijn. Als gevolg hiervan is bij het aantreffen van archeologische resten het, conform de Erfgoedwet van 2016, artikel 5.10 (Archeologische toevalsvondst) en 5.11 (Waarneming), een meldingsplicht van toepassing.
Pagina | 5
AM21459 aeres •milieu
ADMINISTRATIEVE GEGEVENS Projectnummer
AM21459
OM-nummer
5120936100
Soort onderzoek
Bureauonderzoek
Adres onderzoekslocatie
Leo XIII-straat (nrs. 2-28) en Prins Hendrikstraat (nummers 1-7) te Kaatsheuvel
Toponiem
Leo XIII-straat (nrs. 2-28) en Prins Hendrikstraat (nummers 1-7 (oneven))
Gemeente
Loon op Zand
Provincie
Noord-Brabant
Kadastrale registratie
Loon op Zand, sectie M, nummers 1095, 1256, 1410, 1415, 1416, 1417 (deels) en 1556
Coördinaten
Centrum
131.239; 407.681
NW:
131.282; 407.732
NO:
131.301; 407.715
ZW:
131.193; 407.628
ZO:
131.220; 407.626
Oppervlakte
: Circa 3.500 m2
Huidig locatie gebruik
: Bebouwd en tuin
Aanleiding onderzoek
: Omgevingswetvergunning
Opdrachtgever
: Ordito
Bevoegde overheid
: Gemeente Loon op Zand
Opslag documentatie en materiaal
: Noordhoven 4 te Roermond tot deponering bij provinciaal depot te 's-Hertogenbosch/E-depot
Datum uitvoering
: Oktober 2021
Pagina | 6
AM21459 aeres •milieu
1. INLEIDING In opdracht van Ordito heeft Aeres Milieu een archeologisch bureauonderzoek uitgevoerd voor de locatie: Adres onderzoekslocatie
: Leo XIII-straat (nrs. 2-28) en Prins Hendrikstraat (nrs. 1-7) te Kaatsheuvel
Gemeente
: Loon op Zand
Oppervlakte
: Circa 3.500 m2
Huidig gebruik van de locatie
: Bebouwd en tuin
Toekomstig gebruik
: Nieuwbouwwoningen
Dit archeologisch onderzoek is uitgevoerd conform de richtlijnen van de BRL SIKB 4000 (protocol 4002 en 4003), KNA 4.1. Het archeologische onderzoek bestaat uit een bureauonderzoek naar de historie en bodemgesteldheid van de onderzoekslocatie.
Aanleiding De aanleiding voor het laten uitvoeren van dit bodemonderzoek betreft een (her)ontwikkeling van de locatie ten behoeve van nieuwbouwwoningen (10 eengezinswoningen en 14 appartementen, Figuur 1). De diepte van de toekomstige bodemverstoring is op dit moment onbekend, maar uitgaande van de aanleg van bouwputten voor de voorgenomen nieuwbouw zal de bodem waarschijnlijk tot in het archeologische niveau worden verstoord. Er wordt vooralsnog uitgegaan van een standaard funderingsdiepte zonder onderkeldering en met een bodemverstoring van ten minste 0,8 - 1,0 meter beneden maaiveld. De onderzoekslocatie ligt volgens de Archeologische Beleidskaart van de gemeente Loon op zand (2017) deels in een zone Beleidscategorie 3 (hoge verwachting) en deels in een zone Beleidscategorie 4 (middelhoge verwachting). Het uiterste zuidwestelijke deel ligt binnen een zone Beleidscategorie 2b (gebied van archeologische waarde). ^
Voor de Beleidscategorie 2b geldt een onderzoeksplicht bij bodemingrepen met een oppervlakte groter dan 100 m2 en een verstoringsdiepte vanaf 30 centimeter onder maaiveld.
^
Voor de Beleidscategorie 3 geldt een onderzoeksplicht bij bodemingrepen met een oppervlakte groter dan 500 m2 en een verstoringsdiepte vanaf 50 centimeter onder maaiveld.
^
Voor de Beleidscategorie 4 geldt een onderzoeksplicht bij bodemingrepen met een oppervlakte groter dan 2.500 m2 en een verstoringsdiepte vanaf 50 centimeter onder maaiveld.
De hoogste beleidszone is leidend. De gemeente heeft middels deze kaart aangegeven dat er een archeologische onderzoeksplicht geldt (zie Bijlage 3).1
Doel Het doel van het archeologisch bureauonderzoek is het opstellen van een gespecificeerd archeologisch verwachtingsmodel voor de locatie. Dit verwachtingsmodel wordt op basis van historische kaarten en bekende landschappelijke en archeologische gegevens gevormd. Dit verwachtingsmodel zal vervolgens leiden tot een aanbeveling over het behoud in-situ of eventueel vervolgonderzoek.
1 Vestigia, 2017, Actualisatie verwachtingskaart gemeente Loon op Zand, V1379. Pagina | 7
AM21459
miieu
Plangebied Het plangebied ligt aan de Leo XIII straat en Prins Hendrikstraat in de bebouwde kom en Kaatsheuvel. De ligging van het plangebied is weergegeven in Figuur 2. Momenteel is het plangebied bebouwd (18 twee-onder-een-kapwoningen) en tuin. In het westen wordt het plangebied begrensd door de Leo XIII straat en Prins Hendrikstraat, in het oosten door tuinen, in het zuiden door bebouwing aan de Prins Hendrikstraat (nr. 9) en in het noorden door bebouwing aan de Doctor Ariensplein (nr. 2).
Figuur 1. Stedenbouwkundige visie van de toekomstige situatie binnen het plangebied. (Bron: Aangeleverd door de opdrachtgever).
Pagina | 8
AM21459
aeres •milieu
131250
sÿ5
Topografische ligging plangebied AM21459 Kaatsheuvel - Leo XIII straat en Prins Hendrikstraat
aeres «milieu LJ Plangebied 131250
Figuur 2. Topografische ligging van het plangebied. Het plangebied is aangegeven met het rode kader. (Bron: PDOK-viewer).
Pagina | 9
AM21459 aeres •milieu
2. WERKWIJZE 2.1
Inleiding
Bij het uitvoeren van het bureauonderzoek is gebruik gemaakt van verschillende bronnen. Deze bronnen geven inzicht in bekende, of te verwachten archeologische resten binnen het onderzoeksgebied. Daarnaast zijn deze bronnen van belang voor het opstellen van de landschapsgenese. Archeologische bronnen ^
Archeologische Monumentenkaart (AMK)
^
Archeologisch Informatiesysteem (Archis3)
^
Archeologische Maatregelenkaart van de gemeente Loon op Zand
^
Specifieke lokale informatie (heemkundekring, amateurarcheologen)
Bodem- en geomorfologische kaarten ^
Bodemkaart (Alterra)
^
Geomorfologische kaart (Alterra, uit Archis3)
^
Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN3)
Historische kaarten ^
Historische kaart Bastingius (1658)
^
Historisch kadastraal minuutplan (1800-1832)
^
Historische topografische en militaire kaarten (1830 tot 1978)
^
Moderne topografische kaart (tot 2020)
De bovenstaande bronnen worden aangevuld door mogelijke informatie afkomstig van lokale archeologische verenigingen en werkgroepen. De overige aanvullende informatie is terug te vinden in de literatuurlijst. De Heemkundekring de Ketsheuvel, is op 4 oktober 2021 per e-mail gecontacteerd met de vraag met de vraag om aanvullende informatie betreffende het plangebied. Tot op heden is hierop nog geen reactie ontvangen.
Pagina | 10
AM21459 aeres •milieu
3. BUREAU-ONDERZOEK 3.1
Landschappelijke situatie - geomorfologie
Het plangebied ligt in het centrale dekzandlandschap in de Roerdalslenk.2 De Roerdalslenk is een tektonisch dalingsgebied dat begrensd wordt door de Feldbissbreuk, Breuk van Vessem en de Peelrandbreuk. In het zuidwesten en noordoosten wordt de Roerdalslenk begrensd door tektonisch opheffingsgebieden van het Kempisch Hoog en de Peelhorst.3 De Roerdalslenk werd in de laatste periode van het Vroeg-Pleistoceen (circa 1,1 miljoen jaar geleden) tot in het MiddenPleistoceen (circa 475.000 jaar geleden) opgevuld met oude rivierafzettingen van de Rijn en de Maas. Deze rivierafzettingen zijn onderdeel van de Formatie van Sterksel en bestaan grotendeels uit matig tot sterk grof grindhoudend zand en grind.4 Nadat de Rijn en Maas uit de Roerdalslenk waren verdwenen door tektonische opheffingen, werd de Roerdalslenk afgedekt door een dik pakket ^15 meter) dekzand. Dit dekzand is gevormd tijdens de laatste ijstijd (Weichselien; circa 115.000 - 11.700 jaar geleden), aan het eind van het Pleistoceen. Het huidige landschap is in die periode voor een groot deel gevormd. Er ontstond een steeds kouder en droger klimaat.5 In deze periode (circa 115.000 - 11.700 jaar geleden) breidde het landijs zich sterk uit in Europa. Gedurende het grootste deel van het Weichselien was de bodem bevroren.
Tijdens perioden dat er sprake was van dooi, werd door sneeuwsmelt- en regenwater veel sediment verspoeld, waarbij fluvioperiglaciale afzettingen zijn gevormd en dalen ontstonden. De fluvioperiglaciale afzettingen zijn zeer divers in textuur. Ze bestaan uit fijn en grof zand, soms met grind, leemlagen en plantenresten en worden tot de Formatie van Boxtel gerekend.6 Deze afzettingen zijn in het plangebied in de diepere ondergrond aanwezig. In de koudste en droogste perioden van het Weichselien, met name tijdens het Laat-Pleniglaciaal (circa 26.000 - 14.700 jaar geleden) en in sommige perioden van het Laat-Glaciaal (circa 14.700 - 11.700 jaar geleden), is de vegetatie grotendeels verdwenen, waardoor op grote schaal verstuiving optrad. De rivierafzettingen en de fluvioperiglaciale afzettingen raakten bedekt met dekzand.7 Dit dekzand is kalkloos, fijnkorrelig (150 - 210 pm) en arm aan grind. Het dekzand wordt tot het Laagpakket van Wierden van de Formatie van Boxtel gerekend. Het reliëf dat tijdens de dekzandafzetting is ontstaan, wordt gekenmerkt door vlaktes met depressies en dekzandruggen of dekzandkoppen. Het reliëf dat ontstond, wordt gekenmerkt door vlaktes met depressies en dekzandruggen of dekzandkoppen. De belangrijkste dekzandrug is de zuidwest-noordoost gelegen midden-Brabantse dekzandrug.
Het dekzand werd in verschillende fasen en omstandigheden afgezet, zo is het oude dekzand lemig en het jonge dekzand niet. Gedurende het Allerpd (circa 13.900 - 12.900 jaar geleden) heeft plaatselijk op de hogere terreindelen bodemvorming plaats gevonden. Deze bodem wordt de Laag van Usselo genoemd en bevindt zich tussen het Jonger dekzand I en het Jonger dekzand II. Het klimaat werd tijdens het Holoceen warmer en vochtiger. Door het warmere klimaat smolten de in het Weichselien gevormde ijskappen en steeg de relatieve zeespiegel snel. Als gevolg van de snelle relatieve zeespiegelstijging in het Atlanticum (8.000 5.000 jaar geleden), vond er veenvorming plaats op het dekzand.
2 Rensink et al., 2016 en NAR 52.
3 Berendsen 2008, 343. 4 Berendsen 2008, 189. 5 Berendsen 2008, 183; Stouthamer, Cohen en Hoek 2020, 205. 6 Berendsen 2008, 189. 7 Berendsen 2004, 190.
Pagina | 11
AM21459 aeres •milieu
Aanvankelijk vond veenvorming met name plaats in de lagere delen, zoals beekdalen. Omstreeks 600 voor Chr. raakten grote delen van West-Brabant bedekt met veen.8 Volgens de Turfdatabank van de provincie Antwerpen en Palaeogeografische kaarten van Nederland heeft in de omgeving van Kaatsheuvel, ook veenvorming plaatsgevonden.9 Volgens de Palaeogeografische kaart (Figuur 3) heeft er in het plangebied vanaf de midden-ijzertijd tot middeleeuwen veenvorming plaats gevonden.
Vanaf de late middeleeuwen (tussen 1250 - 1750 na Chr.) is het veen afgegraven ten behoeve van turfwinning. Hierdoor zijn de oudere dekzanden en terrasafzettingen weer aan het maaiveld komen te liggen. Of turfwinning ook daadwerkelijk in het plangebied plaatsvond is niet bekend. Door de turfwinning daalde het maaiveld sterk en werd de omgeving van het plangebied vatbaar voor overstromingen. Volgens de oppervlakte geologiekaart komen ter plaatse van het plangebied in de bodem fluvioperiglaciale afzettingen (leem en zand) met een zanddek voor. Deze afzettingen behoren tot de Formatie van Boxtel (Bx6). Het zanddek behoort tot het Laagpakket van Wierden.10 Op de geomorfologische kaart (Bijlage 4) is het plangebied niet gekarteerd vanwege de ligging in de bebouwde zone van Waalwijk. Deze bebouwde zone wordt omringd door verschillende landschappelijke eenheden: dekzandwelvingen al dan niet bedekt met een oud bouwlanddek (code 3L51yc), dekzandvlakte (code 2M51) en landduinen met bijbehorende vlakten en laagten (code 11L54). Het kaartbeeld van het Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN, Bijlage 6) laat zien dat het plangebied op de overgang van een hooggelegen zone (zuidoosten) naar een lager gelegen zone (noordwesten) ligt. De maaiveldhoogte van het plangebied varieert tussen de 5,64 en 6,54 meter +NAP. Het plangebied loop globaal in westelijke richting af.
Op basis van extrapolatie van aangrenzende geomorfologische eenheden ligt het plangebied op de overgang van dekzandwelvingen in het zuidoosten naar een lager gelegen dekzandvlakte in het noordwesten. Volgens de ontgrondingenkaart van Noord-Brabant zijn binnen het plangebied geen ontgrondingsvergunningen verleend.
8 Leenders 2013,14 . 9 www.provincieantwerpen.be, Vos en de Vries, 2018. 10 Geologische overzichtskaart van Nederland, 2010.
Pagina | 12
AM21459
aeres •milieu
123850
L23850
123850
L2İ850
123850
123850
123850
123850
r r**
Plangebied
Binnenwater
Veen
Beekdal en rivierengebied
Wadden en slikken
Pleistoceen zandgebied, tussen 16 en Om -
Schaal 1:200.000
ļ\
0
3
4'5
6
,5 km 7-
Pleistoceen zandgebied, boven Om - NAP
aeres «milieu
Figuur 3. Paleogeografische ligging van Nederland (Bron: Deltares). De omgeving van het plangebied is weergegeven met de rode ster. De omgeving van het plangebied lag in 3.850 voor Chr. A) in de landschappelijke eenheid Pleistoceen zandgebied, in B) veen, in 1.500 na Chr. C) en 1.850 na Chr. D) in Pleistoceen zandgebied.
Pagina | 13
AM21459 aeres •milieu
3.2
Landschappelijke situatie - bodem
Op de bodemkaart (Bijlage 6) is het plangebied vanwege de ligging in de bebouwde kom niet gekarteerd. Gezien de ligging van omliggende bodemkundig eenheden en de verwachte ligging op een dekzandrug, worden binnen het plangebied waarschijnlijk hoge zwarte enkeerdgronden gevormd in leemarm en zwak lemig fijn zand (code zEZ21) verwacht. Bij enkeerdgronden is sprake van een eerdlaag of plaggendek. Dit (plaggen)dek is ontstaan doordat in sommige gevallen al vanaf de late middeleeuwen op grote schaal het systeem van potstalbemesting werd toegepast. Om de grond vruchtbaarder te maken, werden plaggen met mest van het vee vermengd en op de akkers uitgespreid. In de loop der tijd is hierdoor een plaggendek op de oorspronkelijke bodem ontstaan. De totale dikte van het plaggendek is bij de enkeerdgronden meer dan 50 cm. De bouwvoor (Aap-horizont) is grijsbruin tot zwart van kleur. Hieronder liggen oudere niveaus/lagen van het plaggendek (Aa-horizont), die meestal wat lichter van kleur zijn. Dergelijke cultuurdekken kunnen een beschermende werking hebben voor de potentieel aanwezige archeologische lagen. De hoge enkeerdgronden betreffen de oudste opgehoogde gronden, die over het algemeen op de hogere dekzanden liggen. De lage enkeerdgronden werden pas later in gebruik genomen vanwege de lagere ligging in het beekdal.
Door de hogere grondwaterstand was de sterke ophoging met plaggen niet alleen noodzakelijk voor de bemesting maar ook om de nattere gronden toegankelijk te maken. De kans bestaat dat er onder het plaggendek nog een restant van het oorspronkelijke wordt bodemprofiel wordt aangetroffen. Dit hoeft echter niet zo te zijn zoals vaker blijkt bij archeologisch onderzoek in bijvoorbeeld het oosten van Brabant. Indien sprake is geweest van een snelle ophoging, dan zou men onder het plaggendek nog een intacte A-horizont kunnen vinden. Deze laag onderscheidt zich door een hoger humusgehalte en een meer donkere kleur. Echter, door verploeging zijn vaak de oorspronkelijke A- en E-horizont meestal reeds opgenomen in het plaggendek. Indien de oorspronkelijke bodem bestaat uit een podzolbodem kunnen op een dieper niveau nog (restanten van) een B- en/of BC- horizont voorkomen. Grondwatertrap De mogelijk aanwezige gronden worden gekenmerkt door een gemiddeld lage grondwaterstand, te weten grondwatertrap VI en VII. Dit zijn de gemiddelde grondwaterstanden die op de bodemkaart staan aangegeven. Dit betekent dat de gemiddeld hoogste grondwaterstand bij GWT VI tussen de 40 en 80 centimeter beneden maaiveld ligt en de gemiddeld laagste grondwaterstand ligt dieper dan 120 centimeter beneden maaiveld.
Bij GWT VII ligt de gemiddeld hoogste grondwaterstand tussen de 80 en 140 centimeter beneden maaiveld ligt en de gemiddeld laagste grondwaterstand ligt dieper dan 160 centimeter beneden maaiveld. Deze lage grondwaterstand zorgt voor slechte bewaringsomstandigheden voor eventuele organische resten.
Pagina | 14
AM21459 aeres •milieu
3.3
Bewoningsgeschiedenis - historisch overzicht
De bestudeerde en beschikbare bronnen hebben het volgende beeld kunnen schetsen over de geschiedenis van Kaatsheuvel. Kaatsheuvel ligt nabij de scheiding van de hogere zandgronden met de lager gelegen veen- en riviergronden. Ter plaatse werd vanaf de 13e en 14e eeuw op grote schaal turf gestoken. In deze regio vond dit voornamelijk plaats tussen de Langstraat, vanaf Raamsdonkveer via Waalwijk tot aan de Loonse en Drunense Duinen.11 In deze periode ontstonden in de streek meerdere nieuwe ontginningen.11 12 Kaatsheuvel ontstond langs de 14e-eeuwse ontginningsvaart die tussen 's-Gravenmoer en 's-Hertogenbosch lag. In deze periode was sprake van het gehucht Kets. Waarschijnlijk is de naam afkomstig van cahier dat 'drijven' of 'leiden' betekent. Oorspronkelijk was het een verwijzing naar een weg waarlangs het vee werd gedreven. In de 16e eeuw is sprake van Kesthovel.13 Een andere theorie van de plaatsnaam is de verwijzing van kest naar een 'opslagplaats' of 'voorraadschuur'. Het achtervoegsel hovel zou betrekking hebben op een verhoging in het landschap als opslagplaats van de afgegraven turf. De plaats behoorde bestuurlijk toe aan de heerlijkheid Venloon, het huidige Loon op Zand.14 Kaatsheuvel ontwikkelde zich als een straatdorp langs deze vaart of weg.
Aan de straten Hoofdstraat-Roestenbergstraat en aan de Gasthuisstraat (Oude Vaart) ontstond een lang west-oost georiënteerd bebouwingslint met haaks hierop lange strokenverkavelingen.15 In 16 1396 werd door Pauwels van Haestrecht, heer van Venloon, een nieuwe hoofdvaart aangelegd die van Kaatsheuvel naar 's-Hertogenbosch liep en aansloot op de al bestaande Vossenbergse Vaart. Deze vaart had al een westoostelijke oriëntatie, waarmee de aansluiting op de veenontginning vanaf 's-Gravenmoer en de afvoer via de Maas optimaal werd. Nadat het veen in de 16e eeuw grotendeels was afgegraven, ontstond in de loop van de 17e eeuw een nieuwe industrie in de streek: de schoen- en lederproductie. De huidige Langstraat (vanaf Geertruidenberg en Raamsdonkveer tot aan 's-Hertogenbosch en met Waalwijk als hart) stond eeuwenlang bekend als het centrum van deze industrie. Het was voor Kaatsheuvel de belangrijkste inkomstenbron.16 Als gevolg van de veenafgravingen ontstonden uitgestrekte en laaggelegen weidegronden. Deze waren uitermate geschikt om het vee op te laten weiden.17 Er zijn binnen het werk van Van Blankenstein geen gegevens bekend over vernielingen of verwoestingen gedurende de Tweede Wereldoorlog in Kaatsheuvel.18 Evenmin zijn gegevens bekend van vliegtuigcrashes in of rondom het dorp. Gedurende de Tweede Wereldoorlog lag in Kaatsheuvel de MASt.
Dit was een groot Duits munitiedepot (Munitions Ausgabe Stelle), gelegen achter de Horst in de Loonse en Drunense Duinen, voor het nabijgelegen vliegveld van Gilze-Rijen. Het munitiedepot kende naast bunkers, parkeerhavens met camouflagemogelijkheden, ook een kantine en barakken voor de manschappen. Op 5 september 1944 werd het depot door de Duitsers opgeblazen.19
11 Berendsen 2008, 387-388. 12 De Bont 1993, 37. 13 Van Berkel en Samplonius 2006. 14 www.deketsheuvel.nl 15 Hessing e.a. 2011, 44. 16 www.deketsheuvel.nl 17 Hessing e.a. 2011, 44. 18 Van Blankenstein 2006; Auwerda en Grimm 2008 (Verliesregisters 1939-1945). 19 www.deketsheuvel.nl
Pagina | 15
AM21459 aeres •milieu
3.4
Bewoningsgeschiedenis - archeologische waarden
Op de leidende Archeologische Maatregelenkaart van de gemeente Loon op Zand geldt voor het (noord)westelijk deel van plangebied een hoge archeologische verwachting: Beleidscategorie 3, voor het (zuid)oostelijke deel een middelhoge verwachting: Beleidscategorie 4 en het zuidwestelijke deel ligt in een gebied van archeologische waarde: Beleidscategorie 2 (Bijlage 3). In de omgeving van het plangebied (binnen een straal van 500 meter) zijn volgens de gegevens uit Archis3 geen archeologisch monumenten bekend en meerdere archeologische waarnemingen en onderzoeksmeldingen bekend (Bijlage 2). Zaakidentificatie 4838603100
Afstand Circa 25 m ten ZW
Soort onderzoek BO door Salisbury
Omschrijving Voor het onderzoeksgebied geldt een middelhoge verwachting voor
van het plangebied
Archeologie b.v. in 2020
de periode laat-paleolithicum - bronstijd. De bodem is vermoedelijk verstoord tot 65-100 cm -mv. Op basis van het BO kan niet geconcludeerd worden of de bodem binnen het onderzoeksgebied intact is. Om deze reden is er een vervolgonderzoek geadviseerd in de vorm van een proefsleuvenonderzoek.
4910409100
Circa 25 m ten ZW
IVO-o door Salisbury
van het plangebied
Archeologie b.v. in 2020
De aangetroffen bodemopbouw is verstoord. Er zijn geen sporen van bodemhorizonten aangetroffen. Op basis hiervan is er geen vervolgonderzoek geadviseerd.
3295245100
Circa 220 m ten O
IVO-o door Aeres Milieu
De aangetroffen bodemopbouw bestaat uit een AC-profiel waarbij
van het plangebied
in 2015
de bodem tot in de C-horizont is verstoord. Uit de boringen blijkt dat tot 100 cm -mv de bodem is verstoord. Er is geen vervolgonderzoek geadviseerd.
2399312100
Circa 350 m ten Z
IVO-o door BAAC BV in
In een van de zes boringen is een grotendeels intacte begraven
van het plangebied
2013
bodem aangetroffen. In de overige boringen is de bodem sterk verstoord, tot meer dan 1 meter -mv. Op basis hiervan wordt de kans laag geacht op het aantreffen van een vindplaats. Om deze redenen is er geen vervolgonderzoek geadviseerd.
4557752100
Circa 395 m ten Z
BO door Econsultancy BV
De delen van het onderzoeksgebied met dubbelbestemming
van het plangebied
in 2017
archeologie dient bij vergunningsplichtige bodemwerkzaamheden archeologisch onderzoek uitgevoerd te worden. Voor de delen die nog niet onderzocht zijn kan dit vervolgonderzoek bestaan uit een inventariserend booronderzoek.
4002009100
Circa 170 m ten ZW
IVO-o door Econsultancy
Uit het booronderzoek blijkt de bodem in een deel van het
van het plangebied
BV in 2016
onderzoeksgebied zwaar verstoord is en in delen niet. Op basis hiervan is er een vervolgonderzoek geadviseerd voor de niet verstoorde delen in de vorm van een proefsleuvenonderzoek.
4547692100
Circa 230 m ten W
IVO-p door Ecunsultancy
Tijdens dit onderzoek is een greppel/sloot en kuil aangetroffen. Er
van het plangebied
BV in 2017
zijn geen archeologische indicatoren of vindplaatsen aangetroffen. De aangetroffen sporen hangen samen met de recent verwijderde bebouwing. Er is geen vervolgonderzoek geadviseerd.
2269064100
Circa 300 m ten W
IVO-o door Synthegra BV
van het plangebied
in 2010
Er zijn geen verdere gegevens bekend in Archis en DansEasy.
Pagina | 16
AM21459 aeres •milieu
Zaakidentificatie 2255878100
2274126100
2482312100
Afstand Circa 260 m ten W
Soort onderzoek BO door Synthegra BV in
van het plangebied
2009
Omschrijving Er zijn geen verdere gegevens bekend in Archis en DansEasy.
Circa 280 m ten NW
IVO-o door Becker en Van
Het aangetroffen plaggendek is circa 1 m dik en is grotendeels
van het plangebied
de Graaf in 2010
intact. Op basis hiervan is er een vervolgonderzoek geadviseerd.
Circa 300 m ten NW
IVO-o door Aeres Milieu
Rond boring 1 is deels intacte bodem aangetroffen. In het overige
van het plangebied
in 2015
deel van het onderzoeksgebied is een diepgaande verstoorde bodem aangetroffen. Er is geen vervolgonderzoek geadviseerd.
2215758100
5022301100
Circa 480 m ten NW
BO door Synthegra BV in
Er zijn geen verdere gegevens bekend in Archis en DansEasy.
van het plangebied
2008
Circa 310 m ten NW
IVO-o door Econsultancy
Volgens de eerste bevindingen is de bodem in het grootste deel van
van het plangebied
Bv in 2021
het onderzoeksgebied intact en blijft de in het bureauonderzoek opgestelde verwachting gehandhaafd.
Tabel 1: Overzicht van Archismeldingen binnen een straal van 500 meter rond het plangebied.
3.5
Bewoningsgeschiedenis - historisch kaartmateriaal
In het kader van het bureauonderzoek is historisch kaartmateriaal bestudeerd. Op de oudste bestudeerde kaart uit 1658 van de landmeter Bastingius staan de hoofdwegen die het dorp Kaatsheuvel vormen, al aangegeven (figuur 4, de tekening is zuidgeoriënteerd), zoals de Hoofdstraat - Roestenbergstraat, de Monseigneur Völkerstraat en ook de Gasthuisstraat. Parallel aan de Gasthuisstraat ligt De Oude Vaart (Vossenbergse Vaart) die gebruikt werd voor de turftransport. Deze ligt ter hoogte van de Leo XIII-straat en vormt daarmee de noordwestelijke begrenzing van het plangebied. In het verlengde van de Roestenbergstraat staat de dijk en de ontginningsvaart aangegeven. In het gebied ten noorden daarvan bevond zich het veen. Het bebouwingscluster van Kaatsheuvel bevindt zich voornamelijk aan de Hoofdstraat en aan de Gasthuisstraat. Op het minuutplan uit het begin van de 19e eeuw (Figuur 5)20 is de situatie op kadastraal niveau te zien. Het plangebied ligt direct ten zuiden van de Oude Vaart met parallel hieraan een doorgaande weg. Deze weg ligt binnen het tracé van de huidige Leo XIII-straat. Het plangebied is onbebouwd en ligt binnen meerdere percelen die volgens de Oorspronkelijke Aanwijzende Tafels (OAT)21 behorende bij het minuutplan, allen als bouwland in gebruik zijn. Deze zijn onderdeel van het bouwlandveld Den Horst.
Direct ten westen, aan de Gasthuisstraat, is wel meerdere bebouwing aanwezig. Ook op de historische kaarten uit 1830-1850 en 1905 is deze situatie te zien. Het plangebied is onbebouwd en ligt binnen een onbebouwd bouwlandveld. De Oude Vaart staat vanaf circa 1900 aangegeven als de Vossenbergse Vaart. Vanaf medio 20e eeuw ontstaat er meerdere bebouwing en ontstaat ook het huidige stratenpatroon en wordt de Leo XIII-straat gerealiseerd ter plaatse van de oude weg. Dan wordt ook de huidige bebouwing binnen het plangebied gerealiseerd. Deze dateren volgens de gegevens uit het Basisregistratie Adressen en Gebouwen (BAG) uit of kort na 1949.22
20 www.beeldbank.cultureelerfgoed.nl Gemeente Loon op Zand, sectie B, blad 2. Minuutplans zijn de oorspronkelijke kadastrale kaarten die zijn vervaardigd vanaf 1811 en 1812 in navolging van de Fransen o.l.v. Napoleon Bonaparte. Het zijn grondbeschrijvingen (kadasters) van de gemeenten met hierop aangegeven de percelen, perceelnummers en gebouwen. 21 OAT = Oorspronkelijke Aanwijzende Tafel. Dit is een register uit 1832 waarin diverse gegevens in vermeld staan die betrekking hebben op de betreffende percelen, zoals de eigenaar, beroep en woonplaats, alsmede het grondgebruik en de oppervlakte. 22 www.bagviewer.kadaster.nl.
Pagina | 17
AM21459
aeres •milieu
\Jej- d
EL
f
JJf' \Z,ĵjjtse
OUiZïi'ŕ-
ái. .Ŵ-
ÊJtàÂ&ĝr*
Figuur 4: Historische kaart van Bastingius uit 1658, met in het rood het plangebied aangegeven (Bron: www.bhic.nl).
Pagina | 18
AM21459
aeres •milieu
rvv 7*1 's- A
o» f/W
ŕl
iá.»1* *VJ ľ»
issss
«ĮļgMi ďM söWjŕ
J ^
tbďñ
Figuur 5: Historisch kaartmateriaal uit respectievelijk 1811-1832, 1830-1850, 1905 en 1953, met in het rood het plangebied aangegeven. De zwarte pijlen geven het noorden aan (Bron: www.topotijdreis.nl).
Pagina | 19
AM21459 aeres •milieu
4. VERWACHTINGSMODEL Jager-verzamelaars uit het paleolithicum en mesolithicum hebben als woon- en verblijfplaats vaak voor de flanken van hoger liggende terreingedeelten in het landschap gekozen. Bij voorkeur in de buurt van (open) water. Nabijgelegen watervoorzieningen waren belangrijk voor drinkwater en de aanwezige biodiversiteit. Dit vergemakkelijkt de jacht en het verzamelen van plantaardig voedsel. Ten tijde van de jager-verzamelaars was de omgeving van het plangebied bewoonbaar en was onderdeel van een uitgestrekt dekzandlandschap. In de wijde omgeving zijn tot op heden geen vuursteenvondsten uit het laat-paleolithicum en mesolithicum aangetroffen. De top van het dekzand, het archeologisch niveau, is waarschijnlijk verstoord als gevolg van het afsteken van het veen. Toch kan zeker niet uitgesloten worden dat er geen archeologische resten meer aanwezig zijn uit de periode jagerverzamelaars. Om deze reden geldt er voor het plangebied een middelhoge verwachting voor vindplaatsen uit het laatpaleolithicum tot en met het mesolithicum. Er worden binnen het plangebied hoge enkeerdgronden verwacht. Dit betekent dat de onderliggende natuurlijke podzol is afgedekt met een dun esdek van 30 tot 50 centimeter dik, dat een conserverende werking kan hebben op eventueel aanwezige archeologische resten.
Eventueel aanwezige resten uit de periode laat-paleolithicum en mesolithicum worden onder de verwachte eerdlaag of in de oorspronkelijke bodem verwacht en kunnen onder andere bestaan uit tijdelijke bewoningssporen, haardkuilen, vuursteenstrooiingen. Vanaf het (laat-)neolithicum ontstaan de eerste landbouwculturen die gekenmerkt worden door meer sedentaire nederzettingen. De nederzettingen worden gekenmerkt door permanente woningen die soms diep in de grond gefundeerd waren. Vanaf deze perioden heeft men nog steeds een voorkeur voor hoger en droger gelegen gebieden. Vóór de vorming van het veen (voor 500 v. Chr.) bestond het gebied uit een dekzandlandschap. Theoretisch gezien kunnen er archeologische resten van vóór 500 voor Chr. aangetroffen worden. De top van het dekzand, het mogelijke sporenniveau, is zoals eerder vermeld waarschijnlijk verstoord als gevolg van het afsteken van het veen. Volgens de Palaeogeografische kaarten bestond de omgeving van het plangebied tijdens de ijzertijd tot aan de ontginning van het plangebied in de middeleeuwen uit een veenlandschap. Dit landschap bestaat uit een nat milieu en vormt geen gunstige plek voor bewoning.
Om deze redenen geldt een middelhoge archeologische verwachting voor nederzettingsresten uit het neolithicum en bronstijd en een lage archeologische verwachting voor nederzettingsresten uit de ijzertijd tot en met de volle middeleeuwen. Resten worden verwacht vanaf het maaiveld tot in de top van de oorspronkelijke bodem en kunnen bestaan uit cultuurlagen, paalkuilenZ-gaten, afvalkuilen, fragmenten aardewerk, natuursteen of gebruiksvoorwerpen. Kaatsheuvel ligt nabij de scheiding van de hogere zandgronden en de veen- en riviergronden en was tot in de late middeleeuwen deels een uitgestrekt veenmoeras. Vanaf de 13e en 14e eeuw werd in de regio op grote schaal turf gestoken en werd het gebied in ontginning gebracht. Kaatsheuvel ontstond in de 14e eeuw als ontginningsbasis langs de 14e-eeuwse ontginningsvaart De Vossenbergse Vaart tussen 's-Gravenmoer en 's-Hertogenbosch. Het dorp ontwikkelde zich als straatdorp aan de bebouwingslinten Hoofdstraat-Roestenbergstraat en de Gasthuisstraat. Het plangebied ligt aan de Leo XIII-straat ten zuidoosten van de van oorsprong laatmiddeleeuwse dorpskern van Kaatsheuvel. Langs deze straat liep tot de 20e eeuw de Vossenbergse Vaart. Uit bestudering van historisch kaartmateriaal blijkt dat het plangebied en onmiddellijke omgeving sinds tenminste het begin van de 19e eeuw onderdeel was van de landbouwgronden van het akkerveld Den Horst.
Direct ten westen ligt meerdere historische bebouwing aan de huidige Gasthuisstraat. Ook getuige een kaart uit 1658 lijkt geen bebouwing aanwezig te zijn in het plangebied. Vanaf medio 20e eeuw worden de huidige straten aangelegd en de huidige bebouwing gerealiseerd.
Pagina | 20
AM21459 aeres •milieu
Gezien de ligging nabij de historische bebouwingszones aan de Gasthuisstraat en de ligging aan de laatmiddeleeuwse Vossenbergse Vaart, geldt voor het plangebied een middelhoge verwachting voor archeologische resten uit de periode late middeleeuwen tot en met de nieuwe tijd. Archeologische resten worden vanaf het maaiveld verwacht en kunnen bestaan uit onder andere cultuurlagen, paalkuilen/gaten, afvalkuilen, gebruiksvoorwerpen van bijvoorbeeld natuursteen, fragmenten aardewerk en sporen van agrarische activiteiten. Wat betreft de conservering en gaafheid van eventueel aanwezige archeologische resten kan het volgende gesteld worden: Wegens de verwachte aanwezigheid van enkeerdgronden en daarmee een plaggendek zijn archeologische resten beschermd tegen latere invloeden. Over het algemeen kunnen (anorganische) vondsten en sporen onder zo'n dek in goede toestand worden aangetroffen. Mogelijke vuursteenvindplaatsen kunnen echter verstoord zijn geraakt bij de aanleg van het plaggendek en de eerste bewerking ervan. Hierdoor is vaak de top van de natuurlijk bodem opgenomen in het bovenliggende opgebrachte dek. Wat betreft eventueel aanwezige organische resten is het afhankelijk hoe diep het grondwater zit.
Bij hoge enkeerdgronden zijn de omstandigheden voor het aantreffen van organische resten minder goed: door de lage grondwaterstand (GWT VI en VII) kunnen organische resten vaak enkel in dieper, waterhoudende sporen zoals waterputten bewaard blijven. Periode Laat-paleolithicum -
Verwachting Middelhoog
mesolithicum
Verwachte kenmerken vindplaats Nederzettingsresten, fragmenten
Diepteligging sporen In de oorspronkelijke bodem
aardewerk, natuursteen, gebruiksvoorwerpen
(laat)-neolithicum -
Middelhoog
bronstijd
Nederzettingsresten, fragmenten
Onder het plaggendek, in de oorspronkelijke
aardewerk, natuursteen,
bodem
gebruiksvoorwerpen
IJzertijd - volle
Laag
middeleeuwen
Nederzettingsresten, fragmenten
Onder het plaggendek, in de oorspronkelijke
aardewerk, natuursteen,
bodem
gebruiksvoorwerpen
Late middeleeuwen
Middelhoog
- nieuwe tijd
Cultuurlaag, funderingsresten,
Vanaf het maaiveld
natuursteen, fragmenten aardewerk, gebruiksvoorwerpen, sporen van agrarische activiteiten
Tabel 2: Archeologische verwachting per periode
Bodemverstoring Ter plaatse van de huidige bebouwing (gebouwd in of kort na 1949) zal het plangebied tot zekere diepte verstoord zijn geraakt.23 Mogelijk is verstoring opgetreden als gevolg van het gebruik als akkerland (diepploegen) en later (moes)tuin en/of boomgaard. Op basis van de KLIC-melding (uitgevoerd op 13 oktober 2021) zijn binnen het plangebied kabels/leidingen gegraven die lokaal voor een verstoring van de bodem kunnen hebben gezorgd (Figuur 6). Het gaat hierbij met name om de zones tussen de Leo XIII-straat en de bebouwing.
23 www.bagviewer.kadaster.nl. Pagina | 21
AM21459
aeres •milieu
\
Figuur 6. Klic-melding van het plangebied (Bron: www.kadaster.nl).
Pagina | 22
AM21459 aeres •milieu
5. AANBEVELINGEN Het plangebied maakte oorspronkelijk deel uit van een dekzandlandschap. Vóór 500 v. Chr. vindt veenvorming plaats en ontstaat een uitgestrekt veenlandschap. Dit blijft zo tot in de late middeleeuwen. Vanaf de 13e en 14e eeuw maakt het plangebied deel uit van een zone waar op grote schaal turf wordt gestoken en wordt het gebied in ontginning gebracht.
Uit het gespecificeerde archeologische verwachtingsmodel komt naar voren dat voor het plangebied een middelhoge verwachting geldt voor vuursteenvindplaatsen uit de periode laat-paleolithicum tot en met het mesolithicum. Er geldt een middelhoge verwachting voor nederzettingsresten uit de periode neolithicum en de bronstijd. Mogelijk zijn resten verstoord als gevolg van turfwinning. Er geldt een lage verwachting voor nederzettingsresten uit de periode ijzertijd tot en met de volle middeleeuwen. Het veenlandschap bestaat uit een nat milieu en vormt geen gunstige plek voor bewoning. Er geldt een middelhoge verwachting voor nederzettingsresten uit de periode late middeleeuwen tot en met de nieuwe tijd, als het gebied in ontginning is gebracht en het plangebied nabij de historische bebouwingszones en de laatmiddeleeuwse Vossenbergse Vaart ligt. Op basis van deze gegevens wordt voor het plangebied een vervolgonderzoek geadviseerd in de vorm van een verkennend booronderzoek. Het doel van een verkennend booronderzoek is de intactheid van de bodem en de diepteligging van potentiële archeologische niveau(s) vast te stellen. De resultaten van dit onderzoek dienen te worden getoetst door de bevoegde overheid (gemeente Loon op Zand), dat op basis van het uitgebrachte advies een besluit zal nemen.
Wij willen de opdrachtgever erop wijzen dat dit selectieadvies nog niet betekent dat al bodemverstorende activiteiten of daarop voorbereidende activiteiten kunnen worden ondernomen. Het uitgevoerde onderzoek is verricht conform de gestelde eisen en gebruikelijke methoden. Het onderzoek is gericht op het inzichtelijk maken van de toestand van het aanwezige bodemarchief. Hiermee kan de beschadiging dan wel vernietiging als gevolg van de voorgenomen verstoring van een mogelijk aanwezig bodemarchief tot een minimum worden beperkt. Echter kan door de aard van het onderzoek, steekproefsgewijs, niet volledig worden uitgesloten dat er archeologische resten aan - of afwezig zullen zijn. Als gevolg hiervan is bij het aantreffen van archeologische resten het, conform de Erfgoedwet van 2016, artikel 5.10 (Archeologische toevalsvondst) en 5.11 (Waarneming), een meldingsplicht van toepassing.
Pagina | 23
AM21459
aeres •milieu
LITERATUURLIJST Auwerda, F./ P. Grimm, 2008: Verliesregister 1939-1945, Alle militaire vliegtuigverliezen in Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog, Den Haag. Bakker, de, H., 1966: 'De subgroepen van het systeem van bodemclassificatie voor Nederland', in Boor en spade: verspreide bijdragen tot de kennis van de bodem van Nederland, Wageningen. Bakker, de, H./ J. Schelling, 1989: Systeem van bodemclassificatie voor Nederland, de hogere niveaus. Staring Centrum, Wageningen. Berendsen, H.J.A., 2010: Fysisch-geografisch onderzoek, Assen. Berendsen, H.J.A., 2011: De vorming van het land. Inleiding in de geologie en Geomorfologie, Assen. Berendsen, H.J.A., 2005: Landschappelijk Nederland, Assen. Berendsen, H.J.A./E. Stouthamer/K.M. Cohen/W.Z. Hoek, 2019: Landschap in delen. De fysisch-geografische regio's, Utrecht. Berkel, G. van/ K. Samplonius, 2006: Nederlandse plaatsnamen. Herkomst en Historie, Utrecht (Prisma). Blankenstein, van, E., 2006: Defensie- en oorlogsschade in kaart gebracht (1939 - 1945), Zeist. Bont, C. de, 1993: '...al het merkwaardige in bonte afwisseling...'. Een historische geografie van Midden- en Oost-Brabant, Waalre (Stichting Brabants Heem). Cate, ten, J. A. M./ A. F. van Holst/ H. Kleijer/ J. Stolp, 1995: Handleiding bodemgeografisch onderzoek, richtlijnen en voorschriften. Deel A: Bodem, Wageningen, DLO-Staring Centrum. Technisch Document 19A.
Hiddink, H./ H. Renes, 2007: ^e oude akkercomplexen in de oostelijke helft van Noord-Brabant en het noorden en midden van Limburg', in: Van Doesburg e.a. (red.), 2007: Essen in zicht: Essen en plaggendekken in Nederland: onderzoek en beleid, Amersfoort (RCE). Leenders, K.A.H.W., 2013. Verdwenen Venen. Een onderzoek naar de ligging en exploitatie van thans verdwenen venen in het gebied tussen Antwerpen, Turnhout, Geertruidenberg en Willemstad. 1250 -1750. Een actualisering. Woudrichem. Mulder, de, E.J.F./ M.C. Geluk/ I. Ritsema/ W.E. Westerhoff/ T.E. Wong, 2003: De ondergrond van Nederland. Utrecht. Rensink, E./ H.J.T. Smeets/ M. Kosian/ H. Feiken/ B.I. Smit, 2019: Archeologische Landschappenkaart van Nederland, versie 3.0, Amersfoort. SIKB, 2006: Leidraad inventariserend veldonderzoek, Deel: karterend booronderzoek, Gouda. Stiboka (Stichting voor Bodemkartering), 1985: Toelichting bij de kaartbladen 44 Oost Oosterhout, Wageningen. Stouthamer, E./ K.M. Cohen/ W.Z. Hoek, 2020: De vorming van het land. Geologie en Geomorfologie, Utrecht. TNO, 2010: Geologische overzichtskaart van Nederland, Den Haag (www.dinoloket.nl). Zonneveld, J.I.S., 1981: Vormen in het landschap, hoofdlijnen van de geomorfologie, Utrecht. Pagina | 24
AM21459
aeres •milieu
Vos, P./M. van der Meulen/H. Weerts/ J. Bazelmans 2018: Atlas van Nederland in het Holoceen. Landschap en bewoning vanaf de laatste ijstijd tot nu, Amsterdam (Prometheus). Digitale bronnen: www.archis.cultureelerfgoed.nl
RCE, Archis3, zoeken & vinden)
www.bagviewer.kadaster.nl
Basisregistratie Adressen en Gebouwen (BAG)
www.beeldbank.cultureelerfgoed.nl
Kadastraal minuutplan
www.cultureelerfgoed.nl
Bronnen en kaarten
www.deketsheuvel.nl
Heemkundekring De Ketsheuvel
www.pdok.nl
Basisregistratie Grootschalige Topografie (2017), kadaster
www.ruimteliikeplannen.nl
Bestemmingsplan
www.topotiidreis.nl
Bonnebladen en Topografische kaarten van Nederland
geoloket.provincieantwerpen.be
Turfdatabank Provincie Antwerpen
Archeologische kaarten en databestanden: Actueel Hoogtebestand van Nederland (2008-2019). AHN2 en AHN3 (Geraadpleegd via www.arcgis.com, bijlage in QGIS vervaardigd op basis van digitale data). Alterra 2009: Bodemkaart van Nederland, schaal 1:50.000, blad 44 Oost, Wageningen UR (Geraadpleegd via https://zoeken.cultureelerfgoed.nl, bijlage in QGIS vervaardigd op basis van digitale data Alterra). Alterra 2019: Geomorfologische kaart van Nederland, schaal 1:50.000, Wageningen UR (Geraadpleegd via https://zoeken.cultureelerfgoed.nl, bijlage in QGIS vervaardigd op basis van digitale data Alterra). Archeologische Monumenten Kaart (AMK), Rijksdienst voor Cultureel erfgoed (RCE), Amersfoort, 2007 (Geraadpleegd via https: //zoeken.cultureelerfgoed .nl). Archeologisch Informatie Systeem II (Archis3), Rijksdienst voor Cultureel erfgoed (RCE), Amersfoort, 2015 (Geraadpleegd via https: //zoeken.cultureelerfgoed .nl). Maas, G. J./ W.M. van der Meij/ S. P. J. v. Delft/ A. H. Heidema, 2019. Toelichting bij de legenda Geomorfologische kaart van Nederland, schaal
1:
1:50
000
(2019).
Wageningen,
Wageningen
Environmental
Research
(geraadpleegd
via
https://legendageomorfologie.wur.nl/). Vestigia, 2017: Actualisatie verwachtingskaart Loon op Zand, Amersfoort (Vestigia rapport V1379).
Pagina | 25
aeres milieu
Bijlage 1 Topografische ligging onderzoeksgebied
AM20@@@
130000
131000
mtmtnuĄi J
'^į^sSİW
jjlļ ŕiìįi^ -wwuwiim
'
'
*
132000
sSĵsasf Pi įVi^
U
■wiioitniwM
i
m-:
~*Ī2ĽCÄ
ļrnH&s.**» m ľ&s* iS.fr
O
,1
.
/osswl««fuw
TOssruBHosníAN
CO
O 'ñT
ái
'?3mi ___________ _________
íM ji\* ^1 _ ’ *W . |
ärr OE VÍNPtflR
X «"'ŵiŗ-H*»/ i EUROPAUAN
Ki"' V\V\ onderzoeksgebied \1 AM21459 Kaatsheuvel - Leo XIII-
laboreer»
RABOUEER
Schaal 1:10.000
įQgEf^'.'v^ OR»»*5
rabovjeer
0
rabou«R:
: AABOVlERÎ
RABOUEW
iARGRE*5
lARBn®'1
; larOHER® 1
aahohere
LAHORE*®
«u/N ouitopjpj
131000
‘
rABOV^ER®
:| aaboree*4
lWGRÎ**
Mr vţ SŖMofcü r' \ ' ; t *sp ľįi 'V*iSBā®^ /•«■Éuna, ' --agm _________ íľ___
ï
N
straat en Prins Hendrikstraat
0RA»*‘
DRA»*1
i
130000
CW*1'1
B«»**3 BR»»»5 ļ
Achtergrond: TOP10 NL (nov 2016), AHN3 hills hade
R000»**1
DRA»*»
EUAORAIAAN
Plangebied
b
ì
■.y^iPr
ROOB^*3
ORAA**
i-r
Bijlage 1: Topografische ligging
EMOPAUAN
íflrM
å:m
8
?bW‘;:
''MĻi E f t e*l i n
r*'úå __i______
132000
100
200
300
400
500 m