CConstaterende datLoon op Zand
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1. Ontwerpbestemmingsplan ‘LeoHendrik’ inclusief bijlagen Gecomprimeerd

Raadsvergadering 16 mei 2024, gemeente Loon op ZandBij agendapunt: Raadsvoorstel over vast te stellen bestemmingsplan 'LeoHendrik' te Kaatsheuvel (Bespreekstuk)26.800 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

ONTWERP

BESTEMMINGSPLAN LEOHENDRIK

OOOO ORDITO.NL

ORDITO OOOO

oooo ORDITO OOOO

BESTEMMINGSPLAN LEOHENDRIK GEMEENTE LOON OP ZAND Planstatus

Ontwerp

Datum

29 - 11 - 2023

Plan identificatie

NL.IMRO.0809.BPLeoHendrik-ON01

Auteur(s)

Zoe Zeegers

Ordito b.v.

E

info@ordito.nl

Postbus 94

T

0161 801 022

5126 ZH

I

www.ordito.nl

Gilze

KVK

54811554

oooo ORDITO OOOO

TOELICHTING

1. 1.1 1.2 1.3 1.4 1.5

Inleiding Aanleiding Ligging en begrenzing plangebied Vigerend bestemmingsplan Bij het plan behorende stukken Leeswijzer

2

2. 2.1 2.2

Bestaande situatie Historie en ruimtelijke kenmerken Plangebied

6

3. 3.1 3.2

Toekomstige situatie Planbeschrijving Parkeren en verkeer

9

4. 4.1 4.2 4.3

Beleidskader Rijksbeleid Provinciaal en regionaal beleid Gemeentelijk beleid

13

5. 5.1 5.2 5.3 5.4 5.5 5.6 5.7 5.8 5.9 5.10 5.11 5.12

Randvoorwaarden Archeologie Bedrijven en milieuzonering Bodemkwaliteit Cultuurhistorie Externe veiligheid Flora en fauna Geluid Geur en gezondheid Kabels en leidingen Luchtkwaliteit Mer-beoordeling Water

20

6. 6.1 6.2 6.3

Juridische aspecten Verbeelding Planregels Toelichting op de bestemmingen

38

7. 7.1 7.2

Uitvoerbaarheid Economische uitvoerbaarheid Maatschappelijke uitvoerbaarheid

40

Bijlagen Bijlage 1: Bezonningsstudie Bijlage 2: Archeologisch bureauonderzoek Bijlage 3: Quickscan Wet natuurbescherming Bijlage 4: Stikstofberekening Bijlage 5: Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai Bijlage 6: Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r. Bijlage 7: Verslaglegging klankbordgroep Bijlage 8: Verslag inspraak Bijlage 9: Verslag vooroverleg

2 2 3 5 5

6 7

9 11

13 15 18

20 21 23 23 25 26 29 30 32 33 34 35

38 38 39

40 40

OOOO ORDITO OOOO

12

1.

INLEIDING

1.1

Aanleiding

De aanleiding voor het opstellen van dit bestemmingsplan is de wens om de locatie Leo XIII-straat 2 - 28 (even) en Prins Hendrikstraat 1- 7 (oneven) te Kaatsheuvel in de gemeente Loon op Zand te herontwikkelen. Beoogd wordt om de bestaande 18 twee-onder-een-kapwoningen te slopen, waarna de nieuwbouw van 10 grondgebonden eengezinswoningen en 14 appartementen mogelijk

Ter plaatse vigeert de beheersverordening "Woongebieden Kaatsheuvel" van de gemeente Loon op Zand. De bestaande woningen zijn bestemd als 'Wonen' met de nadere aanduiding 'twee-aaneen'. Het realiseren van meer woningen, ander woningtypen en een gewijzigde verkaveling past niet in de beheersverordening. Om het beoogde bouwplan mogelijk te maken, dient een nieuw bestemmingsplan opgesteld te worden. Middels voorliggend bestemmingsplan wordt de ontwikkeling juridisch-planologisch mogelijk gemaakt.

1.2

Ligging en begrenzing plangebied

Het plangebied is gelegen in het oosten van de kern Kaatsheuvel in de gemeente Loon op Zand, aan de Leo XIII-straat en de Prins Hendrikstraat. De gemeente Loon op Zand is gelegen in het groene hart van de provincie Noord-Brabant, tussen de twee stedelijke gebieden Tilburg en Waalwijk. Aan de oostzijde van Kaatsheuvel bevindt zich de N261; de verbindingsweg tussen de twee stedelijke gebieden. Met daarachter het Nationaal Park De Loonse en Drunense Duinen. Dit is tevens een Natura 2000-gebied. Het plangebied is kadastraal bekend als gemeente Loon op Zand, sectie M, nummers 1095, 1256, 1410, 1415, 1416 en 1556 en heeft een totale oppervlakte van 3.483 m2. De begrenzing van het plangebied van het voorliggend bestemmingsplan wordt gevormd door het trottoir van de Leo XIII-Straat en de Prins Hendrikstraat aan de (noord)westzijde. Aan de noordzijde door de achtertuinen van de woningen langs het Doctor Ariensplein. De oostzijde wordt gevormd door de percelen van de woningen aan de Doctor Kuyperstraat en het Wilhelminaplein en de zuidzijde door de percelen van de woningen aan de Prins Hendrikstraat.

NLIMRQ.0809.BPLeoHendrik-ÜN01

bestemmingsplan LeoHendrik

OOOO ORDITO OOOO

13

J '

Ligging plangebied (plangebied rood omlijnd)

1.3

Vigerend bestemmingsplan

Voor het plangebied is de beheersverordening 'Woongebieden Kaatsheuvel' van toepassing, vastgesteld op 20 september 2012. Daarnaast vigeert ter plaatse de 'Parapluherziening Loon op Zand 2019, wonen', vastgesteld op 28 maart 2019. Wňnįrt bůuWïlāk

lwňťi-aaŕi*eťi

bţjgabūu*en

m í

wem

ÈËÉ9L

Uitsnede vigerend bestemmingsplan (plangebied rood omlijnd)

NL.IMRO.0809.BPLeoHendrik-ON01

bestemmingsplan LeoHendrik

OOOO ORDITO OOOO

14

Woongebieden Kaatsheuvel Op grond van de beheersverordening kent het plangebied de enkelbestemming 'Wonen' met een bouwvlak strak om de hoofdgebouwen heen, de bouwaanduiding 'twee-aaneen' en de maatvoeringsaanduiding 'maximale goot- en bouwhoogte: 6 en 11 meter'. Het achtererf kent de aanduiding 'bijgebouwen'. De voor 'Wonen' aangewezen gronden zijn bestemd voor wonen, aan-huis-gebonden beroepen, tuinen, erven en verhardingen en parkeervoorzieningen ten dienste van de bestemming. Ter plaatse mogen uitsluitend bouwwerken ten dienste van de bestemming worden opgericht, waarbij geldt dat hoofdgebouwen gebouwd dienen te worden overeenkomstig de aanduiding (twee-aaneen in onderhavig geval). Binnen het bouwvlak zijn gebouwen en daarbij behorende bouwwerken toegestaan. De goot- en bouwhoogte van gebouwen bedraagt maximaal de hoogtes die ter plaatse van de aanduiding 'maximale goot- en bouwhoogte' zijn aangegeven. Het hoofdgebouw dient daarbij voorzien te zijn van een kap, waarbij de dakhelling niet meer mag bedragen dan 65°. De afstand van een blok met aaneengebouwde woningen tot de zijdelingse perceelsgrens mag niet minder bedragen dan 3 m. Bij een woning mogen bijgebouwen en overkappingen worden gerealiseerd.

Hiervoor geldt dat bijgebouwen en overkapping zowel binnen het bouwvlak als ter plaatse van de aanduiding 'bijgebouwen' mogen worden gerealiseerd, uitsluitend 2 meter achter de voorgevellijn. Afhankelijk of het bijgebouw aangebouwd of vrijstaand is, varieert de maximale respectievelijke goot- en bouwhoogte tussen de 3 en 4,5 meter. De gezamenlijke oppervlakte van bijgebouwen en overkappingen ter plaatse de aanduiding 'bijgebouwen' mag: 1. voor bouwpercelen die niet groter zijn dan 750 m2 niet meer bedragen dan 75 m2; 2. voor bouwpercelen die groter zijn dan 750 m2 en niet groter zijn dan 1.000 m2 niet meer bedragen dan 100 m2; 3. voor bouwpercelen die groter zijn dan 1.000 m2 en niet groter zijn dan 1.500 m2 niet meer bedragen dan 150 m2; 4. voor bouwpercelen die groter zijn dan 1.500 m2 niet meer bedragen dan 200 m2. Parapluherziening Loon op Zand 2019, wonen Gezien de recente ontwikkelingen in de jurisprudentie op het vlak van bewoning door meer dan één huishouden werd het raadzaam geacht het aantal woningen en de begrippen 'wonen' en 'huishouden' nader te definiëren in ruimtelijke plannen. In de begripsbepalingen ontbraken de begrippen 'wonen' en 'huishouden' en een regeling voor het aantal woningen. Door dit in alle geldende ruimtelijke plannen eenduidig op te nemen wordt de bedoeling op dit punt nader verduidelijkt.

Daarnaast mogen recreatieverblijven uitsluitend recreatief gebruikt worden en is permanente bewoning niet toegestaan. In de praktijk blijkt permanente bewoning wel voor te komen. Het is niet wenselijk het strijdige gebruik ten aanzien van bewoning te legaliseren. Door de huidige begrippen in de diverse ruimtelijke plannen zou er onduidelijkheid kunnen ontstaan over het begrip permanente bewoning of bewoning. Derhalve zijn enkele begrippen toegevoegd om die onduidelijkheid in de toekomst te voorkomen.

NL.IMRO.0809.BPLeoHendrik-ON01

bestemmingsplan LeoHendrik

OOOO ORDITO OOOO

1.4

15

Bij het plan behorende stukken

Het bestemmingsplan bestaat uit de volgende onderdelen: Verbeelding: Op de verbeelding zijn de bestemmingen in het plangebied weergegeven. Deze bestemmingen zijn gerelateerd aan de in de regels opgenomen juridische regeling. Regels: In de regels is het gebruik van de binnen het plangebied aangegeven gronden, opstallen en ander gebruik van de gronden juridisch geregeld. Per bestemming is aangegeven wat binnen die bestemming mogelijk en/of toegestaan is. - Toelichting: In de toelichting worden de aan het plan ten grondslag liggende gedachten en de uitkomsten van eventuele uitgevoerde onderzoeken opgenomen.

1.5

Leeswijzer

De toelichting is opgebouwd uit verschillende hoofdstukken. In hoofdstuk 2 wordt ingegaan op de bestaande situatie van het plangebied, waarna in hoofdstuk 3 de beoogde toekomstige situatie wordt weergegeven. Een beschrijving van het relevante beleidskader op nationaal, provinciaal, regionaal en gemeentelijk niveau staat in hoofdstuk 4. Vervolgens komen in hoofdstuk 5 de (milieukundige) randvoorwaarden en onderzoeken aan de orde. De juridische opzet van het plan staat in hoofdstuk 6. De economische en maatschappelijke uitvoerbaarheid worden in hoofdstuk 7 beschreven.

NL.IMRO.0809.BPLeoHendrik-ON01

bestemmingsplan LeoHendrik

OOOO ORDITO OOOO

16

2.

BESTAANDE SITUATIE

2.1

Historie en ruimtelijke kenmerken

Een kleine duizend jaar geleden behoorde het buurtschap Kaatsheuvel tot de heerlijkheid Venloon, de oude naam van gemeente Loon op Zand. Kaatsheuvel behoort samen met de kerkdorpen Loon op Zand en De Moer tot de gemeente Loon op Zand. Gelegen op een centraal kruispunt van handelswegen tussen de provincie Holland en Brabant, groeide de kernen van de gemeente. In de 13e eeuw groeide de exploitatie van de moergronden en turfgronden, dit was van groot economisch belang voor de inwoners. De kern Kaatsheuvel heeft zich ontwikkeld uit een buurtschap en wordt onder de naam 'Ketshovel' voor het eerst genoemd aan het begin van de 16e eeuw. De eerste bebouwing bevond zich aan de noordzijde van het huidige dorp, aan de Hoofdstraat en deels aan de Gasthuisstraat. Aanvankelijk was turfwinning de grootste bron van werkgelegenheid. De economische groei resulteerde in de aanleg van een vaart die de gemeente Loon op Zand verbond met 's-Hertogenbosch. De kern Kaatsheuvel groeide hierdoor in omvang en aantal inwoners. Met de komst van de eerste kerk in Kaatsheuvel, omstreeks de 18e eeuw, volgde een verdere expansie van de omvang van de kern, voornamelijk gesitueerd in het huidige centrum en in het westen. Met de komst van de St. Jozefkerk in 1936 groeide ook het oostelijk deel van Kaatsheuvel. In het oostelijk deel van Kaatsheuvel zijn verschillende buurten ontstaan.

De planmatige groei van Kaatsheuvel zette zich voort tot omstreeks het jaar 2000. Met de herontwikkeling van het centrumgebied en woningbouw op verschillende herontwikkelingsplekken in de kern werden er de afgelopen jaren weer volop nieuwe woningen in Kaatsheuvel gerealiseerd. Van oudsher is de Leo XIII-straat onderdeel van het lint Vossenbergsche Vaart aan de zuidoostzijde van Kaatsheuvel. Dit lange lint liep vanuit het centrumgebied in zuidoostelijke richting waar het ter plaatse van het plangebied een bocht maakte om in noordoostelijke richting te lopen naar het knooppunt met de straatweg van Tilburg naar Waalwijk, op de grens met het grondgebied van Sprang-Capelle. Ter plaatse van het plangebied takte een lintstructuur (de huidige Prins Hendrikstraat) aan die van noord naar zuid, richting het buurtschap Efteling. De aantakking van het lint gebeurde aan de noordzijde van de bocht van het lint Vossenbergsche Vaart. Direct grenzend aan dit knooppunt (aan de zuidzijde) lag bebouwing. Voor passanten vanuit het centrum van Kaatsheuvel naar het zuidelijke lint lag het knooppunt ongunstig. Om 'de bocht' te vermijden was al vroeg een zandpad aangelegd tussen het lint Vossenbergsche Vaart en het zuidelijke lint richting buurtschap Efteling.

Na het doortrekken van de Vossenbergsche Vaart naar de weg van Tilburg naar Waalwijk, in het verlengde van het voormalige zandpand, werd deze weg belangrijker. Voor de Tweede Wereldoorlog werden aan de Vossenbergsche Vaart (huidige Gasthuisstraat en Leo XIII-straat) en de Van Heeswijkstraat (de verlengde straat) bebouwing gerealiseerd. Aan de Prins Hendrikstraat werd de bebouwing in de jaren '50 van de vorige eeuw geïntensiveerd.

NL.IMRO.Q8Ü9.BPLeoHendrik-ONÜ1

bestemmingsplan LeoHendrik

OOOO ORDITO OOOO

17

2.2 Plangebied Het plangebied betreft de percelen Leo XIII-straat 2 - 28 (even) en Prins Hendrikstraat 1 - 7 (oneven) te Kaatsheuvel in de gemeente Loon op Zand. De locatie is kadastraal bekend als gemeente Loon op Zand, sectie M, nummers 1095, 1256, 1410, 1415, 1416 en 1556 en heeft een totale oppervlakte van 3.483 m2. In het plangebied zijn 18 twee-onder-een-kapwoningen aanwezig, bestaande uit twee bouwlaag plus kap. De woningen kennen een goothoogte van circa 5 á 6 en een bouwhoogte van circa 8 meter.

— r.; -

Aanzicht plangebied vanaf de Leo XIII-straat

'1 Pr ^ndrllutrtat

'■ìŬį«0.

Aanzicht plangebied vanaf de hoek Leo XIII-straat - Prins Hendrikstraat

NL.IMRO.Q8Ü9.BPLeoHendrik-ONÜ1

bestemmingsplan LeoHendrik

OOOO ORDITO OOOO

18

Bovenaanzicht bestaande situatie

NL.IMRO.0809.BPLeoHendrik-ON01

bestemmingsplan LeoHendrik

OOOO ORDITO OOOO

3.

TOEKOMSTIGE SITUATIE

3.1

Planbeschrijving

19

Beoogd wordt om de bestaande woningen te slopen, waarna nieuwbouw mogelijk is. De bestaande woningen hebben te veel technische beperkingen om ze aan te kunnen passen aan de wensen en eisen van nu en in de toekomst. Voor de mogelijke nieuwbouw is samen met Loods Architecten een stedenbouwkundige opzet opgesteld. De visie omvat 10 grondgebonden eengezinswoningen en 14 appartementen. De Commissie Ruimtelijke Kwaliteit (CRK) heeft een positief advies gegeven over de stedenbouwkundige opzet.

Bovenaanzicht toekomstige situatie

De 10 grondgebonden eengezinswoningen betreffen rijwoningen, verdeeld over twee woonblokken met ieder vijf woningen. De woningen zullen bestaan uit twee bouwlagen met kap en een bijbehorende goot- en bouwhoogte van respectievelijk 6 en 11 meter. De 14 appartement worden beoogd aan de noordoostzijde van het plangebied. De appartementen worden, om te zorgen voor een betere overgang naar de aangrenzende woningen, deels in twee en deels in drie bouwlagen worden gerealiseerd met bijbehorende maximum bouwhoogtes van respectievelijk 7 en 10 meter. De woonpercelen worden in het voorliggend bestemmingsplan bestemd als 'Wonen'. Elk woningblok krijgt een eigen bouwvlak met binnen het bouwvlak de bouwaanduiding van het type woning die beoogd worden: de grondgebonden woningen worden aangeduid met de bouwaanduiding 'aaneengebouwd'.

NĽ.IMRO.Q8Ü9.BPĽeoHendrik-ONÜ1

bestemmingsplan LeoHendrik

OOOO ORDITO OOOO

110

De appartementen worden aangeduid met de aanduiding 'gestapeld'. Bij de grondgebonden woningen wordt daarnaast de aanduiding 'bijgebouwen' opgenomen op het achtererfgebied. Naast ruimte voor wooneenheden is rondom het appartementencomplex ook ruimte gereserveerd voor de realisatie van groenvoorzieningen, parkeerplaatsen en een erftoegangsweg. Daarnaast krijgt ook de hoek Leo XIII-Straat - Doctor Kuyperstraat een groene invulling.

Vogelvlucht voorzijde

Impressie

NL.IMRO.0809.BPLeoHendrik-ON01

bestemmingsplan LeoHendrik

OOOO ORDITO

111

OOOO

Het planvoornemen is in samenwerking met een klankbordgroep vormgegeven. Voor de locatie zijn meerdere bijeenkomsten georganiseerd voor de bewoners/omwonenden. Daarbij is uitgebreid gecommuniceerd tussen de initiatiefnemer en de betrokkenen. Op basis van de bijeenkomsten is het stedenbouwkundige ontwerp een aantal keer aangepast. Dit heeft geleid tot de volgende uitgangspunten voor het uiteindelijke ontwerp: Voor de grondgebonden woningen is onderzoek gedaan naar de uitvoering van de gevels. We willen in het nieuwbouwplan zoveel mogelijk het dorpskarakter behouden in de straat door de elementen die in het huidige vastgoed zitten, terug te laten komen. Zo komen de bestaande tuitgevels met schoorstenen terug in de nieuwe kopgevels. Daarnaast krijgen de koppen gevelopeningen die zorgen voor sociale veiligheid aan de Dr. Kuyperstraat. De entrees in de voorgevels zullen duidelijk te herkennen zijn. Het aantal parkeerplaatsen aan de straat wordt vermeerderd om te voldoen aan de parkeernorm van de gemeente. Voor de bewoners van het woongebouw is het parkeren gepland aan de achterkant van het gebouw op eigenterrein. Hierdoor zal het aantal auto's geparkeerd aan de straat niet enorm stijgen. In het nieuwe plan is het appartementengebouw dichter op het trottoir gezet om meer ruimte te creëren op het achterterrein en de afstand tot de perceelsgrenzen daarachter te vergroten.

Daarbij zijn de parkeerplaatsen op het achterterrein dichter op het woongebouw geplaatst. Hierdoor ontstaat er ruimte voor een groene strook die bijdraagt aan de privacy voor de omwonenden. Verder is het woongebouw gedeeltelijk verlaagd. Het gebouw wordt aan de noordoostelijke kant voor een gedeelte twee laags. Om het zicht vanuit de tweede verdiepingsgalerijen naar de omliggende gebieden te beperken zal groene afscheiding worden geplaatst. Ten behoeve van het planvoornemen is een bezonningsstudie uitgevoerd. Deze is als bijlage bij deze toelichting opgenomen.

3.2

Parkeren en verkeer

Parkeren Ter waarborging van voldoende parkeervoorzieningen hanteert de gemeente Loon op Zand de nota 'Uitwerking Parkeerbeleid Loon op Zand', zoals het college van burgemeester en wethouders deze op 14 juni 2016 heeft vastgesteld. Op basis van het gemeentelijke parkeerbeleid kent het planvoornemen de volgende parkeerbehoefte:

Appartementen (60 m2) Eengezinswoningen (5,4 m) Totaal

Aantal 14 10

Norm (incl. bezoek) 1,3 1,9 24

Parkeervraag 18,2 19 37,2

Binnen het plangebied worden 41 parkeerplaatsen gerealiseerd. Parkeren wordt dus volledig opgevangen binnen het plangebied. Het aspect parkeren vormt geen belemmering voor de beoogde herontwikkeling.

NL.IMRO.0809.BPLeoHendrik-ON01

bestemmingsplan LeoHendrik

OOOO ORDITO OOOO

112

Verkeer De gevolgen van de beoogde ontwikkeling op het verkeer worden bepaald op basis van de verkeersaantrekkende werking. Bij het in kaart brengen van de verkeersaantrekkende werking van het planvoornemen is gebruik gemaakt van de CROW-publicatie 381 'Toekomstbestendig parkeren'. Voor het planvoornemen dient uitgegaan te worden van de volgende kencijfers: Functie Huur, huis, sociale huur Huur, appartement, midden/goedkoop (incl. sociale huur)

Eenheid Woning Woning

Norm 4,5 - 5,3 mvt/etmaal 3,2 - 4,0 mvt/etmaal

In de bestaande situatie zijn er 18 grondgebonden eengezinswoningen aanwezig. Dit betekent dat de verkeersaantrekkende in de huidige situatie minimaal 81 en maximaal 95,4 motorvoertuigen per etmaal bedraagt. De verkeersgeneratie in de toekomstige situatie neemt toe van minimaal 81 en maximaal 95,4 motorvoertuigen per etmaal naar minimaal 89,8 en maximaal 109 motorvoertuigen per etmaal, dit betekent een toename van minimaal 8,8 en maximaal 13,6 motorvoertuigen per etmaal.

Huur, appartement, midden/goedkoop (incl. sociale huur) Huur, huis, sociale huur Totaal

Aantal 14

Norm 3,2 - 4,0 mvt/etmaal

Verkeersbewegingen 44,8 - 56

10

4,5 - 5,3 mvt/etmaal

45 - 53

24

89,8 - 109

Het autoverkeer wordt afgewikkeld via de Leo XIII straat en Prins Hendrikstraat richting de Gasthuisstraat - Heikant - Europalaan, welke vervolgens het gebied richting omliggende gebiedsontsluitingswegen en de N261 (Midden-Brabantweg) ontsluiten. De omliggende straten hebben voldoende capaciteit om de toename in het aantal verkeersbewegingen te kunnen verwerken. Op basis van deze gegevens kan gesteld worden dat de bestaande infrastructuur in en rond het plangebied voor de beoogde ontwikkeling niet hoeft te worden aangepast.

NL.IMRO.0809.BPLeoHendrik-ON01

bestemmingsplan LeoHendrik

OOOO ORDITO

113

OOOO

4.

BELEIDSKADER

4.1

Rijksbeleid

Nationale Omgevingsvisie (NOVI) Op 11 september 2020 is de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) vastgesteld. De Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) is geheel opgenomen in deze nieuwe visie. De Nationale Omgevingsvisie biedt een duurzaam perspectief voor de leefomgeving. Hiermee kan het Rijk inspelen op de grote uitdagingen die voor hen liggen. Allerlei trends en ontwikkelingen hebben invloed op de leefomgeving. Veranderende en groeiende steden, de overgang naar een duurzame en circulaire economie en het aanpassen aan de gevolgen van de klimaatverandering vormen slechts een deel van de opgaven. Dit biedt kansen, maar vraagt wel om zorgvuldige keuzes. Want ruimte, zowel boven-, als ondergronds, is een schaars goed. Het combineren van al die opgaven vraagt een nieuwe manier van werken. Niet van bovenaf opgelegd, maar in goede samenwerking tussen overheden, bedrijven, kennisinstellingen, maatschappelijke organisaties en burgers. De NOVI biedt een kader, geeft richting en maakt keuzes waar dat kan. Tegelijkertijd is er ruimte voor regionaal maatwerk en gebiedsgerichte uitwerking. Omdat de verantwoordelijkheid voor het omgevingsbeleid voor een groot deel bij provincies, gemeenten en waterschappen ligt, kunnen inhoudelijke keuzes in veel gevallen het beste regionaal worden gemaakt.

Met de NOVI zet het Rijk een proces in gang waarmee keuzes voor de leefomgeving sneller en beter kunnen worden gemaakt. Door het nationale karakter van de NOVI en de relatief kleine schaal van onderhavig plan, heeft het voornemen nauwelijks raakvlak met dit nationale kader. Met onderhavig planvoornemen zijn geen nationale belangen in het geding.

Besluit algemene regels ruimtelijke ordening Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) borgt een aantal van de nationale ruimtelijke belangen die deel uitmaken van het geldende nationale ruimtelijke beleid. Het besluit is gericht op doorwerking van de nationale belangen in provinciaal beleid en gemeentelijke bestemmingsplannen. Dat betekent dat het Barro voor de opgenomen onderwerpen regels geeft over bestemmingen en het gebruik van gronden. Daarnaast kan zij aan de gemeente opdragen in de toelichting bij een bestemmingsplan bepaalde zaken uitdrukkelijk te motiveren. In het plangebied zijn geen nationale belangen in het geding. Het nationale ruimtelijke beleid heeft geen consequentie voor het plangebied.

Ladder voor duurzame verstedelijking (art. 3.1.6 lid 2 Bro), 2012 Met de inwerkingtreding op 1 oktober 2012 van art. 3.1.6 lid 2 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) -de Ladder voor duurzame verstedelijking- geldt voor alle juridisch verbindende ruimtelijke plannen van decentrale overheden die (planologisch) nieuwe stedelijke ontwikkelingen mogelijk maken een bijzonder procesvereiste. Dit nationale belang houdt in dat, ten behoeve van een goed systeem van ruimtelijke ordening, een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij ruimtelijke besluiten plaats dient te vinden. De zorgvuldige afweging heeft tot doel om, vanuit een oogpunt van zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik, planologisch ongewenste versnippering en een onaanvaardbare leegstand te voorkomen. NL.IMRO.0809.BPLeoHendrik-ON01

bestemmingsplan LeoHendrik

OOOO ORDITO

114

OOOO

Per 1 juli 2017 is het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) gewijzigd. Met deze wijziging is de 'nieuwe Ladder voor duurzame verstedelijking' in werking getreden. In de nieuwe Ladder van duurzame verstedelijking zijn de eerste twee treden uit de bestaande Ladder samengevoegd en is de derde trede komen te vervallen. Nieuwe ontwikkelingen dienen getoetst te worden aan de Ladder duurzame verstedelijking, mits er sprake is van een 'stedelijke ontwikkeling'. Het begrip 'stedelijke ontwikkeling' is in artikel 1.1.1, lid 1, sub i van de Bro gedefinieerd als: 'ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen'. Een aantal aspecten zijn van belang om te bepalen of en hoe de ladder moet worden toegepast, waaronder de vraag of er sprake is van een stedelijk ontwikkeling en of de stedelijk ontwikkeling 'nieuw' is. Voor woningbouw geldt volgens de overzichtsuitspraak dat 'in beginsel' sprake is van een 'nieuwe stedelijke ontwikkeling' als per saldo meer dan 11 woningen gerealiseerd worden. Voor wonen is daarmee de lijn getrokken dat vanaf 12 'nieuwe' woningen sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Toetsing plangebied Onderhavig bestemmingsplan betreft de sloop van 18 bestaande woningen, waarna ter plaatse 24 nieuwbouwwoningen worden gerealiseerd.

Per saldo neemt het aantal woningen met 6 woningen toe. Onderhavige ontwikkeling betreft derhalve geen 'nieuwe stedelijke ontwikkeling'. De ladder voor duurzame verstedelijking is daarmee niet van toepassing op het planvoornemen. In het kader van een goede ruimtelijke ordening wordt wel ingaan op zowel de kwantitatieve als kwalitatieve behoefte aan het planvoornemen. Kwantitatieve behoefte De meeste recente prognoses van de Provincie Noord-Brabant (de bevolkings- en woningbouwbehoefteprognose Noord-Brabant, actualisering 2020) laten zien dat de woningbehoefte hoger is dan eerder was voorzien. Vanwege de bevolkingsgroei en de groei van het aantal huishoudens is uitbreiding van de woningvoorraad nodig. Met dit plan worden 6 woningen toegevoegd aan de woningvoorraad. De toevoeging van woningen bevordert ook de doorstroming binnen de gemeente. Kwalitatieve behoefte Het plan bevat grondgebonden woningen en appartementen. Uit het meeste recente kwalitatieve woningbehoefteonderzoek (de bevolkings- en woningbouwbehoefteprognose Noord-Brabant, actualisering 2020) blijkt dat er behoefte is aan grondgebonden woningen en een groeiende behoefte aan gelijkvloerse woningen (appartementen met lift). Deze woningen zijn geschikt voor de groeiende doelgroep senioren, maar ook voor andere doelgroepen zoals kleine huishoudens en starters. Daarnaast vallen de woningen in het sociale huursegment.

Dit is positief, want de gemeente ziet dat er een grote behoefte is aan betaalbare woningen voor verschillende doelgroepen. Ook sluit dit plan aan bij de door de gemeenteraad ingediende motie 'betaalbare woningen'. De raad heeft de opdracht gegeven om bij ieder plan minimaal 25% sociale huur te bouwen. Daar voldoet dit plan aan. Bovendien is er een landelijke taakstelling, die vertaald wordt in regionale Woondeals, om meer sociale huurwoningen te realiseren. Met dit plan wordt een bijdrage geleverd aan die taakstelling.

NL.İMRQ.0809.BPLeoHendrik-ÜN01

bestemmingsplan LeoHendrik

OOOO ORDITO

115

OOOO

Conclusie Uit de bovenstaande toetsing blijkt dat het planvoornemen past binnen het rijksbeleid.

4.2

Provinciaal en regionaal beleid

Omgevingsvisie Noord-Brabant De nieuwe Omgevingswet bundelt de wetten en regels voor ruimte, wonen, infrastructuur, milieu, natuur, cultuur, erfgoed en water. En regelt zo het beheer en de ontwikkeling van de fysieke leefomgeving. Vooruitlopend hierop heeft de provincie alvast een provinciale omgevingsvisie gemaakt. Volgens de laatste informatie treedt de nieuwe Omgevingswet in 2022 in werking. In december 2018 is de Brabantse Omgevingsvisie vastgesteld. Deze Omgevingsvisie bevat de belangrijkste ambities voor de fysieke leefomgeving voor de komende jaren. De Omgevingsvisie geeft antwoord op de vraag hoe de Brabantse leefomgeving er in 2050 uit zou moeten zien en waar Noord-Brabant in 2030 tenminste moet staan om die lange termijndoelen te halen. De Omgevingsvisie geeft ook aan op welke manieren de provincie met betrokkenen wil samenwerken aan omgevingsvraagstukken en welke waarden daarbij centraal staan. De visie bestaat uit een basisopgave en vier hoofdopgaven voor de middellange en lange termijn. De basisopgave is werken aan veiligheid, gezondheid en omgevingskwaliteit. De vier hoofdopgaven komen voort vanuit de basisopgaven.

Het gaat om de volgende hoofdopgaven: ^ Werken aan de Brabantse energietransitie ^ Werken aan een klimaatproof Brabant ^ Werken aan de slimme netwerkstad ^ Werken aan een concurrerende, duurzame economie Om de doelen voortkomend uit de hoofdopgaven te bereiken zet de provincie Noord-Brabant in op een samenhangende ruimtelijke koers. De beleidsmatige uitganspunten van de visie zijn, voor de aspecten waarop het provinciaal belang in geding is, uitgewerkt in de Interim Omgevingsverordening Noord-Brabant.

Interim Omgevingsverordening Noord-Brabant De Interim Omgevingsverordening Noord-Brabant is de vervanger van verschillende provinciale verordeningen, waaronder ook de Verordening ruimte. De Omgevingsverordening is op 25 oktober 2019 vastgesteld als eerste stap voordat de Omgevingswet in werking treedt. De Interim Omgevingsverordening bestaat uit de samenvoeging van bestaande regels uit verschillende verordeningen. De verordening is één van de uitvoeringsinstrumenten van de provincie om haar doelen te realiseren. In de Omgevingsverordening vertaalt de provincie kaderstellende elementen uit het provinciaal beleid in regels die van toepassing zijn op (gemeentelijke) bestemmingsplannen. Het plangebied valt volgens de Interim Omgevingsverordening binnen de onderstaande gebieden.

NL.IMRO.0809.BPLeoHendrik-ON01

bestemmingsplan LeoHendrik

OOOO ORDITO

116

OOOO

Vervolgens zijn de voor het plangebied eventueel relevante gebieden nader uitgewerkt: ^ Diep grondwaterlichaam (Rechtstreeks werkende regels: milieubeschermingsgebieden, natuur en wegen); ^ Geen attentiezone waterhuishouding (Rechtstreeks werkende regels: milieubeschermingsgebieden, natuur en wegen); ^ Verbod uitbreiding veehouderij (rechtstreeks werkende regels: landbouw); • Stalderingsgebied (rechtstreeks werkende regels: landbouw); ^ Bescherming Natura 2000 (rechtstreeks werkende regels: landbouw); ^ Stedelijk gebied (Rechtstreeks werkende regels: landbouw & Instructieregels gemeenten: stedelijke ontwikkeling en erfgoed); • Concentratiegebied (Instructieregels gemeenten: stedelijke ontwikkeling en erfgoed); • Norm wateroverlast Stedelijk gebied (Instructieregels voor waterschappen: watersystemen, -veiligheid en -berging); • Normen wateroverlast (Instructieregels voor waterschappen: watersystemen, -veiligheid en -berging). Stedelijk gebied (art. 3.42) Voor het onderwerp duurzame stedelijke ontwikkeling zijn instructieregels voor gemeenten opgenomen. Hierin is opgenomen dat een bestemmingsplan dat voorziet in de ontwikkeling van een locatie voor wonen, werken of voorzieningen binnen Stedelijk gebied een onderbouwing bevat dat de ontwikkeling past binnen de regionale afspraken en het een duurzame stedelijke ontwikkeling is. Het plangebied behoort bij de regio Midden-Brabant.

Binnen deze regio wordt voornamelijk gestuurd op woningbouw binnen bestaand stedelijk gebied en bestaand (leegstaand of leegkomend) vastgoed. Het planvoornemen sluit hierbij aan. Daarnaast betreft het planvoornemen geen nieuwe stedelijke ontwikkeling die Ladderplichtig is. Dit is nader onderbouwd in de paragraaf 4.1 'Ladder voor duurzame verstedelijking'. Concentratiegebied (art. 5.18) Gedeputeerde Staten stellen in overleg met de regio's ten minste eens per bestuursperiode relevante prognoses en analyses op, zoals in ieder geval een bevolkings- en woningbehoefteprognose, een prognose voor de ruimtebehoefte aan bedrijventerreinen en een trendanalyse van de mobiliteitsontwikkeling, die richting gevend zijn voor de gezamenlijk te maken afspraken. Deze prognoses en analyses houden rekening met het principe van concentratie van verstedelijking. Uit de overleggen in de regio Midden-Brabant blijkt dat de woningbehoefte (met name binnen bestaand stedelijk gebied) groot is en de komende jaren blijft deze behoefte aanwezig. Het planvoornemen sluit hiermee aan op de behoefte zoals staat beschreven in de prognoses van de regio Midden-Brabant. Overige gebieden De overige instructieregels en/of rechtstreeks werkende regels behorende bij de gebieden waar het plangebied onder valt zijn niet direct van toepassing op het plangebied en/of voornemen.

NL.IMRO.0809.BPLeoHendrik-ON01

bestemmingsplan LeoHendrik

OOOO ORDITO

117

OOOO

Naast de bovengenoemde artikelen dient het bestemmingsplan te voldoen aan de basisprincipes voor een evenwichtige toedeling van functies. Ofwel, het gestelde in artikel 3.5 t/m 3.8 van de Interim Omgevingsverordening Noord-Brabant. Voor een goede omgevingskwaliteit en een veilige, gezonde leefomgeving wordt rekening gehouden met: a) Zorgvuldig ruimtegebruik; b) De waarden in een gebied met toepassing van de lagenbenadering; c) Meerwaardecreatie. Het planvoornemen betreft een toedeling van functies binnen bestaand ruimtebeslag voor bebouwing (bestaand stedelijk gebied), waardoor sprake is van zorgvuldig ruimtegebruik. De lagenbenadering betreft zaken welke in hoofdstuk 5 nader worden uitgewerkt, zoals archeologie, bodem en flora en fauna. Met het planvoornemen wordt hier zodoende in voldoende mate rekening mee gehouden. De meerwaardecreatie omvat een evenwichtige benadering van de economische, ecologische en sociale aspecten die in het gebied en bij een ontwikkeling zijn betrokken. Het planvoornemen voorziet, door middel van het verkleinen van het woningtekort, in een combinatie van opgaven, waardoor er meerwaarde ontstaat.

Woondeal SRBT-Regio In het eerste kwartaal van 2022 heeft het Rijk de Nationale Woon- en Bouwagenda uitgebracht, met als kerndoelen: beschikbaarheid, betaalbaarheid en kwaliteit. Hierin stelt het Rijk dat er regionale woondeals moeten komen. In het voorjaar van 2022 heeft het Rijk aan de provincies gevraagd een Woonbod op te stellen om tot provinciale woningbouwafspraken te komen, die vertaald worden in regionale woondeals. Alle provincies hebben in het Woonbod het aantal te realiseren woningen in de periode tot en met 2030 aangegeven en de bijbehorende randvoorwaarden. Zo ook de provincie Noord-Brabant De provincie Noord-Brabant heeft met de minister een handtekening gezet onder een totaal van 130.600 woningen in de periode t/m 2030. Hiervan moeten ruim 39.000 (netto) woningen worden gerealiseerd in de SRBT-regio (Stedelijke regio Breda - Tilburg). Deze opgave is gebaseerd op de taakstelling van het Rijk, waarbij een uitsplitsing is gemaakt op basis van de (provinciale) bevolkingsprognose Elke gemeente neemt een aandeel van de regionale opgave van ruim 39.000 (netto) c.q. 43.000 (bruto/excl. sloop). Voor de gemeente Loon op Zand is de netto minimale opgave t/m 2026 vastgelegd op 659 woningen. Het planvoornemen sluit hierbij aan. De toevoeging van 6 woningen voorziet in de regionale woningbouwbehoefte.

Conclusie Uit de bovenstaande toetsing blijkt dat het planvoornemen past binnen het provinciale en regionaal beleid.

NL.IMRO.0809.BPLeoHendrik-ON01

bestemmingsplan LeoHendrik

OOOO ORDITO

118

OOOO

4.3 Gemeentelijk beleid Structuurvisie Loon op Zand 2030 - 1e herziening De Structuurvisie Loon op Zand 2030 - 1e herziening is door de gemeenteraad vastgesteld op 8 maart 2019. Uitgangspunt voor de ruimtelijke koers voor de komende jaren is het behouden en waar mogelijk versterken van de bestaande kwaliteiten en het op adequate wijze inspelen op trends en ontwikkelingen. De belangrijkste ambities van de gemeente zijn gericht op het: ^ ^

^ ^ ^ ^ ^ ^ ^ ^

Behouden en versterken van de eigen identiteit van groene en recreatieve gemeente, met alle positieve kenmerken van het streekeigene van Midden-Brabant; Behouden en versterken van het contrast met de nabij gelegen stedelijke gebieden: de landelijke en groene gemeente Loon op Zand als groene voortuin van de omliggende steden; Versterken van onze positie als topgemeente op het gebied van recreatie en toerisme, in combinatie met de instandhouding van een goede bereikbaarheid van de kernen; Verruimen van het aanbod aan kwalitatief aantrekkelijke woonmilieus; Behoud van de eigen karakteristiek van de kernen Kaatsheuvel, Loon op Zand en De Moer; Behouden en versterken van de dynamiek en de sociale cohesie in de drie dorpen; Ontwikkelen van een Bruisend Dorpshart en Winkelhart in Kaatsheuvel; Verbeteren van het verblijfsklimaat in het centrum van Loon op Zand; Stimuleren van ondernemerschap van de lokale bevolking; Streven naar duurzaamheid en energiebesparing bij (ruimtelijke) ontwikkelingen.

Binnen de structuurvisie heeft de gemeente speciale aandacht voor woningbouw. Daarbij legt de gemeente het accent op vernieuwing van binnenuit, op inbreiding in plaats van uitbreiding. De gemeente sluit zich aan bij de Ladder voor duurzame verstedelijking die is opgenomen in het Besluit ruimtelijke ordening (Bro), de Ladder is reeds toegelicht in paragraaf 4.1. Voor onderhavige ontwikkeling hoeft de Ladder voor duurzame verstedelijking niet doorlopen te worden. De gemeente Loon op Zand stelt twee ambities in het kader van wonen binnen de structuurvisie: ^ Behoud van een dynamische samenleving; ^ Zorgvuldig en stapsgewijs. Om de drie dorpen van Loon op Zand leefbaar te houden is een evenwichtige bevolkingsopbouw van belang. Nieuwe ontwikkelingen zoals woningbouw zijn vooral een middel om dit te bereiken. De samenstelling van de samenleving is leidend in de keuzes die gemaakt worden rondom woningbouwontwikkeling. De bijzondere kwaliteiten die het wonen in de gemeente Loon op Zand aangenaam maken worden hiervoor benut. Een hoge ruimtelijke kwaliteit in bestaand en nieuw stedelijk gebied is daarbij van groot belang. Zoals in heel Nederland verwacht ook de gemeente Loon op Zand een toenemende vergrijzing waardoor het aantal ouderen relatief toeneemt ten opzichte van jongere generaties.

Eén van de belangrijkste doelstellingen binnen de structuurvisie is het behouden van een dynamische samenleving. Om deze doelstelling te behalen is het wenselijk om jonge mensen en jonge gezinnen voor de gemeente (en Kaatsheuvel) te behouden.

NL.IMRQ.0809.BPLeoHendrik-ÜN01

bestemmingsplan LeoHendrik

OOOO ORDITO OOOO

119

Beoogd wordt om de bestaande woningen te slopen, waarna nieuwbouw mogelijk is. De bestaande woningen hebben te veel technische beperkingen om ze aan te kunnen passen aan de wensen en eisen van nu en in de toekomst. Het planvoornemen betreft daarbij een vernieuwing van binnenuit (inbreiding). Daarnaast draagt de toevoeging van 6 sociale huurwoningen in de vorm van grondgebonden eengezinswoningen en appartementen bij aan de doelstelling om zowel jonge mensen en jonge gezinnen te behouden én gelijk te voorzien in voldoende woningen voor ouderen. Concluderend kan gesteld worden dat de voorgestelde ontwikkeling passend is binnen de structuurvisie van de gemeente Loon op Zand.

Woonvisie 2016-2025 Op 14 december 2016 is de woonvisie 'Duurzaam, gevarieerd en betaalbaar wonen in de gemeente Loon op Zand 2016-2025' vastgesteld. De Woonvisie is afgeleid van het regionale woningbouwprogramma van de provincie Noord-Brabant en het regionale samenwerkingsverband Midden-Brabant. De woonvisie is opgesteld aan de hand van een centrale doelstelling. Het woonbeleid stimuleert een constante bevolkingsomvang en een evenwichtige bevolkingsopbouw als basis voor een zorgzame samenleving met vitale gemeenschappen. Deze zijn erop gericht om dreigende onevenwichtigheden te voorkomen en bestaande onevenwichtigheden te corrigeren. Naast de centrale doelstelling zijn een aantal subdoelstellingen opgesteld: ^ • • • • ^

Het voorkomen van krimp; Inspelen op de toename van het aantal kleine en oudere huishoudens; Aantrekken en behouden van starters en gezinnen, met name in Kaatsheuvel; Realisatie van goedkope en snel beschikbare huisvesting voor 'bijzondere doelgroepen; Inspelen op de hervorming van de langdurige zorg; Duurzaam (ver)bouwen.

Kwantitatief betekent dit voor de gemeente dat in de periode 2016-2025 circa, 70% van 770, nieuwe woningen aan de woningvoorraad moeten worden toegevoegd om krimp te voorkomen. Als een middel om de gemeenschappen van Kaatsheuvel, Loon op Zand en De Moer verder te versterken. Onderhavig bestemmingsplan biedt de planologische ruimte voor het realiseren van woningaanbod dat aansluit op de wens van de gemeente. Het behouden van eigen karakter is één van de hoofddoelen voor de dorpskern Kaatsheuvel. De dorpskern is gegroeid aan en rond bebouwingslinten. Deze zijn kenmerkend voor de dorpskern. Met onderhavig initiatief wordt nieuwe woonbebouwing op een passende manier aan de woonwijk toegevoegd. Verouderde woningbouw wordt vervangen en maakt het mogelijk om een stedenbouwkundige verbetering aan de woonwijk toe te voegen. Het plan sluit aan op de doelstelling uit de Woonvisie 2016 'Duurzaam, gevarieerd en betaalbaar wonen in de gemeente Loon op Zand', zoals het behouden en aantrekken van starters en gezinnen, het voorkomen van krimp en het inspelen op toename van het aantal kleine en oudere huishoudens.

Conclusie Uit de bovenstaande toetsing blijkt dat het planvoornemen past binnen het gemeentelijk beleid.

NUMRQ.0809.BPĽeoHendrik-QN01

bestemmingsplan LeoHendrik

OOOO ORDITO OOOO

120

5.

RANDVOORWAARDEN

5.1

Archeologie

Verdrag van Malta In 1998 heeft het parlement het Europees Verdrag, inzake de bescherming van het archeologische erfgoed, goedgekeurd. Dit zogeheten Verdrag van Malta voorziet in een beperking van de risico's op aantasting van cultureel erfgoed. Dit kan door het archeologische erfgoed zoveel mogelijk in oorspronkelijke vindplaats te bewaren en door de integratie van archeologie in de ruimtelijke ordening.

Monumentenwet De implementatie van het Verdrag van Malta is gekomen met het in werking treden van de Wet op de archeologische Monumentenzorg (Wamz) op 1 september 2007. De Wamz is een raamwet die regelt hoe Rijk, provincies en gemeenten bij hun ruimtelijke plannen rekening moeten houden met het erfgoed in de bodem. Het belangrijkste uitgangspunt is het streven naar behoud van archeologische waarden in de bodem en alleen opgraven als behoud in de bodem (in situ) niet mogelijk is, zodat de archeologische waarde beter conserveert. Archeologische Waarden- en Verwachtingskaart gemeente Loon op Zand De onderzoekslocatie ligt volgens de Archeologische Beleidskaart van de gemeente Loon op zand (2017) deels in de zone Beleidscategorie 3 (hoge verwachting) en deels in de zone Beleidscategorie 4 (middelhoge verwachting). Het uiterste zuidwestelijke deel ligt binnen de zone Beleidscategorie 2b (gebied van archeologische waarde). ^ Voor de Beleidscategorie 2b geldt een onderzoeksplicht bij bodemingrepen met een oppervlakte groter dan 100 m2 en een verstoringsdiepte vanaf 30 centimeter onder maaiveld. ^ Voor de Beleidscategorie 3 geldt een onderzoeksplicht bij bodemingrepen met een oppervlakte groter dan 500 m2 en een verstoringsdiepte vanaf 50 centimeter onder maaiveld.

^ Voor de Beleidscategorie 4 geldt een onderzoeksplicht bij bodemingrepen met een oppervlakte groter dan 2.500 m2 en een verstoringsdiepte vanaf 50 centimeter onder maaiveld. De hoogste beleidszone is leidend. De gemeente heeft middels deze kaart aangegeven dat er een archeologische onderzoeksplicht geldt.

Archeologisch onderzoek De diepte van de toekomstige bodemverstoring is op dit moment onbekend, maar uitgaande van de aanleg van bouwputten voor de voorgenomen nieuwbouw zal de bodem waarschijnlijk tot in het archeologische niveau worden verstoord. Er wordt vooralsnog uitgegaan van een standaard funderingsdiepte zonder onderkeldering en met een bodemverstoring van ten minste 0,8 - 1,0 meter beneden maaiveld. De geplande werkzaamheden overschrijden de drempelwaardes die bij de archeologische verwachting horen. Door Aeres Milieu B.V. is derhalve een archeologisch bureauonderzoek uitgevoerd. Het archeologisch onderzoek is opgenomen als bijlage bij de toelichting.

NL.IMRO.0809.BPLeoHendrik-ON01

bestemmingsplan LeoHendrik

OOOO ORDITO OOOO

121

Het doel van het archeologisch bureauonderzoek is het opstellen van een gespecificeerd archeologisch verwachtingsmodel voor de locatie. Dit verwachtingsmodel wordt op basis van historische kaarten en bekende landschappelijke en archeologische gegevens gevormd. Uit het gespecificeerde archeologische verwachtingsmodel komt naar voren dat voor het plangebied een middelhoge verwachting geldt voor vuursteenvindplaatsen uit de periode laatpaleolithicum tot en met het mesolithicum. Er geldt een middelhoge verwachting voor nederzettingsresten uit de periode neolithicum en de bronstijd. Mogelijk zijn resten verstoord als gevolg van turfwinning. Er geldt een lage verwachting voor nederzettingsresten uit de periode ijzertijd tot en met de volle middeleeuwen. Het veenlandschap bestaat uit een nat milieu en vormt geen gunstige plek voor bewoning. Er geldt een middelhoge verwachting voor nederzettingsresten uit de periode late middeleeuwen tot en met de nieuwe tijd, als het gebied in ontginning is gebracht en het plangebied nabij de historische bebouwingszones en de laatmiddeleeuwse Vossenbergse Vaart ligt.

Conclusie Op basis van deze gegevens wordt voor het plangebied een vervolgonderzoek geadviseerd in de vorm van een verkennend booronderzoek. Het doel van een verkennend booronderzoek is de intactheid van de bodem en de diepteligging van potentiële archeologische niveau(s) vast te stellen. Gezien de gronden momenteel nog bebouwd zijn, zal dergelijk onderzoek pas na de sloop van de bestaande woningen plaats kunnen vinden. Om de archeologische waarden te beschermen wordt de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie' opgenomen.

5.2

Bedrijven en milieuzonering

De scheiding van milieubelastende en milieugevoelige functies is noodzakelijk in het kader van een goede ruimtelijke ordening. Op die manier wordt voorkomen dat bij nieuwe ontwikkelingen sprake kan zijn van hinder en gevaar bij woningen en andere gevoelige functies en wordt voldoende zekerheid geboden aan bedrijven dat zij hun activiteiten duurzaam binnen aanvaardbare voorwaarden kunnen uitoefenen. De milieuhinder van bedrijven dient te worden geanalyseerd op hun invloed op mogelijke ontwikkelingen. Om te beoordelen of de afstand tussen milieubelastende functies en milieugevoelige functies acceptabel is, wordt aangesloten bij de richtafstanden zoals opgenomen in handreiking 'Bedrijven en Milieuzonering' van de VNG (Vereniging van Nederlandse Gemeenten). De benodigde afstand tussen milieubelastende en milieugevoelige functies is afhankelijk van de aard en omvang van het bedrijf en de omgeving. Voor een rustige woonomgeving gelden andere eisen dan voor drukke woonwijken, gemengde gebieden en landelijk gebieden. Het plangebied is aan te merken als 'rustige woonwijk'.

NLIMRQ.0809.BPLeoHendrik-ÜN01

bestemmingsplan LeoHendrik

OOOO ORDITO OOOO

122

De minimale afstand per categorie is als volgt: Milieucategorie 1 2 3.1 3.2 4.1 4.2 5.1 5.2 5.3 6

Richtafstand tot omgevingstype rustige woonwijk 10 m 30 m 50 m 100 m 200 m 300 m 500 m 700 m 1.000 m 1.500 m

Richtafstand tot omgevingstype gemengd gebied 0m 10 m 30 m 50 m 100 m 200 m 300 m 500 m 700 m 1.000 m

Plangebied Op het perceel Prins Hendrikstraat 6 is formeel nog een bedrijfspand aanwezig, waarin bedrijven in milieucategorie 1 en 2 zijn toegestaan. Op 13 oktober 2022 is echter het bestemmingsplan "Prins Hendrikstraat 6" vastgesteld, waarin de bedrijfslocatie herontwikkeling wordt naar 6 starterswoning. Derhalve is toetsing aan de publicatie 'bedrijven en milieuzonering' niet langer relevant ten opzichte van dit perceel. In de nabijheid van het plangebied komen verder de volgende bedrijven voor: Locatie

Soort bedrijf/ inrichting

Milieu­ categorie

Richtafstand

Afstand tot dichtstbijzijnde plangebied

Van Heeswijkstraat 1

Hotel

1

10 meter

85 meter

Gasthuisstraat 115

Bakkerij

1

10 meter

110 meter

Gasthuisstraat 121

Cafetaria

1

10 meter

60 meter

Gasthuisstraat 140

Hotel

1

10 meter

140 meter

Gasthuisstraat 154

Slagerij

1

10 meter

90 meter

Gelet op de richtafstanden en de werkelijke afstanden van de aanwezige bedrijven in de omgeving, kan geconcludeerd worden dat de beoogde woningen op voldoende afstand van de nabijgelegen bedrijven zijn gelegen. Daarmee vormt de bedrijvigheid in de nabije omgeving geen belemmering voor het onderhavig planvoornemen. Andersom biedt het planvoornemen voldoende zekerheid aan bedrijven dat zij hun activiteiten duurzaam binnen aanvaardbare voorwaarden kunnen uitoefenen.

Conclusie Op het gebied van bedrijven en milieuzonering zijn er geen belemmeringen voor het plan.

NL.IMRO.0809.BPLeoHendrik-ON01

bestemmingsplan LeoHendrik

OOOO

123

ORDITO

OOOO

5.3 Bodemkwaliteit Op grond van artikel 3.1.6 lid 2 van het Besluit ruimtelijke ordening moet een bodemonderzoek worden verricht om de realiseerbaarheid van een bestemmingswijziging te beoordelen. Voor alle bestemmingen waar een functiewijziging of herinrichting mogelijk is, moet ten minste een verkennend bodemonderzoek verricht worden. Afhankelijk van de conclusie van dit verkennend bodemonderzoek vindt een aanvullend bodemonderzoek plaats.

Onderzoek In onderhavige situatie heeft het plangebied reeds een woonbestemming. Ervan uitgaande dat de nieuwe woningen binnen de bestaande woonbestemming worden gerealiseerd, is er geen sprake van een bestemmingswijziging. Een bodemonderzoek voor het ruimtelijke plan is dan ook niet noodzakelijk. Conclusie Het aspect bodemkwaliteit vormt geen belemmering voor het ruimtelijke plan.

5.4

Cultuurhistorie

Onder de noemer Modernisering Monumentenzorg (MoMo) heeft het Rijk in 2009 een aanzet gegeven voor een goede afweging van het belang van de cultuurhistorie in de ruimtelijke ordening. Gepleit wordt voor een verantwoorde verankering van de integrale cultuurhistorie in structuurvisies, bestemmingsplannen en milieueffectrapportages. Het voornaamste doel hiervan is om het cultuurhistorische karakter van Nederland op gebiedsniveau te behouden en te versterken. Op 5 juli 2011 is een wijziging van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) gepubliceerd. Vanaf 1 januari 2012 moet ieder nieuw bestemmingplan een analyse van cultuurhistorische waarden bevatten. In aansluiting op de vaststelling van de Wet tot wijziging van de Monumentenwet 1988 en de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht in mei 2011 zijn op 17 juni 2011 het Bro, het Besluit omgevingsrecht (Bor) en het Besluit archeologische monumentenzorg (Bamz) aangepast. Door een wijziging van het Bro moeten cultuurhistorische waarden voortaan vooraf in het proces van ruimtelijke ordening worden meegenomen, voornamelijk bij de voorbereiding en vaststelling van bestemmingsplannen. Het Bro bevat eisen waaraan de voorbereiding van een bestemmingsplan moet voldoen.

Zo wordt er onder meer een beschrijving verlangd van de manier waarop met de in het gebied aanwezige cultuurhistorische waarden en in de grond aanwezige of te verwachten monumenten wordt omgegaan. De wetgever wil hiermee bereiken dat aandacht voor cultuurhistorische waarden voortaan in het planproces naar voren wordt gehaald. In de toelichting van het bestemmingsplan dient een beschrijving te worden opgenomen hoe met de in het gebied aanwezige cultuurhistorische waarden en in de grond aanwezige of te verwachten monumenten rekening is gehouden. De opsteller en vaststeller van het bestemmingsplan is daarmee dus verplicht om breder te kijken dan alleen naar het facet archeologie. Ook de facetten historische (steden)bouwkunde en historische geografie dienen te worden meegenomen in de belangenafweging. Hierbij gaat het om zowel beschermde als niet formeel beschermde objecten en structuren.

NL.IMRO.0809.BPLeoHendrik-ON01

bestemmingsplan LeoHendrik

OOOO

124

ORDITO

OOOO De Erfgoedwet, van kracht sinds 1 juli 2016, bundelt wet- en regelgeving op het gebied van behoud en beheer van het cultureel erfgoed in Nederland in één nieuwe wet. Een groot deel van de bestaande wet- en regelgeving (Monumentenwet, Wet ruimtelijke ordening) is overgenomen in de Erfgoedwet, bijvoorbeeld de aanwijzing van rijksmonumenten, wie welke verantwoordelijkheden heeft en hoe het toezicht daarop wordt uitgeoefend. Voor het eerst is er nu één integrale wet die betrekking heeft op onze museale objecten, musea, monumenten en archeologie op het land en onder water. Voorheen was het behoud en beheer van ons erfgoed geregeld in zes verschillende wetten met elk hun eigen procedures en beschermingsmaatregelen. Het uitgangspunt is dat de beschermingsniveaus zoals die in de eerdere wetten en regelingen golden, worden gehandhaafd. Daarnaast worden aan de Erfgoedwet een aantal nieuwe bepalingen toegevoegd. Samen met de Omgevingswet die naar verwachting in 2022 wordt ingevoerd, wordt een integrale bescherming van ons cultureel erfgoed mogelijk. Beleid provincie Noord-Brabant In de provincie Noord-Brabant dienen in het kader van het behoud van waardevolle cultuurhistorische elementen en archeologische vindplaatsen, bestemmingsplannen te worden getoetst aan de provinciale Cultuurhistorische Waardenkaart (CHW). Hierop staan de bepalende cultuurhistorische elementen aangegeven.

CHW.2015 Kaatsheuvel I Provinciaal belang cultuurhistorie

Complex van cultuurhistorisch belang

Archeologische landschappen

Cultuurhistorische vlakken

Cultuurhistorische landschappen

Provinciale Cultuurhistorische Waardenkaart (CHW, 2015)

Plangebied Op de CHW is af te lezen dat het plangebied ligt in de regio 'Langstraat'. De Langstraat ligt op de overgang van zand, veen en klei. Vroeger bestond vrijwel het hele gebied uit veen. De oorspronkelijke relatie tussen de dorpen, het afwisselend open en besloten landschap en het water is in de Langstraat nog goed beleefbaar. Hierdoor is het hele gebied cultuurhistorisch waardevol. Ten noorden van de Winterdijk is de Langstraat opener en grootschaliger dan ten zuiden daarvan.

NĽ.İMRQ.0809.BPĽeoHendrik-QN01

bestemmingsplan LeoHendrik

OOOO

125

ORDITO

OOOO De natte omstandigheden als gevolg van de lage ligging en de sterke kwel leidt tot waardevolle flora en fauna van waterlopen en natte graslanden. Het westelijke deel heeft een landelijk karakter. Hier liggen langgerekte lintdorpen met dorpse uitbreidingen rond de centra in een open landschap. Enkele kernen in de Langstraat hebben een sterke groei doorgemaakt: het oostelijke deel is verstedelijkt met de groei van Waalwijk, Sprang-Capelle en Kaatsheuvel. De structuur van de dorpen en de relatie tussen de dorpen en het landelijke gebied is hier minder goed herkenbaar. Daarnaast heerst er in het gebied een spanning tussen cultuurhistorie, natuurontwikkeling en landbouw. In het kader van de natuurdoelstellingen zijn bossen gerealiseerd terwijl de openheid een belangrijk historisch kenmerk is. De ontwikkelstrategie voor dit gebied is: 1. Behoud door ontwikkeling of versterking van de samenhang van de dragende structuren van de regio. Het plangebied ligt niet binnen één van de dragende structuren van de regio. Zodoende geldt het gestelde in de ontwikkelstrategie niet voor het plangebied en vormt de Cultuurhistorische Waardenkaart geen belemmering voor het planvoornemen. Historische geografie - lijnen De Leo XIII-straat is op de cultuurhistorische waardenkaart aangewezen als historische geografische 'Lijn van redelijke hoge waarden'.

De beoogde woningen sluiten qua locatie en omvang aan op de bestaande woningen langs de Leo XIII-straat. Het planvoornemen is daarmee passend in het omringende 'landschap' en de cultuurhistorische waarden en kenmerken van de historische geografische lijnen en historische zichtrelaties. Gesteld kan worden dat met het planvoornemen geen ontwikkelingen plaatsvinden welke in strijd zijn met de ontwikkelstrategieën behorende bij de Cultuurhistorische waardenkaart. Overige cultuurhistorische informatie Rijksinformatie Op de CHW zijn ook de indicatieve Archeologische waarden (Erfgoedinformatie van het Rijk) af te lezen. Het plangebied valt niet binnen een overig cultuurhistorisch gebied.

Conclusie Het aspect cultuurhistorie vormt geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling

5.5

Externe veiligheid

Externe veiligheid heeft betrekking op het beheersen van risico's die mensen lopen door opslag, productie, gebruik en vervoer van gevaarlijke stoffen in hun omgeving. Het gaat hierbij om de risico's van inrichtingen met gevaarlijke stoffen, het vervoer van gevaarlijke stoffen over de weg en water en door buisleidingen.

Plangebied Transport over weg Binnen of in de directe omgeving van het plangebied lopen geen wegen die relevant zijn in het kader van vervoer van gevaarlijke stoffen in verband met externe veiligheid.

NĽ.IMRQ.0809.BPĽeoHendrik-QN01

bestemmingsplan LeoHendrik

OOOO

126

ORDITO OOOO

Transport over water Binnen of in de directe omgeving van het plangebied lopen geen vaarwegen die relevant zijn in het kader van externe veiligheid. Transport over het spoor Uit de risicoatlas voor vervoer van gevaarlijke stoffen over het spoor blijkt dat in het plangebied en de directe omgeving geen spoorwegen aanwezig zijn die relevant zijn in het kader van externe veiligheid. Transport per buisleiding Binnen of in de directe omgeving van het plangebied lopen geen leidingen die relevant zijn in het kader van externe veiligheid. Inrichtingen De risicokaart van Noord-Brabant geeft aan dat binnen het plangebied geen risicovolle bedrijven aanwezig zijn die de externe veiligheid beperken. In de directe omgeving zijn ook geen bedrijven aanwezig die een risico met zich meebrengen.

Conclusie Het aspect externe veiligheid vormt geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling.

5.6

Flora en fauna

Wet natuurbescherming Per 1 januari 2017 is de Wet natuurbescherming (Wnb) in werking getreden. Deze wet bevat regels voor de bescherming van in het wild levende dier- en plantensoorten en de belangrijkste natuurgebieden in Nederland.

Natura 2000-gebieden Natura 2000 is de benaming voor een Europees netwerk van natuurgebieden waarin belangrijke flora en fauna voorkomen, gezien vanuit een Europees perspectief. Per Natura 2000-gebied zijn (instandhoudings)doelen (voor soorten en vegetatietypen) opgesteld. Iedereen die vermoedt of kan weten dat zijn handelen of nalaten nadelige gevolgen voor een Natura 2000-gebied kan hebben, is verplicht deze handelingen achterwege te laten of te beperken. De meest nabijgelegen Natura 2000-gebieden zijn 'Langstraat' en 'Loonse en Drunense Duinen & Leemkuilen'. De afstand van het plangebied tot deze Natura 2000-gebieden bedraagt respectievelijk 0,8 en 2,6 km.

NL.IMRO.0809.BPLeoHendrik-ON01

bestemmingsplan LeoHendrik

OOOO

ORDITO

127

OOOO Natuurnetwerk Nederland Het Natuurnetwerk Nederland (NNN), voorheen de Ecologische Hoofdstructuur (EHS) genoemd, is het Nederlandse netwerk van bestaande en nieuw aan te leggen natuurgebieden. Het netwerk moet natuurgebieden beter met elkaar en het omringende agrarische gebied verbinden. In het Natuurnetwerk Nederland liggen: ^ Bestaande natuurgebieden, waaronder 20 nationale parken; ^ Gebieden waar nieuwe natuur aangelegd wordt; ^ Landbouwgebieden, beheerd volgens agrarisch natuurbeheer; ^ Ruim 6 miljoen hectare grote wateren, meren, rivieren, de kustzone van de Noordzee en de Waddenzee; ^ Alle Natura 2000-gebieden. In het Natuurpact hebben de provincies met het Rijk afgesproken om tot 2027, 80.000 hectare natuur in te richten. Het NNN moet uiteindelijk samen met de natuurgebieden in andere Europese landen een aaneengesloten PanEuropees Ecologische Netwerk (PEEN) vormen. Het plangebied maakt geen onderdeel uit van het Natuurnetwerk Brabant (of ligt ertegenaan). Het plangebied ligt op circa 850 meter van het dichtstbijzijnd gelegen onderdeel van Natuurnetwerk Brabant. Gezien de relatief grote afstand tot het plangebied, het gebruik van het tussenliggende gebied en de aard en omvang van de beoogde ontwikkeling, zijn geen negatieve effecten te verwachten op het Natuurnetwerk.

Beschermde planten en dieren De Wnb kent drie algemene beschermingsregimes: ^ Soorten vogelrichtlijn: dit zijn alle van nature in Nederland in het wild levende vogels (zoals bedoelt in artikel 1 van de Vogelrichtlijn); ^ Soorten Habitatrichtlijn: dit zijn soorten die genoemd worden in Bijlage IV van de Habitatrichtlijn, Bijlage I en II van het Verdrag van Bern en Bijlage II van het Verdrag van Bonn. In de bijlagen van de Verdragen van Bern en Bonn worden ook vogels genoemd; ^ Andere soorten: dit zijn soorten die genoemd worden in Bijlage A van de Wnb. Het gaat hier om de bescherming van zoogdieren, amfibieën, reptielen, vissen, dagvlinders, libellen, kevers en vaatplanten voorkomend in Nederland. De beschermde status van soorten kan echter per provincie verschillen. Provincies hebben de bevoegdheid om bij een provinciale verordening vrijstelling te verlenen voor nationaal beschermde soorten. Voor soorten die ook niet in de bijlagen van de Wnb worden genoemd, fungeert de zorgplichtbepaling (artikel 1.11 Wnb) als vangnet. Op grond van deze bepaling moeten schadelijke handelingen voor alle in het wild levende dieren en planten en hun directe leefomgeving in beginsel achterwege worden gelaten, dan wel moeten maatregelen worden genomen om schadelijke gevolgen (zoveel mogelijk) te beperken.

Quickscan Wet natuurbescherming Door de voorgenomen ingreep is mogelijk sprake van negatieve effecten op beschermde soorten. Derhalve heeft Arcadis een Quickscan opgesteld om eventuele negatieve effecten op beschermde en benodigde vervolgstappen in het kader van de Wnb in beeld te brengen. De volledige rapportage is als bijlage bij de toelichting opgenomen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=LoonOpZand&id=22d07ad9-24cd-4f65-85e5-a4317d7c29c6