CConstaterende datLoon op Zand
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1. Integraal Huisvestingsplan Kindvoorzieningen gemeente Loon op Zand

Raadsvergadering 13 november 2025, gemeente Loon op ZandBij agendapunt: Raadsvoorstel over het vaststellen van het Integraal Huisvestingsplan Kindvoorzieningen gemeente Loon op Zand11.386 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Integraal Huisvestingsplan Kindvoorzieningen Loon op Zand

Opdrachtgever Gemeente Loon op Zand Datum 4 juni 2025 Referentie 1717602-0009.0.4 Auteur(s) mevrouw ir. M.A.C. Kools de heer ir. D. Oortman Gerlings

●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●

●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●

●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●

●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●

●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●

Statenlaan 8

5223 LA 's-Hertogenbosch

T 073 - 6 409 409

info@hevo.nl

KvK Brabant 16029774

●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●

●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●

●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●

●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●

●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●

Burg. Roelenweg 40

8021 EW Zwolle

T 038 - 4 258 101

ISO 9001-gecertificeerd

BTW 0011.60.461.B01

Inhoudsopgave 1. 1.1. 1.2. 1.3.

Inleiding Doelstelling Aanpak Leeswijzer

3 3 3 4

2. 2.1. 2.2. 2.3. 2.4.

Aanbod onderwijs en kinderopvang Primair onderwijs Voortgezet onderwijs Kinderopvang Bewegingsonderwijs

5 5 5 5 5

3. 3.1. 3.2. 3.3. 3.4.

Visie op onderwijs en huisvesting Bouwsteen samenwerking Bouwsteen vraag en aanbod Bouwsteen kwaliteit en duurzaamheid Bouwsteen regie

6 6 8 9 11

4. 4.1. 4.2. 4.2.1 4.2.2 4.3.

Analyse en opgave Capaciteitsanalyse onderwijs Capaciteitsanalyse gymzalen Uitgangspunten bepaling klokuren Totale behoefte bewegingsonderwijs per kern Kwaliteitsanalyse onderwijs

13 13 14 14 14 15

5. 5.1. 5.2. 5.3. 5.4.

Scenario’s Kaatsheuvel Loon op Zand De Moer Programmering IHP-K Loon op Zand

16 16 18 20 21

6. 6.1. 6.2.

Financiële vertaling Kwaliteit Kosten

22 22 22

Referentie: 1717602-0009.0.4.

6.3. 6.4. 6.5. 6.6.

Financiële uitgangspunten Overzicht investeringskosten onderwijs Voorfinanciering kinderopvang Bekostiging projecten IHP-K

22 24 25 25

7. 7.1. 7.2. 7.3.

Vervolg IHP-K Opstellen uitvoeringsagenda Opstellen haalbaarheidsonderzoeken Disclaimer

26 26 26 26

Bijlage I: Wettelijke en beleidskaders

27

Bijlage II: kwaliteitskader Frisse Scholen

28

Pagina 2 van 29

1. Inleiding Op het gebied van onderwijshuisvesting wordt nu en in de toekomst door de gemeente Loon op Zand en schoolbesturen intensief samengewerkt. Deze samenwerking is hard nodig. De noodzaak tot samenwerking komt primair voort uit de gedeelde verantwoordelijkheid voor onderwijshuisvesting: de gemeente heeft een zorgplicht voor onderwijshuisvesting (onder andere nieuwbouw en uitbreiding) en schoolbesturen zijn verantwoordelijk voor onderhoud, exploitatie en het invulling geven aan het onderwijs. Alleen met vereende krachten en optimale samenwerking tussen gemeente en schoolbesturen kunnen de verschillende huisvestingsuitdagingen in de komende jaren worden opgepakt en kunnen met de beschikbare middelen toekomstbestendige keuzes worden gemaakt. Daarbij staan bij het opstellen van dit Integraal Huisvestingsplan Kindvoorzieningen (hierna: IHP-K) steeds de kinderen uit de gemeente Loon op Zand centraal; zij hebben recht op een goede ontwikkeling met goede voorzieningen. Onder kindvoorzieningen worden de basis- en voortgezet onderwijsscholen verstaan, maar ook het bewegingsonderwijs, voorschoolse educatie, kinderopvang en zorg en ondersteuning gericht op de gezonde leerontwikkeling van kinderen. Het IHP-K reikt dan ook verder dan alleen de onderwijspartners.

Het betreft een integraal plan waarin de benodigde ruimte voor het kunnen bieden van onderwijs en opvang, als onderdeel van de stevige basis, goed op elkaar is afgestemd. De gemeente is daarbij wettelijk verantwoordelijk voor het realiseren van onderwijs. Zij is bereid om een voorfinanciering te doen voor de overige partners, maar heeft daartoe geen wettelijke verplichting.

1.1. Doelstelling Het IHP-K stelt gemeente en schoolbesturen in staat om op korte en lange termijn toekomstbestendige keuzes te maken. In aanvulling op de werkwijze die gebaseerd is op de door de gemeente opgestelde verordening voorzieningen huisvesting onderwijs (waarin per individuele school een onderwijsvoorziening kan worden gevraagd), draagt het IHP-K een proactief integraal onderwijshuisvestingsbeleid uit. In formele zin laat de gemeente hiermee zien op welke wijze zij haar zorgplicht, op grond van de taak die zij heeft in het voorzien van huisvesting voor het funderend onderwijs, wenst in te vullen.

Referentie: 1717602-0009.0.4.

Het IHP-K biedt een meerjarenperspectief waarop het eigen (investerings)beleid van de schoolbesturen kan worden afgestemd. Het IHP-K vormt tevens het beleidskader voor het onderwijshuisvestingsbeleid. Het IHP-K wordt elke 4 jaar herijkt, zodat het beleidskader blijft aansluiten bij de wet- en regelgeving en behoeften van dat moment. De eerste termijn van het IHP-K omvat een periode van 4 jaar (2026 tot 2029).

1.2. Aanpak In opdracht van de gemeente Loon op Zand heeft HEVO de gemeente, de schoolbesturen en de kinderopvangorganisaties begeleid om te komen tot het IHP-K. Het voorliggend IHP-K is in grofweg vier stappen tot stand gekomen. De stappen zijn in meerdere overleggen doorlopen met (een afvaardiging van) gemeente, schoolbesturen en kinderopvangorganisaties. Visievorming: de uitgangspunten zijn omschreven in de visie op onderwijs en onderwijshuisvesting ofwel de ‘Bouwstenen’. De onderlegger voor de bouwstenen is de startnotitie, die opgesteld is door gemeente, PO-schoolbesturen en kinderopvangorganisaties in het voorjaar van 2024 en de Loonse Educatieve Agenda 2025 - 2029 (LEA). Inventarisatie: de inventarisatie betreft de objectieve analyse van het scholenbestand in de gemeente Loon op Zand, zowel kwalitatief als kwantitatief. Op basis van deze gegevens is het scholenbestand van de gemeente Loon op Zand in kaart gebracht. Scenario-ontwikkeling: op basis van de wettelijke kaders, beleidsambities en de integrale kwaliteitsbeoordeling van het gebouwenbestand zijn door de gemeente, de schoolbesturen en HEVO samen scenario’s (gebouwmaatregelen weggezet in tijd) ontwikkeld per locatie en is gekeken naar de spreiding van scholen en de ruimtebehoefte voor Loon op Zand. Het streven daarbij is een toekomstbestendig scholenlandschap.

Hierbij is ook intensief gesproken over de volgordelijkheid en urgentie van de verschillende scenario’s. Financiële vertaling: op basis van de scenario’s en de programmering in tijd is een financiële vertaling gemaakt. Het resultaat is een meerjareninvesteringsschema.

Pagina 3 van 29

1.3. Leeswijzer Na dit eerste inleidende hoofdstuk wordt in hoofdstuk 2 het huidige aanbod aan onderwijs en kinderopvang omschreven. In hoofdstuk 3 wordt de visie op onderwijs en huisvesting beschreven. Vervolgens gaat hoofdstuk 4 in op de analyse van het scholenlandschap. In hoofdstuk 5 wordt de opgave (noodzakelijke ingrepen) per kern omschreven. De scenario’s uit hoofdstuk 5 worden voorzien van een financieel kader, dat in hoofdstuk 6 omschreven wordt. In het laatste hoofdstuk worden een aantal processtappen en -uitgangspunten vermeld waarmee rekening gehouden dient te worden bij de uitvoering van het IHP-K.

Referentie: 1717602-0009.0.4.

Pagina 4 van 29

2. Aanbod onderwijs en kinderopvang Dit hoofdstuk biedt inzicht in het onderwijs-, kinderopvang-, en bewegingsonderwijsaanbod in de gemeente Loon Op Zand. Het gaat hier voor het onderwijs om het primair en voortgezet onderwijs, voor de kinderopvang om dagopvang en buitenschoolse opvang en voor bewegingsonderwijs om gymzalen/sporthallen.

2.1. Primair onderwijs Het PO wordt in de gemeente Loon op Zand verzorgd door één schoolbestuur. Het schoolbestuur biedt onderwijs aan 1.723 leerlingen (Bron: DUO, teldatum 1 oktober 2024), verdeeld over negen basisschoollocaties. Tabel 1 Overzicht PO-scholen gemeente Loon op Zand (teldatum 1 oktober 2024) Schoolbestuur Sector Aantal scholen Aantal leerlingen % Stichting Floriander PO 9 1.723 100% Totaal 9 1.723 100%

Tabel 3 Overzicht aanwezige kinderopvangorganisaties en aanbod Aantal Dagopvang BsoKinderopvangorganisatie locaties aanbod aanbod Kinderopvang Midden Brabant B.V. 7 201 245 Stichting Mikz kinderopvang 5 76 122 Kanti Kinderopvang B.V. 1 64 22 Kinderopvang Buitenlust 1 61 40 Totaal 14 402 429

VVEaanbod ja nee nee nee

2.4. Bewegingsonderwijs De gemeente Loon op Zand telt zeven locaties voor bewegingsonderwijs. In de onderstaande tabel is het aantal zaaldelen per gymvoorziening vermeld. Daarbij is ook het aantal beschikbare klokuren per locatie aangegeven. Hierbij is voor het PO uitgegaan van een onderwijsweek van 26 uur en voor het VO van een onderwijsweek van 40 uur. Tabel 4 Gymzalen gemeente Loon op Zand

2.2. Voortgezet onderwijs Het VO in de gemeente Loon op Zand wordt verzorgd door één schoolbestuur. Het schoolbestuur biedt onderwijs aan 334 leerlingen (DUO, teldatum 1 oktober 2024). Het Van Haestrecht College maakt onderdeel uit van OMO Scholengroep De Langstraat. Tabel 2 Overzicht VO-scholen gemeente Loon op Zand (teldatum 1 oktober 2024) Schoolbestuur & Aantal Aantal Sector % -naam scholen leerlingen Ons Middelbaar Onderwijs VO 1 334 100% - Van Haestrecht College Totaal 1 334 100%

2.3. Kinderopvang Kinderdagopvang en buitenschoolse opvang worden in de gemeente Loon op Zand door verschillende organisaties verzorgd. De aanwezige organisaties zijn in tabel 3 opgenomen, inclusief het huidige aanbod (Landelijk register kinderopvang, 2025). Naast de genoemde organisaties zijn er ook gastouders aanwezig binnen de gemeente, die ook opvang aanbieden.

Referentie: 1717602-0009.0.4.

Gymzaal De Werft (sporthal) De Wetering (sportzaal)* Basisschool De Vaert** Van Haestrecht College*** Totaal

Aantal zaaldelen 3 2 1 1 7

Klokuren beschikbaar 78 52 26 40 196

*Tot eind 2027 niet functioneel beschikbaar vanwege vervangende nieuwbouw. **Niet beschikbaar tijdens bouwfase De Vaert, bij de nieuwbouw van De Vaert wordt wederom een gymzaal geïntegreerd. *** Indien de nieuwbouw plaatsvindt op de huidige locatie, is de gymzaal niet beschikbaar tijdens de bouwfase.

Pagina 5 van 29

3. Visie op onderwijs en huisvesting In de Loonse Educatieve Agenda (LEA) is een gezamenlijke doelstelling geformuleerd: ‘Samen zorgen voor een gezonde, veilige en toekomstgerichte leer-, ontwikkel- en leefomgeving voor de Loonse kinderen en jongeren, hun ouders/ verzorgers en begeleidende professionals. Samen voeden we kinderen op en kinderen groeien samen op.’ Het IHP-K en de LEA zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. De LEA gaat over de inhoud en ontwikkelingen van onderwijs en kind ontwikkelpartners en het IHP-K over de gebouwelijke vertaling. Beide visies dienen op elkaar afgestemd te worden, waarbij geldt dat de stenen volgen op de inhoud. Door het primair onderwijs en de gemeente zijn in het voorjaar van 2024 speerpunten opgesteld ten aanzien van onderwijshuisvesting. In de volgende paragrafen zijn deze speerpunten vertaald naar bouwstenen. De volgende thema’s worden hierbij behandeld: 1. 2. 3. 4.

Samenwerking. Vraag en aanbod. Kwaliteit. Regie.

Ieder thema omvat verschillende beleidsuitgangspunten. Het IHP-K is erop gericht om, binnen de mogelijkheden van de gemeente, schoolbesturen en kinderopvangorganisaties, deze uitgangspunten zoveel als mogelijk te realiseren. In bijlage I is een toelichting op de wettelijke kaders te vinden, inclusief de laatste ontwikkelingen.

Met een gezamenlijk, gebiedsgericht IHP–K kunnen we proactief, integraal én planmatig investeren in huisvesting en daarmee voorzien in voldoende, kwalitatief goede en goed gespreide huisvesting voor onderwijs en aanpalende kindvoorzieningen in onze gemeente. Zo faciliteren we optimale en gelijke ontwikkelkansen voor kinderen en jongeren van 0 - 18 jaar in onze gemeente.

Referentie: 1717602-0009.0.4.

3.1.

Bouwsteen samenwerking

Deze bouwsteen gaat in op samenwerking. Samenwerking betekent dat scholen gebouwen delen, met elkaar of met partners (bijvoorbeeld kinderopvang, jeugdzorg, buurtvoorzieningen). Samenwerking kan zowel inhoudelijk als gebouwelijk worden vormgegeven. Inhoudelijke samenwerking biedt voordelen op het gebied van kennisuitwisseling. Gebouwelijke samenwerking kan de inhoudelijke samenwerking faciliteren omdat men elkaar ook daadwerkelijk tegenkomt en biedt exploitatievoordelen (door bijvoorbeeld het delen van ruimten). 1.

Gemeente, schoolbesturen en kinderopvangpartners willen samen werken aan optimale ontwikkelkansen voor álle kinderen van 0-18 jaar, dit vanuit samenwerking tussen onderwijs en kinderopvang en verbinding met maatschappelijke partners. Het bieden van een sterke, gezonde start voor een optimale ontwikkeling van de jongste inwoners van de gemeente Loon op Zand staat voorop.

2.

Samenwerkingspartners: de gemeente Loon op Zand zet zich in voor een sterke gemeenschap. Gemeenschappen waar inwoners zich verbonden voelen, dragen bij aan een betere gezondheid, grotere weerbaarheid en aan het geluksgevoel van inwoners. Het onderwijs en de kinderopvangpartners willen hun bijdragen leveren door een passend onderwijs- en ontwikkelaanbod te realiseren in de gemeente Loon op Zand. De onderwijs- en ontwikkelpartners dragen allen met hun eigen expertise bij aan de groei en ontwikkeling van kinderen. De integrale aanpak die zij gezamenlijk willen gaan vormgeven dient gebouwelijk gefaciliteerd te worden. In de volgende opsomming worden de samenwerkingsverbanden tussen partners toegelicht. a.

Onderwijs en opvang: de kinderopvang is een belangrijke onderwijspartner. Onderwijs en opvang tezamen zorgen voor een doorlopende leerlijn van 0-18 jaar. Er wordt toegewerkt naar inclusieve kindcentra ((I)KC’s) in de gemeente Loon op Zand. Inclusieve kindcentra worden georganiseerd vanuit de behoeften van het kind. De voorwaarden voor een werkend (I)KC is een goede inhoudelijke samenwerking tussen het onderwijs en de opvangpartner.

Pagina 6 van 29

Volgend uit de LEA wordt de inhoudelijke samenwerking verder verstevigd naar een fysieke vorm waarbij kinderopvang en onderwijs onder één dak gehuisvest worden. i. De nauwe samenwerking dient ook bij een leerlingengroei gefaciliteerd te blijven. Met andere woorden, de groei van een school leidt niet per definitie tot het vertrek van een kinderopvangpartner uit het gebouw. Andersom geldt dat er afspraken over leegstandsrisico’s met de kinderopvang gemaakt worden. ii. Omvang kinderdagopvang (kdv): de vraag voor kdv hangt samen met de geboortecijfers, die binnen het IHP-K vertaald zijn naar leerlingenprognoses. Wanneer het leerlingenaantal groeit, is de verwachting dat de kdv-vraag voorafgaand aan de leerlingengroei stijgt. De kdv maakt gebruik van haar eigen ruimte ten behoeve van kinderdag- en peuteropvang. Het aantal kindplaatsen en het leerlingenaantal dienen in balans te zijn. iii. Omvang buitenschoolse opvang (bso): het uitgangspunt is dat er - in basis - geen solitaire ruimten voor de bso worden gerealiseerd, maar dat de bso door meervoudig gebruik van ruimten zoals aula, leerpleinen en ateliers gefaciliteerd wordt. Overdag maakt de school of peuteropvang gebruik van de ruimten en na schooltijd de bso. Bij het meervoudig gebruik van ruimten dient er aandacht te zijn voor de eisen vanuit onderwijs én opvang.

De leerlingenprognose kan gebruikt worden om de bso-behoefte in de toekomst te bepalen. b.

c.

Samenwerking regulier en speciaal onderwijs (SBO/SO/VSO): in de gemeente Loon op Zand is geen speciaal onderwijs aanwezig. Kinderen die gebruik maken van het speciaal onderwijs, zitten op locaties in andere gemeenten. Daarbij wordt ernaar gestreefd om de kinderen zo lang als mogelijk binnen de eigen gemeente onderwijs te kunnen aanbieden. Dit vraagt in sommige gevallen om het in huis halen van specialistische kennis en mogelijk extra ruimte voor begeleiding van deze kinderen. Door het onderwijs kan verkend worden of het wenselijk is om bepaalde groepen vanuit het SBO/SO/VSO ook in de gemeente Loon op Zand een locatie te geven. Het is wenselijk dat de (specialistische) zorg vanuit een centraal punt in de gemeente georganiseerd wordt, waarbij collectieve zorg een mogelijkheid is.

d.

Samenwerking met overige maatschappelijke partners: naast onderwijs en opvang zijn er andere maatschappelijke en culturele partners/verenigingen die bijdragen aan de ontwikkeling van kinderen. Jeugdhulp en -zorg, bibliotheken en consultatiebureaus zijn enkele voorbeelden van maatschappelijke partners, maar ook logopedisten en andere experts kunnen bijdragen aan de ontwikkeling van kinderen (zie ook bouwsteen Vraag en aanbod, punt 4, flexibel ruimtegebruik).

Samenwerking PO en VO: het overgangsmoment tussen PO en VO is een kwetsbaar punt in de leer- en ontwikkellijn van kinderen. Inhoudelijke samenwerking tussen PO en VO is daarom ook belangrijk, niet alleen met de VO-school in de gemeente, maar ook met het brede aanbod in de regio. Een gebouwelijke samenwerking biedt aanvullende kansen door ruimten te delen. Echter vraagt dit wel om een kavel waar zowel het PO (inclusief kinderopvang) als het VO voldoende ruimte heeft om het onderwijs vorm te geven1.

1

Binnen het gezamenlijk haalbaarheidsonderzoek voor het Van Haestrecht College en basisschool De Vaert is gebleken dat er geen geschikte locaties beschikbaar zijn voor gezamenlijke huisvesting van deze scholen.

Referentie: 1717602-0009.0.4.

Pagina 7 van 29

3.2.

Bouwsteen vraag en aanbod

Deze bouwsteen geeft aan welk aanbod de gemeente, schoolbesturen en kinderopvangorganisaties nastreven. Het gewenste onderwijsaanbod is bepalend voor de scenario’s die binnen dit IHP-K worden voorgelegd. 1.

2.

Leerlingenprognoses: een van de onderleggers voor het formuleren van scenario’s is de leerlingenprognose. De leerlingenprognose geeft inzicht in de ontwikkeling van de leerlingenaantallen per school op basis van de basisgeneratie en verwachte woningbouwontwikkelingen. De ‘zachte’ woningbouwontwikkelingen (projecten verder in de pijplijn) zijn hierbij nog niet opgenomen. In het hoofdstuk scenario’s wordt ingegaan op de leerlingenprognoses. Afhankelijk van de leerlingenontwikkelingen wordt een passend leerlingenaantal per locatie bepaald. a. Actualisering prognoses: de leerlingenprognoses worden minimaal tweejaarlijks geactualiseerd. Indien meer woningbouwontwikkelingen ‘hard’ worden, kan een actualisering eerder plaatsvinden. b. Jaarlijks worden de leerlingenaantallen gemonitord, binnen het Op Overeenstemming Gericht Overleg (OOGO). Indien er sterke afwijkingen zijn, kan ervoor gekozen worden om een herijking van de prognose uit te voeren. c. Binnen het IHP-K geldt het uitgangspunt dat er gekeken wordt naar de minimale leerlingenaantallen voor de komende 15 jaar bij een school (conform verordening). d. Indien er een korte piek is aan leerlingen, wordt verkend of er andere (onderwijs)gebouwen beschikbaar zijn waar het onderwijs tijdelijk gebruik van kan maken alvorens er (tijdelijk) extra metrages gebouwd worden (conform verordening).

Thuis nabij: elk kind in de gemeente Loon op Zand kan onderwijs volgen en opvang krijgen in de nabijheid van zijn thuis. a. Spreiding PO: in de gemeente Loon op Zand is er een spreiding van POscholen. In Kaatsheuvel en Loon op Zand zijn meerdere scholen aanwezig waardoor ouders kunnen kiezen. In De Moer is een school aanwezig die de populatie daar kan bedienen. Bij de scenario-ontwikkeling dient er aandacht te zijn voor het behoud van de school in De Moer en voor een evenwichtige spreiding van scholen in de kernen van Kaatsheuvel en Loon op Zand.

Referentie: 1717602-0009.0.4.

b.

Spreiding VO: het VO wordt op regionale schaal verdeeld. In Kaatsheuvel is het Van Haestrecht College gevestigd. De omvang van het Van Haestrecht College past bij de omgeving en het onderwijsaanbod.

3.

Bevorderen kansengelijkheid: om optimale en gelijke kansen voor kinderen en jongeren te kunnen realiseren wordt de huisvestingsopgave bekeken vanuit een integrale en samenhangende benadering van opgaven rondom (passend) onderwijs, kinderopvang en brede ontwikkeling van kinderen. a. De pedagogische basis rondom het jonge kind wordt versterkt door samen te werken met verenigingen en maatschappelijke partners. b. De zorg en ondersteuning vindt zoveel als mogelijk plaats in de school of in de directe nabijheid.

4.

Flexibel ruimtegebruik: meervoudig en multifunctioneel gebruik van binnen- en buitenruimte(n) van onderwijs- en maatschappelijke gebouwen wordt over en weer gestimuleerd. Binnen het IHP-K wordt verkend welke ruimten mogelijk bij een onderwijsgebouw gevoegd kunnen worden. Functies die bijdragen aan de brede ontwikkeling van het kind en/of leefbaarheid van de wijk/kern, zijn kansrijk om integraal bij een schoolgebouw te betrekken. a. Per wijk/kern wordt verkend welke partners/ruimten bij de scholen passen. Hierbij kan gedacht worden aan buurthuizen, sportvoorzieningen, maatschappelijke partners en/of verenigingen. b. Daar waar mogelijk worden kansen benut om maatschappelijke partners onder één dak te huisvesten. Het IHP-K geeft inzicht in de kansen. In de vervolgfasen wordt dit nader uitgewerkt.

5.

Bewegingsonderwijs: bewegingsonderwijs is een belangrijk onderdeel van het onderwijscurriculum. Jaarlijks worden de klokuren per school bepaald en vastgelegd. Vervolgens wordt er een roostering gemaakt voor de klokuren in de gymzalen. Naast de genormeerde klokuren wensen scholen meer beweging aan te kunnen bieden aan de leerlingen. Beweging draagt niet alleen bij aan de motorische ontwikkeling van kinderen, maar ook aan de sociaal-emotionele ontwikkeling.

Pagina 8 van 29

a.

b.

c.

d.

e.

Beschikbaarheid van gymzalen: daar waar gymzalen in of bij onderwijslocaties gepositioneerd zijn, is het mogelijk dat de scholen gebruik maken van de gymzaal wanneer deze niet door andere gebruikers bezet is. Bewegen kan niet alleen in de gymzalen plaatsvinden, maar ook in de buitenruimte(n), zoals schoolpleinen en sportvelden. Deze uren beweging vallen niet onder de wettelijke klokuren, maar dragen wel bij aan de ontwikkeling van kinderen. Indien er gymzalen bij onderwijslocaties gerealiseerd worden, dient er nadrukkelijk aandacht te zijn voor de toegankelijkheid na schooltijd en de afsluitbaarheid van het onderwijsgedeelte. Om beweging bij alle inwoners van de gemeente Loon op Zand te stimuleren, kunnen verenigingen en andere partijen de gymzalen buiten schooltijden reserveren. Echter moet voorkomen worden dat bij gemeentelijke sportaccommodaties zoals De Werft en De Wetering leegstand ontstaat. Binnen het voorliggende IHP-K wordt inzichtelijk gemaakt hoeveel klokuren per school noodzakelijk zijn en of er extra capaciteit noodzakelijk is in de toekomst. Indien er extra capaciteit noodzakelijk is, wordt er verkend of dit integraal bij een vervangingsopgave opgepakt kan worden.

2 Gezien de onzekerheid betreffende de wachttijden voor het aanleggen van de nutsaansluitingen die

nodig zijn voor een ENG-gebouw (in verband met de landelijke netcongestie), kan deze ambitie bij- of uitgesteld moeten worden. De haalbaarheid van een ENG-gebouw en gasloos maken dient

Referentie: 1717602-0009.0.4.

3.3.

Bouwsteen kwaliteit en duurzaamheid

Deze bouwsteen duidt de kwaliteit en duurzaamheid van onderwijshuisvesting waar de gemeente, schoolbesturen en kinderopvangorganisaties naar streven. Deze uitgangspunten zijn het uitgangspunt bij nieuwbouw. Bij vernieuwbouw en renovatie wordt beoogd om deze kwaliteit zoveel mogelijk te realiseren. 1.

Een brede definitie: de gemeente, schoolbesturen en kinderopvangorganisaties zien het realiseren van kwalitatief goede en duurzame huisvesting als een maatschappelijke verantwoordelijkheid. Een kwalitatief goed en duurzaam gebouw biedt een goede ontwikkelomgeving en heeft bovendien een positief effect op het leefklimaat voor de toekomstige generaties. Daarvoor wordt een brede definitie van kwaliteit en duurzaamheid gehanteerd. Deze is uitgewerkt in onderstaande uitgangspunten.

2.

Energieprestatie: de energieprestatie van de onderwijshuisvesting sluit aan op de doelstellingen die zijn geformuleerd in het landelijke klimaatakkoord en de sectorale routekaart: 50% CO2-reductie in 2030 en 95% CO2-reductie in 2050. Middels het IHP-K willen de gemeente en de schoolbesturen invulling geven aan de verduurzamingsopgave voor het onderwijs. Gemeente en schoolbesturen monitoren de daadwerkelijke verbruiken en krijgen daarmee inzicht in het wel of niet behalen van de doelstellingen. Het minimale niveau is daarbij een bijna energieneutraal gebouw (BENG), schoolbestuur en gemeente gezamenlijk hebben de ambitie om energieneutrale gebouwen (ENG) te realiseren. Bij renovatie en vernieuwbouw wordt beoogd deze gasloos te maken en de energieprestaties zo goed mogelijk te krijgen.2

3.

Gezondheid: er wordt rekening gehouden met alle Frisse Scholen-thema’s (naast energie) voor onderwijshuisvesting: lucht, temperatuur, licht en geluid. Dit is om een prettig en gezond klimaat voor kinderen en personeel te realiseren. Een gezond binnenklimaat draagt bij aan de leerprestaties van kinderen en de

nadrukkelijk onderzocht te worden, inclusief de afspraken over kosten. In een businesscase wordt dit nader onderzocht.

Pagina 9 van 29

werkomgeving van de onderwijsprofessionals. Voor de Frisse Scholen-thema’s3 wordt gekozen voor: a. De gemeente Loon op Zand streeft bij (vervangende) nieuwbouw, uitbreiding en renovatie naar een hoger ambitieniveau door het toevoegen van kwaliteit, functionaliteit en/of duurzaamheid. Zij hanteert daarbij voor nieuwbouw minimaal Frisse Scholen klasse B als uitgangspunt en klasse C voor bestaande bouw (daar waar het geen verplichting is vanuit het Besluit bouwwerken leefomgeving). 4.

5.

Toekomstbestendigheid: er wordt ingezet op maximale flexibiliteit. Onderwijshuisvesting kan op deze manier meebewegen met groei en krimp van scholen en kinderopvanglocaties en kan toekomstige concepten faciliteren. Het gaat zowel om interne flexibiliteit als om transformatiemogelijkheden van onderwijshuisvesting bij einde gebruik. Inclusief onderwijs en toegankelijkheid: de schoolgebouwen dienen de mogelijkheid te bieden tot het faciliteren van inclusief onderwijs. Dit houdt in dat gebouwen ruim van opzet zijn en beschikken over een lift. Ook leerlingen met een beperking kunnen worden ontvangen. Een toegankelijke omgeving is een omgeving waar kinderen en volwassenen zich zelfstandig door het gebouw kunnen bewegen, zonder hulp van derden. Toegankelijkheid betekent ook dat het gebouw geschikt is voor diverse gebruikersgroepen; hierbij hoort het streven naar meer samenwerking tussen primair onderwijs en speciaal onderwijs of tussen het onderwijs en zorg-/wijkvoorzieningen. Voor de kwaliteit van de schoolgebouwen leidt dit tot de aanwezigheid van multifunctionele ruimten die door diverse gebruikers voor verschillende doeleinden kunnen worden ingezet.

6.

Onderwijskundige functionaliteit: onderwijshuisvesting dient huidige onderwijsconcepten goed te faciliteren. Wanneer er samenwerkingspartners in het gebouw gehuisvest zijn, dienen deze eveneens goed gefaciliteerd te worden.

7.

Multifunctionaliteit: de gebouwen dienen tevens optimaal gebruikt te worden. Multifunctioneel gebruik leidt tot een hogere bezetting en daarmee een duurzaam

gebruik van de gebouwen. Dit vraagt wel om aandacht voor afspraken over beheersvorm, eigendomsverhouding, samenwerking, exploitatie en financiële geldstromen. Dergelijke afspraken dienen te volgen uit de inhoudelijke afspraken die aan de samenwerking ten grondslag liggen. 8.

Verkeersveiligheid: belangrijke aspecten rondom een voorziening waar dagelijks veel kinderen verblijven, zijn het verkeer en de parkeervoorzieningen. Routes naar en rond de huisvesting dienen overzichtelijk en veilig te zijn voor kinderen en ouders. Daarnaast wordt door de gemeente en scholen fietsgebruik gestimuleerd om het aantal auto’s te verminderen.

9.

Circulariteit: bij onderwijshuisvesting wordt ernaar gestreefd bewust om te gaan met de toe te passen materialen en het voorkomen van afval en verspilling van grondstoffen. Bij projecten volgend uit het IHP-K wordt er gekeken naar de basisprincipes van circulariteit, zoals de toekomstige losmaakbaarheid van gebouwelementen en het toepassen van ‘groene’ materialen.

10. Groenblauwe schoolpleinen: bij het ontwerpen en bouwen van onderwijshuisvesting is er aandacht voor het klimaatadaptief en natuurinclusief maken van het gebouw en de omgeving. Maatregelen om bijvoorbeeld hittegolven en hevige regenval te weerstaan worden verkend. Maar ook het aanleggen van een groenrijke omgeving om de biodiversiteit te stimuleren. Naast voordelen voor de natuur en de leefomgeving draagt het ook bij aan de ontwikkeling van kinderen. Een groene, natuurlijke omgeving prikkelt het brein en maakt gelukkig. a. Naast het vergroenen van pleinen wordt er, in samenspraak met school en omgeving, verkend of het mogelijk is om schoolpleinen na schooltijd openbaar toegankelijk te maken.

3 Het programma Frisse Scholen 2021 is online in te zien:

https://www.rvo.nl/sites/default/files/2021/06/PvE-Frisse-Scholen-2021.pdf

Referentie: 1717602-0009.0.4.

Pagina 10 van 29

3.4. Bouwsteen regie

c.

Deze bouwsteen geeft aan hoe gemeente, schoolbesturen en kinderopvangorganisaties met elkaar samen de regie voeren op het gebied van onderwijshuisvesting. Dit betreft onder andere het vastleggen van de status van het IHP-K en hoe hier uitvoering aan wordt gegeven. 1.

2.

3.

4.

Commitment: het IHP-K is in lijn met het wetsvoorstel van PO-raad, VO-raad en VNG om IHP’s in de wetgeving te verankeren. In de geest van de nieuwe wet wordt het IHP-K vastgesteld als korte- en lange termijnplan waar gemeente en schoolbesturen zich aan committeren. Indien een schoolbestuur of de gemeente aanleiding ziet om af te wijken van de in het IHP-K vastgelegde afspraken, dient dit binnen het OOGO te worden afgestemd en gezamenlijk te worden overeengekomen.

5.

Looptijd: het IHP-K komt tot stand in een apart project met de schoolbesturen en kinderopvangorganisaties. Het OOGO, het College van Burgemeester en Wethouders en de gemeenteraad stellen het IHP-K vast voor de eerste vier jaar, met in het vierde jaar de herijking. Het IHP-K heeft een doorkijk van 16 jaar.

6.

Status: het IHP-K is het investeringskader voor de onderwijshuisvesting en geeft voor de komende 16 jaar een indicatie van benodigde investeringen. Tevens wordt de prioritering van de projecten opgenomen. De gemeenteraad stelt de prioritering en planning vast. Er worden reserveringen getroffen in de gemeentelijke begroting voor het financieren van de projecten in de eerste vier jaar (het uitvoeringsprogramma, zie punt 9). Hiermee staat de programmering voor termijn 1 vast. In de basis wordt niet afgeweken van de overeengekomen prioritering en planning voor deze termijn. Alleen in het OOGO kan een wijziging van de plannen doorgevoerd worden.

7.

Aanvraagprocedure: het IHP-K vervangt voor de eerste vier jaar de aanvraagprocedure voor nieuwbouw en overige voor blijvend of voor tijdelijk gebruik bestemde voorzieningen. Aanvragen voortkomend uit het IHP-K worden impliciet geacht een aanvraag te zijn op grond van de verordening. Dit wordt ook op deze wijze in de verordening vastgelegd. Uitzonderingen zijn de nieuwbouw voor een nieuw te stichten school, kosten voor eerste inrichting onderwijsleerpakket en

Verantwoordelijkheid: de gemeente en de schoolbesturen voeren samen de regie op onderwijshuisvesting. De gemeente is onder andere verantwoordelijk voor nieuwbouw en uitbreiding. De schoolbesturen zijn verantwoordelijk voor het onderhoud en de exploitatie van schoolgebouwen. De schoolbesturen zijn daarnaast verantwoordelijk voor het onderwijsaanbod en de diversiteit daarvan. In het OOGO vindt de afstemming van deze regie plaats. Kinderopvangorganisaties worden betrokken daar waar zij onderdeel vormen van onderwijshuisvesting. Het bouwheerschap binnen het PO en het VO ligt bij de schoolbesturen, tenzij anders wordt overeengekomen met het schoolbestuur en de gemeente (conform wetgeving). Voor gebouwen waar meerdere gebruikers (anders dan één school met kinderopvang) onder één dak gehuisvest worden, ligt het bouwheerschap bij de gemeente. Per project wordt door het schoolbestuur en de gemeente het bouwheerschap besproken en wordt vastgelegd bij wie dit ligt. Gebouwmaatregelen: het IHP-K is in lijn met het voorstel van PO-raad, VO-raad en VNG om renovatie op te nemen als voorziening door de gemeente. In de huidige situatie zijn gemeenten alleen verantwoordelijk voor vervangende nieuwbouw wanneer een gebouw aan het einde van zijn levensduur is (onder andere artikel 2 verordening).

Door renovatie op te nemen als voorziening ontstaat de mogelijkheid om bij een gebouw dat aan het einde van zijn levensduur is ook renovatie toe te passen. De verschillende definities van de maatregelen zijn: a. Nieuwbouw: er wordt uitgegaan van totale sloop en vervanging van het bestaande gebouw. De levensduur van het nieuwe pand dient minimaal 40 jaar te zijn. b. Renovatie: er wordt uitgegaan van een integrale levensduurverlengende ingreep in het gebouw, waarmee de levensduur van het gebouw met ten minste 25 jaar wordt verlengd.

Referentie: 1717602-0009.0.4.

Vernieuwbouw: deze term wordt aan dit IHP-K toegevoegd om renovatie verder te verduidelijken. Indien wordt gesproken over vernieuwbouw wordt uitgegaan van een levensduurverlengende ingreep voor 40 jaar. Hierbij wordt het bestaande gebouw vernieuwd waarbij het streven is om de nieuwbouwkwaliteit zoveel mogelijk te realiseren.

Pagina 11 van 29

meubilair. Tot het moment waarop deze aangepaste procedure formeel is opgenomen in de verordening, blijft de huidige aanvraagprocedure van kracht en dient voor alle projecten een formele aanvraag te worden ingediend. Het uitgangspunt is dat er geen aanvragen gedaan worden van projecten die niet binnen het voorliggende IHP-K zijn opgenomen. 8.

Spoedaanvragen: voor spoedaanvragen of andere zaken die buiten het IHP-K vallen door onvoorziene omstandigheden (zoals constructiefouten of onvoorziene tijdelijke huisvesting) blijft de aanvraagprocedure van kracht. Op dergelijke onvoorziene omstandigheden na, is de afspraak dat er geen gebruik wordt gemaakt van de route via de verordening. Gemeente en schoolbesturen zullen in overleg bepalen of een situatie een spoedaanvraag vereist.

9.

Uitvoeringsagenda: na vaststelling van het IHP-K wordt een uitvoeringsprogramma opgesteld voor de eerste termijn. In het uitvoeringsprogramma worden nadere financiële, samenwerkings- en planningsafspraken gemaakt. Belangrijk is dat er middels het uitvoeringsagenda vervolg wordt gegeven aan het IHP-K.

10. Kredietverlening: per project verleent de gemeenteraad definitief het krediet. Zodra het project actueel wordt, zal het getoetst worden aan de gehanteerde randvoorwaarden uit het IHP-K. Een dergelijke toets wordt vaak gedaan middels een haalbaarheidsonderzoek, ook wel businesscase genoemd. Vervolgens worden, indien nodig, de randvoorwaarden uit het IHP-K geactualiseerd en wordt het definitieve krediet bij de gemeenteraad aangevraagd. Er kan een budgettaire afwijking zitten tussen het aangevraagde krediet en de budgetten zoals benoemd in hoofdstuk 6 (financiële vertaling). Het is immers mogelijk dat er door de diverse onderzoeken nog aanvullende tussentijdse (onvoorziene) kosten gesignaleerd worden. Deze kredietaanvraag is niet afhankelijk van bijvoorbeeld de 1 februarideadline uit de verordening of de financiële cyclus van de gemeente zoals de voorjaarsnota.

Referentie: 1717602-0009.0.4.

Pagina 12 van 29

4. Analyse en opgave In dit hoofdstuk wordt het huidige en toekomstige onderwijsaanbod in de gemeente Loon op Zand beschreven. Voor elke school is er een capaciteitsanalyse (onderwijs en bewegingsonderwijs) opgesteld. Daarnaast is er een kwaliteitsanalyse onderwijs opgesteld.

4.1. Capaciteitsanalyse onderwijs De basis voor de capaciteitsbehoefte zijn de huidige en toekomstige leerlingenaantallen in de gemeente. Er wordt eerst stilgestaan bij de ontwikkeling van de prognose, alvorens een overzicht te geven van de totale capaciteit. Leerlingenprognose In de grafieken in deze paragraaf zijn de leerlingenprognoses van de gemeente te zien voor het PO en het VO. De grafieken geven een beeld van hoe de leerlingenaantallen zich in de komende jaren naar verwachting gaan ontwikkelen (prognose). Voor het PO en het VO zijn tevens de 1 oktobertellingen in de grafiek opgenomen (werkelijk). Er is een verschil te zien in de prognose en de werkelijke leerlingenaantallen; de leerlingenaantallen van het PO liggen hoger dan de prognose, die van het VO liggen lager dan de prognose.

Figuur 1 Leerlingenprognose PO gemeente Loon op Zand (gebaseerd op de 1 oktober 2023-telling, dit aantal wordt bij 2024 aangegeven)

Figuur 2 Leerlingenprognose VO gemeente Loon op Zand (gebaseerd op de 1 oktober 2023-telling, dit aantal wordt bij 2024 aangegeven)

Referentie: 1717602-0009.0.4.

Pagina 13 van 29

Capaciteitsanalyse Voor alle schoolgebouwen is de beschikbare onderwijscapaciteit geanalyseerd. De capaciteitsanalyse maakt het ruimtetekort of -overschot per gebouw inzichtelijk. De ruimtebehoefte van het onderwijs wordt bepaald door de leerlingentelling en de prognose te vertalen naar ruimtebehoefte (op basis van de criteria in de verordening). Voor het PO is dit bijvoorbeeld 5,03 m² per leerling en 200 m² vaste voet per school. In het VO gelden, afhankelijk van het onderwijsniveau, andere aantallen m² per leerling. Deze vierkante meters worden altijd in relatie gebracht met het aantal gevraagde onderwijsruimten. De ruimtebehoefte wordt vergeleken met het aantal vierkante meters dat beschikbaar is: de bruto vloeroppervlakte (bvo). In hoofdstuk 5 wordt per schoollocatie het ruimtetekort of -overschot aangegeven. Opmerking: dit is een genormeerde ruimtebehoefte berekening. In de praktijk zijn er efficiënte en minder efficiënte gebouwen. Wanneer een school bijvoorbeeld veel gangen heeft, of een grote aula, kan er een genormeerd ruimteoverschot zijn, terwijl dit niet zo wordt ervaren. Er is relatief immers minder effectieve onderwijsruimte. Ook wordt in de praktijk gebruik gemaakt van de mogelijkheid tot medegebruik of verhuur van ruimten. In het IHP-K is vanwege het beleidsrijke karakter ruimte voor nuance op de resultaten uit deze ruimtebehoefte berekeningen.

4.2. Capaciteitsanalyse gymzalen Bewegingsonderwijs is een belangrijk onderdeel van het onderwijs aan kinderen en het voorzien van huisvesting daarvoor is daarmee ook onderdeel van de zorgplicht van de gemeente. Ten behoeve van het IHP-K is een capaciteitsanalyse voor het bewegingsonderwijs uitgevoerd. De capaciteitsanalyse is op basis van de verordeningssystematiek uitgevoerd.

4.2.1 Uitgangspunten bepaling klokuren Primair onderwijs (PO) Op dit moment heeft de gemeente de zorgplicht om per kind 1,5 klokuur à 60 minuten aan bewegingsonderwijs per week te faciliteren. Voor kleuters vindt dit plaats in de speelzaal en voor de groepen 3 tot en met 8 (voor leerlingen vanaf 6 jaar) in een gymzaal. Uitgangspunt bij de capaciteitsbepaling is dat elke school een eigen

Referentie: 1717602-0009.0.4.

speelzaal heeft voor de kleutergroepen. Indien dit niet het geval is, dient er 3,75 klokuur per week per kleutergroep toegevoegd te worden aan de behoefte. Voortgezet onderwijs (VO) Bij een school voor VO wordt de capaciteitsbehoefte bepaald aan de hand van het aantal leerlingen en het onderwijsniveau (conform de verordening).

4.2.2 Totale behoefte bewegingsonderwijs per kern In tabel 5 is aangegeven wat de huidige en toekomstige behoefte aan bewegingsonderwijs in het PO is en vervolgens is het vergelijk gemaakt met de beschikbare capaciteit van de aanwezige gymzalen. Voor het PO wordt geen nieuwe behoefte aan gymvoorzieningen verwacht. Het bewegingsonderwijs kan binnen de huidige gymzalencapaciteit gefaciliteerd worden. Tabel 5 Behoefte bewegingsonderwijs PO gemeente Loon op Zand Beschikbare Beschikbare Benodigde Benodigde klokuren klokuren klokuren klokuren gymzalen gymzalen (2025) (2040) (2025) (2040) Kaatsheuvel PO 51 78* 57 104 VO 35 40* 37 40 Loon op Zand

19,5

0**

19,5

52

De Moer

3

0

3

0

* De gymzaal van De Vaert is niet beschikbaar tijdens de bouwfase, bij de nieuwbouw van De Vaert wordt wederom een gymzaal geïntegreerd. De locatie voor de nieuwbouw van het Van Haestrecht College bepaalt mede of de gymzaal beschikbaar blijft gedurende de bouwfase. ** Sportzaal De Wetering in Loon op Zand is tot eind 2027 niet functioneel beschikbaar vanwege vervangende nieuwbouw.

Pagina 14 van 29

4.3. Kwaliteitsanalyse onderwijs Op basis van de verordening is alleen de bouwkundige staat een formeel toetsingscriterium. Voor het IHP-K is het echter niet alleen de vraag of een pand een goed gebouw is, maar of een pand een goed schoolgebouw is. In de beoordeling van het gebouwenbestand is daarom naast de bouwkundige staat ook gekeken naar onderwijskundige functionaliteit, binnenmilieu, veiligheid, exploitatie en uitstraling van de schoolgebouwen. Dit zijn thema’s voor strategisch vastgoedbeleid. Op basis van de door HEVO ontwikkelde ‘quickscan’ zijn alle gebouwen op deze criteria beoordeeld en voorzien van een gewogen score, die inzicht geeft in de vervangings-/vernieuwingstermijn. De totaalscore geeft op uniforme wijze richting aan de mate van urgentie tot een levensduurverlengende ingreep in relatie tot de gebouwkwaliteit: • Bij < 57 punten: binnen 0-5 jaar (rood). • Bij 57 - 63 punten: binnen 5-10 jaar (oranje). • Bij 63 - 69 punten: binnen 10-20 jaar (lichtgroen). • Bij 69 > punten: over meer dan 20 jaar (donkergroen).

Figuur 3 Elementen van quickscan-beoordelingsmethodiek.

De quickscan leidt tot een advies voor de vervangings-/vernieuwingstermijn, ofwel het ‘natuurlijke vervangingsmoment’ van een schoolgebouw. Daarbij zijn de verantwoordelijkheden van de gemeente en de schoolbesturen met elkaar afgestemd. Het natuurlijke vervangingsmoment voor schoolgebouwen is cruciaal omdat het van belang is dat bij ingrepen ((ver)nieuwbouw of renovatie) alle thema’s integraal aangepakt kunnen worden. Immers, bijvoorbeeld een energieneutraal gebouw dat onderwijskundig niet geschikt is, is een ongeschikt schoolgebouw. In figuur 4 is te zien dat er de komende 10 jaar een relatief grote vervangingsvraag is. Zes van de negen basisscholen dienen gerenoveerd of nieuw gebouwd te worden. Hierbij is nog geen rekening gehouden met ingrepen ten behoeve van het behalen van de doelstellingen van het klimaatakkoord.

Figuur 4 Quickscan beoordeling PO schoolgebouwen

Referentie: 1717602-0009.0.4.

Pagina 15 van 29

5. Scenario’s

Een ander scenario voor De Kinderboom kan zijn om tezamen met De Touwladder nieuwbouw te plegen. Beide genoemde scenario’s zullen binnen een haalbaarheidsonderzoek verkend en afgewogen moeten worden.

Dit hoofdstuk borduurt verder op de analyses uit het voorgaande hoofdstuk. Per kern wordt bekeken wat de problematiek is en welke scenario’s passend zijn.

5.1. Kaatsheuvel

•

Basisschool Den Bussel is gehuisvest in een gebouw van Cascade (woningcorporatie). Boven de school bevinden zich woningen. Het gebouw is gerealiseerd in 2005 en heeft daarmee nog geen vervangingsvraag. Er wordt echter wel een ruimtetekort op de school verwacht. Binnen het huidige gebouw en op de kavel zijn weinig mogelijkheden tot uitbreiding. Tegenover de school ligt De Rode Loper, dit biedt wellicht mogelijkheden.

•

Basisschool De Berk is in 2021 opgeleverd en in gebruik genomen en is in eigendom van Stichting Maatschappelijk Vastgoed. Het gebouw wordt als positief ervaren. Echter is men bezorgd dat er op den duur een ruimtetekort ontstaat. Conform de leerlingenprognose komt de school exact uit qua capaciteit. De prognose wijkt echter af van de werkelijke situatie. In de prognose was het verwachte leerlingenaantal 237 op 1 oktober 2024, terwijl er werkelijk 253 leerlingen waren. De trendlijn wijkt daarmee sterk af.

In Kaatsheuvel zijn meerdere scholen gevestigd, namelijk vijf PO-scholen en één VOschool (zie figuur 5 op de volgende pagina). Primair onderwijs In totaal zijn er vijf basisscholen in Kaatsheuvel. Per schoollocatie wordt een toelichting gegeven op de huidige en gewenste situatie. •

Basisschool De Vaert is gehuisvest in een gebouw dat in 1951 gerealiseerd is. Het gebouw is gedurende zijn levensduur onderhouden, maar kent gezien zijn leeftijd een vervangingsvraag. De gemeente en het schoolbestuur hebben reeds een haalbaarheidsonderzoek uitgevoerd. De conclusie hieruit is nieuwbouw binnen het verzorgingsgebied van De Vaert. Binnen het IHP-K (termijn 1) geldt dat voor De Vaert nieuwbouw gerealiseerd wordt.

•

Basisschool De Touwladder is gehuisvest in een gebouw dat in 1980 gerealiseerd is. In 2020 is er ventilatie aangebracht, waardoor het binnenmilieu positief wordt beoordeeld. Echter zijn er zorgen bij dit gebouw over de bouwkundige kwaliteit. Op basis van de quickscan dient het gebouw in termijn 2 van het IHP-K gerenoveerd of nieuw gebouwd te worden.

•

Basisschool De Kinderboom is gehuisvest in een gebouw dat in 1988 gerealiseerd is. In 2002 is het gebouw uitgebreid en in 2024 is er ventilatie aangebracht. Op basis van de quickscan dient het gebouw in termijn 2 van het IHP-K gerenoveerd of nieuw gebouwd te worden. Echter is er bij de scholen aan de westelijke kant van Kaatsheuvel een capaciteitsprobleem, zo ook bij De Kinderboom. Om deze reden is De Kinderboom dan ook in termijn 1 opgenomen. Binnen een haalbaarheidsonderzoek kan verkend worden of er andere locaties beschikbaar zijn voor de ontwikkeling van De Kinderboom waarbij de capaciteitsproblemen van De Berk en Den Bussel aangepakt kunnen worden.

Referentie: 1717602-0009.0.4.

Voortgezet onderwijs Het Van Haestrecht College is de enige VO-school in de gemeente Loon op Zand. Het Van Haestrecht College valt onder het bevoegd gezag van Ons Middelbaar Onderwijs (OMO) en maakt onderdeel uit van Scholengroep De Langstraat. Voor het Van Haestrecht College is reeds een haalbaarheidsonderzoek uitgevoerd, waaruit het voorkeursscenario nieuwbouw op een andere locatie binnen Kaatsheuvel naar voren kwam. Momenteel zijn de gemeente en het schoolbestuur de locaties aan het verkennen. Binnen het IHP-K (termijn 1) geldt dat voor het Van Haestrecht College nieuwbouw gerealiseerd wordt.

Pagina 16 van 29

Figuur 5 Scholenlandschap Kaatsheuvel

1

QuickScan Bouwjaar bvo Onderwijs [m2] 3

QuickScan Bouwjaar bvo Onderwijs [m2] 6

QuickScan Bouwjaar bvo Onderwijs [m2] 7

QuickScan Bouwjaar bvo Onderwijs [m2] 8

QuickScan Bouwjaar bvo Onderwijs [m2] 10

QuickScan Bouwjaar bvo Onderwijs [m2]

De Touwladder 59,5 1980 1.484

2025* 2030 2035 2040

Leerlingenprognose Ruimtebehoefte Onderwijs [m2] Tekort/overschot Onderwijs [m2]

Den Bussel 73,5 2005 1.650

2025* 2030 2035 2040

Leerlingenprognose Ruimtebehoefte Onderwijs [m2] Tekort/overschot Onderwijs [m2]

De Vaert 56,0 1951 1.530

Leerlingenprognose Ruimtebehoefte Onderwijs [m2] Tekort/overschot Onderwijs [m2]

267 300 307 309 1.543 1.709 1.744 1.754 -13 -179 -214 -224

253 268 274 272 1.473 1.548 1.578 1.568 110 35 5 15

2025* 2030 2035 2040

Leerlingenprognose Ruimtebehoefte Onderwijs [m2] Tekort/overschot Onderwijs [m2]

Van Haestrecht College 56,5 1962 3.490

*

2025* 2030 2035 2040 Leerlingenprognose Ruimtebehoefte Onderwijs [m2] Tekort/overschot Onderwijs [m2]

De Kinderboom 62,0 1988 1.045

282 304 316 314 1.618 1.729 1.789 1.779 32 -79 -139 -129

2025* 2030 2035 2040

De Berk 93,0 2021 1.583

207 237 241 241 1.241 1.392 1.412 1.412 243 92 72 72

Leerlingenprognose Ruimtebehoefte Onderwijs [m2] Tekort/overschot Onderwijs [m2]

195 210 213 210 1.181 1.256 1.271 1.256 -136 -211 -226 -211

2025* 2030 2035 2040 332 351 363 369 2.432 2.569 2.650 2.690 1.058 921 840 800

*Dit betreft de teldatum van 1 oktober 2024

Referentie: 1717602-0009.0.4.

Pagina 17 van 29

5.2. Loon op Zand In Loon op Zand bevinden zich drie basisscholen (zie figuur 6 op de volgende pagina). Per schoollocatie wordt een toelichting gegeven op de huidige en gewenste situatie. •

Basisschool De Vlinderboom is gehuisvest in een gebouw dat gerealiseerd is in 1999. Op een aantal punten na voldoet de bouwkundige staat van het gebouw aan de verwachtingen van een gebouw van deze leeftijd. Er zijn regelmatig daklekkages en de keuken is verouderd. De plafondplaten zijn recentelijk vervangen en er staat in 2027 nieuw schilderwerk op de planning. Verder is er een ruimteoverschot, wat zorgt voor één leegstaand lokaal. Op basis van de quickscan dient het gebouw in termijn 4 van het IHP-K gerenoveerd of nieuw gebouwd te worden.

•

Basisschool De Blokkendoos is gehuisvest in een gebouw dat gerealiseerd is in 1977. Dit gebouw is zichtbaar verouderd. De veroudering resulteert in regelmatige lekkages, waarbij de afwatering niet voldoende functioneert. In de gevel laten stenen en voegwerk los, wat voor gevaarlijke situaties kan zorgen. De cv-ketel moet opvallend vaak worden bijgevuld en de stroomvoorziening voldoet niet meer aan de hedendaagse verwachtingen. Ongeveer 3 jaar geleden is er een renovatie uitgevoerd waarbij asbest is verwijderd en een luchtzuiveringsinstallatie is geplaatst. In 2025 vindt er een renovatie aan plafonds en binnenwanden plaats. De leerlingenprognoses laten zien dat het ruimteoverschot de komende jaren blijft. Op basis van de quickscan dient het gebouw in termijn 1 van het IHP-K te worden gerenoveerd of nieuw gebouwd.

•

Basisschool De Lage Weijkens is gehuisvest in een gebouw dat in 1966 gerealiseerd is. Het gebouw is zichtbaar verouderd. Toch functioneert het gebouw nog goed. De plafonds zijn 3 jaar geleden vervangen en de wanden en deuren zijn recentelijk geschilderd. In het dak bevindt zich momenteel één kleine lekkage. Komende zomer wordt het schoolplein vervangen, waarbij mogelijk ook de riolering wordt vervangen. De verwachting is dat het huidige ruimtetekort in de komende jaren zal gaan toenemen. Op basis van de quickscan dient het gebouw in termijn 2 van het IHP-K te worden gerenoveerd of nieuw gebouwd.

Referentie: 1717602-0009.0.4.

De vervangingsvraag in Loon op Zand zit bij twee scholen op de korte termijn (binnen 10 jaar). Voor deze scholen kan verkend worden of gezamenlijke nieuwbouw een mogelijkheid is. Het is verstandig om in dit onderzoek ook De Vlinderboom mee te nemen. Ondanks dat deze school kwalitatief nog voldoet, zijn er wel zorgen over de omvang van de school. Met gezamenlijke nieuwbouw van drie scholen onder één dak kan er voor alle leerlingen in Loon op Zand een breder onderwijsaanbod gerealiseerd worden. Stichting Floriander streeft naar twee onderwijsconcepten, van twee of drie scholen, onder één dak. Er ontstaat dan een scholencluster van circa 500 leerlingen.

Pagina 18 van 29

Figuur 6 Scholenlandschap Loon op Zand

2

QuickScan Bouwjaar bvo Onderwijs [m2] 4

QuickScan Bouwjaar bvo Onderwijs [m2] 5

QuickScan Bouwjaar bvo Onderwijs [m2]

De Vlinderboom 70,5 1999 740

2025* 2030 2035 2040

Leerlingenprognose Ruimtebehoefte Onderwijs [m2] Tekort/overschot Onderwijs [m2]

De Blokkendoos 56,0 1977 1.744

61 507 233

61 507 233

60 502 238

2025* 2030 2035 2040

Leerlingenprognose Ruimtebehoefte Onderwijs [m2] Tekort/overschot Onderwijs [m2]

De Lage Weijkens 58,5 1966 1.046

63 517 223

246 232 218 216 1.437 1.367 1.297 1.286 307 377 447 458

2025* 2030 2035 2040

Leerlingenprognose Ruimtebehoefte Onderwijs [m2] Tekort/overschot Onderwijs [m2]

172 180 192 193 1.065 1.105 1.166 1.171 -19 -59 -120 -125

*Dit betreft de teldatum van 1 oktober 2024

Referentie: 1717602-0009.0.4.

Pagina 19 van 29

5.3. De Moer In De Moer bevindt zich één basisschool, zie figuur 7. Hieronder wordt een toelichting gegeven op de huidige en gewenste situatie van deze school. 9

•

Basisschool De Start is gehuisvest in een gebouw dat gerealiseerd is in 1916. Het gebouw is zichtbaar verouderd, maar functioneert nog voldoende. Dit is niet alleen de oudste maar ook de kleinste school in de gemeente Loon op Zand (391 m² bvo). Met drie lokalen is er voldoende lesruimte, maar er zijn geen spreekkamers en er is geen leerplein. Er spelen momenteel geen klachten in het gebouw. Het huidige kleine ruimteoverschot verandert de komende jaren in een beperkt ruimtetekort. Op basis van de quickscan dient dit gebouw in termijn 1 van het IHP-K te worden gerenoveerd of nieuw gebouwd.

QuickScan Bouwjaar bvo Onderwijs [m2]

De Start 54,5 1916 391

2025* 2030 2035 2040 Leerlingenprognose Ruimtebehoefte Onderwijs [m2] Tekort/overschot Onderwijs [m2]

38 391 0

44 421 -30

44 421 -30

41 406 -15

*Dit betreft de teldatum van 1 oktober 2024

Voor de kern De Moer is de bredere vraag hoe de leefbaarheid in de kern behouden kan worden. Een school draagt sterk bij aan de leefbaarheid van de kern. In de haalbaarheidsfase voor De Start dient er dan ook breder gekeken te worden naar de behoeften in De Moer. Het onder één dak brengen van de scholen met mogelijke andere functies zorgt ervoor dat De Moer een levendig hart behoudt en dat de leefbaarheid gewaarborgd blijft.

Figuur 7 Scholenlandschap De Moer

Referentie: 1717602-0009.0.4.

Pagina 20 van 29

5.4. Programmering IHP-K Loon op Zand Binnen de gemeente Loon op Zand worden in termijn 1 twee nieuwbouwprojecten tot uitvoering gebracht, namelijk voor basisschool De Vaert en het Van Haestrecht College. Daarnaast worden voor enkele scholen haalbaarheidsonderzoeken opgestart. Op basis van de analyses wordt voorgesteld om per kern een breed haalbaarheidsonderzoek uit te voeren: 1. 2. 3.

Kaatsheuvel: vervangende nieuwbouw De Kinderboom en De Touwladder en capaciteit scholen Kaatsheuvel-West. De Moer: leefbaarheid in de kern en vervangende nieuwbouw De Start. Loon op Zand: gezamenlijke nieuwbouw scholen.

Afhankelijk van de resultaten uit de haalbaarheidsonderzoeken kan er een betere indicatie van de uitvoeringsplanning gemaakt worden.

Referentie: 1717602-0009.0.4.

Pagina 21 van 29

6. Financiële vertaling In dit hoofdstuk worden de beschreven scenario’s voorzien van een financieel kader. Er wordt eerst ingegaan op het kwaliteitsniveau. Vervolgens wordt het financieel overzicht weergegeven. De totaalkosten worden vergeleken met de beschikbare dekkingsmogelijkheden.

een actueel rekenmodel dat rekening houdt met de verschillende wet- en regelgevingen binnen de onderwijshuisvesting en ambities binnen het IHP-K. Deze investeringsniveaus sluiten aan bij de in paragraaf 6.1 omschreven kwaliteit. De investeringsniveaus zijn weergegeven in de tabellen. Tabel 6 Kostenkengetal voor PO, inclusief btw, prijspeil 1 januari 2025 Kostenconfigurator HEVO POnieuwbouw 1-1-2025

6.1. Kwaliteit Passend bij de ambitie, volgend uit de bouwstenen, vormen de onderstaande aspecten de kwaliteit waar gemeente en schoolbesturen naar streven voor onderwijshuisvesting: • Wettelijk minimum (Besluit bouwwerken leefomgeving (voorheen Bouwbesluit 2021), inclusief BENG). • Marsh-eisen: aanvullende eisen vanuit verzekering. • Aanvullende kosten energieneutraal (ENG) schoolgebouw. • Herindeelbaar gebouw: toepassen van niet-dragende wanden en ventilatie in verkeersruimten zodat ruimtelijke en functiewijzingen gedaan kunnen worden. • Gevelbeeld niveau welstand: toeslag om, conform het Besluit bouwwerken leefomgeving, een school in te passen binnen de bestaande omgeving, waarbij rekening is gehouden met minimale eisen vanuit welstand. • Frisse Scholen: optimale prijs-kwaliteitverhouding voor onderdelen zoals ventilatiecapaciteit, lichtinval, akoestiek en temperatuur. Dit betreft in wezen de impact op gezondheid door het gebouw (zie bijlage II). • Duurzaam bouwen, waarbij rekening wordt gehouden met onder andere de toepassing van groen beton, waterretentie onder bestrating en het voorzien van meer ecologische beplanting en nestelvoorzieningen.

6.2. Kosten De bepaling van de kwaliteitsambitie en verdeling van deze kwaliteit leidt tot indicatieve investeringsbedragen per m² bruto vloeroppervlakte (bvo). Met behulp van de kostenconfiguratoren van HEVO zijn de geldende investeringsniveaus per vierkante meter bepaald. Deze methodiek maakt onderscheid naar type onderwijs (PO/VO/(V)SO) en gebouwgrootte (aantal leerlingen). De ervaring leert dat het kostenkengetal van een kleine school hoger ligt dan van een grote school (schaalvoordelen en aantal bouwlagen; compact bouwen). De kostenconfigurator is

Referentie: 1717602-0009.0.4.

Aantal leerlingen

100

Uitganspunt bouwlagen Norm bvo

1 703

Primair Onderwijs 200 300 1 1206

2 1709

400 2 2212

Onderdeel

Basiskwaliteit Kosten per vierkante meter Wettelijk minimum (BBL, incl. BENG) € 3.312 € 3.125 € 2.835 € 2.786 Marsh eisen € 33 € 33 € 33 € 33 Energieprestatie ENG € 131 € 130 € 109 € 107 Herindeelbaar gebouw € 175 € 173 € 173 € 173 Gevelbeeld niveau welstand € 108 € 96 € 103 € 97 Kwaliteitskader Frisse Scholen (bijlage I) € 309 € 295 € 273 € 268 Duurzaam bouwen (circulariteit) € 99 € 101 € 74 € 65 Kosten per vierkante meter € 4.167 € 3.953 € 3.600 € 3.529

6.3. Financiële uitgangspunten Het overzicht in paragraaf 6.4 toont de investeringskosten. Daarbij zijn de volgende uitgangspunten gehanteerd: 1.

De kostenconfigurator is gehanteerd voor het bepalen van de investeringskosten inclusief btw en prijspeil 1 januari 2025. Periodieke indexatie op basis van BDBindex als basis voor de financiële vertaling van dit IHP-K is noodzakelijk. Het prijsniveau is gebaseerd op de regio ’s-Hertogenbosch. Risico’s ten aanzien van de bouwkosten zijn ook te vinden in de algemene prijsontwikkeling van bouwprojecten in Nederland en de regio. De kostenconfigurator gaat uit van normale marktomstandigheden voor wat betreft beschikbaarheid van materialen en inschrijvingen van aannemers bij projecten.

Pagina 22 van 29

2.

In de investeringskosten zijn ook diverse honoraria en vaste aanvullende kosten opgenomen. Daarbij is rekening gehouden met de volgende kosten: honoraria (voor ontwerpteamleden (architect, installatieadviseur, constructeur, bouwfysicus en projectmanager (niet voor interne projectleider gemeente)), aansluitkosten, heffingen, verzekeringen, beperkte risicoverrekening en onvoorzien. De aanvullende kosten zijn gebaseerd op een eenvoudig gebouw met een compacte gebouwvorm en een daarbij passende voorbereidings- en uitvoeringsplanning.

3.

Bijkomende kosten die locatie gebonden zijn, of anderszins niet vallen onder de bouwkosten en bijkomende kosten voor de realisatie van een schoolgebouw, zijn niet opgenomen in de kengetallen. Per scenario komen er nog diverse kosten bij, dit kan sterk verschillen. De kosten waarmee rekening moet worden gehouden zijn onder andere kosten voor tijdelijke huisvesting, grondkosten, locatie gebonden kosten, kosten voor bouwrijp maken, sloopkosten en asbestsanering, interne kosten voor gemeente/schoolbestuur bijvoorbeeld voor adviezen of projectbegeleiding, kosten voor organisatorische ondersteuning, voorfinanciering kinderopvang, inrichtingskosten (losse inrichting) en verhuiskosten. Ook financieringskosten zoals rentekosten, startkosten of faseringskosten zijn niet opgenomen. Deze kosten kunnen hoog oplopen, zeker als tijdelijke huisvesting benodigd is. Gemiddeld gezien betreft het op een totaal programma van een gemeente (dus over alle schoolgebouwen berekend) 20% van de investeringskosten uit het IHP. Het kan echter zijn dat voor het ene schoolgebouw slechts 10% nodig is en dat het volgende schoolgebouw 50% aan extra kosten met zich meebrengt. Dit is met name afhankelijk van de noodzaak tot tijdelijke huisvesting. Deze zijn in dit IHP-K geschat op 20%. Per scenario worden deze na vaststelling van het IHP-K nader gespecificeerd en onderbouwd in de haalbaarheidsonderzoeken.

4.

5.

Binnen de financiële vertaling zijn de verwachte indicatieve investeringskosten per periode van 4 jaar opgenomen (0-4 jaar, 4-8 jaar, 8-12 jaar en 12-16 jaar). Voor een aantal projecten kan nu al voorzien worden dat haalbaarheidsonderzoeken in de eerste termijn (0-4 jaar) nodig zullen zijn. Voor het uitvoeren van deze onderzoeken is een indicatief budget van € 30.000,-- inclusief btw per onderzoek opgenomen.

6.

Vooralsnog is voor de investeringskosten voor iedere vervangings- en uitbreidingsopgave uitgegaan van nieuwbouw. In de haalbaarheidsonderzoeken zal de afweging tussen (ver)nieuwbouw en renovatie plaatsvinden en worden de daadwerkelijke kosten in beeld gebracht.

7.

Het streven is om projecten te realiseren in de termijn waarin de projecten zijn genoemd. Indien er op projectniveau vertraging ontstaat in een of meerdere projecten, blijft het mogelijk om andere projecten parallel op te pakken.

Er is voor de ruimtebehoefte bij de doorrekening van de investeringskosten uitgegaan van het geprognosticeerde leerlingenaantal in 2040 (over 15 jaar) op basis van de leerlingentelling per 1 oktober 2023. Deze prognoses wordt jaarlijks geactualiseerd door de gemeente. In de haalbaarheidsonderzoeken, voorafgaand aan het afgeven van een voorbereidingskrediet, wordt het leerlingenaantal nogmaals herijkt.

Referentie: 1717602-0009.0.4.

Pagina 23 van 29

6.4. Overzicht investeringskosten onderwijs In het navolgende overzicht worden indicatieve investeringskosten inclusief btw prijspeil 1 januari 2025 weergegeven. Er wordt hierbij onderscheid gemaakt tussen de lopende projecten, de kosten voor de haalbaarheidsonderzoeken en de kosten voor de projecten. Voor de projecten is aangegeven in welke termijn ze uitgevoerd worden op basis van de mate van gebouwelijke dan wel ruimtelijke urgentie. Mogelijkerwijs kan er uit de haalbaarheidsonderzoeken komen dat het passender is om projecten te wisselen. Bij de lopende projecten (De Vaert en Van Haestrecht College) is het voorlopige bedrag opgenomen, conform het raadsvoorstel. Voor deze projecten geldt dat er op dit moment nader onderzoek wordt verricht naar de ruimtelijke inpassing en worden de Programma’s van Eisen opgesteld. Daarna volgt de definitieve budgetbepaling.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=LoonOpZand&id=e35f89d4-b188-43ce-b89d-a775914d1c95