CConstaterende datLoon op Zand
Koppel je AI →
Document · PDF

30-03-2023 Regels ontwerp-bestemmingsplan Moleneind Loon op Zand.pdf

Raadsvergadering 30 maart 2023, gemeente Loon op ZandBij agendapunt: Raadsvoorstel over vaststelling bestemmingsplan Moleneind Loon op Zand15.136 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Regels

ontwerp-bestemmingsplan ‘Moleneind, Loon op Zand’ Planstatus:

ontwerp

Datum:

2022-04-19

Plan identificatie

NL.IMRO.0809.BPMoleneind-ON01

Auteur:

Agron Advies B.V.

Inhoud 1

Inleidende

regels ..................................................................................................................................................... 1

Artikel 1 Begrippen .................................................................................................................................................................1 Artikel 2 Wijze van meten .................................................................................................................................................. 12

2

Bestemmingsregels .............................................................................................................................................. 13 Artikel 3 Agrarisch met waarden - Natuur- en landschapswaarden .....................................................................13 Artikel 4 Verkeer

.................................................................................................................................................................. 27

Artikel 5 Waarde - Archeologie 2.....................................................................................................................................28

3

Inleidende

regels .................................................................................................................................................. 30

Artikel 6 Anti-dubbeltelregel

4

..............................................................................................................................................30

Artikel 7 Algemene

bouwregels .......................................................................................................................................31

Artikel 8 Algemene

gebruiksregels

Artikel 9 Algemene

afwijkingsregels ...............................................................................................................................33

................................................................................................................................. 32

Artikel 10 Algemene

wijzigingsregels ............................................................................................................................ 34

Artikel 11 Overige

regels ................................................................................................................................................... 35

Overgangs- en slotregels..................................................................................................................................... 36 Artikel 12 Overgangsrecht ................................................................................................................................................. 36 Artikel 13 Slotregel ..............................................................................................................................................................37

Bijlagen

Regels bestemmingsplan ‘Moleneind, Loon op Zand'

1 Inleidende

regels

Artikel 1 Begrippen 1.1

plan:

het bestemmingsplan

'Moleneind,

Loon op Zand' van de gemeente

Loon op Zand;

1.2 bestemmingsplan: de geometrisch

bepaalde

met de bijbehorende

planobjecten

regels

als vervat in het GML-bestand NL.IMRO.0809.BPMoleneind-ON01

en bijlage.

1.3 AAB: Adviescommissie

Agrarische Bouwaanvragen, voor advies inzake volwaardigheid, continuïteit en

noodzakelijkheid.

1.4 aanbouw: een

aan een

hoofdgebouw toegevoegde,

(onder meer voor wat betreft

afzonderlijke

ruimte die qua afmetingen

en/of visueel

opzicht

goothoogte, dakhelling en/of dakvorm), ondergeschikt is aan het

hoofdgebouw.

1.5 aanduiding: een

geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolgde

worden gesteld

ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen

van deze

de regels

regels

gronden.

1.6 aanduidingsgrens: de grens van een

aanduiding indien het een

vlak betreft.

1.7 aangebouwd bijgebouw een

aan een

hoofdgebouw gebouwd bijgebouw, dat een

functionele

eenheid

vormt met het hoofdgebouw,

maar dat in bouwkundig opzicht (afmetingen) ondergeschikt is aan het hoofdgebouw.

1.8 aan huis gebonden bedrijf: een

beroep of het beroepsmatig verlenen

uitoefenen beperkte

van diensten

van ambachtelijke bedrijvigheid,

geheel

gericht op consumentenverzorging

of gedeeltelijk

omvang in een woning en daarbij behorende

gebouwen,

c.q. het

door middel van handwerk, dat door zijn met behoud van woonfunctie, kan

worden uitgeoefend.

1.9 aan huis gebonden beroep: een

beroep of het beroepsmatig verlenen

van diensten

op administratief, juridisch, medisch, therapeutisch,

kunstzinnig, ontwerptechnisch of daarmee

gelijk te stellen

woning en daarbij behorende

met behoud van de woonfunctie kan worden uitgeoefend.

1.10

bijgebouwen

gebied,

dat door zijn beperkte

omvang in een

aardkundige waarden en kenmerken:

waarden en kenmerken

van een

(geo)hydrologische verschijnselen ontstaansgeschiedenis

die vanwege

en processen

1.11

activiteitenruimte ruimte waar activiteiten

voor groepen

geologische,

geomorfologische,

danwel anderszins vanwege

van de bodem, van algemeen

een

doeleinden

gebied

bodemkundige

en

de natuurlijke

belang zijn vanuit aardkundig oogpunt.

in het kader van onder andere

educatieve

en recreatieve

worden georganiseerd;

1 Regels bestemmingsplan Moleneind, Loon op Zand’

1.12 een

agrarisch bedrijf: bedrijf dat gericht is op het voortbrengen

houden van dieren,

van producten door middel van telen

a.

een (vollegronds)teeltbedrijf;

b.

een veehouderij;

c.

een glastuinbouwbedrijf;

d.

een overig agrarisch bedrijf.

1.13

agrarisch bedrijf, veehouderij:

agrarisch bedrijf gericht op het fokken, mesten pluimvee,

1.14

van gewassen

of het

waarbij onderscheid wordt gemaakt in:

en houden van runderen,

varkens, schapen, geiten,

tamme konijnen en pelsdieren.

agrarisch bedrijf, grondgebonden veehouderij:

veehouderij

waarvan het voer en de mest voor het overgrote

worden op gronden die in gebruik zijn van de veehouderij

deel

gewonnen

respectievelijk

en die in de directe

aangewend

omgeving liggen van de

bedrijfslocatie.

1.15

archeologische waarden:

waarden die bestaan uit de aanwezigheid van een

bodemarchief met

sporen van vroegere

bewoning en/of grondgebruik daarin, en als zodanig van wetenschappelijk cultuurhistorischerfgoed

1.16

vertegenwoordigen.

archeologische verwachtingswaarden:

verwachte aanwezige vroeger

menselijke

waarden die bestaan uit de aanwezigheid van een

1.17

belang zijn

vertegenwoordigen.

archeologisch onderzoek:

onderzoek

1.18

verricht door of namens een

dienst of instelling die over een

opgravingsvergunning beschikt.

bebouwing:

éénof meer gebouwen

1.19

en/of bouwwerken,

geen

gebouwen

zijnde.

bed en breakfast:

het aanbieden

van recreatief

woongebouwen

gericht op kortdurend verblijf.

1.20

nachtverblijf in de vorm van logies met ontbijt binnen bestaande

bedrijf: inrichting of instelling gericht op het bedrijfsmatig voortbrengen,

installeren

en/of herstellen

gebonden

beroepen

1.21

van goederen

vervaardigen,

dan wel het bedrijfsmatig verlenen

bewerken,

van diensten,

opslaan, aan huis

daaronder niet begrepen.

bedrijfsbebouwing ten behoeve van een veehouderij:

onder bedrijfsbebouwing

ten behoeve

van een

(intensieve)

^

gebouwen

in gebruik voor de huisvesting van vee

^

gebouwen

in gebruik ten behoeve

zin (zoals bijvoorbeeld van de veeteelt ^

1.22 een

bodemarchief met sporen van

bewoning en/of grondgebruik daarin en als zodanig van wetenschappelijk

en het cultuurhistorisch erfgoed

een

menselijke

belang zijn en het

bouwwerken

een

veehouderij

wordt verstaan:

(niet zijnde hobbyvee);

van de uitoefening van de (intensieve)

veehouderij

in de brede

machineberging waarin de machines die gebruikt worden ten behoeve

zijn of worden gestald); voor de opslag van mest.

bedrijfsgebouw:

gebouw dat dient voor de uitoefening van een

bedrijf.

2 Regels bestemmingsplan Moleneind, Loon op Zand'

1.23

bedrijfsvloeroppervlakte:

de totale vloeroppervlakte

van de ruimte binnen een

gebruikt voor de uitoefening

een

bedrijf, een

gebouw of bouwwerk en/of op een

dienstverlenend

bedrijf of een

inclusief (binnen)opslag, rust- en rookruimten, administratieruimten

1.24

en dergelijke.

bedrijf.

bedrijfswoning/dienstwoning:

een woning in of bij een

gebouw of op een terrein,

persoon, wiens huisvesting daar gelet

1.26

kennelijk

slechts bedoeld

op de bedrijfsvoering

voor (het huishouden van) een

van het gebouw of het terrein,

dit bestemmingsplan, bepalingen

1.28

bestemmingsvlak.

bestemmingsvlak: zelfde

bestemming.

bijenstal

bouwconstructie waarin bijenkorven/bijenkasten

staan opgesteld,

voornamelijk die ten behoeve

winning van honing, maar ook voor de bestuiving van onder andere

1.30

van de

fruitbomen.

bijbehorende voorzieningen:

voorzieningen,

die horen bij de betreffende

voorzieningen)

en/of bouwvlakken (o.a. opslag en energievoorziening).

1.31 een

Wet algemene

voorschriften.

bestemmingsgrens:

geometrisch bepaald vlak met een

1.29

van het ontwerp van

dan wel gebouwd zijn of gebouwd kunnen worden overeenkomstig

omgevingsrecht of krachtens die wet gegeven

de grens van een

een

noodzakelijk is.

bestaande situatie:

de bebouwing en het gebruik, zoals aanwezig op het tijdstip van de terinzagelegging

1.27

die wordt instelling,

bedrijfsmatig:

in uitoefening van een

1.25

terrein

dienstverlenende

bedrijfsvoering

op gronden (o.a. weg- en waterbouwkundige

bijgebouw: op zichzelf staand, vrijstaand gebouw, dat door de vorm onderscheiden

hetzelfde

bouwperceel

gelegen

hoofdgebouw en dat in functioneel

kan worden van het op

en architectonisch opzicht

ondergeschikt is aan het hoofdgebouw.

1.32

boerderij of boerderijgebouw:

ééngebouw, dat bestaat uit éénoverwegend

ongelede

(hoofd)bouwmassa, waarbinnen zich de

(voormalige) agrarische bedrijfswoning en de (voormalige) agrarische bedrijfsruimten bijvoorbeeld

1.33

een

langgevelboerderij

bouwwerk, alsmede

1.35

of gedeeltelijk

het geheel

oprichten, vernieuwen

of gedeeltelijk

of veranderen

oprichten, vernieuwen

en het vergroten

of veranderen

van een

van een standplaats.

bouwvlak.

bouwlaag of verdieping(slaag):

doorlopend gedeelte

vloeren

kortgevelboerderij.

bouwgrens:

de grens van een

een

zoals

bouwen:

het plaatsen, het geheel

1.34

of een

bevinden,

van een

gebouw dat door op gelijke

of bij benadering

gelijke

hoogte liggende

of balklagen is begrensd.

3 Regels bestemmingsplan Moleneind, Loon op Zand'

1.36 een

bouwmassa:

complex van aaneen

1.37 een

gebouwde

bouwwerken.

bouwperceel:

aaneengesloten

stuk grond, waarop ingevolge

de regels

een zelfstandige,

bij elkaar behorende

bebouwing is toegelaten.

1.38

bouwperceel

de grens van een

1.39 een

grens:

bouwperceel.

bouwvlak:

geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge

gebouwen

en bouwwerken

1.40

bouwwerk:

elke

constructie van enige

geen

gebouwen

1.41

bepaalde

zijnde, zijn toegelaten.

omvang van hout, steen,

indirect met de grond is verbonden,

de regels

metaal of ander materiaal, welke

hetzij direct of

hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond.

cultuurhistorische waarden en kenmerken:

waarden en kenmerken erfgoed,

van een

gebied

of daar aanwezige

het stedenbouwkundig

erfgoed,

de historische groenwaarden,

en de bekende

1.42

zaken, verband houdend met het bouwkundig het historisch-geografisch erfgoed

en verwachte archeologische waarden.

dagrecreatie:

verblijf buiten de woning voor recreatieve

doeleinden

zonder dat er een

overnachting elders

mee gepaard

gaat.

1.43

dagrecreatieve

voorziening:

voorziening ten behoeve

1.44 iedere

van dagrecreatie.

dak: bovenbeëindiging van een

1.45

gebouw.

detailhandel:

het bedrijfsmatig te koop aanbieden,

waaronder begrepen

leveren

die die goederen

van goederen

aan personen

dan in de uitoefening van een

1.46

de uitstalling ten verkoop, het verkopen

en/of

kopen voor gebruik, verbruik of aanwending anders

beroeps- of bedrijfsactiviteit.

ecologische verbindingszone (evz):

in dit plan aangeduid langgerekt

gebied

waarbinnen verbindende

landschapselementen

zijn of worden

gerealiseerd.

1.47

ecologische waarden en kenmerken:

aanwezige

en potentiële waarden, gebaseerd

behoren de natuurdoelen

op de beoogde

natuurkwaliteit voor het gebied,

en natuurkwaliteit, geomorfologische

processen,

kwaliteit van bodem, water en lucht, rust, de mate van stilte, donkerte

waartoe

de waterhuishouding, de

en openheid, de

landschapsstructuur en de belevingswaarde.

1.48

educatieve boerderij

agrarisch bedrijf dat zich naast de hoofdactiviteit agrarische bedrijfsvoering educatie

rondom het agrarisch bedrijf middels een

expositieruimte,

cursussen, workshops, gericht op duurzaamheid, natuur(beheer),

toelegt

rondleidingen,

op het geven

van

natuureducatie,

landschap, cultuurhistorie en de

4 Regels bestemmingsplan Moleneind, Loon op Zand'

agrarische bedrijfsvoering. detailhandel,

recreatieve

1.49

erfbeplanting

visueel

afschermende,

Hierbij zijn kleinschalige voorzieningen voorzieningen)

maskerende

(zoals horeca, productiegebonden

toegestaan.

en/of het landschapsbeeld versterkende

(rand)beplanting binnen of direct aansluitend op het bestemmingsvlak woning of een

1.50

terrein

met een

andere

en overwegend

of bouwperceel

opgaande

van een

bedrijf, een

functie.

escortbedrijf:

de natuurlijke persoon, groep van personen

of rechtspersoon die bedrijfsmatig of in een

bedrijfsmatig was, prostitutie aanbiedt, die op een uitgeoefend

1.51

zoals escortservices

andere

omvang alsof zij

plaats dan in de bedrijfsruimte

wordt

en bemiddelingsbureaus.

extensief recreatief medegebruik:

een vorm van recreatief

medegebruik

die nauwelijks of geen

bestemmingsomschrijving van de bestemmingen niet aangelegde

en aanwezige

voorzieningen,

ruimte, zoals wandel-, ruiter- en fietspaden,

1.52

gegeven

invloed heeft op de in de

doeleinden

waarbij de recreatie

zoals wandelen,

geen

substantieel

fietsen

e.d., al dan

beslag legt op de

vis- en picknickplaatsen en strandjes.

functie:

doeleinden

ten behoeve

waarvan gebruik van gebouwen

en/of gronden of aangewezen

delen

daarvan is

toegestaan.

1.53

gebouw:

elk bouwwerk, dat een voor mensen

toegankelijke,

overdekte,

geheel

of gedeeltelijk

met wanden omsloten

ruimte vormt.

1.54 gebieden

groenblauwe mantel: die grenzen

aan Natuur Netwerk

voor behoud en herstel van watersystemen, grondgebonden

1.55

Nederland, en deze

agrarisch gebruik en belangrijke

de ecologische verbindingszone verbinden,

nevenfuncties

zijnde gebieden

voor natuur en water.

groepsaccommodatie:

(voormalig) agrarisch bedrijf, waarvan de gebouwen

en/of gronden geheel

daarin respectievelijk

tot recreatief

1.56

daarop gelegenheid

te geven

wederopbouw,

zijn ingericht om

opnieuw bouwen.

hergebruik:

gebruik van een

bestaande

agrarische bouwlocatie (bouwvlak) ofwel een

bouwlocatie (niet-agrarisch bedrijf of wonen) voor de nieuwvestiging

1.58

of gedeeltelijk

nachtverblijf.

herbouw:

reconstructie,

1.57

of het zoekgebied

met overwegend

bestaande

niet-agrarische

of verplaatsing van een

bedrijf.

hoofdfunctie:

een functie waarvoor het hoofdgebouw en/of gronden als zodanig mag worden gebruikt.

1.59 een

hoofdgebouw:

gebouw, dat op een

bouwperceel

bouwwerk valt aan te merken

door zijn ligging, constructie of afmetingen

en dat geen

als belangrijkste

bijgebouw is.

5 Regels bestemmingsplan Moleneind, Loon op Zand'

1.60

horeca:

bedrijfsmatig verstrekken hotelaccommodatie,

van dranken of etenswaren

bedrijfsmatig bieden

congres- of vergaderfaciliteiten,

1.61

van

of bedrijfsmatig bieden

van

éénen ander al dan niet in combinatie met elkaar.

hydrologisch neutraal:

geen de

voor gebruik ter plaatse, bedrijfsmatig bieden

van vermaaks- of wellnessfaciliteiten

negatief

effect

hebbend op de hydrologische situatie, d.w.z. dat grondwaterstanden

afvoer van hemelwater

Afstromend hemelwater en/of via een

1.62

gelijk blijven en

niet toe ten opzichte van de oorspronkelijke situatie.

vertraagd afgevoerd

hemelwater

naar een

wordt in de bodem geïnfiltreerd

watervoerende

sloot.

hydrologische waarde:

gronden met een

bijzondere

betekenis

waterberging

voor het watersysteem

van het plansysteem

i.v.m. beekherstel,

en/of waterkering.

kampeermiddel:

^

een tent, een

^

enig ander onderkomen geen

1.64

neemt

van nieuwe verharding of afgekoppeld

bergingsvoorziening

verdrogingsbestrijding,

1.63

uit het plangebied

tentwagen,

een

kampeerauto

of een

caravan;

of enig ander voertuig of gewezen

bouwwerk zijnde, bedoelt

voor recreatief

voertuig of gedeelte

daarvan, voor zover

nachtverblijf.

karakteristiek:

herkenbaar, markant, wegen

schoonheid, betekenis

voor de wetenschap of cultuurhistorische waarde van

belang.

1.65 een

kelder:

geheel

of gedeeltelijk

bijbehorende

1.66

kampeermiddelen

nachtverblijf op gronden met een

tot een

in de regels

activiteiten

maximum aantal verblijfseenheden,

een

aangegeven

andere

hoofdfunctie, met gebruikmaking

maximum aantal kampeermiddelen.

in de vorm van logies (en ontbijt) tot een zoals logeren

in de regels

aangegeven

bij de boer.

horecavoorziening van beperkte

omvang binnen een

is vastgelegd

binnen de regels

bestemming anders dan een van de hoofdbestemming),

specifiek

heeft ingericht voor de consumptie van drank en etenswaren.

1.69

kleinschalige verblijfsrecreatie:

kleinschalige recreatieve

activiteiten

maximum aantal verblijfseenheden

in de vorm van logies (en ontbijt) tot een met een

woning te kunnen overnachten, zoals een

eigen

voorziening van beperkte

horecabestemming

waar men een

in de regels

ruimte

aangegeven

aard om buiten de eigen

vakantieappartement.

landschapselementen:

ecologische en/of landschappelijke waardevolle in de regel

1.71

onder een

kleinschalige horeca:

(waarvan de oppervlakte

1.70

is gesitueerd

kleinschalig logeren:

kleinschalige recreatieve

1.68

ruimte, die grotendeels

kleinschalig kamperen:

kleinschalig recreatief

1.67

ondergronds gelegen

bovengronds bouwwerk.

kleiner dan 2 ha zonder een

elementen

zoals bosjes, houtwallen, poelen

en moerasjes,

agrarische productiefunctie.

landschappelijke waarden en kenmerken:

gebruikswaarde,

belevingswaarde

en toekomstwaarde

ecologische, cultuurhistorische en recreatieve

van het landschap, gericht op ruimtelijke,

aspecten. 6 Regels bestemmingsplan Moleneind, Loon op Zand'

1.72

maatschappelijke voorziening:

educatieve,

1.73

sociaal-medische, sociaal-culturele

netwerk van natuurgebieden

van (inter)nationaal belang met als doel de veiligstelling

ecosystemen

met de daarbij behorende soorten

bosgebieden

en andere

gebieden

bestaande

met belangrijke

uit de meest waardevolle

aanwezige

en te ontwikkelen

van

natuur- en

natuurwaarden.

natuurspeeltuin

soort speeltuin

1.75

voorziening.

Natuur Netwerk Nederland:

samenhangend

1.74

en levensbeschouwelijke

waar kinderen

vrij kunnen spelen

in en kennis kunnen maken met de natuur.

natuurwaarden:

waarden in verband met de aanwezigheid van bijzondere onderlinge

planten, dieren

samenhang en in samenhang met hun leefomgeving

zaken als verscheidenheid/zeldzaamheid,

en leefgemeenschappen

in

(biotoop) en welke verband houden met

natuurlijkheid/ongestoordheid

en kenmerkendheid

voor het

gebied.

1.76

nevenfunctie:

onder nevenfuncties, a.

recreatieve

naast de hoofdfunctie, worden verstaan: functies;

b.

agrarisch verwante

c.

agrarisch technische functies;

functies;

d.

statische binnenopslag;

e.

verbrede

1.77

niet-agrarische functies:

landbouw.

onder niet-agrarische functies, worden verstaan: ^

(statische) opslag;

^

recreatie;

^

een

bedrijf in categorie

invloed hiermee ^

gelijk te stellen

zorgboerderijen,

1 of 2 van de Staat van bedrijfsactiviteiten

(zie bijlage) of een

naar aard en

bedrijf;

kinderboerderijen,

educatieve

en sociale voorzieningen,

met ondergeschikte

horeca;

1.78

nutsvoorzieningen:

een voorziening ten behoeve alsmede

soortgelijke

van de telecommunicatie

voorzieningen

transformatorhuisjes, pompstations, gemalen,

1.79 een

en de gas-, water- en elektriciteitsdistributie,

van openbaar nut, waaronder in ieder geval worden begrepen telefooncellen

en zendmasten.

ondergeschikte nevenactiviteit:

activiteit met een

zodanige beperkte

omvang dat de functie waaraan zij wordt toegevoegd

qua aard,

omvang en verschijningsvorm als hoofdfunctie herkenbaar blijft.

1.80 een

overkapping: dakconstructie in de vorm van een

1.81 een

bouwwerk, geen

gebouw zijnde;

overstek: overstekend

deel

van een

dak of gootconstructie, waarbij het overstekende

deel

niet dieper

mag zijn

dan 0,50 m.

1.82

peil:

1.

voor gebouwen

waarvan de hoofdtoegang direct aan een weg grenst: 7 Regels bestemmingsplan Moleneind, Loon op Zand'

de hoogte van die weg ter plaatse van die hoofdtoegang . 2.

in andere

de gemiddelde

1.83 een

gevallen:

hoogte van het aansluitende

afgewerkte

maaiveld.

paardenhouderij:

bedrijf waar uitsluitend of in hoofdzaak handelingen aan en/of met paarden worden verricht die gericht

zijn op het voortbrengen,

africhten, trainen, en verhandelen

producten als melk en vlees. paardenmelkerij,

Voorbeelden:

van paarden, en het produceren

van agrarische

paarden fokken of opfokken, hengstenhouderij,

training- en sportstallen, handelsstallen, stalhouderijen, spermawinstations en

paardenpensions;

1.84

perceelsindeling

de omvang, vorm en situering van percelen.

1.85

perceelsgrens:

de grens van een

1.86

perceel.

pluktuin

een tuin waarbinnen bezoekers

1.87

productiegebonden

qua oppervlakte

beperkte

zelf gewassen

detailhandel:

detailhandel

bedrijf dat die goederen/producten waarbij de detailhandelsfunctie

1.88

kunnen plukken en oogsten.

van streekproducten

vervaardigt/produceert,

en/of eigen

goederen/producten

vanuit een

bewerkt en/of toepast in het productieproces,

ondergeschikt is aan de productiefunctie.

prostitutie:

het zich beschikbaar stellen

tot het verrichten van seksuele diensten

ten behoeve

van een

ander tegen

vergoeding.

1.89

prostitutie, raamprostitutie:

een seksinrichting met éénof meer

ramen van waarachter de prostituee/prostitué tracht de aandacht van

passanten op zich te vestigen.

1.90

prostitutie, straatprostitutie:

het door handelingen,

houding, woord, gebaar of op andere

wijze passanten tot prostitutie bewegen,

uitnodigen dan wel aanlokken.

1.91 een

recreatief medegebruik: recreatief

recreatieve

1.92

gebruik van gronden dat ondergeschikt

gebruik is toegestaan.

recreatief verblijf:

het gebruik van een

1.93

gebouw of ander onderkomen

als woonruimte ten behoeve

van niet permanent verblijf.

recreatieve voorziening:

voorzieningen

1.94

is aan de functie van de bestemming waarbinnen dit

bedoeld

voor recreatief

gebruik.

recreatiewoning:

woning ten behoeve

van recreatief

verblijf.

8 Regels bestemmingsplan Moleneind, Loon op Zand'

1.95 een

recreatieverblijf:

gebouw of onderkomen,

dienste

van een

zoals een

chalet of stacaravan, bestemd

huishouden dat zijn hoofdverblijf elders

heeft, veelal

voor recreatieve gedurende

doeleinden

ten

het zomerseizoen

of

weekenden.

1.96 een

reëel agrarisch bedrijf:

agrarisch bedrijf dat jaarrond een

arbeidskracht, met een

1.97 een

arbeidsbehoefte

of -omvang heeft van tenminste

risicovolle inrichting:

inrichting, bij welke

ingevolge

het Besluit externe

veiligheid

voor het risico c.q. risicoafstand moet worden aangehouden kwetsbare

1.98

of beperkt

kwetsbare

grenswaarde,

richtwaarde

toelaten

van

ruimtelijke eenheid: bouwwerken.

ruimtelijke kwaliteit:

kwaliteit van een

gebied

belevingswaarde

en toekomstwaarde.

1.100

inrichtingen een

bij het in het bestemmingsplan

objecten.

complex van bij elkaar behorende

1.99

éénhalve volledige

daarbij passend jaarinkomen.

die bepaald wordt door de mate waarin sprake is van gebruikswaarde,

seksinrichting

een voor het publiek toegankelijke bedrijfsmatig was seksuele plaatsvinden. Onder een

besloten

ruimte waarin bedrijfsmatig, of in een

handelingen worden verricht of vertoningen

seksinrichting worden in ieder

seksautomatenhal, sekstheater,

een

parenclub, een

omvang alsof zij

van erotisch-pornografische aard

geval verstaan: een

seksbioscoop,

(raam)prostitutiebedrijf

en een

erotische

massagesalon, al dan niet in combinatie met elkaar.

1.101 een

sociale en educatieve voorzieningen: kleinschalige al dan niet gekoppeld

informeren

1.102

aan een

agrarisch bedrijf welke

is gericht op het (in groepsverband)

over landbouw, landschap, natuur en recreatie.

stacaravans:

zie recreatieverblijf

1.103 een

standplaats(voor een kampeermiddel):

afgescheiden,

gemarkeerde

of anderszins aangegeven

plaatsen of geplaatst houden van een kampeermiddel

1.104

mobiel kampeermiddel,

waarbij een

kampeerterrein bijzettentje

voor het tijdelijk niet als afzonderlijk

wordt aangemerkt.

statische (binnen)opslag:

(binnen)opslag van goederen en niet worden opgeslagen

die geen voor een

regelmatige elders

verplaatsing behoeven,

gevestigd

auto's, boten, caravans, campers en dergelijke.

1.105

uitbouw:

de vergroting van een

bestaande

(onder meer wat betreft

ruimte in een

niet bestemd

zijn voor handel

niet-agrarisch bedrijf, zoals (seizoens)stalling van

(antieke)

1.106

plaats op een

hoofdgebouw, die qua afmetingen

en/of in visueel

opzicht

(goot)hoogte, dakhelling en/of dakvorm), ondergeschikt is aan het hoofdgebouw.

veehouderij

agrarisch bedrijf gericht op het fokken, mesten pluimvee, tamme konijnen en pelsdieren;

en houden van runderen,

varkens, schapen, geiten,

9 Regels bestemmingsplan Moleneind, Loon op Zand’

1.107

verblijfseenheden:

verblijfsruimte

1.108

bedoeld

voor recreatief

nachtverblijf zoals logies en ontbijt of gastenkamers.

verblijfsrecreatie:

het verblijf voor recreatieve

doeleinden

buiten de eerste

woning, waarbij ten minste een

doorgebracht, met uitzondering van overnachtingen bij familie en kennissen. andere

verstaan een

1.109

verbrede landbouw:

activiteiten

bij een

camping, groepsaccommodatie,

agrarisch bedrijf die voortvloeien

Hieronder

nacht wordt worden onder

etcetera.

uit de agrarische bedrijfsvoering

en die ten dienste

staan van het agrarische bedrijf zoals agro-toerisme,

agrarisch natuurbeheer,

waardevermeerdering

producten, productiegebonden/ondergeschikte

detailhandel

1.110

van ter plaats geproduceerde

en zorgboerderijen.

verkoopvloeroppervlakte:

de voor het publiek zichtbare en toegankelijke

1.111

(besloten) winkelruimte ten behoeve

van de detailhandel.

voorgevelrooilijn:

de denkbeeldige

lijn die strak langs de voorgevel

hoofdgebouw wordt getrokken

1.112

(i.c. de meest gezichtsbepalende

tot aan de zijdelingse

daaruit te verwachten redelijk

arbeidsbehoefte

inkomen.

of -omvang heeft van tenminste

daarbij passend jaarinkomen, en waarvan het behoud ook op langere

en op duurzame wijze is verzekerd,

1.114

daarbij passende

volwaardig(heid van een) bedrijf:

bedrijf dat jaarrond een

met een

van het

volwaardigagrarisch bedrijf:

arbeidsomvang en een

1.113

gevel)

bestemmingsgrenzen.

bedrijf met de omvang van ten minste éénvolwaardige arbeidskracht met een

een

bewerking en

dat wil zeggen

éénvolledige

arbeidskracht,

termijn in voldoende

mate

zowel bedrijfseconomisch als milieuhygiënisch.

vormverandering van een bouwvlak:

wijziging van de begrenzing

van een

bouwvlak zonder dat dit gepaard gaat met een vergroting van de totale

oppervlakte.

1.115

vrijstaande bebouwing:

bebouwing waarbij de hoofdgebouwen

1.116

aan beide

zijden niet zijn gebouwd in de perceelsgrens.

vrijstaandbijgebouw:

een van de woning (en haar aangebouwde

bijgebouwen)

vrijstaand bijgebouw, dat niet direct ten dienste

staat van de woonfunctie, zoals een

garage, berging, hobbyruimte en dat zowel wat betreft afmetingen

in functioneel

is aan het hoofdgebouw.

1.117

opzicht ondergeschikt

waterhuishoudkundige voorzieningen:

voorzieningen,

die het waterhuishoudkundige belang dienen,

onderhoudsstroken

1.118

ten behoeve

van het beheer

zoals watergangen,

en onderhoud van een

waterlopen,

kunstwerken,

watergang of waterloop.

weg:

alle voor het openbaar verkeer

openstaande

en duikers en de tot die wegen

behorende

1.119

als

wegen

of paden met inbegrip van de daarin liggende

paden en bermen

bruggen

of zijkanten.

werk:

een werkzaamheid of constructie, geen

gebouw of bouwwerk zijnde.

10 Regels bestemmingsplan Moleneind, Loon op Zand'

1.120

windmolen:

bouwwerk bedoeld

1.121

1.122

door middel van wind(energie).

complex van ruimten voor de huisvesting van niet meer dan éénhuishouden.

woning:

(gedeelte

1.123 een

van elektriciteit

wonen:

het gebruik van een

een

voor het opwekken

van een) gebouw dat dient voor de zelfstandige

huisvesting van éénhuishouden.

woonunit:

geprefabriceerd,

demontabel

en/of relatief eenvoudig

te verwijderen

bouwlaag, geschikt en ingericht (met de basisvoorzieningen)

ten dienste

gebouw, bestaande van een

uit één

niet permanent

(woon)verblijf;

1.124

zorgboerderij:

de opvang van mensen een

met een

agrarisch bouwperceel,

van dieren

1.125

een wezenlijk

zorgvraag hetzij als niet-agrarische neventak,

waarbij het meewerken

onderdeel

hetzij als vervolgfunctie

op

in het agrarisch bedrijf of bij het kleinschalig houden

is van resocialisatie

of therapie.

zorgvoorziening:

een voorziening ten behoeve op het fysieke,

van de welzijnszorg, in combinatie met de verzorging/verpleging

psychische en/of sociale vlak in het kader van de verbetering

van mensen

van hun welzijn, met

uitzondering van mantelzorg .

1.126

zorgvuldige veehouderij

veehouderij

die door het treffen

van maatregelen,

van kringlopen op lokaal niveau, emissiebeperking

onder andere

gericht op landschap, het verder

en gezondheid

sluiten

voor mens en dier, ruimtelijk en

maatschappelijk optimaal is ingepast in zijn omgeving.

11 Regels bestemmingsplan Moleneind, Loon op Zand'

Artikel 2 Wijze van meten Bij de toepassing van deze

regels

wordt als volgt gemeten:

afstand tot de weg: de afstand tot de bebouwing en de as van de weg.

afstand tot de zijdelingse perceelsgrens: de kortste afstand van het verticale vlak in de zijdelingse bouwperceel

voorkomende

perceelsgrens

tot enig punt van het op dat

bouwwerk.

bebouwd oppervlak van een bouwperceel: de oppervlakte van alle op een

bouwperceel

aanwezige

gebouwen

tezamen.

bebouwingspercentage: het oppervlak dat met bouwwerken

is bebouwd, uitgedrukt in procenten

bouwperceel,

voor zover dat is gelegen

duiden gedeelte

van die bestemming.

breedte,

binnen de bestemming,

van de oppervlakte van het

of binnen een

in de regels

nader aan te

diepte c.q. lengte van een bouwwerk:

tussen de buitenwerkse

hoofdgevelvlakken

en/of de harten van scheidingsmuren.

dakhelling: langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak.

de bouwhoogte van een bouwwerk: vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een uitzondering van ondergeschikte daarmee

gelijk te stellen

gebouw of van een

bouwonderdelen,

bouwwerk, geen

zoals schoorstenen, antennes,

gebouw zijnde, met

en naar de aard

bouwonderdelen.

de bouwhoogte van een windmolen: vanaf het peil tot en met de as van de molen.

de goothoogte van een bouwwerk: vanaf het peil tot aan de bovenkant goot, c.q. de druiplijn, het boeibord, of een

daarmee

gelijk te stellen

constructiedeel.

inhoud van een gebouw: tussen de bovenzijde

van de begane

grondvloer, de buitenzijde

scheidingsmuren) en de buitenzijde

van daken en dakkapellen.

van de gevels

(en/of het hart van de

oppervlakte van een bouwwerk: tussen de buitenwerkse het gemiddelde

gevelvlakken

en/of de harten van scheidingsmuren,

niveau van het afgewerkte

bouwterrein

neerwaarts

geprojecteerd

op

ter plaatse van het bouwwerk.

12 Regels bestemmingsplan Moleneind, Loon op Zand'

2 Bestemmingsregels Artikel 3Agrarisch met waarden - Natuur- en landschapswaarden 3.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Agrarisch met waarden - Natuur- en landschapswaarden' aangewezen a.

een

agrarische (grondgebonden)

met bijbehorende

bedrijfsuitoefening,

b.

éénbedrijfswoning; aan huis gebonden

d.

ter plaatse van de aanduiding 'specifieke

e. f.

in de vorm van agrarische bodemexploitatie

beroepen;

veehouderij,

vorm van agrarisch - veehouderij'

een

veehouderij,

niet

is toegestaan;

ter plaatse van de aanduiding 'specifieke kamperen

voor:

voorzieningen;

c.

zijnde intensieve

gronden zijn bestemd

vorm van agrarisch - kleinschalig kamperen',

kleinschalig

met maximaal 25 standplaatsen/kampeermiddelen;

ter plaatse van de aanduiding 'specifieke de volgende

nevenfuncties

1.

educatieve

vorm van agrarisch met waarden - educatieve

boerderij',

bij het agrarisch bedrijf:

ruimte;

2.

bed and breakfast/vakantiewoning

3.

kleinschalige horecavoorziening met een terras;

binnen de bestaande

4.

sanitairruimte ten behoeve

5.

ondergeschikte

bedrijfswoning;

van het kleinschalig kamperen;

(productiegebonden)

6.

maatschappelijke voorzieningen;

7.

dagrecreatieve

8.

natuurspeeltuin;

9.

bijenstal;

10.

activiteitenruimte

detailhandel;

voorzieningen;

ter plaatse van de bestaande

g.

ter plaatse van de aanduiding 'specifieke

h.

ter plaatse van de aanduiding 'specifieke

i.

ter plaatse van de aanduiding 'specifieke

voormalige mestsilo;

vorm van agrarisch met waarden - pluktuin', een

pluktuin; een

(onverhard) parkeerterrein

evenementen',

parkeren

vorm van agrarisch met waarden - overloop parkeren',

dat dient als overloopparkeerplaats; vorm van agrarisch met waarden - overloop parkeren

uitsluitend tijdens evenementen;

j.

(onverharde) paden, wegen

en parkeervoorzieningen;

k.

water, waterhuishoudkundige voorzieningen

l.

groenvoorzieningen

m.

behoud, herstel en ontwikkeling van de landschapswaarden in het algemeen;

n.

behoud, herstel en/of ontwikkeling van de natuurwaarden in het algemeen

en nutsvoorzieningen;

in de vorm van (erf)beplantingen; en in het bijzonder

voor: 1.

kwetsbare soort(en) ter plaatse van de aanduiding 'specifieke

vorm van agrarisch met

waarden - kwetsbare soort(en)'; 2.

het watersysteem onderscheiden

o.

extensief

recreatief

en de ecologische en landschappelijke waarden en kenmerken

gebieden

ter plaatse van de aanduiding 'overige

van de

zone - groenblauwe

mantel';

medegebruik.

3.2 Bouwregels 3.2.1 a.

Algemeen Binnen het bouwvlak is bebouwing ten behoeve toegestaan,

bouwvlakken aangemerkt b.

van niet meer dan éénagrarisch bedrijf

indien tussen bouwvlakken de aanduiding 'relatie'

is aangegeven

worden deze

als éénbouwvlak.

Bebouwing is uitsluitend toegestaan

binnen het bouwvlak, tenzij anders bepaald. 13 Regels bestemmingsplan Moleneind, Loon op Zand'

c.

Het bouwvlak mag volledig worden bebouwd, met dien verstande

d.

dat:

1.

De afstand tot de as van de weg waaraan wordt gebouwd niet minder bedraagt dan 15 m.

2.

De afstand van gebouwen

Bebouwing is toegestaan

tot de grens van het bouwvlak niet minder bedraagt dan 5 m.

ten behoeve

van de in de bestemmingsomschrijving omschreven

functies; e.

3.2.2

Ter plaatse van de aanduiding 'kleinschalig kamperen'

gebouwen

toegestaan.

Bedrijfsgebouwen ten behoeve van veehouderijen

Voor het bouwen van bedrijfsgebouwen 'specifieke

ten behoeve

vorm van agrarisch - veehouderij'

gelden

van veehouderijen de volgende

a.

De goothoogte bedraagt niet meer dan 7,5 m.

b.

De bouwhoogte bedraagt niet meer dan 10 m.

c.

zijn geen

De oppervlakte gebouwen

ten dienste

vorm van agrarisch - veehouderij',

van veehouderijen

ter plaatse van de aanduiding

voorwaarden:

ter plaatse van de aanduiding 'specifieke

met uitzondering van de bestaande

bedrijfswoning, heeft ten

hoogste de omvang van de bebouwing: 1.

die op het tijdstip van het terinzage bestemmingsplan

2.

die gebouwd mag worden krachtens een ontwerp van dit bestemmingsplan

d. e.

van het ontwerp van het onderhavige

In afwijking van het bepaalde

voor het tijdstip van de terinzagelegging

verleende

onder c is uitbreiding van de oppervlakte gebouwen

niet worden gebruikt voor de uitoefening van de gevestigde

Het bepaalde

onder c is niet van toepassing indien sprake is van een

regels

als grondgebonden

veehouderij

Staten zijn gesteld,

toegestaan,

zoals die regels

gelden

Het plaatsen van stacaravans en woonunits ten behoeve

mits

veehouderij.

veehouderij

die wordt

op grond van criteria die zijn opgenomen

die hieromtrent op basis van de Interim Omgevingsverordening

Gedeputeerde

van het

omgevingsvergunning.

de gebouwen aangemerkt

f.

leggen

aanwezig is of in uitvoering is;

in nadere

Noord-Brabant door

op het moment van besluitvorming. van de huisvesting van seizoensarbeiders

is niet toegestaan.

3.2.3

Bedrijfswoningen

Voor het bouwen van bedrijfswoningen a.

gelden

de volgende

voorwaarden:

De inhoud van de bedrijfswoning inclusief aangebouwde

bijgebouwen

bedraagt niet meer dan

750 m3 . b.

De goothoogte bedraagt niet meer dan 5,5 m.

c.

De bouwhoogte bedraagt niet meer dan 10 m.

d.

De dakhelling bedraagt niet minder dan 30 0 en niet meer dan 650.

e.

In uitzondering op het bepaalde van een

3.2.4

in lid d mogen aan- en uitbouwen aan de woning worden voorzien

plat dak waarvan de bouwhoogte niet meer

mag bedragen

dan maximaal 3,2 meter.

Bijgebouwen en overkappingen bij bedrijfswoningen

Voor het bouwen van vrijstaande bijgebouwen

en overkappingen

bij bedrijfswoningen

gelden

de volgende

voorwaarden: a.

Bijgebouwen

en overkappingen

worden op een

afstand van ten minste 2 m achter de voorgevellijn

van de bedrijfswoning gebouwd. waarbij de afstand tot de woning niet minder bedraagt dan 3 m. b.

De gezamenlijke

c.

De goothoogte bedraagt niet meer dan 3 m.

d.

De bouwhoogte bedraagt niet meer dan 4,5 m.

e.

In uitzondering op het bepaalde en overkappingen

oppervlakte

niet meer

bedraagt niet meer dan 80 m2.

in lid c en d mag de bouwhoogte van plat afgedekte

bedragen

bijgebouwen

dan 3,2 m.

14 Regels bestemmingsplan Moleneind, Loon op Zand’

3.2.5

Bouwwerken, geen gebouwen zijnde binnen het bouwvlak

Voor het bouwen van bouwwerken,

geen

gebouwen

zijnde, binnen het bouwvlak gelden

de volgende

voorwaarden: a.

Er wordt maximaal één kleine windmolen gebouwd, waarbij geldt dat: 1.

De afstand tot de bestemmingsgrens vermeerderd

2. b.

niet minder bedraagt dan de straal van de wieken

met 1 m.

De bouwhoogte van een

kleine windmolen niet meer

De bouwhoogte van overkappingen

ten behoeve

bedraagt dan 12 m.

van bedrijfsbebouwing bedraagt

niet meer dan

6 m. c.

De bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen dat de bouwhoogte vóór de voorgevelrooilijn

d.

bedraagt niet meer dan 2 m, met dien verstande

niet meer

bedraagt dan 1 m.

De bouwhoogte van sleufsilo's bedraagt niet meer dan 2,5 m.

e.

De bouwhoogte van overige

bouwwerken,

f.

De oppervlakte

geen

bouwwerken,

de aanduiding 'specifieke

geen

gebouwen

gebouwen

zijnde, bedraagt niet meer dan 6 m.

zijnde ten dienste

vorm van agrarisch - veehouderij',

bedrijfswoning en bijgebouwen

en overkappingen

van veehouderijen

ter plaatse van

met uitzondering van de bestaande

bij de bedrijfswoning, heeft ten hoogste de

omvang: 1.

die op het tijdstip van het ter inzage leggen bestemmingsplan

2.

die gebouwd mag worden krachtens een ontwerp van dit bestemmingsplan

3.

van het ontwerp van het onderhavige

aanwezig is of in uitvoering is; voor het tijdstip van de terinzagelegging

verleende

In afwijking van het bepaalde

onder f is uitbreiding van de oppervlakte

gebouwen

mits de bouwwerken,

zijnde toegestaan,

gebruikt voor de uitoefening van de gevestigde g.

Het bepaalde aangemerkt regels

a.

veehouderij

Staten zijn gesteld,

de volgende

die wordt

op grond van criteria die zijn opgenomen

zoals die regels

gelden

in nadere

Noord-Brabant door

op het moment van besluitvorming.

en bouwwerken,

geen

gebouwen

zijnde, ten behoeve

van nevenfuncties

voorwaarden:

Uitbreiding van de bestaande nevenfuncties

legale

oppervlakte

aan bouwwerken ten behoeve

bij het agrarisch bedrijf ter plaatse van de aanduiding 'specifieke

agrarisch met waarden - educatieve

3.2.7

zijnde niet worden

Gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, ten behoeve van nevenfuncties

Voor het bouwen van gebouwen gelden

gebouwen

geen

veehouderij.

die hieromtrent op basis van de Interim Omgevingsverordening

Gedeputeerde

3.2.6

geen

bouwwerken,

onder f is niet van toepassing indien sprake is van een veehouderij als grondgebonden

van het

omgevingsvergunning.

boerderij'

van de vorm van

is niet toegestaan.

Bouwwerken, geen gebouwen zijnde buiten het bouwvlak

Voor het bouwen van bouwwerken,

geen

gebouwen

zijnde, buiten het bouwvlak gelden

de volgende

voorwaarden: a.

De bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen dat de afrastering een

b.

bedraagt niet meer dan 2 m, met dien verstande

open karakter dient te hebben.

Buiten het bouwvlak mogen enkel niet zijnde teeltondersteunende

overige

bouwwerken,

voorzieningen,

geen

gebouwen

zijnde, worden gebouwd,

waarvan de bouwhoogte niet meer

bedraagt dan

6 m.

15 Regels bestemmingsplan Moleneind, Loon op Zand’

3.3 Afwijken van de bouwregels 3.3.1

Algemeen

Het bevoegd a.

gezag kan een

omgevingsvergunning

verlenen

voor het afwijken van het bepaalde

lid 3.2.1 onder c sub 1 voor het bouwen van gebouwen

op een

van de weg, mits hierdoor het stedenbouwkundig

en de verkeersveiligheid

beeld

in:

afstand minder dan 15 m tot de as niet wordt

aangetast; b.

lid 3.2.1 onder c sub 2 voor het bouwen binnen 5 m van de grens van het bouwvlak, mits hierdoor het stedenbouwkundig

beeld

en de verkeersveiligheid

niet wordt aangetast;

3.3.2 Vergroting oppervlakte bedrijfsbebouwing veehouderij Het bevoegd

gezag kan een

omgevingsvergunning

verlenen

voor het afwijken van het bepaalde

lid 3.2.2 onder c en 3.2.5 onder f voor de uitbreiding van de oppervlakte veehouderij

binnen het bouwvlak ter plaatse van de aanduiding 'specifieke

veehouderij',

waarbij moet worden voldaan aan de volgende

a.

Ter plaatse van de aanduiding 'overige bebouwing ten behoeve

van een

veehouderij

die wordt aangemerkt

opgenomen

in nadere

regels

van de

vorm van agrarisch -

voorwaarden:

zone - beperkingen

veehouderij

in

bebouwing ten behoeve

veehouderij'

uitsluitend toegestaan

als grondgebonden

veehouderij

is uitbreiding van

indien sprake is van een op grond van de criteria die zijn

die hieromtrent op basis van de Interim Omgevingsverordening

Noord-Brabant door Gedeputeerde

Staten zijn gesteld,

zoals die regels

gelden

op het moment van

besluitvorming: 1.

De veebezetting

bedraagt niet meer dan 2.75 GVE/ha, berekend

gecombineerde

opgave bij het bedrijf in gebruik is, voor zover gelegen

over de grond die blijkens de binnen 15 kilometer van

de bedrijfslocatie. 2.

Tenminste aangewend gewassen

75% van de op het bedrijf geproduceerde

mest, uitgedrukt in fosfaat, wordt

op grond die blijkens de gecombineerde

opgave bij het bedrijf in gebruik is voor

die overwegend

voor de eigen

bedrijfsvoering

binnen 15 kilometer van de bedrijfslocatie. gecombineerde 3.

Tenminste

opgave aan dat de veehouderij

voor zover gelegen

toont via de jaarlijkse

aan dit criterium voldoet.

95% van het ruwvoer (gras en mais), uitgedrukt in fosfaat, wordt gewonnen

grond die blijkens de gecombineerde overwegend

voor de eigen

worden geteeld,

Daarbij is tenminste

afkomstig uit ruwvoer (gras en mais). Een veehouder BEX aan dat de veehouderij Indien in de veehouderij

op

opgave bij het bedrijf in gebruik is voor gewassen

bedrijfsvoering

kilometer van de bedrijfslocatie.

4.

worden geteeld,

Een veehouder

voor zover gelegen

die

binnen 15

50% van het fosfaat in het rantsoen toont via een jaarlijkse rapportage uit

aan dit criterium voldoet.

dieren

worden gehouden

uitsluitend of in hoofdzaak ten behoeve

van

natuurbeheer. Hierbij moet tevens b.

Er dienen aan een

worden voldaan aan het bepaalde

maatregelen

te worden getroffen

zorgvuldige veehouderij.

voldaan aan de nadere

regels

onder b tot en met f.

en in stand te worden gehouden

Er is sprake van een

die invulling geven

zorgvuldige veehouderij

indien wordt

die hieromtrent op basis van de Interim Omgevingsverordening

Noord-Brabant door Gedeputeerde

Staten zijn gesteld,

zoals die regels

gelden

op het moment van

besluitvorming. c.

De ontwikkeling is vanuit een

goede

leefomgeving

en gelet

op de volksgezondheid,

inpasbaar in de

omgeving. d.

Er is aangetoond dat de kans op cumulatieve objecten,

in de bebouwde

geurhinder (achtergrondbelasting)

kom niet hoger is dan 12 % en in het buitengebied

%, tenzij er -indien blijkt dat de achtergrondbelasting hoger is dan voornoemde maatregelen

worden getroffen

door de veehouderij

die tot een

daling leiden

op geurgevoelige

niet hoger is dan 20 percentages-

van de

16 Regels bestemmingsplan Moleneind, Loon op Zand’

achtergrondbelasting,

welke

ten minste de eigen

bijdrage aan de overschrijding van de

achtergrondbelasting compenseert. e.

Er is aangetoond dat de achtergrondconcentratie, een jaargemiddelde

fijnstofconcentratie

vermeerderd

(PM10) op gevoelige

met de bijdrage van het initiatief, objecten

veroorzaakt van maximaal

31,2 pg/m3 . f.

Er is een

zorgvuldige dialoog gevoerd,

gericht op het betrekken

van de belangen

van de omgeving

bij het initiatief.

3.3.3

Bouwwerken ten behoeve van de huisvestingvan seizoensarbeiders

Het bevoegd

gezag kan een

omgevingsvergunning

lid 3.2.2 onder e voor het (ver)bouwen seizoenarbeiders

De huisvestingsvoorziening mag alleen vanwege

c.

ten behoeve

waarbij moet worden voldaan aan de volgende

huisvesting daar ter plaatse, gelet b.

voor het afwijken van het bepaalde

worden gebruikt voor de huisvesting van personen,

op de bestemming van het gebouw of terrein,

toegestaan

woningen of de eigen

bedrijfswoning of in bestaande

Er is geen

sprake van zelfstandige

van permanente

als de huisvesting niet geregeld

kan worden in reguliere

bedrijfsbebouwing.

bewoning dan wel zelfstandige

wooneenheden

e.

Het totaal aan bebouwing en of stacaravans en woonunits ten behoeve

sprake

sprake van milieuhygiënische belemmeringen.

seizoensarbeiders

mag niet meer

bedragen

tot en met e. de volgende

van de huisvesting van

dan 150 m2.

Voor het bouwen van stacaravans en/of woonunits gelden

aanvullende

op het bepaalde

onder a.

voorwaarden:

Stacaravans en/of woonunits zijn alleen

toegestaan

worden in reguliere

bedrijfswoning.

woningen of de eigen

als de huisvesting niet geregeld

2.

De stacaravans en/of woonunits worden binnen het bestaande

3.

Per bouwvlak zijn maximaal 5 stacaravans/woonunits toegestaan.

4.

De oppervlakte

5.

De bouwhoogte van een stacaravan/woonunit bedraagt maximaal 3 m.

kan

bouwvlak geplaatst.

per stacaravan/woonunit bedraagt maximaal 30 m2.

Er is sprake van een een

en geen

bewoning.

Er is geen

6.

wier

noodzakelijk is

een tijdelijk grote arbeidsbehoefte.

Het bouwen is alleen

1.

van de huisvesting

voorwaarden:

d.

f.

in

van de huisvesting van

en/of voor het plaatsen van stacaravans en/of woonunits ten behoeve

van seizoensarbeiders, a.

verlenen

van bedrijfsgebouwen

zorgvuldige landschappelijke inpassing van de bebouwing op basis van

erfbeplantingsplan.

3.3.4 Vergroting bebouwing ten behoeve van nevenfuncties Het bevoegd

gezag kan een

omgevingsvergunning

verlenen

en 3.2.5 onder f voor de uitbreiding van de oppervlakte

voor het afwijken van het bepaalde

bebouwing ten behoeve

binnen het bouwvlak ter plaatse van de aanduiding 'specifieke educatieve a.

boerderij',

vorm van agrarisch met waarden -

waarbij moet worden voldaan aan de volgende

Ter plaatse van de aanduiding 'overige bebouwing ten behoeve

van een

veehouderij

die wordt aangemerkt

opgenomen

in nadere

regels

zone - beperkingen

veehouderij

voorwaarden: veehouderij'

uitsluitend toegestaan

als grondgebonden

in lid 3.2.6

van de nevenfuncties

veehouderij

is uitbreiding van

indien sprake is van een op grond van de criteria die zijn

die hieromtrent op basis van de Interim Omgevingsverordening

Noord-Brabant door Gedeputeerde

Staten zijn gesteld,

zoals die regels

gelden

op het moment van

besluitvorming: 1.

De veebezetting

bedraagt niet meer dan 2.75 GVE/ha, berekend

gecombineerde

opgave bij het bedrijf in gebruik is, voor zover gelegen

over de grond die blijkens de binnen 15 kilometer van

de bedrijfslocatie. 2.

Tenminste

75^) van de op het bedrijf geproduceerde

mest, uitgedrukt in fosfaat, wordt

aangewend

op grond die blijkens de gecombineerde

opgave bij het bedrijf in gebruik is voor

gewassen

die overwegend

voor de eigen

bedrijfsvoering

worden geteeld,

voor zover gelegen

17 Regels bestemmingsplan Moleneind, Loon op Zand’

binnen 15 kilometer van de bedrijfslocatie. gecombineerde 3.

Tenminste

Een veehouder

opgave aan dat de veehouderij

95% van het ruwvoer (gras en mais), uitgedrukt in fosfaat, wordt gewonnen

grond die blijkens de gecombineerde overwegend

voor de eigen

worden geteeld,

Daarbij is tenminste

afkomstig uit ruwvoer (gras en mais). Een veehouder BEX aan dat de veehouderij Indien in de veehouderij

op

opgave bij het bedrijf in gebruik is voor gewassen

bedrijfsvoering

kilometer van de bedrijfslocatie.

4.

toont via de jaarlijkse

aan dit criterium voldoet.

voor zover gelegen

die

binnen 15

50% van het fosfaat in het rantsoen toont via een jaarlijkse rapportage uit

aan dit criterium voldoet.

dieren

worden gehouden

uitsluitend of in hoofdzaak ten behoeve

van

natuurbeheer. Hierbij moet tevens b.

Er dienen aan een

worden voldaan aan het bepaalde

maatregelen

te worden getroffen

zorgvuldige veehouderij.

voldaan aan de nadere

regels

onder b tot en met f.

en in stand te worden gehouden

Er is sprake van een

die invulling geven

zorgvuldige veehouderij

indien wordt

die hieromtrent op basis van de Interim Omgevingsverordening

Noord-Brabant door Gedeputeerde

Staten zijn gesteld,

zoals die regels

gelden

op het moment van

besluitvorming. c.

De ontwikkeling is vanuit een

goede

leefomgeving

en gelet

op de volksgezondheid,

inpasbaar in de

omgeving. d.

Er is aangetoond dat de kans op cumulatieve objecten,

in de bebouwde

geurhinder (achtergrondbelasting)

kom niet hoger is dan 12 % en in het buitengebied

%, tenzij er -indien blijkt dat de achtergrondbelasting maatregelen

worden getroffen

achtergrondbelasting,

welke

door de veehouderij ten minste de eigen

niet hoger is dan 20

hoger is dan voornoemde die tot een

op geurgevoelige

daling leiden

percentages-

van de

bijdrage aan de overschrijding van de

achtergrondbelasting compenseert. e.

Er is aangetoond dat de achtergrondconcentratie, een jaargemiddelde

fijnstofconcentratie

vermeerderd

(PM10) op gevoelige

met de bijdrage van het initiatief, objecten

veroorzaakt van maximaal

31,2 iJg/m3 f.

Er is een

zorgvuldige dialoog gevoerd,

gericht op het betrekken

van de belangen

van de omgeving

bij het initiatief.

3.4 Specifieke gebruiksregels 3.4.1 a.

Strijdig gebruik Het in gebruik nemen veehouderij,

b.

van gebouwen

die niet in gebruik zijn voor de uitoefening van een

voor de uitoefening van een

Het is verboden

veehouderij.

meer dan éénbouwlaag van een

gebouw te gebruiken

met uitzondering van volière- en scharrelstallen voor legkippen

voor het houden van dieren

waar ten hoogste twee

bouwlagen

gebruikt mogen worden.

3.4.2 Aan huis gebonden beroepen Binnen de bestemming aan huis gebonden

'Agrarisch met waarden - Landschaps- en Natuurwaarden' is de uitoefening van

beroepen

bij de bedrijfswoning toegestaan,

waarbij de volgende

bepalingen

van

toepassing zijn: a.

De omvang van de activiteit bedraagt niet meer dan 40% van de gezamenlijke van de bedrijfswoning en vrijstaande bijgebouwen

b.

Het gebruik heeft geen geen

onevenredige

nadelige

toename

tot een

vloeroppervlakte

maximum van 45 m2.

invloed op de normale afwikkeling van het verkeer

en veroorzaakt

van de parkeerbehoefte.

c.

De activiteit is milieuhygiënisch inpasbaar in de woonomgeving.

d.

De activiteit wordt hoofdzakelijk uitgeoefend

door de bewoner van de woning.

18 Regels bestemmingsplan Moleneind, Loon op Zand’

e.

Er vindt geen

detailhandel

plaats, uitgezonderd

detailhandel

direct verband met de uitoefening van aan huis gebonden

3.4.3

het plangebied

legale

bebouwing die ten

aanwezig is, zijn de volgende

educatieve

ruimte toegestaan

vorm van agrarisch met waarden - educatieve

maximale gezamenlijke

boerderij'

vorm van agrarisch met waarden - educatieve

bed and breakfast/vakantiewoning toegestaan

de bestaande

binnen

toegestaan:

van 300 m2;

Ter plaatse van de aanduiding 'specifieke is een

c.

mate, in

tijde van de vaststelling van dit bestemmingsplan

nevenfuncties

Ter plaatse van de aanduiding 'specifieke is een

b.

ondergeschikte

Gebruik bebouwing nevenfuncties

Binnen de bestaande

a.

in beperkte,

beroepsactiviteiten.

boerderij'

met maximaal 5 verblijfseenheden

met een

oppervlakte van 100 m2. Deze voorziening wordt mogelijk gemaakt binnen

bedrijfswoning;

Ter plaatse van de aanduiding 'specifieke

vorm van agrarisch met waarden - educatieve

is kleinschalige horeca, een

sanitairruimte ten behoeve

ondergeschikte

toegestaan

detailhandel

met een

van het kleinschalig kamperen

boerderij' en

maximale oppervlakte van 185 m2. Daarbij is

een terras van 150 m2 toegestaan; d.

Ter plaatse van de aanduiding 'specifieke is een

3.4.4

activiteitenruimte

toegestaan

vorm van agrarisch met waarden - educatieve

ter plaatse van de bestaande

Kleinschalig kamperen

Op de gronden ter plaatse van de aanduiding 'specifieke kamperen'

3.4.5

is gebruik ten behoeve

de volgende

evenementen

'specifieke

vorm van agrarisch met waarden - educatieve

boerderij'

Maximaal 5 keer

per jaar kan er een

worden met een

maximale duur tussen 09.00 uur en 19.00 uur. Tijdens de evenementen

een

alternatieve

b.

Ondergeschikte

Er wordt zorg gedragen

evenement gericht parkeercapaciteit

horeca en ondergeschikte

parkeergelegenheid voldoende

voor voldoende

op de bedrijfsactiviteit pendeldiensten

detailhandel tijdens deze

parkeergelegenheid.

binnen de bestemming

parkeerplaatsen

'Verkeer'

zijn, kan het perceel

van agrarisch met waarden - overloop parkeren parkeerterrein

zijn

ingezet

georganiseerd die druk

worden van en naar

parkeervoorziening;

c.

ten behoeve

van parkeren

evenementen

is toegestaan.

Indien op de centrale

met de aanduiding 'parkeerterrein'

niet

ter plaatse van de aanduiding 'specifieke evenementen'

tijdens evenementen

vorm

gebruikt worden als overloop (maximaal 100 parkeerplaatsen).

Huisvestingseizoensarbeiders

Het gebruik van bestaande

bedrijfsgebouwen

huisvesting van seizoensarbeiders zelfstandige wooneenheden het bepaalde

3.4.7

toegestaan.

toegestaan:

bezocht worden zal bij onvoldoende

3.4.6

vorm van agrarisch met waarden - kleinschalig

van kleinschalig kamperen

Evenementen

Ter plaatse van de aanduidingen a.

boerderij'

mestsilo van maximaal 260 m2.

en/of stacaravans en/of woonunits ten behoeve

is toegestaan,

en geen

indien geen

sprake van permanente

sprake is van zelfstandige bewoning. Tevens

van de

bewoning dan wel

moet worden voldaan aan

in 3.3.3.

Gebruik ten behoeve van wonen

Behalve ten behoeve overkappingen

van agrarisch gebruik, is gebruik van de bedrijfswoning, bijgebouwen

bij de bedrijfswoning en de bijbehorende

waarbij de volgende

regels

gronden ten behoeve

en

van wonen toegestaan,

gelden: 19 Regels bestemmingsplan Moleneind, Loon op Zand'

a.

Het gebruik ten behoeve

van wonen mag uitsluitend plaatsvinden binnen het bouwvlak.

b.

Het gebruik ten behoeve

van wonen mag uitsluitend plaatsvinden door de hoofdbewoner(s), de

c.

agrarische bedrijfsvoering

op de locatie dient te zijn beëindigd.

Uitsluitend de bestaande

bedrijfswoning mag gebruikt worden als woning, waarbij dit gebouw

wordt aangemerkt d.

als belangrijkste

Behalve ten behoeve

hoofdgebouw.

van agrarisch gebruik, mogen de bijgebouwen

bedrijfswoning uitsluitend

worden gebruikt ten behoeve

houdend met wonen, waarbij de oppervlakte ten

en overkappingen

bij de

van huishoudelijk gebruik verband

behoeve

van dit gebruik niet meer

mag bedragen

dan 80 m2.

3.4.8 Voorwaardelijke verplichting landschappelijke inpassing Binnen 3 jaar na het onherroepelijk te zijn gerealiseerd, opgenomen

beheerd

worden van dit bestemmingsplan

dient de landschappelijke inpassing

en in stand gehouden conform het 'Landschappelijk inpassingsplan' zoals

in bijlage 1 bij deze

regels.

3.5 Afwijken van de gebruiksregels 3.5.1

Gebruik bedrijfsbebouwing veehouderij

Het bevoegd lid 3.4.1

gezag kan een

omgevingsvergunning

verlenen

voor het afwijken van het bepaalde

onder a voor het gebruik van bebouwing binnen het bouwvlak ten behoeve

waarbij moet worden voldaan aan de volgende a.

Het gebruik is enkel

b.

Er dienen aan een

toegestaan

maatregelen

voldaan aan de nadere

regels

in

veehouderij,

voorwaarden:

ten behoeve

te worden getroffen

zorgvuldige veehouderij.

van een

van een

veehouderij.

en in stand te worden gehouden

Er is sprake van een

die invulling geven

zorgvuldige veehouderij

indien wordt

die hieromtrent op basis van de Interim Omgevingsverordening

Noord-Brabant door Gedeputeerde

Staten zijn gesteld,

zoals die regels

gelden

op het moment van

besluitvorming . c.

De ontwikkeling is vanuit een

goede

leefomgeving

en gelet

op de volksgezondheid,

inpasbaar in de

omgeving. d.

Er is aangetoond dat de kans op cumulatieve objecten,

in de bebouwde

geurhinder (achtergrondbelasting)

kom niet hoger is dan 12 X en in het buitengebied

X, tenzij er -indien blijkt dat de achtergrondbelasting hoger is dan voornoemde maatregelen

worden getroffen

achtergrondbelasting,

welke

door de veehouderij ten minste de eigen

die tot een

daling leiden

op geurgevoelige

niet hoger is dan 20 percentages-

van de

bijdrage aan de overschrijding van de

achtergrondbelasting compenseert. e.

Er is aangetoond dat de achtergrondconcentratie, een jaargemiddelde

fijnstofconcentratie

vermeerderd

(PM10) op gevoelige

met de bijdrage van het initiatief, objecten

veroorzaakt van maximaal

31,2 pg/m3 . f.

Er is een

zorgvuldige dialoog gevoerd,

gericht op het betrekken

van de belangen

van de omgeving

bij het initiatief.

20 Regels bestemmingsplan Moleneind, Loon op Zand’

3.5.2

Gebruik bedrijfswoning als plattelandswoning

Het bevoegd

gezag kan een

omgevingsvergunning

verlenen

voor het afwijken van het bepaalde

lid 3.1 onder b voor het gebruik van de bedrijfswoning, bijbehorende bijbehorende

bijgebouwen

in

en overkappingen

en de

gronden voor wonen (plattelandswoning), waarbij moet worden voldaan aan de volgende

voorwaarden: a.

Uitsluitend de bestaande

bedrijfswoning, gelegen

binnen een

worden als woning, waarbij dit gebouw wordt aangemerkt b.

Behalve ten behoeve

agrarisch bouwvlak, mag gebruikt

als belangrijkste

van agrarisch gebruik, mogen de bijgebouwen

bedrijfswoning uitsluitend

worden gebruikt ten behoeve

houdend met wonen, waarbij de oppervlakte ten

hoofdgebouw.

en overkappingen

bij de

van huishoudelijk gebruik verband

behoeve

van dit gebruik niet meer

mag bedragen

dan 80 m2. c.

De agrarische bedrijvigheid

is en blijft als hoofdfunctie aanwezig. De aanwezigheid van een

volwaardig bestaand bijbehorend bedrijf kan in ieder

geval worden aangetoond middels een

advies

van de AAB; d.

Er dient sprake te zijn van een verantwoord woon- en leefklimaat, plaatse van de betreffende

woning dient te voldoen aan artikel 5.2 van de Wet milieubeheer.

e.

Voor het overige

in 3.2.3

de regels

en overkappingen

3.5.3

en 3.2.4

met betrekking tot een

bedrijfswoning en bijgebouwen

van toepassing zijn.

Uitbreiding gebruiksoppervlakte nevenfuncties

Het bevoegd

gezag kan een

voor het uitbreiden

omgevingsvergunning

van het gebruik ten behoeve

verlenen

voor het afwijken van het bepaalde

van de nevenfuncties

dan niet in combinatie met uitbreiding van bebouwing onder 3.3.4, 'specifieke volgende

waarbij de luchtkwaliteit ter

vorm van agrarisch met waarden - educatieve

zoals opgenomen

in lid 3.4.3

in artikel 3.4.3

al

ter plaatse van de aanduiding

boerderij',

waarbij moet worden voldaan aan de

voorwaarden:

a.

De oppervlakte van de educatieve

b.

De oppervlakte van de bed and breakfast/vakantiewoning

ruimte bedraagt maximaal 500 m2; bedraagt maximaal 150 m2 waarbij

sprake is van maximaal 5 verblijfseenheden; c.

De oppervlakte ten behoeve (uitsluitend in ondergeschikte

van productiegebonden

detailhandel/detailhandel

in streekproducten

vorm en dienstbaar aan de ter plaatse toegestane

voorzieningen)

bedraagt maximaal 100 m2; d.

De oppervlakte ten behoeve van 150 m2 toegestaan.

van kleinschalige horeca bedraagt maximaal 200 m2 en een

Ten behoeve

van deze

functie is in totaal een

terras

oppervlakte van 350 m2

toegestaan. e.

De oppervlakte ten behoeve

f.

Ter plaatse van de aanduiding 'overige bebouwing ten behoeve

van de sanitairruimte bedraagt maximaal 50 m2. zone - beperkingen

van de nevenfuncties

veehouderij

die wordt aangemerkt

opgenomen

in nadere

regels

veehouderij'

uitsluitend toegestaan

als grondgebonden

veehouderij

is uitbreiding van indien sprake is van een

op grond van de criteria die zijn

die hieromtrent op basis van de Interim Omgevingsverordening

Noord-Brabant door Gedeputeerde

Staten zijn gesteld,

zoals die regels

gelden

op het moment van

besluitvorming: 1.

De veebezetting

bedraagt niet meer dan 2.75 GVE/ha, berekend

over de grond die blijkens de

gecombineerde

opgave bij het bedrijf in gebruik is, voor zover gelegen

binnen 15 kilometer van

de bedrijfslocatie. 2.

Tenminste

75^) van de op het bedrijf geproduceerde

mest, uitgedrukt in fosfaat, wordt

aangewend

op grond die blijkens de gecombineerde

opgave bij het bedrijf in gebruik is voor

gewassen

die overwegend

voor de eigen

bedrijfsvoering

binnen 15 kilometer van de bedrijfslocatie. gecombineerde 3.

Tenminste

worden geteeld,

Een veehouder

opgave aan dat de veehouderij

voor zover gelegen

toont via de jaarlijkse

aan dit criterium voldoet.

95^) van het ruwvoer (gras en mais), uitgedrukt in fosfaat, wordt gewonnen

grond die blijkens de gecombineerde

opgave bij het bedrijf in gebruik is voor gewassen

op die

21 Regels bestemmingsplan Moleneind, Loon op Zand’

overwegend

voor de eigen

bedrijfsvoering

kilometer van de bedrijfslocatie.

worden geteeld,

Daarbij is tenminste

afkomstig uit ruwvoer (gras en mais). Een veehouder BEX aan dat de veehouderij Indien in de veehouderij

4.

voor zover gelegen

binnen 15

50^) van het fosfaat in het rantsoen toont via een jaarlijkse rapportage uit

aan dit criterium voldoet.

dieren

worden gehouden

uitsluitend of in hoofdzaak ten behoeve

van

natuurbeheer.

3.5.4

Nieuwe nevenfuncties en verbrede landbouw

Het bevoegd 3.4.3

gezag kan een

omgevingsvergunning

voor het toestaan van andere

bij agrarische bedrijven,

nevenfuncties

verlenen

voor het afwijken van het bepaalde

en vormen van verbrede

waarbij moet worden voldaan aan de volgende

in lid 3.1 en

landbouw binnen het bouwvlak

voorwaarden:

a.

De agrarische functie blijft op het bouwvlak als hoofdfunctie aanwezig en herkenbaar.

b.

Het agrarisch bouwvlak wordt ten behoeve

van de nevenfunctie

en/of vormen van verbrede

landbouw niet uitgebreid. c.

De volgende

nevenfuncties

de nevenfuncties 1. 2.

en vormen van verbrede

in artikel 3.1, tevens

landbouw bij het agrarische bedrijf zijn, naast

toegestaan:

agrarisch technisch hulpbedrijven, agrarische verwante gezamenlijke

oppervlakte van 400 m2;

zorgboerderijen

en kinderboerderijen

tot een

bedrijven

tot een

maximum gezamenlijke

maximum

oppervlakte van 250

m2;

d.

3.

statische binnenopslag tot een

4.

de oppervlakte ten behoeve

Bij cumulatie van meerdere

maximum gezamenlijke

oppervlakte van 1.000 m2;

van groepsaccommodaties

vormen van nevenfuncties

bedraagt niet meer dan 500 m2;

en/of vormen van verbrede

inbegrip van statische opslag, bedraagt de totale oppervlakte e.

Buitenopslag ten behoeve

van de nevenfunctie

landbouw, met

maximaal 2.000 m2.

en/of vormen van verbrede

landbouw is niet

toegestaan. f.

De nevenfunctie

en/of vormen van verbrede

verkeersaantrekkende g.

De nevenfunctie

en/of vormen van verbrede

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=LoonOpZand&id=f92d5573-1569-4391-93a5-591b829118a1