CConstaterende datLoon op Zand
Koppel je AI →
Document · PDF

30-03-2023 kleiner bestand Toelichting ontwerp-bestemmingsplan Moleneind Loon op Zand.pdf

Raadsvergadering 30 maart 2023, gemeente Loon op ZandBij agendapunt: Raadsvoorstel over vaststelling bestemmingsplan Moleneind Loon op Zand31.941 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

18

Toelichting bestemmingsplan Moleneind, Loon op Zand

die op peildatum 21 september 2013 legaal aanwezig was; de grondgebondenheidseis geldt hier dan ook niet voor. Dit is wel het geval op het moment dat een ander gebouw in gebruik wordt genomen als dierenverblijf of als nieuwe bebouwing wordt opgericht (zowel ten behoeve van de veehouderij als ten behoeve van de nevenactiviteiten). De regels van het bestemmingsplan maken uitbreiding van bebouwing mogelijk, wat betekent dat getoetst dient te worden aan de grondgebondenheidseisen zoals opgenomen in de nadere regels omtrent grondgebondenheid die op basis van de Interim Omgevingsverordening Noord-Brabant door Gedeputeerde Staten zijn gesteld. Om de grondgebondenheid van het agrarisch bedrijf Moleneind 29 bij ontwikkelingen te verankeren in de regels wordt middels de bestaande aanduiding ‘overige zone - beperkingen veehouderij’ een koppeling gelegd met de grondgebondenheidscriteria uit de ‘Nadere regels zorgvuldige veehouderij’. Deze criteria worden in de regels van het bestemmingsplan verwerkt 1.

2.

3.

4.

De veebezetting bedraagt niet meer dan 2,75 GVE/ha, berekend over de grond die blijkens de gecombineerde opgave bij het bedrijf in gebruik is, voor zover gelegen binnen 15 kilometer van de bedrijfslocatie. Tenminste Ĩ5% van de op het bedrijf geproduceerde mest, uitgedrukt in fosfaat, wordt aangewend op grond die blijkens de gecombineerde opgave bij het bedrijf in gebruik is voor gewassen die overwegend voor de eigen bedrijfsvoering worden geteeld, voor zover gelegen binnen 15 kilometer van de bedrijfslocatie. Een veehouder toont via de jaarlijkse gecombineerde opgave aan dat de veehouderij aan dit criterium voldoet Tenminste 95% van het ruwvoer (gras en maïs), uitgedrukt in fosfaat, wordt gewonnen op grond die blijkens de gecombineerde opgave bij het bedrijf in gebruik is voor gewassen die overwegend voor de eigen bedrijfsvoering worden geteeld, voor zover gelegen binnen 15 kilometer van de bedrijfslocatie. Daarbij is tenminste 500Ko van het fosfaat in het rantsoen afkomstig uit ruwvoer (gras en mais). Een veehouder toont via een jaarlijkse rapportage uit BEX aan dat de veehouderij aan dit criterium voldoet. Indien in de veehouderij dieren worden gehouden uitsluitend of in hoofdzaak ten behoeve van natuurbeheer.

Vestiging niet-agrarische functie in landelijk gebied In het landelijk gebied gelden regels ten aanzien van de vestiging van niet-agrarische functies op een bestaand bouwperceel (artikel 3.73). Onderhavige ontwikkeling ziet op de vestiging van een schapenboerderij in landelijk gebied, waarbij educatieve, recreatieve en horeca-nevenactiviteiten worden ondernomen. Onderstaand wordt getoetst aan de verschillende voorwaarden. 1) Een bestemmingsplan van toepassing op Landelijk gebied kan voorzien in de vestiging van een nietagrarische functie op een bestaand bouwperceel als aan de volgende voorwaarden is voldaan: a. de vestiging past binnen de ontwikkelingsrichting van het gebied waarbij de volgende aspecten zijn betrokken: 1. een gebiedsgerichte benadering welke activiteiten en functies passen in de omgeving; Het gebied ten zuiden van Kaatsheuvel maakt onderdeel uit aan de regionale visie voor het gebied (Landschapspark Pauwels). Deze visie geeft richting aan de mogelijkheden en functies die binnen dit gebied gewenst zijn. Hier past de vestiging van recreatieve, educatieve en (kleinschalige) horeca-functie bij bestaande agrarische bedrijfslocaties goed binnen. 2.

welke effecten de mogelijke ontwikkeling heeft op andere aspecten, waaronder mobiliteit, agrarische ontwikkeling, leefbaarheid en leegstand elders;

19

Toelichting bestemmingsplan Moleneind, Loon op Zand

Het hergebruik van de agrarische bedrijfslocatie voorkomt verloedering en leegstand, bevordert de leefbaarheid van het buitengebied en houdt deze in stand. De ruimtelijke en milieuaspecten komen in de volgende hoofdstukken aan bod. 3.

2)

3)

hoe de vestiging bijdraagt aan het versterken van de omgevingskwaliteit, waaronder een bijdrage aan de sloop van overtollig en leegstaand vastgoed in het Landelijk gebied. Er vindt een kwaliteitsslag plaats voor het landschap door de renovatie van de agrarische bedrijfsbebouwing ten behoeve van de schapenhouderij en de verschillende nevenactiviteiten, het versterken van de bestaande landschappelijke inpassing en het onderhoud van de beplanting rondom de locatie bij aan de omgevingskwaliteit

b.

er vindt geen splitsing plaats van het bouwperceel; Er vindt geen splitsing plaats van het bouwperceel.

c.

overtollige bebouwing wordt gesloopt; Er wordt geen overtollige bebouwing gesloopt; de totale oppervlakte agrarische bedrijfsbebouwing wordt hergebruikt.

d.

de vestiging heeft geen betrekking op: 1. een kantoor met baliefunctie; 2. lawaaisport; 3. mestbewerking. De vestiging heeft geen betrekking op bovenstaande voorzieningen.

Het bestemmingsplan dat de vestiging mogelijk maakt, borgt dat de functie, ook op langere termijn, past binnen de ontwikkelingsrichtingen stelt daartoe regels: a. overeen bij de omgeving passende omvang en publieksaantrekkende werking; De verkeersaantrekkende werking wordt in paragraaf 4.4 verantwoord. b.

welke specifieke gebruiksactiviteit is toegestaan; In de regels van het bestemmingsplan wordt geborgd welke gebruiksactiviteiten zijn toegestaan.

c.

dat opslag en stalling plaatsvindt in gebouwen; Er is sprake van opslag en stalling van materiaal en materieel in een van de gebouwen.

d.

dat de ontwikkeling verplaatst naar een passende locatie als deze niet langer past binnen de maximaal toegestane omvang. Binnen de agrarische bestemming kan de initiatiefnemer de gewenste activiteiten ontplooien. Naar de toekomst toe geeft deze oppervlakte voldoende ontwikkelingsmogelijkheden voor de bedrijfsmatige nevenactiviteiten.

Als een binnen de omgeving passende omvang geldt voor: a. bedrijvigheid, dat deze kleinschalig is en past binnen een gemengde omgeving waardoor het niet doelmatig is om deze te vestigen op een bedrijventerrein; De te vestigen recreatieve en educatieve bedrijfsactiviteiten zijn activiteiten die qua aard en omvang goed passen in het buitengebied van de gemeente Loon op Zand en bij de doelstellingen voor het Landschapspark Pauwels. Het bekijken van mogelijkheden voor vestiging op een bedrijventerrein is hier niet aan de orde. b.

een detailhandelsvoorziening, een omvang van het verkoopvloeroppervlak van ten hoogste 200 m2;

20

Toelichting bestemmingsplan Moleneind, Loon op Zand

Onderdeel van het plan is om de verkoop van streekproducten mogelijk te maken. In het bestemmingsplan wordt in de regels vastgelegd dat de oppervlakte van deze voorziening maximaal 100 m2 mag bedragen. c.

een voorziening ten dienste van vrije-tijd en zorg, een omvangvan de bebouwing van ten hoogste 1 hectare. De omvang van het bouwperceel die wordt gebruikt ten behoeve van de niet-agrarische nevenactiviteiten bedraagt circa 0,63 hectare (deel locatie ten noorden van de weg Moleneind).

Aanvullende regels voor vrije-tijds voorziening Voor voorzieningen voor verblijfsrecreatie zijn in artikel 3.75 aanvullende regels opgenomen. Voor verblijfsrecreatie is het belangrijk dat permanente bewoning wordt voorkomen en dat is geborgd dat het terrein bedrijfsmatig worden beheerd. De nieuwe (verblijfs)recreatieve voorzieningen worden niet permanent bewoond en worden door de initiatiefnemer bedrijfsmatig beheerd. Afwijkende regels omvang vrije-tijds voorziening In artikel 3.76 zijn afwijkende regels opgenomen voor de omvangvan een vrije-tijdsvoorziening. Aangezien de oppervlakte van het bouwperceel dat wordt gebruikt ten behoeve van de niet-agrarische nevenactiviteiten minder dan 1 hectare bedraagt, zijn deze aanvullende regels niet van toepassing. Conclusie Geconcludeerd kan worden dat onderhavige ontwikkeling voldoet aan de regels uit de Interim Omgevingsverordening Noord-Brabant.

3.3

Regionaal beleid

3.3.1

Landschapspark Pauwels

De stad Tilburg wil middels een drietal stadsregionale parken de groene verbinding tussen de stad en het natuurrijke buitengebied versterken. Eén van de drie parken is het Stadsregionaal park Noord oftewel Landschapspark Pauwels In de Omgevingsvisie Tilburg 2040 (september 2015) wordt de ambitie uitgesproken om van het Stadsregionaal park Noord een postmodern 21e-eeuws experimenteerpark te maken, waar een combinatie van industriecultuur en landschap samen komen. Het landschap van de stadsrand ten noorden van Tilburg is nu een wat vergeten en nauwelijks gewaardeerd gebied. Om deze kern heen liggen ook prachtige en waardevolle gebieden zoals het Noorderbos, de Brand, een prachtig vennengebied, de Loonse en Drunense duinen, de natuurgebieden Huis ter Heide en Lobelia, de nog herkenbare patronen en relicten van de voormalige vloeivelden. De ondernemers in het agrarisch gebied ten oosten van het Noorderbos zijn pioniers voor de verbrede landbouwsector. De volgende figuur toont de begrenzing van het landschapspark.

21

Toelichting bestemmingsplan Moleneind, Loon op Zand

Kaatsheuvel

Plangebied Loonse en Drunense Duinen

-iĻçţòriTÍp.Zánd

k-ì:i7ŕ

údènhóut '

V'?''

'

Ċ. /•ŵ’SfeL1 r#vw v-: .

V.".

yfe9 Berkel-

■'ïfįyŠ

Eń schot.

®í!j

Tilburg

Figuur 8: Uitsnede kaart begrenzing stadsreġionaal park: Landschapspark Pauwels

De ambities uit de Omgevingsvisie van Tilburg heeft verder gestalte gekregen in 'Verborgen Schatten, Manifest Landschapspark Pauwels’. In het manifest worden partijen geënthousiasmeerd om de komende 10 jaar (2016-2026) samen te bouwen aan een landschapspark met ruimte om: 'innovatief te ondernemen’: » nieuwe mogelijkheden te ontplooien voor verbrede landbouw en (verblijfs-)recreatie; » topnatuur te ontwikkelen; » biodiversiteit te vergroten; » slim en innovatief water te beheren; » een hoogwaardig en 'beleefbaar’, goed toegankelijk gebied te ontwikkelen waarmee de recreatiedruk op De Loonse en Drunense Duinen wordt verlicht; » natuur en landschap duurzaam in balans te brengen; » goede, infrastructurele voorzieningen te realiseren die de stad Tilburg naadloos verbindt met alle iconen en het platteland. Het toekomstbeeld van Landschapspark Pauwels is een rijk gelaagd landschap waarin voor alle mensen iets te beleven is: als een stevig geraamte, met voldoende 'vlees aan de botten’. De gemiddelde bezoeker ervaart een mooi landschap met gezellige plekken, terwijl ook de mensen die het gebied goed kennen, aan hun trekken komen door de wat meer verborgen plekjes. De vestiging van de educatieve schapenboerderij sluit met de missie en doelstellingen goed aan op de koers voor het gebied. Met het plan worden nieuwe mogelijkheden ontplooid voor verbrede landbouw en recreatie.

Het plan betreft een uniek concept waarin de verbinding wordt gezocht tussen enerzijds de agrarische sector en daaraan gelieerde maatschappelijke, educatieve en recreatieve activiteiten en anderzijds tussen het totale concepten het omliggende gebied middels natuurbeheer. De beoogde activiteiten leveren met name een bijdrage aan de recreatieve mogelijkheden in het gebied en aan de versterking van het landschap en de ecologische waarden van het gebied.

22

Toelichting bestemmingsplan Moleneind, Loon op Zand

In het masterplan voor het Landschapspark Pauwels wordt gesproken over het realiseren van nieuwe parkeervoorzieningen om de bezoekers te spreiden. Ten aanzien van de realisatie van de centrale parkeergelegenheid is het noodzakelijk huidige en toekomstige bezoekers van Landschapspark Pauwels te faciliteren door onder andere voldoende parkeergelegenheid te bieden. Zoals aangegeven moet dit gebied in de nabije toekomst een aantrekkelijk gebied zijn om de recreatiedruk op het nationaal park te verminderen. Als voorwaarden voor het realiseren van deze voorzieningen worden genoemd dat er in de omgeving iets te beleven is, met horeca-activiteiten, dat er een goede informatievoorziening is en dat de parkeergelegenheid op een goede manier landschappelijk wordt ingepast. Deze dient bij voorkeur ook mogelijkheden te bieden om over te stappen op de fiets. De aanleg van de centrale parkeergelegenheid past binnen deze filosofie. In het masterplan wordt de locatie aan de Moleneind ook aangeduid als locatie voor de parkeervoorziening. Het initiatief past daarmee ook binnen de uitgangspunten van het Masterplan Landschapspark Pauwels.

3.4

Gemeentelijk beleid

3.4.1

Structuurvisie

Op 8 maart 2018 is de structuurvisie 'Loon op Zand 2030 - le herziening’ vastgesteld. In de structuurvisie ligt de missie vast voor de (middel)lange termijn. In de structuurvisie wordt het grondgebied in verschillende zones onderverdeeld. Het plangebied is gelegen in de zones 'Woongebied - lint’ en 'Halfopen cultuurlandschap’ (zie volgende figuur).

Plangebied

woongebied - lint

Gemeente Tilburg

het halfopen cultuurlandschap

Figuur 9: Uitsnede structuurvisiekaart Gemeente Loon op Zand

Karakteristiek in de gemeente Loon op Zand zijn de bebouwingslinten die doorlopen tot in het centrum van de dorpen. Er is altijd een samenhang aanwezig tussen het lint en het achterliggende landschap. Daarmee zijn de linten ook in het buitengebied de identiteitsdragers van het landschap. Nieuwe ontwikkelingen in de linten zijn in principe toegestaan omdat ze kunnen bijdragen aan de stedelijke respectievelijk plattelandseconomie, maar dienen wel de bestaande kwaliteiten van de linten te versterken. Het fraaie halfopen cultuurlandschap met onder andere oude bouwlanden, weides, bosschages, houtwallen en bomenlanen in dit deelgebied is van groot belangvoor de natuur en de aantrekkelijkheid van het gebied.

23

Toelichting bestemmingsplan Moleneind, Loon op Zand

In dit landschap wordt ingezet op behoud en versterking van de kleinschaligheid en de hoge natuurlijke en recreatieve kwaliteiten. Er wordt ruimte geboden aan ontwikkelingen mits de landschappelijke en/of ecologische waarden van het gebied behouden blijven of versterkt worden. Het voornemen ziet onder andere op de ontwikkeling van een educatieve boerderij. Enkele van de doelstellingen van de ontwikkeling zijn het bijdragen aan het welzijn van de regio en het vergroten van natuurwaarden en biodiversiteit in de regio. Binnen dit initiatief wordt bestaande bebouwing benut, waarbij naast een deels agrarische voortzetting ook nieuwe betekenis wordt gegeven aan de invulling. Hierbij wordt nadrukkelijk de relatie met het omliggende landschap gezocht middels landschappelijke inpassing. De realisatie van een centrale parkeergelegenheid doet geen afbreuk aan de waarden van het halfopen cultuurlandschap. Ten behoeve van deze voorziening wordt geen bebouwing opgericht. Daarnaast wordt de parkeerplaats ingepast in het landschap middels houtsingels rondom de permanente parkeerplaatsen. Het voornemen past binnen de structuurvisie van de gemeente Loon op Zand. 3.4.2

Horecavisie Loon op Zand

Voor de gehele gemeente Loon op Zand is een integrale horecavisie opgesteld. Dit visiedocument dient een kader aan te geven waarbinnen de gemeente kan omgaan met de vestiging van nieuwe en uitbreiding van bestaande horeca binnen de gemeente. Horecabedrijven hebben immers een belangrijke rol binnen de leefgemeenschap en zijn een belangrijke bron van werkgelegenheid binnen de gemeente. Uitgangspunt in deze visie is dat de gemeentelijke overheid niet alles middels deze visie wil 'dichtspijkeren' en vastleggen. De visie dient voldoende concreet te zijn om te dienen als richtinggevend kader waarbij een horecaondernemer toch nog altijd zijn ondernemersrisico zelf zal moeten inschatten. Het buitengebied wordt gezien als een verbindende schakel tussen de (horecavoorzieningen in de) dorpen. Er zijn kansen voor bijzondere en aanvullende horecaformules al dan niet gecombineerd met (slow) leisureactiviteiten. De focus in het buitengebied ligt op agrofood, streekproducten, wellness en zorgen arrangementen met natuurbeleving. Deze kleine bedrijven maken tezamen een schakelketting van horeca-en leisureparels die mede het DNA van de gemeente Loon op Zand bepalen. Ten aanzien van horeca bij agrarische bedrijven, geeft de visie aan dat agrarische bedrijven een belangrijke gebiedsversterkende en educatieve functie hebben.

Hun aanwezigheid verhoogt de toeristische aantrekkingskracht van de gemeente Loon op Zand. Het is van belang dat regels aangaande de vestiging en exploitatie van horecabedrijven voor iedereen gelijk zijn. De horecafunctie die is voorzien bij de educatieve boerderij geeft een goede invulling aan deze kans. Het betreft een kleinschalige activiteit deels gelieerd is aan de agrarische bedrijfsvoering van de schapenhouderij en de nevenactiviteiten als educatie, tentoonstellingen, kleinschalig kamperen en een vakantiewoning/bed and breakfast. Het vormt een goede toevoeging aan het aanbod in de gemeente Loon op Zand. Het initiatief past dan ook goed in de horecavisie.

24

Toelichting bestemmingsplan Moleneind, Loon op Zand

3.4.3

Bestemmingsplannen

Op het plangebied zijn de bestemmingsplannen 'Buitengebied 2011’ en 'Herziening Buitengebied 2015’ van toepassing. Deze bestemmingsplannen zijn bij elkaar gebracht in een geconsolideerde versie van het bestemmingsplan ('Buitengebied Geconsolideerd’), waarbij ook aanpassingen zijn meegenomen. De locatie Moleneind 29 heeft de enkelbestemming 'Agrarisch met waarden - Natuur- en landschapswaarden’ meteen gekoppeld bouwvlak (aan beide zijden van de Moleneind) en de functieaanduiding 'intensieve veehouderij’. Op de locatie is ook de functieaanduiding 'specifieke vorm van agrarisch met waarden - leefgebied kwetsbare soorten’ van toepassing. Daarnaast geldt de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie 2’ en valt het plangebied binnen de gebiedsaanduidingen 'overige zone - beperkingen veehouderij’ en 'overige zone - groenblauwe mantel’. Verder is middels een maatvoeringsaanduidingde maximum toegestane oppervlakte bedrijfsbebouwing geregeld. Op de locatie Moleneind ong. is de enkelbestemming 'Agrarisch met waarden - Natuur- en landschapswaarden’, de functieaanduiding 'specifieke vorm van agrarisch met waarden - leefgebied kwetsbare soorten’, de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie 2’ en de gebiedsaanduidingen 'overige zone - beperkingen veehouderij’ en 'overige zone - groenblauwe mantel’. De volgende figuur toont een uitsnede van de verbeelding van het bestemmingsplan.

enkelbestemming: agrarisch met waarden natuur- en landschapswaarden dubbelbestemming: waarde - archeologie 2

im

gebiedsaanduiding: overige zone - beperkingen

gzö

veehouderij gebiedsaanduiding: overige zone - groenblauwe lįĮJĴĨt mantel

Ľb

bouwvlak functieaanduiding: intensieve veehouderij

T-.i

functieaanduiding: specifieke vorm van agrarisch met waarden leefgebied kwetsbare

i--i

soorten maatvoering: maximum oppervlakte:

i- -i

2595 m2

Fiġuur 10: Uitsnede verbeelding bestemmingsplan (plangebied rood omkaderd)

Enkele van de beoogde activiteiten op de locatie Moleneind 29 passen binnen de mogelijkheden die het bestemmingsplan biedt. De schapenhouderij wordt direct planologisch mogelijk gemaakt. Echter, het geheel aan gewenste nevenactiviteiten overschrijdt de mogelijkheden die het bestemmingsplan biedt en past daarmee niet hierbinnen. Derhalve is voor het geheel aan functies een herziening van het bestemmingsplan noodzakelijk. Daarnaast past de realisatie van een centrale parkeervoorziening niet als zodanig binnen de vigerende agrarische bestemming. Dit betekent dat er een bestemmingsplanprocedure dient te worden doorlopen.

25

Toelichting bestemmingsplan Moleneind, Loon op Zand

4.

Ruimtelijke aspecten

4.1

Natuur

De bescherming van de natuur in Nederland vindt plaats door Europese en nationale wetgeving. Hierbij wordt onderscheid gemaakt tussen soortenbescherming en gebiedsbescherming. Deze staan los van elkaar en hebben ieder hun eigen werking. 4.1.1

Gebiedsbescherming

Natura2000-gebieden Natura2000 is de benaming voor een Europees netwerk van natuurgebieden waarin belangrijke flora en fauna voorkomen, gezien vanuit een Europees perspectief. De bescherming van deze gebieden is gebaseerd op internationale verplichtingen (Vogel- en Habitatrichtlijn). Per Natura2000-gebied zijn (instandhoudings)doelen (voor soorten en vegetatietypen) opgesteld. Iedereen die vermoedt of kan weten dat zijn handelen of nalaten, gelet op de instandhoudingdoelen, nadelige gevolgen voor een Natura 2000-gebied kan hebben, is verplicht deze handelingen achterwege te laten of te beperken. Het bevoegd gezag kan schadelijke activiteiten beperken en eisen dat een vergunning op de Wnb wordt aangevraagd. Het meest nabijgelegen Natura2000-gebied betreft Loonse en Drunense Duinen en Leemkuilen op een afstand van circa 2,0 km van het plangebied (zie volgende figuur).

Vlijmens Ven, Moerputten en Bossche Broek Langstraat

Loonse en Drunense Duinen en Leemkuilen Kampina en Oisterwijkse Vennen

A*;- š

jļ -

at

Figuur 11: Ligging Natura2000-gebieden (plangebied rood omkaderd)

Op voorhand is niette zeggen of de ontwikkeling significante effecten op de instandhoudingsdoelstellingen van de Natura2000-gebieden heeft. Derhalve vindt hiernavolgend een toetsing plaats van de verschillende potentiële effecten.

26

Toelichting bestemmingsplan Moleneind, Loon op Zand

Zeer kwetsbare gebieden In de volgende figuur zijn de zeer kwetsbare gebieden in het kader van de Wet ammoniak en veehouderij (Wav) in de nabijheid van het plangebied weergegeven.

F

MĒ

çġÊi Schapenstal

Dichtstbijzijnde kwetsbaar gebied

Zeer kwetsbare gebieden WAV

met 250 meter-zone Zeer kwetsbare gebieden WAV 250 mzone

Figuur 12: Zeer kwetsbare gebieden (Veehouderijbedrijvenkaart provincie Noord-Brabant)

De schapenstal is niet gelegen binnen een zeer kwetsbaar gebied of in een zone van 250 meter daaromheen. Gelet hierop heeft de voorgenomen ontwikkeling geen effect op deze gebieden. Natuur Netwerk Nederland Natuur Netwerk Nederland (NNN) is een samenhangend geheel van natuurgebieden van (inter)nationaal belang met als doel de veiligstelling van ecosystemen met de daarbij behorende soorten, bestaande uit de meest waardevolle natuur- en bosgebieden en andere gebieden met belangrijke aanwezige en te ontwikkelen natuurwaarden. Het netwerk helpt voorkomen dat planten en dieren in geïsoleerde gebieden uitsterven en dat de natuurgebieden hun waardeverliezen. Het beoogde bestemmingsvlak grenst aan 'Natuur Netwerk Nederland’ (zie volgende figuur).

Figuur 13: Ligging Natuur Netwerk Nederland (plangebied rood omkaderd) 27

Toelichting bestemmingsplan Moleneind, Loon op Zand

De bedrijfslocatie Moleneind 29 heeft de functieaanduiding 'specifieke vorm van agrarisch met waarden leefgebied kwetsbare soorten’. Het leefgebied kwetsbare soorten omvat landbouwgronden of andere gronden waarop zeldzame planten of dieren voorkomen, die hoge eisen stellen aan de inrichtingen het gebruik van hun omgeving of waarop het voorkomen van zulke planten of dieren wordt nagestreefd in de beheersgebieden van het Natuur Netwerk Nederland. Onderhavige ontwikkeling zet zich in om de natuurwaarden en biodiversiteit te vergroten door de aanleg van verschillende landschapselementen, bloemrijke akkers en grasland, poelen en bijenkasten daarbij wordt zorgvuldig omgegaan met de (directe) omgeving. Gezien het feit dat de ontwikkeling buiten een gebied behorende tot NNN valt en de aard van betreffende ontwikkeling kan gesteld worden deze niet zal leiden tot aantastingen/of doorkruising van deze gebieden. Ammon ia kemissie en stikstofdepositie natuurgebieden De stikstofdepositie is de belangrijkste factor die voor verstoring in de natuurgebieden kan zorgen. De verstoring heeft betrekking op verzuring en/of vermesting van het desbetreffende gebied. Alle veehouderijbedrijven welke mogelijk gevolgen hebben op een Natura2000-gebied zijn verplicht een vergunningte hebben op grond van de Wet natuurbescherming.

Bij het aanvragen van deze vergunning doet de initiatiefnemer beroep op de Programmatisch Aanpak Stikstof (PAS). Binnen de PAS kan ontwikkelingsruimte bij de provincie worden aangevraagd voor activiteiten welke een stikstofdepositie veroorzaken op een stikstofgevoelig Natura2000-gebied (een Habitatrichtlijngebied). Op de inrichting is een vergunning Wet natuurbescherming van toepassing. Op 1 maart 2016 is een dergelijke vergunning verleend voor de inrichting Moleneind 29 voor een maximale ammoniakemissie van 1.222,0 kg NH3. In de beoogde situatie wordt omgeschakeld naar een schapenhouderij waarin 1.200 schapen worden gehouden. De volgende tabel geeft een overzicht van de ammoniakemissie in de beoogde situatie. Tabel 1: Ammoniakemissie beoogde situatie Diersoort Schapen ouder dan ljaar, inclusief lammeren tot 45 kg

RAV code omschrijving stalsysteem B 1.100 Overige huisvestingssystemen

Aantal dieren 1.200

KgNHą/ dier/jaar

KgNHs totaal/jaar

0,70

840,00

Ten opzichte van de huidige vergunde situatie is er sprake van een afname van ammoniakemissie. Om te bepalen of de inrichting Wnb-vergunningplichtig is, is met het programma Aerius Calculator een berekening uitgevoerd van het projecteffect van de beoogde situatie. Uit deze berekening komt naar voren dat de drempelwaarde wordt overschreden voor in ieder geval het gebied Loonse en Drunense Duinen en Leemkuilen. Daarnaast is een verschilberekening opgesteld, waarbij het verschil tussen de Wnb-vergunde situatie van 1 maart 2016 en de beoogde situatie wordt weergegeven. In de beoogde situatie is zowel de stikstofdepositie als gevolg van het houden van de schapen als de depositie als gevolg van de verkeersaantrekkende werking van de ontwikkeling in beeld gebracht. Hiervoor is uitgegaan van de 'worst case’ situatie (zie voorde berekening van het aantal verkeersbewegingen paragraaf 4.4.2). Hierin zijn tevens de voertuigbewegingen meegenomen van en naar de centrale parkeergelegenheid. De berekening laat op alle natuurgebieden een afname of gelijkblijvende stikstofdepositie zien. Ten opzichte van de vergunde situatie is sprake van intern salderen. Derhalve is er geen sprake van een vergunningplicht. Op 15 september 2021 heeft Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant derhalve besloten de op 13 januari 2020 aangevraagde vergunning Wet natuurbescherming positief te weigeren.

28

Toelichting bestemmingsplan Moleneind, Loon op Zand

Gelet hierop zijn geen significant negatieve effecten op de instandhoudingsdoelstellingen van de omliggende Natura2000-gebieden te verwachten als gevolg van beide fasen. Overige storende effecten Naast stikstofdepositie heeft men te maken met de volgende mogelijke storende aspecten ten gevolge van activiteiten en plannen zoals verlies van oppervlakte, barrièrewerkingen versnippering, verstoring door geluid en licht, trilling, optische verstoring, verstoring door mensen, mechanische effecten, verontreiniging, verdroging en bewuste verandering soortensamenstelling. Gelet op de doelstellingen van onderhavige ontwikkelingen de afstand tot het meest dichtbij gelegen Natura2000-gebied is het niet waarschijnlijk dat zowel vanuit de educatieve boerderij als de centrale parkeergelegenheid verstorende effecten op zullen treden. Daarnaast zet de educatieve boerderij zich juist in de natuurwaarden en biodiversiteit van de regio te vergroten en het stimuleren van een positieve houdingten opzichte van natuur, landschap en duurzaamheid. Directe ammoniakschade In het rapport 'Stallucht en planten’ wordt gesteld dat binnen 25 meter voor zeer gevoelige gewassen en 50 meter voor gevoelige gewassen schade kan optreden door ammoniak.

Op een afstand van circa 150 meter ten noordwesten van de schapenstal zijn kwekerijgronden gelegen waar mogelijk directe ammoniakschade kan optreden bij de in het rapport genoemde gevoelige gewasgroepen. Hier wordt echter aan de minimale afstand voldaan. 4.1.2

Soortenbescherming

In zijn algemeenheid is bij ruimtelijke ingrepen sprake van directe, indirecte, tijdelijke en permanente effecten. Onder directe effecten worden effecten verstaan waarmee planten en dieren rechtstreeks te maken krijgen als gevolg van de beoogde activiteiten. Verlies van habitat en kwaliteit zijn directe effecten en bovendien permanent. Indirecte effecten betreffen onder andere verstoring, waarbij de aanwezigheid van mensen, licht en geluid een rol speelt. Verstoring tijdens eventuele bouwwerkzaamheden is tijdelijk, maar verstoringen kunnen ook een permanent karakter hebben. De toets in het kader van de soortenbescherming is per 1 januari 2017 geregeld in de Wet natuurbescherming (Wnb). De wet voorziet in vereenvoudigde regels ter bescherming van de natuur, in decentralisatie van bevoegdheden naar provincies en in een goede aansluiting op het omgevingsrecht. De wet regelt de beschermingen instandhouding van planten-en diersoorten die in het wild voorkomen. Daarnaast dienen alle in het wild levende planten en dieren in principe met rust worden gelaten. Eventuele schade dient beperkt te worden middels het nemen van mitigerende maatregelen. Als mitigatie niet voldoende is om schade te voorkomen is het verplicht de resterende schade te compenseren. Het plangebied heeft de functieaanduiding 'specifieke vorm van agrarisch met waarden - leefgebied kwetsbare soorten’.

Het leefgebied kwetsbare soorten omvat landbouwgronden of andere gronden waarop zeldzame planten of dieren kunnen voorkomen, die hoge eisen stellen aan de inrichtingen het gebruik van hun omgeving of waarop het voorkomen van zulke planten of dieren wordt nagestreefd in de beheersgebieden van het Natuur Netwerk Nederland. Toets plangebied » De educatieve boerderij zet zich in om de natuurwaarde en biodiversiteit te vergroten door de aanleg van verschillende landschapselementen, bloemrijke akkers en grasland, poelen en bijenkasten daarbij wordt zorgvuldig omgegaan met de (directe) omgeving; de voorgenomen activiteiten vormen een meerwaarde en daarmee een bijdrage aan de ecologische en landschappelijke kwaliteiten van de omgeving; » Er wordt geen bebouwing gesloopt; alle bebouwing wordt hergebruikt. Daarnaast wordt geen bestaande beplanting verwijderd; 29

Toelichting bestemmingsplan Moleneind, Loon op Zand

»

»

De omliggende gronden (waaronder andere het kleinschalig kamperen, de pluktuin en de parkeervoorzieningen worden gerealiseerd) zijn reeds sinds lange tijd in gebruik als agrarische grond. Door de intensieve bewerking van het land (maaien, bemesten) is het zeer onwaarschijnlijk dat zich hier en in de directe omgeving van het plangebied beschermde soorten voorkomen; Door middel van het aanbrengen van beplanting wordt de ontwikkeling landschappelijk ingepast. De erfbeplantingsluit aan bij de bestaande structuren en gebiedssoorten en draagt bij aan een aantrekkelijkere leefomgeving waardoor nieuwe rust- en verblijfplaatsen voor eventueel voorkomende soorten worden gecreëerd. Hiermee wordt een positieve bijdrage geleverd aan de ecologische en landschappelijke waarden van het gebied.

De geplande activiteiten leiden niet tot overtredingen van de Wet natuurbescherming. De ontwikkeling op de bedrijfslocatie heeft naar verwachting geen effecten op beschermde dier- en plantensoorten. Een ontheffing van de Wet natuurbescherming is dan ook niet noodzakelijk.

4.2

Landschappelijke inpassing

Onderhavige ontwikkeling ligt in het hoevenlandschap rondom Loon op Zand. Dit is een kleinschalig landschap met kleine akkers, omrand door hagen en singels. Het kenmerkt zich door overwegend verspreid liggende bebouwing, kleinschalige verkaveling met heggen en kleine bosjes, overwegend akkers, uitwaaierende wegen en paden die veelal in dorpen samenkomen en enkele bebouwingslinten. Hierin is dit landschapstype vooral te vinden op de dekzandrug tussen Loon op Zand en Tilburg. Conform de 'Werkafspraken kwaliteitsverbetering landschap Hart van Brabant, actualisering 2015’, versie 26 november 2015 is in de gemeente Loon op Zand voor de beoogde ontwikkeling een landschappelijke inpassingvereist. Aan de landschappelijke inpassing worden geen kwantitatieve normen gekoppeld waaraan voldaan moet worden, maar worden enkele kwalitatieve eisen opgesteld. De landschappelijke inpassing van de locatie bestemmingsvlak wordt gerealiseerd op basis van een landschappelijk inpassingsplan (zie bijlage). Het plan wordt geïntegreerd in een totaal landschapsontwikkelingsplan voor de locatie en de omliggende gronden die in eigendom zijn van de gemeente Tilburg en die worden ingezet voor landschapsontwikkeling in het kader van het Landschapspark Pauwels. De landschappelijke inpassing is dan ook onderdeel van een groter geheel.

Landschappelijk inpassingsplan Het totale plangebied wordt op een zorgvuldige manier landschappelijk ingepast. De centrale parkeergelegenheid wordt landschappelijk ingepast door het aanbrengen van een tweetal haagsingels. Aan de westzijde van het parkeerterrein wordt een haagsingel gerealiseerd ter afscheiding tussen de parkeerplaats en de educatieve schapenboerderij. Oostelijk van de 30 permanente parkeerplaatsen wordt een tweede singel aangelegd die zorgt voor de inpassing van de permanente parkeerplaatsen vanuit oostelijke richting. Verspreid op de parkeerweide wordt een zevental inheemse solitaire bomen aangeplant. Rondom de educatieve boerderij is reeds beplanting aangebracht, in de vorm van beukenhagen, gemengde hagen, fruitbomen en inheemse bomen. Voor een omschrijving van de beplantingselementen en de landschappelijke inpassing wordt verwezen naar het landschappelijk inpassingsplan in de bijlage. De volgende figuur toont een uitsnede van het landschappelijk inpassingsplan.

30

Toelichting bestemmingsplan Moleneind, Loon op Zand

f\

; .-«ŕ

X*

weide

# ÿįj W^u

-

O* , i naifstam halfstam

iUŵHH

Ä*

i-sa« SSser.

A ** * .

hoogslam fruitbomen (app

1:__ . en peer)

Figuur 14: Uitsnede landschappelijk inpassingsplan

4.3 4.3.1

Cultuurhistorische en archeologische waarden Cultuurhistorische waarden

Cultuurhistorie neemt een belangrijke plaats in de ruimtelijke ordening. Met cultuurhistorische waarden dient bij het opstellen van ruimtelijke plannen rekening gehouden te worden in de vorm van bescherming en behoud van deze karakteristieke gebiedswaarden. Volgens de 'Cultuurhistorische Waardenkaart 2010, herziening2016’ van de provincie Noord-Brabant is het plangebied gelegen in 'De Meierij’, een regio van provinciaal cultuurhistorisch belang (zie volgende figuur).

31

Toelichting bestemmingsplan Moleneind, Loon op Zand

Regio Meijerij

Moleneind: lijn van redelijk hoge waarde

Cultuurhistorisch landschap Loonse en

Historische geografie — Zeer hoog

ir M

Drunense Duinen

—

Hoog Redelijk hoog

Figuur 15: Uitsnede ‘Cultuurhistorische Waardenkaart 2010, herziening 2016’ Noord-Brabant

De Meierij bestaat uit verschillende dekzandruggen, beekdalen en dekzandvlaktes. Over grote oppervlakten ligt Brabants leem in de ondergrond. De regio wordt gekenmerkt door een kleinschalig mozaïek van oude en jonge ontginningslandschappen en woeste gronden. Karakteristiek zijn de vele kleine dorpen, met ieder hun eigen karakter en relatie met het landschap. Ook zijn een aantal plattelandsdorpen uitgegroeid tot middelgrote steden of industriekernen. De grote stedelijke gebieden zijn met elkaar verbonden door een netwerk van snelwegen, provinciale wegen, kanalen en spoorlijnen. Verder valt het plangebied binnen het cultuurhistorisch landschap Loonse en Drunense Duinen. Het betreft het grootste stuifzandgebied van Brabant. Vanuit cultuurhistorisch oogpunt bezien liggen de waarden in de elementen en structuren uit verschillende perioden, die tezamen een beeld geven van de geschiedenis van bewoning en gebruik van dit bijzondere gebied en de strijd die geleverd moest worden tegen de natuurlijke krachten, die dorpen en akkers bedreigden. Het plangebied is gelegen aan weerszijden van de Moleneind; dit betreft een historische lijn van redelijk hoge waarde. Haaks op deze lijn, tussen de schapenstal en opslagloods loopt nog een historische lijn van redelijk hoge waarde.

Verder is oostelijk van de locatie van het beoogde parkeerterrein een onverharde zijweg van Moleneind gelegen die is aangeduid als lijn van hoge waarde. Onderhavig plan ziet niet op de realisatie van nieuwe bebouwing. De ontwikkeling heeft geen nadelige invloed op cultuurhistorische waarden en vormt derhalve geen belemmering. 4.3.2

Archeologische waarden

Bij de opstellingen uitvoering van ruimtelijke plannen moet rekening gehouden worden met bekende archeologische waarden en de te verwachten archeologische waarden. Het uitgangspunt hierbij is dat het archeologisch erfgoed moet worden beschermd op de plaats waar het wordt aangetroffen. Gezien dit uitgangspunt moeten, in het geval van voorgenomen ruimtelijke ontwikkelingen in gebieden met een hoge of middelhoge verwachtingswaarde voor archeologisch erfgoed, de archeologische waarden door middel van een vooronderzoek in kaart worden gebracht.

32

Toelichting bestemmingsplan Moleneind, Loon op Zand

Volgens de kaart 'Geactualiseerde archeologische verwachtingen (2017)’ van de gemeente Loon op Zand is het plangebied gelegen binnen een gebied met een hoge archeologische verwachting (zie volgende figuur).

Plangebied

Archeologische verwachting Hoge verwachting Middelhoge verwachting Lage verwachting Geen verwachting Verstoring door bebouwing

Figuur 16: Uitsnede ‘Geactualiseerde archeologische verwachtingen (2017)’ van de gemeente Loon op Zand.

Dit beleid is vertaald in het bestemmingsplan buitengebied. Het plangebied heeft hierin de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie 2’. Hier geldt dat voor het bouwen van bouwwerken met een oppervlakte groter dan 100 m2 en met een diepte van 0,5 meter onder maaiveld, een archeologisch onderzoek dient te worden uitgevoerd. Het initiatief ziet niet op het bouwen van nieuwe bouwwerken; de beoogde activiteiten op de educatieve boerderij vinden voornamelijk plaats binnen de bestaande bebouwingen binnen het bouwvlak. Een archeologisch onderzoek is hier dan ook niet noodzakelijk. Voor wat betreft de centrale parkeergelegenheid en de noordelijk van het Moleneind beoogde overloopparkeergelegenheid geldt dat er geen bodemverstoringen plaatsvinden van groter dan 100 m2én dieper dan 50 centimeter. Indien tijdens werkzaamheden toch archeologische vondsten worden gedaan, dient hiervan melding te worden gemaakt bij het bevoegd gezag. 4.3.3

Aardkundige waarden

De aardkundige waarden binnen de provincie verdienen specifieke aandacht vanwege de onvervangbaarheid ervan. De provincie heeft deze waarden beschermd in de Interim Omgevingsverordening Noord-Brabant. Dit is doorvertaald in het bestemmingsplan, waar het aardkundig waardevol gebied 'Loonse en Drunense Duinen’ planologisch beschermd is middels een aanduiding. De locatie is echter gelegen buiten het aardkundig waardevol gebied.

4.4

Ontsluiting, verkeer en parkeren

4.4.1

Ontsluiting

Binnen het plangebied is een vijftal inritten aanwezig reeds waarmee de locatie ontsloten wordt op de weg Moleneind (zie volgende figuur). Daarnaast is een extra inrit aanwezig die het agrarisch perceel ten oosten van de locatie (aan de noordzijde van de weg Moleneind) ontsluit. In de beoogde situatie blijven deze inritten gehandhaafd en vinden de verkeersbewegingen van en naar het bedrijf en de gebouwen ten behoeve van de nevenactiviteiten via deze inritten plaats.

33

Toelichting bestemmingsplan Moleneind, Loon op Zand

Inritten behoeve van bedrijfswoning

Figuur 17: Ligging inritten

Ten behoeve van de centrale parkeergelegenheid dient een nieuwe inritte worden gerealiseerd. Hiertoe wordt een omgevingsvergunning aangevraagd. 4.4.2

Verkeer

De ontwikkeling brengt een toename van verkeersbewegingen met zich mee door het ontstaan van verschillende nieuwe activiteiten. Deze verkeersbewegingen in de beoogde situatie worden gegenereerd enerzijds door de bewoners, bezoekers van de educatieve boerderij (met horeca- en terrasvoorziening), bezoekers van de minicamping, de vakantiewoning/bed and breakfast, de pluktuin en incidentele evenementen op de locatie Moleneind 29, en anderzijds door de bezoekers van het Landschapspark Pauwels en het nabijgelegen geboortebos die parkeren op de centrale parkeergelegenheid. Om te bepalen hoeveel verkeersbewegingen de ontwikkeling met zich meebrengt, is hiervan een berekening gemaakt. Waar mogelijk wordt uitgegaan van de kencijfers verkeersgeneratie zoals gepubliceerd in de CROW-module 'Kencijfers parkeren en verkeersgeneratie’. Het gebied kan worden gekarakteriseerd als niet stedelijk buitengebied. De volgende tabel geeft een overzicht van de verkeersbewegingen van alle activiteiten en functie in de beoogde situatie.

34

Toelichting bestemmingsplan Moleneind, Loon op Zand

Tabel 2: Verkeersgeneratie initiatief Moleneind 29 beoogde situatie (op basis van module ‘Kenoijfers parkeren en verkeersgeneratie’ CROW) Functie (buitengebied)

Kencijfers (dagelijks; per eenheid)

Aantal dagelijkse verkeersbewegingen

Moleneind 29 (educatieve boerderij)

Woning (koop, vrijstaand) Horeca (restaurant) (100 m2) Terras (café (200 m2)) Bed 8í breakfast (hotel; 5 kamers) Educatieve ruimte (300 m2) (tentoonstelling, workshops) Activiteitenruimte mestsilo Camping/kampeerterrein (25 standplaatsen)

8,6 per woning Café/bar 12,7 per 10 kamers

9 50 50 7 50

0,4 per standplaats

Totaal

20 10 196

^ 98 motorvoertuigen**) * Geen kencijfers beschikbaar ** Een bezoekend motorvoertuig is goed voor een tweetal verkeersbewegingen (heen en terug)

Bovenstaand overzicht van de gemotoriseerde verkeersbewegingen die de educatieve boerderij genereert behoeft enige nuancering. Het totaal aantal berekende verkeersbewegingen is een optelsom van de verkeersbewegingen die alle functies op locatie Moleneind 29 tezamen genereren. Dit zou het geval zijn als alle activiteiten tegelijk op één dag plaatsvinden. In de praktijk is dit echter niet het geval. Ten eerste is er sprake van een overlap en veel bezoekers zullen met andere vervoermiddelen de locatie aandoen (fiets, te voet), waardoor het werkelijke aantal verkeersbewegingen per gemotoriseerd voertuig lager zal liggen. Verder vinden alle verkeersbewegingen nooit op eenzelfde moment op de dag plaats, maar dient dit aantal te worden uitgesmeerd over één dag, waardoor sprake is van een lagere intensiteit. Uitsluitend op dagen waarop sprake is van een evenement ligt het aantal verkeersbewegingen veel hoger dan op een gemiddelde weekdag. Bovendien hebben de evenementen een incidenteel karakter. In de regels van het bestemmingsplan wordt geborgd dat op de educatieve boerderij maximaal 5 keer per jaar een evenement gericht op de bedrijfsactiviteit plaatsvindt. Daarnaast zullen de evenementen die plaatsvinden ter plaatse van het naastgelegen geboortebos ook incidenteel van aard zijn en zich beperken tot hooguit een aantal keren per jaar (boomplantdagen).

Naar schatting genereren deze evenementen circa 200 verkeersbewegingen per keer. Het aantal gemotoriseerde verkeersbewegingen op een gemiddelde werkdag zal hooguit 20 bedragen; op een gemiddelde (maatgevende) weekenddag in het hoogseizoen zal sprake zijn van hooguit 50 ge m oto riseerde ve rkee rs bewegi n ge n. Routering Om de straat Moleneind vanuit de kern Loon op Zand zoveel mogelijk te ontlasten en te ontzien vindt de routering naar de educatieve boerderij en de centrale parkeergelegenheid middels bewegwijzering via de Udenhoutseweg/Houtsestraat en het onverharde gedeelte van Moleneind plaatsen niet vanuit het dorp Loon op Zand richting de locatie (via het westelijk deel van de Moleneind) (zie volgende figuur).

35

Toelichting bestemmingsplan Moleneind, Loon op Zand

■ffil Loon op Zand

Moleneind (verhard) Moleneind (onverhard gedeelte) Routering

ţHoutsestraat Udenhoutseweg

Figuur 18: Routering verkeer (plangebied rood omkaderd)

Op deze manier wordt voornamelijk het gemotoriseerd verkeer via deze route geleid en wordt drukte op de weg Moleneind (vanuit het dorp) zoveel als mogelijk voorkomen, zodat de verkeersveiligheid op dit deel van Moleneind niet in het gedrang komt. Verder zal in de communicatie en informatievoorziening over de locatie en de evenementen die er plaatsvinden, deze route worden aangegeven als de manier om de locatie te bereiken. Met deze maatregel wordt voorkomen dat het aangezicht van de weg Moleneind wijzigt. Aangezien grote verkeersstromen richting de locatie incidenteel zullen plaatsvinden, blijft de belasting van deze onverharde route beperkt tot enkele dagen per jaar. Doordat de gemotoriseerde verkeersstromen hier gescheiden van de langzaam verkeersstromen (fietsers, voetgangers) plaatsvinden, is de verkeersveiligheid op dit gedeelte van de Moleneind niet in het geding. De wegen hebben voldoende capaciteit om de extra verkeersbewegingen veilig te verwerken. 4.4.3

Parkeren

Ten aanzien van parkeren is het uitgangspunt dat parkeren moet plaatsvinden op eigen terrein. Voor het totale plangebied is een parkeerbalans opgesteld waarin per activiteit/initiatief de parkeerbehoefte is berekend voor motorvoertuigen, gebaseerd (indien mogelijk) op de parkeernormen uit 'Uitwerking parkeerbeleid Loon op Zand’ (2016). Bij de berekeningen is uitgegaan van een worst case scenario:

36

Toelichting bestemmingsplan Moleneind, Loon op Zand

Educatieve boerderij Moleneind 29 De volgende tabel toont de parkeerbehoefte van het initiatief op de locatie Moleneind 29. Tabel 3: Parkeerbehoefte beoogde situatie Functies/activiteiten

Functietype (conform parkeerbeleid*)

Parkeernorm (aantal parkeerplaatsen per eenheid)*

Aantal parkeerplaatsen

Bedrijfswoning (1) Horeca (100 m2) Terras (200 m2) Bed 8i breakfast (5 kamers) Educatieve ruimte (300 m2) (tentoonstelling, workshops) Activiteitenruimte voormalige mestsilo (260 m2) Camping (25 standplaatsen) Evenementen (maximaal 12 keer per jaar)

Woning (type: groot ŕ 135 m2 GBO) Restaurant Café/bar Bed 8i breakfast Congresgebouw/evenementen

2,4 per woning 13 per 100 m2 bvo 6 per 100 m2 bvo 1 per kamer 8,5 per 100 m2 bvo

3 13 12 5 26

-

-

5

-

1,2 per kampeerplaats

-

-

30 100

Totaal

194

De parkeerplaatsen ten behoeve van de woning worden noordwestelijk van de woning gesitueerd (aparte inrit aan de westzijde van de woning). Voor de verschillende activiteiten op de locatie Moleneind 29 en de omliggende gronden (geboortebos) staat de centrale parkeergelegenheid ter beschikking. Voor de evenementen, die maximaal 12 keer per jaar worden gehouden (zoals lammetjesdagen) wordt ook deze parkeergelegenheid gebruikt evenals het weiland ten oosten van de locatie Moleneind 29 (dit gebruik zal in het bestemmingsplan voor deze locatie worden geborgd middels de aanduiding 'specifieke vorm van agrarisch met waarden - overloop parkeren evenementen). Overigens gaat het hier om een 'worst case scenario’; met name in het voorjaar en de zomer zal een groot deel van de bezoekers de locatie per fiets bezoeken. Landschapspark Pauwels Zoals aangegeven moet Landschapspark Pauwels in de nabije toekomst een aantrekkelijk gebied zijn om de recreatiedruk op het nationaal park Loonse en Drunense Duinen te verminderen. In dit kader is het noodzakelijk huidige en toekomstige bezoekers aan dit gebied te faciliteren door onder andere voldoende parkeergelegenheid te bieden. De locatie aan Moleneind betreft qua ligging een geschikte locatie hiervoor. De centrale parkeerplaats biedt voldoende parkeerplaatsen (100 stuks) voor bezoekers die vanuit dit punt te voet of per fiets het gebied intrekken.

Geboortebos Zoals aangegeven in het principeverzoek zal het geboortebos één keer per jaar tijdens de Nationale Boomfeestdag veel bezoekers trekken. Deze kunnen in dit geval de centrale parkeergelegenheid gebruiken. Indien deze parkeerplaats te weinig ruimte biedt, kan het weiland bij Moleneind 29 als overloopgebied worden gebruikt. De centrale parkeervoorziening moet dus worden bezien in een breder perspectief en zal ter beschikking staan ten dienste van alle activiteiten en initiatieven in de omgeving. De volgende figuur geeft de ligging van de parkeergelegenheden weer.

37

Toelichting bestemmingsplan Moleneind, Loon op Zand

Parkeergelegenheid Parkeren bedrijfswoning

weiland bij evenementen (100 parkeerplaatsen)

Kleirsctiafig kamperen

i. s snit iř)

ļ Centra te parkeergelegenheid ţ 100 sluks)

Geboortebos

Centrale parkeergelegenheid (30 parkeerplaatsen verhard; 70 parkeerplaatsen onverhard (totaal 100 parkeerplaatsen))

Figuur 19: Ligging parkeergelegenheden

I n richti ng centra Ie pa rkeergelegen heid De centrale parkeergelegenheid heefteen parkeercapaciteitvan 100 parkeerplaatsen. 30 parkeerplaatsen betreffen permanente parkeerplaatsen op gestabiliseerd gras; de overige parkeerplaatsen betreffen parkeerplaatsen op grasland. In de praktijk betekent dit dat de uiterlijke verschijningsvorm van de parkeerplaats beperkt zich tot het verharde gedeelte van de parkeerplaats. De stabilisatie van de ondergrond met grastegels van de permanente parkeerplaats maakt jaarrond gebruik mogelijk, waarbij de gewenste informele uitstraling van de parkeerplaats behouden blijft. Een aantal keer per jaar worden evenementen georganiseerd, zoals bijvoorbeeld de plantdagvan de geboortebomen. Hierbij is een groter aantal parkeerplaatsen noodzakelijk. Hiervoor staat de 'overloopparkeerplaats’ (75 stuks op grasland) ter beschikking. De lage frequentie van dergelijke evenementen maakt dat het niet noodzakelijk is om extra voorzieningen te treffen ten behoeve van de stabilisatie. Het permanente gedeelte van de parkeerplaats krijgt de bestemming Verkeer’ met de aanduiding ’parkeerterrein’; de overloopparkeerplaats houdt de bestemming 'Agrarisch met waarden - Natuur- en landschapswaarden’ met de aanduiding 'specifieke vorm van agrarisch met waarden - overloop parkeren’.

38

Toelichting bestemmingsplan Moleneind, Loon op Zand

5.

Milieuaspecten

Milieuaspecten spelen een rol in de ruimtelijke planvorming wanneer aan een gebied functies worden toegekend die een milieubelasting doen ontstaan of doen toenemen. Door middel van een goede ruimtelijke ordening kan een milieubelasting ook worden beperkt of worden voorkomen, zodat wordt bijgedragen aan de duurzame ontwikkeling van de gemeente. Milieuaspecten worden daartoe integraal en vanaf een zo vroeg mogelijk stadium in het planvormingsproces betrokken. Hierdoor wordt het milieubelang volwaardig afgewogen tegen andere belangen die evenzeer claims leggen op de beschikbare ruimte.

5.1

Milieueffectrapportage

Voor plannen en besluiten die belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu (kunnen) hebben dientop basis van wet- en regelgeving vaak een m.e.r.-procedure doorlopen te worden. De activiteit in de bedrijfslocatie betreft de oprichting van een installatie voor het fokken, mesten of houden van dieren. Uit onderdeel D van de bijlage bij het Besluit Milieueffectrapportage (agrarisch: activiteit 14) blijkt dat er voor de activiteit oprichten/uitbreiden/wijzigen van een installatie voor het houden van ten hoogste 2.000 stuks schapen of geiten geen m.e.r.-beoordelingsplicht geldt. Echter, op 7 juli 2017 is het gewijzigde Besluit m.e.r. in werking getreden. Het Besluit m.e.r. is gewijzigd ter implementatie van de Wijzigingsrichtlijn m.e.r. Het gewijzigde Besluit m.e.r. kent een nieuwe procedure voor de zogenaamde vormvrije m.e.r.-beoordeling. De vormvrije m.e.r.-beoordeling is geregeld in artikel 2, vijfde lid, onder b, van het Besluit m.e.r. De nieuwe vormvrije m.e.r.-beoordelingsprocedure vereist dat voor elke aanvraag waarbij een vormvrije m.e.r.-beoordeling aan de orde is, door initiatiefnemer een aanmeldingsnotitie moet worden opgesteld. Het bevoegd gezag dient vervolgens binnen zes weken een m.e.r.-beoordelingsbesluit te nemen. Dit besluit hoeft, anders dan in de formele m.e.r.-beoordelingsprocedure, niet in de Staatscourant gepubliceerd te worden.

De initiatiefnemer voegt het (vormvrije) m.e.r.-beoordelingsbesluit bij de vergunningaanvraag. Een rapportage vormvrije m.e.r.-beoordeling is opgesteld. Hierin wordt onderhavig initiatief getoetst en beoordeeld op effecten op het milieu. Het bevoegd gezag heeft hierop een besluit genomen, dat als bijlage is toegevoegd.

5.2

Bodem

Wettelijke basis In het bestemmingsplan dient rekening gehouden te worden met de bodemkwaliteit ter plaatse. De reden hiervoor is dat eventueel aanwezige bodemverontreiniging van groot belang kan zijn voorde keuze van bepaalde bestemmingen en/of voorde uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan. De bodemtoets moet worden uitgevoerd bij het wijzigen of opstellen van een bestemmingsplan of projectbesluit. Aanleidingen doel Het doel van de bodemtoets bij ruimtelijke plannen is de bescherming van de bodem. Beoordeeld dient te worden of de bodem geschikt is voor de geplande functie en of sprake is van een eventuele saneringsnoodzaak. Aanleiding van de bodemtoets vormt de bouw van de nieuwe agrarische bedrijfs bebouwing. Toets plangebied In de beoogde situatie wordt op de locatie Moleneind 29 de agrarische bedrijfsbebouwing hergebruikt, deels ten behoeve van niet-agrarische bedrijfsactiviteiten; er wordt geen bebouwing gesloopt. Verder wordt

39

Toelichting bestemmingsplan Moleneind, Loon op Zand

geen nieuwe bebouwing opgericht. Aangenomen kan worden dat de bodemkwaliteit ter plaatse reeds geschikt is voor de uitoefening van bedrijfsmatige activiteiten. Ter plaatse van het te realiseren parkeerterrein zijn geen gegevens bekend dat zich in het verleden bodembedreigende activiteiten hebben voorgedaan. De bodemgesteldheid vormt geen bedreiging voor het toekomstig gebruik. Een verkennend bodemonderzoek wordt dan ook niet noodzakelijk geacht. Het aspect bodem vormt geen belemmering voor onderhavige ontwikkeling.

5.3

Water

Het plangebied is niet gelegen binnen of in de nabijheid van een beschermingszone van een grondwaterwingebied voorde openbare drinkwatervoorziening of een waterbergingsgebied. Daarnaast is in de directe omgeving geen gebied ter behoud en herstel van waterlopen gelegen (zie volgende figuur).

«

ÍŴ ‘Ą

*1

Figuur 20: Uitsnede kaart ‘Instruotieregels gemeenten: grondwaterbescherming, waten/eiligheid en -berging’ Interim Omgevingsverordening Noord-Brabant

Onderhavige ontwikkeling vormt geen belemmering c.q. bedreiging voor de hydrologisch waardevolle en kwetsbare gebieden. De waterhuishoudkundige gevolgen binnen het plan, waaronder de omgang met hemelwater, worden behandeld in de waterparagraaf (hoofdstuk 6).

5.4

Geurhinder en veehouderij

De Wet geurhinder en veehouderij schept het kader voor de onderbouwing van nieuwe plannen voor het aspect geur. De Wgv heeft ook consequenties voor de ontwikkeling van nieuwe ruimtelijke projecten. Dit wordt de omgekeerde werking genoemd. Een geurnorm is bedoeld om mensen te beschermen tegen geurhinder, omgekeerd moet het bevoegd gezag dan ook niet toestaan dat nieuwe projecten gerealiseerd worden op plaatsen waar de geurhinder onaanvaardbaar hoog is of door nieuwe ontwikkelingen te hoog zal worden. De grondslag hiervan ligt in de Wet ruimtelijke ordening (Wro). Bij besluitvorming omtrent een

40

Toelichting bestemmingsplan Moleneind, Loon op Zand

bestemmingsplan moet worden bepaald of er sprake is van een 'goede ruimtelijke ordening’. Er moet worden nagegaan of een partij onevenredig in haar belangen wordt geschaad. Ook voor geurhinder betekent dit dat de volgende aspecten nader onderzocht moeten worden: » Wordt iemand onevenredig in zijn belangen geschaad? (belang veehouderij; berekening voorgrondbelasting); » Is ter plaatse een goed woon- en verblijfklimaat gegarandeerd? (belang geurgevoelig object; berekening achtergrondbelasting). Onder voorgrondbelasting wordt verstaan de individuele geurbelasting op het plangebied van de aanwezige veehouderijen in de omgevingvan het plangebied (belang veehouderij). Onder achtergrondbelastingwordt verstaan de cumulatieve geurbelasting op het plangebied als gevolg van de aanwezige veehouderijen in de omgevingvan het plangebied (belang geurgevoelig object). De centrale parkeergelegenheid betreft geen geurgevoelig object in het kader van de Wet geurhinder en veehouderij. Deze wordt in de toetsingdan ook buiten beschouwing gelaten. Normen voorgrondbelasting De gemeenten Loon op Zand en Tilburg hebben voor hun grondgebied geen verordening geurhinder en veehouderij opgesteld met afwijkende geurnormen. Dit betekent dat getoetst dient te worden aan de maximale normen zoals opgenomen in de Wgv.

Voor geurgevoelige objecten in het buitengebied geldt een maximale geurnorm van 14,0 ouE/m3; voor geurgevoelige objecten in de bebouwde kom geldt een maximale geurnorm van 3,0 ouE/m3. Tabel 4: Wettelijke geurnormen Gebied Binnen bebouwde kom Buiten bebouwde kom

Norm in ouę/iĩi3 3,0 14,0

Toetswaarden achtergrondbelasting In de Interim Omgevingsverordening Noord-Brabant zijn voor veehouderijen normen gesteld aan de geurbelasting. Bij ontwikkeling van de veehouderij (uitbreiding, vestiging of omschakeling) dient aangetoond te worden dat de kans op cumulatieve geurhinder op gevoelige objecten in de bebouwde kom niet hoger is dan 1296 en in het buitengebied niet hoger is dan 2096, tenzij de ontwikkeling van de veehouderij leidt tot een daling van de achtergrondbelasting. Een achtergrondconcentratie van 20 ouE/m3 bij 98 percentiel veroorzaakt maximaal 2096 kans op geurhinder in het buitengebied. In de bebouwde kom is een goed woon- en leefklimaat te borgen indien de achtergrondconcentratie niet hoger is dan 10 ouE/m3. Dit komt overeen met een kans op geurhinder die niet hoger is dan 1296. De cumulatieve geurbelasting wordt aan deze waarden getoetst. 5.4.1

Voorgrondbelasting

Voor de bepaling van de voorgrondbelasting in de beoogde situatie wordt uitgegaan van de maximale geuremissie in deze situatie. De volgende tabel geeft een weergave van deze geuremissie. Tabel 5: Geuremissie beoogde situatie Diersoort RAV code omschrijving stalsysteem Schapen ouder dan ljaar, inclusief lammeren tot 45 kg

B 1.100 Overige huisvestingssystemen

41

Aantal dieren 1.200

OUę/S/

OUę/S

dier

totaal 7,80

9.360,00

Toelichting bestemmingsplan Moleneind, Loon op Zand

De geurbelasting in de beoogde situatie op de geurgevoelige objecten in de omgeving is berekend middels het programma V-Stacks Vergunning. De volgende tabel geeft de resultaten weer van deze berekening. De invoergegevens en de resultaten zijn toegevoegd als bijlage. Tabel 6: Voorgrondbelasting Geurgevoelig object

Moleneind 17, Loon op Zand Moleneind 13, Loon op Zand Moleneind 11, Loon op Zand Schorsmolenstraat 17, Loon op Zand Oliemolenstraat 14, Loon op Zand Moleneind 41, Loon op Zand Loonse Molenstraat 17, Loon op Zand Loonsemolenstraat 11, Tilburg Loonse Molenstraat la, Udenhout Houtsestraat8, Udenhout Udenhoutseweg3, Loon op Zand Moleneind 25, Loon op Zand (recreatiewoning)

Geurnorm (ouĘ/m3)

Voorgrondbelasting (ouĘ/m3)

14,0 14,0 14,0 3,0 3,0 14,0 14,0 14,0 14,0 14,0 14,0 14,0

1,4 1,1 0,9 0,3 0,3 0,6 0,6 0,7 0,3 0,2 0,4 7,8

Er wordt ruimschoots voldaan aan de geurnormen. Daarnaast dient opgemerkt te worden dat de schapen slechts een korte periode in de wintermaanden (circa 3 maanden) binnen de inrichting verblijven. Ingevolge artikel 3, tweede lid van de Wet geurhinder en veehouderij (Wgv) bedraagt de afstand tussen een veehouderij en een geurgevoelig object dat onderdeel uitmaakt van een andere veehouderij of op of na 19 maart 2000 opgehouden heeft onderdeel uítte maken van een andere veehouderij, ten minste 50 meter indien het geurgevoelig object buiten de bebouwde kom is gelegen. Binnen de bebouwde kom geldt een minimaal vereiste afstand van 100 meter. Daarnaast moet minimaal een afstand tot de gevels van dierenverblijven worden gerespecteerd, welke respectievelijk 25 en 50 meter bedraagt voor buiten en binnen de bebouwde kom. De woning Moleneind 25 betreft een voormalige agrarische bedrijfswoning van een veehouderij die na 19 maart 2000 is beëindigd. Dit betekent dat getoetst dient te worden aan de vaste afstand van 50 meter. De woning is gelegen op meer dan 50 meter afstand van het emissiepunt van de schapenstal. Hiermee wordt aan de vaste afstand voldaan. 5.4.2

Achtergrondbelasting

De geurbelasting ten gevolge van meerdere intensieve veehouderijen in de omgeving vormt de achtergrondbelasting. De achtergrondbelasting bepaalt het woon- en leefklimaat op een locatie. Om het woon- en leefklimaat te bepalen is de achtergrondgeurbelasting ter plaatse van het plangebied bepaald middels het rekenprogramma V-Stacks Gebied. Hiervoor zijn alle veehouderijbedrijven in een straal van 2,0 kilometer rondom het plangebied betrokken. De volgende tabel geeft de cumulatieve geurbelasting weer op de geurgevoelige objecten (zie ook bijlage). Tabel 7: Achtergrondbelasting Geurgevoelig object

Toetswaarde (ouĘ/m3)

Achtergrondbelasting (ouĘ/m3)

20,0 20,0 20,0 10,0 10,0 20,0 20,0

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=LoonOpZand&id=9bf883a8-b66d-42d5-b25d-51b9e7f786df