CConstaterende datLoon op Zand
Koppel je AI →
Document · PDF

30-03-2023 kleiner bestand Toelichting ontwerp-bestemmingsplan Moleneind Loon op Zand.pdf

Raadsvergadering 30 maart 2023, gemeente Loon op ZandBij agendapunt: Raadsvoorstel over vaststelling bestemmingsplan Moleneind Loon op Zand31.941 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

I *Agron

V* Bestemmingsplan Moleneind, Loon op Zand Toelichting

advies

Plangebied Moleneind 29 en ong., Loon op Zand Omschrijving project Vestiging educatieve boerderij Moleneind 29 en aanleg centrale parkeergelegenheid Moleneind ong. Projectnummer: AAA38.R001 en TILB01.R001 Datum en versie rapportage: 19 april 2022, versie 04 Opdrachtgevers: De Lachende Ooi Moleneind 29 5175 NZ Loon op Zand Gemeente Tilburg Postbus 90155 5000 LH Tilburg Opdrachtnemer Agron Advies B.V. Pastoor van Schijndelstraat 33a 5469 PS Boerdonk Tel: 0492-347761 Email: info@agronadvies.nl

Toelichting bestemmingsplan Moleneind, Loon op Zand

Inhoudsopgave 1.

Inleiding..................................................................................................................................................... 1 1.1 Algemeen..........................................................................................................................................1 1.2 Ligging plangebied............................................................................................................................ 1 1.3 Opbouw bestemmingsplan.............................................................................................................. 2

2.

Omschrijving plan......................................................................................................................................4 2.1 Bestaande situatie........................................................................................................................... 4 2.2 Gewenste situatie............................................................................................................................. 6

3.

Beleid......................................................................................................................................................10 3.1 Rijksbeleid...................................................................................................................................... 10 3.2 Provinciaal beleid...........................................................................................................................11 3.3 Regionaal beleid.............................................................................................................................21 3.4 Gemeentelijk beleid........................................................................................................................23

4.

Ruimtelijke aspecten.............................................................................................................................. 26 Natuur............................................................................................................................................ 26 4.1 4.2 Landschappelijke inpassing........................................................................................................... 30 4.3 Cultuurhistorische en archeologische waarden............................................................................ 31 4.4 Ontsluiting, verkeer en parkeren................................................................................................... 33

5.

Milieuaspecten....................................................................................................................................... 39 5.1 Milieu effectra p po rta ge...................................................................................................................39 5.2 Bodem............................................................................................................................................ 39 5.3 Water..............................................................................................................................................40 5.4 Geurhinder en veehouderij............................................................................................................ 40 5.5 Bedrijven en milieuzonering........................................................................................................... 44 5.6 Geluid.............................................................................................................................................45 5.7 Luchtkwaliteit.................................................................................................................................

46 5.8 Externe veiligheid...........................................................................................................................48 5.9 Volksgezondheid.............................................................................................................................50

6.

Waterpa ragraaf...................................................................................................................................... 53 6.1 Watertoets...................................................................................................................................... 53 6.2 Oppervlaktewater...........................................................................................................................54 6.3 Grondwater.................................................................................................................................... 55 6.4 Afvoer hemelwater..........................................................................................................................55

7.

Uitvoerbaarheid...................................................................................................................................... 57 7.1 Maatschappelijke uitvoerbaarheid................................................................................................ 57 7.2 Economische uitvoerbaarheid....................................................................................................... 57

8.

Juridische verantwoording...................................................................................................................... 58 8.1 Algemene opzet............................................................................................................................. 58 8.2 Toelichting op de verbeelding........................................................................................................ 58 8.3 Toelichting op de regels................................................................................................................. 58

Bijlagen Bijlage 1

Situatietekening beoogde situatie Toelichting bestemmingsplan Moleneind, Loon op Zand

Bijlage 2 Bijlage 3 Bijlage 4 Bijlage 5 Bijlage 6 Bijlage 7 Bijlage 8

Berekeningen stikstofdepositie Aerius Calculator Landschappelijk inpassingsplan Besluit op vormvrije m.e.r.-beoordeling Invoergegevens en resultaten berekeningen V Stacks Vergunningen Gebied Standaardadvies Veiligheidsregio 2020 Ve rs I a g voo rove rl eg Eindverslag inspraak

Toelichting bestemmingsplan Moleneind, Loon op Zand

1.

Inleiding

1.1

Algemeen

Voorliggend plan heeft betrekking op de veehouderijlocatie Moleneind 29 te Loon op Zand en het perceel ten oosten van deze locatie, dat in eigendom is van de gemeente Tilburg. Beide locaties vormen in dit plan het plangebied. De veehouderijlocatie Moleneind 29 is in eigendom van De Lachende Ooi, gespecialiseerd in landschapsbeheer door inzet van schaapskuddes in natuurterreinen en andere terreinen (zoals dijken, golfbanen). De initiatiefnemer is voornemens op deze locatie een educatieve schapenboerderij te vestigen. Deze boerderij is gericht op met name recreatieve en educatieve activiteiten rondom de schapenhouderij. Op het perceel ten oosten van deze locatie (hierna: Moleneind ong.) is de gemeente Tilburg voornemens een parkeerterrein te realiseren onder andere ten behoeve van het Landschapspark Pauwels. Op het plangebied zijn de bestemmingsplannen 'Buitengebied 2011’ en 'Herziening Buitengebied 2015’ van toepassing. Het plangebied heeft de enkelbestemming 'Agrarisch met waarden - Natuur-en landschapswaarden’ met de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie 2’, de functieaanduiding 'specifieke vorm van agrarisch met waarden - leefgebied kwetsbare soorten’ en de gebiedsaanduidingen 'overige zone - beperkingen veehouderij’ en 'overige zone - groenblauwe mantel’. De locatie Moleneind 29 heeft daarnaast meteen gekoppeld bouwvlaken de functieaanduiding 'intensieve veehouderij’.

De schapenhouderij met bedrijfswoning is rechtstreeks toegelaten binnen de kaders van het vigerende bestemmingsplan. Voor het geheel aan overige recreatieve nevenfuncties geldt dat deze in strijd zijn met het bestemmingsplan. Dit geldt ook voor de aanleg van de parkeergelegenheid. Voor beide ontwikkelingen is dan ook een herziening van het bestemmingsplan noodzakelijk. Deze rapportage vormt de toelichting voor bovengenoemde bestemmingsplanprocedure. Hierin wordt ingegaan op de relatie met het geldende bestemmingsplan en zullen andere aspecten, die verband hebben met het realiseren van het plan, zoals economische uitvoerbaarheid, ruimtelijke effecten van het project op de omgevingen milieuaspecten, besproken worden.

1.2

Ligging plangebied

Het plangebied is gelegen in het buitengebied van de gemeente Loon op Zand, op een afstand van circa 1 kilometer ten zuidoosten van de kern Loon op Zand, circa 2 kilometer ten westen van de kern Udenhout (gemeente Tilburg) en op circa 2 kilometer ten noorden van Tilburg. De locatie Moleneind 29 bestaat uit twee separate vlakken, die worden gescheiden door de weg Moleneind, en bestaat uit de percelen die kadastraal bekend staal als gemeente Loon op Zand, sectie E, nummers 3768 (ged.), 4402, 5928, 5929 en 5877. Het perceel ten oosten van Moleneind 29 staat kadastraal bekend als gemeente Loon op Zand, sectie E, nummer 5876 (gedeeltelijk). Op circa 2,0 kilometer ten noorden van het plangebied ligt 'Nationaal park De Loonse en Drunense Duinen’, een ruim 3.500 hectare groot natuurgebied. Dit bestaat enerzijds grotendeels uit een afwisseling van droge zandverstuivingen en naaldbos en anderzijds uit de uítgestrekte beekdalzone van de Zandleij.

1

Toelichting bestemmingsplan Moleneind, Loon op Zand

De volgende figuren geven de ligging van het plangebied weer. SM

v'TŢT

Loon op Zand (gemeente

Nationaal Park De Loonse en Drunense duinen

■ĝ&jĘĶjm J-opri op Zrnrl

Loon op Zand)

:SĘ:EK DRmÉŃSE

'ĨĮeŴ's

Udenhout (gemeente Tilburg) Gè mèen t ątìf įŗj t j

wļirìîįiz ìmm Äįļį ww JÍŞSÄÌ

Tilburg 'Zŵaluwerìhitm

Berkêl-E

íi"i^,Í^ĨF Figuur 1: Topografische ligging plangebied (plangebied rood omkaderd)

Figuur 2: Luchtfoto plangebied (plangebied rood omkaderd)

1.3

Opbouw bestemmingsplan

Het voorliggend bestemmingsplan maakt enerzijds de planologische inpassing mogelijk van recreatieve en educatieve nevenactiviteiten bij een schapenhouderij binnen de huidige bestemmingen anderzijds de centrale parkeergelegenheid ten behoeve van onder andere bezoekers van Landschapspark Pauwels.

2

Toelichting bestemmingsplan Moleneind, Loon op Zand

Het bestemmingsplan is vervat in een verbeeldingen regels en gaat vergezeld van een toelichting. Op de verbeelding zijn onder meer de bestemmingen van de in het plangebied begrepen gronden aangegeven. De regels omvatten de bestemmingsbepalingen van de verschillende bestemmingen die in het plangebied voorkomen. De verbeelding en regels vormen het juridisch bindende deel van het bestemmingsplan; de toelichting is van belang als beleidsdocument.

3

Toelichting bestemmingsplan Moleneind, Loon op Zand

2.

Omschrijving plan

2.1

Bestaande situatie

Moleneind 29 In de huidige situatie is binnen het plangebied een voormalige melkveehouderij en vleesveehouderij gevestigd. Hierop is een vergunning/melding van toepassing voor het houden van 70 stuks melkvee, 6 stuks jongvee, 15 vleesstieren en 4 vlees kalveren. De locatie grenst aan de zuid- en zuidoostzijde aan gronden in eigendom van de gemeente Tilburg. Deze gronden worden op termijn natuurlijk ingericht. Op het plangebied zijn de bestemmingsplannen 'Buitengebied 2011’ en 'Herziening Buitengebied 2015’ van toepassing. Het perceel heeft de enkelbestemming 'Agrarisch met waarden - Natuur-en landschapswaarden’ meteen gekoppeld bouwvlak (aan beide zijden van de Moleneind) en de functieaanduiding 'intensieve veehouderij’. Op de locatie is ook de functieaanduiding 'specifieke vorm van agrarisch met waarden - leefgebied kwetsbare soorten’ van toepassing. Daarnaast geldt de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie 2’ en valt het plangebied binnen de gebiedsaanduidingen 'overige zone - beperkingen veehouderij’ en 'overige zone - groenblauwe mantel’. Verder is middels een maatvoeringsaanduidingde maximum toegestane oppervlakte bedrijfsbebouwing geregeld. Het agrarisch bouwvlak heefteen oppervlakte van circa 1,4 hectare.

Binnen de inrichting zijn de volgende gebouwen aanwezig: » Bedrijfswoning: circa 200 m2; » Ligboxenstal melkvee: circa 1.240 m2; » Jongveestal/vleesveestal: circa 300 m2; » Houten kapschuur met aanhang (berging): circa 180 m2; » Opslag- en machineloods: circa 330 m2; » Bakhuisje: circa 30 m2; » Berging: circa 60 m2; » Mestsilo: circa 260 m2; » Kuilvoerplaten. Het plangebied wordt middels een vijftal inritten ontsloten op de Moleneind. Deze straat gaat ten oosten van de het plangebied over in een onverharde weg. De volgende figuren geven een beeld van de huidige situatie.

4

Toelichting bestemmingsplan Moleneind, Loon op Zand

L

'»ï ‘3 r I

^ r Än *

Jongvee/vleesveestal ng r* H JĮ-JW

Houten kapschuur (berging)

'iļļiM

[

'4rs ii

-

Moleneind

1

l

W

T"?

| "

__________ ļ ________ Agrarisch perceel | Moleneind ong

Mestsi o

Bedrijfswoning

Opslagloods

Grens plangebied Ligboxenstal

Kuilvoerplaten

Figuur 3: Situatieschets bestaande situatie

1 -

Figuur 4: Impressie bestaande situatie

Moleneind ong. De locatie Moleneind ong. betreft een perceel dat momenteel agrarisch in gebruik is. Aan de noordzijde wordt dit perceel begrensd door de weg Moleneind, aan de oostzijde door een onverharde weg (zijtak van

5

Toelichting bestemmingsplan Moleneind, Loon op Zand

Moleneind). Westelijk grenst de locatie aan het agrarisch bedrijf Moleneind 29. Ten zuiden van de locatie liggen agrarische percelen, ook in eigendom van de gemeente Tilburg (zie figuur 3).

2.2

Gewenste situatie

Moleneind 29 Het voornemen van de initiatiefnemer betreft de ontwikkeling van een educatieve schapenboerderij op de locatie Moleneind 29 te Loon op Zand. De doelstellingen van deze educatieve boerderij zijn: » Mensen kennis laten maken met het Kempisch Heideschaap De educatieve boerderij wil mensen kennis laten maken met het Kempisch Heideschaap middels lammerendagen en demonstraties. Dit schapenras wordt tevens ingezet door ondernemer in zijn schapenbegrazingsbedrijf dat zich bezighoudt met landschapsbeheer en landbouw. » Bijdragen aan het welzijn en versterken van de regio Tevens wil de educatieve boerderij bijdragen aan het versterken van de regio. Hiervoor wordt een bed 8i breakfast, mini-camping en pluktuin ingericht. Verder worden er streekproducten verkocht en gepromoot. Hiervoor wordt sa menwerking gezocht met partijen in de omgeving. » De natuurwaarde en biodiversiteit van het gebied vergroten Om de natuurwaarde en biodiversiteit van het gebied te vergroten worden onder andere landschapselementen, een bloemen- en fruitpluktuin, bloemrijke akkers en grasland, poelen en bijenkasten aangelegd. Ook zal het groenbeheer op een natuurlijke manier plaatsvinden door begrazingvan schapen.

» Het stimuleren van een positieve houding ten opzichte van natuur, landschap en duurzaamheid De initiatiefnemer heeft als doelstelling het stimuleren van een positieve houding ten opzichte van natuur, landschap en duurzaamheid. De educatieve activiteiten zullen voornamelijk door de stichting 'Educatieve Boerderij Tilburg, Loon op Zand’ gerealiseerd worden. Door onder anderen, maar niet uitsluitend cursussen, workshops en excursies voor schoolklassen en groepen overige bezoekers. Voor gezinnen of individuele bezoekers is een leerpad aanwezigen worden opdrachten op het buitenterrein uitgezet. » Kansen bieden aan mensen met een beperking en/of achterstand tot de arbeidsmarkt. Tot slot wil de educatieve boerderij kansen bieden aan mensen meteen beperkingen/of achterstand tot de arbeidsmarkt door werkgelegenheid te bieden in ondermeer horeca en natuurbeheer. Er wordt, zoveel als nodig is, gebruik gemaakt van inwoners van de regio die op vrijwillige basis de handen uit de mouwen willen steken. Een speciale doelgroep vormt hierbij de 'nieuwe Nederlanders’ uit de omliggende gemeenten. De missie luidt: 'Beleef het landschap naast de deur’. Het gaat hierbij om zowel aandacht en zorg voor de natuur als ook voor de mens zelf.

Natuurmonumenten en de gemeenten Tilburg en Loon op Zand staan open staan voor initiatieven die een waardevolle bijdrage leveren aan de aantrekkelijkheid van het gebied tussen Tilburg en Loon op Zand. De educatieve boerderij kan helpen de recreatiedruk op de Loonse en Drunense Duinen te verminderen. De gemeente Tilburg is erg actief met betrekking tot de realisatie van Landschapspark Pauwels. De beoogde locatie van de educatieve boerderij bevindt zich centraal in dit gebied. Door de afstand tot de Duinen en de woonkernen is deze plek uitermate geschikt voor de combinatie van schapenhouderij, natuurbeheer, educatie en recreatie. De gronden bij de educatieve boerderij maken onderdeel uit van de te realiseren ecologische verbindingszone tussen Huis ter Heide en het Noorderbos enerzijds en De Brand en de Loonse en Drunense Duinen anderzijds. Deze agrarische locatie blijft hierdoor in gebruik als agrarisch bedrijf, met een jonge ondernemer die zijn bedrijf in 2010 is gestart. Zijn bedrijf is gespecialiseerd in landschapsbeheer voor diverse opdrachtgevers 6

Toelichting bestemmingsplan Moleneind, Loon op Zand

in de omgeving zoals Natuurmonumenten, Brabants Landschap, Waterschap Aa en Maas, Bosgroep, Efteling, diverse gemeentes en Groenaannemers. Het plan bestaat uit de volgende onderdelen: » Schapenstal: de bestaande ligboxenstal wordt gebruikt ten behoeve van de huisvesting van 1.200 schapen. Deze schapen worden het grootste gedeelte van het jaar ingezet voor de begrazingvan onder andere natuurgebieden en andere terreinen. Alleen tijdens de lammerperiode bevinden de schapen zich enkele maanden in destal. Destal wordt tijdens lammerendagen opengesteld voor het publiek. Daarnaast worden demonstraties gegeven met de schaapskudde (onder andere schapen scheren); » Educatieve ruimte: de bestaande jongveestal wordt verbouwd tot educatieve ruimte. Hierbinnen zal een expositieruimte worden ingericht, zullen rondleidingen en natuureducatie worden gegeven (aan onder andere schoolklassen), cursussen en workshops georganiseerd, gericht op duurzaamheid, natuur(beheer), landschap, cultuurhistorie en het vak schaapsherder; » Bed and breakfasţ/vakantiewoning: binnen het deel van de bedrijfswoning waar kleinschalig logeren is vergund wordt een bed and breakfast/vakantiewoning van maximaal 5 kamers ingericht; » Vlaamse schuur: de bestaande cultuurhistorisch waardevolle Vlaamse schuur wordt verbouwd tot een kleinschalige horecavoorziening met ontvangstruimte en terras.

Deze fungeert onder andere als voorziening bij de recreatieve en educatieve nevenactiviteiten. Tevens zal hier kleinschalige detailhandel in de vorm van verkoop van streekproducten plaatsvinden en wordteen sanitairruimte ingericht ten behoeve van de kleinschalige camping; » Natuurspeeltuin: aangrenzend aan de horecavoorziening en het terras wordt een natuurspeeltuin gerealiseerd waar kinderen spelenderwijs kennismaken met de natuur; » Kleinschalig kamperen: het terrein ten oosten van de horecavoorziening en natuurspeeltuin wordt ingericht als kampeerterrein voor maximaal 25 kampeermiddelen. Het betreft een basic kampeerterrein, waar het gaat om recreëren inde natuurlijke omgevingen het beleven van het leven meteen schaapskudde. » Pluktuin: ten noorden van de educatieve ruimte wordt een pluktuin aangelegd waar bezoekers zelf kunnen plukken en oogsten. » Bijenstal: ten zuiden van de schapenstal is een bijenstal opgericht. Hier worden bijen gehouden waarmee een belangrijke bijdrage wordt geleverd aan de biodiversiteit en natuurbeheer in het gebied. Dit vormt een onderdeel van de educatieve boerderij; » Activiteitenruimte: de buiten gebruik geraakte mestsilo op het zuidelijk gedeelte van het bouwvlak heeft de mestsilo een ensemblewaarde voor de locatie. Het vormt een element dat ten dienste stond/staat van de agrarische bedrijfsvoering op het perceel.

Elk gebouw en bouwwerk heeft zijn eigen functie (gehad) en vertelt zijn eigen verhaal over de fase waarin het bedrijf zich toentertijd bevond en nu bevindt. In dit licht wil de initiatiefnemer deze mestsilo behouden, renoveren en hierin een activiteitenruimte creëren (bijvoorbeeld meteen panoramamuurschildering/foto van de Loonse en Drunense Duinen). Voor bovenstaande activiteiten wordt gebruikt gemaakt van de bestaande bebouwing. Er wordt geen nieuwe bebouwing opgericht. Het weiland ten oosten van de locatie Moleneind 29 (ten noorden van de weg Moleneind) zal in de beoogde situatie dienen als overloopparkeerplaats in geval van evenementen (maximaal 12 keer per jaar) waaronder lammetjesdagen. Indien ter plaatse van de centrale parkeergelegenheid geen parkeerruimte meer voorhanden is, kan hier geparkeerd worden. Er is ruimte voor het parkeren van een 100-tal auto’s. Hierbij wordt gebruik gemaakt van een bestaande inrit. In de regels van het bestemmingsplan wordt geborgd dat dit terrein slechts kan worden gebruikt indien evenementen plaatsvinden. Moleneind ong. Binnen het plangebied en in de directe omgeving speelt een aantal ontwikkelingen die een verkeersgenererende werking en specifieke parkeerbehoefte hebben. 7

Toelichting bestemmingsplan Moleneind, Loon op Zand

In de eerste plaats dient het Landschapspark Pauwels, waarbinnen het plangebied is gelegen, in de nabije toekomst een aantrekkelijk gebied te zijn om de recreatiedruk op het nationaal park Loonse en Drunense Duinen te verminderen. In dit kader is het noodzakelijk huidige en toekomstige bezoekers aan dit gebied te faciliteren door onder andere voldoende parkeergelegenheid te bieden. De locatie aan Moleneind betreft qua ligging een geschikte locatie hiervoor. Daarnaast hebben de nieuwe activiteiten omtrent de educatieve boerderij een specifieke parkeerbehoefte en verkeersgeneratie tot gevolg. Een groot deel van deze parkeerbehoefte wordt op eigen terrein opgelost. Verder is de gemeente Tilburg voornemens om op de gronden (in eigendom van deze gemeente) ten westen en zuiden van de boerderij een ‘geboortebos’ aan te leggen. Hier worden zogenaamde ‘geboortebomen’ geplant op Nationale Boomfeestdagen. Het doel van de actie is om op symbolische wijze tot uitdrukking te brengen dat elk kind, ongeacht zijn/haar afkomst, moet kunnen opgroeien in een groene, gezonde wereld. De gemeente Tilburg ziet de actie 'Geboorteboom' als bijdrage en middel om de groene stad ambitie en gedachte kracht bij te zetten.

De beoogde locatie is een aantrekkelijke locatie voor de geboortebomen vanwege: » een goede open ligging in landschapspark Pauwels; » ruimte voor 500 bomen; » de mogelijkheid voor een sterk sociaal maatschappelijke koppeling: de Stichting Educatieve Boerderij Tilburg- Loon op Zand heeft educatieve activiteiten bij de ‘Pauwelshoeve’ ontplooid; » koppeling met ondernemer van de ‘Pauwelshoeve’. Hij kan een rol spelen in het beheer van de locatie. Deze drie ontwikkelingen vragen om een centrale parkeergelegenheid, waarmee invulling wordt gegeven aan de parkeerbehoefte. Op de locatie ten oosten van de educatieve boerderij (ten zuiden van de weg Moleneind) wordt daartoe een dergelijke voorziening gerealiseerd meteen 100-tal parkeerplaatsen. Op dit terrein wordt een gedeelte ingericht als permanente parkeervoorziening met 30 parkeerplaatsen. Deze plaatsen zullen regelmatig gebruikt worden en moeten ook met slecht weer bruikbaar zijn. Derhalve wordt gebruik gemaakt van gestabiliseerd gras als ondergrond. De stabilisatie met grastegels maakt jaarrond gebruik mogelijk, waarbij de gewenste informele uitstraling van de parkeerplaats behouden blijft. Daarnaast wordt een ‘overloopparkeerplaats’ met 75 parkeerplaatsen op grasland gerealiseerd. In de eerste plaats is de voorziening bedoeld voor bezoekers van het geboortebos en als recreatief overstappunt voor landschapspark Pauwels.

Daarnaast kunnen bezoekers/vrijwilligers van de educatieve boerderij ook gebruik maken van deze plaatsen. Een aantal keer per jaar worden evenementen georganiseerd, zowel door de gemeente (plantdag van de geboortebomen) als door de educatieve boerderij (lammetjesdagen). In het kader van deze evenementen is de overloopparkeerplaats bedoeld. De lage frequentie van dergelijke evenementen maakt het niet noodzakelijk om extra voorzieningen te treffen ten behoeve van de stabilisatie van deze overloopparkeerplaats. Het terrein wordt ontsloten middels een nieuw te realiseren oprit aan de weg Moleneind. De parkeerplaatsen worden landschappelijk ingepast (en daarmee aan het zicht onttrokken) door middel van een houtsingel, bestaande uit zowel boom- als struikvormers. De volgende figuur toont een situatietekening van de beoogde situatie voor het totale plangebied.

8

Toelichting bestemmingsplan Moleneind, Loon op Zand

Pluktuin

Overloop parkeerplaatsen evenementen weiland (100 sţpks)

katuurspeettuin Kleinschalig kamperen

sch mr h )reca. and *r)

Voormalige' mestsilo Centrale parkeergelegenheid (100 stuks)

Geboortebos (veld 1)

Geboortebos (veld 2)

Figuur 5: Inrichtinġsschets beoogde situatie

De volgende figuur toont het inrichtingsplan voor de centrale parkeervoorziening.

Inrichtingsplan parkeerplaats Moleneind

nieuwe te plaatsen duiker

Overloop parkeerplaats +I- 75 plaatsen op grasland

Permanente parkeerplaats +A 30 plaatsen op gestabiliseerd gras

Houtsingel aanplant in driehoeksverband, tussenafstand 1,25 m

5‘K) Sorbus aucuparia 5% Acer cam pestre heesters (groepen van 3-7) 15% Rhamnus frangula IS1*! Sambucus nigra 1S1*!) Corylus a vellana 15 %Euonymus europaeus

Figuur 6: Inrichtinġsschets beoogde situatie

9

Toelichting bestemmingsplan Moleneind, Loon op Zand

3.

Beleid

3.1

Rijksbeleid

3.1.1.

Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR)

In de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) staan de plannen voor ruimte en mobiliteit. Deze visie vervangt een aantal nationale nota’s, waaronder de Nota Ruimte. In de SVIR schetst het kabinet hoe Nederland er in 2040 uit moet zien: concurrerend, bereikbaar, leefbaar en veilig. Het ruimtelijke beleid en mobiliteitsbeleid wordt meer aan provincies en gemeenten overgelaten. Hieronder valt bijvoorbeeld het landschapsbeleid, verstedelijking en het behoud van groene ruimte. De Rijksoverheid richt zich op nationale belangen, zoals een goed vestigingsklimaat, een degelijk wegennet en waterveiligheid. Tot 2028 heeft het kabinet in de SVIR drie Rijksdoelen geformuleerd: » De concurrentiekracht vergroten door de ruimtelijk-economische structuur van Nederland te versterken (door het creëren van een aantrekkelijk (internationaal) vestigingsklimaat); » De bereikbaarheid verbeteren; » Zorgen voor een leefbare en veilige omgeving met unieke natuurlijke en cultuurhistorische waarden. Onderhavige ontwikkeling draagt met dit initiatief onder andere bij aan de zorg voor een leefbare omgeving. Verder is in de SVIR geen specifiek beleid opgenomen voor onderhavige ontwikkeling. 3.1.2.

Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro)

Op 1 oktober 2012 is aan het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro), waarin rijksregels ten aanzien van de ruimtelijke inrichting van Nederland zijn verzameld, een aantal onderwerpen toegevoegd. Het gaat onder andere om de ecologische hoofdstructuur (momenteel Natuurnetwerk Nederland), elektriciteitsvoorziening, toekomstige uitbreiding hoofd(spoor)wegennet, veiligheid rond rijksvaarwegen. Het Barro bevat geen relevante regels die invloed uitoefenen op onderhavig plan. 3.1.3.

Ladder voor duurzame verstedelijking

De ladder voor duurzame verstedelijking (art.3.1.6. lid 2 Besluit ruimtelijke ordening) is ingericht voor een zorgvuldige afwegingen transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke en infrastructurele besluiten waardoor de ruimte in stedelijke gebieden optimaal wordt benut. De ladder moet verplicht worden toegepast bij ruimtelijke besluiten die een nieuwe stedelijke ontwikkeling (wonen, werken, detailhandel en overige stedelijke voorzieningen) mogelijk maken. Sinds 1 juli 2017 is de gewijzigde Ladder van toepassing (besluit tot wijziging Bro). Een van de wijzigingen betreft een vereenvoudiging door het loslaten van de afzonderlijke 'treden' en het vervangen van het begrip 'actuele regionale behoefte’ door 'behoefte’. Zowel voor nieuwe stedelijke ontwikkelingen binnen als buiten bestaand stedelijk gebied moet de behoefte worden beschreven. Uitgangspunt voor de wijziging is dat met het oog op een zorgvuldig ruimtegebruik, een nieuwe stedelijke ontwikkeling in beginsel in bestaand stedelijk gebied wordt gerealiseerd. In de Nota van Toelichting bij het besluit wordt opgemerkt dat ontwikkelingen en regelingen die geen extra verstedelijking mogelijk maken, maar bebouwing reduceren of verplaatsen, niet gezien worden als stedelijke ontwikkeling in de zin van de Ladder. Bij de functiewijziging dient te worden beoordeeld of deze substantieel is.

Onderhavig plan ziet niet op een functiewijziging voor wat betreft de locatie Moleneind 29; hier blijft in de beoogde situatie sprake van de hoofdfunctie veehouderij. Daarnaast worden nieuwe 10

Toelichting bestemmingsplan Moleneind, Loon op Zand

nevenfuncties mogelijk gemaakt (educatie en recreatie). Deze nieuwe functies zijn echter ondergeschikt aan de agrarische hoofdfunctie. Deze ontwikkeling wordt dan ook niet beschouwd als substantieel. Daarnaast neemt het ruimtebeslag op deze locatie niet toe; er wordt gebruik gemaakt van het bestaande bouwvlak. Voor de locatie Moleneind ong. wordt de functie van de agrarische grond gewijzigd in een parkeerfunctie. Echter, een parkeerterrein wordt niet beschouwd als een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Daarnaast is de functiewijziging van de gronden niet substantieel van aard. Verdere toetsing aan de Ladder kan dan ook buiten beschouwing blijven.

3.2

Provinciaal beleid

3.2.1

Beleid natuurinclusieve landbouw

De provincie wil dat het aantal natuurinclusieve bedrijven in de provincie sterk toeneemt. Met name in gebieden die grenzen aan het natuurnetwerk en in grondwaterbeschermingsgebieden. De focus ligt op samenwerkende agrariërs die gebiedsgericht doorontwikkelen, zodat een groot effect voor het bodem- en watersysteem en de ecologie wordt bereikt. De agrariër onderneemt, de overheid faciliteert. Dit doet de provincie om ondernemers te helpen bij hun dóórontwikkeling naar natuurinclusieve landbouw (meehelpen opstellen businessplan, aanwijzen van pilotbedrijven). De provincie neemt het initiatief om een bredere beweging in gang te zetten, waarbij natuurinclusieve ondernemers samenwerken met regionale partijen uit de agrofoodketen. Met als doel dat regionale voedselketens tot stand komen en dat agrariërs betaald krijgen voor de meerwaarde van hun duurzaam geproduceerd voedsel en de maatschappelijke en ecologische diensten. Onderhavige ontwikkeling draagt indirect bij aan natuurinclusieve landbouw door schapen in te zetten voor natuurbeheer en bij te dragen aan de aan de aantrekkelijkheid van het landschap. Ook draagt het initiatief bij aan het creëren van bewustzijn bij mensen met betrekking tot natuur en omgeving. Daarmee past het initiatief binnen de kaders van de nieuwe landbouwvisie. 3.2.2

Omgevingsvisie Noord-Brabant

Op 14 december 2018 is de Omgevingsvisie Noord-Brabant ('De kwaliteit van Brabant; Visie op de Brabantse Leefomgeving) vastgesteld. De Omgevingsvisie is een samenhangende visie op de fysieke leefomgeving en bevat de belangrijkste ambities voor de fysieke leefomgeving voor de komende járen (tot 2050). Dat gaat om ambities op gebied van de energietransitie, een klimaatproof Brabant, Brabant als slimme netwerkstad en een concurrerende, duurzame economie. De visie geeft ook aan op welke nieuwe manieren de provincie met betrokkenen wil samenwerken aan omgevingsvraagstukken en welke waarden daarbij centraal staan. De reden voor het opstellen van een Omgevingsvisie is de Omgevingswet, die naar verwachting in 2021 in werking treedt. In de Omgevingswet voegt het Rijk alle regels voor de fysieke leefomgeving samen; over ruimte, wonen, infrastructuur, milieu, natuur en water. De nieuwe wet zorgt voor minderen overzichtelijke regels, een samenhangende benadering van de leefomgeving, ruimte voor lokaal maatwerk en betere en snellere besluitvorming. De wet verplicht provincies en gemeenten een visie op de leefomgeving te ontwikkelen. Die visie is zelfbindend, dat wil zeggen dat een overheidslaag zich aan haar eigen visie moet houden. Een overheid kan de keuzes uit de Omgevingsvisie vastleggen in regels, de Omgevingsverordening.

Aan die regels moeten overheden, bedrijven en burgers zich houden. Ten aanzien van de landbouw wordt gestreefd dat in 2050 de bestaande problemen in de fysieke leefomgeving zijn opgelost. De landbouw produceert op een duurzame manieren onze natuur en landschappen zijn veerkrachtig en aantrekkelijk. De bodem-, wateren luchtkwaliteit zijn weer gezond. Dankzij investeringen in natuur, verdrogingsbestrijding, bodem, waterkwaliteit, een groene (natuurrijke) inrichting van woon- en werkgebieden en het terugdringen van emissies uit landbouw en industrie is zowel 11

Toelichting bestemmingsplan Moleneind, Loon op Zand

de menselijke leefomgeving als die voor flora en fauna verbeterd. Dit leidt tot een goed welbevinden en een grote soortenrijkdom. De ontwikkeling sluit met haar doelstellingen aan bij de geschetste doelstellingen uit de omgevingsvisie. 3.2.3

Interim OmgevingsverordeningNoord-Brabant

Provinciale Staten van Noord-Brabant hebben op 25 oktober 2019 de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant vastgesteld. Deze wet vervangt 26 wetten en verschillende regelsystemen op nationaal niveau. Vanwege de Omgevingswet moet ook de provincie haar regelsysteem aanpassen. Het doel van deze verordening is het bij elkaar brengen van alle regels (uit een aantal provinciale verordeningen) over de fysieke leefomgeving in één verordening. Deze verordening vervangt onder andere de Verordening ruimte Noord-Brabant. De Interim omgevingsverordening is beleidsneutraal van karakter. Dat betekent dat er geen nieuwe beleidswijzigingen zijn doorgevoerd, behalve als deze voortvloeien uit vastgesteld beleid, zoals de omgevingsvisie. Er heeft daarom ook geen expliciete afweging plaatsgevonden of de inzet van de verordening voor een bepaald onderwerp gecontinueerd moet worden. In beginsel zijn de huidige regels met het huidige beschermingsniveau gehandhaafd. Het plangebied is volgens de bijbehorende kaarten gelegen binnen landelijk gebied’, 'groenblauwe mantel’ (zie volgende figuur). IIIHMII 4IIHl* i*ri

— Tí'

iiiiiiimrii Groenblauwe mantel Natuur Netwerk Brabant

Figuur 7: Uitsnede ‘Basiskaart landelijk gebied’ Interim Omgevingsverordening Noord-Brabant

De groenblauwe mantel vormt het gebied tussen kerngebied groenblauw en het landelijk gebied, alsook het stedelijk gebied. De mantel beschermt het kerngebied groenblauw en zorgt voor verbinding met het omliggende gebied. De groenblauwe mantel bestaat overwegend uit multifunctioneel landelijk gebied met grondgebonden landbouw. Het beleid in de groenblauwe mantel is voornamelijk gericht op behoud en vooral ontwikkeling van natuur, watersystemen en landschap. Het biedt ook ruimte voor de ontwikkeling van gebruiksfuncties zoals landbouw en recreatie, mits deze bijdragen aan de kwaliteiten van de natuur, water en landschap. Dit betekent dat ontwikkelingen verplicht een invulling moeten geven aan de verbetering van de kwaliteit van het landschap. 12

Toelichting bestemmingsplan Moleneind, Loon op Zand

Verder gelden de regels voor 'stalderingsgebieď, Verbod uitbreiding veehouderij’, 'algemene regels voor bevordering ruimtelijke kwaliteit’, 'algemene en rechtstreeks werkende regels voor veehouderijen’ en 'algemene en rechtstreeks werkende regels voor mestbewerking’. De algemene en rechtstreeks werkende regels voor mestbewerking zijn echter niet van toepassing omdat het initiatief niet ziet op mestbewerkingsactiviteiten. Ook zijn de regels met betrekking tot stalderingsgebied en nieuwe dierenverblijven niet van toepassing aangezien de schapenhouderij geen hokdierhouderij betreft en er geen nieuw dierenverblijf wordt opgericht of in gebruik wordt genomen. De volgende regels zijn van toepassing op onderhavig initiatief: » Artikel 2.66 Eisen huisvestingssysteem bestaande stal veehouderij; » Artikel 2.72 Verbod uitbreiding veehouderij; » Artikel 3.5 Zorgplicht voor een goede omgevingskwaliteit; » Artikel 3.6 Zorgvuldig ruimtegebruik; » Artikel 3.7 Toepassing van de lagenbenadering; » Artikel 3.8 Meerwaardecreatie; » Artikel 3.9 Kwaliteitsverbetering landschap; » Artikel 3.32 Landschappelijke waarden in de groenblauwe mantel; » Artikel 3.46 Verkeersdoeleinden; » Artikel 3.49 Veehouderij in landelijk gebied; » Artikel 3.51 Afwijkende regels beperkingen veehouderij; » Artikel 3.73 Vestiging niet-agrarische functie in landelijk gebied.

» Artikel 3.75 Aanvullende regels voor vrije-tijds voorziening; » Artikel 3.76 Afwijkende regels omvang vrije-tijds voorziening; Per artikel wordt in cursief aangegeven of het initiatief voldoet aan de voorwaarden zoals gesteld. Eisen huisvestingssysteem bestaande stal veehouderij Om de aantasting van biodiversiteit te keren zijn op Europees niveau natuurdoelen geformuleerd. De lidstaten moeten deze natuurdoelen realiseren ten behoeve van een Europees natuurnetwerk: Natura 2000. Een overmaat aan stikstof is met stip het grootste knelpunt bij Natura 2000-gebieden. De agrarische sector is door de emissie van ammoniak uit stallen een belangrijke bron van stikstof. De provincie heeft daarom in 2010, op grond van de Natuurbeschermingswet 1998, de Verordening stikstof en Natura2000 vastgesteld om de emissies uit stallen te beperken en daarmee een verslechtering van de kwaliteit van de voor sti ks tofgevoelige habitats in een Natura 2000-gebied te voorkomen. Na inwerkingtreding van de Wet natuurbescherming zijn die bepalingen opgenomen in Paragraaf 1 'Natura 2000-gebieden’ van de Verordening natuurbescherming Noord-Brabant. De regeling voorzag in de borging van een blijvende daling van de ammoniakbelasting in de N2000-gebieden door een vermindering van de ammoniakemissie uit veehouderijen. Deze verordening is opgenomen in de Interim Omgevingsverordening Noord-Brabant.

In artikel 2.66 van de verordening zijn regels opgenomen voor vermindering van de stikstof uitstoot op Natura2000-gebieden in Brabant. Veehouders die na 25 mei 2010 een nieuwe stal hebben gebouwd danwel willen bouwen of geheel of gedeeltelijk willen renoveren, moeten (behoudens overgangsrecht) aan de verordening voldoen. Veehouderijen zorgen voor uitstoot van stikstof in de vorm van ammoniak wat effecten kan hebben op de natuurgebieden. Veehouders moeten daarom hun plannen laten beoordelen door de provincie. Dit gebeurt door aanvraag van een vergunning Wet natuurbescherming voor het onderdeel Natura2000 bij de provincie of via de verklaring van geen bedenkingen bij een aanvraag om omgevingsvergunning voor het onderdeel Natura 2000. Bij de beoordeling wordt getoetst of er bij nieuwbouw of renovatie voldoende technieken worden ingezet. Daarnaast wordt bij toezicht en handhaving gecontroleerd of stallen voldoen aan de verordening.

13

Toelichting bestemmingsplan Moleneind, Loon op Zand

Daar het in onderhavige situatie een schapenhouderij betreft, is bovenstaande niet van toepassing. In de ‘Verordening natuurbescherming - Noord-Brabanť wordt de streefreductie van stikstofemissie vastgesteld op 096. Verbod uitbreiding veehouderij In artikel 2.72 zijn regels opgenomen die zien op een verbod van uitbreiding van de veehouderij. Onder andere binnen de aanduiding 'beperkingen veehouderij’ is geen toename van de bestaande gebouwen of bestaande bouwwerken toegestaan. Het vervangen van een bouwwerk door een gebouw (of andersom) is ook niet mogelijk. Uitzondering op het verbod geldt als er sprake is van een grondgebonden veehouderij binnen Beperkingen veehouderij die voldoet aan de eisen die in de nadere regels Brabantse zorgvuldigheidsscore veehouderij zijn gesteld. Dan geldt het verbod niet. Onderhavige veehouderij betreft een grondgebonden veehouderij (schapenhouderij waarbij de schapen worden ingezet ten behoeve van natuurbeheer). Echter, de ontwikkeling ziet niet op uitbreiding van de oppervlakte aan bebouwing op de locatie. De regels zijn dan ook niet van toepassing. Zorgplicht voor een goede omgevingskwaliteit In artikel 3.5 zijn regels opgenomen voor de zorgplicht voor een goede omgevingskwaliteit.

Deze zijn opgenomen om een bijdrage te leveren aan een juiste balans tussen beschermen en benutten, Bij de evenwichtige toedeling van functies speelt de balans tussen beschermen en benutten een belangrijke rol. Bij de zorgplicht voor een goede omgevingskwaliteit gaat het zowel om het beschermen van waarden als het bijdragen aan de ontwikkeling van waarden en functies in een gebied. De zorgplicht voor een goede omgevingskwaliteit omvat een aantal basisprincipes in combinatie met een diepe en ronde manier van kijken, die afkomstig zijn uit de Brabantse omgevingsvisie: zorgvuldig ruimtegebruik, toepassing van de lagenbenaderingen meerwaardecreatie. Onderhavig plan ziet op de ontwikkeling van een educatieve schapenboerderij, waarbij de agrarische bestemming blijft gehandhaafd. Daarnaast wordt een centrale parkeergelegenheid gerealiseerd die zowel ten behoeve van het Landschapspark Pauwels als ten behoeve van de educatieve boerderij en nabijgelegen geboortebos dient Het betreffen in het buitengebied passende functies. De ontwikkeling draagt bij aan een goede omgevingskwaliteit door een zorgvuldige landschappelijke inpassing, waarin de bestaande groenelementen worden geïntegreerd. Daarnaast wordt de bestaande agrarische bebouwing hergebruikt. Zorgvuldig ruimtegebruik In artikel 3.6 worden de regels voor zorgvuldig ruimtegebruik weergegeven.

Het principe van zorgvuldig ruimtegebruik is al geruime tijd in het provinciaal beleid verankerd en omvat diverse aspecten. Doel is om bestaand bebouwd gebied zo goed mogelijk te benutten. Het optimaal benutten van de bestaande bebouwde omgeving draagt bij aan het behoud van de openheid en kwaliteit van het buitengebied en aan hergebruik van leegkomende of bebouwingslocaties in zowel stedelijk als landelijk gebied. Het voorkomen van onnodig nieuw ruimtebeslag in het landelijk gebied door nieuwvestiging is hierbij een belangrijk uitgangspunt. Het voorkomen van onnodig nieuw ruimtebeslag krijgt ook vorm door eerst de mogelijkheden binnen bestaande bebouwde omgeving optimaal te benutten. Dat betekent niet dat alle fysieke ruimte benut moet worden voordat nieuw ruimtebeslag mogelijk is. Binnen stedelijk gebied is vanuit kwaliteitsoverwegingen bijvoorbeeld ook ruimte nodig voor groenvoorzieningen en voldoende opvang van water. Een verbijzondering voor stedelijke ontwikkeling is dat er toepassing gegeven moet zijn aan de ladder voor duurzame verstedelijking, zoals opgenomen in het Besluit ruimtelijke ordening. Een ander aspect van zorgvuldig ruimtegebruik is het uitgangspunt dat gebouwen, bouwwerken en andere permanente voorzieningen worden geconcentreerd binnen het bouwperceel. Het is niet wenselijk dat overal los’ in het landelijk gebied dergelijke voorzieningen worden opgericht.

14

Toelichting bestemmingsplan Moleneind, Loon op Zand

Bij de nieuwe ontwikkeling wordt gebruik gemaakt van een gekoppeld agrarisch bouwvlak met een totaal oppervlak van circa 1,3 hectare. Er vindt geen uitbreiding van het ruimtebeslag plaats; de grootte van het bouwvlak wordt niet vergroot (zelfs iets verkleind aan de zijde van het parkeerterrein) en er wordt geen nieuwe bebouwing opġericht. Bij de verwezenlijking van de educatieve boerderij wordt gebruik gemaakt van reeds aanwezige bebouwing. Door verbouwing en aanpassing wordt deze geschikt gemaakt voor de beoogde functie(s). Ten behoeve van de parkeergelegenheid wordt een agrarisch perceel ten oosten van de locatie Moleneind 29 gebruikt. Door dit parkeerterrein in het verlengde van de agrarische bebouwing te situeren, in de ‘oksel’ van de Moleneind en de oostelijk gelegen onverharde weg, is er sprake van een concentratie van voorzieningen op een relatief klein oppervlak. Daarnaast wordt de parkeerplaats zodanig ingericht en landschappelijk ingepast, dat de uitstraling hiervan niet ten koste gaat van het landschap en de aldaar aanwezige waarden. Het plan draagt bij aan het behoud en de bevordering van de ruimtelijke kwaliteit van de naaste omgeving.

De locatie wordt landschappelijk ingepast, waarbij aansluiting wordt gezocht bij de inrichting van de gronden rondom de veehouderij (in eigendom van de gemeente Tilburg) die worden ingezet voor landschapsontwikkeling in het kader van het Landschapspark Pauwels. Het bedrijf wordt in de boogde situatie uitsluitend ontsloten op het Moleneind middels de bestaande in- en uitritten. Ten behoeve van de parkeerplaats wordt een nieuwe uitrit gerealiseerd. Ten aanzien van de gevolgen van de beoogde ontwikkeling op de omgeving wordt in het plan rekening gehouden met bodemkwaliteit, waterhuishouding, cultuurhistorische waarden, ecologische waarden en landschappelijke waarden en overige aspecten om te voldoen aan een goede ruimtelijke ordening (zie hoofdstuk 4 en 5). Er wordt toepassing gegeven aan het principe van zorgvuldig ruimtegebruik. Toepassing van de lagenbenadering In artikel 3.7 worden regels gesteld ten aanzien van toepassing van de lagenbenadering. De toepassing van de lagenbenadering omvat het effect van de ontwikkeling op de lagen in onderlinge wisselwerking met elkaar en het actief benutten van de factor tijd. Dit betekent dat het effect van de beoogde ontwikkeling op de ondergrond, de netwerklaag en de bovenste laag beschouwd moet worden. Met het effect op de ondergrond worden onder andere de aspecten bodem, grondwater en archeologische waarden bedoeld.

De netwerklaag omvat aspecten zoals infrastructuur, natuurnetwerk, energienetwerk, waterwegen waaronder een goede, multimodale afwikkeling van het personen-en goederenvervoer. In de beschouwing van de bovenste laagdienen aspecten zoals cultuurhistorische en landschappelijke waarden, de omvangvan de functie en de bebouwing, de effecten op bestaande en toekomstige functies, de effecten op volksgezondheid, veiligheid en milieu aan bod te komen. Door hierin actief de factor tijd te benutten wordt rekening gehouden met de herkomstwaarde, vanuit het verleden, de (on)omkeerbaarheid van optredende effecten en de toekomstwaarde gelet op duurzaamheid en toekomstbestendigheid. De toetsing van de gevolgen voor het initiatief op bovengenoemde aspecten is uitgebreid uiteengezet in hoofdstuk 4 en 5 van deze toelichting. Meerwaardecreatie In artikel 3.8 worden regels gesteld ten aanzien van meerwaardecreatie. Meerwaardecreatie omvat een evenwichtige benadering van de economische, ecologische en sociale aspecten die in een gebied en bij een ontwikkeling zijn betrokken. Het biedt de mogelijkheid om opgaven en ontwikkelingen te combineren, waardoor er meerwaarde ontstaat. Daarnaast ontstaat een bijdrage aan andere opgaven en belangen dan die rechtstreeks met de ontwikkeling gemoeid zijn.

De fysieke verbetering van de landschappelijke kwaliteit zoals bedoeld in artikel 3.9 van de lov kan deel uit maken van de meerwaardecreatie. Een verbetering zoals hierboven beschreven kan onder andere bestaan uiteen landschappelijke inpassing, behoud of herstel van cultuurhistorisch waardevolle bebouwing of terreinen, wegnemen van verharding of het slopen van bebouwing.

15

Toelichting bestemmingsplan Moleneind, Loon op Zand

De ontwikkeling ziet op het hergebruik van de agrarische bedrijfslocatie Moleneind 29 als educatieve schapenhouderij met recreatieve en educatieve nevenactiviteiten. Een deel van de bestaande bebouwing wordt gerenoveerd en zal qua ontwerp en uitstraling een positieve bijdrage leveren aan de verfraaiing van het landschap, in combinatie met de aan te brengen beplanting in het kader van landschappelijke inpassing. Daarnaast vervult de centrale parkeergelegenheid een relevante rol in het gebied. Bij de uitwerking van het Landschapspark Pauwels, waarbij de schil rondom de Loonse en Drunense Duinen wordt gebruikt om dit nationaal park te ontlasten, zijn voorzieningen noodzakelijk voor het ontvangen en opvangen van bezoekers van het gebied waaronder ruimte die kan dienen als vertrekpunt voor het verkennen van het gebied. Ook deze gelegenheid wordt landschappelijk op een zorgvuldige wijze ingepast Ook de educatieve boerderij staat ten dienste van de invulling van het Landschapspark Pauwels. Nieuwe recreatieve en educatieve ontwikkelingen die ontstaan vanuit een behoefte die past bij het gebied zijn welkome initiatieven.

Verder kan er synergie plaatsvinden met de activiteiten op de naastgelegen locatie Moleneind 25 (buitenschoolse opvanglocatie waar verschillende activiteiten worden georganiseerd voor de op te vangen jongeren) door bijvoorbeeld samenwerking als het gaat om het organiseren van educatieve en recreatieve activiteiten voor jongeren (zoals excursies, kamperen, dierverzorgingsactiviteiten) op de locatie Moleneind 29. Deze plannen sluiten goed aan bij het concept van de educatieve boerderij (gedefinieerd als ‘agrarisch bedrijf dat zich naast de hoofdactiviteit agrarische bedrijfsvoering toelegt op het geven van educatie rondom het agrarisch bedrijf middels een expositieruimte, rondleidingen, natuureducatie, cursussen, workshops, gericht op duurzaamheid, natuur(beheer), landschap, cultuurhistorie en de agrarische bedrijfsvoering. Hierbij zijn kleinschalige voorzieningen (zoals horeca, productiegebonden detailhandel, recreatieve voorzieningen) toegestaan). Plannen hiervoor zullen, indien aan de orde, in de toekomst worden uitgewerkt, binnen de regels en bepalingen van wat is toegestaan op basis van het bestemmingsplan. Ten slotte is een meerwaarde die met het plan concreet wordt gecreëerd de samenhang tussen de activiteiten die enerzijds rondom het naastgelegen geboortebos én anderzijds op de locatie Moleneind 29 plaatsvinden.

Bezoekers van de ene locatie kunnen aansluitend gebruik maken van de diensten van de andere locatie. Geconcludeerd kan worden dat met de ontwikkeling diverse opgaven en belangen worden gecombineerd, zodat er op meerdere vlakken/voor meerdere personen meerwaarde wordt gecreëerd. Kwaliteitsverbetering van het landschap Vanuit het bereiken van een goede omgevingskwaliteit geldt in Noord-Brabant sinds 2014 de regeling Kwaliteitsverbetering landschap. Een bestemmingsplan dat een ontwikkeling mogelijk maakt in Landelijk gebied voorziet daartoe in een regeling. Om gemeenten te ondersteunen bij de uitvoering van deze regeling is in 2011 een handreiking Kwaliteitsverbetering van het landschap opgesteld. Vrijwel alle gemeenten in de provincie hebben de regelingverder uitgewerkt in beleid en regionaal afspraken gemaakt over de toepassing. Op diverse plaatsen in de verordening zijn verbijzonderingen van de kwaliteitsverbetering landschap opgenomen. De verplichtingen die daaruit voortvloeien, maken deel uit van de kwaliteitsverbetering landschap als bedoeld in dit artikel, zoals bijvoorbeeld verplichtingen tot sloop van bebouwing, het saneren van windturbines of de vastgelegde minimale verplichting voor een landschappelijke inpassing bij veehouderijen en mestbewerking. Ook wordt de mogelijkheid geboden om een passende financiële bijdrage in een landschapsfonds te storten.

Veel gemeenten hebben in het kader van het regionaal overleg afspraken gemaakt met de provincie over de toepassing van de kwaliteitsverbetering landschap. Voor die gemeenten geldt dat zij in de toelichting van het bestemmingsplan naar deze afspraken kunnen verwijzen. De kwaliteitsverbeterende maatregelen dienen zowel financieel, juridisch en feítelijk geborgd te worden in het plan. Het provinciaal beleid ten aanzien van de kwaliteitsverbetering van het landschap is vertaald in regionaal beleid. Op 26 november 2015 zijn door de regio Hart van Brabant, waar de gemeente Loon op Zand onder

16

Toelichting bestemmingsplan Moleneind, Loon op Zand

valt, ‘Werkafspraken voor de kwaliteitsverbetering landschap Hart van Brabant, actualisering 2016’ vastgesteld. Hierin worden ontwikkelingen in drie verschillende categorieën omschreven. Categorie 1 wordt omschreven als een ontwikkeling met zeer beperkte invloed op haar omgeving. Categorie 2 omvat ontwikkelingen die beperkte invloed hebben op het landschap; hiervoor is alleen een goede landschappelijke inpassing vereist Categorie 3 bevat ontwikkelingen die in hoge mate invloed hebben op het landschap, waarvoor naast een landschappelijke inpassing ook een extra ruimtelijke kwaliteitsverbetering is vereist Met behulp van de matrix uit de ‘Werkafspraken voor de kwaliteitsverbetering‘ is bepaald dat beoogd initiatief (zowel de ontwikkeling van de educatieve boerderij als de realisatie van de centrale parkeergelegenheid) valt onder categorie 2: buiten bestemmingsplan, (gedeeltelijk) buiten bouwvlak/bestemming, gebiedseigen, inbreuk op landschap. Aan de landschappelijke inpassing worden geen kwantitatieve normen gekoppeld waaraan voldaan moet worden, maar worden enkele kwalitatieve eisen opgesteld. De locaties worden landschappelijk ingepast, waarbij aansluiting wordt gezocht bij de inrichting van de gronden rondom de veehouderij en de parkeerplaats (in eigendom van de gemeente Tilburg) die worden ingezet voor landschapsontwikkeling in het kader van het Landschapspark Pauwels.

De landschappelijke inpassing van dit initiatief worden daarin meegenomen (zie bijlage). Deze ontwikkeling past binnen het traditioneel karakter van de omgeving en binnen het eigen landelijk gebied. Het accent wordt hierbij gelegd op een goede landschappelijke inpassing waarbij de situatie past binnen de ruimtelijke, natuurlijke en cultuurhistorische landschapskwaliteiten. Het plan draagt bij aan het behoud en de bevordering van de ruimtelijke kwaliteit van de naaste omgeving. Juridische en feiteliike verankerinä De kwaliteitsverbetering van het landschap wordt juridisch vastgelegd middels een voorwaardelijke verplichting in de regels van het bestemmingsplan die de aanleg, instandhouding en beheer van de beplanting borgt. Daarmee is ook de feitelijke waarborging van de kwaliteitsverbetering van het landschap verzekerd. Landschappelijke waarden in de groenblauwe mantel Het beleid in de groenblauwe mantel is gericht op het behoud en vooral de ontwikkeling van natuur, watersysteem en landschap. Voorde natuur betekent dit vooral versterking van de leefgebieden voor plant­ en diersoorten en de bevordering van de biodiversiteit buiten het Natuur Netwerk Brabant. Binnen de groenblauwe mantel is volop ruimte voor de ontwikkelingvan gebruiksfuncties zoals landbouw en recreatie, met een meer extensief karakter en als die bijdragen aan de kwaliteiten van natuur, water en landschap.

De ontwikkeling van nieuwe (kapitaal)intensieve functies, zoals stedelijke ontwikkeling of intensieve vormen van recreatie of en landbouw passen minder bij het karakter van deze gebieden. Daarom geldt binnen de groenblauwe mantel soms aanvullende regels voor de ontwikkelingvan die functies. De waarden in de groenblauwe mantel zijn vaak gekoppeld aan het bodem-watersysteem (zoals de aanwezigheid van een kwel), aan landschapselementen (zoals houtwallen en heggen), of aan het voorkomen van bijzondere planten en dieren. De groenblauwe mantel richt zich niet alleen op het beschermen van die waarden maar juist ook op de ontwikkeling daarvan. Daarom geldt binnen de groenblauwe mantel dat ontwikkelingen bijdragen aan de natuur- en landschapswaarden en het bodem- en watersysteem. Het beleid richt zich ook op een toename van de belevingswaarde en de recreatieve waarde van het landschap. Nieuwe ontwikkelingen passen daarom qua aard en schaal bij het ontwikkelingsperspectief voor de groenblauwe mantel en houden rekening met omliggende waarden. Onderhavige ontwikkeling betreft het vestigen van een educatieve boerderij binnen de groenblauwe mantel. De ontwikkeling ziet niet op een uitbreiding van bebouwing en daarmee van het bouwperceel.

De ontwikkeling gaat gepaard met een positieve bijdrage aan de bescherming en ontwikkeling van de ecologische waarden en kenmerken en landschappelijke waarden en kenmerken van de groenblauwe mantel door landschappelijke inpassing van de locatie middels het aanbrengen van beplanting.

17

Toelichting bestemmingsplan Moleneind, Loon op Zand

Onderhavige ontwikkeling zet zich in om de natuurwaarden en biodiversiteit te vergroten door de aanleg van verschillende landschapselementen, bloemrijke akkers en grasland, poelen en bijenkasten daarbij wordt zorgvuldig omgegaan met de (directe) omgeving. Het plan wordt geïntegreerd in een totaal landschapsontwikkelingsplan voor de locatie en de omliggende gronden. Derhalve past het plan binnen de doelstellingen van de groenblauwe mantel. Veehouderij in landelijk gebied In artikel 3.49 zijn regels opgenomen voor veehouderijen in landelijk gebied. Een bestemmingsplan van toepassing op Landelijk gebied kan voorzien in een uitbreiding van, een vestiging van of een omschakeling naar een veehouderij. Aangezien de schapenhouderij op een bestaand agrarisch bouwperceel wordt gevestigd waar conform het vigerende bestemmingsplan reeds een (intensieve) veehouderij mogelijk wordt gemaakt, is er conform de Interim Omgevingsverordening Noord-Brabant geen sprake van een vestiging van een veehouderij. Daarnaast wordt het bouwperceel van de veehouderij niet vergroot, waardoor ook geen sprake is van een uitbreiding van de veehouderij. De ontwikkeling ziet niet op een toename van de oppervlakte van dierenverblijven en niet op een ġebruikswijziġinġ van bestaande gebouwen, gericht op het in gebruik nemen van deze gebouwen als dierenverblijf; de schapen worden in de bestaande stal gehuisvest.

De regels ten behoeve van een zorgvuldige veehouderij worden wel opgenomen in de regels van het bestemmingsplan. Verkeersdoeleinden In artikel 3.46 zijn regels opgenomen voor de aanleg van verkeersvoorziening, waaronder een weg of een parkeervoorziening in landelijk gebied. Deze regels zijn met name gericht op een goede onderbouwing van de ontwikkeling. Hierbij dient de noodzaak van de voorziening en de locatie vanuit verkeerskundig oogpunt te worden aangetoond en dienen de maatregelen voor de inpassing van de voorzieningte worden onderbouwd waarbij de ontwikkeling in samenhang wordt bezien met zijn omgeving om een grotere kwaliteitswinst voor meerdere ruimtelijke functies, waaronder natuur en landschap, te bereiken. De behoefte en noodzaak voor de aanleg van een centrale parkeervoorziening komt voort uit de uitwerking en invulling van het project Landschapspark Pauwels. In de directe omgeving is sprake van een aantal ontwikkelingen die alle een parkeerbehoefte met zich meebrengen. Zowel de vestiging van de educatieve boerderij als de realisatie van het nabijgelegen geboortebos en de invulling van het Landschapspark Pauwels genereren een bezoekersstroom die dient te worden gereguleerd en waarvoor voldoende parkeergelegenheid dient te worden gerealiseerd. In paragraaf 4.4 wordt zowel de omvang als de invulling van het parkeerterrein onderbouwd.

Afwijkende regels beperkingen veehouderij In artikel 3.51 zijn regels ten behoeve van veehouderijbedrijven opgenomen die gelden indien een veehouderij in deze zone is gelegen. De regels binnen het gebied Beperkingen veehouderij gelden voor alle veehouderijen. Ook binnen de melkrundveehouderij, die van oudsher als extensief werd aangemerkt, is een tendens waar te nemen naar toenemende intensivering. Doel van de aanduiding is om een verdere intensivering vanwege ontwikkelingen in de veehouderij in de aangeduide gebieden tegen te gaan. Binnen het gebied wordt een uitzondering gemaakt voor grondgebonden veehouderijen; de voorwaarden die hieraan worden gesteld zijn voor alle veehouderijen gelijk. Binnen de aanduiding Beperkingen veehouderij is vestiging, uitbreidingen/of omschakeling ten behoeve van een veehouderij niet toegestaan en is bepaald dat er geen toename mag plaatsvinden van de bestaande oppervlakte van gebouwen of bouwwerken (het zogenaamde 'slot op de muur'). De locatie is gelegen binnen het werkingsgebied ‘beperkingen veehouderij’. Onderhavige ontwikkeling ziet in beginsel niet op een uitbreiding van bebouwing. De schapen worden gehuisvest in bestaande bebouwing

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=LoonOpZand&id=9bf883a8-b66d-42d5-b25d-51b9e7f786df