30-03-2023 Bijlage 3. Toelichting bestemmingsplan Duiksehoef 8 en 8a.pdf
Tekst van het document
VASTGESTELD
BESTEMMINGSPLAN BUITENGEBIED-HERZIENING DUIKSEHOEF 8 EN 8A LOON OP ZAND
OOOO ORDITO.NL
ORDITO OOOO
oooo ORDITO OOOO
BESTEMMINGSPLAN BUITENGEBIED-HERZIENING DUIKSEHOEF 8 8A LOON OP ZAND GEMEENTE LOON OP ZAND
Plan identificatie
Vastgesteld 26 - 01 - 2023 NL.IMRO.0809.BPDuiksehoef8a-VG01
Auteur(s)
Cristian van Kuijk, Samira van Lieshout
Ordito b.v.
E
info@ordito.nl
Postbus 94
T
0161 801 022
5126 ZH
I
www.ordito.nl
Gilze
KVK
54811554
Planstatus Datum
oooo ORDITO OOOO
TOELICHTING
1.
Inleiding
2
1.1 1.2 1.3 1.4 1.5
Aanleiding Ligging en begrenzing plangebied Vigerend bestemmingsplan Bij het plan behorende stukken Leeswijzer
2 2 3 4 5
2.
Bestaande situatie
6
2.1 2.2 2.3
Historische context Ruimtelijke structuur omgeving Bestaande situatie
6 6 6
3.
Toekomstige situatie
9
3.1 3.2 3.3
Planvoornemen Landschappelijke inpassing Verkeer en parkeren
9 9 11
4.
Beleidskader
12
4.1 4.2 4.3
Rijksbeleid Provinciaal en regionaal beleid Gemeentelijk beleid
12 13 20
5.
Randvoorwaarden
23
5.1 5.2 5.3 5.4 5.5 5.6 5.7 5.8 5.9 5.10
Archeologie Bedrijven en milieuzonering Bodemkwaliteit Cultuurhistorie Externe veiligheid Flora en Fauna Geluid Luchtkwaliteit Water Mer-beoordeling
23 24 26 27 31 33 35 36 38 41
6.
Juridische regelgeving
43
6.1. 6.2. 6.3.
Inleiding Systematiek van de regels Beschrijving van de bestemmingen
43 43 44
7.
Uitvoerbaarheid
46
7.1 7.2
Economische haalbaarheid Maatschappelijke uitvoerbaarheid
46 46
Bijlagen: Bijlage 1: Memo noodzaak omzetten bedrijfswoning naar burgerwoning Bijlage 2: Landschappelijke inpassing Bijlage 3: Standaardadvies externe veiligheid Bijlage 4: Akoestisch onderzoek recreatiebedrijf Bijlage 5: Omgevingsdialoog Bijlage 6: Nota van zienswijzen
oooo ORDITO OOOO
12
1. INLEIDING 1.1
Aanleiding
De aanleiding voor het opstellen van een bestemmingsplan is de wens om de voormalige bedrijfswoning aan de Duiksehoef 8a af te splitsen van het recreatiebedrijf aan de Duiksehoef 8 en de bestemming te wijzigen in de bestemming 'Wonen'. Het betreft uitsluitend een functiewijziging waarbij geen sloop- of bouwwerkzaamheden plaatsvinden. In het huidige bestemmingsplan hebben de percelen Duiksehoef 8 (recreatiebedrijf) en Duiksehoef 8a (bedrijfswoning) de enkelbestemming "Recreatie - Verblijfsrecreatie" en de functieaanduiding "specifieke vorm van recreatie - groepsaccommodatie". Namens de initiatiefnemer is op in juli 2020 een principeverzoek ingediend bij de gemeente Loon op Zand met als doel: ^ De bedrijfswoning (Duiksehoef 8a) een reguliere woonbestemming te geven; ^ Het recreatiebedrijf (Duiksehoef 8) de recreatiebestemming te laten behouden met dien verstande dat een bedrijfswoning niet meer is toegestaan. Er vinden verder geen bouwactiviteiten plaats. Op 9 juni 2021 is een positieve uitspraak van de gemeente Loon op Zand ontvangen over het ingediende principeverzoek. Uit de uitspraak van het college volgt dat het bestemmingsplan in ieder geval moet voorzien in: ^ De onderbouwing voor de zorgplicht voor een goede omgevingskwaliteit; ^ De onderbouwing dat voldaan kan worden aan een goed woon- en leefklimaat, waarbij de gemeente nadruk legt op de relatie tussen de woning incl.
buitenruimte en stemgeluid en de functie van de recreatiebestemming; ^ De onderbouwing dat het recreatiebedrijf op grond van het Activiteitenbesluit milieubeheer de activiteiten kan blijven uitvoeren; ^ De onderbouwing dat het beheer op het recreatieterrein goed geregeld wordt (zonder dat er een bedrijfswoning aanwezig is). Middels dit bestemmingsplan wordt de beoogde ontwikkeling juridisch-planologisch mogelijk gemaakt.
1.2
Ligging en begrenzing plangebied
Het plangebied ligt aan de Duiksehoef 8 en 8a, in het buitengebied van de gemeente Loon op Zand. Het plangebied staat kadastraal bekend als gemeente Loon op Zand, sectie I, perceelnummer 2404 en heeft een oppervlakte van 32.573 m2. Het plangebied wordt ten zuiden, ten westen en ten noordwesten begrensd door agrarische gronden en ten westen tevens door een manege. Het plangebied wordt ten noorden en ten noordoosten begrensd door gronden met een natuurbestemming. Het plangebied wordt ten oosten begrensd door gronden die bestemd zijn als bos.
NL.IMRO.0809.BPDuiksehoef8a-VG01
bestemmingsplan Buitengebied-Herziening Duiksehoef 8 en 8a Loon op Zand
oooo ORDITO OOOO
|3
uz
323 820
fcSďj]
[ĩīŞl r. ~ i' ]
f2298]
f2498]
f.2129] f262B]
f24874 Figuur 1 Ligging en begrenzing plangebied
1.3
Vigerend bestemmingsplan
Ter plaatse van het plangebied geldt het bestemmingsplan 'Buitengebied Geconsolideerd', vastgesteld op 1 juni 2018. Enkelbestemming Recreatie - Verbhjfsrecreatie.
Dubbelbestemming
ESIWaarde - Archeologie 2 Ľb Bouwvlak Functieaanduiding specifieke vorm van recreatie groepsaccommodatie Maatvoering maximum oppervlakte: 1030 m2 Gebiedsaanduiding çjļQ overige zone - beperkingen veehouderij
„-
Figuur 2 Uitsnede vigerend bestemmingsplan (plangebied rood omlijnd)
NL.IMRO.0809.BPDuiksehoef8a-VG01
bestemmingsplan Buitengebied-Herziening Duiksehoef 8 en 8a Loon op Zand
oooo ORDITO OOOO
|4
Enkelbestemmingen Voor het perceel geldt de bestemming 'Recreatie - Verblijfsrecreatie' met de functieaanduiding 'specifieke vorm van recreatie - groepsaccommodatie'. De voor 'Recreatie- Verblijfsrecreatie' aangewezen gronden zijn bestemd voor recreatiebedrijven en/of recreatieterreinen bedoeld voor verblijfsrecreatie in de vorm van een groepsaccommodatie, één bedrijfswoning per bestemmingsvlak, aan huis gebonden beroepen, dagrecreatieve voorzieningen, aan de groepsaccommodatie ondergeschikte horeca, (onverharde) paden, wegen en parkeervoorzieningen, water, waterhuishoudkundige voorzieningen en nutsvoorzieningen, groenvoorzieningen en behoud, herstel en/of ontwikkeling van ecologische waarden, natuurwaarden en/of landschappelijke waarden. Het bebouwde oppervlakte aan bedrijfsbebouwingen overkappingen mag niet meer bedragen dan 1.030 m2. Dubbelbestemmingen Over het gehele plangebied ligt de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie 2'. De voor 'Waarde Archeologie 2' aangewezen gronden zijn, naast de andere daar voorkomende bestemming, mede bestemd voor het behoud en de bescherming van de te verwachten archeologische waarden van de gronden. Een archeologisch onderzoek is vereist bij het bouwen van bouwwerken groter dan 100 m2 en dieper dan 50 cm.
Aanduidingen Het oostelijke gedeelte van het plangebied ligt in het vigerend bestemmingsplan binnen de gebiedsaanduiding 'overige zone - beperkingen veehouderij'. Ter plaatse van deze aanduiding is uitbreiding van bebouwing ten behoeve van een veehouderij uitsluitend toegestaan indien sprake is van een veehouderij die wordt aangemerkt als grondgebonden veehouderij op grond van de criteria die zijn opgenomen in nadere regels die hieromtrent op basis van de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant zijn gesteld, zoals die regels gelden op het moment van besluitvorming. Daarnaast is uitbreiding van het bouwvlak ten behoeve van een veehouderij niet toegestaan ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - beperkingen veehouderij',
1.4
Bij het plan behorende stukken
Het bestemmingsplan bestaat uit de volgende onderdelen: ^ Verbeelding: Op de verbeelding zijn de bestemmingen in het plangebied weergegeven. Deze bestemmingen zijn gerelateerd aan de in de regels opgenomen juridische regeling. ^ Regels: In de regels is het gebruik van de binnen het plangebied aangegeven gronden, opstallen en ander gebruik van de gronden juridisch geregeld. Per bestemming is aangeven wat binnen die bestemming mogelijk en/of toegestaan is. ^ Toelichting: In de toelichting worden de aan het plan ten grondslag liggende gedachten en de uitkomsten van eventueel uitgevoerde onderzoeken opgenomen.
NL.IMRO.0809.BPDuiksehoef8a-VG01
bestemmingsplan Buitengebied-Herziening Duiksehoef 8 en 8a Loon op Zand
oooo ORDITO OOOO
1.5
|5
Leeswijzer
De toelichting is opgebouwd uit verschillende hoofdstukken. In hoofdstuk 2 wordt ingegaan op de huidige situatie van het plangebied, waarna in hoofdstuk 3 de beoogde toekomstige situatie wordt weergegeven. Een beschrijving en toetsing van het relevante beleidskader op nationaal, provinciaal en gemeentelijk niveau staat in hoofdstuk 4. Vervolgens komen in hoofdstuk 5 de milieukundige randvoorwaarden en onderzoeken aan de orde. De juridische opzet van het plan staat in hoofdstuk 6. De financiële en maatschappelijke uitvoerbaarheid worden in hoofdstuk 7 beschreven.
NL.IMRO.0809.BPDuiksehoef8a-VG01
bestemmingsplan Buitengebied-Herziening Duiksehoef 8 en 8a Loon op Zand
oooo ORDITO OOOO
|6
2. BESTAANDE SITUATIE 2.1
Historische context
Loon op Zand, vroeger Venloon geheten, dankt zijn naam aan de vennen en venen ten noorden en noordwesten van het dorp. Venloon is een samentrekking van veen (moerassig gebied, aan de kant van De Moer en Sprang) en loo (bos). Tussen 1300 en 1400, toen als gevolg van zandverstuivingen de Loonse en Drunense Duinen ontstonden, raakte het dorpscentrum in het tegenwoordige Land van Kleef onder het stuifzand. Volgens de overlevering vormden de zandverstuivingen in 1391 de aanleiding om het dorp te verplaatsen. Als gevolg van deze ontwikkelingen veranderde de naam van het dorp in Venloon op 't Sandt, dat wil zeggen: gelegen bij het zand. Rond 1800 veranderde de naam in Loon op Zand. Vanuit het verleden speelt de schoen- en lederindustrie een belangrijke rol, die in de loop der jaren overgenomen is door de recreatieve- en toeristische sector.
2.2
Ruimtelijke structuur omgeving
Loon op Zand is gelegen in de Noord-Brabantse gemeente Loon op Zand. De gemeente bestaat uit de kernen Kaatsheuvel, De Moer en Loon op Zand. De gemeente Loon op Zand telt 23.504 inwoners (2021), de kern Loon op Zand 6.277, de kern Kaatsheuvel 16.568, De Moer telt 600 inwoners, de rest ligt in het buitengebied. Kaatsheuvel is daarmee qua inwonersaantal de grootste kern, waarna de kern Loon op Zand volgt. De gemeente Loon op Zand is strategisch gelegen ten opzichte van de Brabantse Stedenrij en in de directe nabijheid van de steden Tilburg en Waalwijk. Het is een groene en landelijke gemeente, met een grote diversiteit aan karakteristieke landschappen. De Efteling en het nationaal park de Loonse en Drunense Duinen zijn grote toeristische trekkers.
2.3
Bestaande situatie
Het plangebied gelegen aan de Duiksehoef 8 en 8a was voorheen in gebruik als recreatiebedrijf met bijbehorende bedrijfswoning. Het perceel inclusief bedrijfswoning is 3 hectare groot. Het perceel van de bedrijfswoning is circa 5.000 m2. De totale oppervlakte aan bedrijfsbebouwing bedraagt 1.030 m2. Het woonperceel en het recreatiebedrijf zijn van elkaar gescheiden door een volgroeide groene erfafscheidingen. De bedrijfswoning en het terrein van de groepsaccommodatie hebben ieder een eigen afsluitbare toegangspoort. De verblijfsaccommodaties staan geconcentreerd op het voorste deel van het naast de bedrijfswoning gelegen perceel. Deze accommodaties betreffen: ^ Een boerderij Maximaal 40 personen ^ Nostalgische hooimijt Maximaal 32 personen ^ Comfortabele schaapskooi Maximaal 30 personen ^ Veldschuur 2 Maximaal 20 personen • Veldschuur 3 Maximaal 20 personen In de veldschuur is nog een derde ruimte aanwezig die niet verhuurd wordt. Daarnaast is er een receptie aanwezig bij de poort.
NL.IMRO.0809.BPDuiksehoef8a-VG01
bestemmingsplan Buitengebied-Herziening Duiksehoef 8 en 8a Loon op Zand
oooo ORDITO OOOO
|7
De accommodaties zijn volledig zelfvoorzienend en beschikken over alle benodigde faciliteiten, zoals sanitaire voorzieningen, slaapvertrekken, een bar, keuken en leefgedeelte. Op het terrein zijn verder een sportveld en twee onverwarmde zwembaden aanwezig.
[Bj Boerderij (hJ Hooimijt
Çsj Schaapskooi ÇŲj Veldschuur Receptie Parkeer terrein Figuur 3 Plattegrond van het recreatieterrein
' '
tsājsi?-
İHpoispoor?
įHooispooňi
R ļrt
İ y :'í
í*»-.;
M1 y'İjWat
-y Figuur 4 Luchtfoto van het gehele plangebied
NL.IMRO.0809.BPDuiksehoef8a-VG01
bestemmingsplan Buitengebied-Herziening Duiksehoef 8 en 8a Loon op Zand
oooo ORDITO OOOO
|8
ŵr.1
' - - "
Figuur 5 Een van de gastenverblijven en zwembaden
ri- T- X- -* '«C'Ç ËL*İ
y'JĻ. V* [Ti* .
lS.'Vį
Figuur 6 Bedrijfswoning
NL.IMRO.0809.BPDuiksehoef8a-VG01
bestemmingsplan Buitengebied-Herziening Duiksehoef 8 en 8a Loon op Zand
oooo ORDITO OOOO
|9
3. TOEKOMSTIGE SITUATIE 3.1
Planvoornemen
Het planvoornemen betreft de functiewijziging van een bestaande bedrijfswoning aan de Duiksehoef 8a, behorend bij een recreatief bedrijf aan de Duiksehoef 8, naar een burgerwoning. Het woonperceel heeft daarmee een oppervlakte van circa 5.000 m2. De bedrijfswoning kent nu nog de bestemming 'Recreatie - Verblijfsrecreatie'. Ten aanzien van de woning zullen geen sloop- en/of bouwwerkzaamheden plaatsvinden. Met het planvoornemen wordt de bedrijfswoning 'ontkoppeld' van de recreatieonderneming. Een woonhuis is namelijk (tegenwoordig) niet noodzakelijk voor het voortzetten van een groepsaccommodatie/recreatiebedrijf. De Duikse Hoef is een recreatiebedrijf dat, net als vele andere recreatiebedrijven, is voortgekomen als nevenactiviteit bij het agrarisch bedrijf. Vanuit de functie van het agrarisch bedrijf was er al een woning aanwezig op het terrein. De noodzakelijkheid van een bedrijfswoning was gekoppeld aan de bedrijfsvoering van het agrarische bedrijf. Bij recreatiebedrijven die specifiek vanuit dat doel gestart zijn, was het in het verleden gebruikelijk dat de ondernemer, eigenaar en beheerder dezelfde persoon was. Zeker vanuit de start van een bedrijf was het destijds vanuit het oogpunt van efficiënte bedrijfsvoering wenselijk om op het bedrijf te wonen.
In de loop van de jaren is de noodzaak om als ondernemer bij het recreatiebedrijf te wonen in veel gevallen te komen vervallen. Door de groei van het bedrijf, schaalvergroting, overname en/of verkoop van het bedrijf, veranderingen in de recreatiesector en technologische ontwikkelingen is er steeds meer sprake van scheiden van functies, en is de noodzaak om permanent bij een recreatiebedrijf te wonen komen te vervallen. Wanneer er geen bedrijfswoning aanwezig is, wil dat niet zeggen dat er geen beheer is, De praktijk op de Duikse Hoef laat zien dat in de periode van 1980-2000 niemand woonachtig was bij het bedrijf. Vanuit de exploitatie is het niet noodzakelijk gebleken om bij het bedrijf te wonen. In de memo die als bijlage 1 bij deze toelichting is opgenomen, wordt nader toegelicht waarom het hebben van een bedrijfswoning niet noodzakelijk is voor het bedrijf en waarom afsplitsing van de bedrijfswoning nodig is voor het voortzetten van de groepsaccommodatie. Bij deze ontwikkeling is de Wet Plattelandswoning, die dient als instrument om voormalige bedrijfswoningen te kunnen laten bewonen door derden, niet van toepassing aangezien het recreatiebedrijf aan de Duiksehoef 8 geen agrarisch bedrijf betreft.
3.2
Landschappelijke inpassing
Ten behoeve van voorgenomen ontwikkeling is een landschappelijk inpassingsplan opgesteld, die als bijlage 2 bij deze toelichting is opgenomen. Doelstelling is het landschappelijk inpassen van de woning met behoud en herstel van de landschappelijke kernkwaliteiten en waarden. Voor onderhavig planvoornemen is daarvoor aangesloten bij de notitie 'Werkafspraken kwaliteitsverbetering landschap Hart van Brabant, actualisering 2015'. Deze notitie wordt nader toegelicht in paragraaf 4.2. Het planvoornemen betreft een functiewijziging van een bedrijfswoning, behorend bij een recreatief bedrijf, naar een woonbestemming. De voorgenomen ontwikkeling betreft daarmee een categorie 3-ontwikkeling. Voor dergelijke ontwikkelingen is zowel een landschappelijke inpassing (inrichtingsplan) als een ruimtelijke kwaliteitsverbetering vereist. Op basis van de notitie NL.IMRO.0809.BPDuiksehoef8a-VG01
bestemmingsplan Buitengebied-Herziening Duiksehoef 8 en 8a Loon op Zand
oooo ORDITO OOOO
110
'Werkafspraken kwaliteitsverbetering landschap Hart van Brabant, actualisering 2015' moet minimaal 20'^ van de bestemmingswinst worden ingezet voor kwaliteitsverbetering van het landschap. Op basis van die berekening dient een bedrag van C10.794 geïnvesteerd te worden in de ruimtelijke kwaliteit. De kwaliteitsverbetering kan geheel of gedeeltelijk plaatsvinden via een goede landschappelijke inpassing. Zie figuur 7. Het complete landschappelijke inpassingsplan is als bijlage bij de toelichting opgenomen.
----- Aanplant Beukenhaag (Fagus sylvatica) V Breedte: 0.5-i m t Hoogte: 1 meter
Bestaand te behouden houl
Figuur 7 Landschappelijke inpassing plangebied
Landschappelijke inpassing betekent een zodanige vormgeving en inpassing dat ze optimaal is afgestemd op bestaande dan wel nog te ontwikkelen ruimtelijke, natuurlijke en cultuurhistorische landschapskwaliteiten. Landschappelijke inpassing vindt plaats op of direct aansluitend aan het bouwblok/bestemmingsvlak. De landschappelijke inpassing voor het perceel aan de Duiksehoef 8 en 8a te Loon op Zand bestaat uit het aanleggen van een beukenhaag over de lengte van 90 meter aan de voorzijde van het perceel. Met de voorgenomen landschappelijke inpassing wordt een investering van C1.292,40 in de ruimtelijke en landschappelijke kwaliteit gedaan. Dit is onvoldoende om ter plaatse te voldoen aan de minimale investering van C10.794 zoals op basis van de berekening wordt vereist als investering in de ruimtelijke kwaliteit. Het resterende bedrag van C9.501.60 wordt in het gemeentelijk landschapsfonds gestort, dat door de gemeente elders zal worden ingezet voor kwaliteitsverbetering van het landschap. Zodoende wordt met de voorgenomen ontwikkeling in voldoende mate bijgedragen aan de verbetering van de ruimtelijke kwaliteit in de omgeving van het plangebied en in de gemeente.
De aanleg in instandhouding van de landschappelijke inpassing is juridisch-planologisch gewaarborgd middels de enkelbestemming 'Groen - Landschappelijke inpassing' op de verbeelding en door een voorwaardelijke verplichting in de regels van dit bestemmingsplan.
NL.IMRO.0809.BPDuiksehoef8a-VG01
bestemmingsplan Buitengebied-Herziening Duiksehoef 8 en 8a Loon op Zand
oooo ORDITO OOOO
3.3
111
Verkeer en parkeren
Verkeer Het plangebied ligt aan de Duiksehoef te Loon op Zand. De ontsluiting van het plangebied vindt dan ook plaats via deze weg. Deze weg is in eigendom, beheer en onderhoud bij de aanliggende percelen. De weg is onverhard en dat zal in de toekomst zo blijven. Met het planvoornemen om de bedrijfswoning te wijzigen naar een burgerwoning, die los staat van het bedrijf, nemen de verkeersbewegingen toe. Met 6 extra bewegingen per dag is dit echter een geringe toename.
Parkeren Ruimtelijke functies trekken een bepaalde hoeveelheid autoverkeer aan en daarmee ook de vraag naar een bepaalde parkeerbehoefte. Het 'Parkeerbeleid Loon op Zand' van de gemeente Loon op Zand biedt houvast voor het bepalen van het aantal parkeerplaatsen bij ruimtelijke functies, zoals wonen. Het aantal aan te leggen parkeerplaatsen is afhankelijk van de voorzieningen en de parkeernorm die bij de betreffende ontwikkeling hoort. Met het planvoornemen om de bedrijfswoning te wijzigen naar een burgerwoning, blijven de parkeernormen gelijk. De parkeernormen van een bedrijfswoning zijn namelijk gelijk aan die van een burgerwoning. De parkeerbehoefte voor een vrijstaande woning in het buitengebied, groter dan 135 m2, betreft 2,1 parkeerplaatsen voor bewoners + 0,3 parkeerplaatsen voor bezoek. Parkeren gebeurt op eigen terrein. Op het terrein is genoeg parkeergelegenheid aanwezig.
Afval Zodra de bedrijfswoning een 'gewone' woning is heeft de gemeente hier een inzamelplicht zodat de bewoner (ieder perceel of wooneenheid) mobiele containers verstrekt krijgt. Deze afvalcontainers mogen niet in de openbare ruimte worden bewaard. Dit betekent dat hier bij de inrichting van het perceel rekening mee moet worden gehouden. De afvalcontainers en/of zakken moeten voor leging worden aangeboden aan de openbare weg (dus niet op opritten en parkeerhavens). In het buitengebied moeten de containers, in verband met de verkeersveiligheid, juist op de inrit worden aangeboden. De containers moeten dezelfde dag binnen worden gehaald.
NL.IMRO.0809.BPDuiksehoef8a-VG01
bestemmingsplan Buitengebied-Herziening Duiksehoef 8 en 8a Loon op Zand
oooo ORDITO OOOO
112
4. BELEIDSKADER 4.1
Rijksbeleid
Nationale Omgevingsvisie (NOVI) Op 11 september 2020 is de Nationale Omgevingsvisie vastgesteld. De Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) is geheel opgenomen in deze nieuwe visie. De Nationale Omgevingsvisie biedt een duurzaam perspectief voor de leefomgeving. Hiermee kan het Rijk inspelen op de grote uitdagingen die voor hen liggen. Allerlei trends en ontwikkelingen hebben invloed op de leefomgeving. Veranderende en groeiende steden, de overgang naar een duurzame en circulaire economie en het aanpassen aan de gevolgen van de klimaatverandering vormen slechts een deel van de opgaven. Dit biedt kansen, maar vraagt wel om zorgvuldige keuzes. Want ruimte, zowel boven- als ondergronds, is een schaars goed. Het combineren van al die opgaven vraagt een nieuwe manier van werken. Niet van bovenaf opgelegd, maar in goede samenwerking tussen overheden, bedrijven, kennisinstellingen, maatschappelijke organisaties en burgers. De NOVI biedt een kader, geeft richting en maakt keuzes waar dat kan. Tegelijkertijd is er ruimte voor regionaal maatwerk en gebiedsgerichte uitwerking. Omdat de verantwoordelijkheid voor het omgevingsbeleid voor een groot deel bij provincies, gemeenten en waterschappen ligt, kunnen inhoudelijke keuzes in veel gevallen het beste regionaal worden gemaakt.
Met de NOVI zet het Rijk een proces in gang waarmee keuzes voor de leefomgeving sneller en beter kunnen worden gemaakt. Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 brengt de NOVI de langtermijnvisie in beeld. Op nationale belangen wil het Rijk sturen en richting geven. Deze belangen komen samen in vier prioriteiten: 1. Ruimte voor klimaatadaptie en energietransitie; 2. Duurzaam economisch groeipotentieel; 3. Sterke en gezonde steden en regio's; 4. Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. Conclusie Door het nationale karakter van de NOVI en de kleine schaal van onderhavig planvoornemen, heeft het voornemen nauwelijks raakvlak met dit nationale kader. Met onderhavig planvoornemen zijn geen nationale belangen in het geding.
Besluit algemene regels ruimtelijke ordening In het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening stelt het Rijk een aantal regels die zijn bedoeld om beperkingen te stellen aan de ruimtelijke besluitvormingsmogelijkheden op lokaal niveau. Zij zijn dus concreet normstellend bedoeld en worden geacht direct of indirect, d.w.z. door tussenkomst van de provincie, door te werken tot op het niveau van de lokale besluitvorming, zoals de vaststelling van bestemmingsplannen. Het Barro is op 30 december 2011 in werking getreden en op 1 oktober 2012 verder aangevuld. Conclusie In het plangebied zijn geen nationale belangen in het geding. Het nationale ruimtelijke beleid heeft geen consequenties voor het planvoornemen.
NL.IMRO.0809.BPDuiksehoef8a-VG01
bestemmingsplan Buitengebied-Herziening Duiksehoef 8 en 8a Loon op Zand
oooo ORDITO OOOO
113
Ladder voor duurzame verstedelijking In het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is de verplichting opgenomen om in het geval van een nieuwe stedelijke ontwikkeling in de toelichting een beschrijving op te nemen van nut en noodzaak van de nieuwe stedelijke ruimtevraag en de ruimtelijke inpassing. Hierbij wordt gebruik gemaakt van de 'Ladder voor duurzame verstedelijking' zoals beschreven in het per 1 juli 2017 gewijzigde artikel 3.1.6 Bro. Nieuwe ontwikkelingen dienen getoetst te worden aan de Ladder voor duurzame verstedelijking mits er sprake is van een 'stedelijke ontwikkeling'. Het begrip 'stedelijke ontwikkeling' is in artikel 1.1.1, lid 1, sub i van de Bro gedefinieerd als: 'ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen'. Uit jurisprudentie blijkt dat vanaf 12 nieuwe woningen sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling en dat deze Ladderplichtig is. De in de toelichting van een bestemmingsplan vereiste onderbouwing van de nieuwe stedelijke ontwikkeling bevat een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien.
Toetsing Om te bepalen of een planvoornemen Ladderplichtig is dient getoetst te worden of de voorziene ontwikkeling wel een stedelijke ontwikkeling is. Onderhavig wijzigingsplan voorziet in de functiewijziging van een bestaande bedrijfswoning naar een burgerwoning aan de Duiksehoef 8-8a te Loon op Zand. Het betreft uitsluitend een functiewijziging waarbij geen sloop- en/ of bouwwerkzaamheden plaatsvinden. Ontwikkelingen die geen extra verstedelijking tot gevolg hebben, worden niet gezien als een stedelijke ontwikkeling in de zin van de Ladder. In beginsel is sprake van een nieuw beslag op ruimte als het nieuwe ruimtelijke besluit meer bebouwing mogelijk maakt dan er volgens het voorheen geldende planologische regime aanwezig was of gerealiseerd kon worden. Het planvoornemen voorziet in de toevoeging van één nieuwe woning, waardoor het onder de gestelde grens van 12 woningen blijft. Het planvoornemen wordt daarom niet beschouwd als een 'nieuwe stedelijke ontwikkeling' en is zodoende niet Ladderplichtig. Verdere toetsing aan de Ladder voor duurzame verstedelijking is niet noodzakelijk.
Conclusie Het planvoornemen past binnen het rijksbeleid.
4.2
Provinciaal en regionaal beleid
Omgevingsvisie Noord-Brabant De nieuwe Omgevingswet bundelt de wetten en regels voor ruimte, wonen, infrastructuur, milieu, natuur, cultuur erfgoed en water. De wet regelt zo het beheer en de ontwikkeling van de fysieke leefomgeving. Vooruitlopend hierop heeft de provincie alvast een provinciale omgevingsvisie gemaakt. Volgens de laatste informatie treedt de nieuwe Omgevingswet op 1 juli 2022 in werking.
NL.IMRO.0809.BPDuiksehoef8a-VG01
bestemmingsplan Buitengebied-Herziening Duiksehoef 8 en 8a Loon op Zand
oooo ORDITO OOOO
114
In december 2018 is de Brabantse omgevingsvisie vastgesteld. Deze omgevingsvisie bevat de belangrijkste ambities voor de fysieke leefomgeving voor de komende jaren. De omgevingsvisie geeft antwoord op de vraag hoe de Brabantse leefomgeving er in 2050 uit zou moeten zien en waar Noord-Brabant in 2030 tenminste moet staan om die lange termijndoelen te halen. De omgevingsvisie geeft ook aan op welke manieren de provincie met betrokkenen wil samenwerken aan omgevingsvraagstukken en welke waarden daarbij centraal staan. De visie bestaat uit een basisopgave en vier hoofdopgaven voor de middellange en lange termijn. De basisopgave is werken aan veiligheid, gezondheid en omgevingskwaliteit. De vier hoofdopgaven komen voort vanuit de basisopgaven. Het gaat om de volgende hoofdopgaven: ^ Hoofdopgave I: werken aan de Brabantse energietransitie ^ Hoofdopgave II: werken aan een klimaatproof Brabant ^ Hoofdopgave III: werken aan de slimme netwerkstad ^ Hoofdopgave IV: werken aan een concurrerende, duurzame economie Om de doelen voortkomend uit de hoofdopgaven te bereiken zet de provincie Noord-Brabant in op een samenhangende ruimtelijke koers. De omgevingsvisie bevat geen sectorale beleidsdoelen. De concrete doelen, voor bijvoorbeeld natuur, water, veiligheid, milieu, mobiliteit en ruimtelijke kwaliteit, staan nu nog in de bestaande plannen van de provincie (PMWP, SVRO, PVVP).
Grote delen van die beleidsplannen horen vanuit het systeem van de Omgevingswet straks thuis in de programma's. De beleidsmatige uitganspunten van de structuurvisie zijn, voor de aspecten waarop het provinciaal belang in geding is, uitgewerkt in de Interim Omgevingsverordening Noord-Brabant.
Interim Omgevingsverordening Noord-Brabant De Interim Omgevingsverordening Noord-Brabant is de vervanger van verschillende provinciale verordeningen, waaronder ook de Verordening ruimte. De Interim Omgevingsverordening is op 25 oktober 2019 vastgesteld als eerste stap voordat de Omgevingswet in werking treedt. De Interim Omgevingsverordening bestaat uit de samenvoeging van bestaande regels uit verschillende verordeningen. Voordat de Omgevingswet in werking treedt, wordt de definitieve omgevingsverordening vastgesteld. Deze definitieve verordening wordt tegelijk met de Omgevingswet van kracht. Het ontwerp van de Omgevingsverordening heeft inmiddels ter inzage gelegen. De verordening is één van de uitvoeringsinstrumenten van de provincie om haar doelen te realiseren. In de Omgevingsverordening vertaalt de provincie kaderstellende elementen uit het provinciaal beleid in regels die van toepassing zijn op (gemeentelijke) bestemmingsplannen.
Het plangebied valt volgens de Interim Omgevingsverordening onder de volgende gebieden: ^ Diep grondwaterlichaam (rechtstreeks werkende regels: milieubeschermingsgebieden, natuur en wegen) ^ Geen attentiezone waterhuishouding (rechtstreeks werkende regels: milieubeschermingsgebieden, natuur en wegen) ^ Landelijk gebied (rechtstreeks werkende regels: landbouw & instructieregels gemeenten: basiskaart Landelijk gebied) • Beperkingen veehouderij (rechtstreeks werkende regels: landbouw & instructieregels gemeenten: specifieke gebieden voor agrarische ontwikkeling) NL.IMRO.0809.BPDuiksehoef8a-VG01
bestemmingsplan Buitengebied-Herziening Duiksehoef 8 en 8a Loon op Zand
oooo ORDITO OOOO ^
^ ^ ^ ^
|15
Stalderingsgebied (rechtstreeks werkende regels: landbouw ä instructieregels gemeenten: specifieke gebieden voor agrarische ontwikkeling) Gemengd landelijk gebied (instructieregels gemeenten: basiskaart landelijk gebied) Verstedelijking afweegbaar (instructieregels gemeenten: stedelijke ontwikkeling en erfgoed) Norm wateroverlast buiten stedelijk gebied (instructieregels waterschappen: watersystemen, -veiligheid en -berging) Normen wateroverlast (instructieregels voor waterschappen: watersystemen, -veiligheid en -berging)
Diep grondwaterlichaam (art. 2.20) Boven, in of onder een diep grondwaterlichaam is de onconventionele winning van koolwaterstoffen verboden. Dit vormt geen belemmering voor het planvoornemen. Geen attentiezone waterhuishouding (art. 2.21) Een vergunning tot het onttrekken van grondwater ten behoeve van een bodemenergiesysteem is niet vereist voor een onttrekking binnen deze zone als de te onttrekken hoeveelheid grondwater ten hoogste 10 m3 per uur bedraagt en de onttrekkingsput niet dieper is dan 30 meter minus maaiveld. Dit vormt geen belemmering voor het planvoornemen. Landelijk gebied (art. 3.68 en art. 3.69) Voor wonen in landelijk gebied wordt in de instructieregels bepaalt dat een bestemmingsplan van toepassing op landelijk gebied alleen bestaande burgerwoningen en bedrijfswoningen toestaat. Daarnaast wordt aangegeven dat het gebruik van een voormalig bedrijfswoning als burgerwoning mogelijk is, als is verzekerd dat hier geen splitsing in meerdere woonfuncties plaatsvindt en overtollige bebouwing wordt gesloopt. Het planvoornemen betreft momenteel een reeds bestaande bedrijfswoning welke wordt omgezet in een burgerwoning. Hierbij blijft het aantal woningen gelijk en vindt geen opsplitsing plaats. Het planvoornemen voldoet hiermee aan de instructieregels voor Landelijk gebied. Normen wateroverlast buiten Stedelijk gebied (art.
4.4) Met het oog op de bergings- en afvoercapaciteit, waarop regionale wateren moeten zijn ingericht, geldt buiten stedelijk gebied, als norm een overstromingskans van: a) 1/100 per jaar voor gebieden met de ruimtelijke bestemming hoofdinfrastructuur en spoorwegen; b) 1/50 per jaar voor glastuinbouw en hoogwaardige land- en tuinbouw; c) 1/25 per jaar voor akkerbouw; d) 1/10 per jaar voor grasland. Voor bebouwing die is gelegen buiten stedelijk gebied geldt de norm van het omringende landgebruik. Aangezien de omgeving van het plangebied voornamelijk bestaat uit agrarische gronden, geldt voor het plangebied een overstromingskans van 1/25 per jaar. De normen drukken de hoogst toelaatbaar geachte kans op overstroming uit, ofwel het wenselijk geachte beschermingsniveau. De normering bakent de zorgplicht af die de waterbeheerder heeft op het vlak van het voorkomen dan wel beperken van ontoelaatbare wateroverlast door inundatie vanuit oppervlaktewater ten gevolge van neerslag. Zij geeft daarmee helderheid voor de burgers en de bedrijven over het restrisico en hun eigen verantwoordelijkheid ten aanzien van roerende en onroerende zaken. NL.IMRO.0809.BPDuiksehoef8a-VG01
bestemmingsplan Buitengebied-Herziening Duiksehoef 8 en 8a Loon op Zand
oooo ORDITO OOOO
|16
In paragraaf 5.9 wordt nader ingegaan op het aspect 'water'. Gemengd landelijk gebied ä Verstedelijking afweegbaar De locatie Duiksehoef 8 en 8a is in de Interim Omgevingsverordening Brabant aangewezen als 'Gemengd landelijk gebied' en 'Verstedelijking afweegbaar'. In het gemengd landelijk gebied stimuleert de provincie het mengen van functies voor een sterke plattelandseconomie. Hierbij is vooral de ontwikkeling van landbouw van belang, naast andere vormen van bedrijvigheid, natuur, landschap, recreatie en wonen. In gebieden die zijn aangewezen als "Verstedelijking afweegbaar" kan onder voorwaarden nieuw stedelijk ruimtebeslag worden toegevoegd. Gezien de kleinschaligheid van het planvoornemen valt het voorliggende plan niet aan te merken als een stedelijke ontwikkeling als bedoeld in de Interim Omgevingsverordening. Daarmee vindt primair toetsing plaats aan hetgeen de verordening bepaalt t.a.v. het gemengd landelijk gebied. Bestaand niet-agrarisch bedrijf Voor een recreatievoorziening aan de Duiksehoef 8 is artikel 3.71 van de Interim Omgevingsverordening Brabant van toepassing. Het artikel beschrijft de instructieregels voor bestaande niet-agrarische functies in het landelijk gebied. Het bestemmingsplan dient op grond van de instructieregels de planologische gebruiksactiviteit vast te leggen. De planologische gebruiksactiviteit wijzigt met het planvoornemen niet.
De planologische toelaatbaarheid van een recreatiebedrijf in het buitengebied staat niet ter discussie. Recreatiebedrijven passen in het perspectief van gronden met de aanduiding gemengd landelijk gebied. Verregaande verstedelijking van het buitengebied dient voorkomen te worden. Met het planvoornemen wordt de bedrijfswoning losgekoppeld van de bedrijfsvoering. Dat is een bewuste keuze. Voorkomen moet worden dat ten tweede maal een bedrijfswoning wordt opgericht ten behoeve van het recreatiebedrijf. Dit is voorkomen door in de regels van het bestemmingsplan daartoe geen mogelijkheden op te nemen. Bedrijfswoning omzetten naar burgerwoning Uitgangspunt van beleid is dat woningen in beginsel thuishoren binnen stedelijk gebied waar ook de voorzieningen aanwezig zijn, zoals winkels, theaters, sportfaciliteiten, medische faciliteiten, zorgvoorzieningen. Het landelijk gebied voorziet in aanvulling daarop ook in een woonbehoefte. In de afgelopen periode zijn om moverende redenen veel agrarische bedrijfswoningen omgezet naar burgerwoning. De provincie heeft de verwachting dat deze tendens zich voortzet en wil met de verordening voorzien in deze behoefte. Het provinciaal beleid is erop gericht om het verder dichtslibben van het landelijk gebied tegen te gaan. De provincie gaat terughoudend om met de nieuwvestiging van bedrijven, maar ook met de nieuwbouw van woningen.
Daarbij weegt de provincie bovendien mee dat een burgerwoning de ontwikkelingsmogelijkheden van de agrarische sector zou kunnen beperken vanwege milieuhindercirkels. De hoofdregel is dat een bestemmingsplan alleen bestaande woningen toelaat. In onderhavige situatie is sprake van een bestaande woning en niet van een nieuwe woning. De bestemmingswijziging leidt niet tot een beperking in de bedrijfsvoering van omliggende bedrijven. Op het naastgelegen perceel is sprake van een burgerwoning en vanuit ruimtelijk perspectief is het een voor de hand liggende ontwikkeling om de bedrijfswoning om te zetten. Artikel 3.69 van de Interim Omgevingsverordening biedt de mogelijkheid om een (voormalige) bedrijfswoning om te zetten naar een burgerwoning. Het gaat niet enkel om de bewoning van de (voormalige) bedrijfswoning door burgers. Het gaat om het economisch onttrekken van de woning aan de bedrijfsvoering van het recreatiebedrijf.
NL.IMRO.0809.BPDuiksehoef8a-VG01
bestemmingsplan Buitengebied-Herziening Duiksehoef 8 en 8a Loon op Zand
oooo ORDITO OOOO
|17
De aanwezigheid van de bedrijfswoning vormt een ernstige bedreiging voor de continuïteit van het recreatiebedrijf. Het recreatiebedrijf kan zonder bedrijfswoning bestaan. Vanuit een goede ruimtelijke ordening is een bedrijfswoning geen voorwaarde voor beheer. De gemeente stelt in de exploitatievergunning voorwaarden ten aanzien van het beheer. Er geldt geen voorwaarde dat iemand verplicht is om te wonen bij het recreatiebedrijf. Wel moet er sprake zijn van goed beheer. Dit wordt door een goede bereikbaarheid (telefonisch en digitaal) van de beheerder geborgd. Bij de recreatievoorziening is bovendien een ruimte beschikbaar waar een beheerder kan verblijven in geval dit nodig is. In de memo die als bijlage 1 bij deze toelichting is opgenomen, wordt nader toegelicht waarom het hebben van een bedrijfswoning niet noodzakelijk is voor het bedrijf en waarom afsplitsing van de bedrijfswoning nodig is voor het voortzetten van de groepsaccommodatie. De bestaande woning vormt geen ruimtelijke eenheid met het recreatiebedrijf. Bestemmingsplanmatig is dat nu (nog) wel het geval. De feitelijke situatie toont dat hier geen sprake van is. De verordening biedt in voorkomende gevallen de mogelijkheid om een burgerwoning om te zetten naar bedrijfswoning indien deze wel een ruimtelijke eenheid vormt met het bedrijf. Van het omgekeerde is hier sprake.
Door de voorgestelde regeling met betrekking tot de recreatiebestemming wordt voorkomen dat er een nieuwe bedrijfswoning wordt opgericht bij het recreatiebedrijf. De regeling voor het omzetten van bedrijfswoningen naar burgerwoningen wordt vaak ingezet bij de beëindiging van (agrarische) bedrijvigheid. Daarbij is het van belang dat overtollige bebouwing wordt gesloopt. De provincie verwacht van gemeenten dat zij hier stringent mee omgaan. Tegelijkertijd stelt de provincie dat de gemeente dient te bepalen of er sprake is van overtollige bebouwing. In geval van beëindiging van de (veelal) agrarische bedrijfsvoering is overtollige bebouwing eenvoudig aan te wijzen. In onderhavige situatie is van overtollige bebouwing geen sprake. Naast de woning bestaat de bebouwing uit bedrijfsbebouwing ten behoeve van het recreatiebedrijf. Het recreatiebedrijf is in bedrijf en er is geen sprake van beëindiging van deze functie. Conclusie is dat er geen overtollige bebouwing te slopen valt, maar dat het recreatiebedrijf als zelfstandig bedrijf wordt voortgezet zonder bedrijfswoning. Artikel 3.78 van de Interim omgevingsverordening biedt ruimte om woningen toe te voegen in gebieden die zijn aangewezen als 'verstedelijking afweegbaar'. Het mag op grond van dit artikel niet gaan om een aanzet tot een stedelijke ontwikkeling.
Voorwaarde die gesteld wordt is dat er een (gemeentelijke) visie aan ten grondslag ligt. Deze visie is aanwezig in de vorm van de Structuurvisie Loon op Zand 2030, waarin het gebied is aangewezen als bebouwingslint. De gemeente stelt hierin voorwaarden ten aanzien van landschappelijke en stedenbouwkundige kwaliteit. Deze voorwaarde stelt de provincie ook in artikel 3.9. De functiewijziging is op grond van de interim omgevingsverordening kansrijk. Een voorwaarde is dat er op grond van artikel 3.9 sprake moet zijn van kwaliteitsverbetering. Hier wordt later op ingegaan. Overige gebieden De overige instructieregels en/of rechtstreeks werkende regels behorende bij de gebieden waar het plangebied onder valt zijn niet direct van toepassing op het plangebied en/of voornemen. Daarnaast geldt voor elke ruimtelijke ontwikkeling de basisprincipes voor een evenwichtige toedeling van functies (paragraaf 3.1.2)
NL.IMRO.0809.BPDuiksehoef8a-VG01
bestemmingsplan Buitengebied-Herziening Duiksehoef 8 en 8a Loon op Zand
oooo ORDITO OOOO
118
Basisprincipes voor een evenwichtige toedeling van functies (paragraaf 3.1.2) Voor elke ruimtelijke ontwikkeling geldt dat toepassing moet worden gegeven aan de basisprincipes voor een evenwichtige toedeling van functies, die zijn opgenomen in paragraaf 3.1.2, artikel 3.5 van de Interim Omgevingsverordening. Onder een evenwichtige toedeling van functies wordt verstaan dat invulling wordt gegeven aan een goede omgevingskwaliteit met een veilige, gezonde leefomgeving. Hiervoor moet rekening worden gehouden met: ^ ^ ^
zorgvuldig ruimtegebruik (art. 3.6) de waarden in een gebied door toepassing van de lagenbenadering (art. 3.7) meerwaardecreatie (art. 3.8)
Zorgvuldig ruimtegebruik (art. 3.6) Conform artikel 3.6 houdt zorgvuldig ruimtegebruik in dat de toedeling van functies in beginsel plaatsvindt binnen bestaand ruimtebeslag voor bebouwing. In het landelijk gebied wordt hiermee een bestaand bouwperceel bedoeld. Het planvoornemen betreft een functiewijziging, waarbij de bedrijfswoning van het recreatieverblijf wordt gewijzigd naar een burgerwoning. Hierbij wordt de bestaande bebouwing hergebruikt en vinden verder geen bouw- en of sloopwerkzaamheden plaats. In beginsel zijn er dus geen plannen voor het oprichten van extra bebouwing. De bebouwingsregeling uit het vigerend bestemmingsplan "Buitengebied Geconsolideerd" is voor het grootste deel overgenomen. Hiermee wordt voldaan aan de zorgplicht voor de ruimtelijke kwaliteit zoals beschreven in artikel 3.6 van de Interim Omgevingsverordening. Toepassing van de lagenbenadering (art. 3.7) De toepassing van de lagenbenadering omvat het effect van de ontwikkeling op de lagen in onderlinge wisselwerking met elkaar en het actief benutten van de factor tijd. De lagenbenadering omvat de effecten op: ^ ^ ^
de ondergrond, zoals de bodem, het grondwater en archeologische waarden; de netwerklaag, zoals infrastructuur, natuurnetwerk, energienetwerk, waterwegen waaronder een goede, multimodale afwikkeling van het personen- en goederenvervoer; de bovenste laag, zoals cultuurhistorische en landschappelijke waarden, de omvang van de functie en de bebouwing, de effecten op bestaande en toekomstige functies, de effecten op volksgezondheid, veiligheid en milieu.
Door actief de factor tijd te benutten wordt rekening gehouden met de herkomstwaarde, vanuit het verleden, de (on)omkeerbaarheid van optredende effecten en de toekomstwaarde gelet op duurzaamheid en toekomstbestendigheid. De toetsing van de gevolgen van het initiatief op de bovengenoemde aspecten is uitgebreid uiteengezet in deze toelichting. Meerwaardecreatie (art. 3.8) Meerwaardecreatie omvat een evenwichtige benadering van de economische, ecologische en sociale aspecten die in een gebied en bij een ontwikkeling zijn betrokken, waaronder: ^ ^
de mogelijkheid om opgaven en ontwikkelingen te combineren waardoor er meerwaarde ontstaat; de bijdrage van een ontwikkeling aan andere opgaven en belangen dan die rechtstreeks met de ontwikkeling gemoeid zijn.
NL.IMRO.0809.BPDuiksehoef8a-VG01
bestemmingsplan Buitengebied-Herziening Duiksehoef 8 en 8a Loon op Zand
oooo ORDITO OOOO
119
De fysieke verbetering van de landschappelijke kwaliteit zoals bedoeld in artikel 3.9 van de Interim Omgevingsverordening kan deel uit maken van de meerwaardecreatie. In de beoogde situatie wordt invulling gegeven aan de meerwaardecreatie door middel van het verbeteren van het woonen leefklimaat in de omgeving. De bestemming 'Recreatie - Verblijfsrecreatie' van de bedrijfswoning aan de Duiksehoef 8a wordt gewijzigd naar de bestemming 'Wonen'. Kwaliteitsverbetering landschap (art. 3.9) In het kader van de regeling Kwaliteitsverbetering van het landschap is bij ontwikkelingen buiten het bestaand stedelijk gebied een fysieke verbetering van de landschappelijke kwaliteit van het gebied of de omgeving noodzakelijk. Er moet worden aangetoond hoe deze fysieke verbetering financieel, juridisch en feitelijk wordt verzekerd. Een verbetering kan o.a. bestaan uit een landschappelijke inpassing, behoud of herstel van cultuurhistorisch waardevolle bebouwing of terreinen, het slopen van bebouwing of aanleggen van extensieve recreatieve mogelijkheden. Deze vormen van kwaliteitsverbetering moeten worden geborgd in het bestemmingsplan. Voor het bepalen van de kwaliteitsverbetering wordt uitgegaan van de afspraken in regionaal verband met het Hart van Brabant. Hierin wordt een methodiek voor het bepalen van de tegenprestatie bepaald. In deze notitie worden drie categorieën onderscheiden: ^
^
^
Categorie 1: ruimtelijke ontwikkelingen waarvoor geen (extra) kwaliteitsverbetering van het landschap is vereist (geen landschappelijke inpassing en evenmin ruimtelijke kwaliteitsverbetering vereist); Categorie 2: ruimtelijke ontwikkelingen waarop de regels inzake kwaliteitsverbetering van toepassing zijn, maar waarbij het gaat om ontwikkelingen die een (zeer) beperkte invloed hebben (alleen landschappelijke inpassing vereist); Categorie 3: ruimtelijke ontwikkelingen waarop de regels inzake kwaliteitsverbetering van toepassing zijn en waarbij sprake is van een (substantiële) invloed op het landschap (zowel landschappelijke inpassing als ruimtelijke kwaliteitsverbetering vereist).
Het planvoornemen betreft een functiewijziging van een bedrijfswoning, behorend bij een recreatief bedrijf, naar een woonbestemming. De voorgenomen ontwikkeling betreft een categorie 3-ontwikkeling. Voor dergelijke ontwikkelingen is zowel een landschappelijke inpassing (inrichtingsplan) als een ruimtelijke kwaliteitsverbetering vereist. De exacte omvang/hoogte van de noodzakelijke kwaliteitsbijdrage wordt per ontwikkeling berekend. Vervolgens dient te worden bepaald waar de vereiste kwaliteitsbijdrage aan besteed zal worden. Dit betreft in ieder geval een goed visueel-ruimtelijke inpassing van het erf alsmede het voldoen aan de algemene kwaliteitseisen in het kader van de algemene zorgplicht. Indien uit een berekening blijkt dat hiermee reeds volledig wordt voldaan aan de vereiste en berekende kwaliteitsberekening, is geen verdere aanvullende tegenprestatie vereist. Indien echter met de landschappelijke inpassing nog niet volledig kan worden voldaan aan de berekende kwaliteitsbijdrage is voor het resterende bedrag wel een extra ruimtelijke kwaliteitstoevoeging noodzakelijk.
Deze extra ruimtelijke kwaliteitstoevoeging (naast een goede landschappelijke inpassing) kan bestaan uit extra fysieke verbeteringen van het landschap en/of door het resterende bedrag te storten in een gemeentelijke reserve voor landschappelijke inpassing dat door de gemeente elders zal worden ingezet voor kwaliteitsverbetering van het landschap. De gemeente Loon op Zand kent geen verplichting tot het uitvoeren van een minimumbedrag aan kwaliteitsverbetering op eigen perceel. Ter bepaling van de bijdrage kwaliteitsverbetering landschap is daarom gebruik gemaakt de notitie 'Werkafspraken kwaliteitsverbetering landschap Hart van Brabant, actualisering 2015', een model dat tussen de Hart van Brabant gemeenten is vastgesteld. NL.IMRO.0809.BPDuiksehoef8a-VG01
bestemmingsplan Buitengebied-Herziening Duiksehoef 8 en 8a Loon op Zand
oooo ORDITO OOOO
120
Voor wat betreft de normbedragen sluit de gemeente Loon op Zand aan bij de aangeleverde normbedragen van de gemeente Hilvarenbeek. Middels een berekening van de aanleg- en beheerkosten van de landschapselementen dient inzichtelijk gemaakt te worden of aan de vereiste kwaliteitsverbetering voldaan kan worden. De berekening en de landschappelijke inpassing zijn nader toegelicht in paragraaf 3.2. De aanleg in instandhouding van de landschappelijke inpassing is juridisch-planologische gewaarborgd middels de enkelbestemming 'Groen - Landschappelijke inpassing' op de verbeelding en door een voorwaardelijke verplichting in de regels van dit bestemmingsplan. Hieruit kan worden geconcludeerd dat de beoogde ontwikkeling in overeenstemming is met artikel 3.9 van de Interim Omgevingsverordening.
Conclusie Het planvoornemen past binnen het provinciaal beleid.
4.3
Gemeentelijk beleid
Structuurvisie Loon op Zand 2030 Op 8 maart 2018 is de structuurvisie 'Loon op Zand 2030 - 1e herziening' vastgesteld. In de structuurvisie ligt de missie vast voor de (middel)lange termijn. De Structuurvisie benoemt als uitgangspunt voor de ruimtelijke koers het behouden en waar mogelijk versterken van de bestaande kwaliteiten en het op adequate wijze inspelen op trends en ontwikkelingen. De belangrijkste ambities zijn gericht op: ^ het behouden en versterken van de eigen identiteit van groene en recreatieve gemeente; ^ het behouden en versterken van het contrast met de nabij gelegen stedelijke gebieden; ^ het verruimen van het aanbod aan kwalitatief aantrekkelijke woonmilieus; In de structuurvisie wordt het grondgebied van de gemeente Loon op Zand in verschillende zones onderverdeeld. In het landelijk gebied onderscheiden we vier verschillende deelgebieden met een eigen karakter. Het plangebied aan de Duiksehoef 8 en 8a is gelegen binnen 'woongebied - lint'. Het gebied maakt tevens deel uit van 'het halfopen cultuurlandschap'. ™
—
woongebied - lint Thema: wonen Gebiedsbegrenzing: exact
ft"
het halfopen cultuurlandschap Thema: landschap Gebiedsbegrenzing: exact
Figuur 8 Uitsnede structuurvisie Gemeente Loon op Zand NL.IMRO.0809.BPDuiksehoef8a-VG01
bestemmingsplan Buitengebied-Herziening Duiksehoef 8 en 8a Loon op Zand
oooo ORDITO OOOO
121
Toetsing Woongebied - lint Karakteristiek in de gemeente Loon op Zand zijn de bebouwingslinten die doorlopen tot in het centrum van de dorpen. Er is altijd een samenhang aanwezig tussen het lint en het achterliggende landschap. Daarmee zijn de linten ook in het buitengebied de identiteitsdragers van het landschap. Nieuwe ontwikkelingen in de linten zijn in principe toegestaan omdat ze kunnen bijdragen aan de stedelijke respectievelijk plattelandseconomie, maar dienen wel de bestaande kwaliteiten van de linten te versterken. Het halfopen cultuurlandschap De schil rondom de Loonse en Drunense Duinen bestaat uit een aantrekkelijk kleinschalig en halfopen landschap ('coulissenlandschap') met oude bouwlanden, weides, bosschages, houtwallen en bomenlanen. Het agrarisch grondgebruik bestaat van oudsher vooral uit grondgebonden melkveehouderijen, maar de laatste jaren zijn boomkwekerijen sterk in opkomst. Het fraaie landschap in dit deelgebied is van groot belang voor de natuur en het gebied is aantrekkelijk voor wandelaars en fietsers. Bovendien zijn hier verschillende verblijfsaccommodaties en maneges aanwezig. Geconcentreerd op twee locaties liggen twee grote, intensieve recreatieve trekkers: 't Blauwe Meer met Experience Island en de Efteling.
In het halfopen cultuurlandschap zet de gemeente in op behoud en versterking van de kleinschaligheid en de hoge natuurlijke en recreatieve kwaliteiten. De gemeente biedt ruimte aan recreatieve ontwikkelingen mits de landschappelijke en/of ecologische waarden van het gebied behouden blijven of versterkt worden. Verder weg van de kernen zijn vooral meer kleinschalige (verblijfs)recreatieve ontwikkelingen mogelijk, passend bij de identiteit van het gebied. Ook voor nieuwe landgoederen is plek in dit gebied. Toetsing Het plangebied aan de Duiksehoef 8 en 8a is in de gemeentelijke structuurvisie dus aangewezen als een gebied ten behoeve van wonen. Het planvoornemen betreft de functiewijziging van de bestaande bedrijfswoning Duiksehoef 8a, behorend bij het recreatief bedrijf Duiksehoef 8, naar een burgerwoning. De bedrijfswoning aan de Duiksehoef 8a kent nu nog de bestemming 'Recreatie Verblijfsrecreatie'. Met het planvoornemen wordt de bedrijfswoning 'ontkoppeld' van de recreatieonderneming. In de memo die als bijlage 1 bij deze toelichting is opgenomen, wordt nader toegelicht waarom het hebben van een bedrijfswoning niet noodzakelijk is voor het bedrijf en waarom afsplitsing van de bedrijfswoning nodig is voor het voortzetten van de groepsaccommodatie.
Ten aanzien van de woning zullen geen sloop- en/of bouwwerkzaamheden plaatsvinden, waardoor ten opzichte van de huidige situatie niets wijzigt. De bedrijfswoning wordt een burgerwoning en de (nu bijbehorende) bedrijfsgebouwen blijven bedrijfsmatig in gebruik. Daarmee wordt de bestaande bebouwing benut. Het planvoornemen wordt landschappelijk ingepast, zodat geen sprake is van een inbreuk op het landschap. Het planvoornemen past daarmee binnen de structuurvisie van de gemeente Loon op Zand.
NL.IMRO.0809.BPDuiksehoef8a-VG01
bestemmingsplan Buitengebied-Herziening Duiksehoef 8 en 8a Loon op Zand
oooo ORDITO OOOO
122
Handboek Landschappelijke Kwaliteitsverbetering Het Handboek Landschappelijke Kwaliteitsverbetering van de gemeente Loon op Zand vormt een toetsingskader voor landschappelijke inpassingsplannen en plannen voor landschappelijke kwaliteitsverbetering. Tevens vormt het handboek een inspiratiekader voor initiatiefnemers die aan de slag gaan met landschappelijke inpassing en/of kwaliteitsverbetering. De gemeente Loon op Zand streeft naar behoud en versterking van de aanwezige natuur- en landschapswaarden binnen de gemeente. In de beleidskaders van de provincie Noord-Brabant is vastgelegd dat ruimtelijke ontwikkelingen buiten het stedelijk gebied moeten leiden tot een fysieke verbetering van de aanwezige of potentiële kwaliteiten van bodem, water, natuur, landschap, cultuurhistorie of de extensieve recreatieve mogelijkheden van het gebied of de omgeving. De gemeente Loon op Zand heeft dit vertaald in het bestemmingsplan 'Buitengebied' en past de regeling voor landschappelijke kwaliteitsverbetering (LKV) dan ook toe bij ruimtelijke plannen buiten het stedelijk gebied. Deze zogeheten LKV moet financieel, juridisch en feitelijk geborgd worden en passen binnen de regionale afspraken die hierover gemaakt zijn.
Om richting te geven aan het behoud en de versterking van de natuur- en landschapswaarden in het algemeen en aan de toepassing van de regeling voor landschappelijke inpassing en LKV is het Handboek Landschappelijke Kwaliteitsverbetering opgesteld. Er zijn regionale afspraken voor landschappelijke kwaliteitsverbeteringen gemaakt door de regio Hart van Brabant. De kwaliteitsverbetering kan bereikt worden met: ^ Landschappelijke inpassing van de bebouwing; ^ Het toevoegen, versterken of herstellen van landschapselementen die een bijdrage leveren aan de versterking van de landschapsstructuur of de relatie stad-land; ^ Activiteiten gericht op behoud of herstel van cultuurhistorisch waardevolle bebouwing of terreinen; ^ Het wegnemen van verharding; ^ Het slopen van bebouwing; ^ Een fysieke bijdrage aan de realisatie van het Natuur Netwerk Brabant (NNB) en ecologische verbindingszones (evz's). De ontwikkelingen zijn ingedeeld in 3 categorieën. Het planvoornemen valt binnen categorie 3. Bij planologische medewerking wordt daarom zowel een landschappelijke inpassing (inrichtingsplan) als een ruimtelijke kwaliteitsverbetering gevraagd. De berekening en de landschappelijke inpassing zijn nader toegelicht in paragraaf 3.2.
Conclusie Het planvoornemen past binnen het gemeentelijk beleid.
NL.IMRO.0809.BPDuiksehoef8a-VG01
bestemmingsplan Buitengebied-Herziening Duiksehoef 8 en 8a Loon op Zand
oooo ORDITO OOOO
123
5. RANDVOORWAARDEN 5.1
Archeologie
Beleid Voor archeologie geldt de nationale wetgeving die afkomstig is uit Europees beleid. Het Verdrag van Valletta (of wel: 'Verdrag van Malta') regelt hoe er omgegaan moet worden met het Europees archeologisch erfgoed. Nederland heeft het verdrag in 1992 mede ondertekend. De uitgangspunten van dit Europese verdrag zijn in de Nederlandse wet- en regelgeving verankerd door middel van de Wet op de archeologische monumentenzorg (Wamz). De Wamz is in werking getreden op 1 september 2007 en wijzigt hiermee de Monumentenwet uit 1988, de Ontgrondingenwet (Ow), de Wet milieubeheer (Wm), de Woningwet (Ww) en de Wet ruimtelijke ordening (Wro). Sinds de invoering van deze wet zijn gemeenten belast met de zorgplicht voor het archeologisch erfgoed. Vanaf 1 juli 2016 is dit op dezelfde wijze als via de Wamz verwerkt in de Erfgoedwet en in de toekomst zal dit verwerkt worden in de Omgevingswet. Tot de Omgevingswet in gaat gelden voor onderdelen, die gaan over de fysieke leefomgeving, de bepalingen uit de Monumentenwet. Dit is opgenomen in de overgangsregeling van de Erfgoedwet. Het uitgangspunt is dat er verplicht rekening gehouden moet worden met het behoud van het archeologisch erfgoed in de bodem. Waar dit niet mogelijk is, dient het bodemarchief met zorg ontsloten te worden door middel van archeologisch onderzoek.
Bij het ontwikkelen van ruimtelijke plannen moet het archeologisch belang vanaf het begin meewegen in de besluitvorming. Provinciaal beleid De IKAW (indicatieve kaart archeologische waarden) bevat een vlakdekkende en landsdekkende classificatie van de trefkans op archeologische resten. Deze trefkans is gebaseerd op een kwantitatieve analyse en op archeologische inhoudelijke kennis van het bodemarchief. De kaart is bedoeld als instrument voor de ruimtelijke ordening en voor het beheer en de bescherming van archeologische informatie die in de bodem bewaard is gebleven. Met behulp van deze kaart kan bij diverse planologische beslissingen - zoals ontgrondingen, bodemsaneringen, aanleg van woonwijken, etc. - rekening worden gehouden met de aanwezige archeologische waarden. Legenda: Zeer lage trefkans Lage trefkans Middelhoge trefkans Hoge trefkans Lage trefkans (water) Middelhoge trefkans (water) Hoge trefkans (water) Water Niet gekarteerd
Figuur 9 Uitsnede Indicatieve Kaart Archeologische Waarden (plangebied zwart omcirkeld) NL.IMRO.0809.BPDuiksehoef8a-VG01
bestemmingsplan Buitengebied-Herziening Duiksehoef 8 en 8a Loon op Zand
oooo ORDITO OOOO
124
Op de IKAW van Noord-Brabant heeft het plangebied een hoge trefkans.
Onderzoek In het vigerend bestemmingsplan 'Buitengebied Geconsolideerd' heeft het plangebied de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie - 2'. Vanwege de aanwezige archeologische waarden is een archeologisch onderzoek vereist bij bodemingrepen en te bebouwen oppervlakte van projectgebieden die groter zijn dan 100 m2 en dieper dan 0,5 meter onder maaiveld. Met het planvoornemen vindt alleen een functiewijziging plaats waarbij de grond niet wordt geroerd. Er vinden geen bouw- of sloopwerkzaamheden plaats. Archeologisch onderzoek is daarom niet noodzakelijk. De huidige dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie 2' wordt daarom overgenomen in de regels van dit bestemmingsplan, ter bescherming van eventueel voorkomende archeologische waarden bij toekomstige werkzaamheden
Conclusie Het aspect archeologie vormt geen belemmering voor het planvoornemen.
5.2
Bedrijven en milieuzonering
De Wet milieubeheer (Wm) zorgt ervoor dat milieuoverlast in woongebieden zoveel mogelijk wordt beperkt. Alle voorzieningen en bedrijven die overlast veroorzaken moeten daarom een vergunning hebben of een melding doen in het kader van de Wet milieubeheer. In de publicatie 'Bedrijven en Milieuzonering' (2009) van de VNG (Vereniging van Nederlandse Gemeenten) is een lijst met indicatieve richtafstanden opgenomen voor milieubelastende bedrijfsactiviteiten ten opzichte van gevoelige bestemmingen. De lijst geeft richtlijnen voor de ruimtelijk relevante milieuaspecten geur, stof, geluid en gevaar. De benodigde afstand tussen bedrijven en gevoelige functies is afhankelijk van de aard en omvang van het bedrijf en de omgeving. Voor een rustige woonomgeving gelden andere eisen dan voor drukke woonwijken, gemengde gebieden en landelijke gebieden. In de VNG-publicatie is een omschrijving van de gebiedstypes gemengd gebied en rustige woonwijk/rustig buitengebied gegeven. Omgevingstype gemengd gebied Een gemengd gebied is een gebied met een matige tot sterke functiemenging. Direct naast woningen komen andere functies voor zoals winkels, horeca en kleine bedrijven. Ook lintbebouwing in het buitengebied met overwegend agrarische en andere bedrijvigheid kan als gemengd gebied worden beschouwd.
Gebieden die direct langs de hoofdinfrastructuur liggen, behoren eveneens tot het omgevingstype gemengd gebied. Hier kan de verhoogde milieubelasting voor geluid de toepassing van kleinere richtafstanden rechtvaardigen. Geluid is voor de te hanteren afstand van milieubelastende activiteiten veelal bepalend". Omgevingstype rustige woonwijk/rustig buitengebied Een rustige woonwijk is een woonwijk die is ingericht volgens het principe van functiescheiding. Afgezien van wijkgebonden voorzieningen komen vrijwel geen andere functies (zoals bedrijven of kantoren) voor. Langs de randen (in de overgang naar mogelijke bedrijfsfuncties) is weinig verstoring door verkeer. Een vergelijkbaar omgevingstype qua aanvaardbare milieubelasting is een rustig buitengebied (eventueel inclusief verblijfsrecreatie), een stiltegebied of een natuurgebied.