30-03-2023 Bijlage 2. Toelichting vast te stellen bestemmingsplan Hoekje 4 .pdf
Tekst van het document
27 Status: Vastgesteld
Toetsing initiatief aan “goede ruimtelijke ordening” Naast de toetsing of het bouwplan een bijdrage levert aan de luchtkwaliteit dient beoordeeld te worden of sprake is van een goed woon- en leefklimaat en daarmee of sprake is van een goede ruimtelijke ordening. De GGD geeft op lokaal niveau advies over luchtkwaliteit in relatie tot gezondheid en ruimtelijke ordening. Juist bij gevoelige bestemmingen nabij drukke wegen is het wenselijk dat de gemeente om advies vraagt aan de GGD. Het plangebied is niet gelegen in de nabijheid van een drukke weg. Toch is inzicht gezocht in de luchtkwaliteit ter plaatse. Dit is onderzocht door middel van de actuele kaartgegevens met betrekking tot de aspecten stikstofdioxide, fijnstof, zeer fijnstof en roet.
Hieruit blijkt dat ruimschoots wordt voldaan aan de grenswaarden (stikstofdioxode: 40 μg/m3 en fijn stof: 40 μg/m3). Voor stikstofdioxide en PM10 is de achtergrondwaarde 18 μg/m3 en voor zeer fijn stof (PM2,5) is de waarde 11 μg/m3. Omdat het projectperceel op basis van de actuele kaartbeelden niet is gelegen in een gebied met een slechte luchtkwaliteit (in de buurt van de grenswaarden), kan worden geconcludeerd dat er sprake is van een goede ruimtelijke ordening.
Conclusie Gemeente Loon op Zand lichting bestemmingsplan Buitengebied-herziening Hoekje 4 Kaatsheuvel
28 Status: Vastgesteld
Het aspect “Luchtkwaliteit” is geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling. 4.6
Bedrijven en milieuzonering
Bij elk ruimtelijk besluit zal er sprake moeten zijn van een goede ruimtelijke ordening. Dit betekent dat gevoelige functies (zoals wonen) geen overlast mogen hebben van in de omgeving aanwezige en toegestane bedrijven. Aan de andere kant moet ook gemotiveerd zijn dat de rechten van bestaande bedrijven in de omgeving niet geschaad worden door een besluit dat een nieuw gevoelig object mogelijk maakt. Omdat hier sprake is van de vervanging van een woning (gevoelig object) op een andere plek verdient het aspect “milieuzonering” aandacht. Geurhinder agrarische bedrijvigheid De wetgeving rondom geur heeft tot doel het beschermen van mens en milieu tegen de negatieve effecten van geurbelasting door het opnemen van geurnormen en vaste afstanden. Hierbij is het mogelijk dat de gemeenteraad afwijkende normen vaststelt in een gemeentelijke geurverordening. Met deze opgenomen normen moet rekeningen gehouden worden bij beslissingen in het kader van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo). Indirect heeft de Wet geurhinder en veehouderij (Wgv) ook consequenties voor de totstandkoming van geurgevoelige objecten en dus voor de ruimtelijke ordening, dit wordt de omgekeerde werking genoemd.
Voor wat betreft geurhinder van veehouderijen betekent dit dat de volgende aspecten in ogenschouw moeten worden genomen: Wordt er een onevenredige inbreuk gedaan op de mogelijkheden voor bedrijfsontwikkeling van de nabijgelegen veehouderijen?; Is ter plaatse een aanvaardbaar woon- en leefklimaat gegarandeerd? De gemeente Loon op Zand heeft geen eigen geurbeleid vastgesteld. Voor de toetsing aan de geldende geurregelgeving zijn derhalve van toepassing: de Wet geurhinder en veehouderij (Wgv); het Activiteitenbesluit milieubeheer (hierna: Activiteitenbesluit). De nieuwe woning is een geurgevoelig object op grond van de Wgv. Er is namelijk sprake van een vervangende woning, maar niet op de bestaande locatie. In de directe omgeving van het projectperceel is geen agrarisch bedrijf aanwezig. Het dichtstbij gelegen agrarisch bedrijf is gesitueerd op de adressen Hoekje 10 en Hoekje 14. Op deze percelen wordt één melkveehouderij-inrichting als bedoeld in de Wet milieubeheer geëxploiteerd. De overige omliggende agrarische bedrijven liggen op een zodanige afstand dat toetsing aan dit aspect niet aan de orde is. Op de locatie Hoekje 10 is de volledige stalinrichting in de schuren verwijderd. Ter plaatse worden geen dieren meer gehouden. De bedrijfsgebouwen worden gebruikt voor opslag en de stalling van landbouwwerktuigen ten behoeve van de melkveehouderij op de locatie Hoekje 14.
Dit gebruik heeft geen geuremissie tot gevolg. Ook van een andere milieutechnische uitstraling (geluid, gevaar, stof) is met dit gebruik geen sprake. Op de locatie Hoekje 14 is een vergunning van kracht voor het houden van in totaal 61 koeien. Op 28 augustus 2016 is een melding Activiteitenbesluit gedaan, waarbij is aangegeven dat per 1 december 2016 alleen in het achterste staldeel koeien worden gehouden. De stalinrichting van alle overige nietgebruikte stallen wordt verwijderd. Het staldeel aan de voorzijde is dan in gebruik als melkstal en opslag. Hier zijn geen dierenverblijven.
Belemmering voor (agrarische) bedrijven in de omgeving Gemeente Loon op Zand lichting bestemmingsplan Buitengebied-herziening Hoekje 4 Kaatsheuvel
29 Status: Vastgesteld
De realisatie van de geplande woning heeft geen consequenties voor eventuele uitbreidingsmogelijkheden van het veehouderijbedrijf Hoekje 10 en 14. In de richting van de nieuwe woning zijn geen uitbreidingsmogelijkheden meer voor dit bedrijf. Daarnaast zouden de bestaande woning Hoekje 12 en 8 reeds een belemmering vormen voor de ontwikkelingsmogelijkheden van dit bedrijf. De herbouw van deze woning op een iets andere locatie op het projectperceel verandert daar niets aan. Het voorliggende initiatief heeft derhalve geen nadelige gevolgen voor deze melkveehouderij. Overige agrarische bedrijven liggen op grote afstand. Tussen de geplande ontwikkeling en deze bedrijven liggen reeds bestaande geurgevoelige objecten (woningen). Het plan heeft derhalve geen nadelige gevolgen voor andere agrarische bedrijven. Goed woon- en leefklimaat De Wgv maakt onderscheid tussen dieren mét en zónder een geuremissiefactor. Koeien zijn dieren zonder geuremissiefactor, waardoor hier vaste minimumafstanden tussen het emissiepunt en geurgevoelige objecten gelden (art. 4 Wgv). De minimale afstand van het emissiepunt tot de dichtstbijzijnde buitenzijde van een geurgevoelig object buiten de bebouwde kom is 50 meter.
Ook artikel 3.117 Activiteitenbesluit bevat minimumafstanden tussen geurgevoelige objecten en dierenverblijven van dieren waarvoor geen geuremissiefactor is vastgesteld, gemeten vanaf het emissiepunt. Deze afstand bedraagt tevens 50 meter voor geurgevoelige objecten buiten de bebouwde kom. De veehouderij Hoekje 10/14 blijft onverminderd bestaan. Het aantal koeien dat wordt gehouden is per december 2016 echter beperkt en deze dieren zullen alleen worden gehouden in het achterste deel van de bestaande stal. In de overige delen van de stallen zullen geen dierenverblijven zijn. In dit geval betreft de gevel van het dierenverblijf tevens het emissiepunt. De afstand tussen de gevel/emissiepunt van het dierenverblijf en de dichtstbijzijnde gevel van de nieuwe woning bedraagt circa 280 meter. Hiermee wordt ruim aan de minimale afstandseisen van de Wgv en het Activiteitenbesluit voldaan. Met het voldoen aan de afstanden kan derhalve ter plaatse van de nieuwe woning een aanvaardbaar woon- en leefklimaat worden gegarandeerd. Vanuit het oogpunt van een goede ruimtelijke ordening is er daarom geen belemmering. Conclusie Het aspect geurhinder veehouderijen vormt geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling. Spuitzones open teelten In het kader van een goede ruimtelijke ordening moet een afweging worden gemaakt tussen het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen en de volksgezondheid.
Op grond van deze afweging kan het noodzakelijk zijn om een spuitvrije zone aan te houden. Welke afstand (minimaal) aangehouden moet worden, is niet in een wettelijke regeling voorgeschreven. Uit jurisprudentie blijkt dat de Raad van State een afstand van 50 meter, tussen gevoelige functies en agrarische bedrijvigheid waarbij gewasbeschermingsmiddelen worden gebruikt, in het algemeen niet onredelijk vindt. Volgens vaste rechtspraak kan een kortere afstand ook aanvaardbaar zijn, mits hieraan een goede locatiespecifieke onderbouwing ten grondslag ligt. Daarnaast kan het zijn dat gepaste maatregelen genomen moeten worden om de drift te voorkomen (bronmaatregelen zoals driftarme spuitdoppen) of overdrachtsmaatregelen zoals bijvoorbeeld een dichte haag.
Gemeente Loon op Zand lichting bestemmingsplan Buitengebied-herziening Hoekje 4 Kaatsheuvel
30 Status: Vastgesteld
In de nabijheid van het plangebied bevinden zich geen kwekersgronden waar gewasbestrijdingsmiddelen worden gebruikt. Een verdere beoordeling op basis van de benodigde afstanden tot de bronnen van gewasbeschermingsmiddelen is derhalve niet aan de orde. Conclusie Het aspect “milieuzonering, geur en spuitzones” is geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling. Bedrijvigheid en richtafstanden Op basis van milieuzonering wordt bepaald welke categorieën bedrijfsvestigingen en/of inrichtingen mogelijk kunnen worden gemaakt. Dit houdt in dat er een voldoende ruimtelijke scheiding aanwezig dient te zijn tussen milieubelastende bedrijven en/of inrichtingen en woongebieden of woningen. Hoe zwaarder de toegestane milieucategorie, hoe groter de afstand. Zonering of functiemenging Bij het bepalen van deze afstand wordt gebruik gemaakt van de VNG - brochure 'Bedrijven en milieuzonering', editie 2009 (VNG-brochure). In deze brochure worden onder meer richtafstanden aangegeven tot de omgevingstypen rustige woonwijk en gemengd gebied. Bij een gemengd gebied geldt dat de in de brochure genoemde richtafstand met een stap kan worden verlaagd. Ook beschrijft de brochure gebieden waarbinnen functiemenging juist gewenst is bijvoorbeeld in stadscentra. Voor dit soort gebieden kent de brochure de systematiek van functiemenging.
De lijst in de brochure is algemeen geaccepteerd als uitgangspunt bij het opstellen van ruimtelijke plannen. De richtafstanden zijn afgestemd op twee omgevingstypen: ‘rustige woonwijk/buitengebied’ en ‘gemengd gebied’.
Richtafstanden conform Bedrijven en milieuzonering, VNG
In de omgeving van het projectperceel komen op enkele locaties bedrijven voor. De ligging van bedrijven is in algemene zin geen probleem, zolang deze wat betreft hun aard, schaal en uitstraling passen binnen de woonomgeving. In de praktijk betekent dit dat bedrijven in de categorieën 1 en 2, gezien de beperkte hinder die dergelijke bedrijven veroorzaken, zonder meer toelaatbaar zijn. De directe omgeving van het plangebied kan worden aangemerkt als een omgevingstype ‘gemend gebied/buitengebied’. Voor de uiteindelijke beoordeling van de vraag of sprake is van een goed woon- en leefklimaat is in de gegeven situatie een inventarisatie van bedrijven gemaakt, die van invloed kunnen zijn op de bouwlocatie. Geen van de aanwezige bedrijven heeft onaanvaardbaar negatieve invloed op de beoogde ontwikkeling en evenmin heeft de beoogde functiewijziging een belemmerende werking naar diezelfde bedrijven.
Gemeente Loon op Zand lichting bestemmingsplan Buitengebied-herziening Hoekje 4 Kaatsheuvel
31 Status: Vastgesteld
Adres
Type bedrijf
Kloosterweg 71 Wielstraat 12
Restaurant Open haard – houthandel
Gewenste afstand 10 100
Werkelijke afstand 30 440
Conclusie Uit voorgaande blijkt dat in het plangebied sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat en dat de belangen van omliggende bedrijven met de bouw van de woning niet worden geschaad. Daarmee kan voor deze planwijziging een goed woon- en leefklimaat worden geborgd. 4.7
Kabels en leidingen
Planologische relevante leidingen zijn leidingen die bescherming in het bestemmingsplan behoeven. Dit zijn bijvoorbeeld rioolwaterpersleidingen met een grote diameter en waterleidingen met een regionale functie. Op deze leidingen zijn geen veiligheidsafstanden van toepassing, maar wordt wel rekening gehouden met een zakelijk rechtstrook van de leidingen. Door binnen deze strook een bouwverbod op te nemen, wordt beschadiging van de leiding voorkomen. In of nabij het plangebied zijn geen planologisch relevante leidingen aanwezig. In de directe omgeving van de projectpercelen zijn geen kabels en leidingen aanwezig, die een belemmering vormen voor de beoogde ontwikkeling. Conclusie Het aspect "technische infrastructuur" is geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling. Vóór aanvang van de graafwerkzaamheden wordt de exacte ligging van kabels en leidingen door middel van een KLIC-melding opgevraagd bij de betrokken leidingbeheerders. 4.8
Water
In het kader van het Nationaal Bestuursakkoord Water moet bij ruimtelijke ontwikkelingen worden aangetoond, middels een hydrologisch onderzoek, dat de waterhuishouding niet negatief wordt beïnvloed door de beoogde ruimtelijke ontwikkeling. Sinds juli 2003 is de watertoets wettelijk verankerd in het Besluit ruimtelijke ordening. Het besluit verplicht tot het opnemen van een beschrijving van de wijze waarop rekening is gehouden met de gevolgen van het plan voor de waterhuishouding in de toelichting van alle ruimtelijke plannen. Ten aanzien van het beleid rond en om water is het met name van belang of de wijzigingen een effect kunnen hebben op de hydrologische situatie. Met betrekking tot hydrologisch neutraal ontwikkelen hebben de drie Brabantse waterschappen Aa en Maas, De Dommel en Brabantse Delta hun keuren geharmoniseerd, Keur 2015. De waterschappen maken bij het beoordelen van plannen met een toegenomen verhard oppervlak onderscheid tussen grote en kleine plannen. De grenswaarden waaraan getoetst wordt zijn: minder dan 2.000m², tussen de 2.000m² en 10.000m² en meer dan 10.000m². Aanvullend op de beleidsregels is het stuk “Hydrologische uitgangspunten bij de keurregel voor afvoeren van hemelwater, Brabantse waterschappen”.
Gemeente Loon op Zand lichting bestemmingsplan Buitengebied-herziening Hoekje 4 Kaatsheuvel
32 Status: Vastgesteld
Het bovenstaande resulteert in een voorkeursvolgorde voor het verwerken van hemelwater waarbij optie 1 het meest wenselijk en optie 5 het minst wenselijk is: 1. Hergebruik 2. Vasthouden 3. Bergen en afvoeren 4. Afvoeren naar oppervlaktewater (direct of indirect) 5. Afvoeren naar de riolering. Vanuit de Algemene Regel is er geen verplichting tot aanleg van een retentievoorziening of infiltratievoorziening bij een verhardingstoename kleiner dan 2.000m². Met de gewenste vervangende nieuwbouw van een woning is er sprake van een toename beneden deze grens van 2.000m². Van een verplichting tot aanleg van een berging/ infiltratiemogelijkheid is vanuit de Algemene regel van het waterschap geen sprake. Dit heeft er toe geleid dat voor kleine plannen kan worden volstaan met het toepassen van een eenvoudige rekenregel voor het bepalen van de compensatie-opgave. Voor grotere plannen (>10.000 2 m ) volstaat de rekenregel niet voor het bepalen van de compensatie-opgave, omdat de impact van dergelijke plannen op het watersysteem (veel) groter is. Voor grote plannen is daarom altijd een waterhuishoudkundig onderzoek door de initiatiefnemer noodzakelijk en dient het waterschap vroegtijdig te worden betrokken.
Tot slot vindt het waterschap het belangrijk dat er zoveel mogelijk gebruik wordt gemaakt van milieuvriendelijke bouwmaterialen en het achterwege laten van uitlogende bouwmaterialen, zoals lood, koper, zink en zacht PVC. Deze stoffen kunnen zich ophopen in het water(bodem)systeem en hebben hierdoor een zeer nadelige invloed op de water(bodem)kwaliteit en ecologie. Het beleid van de gemeente is verwoord in de Hemelwatervisie en het Water- en rioleringsplan 20172020. Dit betekent dat bij nieuwbouw in inbreidingslocaties deze hydrologisch neutraal moeten worden ingericht. Dit houdt in dat een neerslaggebeurtenis, die eens in de 100 jaar voorkomt (T=100), geborgen dient te kunnen worden. Het hydrologisch neutraal bouwen in inbreidingslocaties houdt onder andere in dat toename van verhard oppervlak gecompenseerd moet worden door het creëren van extra berging, zodat er geen toename is van afvoer naar omliggende gebieden. Uitgangspunt bij nieuwbouwplannen is dat hemelwater en vuil water gescheiden worden aangeboden. Voor toevoegingen van verharde oppervlakte met minder dan 500m² geldt dat er gewerkt mag worden met een gescheiden rioleringsstelsel. Er hoeft dan geen infiltratie of retentie binnen het eigen terrein te worden gerealiseerd.
Aangezien er ter plaatse van het Hoekje en daarmee evenmin nabij het plangebied geen vrij verval riolering ligt, maar drukriolering, betekent dit dat alleen het afvalwater aangeboden kan worden en het hemelwater op eigen terrein opgevangen en verwerkt dient te worden. Bij de bouw van deze woning worden milieuvriendelijke bouwmaterialen gebruikt en zal het gebruik van uitlogende bouwmaterialen, zoals lood, koper, zink en zacht PVC worden voorkomen. Hiermee is verzekerd dat geen nadelige invloed zal optreden op de water(bodem)kwaliteit en ecologie. Dit bestemmingsplan zal in het kader van het wettelijke vooroverleg aan het waterschap de Brabantse Delta worden voorgelegd ter beoordeling van de waterhuishoudkundige aspecten.
Gemeente Loon op Zand lichting bestemmingsplan Buitengebied-herziening Hoekje 4 Kaatsheuvel
33 Status: Vastgesteld
Grondwaterbeschermingsgebied Het projectperceel ligt in een grondwaterbeschermingsgebied. De hiervoor aangewezen gronden zijn mede bestemd voor de bescherming van de grondwaterkwaliteit ten behoeve van de openbare drinkwatervoorziening. Dit wordt de ’25-jaarszone’ genoemd en in geval van zeer kwetsbare gebieden zonder beschermende kleilagen worden deze omgeven door een ’100-jaarszone’. Het projectperceel ligt binnen de ’25-jaarszone’. Drinkwatermaatschappij Brabant Water hanteert in haar beleid de Provinciale milieuverordening (PMV). In artikel 5.1.3 van deze milieuverordening over grondwaterbeschermingsgebieden geeft de PMV verbodsbepalingen betreffende de categorieën inrichtingen die niet in een grondwaterbeschermingsgebied mogen worden opgericht of in werking mogen zijn. In bijlage 3 van de PMV staat een lijst met niet toegestane activiteiten. Een woning is hierin niet opgenomen. Woningen zijn binnen dit gebied derhalve toegestaan, maar er gelden wel wettelijke regels om vervuiling van het grondwater te voorkomen. Verantwoord moet worden dat de risico’s voor de kwaliteit van het grondwater geheel of nagenoeg geheel gelijk blijven. Het plan betreft de herbouw van een bestaande woning. Er vinden geen bodembedreigende activiteiten plaats. Er zijn geen voor het grondwater schadelijke stoffen aanwezig. Ook wordt geen grondwater onttrokken.
Hiermee is aangetoond dat de risico’s voor de kwaliteit van het grondwater gelijk blijven. Conclusie Het aspect water bevat geen belemmering voor de onderhavige ontwikkeling. 4.9
Verkeer 4.9.1
Verkeer
Het plan omvat het vervangen van een bestaande woning. Het aantal woningen neemt per saldo niet toe. Er is derhalve ook geen sprake van een toename van het aantal verkeersbewegingen. Voor een woning wordt uitgegaan van gemiddeld acht verkeersbewegingen per etmaal. Vanwege het feit dat het initiatief voorziet in een vervangende woning neemt het aantal motorvoertuigbewegingen op de bestaande omliggende wegen niet toe. Omdat zowel de huidige als de nieuw beoogde ontsluiting is en wordt voorzien op het Hoekje zal van een toename van de intensiteit op de Hoekje evenmin sprake zijn en zal daarmee ook niet leiden tot een onevenredige belasting ervan. Voor de nieuwe woning wordt een nieuwe in- en uitrit aangelegd. Met de ligging van deze in- en uitrit is zoveel mogelijk rekening gehouden met de bestaande laanbeplanting langs de openbare weg. Dit mag en zal niet ten koste gaan van bestaande groenstructuur. Geconcludeerd kan worden dat de intensiteit van verkeer op de omliggende wegen niet gaat toenemen nu sprake is van een vervangende woning. 4.9.2
Parkeren
Het gemeentelijke parkeerbeleid van de gemeente Loon op Zand is vervat in het document "Kaders Parkeerbeleid Loon op Zand" en de parkeernormen zijn opgenomen in de "Uitwerking Parkeerbeleid Loon op Zand", beide vastgesteld op 14 juni 2016. Hierin is opgenomen dat voor een woning met een gebruiksvloeroppervlakte groter dan 135 m² buiten de bebouwde kom een norm van 2,4 parkeerplaatsen geldt. Omdat het aantal woningen niet toeneemt is er geen sprake van een toename
Gemeente Loon op Zand lichting bestemmingsplan Buitengebied-herziening Hoekje 4 Kaatsheuvel
34 Status: Vastgesteld
van de parkeerbehoefte. Het plangebied biedt voldoende ruimte om aan de gestelde parkeernorm te voldoen. Conclusie Het aspect verkeer en parkeren vormt geen belemmering de uitvoering van het plan. 4.10
Flora en Fauna
Ruimtelijke plannen dienen te worden beoordeeld op de uitvoerbaarheid in relatie tot actuele natuurwetgeving. Vanaf 1 januari 2017 is er de Wet natuurbescherming in. Deze wet heeft 3 wetten vervangen: de Natuurbeschermingswet 1998, de Boswet en de Flora- en faunawet. Er mogen geen ontwikkelingen plaatsvinden die op onoverkomelijke bezwaren stuiten door effecten op beschermde natuurgebieden en/of flora en fauna. De uitvoering van de Wet natuurbescherming ligt bij de provincie. In algemene zin is van belang dat de huidige groenstructuur/bomen gehandhaafd blijven en dat bij de aanleg van een nieuwe inrit buiten de bomenstructuur zal komen te liggen. Gebiedsbescherming In Nederland zijn 164 Natura 2000-gebieden aangewezen. Voorbeelden zijn de Veluwe, Rijntakken (rivieren), de Waddenzee maar ook Loonse en Drunense duinen en Leemkuilen. Per Natura 2000gebied zijn (instandhoudings)doelen (voor soorten en vegetatietypen) opgesteld. Iedereen die vermoedt of kan weten dat zijn handelen of nalaten, gelet op de instandhoudingdoelen, nadelige gevolgen voor een Natura 2000-gebied kan hebben, is verplicht deze handelingen achterwege te laten of te beperken. Het bevoegd gezag kan schadelijke activiteiten beperken en eisen dat een vergunning Natuurbeschermingswet wordt aangevraagd. Regulier beheer en bestaand gebruik zijn (of worden) opgenomen in Natura 2000-beheerplannen.
Na vaststelling van de beheerplannen hoeft daarvoor een vergunning aangevraagd te worden. Provincies hebben ervoor gekozen om deze gebieden te beschermen via het provinciale beleid. Ook de provincie Noord-Brabant heeft de gebieden in haar verordening toegewezen aan het Natuur Netwerk Brabant (NNB). Het plangebied ligt niet binnen een beschermd gebied, zoals opgenomen in Natura 2000 en de ecologische hoofdstructuur. Wel ligt het plangebied op een afstand van zo'n 350 meter vanaf het Natura 2000-gebied 'Loonse en Drunense Duinen & Leemkuilen' en 2.500 meter vanaf het Natura 2000-gebied 'Langstraat'. Ook bij ontwikkelingen buiten natuurgebieden moet het effect worden beoordeeld, de zogenaamde 'externe werking'. Het gaat dan met name om de stikstofdepositie. Hiervoor geldt de Programmatische Aanpak Stikstof (PAS). Het plan betreft de vervanging van een bestaande woning. Er worden dus geen woningen toegevoegd. Er is geen sprake van een toename van de stikstofdepositie naar aanleiding van het plan. Een nadere toetsing aan de PAS is niet nodig. Het plan heeft geen negatief effect op natuurgebieden. Stikstofdepositie Te veel stikstofneerslag is slecht voor de natuur. Daarom is een natuurvergunning of een ander toestemmingsbesluit nodig voor activiteiten (bijvoorbeeld in de landbouw, woningbouw, wegenbouw of de industrie) waar stikstof bij vrij komt.
Ook voor de bouw van de nieuwe woning is het nodig inzicht te krijgen in de stikstofdepositie op in de omgeving van het plangebied gelegen Natura 2000-gebieden. Om een zorgvuldige afweging te maken bij nieuwe activiteiten wordt AERIUS Calculator ingezet.
Gemeente Loon op Zand lichting bestemmingsplan Buitengebied-herziening Hoekje 4 Kaatsheuvel
35 Status: Vastgesteld
Hiermee kan berekend worden welke depositie een project veroorzaakt en op welke natuurgebieden die depositie neerslaat. Met het gebruik van AERIUS Calculator kunnen projecten doorgang vinden waar kan worden aangetoond dat een activiteit niet tot een toename van depositie leidt. Er is dan namelijk geen toestemming vereist voor het aspect stikstofdepositie. Daarnaast is het met AERIUS Calculator mogelijk om vergunningen aan te vragen op grond van intern salderen. Voor dit initiatief is een AERIUS berekening opgesteld. De uitgangspunten, resultaten en conclusie van deze berekening is als bijlage aan deze toelichting gevoegd. Uit de stikstofberekening blijkt dat zowel de aanlegfase als de gebruiksfase geen depositiewaarden heeft opgeleverd van hoger dan 0,00 mol/ha/jr. Als gevolg van een uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State is onduidelijkheid ontstaan over de draagkracht van stikstofberekeningen uitgevoerd met AERIUS Calculator die betrekking hebben op wegverkeer. AERIUS Calculator berekent de bijdrage aan de stikstofdepositie ten gevolge van wegverkeer tot 5 kilometer afstand van de bron. De Raad van state heeft de minister in de gelegenheid gesteld om op dit aspect een toereikende onderbouwing te geven voor de wijze waarop de stikstofdepositie van verkeersbewegingen wordt berekend.
Voormelde onduidelijkheid behelst echter geen risico voor de beoordeling van de berekening. Immers de volledige bron ‘Wegverkeer’ ligt op ruim minder dan 5 kilometer afstand van stikstofgevoelig habitat binnen de twee voormelde Natura 2000 gebieden. Als de te berekenen depositie aldaar, inclusief de bijdrage ten gevolge van wegverkeer, niet hoger is dan 0,00 mol/ha/ja, dan zal de depositie op meer dan 5 kilometer afstand ook niet hoger zijn dan 0,00 mol/ha/ja. Soortbescherming Omdat er gebouwen worden gesloopt en op een andere locatie in een bestaand weiland een nieuwe woning wordt gebouwd is een onderzoek naar de mogelijk voorkomende natuurwaarden noodzakelijk. Door Bureau Maerlant is een quickscan flora en fauna uitgevoerd: rapport "Ecologische quickscan Hoekje 4 te Kaatsheuvel" (23 april 2021, nr. 2021). Het onderzoeksrapport is als bijlage bijgevoegd. Soorten In het plangebied of binnen de invloedssfeer van de werkzaamheden, zijn de volgende potentiële natuurwaarden aangetroffen waar rekening mee gehouden dient te worden: Kans op de aanwezigheid van verblijfplaatsen van vleermuizen in de te slopen bebouwing (woonhuis); Algemene broedvogels (niet jaarrond beschermd).
Effecten Doordat de werkzaamheden op het land plaatsvinden, beperkt van aard zijn, en preventief afdoende maatregelen kunnen worden getroffen, zijn over het algemeen géén negatieve effecten op strikter beschermde soorten te verwachten. Echter, is het noodzakelijk nader onderzoek naar vleermuizen, uit te voeren om actueel gebruik van de bebouwing vast te kunnen stellen voorafgaand aan de sloop. Na het uitvoeren van het onderzoek kunnen, indien noodzakelijk, gepaste maatregelen worden getroffen. Advies Vleermuizen Aanbevolen wordt voorafgaand aan de sloop van de bebouwing nader onderzoek uit te voeren naar vleermuizen conform het vleermuizenprotocol. Het onderzoek dient volgens het huidige protocol (versie 2021) te bestaan uit drie bezoeken in midden mei tot midden juli, waarvan minimaal één Gemeente Loon op Zand lichting bestemmingsplan Buitengebied-herziening Hoekje 4 Kaatsheuvel
36 Status: Vastgesteld
bezoek in juni, en twee bezoeken in de periode midden augustus tot 1 oktober, allen met een onderlinge tussenpoos van minimaal 20 dagen. Hieraan kan worden voldaan, omdat de sloop van de bestaande woning eerst zal plaatsvinden nadat de nieuwbouw is gerealiseerd. Aanpak vogels algemeen De aanwezige bomen / beplantingen op het projectperceel zijn geschikt voor diverse algemene vogels om te broeden. Geadviseerd wordt deze ruim buiten het broedseizoen te verwijderen: ná 15 augustus en vóór 1 maart. Indien men voornemens is beplantingen / bomen op een ander moment te verwijderen, is het noodzakelijk deze voorafgaand aan de ingrepen te controleren op in gebruik zijnde nesten. Als nesten ontbreken of zijn verlaten is verwijdering zonder meer mogelijk. Het verstoren van broedende vogels is krachtens de Wet natuurbescherming niet toegestaan. Conclusie Met inachtneming van bovenstaande is het aspect "natuur" geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling. 4.11
Archeologie en cultuurhistorie
Archeologie De Wet op de archeologische monumentenzorg, gericht op een betere bescherming van het archeologisch erfgoed, bepaalt dat elke gemeente over een eigen archeologiebeleid dient te beschikken. De algemene uitgangspunten van deze wet laten zich als volgt vertalen: gestreefd dient te worden naar behoud in situ van de archeologische waarden; de verstoorder betaalt; zorg dragen voor verankering van archeologie in ruimtelijke plannen. Door de gemeente is een archeologische verwachtingenkaart opgesteld. Hieruit kan worden afgeleid dat het projectperceel deel uitmaakt van een gebied met een lage archeologische verwachting
Projectperceel
Uitsnede uit de gemeentelijke verwachtingenkaart
Gemeente Loon op Zand lichting bestemmingsplan Buitengebied-herziening Hoekje 4 Kaatsheuvel
37 Status: Vastgesteld
Ondanks dat sprake is van een perceel met een lage archeologische verwachtingswaarde is door ArcheoPro een archeologisch onderzoeksrapport opgesteld ten behoeve van de ruimtelijke onderbouwing “Vervangende woning Hoekje 4” en daarmee ten behoeve van de realisatie van de vervangende woningbouw ter plaatse (rapportage d.d. januari 2022, projectcode 21-029). Er was namelijk sprake van een middelhoge verwachting voor resten uit de Late Middeleeuwen en Nieuwe Tijd vanwege de ligging aan een historische weg. Uit de resultaten van het verrichte onderzoek blijkt dat de het perceel inderdaad een lage archeologische verwachtingswaarde heeft. Omdat de bodem op het overgrote deel van het projectperceel tot diep in de C-horizont verstoord is, van nature niet aantrekkelijk was voor bewoning en het naboren met een megaboor nergens binnen het projectperceel relevante archeologische indicatoren heeft opgeleverd, geven de resultaten van het onderzoek geen aanleiding om archeologisch vervolgonderzoek te adviseren. Evenmin zijn tijdens het onderzoek archeologische resten aangetroffen waarmee tijdens de verdere planvorming of bij de uitvoering van de geplande werkzaamheden rekening zou moeten worden gehouden. Op basis van voormelde rapportage kan worden geconcludeerd dat voor het perceel archeologisch vervolgonderzoek niet aan de orde is.
Er is dan ook geen sprake van een belemmering voor de bouw van de vervangende woning. Wel dienen zogenaamde ‘toevalsvondsten ’ direct bij de gemeente gemeld te worden conform art. 5.10 van de Erfgoedwet. Cultuurhistorie Uit de Cultuurhistorische Waardenkaart van de provincie Noord-Brabant blijkt, dat het projectperceel is gelegen binnen een archeologisch landschap.
Projectperceel
Uitsnede uit provinciale cultuurhistorische waardenkaart
Het plangebied ligt binnen de volgende aanduidingen: Gemeente Loon op Zand lichting bestemmingsplan Buitengebied-herziening Hoekje 4 Kaatsheuvel
38 Status: Vastgesteld
1. archeologisch landschap - Loonse en Drunense Duinen; 2. cultuurhistorisch landschap - Loonse en Drunense Duinen. Hierna wordt het plan getoetst aan de cultuurhistorische waarden die gelden binnen deze aanduidingen. Ad 1. archeologisch landschap - Loonse en Drunense Duinen Hier is de strategie 'het duurzaam en in samenhang behouden van het bodemarchief'. Ook dit aspect is ondervangen met het uitgevoerde archeologische onderzoek. Ad 2. cultuurhistorisch landschap - Loonse en Drunense Duinen Voor dit landschap geldt strategieën ten behoeve van: het behoud van het stuifzandgebied; Het plan heeft geen invloed op het stuifzandgebied van de Loonse en Drunense Duinen, want ligt in het halfopen coulissenlandschap ten noordwesten daarvan. de natuurontwikkelings- en recreatieve opgave afstemmen met de cultuurhistorische waarden; Het plan omvat geen natuurontwikkeling of recreatieve ontwikkeling, maar slechts de vervanging van een bestaande woning. Deze strategie is derhalve niet van toepassing. Overigens wordt hiervoor verwezen naar paragraaf 3.2.3. de economische dragers afstemmen op de cultuurhistorische identiteit Loonse en Drunense Duinen; Het plan omvat geen economische drager, maar slechts de vervanging van een bestaande woning. Deze strategie is derhalve niet van toepassing.
het vergroten van de cultuurhistorische waardering door het vergroten van de beleving; Het plangebied ligt in het halfopen coulissenlandschap met een verscheidenheid aan landschapselementen. Het plan respecteert bestaande groenstructuren zoals de bomenlaan langs de weg Hoekje en de volwassen boomstructuur in de bestaande tuin bij Hoekje 12-14. Bovendien worden enkele nieuwe groenelementen, zoals een bomenrij en een kleine boomgaard, toegevoegd, die de cultuurhistorische beleving versterken. Overigens wordt hiervoor verwezen naar paragraaf 3.2.3. Binnen het plangebied zijn geen andere cultuurhistorisch waardevolle elementen aanwezig. Het plan tast geen waardevolle elementen aan. Het aspect cultuurhistorie vormt geen planologische belemmering voor het plan. Conclusie Het aspect “archeologie en cultuurhistorie” is geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling. 4.12
Gezondheid
Ten aanzien van eventuele gezondheidsrisico’s in relatie tot veehouderijen in de nabijheid van het plangebied is een aantal aspecten van varkens- en pluimveehouderijen van belang. In het bijzonder gaat het om eventuele risico’s als gevolg van varkens- en pluimveehouderijen (endotoxinen) en geitenhouderijen. Varkens-, en pluimveehouderijen (endotoxinen) Een veehouderij in de omgeving van een woning kan effecten hebben op de gezondheid. Omwonenden van veehouderijbedrijven worden blootgesteld aan bepaalde micro-organismen en endotoxinen. Zowel micro-organismen en endotoxinen kunnen effecten op de gezondheid hebben. Het gaat dan vooral om effecten op de luchtwegen. Op basis van de “Notitie endotoxine toetsingskader 1.0” kan worden beoordeeld of sprake is van een verhoogd volksgezondheidsrisico ten aanzien van varkenshouderijen en pluimveehouderijen. Gemeente Loon op Zand lichting bestemmingsplan Buitengebied-herziening Hoekje 4 Kaatsheuvel
39 Status: Vastgesteld
In de nabijheid van het plangebied zijn geen varkens- en/of pluimveehouderijen aanwezig. Daarnaast is het plangebied buiten de richtafstanden gelegen die aangehouden moet worden rondom de varkens- en pluimveehouderijen. Er is geen sprake van een verhoogd volksgezondheidsrisico. Geitenhouderijen Mogelijk is er een verband tussen het langdurig verblijven in de nabijheid van een geitenhouderij en het krijgen van longontsteking. In de periode 2009-2013 is het onderzoek Veehouderij en Gezondheid Omwonenden (VGO) uitgevoerd. De resultaten van het onderzoek zijn op 7 juli 2016 gepubliceerd (hoofdrapport VGO). Gegevens van 110.278 patiënten, die ingeschreven stonden bij 27 huisartspraktijken in het VGO-onderzoeksgebied, zijn hiervoor geanalyseerd. Op 16 juni 2017 is een aanvullend VGO-rapport gepubliceerd. In het aanvullend VGO-onderzoek (VGO-2) zijn de onderzoeksgegevens statistisch uitvoeriger geanalyseerd. Onder andere is onderzocht of er in de jaren 2009-2013 een verband bestond tussen de woonafstand tot geitenhouderijen en het risico op longontsteking. Gemiddeld over deze onderzoeksjaren laten de aanvullende analyses een 29% verhoogde kans op longontsteking zien voor mensen die rondom een individuele geitenhouderij wonen, tot een afstand van 1,5 – 2 km (dit is vergeleken met bewoners zonder een geitenhouderij binnen deze afstand van de woning).
Uit het onderzoek volgt dat het risico op longontsteking rond een geitenhouderij bijna drie keer groter is dan het risico op longontsteking tot een afstand van ca. 1 km rond een pluimveehouderij. De oorzaak van deze verhoogde kans op longontstekingen rondom geitenhouderijen kan door de onderzoekers niet worden aangegeven. Het gevolg is dat het nemen van effectieve bedrijfsgerichte maatregelen nu nog niet mogelijk is. Binnen de nabijheid van het plangebied zijn geen geitenhouderijen gelegen. Een verdere toetsing aan de “Handreiking veehouderij en volksgezondheid” is voor geitenhouderijen niet noodzakelijk. Conclusie Het aspect "gezondheid" is geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling.
Gemeente Loon op Zand lichting bestemmingsplan Buitengebied-herziening Hoekje 4 Kaatsheuvel
40 Status: Vastgesteld
5
JURIDISCHE BESCHRIJVING 5.1 Verantwoording planvorm
Het bestemmingsplan is een juridisch plan, dat bindend is voor de burgers en voor de overheid. Wat betreft systematiek van de integrale herziening is aangesloten bij de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen 2012 (SVBP). Er is sprake van een specifiek bestemmingsplan voor het perceel, plaatselijk bekend als Hoekje 4 te Kaatsheuvel. Het perceel ligt in het bestemmingsplan Buitengebied. Dit bestemmingsplan sluit qua systematiek en bestemming zo veel mogelijk aan op het bestemmingsplan voor het buitengebied en voorts op de Parapluherziening Loon op Zand 2019, wonen. 5.2 Systematiek bestemmingen De systematiek van de regels kan worden samengevat aan de hand van de hoofdstukindeling. De regels zijn onderverdeeld in vier hoofdstukken: In hoofdstuk 1 'Inleidende Regels' wordt ingegaan op de begripsomschrijvingen en de wijze van meten. In hoofdstuk 2 van de regels - 'Bestemmingsregels’- worden regelingen gegeven voor de functies in het plangebied die positief zijn bestemd. Bepaald is welke vormen van gebruik en bouwwerken rechtstreeks (dus zonder voorafgaande wijziging of afwijking) zijn toegestaan. Indien een bepaalde vorm van bebouwing past binnen de doeleinden van de bestemming en voldaan is aan de bouwregels, dan kan hiervoor in de regel zonder meer een omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen worden verleend.
In hoofdstuk 3 zijn de algemene regels weergegeven (anti-dubbeltelbepaling, algemene bouwregels etc.). In hoofdstuk 4 zijn de overgangs- en slotbepalingen opgenomen. 5.3 Artikelsgewijze toelichting Hoofdstuk 1 Inleidende regels Begrippen In dit artikel is omschreven wat in onderhavig plan onder een aantal van de in de regels gebruikte begrippen wordt verstaan. Wijze van meten In dit artikel is vastgelegd hoe bij de toepassing van de bouwregels van onderhavig plan moet worden gemeten. Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels Het bestemmingsplan kent de bestemmingen ‘Agrarisch met waarden’, ‘Wonen’ en ‘Tuin’ en de gebiedsaanduidingen ‘Milieuzone – grondwaterbeschermingsgebied’ en ‘Overige zone – beperkingen veehouderij. Hierna volgt een korte toelichting op de bestemmingen. Agrarisch met waarden De gronden die zijn aangewezen als Agrarisch met waarden – natuur- en landschapwaarden zijn bestemd voor een agrarische bedrijfsvoering met in dit geval de aanduiding natuurontwikkeling.
Gemeente Loon op Zand lichting bestemmingsplan Buitengebied-herziening Hoekje 4 Kaatsheuvel
41 Status: Vastgesteld
Tuin De gronden die zijn aangewezen als ‘Tuin’ zijn bestemd voor tuinen, erven en verhardingen, en water en waterhuishoudkundige voorzieningen. Onder voorwaarden mogen binnen deze bestemming erkers, balkons of luifels en naar aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen van hoofdgebouwen van aangrenzende bestemmingen worden gebouwd. Er zijn ook regels opgenomen voor het bouwen van bijgebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde. Er is een afwijkingsbevoegdheid opgenomen voor het toelaten van een hogere bouwhoogte voor erfafscheidingen in bepaalde gevallen. Wonen Deze gronden zijn onder andere bestemd voor wonen. Het hoofdgebouw is ter plaatse van het bestemmings- en meer specifiek het daarin opgenomen bouwvlak toegestaan. De afmetingen van het bouwvlak zijn bepaald aan de hand van de inhoud en maatvoering van de bestaande woning. Voor wat betreft de goot- en bouwhoogtes is aansluiting gezocht bij de gangbare maatvoering. Daarnaast is binnen deze bestemming, onder voorwaarden, de uitoefening van een aan-huisgebonden beroep toegestaan. Het aantal woningen is vastgelegd in de regels.
Hoofdstuk 3: Algemene regels Anti-dubbeltelregel Deze bepaling wordt opgenomen om te voorkomen dat, wanneer volgens een bestemmingsplan bepaalde gebouwen en bouwwerken niet meer dan een bepaald deel van een bouwperceel mogen beslaan, het opengebleven terrein niet nog eens meetelt bij het toestaan van een ander gebouw of bouwwerk, waaraan een soortgelijke eis wordt gesteld. Algemene bouwregels In de algemene bouwregels is een bepaling opgenomen ten aanzien van ondergeschikte bouwdelen. Algemene gebruiksregels In dit artikel zijn bepaalde specifieke gebruiksregels opgenomen voor het gebruik van de gronden en bouwwerken binnen het gehele plangebied. Algemene afwijkingsregels In deze bepaling wordt aan het bevoegd gezag de bevoegdheid gegeven om afwijking te verlenen van bepaalde, in het bestemmingsplan geregelde, onderwerpen. Hoofdstuk 4: Overgangs- en slotregels Overgangsrecht In deze bepaling wordt vorm en inhoud gegeven aan het overgangsrecht. Deze regeling is op grond van de Wro verplicht. Slotregel Als laatste wordt de slotbepaling opgenomen. Deze bepaling bevat zowel de titel van het plan als de vaststellingsbepaling.
Gemeente Loon op Zand lichting bestemmingsplan Buitengebied-herziening Hoekje 4 Kaatsheuvel
42 Status: Vastgesteld
6
UITVOERBAARHEID 6.1
Maatschappelijke uitvoerbaarheid
Het ontwerpbestemmingsplan heeft met ingang van 22 september 2022 conform de wettelijke bepalingen gedurende een termijn van zes weken ter visie gelegen. Tijdens deze periode is een zienswijze ingediend. De ontvangen zienswijze is beoordeeld in de nota zienswijze en hebben op onderdelen aanleiding gevormd tot aanpassing van het plan. 6.2
Economische uitvoerbaarheid
De realisatie van het project is een particulier initiatief en vindt plaats op eigen terrein. Alle kosten van het plan, gericht op de realisatie van de woning komt geheel voor rekening van de initiatiefnemer. Voorts is een verhaalsovereenkomst inzake planschade gesloten tussen de initiatiefnemer en de gemeente. De vergoeding van eventuele succesvolle planschadeclaims zullen op basis van deze overeenkomst op de initiatiefnemer worden verhaald. Onderhavig project is dan ook economisch uitvoerbaar.
Gemeente Loon op Zand lichting bestemmingsplan Buitengebied-herziening Hoekje 4 Kaatsheuvel
43 Status: Vastgesteld