CConstaterende datLoon op Zand
Koppel je AI →
Document · PDF

30-03-2023 Bijlage 2. Toelichting vast te stellen bestemmingsplan Hoekje 4 .pdf

Raadsvergadering 30 maart 2023, gemeente Loon op ZandBij agendapunt: Raadsvoorstel over gewijzigd vaststellen bestemmingsplan Buitengebied herziening Hoekje 4 Kaatsheuvel14.759 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

TOELICHTING Bestemmingsplan “Buitengebied-herziening Hoekje 4 Kaatsheuvel”

NL.IMRO.0809.BPHoekje4-VA01 december 2022

Gemeente Loon op Zand lichting bestemmingsplan Buitengebied-herziening Hoekje 4 Kaatsheuvel

1 Status: Vastgesteld

Inhoud PLANTOELICHTING 1. 1.1 1.2 1.3 1.4

INLEIDING Aanleiding Ligging plangebied Vigerend bestemmingsplan Leeswijzer

4 4 4 5 6

2. 2.1 2.2

BESCHRIJVING PLANGEBIED Gebiedsanalyse Planinitiatief

7 7 8

3. 3.1

BELEIDSKADER Rijksbeleid 3.1.1 Nationale Omgevingsvisie 3.1.2 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) 3.1.3 Besluit milieueffectrapportage 3.1.4 Ladder voor duurzame verstedelijking Provinciaal beleid 3.2.1 Omgevingsvisie ‘De kwaliteit van Brabant’, Visie op de Brabantse leefomgeving 3.2.2 Structuurvisie Noord-Brabant 3.2.3 Interim omgevingsverordening Noord-Brabant Gemeentelijk beleid 3.3.1 Structuurvisie Loon op Zand 2030 3.3.2 Bestemmingsplan Buitengebied Geconsolideerd

14 14 14 14 15 16 17

4.10 4.11 4.12

OMGEVINGSASPECTEN Bodem Geluid Externe veiligheid Hoogspanningsleidingen Luchtkwaliteit Bedrijven en milieuzonering Kabels en leidingen Water Verkeer 4.8.1 Verkeer 4.8.2 Parkeren Flora en fauna Archeologie en cultuurhistorie Gezondheid

23 23 23 25 27 27 29 32 32 34 34 34 35 37 39

5. 5.1 5.2 5.3

JURIDISCHE BESCHRIJVING Verantwoording planvorm Systematiek bestemmingen Artikelsgewijze toelichting

41 41 41 41

3.2

3.3

4. 4.1 4.2 4.3 4.4 4.5 4.6 4.7 4.8 4.9

Gemeente Loon op Zand lichting bestemmingsplan Buitengebied-herziening Hoekje 4 Kaatsheuvel

17 17 18 21 21 22

2 Status: Vastgesteld

6. 6.1 6.2

MAATSCHAPPELIJKE EN ECONOMISCHE UITVOERBAARHEID Maatschappelijke uitvoerbaarheid Economische uitvoerbaarheid

Gemeente Loon op Zand lichting bestemmingsplan Buitengebied-herziening Hoekje 4 Kaatsheuvel

43 43 43

3 Status: Vastgesteld

1.

INLEIDING 1.1

Aanleiding

Door de eigenaar van het perceel Hoekje 4, gelegen aan de zuidzijde van het Hoekje en oosten van de Zandberg te Kaatsheuvel (hierna te noemen: initiatiefnemer), is een plan ontwikkeld, dat voorziet in het realiseren van een vervangende vrijstaande grondgebonden woning, meer specifiek op het perceel, kadastraal bekend als gemeente Loon op Zand, sectie O, nummer 61. Namens de initiatiefnemer is aan het gemeentebestuur van Loon op Zand gevraagd medewerking te verlenen aan dit plan. Het voorgenomen initiatief past niet binnen het vigerende bestemmingsplan. Daarom wordt een nieuw bestemmingsplan opgesteld, waarmee een planologisch-juridische basis wordt gevormd voor het initiatief. 1.2

Ligging plangebied

De locatie aan het Hoekje ligt in het buitengebied van de gemeente Loon op Zand en grenst tegen de bebouwde kom van de gemeente Waalwijk.

Luchtfoto: ligging plangebied in het buitengebied ten opzichte van de kern Waalwijk.

Gemeente Loon op Zand lichting bestemmingsplan Buitengebied-herziening Hoekje 4 Kaatsheuvel

4 Status: Vastgesteld

Duiding planlocatie

1.3

Doel en vigerend bestemmingsplan

Het doel van dit nieuwe bestemmingsplan is het tot stand brengen van een regeling om op het perceel Hoekje 4 in Kaatsheuvel een vervangende nieuwe vrijstaande woning te kunnen realiseren. Ter plaatse van het projectperceel geldt het bestemmingsplan "Buitengebied Geconsolideerd". Hierin zijn alle eerder plaatsgevonden wijzigingen, herzieningen e.d. verwerkt. Op onderstaande uitsnede van de verbeelding van het bestemmingsplan “Buitengebied Geconsolideerd” is het projectperceel aangegeven.

Locatie Hoekje 4 te Kaatsheuvel

Uitsnede van de vigerende verbeelding

Bestemming

Gemeente Loon op Zand lichting bestemmingsplan Buitengebied-herziening Hoekje 4 Kaatsheuvel

5 Status: Vastgesteld

Ter plaatse van het projectperceel gelden de bestemmingen “Wonen - 1", “Tuin” en “Agrarisch met waarden – Natuur- en landschapswaarden”, voorzien van de aanduiding ‘natuurontwikkelingsgebied’.  Toets / strijdigheid met bestemmingsplan Het voorliggende initiatief voorziet in de bouw van een vervangende nieuwbouwwoning, die gerealiseerd wordt binnen de bestemming “Agrarisch met waarden – Natuur- en landschapswaarden” voorzien van de aanduiding ‘natuurontwikkelingsgebied’. Dit is op het betreffende perceelsdeel niet mogelijk omdat ter plaatse geen bestemmingsvlak ligt ten behoeve van een woning en een woning zich niet voegt binnen voornoemde agrarische bestemming. Daardoor dient het bestemmingsvlak “Wonen – 1” verschoven te worden in oostelijke richting. Om deze reden wordt tot een nieuw, op het initiatief afgestemd bestemmingsplan gekomen. 1.4

Leeswijzer

Voorliggend bestemmingsplan bevat een toelichting, regels en een verbeelding. De regels en de verbeelding vormen de juridisch bindende elementen van dit plan. De toelichting, zoals bedoeld in het Besluit ruimtelijke ordening, bestaat uit zes hoofdstukken. Hoofdstuk 1 bevat een korte omschrijving van de aanleiding van dit bestemmingsplan, een beschrijving van de ligging van het plangebied en van het vigerende bestemmingsplan, alsmede een weergave van de opbouw van het bestemmingsplan. In hoofdstuk 2 worden de ruimtelijke en functionele structuur van de projectpercelen geschetst. Hoofdstuk 3 bevat het beleidskader, waarin een samenvatting van het relevante beleid van rijk, provincie en gemeente wordt gegeven. In hoofdstuk 4 wordt de toelaatbaarheid van het initiatief vanuit milieu- en omgevingsaspecten beoordeeld en onderbouwd. In hoofdstuk 5 wordt de toelichting op de regels weergegeven, terwijl tot slot in hoofdstuk 6 de uitvoerbaarheid van de voorgestane ontwikkeling wordt beschreven in zowel maatschappelijk als economisch opzicht.

Gemeente Loon op Zand lichting bestemmingsplan Buitengebied-herziening Hoekje 4 Kaatsheuvel

6 Status: Vastgesteld

2

BESCHRIJVING PLANGEBIED 2.1

Gebiedsanalyse

De projectlocatie is gelegen ten zuiden van het Hoekje en grenst aan een bestaande woonbebouwing van de gemeente Waalwijk. WAALWIJK Meerdijk

Wielstraat

Sportcomplex Eikendijk Hoekje

Bossen Plantloon

De belangrijkste ontsluitingsweg door het buurtschap Loons Hoekje is de Wielstraat-Van Haestrechtstraat, die van de zuidrand van Waalwijk naar Kaatsheuvel loopt. De weg Hoekje, waar het projectperceel op ontsloten is, is een secundaire weg tussen de Wielstraat en de Meerdijk. Het Loons Hoekje ligt ingeklemd tussen de kernen Waalwijk aan de noordzijde en Kaatsheuvel en Sprang-Capelle ten westen. Aan de oost- en zuidzijde liggen de Loonse en Drunense Duinen bestaande uit grote stuifzandgebieden en bospartijen. Direct ten oosten liggen de bossen van het landgoed Plantloon. Het meer open gebied waar het Loons Hoekje zich bevindt betreft de Waalwijkse binnenpolder; een kleinschalig landschap met lanen, bomenrijen, houtsingels en kleine boscomplexen en een grootschalige blokverkaveling. In dit gebied bevinden zich naast wonen en (agrarische) bedrijvigheid tevens functies als sportcomplex Eikendijk en twee campings (niet afgebeeld). Er is daarmee sprake van een gemengd gebied. Het projectperceel met de woning Hoekje 4 ligt op de hoek van het Hoekje en de Zandberg. De woning dateert uit het jaar 1936 en bestaat uit anderhalve bouwlaag en is voorzien van een zadeldak. De kortgevel is daarbij georiënteerd op het Hoekje en de langgevel langs de Zandweg. De woning is opgebouwd uit hout en een grijs pannendak.

De woning staat heel dicht op de openbare weg, zowel op het Hoekje (afstand 3m) als op de Zandberg (afstand 1,5m). Het woonperceel kent langs het Hoekje een frontbreedte van circa 135m. Het projectperceel wordt in de huidige situatie gebruikt voor woondoeleinden. Het kadastrale perceel is ongeveer 8050m² groot en is aan een meanderende weg gelegen waar voornamelijk sprake is van vrijstaande woningen. Het voorgestane initiatief voorziet in het realiseren van één vervangende vrijstaande woning. Het projectperceel zal rechtstreeks worden ontsloten op het Hoekje. Gemeente Loon op Zand lichting bestemmingsplan Buitengebied-herziening Hoekje 4 Kaatsheuvel

7 Status: Vastgesteld

Onderstaande afbeelding geeft het plangebied en de directe omgeving weer. Bestaande woning

Beoogde ontsluiting

Beoogde woning

Recent gerealiseerde vervangende nieuwbouwwoning

Het plangebied met de woning Hoekje 4 maakt deel uit van een ensemble woningen. In de directe omgeving zijn de voorbije periode diverse woningen vervangen door nieuwbouw. De bomen langs de weg Hoekje zijn als laanbeplanting waardevol. 2.2

Planinitiatief

Het projectperceel is dusdanig groot dat er voldoende ruimte is voor een nieuwe (vervangende) vrijstaande woning op een andere locatie dan de huidige woning. Dit bestemmingsplan voorziet in een regeling op basis waarvan de bouw van een vervangende woning mogelijk wordt gemaakt. 2.2.1

Bestaande situatie

De bestaande situatie is weergegeven op de navolgende afbeelding.

4

Hoekje

Zandberg

Gemeente Loon op Zand lichting bestemmingsplan Buitengebied-herziening Hoekje 4 Kaatsheuvel

8 Status: Vastgesteld

Zoals de foto laat zien staat de bestaande woning in de oksel van Hoekje en De Zandberg en is de woning vrij dicht op beide wegen gelegen. Onderstaand wordt met de onderbouwing van de inhoud van de woning ingegaan op de geschiedenis van de huidige woning. Deze is in 1936 gerealiseerd en maakt deel uit van een cluster van woningen. Met het meer en meer verdwijnen van de agrarische functie in het Loonse hoekje zijn in dit gebied steeds meer dure woningen verschenen, waardoor het karakter van het gebied aan het veranderen is. De situering van de huidige woning is historisch dus zo gegroeid en draagt bij aan de beleving van het buitengebied. Met voormelde wijzigingen als gevolg van nieuwbouw is het de enige woning in het gebied die (nog) zo dicht op de weg staat. De initiatiefnemer wil komen tot de bouw van een vervangende woning, waarbij de nieuwe woning meer centraal op het perceel ligt, op ruimere afstand van de voorste en zijdelingse perceelsgrens en dus ook van de weg. De woning komt daardoor beter in lijn met de bestaande woningen in de directe omgeving. Daarmee wordt ten opzichte van de omliggende woningen een getrapte rooilijn gecreëerd waardoor er een beter doorzicht naar het achterliggende buitengebied wordt gerealiseerd dan in de huidige situatie.

Omdat gebouwen, rekening houdend met de historie, een relatie moeten hebben met de plek is de situering van de woning nauw afgestemd met de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit (CRK). Om de kwaliteit van de locatie te vergroten is het bouwvlak en hiermee de positie van de nieuwe woning naar achteren verschoven. De verschijning van de woning vanuit noordelijke positie is dan nog steeds in zijn geheel te zien. Het creëren van een voortuin geeft meer zicht op het achterliggende landschap. Ook wordt de relatie met het nabij gelegen kapelletje versterkt en wordt de afstand tot de tegenover liggende horecagelegenheid, die met het terras aan het Hoekje grenst, vergroot. Een vergroting van de afstand ten opzichte van het terras van deze gelegenheid is gewenst. Het bestaande bestemmingsvlak is in de hoek van het perceel gepositioneerd. Dit komt vanwege de oorspronkelijke functie van de bebouwing als boerderij. Hierbij werd de bebouwing zo ver mogelijk in de hoek geplaatst zodat er een groot achterterrein overbleef voor het vee. Om de hoeklocatie tussen het Hoekje en de Zandberg te respecteren en meer zicht te geven op het achtergebied wordt het bouwvlak verschoven zodat dit niet direct aan de zijdelingse perceelsgrenzen grenst. Zowel het bestemmingsvlak Wonen als het bouwvlak zal worden vorm gegeven gelijk een perceel met vier hoeken.

Onderstaand is het huidige en het nieuw beoogde bestemmingsvlak weergegeven.

Gemeente Loon op Zand lichting bestemmingsplan Buitengebied-herziening Hoekje 4 Kaatsheuvel

9 Status: Vastgesteld

Door het vrijstaande bijgebouw in noord-zuidelijke richting te oriënteren wordt een verwijzing gemaakt naar de historische ontstaansgeschiedenis van de voorheen op dit perceel aanwezige bebouwing. Het achterterrein zal middels het landschapsplan worden ingericht met behoud van de open structuur van datzelfde achterterrein. In lijn van de opmerkingen van de CRK zullen in de noordwesthoek van het perceel aanvullende elementen worden geplaatst. Hiervoor wordt verwezen naar de betreffende afbeelding in paragraaf 3.2.3. Voor de verdere uitwerking van de plannen is het van belang inzicht te bieden in de inhoud van de bestaande woning. Zoals uit bovenstaande afbeelding al blijkt bestaat de woning feitelijk uit twee bouwdelen die onlosmakelijk één geheel vormen, gelijktijdig zijn gerealiseerd en functioneel tesamen het hoofdgebouw vormen. Niet enkel is dit duidelijk op de foto waarneembaar, maar gelijktijdig op de onderlegger van het geldende bestemmingsplan. Overigens is dit in de bestemmingsplannen uit 2011 en 2015 niet anders. Vast staat dat de thans aanwezige woning een inhoud heeft van 930m³. Het hoofdgebouw c.q. de woning dateert uit 1936. Bij zowel de gemeente als het regionale archief is informatie opgevraagd met als doel te kunnen vaststellen of het gebouw ook daadwerkelijk vanaf 1936 dan wel vanaf een ander moment de contouren en/of functie heeft zoals thans aan de orde.

Omdat de onderliggende (bouw)vergunning niet is te achterhalen is een analyse gedaan op basis van oude bouwtekeningen en gegevens uit het verleden over het pand. Onderstaand is kaartmateriaal weergegeven uit respectievelijk 1940 en 1982 die duidelijk maken dat de thans aanwezige hoofdbebouwing in één bouwmassa, bestaande uit twee met elkaar verbonden delen en beiden voorzien van een zadeldak, vanaf het begin steeds aanwezig is geweest. Het ligt in elk geval in één lijn met het bouwjaar 1936. Ook de toegepaste materialen zijn identiek en origineel.

Hoekje 4

Gemeente Loon op Zand lichting bestemmingsplan Buitengebied-herziening Hoekje 4 Kaatsheuvel

10 Status: Vastgesteld

Uit deze analyse kan op gerechtvaardigde basis worden geconcludeerd dat het niet anders kan zijn dan dat de inhoud van dit pand vanaf de bouw in 1936 steeds en altijd 930m³ is geweest. Dit is een niet onbelangrijk gegeven, omdat daarmee deze regeling voorziet in een mogelijkheid van een ruimere mogelijkheid aan inhoud dan de gangbare 750m³ met een maximum van 930m³. Bij de beoordeling van de vraag wat moet worden verstaan onder hoofdgebouw is van belang wat ten tijde van de afronding van de bouwwerkzaamheden, overeenkomstig de voor het hoofdgebouw verleende vergunning, is opgeleverd. Dit is hier gezien bovenstaande aan de orde op grond waarvan duidelijk is dat beide bouwdelen geïntegreerd onderdeel uitmaken van de hoofdbouwmassa en zich in bouwkundig en architectonisch opzicht niet laat afsplitsen. Functioneel gezien moeten deze eveneens worden aangemerkt als onderdeel van het hoofdgebouw.

Zoals vermeld moet, kijkend naar de ruimtelijke en functionele verschijningsvorm van de aanwezige bebouwing, worden geconcludeerd dat de toegepaste materialen identiek en origineel zijn. In de ruimtelijke verschijning er geen sprake is van ondergeschikte volumes, terwijl de nokken een identieke hoogte hebben. Er is ruimtelijk dan ook geen sprake van ondergeschikte bebouwing die in materialisatie of verschijningsvorm te onderscheiden is. De conclusie is gerechtvaardigd dat de huidige aanwezige bebouwing als het oorspronkelijke hoofdgebouw moet worden gezien. 2.2.2

Nieuwe situatie

De ruimtelijke structuur is nader uitgewerkt in een (overigens op bouwplanniveau indicatieve) inrichtingsschets, een en ander zoals weergegeven op onderstaande afbeelding. Daarop is de beoogde hoofdbebouwing weergegeven en de ontsluiting.

Gemeente Loon op Zand lichting bestemmingsplan Buitengebied-herziening Hoekje 4 Kaatsheuvel

11 Status: Vastgesteld

Ontsluiting Het plan omvat het vervangen van een bestaande woning die relatief dichtbij de weg en de kruising met de Zandberg ligt. De meer centrale ligging van de nieuwe woning is qua straat- en bebouwingsbeeld meer in lijn met de bestaande woningen in de directe omgeving. Bovendien ligt de geplande woning op een ruimere afstand van de voorste en de zijdelingse perceelgrens, wat gunstiger is ten opzichte van de weg Hoekje en de kruising met de Zandberg. Voor wat betreft de voorgevel van de nieuwe woning is ten opzichte van de overige buurwoningen sprake van een getrapte rooilijn. Ook met de beoogde nieuwbouw en de situering ervan op het perceel is nog altijd sprake van een compact bouwperceel dat niet of niet ver in het achterliggende agrarische gebied reikt. De bestaande woning zal pas gesloopt worden wanneer de nieuwe woning op hetzelfde perceel is gerealiseerd. Dit is als een voorwaardelijke verplichting in de regels opgenomen. Voor de nieuwe woning is thans nog geen definitief architectonisch ontwerp gemaakt. Afgezien van de inhoud van de nieuw te realiseren woning –zie onder 2.2.1– sluit het plan aan bij de regeling van het geldende bestemmingsplan Buitengebied. Zoals omschreven in paragraaf 1.1 voorziet het initiatief in het realiseren van een vervangende vrijstaande grondgebonden woning.

Op de verbeelding van dit bestemmingsplan is een bestemmingsvlak opgenomen van 1500m² waarbinnen de vrijstaande woning gebouwd mag worden. Het projectperceel zal via het Hoekje worden ontsloten. De situering van nieuwe inrit is zodanig dat deze buiten de bomenstructuur zal worden aangelegd. De huidige bomenstructuur zal dan ook gehandhaafd blijven. Het perceel Hoekje 4 maakt onder verwijzing naar de Structuurvisie Loon op Zand 2030 deel uit van het halfopen cultuurlandschap. Het perceel ligt in een gebied met de aanduiding: Specifieke vorm van agrarisch met waarden, Natuurontwikkeling. Het landschap is belangrijk voor de natuur en het gebied is aantrekkelijk voor wandelaars en fietsers. De gemeente zet op basis van de Structuurvisie in op behoud en versterking van de kleinschaligheid en de hoge natuurlijke en recreatieve kwaliteiten van het gebied. Landschappelijke en/of ecologische waarden van het gebied moeten behouden blijven of versterkt worden. Aan een herbouw van de woning op een andere plek kan onder verwijzing naar de Interim omgevingsverordening van de provincie medewerking worden verleend mits sprake is van kwaliteitswinst. Hiervoor wordt verwezen naar paragraaf 3.2.3. Uitgangspunt van initiatiefnemer is dat om het bestemmingvlak voor Wonen van ca. 1.500 m2.

De gemeente is bereid om medewerking te verlenen aan een bestemmingsvlak met daarin de Gemeente Loon op Zand lichting bestemmingsplan Buitengebied-herziening Hoekje 4 Kaatsheuvel

12 Status: Vastgesteld

bestemmingen Wonen, Tuin en Agrarisch. Dit met als uitgangspunt dat de nieuw te bouwen woning qua situering c.q. positionering zoveel als mogelijk kwaliteit moet hebben. Bij het instemmen met het bestemmingsvlak voor Wonen is rekening gehouden met het tussentijdse standpunt van CRK: De commissie merkt op dat de nieuwe bouwmassa nu oost-west georiënteerd is, waar de oorspronkelijke verkaveling meer een noord-zuid oriëntatie laat zien. De commissie vraagt te onderzoeken of met name het bijgebouw bij de hoofdmassa ook noord-zuid kan worden gesitueerd, om te voorkomen dat de nieuwe bebouwing teveel als gesloten wand in oostwest richting gaat werken . Op basis van het advies van de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit geldt dat binnen het bestemmingsvlak een bouwvlak opgenomen dient te worden. Voor dit bouwvlak geldt een beperkte maat waarbinnen de hoofdmassa gerealiseerd kan worden. Het vlak dient in elk geval aan de noordzijde van het bestemmingsvlak gesitueerd te worden en dient een kleinere breedtemaat dan het bestemmingsvlak te krijgen om de omvang van de hoofdmassa te beperken.

Gemeente Loon op Zand lichting bestemmingsplan Buitengebied-herziening Hoekje 4 Kaatsheuvel

13 Status: Vastgesteld

3

RUIMTELIJK BELEIDSKADER

De gemeente Loon op Zand wil zoveel als mogelijk een actueel kader hebben voor het huidige en toekomstige gebruik. Dat betekent dat het plan moet voldoen aan alle relevante wet- en regelgeving. In dit hoofdstuk wordt het beleidskader beschreven. 3.1

Rijksbeleid 3.1.1

Nationale Omgevingsvisie

Met de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) geeft het Rijk een langetermijnvisie op de toekomst en de ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. De NOVI is per 11 september 2020 in werking getreden. De Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) is hiermee geheel vervallen, behalve paragraaf 4.9 Caribisch Nederland en Caribische Exclusieve Economische Zone. De NOVI komt voort uit de Omgevingswet, die naar verwachting op 1 juli 2022 in werking treedt. Uitgangspunt in de nieuwe aanpak is dat ingrepen in de leefomgeving niet los van elkaar plaatsvinden, maar in samenhang. Zo kan men in gebieden komen tot betere, meer geïntegreerde keuzes. In de NOVI geeft het Rijk een langetermijnvisie aan voor de toekomstige ontwikkelingen van de leefomgeving in Nederland. In Nederland staan we voor urgente maatschappelijke opgaven die zowel lokaal als regionaal, nationaal en internationaal gelden, zoals klimaatverandering, de energietransitie, circulaire economie, bereikbaarheid en woningbouw. De NOVI biedt een perspectief om voort te bouwen op bestaande landschappen en historische steden. In de NOVI zijn vier prioriteiten opgesteld:  ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie;  duurzaam economisch groeipotentieel;  sterke en gezonde steden en regio's;  toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied.

Conclusie Dit bestemmingsplan is niet in strijd met de uitgangspunten uit het NOVI. 3.1.2

Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro)

Ter bescherming van de nationale belangen is door het Rijk het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) opgesteld. De regels van het Barro moeten in acht worden genomen bij het opstellen van provinciale ruimtelijke verordeningen en bestemmingsplannen. In het Barro zijn regels opgenomen voor de volgende nationale belangen:  Rijksvaarwegen;  Mainportontwikkeling Rotterdam;  Kustfundament;  Grote rivieren;  Waddenzee en waddengebied;  Defensie;  Hoofdwegen en landelijke spoorwegen;  Elektriciteitsvoorziening;  Buisleidingen van nationaal belang voor vervoer van gevaarlijke stoffen;  Natuur Netwerk Nederland;  Primaire waterkeringen buiten het kustfundament;  IJsselmeergebied (uitbreidingsruimte); Gemeente Loon op Zand lichting bestemmingsplan Buitengebied-herziening Hoekje 4 Kaatsheuvel

14 Status: Vastgesteld

Erfgoederen van uitzonderlijke universele waarde.

Met dit initiatief zijn geen kaders noodzakelijk ten behoeve van nieuwe ontwikkelingen waarbij Nationale belangen gemoeid zijn. Het Barro heeft dan ook geen invloed op dit initiatief. Conclusie Geconcludeerd wordt dat met dit initiatief geen kaders noodzakelijk zijn ten behoeve van nieuwe ontwikkelingen waarbij nationale belangen gemoeid zijn. 3.1.3

Besluit milieueffectrapportage

Een milieueffectrapportage (MER) en de bijbehorende procedure (m.e.r.) is een hulpmiddel om de belangen van het milieu volwaardig te betrekken bij de besluitvorming omtrent plannen en projecten. Het gaat hierbij wel enkel om plannen en projecten die kunnen leiden tot initiatieven waarmee het milieu mogelijk nadelig kan worden beïnvloed. Als uitgangspunt gelden voor plannen, waaronder wijzigingsplannen en bestemmingsplannen, onderstaande criteria om te beoordelen of een MER noodzakelijk is:  Plannen die kaderstellend zijn voor toekomstige m.e.r.- (beoordelings)plichtige besluiten;  Plannen waarvoor een passende beoordeling nodig is in verband met een mogelijk significant negatief effect op Natura 2000 gebieden. Een plan is kaderstellend voor een toekomstig m.e.r.- (beoordelings)plichtig besluit indien er sprake is van een overschrijding van de grenswaarden uit de C- of D-lijst van het Besluit m.e.r. De realisatie van in dit geval een vervangende woning is niet m.e.r.-beoordelingsplichtig. Per saldo wordt dus geen woning toegevoegd. Deze activiteit is als zodanig niet opgenomen in onderdeel D, categorie 11.2 van de bijlage bij het Besluit m.e.r. Bij de realisatie van een 2.000 woningen of meer bij de realisatie of wijziging van een locatie met een oppervlakte van 100 hectare of meer dient de m.e.r.beoordelingsprocedure te worden doorlopen. Dat is hier niet het geval.

Onder de grenzen uit de C- en D-lijst van het Besluit m.e.r. is nog wel van belang de beoordeling of een ‘vormvrije m.e.r.-beoordeling’ moet worden uitgevoerd. Van belang is de vraag of sprake is van een stedelijk ontwikkelingsproject. Op grond van de rechtspraak is duidelijk dat van belang is dat de wijziging van het gebruik, gelet op de aard en omvang, niet kan worden aangemerkt als een stedelijk ontwikkelingsproject. In dit geval verandert het gebruik van het perceel niet (de functie wonen wijzigt niet). Van belang is dat de schaalgrootte van het project beperkt is en het project ligt in een omgeving met een gemengd karakter. Eerder heeft de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State bepaald dat:  ingeval de wijziging van het materiële gebruik van het perceel niet zodanig is dat daardoor belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu kunnen ontstaan en  dat op grond van de beschikbare onderzoeken naar de ruimtelijke gevolgen van het plan kan worden geconcludeerd dat het project niet leidt tot belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu er geen sprake is van een stedelijk ontwikkelingsproject als bedoeld in het Besluit mer.

Ten aanzien van het tweede criterium inzake een mogelijke MER-plicht, geldt dat er bij onderhavige situatie geen sprake is van een plan waarvoor een passende beoordeling nodig is in verband met een mogelijk significant negatief effect op Natura 2000-gebieden. Aangezien er geen activiteiten plaatsvinden die negatieve effecten kunnen hebben is uitgesloten dat onderhavige ontwikkeling een Gemeente Loon op Zand lichting bestemmingsplan Buitengebied-herziening Hoekje 4 Kaatsheuvel

15 Status: Vastgesteld

negatief effect kan hebben op de Natura 2000-gebieden en de Beschermde Natuurmonumenten. Conclusie Nu het enkel gaat om het vervangen van een bestaande woning en van belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu geen sprake is kan worden geconcludeerd dat er geen sprake is van een stedelijk ontwikkelingsproject waarmee het onderdeel m.e.r. niet van toepassing is. 3.1.4

Ladder voor duurzame verstedelijking (art. 3.1.6 lid 2 Bro), 2012

De ‘ladder voor duurzame verstedelijking’ is in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) geïntroduceerd en vastgelegd als procesvereiste in het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). Het Bro bepaalt dat voor onder meer bestemmingsplannen die nieuwe woningen mogelijk maken, de treden van deze ladder doorlopen moeten worden. Doel van de ladder voor duurzame verstedelijking is een goede ruimtelijke ordening in de vorm van een optimale benutting van de ruimte in stedelijke gebieden. Artikel 3.1.6, lid 2 van het Bro gaat in op duurzame verstedelijking en luidt als volgt: De toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien. Het Rijk heeft er voor gekozen om, gedeeltelijk gebaseerd op de al langer geldende SER-ladder uit 1999, het procesvereiste vorm te geven als een determinerend-cumulatief werkende motiveringsverplichting. De motiveringsverplichting voor ruimtelijke besluiten, welke geldt voor de maximale planologische mogelijkheden inclusief flexibiliteitsinstrumenten (waarbij planologische saldering niet per definitie is toegestaan), bestaat uit twee eisen (treden): a.

er wordt beschreven dat de voorgenomen stedelijke ontwikkeling voorziet in een behoefte; b. een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien. Dit bestemmingsplan maakt het mogelijk een vervangende woning te realiseren. Ten aanzien van de eerste trede dient allereerst te worden beoordeeld of het planvoornemen een stedelijke ontwikkeling betreft. Een stedelijke ontwikkeling wordt in artikel 1.1.1, lid 1, onder i van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) als volgt gedefinieerd: ‘ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen’. Het onderhavige planvoornemen betreft de realisatie van een vervangende woning, hetgeen op grond van jurisprudentie niet als stedelijke ontwikkeling behoeft te worden gezien. In dit kader is onder meer de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 2211-2015 ECLI:NL:RVS:2015:3542 van belang. Daarin wordt uitgesproken dat een woningbouwplan van 11 woningen geen nieuwe stedelijke ontwikkeling is. Toetsing aan de ladder voor duurzame verstedelijking is derhalve niet vereist.

Volgens jurisprudentie is de planologische vervanging van een woning niet te beschouwen als een “stedelijke ontwikkeling” zoals op grond van artikel 1.1.1, eerste lid, aanhef onder i, van het Bro wordt verstaan. Toetsing aan de ladder zoals dat in lid 2 is bepaald is daarom niet aan de orde. Conclusie Het planinitiatief, dat voorziet in het realiseren van een vervangende woning, is geen nieuwe stedelijke ontwikkeling en daarmee is de ladder voor duurzame verstedelijking niet van toepassing.

Gemeente Loon op Zand lichting bestemmingsplan Buitengebied-herziening Hoekje 4 Kaatsheuvel

16 Status: Vastgesteld

3.2

Provinciaal beleid 3.2.1

Omgevingsvisie ‘De kwaliteit van Brabant’, Visie op de Brabantse leefomgeving

Vooruitlopend op de Omgevingswet heeft de Provincie Noord-Brabant reeds haar Omgevingsvisie opgesteld. De Omgevingswet heeft onder andere tot doel om de overzichtelijkheid en het gebruiksgemak van het Omgevingsrecht te verbeteren. Ook beoogt de wet meer bestuurlijke afwegingsruimte en een meer samenhangende benadering van de fysieke leefomgeving in beleid, besluitvorming en regelgeving. In de Brabantse Omgevingsvisie staat de fysieke wereld centraal. Deze fysieke wereld manifesteert zich in vier elementen: water, aarde, lucht en vuur (energie). De basis is dat deze elementen in balans zijn en blijven bij ruimtelijke transities. Draagvlak en draagkracht zijn hierbij belangrijke aspecten. De Brabantse Omgevingsvisie bestaat uit zeven hoofdstukken. In hoofdstuk 5 staat beschreven wat de kernwaarden zijn voor het handelen van de provincie. Hierin wordt onder andere verwoord dat de provincie gaat voor meerwaardecreatie. Dit betekent dat uitdrukkelijk gekeken wordt naar de effecten van ontwikkelingen op sociale inclusiviteit, veiligheid, gezondheid en omgevingskwaliteit. De beoogde ontwikkeling betreft een goede bijdrage aan de verbetering van de ruimtelijke kwaliteit doordat de woning op een passende wijze stedenbouwkundig wordt gesitueerd en ingepast. De beoogde ontwikkeling past binnen de kernwaarden voor het handelen van de provincie.

Conclusie De uitwerking van de ambitie in programma’s heeft nog niet plaatsgevonden. Het is derhalve niet mogelijk initiatieven te toetsen aan de Omgevingsvisie. Totdat de programma’s nader zijn uitgewerkt, worden de initiatieven voorlopig nog getoetst aan de ‘Structuurvisie 2010 – partiele herziening 2014’. 3.2.2

Structuurvisie Noord-Brabant

De structuurvisie ruimtelijke ordening Noord-Brabant (Svro) is vastgesteld door Provinciale Staten op 1 oktober 2010 en geeft de hoofdlijnen van het provinciaal ruimtelijk beleid tot 2025 (met een doorkijk naar 2040). De provincie kiest voor een duurzame ontwikkeling waarin de kwaliteiten sturend zijn. Nieuwe ontwikkelingen moeten bijdragen aan de kracht en identiteit van Noord-Brabant. In de structurenkaart (zie onderstaande afbeelding) van de Svro is het projectperceel gelegen in het Landelijk gebied in de subzone ‘Gemengd landelijk gebied’. De ontwikkeling waarin dit bestemmingsplan voorziet, het vervangen van een bestaande woning, doet geen afbreuk aan deze structuur.

Projectperceel

Gemeente Loon op Zand lichting bestemmingsplan Buitengebied-herziening Hoekje 4 Kaatsheuvel

17 Status: Vastgesteld

Conclusie De ontwikkeling voldoet aan de uitgangspunten, die zijn genoemd in de Svro. 3.2.3

Interim omgevingsverordening Noord-Brabant

De Interim omgevingsverordening betreft een samenvoeging van verschillende regelingen op provinciaal niveau met betrekking tot de fysieke leefomgeving. Dit betekent dat de regels betrekking hebben op milieu, natuur, ruimtelijke ordening, water, bodem en wegen. De Interim omgevingsverordening is daarbij een eerste stap op weg naar een definitieve omgevingsverordening, die op grond van de Omgevingswet wordt vastgesteld en die verplicht is voor provincies. Naar verwachting treedt de Omgevingswet op 1 juli 2022 in werking. De provincie wil met haar regels aansluiten op de werkwijze in de Omgevingsvisie en de Omgevingswet. Daarom is ervoor gekozen om de verschillende provinciale verordeningen voor de fysieke leefomgeving samen te voegen tot een Interim omgevingsverordening. De Interim omgevingsverordening is beleidsneutraal van karakter. Dat betekent dat er geen nieuwe beleidswijzigingen zijn doorgevoerd, behalve als deze voortvloeien uit vastgesteld beleid zoals de Omgevingsvisie. Er heeft voor de Interim Omgevingsverordening geen expliciete afweging plaatsgevonden of de inzet van de verordening voor een bepaald onderwerp gecontinueerd moeten worden. In beginsel zijn de huidige regels met het huidige beschermingsniveau gehandhaafd.

In het algemeen geldt daarbij dat de inzet van de verordening in de provincie Noord-Brabant is beperkt tot die onderdelen van het beleid waarvoor het vanuit provinciale belangen nodig is om regels in te zetten of waarvoor het vanuit de wet verplicht is om regels te stellen in de verordening. De Interim omgevingsverordening is digitaal. Dit betekent dat alle regels gekoppeld zijn aan een op een digitale kaart weergegeven werkingsgebied. Door op een willekeurig punt in de kaart te klikken, kan iemand zien welke regels op die plek gelden. In hoofdstuk 3 zijn de instructieregels opgenomen die gemeenten moeten toepassen bij de uitvoering van hun bevoegdheden in het kader van de Wet ruimtelijke ordening. Instructieregels voor het plangebied Het projectperceel is gelegen in het “Landelijk gebied”. Een omgevingsplan dat de ontwikkeling van activiteiten mogelijk maakt in Landelijk gebied bepaalt dat die ontwikkeling gepaard gaat met een fysieke verbetering van de landschappelijke kwaliteit van het gebied of de omgeving.

Projectlocatie

Gemeente Loon op Zand lichting bestemmingsplan Buitengebied-herziening Hoekje 4 Kaatsheuvel

18 Status: Vastgesteld

Daarbij moet worden voldaan aan de verplichting zoals bedoeld in artikel 3.9 van de verordening (kwaliteitsverbetering landschap). In dit artikel is bepaald dat een ruimtelijke ontwikkeling gepaard gaat met een fysieke verbetering van de landschappelijke kwaliteit van het gebied of de omgeving. Een verbetering van de landschappelijke kwaliteit kan mede de volgende aspecten omvatten: a. de op grond van deze verordening verplichte landschappelijke inpassing; b. het toevoegen, versterken of herstellen van landschapselementen die een bijdrage leveren aan de versterking van de landschapsstructuur of de relatie stad-land; c. het behoud of herstel van cultuurhistorisch waardevolle bebouwing of terreinen; d. het wegnemen van verharding; e. het slopen van bebouwing; f. de realisering van het Natuur Netwerk Brabant en ecologische verbindingszones; g. het aanleggen van extensieve recreatieve mogelijkheden. De eisen waaraan de bovengenoemde verbetering van de landschappelijke kwaliteit moeten voldoen, zijn door de gemeente Loon op Zand, in samenwerking met een aantal andere gemeenten in de regio Midden Brabant en de provincie, verwerkt in de “Werkafspraken kwaliteitsverbetering landschap Hart van Brabant".

De notitie betreft een afsprakenkader, waarin wordt geschetst op welke manieren met de eisen omtrent kwaliteitsverbetering kan worden omgegaan en wat het verwachtingsniveau is ten aanzien van de verwachte inspanning. Via drie categorieën van ruimtelijke ontwikkelingen met invloed op de omgeving is bepaald hoe invulling wordt gegeven aan de provinciale verordening:  Categorie 1: Ruimtelijke ontwikkelingen waarop de regels inzake kwaliteitsverbetering niet van toepassing zijn of worden geacht te zijn (geen landschappelijke inpassing en evenmin ruimtelijke kwaliteitsverbetering vereist).  Categorie 2: Ruimtelijke ontwikkelingen waarop de regels inzake kwaliteitsverbetering van toepassing zijn, maar waarbij het gaat om ontwikkelingen die een (zeer) beperkte invloed op het landschap hebben (alleen landschappelijke inpassing vereist).  Categorie 3: Ruimtelijke ontwikkelingen waarop de regels inzake kwaliteitsverbetering van toepassing zijn en waarbij sprake is van een (substantiële) invloed op het landschap (zowel landschappelijke inpassing als ruimtelijke kwaliteitsverbetering vereist). De bouw van de nieuwe, vervangende woning wordt volgens de werkafspraken aangemerkt als een ontwikkeling in categorie 3. Binnen deze categorie vallen ontwikkelingen met (substantiële) invloed op het landschap (zowel landschappelijke inpassing als ruimtelijke kwaliteitsverbetering vereist).

Rekening houdend met ruimtelijke, natuurlijke en cultuurhistorische landschapskwaliteiten ligt de nadruk op een goede landschappelijke inpassing en de borging hiervan. De landschappelijke inpassing vindt plaats op of direct aansluitend aan het bouw- of bestemmingsvlak. Dit vereist maatwerk. Ten behoeve van het initiatief is door Plangroen te Achtmaal is een landschapsplan d.d. 8 december 2022 opgesteld voor het onderhavige initiatief op het projectperceel. Dit landschapsplan, dat als bijlage is bijgevoegd, voorziet in de aanleg van een amfibieënpoel, het in stand houden van enkele landschappelijk elementen en het toevoegen van nieuwe landschaps- en hoogstamfruitbomen. Tevens wordt rekening gehouden met de ligging van een leiding.

Gemeente Loon op Zand lichting bestemmingsplan Buitengebied-herziening Hoekje 4 Kaatsheuvel

19 Status: Vastgesteld

In het landschapsplan is aangegeven dat de planlocatie aan de rand van Waalwijk ligt wat van oorsprong bestond uit oude ontginningsgronden. Dit kenmerkt zich door de relatief natte weidegronden, smalle stroken verkaveling en lang georiënteerde bebouwingslinten. De kwaliteit van dit landschapsgebied is hoog. Op de planlocatie worden de landschappelijke elementen ‘Landschapsbomen als solitair’, ‘hoogstamfruitbomen’ en ‘Amfibieënpoel toegepast. De bestaande groenstructuur bestaat hier uit karakteristieke laanbomen langs het Hoekje en knotwilgen langs De Zandberg. Daarom wordt aan de westzijde van het perceel een amfibieënpoel aangelegd en worden daaromheen solitaire bomen aangeplant. Met deze elementen wordt niet alleen de biodiversiteit verrijkt maar blijven de karakteristieke elementen en open ruimtes met vergezichten behouden. Aan dit plan is op verzoek van de CRK in aanvulling op het landschapsplan duidelijkheid gegeven over de invulling van de noordwesthoek. Daar wordt voorzien in het toevoegen van enkele hoogstamfruitbomen. Onderstaand is dit gevisualiseerd.

Bovenstaande afbeelding maakt inzichtelijk tevens inzichtelijk dat op het perceel sprake is van een scheiding van functies met een soort van tweedeling tot gevolg. Het noordwestelijke deel omvat de beoogde woning (bestemmings- en bouwvlak) met aangrenzend de bij de woning behorende tuin. Het oostelijke deel voorziet in het respecteren van en het aansluiten op de gebiedskenmerken van het omliggende buitengebied. De bestaande waarden met de functieaanduiding natuurontwikkelingsgebied blijven in tact en borgen een strikte scheiding tussen het woongedeelte van het perceel en het agrarische deel met waarden. In het kader van het landschapsplan wordt binnen deze zone een amfibieënpoel aangelegd met enkele landschapselementen. Deze zone vormt daarmee geen onderdeel van het woon- en tuingedeelte. Overigens heeft de initiatiefnemer ten behoeve van een omwonende notarieel laten vastleggen dat die zone gevrijwaard blijft van bebouwing, dit op straffe van een hoge boete. Daarmee blijft deze zone ook direct verbonden met het aangrenzende buitengebied en niet/minder met het woonperceel.

Gemeente Loon op Zand lichting bestemmingsplan Buitengebied-herziening Hoekje 4 Kaatsheuvel

20 Status: Vastgesteld

Bevordering ruimtelijke kwaliteit Voor het plangebied gelden ook de instructieregels aan gemeenten die overeenkomen met de zorgplicht voor ruimtelijke kwaliteit: zorgvuldig ruimtegebruik, toepassing van de lagenbenadering en meerwaardecreatie. In artikel 3.5 uit de Interim omgevingsverordening is beschreven dat voor een goede omgevingskwaliteit en een veilige, gezonde leefomgeving rekening moet worden gehouden met: a. Zorgvuldig ruimtegebruik; b. De waarden in een gebied met toepassing van de lagenbenadering; c. Meerwaardecreatie. Zoals beschreven is in zowel de bestaande als de nieuw beoogde situatie is sprake van een bestemmingsvlak Wonen van 1500m². De situering van bestemmings- en bouwvlak is zodanig dat het kenmerkende cluster aan woningen intact blijft en de openheid van het van het buitengebied nagenoeg volledig in stand blijft. Met het verschuiven van het bestemmingsvlak Wonen wordt voor een deel inbreuk gemaakt op de gronden met de aanduiding ‘specifieke vorm van agrarisch – natuurontwikkelingsgebied’. De gronden waarvoor deze aanduiding geldt worden op dit moment gekenmerkt als grasland. Met het treffen van de beschreven landschappelijke maatregelen wordt de leefomgeving voor planten en dieren verrijkt ten opzichte van het huidige, feitelijke gebruik.

Met de eveneens geldende belangen als grondwaterbeschermingsgebied en het weren van veehouderijen wordt in de planregels rekening gehouden. Conclusie Het initiatief voldoet aan de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant. De locatie is gelegen binnen het landelijke gebied. 3.3 Gemeentelijk beleid 3.3.1

Structuurvisie Loon op Zand 2030

Op 5 maart 2015 heeft de gemeenteraad van Loon op Zand de Structuurvisie Loon op Zand 2030 e vastgesteld. Op 8 maart 2018 is de 1 herziening vastgesteld. De Structuurvisie bevat de ruimtelijke ambities van de gemeente en vormt het toetsingskader voor toekomstige ruimtelijke ontwikkelingen. Aangegeven is wat belangrijk is om te behouden en wat nodig is om te versterken op het gebied van bijvoorbeeld woningbouw, recreatieve ontwikkelingen en de leefbaarheid in de kernen. De visie bestaat uit twee delen: Deel A bevat de visie en ambities voor de middellange termijn (Loon op Zand in 2030) en deel B bestaat uit een uitvoeringsprogramma, een projectenplan inclusief prioriteiten, dat flexibel van aard is en indien gewenst of noodzakelijk periodiek aangepast kan worden. In deel A is tevens een visiekaart opgenomen, die hoort bij de kerngedachte ‘Loon op Zand, de recreatieve kamer in het hart van Brabant’. Het betreft een samenvoeging van de visie op de deelgebieden en de verschillende ontwikkelingen die bijdragen aan de versterking van de identiteit van die deelgebieden. Het plangebied is op de visiekaart behorende bij de structuurvisie aangeduid als ‘Half open cultuurlandschap’. In onderstaande figuur is de uitsnede van de visiekaart ter plaatse van het Hoekje en het projectperceel te zien.

Gemeente Loon op Zand lichting bestemmingsplan Buitengebied-herziening Hoekje 4 Kaatsheuvel

21 Status: Vastgesteld

Projectperceel

Uitsnede van kaart structuurvisie Loon op Zand

De beoogde ontwikkeling betreft het vervangen van een bestaande woning op een bestaande woonlocatie. Met verwijzing naar het gestelde onder 3.2.3 kan worden geconcludeerd dat zorgvuldig met de ruimte wordt omgegaan en dat de woningvoorraad niet onnodig met nog meer ontwikkelingen aan de buitenranden van de dorpskernen en in het buitengebied wordt aangevuld. In de combinatie van de uitwerking van het (bouw)plan en de realisatie c.q. aanleg van kwaliteitsverbeteringen in het landschap kan gesteld worden dat de ontwikkeling goed aansluit op de (beoogde) kwaliteit voor het gebied. Op grond van de Structuurvisie namelijk zijn ingrepen mogelijk met aandacht voor kwaliteitsverbetering van datzelfde landschap. De beoogde ontwikkeling ter plaatse past daarmee binnen de uitgangspunten van de Structuurvisie. Conclusie Dit initiatief past binnen de kaders van de Structuurvisie. Nu het specifiek gaat om een vervangende woning is het afstemmen van de woningvoorraad op toekomstige behoefte niet aan de orde. 3.3.2

Bestemmingsplan Buitengebied Geconsolideerd

Hiervoor wordt verwezen naar de paragrafen 1.3 en 3.2.3.

Gemeente Loon op Zand lichting bestemmingsplan Buitengebied-herziening Hoekje 4 Kaatsheuvel

22 Status: Vastgesteld

4 PLANOLOGISCHE ASPECTEN 4.1

Bodem

Door Bodem- en Milieuadvies Brabant te Waalwijk is een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd op het projectperceel (rapportage d.d. 29 november 2021, projectnr. 2021225). Dit verkennende bodemonderzoek, dat als bijlage is bijgevoegd, is uitgevoerd ten behoeve van de bepaling van de huidige milieuhygiënische bodemkwaliteit voor zowel grond als grondwater. Het onderzoek is specifiek uitgevoerd in het kader van de geplande ontwikkeling van het terrein ten behoeve van vervangende woningbouw. Uit de resultaten van het bodemonderzoek blijkt dat: - de bovengrond plaatselijk licht verontreinigd is met lood, kwik en PAK; - de ondergrond geen verontreinigingen vertoont op de geanalyseerde parameters; - het grondwater lichte verontreinigingen vertoont met barium, koper, xylenen en naftaleen en een matige verontreiniging met nikkel. Op grond van de verkregen resultaten vormen de lichte verontreinigingen geen belemmering voor de sloop en vervangende nieuwbouw. De matige verhoging met nikkel in het grondwater is aanleiding om aan te bevelen het grondwater opnieuw te bemonsteren om na te gaan of dit komt door een eventuele verontreiniging of dat het enkel een gevolg is van het redox-plaatsingseffect. Vorenstaande heeft echter geen consequenties voor de voorgenomen verschuiving van het bestemmingsvlak wonen en de beoogde nieuwbouw op een andere locatie op het projectperceel.

Conclusie Op grond van het uitgevoerde onderzoeken vormt de bodemkwaliteit geen belemmering voor het beoogde gebruik. Bij eventuele toekomstige afvoer van mogelijk overtollige grond dient men altijd rekening te houden met de regels uit het Besluit Bodemkwaliteit. 4.2

Geluid

Bij een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling waarbij sprake is van de realisatie van een geluidgevoelig object, maar ook van een wijziging van bouwmogelijkheden nabij geluidbronnen, moet worden getoetst aan de Wet geluidhinder. In de Wet geluidhinder (Wgh) is bepaald hoe voor een gebied waar een ruimtelijke ontwikkeling plaatsvindt dient te worden omgegaan met geluidhinder als gevolg van wegverkeer, vliegtuigverkeer, industrie en spoorwegen. In de Wgh is geregeld dat bepaalde wegen, spoorwegen en bedrijven(terreinen) een zone hebben. Bij een ruimtelijke ontwikkeling waarbij sprake is van de ontwikkeling van geluidgevoelige objecten binnen een geluidszone, dient een onderzoek te worden uitgevoerd naar de geluidsbelasting op deze gebouwen of terreinen. De Wet geluidhinder beschermt de volgende objecten:  Woningen;  Andere geluidsgevoelige gebouwen;  Geluidsgevoelige terreinen.

Gemeente Loon op Zand lichting bestemmingsplan Buitengebied-herziening Hoekje 4 Kaatsheuvel

23 Status: Vastgesteld

Omdat door met de beoogde ontwikkeling een nieuw geluidsgevoelig object wordt gerealiseerd is aandacht nodig voor het aspect geluid. Wegverkeerslawaai Normen met betrekking tot verkeerslawaai worden thans in Nederland gebaseerd op de “regels op het gebied van het voorkomen of beperken van geluidhinder” (Wet geluidhinder). Krachtens deze wet worden zones aangegeven aan weerszijden van wegen. Binnen de zones wordt geëist, dat de geluidsbelasting ten gevolge van het verkeer op de betreffende weg ter plaatse van de gevels van woningen of andere geluidsgevoelige bestemmingen een zekere maximale waarde niet overschrijdt. Buiten de zones worden geen geluidseisen gesteld met betrekking tot wegverkeerslawaai. De planlocatie bevindt zich volgens de Wet geluidhinder binnen de geluidzone van het Hoekje. Om die redenen is voor de planlocatie een onderzoek noodzakelijk in het kader van de Wet geluidhinder. Ten behoeve van dit geluidonderzoek is gebruik gemaakt van de Wet geluidhinder, zoals deze geldt per 1 mei 2017. De geluidbelastingen vanwege wegverkeer zijn berekend conform de Standaard Rekenmethode II uit bijlage III van het ‘Reken- en meetvoorschrift geluid 2012’. De berekende geluidbelastingen zijn getoetst aan de grenswaarden uit de Wet geluidhinder: – Buitenstedelijke wegen (Hoekje): voorkeursgrenswaarde 48 dB maximale ontheffingswaarde 53 dB.

Door Cauberg Huygen te Best is een akoestisch onderzoek uitgevoerd ten behoeve van de voorgenomen bouw van de vervangende woning op het perceel ter plaatse van Hoekje 4 te Kaatsheuvel (rapportage d.d. 18 november 2021, referentie 07686-54635-01v2). Het akoestisch onderzoek, dat als bijlage is bijgevoegd, heeft tot doel de geluidsbelasting op de gevels van de te projecteren woningen te bepalen en te toetsen aan de grenswaarden, die in Wet geluidhinder zijn gesteld. Indien niet aan de grenswaarden wordt voldaan, moet worden bezien of geluidsbeperkende maatregelen doelmatig zijn. Uit het onderzoek blijkt dat ten gevolge van het wegverkeer op het Hoekje wordt voldaan aan de voorkeursgrenswaarde van 48 dB. De berekende geluidbelasting bedraagt maximaal 42 dB, waarmee de voorkeursgrenswaarde niet wordt overschreden. Er worden door de Wet geluidhinder ten aanzien van het aspect wegverkeerslawaai geen restricties opgelegd bij de realisering van deze woning. Tevens blijkt dat de totale geluidbelasting ten gevolge van het wegverkeer op de omliggende wegen maximaal 48 dB Lden (exclusief aftrek) bedraagt. De geluidbelasting is daarmee dermate laag dat er geen nadere eis wordt gesteld aan de karakteristieke geluidwering van de gevel, anders dan de minimumwaarde zoals opgenomen in het Bouwbesluit (GA;k = 20 dB(A)).

Op grond van de resultaten van het akoestisch onderzoek kan de conclusie worden getrokken dat deze omgeving geschikt is voor de woonfunctie en daarmee dus gelijktijdig sprake is van een goed woon- en leefklimaat. Voor de bouw van een woning is daarmee een goed woon- en leefklimaat ten aanzien van wegverkeerslawaai gegarandeerd. Spoorweglawaai Dit aspect is niet aan de orde. Vliegtuiglawaai Dit aspect is niet aan de orde. Industrielawaai Dit aspect is niet aan de orde. Gemeente Loon op Zand lichting bestemmingsplan Buitengebied-herziening Hoekje 4 Kaatsheuvel

24 Status: Vastgesteld

Conclusie Het aspect “Geluid” is geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling. Voor de woningen zal wel moeten worden voldaan aan de eisen uit het Bouwbesluit ten aanzien van geluidwering. 4.3

Externe veiligheid

Externe veiligheid heeft betrekking op de risico's die mensen lopen als gevolg van mogelijke ongelukken met gevaarlijke stoffen bij bedrijven, transportroutes (wegen, spoorwegen en waterwegen) en buisleidingen. Omdat de gevolgen van een ongeluk met gevaarlijke stoffen groot kunnen zijn, zijn de aanvaardbare risico's vastgelegd in diverse besluiten. De belangrijkste zijn:  Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi);  Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt);  Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb). Binnen de beleidskaders voor deze drie typen risicobronnen staan altijd twee kernbegrippen centraal: het plaatsgebonden risico en het groepsrisico. Hoewel beide begrippen onderlinge samenhang vertonen zijn er belangrijke verschillen. Hieronder worden beide begrippen verder uitgewerkt. Plaatsgebonden risico (PR) Het plaatsgebonden risico (PR) geeft de kans, op een bepaalde plaats, om te overlijden als gevolg van een ongeval met gevaarlijke stoffen. De kans heeft betrekking op een fictief persoon die continu op die plaats aanwezig is. De wetgever schrijft voor hoe moet worden omgegaan met de PR 10-6/jaar contour. Binnen deze contour heeft iemand die hier continu aanwezig is de kans van 1 op één miljoen om te overlijden als gevolg van een ongeval met gevaarlijke stoffen.

Groepsrisico (GR) Het groepsrisico (GR) drukt de kans per jaar uit dat een groep mensen (minimaal 10) overlijdt, als direct gevolg van een ongeval met gevaarlijke stoffen. Het GR is daarmee een maat voor de maatschappelijke ontwrichting bij een calamiteit. Het GR wordt bepaald binnen het invloedsgebied van een risicovolle activiteit. Dit invloedsgebied wordt begrensd door de 1% letaliteitsgrens (tenzij anders bepaald): de afstand waarop niet meer dan 1% van de blootgestelde mensen in de omgeving komt te overlijden bij een calamiteit met gevaarlijke stoffen. Verantwoordingsplicht groepsrisico Met het invullen van de verantwoordingsplicht wordt antwoord gegeven op de vraag in hoeverre externe veiligheidsrisico's in het plangebied worden geaccepteerd en welke maatregelen getroffen zijn om het risico zoveel mogelijk te beperken. Het invullen van de verantwoordingsplicht is een taak van het bevoegd gezag (veelal de gemeente). Door de verantwoordingsplicht worden gemeenten gedwongen het externe veiligheidsaspect mee te laten wegen bij het maken van ruimtelijke keuzes. Deze verantwoording is kwalitatief en bevat verschillende onderdelen die aan bod kunnen of moeten komen. Ook bestaat er een adviesplicht voor de regionale brandweer.

Door het uitwerken van de verantwoordingsplicht neemt het bevoegd gezag de verantwoordelijkheid voor het 'restrisico' dat overblijft nadat benodigde de veiligheidsverhogende maatregelen genomen zijn.

Gemeente Loon op Zand lichting bestemmingsplan Buitengebied-herziening Hoekje 4 Kaatsheuvel

25 Status: Vastgesteld

Beschouwing risicobronnen Het plan bevat in zichzelf geen nieuwe kwetsbare objecten. Er is slechts sprake van de vervanging van de bestaande woning op hetzelfde perceel, maar dan enkele meters verderop. Met behulp van de risicokaart is beschouwd of risicobronnen in de omgeving van het plangebied een risico vormen voor de voorgenomen ontwikkeling. Uit de risicokaart blijkt, dat er geen risicobronnen met externe veiligheidsrisico’s in de omgeving van het projectperceel zijn gelegen. Een verder beoordeling van de plaatsgebonden risico, respectievelijk groepsgebonden risico is derhalve niet aan de orde. Het Hoekje is in de gemeentelijke standaardverantwoording van het groepsrisico aangegeven als een weg waar transport met gevaarlijke stoffen plaatsvindt. Het gaat om propaan. In dit geval is echter geen sprake van een toename van het groepsrisico. In november 2018 heeft de gemeente Loon op Zand in samenwerking met de OMWB een “Rapportage vervoer van gevaarlijks stoffen” opgesteld. Hierbij is geconcludeerd dat in de gemeente Loon op Zand op geen van de gemeentelijke transportroutes sprake is van een overschrijding van de normen voor het plaatsgebonden risico. Voor vrijwel alle wegen kan zonder nader onderzoek gesteld worden dat sprake is van een waarde van het groepsrisico, dat lager is dan 0,1 x OW.

Dit betekent dat bij nieuwe kleinschalige ontwikkelingen nabij deze wegen geen inzicht behoeft te worden gegeven in het groepsrisico. Volstaan kan worden met een beschrijving van de aspecten bestrijdbaarheid en zelfredzaamheid. Een uitzondering hierop geldt voor de volgende wegen:  Locaties aan de Midden-Brabantweg (N261)  De wegen waarlangs sprake is van een dichtheid van meer dan 100 personen per hectare. Dit zijn gedeelten van de Europalaan, de Raadhuisstraat en de Berndijksestraat  De Capelsedreef en een gedeelte van de Kasteelhoevenweg indien daar ontwikkelingen plaatsvinden die leiden tot een dichtheid van meer dan 60 personen/ha. Voor deze (deeltrajecten van deze) wegen is maatwerk nodig, indien er sprake is van ontwikkelingen binnen 200 meter van deze transportroutes. Voor het Hoekje geldt dit dus niet. In dit geval zal het groepsrisico niet significant toenemen en kan gebruik worden gemaakt van de “Standaard verantwoording van het groepsrisico, gemeente Loon op Zand” en het standaardadvies van de veiligheidsregio. In dit kader zijn enkele facetten nog van belang.  Zelfredzaamheid De gebruikers van de woning zijn goed mobiel en daarmee in staat zelfstandig het gebied te verlaten. De projectlocatie sluit direct aan op bestaande wegenstructuur en valt binnen de dekking van het Waarschuwings- en alarmeringssysteem (WAS) van Loon op Zand.

 Bestrijdbaarheid De ligging van het projectperceel, direct aan bestaande infrastructuur en aansluitend aan het bestaand stedelijk gebied, leidt tot de conclusie dat dit voor de opkomsttijd geen knelpunten zal opleveren. Een goede bereikbaarheid is gegarandeerd. Primaire blusvoorzieningen zijn ter plaatse op orde. Conclusie Het aspect externe veiligheid vormt geen belemmering voor de vaststelling van het bestemmingsplan.

Gemeente Loon op Zand lichting bestemmingsplan Buitengebied-herziening Hoekje 4 Kaatsheuvel

26 Status: Vastgesteld

4.4

Hoogspanningslijnen

Bij het opstellen van ruimtelijke plannen moet rekening worden gehouden met de magneetvelden van bovengrondse hoogspanningslijnen. De afgelopen jaren is hier meer aandacht voor. Dit komt omdat er statistische aanwijzingen zijn dat de magneetvelden van bovengrondse hoogspanningslijnen mogelijk van invloed zijn op de gezondheid van kinderen. Voorkomen moet worden dat nieuwe gevoelige functies binnen de magneetveldzone van 0,4 microTesla liggen. Dit blijkt uit het advies van het rijk uit 2005 en de toelichtende brief van 2008 over bovengrondse hoogspanningslijnen. Toegelicht is dat bestemmingen waar kinderen (tot 15 jaar) langdurig kunnen verblijven worden aangemerkt als gevoelig. Het gaat hierbij om woningen, scholen, crèches en kinderopvangplaatsen. 'Zoveel als redelijkerwijs mogelijk' houdt in dat er een zorgvuldige afweging moet plaatsvinden. Op de Netkaart van het RIVM zijn indicatieve zones voor magneetvelden van alle bovengrondse hoogspanningslijnen opgenomen. De indicatieve zones zijn de meest ruime afstanden waar rekening mee moet worden gehouden. In de nabijheid van het plan zijn geen hoogspanningslijnen aanwezig. Conclusie Het aspect "hoogspanningslijnen" is geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling. 4.5

Luchtkwaliteit

Op 15 november 2007 is de Wet Luchtkwaliteit in werking getreden. De luchtkwaliteitseisen zijn opgenomen in hoofdstuk 5 titel 2 van de Wet milieubeheer (Wm). In artikel 5.16 Wm staat een limitatieve opsomming van de bevoegdheden waarbij luchtkwaliteitseisen een directe rol spelen. Het gaat om ruimtelijke besluiten en milieuvergunningen die direct gevolgen voor de luchtkwaliteit hebben en daardoor kunnen bijdragen aan overschrijding van een grenswaarde. Een vaststelling van een bestemmingsplan betreft de uitvoering van een bevoegdheid als bedoeld in artikel 5.16 van de Wm. Vaststelling van een bestemminsplan is mogelijk als:  De concentratie stoffen in de lucht door de voorgenomen ontwikkeling verbetert of gelijk blijft;  Bij beperkte toename van de concentratie, door een met de activiteit samenhangende maatregel of optredend effect, de luchtkwaliteit per saldo verbeterd;  De toename, niet in betekenende mate (NIBM) bijdraagt. Dit is het geval als een project of activiteit maximaal 3% van de jaargemiddelde grenswaarde bijdraagt aan de concentraties PM10 of NO2 (max1,2 μg/m3).

Toetsing initiatief aan “niet in betekenende mate” begrip Projecten die “niet in betekenende mate” bijdragen aan een verslechtering van de luchtkwaliteit hoeven volgens de Wet luchtkwaliteit niet afzonderlijk te worden getoetst op de grenswaarde, tenzij een dreigende overschrijding van een of meerdere grenswaarden te verwachten is. De grens van “niet in betekenende mate” ligt volgens de gelijknamige AMvB bij 3% van de grenswaarde van een stof. Hiervan is volgens de ministeriele regeling van “niet in betekenende mate” sprake bij de realisatie van minder dan 1500 woningen op een ontsluitingsweg of minder dan 3000 woningen op twee ontsluitingswegen. Dit bestemmingsplan betreft het planologisch mogelijk maken van een vervangende woning. Deze herziening is daarom een ontwikkeling die kleiner is dan 1500 woningen met een ontsluitingsweg. De ontwikkeling zal dan ook 'niet in betekenende mate' bijdragen aan een verslechtering van de luchtkwaliteit. Nader onderzoek is daarom niet noodzakelijk.

Gemeente Loon op Zand lichting bestemmingsplan Buitengebied-herziening Hoekje 4 Kaatsheuvel

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=LoonOpZand&id=a39aa838-4f42-4200-8f8b-d7ae95c0e36e