24-06-2021 Bijlage 2. Ontwerpbegroting 2022 Baanbrekers.pdf
Tekst van het document
Q baanbrekers STERK-IN'MENS-EN-WERK
fc»
\
ļļ
Ontwerpbegroting 2022 dagelijks bestuur 26 maart 2021 algemeen bestuur 12 april 2021
baanbrekers STERK-IN-MENS'EN-WERK
Inhoud Voorwoord........................................................................................................................................4 1
2
Algemeen..................................................................................................................................6 1.1
Leeswijzer......................................................................................................................................6
1.2
Financiële verantwoording.......................................................................................................... 7
1.3
Begroting in een oogopslag......................................................................................................... 9
1.4
Gemeentelijke bijdragen............................................................................................................10
Beleidsbegroting..................................................................................................................... 12 2.1
Programmaplan ......................................................................................................................... 12
2.1.1
Deelprogramma 1: Re-integratie & Participatie..............................................................13
2.1.2
Deelprogramma 2: Leerwerkstructuur............................................................................ 17
2.1.3
Deelprogramma 3: Inkomensondersteuning .................................................................. 20
2.1.4
Deelprogramma 4: Gemeentelijke bijdragen & overige lasten en baten ..................... 23
2.1.5
Bedrag voor heffing van vennootschapsbelasting...........................................................24
2.1.6
Bedrag voor onvoorzien.................................................................................................... 24
2.2
3
4
Paragrafen ................................................................................................................................. 25
2.2.1
Weerstandsvermogen en risicobeheersing..................................................................... 26
2.2.2
Onderhoud kapitaalgoederen .......................................................................................... 31
2.2.3
Financiering ....................................................................................................................... 32
2.2.4
Verbonden partijen .......................................................................................................... 34
2.2.5
Bedrijfsvoering....................................................................................................................38
Financiële begroting................................................................................................................ 44 3.1
Uiteenzetting financiële positie en toelichting........................................................................ 44
3.2
Begroting 2022 en meerjarenraming 2023-2025.....................................................................46
Toelichting op de begroting 2022............................................................................................ 48 4.1
Toelichting op de lasten en baten perdeelprogramma............................................................48
4.1.1
Deelprogramma 1: Re-integratie & Participatie...............................................................49
4.1.2
Deelprogramma 2: Leerwerkstructuur............................................................................. 51
4.1.3
Deelprogramma 3: Inkomensondersteuning...................................................................53
4.1.4
Deelprogramma 4: Gemeentelijke bijdragen & overige lasten en baten...................... 55
4.1.5
Overhead............................................................................................................................ 56
4.2
(Vervangings)investeringen...................................................................................................... 58
4.3
Toelichting op de meerjarenraming ......................................................................................... 59
BEGROTING 2022 EN MEERJARENRAMING 2023-2025
2
baanbrekers STERK-IN-MENS'EN-WERK
5
Bijlagen..................................................................................................................................61 5.1
Bijlage I: Verloop reserves en voorzieningen...........................................................................61
5.2
Bijlage II: Overzicht van geraamde baten en lasten per taakveld........................................... 63
5.3
Bijlage III: Personele bezetting 2022........................................................................................ 64
BEGROTING 2022 EN MEERJARENRAMING 2023-2025
3
baanbrekers STERK-IN-MENS'EN-WERK
Voorwoord De coronastorm die begin 2020 ook in Nederland begon te waaien, heeft in 2022 zeer waarschijnlijk nog steeds gevolgen voor ons allemaal. Onze Rijksoverheid pakte de coronacrisis voortvarend aan met allerlei steunmaatregelen. Deze maatregelen stelden ook Baanbrekers voor veel extra werkzaamheden. Mede hierdoor leerden we dat plannen sneller over de datum kunnen zijn dan gedacht. Waren we begin 2020 als Baanbrekers nog voortvarend op weg met het doorvoeren van onze in-bewegingkoers, nu kwam het aan op het bijzetten van alle zeilen om vooruit te kunnen komen. We wilden en willen onze mensen gezond en vitaal houden en hen goed werk bieden. Tegelijkertijd wilden en willen we er zijn voor inwoners en zelfstandigen die in nood verkeerden. Het Rijk heeft weliswaar op grote schaal geholpen om bedrijven niet te laten omvallen, maar wat gebeurt er als die steun stopt? Volgen dan alsnog faillissementen en zien we dan de werkloosheid snel oplopen? Het voelt nu een beetje als stilte voor die storm. Maar komt die storm ook? En zo ja: hoe hard gaat het waaien? Er is nog veel onduidelijk. En dat maakt het voor ons als intergemeentelijke uitvoeringsorganisatie voor werk en inkomen ook lastig om goed vooruit te kijken. Eén ding is zeker: in 2022 hebben we een andere regering dan de afgelopen jaren. Wat die regering gaat brengen, is echter ook nog niet helder.
Sommige partijen pleiten voor een vernieuwde sociale werkvoorziening. Andere politici hebben het over het aanpassen van de Participatiewet. Hoe dan ook: Baanbrekers zal haar koers blijven koppelen aan het beleid van het Rijk. En we zullen onze inbewegingkoers blijven volgen, waarbij alles erop gericht is dat we ieders talent zo goed mogelijk benutten. Door samen op een goede manier te werken aan instroom, doorstroom en uitstroom werken we stapje voor stapje toe naar een samenleving die steeds inclusiever is. 2022 zal een jaar van verandering zijn. Er is duidelijkheid over onze huisvesting, we hebben onze organisatie meer gestroomlijnd en flexibel gemaakt en we werken steeds digitaler en vaker thuis dan voor de coronapandemie. Als gedegen professionals op het gebied van sociale zaken en sociale werkgelegenheid plaatsen we - zowel in de Langstraat als in de grotere regio Midden-Brabant - de mens nog meer centraal bij alles wat we doen. Hierbij werken we steeds vaker samen en beter met onze drie gemeenten en alle partners in de keten van werk, zorg en inkomen. Doelmatig maatwerk is hierbij het devies, zonder de rechtmatigheid hierbij uit het oog te verliezen. 2022 is ook een jaar van verandering door de aanstaande gemeenteraadsverkiezingen. We krijgen hierdoor te maken met nieuwe raadsleden en dus ook met een veranderde samenstelling van ons bestuur.
We doen er alles aan om ons dan nieuw samengestelde bestuur samen met de leden van de drie gemeenteraden snel wegwijs te maken op het gebied van sociale zaken en sociale werkgelegenheid. Bij Baanbrekers staat beweging ook in 2022 centraal. Ook dan zijn we weer een springplank naar regulier werk en een vangnet voor als werken er even niet meer inzit. Ook dan zullen we onze organisatie steeds verder verbeteren en optimaliseren. Onze activiteiten kosten uiteraard tijd, inspanning en energie. Over wat wij willen bereiken, wat we daarvoor doen en wat het mag kosten, leest u meer in deze begroting voor het jaar 2022. Ook in 2022 willen we weer volop aan de slag met het realiseren van onze ambities en met het uitvoeren van mooie, nieuwe en innovatieve manieren om mensen aan het werk te helpen en te houden en om iedereen naar zijn of haar vermogen te laten meedoen. Wij rekenen hierbij graag op uw betrokkenheid, enthousiasme en medewerking. Ad van Oudheusden, directeur
BEGROTING 2022 EN MEERJARENRAMING 2023-2025
4
baanbrekers STERK-IN-MENS'EN-WERK
:\\ sa
\ \
\ \
vJ
BS»f»r
BEGROTING 2022 EN MEERJARENRAMING 2023-2025
5
baanbrekers STERK-IN-MENS'EN-WERK
1 Algemeen 1.1 Leeswijzer Voor u ligt de begroting 2022 en de meerjarenraming 2023 - 2025 van Baanbrekers. Baanbrekers voert namens de gemeenten Heusden, Loon op Zand en Waalwijk de Participatiewet en de Wet sociale werkvoorziening uit. De taken van Baanbrekers zijn te verdelen in twee hoofdgroepen: het bemiddelen naar of verstrekken van werk en het verstrekken van inkomensondersteuning (uitkeringen). Het eerste vanuit zowel de Participatiewet als de Wet sociale werkvoorziening. De uitgangspunten van de kaderbrief 2022 zijn in deze begroting verwerkt. De indeling en vorm van de begroting 2022 zijn in overeenstemming met het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV). Voor het jaar 2022 is een incidentele onttrekking uit de reserve herpositionering geraamd. Het resterende saldo wordt jaarlijks afgedekt door de bijdragen van de deelnemers. De begroting is structureel sluitend. Voor de opstelling van de begroting is uitgegaan van één programma in de zin van het BBV. Hierin worden vier deelprogramma's opgenomen: ^ Re-integratie & Participatie ^ Leerwerkstructuur • Inkomensondersteuning • Gemeentelijke bijdragen & overige lasten en baten De indeling van de deelprogramma's sluit aan bij de opbouw van de organisatie. De leerwerkstructuur wordt gebruikt voor de uitvoering van de Wet sociale werkvoorziening en de Participatiewet.
De kosten van overhead zijn niet in de deelprogramma's verantwoord, maar worden afzonderlijk gepresenteerd.
BEGROTING 2022 EN MEERJARENRAMING 2023-2025
6
baanbrekers STERK-IN-MENS'EN-WERK
1.2 Financiële verantwoording Algemeen De begroting 2022 is opgesteld in de lijn van de begroting 2021, waarbij uiteraard rekening is gehouden met de uitgangspunten zoals die in de kaderbrief 2022 zijn opgenomen. (Zie hiervoor paragraaf 3.1). Enkele toevoegingen ten opzichte van de kaderbrief worden onderstaand nader toegelicht. Eventuele wijziging van de begroting als gevolg van aanpassing van de gemeenschappelijke regeling Omdat ten tijde van het opstellen van de ontwerpbegroting nog geen besluit genomen was over een mogelijke wijziging van de gemeenschappelijke regeling, is de begroting 2022 opgesteld conform de huidig geldende afspraken. Indien de deelnemers besluiten de gemeenschappelijke regeling te wijzigen, dan wordt de begroting hierop aangepast. Eventuele (her-)huisvesting Ten tijde van het opstellen van deze begroting liep een onderzoek naar de mogelijkheden van verbouw en/of nieuwbouw. Eventuele besluitvorming daarover is in deze begroting nog niet verwerkt. In de (meerjaren)begroting is uitgegaan van het continueren van de huidige huisvesting, met de bijbehorende (onderhouds)kosten. Zodra het algemeen bestuur concrete besluiten rondom de verbouw/nieuwbouw neemt en de financiële consequenties daarvan bekend zijn, dan zullen die met een begrotingswijzing worden verwerkt.
Tijd- en plaatsonafhankelijk werken Door de coronacrisis is de noodzaak om tijd- en plaatsonafhankelijk werken te faciliteren in een stroomversnelling gekomen. In 2021 willen wij hierin investeren. Dit doen we onder andere door te investeren in de noodzakelijke beheersbare hard- en software om tijd- en plaatsonafhankelijk te kunnen werken en door te investeren in netwerkoptimalisatie en -beveliging om een veilige netwerkinfrastructuur te kunnen waarborgen. Daarnaast stelt de steeds verdergaande digitalisering steeds hogere kwaliteitseisen aan het personeel dat hiermee belast is. Naast de investeringen in hard en software ontkomen we er niet meer aan om ook het team Automatisering van een kwaliteitsimpuls te voorzien. Kosten boventalligen Op 21 oktober 2019 heeft het algemeen bestuur besloten het restant van de reserve herpositionering te bestemmen voor de te maken kosten van de uitvoering van het sociaal plan. In de begroting 2022 is onder de lasten een bedrag van C 221.000 geraamd voor de salariskosten als gevolg van boventalligheid door sluiting van de PMC's cleanroom en wasserij. Omdat deze kosten niet dienen te drukken op de reguliere exploitatie, is tot eenzelfde bedrag geput uit de hiervoor bedoelde reserve herpositionering. Structureel sluitende begroting Als gevolg van de geraamde onttrekking uit de reserve herpositionering is de begroting 2022 niet sluitend.
Echter, omdat de kosten van de boventalligen en de bijbehorende onttrekking uit de reserve een incidenteel karakter hebben, is de begroting meerjarig wel sluitend en wordt voldaan aan de eisen die het BBV en de toezichthouder stellen. Aanpassingen in de begroting als gevolg van de coronacrisis De coronacrisis heeft grote (financiële) impact gehad op de jaren 2020 en 2021. We hebben de hoop en verwachting dat 2022 een post-corona jaar wordt. Economische en dus ook financiële gevolgen zullen echter ook in 2022 nog gevoeld worden.
BEGROTING 2022 EN MEERJARENRAMING 2023-2025
7
baanbrekers STERK-IN-MENS'EN-WERK
Als gevolg van de toename van het aantal online aankopen verwachten wij een toename van het aantal vacatures in de transport- en logistieksector, tevens een sector die belangrijk is in Midden-Brabant. Door faillissementen en ontslagen zullen echter ook meer mensen afhankelijk gaan worden van een uitkering. De ontwikkelingen worden de komende maanden uiteraard op de voet gevolgd. Vooralsnog hebben we ons voor de bepaling van het BUIG-budget en de ontwikkeling van het uitkeringsbestand gebaseerd op de ontwikkeling van het macrobudget PW 2022 zoals in de begroting 2021 van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW) is gepubliceerd. We zullen in het najaar 2021, met de dan opgedane kennis en verkregen inzichten, de begroting 2022 integraal bijstellen. Wij verwachten dan vanuit het Rijk ook meer inzicht te hebben gekregen op de bijstellingen van onder andere het BUIG-budget en de werkelijke ontwikkeling van het uitkeringsbestand. De planning is om de actualisatie van de begroting in januari 2022 aan het algemeen bestuur voor te leggen.
BEGROTING 2022 EN MEERJARENRAMING 2023-2025
8
baanbrekers STERK-IN-MENS'EN-WERK
1.3 Begroting in een oogopslag Baanbrekers Bedragen x C 1.000 Lasten DP1: Re-integratie & Participatie DP2: Leerwerkstructuur DP3: Inkomensondersteuning DP4: Gemeentelijke bijdragen & | overige lasten en baten Totaal lasten deelprogramma's Overhead Totaal lasten Baten DP1: Re-integratie & Participatie DP2: Leerwerkstructuur DP3: Inkomensondersteuning DP4: Gemeentelijke bijdragen & | overige lasten en baten Totaal baten Geraamd saldo van lasten en baten
Realisatie 2020
Begroting 2022
Meerjarenraming 2024
2023
2025
3.749 12.776 36.749
4.902 11.549 29.051
5.033 11.978 29.081
5.243 11.744 28.866
5.453 11.423 28.626
5.593 11.084 28.396
56 53.329 6.864 60.194
10 45.512 7.131 52.643
35 46.127 7.558 53.684
35 45.888 7.374 53.262
35 45.537 7.299 52.836
35 45.108 7.289 52.397
1.052 13.279 41.345
1.043 11.681 31.873
859 12.872 33.513
935 12.560 33.222
1.005 12.298 32.902
1.086 12.000 32.602
7.913 63.589
7.288 51.885
6.220 53.463
6.545 53.262
6.631 52.836
6.709 52.397
3.396
-757
-221
0
0
0
0 462
0 757
0 221
0 0
0 0
0 0
3.858
0
0
0
0
0
Af: stortingen reserves Bij: onttrekkingen reserves Geraamd resultaat
Begroting 2021
* Realisatie 2020: conform voorlopige jaarrekening 2020
Onder de baten van deelprogramma 4 zijn de navolgende gemeentelijke bijdragen verantwoord: Toelichting: Gemeentelijke bijdragen Bedragen x C1.000 Gemeentelijke bijdragen
Realisatie 2020
Begroting 2021
7.036
6.910
Begroting 2022 5.869
Meerjarenraming 2024
2023 6.200
6.287
2025 6.365
* Realisatie 2020: conform voorlopige jaarrekening 2020
De hoogten van de gemeentelijke bijdragen voor de jaren 2022 tot en met 2025 zijn lager dan de gemeentelijke bijdragen 2021. In hoofdstuk 4: toelichting op de begroting 2022 zijn nadere specificaties en toelichtingen per deelprogramma opgenomen.
BEGROTING 2022 EN MEERJARENRAMING 2023-2025
9
baanbrekers STERK-IN-MENS'EN-WERK
1.4 Gemeentelijke bijdragen Conform de Gemeenschappelijke regeling 'Uitvoeringsorganisatie Baanbrekers' dragen de gemeenten bij aan de exploitatie van Baanbrekers op basis van de inwoneraantallen per 1 januari van het begrotingsjaar. Voor de begroting 2022 is vooralsnog gerekend met de inwoneraantallen per 1 januari 2021, zoals gepubliceerd door het CBS naar de situatie per 4 maart 2021. Dit zijn voorlopige gegevens. De definitieve bijdragen voor 2022 worden bepaald op basis van de inwoneraantallen per 1 januari 2022. De GR is tijdens het opstellen van deze begroting nog onderwerp van evaluatie. In de loop van 2021 wordt de gemeenschappelijke regeling naar verwachting aangepast. Indien dit gevolgen heeft voor de verdeling van de gemeentelijke bijdragen dan zullen de effecten daarvan bij de eerstvolgende begrotingswijziging worden meegenomen. Gemeente Heusden Loon op Zand Waalwijk Totaal
Inwoneraantal 0zž 45.008 38,37y0 23.504 20,04y0 48.801 41,60^0 117.313 1000zź
Op basis van de hierboven genoemde inwoneraantallen worden de bijdragen 2022 per gemeente als volgt. Voor de jaren 2023 tot en met 2025 worden voorlopig dezelfde inwoneraantallen aangehouden als voor 2022. Verdeling naar gemeenten Bedragen x C 1.000
Realisatie
Begroting
Begroting
2020
2021
2022
Meerjarenraming 2024
2023
2025
Heusden Loon op Zand Waalwijk
2.679 1.415 2.942
2.645 1.386 2.879
2.252 1.176 2.441
2.379 1.242 2.579
2.412 1.260 2.615
2.442 1.275 2.648
(Sub-)totaal Resultaat jaarrekening
7.036 -3.334
6.910
5.869
6.200
6.287
6.365
Totaal
3.703
* Realisatie 2020: conform voorlopige jaarrekening 2020
BEGROTING 2022 EN MEERJARENRAMING 2023-2025
10
baanbrekers STERK-IN-MENS'EN-WERK
űN. Eİ
V f- -
BEGROTING 2022 EN MEERJARENRAMING 2023-2025
11
baanbrekers STERK-IN-MENS'EN-WERK
2
Beleidsbegroting
2.1 Programmaplan Baanbrekers voert namens de gemeenten Heusden, Loon op Zand en Waalwijk de Participatiewet en de Wet sociale werkvoorziening uit. In deze paragraaf wordt het programmaplan weergegeven en toegelicht. De opzet is gebaseerd op het vernieuwde BBV. In het programmaplan moet volgens het BBV onder andere de post onvoorzien inzichtelijk worden gemaakt. Daarnaast worden de kosten van de overhead buiten het programmaplan gepresenteerd. Het programmaplan is samengesteld uit de volgende vier deelprogramma's: ^ 2.1.1 Re-integratie & Participatie ^ 2.1.2 Leerwerkstructuur ^ 2.1.3 Inkomensondersteuning ^ 2.1.4 Gemeentelijke bijdragen & overige lasten en baten
BEGROTING 2022 EN MEERJARENRAMING 2023-2025
12
baanbrekers STERK-IN-MENS'EN-WERK
2.1.1
Deelprogramma 1: Re-integratie ä Participatie
Het bedrijfsonderdeel Re-integratie ä Participatie begeleidt de inwoners uit de Langstraat met een afstand tot de arbeidsmarkt naar zo regulier mogelijk en duurzaam mogelijk werk. Dat komt neer op het stellen van een diagnose, het bieden van een re-integratieaanbod gericht op het vergroten van arbeidskansen, het matchen op zo regulier mogelijk werk en het bieden van dienstverlening om werk te behouden. De werkzaamheden van dit bedrijfsonderdeel worden bepaald door een aantal niet door Baanbrekers beïnvloedbare factoren: het aantal inwoners dat hierop aanspraak maakt, de mate van afstand tot de arbeidsmarkt van deze doelgroep en het absorptievermogen van de arbeidsmarkt.
Landelijke en lokale trends Ontwikkeling doelgroep Het CPB ging in haar laatste middellange termijnverkenning (november 2020) uit van een piek van de werkloze beroepsbevolking in 2021 en een geleidelijke afname vanaf 2022. Doordat een WW-uitkering voorliggend aan de bijstand is, is de verwachting dat het bijstandsvolume haar piek pas in 2022 zal bereiken. Adviesbureau Berenschot berekende in juli 2020 in vier scenario's dat het aantal uitkeringsgerechtigden in 2022 waarschijnlijk hoger zal liggen dan tijdens de laatste piek in 2016. Baanbrekers houdt dan ook voor 2022 rekening met een forse toename van het bijstandsbestand. Zie hiervoor deelprogramma 3. Gemeenten ontvangen in de periode 2020 - 2022 extra middelen vanuit het sociaal aanvullend pakket ten behoeve van het re-integratiebudget voor dienstverlening aan bijstandsgerechtigden. Deze gelden kunnen als dekkingsmiddel worden ingezet voor de hogere instroom in de bijstand en de kosten die daaruit voortvloeien. Tevens ontvangen gemeenten een additionele impuls in 2021 uit het sociaal aanvullend pakket om de dienstverlening aan mensen die op dat moment de bijstand instromen te intensiveren. Ook wordt in 2020, 2021 en 2022 extra geld beschikbaar gesteld ten behoeve van crisisdienstverlening aan mensen die onder de banenafspraak vallen en hun baan zijn verloren of met werkloosheid bedreigd worden.
Bij de invoering van de Participatiewet is voorzien dat de samenstelling van de doelgroep gaat wijzigen. Vooral door de ■iml “wjíFTfl. instroom van de doelgroep 'voormalig D irwv íIuHki Wajong' (rood) en de instroom van de m mat dĩiŕiņr. Best hui 'nieuwe doelgroep regulier' ■wswoud (Banenafspraak) (geel) en 'nieuwe m Bijrol doelgroep beschut' (Beschut Werk) (blauw) zal de afstand tot de arbeidsmarkt van de gehele doelgroep 2Ū1& ĨQ20 JOŰÜ 2CQO 2Ū3'j 2Ü*Ū 20±'j KW 20GS gemiddeld gezien groter worden. Hierboven is de verwachte ontwikkeling in de samenstelling van de doelgroep op landelijk niveau visueel gemaakt (Bron: Berenschot). Op de verticale as staat het volume van de doelgroepen (x 1.000) en op de horizontale as staan de jaartallen gepresenteerd. Doordat inwoners met een korte afstand tot de arbeidsmarkt tot begin 2020 als gevolg van de hoogconjunctuur sneller uitstroomden en zij nauwelijks onderdeel uitmaakten van nieuwe instroom werd de gemiddelde afstand tot de arbeidsmarkt van het zittend bestand groter.
BEGROTING 2022 EN MEERJARENRAMING 2023-2025
13
baanbrekers STERK-IN-MENS'EN-WERK
Ontwikkelingen arbeidsmarkt In de publicatie 'Regionale Maandcijfers Arbeidsmarktinformatie Midden-Brabant' van 17 februari 2021 laat het UWV de krapte op de regionale ten opzichte van de landelijke arbeidsmarkt zien. In beroepsgroepen die (zeer) krap zijn, zijn werkgevers bovengemiddeld bereid om kandidaten met een grotere afstand tot de arbeidsmarkt middels jobcarving en jobcreation in dienst te nemen. Voor de coronacrisis was nog sprake van een zeer krappe arbeidsmarkt. Inmiddels is er sprake van een gemiddelde spanning van de arbeidsmarkt. Hoe de spanning op de arbeidsmarkt zich zal ontwikkelen hangt sterk af van onzekere factoren als veerkracht van de economie zodra de steunmaatregelen van de Rijksoverheid worden afgebouwd en invloeden op de conjunctuur als gevolg van landelijk en mondiaal beleid. Uit diezelfde publicatie van het UWV blijkt dat de meest kansrijke beroepen in Midden-Brabant met name voortkomen uit de transport- en logistieksector. Baanbrekers herkent deze vraag naar personeel op de meest kansrijke beroepen en ziet daar uitstroomkansen voor de doelgroep van Baanbrekers. Rijksoverheid beleid (verkiezingen) Met een nieuw te vormen kabinet is in het voorjaar van 2021 nog onduidelijk welke beleidswijzigingen er komen op het gebied van de Participatiewet en sociale werkgelegenheid.
BDO publiceerde op 25 februari 2021 haar analyserapport 'Publieke sector: waar komt de regie, waar komt de uitvoering?' waarin zij op basis van de programma's van de acht grootste politieke partijen de mogelijke beleidsrichtingen in kaart bracht. De conclusie luidde dat stemmen en voorkeuren uiteenlopen, maar dat twee opties nadrukkelijk op tafel liggen: introductie van basisbanen en terugkeer van de sociale werkvoorziening in de vorm van een sociaal ontwikkelbedrijf. Dat laatste sluit zeer goed aan bij onze koers. Rijksoverheid beleid (Breed offensief) In 2018 is door de toenmalig staatssecretaris voor Sociale Zaken en Werkgelegenheid een breed offensief aangekondigd om de arbeidskansen van mensen met een arbeidsbeperking te vergroten. Dit leidde tot een voorstel voor wijziging van de Participatiewet en enkele andere wetten met als beoogde ingangsdatum 1 juli 2021. Doordat de bespreking van het wijzingsvoorstel in de Tweede Kamer meermaals is uitgesteld, wordt de definitieve uitwerking aan het nieuwe kabinet overgelaten. Rijksoverheid beleid (Besluit SUWI) Zowel gemeenten als UWV hebben een aantal uitvoeringstaken opgelegd gekregen voor werkgevers en werkzoekenden. Het wettelijk kader is verankerd in de wet SUWI.
Met ingang van 1 januari 2021 is een aantal wijzigingen in de SUWI-regelgeving van kracht die betrekking heeft op de samenwerking in de arbeidsmarktregio's, namelijk: 1. Opsomming van arbeidsmarktregio's en centrumgemeenten en hun regierol. 2. In elke arbeidsmarktregio één gezamenlijk, publiek aanspreekpunt van UWV en gemeenten (inclusief SW-bedrijven) voor werkgevers te realiseren, met één gezamenlijk uitvoeringsplan. 3. Naamgeving: elke regio heet "werkgeversservicepunt + naam arbeidsmarktregio". 4. Alle arbeidsmarktregio's bieden tenminste hetzelfde basispakket dienstverlening aan werkgevers: A. Voordragen en plaatsen passende kandidaten, inclusief (waar nodig) het bieden van nazorg na plaatsing; B. Advies over de instrumenten en voorzieningen bij een plaatsing; C. Advies over inclusief werkgeverschap onder andere functiecreatie; D. Informatie over de relevante wet- en regelgeving; E. Arbeidsmarktinformatie. 5. Transparantie over inzet van instrumenten en processen binnen de regio (streven harmonisatie). BEGROTING 2022 EN MEERJARENRAMING 2023-2025
14
baanbrekers STERK-IN-MENS'EN-WERK
Ambities Re-integratie ä Participatie voert de regie op het primaire proces van Instroom, Doorstroom en Uitstroom (IDU) van zowel P-wetkandidaten als Sw-medewerkers. Dit komt neer op het uitvoeren van een intake en het stellen van een diagnose, het bieden van een re-integratieaanbod gericht op het vergroten van arbeidskansen, het matchen op zo regulier mogelijk werk dat door middel van arbeidsmarktbewerking wordt verworven en het bieden van dienstverlening aan kandidaat en opdrachtgever om dit duurzaam te laten zijn. Hiermee bieden wij een belangrijke bijdrage aan het vergroten van arbeidsparticipatie in de Langstraat. Optimaliseren van het IDU-proces Met het vaststellen van de in-bewegingkoers is Baanbrekers aan de slag gegaan met de opdracht en daarmee het optimaliseren van het IDU-proces. Dat heeft geleid tot het schetsen van de gewenste toekomstsituatie IDU (hierna: FS IDU genoemd). In de FS IDU zijn tevens verbetervoorstellen gedaan voor de organisatie en de uitvoering van het IDU-proces. De belangrijkste veranderingen betreffen: Van -5 Afvinken van plaatsingen -5 Uitkeringsonafhankelijkheid centraal -5 Deelverantwoordelijkheid -5 Plan van aanpak -5 Meerdere (deel)intakes -5 Alleen PW -5 Laaghangend fruit -5 Losse willekeurige plannen -5 Statisch leerwerkaanbod -5 Willekeurige aanpak -5
Naar Duurzame uitstroom Doel van kandidaat centraal Trajectverantwoordelijkheid Persoonlijk ontwikkelplan (POP) Intake in één keer goed voor de inwoner Sw + PW Alle kandidaten in beeld Strategisch accountmanagementplan Leerwerkaanbod afgestemd op arbeidsmarkt Methodische aanpak
In 2020 is door de tijdelijke taakuitbreiding behorend bij de Tozo en het gedeeltelijk stilvallen van onze dienstverlening als gevolg van de contactbeperkende maatregelen een deel van de FS IDU vertraagd. In februari 2021 is dit opnieuw opgepakt. Daardoor zijn de doelen voor 2021 deels doorgeschoven naar 2022. We stellen de FS IDU bij zodra een wetswijziging of wijzigingen in gemeentelijk beleid daartoe aanleiding geeft. Ook de inzichten uit het traject Integrale Ketenbenadering, dat in samenwerking met de drie gemeenten in 2021 wordt geïmplementeerd, kunnen aanleiding zijn om de FS IDU bij te stellen. Optimaliseren marktbewerking Het verkleinen van de afstand tot de arbeidsmarkt gebeurt enerzijds door aanbodversterking en anderzijds door marktbewerking. In 2021 zijn de medewerkers die belast zijn met werkgeverscontacten samengevoegd in een marktbewerkingsteam. Dit team heeft als doel om bestaande werkgeverscontacten te verduurzamen en nieuwe contacten te leggen om zo meer kansen op plaatsingen te realiseren voor onze doelgroep. Zij volgen de arbeidsmarktontwikkelingen in de Langstraat, Midden-Brabant en Nederland op de voet om voor werkgevers in onze regio een belangrijke gesprekspartner te zijn. Uiteraard focussen wij ons op de kansberoepen die voor de doelgroep van Baanbrekers relevant zijn.
Tevens signaleren we ontwikkelingen zoals robotisering en digitalisering, zodat we personele krapte en overschotten zien aankomen en daarop tijdig kunnen anticiperen. Baanbrekers moet door werkgevers gezien worden als een onmisbare samenwerkingspartner op het gebied van arbeidsmarktvraagstukken. Dit doen we aan de ene kant door het invullen van openstaande vacatures (onder meer in samenwerking met onze partners binnen het WerkgeversServicepunt Midden-Brabant) en aan de andere kant door dienstverlening aan te bieden om werkprocessen van werkgevers tegen het licht te houden (jobcarving en functiecreatie). Hierdoor kunnen nieuwe werkplekken ontstaan voor onze doelgroepen en kan de bedrijfsvoering van het betreffende bedrijf BEGROTING 2022 EN MEERJARENRAMING 2023-2025
15
baanbrekers STERK-IN-MENS'EN-WERK
een nieuwe impuls krijgen. Hiermee draagt Baanbrekers actief bij aan een sterke arbeidsmarkt en een gunstig ondernemersklimaat in de Langstraat. Baanbrekers maakt namens de Langstraatgemeenten deel uit van de regionale werkgeverdienstverlening in WSP Midden-Brabant. Baanbrekers zal bij gelijkblijvend gemeentelijk beleid, wat in sterke mate afhankelijk zal zijn van de uitkomst van de gemeenteraadsverkiezingen in maart 2022, ook in 2022 werken conform het regionale uitvoeringsplan van WSP Midden-Brabant. Wet Inburgering Op 1 januari 2022 treedt de nieuwe Wet inburgering in werking. In deze nieuwe wet krijgen gemeenten de regie om nieuwkomers zo snel mogelijk te laten meedoen aan de maatschappij, het liefst via betaald werk. De drie Langstraatgemeenten kijken samen met Baanbrekers hoe de wet het beste kan worden uitgevoerd. Inzet is dat nieuwkomers structureel gaan meedoen op het niveau dat voor hen het hoogst haalbaar is. In de loop van 2021 verwachten wij tot concrete samenwerkingsafspraken te komen over de uitvoering hiervan door Baanbrekers.
Lasten en baten I Deelprogramma 1: Re-integratie ã Participatie Bedragen x C 1.000
Realisatie 2020
Begroting 2021
Begroting 2022
Meerjarenraming 2024
2023
2025
Lasten Baten
3.749 1.052
4.902 1.043
5.033 859
5.243 935
5.453 1.005
5.593 1.086
Geraamd saldo van lasten en baten
-2.697
-3.859
-4.174
-4.308
-4.448
-4.507
* Realisatie 2020: conform voorlopige jaarrekening 2020
Prestatie- en beleidsindicatoren: Gezien het vroege stadium waarin deze begroting 2022 wordt opgesteld en rekening houdend met alle mogelijke ontwikkelingen die zich in het restant van 2021 kunnen voordoen, worden de prestatie- en beleidsindicatoren 2022 bij de 1e begrotingswijziging 2022 bijgevoegd.
BEGROTING 2022 EN MEERJARENRAMING 2023-2025
16
baanbrekers STERK-IN-MENS'EN-WERK
2.1.2 Deelprogramma 2: Leerwerkstructuur De leerwerkstructuur van Baanbrekers biedt aan kandidaten uit de Participatiewet en Wswmedewerkers de mogelijkheid werkzaamheden te verrichten en werknemersvaardigheden op te doen. Dit wordt vormgegeven via de diverse ProductMarktCombinaties (PMC's). De leerwerkstructuur ondersteunt het IDU-proces en heeft twee doelen: 1. Het bieden van een leerwerkaanbod aan de doelgroep Participatiewet én de doelgroep Wsw. Dit doen we door middel van doorstroombanen en werkervaringsplekken. Het uiteindelijke doel is om deze personen te laten uitstromen naar een werkplek die zo regulier mogelijk is. 2. Het bieden van een vangnet voor werk aan Wsw-medewerkers en aan medewerkers Beschut Werk voor wie een werkplek bij Baanbrekers de meeste reguliere, duurzame en passende werkplek is. We bieden dit vangnet ook aan voor de doelgroepen uit het IDU-proces voor wie tijdelijk, als gevolg van tegenvallende economische omstandigheden, geen plek is op de arbeidsmarkt.
Landelijke en lokale ontwikkelingen Rijksoverheid beleid (verkiezingen) Zoals in deelprogramma 1 al omschreven, is het op dit moment nog onduidelijk welke veranderingen er met de vorming van een nieuw kabinet op het gebied van de Participatiewet en de sociale werkgelegenheid op ons af komen. In de verkiezingsprogramma's van de acht grootste politieke partijen zijn de introductie van basisbanen en een landelijk netwerk van sociaal ontwikkelbedrijven de twee initiatieven die voor de leerwerkstructuur gevolgen zouden kunnen hebben. Ten behoeve van het laatstgenoemde initiatief heeft de initiatiefnota 'Aan de slag in het Sociaal Ontwikkelbedrijf' de steun van de Tweede Kamer. Het nieuwe kabinet zal hier een verdere uitwerking aan geven. Cao 'Aan de Slag' Voor de medewerkers met een arbeidsbeperking die niet zelfstandig het minimumloon kunnen verdienen en die met behulp van loonkostensubsidie in dienst zijn bij Baanbrekers, werkzaam zijn binnen één van de PMC's, of bij een externe werkgever gedetacheerd, geldt dat er een onderhandelaarsakkoord is overeengekomen voor een nieuwe cao: de cao 'Aan de Slag'. De sociale partners willen deze medewerkers met deze cao laten groeien in hun ontwikkeling en loopbaan door opleiding, begeleiding en stimulering vanuit het sociaal (ontwikkel)bedrijf te bieden.
Het bedrijf biedt daarmee een springplank naar vast werk, bij voorkeur bij een reguliere werkgever met een vast contract. De cao, die ingaat per 1 juli 2021, bevat een loongebouw en arbeidsvoorwaarden die ruimer zijn dan de huidige voorwaarden van deze medewerkers. Daarnaast kent deze cao een terugkeergarantie. De werknemer die vanuit Baanbrekers (of een gelieerde stichting) in dienst treedt bij een reguliere werkgever en die buiten zijn schuld om binnen 24 maanden na indiensttreding wordt ontslagen, heeft een terugkeergarantie naar Baanbrekers. De leerwerkstructuur heeft dus ook voor deze medewerkers een vangnetfunctie. Wat de financiële gevolgen van deze nieuwe cao voor Baanbrekers zullen zijn, is tijdens het opstellen van deze begroting nog onbekend en zijn daarom nog niet in de ramingen verwerkt. Effecten coronacrisis De effecten van de coronacrisis op de economie en op de arbeidsmarkt kunnen voor de leerwerkstructuur in verschillende scenario's optreden. Enerzijds zien we een grotere vraag in sectoren als de logistiek, zorg en techniek. De leerwerkstructuur zal daarop inspelen met de inrichting van haar leerwerkaanbod. Anderzijds kunnen de uitstroommogelijkheden van kandidaten en medewerkers
BEGROTING 2022 EN MEERJARENRAMING 2023-2025
17
baanbrekers STERK-IN-MENS'EN-WERK
beperkt worden waardoor zij langer gebruik moeten maken van de leerwerkstructuur. Wanneer het vangnet ook als gevolg van tegenvallende economische omstandigheden gebruikt wordt, zal de leerwerkstructuur in omvang toenemen. In samenwerking met het marktbewerkingsteam organiseert de leerwerkstructuur werkzaamheden die voldoende flexibel ingezet kunnen worden om dit vangnet te kunnen bieden. In tijden van economische laagconjunctuur is dit een ware uitdaging.
Ambities Opbouw leerwerkstructuur De leerwerkstructuur bestaat uit de PMC's van het Werkbedrijf, de Werkpool vanuit Re-integratie & Participatie en de bedrijfsactiviteiten van WML Facilitair. De activiteiten van het Werkbedrijf zijn ondergebracht in de PMC's Verpakken & Assemblage, Twiddus en Broikes (incl. kantine). In de Werkpool worden kandidaten uit de P-wet en Sw-medewerkers door middel van detachering ingezet op projecten. Deze projecten kunnen zowel bestaan uit louter doorstroombanen voor P-wet kandidaten als uit een mixed-people concept waarbij zowel P-wet kandidaten als ook Sw-medewerkers aan de slag zijn. De activiteiten van WML Facilitair zijn ondergebracht in de PMC's Groen en Schoonmaak. Deze activiteiten van WML Facilitair zijn onderdeel van Ruelong B.V. en worden daarom niet nader beschreven in deze begroting. Bij het schrijven van deze begroting zijn er plannen om diverse PMC's in de loop van 2021 onder de aansturing van één manager te brengen. Een besluit hiertoe zal in 2022 gevolgen hebben voor de organisatie van en de bedrijfsvoering binnen de PMC's. De verwachting is dat deze samenvoeging de samenwerking tussen de PMC's bevordert. Ook zal de capaciteit van de PMC's door het afstemmen van werkzaamheden en de inzet van personeel beter benut worden.
Inrichting leerwerkaanbod Het aanbod van onze leerwerkstructuur stemmen we af op de mogelijkheden van de kandidaten en op de kansen op duurzame uitstroom. Van PMC's en contracten die niet bijdroegen aan de doelen van de leerwerkstructuur is reeds afscheid genomen. De PMC's die behouden zijn, zijn naar verwachting ook in de toekomst van toegevoegde waarde voor het door- en uitstromen van kandidaten. Indien de situatie daarom vraagt, passen we door het ontstaan van nieuwe kansberoepen het leerwerkaanbod aan. Dit doen we om nog effectiever bij te dragen aan door- en uitstroom van uitkeringsgerechtigden. Dit is een continu proces, waarbij de veranderende kansen op de arbeidsmarkt leidend zijn. Om het teruglopende absorptievermogen van de arbeidsmarkt op te vangen ten tijde van economische krimp organiseren we een flexibel werkaanbod zodat de leerwerkstructuur tevens als spons kan fungeren. Zoals bovenaan deze pagina al opgemerkt staat dit bij economische laagconjunctuur ook onder druk. Methodische aanpak leerwerkaanbod In 2021 starten we met het opstellen van een methodische aanpak binnen ons leerwerkaanbod. Dit doen we om doorstroombanen en werkervaringsplekken zo efficiënt mogelijk in te zetten. In 2022 wordt deze aanpak verder geïmplementeerd en kijken we of we hiervoor ondersteunende methodieken en systemen moeten inzetten.
Binnen onze PMC's benoemen we leerlijnen waarin kandidaten hun competenties kunnen ontwikkelen. Deze leerlijnen en de te ontwikkelen competenties sluiten aan op wat in de arbeidsmarkt wordt gevraagd. Hierbij maken we gebruik van de kansen die de pilot Praktijkleren en het onderwijs ons bieden. In afstemming met werkgevers kunnen we, naast de competenties, ook de vakvaardigheden van kandidaten ontwikkelen. Ons streven is, om door middel van deze werkwijze, de uitstroom naar die werkgevers te bevorderen.
BEGROTING 2022 EN MEERJARENRAMING 2023-2025
18
Q baanbrekers STERK'IN-MENS'EN’WERK
Verwachte gemiddelde werkgelegenheid leerwerkstructuur naar doelgroep in 2022 aantal fte Wet Sociale Werkvoorziening 307 252,4 Participatiewet - Banenafspraak 55 40,8 Participatiewet - Beschut Werk* 48 41,3 Totaal 410 334,5 * Beschut Werk conform taakstelling
Lasten en baten I Deelprogramma 2: Leerwerkstructuur Bedragen x C 1.000 Lasten Baten Geraamd saldo van lasten en baten
Realisatie 2020
Begroting 2021
Begroting 2022
Meerjarenraming 2024
2023
2025
12.776 13.279
11.549 11.681
11.978 12.872
11.744 12.560
11.423 12.298
11.084 12.000
503
132
894
816
875
916
* Realisatie 2020: conform voorlopige jaarrekening 2020
Prestatie- en beleidsindicatoren: Gezien het vroege stadium waarin deze begroting 2022 wordt opgesteld en rekening houdend met alle mogelijke ontwikkelingen die zich in het restant van 2021 kunnen voordoen, worden de prestatie- en beleidsindicatoren 2022 bij de 1e begrotingswijziging 2022 bijgevoegd.
BEGROTING 2022 EN MEERJARENRAMING 2023-2025
19
baanbrekers STERK-IN-MENS'EN-WERK
2.1.3 Deelprogramma 3: Inkomensondersteuning Het bedrijfsonderdeel Inkomensondersteuning zorgt voor een (tijdelijke) Participatiewetuitkering voor inwoners van de drie Langstraatgemeenten die daar recht op hebben. Ook toetst Inkomensondersteuning of een inwoner recht heeft op bijzondere bijstand. Dit gebeurt in afstemming met de gemeenten. Verder houdt dit bedrijfsonderdeel zich bezig met handhaving en terugvordering. Dit alles gebeurt volgens de regels uit de Participatiewet.
Landelijke en lokale trends Rijksoverheidsbeleid (verkiezingen) De verkiezingen voor de Tweede Kamer in maart 2021 en een nieuw te vormen kabinet zorgen op het moment van opstellen van deze begroting voor onduidelijkheid rond beleidswijzigingen op het gebied van de Participatiewet en sociale werkgelegenheid. Eind 2020 was er de 'boodschappen-kwestie' bij een bijstandscliënt in de gemeente Wijdemeren. Ook speelde de parlementaire enquête rond de toeslagenaffaire bij de kinderopvang. Het sentiment van de publieke opinie en het parlement bewoog naar de wens dat de 'menselijke maat' terug moet in de bijstandswet. Volgens de Kamer toonde voornoemde zaken aan dat de regels soms onevenredig hard uitpakken. De bijstandsregels gelden landelijk, maar worden door de gemeenten uitgevoerd. Daardoor kan het beleid per gemeente enigszins verschillen. De Tweede Kamer zette vervolgens in op één landelijke regel. Een wijziging van de Participatiewet met betrekking tot dit onderwerp stond dan ook geagendeerd. Meerdere partijen hadden aangekondigd het strenge bijstandsbeleid aan de kaak te willen stellen. Men heeft het overleg uitgesteld tot na de verkiezingen daar er een groot aantal voorstellen lag om deze wet te wijzigen. Bijstandsontwikkeling Zoals we bij actualisatie van de begroting 2021 meldden, denken we in 2021 uit te komen op een gemiddeld aantal van 1.510 bijstandsgerechtigden.
Op basis van de ontwikkeling van het macrobudget Participatiewetuitkeringen verwachten we in 2022 op gemiddeld 1.638 bijstandsgerechtigden uit te komen. Dit heeft te maken met de huidige ontwikkelingen op de arbeidsmarkt als gevolg van de coronacrisis en de latere instroom in de bijstand. In paragaaf 4.1.3 Toelichting op de lasten en baten deelprogramma 3: Inkomensondersteuning wordt hierop nader ingegaan. Gemeenten ontvangen in de periode 2020 - 2022 extra middelen voor bijzondere bijstand om de juiste ondersteuning te kunnen bieden aan het te verwachten toenemend aantal mensen dat als gevolg van de coronacrisis hierop aanspraak zal maken.
Ambities De Participatiewet en de Wet Bundeling Uitkeringen Inkomensvoorziening aan Gemeenten (BUIG) bepalen voor een belangrijk deel de activiteiten van de afdeling Inkomensondersteuning. De hoogte van de uitkering, het aantal personen dat hierop een beroep doet en veranderingen in situaties van bijstandsgerechtigden zijn variabelen die het werk en de financiële impact bepalen. Dit geldt ook voor de inzet op handhaving en terugvordering van bijstandsdebiteuren. Een ontwikkeling in 2020 die effect had op de afdeling Inkomensondersteuning is de inrichting en uitvoering van de Tozo. Deze tijdelijke regeling is meermaals verlengd en loopt in ieder geval door tot 1 juli 2021. Per 1 maart 2021 komt daar de Tijdelijke Ondersteuning Noodzakelijke Kosten (TONK) bij welke met terugwerkende kracht vanaf 1 januari 2021 aangevraagd kan worden. Deze vergoeding ontvangt men maximaal 6 maanden tot en met juni 2021. De verwachting is dat de inrichting en uitvoering binnen de afdeling in 2022 weer genormaliseerd zal zijn en geen tijdelijke regelingen meer
BEGROTING 2022 EN MEERJARENRAMING 2023-2025
20
baanbrekers STERK-IN-MENS'EN-WERK
worden uitgevoerd. Wel verwachten we een aantal doorlopende werkzaamheden uit hoofde van deze tijdelijke regelingen, bijvoorbeeld op het gebied van invordering en verhaal. Optimaliseren proces Inkomensondersteuning Baanbrekers optimaliseert het proces van Inkomensondersteuning. Dit doen we als gevolg van de nadere uitwerking van onze in-bewegingkoers. Hiervoor hebben we de gewenste toekomstsituatie Inkomensondersteuning (hierna: FS IO genoemd) geschetst. In dit toekomstplaatje staan verbetervoorstellen. Deze zijn onder meer gericht op het aanbrengen van een balans tussen rechtmatige en doelmatige dienstverlening die past bij de visie van een integrale ketenbenadering en het Maatpact. De aanbevelingen van de werkgroep integrale ketenbenadering nemen we mee bij de implementatie van de FS IO. De voorgenomen implementatie FS IO is vertraagd door de Tozotaakuitbreiding. In de loop van 2021 wordt het implementatietraject weer hervat. In 2022 staat de invoering van de Wet aanpak meervoudige problematiek sociaal domein (Wams) op de rol. Deze wet stelt gemeenten in staat om de diverse wetten in het sociaal domein, waaronder de Participatiewet, meer in samenhang uit te voeren. Dit zal helpen bij de uitvoering van de opdracht van integrale ketenbenadering, waarover hierna meer wordt toegelicht.
In januari 2020 is, na verkennende gesprekken met de belangrijkste stakeholders, het gezamenlijke verbetertraject 'Integrale Ketenbenadering' van start gegaan. Daarbij is de ambitie geformuleerd om "door betere samenwerking vanuit integrale ketenbenadering (in het sociaal domein), waarbij de bedoeling centraal staat, te komen tot betere dienstverlening voor onze inwoners. Onze overtuiging is dat dit leidt tot meer effectiviteit in zowel resultaat als totale kosten binnen het sociaal domein". Deze ambitie is door de werkgroep van "ontwerpers" vertaald naar een plan van aanpak, waarbij de focus is gelegd op de aanvraag van een uitkering in het kader van de Participatiewet. Via gezamenlijke bijeenkomsten met alle betrokken partijen is in de loop van 2020 een analyse gemaakt van de huidige werkwijze en de mate van samenwerking en integraal werken. De basisgedachte was steeds de "bedoeling" van het traject. De bedoeling luidde: Van ^ Inwoner van het kastje naar de muur ^ Gericht op oplossingen binnen eigen werkveld ^ Maatwerkpotjes Z Maatpact ^ Wantrouwen en vertragen ^ Praten over elkaar Z waan van de dag ^ Afhankelijk van creativiteit en doorzettingsvermogen individu ^ Volgen van regels ^ Oplossen ^
Naar Inwoner ontzorgd, in één keer goed, één aanspreekpunt Brede blik en signaalfunctie (helicopterview) In het reguliere proces laten slagen Vertrouwen en versnellen Praten met elkaar Oplossend vermogen in het proces Ruimte voor interpretatie van bij toepassen van regels Voorkomen
Vervolgens is de gewenste toekomstsituatie opgesteld waarin helder is gemaakt op welke wijze de betrokkenen met elkaar willen samenwerken in de keten, zodanig dat de inwoner in één keer goed geholpen wordt en de betrokken partijen elkaar versterken in de samenwerking. In het proces is een aantal conclusies vertaald naar een werkwijze die aansluit bij de bedoeling van het traject. Bevindingen uit dit traject worden ook meegenomen bij de FS IDU, zoals dat in deelprogramma 1 is toegelicht.
BEGROTING 2022 EN MEERJARENRAMING 2023-2025
21
baanbrekers STERK-IN-MENS'EN-WERK
Lasten en baten I Deelprogramma 3: Inkomensondersteuning Bedragen x C 1.000
Realisatie 2020
Begroting 2021
Begroting 2022
Meerjarenraming 2024
2023
2025
Lasten Baten
36.749 41.345
29.051 31.873
29.081 33.513
28.866 33.222
28.626 32.902
28.396 32.602
Geraamd saldo van lasten en baten
4.596
2.822
4.432
4.356
4.276
4.206
* Realisatie 2020: conform voorlopige jaarrekening 2020
Prestatie- en beleidsindicatoren: Gezien het vroege stadium waarin deze begroting 2022 wordt opgesteld en rekening houdend met alle mogelijke ontwikkelingen die zich in het restant van 2021 kunnen voordoen, worden de prestatie- en beleidsindicatoren 2022 bij de 1e begrotingswijziging 2022 bijgevoegd.
BEGROTING 2022 EN MEERJARENRAMING 2023-2025
22
baanbrekers STERK-IN-MENS'EN-WERK
2.1.4 Deelprogramma 4: Gemeentelijke bijdragen ä overige lasten en baten Onder dit deelprogramma vallen de volgende posten. Gemeentelijke bijdragen Onder deelprogramma 4 worden de gemeentelijke bijdragen verantwoord, ter dekking van de exploitatie. Deze bijdragen worden overeenkomstig de gemeenschappelijke regeling berekend op basis van de inwoneraantallen per 1 januari van het verslagjaar. Zoals in paragraaf 1.4 reeds is toegelicht, kan de onderverdeling naar gemeenten als gevolg van de nieuwe GR nog wijzigen. Mogelijke herverdeeleffecten zullen bij de eerstvolgende begrotingswijziging worden meegenomen. Overige lasten en baten Naast de gemeentelijke bijdragen worden in dit deelprogramma tevens alle overige (incidentele) baten en lasten verantwoord die niet specifiek zijn toe te rekenen aan de deelprogramma's 1 tot en met 3, en die ook niet onder de overhead vallen. Onvoorzien Vanaf 2022 is onder dit deelprogramma ook de post onvoorzien opgenomen. Deze bedraagt C 25.000.
Tot 2021 maakte de post Resultaat deelneming Ruelong B.V. ook onderdeel uit van deelprogramma 4. Met ingang van 2022 is deze post vanwege een betere aansluiting met de taakvelden, verplaatst naar deelprogramma 2: Leerwerkstructuur.
Lasten en baten I Deelprogramma 4: Gemeentelijke bijdragen ä overige lasten en baten Bedragen x C 1.000
Realisatie 2020
Begroting 2021
Begroting 2022
Meerjarenraming 2024
2023
2025
Lasten Baten
56 7.913
10 7.288
35 6.220
35 6.545
35 6.631
35 6.709
Geraamd saldo van lasten en baten
7.857
7.278
6.185
6.510
6.596
6.674
* Realisatie 2020: conform voorlopige jaarrekening 2020
Prestatie- en beleidsindicatoren: Gezien het vroege stadium waarin deze begroting 2022 is opgesteld en rekening houdend met alle mogelijke ontwikkelingen die zich in het restant van 2021 kunnen voordoen, worden de prestatie- en beleidsindicatoren 2022 bij de 1e begrotingswijziging 2022 bijgevoegd.
BEGROTING 2022 EN MEERJARENRAMING 2023-2025
23
baanbrekers STERK-IN-MENS'EN-WERK
2.1.5
Bedrag voor heffing van vennootschapsbelasting
Vanaf 2016 zijn alle overheden in principe belastingplichtig voor de vennootschapsbelasting. In 2016 heeft een beoordeling van de fiscale positie van Baanbrekers plaatsgevonden. Hierbij is vastgesteld dat vennootschapsbelasting niet van toepassing is. In een brief van 24 januari 2017 heeft de inspecteur het volgende bepaald: "Er is geen sprake van winststreven wanneer Baanbrekers per (geclusterde) activiteit verlieslatend blijkt te zijn, dan wel wanneer Baanbrekers in staat blijkt te zijn binnen de begroting te opereren en het alsnog daarvan ontstane positieve resultaat (overschot) per ondernemingsactiviteit direct (voor bestemming van reserves) terugstort naar de deelnemende gemeenten op basis van een terugbetalingsverplichting in de statuten."
2.1.6
Bedrag voor onvoorzien
Bij de aanbieding van de begroting 2021 heeft de provincie Noord-Brabant de opmerking gemaakt dat conform de regelgeving van het BBV (artikel 8 lid 1) een post onvoorzien verplicht is. De provincie heeft gevraagd om hier bij volgende begrotingen rekening mee te houden. Om aan de vraag van de provincie te voldoen, is in de begroting 2022 een post onvoorzien opgenomen van C 25.000.
BEGROTING 2022 EN MEERJARENRAMING 2023-2025
24
baanbrekers STERK-IN-MENS'EN-WERK
2.2
Paragrafen
De hierna volgende paragrafen laten een dwarsdoorsnede zien van de financiële aspecten van de begroting. Het gaat vooral om de beleidslijnen voor beheersmatige aspecten die grote financiële gevolgen kunnen hebben of die van belang zijn voor de uitvoering van de deelprogramma's. Het BBV benoemt een zevental paragrafen. Voor onze organisatie zijn die niet allemaal relevant. De voor Baanbrekers van toepassing zijnde paragrafen zijn: ^ ^ ^ ^ ^
2.2.1 Weerstandsvermogen en risicobeheersing 2.2.2 Onderhoud kapitaalgoederen 2.2.3 Financiering 2.2.4 Verbonden partijen 2.2.5 Bedrijfsvoering
Voor Baanbrekers zijn de paragraaf grondbeleid en de paragraaf lokale heffingen niet van toepassing.
BEGROTING 2022 EN MEERJARENRAMING 2023-2025
25
baanbrekers STERK-IN-MENS'EN-WERK
2.2.1 Weerstandsvermogen en risicobeheersing In deze paragraaf worden de risico's van Baanbrekers toegelicht en afgezet tegen de beschikbare weerstandscapaciteit om risico's af te dekken. Bij de risico-inventarisatie is ook gekeken naar vergelijkbare organisaties om een zo volledig mogelijk beeld te krijgen van de mogelijke risico's. Een risico is een kans op het optreden van een negatieve gebeurtenis van materieel belang die niet is voorzien in de (meerjaren)begroting. De risico's worden opgenomen in de risicotabel, als onderbouwing voor het benodigde weerstandsvermogen. Weerstandsvermogen Het weerstandsvermogen van een organisatie is de mate waarin zij in staat is niet begrote, en substantiële financiële tegenvallers op te vangen met het doel haar taken te kunnen voortzetten. Het weerstandsvermogen geeft de robuustheid van de financiële huishouding weer. Het beoordelen daarvan vergt inzicht in de omvang van de risico's en de aanwezige weerstandscapaciteit. Het weerstandsvermogen bestaat uit de beschikbare weerstandscapaciteit gedeeld door de berekende benodigde weerstandscapaciteit op basis van het risicoprofiel. weerstandsvermogen =
beschikbare weerstandscapaciteit benodigde weerstandscapaciteit
Een ratio van 0,8 tot 1,0 wordt in het algemeen als matig bestempeld, een ratio vanaf 1,0 wordt als voldoende gezien en een ratio boven 1,4 als ruim voldoende. Dit is ook de provinciale richtlijn zoals die is vastgelegd in het gemeenschappelijk financieel toezichtkader. Voor Baanbrekers is deze ratio minder relevant dan voor bijvoorbeeld een gemeente of een provincie. In de gemeenschappelijke regeling is immers opgenomen dat de deelnemers garant staan voor het afdekken van eventuele tekorten. De algemene reserve fungeert als eerste buffer indien tekorten zich voordoen, maar hoeft niet van een dusdanige omvang te zijn dat er meerjarig tekorten mee kunnen worden afgedekt, of dat er grote structurele tegenvallers in de exploitatielasten mee moeten worden opgevangen. Beschikbare weerstandscapaciteit De weerstandscapaciteit bestaat uit de middelen waarover een organisatie beschikt om de financiële gevolgen van de onderkende risico's te kunnen afdekken. Er moet dan gedacht worden aan onbenutte ruimte in de reguliere begroting, vrij aanwendbare reserves en eventuele stille reserves die te gelde kunnen worden gemaakt. Voorzieningen blijven buiten beschouwing omdat dit geen eigen vermogen is. Hoe groot die weerstandscapaciteit moet zijn, is afhankelijk van de risico-inschatting maar ook van de bereidheid van het bestuur om deze risico's te aanvaarden.
BEGROTING 2022 EN MEERJARENRAMING 2023-2025
26
baanbrekers STERK-IN-MENS'EN-WERK
Baanbrekers beschikt over de volgende reserves: ^
Algemene reserve Conform besluitvorming in 2018 is de hoogte van de reserve C 1,2 miljoen. Reserve herpositionering Deze bestemmingsreserve heeft per 1 januari 2021 een saldo van afgerond C 2 miljoen. In 2021 zijn onttrekkingen aan de reserve voorzien. Aangezien het daarna resterende saldo van deze reserve is bedoeld voor de te maken kosten van uitvoering van het sociaal plan, en dus een specifieke bestemming heeft, is de reserve niet inzetbaar voor de weerstandscapaciteit. Reserve vakantiegeld Deze bestemmingsreserve is eveneens niet inzetbaar voor de weerstandscapaciteit.
^
^
Benodigde weerstandscapaciteit op basis van het risicoprofiel De geïnventariseerde risico's met daarbij het ingeschatte maximum schadebedrag en de inschatting van de kans op optreden, leveren gezamenlijk de omvang van de benodigde weerstandscapaciteit op.
Geïnventariseerde risico's Risico's
Maximale bedrag schade PM
Kans op optreden risico PM
Gewogen risico PM
1
Macrobudget Rijksmiddelen
2
Ontwikkeling van het aantal uitkeringsgerechtigden
PM
PM
PM
3
Garantstelling Baanbrekers aan Ruelong B.V.
PM
PM
PM
4
Vergrijzing
1.000.000
50y0
500.000
5
Wegvallen opdrachtgevers
2.400.000
30y0
720.000
6
Ontwikkeling loonkosten
690.000
2507o
172.500
Totaal
C 4.090.000
C 1.392.500
Inventarisatie van de belangrijkste risico's is op basis van benchmarking met soortgelijke organisaties
Het risicoprofiel is dan als volgt: Gevolgklasse
Kans 1: ^0ro
Kans 2: 10ro030ro
Kans 3: 30ro050ro
Kans 4: 50ro070ro
Kans 5: 70ro090ro
Score 6: > 1.000.000 Score 5: s-0,5 mln - C 1,00 mln. Score 4: > 0,25 mio. - C 0,50 mln. Score 3: > 0,15 mio. - C 0,25 mln. Score 2: > C 0,10 mln. - C 0,15 mln. Score 1: tot en met C 0,1 mln. De nummering in dit risicoprofiel correspondeert met de opsomming in de tabel "geïnventariseerde risico's"
BEGROTING 2022 EN MEERJARENRAMING 2023-2025
27
baanbrekers STERK-IN-MENS'EN-WERK
Beoordeling beschikbaar weerstandsvermogen Op basis van de beschikbare weerstandscapaciteit, die op basis van de begroting per ultimo 2022 C 1.200.000 bedraagt, en de berekende benodigde weerstandscapaciteit op basis van het risicoprofiel, kan het weerstandsvermogen als volgt worden berekend: C 1.200.000 Z C 1.392.500 = 0,86 Met de toezichthouder is overleg geweest naar aanleiding van het indienen van de begroting 2021. Dit omdat de ratio voor het weerstandsvermogen onder de streefwaarde van 1,0 uitkwam, en dit niet in de lijn lag met de geformuleerde uitgangspunten. Echter, met een algemene reserve van 1,2 miljoen kunnen wij tegenvallers tot circa 2,5 0A van onze jaarbegroting opvangen. Indien de algemene reserve wordt aangesproken wordt deze door de deelnemers op grond van de gemeenschappelijke regeling binnen afzienbare tijd weer aangevuld tot het afgesproken niveau. De continuïteit van de GR komt niet in het gedrang. Derhalve wordt, gelet op de aard van onze organisatie en de financieringsstructuur, de ratio van 0,86 voldoende geacht.
Toelichting op de risico's 1. Macrobudget Rijksmiddelen De verlaging van het macrobudget van de Wsw rijksvergoeding is gebaseerd op een verwachte uitstroom van Sw-medewerkers. Landelijk wordt geconstateerd dat de daadwerkelijke uitstroom lager ligt dan rekenkundig is meegenomen. Dit heeft tot gevolg dat er een discrepantie ontstaat tussen de subsidiestroom en de daadwerkelijke lasten welke ten laste komen van de Sw-organisatie. Het financiële effect van dit risico drukt op de staat van baten en lasten. 2. Ontwikkeling van het aantal uitkeringsgerechtigden De ontwikkeling van het aantal uitkeringsgerechtigden is gebaseerd op landelijke verwachtingen. Lokaal wijken deze af. Sinds 2016 ontwikkelt het aantal uitkeringsgerechtigden bij Baanbrekers zich gunstiger dan de landelijke trend, maar dit lijkt aan het afvlakken te zijn. Dit positieve effect is verwerkt in de begrotingen, echter schuilt hierin wel een risico op het moment dat de trend zich tegengesteld gaat ontwikkelen. Het financiële risico dat hiermee gepaard gaat wordt uiteraard in de tussentijdse bestuursrapportages gemeld, en op dat moment in de begroting en jaarrekening verwerkt. Als gevolg van de coronacrisis zal het aantal uitkeringsgerechtigden nu wellicht fors gaan toenemen.
De verwachting is dat het Rijk het BUIG-budget daarop zal aanpassen, maar het is nog niet inzichtelijk wat dit financieel gaat betekenen voor Baanbrekers. Zodra hierover meer duidelijkheid is, wordt dit in de bestuursrapportages verwerkt. 3. Garantstelling Baanbrekers aan Ruelong B.V. In 2018 is door het algemeen bestuur besloten dat Baanbrekers een voorziening opneemt voor het negatief eigen vermogen van Ruelong B.V. Op grond van dit besluit heeft Baanbrekers een voorziening getroffen voor de gecumuleerde verliezen van Ruelong B.V. tot en met het boekjaar 2020. Voor de komende jaren wordt een dotatie in de voorziening verwacht ter hoogte van het verwachte bedrijfsresultaat. Het risico bestaat echter dat het daadwerkelijk resultaat afwijkt van de verwachting. 4. Vergrijzing Doordat er geen nieuwe instroom in de Wsw plaatsvindt, neemt het aandeel 'oudere' Sw-werknemers bij Baanbrekers toe. Dit brengt hogere kosten met zich mee door toenemend verzuim. Dit risico wordt ingeschat op C 1,0 miljoen over een periode van 5 jaar. BEGROTING 2022 EN MEERJARENRAMING 2023-2025
28
baanbrekers STERK-IN-MENS'EN-WERK
5. Omzet Het wegvallen van opdrachtgevers heeft bij de invoering van de Participatiewet meer dan gemiddeld impact op het resultaat. Baanbrekers is meer dan bij de Sw afhankelijk van de opdrachtgevers omdat het Rijk alleen het ontbrekende deel aan loonwaarde compenseert. Dit risico wordt ingeschat op 30% van de omzet van de tien grootste opdrachtgevers (omzet: C 2,4 miljoen). Het risico is hoger ingeschat dan voorgaand jaar. Tijdens de Coronacrisis is Baanbrekers daadwerkelijk geconfronteerd met opdrachtgevers die even geen werk meer hadden voor onze kandidaten. 6. Ontwikkeling loonkosten De stijging van de loonkosten Wsw kan hoger zijn dan de compensatie daarvoor vanuit de Wsw rijksvergoeding. Dit risico wordt ingeschat op 1/ van de salarislasten Wsw, zijnde C 138.000. Voor 5 jaar is dit bedrag C 690.000. Als gevolg van de nasleep van de coronacrisis kunnen zich in 2022 nog enkele nieuwe risico's voordoen. We denken daarbij aan: ^ Niet voorziene kosten van organisatieaanpassingen die noodzakelijk zijn om zowel productieals kantooractiviteiten te organiseren binnen de momenteel geldende regels en voorschriften; ^ Overige risico's op het gebied van informatieveiligheid, medewerkers- en klanttevredenheid, personeelsbeleid etc.