21-02-2022 Bijlage 3. Bijlagenboek behorend bj toelichting 'Park Vossenberg Kaatsheuvel'.pdf
Tekst van het document
Bestemmingsplan Park Vossenberg te Kaatsheuvel *HPHHQWH/RRQRS=DQG %LMODJHQERHN
Bestemmingsplan Park Vossenberg te Kaatsheuvel *HPHHQWH/RRQRS=DQG %LMODJHQERHN
Rapportnummer:
P00595_bijlagen
IMRO-IDN-nr:
NL.IMRO.0809.BPParkVossenberg-VA01
Datum:
10 januari 2022
Opdrachtgever:
Planpartners
Projectteam BRO:
JR, AD, TA
Bron foto kaft:
BRO, Abstract 1
Beknopte inhoud:
Bijlagen, bestemmingsplan ten behoeve van de herontwikkeling van Park Vossenberg te Kaatsheuvel, gemeente Loon op Zand.
BRO Hoofdvestiging Bosscheweg 107 5282 WV Boxtel T +31 (0)411 850 400 E info@bro.nl
3DUN9RVVHQEHUJ.DDWVKHXYHO
,QKRXGVRSJDYH
%LMODJHQELMWRHOLFKWLQJ
%LMODJH
/DGGHUYRRUGXXU]DPHYHUVWHGHOLMNLQJ
%LMODJH
.ZDOLWHLWERPHQEHVWDQG
%LMODJH
$NRHVWLVFKRQGHU]RHN:HWJHOXLGKLQGHU
%LMODJH
6WDQGDDUGDGYLHV9HLOLJKHLGVUHJLR
%LMODJH
9HUNHQQHQG DVEHVWLQ ERGHPRQGHU]RHN
%LMODJH
9HUNHQQHQGDVEHVWLQJURQGRQGHU]RHN
%LMODJH
$VEHVWLQERGHPRQGHU]RHN
%LMODJH
:DWHUWRHWV
%LMODJH
)ORUDHQIDXQDTXLFNVFDQ
%LMODJH
9OHHUPXLVRQGHU]RHN
%LMODJH
%RRP(IIHFW$QDO\VHELGODDQ
%LMODJH
1RWLWLH$(5,86EHUHNHQLQJ
%LMODJH
$NRHVWLVFKRQGHU]RHNLQGXVWULHODZDDL
%LMODJH
$UFKHRORJLVFKEXUHDXRQGHU]RHNHQ,QYHQWDULVHUHQGYHOGRQGHU]RHN
%LMODJH
3URHIVOHXYHQRQGHU]RHN
%LMODJH
$DQPHOGLQJVQRWLWLHPHU
%LMODJH
9HUVODJLQVSUDDN
%LMODJH
9HUVODJYRRURYHUOHJHQDPEWVKDOYHDDQSDVVLQJHQ
%LMODJH
1RWDYDQ]LHQVZLM]HQ
%LMODJHQELMWRHOLFKWLQJ
Bestemmingsplan "Park Vossenberg Kaatsheuvel" (vastgesteld)
5
%LMODJH /DGGHUYRRUGXXU]DPHYHUVWHGHOLMNLQJ
6
Bestemmingsplan "Park Vossenberg Kaatsheuvel" (vastgesteld)
memo Bijlage B : Ladder duurzame verstedelijking
1. Ladder voor duurzame verstedelijking In de ladder voor duurzame verstedelijking (art 3.1.6 Besluit ruimtelijke ordening) (hierna: “de ladder”) is vastgelegd dat de toelichting bij een bestemmingsplan of projectafwijking, moet voldoen aan de systematiek van de ‘ladder voor duurzame verstedelijking’. De ladder is een wettelijk verplicht motiveringsinstrument, waaraan iedere nieuwe ‘stedelijke ontwikkeling’ (art. 1.1.1. Bro) moet worden getoetst. Navolgend wordt getoetst of het initiatief voor de woningen en het verpleeghuis in Park Vossenberg aan de Antoniusstraat de toets van de Ladder voor duurzame verstedelijking doorstaat.
2. Conclusie en advies ladder duurzame verstedelijking Sprake van een nieuwe stedelijke ontwikkeling Of er sprake is van een stedelijke ontwikkeling wordt bepaald door de aard en omvang van de ontwikkeling in relatie tot de omgeving. Functies die in de jurisprudentie worden aangemerkt als een stedelijke ontwikkeling, zijn o.a. accommodaties voor maatschappelijke functies zoals een school, zorgcomplex, sportfaciliteiten of een crematorium. In die zin valt het project Park Vossenberg binnen de definitie van een stedelijke ontwikkeling. De bouwladder geeft ook nog aan, dat een extra onderbouwing nodig is wanneer een dergelijke ontwikkeling op een niet stedelijke locatie wordt vormgegeven. Dat is hier niet aan de orde, aangezien de locatie als binnenstedelijke kan worden aangemerkt. Uit jurisprudentie blijkt dat minder traditionele woonvormen (zoals seniorenwoningen of aanleunwoningen) binnen de bestemming ‘wonen’ kunnen vallen. Er moet dan wel sprake zijn van nagenoeg zelfstandige bewoning. Dit houdt in dat de zorg bestaat uit specifieke ondersteuning voor de algemene dagelijkse levensbehoeften en dat de bewoners geen voortdurende zorg nodig hebben. Het betreft hier o.a. de woonvormen die onderdeel uitmaken van het project. Vanuit de vigerende wetgeving vallen mensen met een zorgzwaartepakket van 5 VV of hoger onder de Wet langdurige zorg (Wlz)3.
Het gaat hierbij om bewoners die de hele dag (zware) zorg of toezicht nodig hebben. Voor deze doelgroep is er aanwezigheid van alle benodigde zorg gedurende dag én nacht. Dit betekent dat er sprake is van ‘niet nagenoeg zelfstandige bewoning’ en dat de bestemming van een initiatief voor dit soort bewoners onder de bestemming ‘maatschappelijk’ valt. Er wordt hier dus vanuit gegaan dat de ontwikkeling op basis van een bestemmingswijziging ‘maatschappelijk’ met de aanduiding ‘zorginstellingen’ mogelijk wordt gemaakt en dat daar de functie wonen aan wordt toegevoegd. Passend binnen behoefte van het ruimtelijk verzorgingsgebied De ontwikkeling voldoet aan de kwantitatieve en kwalitatieve behoefte, om de volgende redenen: · In de Woonvisie van de gemeente Loon op Zand “Duurzaam, gevarieerd en betaalbaar” van 14 december 2016 (hierna: de Woonvisie) wordt expliciet ingegaan op de vervangende nieuwbouw van Park Vossenberg. In de Woonvisie wordt verder geen concrete kwantitatieve behoefte uitgesproken naar (intramurale) zorg in de gemeente. Wel wordt gesteld, dat vanwege de vervanging van de capaciteit onder een WLZ-indicatie de nieuwbouw geen onderdeel uitmaakt van de bouwopgave uit de Woonvisie. Impliciet geeft dit aan dat
3
Vanaf 2020 komen alleen nieuwe bewoners met een ZZP5 in aanmerking voor een intramurale verpleeghuisplaats. De bewoners die in 2019 een ZZP4-indicatie hadden, kunnen in het intramurale verpleeghuis blijven wonen.
Planpartners p1704 memo wijzigingsvoorstel programma bestemmingsplan 20201006
8
memo
·
·
·
·
·
·
· ·
· ·
Elde-Maasduinen zelf de behoefte aan deze plaatsen moet aantonen. Elde-Maasduinen heeft hiervoor een marktonderzoek laten uitvoeren (zie Bijlage A). De Woonvisie stelt, dat bij het scheiden van wonen en zorg, zoals in het plan Park Vossenberg, de woningen alleen op de woningbouwopgave drukken als het aantal woningen groter is dan het aantal verblijfplaatsen, dat komt te vervallen. Aangezien er bij het project Park Vossenberg sprake is van vervangende nieuwbouw van de totale (voormalige capaciteit) zijn de 79 woningen een toevoeging en vallen die derhalve onder de woningbouwopgave uit de woonvisie. In de Woonvisie onderstreept de gemeente de trend, waarin ouderen nadrukkelijk kiezen voor de eigen zelfstandigheid en heeft de gemeente Loon op Zand rekening gehouden met de zogenaamde extramuralisatie (het scheiden van wonen en zorg) voor mensen met een WLZ-indicatie voor lichte zorg. De Woonvisie gaat uit van 60 extramurale zorgappartementen. De 79 zorgappartementen in Park Vossenberg richten zich bij uitstek op deze doelgroep. Aangezien de woonvisie in het woningbouwprogramma plaats maakt voor gelijkvloerse woningen voor onder meer deze doelgroep, past het plan Park Vossenberg ook op dit punt in de woonvisie. Conform de opzet maken de 79 woningen onderdeel uit van het woningbouwprogramma.
De 79 woningen passen ook bij het kabinetsbeleid om mensen zo lang mogelijk thuis te laten wonen. Steeds vaker worden ouderen pas in een verpleeghuis opgenomen met een zwaardere zorgvraag. Met de 79 woningen ontstaat er een divers woningaanbod voor ouderen en mensen met een beperking die behoeften hebben aan zelfstandig wonen in de directe nabijheid van een complex met een zorgsteunpunt. In het adviesrapport ‘Oud en zelfstandig’ beschrijft de adviescommissie Bos over de behoefte aan dit soort nieuwe (woon-) zorg-ontwikkelingen. In september 2020 is de nieuwste bevolkingsprognose van de provincie Noord-Brabant gepubliceerd. De trend is verdere vergrijzing en een groei van het aantal alleenstaanden. Dit beeld wordt bevestigd door het Regionaal Kwalitatief Woningbehoefteonderzoek van de Regio Hart van Brabant. Hierin wordt aandacht gevraagd voor een verdubbeling van het aantal levensloopbestendige woningen. De nieuwste prognose van de ontwikkeling van de Brabantse woningvoorraad laat zien dat de woningvoorraad in Brabant met 12.000 woningen per jaar moet toenemen. Het accent van de toename ligt op de eerstkomende jaren. Ook voor de gemeente Loon op Zand wordt een groei verwacht ten opzichte van de vorige prognose, welke uitgangspunt was voor de Woonvisie.
De versnelling van de bouwopgave krijgt een impuls door meer woningen op Park Vossenberg te realiseren dan de eerder vastgestelde ‘extramuralisatie’- opgave. Door de toename van nieuwe seniorenwoningen ontstaat optimaal gebruik van de woningvoorraad. De vraag naar minder courante seniorenwoningen zal kleiner worden en juist deze woningen zijn uitermate geschikt om te verhuren aan starters. De verdeling tussen woningen met een sociale huur (67) en woningen in de vrije sector huur (12) sluit goed aan bij de verdeling, zoals die nu binnen de groep 80-plussers in Kaatsheuvel voorkomt. De gemeente Kaatsheuvel en woningcorporatie Casade (toekomstig ontwikkelaar van de Bouwdelen 2 en 3) hebben, naar aanleiding van de Woonvisie, prestatie-afspraken gemaakt. De 67 sociale huurappartementen zijn onderdeel van deze prestatie-afspraken. In het BAG-register zijn 90 adressen voor het nieuwe verpleeghuis opgenomen. Het bestaande zorgcentrum beschikt nog over 110 adressen. Het huidig aanbod voor zware zorg met intramuraal verblijf binnen Kaatsheuvel telt 160 plaatsen. Dit aanbod is verdeeld over 3 locaties: Eekhof (56 plaatsen), Rosagaerde (28 plaatsen) en Vossenberg (bestaand zorgcentrum, 76 plaatsen). Deze locaties hebben bijna allemaal een wachtlijst, wat duidt op een huidig tekort in het aanbod.
Er zijn heel weinig mensen in Kaatsheuvel met een indicatie voor zware zorg die thuis wonen en niet op een wachtlijst staan. Na ingebruikname van de eerste fase van Park Vossenberg (bouwdeel 1) zijn er 173 verpleeghuisplaatsen in Kaatsheuvel.
Planpartners p1704 memo wijzigingsvoorstel programma bestemmingsplan 20201006
9
memo · Bij ingebruikname van alle bouwdelen op Park Vossenberg, eind 2020, zijn er in Kaatsheuvel 173 intramurale verpleeghuisplaatsen. Op dat moment zijn er circa 177 mensen met (een intramurale verblijfsindicatie voor) zware zorgvraag in Kaatsheuvel. De extramurale zorgappartementen in de Bouwdelen 2, 3 en 4 zijn geschikt voor extramurale verpleeghuiszorg en bieden de ruimte voor de groeiende vraag naar woonruimte voor mensen met een zware zorgvraag.
Planpartners p1704 memo wijzigingsvoorstel programma bestemmingsplan 20201006
10
memo Bijlage A: Onderbouwing kwantitatieve woningbehoefte (bijlage bij de ladder, onderdeel van het bestemmingsplan) 1. Marktanalyse 2016 en controle 2019 Voor aanvang van het ontwerp van Park Vossenberg heeft Maasduinen een analyse gemaakt van de markt in Kaatsheuvel op het gebied van ouderen (80-plussers) met een matige tot zware zorgvraag en hun huisvestingsbehoefte. Deze marktanalyse is medio 2016 vervaardigd 4 (hierna: de marktanalyse). De marktanalyse bestaat uit een beschouwing van de huidige situatie in Kaatsheuvel en uit prognoses voor de situatie in de jaren 2026 en 2036. De marktanalyse is gebaseerd op registerdata (zoals data van CIZ, CBS en Kadaster) en marktonderzoeken. In 2019 heeft Zorggroep Elde Maasduinen de prognoses uit marktanalyse van 2016 vergeleken met de werkelijke bezetting en wachtlijstgegevens in de kernen. Hieruit bleek dat er nauwelijks verschil was tussen de prognose en ‘werkelijkheid’.
2. Afbakening regio Voor mensen met een zorgvraag verlopen verhuisbewegingen niet altijd op de manier zoals dat normaliter bij verhuizingen gaat. Dit soort mensen verhuizen vaker (noodgedwongen) over een grotere afstand, als gevolg van het ontbreken van passend aanbod. Toch blijkt het zoekgebied voor een woning initieel vaak binnen een straal van ca. 10-15 km te liggen. Dit komt overeen met de regio Loon op Zand en omvat de plaatsen Kaatsheuvel en Loon op Zand. Uit onderzoek blijkt namelijk dat men het liefst zo lang mogelijk thuis blijft wonen, maar dat als men genoodzaakt is te verhuizen, dit bij voorkeur is naar een locatie die in de buurt van hun vertrouwde omgeving is (De Groot et al , 2013). Daarom wordt verwacht dat met name zorgbehoevende uit de regio Kaatsheuvel interesse hebben in het de ontwikkelingen
3. Behoefte Kwantitatieve behoefte In 2016 waren er circa 710 inwoners van Kaatsheuvel ouder dan 80 jaar. Uit de CBS-cijfers uit 2020 is te zien dat er op lange termijn een sterke vergrijzing is, waardoor het aantal ouderen met zware zorgbehoefte toe zal nemen. In de periode tussen 2020 en 2035 neemt het aantal 65-plussers in Loon op Zand met ruim 38% toe tot ruim 7300 mensen. Bevolkingsprognose (CBS) Loon op zand (x1000)
2020 aantal
0 - 19 jaar 20 - 64 jaar 65+ Figuur 3: Bevolkingsprognose Loon op Zand
4,8 13,3 5,3
aantal
2025 toename
4,5 13,3 6
94% 100% 113%
aantal
2035 toename
4,8 12,5 7,3
100% 94% 138%
Uit de marktanalyse uit 2016 blijkt dat tussen 2015 en 2026 het aantal 80-plussers in Kaatsheuvel met ruim 50% toeneemt, tot ruim 1100. De groei van het aantal 80-plussers gaat in de periode tussen 2025 en 2035 door. Naar verwachting zullen er in 2035 bijna 1.600 inwoners ouder zijn dan 80. Naar verwachting zal het aantal 80plussers na 2035 gaan afnemen.
4
In 2019 en 2020 zijn de resultaten van de marktanalyse vergeleken met werkelijke situatie in de verpleeghuizen van Elde Maasduinen, de actuele indicaties van het Ciz en de actuele bevolkingsprognose van het CBS. Hieruit bleek dat de marktanalyse uit 2016 in lijn is met de huidige/werkelijke situatie.
Planpartners p1704 memo wijzigingsvoorstel programma bestemmingsplan 20201006
11
memo In 2019 waren er 285 80-plussers met een zware zorgvraag in de gemeente Loon op Zand; 23% van alle 80plussers. Dit aantal is 4% hoger dan de prognose uit de marktanalyse. Volgens de marktanalyse zullen er in 2026 ongeveer 230 inwoners van Kaatsheuvel een indicatie hebben voor (intramurale) zorg (ZZP4 – ZZP7). De ontwikkeling van het aantal inwoners met lichte dementie (ZZP4) en het aantal inwoners met een zware zorgvraag (ZZP5 t/m ZZP7) staat hieronder weergegeven.
Figuur 4: Prognose zorgvraag Regio Loon op Zand (uit marktanalyse 2016) en werkelijke indicaties in 2019
Beschikbaar aanbod Het huidige aanbod van zorg gerelateerde woonvormen in de kern Kaatsheuvel telt 160 plaatsen en is verdeeld over 3 locaties: Eekhof (56 plaatsen), Rosagaerde (28 plaatsen) en Vossenberg (bestaand zorgcentrum en tijdelijke huisvesting met 76 plaatsen). Deze locaties hebben bijna allemaal een wachtlijst, wat duidt op een huidig tekort in het aanbod. Na oplevering van Bouwdeel 1 (in 2020) zal het bestaande zorgcentrum Vossenberg worden gesloten en gesloopt. Eind 2020 is de ‘eindsituatie’ bereikt en zijn er 173 intramurale verpleeghuisplaatsen in Kaatsheuvel bij een verwachte vraag van 184 intramurale verpleeghuisplaatsen (ZZP 4 t/m 7) 5. In de jaren erna zal het aanbod niet toenemen, maar de vraag wel. De extramurale appartementen in de Bouwdelen 2, 3 en 4 bieden hiervoor de ruimte.
Figuur 5: Prognose zorgaanbod en –vraag in Kaatsheuvel nieuwbouwplannen Park Vossenberg 2
4. Kwalitatieve behoefte Trends en ontwikkelingen Er is landelijk gezien een behoefte aan een grote diversiteit aan woonvormen voor mensen die een zorgvraag hebben. De beperkingen en problematiek van mensen zijn van een grote verscheidenheid en vragen om specifiek zorgaanbod en specifieke woonomgeving. Door de toenemende levensverwachting, innovatie in de zorg en de vergrijzing verandert de zorgvraag en neemt de zorgvraag toe. Door andere wensen t.a.v. levenskwaliteit en keuzevrijheid willen veel mensen hun leven ook op hogere leeftijd graag voortzetten, zoals zij gewend zijn. Ook
5
Vanaf 2020 komen alleen nieuwe bewoners met een ZZP5 in aanmerking voor een intramurale verpleeghuisplaats. De bewoners die in 2019 een ZZP4-indicatie hadden, kunnen in het intramurale verpleeghuis blijven wonen. In de prognose van de intramurale verpleeghuisplaatsen (ZZP4 – ZZP7) is rekening gehouden met de afbouw van ZZP4-indicaties in het verpleeghuis.
Planpartners p1704 memo wijzigingsvoorstel programma bestemmingsplan 20201006
12
memo extramuralisering van zorg en financiële scheiding van wonen & zorg beïnvloeden de locatie waar mensen zorg ontvangen. De toenemende welvaart en de emancipatie van ouderen leiden ertoe dat Elde-Maasduinen ervoor kiest om op Park Vossenberg meer individueel gerichte huisvesting te realiseren. De wenselijke situatie is dat ook de ouderen met een zware zorgvraag kunnen beschikken over een studio of een appartement met een aparte slaapkamer (individueel geclusterd wonen). De 51 (tot 64) woningen passen bij het kabinetsbeleid om mensen zo lang mogelijk thuis te laten wonen. Steeds vaker worden ouderen pas opgenomen met een zwaardere zorgvraag. Met de 51 (tot 64) woningen ontstaat er een divers woningaanbod voor ouderen en mensen met een beperking die behoeften hebben aan zelfstandig wonen in de directe nabijheid van een complex met een zorgsteunpunt. Op dit moment heeft bijna 40% van de 80-plussers in Kaatsheuvel een lager dan modaal inkomen en ongeveer 40% heeft een modaal inkomen. Iets meer dan 20% van de huidige 80-plussers heeft een inkomen dat hoger is dan 1,5x modaal en ongeveer 6% heeft een inkomen dat hoger is dan 2x modaal. De welvaart onder de 80plussers zal in Kaatsheuvel verder toenemen. In 2026 zal nog ongeveer 30% van de 80-plussers een laag inkomen hebben.
Kaatsheuvel minimum
< modaal
modaal
1,5 x modaal
2 x modaal
2,5 x modaal +
300 250 200 150 100
50 0 66 - 70 jaar
71 - 75 jaar
76 - 80 jaar
> 80 jaar
Figuur 5: Inkomensverdeling ouderen in Kaatsheuvel (uit marktanalyse 2016)
Visie Gemeente Loon op Zand In de woonvisie van de gemeente Loon op Zand “Duurzaam, gevarieerd en betaalbaar” van 14 december 2016 wordt expliciet ingegaan op de vervangende nieuwbouw van Park Vossenberg. In de woonvisie wordt verder geen concrete kwantitatieve behoefte uitgesproken naar (intramurale) zorg in de gemeente. Wel wordt gesteld, dat vanwege de vervanging van de capaciteit onder een WLZ-indicatie de nieuwbouw geen onderdeel uitmaakt van de bouwopgave uit de woonvisie. Impliciet geeft dit aan dat Maasduinen zelf de behoefte aan deze plaatsen moet aantonen. De woonvisie stelt, dat bij het scheiden van wonen en zorg, zoals in het plan park Vossenberg, de woningen alleen op de woningbouwopgave drukken als het aantal woningen groter is dan het aantal verblijfplaatsen, dat komt te vervallen. Aangezien er bij het project Park Vossenberg sprake is van vervangende nieuwbouw van de totale (voormalige capaciteit) zijn de 79 woningen een toevoeging en vallen die derhalve onder de woningbouwopgave uit de woonvisie.
Planpartners p1704 memo wijzigingsvoorstel programma bestemmingsplan 20201006
13
memo In de woonvisie wordt niet expliciet ingegaan op de behoefte aan woningen in de nabijheid van een zorgcentrum, met name in het kader van scheiden van wonen en zorg. Wel onderstreept de gemeente de trend, waarin ouderen nadrukkelijk kiezen voor de eigen zelfstandigheid. De 79 woningen in Plan Vossenberg richten zich bij uitstek op deze doelgroep. Aangezien de woonvisie in het woningbouwprogramma plaats maakt voor gelijkvloerse woningen voor onder meer deze doelgroep, past het plan Park Vossenberg ook op dit punt in de woonvisie. Conform de opzet maken de 79 woningen onderdeel uit van het woningbouwprogramma. Het toevoegen van 12 woningen in de vrije sector huur biedt 80-plussers met een hoger inkomen een zorgappartement in de nabijheid van een intramurale setting te huren. Dit soort woningen zijn nu niet in Kaatsheuvel beschikbaar.
Planpartners p1704 memo wijzigingsvoorstel programma bestemmingsplan 20201006
14
%LMODJH .ZDOLWHLWERPHQEHVWDQG
14
Bestemmingsplan "Park Vossenberg Kaatsheuvel" (vastgesteld)
Kwaliteit bomenbestand
Opdrachtgever: Grasveld Civiele techniek B.V. Auteurs: Bart van Duijnhoven Beeldmateriaal: Bart van Duijnhoven Datum:
15-11-2016
Plaats:
Oploo
Kwaliteit bomenbestand
Inhoudsopgave 1
INLEIDING ........................................................................................................................................ 2 1.1
2
3
4
5
Aanleiding ................................................................................................................................ 2
PROBLEEMBESCHRIJVING................................................................................................................ 2 2.1
Vraagstelling ............................................................................................................................ 2
2.2
Doelstellingen .......................................................................................................................... 2
WERKWIJZE...................................................................................................................................... 3 3.1
Aanpak ..................................................................................................................................... 3
3.2
Toegepaste methoden ............................................................................................................ 3
3.3
Kwaliteitsborging ..................................................................................................................... 4
RESULTATEN .................................................................................................................................... 5 4.1
Inventarisatie-resultaten ......................................................................................................... 5
4.2
Kwaliteiten op het terrein ....................................................................................................... 6
4.3
Risicogevallen op het terrein ................................................................................................... 9
CONCLUSIE EN AANBEVELINGEN .................................................................................................. 10 5.1
Conclusie ............................................................................................................................... 10
5.2
Aanbevelingen ....................................................................................................................... 10
Bijlage 1: VTA lijsten .............................................................................................................................. 11 Bijlage 2: Conditieclassificering volgens Roloff, Linde, Paardenkastanje en beuk. ............................... 22 Bijlage 3: Toevoeging van enkele bomen op de kaart .......................................................................... 23
1
Kwaliteit bomenbestand
1
INLEIDING
1.1 Aanleiding Van Duijnhoven Boomverzorging en Advies heeft opdracht gekregen van Grasveld Civiele techniek B.V. om een inventarisatie te doen naar de kwaliteit van de bomen op het terrein van Antoniusstraat 1 te Kaatsheuvel. De bomen bevinden zich rondom het complex en lopen door tot aan het kanaal (loopt parallel aan de Belgiëstraat). Het betreft in het totaal 246 bomen. Er liggen stedenbouwkundige plannen voor de herinrichting van dit terrein. Hierdoor zal de situatie rondom de bomen drastisch veranderen.
2
PROBLEEMBESCHRIJVING
2.1 Vraagstelling Er is gevraagd om een inventarisatie van alle bomen te maken met het oog op de kwaliteit. De bomen worden geïnventariseerd. Daarbij worden de positie, soort, omvang (hoogte, kroondiameter en stamdiameter) en vitaliteit opgenomen. Onder vitaliteit verstaan wij de conditie, onderhoudstoestand en verwachte levensduur. De positie van de bomen is bekend bij Grasveld Civiele Techniek. Enkele uitzonderingen staan ingetekend in Bijlage 3: Toevoeging van enkele bomen op de kaart.
2.2 Doelstellingen Het doel is om de kwaliteit van de bomen op het terrein in beeld te krijgen. Waar liggen de kwaliteiten en waar liggen de risicogevallen betreft bomen. Zijn er maatregelen die daarop getroffen dienen te worden. Zo ja, welke zijn dat.
2
Kwaliteit bomenbestand
3
WERKWIJZE
3.1 Aanpak Er is gestart met een visuele boomcontrole. Dit aan de hand van de VTA-methodiek, deze wordt in Hoofdstuk 3.2 Toegepaste methoden uitgelegd. Dit in combinatie met het inmeten van de bomen en het plaatsen van de ‘boomnummers’ op de stam. Daarnaast hebben wij gekeken naar de kwaliteiten en knelpunten binnen het terrein. Deze worden beschreven binnen hoofdstuk 4: Resultaten. Deze kwaliteiten zijn veelal de beeldbepalende bomen op het terrein.
3.2 Toegepaste methoden In bijlage 1: VTA Lijsten vindt u een overzicht van de door ons uitgevoerde visuele boomcontrole. VTA staat voor Visual Tree Assessment, oftewel visuele boomcontrole volgens een bepaalde methodiek. Bij deze methode van Prof. Dr. Claus Mattheck wordt er gekeken naar de uitwendige symptomen die aanwijzingen kunnen geven naar inwendige- of mechanische gebreken die een negatieve invloed kunnen hebben op de stabiliteit van de boom. De bomen worden hierbij op vier onderdelen beoordeeld: de wortelvoet, de stam, de kroon en de takaanhechtingen. Er wordt gezocht naar gebreken in één of meerdere onderdelen van de bomen, zoals (parasitaire) zwammen, scheuren in het hout, holtes, verdikkingen in stam e.d.. Deze methode berust op de theorie dat een boom reageert op verzwakte plekken door de vorming van reactiehout (door de aanmaak van functie weefsel). Het bovenstaande, in combinatie met de boomsoort, biologische symptoomherkenning, energiehuishouding en de in het verleden aangebrachte bekende wortel beschadigingen bepalen het uiteindelijke te geven advies. Daarbij is de conditie van de bomen op basis van scheutlengte, knopzetting en kroonvorming (vertakkingspatroon) beoordeeld.
De conditie is veelal bepalend voor het regeneratief vermogen van de bomen en wordt naar Roloff 2001 (zie bijlage 2: Vertwijgingstrappen van Roloff) ingedeeld in de categorieën: 0: Goed, 1: Redelijk, 2:Matig 3: Slecht, en 4: dood De beoordeling van de toekomstverwachting van de bomen is gebaseerd op een drietal criteria: 1. De boomsoort en haar soortspecifieke eigenschappen; 2. De huidige conditie en stabiliteit van de bomen; 3. De standplaatseigenschappen (bodemopbouw, grondwatersituatie, kwaliteit en gebruik van de groeiplaats). De toekomstverwachting is hierbij verdeeld in vier categorieën:
3
Kwaliteit bomenbestand 1. Een hoge toekomstverwachting betekent dat er op dit moment geen belemmeringen voor een duurzame ontwikkeling van de boom zichtbaar zijn (>20jaar); 2. Bij een middellange toekomstverwachting wordt ervan uitgegaan, dat een boom tussen de 10 en 20 jaar gehandhaafd kan worden, zonder dat ingrijpende problemen optreden; 3. Bij een matige toekomstverwachting wordt ervan uitgegaan, dat er geen directe problemen aanwezig zijn, maar na 5 (tot 10) jaar zijn er zeker problemen te verwachten. 4. Bij bomen met een lage toekomstverwachting is behoud over het algemeen niet zinvol. Deze bomen zijn door ziektes, schades, soort of ongunstige groeiplaatsomstandigheden in een degeneratieproces belandt, dat meestal onomkeerbaar is. Ernstige problemen met de stabiliteit en/of kwaliteit zijn binnen 5 jaar te verwachten.
3.3 Kwaliteitsborging VTA-methodiek: Deze methode is de meeste gebruikte methode in Nederland. Daarnaast is de methode ook erkent bij de verzekeringen. Roloff classificatie: Door 10-tallen jaren onderzoek te verrichten is de methode van Roloff een betrouwbare manier om de conditie van de bomen visueel te bepalen.
4
Kwaliteit bomenbestand
4
RESULTATEN
4.1 Inventarisatie-resultaten In Bijlage 1: VTA-lijsten staan de gegevens van de VTA-controle met daarbij de omvang en vitaliteit. Het gaat om een totaal van 246 bomen. In dit hoofdstuk een opsomming van de belangrijkste bevindingen. Gezien het urgente risico staan er 3 bomen aangemerkt als ‘te vellen’. Dit betreft bomen waarbij de conditie onomkeerbaar is. Daarnaast staan er 5 bomen aangemerkt als ‘Nader Onderzoek (NO)’. Hiervan is zonder verder onderzoek niet in te schatten wat de levensduurverwachting is. Eén van de risicobomen is een Paardenkastanje met rot in de stam. Deze rot zit aan de trekzijde en dat terwijl de boom richting de woonunits hangt. Het Nader Onderzoek – instrument om specifiek deze boom beter te beoordelen is een geluidstomograaf. Daarnaast zijn er een aantal bomen met holten (zie Figuur 1: Holte zichtbaar in Zilveresdoorn) op hoogte. Om dit goed in beeld te krijgen is het nodig om de restwand bij deze holten op te meten (dit is klimmend mogelijk). Dit kan mogelijk al met een prikpen en meetband (waarbij we niet uitsluiten dan op een enkeling de geluidstomograaf een beter uitsluitsel geeft, maar veel kostbaarder is). Figuur 1: Holte zichtbaar in Zilveresdoorn
Daarnaast zijn er nog een 7-tal bomen aangegeven met een levensduurverwachting van minder dan 5 jaar. 3 van deze bomen zijn paardenkastanjes welke zwaar zijn aangetast door de kastanjebloedingsziekte (Kbz). 5 van de andere bomen, betreft gewone esdoorns, staan op een dergelijk slechte groeiplaats, waardoor ze minder dan 5 jaar te leven hebben. Aangezien er in totaal 62 Witte paardenkastanjes (Aesculus hippocastanum) op het terrein staan, hebben we een classificatie gemaakt voor de mate van aantasting van de kastanjebloedingsziekte (Pseudomonas syringae): 0. 1. 2. 3.
Geen zichtbare aantasting van kbz Matige aantasting; 1 tot 5 zichtbare plekken van kbz Gevorderde aantasting; 5 tot 10 zichtbare plekken van kbz Zware aantasting; meer dan 10 zichtbare plekken van kbz
5
Kwaliteit bomenbestand Vanwege praktische redenen hebben we de niet zichtbare aantasting; 0, niet genoemd tijdens de VTA. Buiten deze bomen met lage levensduurverwachting zijn er nog enkele risicobomen, waarvan de problemen ‘eenvoudig’ op te lossen zijn door middel van snoei. Het gaat hier om dik dood hout in de kroon, plakoksels en laaghangende takken (doorrijhoogte voor verkeer). Hier hebben we het over 35% van de bomen. Een aantal daarvan staan op locaties, waarbij de gebreken geen risico zijn voor de omgeving (zoals in de groenstrook). Hier zijn dan ook in deze situatie geen maatregelen vereist. Andere gebreken als een beperkte mechanische belasting van de stam en/of tak, niet van invloed op de stabiliteit zijnde scheuren, holten en zwamaantastingen zijn vaak geen of geen direct risico voor de omgeving.
4.2 Kwaliteiten op het terrein Er staan op het terrein meerdere beeldbepalende bomen. Een groot gedeelte daarvan met een zeer lange levensduurverwachting. Bomen met ecologische waarde, waarvan een gedeelte minder stabiel is. Maar deze staan op veiligheids-technisch aanvaardbare locaties. 1. De rij linde bomen Deze grootbladige lindebomen ( zie figuur 2: Eén van de lindebomen) verkeren in een zeer goede conditie en hebben een goede vitaliteit, te zien aan de goede vergroeiingen van holten en oude schades. Gezien de goede groeiplaats is dit ook te verwachten. Als deze groeiplaats behouden blijft of mogelijk duurzamer ingericht wordt, dan hebben deze bomen een levensduurverwachting meer dan 100 jaar. Daarnaast zijn lindebomen van waarde voor de bijenstand en herbergen ze meerdere broedplaatsen voor vogels en vleermuizen (zichtbaar in de holten). Verder heeft deze rij met zijn groot bladoppervlak in combinatie met een goede conditie een groot invloed op factoren als; opvang fijn stof en opvang CO2.
Figuur 2: Eén van de lindebomen
6
Kwaliteit bomenbestand 2. 3 solitaire beuken Achter het hoofdgebouw staan 3 solitaire beeldbepalende beuken. Door de leeftijd en omvang van deze bomen zijn ze bepalend voor de omgeving. Het probleem is echter de groeiplaats van deze bomen, de beuk is namelijk kwetsbaar voor slechte groeiplaatsomstandigheden. De groeiplaats problematiek is 2-ledig, één op korte termijn en één op ‘lange’ termijn. Het eerste probleem is dat de bodem zichtbaar verdicht is. Dit is duidelijk te zien aan de vele plassen (zie Figuur 3: Plassen water) water die op gras -zowel binnen de kroon als net buiten de kroon, beide in de wortelzone van de boom- blijven staan. Dit resulteert in een gebrek aan zuurstof in de bodem! Dit zorgt voor wortelrot bij de bomen en het terugdringen van het bodemleven dat van cruciaal belang is voor de bomen.
Figuur 3: Plassen water
3. De groenstroken In de groenstroken gelegen om de kapel, staan een 10-tal mooie inlandse eiken. Met name de bomen in de groenstrook ten oosten van de kapel dienen uitgedund te worden. Momenteel staan de bomen hier te dicht op elkaar, waardoor ze niet tot hun volledige wasdom kunnen komen.
7
Kwaliteit bomenbestand 4.
Groep van 4 zilveresdoorns
De 4 zilveresdoorns (zie Figuur 4: Zilveresdoorns) gelegen op het noordoosten van het terrein zijn qua omvang de meest imposante bomen.
Figuur 4: Zilveresdoorns
5. Italiaanse populieren-rij Aan de westzijde van het terrein staat een rij met 11 Italiaanse populieren. Deze, vaak ondergewaardeerde, bomen werden vroeger veel gebruikt rondom de erven van boerderijen. 6. 3 Schijnbeuken De schijnbeuken (zie Figuur 5: Schijnbeuk) zijn dendrologisch interessant en ze zijn in deze verschijningsvorm waardevol voor het terrein. De bomen staan echter in het gras en hebben daar zichtbaar onder te leiden. Een groeiplaatsverbetering met o.a. een gemulchte zone onder de kroon zou deze bomen voor de toekomst kunnen helpen behouden.
Figuur 5: Schijnbeuk
8
Kwaliteit bomenbestand
4.3 Risicogevallen op het terrein Op het terrein staan ook meerdere bomen die tot de risico-categorie behoren. Deze bomen kunnen op korte termijn (minder dan 5 jaar) of op midden lange termijn (5 tot 10 jaar) voor problemen zorgen. 1. De Paardenkastanje-laan De meest risico -volle bomen op het terrein zijn de Witte paardenkastanjes. Gezien de mate van aantasting van kastanjebloedingsziekte (zie Figuur 6: Zwaar aangetaste boom) en andere gebreken aanwezig bij deze bomen, vallen deze bomen in de risico-categorie. Duidelijk is dat de laan, inmiddels al behoorlijk uitgedund (waarschijnlijk te wijten aan het uitval), de laatste jaren in zijn verval aan het raken is. De komende 20 jaar is dan ook veel uitval te verwachten binnen deze laan.
2. De Amerikaanse eiken Uit de visuele beoordeling komen bij de Amerikaanse eiken, centraal gelegen op het terrein, geen cruciale gebreken of alarmerende vitaliteit (conditie en/of levensduurverwachting) voort. Maar gezien de weggehaalde bomen nabij (de nog staande en inmiddels gefreesde stobben), zijn deze bomen een aandachtspunt voor de komende jaren. Ook omdat ze dicht bij de woon-units staan. Figuur 6: Zwaar aangetaste boom
9
Kwaliteit bomenbestand
5
CONCLUSIE EN AANBEVELINGEN
5.1 Conclusie Het terrein herbergt 246 bomen. Meer dan 50% ervan zijn volwassen bomen met een diameter op borsthoogte van >40cm. 11% van de 246 hebben een levensduurverwachting van minder dan 10 jaar. 1% dient op korte termijn geveld te worden. Bij 2 % dient een nader onderzoek plaats te vinden om uitsluitsel te krijgen en bij 2 % dient een groeiplaatsverbetering uitgevoerd te worden om zo de levensduurverwachting te verhogen. Daarnaast is 35% (daarvan staat circa 15% op locaties die geen gevaar opleveren) van de risicogevallen eenvoudig door snoei op te lossen. De onderhoudstoestand en vitaliteit (combinatie van conditie, groeiplaats en verwachte levensduur) van de bomen op het terrein heeft aandacht (maatregelen) nodig. Het speerpunt de laan met paardenkastanjes.
5.2 Aanbevelingen Wij adviseren om de laan met paardenkastanjes jaarlijks te controleren evenals de Amerikaanse eiken. Voor deze jaarlijkse controle dienen er enkele urgente maatregelen genomen te worden: De 5 nader onderzoeken binnen 3 maanden uit te voeren om zo de risico’s van deze bomen goed te kunnen beoordelen De groeiplaatsverbeteringen rondom de 3 beeldbepalende beuken en rondom de 3 schijnbeuken binnen 3 maanden uit te voeren, zodat deze bomen niet verloren gaan Te ‘te vellen’ bomen binnen een termijn van 3 maanden verwijderen. Daarnaast is het essentieel om bij mogelijke nieuwe bouwplannen een andere terreininrichting vooraf te overleggen. Dit resulteert in de meeste gevallen in een win-win situatie voor zowel het bomenbestand als voor de voortgang van de werkzaamheden. Enkele voorbeelden hiervoor zijn het beschermen van bomen met een lage levensduurverwachting of het beschadigen van te behouden bomen door te weinig bescherming. Een bomen beschermingsplan is hier het aangewezen instrument voor, alsmede een bomenwacht.
10
Kwaliteit bomenbestand
Bijlage 1: VTA lijsten
11
1
0
x
Tilia x europeae
2
1
Carpinus betulus
3
0
x x
Carpinus betulus
4
0
x
Crataegus monogyna
5
1
Sorbus x intermedia
6
1
Chamacyparis lawsoniana
7
1
Chamacyparis lawsoniana
8
6
20 <
59
14
8
20 <
gekandelaberd op 6 m. hoogte
23
8
5
20 <
staan binnen 1 meter van een muur (erfgrens) staan binnen 1 meter van een muur (erfgrens)
8
5
20 <
6
4
10_20
x
22
6
5
5_10
x
26
8
4
10_20
1
19
8
3
20 <
Chamacyparis lawsoniana
9
1
22
8
3
20 <
Betula pendula
10
1
37
18
6
20 <
11
1
12
1
x x
EN
12
18
Quercus robur
KI NG
31
18
Quercus robur
O PM ER
A
ad e
r lg On em d e Pl en rz ak e o ok co ek D oo sel nd it i d e M ho ec u ha t Sc n he isc H ur h b ol el as te s t Ve lle Zw n am L a aa a g nt a O han sti pd ge ng r st ukk nde am e t di nde ak am v H oo et erh gt er ar e di kr ng oo nd i le ve am ns ete r du ur ur ge ve nt rw ie ac ht in g
. N
NR O O M B
RT SO O Carpinus betulus 'Fastagiata'
In groenstrook, te dicht op elkaar.
40
16
8
20 <
In groenstrook, te dicht op elkaar. Eénzijdige kroon
40
18
10
20 <
In groenstrook, te dicht op elkaar.
Betula pendula
13
2
22
17
2
5_10
In groenstrook, te dicht op elkaar.
Betula pendula
14
1
22
18
3
10_20
In groenstrook, te dicht op elkaar.
Quercus robur
15
0
18
16
2
20 <
In groenstrook, te dicht op elkaar.
Acer campestre
16
1
22
14
6
20 <
In groenstrook, te dicht op elkaar. Eénzijdige kroon
Quercus robur
17
0
22
16
6
20 <
In groenstrook, te dicht op elkaar.
Quercus robur
18
0
20
15
3
20 <
In groenstrook, te dicht op elkaar.
Betula pendula
19
1
27
16
5
20 <
In groenstrook, te dicht op elkaar.
Betula pendula
20
1
19
16
3
20 <
In groenstrook, te dicht op elkaar.
Quercus robur
21
0
Quercus robur
22
0
x
37
14
5
20 <
In groenstrook, te dicht op elkaar. Eénzijdige kroon
22
14
4
20 <
In groenstrook, te dicht op elkaar.
Betula pendula
23
1
23
16
4
20 <
In groenstrook, te dicht op elkaar. Stamschade
Betula pendula
24
1
28
16
5
20 <
In groenstrook, te dicht op elkaar.
O PM ER
KI NG
EN
r lg On em de Pl en rz ak e oe ok c o k D oo sel nd iti d e M ho ec u ha t Sc n he isc H ur h b ol el as te s t Ve lle Zw n am L a aa ag n t a O han sti pd ge ng r st ukk nde am e t di nde ak am v H oo et erh gt er ar e di kr ng oo nd i le ve am ns ete r du ur ur ge ve nt rw ie ac ht in g A
ad e N
NR O O M B
SO O
RT
.
Kwaliteit bomenbestand
Quercus robur
25
0
21
14
5
20 <
In groenstrook, te dicht op elkaar.
Quercus robur
26
0
Populus italica
27
1
x
25
14
4
20 <
In groenstrook, te dicht op elkaar. Eénzijdige kroon
81
26
5
20 <
Tegen erfgrens aan, te weinig ruimte voor stamvoet!
Populus italica
28
1
Populus italica
29
1
x
81
26
5
20 <
Tegen erfgrens aan, te weinig ruimte voor stamvoet!
x
43
20
3
20 <
Tegen erfgrens aan, te weinig ruimte voor stamvoet!
Populus italica
30
Populus italica
31
1
x
60
26
5
20 <
Tegen erfgrens aan, te weinig ruimte voor stamvoet!
1
x
78
26
5
20 <
Tegen erfgrens aan, te weinig ruimte voor stamvoet!
Populus italica
32
1
Populus italica
33
1
x
65
24
5
10_20
Tegen erfgrens aan, te weinig ruimte voor stamvoet!
x
46
22
4
20 <
Tegen erfgrens aan, te weinig ruimte voor stamvoet!
Populus italica
34
1
x
70
24
5
10_20
Tegen erfgrens aan, te weinig ruimte voor stamvoet!
Populus italica
35
1
Populus italica
36
1
x
66
24
5
20 <
Tegen erfgrens aan, te weinig ruimte voor stamvoet! Klimop
x
65
26
5
20 <
Tegen erfgrens aan, te weinig ruimte voor stamvoet! Klimop
Populus italica
37
1
x
Quercus robur
38
1
Tegen erfgrens aan, te weinig ruimte voor stamvoet! Klimop
Quercus robur
39
1
Quercus robur
40
1
Quercus robur
41
1
Quercus robur
42
1
Quercus robur
43
Betula pendula
44
Quercus robur
45
1
Aesculus hippocastanum
46
3
Aesculus hippocastanum
47
2
Aesculus hippocastanum
48
2
x
x
x
100
26
7
20 <
28
18
7
20 <
29
18
7
20 <
25
15
7
20 <
41
18
8
20 <
32
18
6
20 <
1
39
18
6
20 <
1
28
18
4
20 <
34
18
8
20 <
72
15
9
<5
Kbz 3
68
15
7
20 <
stamschade
62
15
7
20 <
stamschade
x x x
x
x
x x x
Eénzijdige kroon - Eikenprocessierups (oud nest)
Eerst de buitenzijde genummerd
13
Aesculus hippocastanum
49
2
59
15
8
20 <
Aesculus hippocastanum
50
2
Aesculus hippocastanum
51
2
44
14
6
20 <
49
15
6
20 <
Aesculus hippocastanum
52
2
Aesculus hippocastanum
53
2
61
16
8
20 <
58
15
7
20 <
Aesculus hippocastanum
54
Aesculus hippocastanum
55
2
70
17
8
20 <
2
87
19
10
20 <
Aesculus hippocastanum Aesculus hippocastanum
56
2
74
16
8
10_20
57
2
64
17
8
20 <
Aesculus hippocastanum
58
3
63
17
7
5_10
Aesculus hippocastanum
59
2
69
17
7
20 <
Aesculus hippocastanum
60
2
92
18
8
20 <
Aesculus hippocastanum
61
3
x
69
17
8
5_10
Kbz 2
Aesculus hippocastanum
62
3
x
59
17
8
<5
Kbz 3
Aesculus hippocastanum
63
2
61
17
8
20 <
Kbz 1
Aesculus hippocastanum
64
2
74
19
9
20 <
Aesculus hippocastanum
65
2
72
18
8
10_20
Aesculus hippocastanum
66
2
68
17
9
20 <
Aesculus hippocastanum
67
3
65
16
8
<5
Aesculus hippocastanum
68
2
64
17
8
20 <
Aesculus hippocastanum
69
2
82
17
10
20 <
Aesculus hippocastanum
70
2
65
16
7
20 <
Aesculus hippocastanum
71
3
54
14
7
<5
Aesculus hippocastanum
72
2
52
15
8
20 <
x x
x
x x
x
x x
x
x
x
x
x
EN KI NG O PM ER
r lg On em de Pl en rz ak e oe ok c o k D oo sel nd iti d e M ho ec u ha t Sc n he isc H ur h b ol el as te s t Ve lle Zw n am L a aa ag n t a O han sti pd ge ng r st ukk nde am e t di nde ak am v H oo et erh gt er ar e di kr ng oo nd i le ve am ns ete r du ur ur ge ve nt rw ie ac ht in g A
ad e N
NR O O M B
SO O
RT
.
Kwaliteit bomenbestand
Kbz 1
Kbz 2, aparte vergroeiingen Kbz 1
Kbz 2 x
Kbz 3 Kbz 1
x
Kbz 3
Buitenzijde noordzijde
14
Aesculus hippocastanum
73
2
Aesculus hippocastanum
74
2
Aesculus hippocastanum
75
2
Aesculus hippocastanum
76
Aesculus hippocastanum
77
Aesculus hippocastanum Aesculus hippocastanum
EN KI NG O PM ER
r lg On em de Pl en rz ak e oe ok c o k D oo sel nd iti d e M ho ec u ha t Sc n he isc H ur h b ol el as te s t Ve lle Zw n am L a aa ag n t a O han sti pd ge ng r st ukk nde am e t di nde ak am v H oo et erh gt er ar e di kr ng oo nd i le ve am ns ete r du ur ur ge ve nt rw ie ac ht in g A
ad e N
NR O O M B
SO O
RT
.
Kwaliteit bomenbestand
58
15
7
20<
binnenzijde noordzijde
51
15
7
5_10
2 Kbz
47
15
7
20<
2
60
15
8
20<
2
43
14
7
20<
78
2
72
16
9
20<
79
2
59
18
9
20<
Aesculus hippocastanum
80
2
49
15
6
20<
Aesculus hippocastanum
81
2
41
14
6
20<
Aesculus hippocastanum
82
2
42
17
5
20<
Aesculus hippocastanum
83
x
76
19
12 10_20
Uitgebroken tak
Aesculus hippocastanum
84
x
51
17
8
?
Holte op 3 meter, NO op holte
Aesculus hippocastanum
85
2
61
18
10
20<
Aesculus hippocastanum
86
3
70
19
10
<5
Aesculus hippocastanum
87
2
x
68
17
10
20<
Aesculus hippocastanum
88
2
x
70
18
10
20<
Aesculus hippocastanum
89
3
x
60
17
8
5_10
Aesculus hippocastanum
90
2
x
76
14
10
20<
Aesculus hippocastanum
91
2
57
14
7
20<
Aesculus hippocastanum
92
2
66
18
10 10_20
1 Kbz - uitgebroken arm
Aesculus hippocastanum
93
3
48
16
7
<5
2 Kbz
Aesculus hippocastanum
94
2
56
17
8
10_20
1 Kbz
Aesculus hippocastanum
95
2
64
14
8
10_20
Spechtengat - in balans snoeien kroon
Aesculus hippocastanum
96
2
77
14
11 10_20
x
2 x
3
x x x
x
x
x x
x x
x
x
x
x
1 Kbz Stamvoetschade
Binnenzijde zijkant
Scheur in top x
Uitgebroken tak, Kbz 3, schade stamvoet, Oesterzwam 3 holten in kroon, bij andere windbelasting boom snoeien 1 Kbz Stamvoetschade
Innemen 20% en stormanker controleren (anders vervangen)
15
Aesculus hippocastanum
97
2
Aesculus hippocastanum
98
2
Aesculus hippocastanum
99
Aesculus hippocastanum
100
Aesculus hippocastanum
101
2
Aesculus hippocastanum
102
2
Aesculus hippocastanum
103
2
Aesculus hippocastanum
104
Aesculus hippocastanum
105
Aesculus hippocastanum Aesculus hippocastanum
x
2 x
x x
2
8
10_20
1 Kbz
11
5_10
1 Kbz, innemen kroon 20% en verankeren
70
14
9
10_20
1 Kbz
73
14
8
?
19
11
20<
48
16
6
20<
x
66
18
10 10_20
2
68
18
9
20<
2
49
16
7
20<
106
2
54
16
7
20<
107
2
52
16
8
20<
Platanus acerifolia
108
1
Acer saccharinum
109
1
Acer saccharinum
110
1
Acer saccharinum
111
Acer saccharinum
112
Acer pseudoplatanus
113
Acer pseudoplatanus
1
x x
x x
x
x
2
x
2
x
114
x
3
x
x
EN
17 14
84
x
KI NG
60 77
x x
O PM ER
r lg On em d e Pl e rz ak n e o e o c k D ks on oo el di t ie d M ho ec ut h S c an he i sc H ur h b ol el as te t Ve s lle n Zw am L a aa ag nt a O han sti pd ge ng r st u kk n d e am e t di nde ak am v H oo et erh gt er ar e di kr ng oo nd i le ve am ns ete r du ur ur ge ve nt rw ie ac ht in g A
ad e N
NR O O M B
SO O
RT
.
Kwaliteit bomenbestand
Rot in de stam aan trekzijde! 2 Kbz. NO op stamvoet. Spechtengat op 2 meter Spechtengat op 5 meter -1 Kbz
82
19
14
20<
Eenzijdige kroon
120
25
12
20<
Spechtengat op 10 meter
95
25
12
20<
83
22
10
20<
Eenzijdige kroon - snoei!
x
117
25
17
?
NO op hoogte + spechtengat
64
18
10
20<
Dode tak van andere boom (uitgebroken tak)
x
48
18
10
?
Holte in stam op 5 meter Holte in stam op 7 meter
Acer pseudoplatanus
115
3
x
64
18
10
?
Juglans regia
116
2
x
50
15
8
20<
Betula pendula 'Youngii'
117
1
40
7
9
20<
Tillia platyphyllos
118
1
79
22
12
20<
Tillia platyphyllos
119
1
x
75
22
10
20<
Tillia platyphyllos
120
1
72
22
10
20<
Bomenrij aan de zijkant. Stam- en wortelschot normaal bij Linde!
16
r lg On em d e Pl e rz ak n e o e o c k D ks on oo el di t ie d M ho ec ut h S c an he i sc H ur h b ol el as te t Ve s lle Zw n am L a aa ag nt a O han sti pd g n ru en g st kk d e am e n t d i d e ak a H oo m e ver te ha gt r rd kr e in oo g nd i am le ve ns ete r du ur ge urv er n w O t ie ac PM ht ER in g KI NG EN A
ad e N
NR O O M B
SO O
RT
.
Kwaliteit bomenbestand
Tillia platyphyllos
121
1
Tillia platyphyllos
122
1
Tillia platyphyllos
123
1
Tillia platyphyllos
124
1
x x
Tillia platyphyllos
125
1
Tillia platyphyllos
126
1
Tillia platyphyllos
127
Tillia platyphyllos Tillia platyphyllos
x x
66
22
10
20<
Prikkeldraad verwijderen
71
22
10
20<
Prikkeldraad verwijderen
62
22
10
20<
Prikkeldraad verwijderen
62
22
10
20<
Prikkeldraad verwijderen
x
70
22
10
20<
Prikkeldraad verwijderen
x
72
22
10
20<
Prikkeldraad verwijderen
1
69
22
10
20<
Prikkeldraad verwijderen
128
1
70
22
10
20<
Prikkeldraad verwijderen
129
1
70
22
10
20<
Prikkeldraad verwijderen
Tillia platyphyllos
130
1
64
22
10
20<
Prikkeldraad verwijderen
Tillia platyphyllos
131
1
69
22
10
20<
Prikkeldraad verwijderen
Tillia platyphyllos
132
1
65
22
10
20<
Prikkeldraad verwijderen
Tillia platyphyllos
133
1
68
22
10
20<
Prikkeldraad verwijderen
Tillia platyphyllos
134
1
72
22
10
20<
Prikkeldraad verwijderen
Tillia platyphyllos
135
1
Tillia platyphyllos
136
1
Aesculus hippocastanum
137
3
Aesculus hippocastanum
138
2
Quercus rubra
139
1
Quercus rubra
140
1
Quercus rubra
141
1
Quercus rubra
142
1
Quercus rubra
143
1
Quercus rubra
144
1
x x
x
22
10
20<
Prikkeldraad verwijderen
22
10
20<
Prikkeldraad verwijderen
x
78
19
12 10_20
x
63
16
9
20<
Stamschade
x
79
22
14
20<
Holte op 4 meter
x
95
22
16
20<
Holte op 5 meter
89
22
16
20<
x x x
69 76
71
20
10
20<
Eenzijdige kroon
x
80
22
12
20<
Holte op 3 meter. Mogelijk goudvliesbundelzwam op stamvoet
x
117
24
16
20<
Doolhofzwam op circa 7 m.
17
r lg On em d e Pl e rz ak n e o e o c k D ks on oo el di t ie d M ho ec ut h S c an he i sc H ur h b ol el as te t Ve s lle Zw n am L a aa ag nt a O han sti pd g n ru en g st kk d e am e n t d i d e ak a H oo m e ver te ha gt r rd kr e in oo g nd i am le ve ns ete r du ur ge urv er n w O t ie ac PM ht ER in g KI NG EN A
ad e N
NR O O M B
SO O
RT
.
Kwaliteit bomenbestand
Quercus rubra
145
1
x
78
22
14 20<
Quercus rubra
146
1
x
86
22
12 20<
Tillia platyphyllos
147
1
56
22
8 20<
Tillia platyphyllos
148
1
67
22
9 20<
Carpinus betulus
149
1x
x
50
16
11 20<
Carpinus betulus
150
1
x
49
16
11 20<
Carpinus betulus
151
1
x
45
16
11 20<
Tillia platyphyllos
152
1x
64
18
11 20<
Tillia platyphyllos
153
1
64
18
11 20<
Betula pendula
154
1
39
18
10 10_20
In gras, trekwortel beschadigd.
Fagus sylvatica
155
2
82
18
16 10_20
Ingrijpen groeiplaats: Gras is slecht onder beuken. Water op gras!
Fagus sylvatica
156
2
74
16
14 10_20
Ingrijpen groeiplaats: Gras is slecht onder beuken. Water op gras!
Fagus sylvatica
157
2
69
18
15 10_20
Ingrijpen groeiplaats: Gras is slecht onder beuken. Water op gras!
Prunus cerasifera 'Nigra'
158
2x
19
7
6 5_10
Platte tonderzwam.
Fagus sylvatica
159
2x
17
17
10 10_20
Groeiplaatsproblemen! Aanpassen.
Pinus nigra
160
1
25
5
5 20<
Calocedrus decurrens
161
1
19
10
2 20<
Fagus sylvatica 'Dawyck'
162
1
15
9
3 20<
Fagus sylvatica 'Dawyck'
163
1
14
9
3 20<
Fagus sylvatica 'Dawyck'
164
1
15
9
3 20<
Quercus robur
166
1
45
18
8 20<
Bomen in groenstrook.
Quercus robur
167
1x
43
18
8 20<
Bomen in groenstrook. Innemen plakoksel 30% d.m.v. snoei
Quercus robur
168
1
35
18
6 20<
Bomen in groenstrook.
Quercus robur
169
1
40
18
8 20<
Bomen in groenstrook.
x
x
x x
Er zit een stormanker in.
Innemen plakoksel 30% d.m.v. snoei
18
r lg On em d e Pl e rz ak n e o e o c k D ks on oo el di t ie d M ho ec ut h S c an he i sc H ur h b ol el as te t Ve s lle Zw n am L a aa ag nt a O han sti pd g n ru en g st kk d e am e n t d i d e ak a H oo m e ver te ha gt r rd kr e in oo g nd i am le ve ns ete r du ur ge urv er n w O t ie ac PM ht ER in g KI NG EN A
ad e N
NR O O M B
SO O
RT
.
Kwaliteit bomenbestand
Quercus robur
170
1
x
Quercus robur
171
1
x
61
20
10 20 <
Bomen in groenstrook
45
18
9 20 <
Bomen in groenstrook
Quercus robur
172
Quercus robur
173
1
45
18
8 20 <
Bomen in groenstrook
1
52
18
7 20 <
Bomen in groenstrook
Fagus sylvatica Fagus sylvatica
174
1
55
12
10 20 <
Doorgeschoten beukenhaag
175
1
57
12
10 20 <
Doorgeschoten beukenhaag, stamschade
Fagus sylvatica
176
1
51
12
10 20 <
Doorgeschoten beukenhaag
Fagus sylvatica
177
1
31
12
6 20 <
Doorgeschoten beukenhaag, 2-stammig
Fagus sylvatica
178
1
26
12
5 20 <
Doorgeschoten beukenhaag, 2-stammig
Fagus sylvatica
179
1
33
12
5 20 <
Doorgeschoten beukenhaag
Quercus robur
180
1x
49
20
10 20 <
Bomen in groenstrook (te dicht op elkaar), innemen 30% plakoksel
Quercus robur
181
1x
x
33
20
6 20 <
Bomen in groenstrook (te dicht op elkaar)
Quercus robur
182
1
x
29
18
7 20 <
Bomen in groenstrook (te dicht op elkaar)
Quercus robur
183
1
23
18
4 20 <
Bomen in groenstrook (te dicht op elkaar)
Quercus robur
184
1
27
20
5 20 <
Bomen in groenstrook (te dicht op elkaar)
Quercus robur
185
1
x
29
18
5 20 <
Bomen in groenstrook (te dicht op elkaar)
Quercus robur
186
1
x
29
20
5 20 <
Bomen in groenstrook (te dicht op elkaar)
Betula pendula
187
1
28
20
5 20 <
Bomen in groenstrook (te dicht op elkaar)
Fagus sylvatica
188
1
29
14
5 20 <
Bomen in groenstrook (te dicht op elkaar)
Fagus sylvatica
189
1
20
14
5 20 <
Bomen in groenstrook (te dicht op elkaar)
Betula pendula
190
1
25
20
5 20 <
Bomen in groenstrook (te dicht op elkaar)
Betula pendula
191
1
31
20
6 20 <
Bomen in groenstrook (te dicht op elkaar)
Betula pendula
192
1
33
20
5 20 <
Bomen in groenstrook (te dicht op elkaar)
Quercus robur
193
1
25
20
4 20 <
Bomen in groenstrook (te dicht op elkaar)
x
19
r lg On em d e Pl e rz ak n e o e o c k D ks on oo el di t ie d M ho ec ut h S c an he i sc H ur h b ol el as te t Ve s lle Zw n am L a aa ag nt a O han sti pd g n ru en g st kk d e am e n t d i d e ak a H oo m e ver te ha gt r rd kr e in oo g nd i am le ve ns ete r du ur ge urv er n w O t ie ac PM ht ER in g KI NG EN A
ad e N
NR O O M B
SO O
RT
.
Kwaliteit bomenbestand
Quercus robur
194
1
x
35
20
5 20 <
Bomen in groenstrook (te dicht op elkaar)
Quercus robur
195
1
x
21
20
4 20 <
Bomen in groenstrook (te dicht op elkaar)
Quercus robur
196
1
x
22
20
4 20 <
Bomen in groenstrook (te dicht op elkaar)
Betula pendula
197
1x
29
20
4 20 <
Bomen in groenstrook (te dicht op elkaar)
Betula pendula
198
1
30
20
6 10_20
Bomen in groenstrook (te dicht op elkaar)
Quercus robur
199
1
18
16
4 20 <
Bomen in groenstrook (te dicht op elkaar)
Quercus robur
200
1
x
29
20
5 20 <
Bomen in groenstrook (te dicht op elkaar)
Quercus robur
201
1
x
21
20
4 20 <
Bomen in groenstrook (te dicht op elkaar)
Betula pendula
202
1
x
26
20
4 20 <
Bomen in groenstrook (te dicht op elkaar)
Betula pendula
203
1
x
35
22
6 20 <
Bomen in groenstrook (te dicht op elkaar)
Quercus robur
204
1
24
20
5 20 <
Bomen in groenstrook (te dicht op elkaar)
Quercus robur
205
1
32
20
6 20 <
Bomen in groenstrook (te dicht op elkaar)
Betula pendula
206
2
26
18
4 10_20
Bomen in groenstrook (te dicht op elkaar), spechtengat op 4m.
Quercus robur
207
1
27
20
4 20 <
Bomen in groenstrook (te dicht op elkaar), 2-stam
Quercus robur
208
1
20
20
3 20 <
Bomen in groenstrook (te dicht op elkaar)
Quercus robur
209
1
22
20
4 20 <
Bomen in groenstrook (te dicht op elkaar)
Quercus robur
210
1
23
20
2 20 <
Bomen in groenstrook (te dicht op elkaar)
Quercus robur
211
1
19
20
2 20 <
Bomen in groenstrook (te dicht op elkaar)
Betula pendula
212
1
x
35
20
6 20 <
Bomen in groenstrook (te dicht op elkaar)
Quercus robur
213
1
x
26
20
3 20 <
Bomen in groenstrook (te dicht op elkaar)
Betula pendula
214
1
x
18
20
5 20 <
Bomen in groenstrook (te dicht op elkaar), 2-stam
Acer pseudoplatanus
215
1
34
12
8 20 <
Salix babylonica 'Tortuosa'
216
1
27
12
8 10_20
2-stam
Alnus cordata
217
2
20
7
4 5_10
Slechte groeiplaats ivm bestrating
x
x
x
x
20
NR . ad er A lg On em d Pl en erz ak e oek o c D ks on oo el di tie d M ho ec ut h S c an he isc H ur h b ol el as te t Ve s lle Zw n am La aa ag n t a O han sti pd ge ng r n st ukk de am e t n di de ak am v H oo et erh gt er ar e di kr ng oo nd ia le m ve ns ete r du ur ge urv er n w O tie ac PM ht ER in g KI NG EN N
O O M B
SO O
RT
Kwaliteit bomenbestand
Alnus cordata
218
2
x
x
20
7
3 5_10
Slechte groeiplaats ivm bestrating
Alnus cordata
219
2
x
x
17
7
4 5_10
Slechte groeiplaats ivm bestrating
Alnus cordata
220
2
x
x
24
7
5 5_10
Slechte groeiplaats ivm bestrating
Alnus cordata
221
2
x
x
26
9
5 5_10
Slechte groeiplaats ivm bestrating
Alnus cordata
222
2
x
x
25
8
5 5_10
Slechte groeiplaats ivm bestrating
Liquidambar styraciflua
223
0
x
x
37
10
6 20 <
x
Liquidambar styraciflua
224
0
16
8
5 20 <
Acer pseudoplatanus
225
3
x
24
7
6<5
Slechte groeiplaats ivm bestrating
Acer pseudoplatanus
226
3
x
21
8
6<5
Slechte groeiplaats ivm bestrating
Acer pseudoplatanus
227
3
x
22
8
7<5
Slechte groeiplaats ivm bestrating
Acer pseudoplatanus
228
3
x
23
8
7<5
Slechte groeiplaats ivm bestrating
Carpinus betulus 'Fastigiata'
229
0
12
6
5 20 <
Carpinus betulus 'Fastigiata'
230
0
16
6
5 20 <
Carpinus betulus 'Fastigiata'
231
0
19
6
5 20 <
Nothofagus antartica
232
3
16
4
3 10_20
Slechte groeiplaats ivm gras, verbetering!
Nothofagus antartica
233
3
18
4
3 10_20
Slechte groeiplaats ivm gras, verbetering!
Nothofagus antartica
234
3
20
4
3 10_20
Slechte groeiplaats ivm gras, verbetering!
Robinia pseudoacacia 'Umbraculifera'
235
1
16
2
2 20 <
knotvorm
Robinia pseudoacacia 'Umbraculifera'
236
1
19
2
2 20 <
knotvorm
Robinia pseudoacacia 'Umbraculifera'
237
1
18
2
2 20 <
knotvorm
Robinia pseudoacacia 'Umbraculifera'
238
1
21
2
2 20 <
knotvorm
Robinia pseudoacacia 'Umbraculifera'
239
1
25
2
2 20 <
knotvorm knotvorm
Carpinus betulus 'Fastigiata'
240
0
30
4
6 20 <
Carpinus betulus 'Fastigiata'
241
0
20
4
6 20 <
knotvorm
Carpinus betulus 'Fastigiata'
242
0
24
4
6 20 <
knotvorm
Magnolia soulangeana
243
1
13
3
7 20 <
meerstam (struikvorm)
Carpinus betulus 'Fastigiata'
244
0
14
4
5 20 <
knotvorm knotvorm
Carpinus betulus 'Fastigiata'
245
0
19
4
6 20 <
Pyrus calleryana 'Chanticleer'
246
1
10
5
3 10_20
21
Kwaliteit bomenbestand
Bijlage 2: Conditieclassificering volgens Roloff, Linde, Paardenkastanje en beuk.
22
Bijlage 3: Toevoeging van enkele bomen op de kaart
Kwaliteit bomenbestand
24
%LMODJH $NRHVWLVFKRQGHU]RHN:HWJHOXLGKLQGHU
40
Bestemmingsplan "Park Vossenberg Kaatsheuvel" (vastgesteld)
Rapport 21900058.R01a Park Vossenberg in Kaatsheuvel Akoestisch onderzoek Wet geluidhinder Wegverkeerslawaai
www.SPAWNP.nl
BOUW - MILIEU - RUIMTE
Rapport 21900058.R01a Park Vossenberg in Kaatsheuvel Akoestisch onderzoek Wet geluidhinder Wegverkeerslawaai
Datum: 15 juni 2020
SGS Search Ingenieursbureau B.V. De heer J. Geerdink Postbus 83 5473 ZH HEESWIJK jeroen.geerdink@sgs.com
IN
Opdrachtgever:
Klinkenbergerweg 30a | 6711 MK EDE | 0318 614 383 Oostelijk Bolwerk 9 | 4531 GP TERNEUZEN | 0115 649 680 Hoenderkamp 20 | 7812 VZ EMMEN | 0591 238 110
DENKKRACHT
Auteur: De heer ing. L.F.A. Theuws
info@SPAWNP.nl | SPAWNP.nl Lid NLINGENIEURS | kvk 0909.2661 ISO 9001:2015 | btw NL8053.02.530.B01
SPA WNP ingenieurs
21900058.R01a
INHOUD
PAGINA
1.
INLEIDING
4
2.
WET GELUIDHINDER EN GEMEENTELIJK GELUIDBELEID 2.1 Wet geluidhinder 2.2 Gemeentelijk geluidbeleid
4 4 6
3.
GEGEVENS MET BETREKKING TOT HET AKOESTISCH ONDERZOEK 3.1 Weg(verkeer)gegevens 3.2 Stedenbouwkundige gegevens
7 7 7
4.
GEHANTEERDE ONDERZOEKSMETHODE
8
5.
RESULTATEN EN BESPREKING 5.1 Gezoneerde weg: Belgiëstraat 5.2 Niet-gezoneerde wegen: 30 km/uur wegen: Antoniusstraat/ Hoofdstraat 5.3 Cumulatie geluid en Bouwbesluit
8 8 8 9
6.
SAMENVATTING EN CONCLUSIES
11
Pagina 2
SPA WNP ingenieurs
21900058.R01a
FIGUREN 1
Situatie 1.1 Plangebied en de ruime omgeving 1.2 Indeling plangebied en de directe omgeving
2
Akoestisch rekenmodel 2.1 Rekenmodel: wegverkeer 2.2 Rekenpunten
3
Resultaten gezoneerde weg: Belgiëstraat
4
Resultaten niet-gezoneerde weg: Antoniusstraat/Hoofdstraat
5
Gecumuleerde geluidbelastingen wegverkeer
BIJLAGEN 1
Overzicht verkeersgegevens
2
Invoergegevens akoestisch rekenmodel
3
Resultaten gezoneerde weg: Belgiëstraat
4
Resultaten niet-gezoneerde weg: Antoniusstraat/Hoofdstraat
5
Gecumuleerde geluidbelastingen wegverkeer
Dit document is eigendom van de opdrachtgever en mag door hem/haar worden gebruikt voor het doel waarvoor het is opgesteld. Niets uit dit document mag worden vermenigvuldigd en/of openbaar gemaakt zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de opdrachtgever en/of van SPA WNP ingenieurs. Kwaliteit en verbetering van product en proces zijn bij SPA WNP ingenieurs gewaarborgd middels een kwaliteitsmanagementsysteem dat is gecertificeerd volgens NEN-EN-ISO 9001:2015.
Pagina 3
SPA WNP ingenieurs
1.
21900058.R01a
INLEIDING Park Vossenberg, gelegen aan de Antoniusstraat 1 in Kaatsheuvel, gemeente Loon op Zand, wil men herontwikkelen. De herontwikkeling bestaat uit het realiseren van diverse (zorg)appartementen. Nabij het plangebied liggen enkele drukke wegen. Ten behoeve van de ruimtelijke onderbouwing van de plannen is een akoestisch onderzoek uitgevoerd en is de situatie beoordeeld aan de hand van de Wet geluidhinder. Doel van dit onderzoek is het bepalen van de geluidbelasting binnen het plangebied voor zover deze wordt veroorzaakt door het relevante wegverkeer. In figuur 1.1 is de ligging van het bouwplan en de ruime omgeving weergegeven. In figuur 1.2 is de indeling van het bouwplan en de directe omgeving weergegeven.
2.
WET GELUIDHINDER EN GEMEENTELIJK GELUIDBELEID
2.1
Wet geluidhinder Zones langs wegen Volgens de Wet geluidhinder bevindt zich aan weerszijden van elke weg een geluidzone, waarvan de breedte afhankelijk is van het aantal rijstroken van de weg en de aard van de omgeving (stedelijk of buitenstedelijk gebied). Binnen deze zone gelden de grenswaarden van de Wet geluidhinder. Als het stedelijk gebied wordt gedefinieerd: het gebied binnen de bebouwde kom, doch, voor de toepassing van hoofdstukken VI (zones langs wegen) en VII (zones langs spoorwegen) voor zover het betreft een autoweg of autosnelweg als bedoeld in het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990, met uitzondering van het gebied binnen de bebouwde kom, voor zover liggend binnen de zone langs die autoweg of autosnelweg. Het buitenstedelijk gebied wordt gedefinieerd als: het gebied buiten de bebouwde kom alsmede, voor de toepassing van hoofdstukken VI (zones langs wegen) en VII (zones langs spoorwegen) voor zover het betreft een autoweg of autosnelweg als bedoeld in het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990, het gebied binnen de bebouwde kom, voor zover liggend binnen de zone langs die autoweg of autosnelweg. Voor de breedte van de geluidzones gelden de in tabel 1 gegeven waarden. Tabel 1: Overzicht zonebreedte Aard van het gebied
Aantal rijstroken
Zonebreedte aan weerszijden van de weg* [in m]
Stedelijk gebied Buitenstedelijk gebied
*
1 of 2
200
3 of meer
350
1 of 2
250
3 of 4
400
5 of meer
600
ook de ruimte boven en onder de weg behoort tot de zone langs de weg.
Pagina 4
SPA WNP ingenieurs
21900058.R01a
Er is geen sprake van een zone langs een weg indien: de weg ligt binnen een als woonerf aangeduid gebied of voor de weg een maximum snelheid van 30 km/uur geldt. Het plangebied ligt binnen de bebouwde kom. Er is geen sprake van de aanwezigheid van een auto(snel)weg, zodat er in de zin van de Wet geluidhinder sprake is van een stedelijk gebied. Het plangebied ligt deels in de geluidzone van de Belgiëstraat. Voor de Antoniusstraat en de Hoofdstraat geldt een maximale rijsnelheid van 30 km/uur. Ondanks het feit dat er geen sprake is van een geluidzone langs deze wegen, is in het voorliggende onderzoek de geluidbelasting ten gevolge van deze wegen toch berekend. Dit omdat: • de gemeente in het kader van een goede ruimtelijke onderbouwing de belangen van het realiseren van het bouwplan af moet wegen tegen de mogelijke hinder door de geluidbelasting; • bij het realiseren van de appartementen deze geluidbelasting meegenomen kan worden bij de beoordeling van de geluidwering in het kader van een goed woonklimaat. De overige wegen liggen op grotere afstand van het plangebied en/of de verkeersintensiteit is er dusdanig gering, dat deze wegen niet relevant zijn met betrekking tot de geluidbelasting.
Grenswaarden voor geluidgevoelige bestemmingen binnen zones langs wegen De grenswaarde voor de toelaatbare etmaalwaarde van de equivalente geluidbelasting van geluidgevoelige bestemmingen (o.a. woningen, scholen, ziekenhuizen etc.) binnen zones langs wegen is 48 dB. In bijzondere gevallen, nader aangegeven in de Wet geluidhinder in artikel 83, is een hogere waarde mogelijk. De maximaal toelaatbare geluidbelasting is voor nieuwe geluidgevoelige bestemmingen in een stedelijke situatie 63 dB. Burgemeester en wethouders zijn binnen de grenzen van de gemeente bevoegd tot het vaststellen van een hogere waarde voor de ten hoogst toelaatbare geluidbelasting. Het vaststellen van hogere waarde kan alleen als de toepassing van maatregelen, gericht op het terugbrengen van de te verwachten geluidbelasting, vanwege de weg, van de uitwendige scheidingsconstructie van de betrokken woningen tot 48 dB onvoldoende doeltreffend zijn dan wel, overwegende bezwaren ontmoeten van stedenbouwkundige, verkeerskundige, vervoerskundige, landschappelijke of financiële aard. Aftrek artikel 110g Wet geluidhinder In artikel 110g van de Wet geluidhinder is bepaald dat op het reken- of meetresultaat een aftrek mag worden toegepast in verband met het stiller worden van motorvoertuigen.