CConstaterende datLoon op Zand
Koppel je AI →
Document · PDF

21-02-2022 Bijlage 1. Toelichting en regels met bijlage bestemmingsplan 'Park Vossenberg Kaatsheuvel'.pdf

Raadsvergadering 21 februari 2022, gemeente Loon op ZandBij agendapunt: Raadsvoorstel over vaststelling van het bestemmingsplan 'Park Vossenberg Kaatsheuvel'26.901 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

extra: opslag Totaal

12 5 20 10 12 20 79 20 99

Figuur 4.14: Overzicht beoogde diersoorten en -aantallen

De dierenweide is vergelijkbaar met de categorie ‘kinderboerderij’ uit de publicatie ‘Bedrijven en milieuzonering’ (VNG). Hiervoor geldt een grootste richtafstand van 30 meter voor geur en geluid (milieucategorie 2). Vanwege de ligging binnen het omgevingstype ‘gemengd gebied’ kan de richtafstand van 30 meter worden teruggebracht naar 10 meter. Er bevinden zich geen gevoelige bestemmingen binnen 10 meter van de dierenweide. Omdat er geen veehouderij (zoals bedoeld in het Activiteitenbesluit) is hoeft er geen toetsing aan de minimale benodigde vaste afstanden (100 meter) te worden uitgevoerd. De dierenweide vormt derhalve geen belemmering.

4.13 Kabels en leidingen Binnen het plangebied zijn geen planologisch relevante kabels of leidingen aanwezig.

Hoofdstuk 4

53

4.14 Vormvrije m.e.r.-beoordeling Toetsingskader Bij besluit van 21 februari 2011 is het Besluit milieueffectrapportage en het Besluit omgevingsrecht gewijzigd. De belangrijkste wijziging betreft het meer in lijn brengen van het besluit m.e.r. met de Europese richtlijn m.e.r. Dit houdt in dat onder andere de zogenaamde drempelwaarde voor activiteiten een indicatief karakter heeft gekregen. Met dit wijzigingsbesluit is bepaald dat voor activiteiten, die op de bij het besluit behorende C- en D-lijst zijn opgenomen, altijd aandacht aan m.e.r. geschonken dient te worden. Dit strekt tot het bepalen of een m.e.r. of m.e.r.-beoordeling noodzakelijk is. Op hoofdlijnen komt het erop neer dat voor activiteiten die behoren tot de C-lijst een m.e.r.-plicht volgt en voor activiteiten op de D-lijst volgt dan wel een m.e.r.(beoordeling). Hierbij is (onder meer) de bij de activiteit behorende drempelwaarde van belang. Vanaf 16 mei 2017 is de Herziening van de m.e.r- wetgeving in werking getreden. Als een project (activiteit die voorkomt in Bijlage D van het Besluit m.e.r.) nadelige gevolgen voor het milieu kan hebben moet een initiatiefnemer dit melden bij het bevoegd gezag. Het bevoegd gezag moet dan binnen 6 weken beslissen of een m.e.r.-plicht geldt. Aanmeldingsnotitie Voor de beoogde ontwikkeling is een aanmeldingsnotitie en vormvrije m.e.r.-beoordeling18 opgesteld.

Het bevoegd gezag beslist of er een m.e.r.-plicht geldt. De conclusie van de m.e.r.-beoordeling is dat het plan geen belangrijke negatieve gevolgen zal hebben voor de kenmerken van het gebied en voor het woon- en leefmilieu in de omgeving. Er worden geen negatieve effecten verwacht vanwege de ligging van het plangebied ten opzichte van gevoelige gebieden. Geconcludeerd wordt dat geen belangrijke nadelige milieugevolgen worden verwacht en dat het opstellen van een MER niet noodzakelijk wordt geacht. In de notitie wordt het bevoegd gezag geadviseerd te besluiten dat er geen MER behoeft te worden vastgesteld.

18

BRO, Aanmeldingsnotitie en vormvrije m.e.r.-beoordeling Bestemmingsplan Park Vossenberg te Kaatsheuvel, d.d. 29 juni 2021

Hoofdstuk 4

54

5.

JURIDISCHE PLANOPZET 5.1 Juridisch-planologische opzet De in deze toelichting beschreven planuitgangspunten zijn juridisch-planologisch vertaald in de regels en verbeelding van het bestemmingsplan. Het bestemmingsplan bestaat uit een verbeelding en regels en is voorzien van een toelichting. De regels en verbeelding vormen het juridisch bindende deel, terwijl de toelichting geen juridische binding heeft, maar moet worden beschouwd als handvat voor de uitleg en de onderbouwing en verantwoording van de opgenomen bestemmingen. De regels bevatten het juridische instrumentarium voor het regelen van het gebruik van de gronden en aanwezige en/of op te richten bouwwerken, alsmede de toegelaten bebouwing. De verbeelding heeft een rol voor toepassing van de regels, alsmede de functie van visualisering van de bestemmingen.

5.2 Systematiek In deze paragraaf wordt de systematiek van de regels en de wijze waarop de regels gehanteerd dienen te worden, uiteengezet. De SVBP geeft normen voor de opbouw van de planregels en voor de digitale verbeelding van het bestemmingsplan. Dit bestemmingsplan is opgesteld conform de normen van de SVBP2012. Tevens is aangesloten bij de geldende beheersverordening ‘Woongebieden Kaatsheuvel’ en de parapluregeling met betrekking tot wonen. De regels van het plan bestaan uit vier hoofdstukken, waarin achtereenvolgens de inleidende regels, de bestemmingsregels, de algemene regels en de overgangs- en slotregels aan de orde komen. Hieronder wordt de systematiek, opbouw en indeling van de regels kort toegelicht. 5.2.1 Inleidende regels Begrippen In dit artikel zijn omschrijvingen gegeven van de in het bestemmingsplan gebruikte begrippen. Deze worden opgenomen om interpretatieverschillen te voorkomen. Begripsbepalingen zijn alleen nodig voor begrippen die gebruikt worden in de regels en die tot verwarring kunnen leiden of voor meerdere uitleg vatbaar zijn. Wijze van meten Om op een eenduidige manier afstanden, oppervlakten en inhoud van gebouwen en/of bouwwerken, geen gebouwen zijnde, te bepalen wordt in de wijze van meten uitleg gegeven wat onder de diverse begrippen wordt verstaan. 5.2.2 Bestemmingsregels In het tweede hoofdstuk komen de bestemmingen aan de orde.

De opbouw van de bestemmingen ziet er als volgt uit (niet alle hierna genoemde onderdelen komen binnen elke bestemming voor):

Hoofdstuk 5

55

Bestemmingsomschrijving: De omschrijving van de doeleinden. Hierbij gaat het in beginsel om een beschrijving van de aan de grond toegekende functies. Bouwregels: In de bouwregels worden voor alle (hoofd)gebouwen, bijbehorende bouwwerken en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, de van toepassing zijnde bouwregels gesteld. Waar en met welke maatvoering mag worden gebouwd, wordt hierin vastgelegd. Indien mogelijk wordt verwezen naar bouwvlakken en maatvoeringsaanduidingen op de verbeelding. Nadere eisen: Deze regel geeft burgemeester en wethouders de bevoegdheid om bij vergunningverlening nadere eisen te stellen. Alleen daar waar het wenselijk is om bij de vergunningverlening sturend te kunnen optreden heeft de bevoegdheid tot het stellen van nadere eisen toegevoegde waarde. De bevoegdheid tot het stellen van nadere eisen dient objectief begrensd te zijn en duidelijke criteria te bevatten. Specifieke gebruiksregels: In dit onderdeel is aangegeven welke vormen van gebruik in ieder geval strijdig zijn met de bestemming. Daarbij zijn niet alle mogelijke strijdige gebruiksvormen genoemd, maar alleen die, waarvan het niet op voorhand duidelijk is dat deze in strijd zijn met de bestemming. Het gaat hierbij in feite om een aanvulling op de in de bestemmingsomschrijving genoemde doeleinden.

Afwijken van de gebruiksregels: In dit onderdeel wordt een opsomming gegeven van de gebruiksregels waarvan het bevoegd gezag middels een omgevingsvergunning kan afwijken. Deze bevoegdheid wordt objectief begrensd en bevat duidelijke criteria. Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden: In de dubbelbestemmingen is een omgevingsvergunningregeling opgenomen voor de gronden gelegen binnen de beschermingszone van bepaalde waarden. Hierin worden bepaalde werken en/of werkzaamheden vergunningplichtig gesteld. Bij de beoordeling van de vraag of en in welke mate bepaalde werken en/of werkzaamheden toelaatbaar worden geacht gelden enkele nadere voorwaarden. 5.2.3 Algemene regels Anti-dubbeltelregel Deze bepaling is opgenomen om te voorkomen dat, wanneer volgens een bestemmingsplan bepaalde gebouwen en bouwwerken niet meer dan een bepaald deel van een bouwperceel mogen beslaan, het opengebleven terrein nog eens meetelt bij het toestaan van een ander gebouw of bouwwerk, waaraan een soortgelijke eis wordt gesteld. Algemene gebruiksregels Dit artikel beschrijft de algemene gebruiksregels. Deze gaat uit van de gedachte dat het gebruik uitsluitend mag plaatsvinden in overeenstemming met de bestemming. In dit artikel is benoemd welk gebruik in ieder geval als met het plan strijdig gebruik wordt beschouwd.

Hoofdstuk 5

56

Daarnaast zijn in dit artikel gebruiksregels opgenomen voor wat betreft het parkeren. Daarbij dient te worden voldaan aan de gemeentelijke parkeernormen, met enkele uitzonderingen. Ook is er een voorwaardelijke verplichting voor waterberging opgenomen. Algemene afwijkingsregels In dit artikel wordt een opsomming gegeven van de regels in het plan waarvan het bevoegd gezag middels een omgevingsvergunning kan afwijken. De voorwaarden, die bij toepassing van de afwijkingsbevoegdheid in acht moeten worden genomen, zijn aangegeven. 5.2.4 Overgangs- en slotregels Overgangsrecht: Bouwwerken welke op het moment van inwerkingtreding van het bestemmingsplan bestaan (of waarvoor een omgevingsvergunning is aangevraagd) mogen blijven bestaan, ook al is er strijd met de bebouwingsregels. De overgangsbepaling houdt niet in dat een bestaand, illegaal opgericht bouwwerk legaal wordt, noch brengt het met zich mee dat voor een dergelijk bouwwerk alsnog een omgevingsvergunning kan worden verleend. Er kan dus in beginsel nog gewoon gehandhaafd worden. Het gebruik van de grond en opstallen, dat afwijkt van de regels op het moment van inwerkingtreding van het plan mag, tenzij niet illegaal, eveneens worden voortgezet. Slotregel Deze bepaling geeft aan op welke manier de regels kunnen worden aangehaald.

5.3 Systematiek per bestemming Hieronder worden de verschillende bestemmingen kort toegelicht. Groen Het achterterrein heeft de bestemming ‘Groen’ gekregen, zoals ook in de geldende beheersverordening. Er zijn aanduidingen opgenomen voor de volkstuinen, de begraafplaats en de dierenweide. Ter plaatse van de aanduidingen voor volkstuinen en dierenweide zijn enkele gebouwen en/of overkappingen toegestaan met een maximum oppervlakte en bouwhoogte. Ter bescherming van de cultuurhistorische waarden is ter plaatse van de bidlanen en de begraafplaats een aanduiding opgenomen. Hier is voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden een omgevingsvergunning nodig. Voor bouwen binnen deze aanduiding is op basis van de Erfgoedverordening een vergunning nodig. Maatschappelijk Het voorterrein, waar de bebouwing voorzien is, heeft de bestemming ‘Maatschappelijk’ gekregen, zoals ook in de geldende beheersverordening. Binnen deze bestemming is een verpleeg- en/of verzorgingstehuis met bijbehorende (intramurale) zorgwoningen toegestaan. Er zijn aanduidingen opgenomen voor de kapel en de kapschuur. Ter plaatse van de aanduiding voor de kapel zijn bepaalde vormen van horeca toegestaan. De kapel heeft de aanduiding cultuurhistorische waarden. Ter plaatse van de kapschuur is een ontmoetingsruimte en/of sociaal-maatschappelijke dagopvang toegestaan.

Wonen is aangeduid met een maximum aantal woningen.

Hoofdstuk 5

57

Gebouwen zijn binnen het bouwvlak toegestaan. De maximale goot- en bouwhoogte zijn aangeduid. Bijgebouwen en overkappingen zijn enkel toegestaan ter plaatse van de aanduiding met een maximale oppervlakte en bouwhoogte. Er is een afwijkingsmogelijkheid opgenomen voor het verhogen van het maximum aantal woningen door omzetting van (intramurale) zorgwoningen. Er is een voorwaardelijke verplichting opgenomen voor warmtepompen en airco installaties (zie uitleg hierna). Voorwaardelijke verplichting warmtepompen en airco installaties Indien een bestemmingsplan warmtepompen/airco’s bij appartementen of woningen mogelijk maakt, dient er onderzoek te worden gedaan naar de geluidbelasting als gevolg van deze warmtepompen. Dit ter waarborging van een goed woon- en leefklimaat. In de bestemmingsplanfase is het echter vaak (en zo ook hier) nog niet duidelijk waar, hoeveel en welk type installaties beoogd/nodig zijn. Bovendien is enige flexibiliteit gewenst. Eenvoudigweg verwijzen dat aan het bouwbesluit wordt voldaan, schiet tekort omdat het bouwbesluit geen rekening houdt met cumulatie. Gezien het vorenstaande is een voorwaardelijke verplichting opgenomen in de regels van dit bestemmingsplan om bij de omgevingsvergunning voor het bouwen pas een akoestisch onderzoek uit te voeren om aan te tonen dat sprake is van een goed woon- en leefklimaat.

Er is sprake van een goed woon- en leefklimaat indien de gecumuleerde geluidbelasting vanwege alle installaties voor warmte- of koudeopwekking binnen een straal van 50 meter van de grens van het bouwplan, ter plaatse van alle te openen ramen of deuren van een niet-gemeenschappelijk verblijfsgebied binnen het bouwplan, voldoet aan 40 dB(A). De gecumuleerde geluidbelasting wordt bepaald volgens de Handleiding Meten en Rekenen Industrielawaai. Deze 40 dB geldt in principe voor iedere etmaalperiode (dag-, avond- en nachtperiode). Dit betreft dus geen etmaalwaarde. Bij toetsing aan een goed woon- en leefklimaat wordt normaal gesproken getoetst aan 45 dB(A) etmaalwaarde (overeenkomend met 45 dB(A) in de dag-, 40 dB(A) in de avond en 35 dB(A) in de doorgaans maatgevende nachtperiode) voor een ‘rustige woonwijk c.q. rustig buitengebied’ en 50 dB(A) etmaalwaarde voor een ‘gemengd gebied’ (5 dB(A) meer dus). Voor onderhavige situatie is gekeken op de kaart van de nota industrielawaai van de gemeente Loon op Zand. Het plangebied bevindt zich op deze kaart in het gebied bedrijventerrein. Hierdoor is de eis van 40 dB verdedigbaar. Verkeer Vanwege de aanleg van het openbare fietspad over het terrein is een klein deel van de Belgiëstraat meegenomen in het plangebied van voorliggend bestemmingsplan.

Dit deel heeft de bestemming ‘Verkeer’ en ‘Water’ gekregen conform het geldende bestemmingsplan. Water Vanwege de aanleg van het openbare fietspad over het terrein is een klein deel van de Belgiëstraat meegenomen in het plangebied van voorliggend bestemmingsplan. Dit deel heeft de bestemming ‘Verkeer’ en ‘Water’ gekregen conform het geldende bestemmingsplan. Waterstaat – Waterlopen Ter plaatse van de watergang direct ten zuiden van de Belgiëstraat is de dubbelbestemming ‘Waterstaat – Waterlopen’ opgenomen met bijbehorende beschermingszone.

Hoofdstuk 5

58

6.

HANDHAVING

Een bestemmingsplan is voor de gemeente een belangrijk instrument om haar ruimtelijk beleid vorm te geven. Door middel van een combinatie van positieve bestemmingen en het uitsluiten van bepaalde activiteiten en functies kan sturing plaatsvinden van gewenste en ongewenste ontwikkelingen. Een belangrijk aspect hierbij is de handhaving en het toezicht op de naleving van het bestemmingsplan. Deze handhaving is van cruciaal belang om de in het plan opgenomen ruimtelijke kwaliteiten ook op langere termijn daadwerkelijk te kunnen vasthouden. Daarnaast is de handhaving van belang uit een oogpunt van rechtszekerheid: alle bewoners en gebruikers dienen door de gemeente op eenzelfde wijze daadwerkelijk aan het plan worden gehouden. In dit bestemmingsplan is daarom allereerst gestreefd naar een zo groot mogelijke eenvoud van in het bijzonder de regels. Hoe groter de eenvoud (en daarmee de toegankelijkheid en leesbaarheid), hoe groter in de praktijk de mogelijkheden om toe te zien op de naleving van het plan. Hoe minder knellend de regels zijn, hoe kleiner de kans dat het met de regels wat minder nauw wordt genomen. In de praktijk worden op de lange duur immers ook alleen die regels gerespecteerd waarvan door de betrokkenen de noodzaak en de redelijkheid wordt ingezien.

In de bouwregels zijn maten opgenomen die van toepassing zijn op gebouwen, bijgebouwen en bouwwerken, geen gebouw zijnde. Te realiseren gebouwen, bijgebouwen en bouwwerken, geen gebouw zijnde, moeten voldoen aan deze maatvoering, zo niet, dan kan het college van burgemeester en wethouders geen omgevingsvergunning voor het bouwen verlenen. Gebruiksregels worden opgenomen om gewenste ontwikkelingen mogelijk te maken en ongewenste ontwikkelingen uit te sluiten. Toetsing aan de gebruiksregels is aan de orde bij functiewisseling of nieuwvesting. De doelstellingen van het ruimtelijk beleid kunnen slechts verwezenlijkt worden, indien de regels van het bestemmingsplan worden nageleefd. De gemeente dient op de eerste plaats zelf haar regels na te leven en vervolgens dient de gemeente er zorg voor te dragen dat anderen deze regels naleven. Vooruitlopend op vaststelling van voorliggende bestemmingsplan heeft de initiatiefnemer al een aantal gebouwen, bijgebouwen en bouwwerken, geen gebouw zijnde, gerealiseerd. Deze passen of: a. binnen het vigerend bestemmingsplan en voorliggend bestemmingsplan (nieuwbouw verpleeghuis, parkeerplaatsen, grondwallen, (wandel-)paden, vijver, vuilcontainers en brug bij vijver), of; b. binnen voorliggend bestemmingsplan en verleende tijdelijke vrijstelling (moestuinen en tuinkas), of; c.

binnen voorliggend bestemmingsplan (steigers bij vijver, veldschuur (overkapping bij de moestuinen) en de berging bij de moestuinen). De veldschuur en de berging bij de moestuinen vallen binnen de aanduiding ‘volkstuin’ en binnen de aanduiding ‘cultuurhistorische waarden’. De veldschuur en berging staan buiten de bidlanen, op iets meer dan 3 meter uit de stam van de ‘bidlaan-bomen’, maar net binnen de kruinprojectie van de ‘bidlaan-bomen’. Vanwege de cultuurhistorische waarde van de bidlaan is besloten de veldschuur en de

Hoofdstuk 6

59

berging hier te verwijderen en te verplaatsen naar buiten de bidlaan. Dit gebeurt naar verwachting in de loop van 2022.

Hoofdstuk 6

60

7.

FINANCIEEL-ECONOMISCHE ASPECTEN 7.1 Verhaal van kosten Uitgangspunt voor de beoogde ontwikkelingen is dat deze voor de gemeente budgetneutraal worden ontwikkeld. Op grond van artikel 6.12 lid 1 Wet ruimtelijke ordening (Wro) in samenhang met artikel 6.12 lid 4 Wro is de gemeenteraad van Loon op Zand verplicht om de kosten te verhalen en een exploitatieplan vast te stellen gelijktijdig met vaststelling van het bestemmingsplan, waarop het exploitatieplan betrekking heeft. Niet in alle gevallen is de gemeenteraad verplicht een exploitatieplan vast te stellen. Op grond van artikel 6.12 lid 2 kan de gemeenteraad van de gemeente Loon op Zand besluiten geen exploitatieplan vast te stellen als aan de cumulatieve bepalingen van artikel 6.12, lid 2 sub a, b en c is voldaan. Met onderhavig bestemmingsplan wordt een bouwplan in de zin van artikel 6.2.1 Bro mogelijk gemaakt. Echter is met de ontwikkelende eigenaar van de gronden, die binnen het plangebied gelegen zijn, een anterieure overeenkomst gesloten zoals is bepaald in artikel 6.24 Wro, voordat het bestemmingsplan is vastgesteld. De verplichting tot het vaststellen van een exploitatieplan geldt daardoor niet. In deze anterieure overeenkomst zijn de afspraken, onder andere over het verhalen van kosten, afdoende vastgelegd.

7.2 Economische uitvoerbaarheid De initiatiefnemer beschikt over voldoende middelen om de voorgestane ontwikkeling te kunnen realiseren. De planologische ontwikkeling leidt tot een waardevermeerdering van de grond. De kosten die initiatiefnemer maakt zijn een investering ten einde de waardevermeerdering te kunnen realiseren. Wanneer de kosten en opbrengsten naast elkaar worden gelegd is er sprake van een positief saldo. Er zijn geen onvoorziene hoge kosten te verwachten. Ook is er geen sprake van onzekere financiële bijdragen van anderen, zoals bijvoorbeeld de gemeente Loon op Zand. De gemeente is met initiatiefnemer een overeenkomst tot verhaal van kosten tegemoetkoming planschade aangegaan. De financieel-economische haalbaarheid is hiermee in voldoende mate aangetoond.

Hoofdstuk 7

61

8.

PROCEDURES

Er zijn wettelijke eisen met betrekking tot de voorbereiding en totstandkoming van een bestemmingsplan. Artikel 3.8 Wro bepaalt dat op de voorbereiding van een bestemmingsplan de in afdeling 3:4 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) geregelde uniforme openbare voorbereidingsprocedure (uov) van toepassing is. Dit houdt in dat tussen gemeente en verschillende instanties overleg over het plan moet worden gevoerd alvorens een ontwerpplan ter visie gelegd kan worden (Besluit ruimtelijke ordening). Bovendien is het noodzakelijk dat belanghebbenden de gelegenheid hebben om hun visie omtrent het plan te kunnen geven. Dientengevolge zijn de volgende stappen te onderscheiden:  Vooroverleg;  Inspraak;  Vaststellingsprocedure.

8.1 Inspraak en omgevingsdialoog De Wro zelf bevat geen bepalingen omtrent inspraak. Dat neemt niet weg dat het de gemeente vrij staat toch inspraak te verlenen bijvoorbeeld op grond van de gemeentelijke inspraakverordening. In relatie daarmee bepaalt artikel 150 van de Gemeentewet onder meer dat in een gemeentelijke inspraakverordening moet worden geregeld op welke wijze en aan wie de mogelijkheid wordt geboden hun mening kenbaar te maken. Bij procedures voor bestemmingsplannen werd in de gemeente Loon op Zand tot op heden altijd inspraak op basis van de gemeentelijke inspraakverordening toegepast. De bevoegdheid voor het vaststellen van bestemmingsplannen blijft bij de gemeenteraad. Maar een eerste verantwoordelijkheid voor het betrekken van de omgeving bij een concreet plan kan bij de ontwikkelende partij worden gelaten. Hiervoor introduceert de gemeente Loon op Zand het instrument omgevingsdialoog. Deze manier van besturen sluit ook goed aan bij die de veranderende rol van de overheid die de in voorbereiding zijnde omgevingswet voorstaat. Ook wordt met de omgevingsdialoog beter aan de voorkant nagedacht over wie betrokken worden. Dit in tegenstelling tot de reguliere inspraak, waarbij meestal wordt teruggevallen op de publicatie in het lokale nieuwsblad dat niet door iedereen gelezen wordt.

Omgevingsdialoog De omgevingsdialoog is er op gericht om in een vroegtijdig stadium (nog voordat het concrete plan vastligt) kennis te nemen van eventuele bezwaren, wensen en belangen van omwonenden zodat deze reacties bij de uitwerking kunnen worden betrokken. De omgeving is daarbij geen vastomlijnd begrip, maar is sterk afhankelijk van de gewenste ontwikkeling en de effecten die daarmee gepaard gaan op de omgeving.

Hoofdstuk 8

62

De gemeente heeft een aantal spelregels opgesteld voor het voeren van een zorgvuldige omgevingsdialoog. Het voeren van een zorgvuldige omgevingsdialoog bestaat uit een aantal stappen. Na de laatste stap wordt pas overgegaan tot het ter visie leggen van het ontwerpbestemmingsplan. Verslag omgevingsdialoog In het pré-Corona-tijdperk zou de omgevingsdialoog worden gehouden in de vorm van een voorlichtingsavond (in de kapel) voor de buurtbewoners en omliggende bedrijven. Nu dat niet mogelijk is hebben Zorggroep Elde Maasduinen (hierna: ZGEM) en de gemeente Loon op Zand afspraken gemaakt over een ‘digitale omgevingsdialoog’. In nauw overleg met de gemeente is een presentatiefilm, met toelichting op de plannen en het bestemmingsplan, gemaakt. Op 1 februari 2021 heeft ZGEM bij de omwonenden een brief in de brievenbus gedaan. In deze brief heeft ZGEM de ‘digitale omgevingsdialoog’ aangekondigd. Omwonenden konden via mail hun vragen stellen over het plan. Omwonenden die geen computer hebben, konden telefonisch contact opnemen met ZGEM. Er is aangeboden een digitale bijeenkomst te beleggen voor het geven van een toelichting op het plan en het stellen van vragen. Hiervoor is geen interesse getoond. De presentatiefilm stond van 3 februari tot en met 24 februari 2021 op de website van Park Vossenberg. Geen van de omwonenden heeft telefonisch contact opgenomen met ZGEM.

Er is één reactie per mail ontvangen. De bewoners van Antoniusstraat 3 hebben vragen gesteld over de bouwhoogte van Bouwdeel 3 en over het zicht vanuit de appartementen op hun tuin. ZGEM heeft op 11 maart 2021 in een persoonlijk gesprek een nadere toelichting gegeven over de plannen en de gestelde vragen beantwoord. Zo is aangegeven dat er vanuit het nieuwe appartementengebouw minder zicht is op de tuin van Antoniusstraat 3, het nieuwe pand een bouwlaag lager is en verder van het pand van de bewoner is gesitueerd dan het bestaande pand. Ook zijn er minder ramen gericht op de tuin. Na afloop van het gesprek heeft ZGEM een korte samenvatting van dit gesprek aan de bewoners van Antoniusstraat 3 gestuurd. De omgevingsdialoog heeft niet tot aanpassingen van het bestemmingsplan geleid. Ondanks dat er een omgevingsdialoog is gevoerd heeft de gemeente besloten inspraak te verlenen voor dit plan. Het voorontwerpbestemmingsplan ‘Park Vossenberg’ heeft op grond van de Inspraakverordening gemeente Loon op Zand van 16 september tot en met 27 oktober 2021 voor iedereen ter inzage gelegen. Ook was het voorontwerpbestemmingsplan te raadplegen via www.ruimtelijkeplannen.nl en www.loonopzand.nl.

Inwoners van de gemeente Loon op Zand en belanghebbenden konden gedurende de termijn dat het voorontwerpbestemmingsplan ter inzage lag zowel schriftelijk als mondeling inspraakreacties geven op het voorontwerpbestemmingsplan. Er zijn geen inspraakreacties ontvangen.

Hoofdstuk 8

63

8.2 Vooroverleg Over het voorontwerpbestemmingsplan ‘Park Vossenberg’ is op grond van artikel 3.1.1 van het Besluit ruimtelijke ordening overleg gevoerd met diverse (overheids)organisaties. Dit overleg vond plaats met de provincie Noord-Brabant, Waterschap Brabantse Delta, Brandweer Midden- en West Brabant, BrabantWater en Enexis. Van de provincie Noord-Brabant, Waterschap Brabantse Delta, Brandweer Midden- en West Brabant en Enexis is een reactie ontvangen. De vooroverlegreacties, inclusief de beantwoording van de reacties, zijn opgenomen in het Verslag vooroverleg, welke als bijlage is opgenomen. Alleen de reactie van het waterschap heeft aanleiding gegeven tot aanpassing van het bestemmingsplan (paragraaf 4.6 van de toelichting). Hierin is de nieuwe beleidsregel van het waterschap vanwege compensatie verhard oppervlak opgenomen. Tevens zijn in het Verslag vooroverleg enkele ambtshalve wijzigingen opgenomen. Dit betreft de volgende aanpassingen:  Verwijderen bestaande veldschuur en berging nabij de bidlaan in de toelichting.  Aanpassing bouwhoogte bouwdeel 1 en kapel op de verbeelding.  Voorwaardelijke verplichting opgenomen in de regels vanwege de realisatie van warmtepompen.  Aanvulling toelichting vanwege wettelijk vooroverleg en inspraak.

8.3 Vaststellingsprocedure Het ontwerp van het bestemmingsplan ‘Park Vossenberg Kaatsheuvel’ lag ter voldoening aan het gestelde in artikel 3.8 van de Wet ruimtelijke ordening en afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht van donderdag 11 november tot en met woensdag 22 december 2021 voor iedereen ter inzage. Ook was het bestemmingsplan te raadplegen via www.ruimtelijkeplannen.nl en www.loonopzand.nl. Iedereen kon gedurende de termijn dat het bestemmingsplan ter inzage lag zowel schriftelijk als mondeling een zienswijze kenbaar maken bij de raad van de gemeente Loon op Zand. Er zijn binnen de daarvoor gestelde termijn geen zienswijzen ontvangen.

8.4 Beroep Na vaststelling wordt het bestemmingsplan voor de tweede maal zes weken ter visie gelegd. Gedurende deze periode kunnen belanghebbenden tegen het vaststellingsbesluit beroep instellen bij de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State. Indien geen beroep wordt ingesteld, is het plan na deze beroepstermijn onherroepelijk en treedt het plan in werking.

Hoofdstuk 8

64

SEPARATE BIJLAGEN Bijlage 1: Ladder voor duurzame verstedelijking Bijlage 2: Kwaliteit bomenbestand Bijlage 3: Akoestisch onderzoek Wet geluidhinder Bijlage 4: Standaard advies Veiligheidsregio Bijlage 5: Verkennend (asbest in) bodemonderzoek Bijlage 6: Verkennend asbest in grondonderzoek Bijlage 7: Asbest in bodemonderzoek Bijlage 8: Watertoets Bijlage 9: Flora en fauna quickscan Bijlage 10: Vleermuisonderzoek Bijlage 11: Boom Effect Analyse bidlaan Bijlage 12: Notitie AERIUS-berekening Bijlage 13: Akoestisch onderzoek industrielawaai Bijlage 14: Archeologisch bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek Bijlage 15: Proefsleuvenonderzoek Bijlage 16: Aanmeldingsnotitie m.e.r. Bijlage 17: Verslag inspraak Bijlage 18: Verslag vooroverleg en ambtshalve aanpassingen Bijlage 19: Nota van zienswijzen

Park Vossenberg Kaatsheuvel

Inhoudsopgave

Regels

3

Hoofdstuk 1

Inleidende regels

4

Artikel 1 Artikel 2

Begrippen Wijze van meten

4 9

Hoofdstuk 2

Bestemmingsregels

10

Artikel 3 Artikel 4 Artikel 5 Artikel 6 Artikel 7

Groen Maatschappelijk Verkeer Water Waterstaat - Waterlopen

10 12 14 15 16

Hoofdstuk 3

Algemene regels

17

Artikel 8 Artikel 9 Artikel 10 Artikel 11

Anti-dubbeltelregel Algemene bouwregels Algemene gebruiksregels Algemene afwijkingsregels

17 18 19 20

Hoofdstuk 4

Overgangs- en slotregels

21

Artikel 12 Artikel 13

Overgangsrecht Slotbepaling

21 22

Bijlagen bij regels

23

Bijlage 1

24

2

Inrichtingsplan

Bestemmingsplan "Park Vossenberg Kaatsheuvel" (vastgesteld)

Regels

Hoofdstuk 1 Artikel 1 1.1

Inleidende regels

Begrippen

plan:

het bestemmingsplan Park Vossenberg Kaatsheuvel met identificatienummer NL.IMRO.0809.BPParkVossenberg-VA01 van de gemeente Loon op Zand. 1.2

bestemmingsplan:

de geometrisch bepaalde planobjecten met de daarbij behorende regels en de daarbij behorende bijlagen. 1.3

aanduiding:

een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden. 1.4

aanduidingsgrens:

de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft. 1.5

aangebouwd bijgebouw:

een aan een hoofdgebouw gebouwd bijgebouw, dat een functionele eenheid vormt met het hoofdgebouw, maar dat in bouwkundig opzicht (afmetingen) ondergeschikt is aan het hoofdgebouw. 1.6

arbeidsmigrant:

economisch actieve migrant wiens doel het is arbeid en inkomen te verwerven in een immigratieland. 1.7

bebouwing:

één of meer gebouwen en/of bouwwerken geen gebouwen zijnde. 1.8

bebouwingspercentage:

het oppervlak dat maximaal mag worden bebouwd met bouwwerken, uitgedrukt in procenten van de oppervlakte van het bouwperceel, voor zover dat is gelegen binnen de bestemming, of binnen een in de regels nader aan te duiden gedeelte van die bestemming. 1.9

begane grond:

de onderste bouwlaag van een gebouw, niet zijnde een kelder. 1.10

bestaand:

(legaal) aanwezig op het moment van inwerkingtreding van het plan.

4

Bestemmingsplan "Park Vossenberg Kaatsheuvel" (vastgesteld)

1.11

bestaand aantal woningen:

woningen zoals aanwezig op het tijdstip van de terinzagelegging van het ontwerp van dit bestemmingsplan, dan wel gebouwd zijn of gebouwd kunnen worden overeenkomstig Wet algemene bepalingen omgevingsrecht of krachtens die wet gegeven voorschriften. 1.12

bestemmingsgrens:

de grens van een bestemmingsvlak. 1.13

bestemmingsvlak:

een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming. 1.14

bouwen:

het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk, alsmede het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen van een standplaats. 1.15

bouwgrens:

de grens van een bouwvlak. 1.16

bouwlaag:

een doorlopend gedeelte van een gebouw dat door op gelijke of bij benadering gelijke hoogte liggende vloeren is begrensd, zulks met inbegrip van de begane grond en met uitsluiting van een kelder en de ruimte(n) in de kap. 1.17

bouwperceel:

een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten. 1.18

bouwperceelgrens:

een grens van een bouwperceel. 1.19

bouwvlak:

een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde zijn toegelaten. 1.20

bouwwerk:

elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die hetzij direct hetzij indirect met de grond is verbonden, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond.

Bestemmingsplan "Park Vossenberg Kaatsheuvel" (vastgesteld)

5

1.21

dienstverlening:

het bedrijfsmatig verlenen van diensten, waarbij het publiek (al dan niet via een balie) te woord wordt gestaan en geholpen, waaronder tevens belwinkel en internetcafé. 1.22

gebouw:

elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt. 1.23

hoofd (woon)verblijf:

de verblijfplaats die het centrum is van het sociale en maatschappelijke leven van een persoon, een huishouden of een daarmee gelijk te stellen groep personen. 1.24

hoofdgebouw:

een gebouw, dat op een bouwperceel door zijn ligging, constructie of afmetingen als belangrijkste bouwwerk valt aan te merken en dat geen bijgebouw is. 1.25

horecabedrijf:

een bedrijf, waar bedrijfsmatig dranken en etenswaren voor gebruik ter plaatse worden verstrekt en/of waarin bedrijfsmatig logies wordt verstrekt, al dan niet in combinatie met een vermaaksfunctie, met uitzondering van een erotisch getinte vermaaksfunctie. De horecabedrijven zijn in drie categorieën te onderscheiden: categorie 1: vormen van horeca-activiteiten waar in hoofdzaak maaltijden, (alcoholische) dranken en/of logies worden verstrekt en waarvan de exploitatie doorgaans in de avonduren of zowel overdag als in de avonduren plaatsvindt, zoals een café, bar, restaurant, hotel, pension, motel; categorie 2: vormen van horeca-activiteiten die qua exploitatievorm aansluiten bij winkelvoorzieningen, waar naast kleinere etenswaren in hoofdzaak alcoholvrije dranken worden verstrekt, en waarvan de exploitatie zowel overdag als in de vroege avonduren plaatsvindt, zoals een cafetaria, snackbar, eetcafé, lunchroom, broodjeszaak, ijssalon, automatiek, koffie- en/of theeschenkerij, juice- and healthbar; categorie 3: vormen van horeca-activiteiten waarbij in hoofdzaak alcoholische drank wordt verstrekt en waarvan de exploitatie doorgaans in de avonduren plaatsvindt, een aantasting van het woon- en leefklimaat veroorzaakt en een grote druk op de openbare orde met zich meebrengt, zoals een partycentrum, congrescentrum. 1.26

huishouden

één of meer personen die in vast verband samenleven en waarbij sprake is van continuïteit in de samenstelling van de personen en van onderlinge verbondenheid. 1.27

(intramurale) zorgwoning

een (gedeelte van een) gebouw dat dient voor de huisvesting in combinatie met de verzorging van (een) perso(o)n(en) die een intensievere vorm van zorgverlening gedurende een langere periode nodig hebben gekoppeld aan een instelling van maatschappelijke zorgverlening en/of verpleging.

6

Bestemmingsplan "Park Vossenberg Kaatsheuvel" (vastgesteld)

1.28

kalenderjaar:

het jaar dat loopt van 1 januari tot en met 31 december. 1.29

maatschappelijke voorzieningen:

educatieve, sociaal-medische, levensbeschouwelijke, voorzieningen en voorzieningen ten behoeve van openbare dienstverlening, alsook ondergeschikte detailhandel en horeca ten dienste van deze voorzieningen. 1.30

nutsvoorzieningen:

een voorziening ten behoeve van de telecommunicatie en de gas-, water- en elektriciteitsdistributie, alsmede soortgelijke voorzieningen van openbaar nut, waaronder in ieder geval worden begrepen transformatorhuisjes, pompstations, gemalen, telefooncellen, bluswatervoorzieningen en zendmasten. 1.31

ondergeschikte detailhandel

detailhandel welke als activiteit in ruimtelijk en functioneel opzicht duidelijk ondergeschikt is aan de op de ingevolge het bestemmingsplan toegestane hoofdfunctie. 1.32

ondergeschikte horeca

horecagebruik dat in functioneel en ruimtelijk opzicht ondergeschikt is aan de ingevolge het bestemmingsplan toegestane hoofdfunctie "Maatschappelijk". Het ondergeschikt gebruik dient van beperkte functionele en/of ruimtelijke omvang te zijn, zodat de hoofdfunctie qua aard, omvang en verschijningsvorm, geheel als hoofdfunctie herkenbaar blijft. 1.33

overkapping:

een dakconstructie in de vorm van een bouwwerk, geen gebouw zijnde. 1.34

overstek:

een overstekend deel van een dak of gootconstructie, waarbij het overstekende deel niet dieper mag zijn dan 0,50 m. 1.35

peil:

1. voor gebouwen waarvan de hoofdtoegang direct aan een weg grenst: de hoogte van die weg ter plaatse van die hoofdtoegang. 2. in andere gevallen: de gemiddelde hoogte van het aansluitende afgewerkte maaiveld. 1.36

permanente bewoning:

het gebruik van een recreatieverblijf dat afwijkt van het gebruik als recreatief nachtverblijf.

Bestemmingsplan "Park Vossenberg Kaatsheuvel" (vastgesteld)

7

1.37

recreatief medegebruik

vormen van openluchtrecreatie, die plaats hebben in een omgeving met een niet-recreatieve hoofdfunctie, waarbij het medegebruik in principe ondergeschikt is aan de hoofdfunctie en het hoofdgebruik. 1.38

recreatief nachtverblijf:

nachtverblijf voor recreatieve doeleinden buiten het hoofd (woon)verblijf, waarbij minimaal één overnachting wordt gemaakt en maximaal 4 maanden aaneengesloten of ten minste gedurende zes maanden 2/3 van die periode overnachtingen worden gemaakt. 1.39

restaurant:

een niet-zelfstandig horecabedrijf gerelateerd aan de hoofdfunctie Maatschappelijk, dat tot hoofddoel heeft het verstrekken van maaltijden voor consumptie ter plaatse, met als nevenactiviteit het verstrekken van alcoholische en niet-alcoholische dranken. 1.40

seksinrichting:

een gebouw of een gedeelte van een gebouw waarin bedrijfsmatig handelingen plaatsvinden van erotische en/of pornografische aard. Hieronder worden tevens begrepen: een seksbioscoop: een inrichting of daarmee gelijk te stellen gelegenheid waarin filmvoorstellingen van erotische en/of pornografische aard worden gegeven; een seksautomatenhal: een inrichting of daarmee gelijk te stellen gelegenheid waarin door middel van automaten filmvoorstellingen en liveshows van erotische en/of pornografische aard worden gegeven; een sekswinkel: een ruimte voor het bedrijfsmatig te koop aanbieden, waaronder begrepen uitstalling ten verkoop, het verkopen en/of leveren van seksartikelen. 1.41

vrijstaand bijgebouw:

een van de woning (en haar aangebouwde bijgebouwen) vrijstaand bijgebouw, dat niet direct ten dienste staat van de woonfunctie, zoals een garage, berging, hobbyruimte en dat zowel wat betreft afmetingen als in functioneel opzicht ondergeschikt is aan het hoofdgebouw. 1.42

weg:

alle voor het openbaar verkeer openstaande wegen of paden met inbegrip van de daarin liggende bruggen en duikers en de tot die wegen behorende paden en bermen of zijkanten. 1.43

wonen

het bewonen van een woning door niet meer dan één huishouden; 1.44

woning:

een (gedeelte van een) gebouw dat dient voor de zelfstandige huisvesting van één huishouden.

8

Bestemmingsplan "Park Vossenberg Kaatsheuvel" (vastgesteld)

Artikel 2

Wijze van meten

Bij toepassing van deze regels wordt als volgt gemeten: 2.1

de afstand tot de (achter/zijdelingse) perceelgrens:

vanaf enig punt van een bouwwerk tot de (achter/zijdelingse) perceelgrens. 2.2

de breedte van een bouwwerk:

tussen de buitenzijde van beide zijgevels en/of harten van scheidingsmuren gezien vanaf de voorgevel of het verlengde daarvan. 2.3

de dakhelling:

langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak. 2.4

de diepte van een overstek of luifel:

de horizontale lijn gemeten vanaf de buitenzijde van de gevel tot het verste punt van het overstek of de luifel. 2.5

de (horizontale) diepte van een gebouw:

de buitenwaartse lengte van een gebouw, gemeten loodrecht vanaf de naar de weg gekeerde gevel, waarbij gemeten wordt met de buitenwerkse gevelvlakken. 2.6

de goothoogte van een bouwwerk:

vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn, het boeibord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel. 2.7

de inhoud van een bouwwerk:

tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen. 2.8

de bouwhoogte van een bouwwerk:

vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes, en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen. 2.9

de oppervlakte van een bouwwerk:

tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk.

Bestemmingsplan "Park Vossenberg Kaatsheuvel" (vastgesteld)

9

Hoofdstuk 2 Artikel 3 3.1

Bestemmingsregels

Groen

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Groen' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. b. c. d. e. f. g. h.

groenvoorzieningen; voet- en fietspaden met daarbij behorende voorzieningen; volkstuinen, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'volkstuin'; een begraafplaats, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'begraafplaats'; een dierenweide, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van groen - dierenweide'; inritten; speelvoorzieningen; water en waterhuishoudkundige voorzieningen, waaronder voorzieningen voor waterberging, -aanvoer en -afvoer, zoals watergangen, waterlopen en waterpartijen en voorzieningen voor waterkering; i. artistieke kunstwerken; j. nutsvoorzieningen; k. hondenuitlaatplaats; l. recreatief medegebruik; m. ter plaatse van de aanduiding 'cultuurhistorische waarde' mede voor de instandhouding, bescherming en versterking van de aanwezige cultuurhistorische waarden. 3.2

Bouwregels

3.2.1

Algemeen

Er mogen uitsluitend bouwwerken ten dienste van de bestemming worden opgericht. 3.2.2

Nutsvoorzieningen

Voor het bouwen van gebouwen ten dienste van nutsvoorzieningen gelden de volgende regels: a. de bouwhoogte mag niet meer bedragen dan 3 m; b. de oppervlakte per gebouw mag niet meer bedragen dan 15 m². 3.2.3

Bouwwerken

Voor het bouwen van bouwwerken gelden de volgende regels: a. de bouwhoogte van verlichtingsarmaturen mag niet meer bedragen dan 10 m; b. de bouwhoogte van bruggen mag niet meer bedragen dan 5 m; c. de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouw zijnde, niet zijnde een overkapping, mag niet meer bedragen dan 2 m; d. gebouwen en overkappingen zijn niet toegestaan. e. in afwijking van het bepaalde onder c en d is ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van groen - dierenweide' een gebouw of overkapping toegestaan in de vorm van een dierenverblijf met dien verstande dat: 1. de oppervlakte niet meer bedraagt dan 120 m² 2. de bouwhoogte niet meer bedraagt dan 4 m; f. in afwijking van het bepaalde onder c en d zijn ter plaatse van de aanduiding 'volkstuin' uitsluitend gebouwen en/of overkappingen toegestaan in de vorm van een gezamenlijke opslagruimte en/of ontmoetingsplek ten dienst van de volkstuin, met dien verstande dat: 1. per aanduidingsvlak maximaal 2 gebouwen of overkappingen zijn toegestaan; 2. de gezamenlijke oppervlakte van de gebouwen en/of overkappingen per aanduidingsvlak niet

10

Bestemmingsplan "Park Vossenberg Kaatsheuvel" (vastgesteld)

meer mag bedragen dan 55 m² 3. de bouwhoogte niet meer bedraagt dan 4,5 meter. 3.3

Specifieke gebruiksregels

Onder gebruiken in strijd met de bestemmingsplan wordt in ieder geval verstaan het (laten) gebruiken van de gronden ten dienste van parkeren. 3.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 3.4.1

Algemeen

Het is verboden zonder of in afwijking van een schriftelijke omgevingsvergunning de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden uit te voeren of te laten uitvoeren ter plaatse van de aanduiding 'cultuurhistorische waarden': a. b. c. d.

het vellen of rooien van houtgewas en bomen; het beplanten van gronden met houtgewas; het wijzigen van het bodemreliëf; grondwerkzaamheden, waartoe worden gerekend woelen, mengen, diepploegen, egaliseren en ontginnen van gronden, alsmede het graven of vergraven, verruimen of dempen van sloten, vijvers of andere wateren en het aanleggen van drainage; e. het verlagen van het waterpeil; f. het ophogen van de bodem met meer dan 2 m; g. bodem verlagen of afgraven (ook ten behoeve van het verwijderen van bestaande funderingen) van gronden waarvoor geen ontgrondingenvergunning is vereist; h. het uitvoeren van heiwerken en/of indrijven van scherpe voorwerpen in de bodem; i. het aanleggen, verbreden, of verharden van wegen en paden; j. het aanleggen van ondergrondse transport-, energie- of telecommunicatieleidingen en daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur. 3.4.2

Uitzonderingen

Het in artikel 3.4.1 vervatte verbod is niet van toepassing op werken en werkzaamheden welke: a. waarvoor ten tijde van het van kracht worden van het bestemmingsplan omgevingsvergunning is verleend; b. welke ten tijde van het van kracht worden van het bestemmingsplan in uitvoering waren; c. welke betreffen het normale onderhoud en beheer; d. werkzaamheden conform het inrichtingsplan welke als 'Bijlage 1' is opgenomen bij deze planregels. 3.4.3

Toelaatbaarheid

De in artikel 3.4.1 bedoelde omgevingsvergunning kan slechts worden verleend, indien door die werken en werkzaamheden, dan wel door de daarvan hetzij direct hetzij indirect te verwachten gevolgen geen onevenredige aantasting plaatsvindt van de cultuurhistorische en landschappelijke waarden.

Bestemmingsplan "Park Vossenberg Kaatsheuvel" (vastgesteld)

11

Artikel 4 4.1

Maatschappelijk

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Maatschappelijk' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. een verpleeg- en/of verzorgingstehuis met bijbehorende (intramurale) zorgwoningen voor zover niet gesitueerd binnen de aanduidingen ‘specifieke vorm van maatschappelijk - kapel' en 'specifieke vorm van maatschappelijk - kapschuur'; b. uitsluitend ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke vorm van maatschappelijk - kapel', doeleinden van: 1. horeca van categorie 1 en 2; 2. doeleinden van verenigingsleven, onderwijs, religie, opvoeding, cultuur, recreatie, lichamelijke opvoeding, periodieke en/of incidentele beurzen, concerten, tentoonstellingen en festiviteiten voorzover ondersteunend aan het verpleeg- en/of verzorgingstehuis; c. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van maatschappelijk - kapschuur' uitsluitend een ontmoetingsruimte en/of sociaal-maatschappelijke dagopvang; d. wonen uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'wonen'; met dien verstande dat het maximum aantal woningen 79 bedraagt; e. ter plaatse van de aanduiding 'cultuurhistorische waarde' mede voor de instandhouding, bescherming en versterking van de aanwezige cultuurhistorische waarden; met de daarbij behorende: f. g. h. i. j.

tuinen erven en verharding; ontsluitingswegen, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'ontsluiting'; parkeervoorzieningen, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'ontsluiting'; fietsenstalling en opslagruimten; nutsvoorzieningen.

4.2

Bouwregels

4.2.1

Algemeen

a. het bouwvlak voor gebouwen mag volledig worden bebouwd; b. er mogen uitsluitend bouwwerken ten dienste van de bestemming worden opgericht. 4.2.2

Bouwvlak

Binnen het bouwvlak gelden voor het bouwen van gebouwen de volgende regels: a. binnen het bouwvlak zijn gebouwen en daarbij behorende bouwwerken toegestaan; b. de goot- en bouwhoogte van gebouwen bedragen maximaal de hoogtes die ter plaatse van de aanduiding 'maximale goot- en bouwhoogte' zijn aangegeven. 4.2.3

Bijgebouwen en overkappingen

Buiten het bouwvlak mogen bijgebouwen en overkappingen ten dienste van de bestemming worden gerealiseerd. Hiervoor gelden de volgende regels: a. bijgebouwen en overkappingen mogen met uitzondering van het bepaalde in 4.2.2 uitsluitend binnen de aanduiding 'bijgebouwen' worden gebouwd; b. de goothoogte van een bijgebouw mag niet meer bedragen dan 3 m; c. de bouwhoogte van een overkapping mag niet meer bedragen dan 3 m; d. de bouwhoogte van een bijgebouw mag niet meer bedragen dan 4,5 m; 12

Bestemmingsplan "Park Vossenberg Kaatsheuvel" (vastgesteld)

e. de bouwhoogte van plat afgedekte bijgebouwen mag niet meer bedragen dan 3,2 m; f. de gezamenlijke oppervlakte van bijgebouwen en overkappingen per aanduidingsvlak mag niet meer bedragen dan 180 m². 4.2.4

Bouwwerken, geen gebouw zijnde

Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouw zijnde gelden de volgende regels: a. bouwwerken, geen gebouw zijnde, mogen zowel binnen als buiten het bouwvlak gebouwd worden; b. de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen mag niet meer bedragen dan 2 m, met dien verstande dat de bouwhoogte voor erf- en terreinafscheidingen vóór de naar de weg gekeerde gevel, voor zover gelegen buiten de aanduiding 'bijgebouwen' niet meer mag bedragen dan 1 m; c. de bouwhoogte van vlaggenmasten mag niet meer bedragen dan 6 m; d. de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouw zijnde, niet zijnde een overkapping, mag niet meer bedragen dan 4 m. 4.2.5

Voorwaardelijke verplichting warmtepompen en airco installaties

Indien er sprake is van de realisatie van warmtepompen of airco installaties buiten de uitwendige scheidingsconstructie van het bouwwerk, dient bij de aanvraag omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen door middel van een akoestisch onderzoek aangetoond te worden dat sprake is van een goed woon- en leefklimaat. Er is sprake van een goed woon- en leefklimaat indien de gecumuleerde geluidbelasting vanwege alle installaties voor warmte- of koudeopwekking binnen een straal van 50 meter van de grens van het bouwplan, ter plaatse van alle te openen ramen of deuren van een niet-gemeenschappelijk verblijfsgebied binnen het bouwplan, voldoet aan 40 dB(A). De gecumuleerde geluidbelasting wordt bepaald volgens de Handleiding Meten en Rekenen Industrielawaai. In overeenstemming met het gestelde in de Regeling Bouwbesluit 2012 mag, indien de maatgevende installaties een afzonderlijke instelling heeft voor de avond- en nachtperiode (19:00 - 7:00 uur), het gemeten of berekende geluidsniveau in de dagperiode (7:00 - 19:00 uur) gecorrigeerd worden met -5 dB(A). 4.3

Afwijken van de gebruiksregels

Bij omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in artikel 4.1, ten behoeve van het verhogen van het maximum aantal woningen van 79 naar maximaal 114, door omzetting/ombouwing van (intramurale) zorgwoningen en/of met bijbehorende zorgondersteunende ruimten of voorzieningen indien: a. er als gevolg van vraaguitval naar (intramurale) zorgwoningen of het inkoopbeleid van het zorgkantoor met betrekking tot (intramurale) zorgwoningen twee of meer zorgwoningen gelijktijdig leeg staan; b. het aantal woningen dat door omzetting wordt toegevoegd aan de woningvoorraad past binnen het gemeentelijke en regionaal afgestemde woningbouwprogramma; c. er wordt voorzien in voldoende parkeercapaciteit met in achtneming van de op moment van omgevingsvergunningsaanvraag voor deze functie vastgestelde gemeentelijke parkeernormen; d. de belangen van de eigenaren en/of gebruikers van betrokken en nabijgelegen gronden niet onevenredig worden geschaad.

Bestemmingsplan "Park Vossenberg Kaatsheuvel" (vastgesteld)

13

Artikel 5 5.1

Verkeer

Bestemmingsomschrijving

De voor ‘Verkeer’ aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. b. c. d. e. f.

wegen, voet- en fietspaden; parkeervoorzieningen; groenvoorzieningen; water- en retentievoorzieningen; afwateringsdoeleinden; buis- en kabelverbindingen voor de waterhuishouding, riolering, nutsbedrijven en overeenkomstige doeleinden; g. nutsvoorzieningen; h. straatmeubilair. 5.2

Bouwregels

5.2.1

Algemeen

Er mogen uitsluitend bouwwerken ten dienste van de bestemming worden opgericht. 5.2.2

Nutsvoorzieningen

Voor het bouwen van gebouwen ten dienste van nutsvoorzieningen gelden de volgende regels: a. de bouwhoogte mag niet meer bedragen dan 3 m; b. de oppervlakte per gebouw mag niet meer bedragen dan 15 m². 5.2.3

Bouwwerken, geen gebouwen zijnde

Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels: a. b. c. d. 5.3

de bouwhoogte van geluidwerende voorzieningen mag niet meer bedragen dan 5 m; de bouwhoogte van verlichtingsarmaturen mag niet meer bedragen dan 10 m; de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer bedragen dan 5 m; overkappingen zijn niet toegestaan. Nadere eisen

Het bevoegd gezag kan nadere eisen stellen ten aanzien van de situering en afmetingen van gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, uitgezonderd die waarvoor krachtens de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht geen omgevingsvergunning voor het bouwen nodig is, indien dit noodzakelijk is in verband met het bewerkstelligen van voor de verkeersveiligheid benodigde uitzichthoeken, met name op hoeken van wegen en paden.

14

Bestemmingsplan "Park Vossenberg Kaatsheuvel" (vastgesteld)

Artikel 6 6.1

Water

Bestemmingsomschrijving

De voor ‘Water’ aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. water en waterhuishoudkundige voorzieningen, waaronder voorzieningen voor waterberging, -aanvoer en -afvoer, zoals watergangen, waterlopen en waterpartijen en voorzieningen voor waterkering; b. groenvoorzieningen. 6.2

Bouwregels

6.2.1

Algemeen

Er mogen uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde, ten dienste van de bestemming worden opgericht. 6.2.2

Bouwwerken, geen gebouwen zijnde

Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, geldt de volgende regel: a. de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer bedragen dan 5 m.

Bestemmingsplan "Park Vossenberg Kaatsheuvel" (vastgesteld)

15

Artikel 7 7.1

Waterstaat - Waterlopen

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Waterstaat - Waterlopen' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor bescherming, beheer en onderhoud van primaire wateren, zoals watergangen en regenwaterbuffers, overeenkomstig de Keur van het waterschap. 7.2

Bouwregels

7.2.1

Gebouwen

Op de voor 'Waterstaat - Waterlopen' aangewezen gronden mogen geen gebouwen worden gebouwd. 7.2.2

Bouwwerken, geen gebouwen zijnde

Op de voor 'Waterstaat - Waterlopen' aangewezen gronden mogen uitsluitend worden gebouwd, bouwwerken geen gebouw zijnde: a. van geringe omvang welke noodzakelijk zijn voor het beheer en onderhoud van primaire wateren, met dien verstande dat de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouw zijnde, mag maximaal 3,50 m bedragen. 7.3

Afwijken van de bouwregels

Het bevoegd gezag kan door middel van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in artikel 7.2.2 ten behoeve van het bouwen van bouwwerken, geen gebouw zijnde of gebouwen binnen de voor 'Waterstaat - Waterlopen' aangewezen gronden, met dien verstande dat: a. het belang van het primaire water, gehoord het waterschap, niet onevenredig wordt aangetast; b. bebouwing mogelijk is op grond van de onderliggende bestemming.

16

Bestemmingsplan "Park Vossenberg Kaatsheuvel" (vastgesteld)

Hoofdstuk 3 Artikel 8

Algemene regels

Anti-dubbeltelregel

Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.

Bestemmingsplan "Park Vossenberg Kaatsheuvel" (vastgesteld)

17

Artikel 9

Algemene bouwregels

9.1

Ondergronds bouwen

9.1.1

Ondergrondse werken

Voor het uitvoeren van ondergrondse werken, geen bouwwerken zijnde en werkzaamheden gelden, behoudens in deze regels opgenomen afwijkingen, geen beperkingen. 9.1.2

Ondergrondse bouwwerken

Voor het bouwen van ondergrondse bouwwerken gelden, behoudens in deze regels opgenomen afwijkingen, de volgende regels: a. Voor delen van bouwwerken behorende bij ondergrondse bouwwerken gesitueerd boven peil gelden de bebouwingsregels als opgenomen bij de bestemmingen in hoofdstuk 2. b. De maximale ondergrondse bouwdiepte van ondergrondse bouwwerken bedraagt 3 meter onder peil. 9.1.3

Afwijken ondergronds bouwen

Het bevoegd gezag kan door middel van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 9.1.2 sub b voor de bouw van parkeergarages met dien verstande dat: De maximale ondergrondse bouwdiepte 8 meter onder peil bedraagt. De waterhuishouding niet onevenredig wordt verstoord/aangetast, dan wel onvoldoende maatregelen worden getroffen in het belang van de gewenste waterhuishoudingssituatie ter plaatse en de directe omgeving. Er vooraf advies ingewonnen bij het Waterschap.

18

Bestemmingsplan "Park Vossenberg Kaatsheuvel" (vastgesteld)

Artikel 10 10.1

Algemene gebruiksregels

Algemeen gebruiksverbod

Het is verboden de gronden en bouwwerken in dit plan te gebruiken en/of te laten gebruiken en/of in gebruik te geven op een wijze of tot een doel strijdig met de gegeven bestemming(en). 10.2

Verboden gebruik

Onder gebruiken in strijd met de bestemmingsplan wordt in ieder geval verstaan het (laten) gebruiken van de gronden en/of bouwwerken: a. voor de opslag van (aan het oorspronkelijke verkeer onttrokken) voer-, vaar- of vliegtuigen, anders dan in het kader van de bedrijfsvoering; b. voor de opslag van schroot, afbraak- en bouwmaterialen, grond, bodemspecie en puin en voor het storten van vuil, anders dan in het kader van de bedrijfsvoering; c. voor het opslaan of storten van al dan niet afgedankte voorwerpen, stoffen of producten, buiten erven van gebouwen, behoudens voor zover zulks noodzakelijk is in verband met het op de bestemming gerichte beheer van de gronden; d. ten behoeve van een seksinrichting; e. als standplaats voor kampeermiddelen. 10.3

Voorwaardelijke verplichting parkeervoorzieningen

a. Alvorens de gronden in gebruik genomen worden voor de doeleinden als bedoeld in artikel 3.1 sub c en d alsmede voor de doeleinden als bedoeld in artikel 4.1 sub a t/m d dient te zijn voorzien in de aanleg en in standhouding van voldoende parkeerplaatsen, waarbij moet worden voldaan aan de op moment van omgevingsvergunningsaanvraag voor deze doeleinden/functies vastgestelde gemeentelijke parkeernormen met dien verstande dat; 1. de parkeernorm voor het bewonersaandeel van een aanleunwoning in het sociale segment 0,6 parkeerplaatsen per woning bedraagt; 2. de parkeernorm voor het bezoekersaandeel van een aanleunwoning in het sociale segment 0,3 parkeerplaatsen per woning bedraagt; b. Burgemeester en wethouders zijn bevoegd om, indien er met betrekking tot parkeren door de gemeenteraad gewijzigd beleid wordt vastgesteld, het gewijzigd beleid overeenkomstig van toepassing te verklaren op het bepaalde in sub a. 10.4

Voorwaardelijke verplichting waterberging

Bij een aanvraag om omgevingsvergunning voor de doeleinden als bedoeld in 3.1, 4.1 en 5.1 dient voldaan te worden aan de volgende voorwaarden: a. dient te zijn aangetoond dat de toename van de afvoer van afstromend regenwater gecompenseerd wordt conform de eisen van het waterschap en voorzien is een waterberging met voldoende capaciteit; b. de compensatie dient tenminste naar evenredigheid van de realisatie van verhardingen gerealiseerd te worden; c. de compensatie bedraagt tenminste 60 mm per m2 verharding.

Bestemmingsplan "Park Vossenberg Kaatsheuvel" (vastgesteld)

19

Artikel 11 11.1

Algemene afwijkingsregels

Algemene afwijkingen

Het bevoegd gezag kan, indien geen onevenredige aantasting plaatsvindt van het straat- en bebouwingsbeeld, de verkeersveiligheid, de sociale veiligheid, de milieusituatie en de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden, een omgevingsvergunning verlenen voor: a. het afwijken van de in het plan voorgeschreven maatvoering ten aanzien van dakhellingen, goothoogten, bouwhoogten en bebouwde oppervlakten met ten hoogste 10% wanneer door het toepassen van de ontheffing een betere bouwkundige en/of stedenbouwkundige aansluiting ontstaat met bestaande direct aansluitende bouwwerken; b. het afwijken van het bepaalde ten aanzien van het bouwen van gebouwen binnen het bouw- c.q. het bestemmingsvlak en toestaan dat de grenzen van het bouw- c.q. het bestemmingsvlak naar de buitenzijde worden overschreden door: 1. plinten, pilasters, kozijnen, gevelversieringen, ventilatiekanalen en schoorstenen; 2. gevel- en kroonlijsten en overstekende daken, mits de bouwgrens met niet meer dan 0,50 m wordt overschreden; 3. balkons, mits: de bouwgrens met niet meer dan 1,00 m wordt overschreden; de breedte niet meer dan tweederde van de voorgevelbreedte bedraagt.

20

Bestemmingsplan "Park Vossenberg Kaatsheuvel" (vastgesteld)

Hoofdstuk 4 Artikel 12 12.1

Overgangs- en slotregels

Overgangsrecht

Overgangsrecht bouwwerken

1. Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van de bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, en afwijkt van de bestemmingsplan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot, a. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd; b. na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning voor het bouwen wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan. 2. Het bevoegd gezag kan in afwijking van het eerste lid een omgevingsvergunning verlenen voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld in het eerste lid met maximaal 10%. 3. Het eerste lid is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van de bestemmingsplan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende bestemmingsplan dan wel de daarvoor geldende planologische regelingen uit de bouwverordening voor zover van toepassing. 12.2

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=LoonOpZand&id=3a88053d-8494-4207-904e-a9fb7aec9a70